Bijlage 2 - Cultuurhistorische waardenkaart
Tekst van het document
Figuur 8. Van de oude kerk was na de oorlogshandelingen van 1944 -1945 nog slechts een ruïne over (foto: collectie RCE).
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[25]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Dodewaard Dodewaard wordt voor het eerst vermeld aan het eind van de 11e eeuw als de Dodeuuero. De naam van Dodewaard kan zijn afgeleid van de eigennaam Dodo (Dodo was een graaf die in de 9e eeuw bezittingen in de Betuwe had) en waard (eiland of land aan het water): de ‘waard van (graaf) Dodo’ dus. Dodewaard was vanouds een aanzienlijke heerlijkheid in de Neder -Betuwe en was de oudste bezitting in de Betuwe van het Gelderse gravenhuis. Dat Dodewaard een plaats van enige betekenis is geweest, blijkt uit het feit dat de parochie Dodewaard in de 12e en 13e eeuw een groter gebied besloeg dan de latere burgerlijke gemeente. Omstreeks 1400 stond er in Dodewaard een gasthuis. Het werd gesticht door een vrouwe van Valkenburg. Het oudste gedeelte van de kerk te Dodewaard dateert uit de 11e of 12e eeuw. Het bezat vroeger een bijzonder kostbaar reliek, een deel van het heilig kruis.
Figuur 9. De kerk van Dodewaard ligt nog in een fraaie landelijke omgeving (foto: RAAP, 29 november 2019).
Hien Hien vormde quasi een dubbeldorp met Dodewaard. Evenals Ochten wordt het voor het eerst vermeld in een latere kopie van een 9e-eeuwse oorkonde, en wordt dan Hehun genoemd. De etymologie ervan is onbekend. 48 De bouw van een kerk in Hien in de 14e eeuw wordt wel verklaard als een vervanger van de mogelijk niet meer in gebruik zijnde kerk van Dodewaard op dat moment. 49 Van het huidige
48 49
Van Berkel & Samplonius 2018 W olters 1997: 73
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[26]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
gebouw is alleen de toren nog laatmiddeleeuws, want in 1842 zijn een nieuw schip en koor gebouwd. De kern van Hien bestaat verder uit enige bebouwing langs de dijk en langs de weg die haaks op de dijk stond.
Figuur 10. Hien ligt als gestrekt esdorp achter de Waalbandijk (foto: RAAP, 29 november 2019).
Kesteren De naam Kesteren verwijst nog naar het Romeinse verleden. In een twaalfde -eeuwse kopie van een 9e-eeuwse oorkonde was sprake van Castra, van het latijnse castra ‘legerkamp, versterking’. 50 De oude rijksgrens, de Limes, schijnt in deze naam nog duidelijk d oor. Het klooster Lorsch kwam omstreeks 850 in bezit van enkele bezittingen in Kesteren door een schenking van Balderik. Met de ontwikkeling van het landsheerlijk gezag kregen Kesteren en Zoelen in of vóór 1327 een eigen schepenrechtbank. 51 De kerk van Kesteren wordt voor het eerst in 1395 vermeld. Deze kerk brandde in 1944 -1945 uit en stortte daarna nog gedeeltelijk in. De oude toren bleef bij de herbouw gespaard. De kerk moet een voorganger hebben gehad, en wel een rond gesloten, éénschepig tufstenen kerkj e, met wellicht op zijn beurt weer een houten voorganger. 52
50
Van Berkel & Samplonius 2018 De Beaufort & Van den Berg 1968 52 De Beaufort & Van den Berg 1968 51
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[27]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Figuur 11. Dorpsgezicht te Kesteren, 18 maart 1941 (foto: collectie RCE).
Opheusden De oudste schriftelijke vermelding van Opheusden is Husnin (850); in de 12e eeuw is sprake van de villa Husuduna. Ter plaatse van de Dorpsstraat heeft men mogelijk in een oude Rijnbedding een haven aangelegd. Later, wellicht in de 16e eeuw, werd op die plek de Capelstraat aangelegd. Nog in de 18e eeuw lag de buitenhaven, buitendijks gelegen, open. Tussen 1778 en 1808 werd de buitenhaven gedempt en in cultuur gebracht. 53 De kerk van Opheusden wordt vanaf 1395 in schriftelijke bronnen vermeld en kwam wellicht voort uit een kapel. Het oudste deel van de kerk is het koor uit de tweede helft van de 15e eeuw. Het middenschip met tufstenen banden werd in 1524 vernieuwd en de huidige toren dateert grotendeels uit de jaren 1948-1952 54, nadat de 14e-eeuwse in mei 1940 werd opgeblazen. 55
53
Mulder & Franzen 2006: 17 Mulder & Franzen 2006: 22 55 Broekhoven e.a. 2000 54
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[28]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Figuur 12. Tekening van de kerk van Opheusden, zonder datum (bron: collectie RCE).
In de kern van Opheusden stond een laatmiddeleeuws kasteel, dat in de eerste helft van de 15e eeuw werd gebouwd en aan het geslacht Van Randwijck toebehoorde. Zij raakten in 1480 betrokken bij een beleg van Wageningen, en het kasteel werd daarop verwoest. Twee jaar later werd op deze plek het regularissenklooster Mariëngaarde gesticht. Het klooster op de hoek van de voormalige Zanddijksestraat en de Dalwagen (voorheen Keizerstraat) werd volgens sommige bronnen tijdens de reformatie, in 1595, gesloten, maar zou volgens andere nog tot in de vroege 17e eeuw hebben gefunctioneerd. De laatste kloostergebouwen verdwenen mogelijk in de 19e eeuw. Op deze plek herinnert nu niets meer aan het verleden. 56 Lede en Oudewaard Alhoewel nooit tot dorp uitgegroeid mogen de heerlijkheden Lede en Oudewaard hier toch niet ontbreken. Ze lagen ten noorden van de Oude Rijn en dus eertijds op de noordelijke oever van de rivier. De kern werd gevormd door een laatmiddeleeuws kasteel, dat in de vroege 19e eeuw geheel verdwenen was. 57
56 57
Mulder & Franzen 2006; Jas e.a. 2013: 349 De Beaufort & Van den Berg 1968
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[29]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Figuur 13. Tekening in pen en penseel van Huis ter Lede, 1727, door Abraham de Haan (bron: collectie RCE).
Wolfswaard Net als Lede en Oudewaard is de Wolfswaard een oud rechtsgebied zonder k ern. Het was een hoge heerlijkheid. Wat dit gebied extra bijzonder maakt, is dat het door een rivierverlegging in de late middeleeuwen doorsneden werd, en sindsdien een Betuws en een Veluws deel kent. Zijn buur, de Maneswaard, maakt zelfs als ‘overzees territorium’ onderdeel uit van de gemeente Wageningen. De oude loop noordelijk om de Wolfswaard is als Wagenings havenkanaal nog daar herkenbaar. Het verlengde van dat havenkanaal was de oude grensloop tussen Maneswaard en Wolfswaard, die later nog ‘slechts’ de functie van tochtsloot had.
2.6.2
Rijndynamiek en bochtafsnijdingen
Zoals hiervoor al beschreven is de afsnijding van bochten door de Rijn van groot belang geweest voor het verloop van de huidige, soms wat merkwaardige grenzen van de gemeente Neder -Betuwe aan de Rijnzijde. Waarschijnlijk in de periode 900 – 1200 werd de oude Rijnarm bij de Wolfswaard afgesneden als actieve riviermeander. 58 De Wolfswaard was al in 1382 een zogenaamd borgleen van Ter Horst, en in die hoedanigheid een leen van de bisschop van Utre cht. Het bleef tot 1795 één bestuurlijke eenheid aan weerszijden van de rivier, ondanks de doorsnijding.
58
Met dank aan K. Cohen (Universiteit Utrecht) voor de informatie.
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[30]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
2.6.3
Waterstaat
Zijkaden, achterkaden en de eerste rivierdijken Nadat in een eerdere periode de meeste hoge oeverwallen ontgonnen waren en geschikt waren gemaakt voor de landbouw, volgden vanaf de 10e eeuw de lagere delen van de oeverwallen en de komgronden. De komgronden werden ontgonnen en ontwaterd door evenwijdig aan elkaar sloten te graven. Om te voorkomen dat het land weer onder liep door de toevoer van water uit stroomopwaarts gelegen komgebieden, werden zijkades of zijdwendes aangelegd aan de oostzijde van de dorpspolder. 59 Ook werden laagten in de oeverwallen afgesloten door middel van dijken of kades. De volgende stap was de aanleg van achterkaden, die voorkwam dat water uit de kom de polder in stroomde. De hooi- en weilanden die op de overgang van oeverwal naar komgebied lagen waren nu vrij van overstromingsgevaar en konden worden omgezet in akkerland. 60 Deze ontwikkeling voltrok zich waarschijnlijk in de loop van de 11e en 12e eeuw.
Figuur 14. De Waalbandijk bij Ochten (foto: RAAP, 29 november 2019).
De 11e en 12e eeuw was ook de periode waarin ook de eerste rivierdijken werden aangelegd. De noodzaak tot bedijking hing samen met de ontginningen van grote stukken veengebieden in W estNederland in deze periode. Door inklinking van het veen werd hier bedijking noodzakelijk. Samen met
59 60
Verhelst 2002 Harten 1997: 14
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[31]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
de geleidelijke inpoldering van de komgebieden en de toegenomen stroomsnelheid van de Waal als gevolg van klimaatsverandering zorgde dit er voor dat ook in de Neder -Betuwe rivierdijken moesten worden opgeworpen. Hoe oud de meeste stukken van de Waaldijk zijn is door ontbrekend onderzoek niet bekend. Binnen de dijkring was de afwatering op dorpsniveau geregeld. Ieder dorp had aan de rand van zijn grondgebied zijkaden aangelegd en via dorpsweteringen liep het overtollige water af op de Linge. Het resultaat was een lappendeken aan dorpspolders. Verlegging van de waterafvoer op de Linge Tót de volledige omkading van de dorpspolders waterden grondeigenaren het water af op de kom of de rivier. Dit gebeurde via een stelsel van grote en kleinere weteringen. Door de volledige omkading van de dorpspolders kon het water niet meer op de kom worden afgevloeid en wer d het noodzakelijk de afwatering collectief te gaan regelen. De samenwerking leidde er toe dat de meeste dorpen één hoofdwetering kregen die naar een zo laag mogelijk punt in de dorpspolder liep waar deze via een sluis uitwaaierde op de rivier. Een belangrijk deel van deze weteringen is tot op heden nog aanwezig in het landschap. Veel zijn echter in de loop der eeuwen verbreed, plaatselijk verlegd en/of samengevoegd. Met name in de tweede helft van de 20e eeuw is dit op grootschalige wijze gebeurd.
Door gel eidelijke stijging van de rivierstanden werd dit op den duur niet meer mogelijk. Dit leidde in de eerste decennia van de 14e eeuw tot een grootschalige reorganisatie van het afwateringssysteem. De bestaande weteringen van de verschillende dorpspolders werden aaneengeknoopt en op de Linge aangesloten. De Buitenpolder bij IJzendoorn Ten westen van Ochten, onder IJzendoorn, deed zich een bijzondere situatie voor. Al in 1332 bevond zich hier namelijk al een omdijkte uiterwaard. In de 13e eeuw moet de Waal tot vlak onder de dorpskern hebben gelopen. 61 Als we er van uitgaan dat het latere kasteel van IJzendoorn vóór 1345 in of aan de restgeul van deze Waalstroom is gebouwd, is het goed mogelijk dat de zuidrand van het dorp is weggespoeld. Aan de verkaveling in de uiterwaarden ten oosten en westen van de dorpskern zien we dat de Waaldijk hier vermoedelijk is teruggelegd. 62 Mogelijk gebeurde dit ook in de 13e eeuw toen de Waalstroom het voorland stukje bij beetje wegschuurde. Om verdere afkalving te voorkomen zullen d e inwoners van IJzendoorn kribben en dammen hebben aangelegd zodat de hoofdstroom vanaf Ochten naar het zuiden zou leiden. Dit zal succesvol zijn geweest, want begin 14e eeuw lag om de uitgestrekte buitenpolder een kade, de Weerddijk.
Direct na de bekading werd er aan de noordwestzijde van de polder een sluis in de Waaldijk aangelegd, zodat het hemel - en kwelwater via een wetering kon worden gelost op de Linge. 63 Tijdens de winter van 1437-1438 werd de Weerddijk fiks beschadigd. In mei van dat jaar werd de Weerddijkbrief opgesteld waarin het onderhoud van de dijk werd geregeld. 64 Na de watersnood van een halve eeuw later werd in 1583 besloten de afwatering van de polder te verbeteren door een nieuwe sluis in de oostelijke uithoek van de Weerddijk te leggen, zodat de polder kon uitwateren op de Waal. De sluis was geen lang leven beschoren, want op een kaart van 1665 zien we op de plaats van de sluis een wiel en is er een nieuwe sluis aangelegd met de naam Kostverloren. 65
61
Van Hemmen & Heunks 2007: 16 Van Hemmen & Heunks 2007: 17 63 Van Hemmen & Heunks 2007: 17 64 Van Hemmen & Heunks 2007: 20-21 65 Van Hemmen & Heunks 2007: 22; Gelders Archief, archief Hof van Gelre en Zutphen, inventarisnummer 5478, d.d. 1 6-03-1665 en 05-05-1665 62
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[32]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
De oudste wielen van het onderzoeksgebied zijn te vinden ten westen van IJzendoorn (dijkpaal 147 154). In de winter van 1437-1438 brak de dijk, als gevolg van een ijsverstopping, bij IJzendoorn op drie plaatsen door. Waarschijnlijk zijn toen de Slurperd, het Wiel bij het Zondagsestraatje en de K olk van Brinkman ontstaan. In het voorjaar werden de gaten in de dijk gedicht. Er werd een uitlaagdijk aangelegd, die nu nog duidelijk herkenbaar is in het landschap. De afstand van de dijk tot de wielen is in de tweede helft van de 20e eeuw vergroot door het gedeeltelijk dempen van de wielen aan de dijkzijde. Opvallend aan deze drie wielen is de afwezigheid van kweldammen. Klaarblijkelijk speelde kwelwater hier geen rol van betekening. In een groot deel van de buitenpolder van IJzendoorn en de Willemspold er lag aan de buitenteen van de Waaldijk een smalle strook dijkputten. Tussen dijk en rivier lag een brede uiterwaard waardoor de dijkspecie buitendijks kon worden gewonnen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Ochten. Na aardhaling werden de putten ingericht met rabatten waarop opgaand groen werd aangeplant (mogelijk wilgen). Deze werkte het aanslibben in de hand en verminderde de golfslag bijzuidwesten winden. De dijkputten zijn voor het eerst op een kaart uit 1778. 66 Tussen dijkpaal 182 en 177 ligt het gehucht Ooij.
Van de bebouwing hier er in het begin van de 20e eeuw aan de dijk heeft gestaan is weinig over. In de winter van 1438 moet ook Ooij ernstig zijn bedreigd door het hoge water, want in het voorjaar van dat jaar werd ook de dijk bij Ooij hersteld. De dijk werd hier landinwaarts gebracht, waarbij de inlaagdijk deels over het kerkhof werd opgeworpen. 67
2.6.4
Oorlog en defensie
De ambtman van de Nederbetuwe liet in 1470-1471 tussen Opheusden en Ochten een landweer aanleggen om het gebied te beschermen tegen aanvullen van de getrouwen van de graaf van Culemborg. Bij Opheusden verrees een heus kasteel, een bergvrede. In Opheusden kwamen bovendien twee slagbomen aan de dijk. 68
2.7 Nieuwe tijd (1500-1800) 2.7.1
Landbouw en landschap
Waar in de late middeleeuwen het accent vooral lag op de uitbreiding van het areaal cultuurland ten aanzien van de voorheen zeer extensief gebruikte komgebieden, koos men in de nieuwe tijd in de eerste plaats voor een ánder landgebruik. Een continuering vanuit de late middeleeuwen was het gebruik van de stroomruggen voor akkerbouw. Het waren vanouds open gebieden, een landgebruikssysteem dat internationaal wel als ‘open fields’ wordt aangeduid. Daar werden diverse graanrassen verbouwd : tarwe, gerst, haver en op de hoogste gronden ook rogge. Peulvruchten werden afwisselend daarmee verbouwd als stikstofbinder. Na het braken en mesten werd vaak koolzaad gezaaid, op de lagere gronden ook raapzaad. 69 Het beeld in de kommen was ogenschijnlijk dynamischer. Met de verbeterde ontwatering was het vanaf de late middeleeuwen mogelijk hier extensief hooi te oogsten. Daarna, nog tot in de 17e of 18e eeuw, werd hier haver verbouwd zonder het gebied te bemesten. Het was een vorm van wisselbouw. De
66
Gelders Archief, archief Staten van het Kwartier van Nijmegen en hun Gedeputeerden , inventarisnummer 478 Van Hemmen & Heunks 2007: 20 68 Kuys 1987; Mulder & Franzen 2006: 23; Van Blerck e.a. 2019: 8 69 Bieleman 2008: 188 67
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[33]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
nutriënten uit de kommen verdwenen zo via de mest van het vee naar de p roductievere stroomruggen. 70 Het brede bedrijf zorgde voor risicospreiding op de grote bouwingen. Daardoor konden economische problemen beter dan elders overwonnen worden. Het lijkt een aanpassing die dateert uit de tweede deelperiode van de ‘laatmiddeleeuwse transitie’, toen gezocht moest worden naar nieuwe methoden om groeiende bevolkingsaantallen van werk en voedsel te kunnen blijven voorzien. 71 Zo was er bijvoorbeeld sprake van een belangrijke neveninkomst uit de fruitteelt. De boomgaarden konden ook weer beweid worden. In de vroege 19e eeuw hoorden Echteld, Dodewaard en Kesteren tot de grootste fruitteeltgebieden van het rivierengebied. Bovendien zorgden Tiel, Opheusden en Kesteren voor de kweek van jonge fruitbomen. 72 In § 2.7.1 komen we daarop nog terug. Elders in het rivierengebied was ook de paardenfokkerij nog van belang, en ook speelde er het fokken en mesten van varkens een rol. 73
Figuur 15. Fruitteelt was één van de specialisaties in de Betuwse l andbouw van de Nieuwe tijd (foto: Wikimedia Commons).
Een belangrijke specialisatie was bovendien nog de teelt van hop. De hoogtijdagen daarvan waren tot de vroege 17e eeuw, toen cacao, koffie en thee langzaam het bier als volksdrank verdrongen. Als teelt werd hop daarna op veel plekken in het rivierengebied verdrongen door de aardappel, in Kesteren en Opheusden won ook de boomteelt aan belang. 74 Ook de intensieve tabaksteelt speelde na circa 1670 in
70
Bieleman 2008: 186 Vangheluwe & Spek 2008 72 Bieleman 2008: 189 73 Bieleman 2008: 190 74 Bieleman 2008: 199-200 71
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[34]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
de Neder-Betuwe een rol, met het nabijgelegen Wageningen als belangrijk centrum van de teelt. Het hoogtepunt lag in de vroege 18e eeuw. Door een lagere bemesting was de opbrengst in het rivierengebied ook geringer dan op de zandgronden van de Gelderse Vallei. Nadien verschoof langzaam het accent van tabaksbladeren naar dek- en ombladeren voor sigaren. 75 Tegelijk groeide de bevolking vermoedelijk over de periode als geheel aanzienlijk, zoals overal in de Nederlandse landgewesten. We kennen een algemeen beeld van de binnenlandse gebieden, en voor de Overbetuwe is er een duidelijk beeld, met een beperkte daling tot 1650, daarna een stijging en vanaf ca 1800 een versnelling van de stijging. Het beeld voor de Nederbetuwe kent iets zwakkere effecten dan in de Overbetuwe. In de Nederbetuwe trad een echt substantiële stijgi ng eerst in de 18e eeuw, en vooral na 1800 op. 76 Om die te huisvesten moeten de dorpen vooral na 1750 geleidelijk zijn verdicht en ontwikkelden zich de dijklinten verder. Naast grotere boerderijen ontstond ook een groot aantal kleine erven. Daarbij hielden de dorpen hun middeleeuwse structuur.
2.7.2
Waterstaat
Bedijking en landbouw Door de geleidelijke ophoging van de dijken en de afzettingen van sediment door de rivieren kwam het winterbed steeds hoger te liggen. Het gevaar op dijkdoorbraken steeg daardoor. Ook w as er sprake van hinderlijke kwel, waardoor gewassen minder snel konden groeien en akkeronkruiden tot in de 19e eeuw het beeld domineerden. Vaak werden alleen distels verwijderd en had de akkerbouw een betrekkelijk extensief karakter. Door de slechte hydrologische omstandigheden had het akkerbouwbedrijf een wisselvallig karakter. 77 Doorbraken en dijkherstel De dynamiek in het stroombed van de Waal, met talloze dijkdoorbraken, dijkverleggingen en – ophogingen tot gevolg, heeft vanaf de Late Middeleeuwen tot aan het heden een complex landschap gevormd. Om vat te krijgen op deze complexiteit wordt hier eerst een schematische weergave van de ontwikkelingen vanaf de 17e eeuw tot heden geschetst. Door de volledige bedijking van de Waal kon het rivierwater niet meer via de kommen afvloeien en werd het rivierwater in de winter flink opgestuwd. Ook zette de rivier steeds meer materiaal binnen zijn eigen bedding af. Door bodemdaling in met name de kommen werd het verschil in hoogte tussen rivierbedding en het bedijkte land steeds groter. Dijkdoorbraken waren het gevolg. In het meest oostelijk deel van de gemeente (dijkpaal 283-299) is langs de Waal een serie wielen te vinden.
In 1570 vormde de dijk hier een schaardijk. In de ondergrond kruiste deze dijk een oude stroomgordel, die de Vale Wei omsloot. Deze zandige bedding waar de dijk op was gelegd is de dijk blijkbaar fataal geworden. Tijdens een periode van dooi in januari 1570 steeg het rivierwater tot alarmerende hoogte en nabij de Rietkamer begaf de dijk het. Vermoede lijk ontstond toen het wiel tussen dijkpaal 292 en 293. Mogelijk is in diezelfde winter ook het wiel dat later de Wilgenpas zou gaan heten ontstaan. Opvallend is dat dit laatste wiel is buitengedijkt. Blijkbaar was er aan de rivierzijde geen ruimte om een dijk aan te leggen; de rivier schuurde langs de dijk. Pas in de tweede helft van de
75
Bieleman 2008: 192-195 Brusse 1999: 25 & 30-31 77 Bieleman 2008: 187-188 76
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[35]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
20e eeuw zou de Wilgenpas worden binnengedijkt. In de eerste helft van de 17e eeuw zijn ook de andere wielen in dit dijktraject ontstaan. Iets westelijker (dijkpaal 299-312) was de dijk in de late 16e eeuw een schaardijk. Omdat aardhaling in de uiterwaarden hier niet mogelijk was werd er dijkspecie aan de binnenzijde gewonnen. De afgegraven delen werden gezekerd met een kweldam, waarvan delen nog steeds aanwezig zijn in het landschap. In diezelfde periode vormde dijk ten oosten van de Snor een schaardijk (dijkpaal 57-62). Ook hier kruiste de dijk een dieper gelegen stroomgordel. De zandige ondergrond moet hebben geleid tot kwel, want precies op dit kruisp unt werd een kweldam aangelegd.
Figuur 16. Schematische weergave van de Waaldijk- en Waalontwikkeling bij Ochten (1600-1850) (uit: Boshoven e.a. 2018).
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[36]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Figuur 17. Idem als voorgaand, 1900-2000 (uit: Boshoven e.a. 2018).
Ook de dijk bij Eldik en Ochten vormde in de vroege 17e eeuw en mogelijk al eerder een schaardijk. Mogelijk is de dijk tussen de Snor en de Broeskolk destijds teruggelegd, want buitendijks treffen we hier een strook land aan dat, afgaande op de verkaveling, o udhoevig land moet zijn. Tussen dijkpaal 85-102 liggen momenteel vier wielen waarvan de eerste (Kolk van Van den Bergh) in 1551 is ontstaan. Het wiel werd met een bijna haakse bocht binnengedijkt. Later werd deze voorzien van een kweldam. Het Grote Wiel tussen dijkpaal 86-102 is ontstaan uit een serie van dijkdoorbraken, en vermoedelijk ook een restant van een oudere strang. De eerste doorbraak vond plaats in 1640 -'41. Mogelijk herinnert de naam Het Zand nog aan de overslag die over de akkers werd uitgewaai erd. Het wiel werd binnengedijkt. In 1827 vond een tweede dijkdoorbraak plaats waarbij de dijk bezweek en het wiel zich in oostelijke richting uitbreidde. Na deze doorbraak werd besloten de uitlaagdijk van de Grote Kolk in rechte lijn door te trekken naar het oosten. De oude dijk werd hierbij vergraven. Westelijk van het Grote Wiel treffen we het Wiel bij de Batterijen aan. Aan de voet van de dijk lag hier in de 18e eeuw een oude Waalstrang. Bij hoog water in 1784 brak de dijk over een lengte van 64 meter door en ontstond een 16 meter diep gat in de dijk. Het dichten van de dijk werd uitgesteld tot het voorjaar.
Allereerst werd een ring- of nooddam aangelegd. Dit bleek geen sinecure, want dijk moest worden gelegd over de meters diepe Waalstrang. Later zou de ze nooddam deel gaan uitmaken van het Werk bij Ochten. Waarschijnlijk is de dijkspecie voor het dijkherstel gewonnen ten noordoosten van de dijk. Op een verpondingskaart van 1809 zien we tussen dijkpaal 104 -108 een moerassige laagte liggen, voorzien van een kwelkade. Op diezelfde kaart zien we ook grote moerassige zones liggen in de bebouwde kom van Ochten. Het is goed mogelijk dat de bewoners van Ochten bij het ophogen van de schaardijk geen andere keuze hadden dan hun achtertuinen af te graven voor de win ning van dijkspecie. Buitendijks was in 16e tot en met de 18e eeuw immers geen uiterwaard. Van deze afgraving is thans niks meer te zien.
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[37]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Figuur 18. Een buitengeduikt wiel bij Wely werd vóór 1832 gedempt. Later is het gebiedje weer bekaad aan de rivierzijde (foto: RAAP, 29 november 2019).
In Ochten zien we op een verpondingskaart uit 1809 dat een groot deel van de percelen rondom de bebouwde kom is afgegraven. Vermoedelijk gaat het hier om winning van dijkspecie, voor het onderhouden en versterken van de schaardijk aan de zuid- en oostzijde van het dorp. Mogelijk heeft de rivier langs deze schaardijk, die we het vroegst op 17e eeuwse kaarten tegenkomen, een deel van het zuidoosten van het dorp doen verdwijnen. Langs de Rijn was de problematiek met dijkdoorbraken beperkter, al had men daar natuurlijk ook veel overlast als de Waaldijken braken. Wel zien we ten oosten van Opheusden en ten noordoosten van Kesteren wielen liggen. Karakteristiek zijn de wielen langs de oude Rijndijk te n oosten van Kesteren. Een belangrijk deel van deze wielen ontstond in de 18e eeuw, zoals de kolk ten noordoosten van Opheusden in 1770. Bij het herstel werd de dijk door de kolk aangelegd; het binnendijkse deel van de kolk is in de wederopbouwperiode dichtgestort en niet meer aanwezig. 78 Kolken waren altijd voer voor het ontstaan van mythes. Zo zou in de Dorpswaai van Kesteren een vaatje met munten van edelmaat liggen, dat door een ontevreden soldaat eens van de dijk zou zijn getrapt … 79
78 79
Van Ingen 2001: 26 Van Ingen 2001: 31
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[38]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
2.7.3
Oorlog en defensie
Inleiding Het rivierengebied speelde een belangrijke rol tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568 -1648). Er werden diverse soorten linies aangelegd, maar soms ook andere barrières opgeworpen, zoals het vorderen van veerschepen of het tot zinken brengen van veren. Met name de veren van Opheusden en het Lexkensveer bij Randwijk hadden daar last van. 80 Nieuwedijk of Spanjaardsdijk De Nieuwedijk of Spanjaardsdijk is in de late 16e eeuw aangelegd als dwarsdijk, tussen de Rijndijk en de Waaldijk. De eerste vermelding van de dijk dateert uit omstreeks 1590. 81 Of de dijk primair als een militair object is aangelegd, of dat dit een nevenfunctie was, is onduidelijk. De dijk fungeerde in ieder geval tweeledig. Enerzijds behoede hij bij een dijkdoorbraak in de Overbetuwe dat ook de NederBetuwe zou onderlopen. Anderzijds kon met de dijk het Lingewater in de Overbetuwe worden opgestuwd, zodat met dit water het gebied ten oosten van de dijk kon worden geïnundeerd bij oorlogsdreiging. De dijk fungeerde helaas niet zoals verwacht . Bij een overstroming van de Overbetuwe in 1595 werd het water voor de dijk zo hoog opgestuwd, dat men bang was voor een doorbraak en de dijk van de Nederrijn doorstak. Het gevolg was dat de Rijndijk op verschillende plaatsen doorbrak en de Gelderse Vallei en delen van de Neder-Betuwe onder water kwamen te staan.
In 1602 stond de Overbetuwe wederom onder water en brak de Spanjaardsdijk op twee plaatsen door. De bestuurders in de gebieden die in 1595 waren ondergelopen, met uitzondering van de Neder Betuwe, protesteerden tegen het herstel van de dijk. Waarschijnlijk is aan hun oproep gehoor gegeven, want de doorbraken uit 1602 zijn niet meer hersteld. Bij een dijkdoorbraak in 1608 in de Overbetuwe fungeerde de Spanjaardsdijk alleen nog als vertraging in het onderlopen van de Neder-Betuwe. In de 17e en 18e eeuw zijn er meerdere plannen geweest de dijk als dwarsdijk te herstellen, maar deze zijn nooit uitgevoerd. Na het midden van de 19e eeuw is de dijk geleidelijk afgegraven en is nu slechts o p enkele plaatsen nog aanwezig. Redoutes Net ten oosten van de dijk stond op de Waaldijk een redoute. Deze staat afgebeeld op een kaart uit 1634 en is vermoedelijk enkele jaren daarvóór gebouwd. 82 Deze 'Reduit an den Niuwen Dijck' maakte deel uit van een linie van redoutes die op de noordelijke Waaldijk en in de uiterwaarden ervoor als wachtposten in een seinstelsel fungeerde en nu wel bekend staat als de Oranje Limes of de Mauritslinie. 83
80
Honders 2011: 112-113 Tornga 1994: 2 & 49-51 & 126-128 82 Gelderarchief, archief Gelderse Rek enkamer, inventarisnummer 668, d.d. na 10 oktober 1634 83 Van Hemmen 2015; Huijser & Van den Heuvel 2019 81
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[39]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Figuur 19. Op een manuscriptkaart uit 1620 wordt een redoute in het Overbetuwse Oosterhout in detail weergegeven (bron: Gelders Archief, archief Hof van Gelre en Zutphen, inventarisnummer 1271, d.d. 01 en 06 -111620).
Bij een dreigende aanval van de Spanjaarden vanuit het zuiden of oosten kon een signaal (waarschijnlijk een vuurbaken) worden verstuurd naar verderop geleerde troepen. In eerste instantie zal gebruik zijn gemaakt van bestaande hoogtes, zoals kerktorens en molens. 84 Tussen 1626 en 1632 werd een nieuw model redoute geïntroduceerd 85: een vierkante wachttoren, met spits dak en twee of vier torentjes op de hoek. Vermoedelijk waren ze uitgevoerd in baksteen. De benaming redoute doet vermoeden dat ze tevens voorzien waren van een omgrachting en wal. Vanuit deze torens kon de overzijde van de rivier worden geïnspecteerd op vijandelijke troepen. Om die reden treffen we deze redoutes dan ook voornamelijk aan op punten die zo dicht mogelijk bij de rivier lagen, zoals op de schaardijken. In de Nederbetuwe stonden acht redoutes tussen Zandwijk en de Rietkamer, waarv an zeven in de gemeente Neder-Betuwe: Echteld, IJzendoorn, Ochten, de Snor, Dodewaard en Hien. 86 Er vonden verschillende gevechtshandelingen plaats en ze werden periodiek bemand. 87 Na afloop van de Tachtigjarige Oorlog werden de redoutes afgebroken of verbou wd. Op de hoogtes werden daarna molens, boerderijen of woonhuizen gebouwd, die vaak nog de naam redoute behielden. Soms hield een stuk gracht het nog tot in de 20e eeuw vol, zoals bij De Rietkamer. 88
2.7.4
Reformatie
Voor de identiteit van de streek tot op vandaag was de reformatie tijdens de Tachtigjarige Oorlog van groot belang. Deels gekoppeld aan de strijd tegen de Spaanse bezetter won de protestantse benadering van het christelijk geloof – in de kern gevormd door de vijf sola’s – terrein ten opzichte van
84
Van Hemmen 2015 Honders 2011: 99-100 86 Mulder 2011: 85-86 87 Honders 2011: 106-107 88 Honders 2011: 110 85
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[40]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
het rooms-katholicisme. Dat betekende uiteindelijk dat alle kerken in het gebied overgingen naar de nieuwe staatsreligie, de nederduits-gereformeerde gezindte.
Figuur 20. Martin Luther, een Augustijner monnik uit het graafschap Mans feld, initieerde de reformatie die het kerkelijk landschap en de identiteit van de gemeente Neder -Betuwe tot op heden bepalen (bron: Wikimedia Commons, schilderij door Lucas Cranach).
Ook verdween een 15e-eeuws klooster, Mariëngaarde in Opheusden, in de jaren 20 van de 17e eeuw als gevolg van de vorderende reformatie. Heel hard ging het echter niet, want waar andere delen van Gelderland al rond 1595 naar het protestantisme overgingen, duurde het in Kesteren en Opheusden nog zeker 30 jaar langer. In Opheusden was in 1616 de eerste predikant benoemd. In Dodewaard was dit aanmerkelijk eerder, al in 1603. 89 Pas aan het eind van de 17e eeuw was de religieuze praktijk echt van alle ‘paapse stoutigheden’ bevrijd. Katholieke missionering vanuit het katholieke Brabant bereikte dit gebied nooit. 90 Of er schuilkerken waren in de Nederbetuwe is niet duidelijk, maar van een daadwerkelijke katholieke opleving lijkt nooit meer sprake te zijn geweest. Een poging van de katholieken van Dodewaard om de kerk van Hien te krijgen, mislukte. 91 Gelegen op het grensgebied tussen katholiek en protestants Nederland zou het gebied uiteindelijk tot de bevindelijker delen van protestant Nederland gaan behoren. Voor het landschap betekent dat, dat er naast de kerken van verschillende richting en in het protestantisme en een enkele hervormde begraafplaats geen sprake is van katholieke uitingen als beelden, kruisen en kapellen. Het zijn slechts die bouwdelen van de huidige kerken van vóór 1600 die nog refereren aan de vroegere rooms-katholieke context.
Kenmerkend voor een overwegend of uitsluitend protestants gebied zijn wel de gebouwen die aan de vele afsplitsingen toebehoorden. Te denken valt aan de gereformeerde kerk aan de Rijnbandijk, het gebouw van de gereformeerde gemeente in Nederland in Opheusden en de oud-nederduitsche gereformeerde gemeente aan de Tielsestraat in Opheusden. 92 De oude kerkgebouwen bleven
89
Tornga 1994: 47 Van Ingen 2001: 17-21 91 Tornga 1994: 58 92 Vlot 2001: 177 90
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[41]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
doorgaans in handen van de nederlands hervormde kerk, sinds 2004 de PKN. In Opheusden kwam zelfs een Moluks Evangelische kerkgemeenschap tot stand. 93
Sola … Tijdens de reformatie won een aantal beginselen van het ‘nieuwe christendom’ aan terrein en vormde de kern van het protestantisme: -
Sola fide: alleen door geloof. Alleen geloof kon lijden tot rechtvaardiging, niet het doen van goede werken.
-
Sola gratia: alleen door genade. Genade wordt door God rechtstreeks gegeven, niet via instrumenten als biecht en sacramenten.
-
Sola scriptura: de Bijbel is het woord van God en moet door iedereen gelezen kunnen worden.
-
Solus Christus: alleen Christus. Alleen Christus bemiddelt tussen de mens en God.
-
Soli Deo gloria: alle eer alleen aan God.
Achtereenvolgens wees men hiermee de aflatenhandel, sacramenten en biecht, autoriteit over de religieuze leer, bemiddeling via Maria, heiligen en priesters, en heil igenverering en Mariaverering af.
2.8 Nieuwste tijd (1800-heden) 2.8.1
Waterstaat
Normalisatie in de 19e eeuw De toestand van de grote rivieren begon aan het begin van de 18e eeuw zo te verslechteren dat deze aan het eind van de 18e eeuw onhoudbaar werd. Elk decen nium waren er meerdere grote overstromingen in het riviergebied: 1784, 1795, 1799, 1803,1809 en 1820 waren rampjaren voor de bewoners van het rivierengebied. 94
93 94
Papilaja 2001: 196 Van der W oud 2004: 95
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[42]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Figuur 21. Zandbanken in de Waal, ca 1850 (bron: TMK, ca 1850).
Een van de oorzaken van deze overstromingen was de verzanding van de rivieren, waardoor uitgestrekte ondiepten ontstonden, evenals zandbanken die ‘s zomers droogvielen. Dit leidde tot problemen voor de scheepvaart, maar ook voor de afwatering van de polders. Do or de verzanding nam de stroomsnelheid van de rivier af en begonnen de uiterwaarden op te slibben. Hierdoor nam de waterbergende capaciteit van de uiterwaarden af, waarop men reageerde met het ophogen van de dijken en het aanpassen van uitwateringssluizen. Toen de rivier zich met bedding en al boven het omringende land begon te verheffen, leidde dit tot een toename van kwelwater langs de binnenteen van de dijken.
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[43]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Figuur 22. Hetzelfde beeld als hiervoor, maar nu ná de normalisatie, ca 1900 (bron: Chromotopografische Kaart des Rijks, ca 1900).
De grootste gevaren deden zich voor aan het einde van de winter. Vanuit huidig perspectief waren deze winters zeer streng en was het niet uitzonderlijk dat complete rivieren dichtvroren. Wannee r na de vorstperiode de dooi intrad moest men er voor waken dat het drijfijs in beweging bleef. Wanneer de schotsen vastliepen vingen ze aandrijvend ijs op waardoor een gevaarlijke ijsmassa ontstond die over de dijk kon worden gestuwd. Zelfs het harde bevroren dijklichaam kon hierdoor beschadigd raken, hetgeen tot grote catastrofes leidde. Pas in de tweede helft van de 19e eeuw werd een meer blijvende oplossing gevonden gebaseerd op de waterbeweegkunde. 95 Deze theorie was in het midden van de 18e eeuw ontwi kkeld, maar nooit op grote schaal toegepast. De waterbeweegkunde ging er van uit dat door de hoofdstroom te geleiden de rivier
95
Van der W oud 2004: 101
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[44]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
zelf diepten kon uitschuren en daarna de bedding op diepte kon houden. De rivier werd bijgestuurd door de aanleg van kribben. Waar ernstige obstakels voorkwamen, bijvoorbeeld in de vorm van meanders of ondiepten, werden deze doorgraven. Uiteindelijk moest de rivier worden ingesloten met een korset van kribben met aan beide zijden voldoende uiterwaard die de onveilige schaardijken verleden tijd maakten. In de eerste fase werd een streefbeloop uitgemeten. Om de rivier hier heen te leiden werden strangen afgedamd en kribben aangelegd op plaatsen waar de rivier te dicht langs de dijk liep. Door kribben te verlengen of nieuwe aan te legge n werd de rivier langzaam richting zijn streefbeloop gedirigeerd. Toen de rivier zijn streefbeloop had gekregen brak de tweede fase aan. De rivier kreeg zijn korset van kribben die hem op zijn plaats zouden houden en voor voldoende diepgang zou zorgen. Buitenpolders De Marsch, nu gemeente Buren, was een buitenpolder met een zomerkade. Aan de zuidzijde lag de Nederbetuwse bandijk, die nu door de bebouwde kom van Kesteren loopt. De zware zomerkade werd op een zeker moment tot bandijk, waardoor de eigenlijke b andijk een slaperdijk werd. 96 De uiterwaarden van IJzendoorn en Ochten waren al heel vroeg bekaad met een eigen waterbeheer. Begin 19e eeuw ging het beheer van de IJzendoornse uiterwaarden op de schop.
Door een natte zomer van 1816 stonden de uiterwaarden blank en kon er niet gehooid worden. Doordat binnendijks de weilanden waren omgezet in akkers, vanwege de hoge graanprijs, kon ook daar geen gras worden geoogst. 97 Het gevolg was schaarste en een hoge hooiprijs. Om dit in de toekomst te voorkomen kwamen de geërfden van de uiterwaarden van Ochten, IJzendoorn en Echteld bijeen. In 1818 lieten ze om de buitendijkse gronden een zwaardere zomerdam verrijzen. 98 Geheel in het westen werd een sluis in de dam gelegd. De nieuwe polder ging Prins Willemspolder heten , genoemd naar de toenmalige troonopvolger, de latere Koning Willem II.
2.8.2
Landbouw
Boomteelt Opheusden kent een rijke geschiedenis als boomteeltcentrum, vooral gericht op de teelt van laan - en fruitbomen. Het is ook niet verbazingwekkend dat een gebied dat vanwe ge zijn bodemsamenstelling uitermate geschikt was voor de fruitteelt ook een deelgebied kent waar de bomen werden opgekweekt. De vroegste aanwijzingen daarvoor zouden uit het verpondingskohier van 1650 dateren; in de late 14e eeuw was er vermoedelijk nog geen boomteelt in Opheusden. 99 De omvang in 1650 was nog beperkt; er lijken 6 tot 9 bedrijven van boomkwekers geweest te zijn. Samen met de voor Opheusden destijds kenmerkende hopteelt was er sprake van arbeidsintensieve teelten. Vooral vanaf de tweede helft van de 18e eeuw nam de boom- en tabaksteelt in Opheusden toe, net als de fruitteelt. De minder lucratieve hopteelt verdween langzaam. In Opheusden deed zich dezelfde ontwikkeling voor als enkele eeuwen eerder in Gouda en Boskoop. Waarschijnlijk ging het in veel gevallen om boeren met een bijverdienste in de boomteelt. 100 Daarna ging de vraag naar bomen met de economische situatie op en neer. 101 Tot
96
Hol 1977: 75 Van Hemmen & Heunks 2007: 23-24 98 Hol 1977: 78-79 99 Doorenbos 1950: 39 100 Doorenbos 1950: 41-42 101 Schalk 2001: 261 97
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[45]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
op heden is de boomkwekerij een agrarische sector van enorm belang in Opheusden en omgeving, en bepaalt het het karakter van het dorp.
Figuur 23. Boomteelt bij Opheusden, 19 juni 1953 (bron: Gelders Archief, archief Gelderse Komgrondencommissie, inventarisnummer 876).
Ruilverkaveling Na de Tweede Wereldoorlog werd het middel van de ruilverk aveling ingezet om een veelheid aan problemen in het agrarisch cultuurlandschap te verbeteren. Het ging bijvoorbeeld om ontsluiting, waterbeheersing, de ligging van bedrijven en de verkaveling van gebieden. In het rivierengebied was de afwatering van de komgebieden en verplaatsing van bedrijven naar de komgebieden vaak heel expliciet aan de orde. In de Betuwe gaat dat vooraf aan de aanleg van de A15, waar in de wegenstructuur al op werd geanticipeerd. Het grondgebied van de gemeente Neder-Betuwe viel maar liefst onder vijf ruilverkavelingen, te weten Ochten-Dodewaard (1947-1959), Kesteren-Opheusden (1950-1959), Echteld-Lienden (1953-1968), Over Betuwe-Zuid (1961-1973) en Over Betuwe-Noord (1971-1986). 102 Naarmate de tijd vorderde, werden er steeds meer maatschappelijke belangen in de plannen geïntegreerd. In de Ruilverkavelingswet 1939 was al een plan van wegen en waterlopen verplicht gesteld. Het landschapsplan als gegeven deed zijn intrede met de Ruilverkavelingswet van 1954. Later zijn er ook landinrichtingen uitgevoerd in het reeds ruilverkavelde gebied om nieuwe problemen het hoofd te bieden, zoals het Landinrichtingsproject Ochten-Opheusden. De betekenis van deze ruilverkavelingen voor het historisch cultuurlandschap is een afzonderlijke studie waard en ka n hier niet uitputtend
102
Van Blerck e.a. (2019) gaan abusievelijk uit van alleen de eerste drie.
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[46]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
worden behandeld. 103 Hoofdzaak is dat de plannen die in het kader van de vroegere ruilverkavelingen werden ontwikkeld vaak een zeer functioneel karakter hadden, en de aandacht voor erfgoed nog beperkt was. Vaak werden kleine gebiedjes van natuurwetenschappelijke aard gemarkeerd en in het plan gespaard. Er werd veel aandacht besteed aan de groenstructuur. Naarmate de tijd verbreedde het accent van alleen verbetering van de omstandigheden op de oeverwallen binnen de oude dorpspolders tot ook het ‘koloniseren’ van de komgebieden en zelfs het grootschalig beplanten van de kommen. 104 Qua structuur hebben we de wegenstructuur en de groenstructuur in de kenmerken - en waarderingskaart meegenomen (zie § 5.3.1 en § 5.8).
Figuur 24. Monument ter herinnering aan de ruilverkaveling Ochten -Dodewaard (foto: RAAP, 29 november 2019). Het is ook op kaartbijlage 2 en 4 (bouwkunst) opgenomen.
103 104
Zie hiervoor Van Blerck e.a. 2019. Van Blerck e.a. 2019: 11
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[47]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Voor ons onderzoeksgebied relevant is dat het Ministerie van Defensie in 1949-1950 het voormalige verdedigingswerk ‘de Linie Ochten de Spees’ opgaf in verband met de ruilverkaveling Ochten Dodewaard. 105 Vooral op waterstaatkundig gebied veranderde er veel, zowel op hoofdniveau als een fijnere schaal. Onder meer werd de Linge fors aangepakt, onder meer door de Weteringswal tussen de beide lopen te amoveren, waardoor één afwatering ontstond. In de ruilverkaveling Kesteren -Opheusden werd de zuidelijke spoorsloot van de lijn Elst -Dordrecht opgenomen in het afwateringssysteem. 106 Een ander effect van het aanpassen van het afwateringssysteem was de afkoppeling van de Polder De Mars in Lienden (nu gem. Buren) van het boezemwater tijdens de ruilverkaveling Echteld -Lienden. 107 In de kartering en waardering hebben we de wegen van vóór 1966, voor zover nu nog bestaand, meegenomen (zie ook § 5.3). Ook de bebouwing uit die periode is beoordeeld en waar relevant opgenomen.
2.8.3
Steenfabricage
De kleinschalige nijverheid uit vroeger eeuwen, het bakken van stenen met klei uit de uiterwaarden, groeide in de loop van de 19e eeuw uit tot een belangrijke bedrijfstak. Vroege steenovens waren bijvoorbeeld De Spees in Opheusden (vóór 1819 – 1916), de Briquetterie te Dodewaard (1812), veldsteenoven van Snoeck (vóór 1809 – vóór 1820), de steenoven ‘Valendries’ in Hien (ca 1775 – 1872) en een veldsteenoven in de Hiensche Waard (1868-1871). Vanaf de late 19e eeuw kwam er een tweede generatie op, namelijk die van veel grootschaliger steenfabrieken. In of n abij de gemeente Neder-Betuwe liggen de steenfabriek ‘Schipperswaard’ in de Prins Willemspolder te Echteld (1840 heden), de steenfabriek van Jan van Lutterveld (1855-1886), de steenfabriek ’De Hooge Waard’ te Ochten (1869-ca 2002), steenfabriek ‘De Mandemaker’ in IJzendoorn (1854-2002), de pannenbakkerij aan de Welijsche Straat te Hien (1853-1905), de steenfabriek ‘De Muizentoren in de Hiense Waard (1881-heden), steenfabriek ‘Wolfswaard’ in Opheusden (1928 – heden) en een steenfabriek te Ochten (1961-2003). Al met al zijn ze een belangrijke werkgever voor de bewoners van de dorpen geweest vanaf de late 19e eeuw.
2.8.4
Oorlog en defensie
Stelling in de Neder-Betuwe en het Werk bij Ochten De Grebbelinie werd tussen 1742 en 1755 aangelegd in het kader van de dreigin g van de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748). Al in de voorbereiding daarvoor was er sprake van een verlenging door de Betuwe, maar dat bleef lang bij plannen op papier. Toen de Fransen in 1793 het zuiden binnenvielen, werd opnieuw het gevaar van een omtrekkende beweging door de Betuwe gezien. In 1794 werd een plan gepresenteerd tot het maken van een waterlinie in de Betuwe, met een sluis in de Rijndijk bij Opheusden. Een dijk dwars door de Betuwe moest het water tegenhouden, met twee versterkingen aan de Rijn- en Waaldijk. Na het schaven aan de plannen werd in 1799 nog in alle haast, vanwege een dreiging, een linie aangelegd tussen De Spees en Ochten. 108 Deze bestond in hoofdzaak
105
Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Defensie: Gewoon en Geheim Verbaalarchief en daarbij opgelegde bescheiden, nummer toegang 2.13.151, inventarisnummer 6264, nr. 72 106 Regionaal Archief Rivierenland, Archief van de Ambt, dijkstoel en polderdistrict van Nederbetuwe 1509 -1981 (1040), inventarisnr. 1768 107 https://www.molendatabase.nl/nederland/molen.php?nummer=238 108 Deys 2011: 143-149; Van Ingen e.a. 2000
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[48]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
uit het Werk aan De Spees bij de Rijn en het Werk bij Ochten aan de Waal, met daartussen een liniewal met gracht.
Figuur 25. Het fort De Spees is enkele decennia geleden gerestaureerd en van informatiepanelen voorzien (foto: RAAP, 29 november 2019).
Bij Ochten werd een aardwerk met gracht aangelegd dat de Waaldijk die hier een acces vormde moest beschermen. Bij de aanleg van het werk werd handig gebruik gemaakt van bestaande wielen, die hier als natuurlijke grachten gingen fungeren. In 1850 werd nog wel gepleit voor een herstel, maar daarvan is het nieu w gekomen. 109 Bij de aanleg van de spoorlijn Elst-Dordrecht in 1882 werd de liniedijk ter hoogte van de nieuwe spoorlijn versterkt met twee aardwerken. Na de Eerste Wereldoorlog verviel de linie. In 1926 kregen de burgemeesters van Echteld en Kesteren toestemming om de twee schansen af te graven. Daardoor verdween die van Ochten wel, maar Kesteren niet. 110 Bij de mobilisatie had de stelling toch weer een rol. 111 Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd bij Ochten een batterij aangelegd, uitgerust met drie kanonnen. 112 In 1951 werd de Grebbelinie opgeheven. Bij de ruilverkaveling van de Neder -Betuwe in de jaren 1960 is de liniedijk voor het grootste deel geslecht. Het werk bij Ochten is geheel verdwenen.
109
Deys 2011: 152-153 Van den Hatert 2011: 218 111 Van den Hatert 2011: 219 112 www.forten.info 110
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[49]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Tweede Wereldoorlog Oorlogshandelingen De mobilisatietijd (1939-1940) en de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) vormden een ingrijpende periode in de geschiedenis van de gemeente Neder-Betuwe. Niet alleen gevechtshandelingen en daarmee gepaard gaande verwoestingen en sterfgevallen hakten flink in de Betuwse gemeenschappen in, maar ook de inkwartiering zorgde voor een verandering van het dagelijks leven. De stellingen die de ingekwartierde militairen moesten graven betekenden een kleine kaalslag in het landschap, omdat er boomgaarden gerooid moesten worden. Militairen bewaakten de Grebbelinie en Betuwestelling 113, de bevplking werd geëvacueerd. De meidagen van 1940 zorgden onder meer voor een verwoesting van de kerktoren van Opheusden. Na ruim vier moeilijke oorlogsjaren trokken geallieerde militairen in de context van de operatie Market Garden op 23 september 1944 Opheusden en Dodewaard binnen. De Betuwe en daarmee het grondgebied van het huidige Neder-Betuwe bleef echter frontgebied. Opnieuw moest er worden geëvacueerd. Bovendien blies de bezetter de Rijndijk bij Driel op, waardo or de Engelsen gestopt moesten worden in hun opmars. De Betuwe stroomde vol en veel vee ging verloren. Ook vele inwoners sneuvelden. De daadwerkelijke bevrijding vond in april 1945 plaats, door Canadese en Belgische troepen.
De dorpen waren grotendeels verwoest, en in die toestand troffen de terugkerende bewoners hun oude woonplaatsen aan. Ochten en Opheusden waren het zwaarst getroffen, terwijl IJzendoorn, Echteld en Dodewaard er relatief nog het beste vanaf waren gekomen. Werk Om werkgelegenheid te creëren werd in 1941 door de Rijksdienst voor de Werkverruiming, in 1939 opgericht, een werkkamp aangelegd aan de Nieuwe Dijk in de gemeente Echteld. Het stond wel onder de namen Kamp Ochten, Kamp Overbroek en Kamp Kesteren bekend. Na verloop van tijd werden er ook joden gehuisvest, die in de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden weggevoerd naar Westerbork. Daarna werden er leden van de Nederlandse Arbeidsdienst gehuisvest, en vanaf 1944 arbeiders die de verdedigingsdijk van de Grebbelinie moesten herstellen. Na d e oorlog kreeg het kamp nog vele andere functies; de bebouwing werd in 1970 gesloopt. Daarna verdwenen delen onder de oostelijke afrit van de A15 en onder de Betuweroute.
113
Borgstein 2011
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[50]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Figuur 26. Opmetingstekening van het kamp, opgemeten in 1946 (bron: Kadaster, kadastrale gemeente Ochten, sectie A, veldwerkkaartjes, nummer 13).
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[51]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
3 Methoden en bronnen 3.1 Inleiding Er is van verschillende bronnen gebruik gemaakt om de kaarten samen te stellen (zie hierna). De ‘Schatkist’ moet daar even afzonderlijk bij vermeld worden. Vaak is in het kader van het samenstellen van een cultuurhistorische waardenkaart een klankbordgroep betrokken. In dit geval heeft zo’n klankbordproces al voordien plaatsgevonden. Het resultaat daarvan was de ‘schatkist’. Alle tastb are, materiële elementen daaruit zijn meegenomen in de afweging voor de cultuurhistorische waardenkaart. Indien er uit die categorie elementen of deelgebieden zijn opgenomen, is in het GIS -bestand een kolom ‘schatkist’ opgenomen met daarin een aanduiding zoals die ook voorkomt op de kaart in de ‘schatkist’. Zo is steeds een duidelijke relatie tussen beide inventarisatieprocessen te leggen.
De inhoudelijke informatie over typering en waardering in de hoofdstukken 4, 5 en 6 is slechts een deel van de informatie. Voor zowel landschap als bouwkunst dat in de achterliggende GIS bestanden nog veel inhoudelijke informatie per gebied en element is opgenomen. In dit rapport stippen we slechts de grote lijnen aan.
3.2 Cultuurlandschappen 3.2.1
Inventarisatie
Het landschap van Neder-Betuwe is een complex geheel dat is ontstaan onder invloed van natuurlijke en menselijke factoren. Daarbij speelde allereerst de geologie een rol. De mens heeft zich laten leiden door de aardkundige uitgangssituatie en deze door het gebruik ook deels zelf aangepast. Bij de typering van het historisch cultuurlandschap beschrijven we de wijze waarop de mens haar invloed heeft laten gelden in het landschap, daarmee het natuurlijk landschap geleidelijk heeft omgevormd, en welke elementen daarmee samenhangen. Landschap in lagen De genese van het landschap kan op verschillende manieren worden ontrafeld. 114 Eén van de manieren om inzicht te krijgen in deze complexe materie is de ontleding ervan middels een zogenaamd lagenmodel. Hierbij wordt inzichtelijk gemaakt hoe opeenvolgende fasen in de landschapsontwikkeling zich ten opzichte van elkaar verhouden. 115 Het model biedt ruimte voor uiteenlopende invalshoeken, zoals infrastructuur, landgebruik, occupatie, territoria, etc., en biedt daarnaast ruimte om de ontwikkelingen van deze lagen door de tijd inzichtelijk te maken. Een voorbeeld is hoe het 19e -eeuwse areaal aan boomgaarden zich verhoudt ten opzichte van de situatie aan het einde van de 20e eeuw. In de landschapstypering en -beschrijving hebben we aspecten van deze lagenbenadering meegenomen.
114 115
Hidding e.a. 2001: 12 Hidding e.a. 2001: 8
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[52]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
Landschapstypologie De Topografisch-Militaire Kaart (TMK) is de vroegste landsdekkende kaart waarbij op perceelsniveau bebouwing, landgebruik én landschapselementen zijn gekarteerd. Deze kaart ook inhoudelijk de meest complete en geografisch meest correcte laag waarop het landschap uit de 19e eeuw van het onderzoeksgebied zichtbaar is. De TMK vormt dan ook het uitgangspunt bij het inzichtelijk maken van de landschapsontwikkeling in de gemeente. Vooral met behulp van deze kaart is een landschapstypologie opgesteld. Het gevectoriseerd kadastraal minuutplan (HisGIS) is daarbij ondersteunend geweest. Voor ons zicht op eerdere tijdslagen zijn we afhankelijk van archeologische en schriftelijke bronnen. Deze leveren echter zowel ruimtelijk als in temporeel opzicht een versnipperd beeld dat lastig toepasbaar is op het gewenste schaalniveau. Dit probleem is deels o ndervangen door aan de hand van de landschapstypologie niet alleen het 19e-eeuwse landschap maar ook de ontwikkelingen daarvoor te beschrijven. Het 19e-eeuwse landschap is dus slechts een hulpmiddel om de voorgaande perioden en de periode daarna te beschrijven en mag niet als eindstadium of hoogtepunt van het historisch cultuurlandschap worden gezien.
Jongere landschappen In de 20e eeuw heeft zich een aantal grootschalige ruimtelijke transformaties voorgedaan, waarvan de opkomst van de steenindustrie, de verandering in het agrarisch grondgebruik (incl. de ruilverkavelingen) en de bevolkingstoename de belangrijkste zijn. Hierbij zijn nieuwe lagen aan het landschap toegevoegd, waarbij soms wel en soms niet rekening is gehouden met de toen aanwezige cultuurhistorische kwaliteiten in het landschap. De mate waarop deze cultuurhistorische kwaliteiten zijn opgenomen in deze nieuwe laag blijkt wanneer we het kaartbeeld van 1850 vergelijken met het huidige landschap en met kaartbeelden uit de tussenliggende periode. Met name de topografische kaart uit ca. 1965 heeft een belangrijke rol binnen de typologisering gespeeld. Kartering De kartering zoals we die hier presenteren gaat primair uit van landschaps - en dorpstypen zoals die op basis van historische informatie te onderscheiden en begrenzen zijn. Op basis van een vergelijking met de huidige situatie biedt dit een goed vertrekpunt om in beheer en planontwikkeling keuzes te maken. Die keuzes hebben dan betrekking op het behoud en herstel van historische karakteristieken die het ene landschap of dorp anders maken dan het andere. Deze kenmerken, die we in deze rapportage ook beschrijven, dienen daarnaast ter inspiratie bij nieuwe ruimtelijke opgaven.
Historische contrasten tussen verschillende landschapstypen, zowel de hoo fdlijnen als subtiele verschillen, kunnen versterkt worden. Daarvan profiteert niet alleen het landschap zelf, maar ook bijvoorbeeld de gebruikers, bewoners en recreanten die elk op hun eigen manier met het landschap te maken hebben. Het karteren van landschaps- en dorpstypen dient systematisch en consequent plaats te vinden. Binnen elk landschaps- en dorpstype zou de variatie zo gering mogelijk moeten zijn. Uiteraard is dat nooit volledig te bereiken, omdat het landschap per definitie veelvormig is en je a ltijd zult moeten generaliseren. Desondanks zijn de afgelopen jaren met succes classificatiesystemen voor het
RAAP-rapport 4219 / versie 06-12-2021
[53]
'... daar slingert zich de zware dijk door de vruch tbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder-Betuwe
historisch cultuurlandschap ontwikkeld, passend in een Wageningse traditie van landschapstypologie bij de Stichting voor Bodemkartering en zijn op volgers. 116 Onderscheiden eenheden De manier van classificeren die we voor het landschap van het onderzoeksgebied hebben toegepast, sluit dus aan op wat we de Wageningse methode kunnen noemen. In de kern komt het erop neer dat we op basis van de kenmerken van het landschap in het midden van de 19e eeuw het landschap in een aantal hoofdtypen indelen, die vervolgens weer onderverdeeld zijn in subtypen. Zoals gezegd, heeft voor de kartering van de landschapstypen de Topografisch -Militaire Kaart van Nederland in combinatie met de topografische kaart uit ca. 1965 – en andere tussentijdse kaarten - een belangrijke rol gespeeld als ijkjaar. Op basis van deze kaart zijn de grenzen tussen de verschillende landschapstypen, zowel op hoofd- als op subniveau, getrokken. 117 Daarnaast hebben we heel expliciet gekeken naar secundaire functies die op sommige plekken het landschap heel anders hebben doen ontwikkelen dan op plekken waar het landbouwkundig gebruik werd voortgezet. Na kartering van de hoofdlandschapstypen werden deze verdeeld in kleinere gebieden (subtypen), waarbij als stelregel werd gehanteerd dat een belangrijk deel van de ruimtelijke variatie binnen deze subtypen gevangen moest worden.