CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Onderzoeksrapport

Raadsvergadering 7 december 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Onderzoek 'Over (de gemeentelijke aanpak van) ondermijning in Neder-Betuwe’19.575 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

38

4. Gemeentelijke integraliteit -

De aanpak van ondermijning is geagendeerd en maakt deel uit van het takenpakket van OOV, al staat het nog niet – zeker niet in alle scherpte – op het netvlies van andere ambtelijke afdelingen en van de ambtelijke top. Dit komt mede door ambivalentie: uitwassen moeten worden bestreden of worden voorkomen, maar aan de horizontale relaties met (grote) lokale bedrijven moet niet (te veel) worden getoornd.

-

Er is geen ambtenaar aangewezen als Bibob-coördinator. Een OOV-ambtenaar en een juridisch adviseur functioneren beiden als coördinator en zij voeren, met een collega van vergunningverlening, de Bibob-toetsen uit. Er worden vooral toetsen uitgevoerd in klassieke risicobranches, zoals de horeca. De gedachte achter Bibob-beleid is dat gemeentelijke afdelingen een kritische houding innemen tegenover (rechts)personen die gebruikmaken van gemeentelijke diensten. Er wordt snel vanuit gegaan dat het wel goed zit als een bekende partij zich meldt. Projectontwikkeling wordt bijvoorbeeld juridisch en inhoudelijk getoetst, zonder dat onderzoek wordt gedaan naar de investerende (rechts)personen.

-

De krappe bezetting van de gemeentelijke organisatie staat integraliteit bij de ondermijningsaanpak in de weg; vanwege langdurig uitval van een medewerker van Burgerzaken zijn controles op locatie op een laag niveau gebracht; de afdeling Wonen heeft een beleidsplan ontwikkeld voor de huisvesting van arbeidsmigranten, maar de uitvoering kampt met personele tekorten en wordt veel meer gericht op huisvesting dan op bestrijding van arbeidsuitbuiting. Ook is het plan verlopen; in 2023 wordt een nieuw plan opgesteld.

5. Externe netwerkvorming: publiek en privaat -

De OOV-organisatie heeft het dermate druk, en wat ondermijning betreft alleen al met incidenten, dat het externe relatiebeheer bij de ondermijningsaanpak gering is. Er zijn overleggen met de politie en andere partners, en er is afstemming met het RIEC, maar er wordt niet structureel gestalte gegeven aan publiek-private samenwerking met ondernemers, bewoners en publieke instanties.

-

De rapporten van het RIEC worden gewaardeerd, in het bijzonder het ondermijningsbeeld en de weerbaarheidsscan. Het mondt uit in aanbevelingen die de gemeente aansporen om actie te ondernemen. Het RIEC wordt ervaren als een bestuurlijk adviseur. Terwijl er weinig RIEC-casus worden opgepakt (één of twee per jaar), waarbij het eerder komt tot een monodisciplinaire interventie dan tot een integrale. De impact van de interventies valt vaak tegen.

-

Bij drugshandel en -productie wordt door de politie aangedrongen op bestuurlijke interventies, terwijl de lokale strafrechtelijke aanpak op een laag niveau ligt.

6. Politieke verantwoording en sturing -

Ondermijning staat op de agenda, maar er bestaat politiek-bestuurlijke ambivalentie. Er is behoefte aan orde en rust, en uitwassen worden niet op prijs gesteld, maar er heerst terughoudendheid rondom handhaving. Voor noodzakelijke handhaving op casusniveau is politieke steun, maar voor handhaving op meer dagelijkse basis is die steun niet vanzelfsprekend.

39

Bijlage 2

Korte toelichting op politieregistraties De politie heeft registraties aangeleverd, onder meer over drugsincidenten. Het is nuttig om kennis te nemen van deze cijfers, maar er kleven ook beperkingen aan. We baseren ons op cijfers die de politie ontleent aan het BVH-registratiesysteem. Per geregistreerde gebeurtenis telt één feit-code: de zwaarste of het feit dat als eerste is ingevoerd. Als de politie bijvoorbeeld een aanhouding verricht vanwege een drugsdeal, waarbij de verkoper en de koper (met softdrugs op zak) worden aangehouden, dan wordt dit louter geteld als handel in softdrugs (en dus niet ook als drugsbezit). De categorisering van een drugsincident is niet zo eenduidig of helder als wellicht het geval lijkt. Een incident of gebeurtenis wordt bijvoorbeeld weggeschreven als ‘vervaardigen softdrugs’, omdat dit op dat moment het meest passend lijkt. Er komt bijvoorbeeld een melding binnen over een mogelijke hennepkwekerij, maar uit onderzoek blijkt dat dit niet zo is of het wordt (bijvoorbeeld bij een warmtemeting) niet bevestigd. Toch bestaat de kans dat de registratie blijft staan als ‘vervaardigen softdrugs’, terwijl nog niet duidelijk is dat het hennepteelt betreft of duidelijk si of lijkt dat dit niet zo is. De grens tussen een drugsregistratie of een andersoortige politieregistratie kan ook diffuus zijn.

Wat in het systeem wordt vastgelegd als drugsoverlast of drugshandel, zou in feite bijvoorbeeld kunnen gaan om jeugdoverlast. Al komt het omgekeerde evengoed voor: achter een melding (die wordt geregistreerd als) jeugdoverlast kan in werkelijkheid drugsgebruik of drugshandel schuilgaan. Er treedt onder-registratie op in het politiesysteem. Drugshandel en drugsteelt zijn delicten die in de regel zo goed mogelijk worden afgeschermd. Bij een illegale drugsdeal hebben verkoper en koper een gedeeld belang om dit buiten het blikveld van politie of burgers te doen. Dit betekent dat veel drugshandel of drugsteelt niet wordt geregistreerd. Onder-registratie en foute registraties zijn een structureel verschijnsel. Het doet zich met andere woorden nu voor, maar ook in voorgaande jaren. Het staat - mits er geen veranderingen optreden in de wijze van registreren - vergelijkingen (in de tijd en tussen locaties) daarmee niet noodzakelijkerwijs in de weg. Registraties in het politiesysteem geven op z’n best een indicatie van de ontwikkelingen ten aanzien van drugscriminaliteit of drugsoverlast. Er zijn tijdelijke of toevallige factoren – waaronder beleidsveranderingen - die van invloed kunnen zijn op registraties van drugsincidenten.

Respondenten wijzen erop dat de politiecapaciteit voor bestrijding van hennepteelt (mede door het opheffen van de hennepteams) is afgenomen, waardoor dit een (deel)verklaring is voor de afname van de geregistreerde hennepteelt. Ook lijkt het erop dat kwekerijen beter worden beschermd tegen warmtemetingen. Vanwege dergelijke effecten is voorzichtigheid geboden om op basis van politiecijfers, bij vergelijkingen in de tijd, conclusies te trekken.

40

Bijlage 3

Samenwerkingsafspraken Appgroep Neder-Betuwe

Thema Communicatie

Afspraak In de communicatie naar buiten toe vanuit de Appgroep (over acties, inzetten, meldingen etc.) nadrukkelijk(er) vermelden dat men altijd eerst het algemene alarmnummer moet bellen, namelijk 1-1-2 of geen spoed wel politie, namelijk 0900-8844 Meldingen die bij de Appgroep binnenkomen direct doorzetten naar de politie. Het bevorderen van het onderlinge contact tussen het politieteam en leden van de Appgroep. De politie maakt inzichtelijk welke informatie op welk moment vanuit de politie gedeeld mag worden met de Appgroep en draagt hier zorg voor. Zorgen dat de gemaakte afspraken en kaders tussen de Appgroep en politie duidelijk zijn voor leden van de Appgroep.

Organisatie appgroep

De leden van de appgroep moeten allemaal een VOG aanvragen/hebben om deel te kunnen nemen aan de Appgroep Neder-Betuwe. De Appgroep Neder-Betuwe moet meer oefenen in de bevoegdheden die een burgerwacht heeft. Indien een lid persoonlijk betrokken is bij een actie, moet de betreffende lid buiten de actie gehouden worden.

Periodieke afstemming

Periodiek (per 3 maanden) op ambtelijk niveau een overleg inplannen tussen de Appgroep N-B, gemeente en politie over de ervaringen/incidenten afgelopen periode.

41

Colofon Dit onderzoek is uitgevoerd voor dr. Edward van der Torre en dr. Menno van Duin van Lokale Zaken.

42

Bestuurlijke reactie

43

44

45

46

47

Nawoord Met de aanbieding van dit rapport levert de rekenkamercommissie haar vijftiende onderzoeksproduct af. Het onderzoek is uitgevoerd in het eerste halfjaar van 2023. Bestuurlijke reactie college De rekenkamercommissie is positief over de constructieve reactie van het college, waarin de conclusies grotendeels worden onderschreven en de geformuleerde aanbevelingen worden gezien als handvatten en kansen om het beleid te versterken. De bestuurlijke reactie van het college vraagt om een nadere reactie op de volgende punten:  Het college verwoordt als algeheel gevoel dat er veel aannames zijn verwerkt in het rapport. Het rapport stoelt inderdaad op subjectieve aanwijzingen, vermoedens of verdenkingen en daarnaast op een expertoordeel van de onderzoekers wat betreft georganiseerde criminaliteit en ondermijning. Veel bevindingen kunnen, helaas, niet worden onderbouwd met feiten of observaties. Daarmee toont zich de lastigheid van het onderwerp ‘ondermijning’ en hoe ongrijpbaar de materie is. Met de subjectieve informatie én het expertoordeel wordt het beeld van ondermijning ingekleurd.  Het onderwerp ‘drugs’ is uitgebreid beschreven. Dit is gedaan nadat tijdens een startbijeenkomst met de raad, voorafgaand aan dit onderzoek, dit onderwerp naar boven kwam als specifiek te onderzoeken onderwerp.

Reactie politie Vanwege de belangrijke rol van de politie ten aanzien van het onderwerp ‘ondermijning’ is aan de teamchef van het basisteam De Waarden gevraagd om een reactie. In eerste instantie op het onderdeel bevindingen. De opmerkingen hebben mede geleid tot diverse aanscherpingen van de bevindingen. Tevens is gevraagd om een reactie, evenals het college, op de concept-rapportage. Door de teamchef is aangegeven dat op basis van de inhoud geen separate reactie volgt. Tot slot De rekenkamercommissie kijkt terug op een boeiend onderzoek. Het onderwerp bleek bijzonder complex om te onderzoeken. Informatie en inschattingen van politiemensen, ambtenaren en andere professionals bleken een belangrijke bron. Deels gebaseerd op strafrechtelijke of bestuurlijke dossiers en/of op ervaringen, maar ook op subjectieve aanwijzingen, vermoedens of verdenkingen. Dat, in combinatie met de deskundigheid op het gebied van ondermijning van de onderzoekers maakt dit een waardevol rapport. Het biedt inzichten en inschattingen wat betreft de georganiseerd criminaliteit en ondermijning in NederBetuwe. De rekenkamercommissie bedankt iedereen die heeft meegewerkt aan dit onderzoek. In het bijzonder de onderzoekers, Edward van der Torre en Menno van Duin van Lokale Zaken, voor hun niet aflatende inzet om zoveel mogelijk informatie boven tafel te krijgen.

48

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13441035/1