CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 13 - Cultuurhistorische quickscan

Raadsvergadering 24 februari 2022, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Ontwerp-bestemmingsplan14.881 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[25]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Onder het schietgat is een beugel voor de voeten van de schutter aanwezig. De onderhoek is hier op de wapening na volledig weggeschoten. In het plafond is de wapening deels zichtbaar geworden. Hier zijn echter geen bevestigingen voor ophanging van de afzuiging te zien. FH MAB 2021 54 Afb. 41 Interieur oostelijke kazemat met zicht op de noordelijke zijgevel. Rechts is nog net het linker schietgat zichtbaar met de beugel voor de voeten van de schutter. In het plafond is de wapening deels zichtbaar geworden. Hier zijn echter geen bevestigingen voor ophanging van de afzuiging te zien. Wel zijn in de zijgevel twee bevestigingspunten aanwezig en links boven in het plafond ijzeren buizen van een afzuiging. FH MAB 2021

55

Afb. 42 Interieur oostelijke kazemat met zicht op de zuidelijke zijgevel. De gevel is links onder door een treffer op de wapening na geheel weggeslagen. Ook zijn twee ronde inslaggaten zichtbaar waardoor granaten in de kazemat zijn gedrongen. In het plafond is de wapening deels zichtbaar geworden. Hier zijn echter geen bevestigingen voor ophanging van de afzuiging te zien. Wel zijn in de zijgevel twee bevestigingspunten aanwezig. FH MAB 2021

56

Afb. 43 Interieur oostelijke kazemat met zicht op het linker dichtgemetselde schietgat. Rechts van het schietgat zijn vier bevestigingspunten voor de pomp van de waterkoeling van het machinegeweer zichtbaar. Onder het schietgat is een beugel voor de voeten van de schutter aanwezig. De onderhoek is hier op de wapening na volledig weggeschoten. In het plafond is schade door scherven zichtbaar. Hier zijn echter geen bevestigingen voor ophanging van de afzuiging te zien. FH MAB 2021

57

Afb. 44. De met puin en rommel bezaaide vloer onder de entree in de achtergevel. De ijzeren trapbeugels van de entree zijn nog aanwezig. FH MAB 2021

58

Bijlagen: Bijlage 1. Van bomvrije gebouwen naar kazematten

Kaartbijlagen: Kaartbijlage 1. Overzicht op hoofdlijnen van de gehele Betuwelinie Kaartbijlage 2. Luchtfoto uit 1939 van het noordelijk deel van de Betuwelinie met de situatie aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Kaartbijlage 3. Herkenbaarheid van de liniedijk, (tank)grachten en kazematten het noordelijk deel van de Betuwelinie. Kaartbijlage 4. Zoekgebied voor verplaatsing.

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[26]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Bijlage 1. Van bomvrije gebouwen naar kazematten Vestingbouw versus geschut Door de introductie van het geschut in de oorlogsvoering bleek al snel dat de middeleeuwse verdedigingswerken zoals de kastelen en vestingwerken (stadsmuren met muurtorens en stadspoort en) rond steden ondanks hun dikke gemetselde muren bij beschietingen niet lang stand konden houden. Aan het einde van de 15e eeuw ging men in Italië de stadsverdediging aanpassen nadat daar voor het eerst het kanon werd ingezet. Italiaanse vestingbouwers verlaagden de bestaande middeleeuwse stadsmuur en braken waltorens tot op muurhoogte af. Hierdoor kon het horizontaal schietende kanon zowel als verdedigings- als aanvalswapen worden ingezet. De wiskunde werd gebruikt om rekening te houden met het schootsveld waardoor de nieuwe karakteristieke stervorm van de vestingstad werd bepaald. Het in die periode ontstane Italiaans vestingstelsel of Oud-Italiaans vestingstelsel is een vroege vorm van vestingbouw met bastions. Kenmerkend zijn de lange courtines (recht verlopende hoofdwal) met kleine bastions, voorzien van teruggetrokken flanken met daarin kazematten. Kazematten en bomvrije gebouwen Kazematten werden geïntroduceerd in de Italiaanse vestingbouw. Het waren tegen vijandelijk vuur gedekte en van een schietgat voorziene ruimten voor de opstelling van een vuurwapen.

Niet alleen de kazematten moesten tegen vijandelijk vuur dekking geven, maar ook andere bij de vesting behorende bouwwerken waarin mensen verbleven of waar kruit en munitie werd opgeslagen. Ze werd en dus allemaal opgezet als zogenaamde bomvrije gebouwen, waarbij door dikke muren en zware gewelven opgebouwde ruimten werden voorzien van een aarden dekking, soms alleen op de gewelven, maar soms ook rondom het bouwwerk, waardoor alleen de toegang in de ontstane heuvel zichtbaar was. In aanvang maakten de kazematten altijd deel uit van een vestingwerk. Ze werden ondergebracht in grote rondelen, maar ook in de teruggetrokken flanken van de eerste bastions van het Italiaanse stelsel, waar ze het gebied direct voor de hoofdwal konden bestrijken (afb. 1) Naast het uitzonderlijk vroege voorbeeld van een bastion met kazematten volgens Italiaans model in Ravenstein is in dezelfde periode in Nijmegen een vestingwerk met geschutskelders ontstaan van een ander type, bekend onder de naam bastei. Het is een grote rondeelachtige constructie, gebouwd aan de voet van de Valkhofburcht die onderin, kort boven de waterlijn van de rivier de Waal, enkele door een ringvormige overwelfde gang onderling verbonden geschutskelders bezit.

Deze bastei bezit alle kenmerken van een ontwerp dat kort daarvoor door de beroemde kunstenaar Albrecht Dürer is ontwikkeld en dat als een voorloper van een bastion kon worden beschouwd (afb. 2) Nog in het midden van de 16 de eeuw bouwde men forten en verdedigingswerken met rondelen waarbij naast open geschutsplatforms ook kanonkelders werden toegepast. Uiteindelijk gaf men in de vestingbouw echter de voorkeur aan geschutsopstellingen in de buitenlucht op de wallen van de courtines en bastions of een combinatie met halfopen kazematten zoals de Haxo-kazemat (afb. 3 en 4) Plaatsing van geschut in een volledig overdekte ruimte stuitte op immers op praktische problemen (verstikking door kruitdampen, gehoorschade door teveel gedreun, waarbij de constructie tevens door trillingen kon verzwakken).

In het tweede helft van de 18 e eeuw ontwierp René de Montalembert weer verdedigingswerken met kanonkelders/kazematten. Hij realiseerde zich dat een belegering vooral een artilleriegevecht was. Daarom bedacht hij de “loodrecht fortificatie”. Hij stelde de kanonnen op in een reeks dicht tegen elkaar

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[27]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

in kazematten op plekken waar het nodig was. Zo kon er altijd meer vuurkracht geleverd worden door de belegerde stad of vesting dan door de belegeraar. Montalembert bedacht hiervoor onder meer een ronde of een vierkante toren centraal in het fort, die ruimte bood aan drie reeksen van boven elkaar geplaatste kanonnen. Het geheel werd omringd door een reeks van kazematten . (afb. 5) Om zich bij beschietingen snel en veilig te kunnen verplaatsen werden soms ook onderaardse gangen aangelegd, terwijl men ook overwelfde bouwwerken ter beschutting plaatste in het aarden wallichaam (voorlopers van bomvrije gebouwen). Gedurende de 18 de eeuw werd het geschut steeds krachtiger, waardoor ook de voor forten en vestingwerken belangrijke gebouwen voor legering en opslag steeds meer beschermd moesten worden tegen granaatinslagen. De behoefte aan zogenaamde “bomvrije” gebouwen nam hierdoor toe. In ons land verschenen in de vroege 19 de eeuw, eerst onder invloed van de Franse vestingbouwers forten met bomvrije torens (zogenaamde Tour Modèle) en schuilplaatsen. Deze zware stenen torens met gronddekking op het dak waren net als de toren van Montalembert voorzien van geschut in overwelfde ruimten . De Engelsen gebruikten voor kustverdediging onder meer de Martellotoren, een 19 e -eeuws torenvormig kustverdedigingswerk, genoemd naar een versterkte kustwachttoren op Corsica .

Deze torens hadden overwelfde ruimten en waren doorgaans voorzien van geschut op het bovenvlak en voornamelijk toegepast in het Britse imperium (afb. 6). Forten en linies in de 19 de eeuw Bij de aanleg van de Nieuwe Hollandse Waterlinie ontstonden in het tweede kwart van de 19 de eeuw veel nieuwe forten en werden bestaande forten gemoderniseerd. Hierbij nam de aanleg van bomvrije gebouwen snel toe. De kern van het fort was het meestal ronde of ovale torenfort, vaak met onderkeldering en een verblijfs- en geschutsverdieping (afb. 7) Beide bouwlagen hadden dikke gemetselde muren en zware gewelven over de verschillende ruimten en als afdekking was een tot 3 meter dik grondpakket gedacht. Al bij deze torenforten werd dit grondpakket niet alleen gebruikt als “bomvrije” laag, maar tevens als filterlaag voor regenwater dat uiteindelijk via de afgeschuinde vlakken op de gewelven liep naar afvoeren die in de dikte van de wanden tussen ruimten waren gemetseld en uitmonden in waterkelders. Op deze wijze kon men bij belegeringen beschikken over grotere voorraden drinkwater. Na het midden van de 19 de eeuw werden steeds meer bouwwerken in deze forten bomvrij uitgevoerd, zoals munitie- en kruitmagazijnen, kanonkelders, capponières, hospitalen en schuilplaatsen. Meestal werden deze bouwwerken uitgevoerd als overwelfde ruimten met een gang en een naar h et binnenterrein gerichte frontgevel.

Het hele bouwwerk werd daarbij met uitzondering van de frontgevel overdekt met een heuvelvormig grondpakket. Bij de nieuwe forten werd geen torenfort meer gebouwd maar een bomvrije kazerne, die in aanvang nog als laatste verdediging tegen reeds in het fort doorgedrongen aanvallers werden omgeven door een (meestal) droge gracht. Onder meer het uit 1865 daterende kazernegebouw van het fort Westervoort had oorspronkelijk een droge gracht voor de kazerne en ophaalbruggen. Bij de bomvrije gebouwen uit het derde kwart van de 19 de eeuw zijn de gewelven van de verschillende ruimten nog niet tot in de frontgevel doorgezet, maar sluiten hier koud op aan, zoals onder meer zichtbaar is bij de kazerne van fort Westervoort uit 1865. Men zou echter spoedig ervaren dat bestaande constructies niet meer zouden voldoen. Omstreeks 1860 was er namelijk een keerpunt in de artilleriegeschiedenis die veel invloed had op de vestingbouw. Door een kanonsloop een spiraalvormige profilering te geven kreeg een granaat een roterende beweging waardoor de draagkracht van een granaat toenam van 1400 meter bij geschut met een gladde loop naar 4000 meter met de gegroefde loop. In de Frans-Duitse Oorlog werd bij het toen door de Duitse troepen gebruikte m oderne krachtige geschut met

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[28]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

deze grote reikwijdte ook nog eens geschoten met de nieuwe brisantgranaten die bij inslag door explosie veel meer schade aan konden richten. Hierdoor kon men van betrekkelijk grote afstand korte metten maken met de toen nog gangbare versterkingen en bomvrije gebouwen. Uit de in 1871 voorgelegde nieuwe Vestingwet (in 1874 bekrachtigd) bleek de noodzaak tot verbetering van de vestingen en forten en werd voor met name de verdediging van de kust gevraagd om zogenaamde pantserforten, met zwaar geschut in gietstalen geschutskoepels (afb. 8). Men probeerde tevens om de bouw van bomvrije gebouwen te verbeteren, om zo verwoesting door brisantgranaten te voorkomen. De oudere gebouwen bezaten naast de aarden dekking meestal zuivere tongewelven, die aan de uiteinden koud tegen de kopgevels waren geplaatst. De jongere gewelven kregen een segmentboogvorm, waardoor de aanzet hoger kon worden aangebracht en de inwendige nuttige ruimte toenam. Verder werden de gemetselde gewelven in hun stabilitei t verbeterd door ze samen te stellen uit drie (bij de munitiemagazijnen soms zelfs vier!) op elkaar geplaatste gewelfschillen, die elk steens dik werden opgemetseld. Deze gewelven werden tevens in de gevels doorgetrokken en zijn hierdoor ook aan de buitenzijde in het gevelwerk als gestapelde bogen zichtbaar. We zien in de gevel als het ware een doorsnede van deze gewelven (afb. 9).

Door de schilsgewijze opbouw en de oplegging in de gevels was de kans dat een gewelf het in zijn geheel zou begeven bij een gra naatinslag kleiner geworden dan bij de oudere bouwwijze waarbij een monoliet gewelf bij de kopgevels koud hiertegen aansloot. Ook verkleinde men de kans op lekkages na zettingen langs de naden waar de gewelven aansloten op de gevels, door deze naden te vermijden en de gewelven door de gevel te steken. Bomvrije gebouwen in beton Het is opvallend dat men voor de grotere bouwwerken zoals de bomvrije kazernes, hospitalen en grote projectielen- en kruitmagazijnen na 1850 nog als hoofdmateriaal baksteen gebruik te. In dezelfde periode introduceerde men voor de kleinere werken (bomvrije schuilplaatsen, keermuren van geschutsposten) ongewapend beton (brikkenbeton) als belangrijkste bouwmateriaal. De in het zicht gelegen muurvlakken van de gevels met entrees bij deze vroege voorbeelden van betonnen gebouwen werden afgewerkt met een grijze cementpleister en middels groeven voorzien van een klassiek aandoend blokkenpatroon. Een goed voorbeeld is het entreegebouw van fort Sabina, dat werd uitgevoerd in brikkenbeton en voorzien werd van een neoclassicistisch uiterlijk met naast het blokverband ook geblokte klassieke pilasters (afb. 10).

Met name in de militaire architectuur is men in Nederland al in de tweede helft van de 19 de eeuw beton als bouwmateriaal gaan inzetten. Aanvankelijk was dit het zogenaamde brikkenbeton (brik komt van “brick” het Engelse woord voor baksteen). Brikkenbeton is dan ook samengesteld uit gemalen metselsteen, met kleine, maar soms forse brokken baksteen) en betonspecie, waarin ook vaak nog tras aan was toegevoegd. Het brikkenbeton werd ook gestort in bekistingen. Beton met ijzerbewapening was al wel bekend, maar men gebruikte het bij forten nog niet omdat men bang was dat de wapening de trillingen bij het inslaan van een salvo zouden doorgeven en het beton kapot zou springen. Het gebruikte brikkenbeton is een relatief zacht materiaal. Het absorbeert geluid, wat ook in militaire toepassing als een voordeel werd gezien. Aan de buitenzijde werd het afgewerkt met een laag cementpleister van portlandcement (afb. 11). Na de Eerste Wereldoorlog raakte Defensie zich er van bewust onder leiding van de belangrijke pleitbezorger kapitein P. W. Scharroo (hij publiceerde in 1913 al over gewapend beton) dat ongewapend beton voor bunkers en andere militaire verste rkingen niet toereikend zou zijn. Naast brikkenbeton werd ook stampbeton toegepast.

Stampbeton is een ongewapende betonvorm die nog lang is toegepast voor funderingen, vloeren en dergelijke en waarbij de dichtheid door aanstampen werd verkregen. Later gebeurde dit ook door schokken en trillen.

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[29]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Het gewapend beton in de militaire architectuur tussen 1900 en 1920 17 ‘Voor alles bedenke men bij de beschouwing over de waarde van duurzame werken, dat de kracht meer bepaald wordt door eene moreel hoogstaande bezetting, dan door de aanwezigheid van veel beton en staal’ 18 In 1920 maakten twee Nederlandse genieofficieren, majoor J.C. Cramwinckel en kapitein J.H. de Man, een studiereis naar de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog. 19 De streek rond Verdun in NoordFrankrijk en de streek rond de IJzer in West-Vlaanderen hadden daarbij speciaal hun belangstelling. Doel van de reis was om meer inzicht te krijgen in het gebruik van gewapend beton in wat ‘duurzame veldversterkingen’ werden genoemd. De term ‘duurzaam’ werd in va kkringen gebruikt om het onderscheid aan te geven met ‘tijdelijke veldversterkingen’, waar doorgaans loopgraven mee werden aangeduid. Tijdelijke en duurzame versterkingen tezamen vormden het ‘terrein als strijdmiddel’. De totale verwoesting in de frontstreek, niet alleen van de bebouwing en de begroeiing maar ook van het terrein zelf, hebben de Nederlandse genisten dus met eigen ogen kunnen aanschouwen. Het terrein als strijdmiddel is vermoedelijk nergens zo zwaar op de proef gesteld als in Verdun.

Voor Cra mwinckel en De Man, die beide tijdens de periode 1914-1918 al publiceerden over veldversterkingen en de toepassing van gewapend beton, moet het een interessante ervaring zijn geweest om hun grote theoretische bouwkundige kennis te kunnen toetsen aan wat zij aantroffen op het verlaten slagveld. 20 De conclusies en aanbevelingen in hun verslag wijken overigens in het algemeen niet af van wat zij voor hun reis te zeggen hadden over het gebruik van gewapend beton; veeleer vonden zij in Frankrijk en Vlaanderen bevestiging van de ideeën die in het Nederlandse leger anno 1920 gangbaar en in handboeken vervat waren. Het eerste gebruik van beton in militaire verdedigingswerken dateert van rond 1880. Beton bleek zeer bruikbaar als antwoord op andere belangrijke innovati es: de eerder genoemde brisantgranaat en de inzet van mobiel belegeringgeschut met krombaanvuur (mortieren). De brisantgranaat deed rond 1885 zijn intrede en spoedig was duidelijk dat van baksteen opgetrokken forten daar niet tegen bestand waren. De bouw aan de Stelling van Amsterdam liep hierdoor bijvoorbeeld grote vertraging op. Behalve de bouwwijze van de forten veranderde het gehele tactische concept van de verdediging: de functie van de forten werd ondersteunend, de feitelijke verdediging zou verspreid vanuit het zijterrein moeten gaan plaatsvinden.

Het belang van linies en stellingen in de verdediging nam toe. Het ontwerp van de in de oude linies opgenomen forten werd aangepast (meer verzonken in het landschap), en het beton als bouwmateriaal deed zijn intrede. In 1892 werden in de duinen bij Schoorl voor het eerst in Nederland betonnen constructies blootgesteld aan schietproeven. 21 Het in 1892 zwaarste type belegeringsgeschut was een 21 cm mortier van Krupp. Deze was speciaal voor de beproeving aangesch aft. Daarnaast werd geschoten met het vestingkanon 15cm L/24, ook van Krupp. De proeven in 1892 werden gebruikt om vast te stellen hoe de dekkingen van de in aanbouw zijnde Stelling van Amsterdam uitgevoerd zouden moeten worden. Behalve dat ging het ook om de vraag welke grondstoffen voor beton het meest geschikt waren: steenslag, grind of klinkerovenpuin en hoe de mengverhouding van die grondstoffen diende te zijn (vooral een kostenaspect). Er was een groot verschil met oudere bouwwijzen. Bij de dekkingen van cementbeton bood het beton weerstand aan de uitwerking van projectielen, en had de

17 De tekst in deze paragraaf is integraal overgenomen van het artikel van Alfred Staarman, “Duurzame veldversterkingen De toepassing van gewapend beton in Nederland tijdens de Eerst e W ereldoorlog 1914-1918” in: het jaarboek van het Legermuseum A r m a m e n t a r i a 2 0 0 9 - 2 0 1 0. 18 G.A.A. Alting von Geusau, Onze Weermacht te land (Amsterdam z.j.), 28 -29 19 Majoor J.C Cramwinckel en kapitein J.H. de Man, Verslag betreffende een studiereis van twee Nederlandsche genie officieren naar Frankrijk en België (1920). Aanwezig in bibliotheek Legermuseum. 20 Onder meer: J. H. de Man, ‘het gebruik van gewapend - en ongewapend beton bij verdedigingswerken’, in: Militaire Spectator jrg 87, (1918), 354 – 376; 715 – 736. J.C. Cramwinckel, Duurzame versterkingskunst: leerboek voor de cadetten van alle wapens (Breda 1918) 21 Van Hoof, Harnas voor de hoofdstad, 87

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[30]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

grondlaag weinig ander nut dan het vasthouden van camouflerende beplanting. Terwijl de dekkingen van metselwerk of kalktrasbeton (de voorganger van cementbeton, bestaand e uit gemalen tufsteen) geen of nauwelijks eigen weerstandvermogen hadden, maar alleen de veel dikkere grondlaag droegen die de uitwerking van de projectielen moest opnemen. De uitkomst van de beproevingen in de duinen bij Schoorl was dat cement met steenslag [brikkenbeton] vooralsnog het beste resultaat gaf. 22 De eerste toepassing van een ijzerwapening in beton, waardoor zogenaamd gewapend beton werd verkregen, vond in ons land omstreeks 1900 in de civiele sector plaats. IJzerwapening in beton maakte het beton sterker, met name vanwege de eigenschap dat het trekspanningen veel beter opnam dan ongewapend cementbeton. Een constructie van gewapend beton bleef onder druk van inslagen van artilleriegranaten eenvoudigweg langer intact en bruikbaar, en bood daarmee meer bescherming dan een constructie van ongewapend beton. De militaire toepassing van het gewapend beton liet dan ook niet lang op zich wachten.

In 1909 vonden in Oldebroek schietproeven plaats met een tweeledig doel: men wilde testen of het cementbeton met steenslag, zonder het weerstandsvermogen tekort te doen, vervangen kon worden door goedkopere cementbeton met grind, en men wilde proefondervindelijk zien of gewapend betonnen constructies beter voldeden dan constructies van ongewapend beton (afb. 12 en 13). Het belang van deze beproeving blijkt uit het feit dat in diverse latere publicaties en voorschriften wordt verwezen naar het ‘Verslag omtrent den bouw en de beproeving van doelen van cementbeton in de legerplaats bij Oldebroek, 1909’, maar het verslag zelf is helaas niet aangetroffen in bibliotheken of archieven. 23 De belangrijkste conclusies zijn echter uit de secundaire literatuur bekend. Cementbeton met steenslag bleek een hoger weerstandsvermogen te bezitten dan cementbeton met grind, maar het laatste kreeg uit economische motieven de voorkeur, omdat het goedkoper was! Wel moesten de dekkingen dan 10% zwaarder worden uitgevoerd, om het verschil in weerstandsvermogen met steenslag te compenseren. De tweede belangrijke conclusie was dat gewapend be ton sterker was dan ongewapend beton. De uitkomsten van de proeven bevestigden de verwachtingen: gewapend beton had de toekomst.

Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 kwam de ontwikkeling van de militaire toepassing van gewapend beton in een stroomversnelling. Opvallend is dat al in september 1914, dus direct na het uitbreken van de oorlog het onderwerp ‘betonnen schuilplaatsen’ ter sprake komt in briefwisselingen tussen commandanten van de Stelling van Amsterdam, de Nieuwe Hollandse Waterli nie, officieren van de Genie en het opperbevel. 24 De eerste afwachtings- en gevechtsdekkingen (schuilplaatsen) werden in 1915 in de Nieuwe Hollandse Waterlinie opgeleverd. Er was nog geen sprake van een vastgesteld model, wat ruimte gaf voor experimenten. In 1916 verschenen in en rond de forten rond Utrecht meerdere typen schuilplaatsen. Eén ervan was samengesteld uit betonnen ringsegmenten. Deze segmenten werden bij elkaar gehouden door stalen kabels en de wanden waren circa 15 centimeter dik (afb. 14). De segmenten werden op de Damlustkazerne in Utrecht gefabriceerd en ter plaatse in de Hollandse Waterlinie aan elkaar geschakeld tot schuilplaats. Uit proeven bleek dat deze constructies in het geheel niet bestand waren tegen inslagen van artilleriegranaten. Het gebruik ervan werd door de opperbevelhebber verboden.

Proefondervindelijk en uit informatie van onder andere de militair attaché te Berlijn, kolonel Muller Massis die het westelijk front had bezocht, was duidelijk geworden dat gewapend e betonconstructies alleen dan effectief waren wanneer ze als monoliet (uit één stuk) gebouwd werden. De eerste incidentele experimenten met monolietconstructies verschenen in 1915, maar een vastgesteld model liet nog op zich

22 Verbeek, Kustversterkingen 1900-1940, 270-271 23 Voor een verwijzing zie: L.J. Spanjaerdt Speckman, Voorschrift nr 60 : Duurzame versterkingskunst. Leerboek voor de cadetten van alle wapens. Tweede deel (Breda 1934). Met dank aan Frits Duinkerke. 24 NA 3.09.19 archief Nieuwe Hollandse W aterlinie 1883 -1923, inv. nr.36

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[31]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

wachten tot 1918. In het begin van dat jaar werden wederom grootschalige proeven gehouden in Oldebroek. De ervaringen aan het westfront werden verwerkt, wat resulteerde in veel zwaardere constructies. Waar de eerste gesegmenteerde scherfvrije dekkingen uit 1915 wanden hadden van 10 à 15 centimeter dik, kregen de nieuwe granaatvrije monolietconstructies wanden van 100 tot 150 centimeter dikte; een factor tien verschil. Het resultaat was een robuuste granaatvrije dekking voor gebruik in de loopgraven, model 1918. Deze bestond uit twee uitvoeringen: een grote voor circa 16 man en een kleine voor circa 8 man infanterie, of een mitrailleursectie .

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[32]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Bijlage 2. Afbeeldingen bij hoofdstuk 4

Afb. 1 Plattegrond van het in Ravenstein vrijgelegde bastion volgens het oud-Italiaanse stelsel (gebouwd 15091510) met twee kanonkelders met voor de feitelijke geschutsopening een overwelfde trechtervormige schietkoker, die middels de flankmuren (wangen) de begrenzing van het schootsveld aan geeft. Deze gemetselde constructie was volledig in een aarden dekking van het bastion opgenomen (rechtsonder). Tekening A. Viersen 2015

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[33]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 2 De overwelfde rondlopende kanonsgang in de bastei in Nijmegen waar de geschutskelders in open verbinding mee staan. https://www.museumkids.nl/museum/110#info. Onder: tekening van een bastei volgens ontwerp Durer (website Menno van Coehoorn)

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[34]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 3 De zogenaamde Haxo-kazemat was een in een overwelfde ruimte ondergebracht kazemat voor geschut die aan de achterzijde open werd gelaten om kruitdampen snel weg te kunnen laten. Op de gewelven werd een aarden dekking aangebracht.

Afb. 4 “Deal Castle” één van de vele forten langs de kust van Engeland die gebouwd rond 1540 zijn in opdracht van Hendrik VIII. Rond een centrale opslagruimte lagen zes rondelen. Rond deze zes rondelen lag een droge gracht en weer een ring van zes rondelen. Daar om heen lag weer een droge gracht. De tweede ring rondelen was via tunnels met het centrum verbonden. Deze forten hadden zowel kazematten op verschillende niveaus als opstellingen op de geschutsplatformen.

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[35]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 5 Ontwerp van een geschutstoren door René de Montalembert.

Afb. 6 Martellotoren (doorsnede) Bron: www.coehoorn.nl/begrippenlijst.html

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[36]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 7 Een kenmerkend bomvrij torenfort (Everdingen) uit de eerste helft van de 19de eeuw. Deze torenforten vormden het centrale deel van het fort, dat daarnaast was omgeven door omwallingen met geschutsposten.

Afb. 8 Gietstalen koepel met twee Krupp 24cm kanonnen van het pantserfort bij Spijkerboor. Foto M. Verhoeks.

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[37]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 9 Detail van de gevel van het bomvrije projectielen e n kruitmagazijn van Hellevoetsluis met vier, steens hoge schillen van de gewelven in gele steen. FH MAB 2010

Afb. 10. Het in brikkenbeton met een gepleisterde afwerking en klassieke details uitgevoerde poortgebouw van fort Sabina. Foto: M. Verhoeks

Afb. 11 De gebogen in brikkenbeton met een cementlaag uitgevoerde gevel van een remise van fort Sabina. Foto M. Verhoeks

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[38]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb.12 Resultaat van een schietproef op een schuilplaats van ongewapend beton, Oldebroek 1909. links op de voorgrond twee pantsergranaten 21 cm. (inv. nr. 00110210)

Afb. 13 Resultaat van een schietproef op een schuilplaats van gewapend beton, Oldebroek 1909. De wapeningsnetten zijn duidelijk zichtbaar bij de inslagen, de diepte van de gaten is geringer dan bij ongewapend beton en d e constructie is niet gescheurd (ontwricht) zoals die van het ongewapende beton op afb. 2! (inv. nr. 00114365)

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[39]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 14 Schuilplaats 1916. Goed te zien is hoe de ringsegmenten van gewapend beton bij elkaar worden gehouden door staalkabels. Deze schuilplaats ligt aan de gedekte gemeenschapsweg tussen fort Honswijk en het Werk aan de Korte Uitweg. De weg liep parallel aan een inundatiekanaal en maakte deel uit van de verdediging van het Lekacces van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. (foto Marius van Leeuwe n)

Afb. 15. Tekeningen en een foto met kaart van een S3a kazemat aan de IJssel bij Doesburg. Vestingdoesburg.nl

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[40]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 16. Een S3k kazemat in het waltalud bij de Spees. Op de achtergrond enkele betonnen schietopstanden en een replica van een Romeinse wachttoren. www.bunkerinfo.nl

Afb. 17. Een SZW FR kazemat in de Betuwe-stelling. www.bunkerinfo.nl

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[41]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 18. De achterzijde met toegang van een SZW FR kazemat in de Betuwe -stelling. De kazemat is na de oorlog tijdelijk als munitieopslag gebruikt waarvoor de deuropening is vergroot. www.bunkerinfo.nl

Afb. 19. Type B-kazemat in het hoornwerk aan de Spees. www.bunkerinfo.nl

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[42]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 20; Tekeningen en een foto met kaart van een B kazemat aan de IJssel bij Doesburg. Vestingdoesburg.nl

Afb. 21; Tekeningen en een foto met kaart van een G kazemat aan de IJssel bij Doesburg. Vestingdoesburg.nl

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[43]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 22; Kolffkazemat van de Betuwelinie. www.bunkerinfo.nl

Afb. 23. Brugkazemat bij Lent Oost 3D doorsnede Sander van de Berg https://3dfort.wordpress.com/home/brugkazemat-type-b-lent-oost/

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[44]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 24 Soldaat in geschutskamer van het 5cm kanon in de brugkazemat bij Lent Oost. De soldaat draagt een gasmasker en staat bij een munitierek. 3D reconstructie Sander van de Berg https://3dfort.wordpress.com/home/brugkazemat-type-b-lent-oost/

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[45]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 25. Reconstructietekening van een camouflagebeschildering op een S3k kazemat (kazemat b5 in de Grebbelinie). https://www.amersfoort.nl/bericht/kazemat -b5.htm

Afb. 26, De brugkazemat bij Grave kort na de oorlog met de oorspronkelijke camouflagebeschildering. Coll: Graafs kazemattenmuseum

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[46]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 27 Mitrailleur type M’08.15 Schwarzlose, kaliber 7.9 mm in kazemat Grave Noord. Rechts reconstructie van een veldopstelling.

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[47]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 28. Reconstructie van een kanon 5cm Kazemat no.2 . Sander van de Berg

Afb. 29 Schietopstand bij de Spees. www.bunkerinfo.nl

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[48]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 30: Plattegrond met geschutsposten (rechts met een Schwarzlose mitrailleur) van een SZW FR. Kazem at zoals gebouwd bij de stelling langs het spoor bij Kesteren. Reconstructie en tekening Mart Scholte Lubberink, BA RAAP.

Afb. 31: Doorsnede met geschutspost (met een Schwarzlose mitrailleur) met afzuiginginstallatie van een SZW FR. Kazemat zoals gebouwd bij de stelling langs het spoor bij Kesteren. Reconstructie en tekening Mart Scholte Lubberink, BA RAAP

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[49]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 32: Opengewerkte 3D weergave van een SZW FR kazemat met soldaten in actie achter een Schwarzlose mitrailleur. Rechts tegen de achterwand is de afzuiginginstallatie getekend. Reconstructie en tekening Mart Scholte Lubberink, BA RAAP

Afb. 33: De oostelijke kazemat vanuit het oosten gezien. FH MAB 2021

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[50]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 34: De oostelijke kazemat vanuit het westen gezien. FH MAB 2021

Afb. 35: De westelijke kazemat vanuit het noorden gezien. FH MAB 2021

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[51]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 36: De westelijke kazemat vanuit het westen gezien. FH MAB 2021

3

5 1

4

6

2

7 8

2

Afb. 37 Opengewerkte 3D weergave met de standaard-inrichting van een SZW FR kazemat met aanduiding in nummers van de diverse onderdelen. Reconstructie en tekening Mart Scholte Lubberink (RAAP).

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[52]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 38 Interieur oostelijke kazemat met zicht op de twee dichtgemetselde schietgaten. Rechts van het linker schietgat zijn vier bevestigingspunten voor de pomp van de waterkoeling van het machinegeweer zichtbaar. Onder het schietgat is een beugel voor de voeten van de schutter aanwezig. In het schietgat zijn de beugels van de afuit nog aanwezig. FH MAB 2021

Afb. 39 Interieur oostelijke kazemat met zicht op het middelste dichtgemetselde sc hietgat. Links en rechts van het linker schietgat zijn vier bevestigingspunten voor de pomp van de waterkoeling van het machinegeweer zichtbaar. Onder het schietgat is een beugel voor de voeten van de schutter aanwezig. In het plafond is de wapening deels zichtbaar geworden. Hier zijn echter geen bevestigingen voor ophanging van de afzuiging te zien. FH MAB 2021

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[53]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 40 Interieur oostelijke kazemat met zicht op het rechter dichtgemetselde schietgat. Links van het schietgat zijn vier bevestigingspunten voor de pomp van de waterkoeling van het machinegeweer zichtbaar. Onder het schietgat is een beugel voor de voeten van de schutter aanwezig. De onderhoek is hier op de wapening na volledig weggeschoten. In het plafond is de wapening deels zichtbaar geworde n. Hier zijn echter geen bevestigingen voor ophanging van de afzuiging te zien. FH MAB 2021

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[54]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 41 Interieur oostelijke kazemat met zicht op de noordelijke zijgevel. Rechts is nog net het linker schietgat zichtbaar met de beugel voor de voeten van de s chutter. In het plafond is de wapening deels zichtbaar geworden. Hier zijn echter geen bevestigingen voor ophanging van de afzuiging te zien. Wel zijn in de zijgevel twee bevestigingspunten aanwezig en links boven in het plafond ijzeren buizen van een afzu iging. FH MAB 2021

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[55]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 42 Interieur oostelijke kazemat met zicht op de zuidelijke zijgevel. De gevel is links onder door een treffer op de wapening na geheel weggeslagen. Ook zijn twee ronde inslaggaten zichtbaar waardoor granaten in de kazemat zijn gedrongen. In het plafond is de wapening deels zichtbaar geworden. Hier zijn echter geen bevestigingen voor ophanging van de afzuiging te zien. Wel zijn in de zijgevel twee bevestigingspunten aanwezig. FH MAB 2021

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[56]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 43 Interieur oostelijke kazemat met zicht op het linker dichtgemetselde schietgat. Rechts van het schietgat zijn vier bevestigingspunten voor de pomp van de waterkoeling van het machinegeweer zichtbaar. Onder het schietgat is een beugel voor de voeten van de schutter aanwezig. De onderhoek is hier op de wapening na volledig weggeschoten. In het plafond is schade door scherven zichtbaar. Hier zijn echter geen bevestigingen voor ophanging van de afzuiging te zien. FH MAB 2021

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[57]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Afb. 44. De met puin en rommel bezaaide vloer onder de entree i n de achtergevel. De ijzeren trapbeugels van de entree zijn nog aanwezig. FH MAB 2021

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[58]

Kaartbijlage 2 169000

169500

170000

170500

439500

439500

Fort bij De Spees

439000

439000

Marktstraat

s Tielse

traat

438500

438500

at

ijn

AK/NBKM_wrkbstnd_def.qgz/30052021

Spoorl

438000

438000

Sp o orst ra

169000

169500

170000

170500

legenda inundatie

Schietrichting

Liniedijk

spoorlijn

Linie- en tankgracht

loopgraaf ('44-'45)

Kazemat Kazemat (locatie bij benadering)

Luchtfoto uit 1939 van het noordelijk deel van de Betuwelinie. Weergegeven is de situatie aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog: de vernieuwde liniedijk met (tank)grachten en kazematten. Niet aangegeven zijn verplaatsbare geschutsopstellingen en kleinere voorposten. Wel aangegeven zijn de loopgraven die later (in 1944-1945) zijn gegraven. De onderzochte kazemat is omcirceld. Foto: Grebbeberg.nl

Kaartbijlage 3 169000

169500

170000

439000

Marktstraat

439000

Fort bij De Spees

traat Tielses 438500

438500

AK/NBKM_wrkbstnd_def.qgz/31052021

rstra at

438000

438000

Sp o o

Spoorlij n

169000

169500

170000

legenda projectdata

liniedijk (nog aanwezig)

kazemat aanwezig

liniedijk (nog herkenbaar)

kazemat gesloopt

liniedijk (matig herkenbaar)

kazemat niet zichtbaar (verzonken)

liniedijk (verdwenen) linie- en tankgracht (nog aanwezig) linie- en tankgracht (verdwenen) water (verdwenen)

Herkenbaarheid van de liniedijk, (tank)grachten en kazematten het noordelijk deel van de Betuwelinie. De onderzochte kazemat is omcirkeld.

Kaartbijlage 3 169000

169500

170000

170500

439500

439500

Fort bij De Spees

439000

439000

Marktstraat

438500

Sp o o

438500

traat Tielses

rstra at

438000

438000

AK/NBKM_wrkbstnd_def.qgz/31052021

437500

437500

Spoorlij n

169000

169500

legenda Zoekgebied

Zoekgebied voor nieuwe locatie in geval van verplaatsing kazemat.

170000

170500

Kaartbijlage 1 167000

168000

169000

170000

171000

440000

440000

439000

439000

438000

438000

traat Tielses

437000

437000

AK/NBKM_wrkbstnd_def.qgz/30052021

168000

169000

170000

171000

legenda Kazematten (1939-1940) Liniedijk (1796) Tankgracht (1939-1940) Stoplijn (1940) Loopgraaf ('44-'45) loopgraaf ('44-'45) spoorlijn

Overzicht op hoofdlijnen van de gehele Betuwelinie met aangegeven de liniedijk, kazematten, tankgrachten en loopgraven en hun dateringen. De linie was tijdens de Tweede Wereldoorlog nog voorzien van mobiele geschutsopstellingen en tientallen kleinere voorposten.

435000

435000

436000

436000

167000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11028454/1