CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 13 - Cultuurhistorische quickscan

Raadsvergadering 24 februari 2022, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Ontwerp-bestemmingsplan14.881 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAAP-RAPPORT 5309

SZW-kazemat te Opheusden

Cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname Concept

Colofon Opdrachtgever: Gemeente Neder-Betuwe Titel: SZW-kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname Versie: 29-07-2021, Concept Auteur: Annemarie Kuijt (RAAP), Frank Haans (Monumenten Advies Bureau), Mart Scholte Lubberink (RAAP) Projectcode: NBKM Bestandsnaam: RAAPrap_5309_NBKM_20210729

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp

Monumenten Adviesbureau

Telefoon: 0243-786742

Bredestraat 1

Email: info@monumentenadviesbureau.nl

6542 SN Nijmegen

Website: www.monumentenadviesbureau.nl

© RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2021 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Samenvatting De gemeente Neder-Betuwe is voornemens om een randweg te realiseren tussen Keste ren en Opheusden. Op het beoogde tracé van deze nieuwe weg bevindt zich direct ten noorden van de spoorlijn op het kadastrale perceel OHD00 C 3999 te Opheusden een kazemat van de Betuwelinie. De wens b estaat deze kazemat te slopen, maar alvorens hiertoe te besluiten is gevraagd om een cul tuurhistorische quickscan. Het doel van deze quickscan is om de cultuurhistorische waar den van de kazemat vast te stellen en te adviseren over een juiste omgang met deze waarden in het kader van de aanleg van de randweg. Het onderzoek is uitgevoerd in een samenwerking tussen RAAP en een gecertificeerd bouwhistoricus van Monumenten Advies Bureau. De kazemat en zijn omgeving zijn daarbij bezocht. Aangevuld met informatie uit de reeds bestaande inventarisatie van de Betuwelinie, online archiefmateriaal en secundaire literatuur is een cultuurhistorische beschrijving en waardering van de kazemat opgesteld. Dit onderzoek heeft geleid tot een hoge waardering van de kazemat. Omdat de kazemat op basis van het vigerende beleid nog geen juridische bescherming heeft, zijn de aanbevelingen in dit rapport alleen gebaseerd op de uitkomst van deze waardestelling. De aanbevelingen zijn ondergebracht in drie scenario’s. Het voorkeursscenario is behoud van de kazemat op de huidige plek (in situ).

Indien de hiervoor benodigde planaanpassing niet mogelijk is, worden in het tweede scenario aanbevelingen gedaan voor verplaatsing. Tot slot worden aanbevelingen gedaan voor het scenario waarin de gemeente besluit om de kazemat te slopen.

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[3]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 2 Historische en conflict-archeologische context ................................................................................. 7 2.1 Historische context .............................................................................................................................. 7 2.2 Oorlogshandelingen rond de onderzochte SZW-kazemat........................................................................ 8

3 Ruimtelijk-landschappelijke context................................................................................................. 10 3.1 Ruimtelijke opzet van de linie aan de vooravond van WOII ................................................................... 10 3.2 Ontwikkeling van de linie gedurende de oorlog .................................................................................... 10 3.3 Ontwikkeling van de linie na de oorlog ................................................................................................ 11

4 Bouwhistorische beschrijving .......................................................................................................... 12 4.1 Van bomvrije gebouwen naar kazematten ........................................................................................... 27 4.2 Kazematten en andere bouwwerken bij ver dedigingslinies in gewapend beton 1938-1945 ..................... 12 4.3 De twee SZW FR kazematten in de Betuwestelling langs de spoorlijn ................................................... 14

5 Waardestelling ............................................................................................................................... 17 5.1 Cultuurhistorische waarde .................................................................................................................. 17 5.2 Ruimtelijk-landschappelijke/ensemblewaarde ...................................................................................... 17 5.3 Architectuurhistorische waarde ........................................................................................................... 18 5.4 Bouwhistorische waarde ..................................................................................................................... 19

6 Aanbevelingen................................................................................................................................ 20 Literatuur .......................................................................................................................................... 22 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ..................................................................... 24

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[4]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

1 Inleiding Vraagstelling en aanpak De gemeente Neder-Betuwe is voornemens om

waarde, de ruimtelijk-landschappelijke/ensemble

een randweg te realiseren tussen Kesteren en

waarde en de architectuurhistorische/bouwhistori-

Opheusden. Op het beoogde tracé van deze

sche waarde. Voor de cultuurhistorische waarde

nieuwe weg bevindt zich direct ten noorden van

is voortgebouwd op de inventarisatie van de ge-

de spoorlijn op het kadastrale perceel OHD00 C

meente 1 en de Cultuurhistorische Waardekaart

3999 te Opheusden een kazemat van de Betuwe-

zoals RAAP die opstelt voor de Gemeente Neder -

linie. De wens bestaat deze kazemat te slopen,

Betuwe. Hierbij is met name gelet op de militair-

maar alvorens hiertoe te besluiten is gevraagd om

historische waarde / conflict-archeologische

een cultuurhistorische quickscan. Het doel van

waarde. Bij het onderzoek naar de kazemat als

deze quickscan is om de cultuurhistorische waar-

historisch-ruimtelijk object is gekeken naar de

den van de kazemat vast te stellen en te advise-

herkenbaarheid van de landschappelijke inbed-

ren over een juiste omgang met deze waarden in

ding van de kazemat en de (zichtbare) samen-

het kader van de aanleg van de randweg.

hang met andere onderdelen van de Betuwelinie. Het onderdeel architectuurhistorische/bouwhisto-

Voor het bepalen van de cultuurhistorische waar-

rische waarde is door MAB uitgevoerd conform de

den van de kazemat wordt in dit rapport een on-

Richtlijnen voor Bouwhistorisch onderzoek 2009

derscheid gemaakt tussen de cultuurhistorische

onder leiding van een erkend bouwhistoricus bnb.

Figuur 1 De locatie van de twee kazematten langs de spoorlijn ten oosten van Kesteren. Rechts het beoogde tracé van de randweg.

1 Gemeente Neder-Betuwe (2007). Inventarisatie van verdedigingswerken in de Gemeente Neder -Betuwe.

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[5]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Opbouw van dit rapport Dit rapport bestaat uit zes hoofdstukken. Na deze inleiding (hoofdstuk 1) volgen eerst drie hoofdstukken die de historie van de kazemat in de context van de Betuwelinie beschrijven: Hoofdstuk 2 geeft een kort overzicht van de geschiedenis van de aanleg van de Betuwelinie en de oorlogshandelingen in de Neder-Betuwe. Daarna wordt ingegaan op de oorlogshandelingen die zich specifiek rond de betreffende kazemat hebben voorgedaan. Hiervoor zijn (helaas) slechts beperkt bronnen beschikbaar. Hoofdstuk 3 geeft een nadere beschrijving van de linie als ruimtelijke structuur. Ook de wijzigingen tijdens en na de oorlog komen in dit hoofdstuk aan bod. Hoofdstuk 4 gaat nader in op de kazemat als bouwwerk, waarbij de historische ontwikkeling van dit type verdedigingswerk wordt uitgelegd, gevolgd door een overzicht van de specifieke kenmerken van de onderzochte kazemat, de staat van oplevering en een overzicht van de aangetroffen schade. Het bijbehorende beeldverhaal is als bijlage bij dit rapport opgenomen. Na deze drie hoofdstukken volgen een waardestelling (hoofdstuk 5) en aanbevelingen (hoofdstuk 6). Het rapport sluit af met een overzicht van geraadpleegde literatuur. Het vervaardigde kaartmateriaal is als bijlage bij dit rapport opgenomen.

Figuur 2. De onderzochte SZW-kazemat vanuit oostelijke richting gefotografeerd.

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[6]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

2 Historische en conflict-archeologische context 2.1 Historische context 2.1.1

De aanleg van een linie in de Neder-Betuwe

Het plan om een linie door de Betuwe aan te leggen stamt uit de periode waarin de Grebbelinie nog in voorbereiding was. 2 De Grebbelinie werd tussen 1742 en 1755 aangelegd in het kader van de dreiging van de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748). De daadwerkelijke aanleg van een verlenging door de Betuwe bleef echter uit. Toen de Fransen in 1793 het zuiden binnenvielen, werd opnieuw het gevaar van een omtrekkende beweging door de Betuwe gezien. In 1794 werd een plan gepresenteerd tot het maken van een waterlinie in de Betuwe, met een sluis in de Rijndijk bij Opheusden. Een dijk dwars door de Betuwe moest het water tegenhouden, met twee versterkingen aan de Rijn - en Waaldijk. Na het schaven aan de plannen werd in 1799 nog in alle haast, vanwege een dreiging, een linie aangelegd tussen De Spees en Ochten. 3 Deze bestond in hoofdzaak uit het Werk aan De Spees bij de Rijn en het Werk bij Ochten aan de Waal, met daartussen een liniewal met gracht. De linie zou snel in verval raken en nooit echt gebruikt worden. In 1850 werd nog wel gepleit voor een herstel, maar daarvan is het niet gekomen. 4 Bij de aanleg van de spoorlijn Elst-Dordrecht in 1882 werd de liniedijk ter hoogte van de nieuwe spoorlijn versterkt met twee aardwerken. Pas in 1939 kreeg de stelling (in vernieuwde versie) bij de mobilisatie een echte rol. 5 Daartoe vond een uitgebreide versterking plaats.

Ook gedurende de oorlog was de linie in gebruik, en werd deze door de Duitsers verder uitgebreid. De linie is na de oorlog opgeheven. Al snel daarna is de afbraak van de linie gestart.

2.1.2

Oorlog in de Neder-Betuwe

De mobilisatietijd (1939-1940) en de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) vormden een ingrijpende periode in de geschiedenis van de gemeente Neder-Betuwe. Niet alleen gevechtshandelingen en daarmee gepaard gaande verwoestingen en sterfgevallen hakten flink in de Betuwse gemeenschappen in, maar ook de inkwartiering zorgde voor een verandering van het dagelijks leven. De ste llingen die de ingekwartierde militairen moesten graven betekenden een kleine kaalslag in het landschap, omdat er boomgaarden gerooid moesten worden. Militairen bewaakten de Grebbelinie en Betuwestelling 6, de bevolking werd geëvacueerd. De meidagen van 1940 zorgden onder meer voor een verwoesting van de kerktoren van Opheusden. Na ruim vier moeilijke oorlogsjaren trokken geallieerde militairen in de context van de operatie Market Garden op 23 september 1944 Opheusden en Dodewaard binnen. De Betuwe en daarme e het grondgebied van het huidige Neder-Betuwe bleef echter frontgebied. Opnieuw moest er worden geëvacueerd. Bovendien blies de bezetter de Rijndijk bij Driel op, waardoor de Engelsen gestopt moesten worden in hun opmars. De Betuwe stroomde vol en veel ve e ging verloren. Ook vele inwoners sneuvelden. De daadwerkelijke bevrijding vond in april 1945 plaats, door Canadese en Belgische troepen. De dorpen waren grotendeels verwoest, en in die toestand troffen de terugkerende bewoners hun oude

2 Deze paragraaf is grotendeels overgenomen uit Keunen e.a., 2020 (RAAP-Rapport 4219) 3 Deys 2011, p. 143-149; Van Ingen e.a. 2000 4 Deys 2011, p. 152-153 5 Van den Hatert 2011, p. 219 6 Borgstein 2011

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[7]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

woonplaatsen aan. Ochten en Opheusden waren het zwaarst getroffen, terwijl IJzendoorn, Echteld en Dodewaard er relatief nog het beste vanaf waren gekomen.

2.2 Oorlogshandelingen rond de onderzochte SZW-kazemat 2.2.1

Meidagen

Tijdens de meidagen hebben er in de voorlinies gevechten plaatsgevonden met de Duitsers, echter geen grootschalige aanvallen. Deze hadden de Duitsers gepland bij de Grebbeberg. De eenheden in de Betuwe waren bedoeld om de Nederlanders bezig te houden, om te voorkomen dat deze troepen vrijkwamen om te helpen bij de Grebbelinie. Het noordelijke deel van de linie werd bemand door soldaten van infanterieregiment 46.RI, het zuidelijke door infanterieregiment 44.RI, ondersteund door een twee regimenten artillerie (22.RA en III 19.RA). Het deel van de linie waaronder de kazematten bij Kesteren vallen, was in de meidagen bezet door het Nederlandse 46 e regiment infanterie, 3 e bataljon (III-46 R.I.). In de rapporten van de mitrailleurcompagnie van dit bataljon (M.C.III-46 R.I.) is vermeld dat op 11 mei ‘Een kazemat aan de spoordijk is bezet en telefonisch met mijn commandopost verbonden’ . 7 Hieruit blijkt dat op z’n minst één van de kazematten bemand is geweest met een mitrailleur. Op 12 mei is er sprake van beschietingen door Duitse 15cm Houwitsers, opgesteld bij de Noordelijke Rijnbanddijk ten noorden van Manneswaard. Doelwitten waren de bastions bij de spoorwegovergang, een commandopost van de 46 R.I. en het spoorwegemplacement. Nadat een batterij Nederlandse artillerie het vuur beantwoord, verdwijnt de vijand ‘in de grootste wanorde richting Wageningen’.

8 Op 13 mei werden de voorposten teruggetrokken naar de liniedijk waardoor er een wat zenuwachtige stemming heerste onder de manschappen. ‘Na het terugtrekken der voorposten is de bezetting uit de kazemat aan de spoordijk voor de batterijdijk, teruggenomen’. In de avond van 13 mei kwam het Nederlandse bevel terug te trekken naar Vianen. Uit de gevechtsrapporten van andere compagnieën uit hetzelfde bataljon blijkt dat er naast beschietingen met artillerie en vliegtuigen beperkte gevechtshandelingen plaatsvonden in de nabije omgeving van de onderzochte kazematten. Van grote schade aan materieel of verlies aan manschappen wordt geen melding gemaakt.

2.2.2

Bevrijding

Najaar 1944 In september 1944 waren de geallieerden opgerukt tot aan de Over-Betuwe, tot aan Opheusden en Dodewaard. In oktober zou er vanuit Ochten en Kesteren een Duitse tegenaanval gaan plaatsvinden door enkele tank- en Volksgrenadierdivisies. Het doel was om Nijmegen en de brug over de Waal te vernietigen of te heroveren, deze was tijdens operatie Market Garden door de geallieerden bemachtigd. Betuwe in stelling 9 vermeldt dat de Duitse troepen van het 363 e Volksgrenadier-division, regiment 958, op 4 oktober 1944 intrek namen in ‘de oude Hollandse bunkers ten oosten van het station’. Zware gevechten om Opheusden en Dodewaard volgden, maar na tegenstand trokken de Duitsers zich terug en groeven zich stevig in bij de liniedijk. 10

7 NIMH, Gevechtsverslagen mei 1940, toegang 409, pak Q 8 NIMH, Gevechtsverslagen mei 1940, toegang 409, pak Q 9 Laurentius, p.139 10 Laurentius p.127-160

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[8]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Voorjaar 1945 In deze periode veranderde het gebied in een ‘niemandsland’. Bij confrontaties tussen Duitse en Engelse patrouilles vielen aan beide zijden doden. Ook bij de bevrijding begin april 1945 door Canadese en Belgische troepen sneuvelden militairen. In mei 1945 volgde de capitulatie van Duitsland. Het totale aantal doden tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Neder-Betuwe wordt geraamd op 350 geallieerden, 1000 Duitse soldaten, en per dorp enkele tientallen burgers die door oorlogshandelingen om het leven kwamen. 11

11 Nederbetuwe.nl

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[9]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

3 Ruimtelijk-landschappelijke context 3.1 Ruimtelijke opzet van de linie aan de vooravond van WOII De Betuwelinie strekt van het werk aan de Spees tot Ochten. Hiertussen is in een rechte lijn de liniedijk aangelegd. Deze oude vorm van verdedigen werd tijdens het interbellum gezien als niet meer toereikend en werd in opdracht van de Nederlandse legertop uitgebreid met onder meer de aanleg van betonnen kazematten. 12 Kaartbijlage 1 toont de linie op hoofdlijnen, zoals deze er aan de vooravond van de oorlog bij lag. Waar men ten zuiden van de spoorlijn bij Kesteren vertrouwde op de inundat ies, werd ten noorden van de spoorlijn een nieuwere linie aangelegd, bestaande uit de hierboven vermelde szw -kazematten, in combinatie met een stelsel van antitankgrachten van 8,5 meter breed. De kazematten lagen allemaal achter de antitankgrachten en dekken met hun schootsvelden ieder een deel hiervan. Op een luchtfoto uit 1939 zijn deze grachten duidelijk zichtbaar. Ze zijn vermoedelijk vrij recent voor de opname van deze luchtfoto uitgegraven (of verbreed). Daarnaast werden boomgaarden gerooid om de schootsvelden vrij te maken. 13 In de Betuwelinie werden 52 kazematten gebouwd, waarvan 28 door Bureau Stellingbouw.

Deze vallen te verdelen in kazematten op de liniedijk zelf (18 G-kazematten, 1 B-kazemat en 4 S3-kazematten), kazematten in een nieuwere voorgelegen linie (8 szw-kazematten) en voor- en achterposten (bestaande uit 24 Kolff-kazematten). 14 De stoplijn (de lijn die koste wat koste behouden moest worden) lag achter dit alles, deze bestond waarschijnlijk uit niet meer dan loopgraven en houten stellingen . Op de liniedijk hebben voorts nog mobiele schietopstellingen gestaan. Deze zijn vanwege hun verplaatsbaarheid niet ingetekend. Ook bestaat er de mogelijkheid dat er houten verdedigingswerken zijn gebouwd, in de vorm van o.a. schietstanden en schuilplaat sen. Doordat deze constructies vaak ingegraven en beter te camoufleren waren, is de zichtbaarheid op luchtfoto ’s slecht en over de locaties is derhalve geen zekerheid te geven. Het oostelijk deel van de linie is in meer detail ingetekend en geprojecteerd op de luchtfoto van 1939 op Kaartbijlage 2. De onderzochte kazemat lag op de zwaar beschermde locatie bij de kruising van de Tielsestraat, de Spoorstraat, de Liniedijk en de spoorlijn. Dankzij zijn oriëntatie kon de kazemat zowel de noordzijde van de spoordijk, de Marktstraat (flankerend) als de Tielsestraat verdedigen.

3.2 Ontwikkeling van de linie gedurende de oorlog Tijdens de bezetting zijn alle G-kazematten ten prooi gevallen aan de Duitse jacht naar grondstoffen. De koepels van de kazematten bestonden namelijk uit gietijzer, dat zeer gewild was voor de Duitse industrie. Door heel Nederland zijn veel G-kazematten opgeblazen voor het ijzer, waardoor intacte G-kazematten tegenwoordig zeldzaam zijn. Gedurende de oorlog is de Betuwelinie door de Duitsers versterkt. Deze versteking bestond in elk geval uit de aanleg van loopgraven. Op luchtfoto’s van de RAF uit 1945 zijn deze loopgraven zichtbaar rondom de antitankgrachten (waarvan ondertussen een klein deel is dichtgegooid). Deze zijn aangelegd door de Duitsers tegen de oprukkende geallieerde legers, die vanuit oostelijke richting kwamen. Op de liniedijk zijn mogelijk ook loopgraven en andere gevechtsopstellingen aangebracht. Ten zuiden van de spoorlijn zijn geen loopgraven aangetroffen, hier was het

12 Info uit www.bunkerinfo.nl, Betuwestelling 13 Nederbetuwe.nl 14 Via www.grebbeberg.nl, De inrichting van de Betuwestelling

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[10]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

terrein door de overstromingen of sloten/verkaveling onbegaanbaar, en voldeden stellingen gelegen op de liniedijk.

Figuur 3. Tankgrachten in het westelijk deel van de linie, zoals zichtbaar op de luchtfoto van 1939 (grebbeberg.nl)

3.3 Ontwikkeling van de linie na de oorlog De nog herkenbare elementen van het noordelijk deel van de linie zijn geïnventariseerd en aangegeven op Kaartbijlage 3. Bij de ruilverkaveling van de Neder-Betuwe in de jaren 1960 is de liniedijk voor het grootste deel geslecht. Het werk bij Ochten is geheel verdwenen. Het Fort bij de Spees en een deel van de Liniedijk zijn in het noordelijk deel van de linie nog goed herkenbaar en aangewezen als Rijksmonument. De kazematten die bovengronds bewaard zijn gebleven, betreffen 4 unieke schietopstanden bij de Spees en een daarnaast gelegen S3k kazemat, een B-kazemat die bij het uitgraven nog voorzien was van camouflagekleuren, 4 kazematten van het type SZW FR, een vrijwel compleet onderstel van een G kazemat, en een betonnen sluis die de Linge diende te blokkeren om zo voor de inundatie van het gebied moest zorgen. Ook zijn er nog een 10 tal Kolff-kazematten aanwezig die allen op privé gronden liggen. Diverse kazematten zijn verzonken. Ten noorden van de spoorlijn is de liniedijk en een deel van de tankgracht nog herkenbaar in de loop van de Batterijenweg. Geen van de loopgraven zijn nog visueel te herkennen. Van de tankgrachten is eveneens een deel gedempt.

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[11]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

4 Bouwhistorische beschrijving Voor de ontwikkeling van de kazemat vóór 1938, zie bijlage 1. De afbeeldingen bij Bijlage 1 en bij dit hoofdstuk bevinden zich in Bijlage 2.

4.1 Kazematten en andere bouwwerken bij verdedigingslinies in gewapend beton 1938-1945 Vanaf de Eerste Wereldoorlog werd het gewapend beton bij de bouw van versterking en steeds vaker toegepast en werd dan ook al snel in de eerste helft van de 20 ste eeuw standaard. De militaire ingenieurs ontwikkelden voor de bouw van deze versterkingen al spoedig verschillende standaardtypen , vastgelegd in het Voorschrift Inrichten van Stellingen uit 1928 en later. Door de dreiging die uitging van NAZI-Duitsland besloot Nederland om vooral ook aan de oostgrens vanaf 193 6 te beginnen met de aanleg van nieuwe linies en stellingen, waaronder de Maaslinie, IJssellinie en Peel -Raam stelling. Bij deze linies maakte men gebruik van drie door de dienst Stellingbouw ontwikkelde hoofdtypen kazematten, namelijk het type S (stekelvarken, lichte kazemat met lichte mitrailleur), het type B (flankerende kazemat met zware mitrailleur) en type G (lage kazemat met gietstalen geschutkoepel). Daarnaast bouwde men bij bruggen en knooppunten van waterwegen zogenaamde rivier - en brugkazematten, meestal wat forsere rechthoekige kazematten aangeduid als B type met verdieping en zwaarder geschut (kanon en mitrailleur). Het ontwerp daarvan was van de hand van de Genie.

Verder werden ook betonnen schuilplaatsen, commandocentra en noodhospitalen gebouwd, waarvan de meesten van een eenvoudig rechthoekig type waren met een wapening van spoorstaven. De commandocentra bez aten ook enkele schietgaten ter verdediging. Overzicht van de kazemattentypen. 15 Type S - ook wel stekelvarken genoemd - een lichte kazemat met drie schietgaten. Deze kazematten waren bewapend met één lichte mitrailleur en lagen bij een linie tussen de 200 tot 400 meter van elkaar af om zowel flankerend en frontaal vuur uit te kunnen brengen. Dit model was vrij kwetsbaar vanwege hun afmetingen en grote schietgaten. Type S3 was een stekelvarken met drie schietgaten waar het cijfer 3 op de typeaanduiding op wijst. S3a kazematten zijn op grote schaal gebouwd in onder meer de Peel-Raamstelling en IJssellinie. Een variatie was type S3k met drie schietgaten en een klimkoker of klimschacht aan de achterzijde. Deze schacht was aanwezig omdat dit type kazemat deels verzonken lag in een waltalud. In het werk aan de Spees is een S3k bewaard gebleven. Veel kazematten type S (S3a en SZW) werden dan ook uitgeschakeld door een directe treffer op een van de schietgaten. (afb. 15 en 16). S-kazematten zijn ook soms rond oudere forten (bijvoorbeeld bij fort Pannerden, fort Westervoort) gebouwd.

Type SZW FR en SZW FL Deze kazemat is feitelijk een zwaardere uitvoering van de standaard S3a waar 2 versies van zijn ontworpen. Het type SZW FR is het type met 3 schietgaten dat frontaal (FR) vuur konden geven. Het type SZW FL is het flankerende type. Dit type had eveneens 3 schietgaten waarvan er 2 flankerend konden vuren en 1 frontaal. De kazematten van de Betuwestelling waren allemaal van het type SZW FR (afb. 17 en 18).

15 Veel info over de typen kazematten is te vinden op websites zoals www.bunkerinfo.nl

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[12]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Type B - een flankerende kazemat van gewapend beton. Deze kazematten waren bewapend met één zware mitrailleur en lagen ongeveer 1000 meter van elkaar af. Doormiddel van een voorgelegen zware dekking van gewapend beton waren ze beveiligd tegen directe treffers op het schietgat. (afb. 19, 20). Type G - kazematten met een gietstalen koepel ingelaten in een betonnen ombouw. Ook deze kazematten waren bewapend met één zware mitrailleur en dienden om frontaal vuur af te geven op accessen door de stelling. Dit type kazemat was van een klein model waardoor ze een moeilijk doel waren voor vijandelijk vuur (afb. 21). Kolff-kazemat - In de Betuwestelling zijn enkele bijzondere kazematten te vinden die bekend staan als Kolff-Kazematten. Deze bijna vierkante bouwwerken van circa 2 bij 2 meter zijn kort voor de oorlog gebouwd in opdracht van de commandant van het 46e Regiment Infanterie, reserve luitenant -kolonel J.M. Kolff. Hij was van mening dat er achter de bouw van de kazematten door Bureau Stellingbouw onvoldoende vaart zat en tevens vond hij het aantal toegewezen verdedigingswerken in de stelling te weinig. Hij kreeg toestemming om met de bouwploeg van het regiment 24 extra kazematten te bouwen in verschillende uitvoeringen. In de Betuwe-stelling resteren nog enkele van deze kazematten. Ze liggen allemaal op privéterrein.

Sommige zijn door aangebouwde schuurtjes lastig te herkennen.(afb. 22) . Brugkazemat - Deze kazemat, een variatie op het type B werd vanaf 1936 bij belangrijke bruggen in variaties gebouwd meestal naar ontwerp van de regionale Dienst van de Genie. Het type B kon één tot vier verdiepingen tellen en betrof een in grondvorm kubusvormig verdedigingswerk met schietopeningen in de frontgevel. Bij de versie met drie lagen bevond zich op de onderste verdieping een stroomaggregaat en werden munitie en springstof opgeslagen. Het aggregaat leverde stroom o nder meer voor de pomp die de afvoer van de schadelijke kruitdampen en gassen tijdens het schieten verzorgde. Voor de mitrailleur waren per kazemat ca. 5.000 patronen besc hikbaar. Verder was er een munitievoorraad voor het PAG-geschut van 480 patronen, waarvan 50 stuks in de rekken bij het kanon. Tijdens het vuren van het kanon droegen de mannen gasmaskers. Het gebouw was verder voorzien van een munitielift, telefoon en een periscoopaansluiting (afb. 23). Camouflage Bij de bouw van kazematten en bunkers werden de overgangen van wanden naar de daken afgerond of later (zoals bij de onderzochte SZW kazematten) ook afgeschuind om ervoor te zorgen dat granaten afketsen, en de schade beperkt kon blijven. De aanwezige schietgaten bleven gevoelige, kwetsbare punten.

Op de dakranden werden gebogen ijzeren stangen gemaakt waaraan camouflagenetten konden worden gehangen. Soms werden de kazematten van een camouflageverflaag voorzien die aangepast werd op de groene omgeving (afb. 24), soms werden ze zelfs vermomd als gewone bouwwerken met op de wanden geschilderde normale ramen. Ook werden ze vaak omringd door struiken of werden ze ingepakt in een nepschuur of zelfs een hooiberg. De brugkazematten van de Maaslinie kregen een camouflage die bedoeld was om de vijand in verwarring te brengen omtrent de plaats van de schietopening. Hiervoor werden in de frontbeschildering (nep)schietgaten geschilderd in zwarte, witte en grijze tinten om de aa ndacht van de aanvallers af te leiden van de echte schietgaten. Een systeem daarvoor was door dhr. Schilderman vastgelegd. Hij had een bureau dat de voorstellen voor de camouflage uitwerkte van alle daarvoor in aanmerking komende kazematten. Op basis van zijn visie, zijn de schijnschietgaten zo contrasterend mogelijk ( dus wit naast donkergrijs en zwart) uitgevoerd. In de schijnschietgaten zijn loopmonden geschilderd. Een dergelijke beschildering is door de Stichting Militaire Traditiekamer Grave gereconstru eerd bij de rivierkazemat bij Grave (afb. 25). Uiteraard moet men bedenken dat zodra de kazemat zelf vuur afgeeft, deze zijn positie ondanks aanwezige camouflage prijs geeft.

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[13]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Bewapening In het interbellum werd voor de kazemattenlinies bij Den Oever en K ornwerderzand modern pantserafweergeschut aangeschaft bij HIH Siderius (5cm L/50 no.1). Toen men enige tijd later behoefte had om een extra bestelling te plaatsen voor de bewapening van de rivierkazematten en V.I.S. kanonkazematten, bleek dit niet langer mogelijk bij de originele fabrikant (HIH Siderius was een Duitse schaduwfirma). Men is toen overgegaan om bij de Artillerie Inrichtingen aan de Hembrug een iets gewijzigde versie van dit kanon te laten produceren, aangeduid als het kanon 5cm Kazemat no.2. Het was een (voor die tijd) uitstekend wapen, dat zowel in het veld of in kazematten (brugkazemat) te gebruiken was als pantserafweergeschut (brisant-pantsergranaten) als tegen niet gepantserde doelen (brisantgranaat). 16 Brugkazematten met een kanon en mitrailleur en de overige kazematten met enkel mitrailleurs maakten gebruik van de Schwarzlose M.08/15 watergekoelde zware mitrailleur. Het geschut was oorspronkelijk ontworpen in Oostenrijk voor de Eerste Wereldoorlog. In 1940 had Nederland ongeveer 2250 exemp laren beschikbaar die zijn gebruikt in alle belangrijke linies. Voor gebruik in het veld was een driepoot ontwikkeld.

4.2 De twee SZW FR kazematten in de Betuwestelling langs de spoorlijn Zoals gezegd zijn beide langs de spoorlijn gelegen kazematten van het t ype SZW FR. Dit zijn dus grotere (bredere) versies van het type S met drie geschutopeningen voor frontaal vuur. De kazematten werden beide voorzien van een Schwarzlose M.08/15 watergekoeld machinegeweer, dat naar believen in elk van de drie schietopeningen kon worden geplaatst. Uiterlijk van de beide SZW kazematten De kazematten zijn gebouwd op een zware betonnen grondplaat. Ze bezitten een lange recht verlopende achtergevel, twee haaks daarop gebouwde blinde korte zijgevels en drie geknikt verlopende frontgevels. In de buitenhuid van de wanden van gewapend beton zijn de sporen van de bekisting waarbinnen het beton is gestort duidelijk waarneembaar. Het betonwerk is na het storten dus niet afgepleisterd. Ook zijn geen sporen van (camouflage)beschildering wa argenomen. De dakrand van het vlakke betonnen dak is aan alle zijden afgeschuind en de kazematten hebben in het niveau direct boven de geschutopeningen en langs de onder- en bovenrand van het dak uitstekende beton-ijzers voor het bevestigen van camouflagenetten of andere camouflagemiddelen. In alle drie de frontzijden is een, thans dichtgezette, rechthoekige geschutopening aanwezig.

In de recht verlopende achtergevel bevindt zich centraal de entree in een rechthoekige opening die middels een stalen luik kon worden afgesloten. Afb. 30-36. Standaardinrichting van SZW FR Kazemat Afb 37 1: Ingang van de kazemat, af te sluiten met een stalen deur.

16 Info van Sander van de Berg (https://3dfort.wordpress.com/home/kanon -van-5-cm-kazemat-no-2/)

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[14]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

2: 3 schietgaten, af te sluiten met een stalen luik. Een kleine afsluiter in dit luik maakt het ook mogelijk met een geweer door het luik te vuren, zonder het volledige schietgat te openen. Het machinegeweer kon naar wens gewisseld worden tussen de verschillende schietgaten. 3: Haken van betonijzer, bedoeld om camouflagenetten of ander camouflagemateriaal aan te bevestigen. 4: Het machinegeweer, een Schwarzlose M.08, op een stalen affuit. Deze affuit paste precies in de beugels van het schietgat. De achterzijde van de affuit werd op een stalen paal geplaatst. De Schwarzlose was een watergekoeld machinegeweer dat al in 1908 door het Nederlandse leger is aangeschaft bij de fabrikant in Oostenrijk, en vanaf 1915 in licentie in Nederland voor het leger geproduceerd. 5: Boven ieder schietgat was een kap geplaatst met als doel de rook die ontstond tijdens het vuren van het machinegeweer af te voeren. Dit om te voorkomen dat de schutters niets meer zouden zien van de rook. Vanuit de kap liep een buis over het plafond naar de ventilator (zie nummer 8) welke de met rook vervuilde lucht aan de achterzijde van de kazemat uitblies. O p de afbeelding is slechts 1 kap weergegeven, de buizen zijn niet weergegeven. 6: Omdat het machinegeweer met water gekoeld werd, moest het water in de koelmantel om de zoveel schoten vervangen worden.

Dit om te voorkomen dat het water zou gaan koken, en h et wapen zou vastlopen. Voor het vervangen van het water waren in de kazemat enkele handpompen geplaatst om dit te faciliteren. 7: De verschoten hulzen vielen via een buis uit het machinegeweer in een opvangemmer. Op deze manier konden de hulzen eenvoudig verzameld worden om te worden hergebruikt. 8: Uit angst voor herhaling van de gifgasaanvallen uit de eerste Wereldoorlog, is deze kazemat uitgerust met een gasfilter. Deze Kazematventilatie-aggregaat M39 bestaat uit twee hand aangedreven ventilatoren en 12 vervangbare gasmaskerfilters. De eerste ventilator zorgt voor het aanzuigen van mogelijk gecontamineerde buitenlucht aan de achterzijde van de kazemat, waarna deze door de gasfilters gezuiverd en in de kazemat uitgeblazen wordt. Omdat lucht van buiten in de kazemat gepompt wordt, ontstaat er een kleine overdruk, waardoor er een luchtstroom van binnen naar buiten ontstaat. Deze zorgt er voor dat het niet mogelijk is dat gecontamineerde buitenlucht de kazemat binnendringt. De tweede ventilator was verantwoordelijk voor het afzuigen van de rookgassen van de machinegeweren. Interieur van de oostelijke SZW FR kazemat Van beide kazematten is alleen van de oostelijke kazemat het interieur toegankelijk. De westelijke kazemat is geheel afgesloten en volgestort met zand.

Uit het onderzoek van het interieur kwam naar voren dat waarschijnlijk niet alle voorzieningen die tot de standaardinrichting behoren hier waren aangebracht. Omdat Nederland nog bezig was met het verbeteren van de verschillende linies op eigen gron dgebied, is het dan ook mogelijk dat niet alle kazematten uitgevoerd zijn met alle apparatuur volgens voorschriften of ontwerp, mogelijk omdat niet voor alle kazematten ook apparatuur inmiddels voorhanden was. Aanwijzingen voor het al dan niet geplaatst zijn van apparatuur zijn altijd op de muren terug te vinden in de vorm van bevestigingspunten. In de oostelijke kazemat zijn bevestigingspunten waargenomen voor de handbediende waterpompen voor het machinegeweer (afb. 38). Er zijn echter geen sporen aangetroffen van de rookgasafzuiging boven de machinegeweren. Het plafond toonde geen bevestigingspunten (afb.39 en 40). Hieruit valt af te leiden dat de buizen en afzuigkappen vermoedelijk nooit geplaatst zijn. Of dat inhoudt dat de gehele Kazematventilatie -aggregaat nooit geplaatst is, is niet te zeggen. In beide zijgevels zijn wel twee nog niet nader geïdentificeerde bevestigingspunten aanwezig (afb. 41 en 42). Deze ventilatie-aggregaat zou met 4 bouten in de vloer verankerd zijn, de vloer was echter

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[15]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

niet zichtbaar door afval en puin (afb. 42-44 ). Ondanks het ontbreken van de afzuiging is de kazemat gevechtsklaar geweest, immers alle stalen onderdelen voor de opstelling van het machinegeweer zijn geplaatst en het betonwerk is voltooid geweest. Schade Over welke partij de kazemat schade heeft toegebracht, en wanneer dat was, is weinig met zekerheid te stellen. Van grote schade of slachtoffers is in de militaire verslagen van de meidagen niets aangetroffen. De bakstenen van de dichtgemetselde schietgaten vertonen oorlogsschade (zowel aan de binnen- als buitenkant). Dit is een aanwijzing dat de kazematten in de oorlogsjaren (op aanwijzing van de Duitsers) dichtgemetseld zijn, waarna zij tijdens de bevrijding vanuit het oosten door geallieerden beschoten werden. In dat geval zal de kazemat ook niet meer zijn oorspronkelijke vorm als geschutsopstelling hebben gefungeerd. De concentratie en precisie van de treffers indiceert dat het vuur van nabij kwam.

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[16]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

5 Waardestelling 5.1 Cultuurhistorische waarde N.B: De waarderingscriteria van paragraaf 5.1 en 5.2 zijn, bij afwezigheid van een standaard voor het waarderen voor militair erfgoed, ontleend aan de publicatie “Op Verkenning 2.0 Twee eeuwen militair erfgoed in het vizier”, RCE 2019, p. 71. Waarde als bijzondere uitdrukking van een zeer belangrijke technische, typologische of landschappelijke militairhistorische ontwikkeling; De kazemat is een representatief overblijfsel is van het hergebruik van de Betuwelinie; het hergebruik van deze en andere (inundatie)linies in de Tweede Wereldoorlog is kenmerkend voor Nederland. De kazemat ligt ten oosten van de in 1799 gebouwde liniedijk, die oorspronkelijk als verlenging van de Grebbelinie moest dienen. In 1939/1940 werd de liniedijk door de Nederlanders fors uitgebreid en versterkt, waarna zij hem ter verdediging gebruikten tot aan de capitulatie. Voor de versterking had men voor het deel ten zuiden van de spoorlijn ingezet op inundaties; in het noordelijk deel werd een groot aantal kazematten gebouwd, waarvan de oostelijke samen met een stelsel van tankgrachten een nieuwe voorlinie vormden. De onderzochte kazemat maakte daar deel van uit. In ’44-’45 maakten de Duitsers gebruik van de linie en trachtten zij de vanuit het oosten oprukkende geallieerden te bestrijden. Op hun beurt hadden zij de linie met loopgraven uitgebreid.

Bijzondere herinneringswaarde aan een of meer gedenkwaardige gebeurtenissen die voortkomen uit preparatie, bewapening, paraatheid, oorlog of oorlogsdreiging; De onderzochte kazemat vormt een tastbaar aandenken aan de strijd voor de vrijheid die in de NederBetuwe is gevoerd. Het gereedmaken in 1939-1940 van de linie had een grote impact op het landschap en op het dagelijks leven van de bewoners. De met de oorlog gepaard gaande verwoestingen, sterfgevallen, inundaties en evacuaties lieten eveneens hun sporen na op de Betuwse gemeenschappen. In de omgeving herinneren nog tal van straatnamen, oorlogsgraven, gedenkplaten en andere monumenten aan de rauwe oorlogsjaren. De schade op de onderzochte kazemat bewijst dat er op d eze plek met zwaar geschut op leven en dood is gevochten. Over wat er zich exact rond de kazemat heeft afgespeeld, is slechts beperkte informatie beschikbaar. In de verslagen van de gevechtshandelingen die in de meidagen van 1940 plaatsvonden, wordt geen melding gemaakt van omgekomen militairen in of bij de onderzochte kazemat. De Duitsers zouden de kazematten bij de gevechten met de geallieerden in 1944 -1945 opnieuw hebben bemand; er zijn ook aanwijzingen dat de kazemat toen niet meer op de oorspronkelijke wijze werd gebruikt.

5.2 Ruimtelijk-landschappelijke/ensemblewaarde Ensemblewaarde door een sterke samenhang van objecten, archeologie, interieurs en/of landschappen, hetgeen bijdraagt aan de potentiële beleefbaarheid voor een breed deel van de Nederlandse samenleving; De kazemat maakt onderdeel uit van een gelaagde en grootschalige strategische ingreep in het landschap van de Betuwe. Als antwoord op bestaande vorm en inrichting van het land werd een stelsel van verdedigingswerken opgeworpen dat als een geheel moest functioneren. De waarde van de kazemat hangt dan ook voor een belangrijk deel samen met de mate waarin die strategische inrichting tegenwoordig nog in het landschap herkenbaar is.

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[17]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Grote delen van de Betuwelinie zijn na de oorlog gefragmenteerd geraakt. Van het deel van de linie dat ten noorden van de spoorlijn ligt, is het gebied rond Fort de Spees nog het meest herkenbaar, hoewel hier ook verstoringen hebben plaatsgevonden (zie Kaartbijlage 3). De kazemat ligt op de destijds zwaar beschermde kruising van de Tielsestraat, de Spoorstraat, de Liniedijk en de spoorlijn. De context van de onderzochte kazemat is plaatselijk nog intact, dankzij: - de ligging achter de nog zeer goed herkenbare tankgracht; - de oorspronkelijke ligging nabij en oriëntatie ten opzichte van de spoordijk, de Marktstraat en de Tielsestraat, waar het schootsveld op gericht was; - de aanwezigheid van twee andere (intacte) kazematten in de directe omgeving; - de nog aanwezige visuele relatie met de Marktstraat die in het schootsveld van de kazemat ligt. Op grotere schaal is de context echter in belangrijke mate verdwenen, door: - de ter plaatse afgegraven liniedijk met bijbehorende aardwerken; - de bebouwing en boomgaard in de driehoek Tielsestraat – Markstraat – Spoorlijn, die de herkenbaarheid van het schootsveld verstoren. Overwegende dat de herkenbaarheid van de Betuwelinie als geheel redelijk tot slecht is, kan de ensemblewaarde van de onderzochte kazemat als redelijk tot positief gewaardeerd worden.

Daarmee is ook sprake van een potentiële beleefbaarheid van de linie op deze plek. Omdat het terrein niet toegankelijk is voor bezoekers en informatievoorziening ontbreekt, is de ze belevingswaarde op dit moment echter zeer gering.

5.3 Architectuurhistorische waarde De beide kazematten hebben hoge architectuurhistorische waarde als nog goed herkenbare, redelijk gaaf bewaard gebleven voorbeelden van Nederlandse in 1939 -1940 gebouwde kazematten van het Szw 3a FR-type. Van dit grotere type zijn er in het hele land maar 48 gebouwd en een we zenlijk deel daarvan is inmiddels verdwenen, waaronder ook enkele bij de Betuwe -stelling, dus er is ook sprake van een zekere zeldzaamheidswaarde. Deze Szw 3a FR kazematten werden meestal op kwetsbare punten voor de feitelijke linie geplaatst zoals hier bij de spoordijk. De kazematten werden als gevechtsposten voor het veldleger ontwikkeld in de jaren 30, beginnend met de brugkazematten die bemand werden met soldaten van het Korps Politietroepen vanaf 1936, waarna vanaf 1938 en 1939 haast werd gemaakt voor de ontwikkeling en bouw van kazematten voor de linies en stellingen langs de oostgrens (onder meer Maaslinie, IJssellinie, Peel -Raamstelling, Grebbelinie, Betuwe-linie) als een reactie op de dreiging vanuit Nazi -Duitsland. Belangrijkste verantwoordelijke voor de bouw van Nederlandse kazematten was het Centraal Inundatie en Technisch Bureau, het CITB met het bureau Stellingbouw. De bij de linies gebouwde veldlegerkazematten van het Nederlandse leger zijn in 1939 en 1940 gebouwd.

De standaardisering van mili taire gebouwen en verdedigingswerken was al in het begin van de 20 ste eeuw ingezet, waarbij voor de verdedigingswerken beton het belangrijkste materiaal zou worden. Na de Eerste Wereldoorlog werd dit gewapend beton. Omdat Nederland in zijn verdediging nog altijd vertrouwde op waterlinies werden de bestaande linies (waaronder de Hollandse Waterlinie, Grebbelinie en ook de Betuwe -linie) en strategisch gelegen forten voorzien van kazematten van drie standaardtypen (S -kazemat, G-kazemat en flankerende B-kazemat). Met name de S-kazemat was een veelvuldig toegepast type, waarvan de variant met lichte mitrailleur, drie schietgaten en achteringang (S3a) in de grootste aantallen is gebouwd. Een daar op lijkende variant, ingebouwd in een dijktalud waardoor een entreekoker nodig was (S3k) is in kleinere aantallen gebouwd evenals de grotere variant met achteringang en zwaar geschut (Szw 3a). Deze Szw 3a kende voorts een variant met frontaal vuur (Szw 3a FR) of een variant met flankerend vuur (Szw 3a FL).

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[18]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

5.4 Bouwhistorische waarde Deze beide kazematten zijn voor wat betreft het betonwerk, los van de schade goed bewaard gebleven. De aanwezige dichtzetting met kalkzandsteen en baksteen met afsmering in cement aan de buitenzijde van schietgaten en entrees getuigt van de buitengebruikstelling, vermoedelijk al tijdens de oorlog en ook na de oorlog en is een relict van de gebruiksgeschiedenis. De oostelijke kazemat is nog toegankelijk via het oorspronkelijke luik in de achtergevel, waar sporen van aansluitingen en scharnieren to nen hoe het geheel kon worden afgesloten. Het interieur is nog goed zichtbaar en toont de restanten in ijzer en staal van bevestigingen die behoren bij de oorspronkelijke inrichting. De feitelijke apparatuur en wapens zijn verdwenen. De vraag is of de afzuiging van de kruitdampen en gassen volledig was geïnstalleerd want op het plafond zijn geen ijzeren bevestigingspunten waarneembaar. Deze sporen bezitten ook bouwhistorische waarde. De westelijke kazemat ligt net buiten het tracé en is niet toegankelijk en volgestort met zand. Deze zal ongetwijfeld dezelfde relicten van gebruik bevatten. Vermoedt wordt dat de aanwezige gevechtsschade, die bij de oostelijke fors is te noemen, het gevolg is van gevechtsacties op het einde van de oorlog.

Deze schade vertelt ne t als de dichtzettingen en sporen van het interieur het verhaal van de gebruiksgeschiedenis van de beide kazematten en ook hier kan waarde aan worden toegekend.

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[19]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

6 Aanbevelingen Beleid Omdat de kazemat op basis van het vigerende beleid nog geen juridische bescherming heeft, zijn onderstaande aanbevelingen alleen gebaseerd op de uitkomst van de waardestelling in hoofdstuk 5. De kazemat is in gemeentelijke documenten wel reeds gewaardeerd. Op de archeologische beleidskaart is de kazemat als ‘behoudenswaardig’ aangemerkt. Op de (in voorbereiding zijnde) cultuurhistorische waardenkaart is hij als ‘hoog’ gewaardeerd. De waarde ‘hoog’ wordt bij de waardenkaart gekoppeld aan het advies om een beschermingsregime in te stellen. Beide waarderingen zijn nog niet in formeel beleid verankerd. Scenario’s De aanbevelingen zijn ondergebracht in een drietal scenario’s. Vanuit de waardering (hoofdstuk 5) geredeneerd is het voorkeursscenario behoud van de kazemat op de huidige plek (in situ). Indien de hiervoor benodigde planaanpassing niet mogelijk is, worden in het tweede scenario aanbevelingen gedaan voor verplaatsing. Tot slot worden enkele aanbevelingen gedaan voor het scenario waarin de gemeente besluit om de kazemat te slopen. 1)

Behoud in situ (voorkeursscenario)

Het voorkeursscenario gaat uit van behoud op de huidige plek (in situ). Uit de waardestelling (5.1 t/m 5.4) blijkt dat de onderzochte kazemat op alle punten redelijk tot hoog scoort. De nog aanwezig strategische ensemblewaarden (5.2: tankgracht, spoordijk en twee andere intacte kazematten ) maken dat behoud op de huidige plek de voorkeur geniet, ondanks dat de beleefbaarheid op de huidige plek laag is. Het advies om de kazemat te behouden is dan ook gekoppeld aan de aanbeveling om deze belevingswaarde te versterken. 2)

Verplaatsing

Bij verplaatsing van de kazemat blijft een deel van de cultuurhistorische waarden intact. Verplaatsing gaat wel ten koste van de ensemblewaarde (5.2). Aanbevolen wordt daarom om bij verplaatsing te zoeken naar een plek waarbij dit verlies aan waarde wordt gecompenseerd. Het vergroten van de belevingswaarde biedt daarvoor kansen. Behoud van de ruimtelijke relatie met (een onderdeel van) de Betuwelinie is gewenst, zodat de zeggingskracht van de kazemat als schakel in een complex van verdedigingswerken niet geheel verloren gaat. Het is overigens niet de bedoeling om de kazemat elders neer te zetten met de pretentie dat hij daar altijd heeft gestaan. Voor deze optie is een zoekgebied geformuleerd (kaartbijlage 4). Dit zoekgebied is gebaseerd op de volgende kenmerken: -

Ligging ten noorden van de spoordijk, buiten de inundatiezone; in de inundatiezone lagen geen kazematten;

-

Ligging ten oosten van de liniedijk; op en ten oosten van de liniedijk kwam het type SZW -kazemat niet voor;

-

Ligging ten westen van het tankgrachtenstelsel; ten oosten daarvan lagen geen kazematten van het type SZW;

-

Ligging ten zuiden van het fort De Spees, de noordelijke beëindiging van de Betuwelinie.

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[20]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

3)

Sloop

Sloop wordt op grond van de waardestelling afgeraden. De geconstateerde waarden zijn daarvoor te hoog. Indien de gemeente hier voor kiest, wordt aanbevolen om: -

Een uitgebreide biografie van de kazemat op te stellen, voorzien van een 3D scan/model van de kazemat en zijn omgeving, met aanvullende documentatie;

-

De sloop archeologisch te begeleiden;

-

De impact van de sloop op de plaatselijke context van de Betuwelinie te compenseren door de beleefbaarheid van andere onderdelen in de omgeving te versterken (andere kazemat(ten), tankgracht, en/of liniedijk);

-

Onderdelen van de kazemat ter beschikking te stellen voor restauratie van andere kazematten door derden.

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[21]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Literatuur Archief 409: Gevechtsverslagen en -rapporten mei 1940 ( NIMH / Nederlands Instituut voor Militaire Historie ). Via www.archieven.nl. Laurentius, V., Betuwe in stelling: de ondergrondse, 1940-1945 & de stellingenoorlog en de evacuatie 1944-1945 (Kesteren 2000) Alting von Geusau, G.A.A, Onze Weermacht te land (Amsterdam z.j.) Baas, H. (e.a.), De Stelling van Amsterdam: harnas voor de hoofdstad (Utrecht 2003) Borgstein, H., De Betuwestelling nader bekeken. Terugblik 12 (2011), p. 201 -210. Jaarboek Stichting Tabula Batavorum (Opheusden 2011) Cramwinckel, J.C., Duurzame versterkingskunst. Dl II: Land-en kustversterkingen, gebouwd vóór den Europeeschen Oorlog (Breda 1922) Cramwinckel, J.C., Duurzame Landversterkingen (Breda 1916) Cramwinckel, Majoor J.C, en kapitein J.H. de Man, Verslag betreffende een studi ereis van twee Nederlandsche genie officieren naar Frankrijk en België (1920) Deys, H., De Spees 1741-1850. Argumenten en noodzaak tot de bouw van deze schans met batterij. Terugblik 12 (2011), p. 143-154. Jaarboek Stichting Tabula Batavorum (Opheusden 201 1) [...] Historische verdedigingswerken in Noord-Holland 1915-1940. uitgave: provinciaal bestuur van Noord-Holland (Haarlem 1990) Hatert, H. van den., ‘Heer kaptijn Oorlog. Stuur mij snel een klug maanschapen’. Oftewel de Liniedijk Ochten-De Spees in stelling gebracht. Terugblik 12 (2011), p. 217 -228.

Jaarboek Stichting Tabula Batavorum (Opheusden 2011) Hoof, J. van, ‘Een harnas voor de hoofdstad: de Stelling van Amsterdam in militair historisch perspectief’ in: Baas, H. (e.a.), De Stelling van Amsterdam: harnas voor de hoofdstad (Utrecht 2003) Keunen, L. van, e.a., '... daar slingert zich de zware dijk door de vruchtbare weiden en akkers met kloeke hofsteden bezaaid ...'. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Neder -Betuwe. RAAP-Rapport 4219 (Weesp 2020) Kips, D., Gids voor de vestingwerken van Naarden (Naarden 2001) Klinkert, ‘verdediging van de zuidgrens 1914-1918’ 2 delen in: Militaire Spectator jrg 156 (1987), 213 219, 250-257 Koen, D.T., Een onuitdoofbaar vuur: betonnen verdedigingswerken i n de Nieuwe Hollandse Waterlinie 1914-1940 (Bunnik 1995) Koen, D.T., Utrecht verdedigd. Fortificatie en mobilisatie 1914 -1940 (Utrecht 1990) Ross, D., ‘ De Stelling West Noord-Brabant’, op: www.forten-brabant.nl Spanjaerdt Speckman, L.J., Voorschrift nr 601: Duurzame versterkings-kunst. Leerboek voor de cadetten van alle wapens. Tweede deel (Breda 1934), 108 Verbeek, J.R., Kustversterkingen 1900-1940. De planning, constructie en bewapening van Nederlandse kustforten en batterijen (Haarlem 1989)

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[22]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Will, C., Sterk Water: de Hollandse Waterlinie (Utrecht 2002) F.W.J. Scholten, “Stelling in de Neder-Betuwe” in: T. de Kruijff (eindred) Atlas van historische verdedigingswerken in Nederland. Overijssel en Gelderland. Uitgave Stichting Menno van Coehoorn, Utrecht 2019, pp. 238-242 Bert Rietberg, De Grebbelinie. Een cultuurhistorische gids. Utrecht 2004

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[23]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices Figuren: Figuur 1 De locatie van de twee kazematten langs de spoorlijn ten oosten van Kesteren. Rechts het beoogde tracé van de randweg.

5

Figuur 2. De onderzochte SZW-kazemat vanuit oostelijke richting gefotografeerd.

6

Figuur 3. Tankgrachten in het westelijk deel van de linie, zoals zichtbaar op de luchtfoto van 1939 (grebbeberg.nl)

11

Figuren Bijlage 2. Beeldverhaal bij hoofdstuk 4 Afb. 1 Plattegrond van het in Ravenstein vrijgelegde bastion volgens het oud-Italiaanse stelsel (gebouwd 1509-1510) met twee kanonkelders met voor de feitelijke geschutsopening een overwelfde trechtervormige schietkoker, die middels de flankmuren (wangen) de begrenzing van het schootsveld aangeeft. Deze gemetselde constructie was volledig in een aarden dekking van het bastion opgenomen (rechtsonder). Tekening A. Viersen 2015

33

Afb. 2 De overwelfde rondlopende kanonsgang in de bastei in Nijmegen waar de geschutskelders in open verbinding mee staan. https://www.museumkids.nl/museum/110#info. Onder: tekening van een bastei volgens ontwerp Durer (website Menno van Coehoorn)

34

Afb. 3 De zogenaamde Haxo-kazemat was een in een overwelfde ruimte ondergebracht kazemat voor geschut die aan de achterzijde open werd gelaten om kruitdampen snel weg te kunnen laten. Op de gewelven werd een aarden dekking aangebracht.

35

Afb. 5 Ontwerp van een geschutstoren door René de Montalembert.

36

Afb. 6 Martellotoren (doorsnede) Bron: www.coehoorn.nl/begrippenlijst.html

36

Afb. 7 Een kenmerkend bomvrij torenfort (Everdingen) uit de eerste helft van de 19de eeuw. Deze torenforten vormden het centrale deel van het fort, dat daarnaast was omgeven door omwallingen met geschutsposten.

37

Afb. 8 Gietstalen koepel met twee Krupp 24cm kanonnen van het pantserfort bij Spijkerboor. Foto M. Verhoeks.

37

Afb. 9 Detail van de gevel van het bomvrije projectielen en kruitmagazijn van Hellevoetsluis met vier, steens hoge schillen van de gewelven in gele steen. FH MAB 2010

38

Afb. 10. Het in brikkenbeton met een gepleisterde afwerking en klassieke details uitgevoerde poortgebouw van fort Sabina. Foto: M. Verhoeks

38

Afb. 11 De gebogen in brikkenbeton met een cementlaag uitgevoerde gevel van een remise van fort Sabina. Foto M. Verhoeks

38

Afb.12 Resultaat van een schietproef op een schuilplaats van ongewapend beton, Oldebroek 1909. links op de voorgrond twee pantsergranaten 21 cm. (inv. nr. 00110210)

39

Afb. 13 Resultaat van een schietproef op een schuilplaats van gewapend beton, Oldebroek 1909. De wapeningsnetten zijn duidelijk zichtbaar bij de inslagen, de diepte van de gaten is geringer dan bij ongewapend beton en de constructie is niet gescheurd (ontwricht) zoals die van het ongewapende beton op afb. 2! (inv. nr. 00114365)

39

Afb. 14 Schuilplaats 1916. Goed te zien is hoe de ringsegmenten van gewapend beton bij elkaar worden gehouden door staalkabels. Deze schuilplaats ligt aan de gedekte gemeenschapsweg tussen fort Honswijk en het Werk aan de Korte Uitweg. De weg liep parallel aan een inundatiekanaal en

RAAP-rapport 5309 / versie 29-07-2021

[24]

SZW -kazemat te Opheusden; cultuurhistorische quickscan en bouwhistorische opname

maakte deel uit van de verdediging van het Lekacces van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. (foto Marius van Leeuwen)

40

Afb. 15. Tekeningen en een foto met kaart van een S3a kazemat aan de IJssel bij Doesburg. Vestingdoesburg.nl

40

Afb. 16. Een S3k kazemat in het waltalud bij de Spees. Op de achtergrond enkele betonnen schietopstanden en een replica van een Romeinse wachttoren. www.bunkerinfo.nl

41

Afb. 17. Een SZW FR kazemat in de Betuwe-stelling. www.bunkerinfo.nl

41

Afb. 18. De achterzijde met toegang van een SZW FR kazemat in de Betuwe-stelling. De kazemat is na de oorlog tijdelijk als munitieopslag gebruikt waarvoor de deuropening is vergroot. www.bunkerinfo.nl 42 Afb. 19. Type B-kazemat in het hoornwerk aan de Spees. www.bunkerinfo.nl

42

Afb. 20; Tekeningen en een foto met kaart van een B kazemat aan de IJssel bij Doesburg. Vestingdoesburg.nl 43 Afb. 21; Tekeningen en een foto met kaart van een G kazemat aan de IJssel bij Doesburg. Vestingdoesburg.nl 43 Afb. 22; Kolffkazemat van de Betuwelinie. www.bunkerinfo.nl

44

Afb. 23. Brugkazemat bij Lent Oost 3D doorsnede Sander van de Berg https://3dfort.wordpress.com/home/brugkazemat-type-b-lent-oost/

44

Afb. 24 Soldaat in geschutskamer van het 5cm kanon in de brugkazemat bij Lent Oost. De soldaat draagt een gasmasker en staat bij een munitierek. 3D reconstructie Sander van de Berg https://3dfort.wordpress.com/home/brugkazemat-type-b-lent-oost/

45

Afb. 25. Reconstructietekening van een camouflagebeschildering op een S3k kazemat (kazemat b5 in de Grebbelinie). https://www.amersfoort.nl/bericht/kazemat-b5.htm

46

Afb. 26, De brugkazemat bij Grave kort na de oorlog met de oorspronkelijke camouflagebeschildering. Coll: Graafs kazemattenmuseum

46

Afb. 27 Mitrailleur type M’08.15 Schwarzlose, kaliber 7.9 mm in kazemat Grave Noord. Rechts reconstructie van een veldopstelling.

47

Afb. 28. Reconstructie van een kanon 5cm Kazemat no.2 . Sander van de Berg

48

Afb. 29 Schietopstand bij de Spees. www.bunkerinfo.nl

48

Afb. 30: Plattegrond met geschutsposten (rechts met een Schwarzlose mitrailleur) van een SZW FR. Kazemat zoals gebouwd bij de stelling langs het spoor bij Kesteren. Reconstructie en tekening Mart Scholte Lubberink, BA RAAP.

49

Afb. 32: Opengewerkte 3D weergave van een SZW FR kazemat met soldaten in actie achter een Schwarzlose mitrailleur. Rechts tegen de achterwand is de afzuiginginstallatie getekend. Reconstructie en tekening Mart Scholte Lubberink, BA RAAP

50

Afb. 33: De oostelijke kazemat vanuit het oosten gezien. FH MAB 2021

50

Afb. 34: De oostelijke kazemat vanuit het westen gezien. FH MAB 2021

51

Afb. 35: De westelijke kazemat vanuit het noorden gezien. FH MAB 2021

51

Afb. 36: De westelijke kazemat vanuit het westen gezien. FH MAB 2021

52

Afb. 37 Opengewerkte 3D weergave met de standaard-inrichting van een SZW FR kazemat met aanduiding in nummers van de diverse onderdelen. Reconstructie en tekening Mart Scholte Lubberink (RAAP). 52 Afb. 38 Interieur oostelijke kazemat met zicht op de twee dichtgemetselde schietgaten. Rechts van het linker schietgat zijn vier bevestigingspunten voor de pomp van de waterkoeling van het machinegeweer zichtbaar. Onder het schietgat is een beugel voor de voeten van de schutter aanwezig. In het schietgat zijn de beugels van de afuit nog aanwezig. FH MAB 2021

53

Afb. 40 Interieur oostelijke kazemat met zicht op het rechter dichtgemetselde schietgat. Links van het schietgat zijn vier bevestigingspunten voor de pomp van de waterkoeling van het machinegeweer zichtbaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11028454/1