CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toelichting inclusief bijlagen

Raadsvergadering 9 februari 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Kerk Cuneraweg Ochten'23.438 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Harde overgangen, waarbij de rand van het stedelijk gebied vanaf grote afstand nadrukkelijk in het landschap aanwezig is, dienen te worden voorkomen. Voor de westrand van Ochten wordt het volgende aangegeven: ‘Het westen van de kern vormt met de Cuneraweg een harde overgang naar het landelijk gebied. Door langs de Cuneraweg enkele bijzondere gebouwen in een groene setting te ontwikkelen wordt een goede overgang met het landelijk gebied gerealiseerd. Het is landschappelijk zeer gewenst om het gebied tussen de Cuneraweg en de Heuning groen te houden, als een landschappelijke buffer’. Dit vormt een belangrijke basis voor de landschappelijke inpassing van het kerkgebouw in de omgeving.

Boomteeltrijke oeverwallen Ontstaan • Rijke oude bewoningsgeschiedenis van Romeinse Tijd tot en met Middeleeuwen; bewoning sinds de Bronstijd. • Dorpskernen ontstaan en gegroeid op oeverwallen. • Oeverwallen basis van ontginning rivierengebied. • Uitstekende landbouwgronden en goede bodem en waterhuishouding voor boomteelt. Ruimtelijke kwaliteiten • Licht glooiend landschap • Van oorsprong onregelmatige en kleinschalige verkaveling • Opstrekkende strokenverkaveling van oeverwal naar kom • Boomteelt visitekaartje en economische drager NederBetuwe • Tamelijk besloten landschap in contrast met open kommen • Hoge archeologische verwachtingswaarde vanwege Romeinse vindplaatsen Opgaven en aandachtspunten voor visievorming • Heldere zonering uiterwaarden-oeverwal-komoeverwaluiterwaarden door versterking eigen identiteit • Geleiding van uitbreidingsdruk boomteelt • Landschappelijke inpassing (nieuwe) dorpsranden • Groene geleding tussen Ochten en De Heuning • Nieuwe Landgoederen mogelijk • Lokale waterbergingsopgaven Kesteren, Ochten en Dodewaard • Ontwikkeling waterfront Ochten • Weinig beplanting in openbaar gebied, op kavelgrenzen en op erven • Profilering Neder-Betuwe als laanboomcentrum in openbare ruimte doorzetten

Uit: Landschapsontwikkelingsplan Neder-Betuwe landschapsanalyse blz. 32, Brons & partners, september 2009.

De Heuning

Ochten

planlocatie fragment landschapsontwikkelingsvisie

3

LANDSCHAPSANALYSE

1850

Cultuurhistorie en landschapsstructuur

beplante erven

boomkwekerijen

Ochten

1910

Bedrijventerrein De Heuning

beplante erven

1950

Waalbandijk

uiterwaarden

Waal

historische ontwikkeling

2020

landschapsstructuurkaart

4

LANDSCHAPSBEELDEN BEPLANTINGSELEMENTEN OMGEVING

Hoogstamfruitbomen

wegbeplanting, laagstamfruit en boomkwekerijen

bron: Landschapsontwikkelingsplan Neder-Betuwe.

Boomgroepen en solitaire bomen

Open uiterwaarden (buitendijks) en (besloten) oeverwallen binnendijks

5 (knot) bomenrij

Besloten oeverwallen met erfbeplanting en open komgronden

locatie kerk OGGIN

LANDSCHAPSANALYSE zichtbaarheidsanalyse In het kader van de analyse is gekeken in hoeverre de nieuwe ontwikkeling zichtbaar is vanuit de omgeving. Het kerkgebouw is 14m hoog (kerkzaal) met een toren van 17m en een spits tot 20m. Dit is voor een kerkgebouw relatief laag. Ter vergelijk: de kerk van de GGIN te Ochten is 24m+NAP met een toren van 33m+NAP. De hervormde dorpskerk meet 22m+NAP met een toren van 36m+NAP. De nieuwe kerk van de OGG wordt dus beduidend kleiner dan de 2 andere gebouwen die vanuit de omgeving/het landschap goed te zien zijn. De nokhoogte van Cuneraweg 3 ligt op 16,5m+NAP, die van nr 1 op 17m+NAP, dit wordt de hoogte van de toren van de kerk, de hoogte van de kerk zelf ligt dus nog iets lager dan de belendende bebouwing. De kleurstelling van het gebouw is sober en gedekt met aardbruine bakstenen muren en een donker pannendak. Vanuit alle zijden is gekeken naar het mogelijke zicht op de kerk vanaf de openbare weg. Komend vanuit noordelijke richting ligt het kerkgebouw achter de bestaande woonbebouwing van Cuneraweg 1 en 3. Dit zijn vrij dicht beplante percelen met hoge bomen (tot 20m NAP) en bebouwing (tot 15m NAP) waarachter de kerk naar verwachting vrijwel geheel wegvalt. Pas na Cuneraweg nr 1 zal het gebouw duidelijk in beeld komen en zichtbaar zijn vanaf de weg en de westelijke randbebouwing van Ochten.

Ook vanaf de Heuningstraat zal de kerk slechts beperkt zichtbaar zijn door de bebouwing (tot 15m NAP) met tuinen langs deze weg en het met groen verdichte gebied van de boomgaarden en boomkwekerijen die hierachter gelegen zijn. Af en toe zal een glimp van het gebouw opgevangen worden daar waar het bebouwinglint langs de weg even stopt. Aan de westzijde liggen tussen Ochten en bedrijventerrein de Heuning geen openbare wegen waarvandaan zicht op de kerk mogelijk is. Van het bedrijventerrein zal de kerk aan de einder wel zichtbaar zijn en onderdeel vormen van het met groen omlijste panorama van Ochten met drie kerken/torens, waarbij de kerk van de OGGIN zelf nauwelijks boven de groene massa uitstijgt gezien de relatief beperkte hoogte. Aan de zuidzijde van de planlocatie ligt een doodlopend weggetje, de Weilerstraat. Van hieraf zal de kerk goed zichtbaar zijn. Ook vanaf de Waalbandijk is de kerk zichtbaar. In de zomersituatie zal dit minder zijn dan in de wintersituatie, maar door de hogere kijkhoogte (de dijk ligt op 12,8m+NAP) kijkt men op een aantal stukken wat verder door het landschap in. Ook van hieraf gezien zal de kerk onderdeel vormen van het panorama Ochten. Het kerkgebouw is nauwelijks hoger dan de boerenschuren in dit gebied, slechts de toren torent hier bovenuit. Conclusie is dat het kerkgebouw vooral vanuit het zuiden/zuidwesten zichtbaar zal zijn.

Door de relatief geringe hoogte van de kerk zal deze zich voegen in de groene bebouwingsrand van Ochten: een groene band met af en toe een groter gebouw (kerk, grotere woning, boerenschuur) daarin.

Schematische weergave groene westrand Ochten met kerkgebouw OGGIN

Zicht vanuit noordelijke richting Cuneraweg (kruising Ri-straat): geen zicht op kerk

locatie kerk OGGIN

Zicht vanuit noordelijke richting Heuningstraat: af en toe een glimp van de kerk

locatie kerk OGGIN

Zicht vanaf bedrijventerrein de Heuning met links de kerk van de GGIN en rechts de hervormde dorpskerk : zicht op de kerk mogelijk, voegt zich in panorama Ochten

locatie kerk OGGIN

Zicht vanaf de Waalbandijk op de planlocatie: de kerk zal redelijk tot goed te zien zijn en zich voegen in het panorama Ochten met 3 kerkgebouwen/torens in een groene setting.

7

LANDSCHAPSVISIE De gewenste ontwikkeling kan niet volgens een goede ruimtelijke ordening binnen bestaand stedelijk gebied plaatsvinden. Hierdoor is het wenselijk om de kerk met parkeerplaats en fietsenstalling buiten de kern te bouwen. Uiteindelijk is om diverse redenen gekozen voor deze locatie aan de Cuneraweg. Omdat dit een gegeven is wordt in het kader van deze landschappelijke studie geen uitspraak gedaan over de wenselijkheid van een kerk op die plek. Ook de locatie en richting van de kerk op het perceel is in onderling overleg met gemeente en omwonenden tot stand gekomen en derhalve een vast uitgangspunt. Gezien de landschappelijke ligging is een gedegen landschappelijke inpassing van de nieuwe kerk wel van groot belang. uitgangspunten • Landschappelijke onderlegger als basis gebruiken voor landschappelijke inpassing; • Betuws landschap is inspiratiebron voor de inrichting; streekeigen materialisering en beplantingskeuze waarbij aangesloten wordt op karakteristieke groenelementen uit de omgeving; • Kerk zodanig positionering in groene setting dat een goede overgang tussen Ochten-west en het landelijk gebied ontstaat. Het beeld is een groene, parkachtige zone als landschappelijke buffer met oude en nieuwe gebouwen (waaronder de kerk) als incidentele, vooruitgeschoven posten in het groen.

Hierbij aansluiten op de uitgangspunten van het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) van de gemeente Neder-Betuwe; • Inrichting van het terrein zo groen mogelijk met een minimum oppervlak aan verharding, toepassing van halfverharding/doorgroeistenen, etc.; • Rekening houden met thema’s als klimaatadaptie (wadi/waterdoorlatende verharding) en biodiversiteit (streekeigen beplanting, natuurlijke inrichting en beheer, insecten aantrekkende beplanting, etc.). inrichtingsvisie Het terrein krijgt een landschappelijk, parkachtig karakter als onderdeel van de groene buitenrand van Ochten. Ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de nieuwe kerk zijn een aantal ontwerpmiddelen voorhanden als beplantingen (bomen, hagen, beplantingsingels), water en oevers en hoogteverschil/reliëf. Ontwerpmiddelen dienen aan te sluiten bij het karakter, de streekeigenheid van het gebied. De landschappelijke onderlegger is de basis voor de inrichting. Uitgangspunt bij de landschappelijke inpassing is niet alleen het aanbrengen van een groen kader rondom, maar ook het creëren van een groene dooradering van het plangebied. Door de relatief geringe hoogte van het beoogde gebouw zal dit door het reeds aanwezige groen in de omgeving en de nieuw aan te brengen beplantingen voor een groot deel aan het zicht vanuit het landschap onttrokken worden. Het geheel aan het zicht onttrekken is niet wenselijk.

Het kerkgebouw is architectonisch vormgegeven en van hoge ruimtelijke kwaliteit. Afplanten zou deze kwaliteit te niet doen. Streven is om een parkachtige zone, aansluitend op de bestaande groene rand van Ochten te ontwikkelen waar ook de omgeving van de kerk onderdeel van uitmaakt. Hiertoe wordt aangesloten bij de karakteristieke groenelementen uit de omgeving: streekeigen geschoren hagen, losgroeiende natuurlijke hagen en struwelen, boomgroepen, hoogstam)boomweides, (knot)bomenrijen, etc. De parkzone, waarin de kerk staat, vormt de nieuwe overgang van het dorp naar het landschap. Aan te brengen beplantingen bestaan voornamelijk uit streekeigen soorten, passend in de omgeving. De vormgeving van het kerkplein is enerzijds strak en refereert aan de strakheid van fruitboomgaarden en boomkwekerijen, anderzijds wordt dit patroon ‘aangetast’ door natuurlijke, vloeiende lijnen die refereren aan het rivierenlandschap met oeverwallen, kommen, kronkelige rivierdijken etc. De vloeiende lijnen trekken de bezoeker a.h.w. de kerk in en geven een uitnodigend, vriendelijk beeld.

``

8

groene randen en dooradering Het kerkgebouw wordt in de nieuwe situatie omgeven door groen en met groen dooraderd. Deels is dit bestaand groen. Zo vormt de bestaande bomenrij (eik) langs de Cuneraweg een groen inpassingsvenster. Onder de bomen door is (beperkt) zicht mogelijk op de kerk. De terreintoegangen (auto, fiets en voetganger separaat i.v.m. veiligheid) worden zodanig gesitueerd dat deze bomen zoveel mogelijk kunnen blijven staan. Door de omlegging van het fietspad i.v.m. een verkeersveiliger situatie zal één boom moeten wijken. Onderzocht is of verplanten mogelijk is, maar experts geven aan dat de risico’s zodanig groot zijn dat verplanten afgeraden wordt. Deze boom wordt wel gecompenseerd door een nieuwe eik in een grotere plantmaat op het terrein. Onder de eikenrij loopt de bermvegetatie door en ontstaat een natuurlijk beeld met kruidenrijk gras wat enkele keren per jaar gemaaid wordt. Aan de noordzijde grenst het terrein aan een bestaande woning (Cuneraweg nr 1). Op verzoek van deze buren heeft de voorste hoek een opener karakter in verband met het vrije zicht op de omgeving. Meer naar achteren toe is wel een groene afscherming gewenst. Deze wordt verkregen door het aanplanten van een 5m brede struweelbeplanting (o.a. hazelaar, kornoelje, veldesdoorn, liguster, Gelderse roos) met enkele bomen (o.a. eik, iep, haagbeuk).

Hierin wordt een lage grondwal geïntegreerd op verzoek van de buren. De westelijke rand wordt gevormd door een haagbeplanting (veldesdoorn of beuk) als referentie naar de geschoren hagen die ook toegepast worden bij erven in de omgeving. In deze haag worden (sier)peren geplaatst als link naar de omringende boomgaarden. Deze worden zodanig uit elkaar geplaatst dat het slootonderhoud vanaf het eigen terrein kan plaats vinden. Aan de zuidkant bepalen diverse verspreide bomen en boomgroepen het beeld. Hier wordt gedacht aan streekeigen soorten als kers, noot, kastanje, plataan en linde. Niet alleen de randen van het plangebied krijgen een groen karakter, maar heel het terrein wordt met groen dooraderd. Hiermee ontstaat niet alleen een aantrekkelijke groene omgeving, deze beplantingen doen ook in de groene, parkachtige uitstraling van de omgeving en vormen samen met de groene randen een onlosmakelijk geheel in de totale landschappelijke inpassing. Het groen op het terrein bestaat voornamelijk uit verspreide bomen, beplantingsvakken en hagen. ecologie, klimaatadaptie, duurzaamheid De hoeveelheid verharding op het terrein wordt zoveel mogelijk beperkt en alleen daar waar nodig vanuit het gebruik toegepast.

Het parkeren (norm: 130,4 st, nu 135 opgenomen) wordt volledig in halfverharding middels doorgroeitegels uitgevoerd wat niet alleen zorgt voor een stuk infiltratie in de bodem maar wat ook een groen beeld oplevert. Ten opzichte van de huidige situatie is er sprake van een toename van het bebouwd en verhard oppervlak. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlast ontstaat, stelt het waterschap de eis tot aanleg van extra waterberging. Zo wordt het verlies van berging in de bodem gecompenseerd. De totale toename van de oppervlakte verhard en bebouwd terrein bedraagt ca 3000 m2 + 1000 m2 grastegels (2000m2 x 50%) = 4000 m2. Dit moet gerealiseerd worden middels wadi’s, ondiepe terreinlaagtes (max 40cm diep) waarin water tijdelijk wordt opgevangen en waar dit kan infiltreren in de bodem. Voor 4000 m2 verharding moet een bergend volume van 265,6 m3 wadi worden gerealiseerd. In een wadi kan maximaal 40 cm water geborgen worden. Dat houdt in dat minimaal ca 664 m2 oppervlak gereserveerd moet worden voor waterberging via een wadi. In het plan zijn een tweetal wadi’s opgenomen, zowel aan de noordzijde als de zuidzijde van de kerk met een gezamenlijk oppervlak van 700m2 waarmee aan deze eis voldaan wordt. Deze wadi’s hebben ook een belangrijke ecologische waarde en worden ingezaaid met een kruidenrijk wadi-mengsel.

In en rond de wadi’s wordt een aantal streekeigen bomen en struiken aangebracht die geschikt zijn voor tijdelijk vochtige omstandigheden. In het sortiment is niet alleen rekening gehouden met streekeigenheid, ook biodiversiteit speelt een rol. Zo zijn insecten aantrekkende beplantingssoorten toegevoegd en worden kruidenrijke vegetaties ontwikkeld die extensief beheerd worden. Om te voldoen aan de eigen energiebehoefte wordt ingezet op duurzame energieopwekking middels zonnecollectoren. Vanuit visueel-ruimtelijk oogpunt worden deze niet toegepast op de hoge dakvlakken. Voornemen is om deze te situeren op de zuidgeoriënteerde daken van de kerk op het dak van de consistorie en het platte dak van de zaal. Hier kunnen in totaal ca 100 zonnecollectoren een plaats krijgen.

P

P F

P = parkeren F = fietsen

9

LANDSCHAPSPLAN

LEGENDA 1.

2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12.

13.

14.

15. 16. 17. 18.

19. 20.

Terreintoegang auto’s, verleggen fietspad naar binnen en maken opstelplaats tussen fietspad en weg i.v.m. verkeersveiligheid (incl. verwijderen 1 eik); Bestaande eikenrij handhaven en in een zo groot mogelijk groenvak zetten, beschermingsmaatregelen tijdens bouw; Doorzetten kruidenrijke (berm)vegetatie bloemrijk grasland; Voetgangersoversteekplek en terreintoegang voetgangers; Terreintoegang fietsers; Fietsparkeren met enkele nietjes, groen dooraderd met hagen; Wadi zuidzijde, ca 40cm diep, flauwe taluds. Inzaaien met speciaal kruidenrijk wadi-mengsel; Enkele verspreide bomen (els, berk, plataan, vleugelnoot, etc) die enigszins bestand zijn tegen natte voeten; Struweel langs zuidelijke rand: wilgensoorten, kardinaalsmuts, etc.; 15 parkeerplaatsen (waaronder 3 mindervaliden) op grastegels; Afscheidende haag (beuk) met bomenrij (sier)peer; Beplantingsvakken rondom kerk: uitbundig bloeiende vaste planten met sierwaarde en ecologische meerwaarde, enkele meerstammige struiken/boom; Hoofdparkeerterrein met ruimte voor 120 auto’s (totaal 130 parkeerplaatsen) op grastegels vanwege groen karakter en klimaatadaptie (infiltratie), ‘file’parkeren, regeling met parkeerwachters. Looppaden verhard en middenpad verhard en breder (3,5m) i.v.m.

looppad en toegang brandweer; Inpassingzone noordzijde: beplantingssingel 5m breed met streekeigen struweel en enkele verspreide bomen met geïntegreerde grondwal (1,5m hoog); Wadi noordzijde: 40cm diep en ingezaaid met speciaal kruidenmengsel, enkele verspreide bomen; Hoofdtoegang kerk met voorliggend bordes en trappenpartij (ca 40cm hoogteverschil); Neventoegang kerk voorzien van hellingbaan ivm rolstoelers etc. Verharding rondom kerk in één type baksteenverharding, afgestemd op steenkeuze kerk in sobere aardetint (bruin, grijs); Te verkopen perceel, groene inrichting. Bestemming groen (uitsluiten bebouwing/ wel hobbymatig kleinvee houden); Enkele verspreide notenbomen op zuidelijk perceel.

10

IMPRESSIE KERKGEBOUW EN TERREIN

11

BEPLANTINGSINDICATIE

12

BIJLAGE: Inpassing- en inrichtingsplan A1

13

Bijlage 4 Overzichtstekening

Kerk Cuneraweg Ochten

87

m¹

schaal 1:200 - 08-12-2022

30

m¹ 30

mv

INPASSING EN TERREININRICHTING KERK OGGIN OCHTEN

mv

mv

14.

13.

15.

1.

18.

12.

35

6.

7.

19.

20. 8.

9. 3. 2.

17. 16.

4.

10.

11. 5.

Bijlage 5 Quickscan Wet Natuurbescherming

Kerk Cuneraweg Ochten

89

Quickscan Wet natuurbescherming Cuneraweg ong. te Ochten Oriënterend onderzoek ecologie in het kader van de Wet natuurbescherming

Colofon

Status:

Definitief

Project:

2022-0510

Datum:

6 mei 2022, revisie 9 mei 2022

Samensteller:

ir. ing. D. Bogers

Collegiale toets:

ing. C.J. Blom

Opdrachtgever:

Bouwcommissie OGGiN te Ochten

Contactpersoon:

W.F. Bunt

Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.

Inhoud 1 Inleiding

4

1.1

Planlocatie

5

1.2

Beoogde ruimtelijke ingreep

6

2 Methode

7

2.1

Uitvoering onderzoek

7

2.2

Soortenbescherming

7

2.3

Gebiedsbescherming

8

2.4

Houtopstanden

9

3 Beoordeling

11

3.1

Soortenbescherming

11

3.2

Gebiedsbescherming

16

3.3

Houtopstanden

18

4 Samenvatting

19

4.1

Soortenbescherming

19

4.2

Gebiedsbescherming

19

4.3

Houtopstanden

19

5 Conclusie

20

5.1

Conclusie

20

5.2

Uitvoerbaarheid

20

5.3

Vervolgstappen

20

5.4

Te treffen maatregelen

20

1 Inleiding Aan de Cuneraweg ong. te Ochten is een weideperceel gesitueerd. De Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland (OGGiN) is voornemens op dit perceel een kerk realiseren. Het bestemmingsplan voorziet niet in de beoogde ruimtelijke ingreep en dient derhalve te worden gewijzigd van ‘Agrarisch’ naar ‘Maatschappelijk’. De beoogde ruimtelijke ingreep heeft mogelijk een negatief effect op beschermde flora en fauna (soortenbescherming), beschermde natuurgebieden (gebiedsbescherming) en/of beschermde houtopstanden. Ten behoeve van de beoogde ruimtelijke ingreep geldt de wettelijke verplichting onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke effecten van de ruimtelijke ingreep daarop. De bouwcommissie van de OGGiN te Ochten heeft Blom Ecologie verzocht de planlocatie te onderzoeken op aanwezigheid van beschermde soorten, gebieden en houtopstanden. Vervolgens wordt getoetst of de beoogde ruimtelijke ingreep uitvoerbaar is in het kader van de Wet natuurbescherming en/of provinciaal beleid. Onderzoeksdoelen • Is het bestemmingsplan dat wordt opgesteld voor het project zoals hiervoor omschreven uitvoerbaar zoals het bepaalde in de Wro (art.

3.1.6 Bro)? • Welke, krachtens de Wet natuurbescherming, beschermde flora en fauna zijn (potentieel) aanwezig op de planlocatie en welke negatieve effecten kunnen optreden als gevolg van de beoogde ruimtelijke ingreep? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden of de wezenlijke kenmerken en waarden van provinciaal aangewezen beschermde gebieden? • Leidt de beoogde ruimtelijke ingreep tot kap van houtopstanden zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming? • Dienen er vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming en/of provinciaal aangewezen beschermde gebieden te worden genomen, en zo ja, welke?

Figuur 1.1

De planlocatie is gelegen aan de Cuneraweg ong. te Ochten.

4

1.1

Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Cuneraweg ong. te Ochten (figuur 1.2). De planlocatie betreft een agrarisch perceel, ingericht als paardenweiland. Afgezien van een verouderde bouwkeet is er op de planlocatie geen bebouwing aanwezig. Rond de planlocatie bevinden zich kavelsloten en meerdere bomen. Deze blijven binnen de beoogde ruimtelijke ingreep behouden. In figuur 1.3 en bijlage 1 zijn een aantal foto’s opgenomen die een impressie geven van de planlocatie en de directe omgeving hiervan.

Figuur 1.2 De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Cuneraweg ong. te Ochten. De planlocatie is gelegen tussen landelijk en stedelijk gebied. De directe omgeving van de planlocatie wordt gekenmerkt door agrarische percelen (westen) en een dorpskern met woningen en tuinen (oosten). Circa 670 m ten zuiden van de planlocatie stroomt te Waal. De dichtstbijzijnde snelweg is de A15, die zich circa 1,5 km ten noorden van de planlocatie bevindt.

Figuur 1.3 Fotografische indruk van de omgeving ten oosten van de planlocatie.

5

1.2

Beoogde ruimtelijke ingreep De beoogde ruimtelijke ingreep betreft de realisatie van een nieuwe kerk. De functie van het perceel dient te wijzigen van ‘Agrarisch’ naar ‘Maatschappelijk’. Onderstaand volgt een korte opsomming van de ingrepen en effecten: • verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; • egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; • realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; • revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.

6

2 Methode Dit oriënterend onderzoek verkent alle relevante vakgebieden met betrekking tot de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt een beoordeling gegeven van de aanwezigheid van specifieke potentie voor beschermde flora en fauna op de planlocatie, de betekenis van de planlocatie voor de aanwezige soorten en de effecten van de voorgenomen ingrepen op de soorten. Dit onderzoek bestaat uit een veldbezoek en raadpleging van externe bronnen. De reikwijdte bestaat uit de Wet natuurbescherming en de provinciale omgevingsverordening.

2.1

Uitvoering onderzoek Het veldbezoek is een momentopname van de aanwezige flora en fauna. Op basis van dit veldbezoek wordt een inschatting gemaakt omtrent de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten. Tijdens het veldbezoek is de planlocatie nauwkeurig onderzocht, waarbij ook gelet werd op sporen en delen of restanten van planten en/of dieren. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 25 april 2022 en is uitgevoerd door ir. ing. D. Bogers. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren; motregen, 8/8 bewolkt, 9 Celsius en windkracht 0-1 (Bft). Vaak zijn er al gegevens bekend over een planlocatie en de directe omgeving hiervan. Deze gegevens worden onder andere beheerd in rapporten en naslagwerken en door de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). In NDFF wordt normaliter hierbij een straal van 2 km aangehouden rondom de planlocatie. Afhankelijk van het karakter en ligging van de planlocatie kan een afwijkende afstand aangehouden worden. Raadpleging van externe bronnen levert vaak nuttige aanvullende informatie op en biedt daarmee een vollediger beeld van de (mogelijk) aanwezige flora en fauna.

2.2 Soortenbescherming De soortenbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten (Wnb art. 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (Wnb art. 3.5) en Andere soorten (Wnb art. 3.10). Hierin worden rust- en voortplantingsverblijfplaatsen en het functioneel leefgebied beschermd. Bij overtreding van een verbodsbepaling geldt een ontheffingsplicht. Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1) 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Habitatrichtlijn (Wnb art. 3.5) 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.

7

5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of

bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere soorten (Wnb art. 3.10) 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Van de verboden als bedoeld in Andere soorten Wnb art. 3.10 eerste lid kan door bevoegd gezag vrijstelling verleend worden voor het opzettelijk doden of vangen van individuen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of vaste rustplaatsen voor bepaalde soorten. Voor alle soorten in Nederland geldt dat er sprake is van een algemene zorgplicht (Wnb art. 1.11) . Hierin wordt voorgeschreven dat nadelige gevolgen voor flora en fauna voorkomen moeten worden.

Het uitgangspunt van de algemene zorgplicht is dat het doden, verwonden, verontrusten of beschadigen van flora en fauna wordt vermeden. Deze zorgplicht geldt voor iedereen. In de Omgevingsverordening van de Provincie Gelderland is voor de volgende soorten vrijstelling opgenomen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen: Tabel 2.1

Vrijgestelde soorten in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Gelderland.

Vrijgestelde soorten Aardmuis

Gewone bosspitsmuis

Ondergrondse woelmuis

Bastaardkikker

Gewone pad

Ree

Bosmuis

Haas

Rosse woelmuis

Bruine kikker

Huisspitsmuis

Tweekleurige bosspitsmuis

Dwergmuis

Kleine watersalamander

Veldmuis

Dwergspitsmuis

Konijn

Vos

Egel

Meerkikker

Woelrat

2.3 Gebiedsbescherming In Nederland zijn natuurgebieden aangewezen met een beschermde status. Deze natuurgebieden betreffen hoofdzakelijk Natura 2000-gebieden en provinciaal beschermde gebieden. Natura 2000-gebieden Voor werkzaamheden in Natura 2000-gebieden is bij mogelijke effecten een Voortoets vereist. Met de Voortoets wordt bepaald of de plannen mogelijk negatieve effecten hebben op de doelstellingen van Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden kunnen ook externe effecten als stikstofdepositie en licht- of geluidsuitstraling van invloed zijn. Bij negatieve effecten op beschermde natuurgebieden dient een vergunning voorhanden te zijn. Provinciaal beleid Onderstaande teksten zijn gebaseerd op de meest recente versie van de Omgevingsverordening. Gelders Natuurnetwerk Binnen het Gelders Natuurnetwerk geldt het ‘nee, tenzij’-principe. Het uitgangspunt is dat een bestemmingsplan geen nieuwe activiteiten mogelijk maakt die de kernkwaliteiten, oppervlakte of samenhang van het Gelders Natuurnetwerk aantasten. Uitzonderingen hierop betreffen ruimtelijke 8

ontwikkelingen met een groot openbaar belang waarbij er geen reële alternatieven zijn. Bij aantasting van de kernkwaliteiten, oppervlakte of samenhang geldt een compensatieplicht. Groene Ontwikkelingszone Een nieuwe ontwikkeling in de Groene Ontwikkelingszone is toegestaan als uit onderzoek blijkt dat de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt en de samenhang niet verloren gaat. Deze onderbouwing dient te worden vastgelegd in een versterkingsplan. Weidevogelgebied Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op weidevogelgebied laat de realisatie van een nieuwe windturbine of nieuw zonneveld niet toe. Een andere nieuwe activiteit of ontwikkeling is enkel toegestaan als deze geen nadelige gevolgen heeft voor de functie als broedgebied voor weidevogels. Ganzenrustgebied Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een ganzenrustgebied laat een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als uit onderzoek blijkt dat deze activiteit of ontwikkeling wordt uitgevoerd op een locatie waar de nadelige gevolgen voor de functie als rustgebied voor overwinterende ganzen zoveel mogelijk worden beperkt, en na uitvoering minimaal 500 hectare in het betreffende ganzenrustgebied overblijft. Beschermingszone natte landnatuur Natte landnatuur is natuur die direct afhankelijk is van de grondwatersituatie ter plaatse.

Een bestemmingsplan voor gronden gelegen in een beschermingszone natte landnatuur maakt geen functies mogelijk die significant nadelige effecten kunnen hebben op de instandhouding van de natte landnatuur. Uitzonderingen hierop betreffen ruimtelijke ontwikkelingen met een groot openbaar belang waarbij er geen reële alternatieven zijn.

2.4 Houtopstanden Houtopstanden onder de Wnb betreffen zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer, of een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaand melding te doen bij gedeputeerde staten. Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, dient deze binnen drie jaar herplant te worden. Het vellen van houtopstanden is niet meldingsplichtig in het kader van de Wnb als het één van de volgende typen houtopstanden betreft (Wnb art.

4.1): a) houtopstanden binnen de door gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b) houtopstanden op erven of in tuinen; c) fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d) naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, niet ouder dan twintig jaar; e) kweekgoed; f) uit populieren of wilgen bestaande: (1) wegbeplantingen, (2) beplantingen langs waterwegen en/of (3) éénrijige beplantingen langs landbouwgronden; g) het dunnen van een houtopstand; h) uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: (1) ten minste eens per tien jaar worden geoogst, (2) bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en (3) zijn aangelegd na 1 januari 2013.

9

2.5 Houdbaarheid en toepassing De beoogde ruimtelijke ingreep wordt getoetst aan de actuele wetgeving en provinciale verordening. Over het algemeen heeft een quickscan Wet natuurbescherming een houdbaarheid van 3 jaar, mits binnen deze periode de omstandigheden op de planlocatie, de wetgeving en de provinciale verordening niet wezenlijk veranderen.

10

3 Beoordeling 3.1

Soortenbescherming Op basis van het veldbezoek en de bureaustudie wordt per soortgroep besproken wat de potentie van de planlocatie en de directe omgeving daarvan voor het voorkomen van soorten is, en welke effecten daarop te verwachten zijn ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. In de voorliggende beoordeling is specifiek gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt. Planten Binnen een straal van 2 km van de planlocatie is het voorkomen bekend van de volgende beschermde planten: grote leeuwenklauw, kleine wolfsmelk en stijve wolfsmelk (NDFF 2012-2022). Grote leeuwenklauw en kleine wolfsmelk groeien beide op zonnige, open plaatsen op matig voedselrijke grond. Voorbeelden hiervan zijn akkers, braakliggende grond, dijken en langs spoorwegen en paden. Stijve wolfsmelk komt tevens voor op akkers, bermen en dijken, maar ook langs slootkanten, rivierdalbossen, heggen en kapvlakten. Standplaatsen van stijve wolfsmelk zijn zonnige tot licht beschaduwde, open plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, weinig of niet bemeste, kalkrijke grond.

De planlocatie betreft een weiland met een (zeer) voedselrijke grond, wat af te lezen is aan de aanwezigheid van snelgroeiende soorten die kenmerkend zijn voor deze omstandigheden (zoals Engels raaigras, gewone berenklauw en kleine brandnetel). Grote leeuwenklauw is in 2015 waargenomen langs de Waal, op circa 1,3 km afstand van de planlocatie (NDFF 2012-2022). Kleine wolfsmelk is in 2012 waargenomen op een braakliggend bedrijventerrein, op circa 1,3 km afstand van de planlocatie (NDFF 2012-2022). Het voorkomen van stijve wolfsmelk is enkel bekend in een berm langs een bedrijventerrein, circa 940 m ten noordoosten van de planlocatie (NDFF 2012-2022). Gezien de grote afstand tussen de planlocatie en de bekende verspreiding van deze soorten, de voedselrijke omstandigheden en de hoge concurrentiedruk met snelgroeiende soorten, kan de aanwezigheid van de grote leeuwenklauw, kleine wolfsmelk en stijve wolfsmelk op de planlocatie uitgesloten worden. Ter plaatse van de planlocatie is slechts sprake van inheemse of aangeplante planten zonder beschermde status.

Enkele waargenomen soorten betreffen: daslook, Engels raaigas, fluitenkruid, gekroesde melkdistel, gewone berenklauw, hondsdraf, Japanse duizenknoop, kleefkruid, kleine brandnetel, klimop, madeliefje, paardenbloem, paarse dovenetel, pinksterbloem, ridderzuring, Robertskruid, rode klaver, scherpe boterbloem, smalle weegbree en vergeten wikke. Net buiten de planlocatie bevindt zich een bomenrij van zomereiken. De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot aantasting van beschermde en/of kwetsbare vegetatie. Gelet op de functie, ligging en het gebruik van het perceel in relatie tot de habitatpreferentie van kwetsbare en zeldzame soorten wordt de aanwezigheid hiervan niet verwacht. Daarnaast zijn beschermde planten niet aangetroffen gedurende het veldbezoek. Hiermee kan worden uitgesloten dat er sprake is van het opzettelijk vernielen van beschermde planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Grondgebonden zoogdieren Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende zoogdieren: bever, bruine rat, das, egel, haas, konijn, mol, ree, vos en woelrat (NDFF 2012-2022). Voor de bever en das geldt dat deze beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming en dat er geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Bevers leven in overgangsgebieden tussen water en land: moerassen, langs beken, rivieren, meren en kanalen.

De aanwezigheid van goed bereikbare bomen en struiken op de oever is een vereiste. De bever is enkel waargenomen rond de Waal en de Linge (NDFF 2012-2022). De planlocatie is niet gelegen aan

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12304859/1