Bijlage 1 - Toelichting inclusief bijlagen
Tekst van het document
afbeelding bij dit plan
Bestemmingsplan Kerk Cuneraweg Ochten Gemeente Neder-Betuwe TOELICHTING
Bestemmingsplan Kerk Cuneraweg Ochten Gemeente Neder-Betuwe TOELICHTING
GEGEVENS VAN DE AANVRAGER Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu
PLANGEGEVENS: IDN: Projectnummer: Titel:
NL.IMRO.1740.bpOCkerkcuneraweg-vst1 Kerk Cuneraweg Ochten
Status Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
Datum
Projectleider: Auteur:
Gerrita Jansen Nadine Versluis
16 september 2022 18 oktober 2022
Inhoudsopgave
TOELICHTING
6
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Geldende plannen Leeswijzer
6 6 8 8
Beschrijving van de situatie
10
Bestaande situatie Toekomstige situatie Ruimtelijke ontwikkeling Ontsluiting en parkeren
10 10 10 11
Beleidskader
14
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking Provinciaal beleid Provinciale Ruimtelijke Omgevingsvisie Provinciale Ruimtelijke Verordening Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie
14 14 14 15 17 17 18 19 19
Uitvoeringsaspecten
22
Flora en fauna Wettelijk kader Gebiedsbescherming Soortenbescherming Conclusie Bodemkwaliteit Wettelijk kader Resultaten onderzoek Conclusie Cultuurhistorie en archeologie Wettelijk kader Cultuurhistorie Archeologie Conclusie Luchtkwaliteit
22 22 23 23 24 24 24 24 25 25 25 25 25 27 27
1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 Hoofdstuk 4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.4
Kerk Cuneraweg Ochten
3
4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.6 4.6.1 4.6.2 4.6.3 4.7 4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.7.4 4.8 4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.9 4.10 4.11 4.11.1 4.11.2 4.11.3 4.11.4 4.12 4.12.1 4.12.2 4.12.3 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.4 5.4.1 5.4.2 5.5 5.5.1 5.5.2
Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Parkeren en verkeer Parkeren Verkeer Conclusie Geluidhinder Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Bedrijven en milieuzonering Wettelijk kader Beoordeling Akoestisch onderzoek industrielawaai Conclusie Externe veiligheid Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Kabels en leidingen Spuitzones Water Inleiding Beleidskader Watertoets Conclusie M.e.r.-beoordeling Wettelijk kader Vormvrije m.e.r.-beoordeling Conclusie
27 28 28 29 29 29 29 30 30 30 30 30 30 31 31 32 32 32 34 35 35 36 36 36 37 37 38 39 39 39 40
Juridische planbeschrijving
41
Inleiding Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Opbouw bestemmingen Bestemmingen Algemene regels Anti-dubbeltelregel Overige algemene regels Overgangs- en slotregels Overgangsregel Slotregel
41 41 41 41 42 42 42 42 42 43 43 43 43
Kerk Cuneraweg Ochten
4
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.3
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
44
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg met omwonenden Overleg met overheidsinstanties Vaststelling
44 44 44 44 44
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14
Toelichting verslag regiekamer Ontwerptekeningen kerkgebouw Landschappelijke inpassing Overzichtstekening Quickscan Wet Natuurbescherming Stikstofdepositie verslag Stikstofdepositie berekeningen Notitie steenuil Cuneraweg Verkennend bodemonderzoek Verkennend archeologisch bureauonderzoek Inventariserend archeologisch veldonderzoek Akoestisch onderzoek geluidshinder Water Verslag omgevingsdialoog
Kerk Cuneraweg Ochten
45 45 69 73 87 89 114 121 136 139 190 245 288 350 361
5
T OELICHT ING Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Initiatiefnemers zijn voornemens een kerk te bouwen op het perceel dat kadastraal bekend staat als OTN00-F-2020, aan de Cuneraweg te Ochten. De bouw van de kerk is nodig ter vervanging van de huidige kerk gesitueerd aan De Molenhof 5. De huidige locatie voldoet niet meer, omdat de omliggende gebouwen een efficiënt gebruik in de weg staan en er sprake is van ruimtegebrek door het groeiend ledenaantal van de kerk. Naar verwachting blijft het ledenaantal stijgen en gezien de ligging van de kerk in de kern van Ochten, in combinatie met het zeer beperkte aantal parkeerplaatsen voor auto's en fietsen is een andere locatie noodzakelijk. Het genoemde perceel aan de Cuneraweg biedt mogelijkheid voor een ruim opgezet plan, waarbij rekening gehouden zal worden met de bewoners in de omgeving, een goede landschappelijke inpassing en voldoende parkeergelegenheid. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, omdat de huidige bestemming 'Agrarisch' dit gebruik niet toestaat. Om de bouw van een kerk planologisch-juridisch mogelijk te maken, wordt een procedure tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) gevolgd. De bestemming zal gewijzigd worden naar 'Maatschappelijk' met de functieaanduiding 'religie'.
'Met voorliggend bestemmingsplan wordt het plan voorzien van een ruimtelijk juridisch kader. In deze toelichting wordt de beoogde ontwikkeling beschreven en wordt aangetoond dat voldaan kan worden aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. 1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Cuneraweg in Ochten. De locatie ligt in het buitengebied, precies langs de rand van de bebouwde kom. Het gebied wordt gekenmerkt door agrarische percelen, woningen en bedrijven gevestigd langs de Cuneraweg. De planlocatie is gelegen op een deel van het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Ochten, sectie F, perceel 2020. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van 9.170 m². In de onderstaande figuren is de ligging van het plangebied weergegeven.
Kerk Cuneraweg Ochten
6
Figuur 1.1: Luchtfoto met aanduiding plangebied (bron: PDOK viewer)
Figuur 1.2: Uitsnede kadastrale kaart (bron: KadastraleKaart)
Kerk Cuneraweg Ochten
7
1.3
Geldende plannen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Buitengebied Dodewaard en Echteld'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van de Neder-Betuwe op 30 mei 2013. In het bestemmingsplan kent het plangebied de enkelbestemming 'Agrarisch'. Binnen deze bestemming zijn de gronden onder andere bestemd voor grondgebonden agrarische productie, teelt, het weiden van dieren, landschappelijke beplanting en bijbehorende voorzieningen, huiserven, gaarden en opslag. Daarnaast bevat het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde Archeologie 4'. Deze dubbelbestemmingen zijn in de Parapluregeling Archeologie van d.d. 27 september 2018 vervangen door 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2'. De gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle archeologische informatie in de bodem. In paragraaf 4.2 wordt hier nader op ingegaan. Verder heeft het plangebied deels te maken met de gebiedsaanduiding 'milieuzone - spuitzone'. De gronden ter plaatse van de aanduiding “milieuzone – spuitzone” dienen voor de bescherming van het woon- en leefmilieu in de aangrenzende woongebieden. Hier wordt in paragraaf 4.10 nader op ingegaan. Tot slot ligt er over een breedte van circa 18 meter langs de weg de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone – weg'.
Hier mogen geen bouwwerken worden gebouwd, tenzij de functies op de omliggende gronden niet worden geschaad en de belangen van de desbetreffende verkeerswegen, veiligheid van mensen, dieren en goederen niet blijvend onevenredig worden geschaad. Het kerkgebouw wordt binnen deze zone gebouwd, waardoor afstemming met de wegbeheerder nodig is. De plannen zijn strijdig met het vigerende bestemmingsplan omdat de agrarische enkelbestemming de toekomstige (maatschappelijke) functie en het gebruik niet beschrijft in de bestemming.
Figuur 1.3: Uitsnede vigerend bestemmingsplan met aanduiding plangebied Conclusie Onderhavig initiatief is in strijd met het bestemmingsplan 'Buitengebied Dodewaard en Echteld', omdat het gebruik niet past binnen de bestemmingsregels 'Agrarisch'. 1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan 'Kerk Cuneraweg Ochten' bestaat uit de volgende stukken: toelichting; verbeelding; planregels. De toelichting is niet juridisch bindend, maar vormt een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten
Kerk Cuneraweg Ochten
8
grondslag liggen. Tot slot heeft de toelichting als doel om het bestemmingsplan te begrijpen en de regels op een correcte manier na te leven. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied; in Hoofdstuk 3 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van de verschillende overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in Hoofdstuk 4 beschreven; in Hoofdstuk 5 worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; Hoofdstuk 6 behandelt ten slotte de economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Kerk Cuneraweg Ochten
9
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van de situatie
Bestaande situatie
Perceelnummer 2020, sectie F aan de Cuneraweg te Ochten is een agrarische kavel waarop geen gebouwen aanwezig zijn. Het betreft een omheind grasveld voor het weiden van dieren met daarop een dierenverblijf/opslag. Het perceel wordt ontsloten vanaf de Cuneraweg.
Figuur 2.1 Bestaande situatie perceel F2020 aan de Cuneraweg (bron: Google Maps). 2.2
Toekomstige situatie
2.2.1
Ruimtelijke ontwikkeling
Het planvoornemen bestaat uit de volledige transformatie van het perceel. Er wordt een kerkgebouw met daarnaast een ruime auto- en fietsparkeerplaats gerealiseerd. In de kerkzaal zullen 652 zitplaatsen zijn. Verder is er een ruime entreehal, een consistorie, twee zalen, een keuken en acht toiletten waaronder één invalidetoilet aanwezig. De plattegrond en het voorontwerp van het kerkgebouw is te vinden in Bijlage 2 Ontwerptekeningen kerkgebouw van dit bestemmingsplan. De architectuur gaat uit van een klassiek kerkgebouw met toren en ingetogen kleuren. Rondom het kerkgebouw is groen aanwezig in de vorm van gras, bosschages en bomen. De autoparkeervakken worden uit grasbetonblokken vervaardigd. Hiermee wordt bijgedragen aan een 'groen' kerkplein en de afwatering van hemelwater. De bestaande zichtlijnen worden niet verstoord met de ontwikkeling. Zie voor de uitwerking van deze onderbouwing de toelichting op het verslag van de regiekamer, toegevoegd als Bijlage 1 Toelichting verslag regiekamer. De landschappelijke inpassing en ruimtelijke indeling van het perceel is te vinden in Bijlage 4 Overzichtstekening en Bijlage 3 Landschappelijke inpassing van dit bestemmingsplan. De bewoner van Weilerstraat 2 neemt circa 1.700 m² grond over van de kerk. Deze grond is gelegen naast zijn perceel en de bewoner wil hier een tuin realiseren. Het aanbrengen van bebouwing is niet toegestaan.
Daarnaast wordt bij de koop een terugkoopbeding opgenomen, zodat het altijd mogelijk is om het kavel (of een deel daarvan) terug te kopen indien en voor zover de kerk dit uit oogpunt van uitbreiding noodzakelijk acht. Om te voorkomen dat een vrij liggend zonneveld de gebruiksmogelijkheden van het kavel mogelijk belemmert is het wenselijk dat de zonnepanelen en eventuele – collectoren op de zuidgeoriënteerde
Kerk Cuneraweg Ochten
10
daken van de kerk worden aangebracht. Dit betreft het dak van de consistorie en het platte dak van de zaal. Sprake is van donkere dakpannen, dit is dan ook goed mogelijk zonder dat het aanzicht van de kerk in negatieve zin wordt beïnvloed.
Figuur 2.2 en 2.3: 3D Modellen toekomstige situatie op perceel F2020 (bron: Opdrachtgever).
2.2.2
Ontsluiting en parkeren
Ontsluiting Het plangebied zal worden ontsloten vanaf de Cuneraweg, middels een fietsinrit, voetgangerspad en autoinrit. Parkeren
Kerk Cuneraweg Ochten
11
In bestemmingsplan Kernen Neder-Betuwe is een regeling opgenomen voor het aantal parkeerplaatsen bij een kerk. Dit is vastgelegd op 1 parkeerplaats per 5 bezoekers. Bij 652 bezoekers zullen er 130 parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. Er worden 135 parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein, waardoor er aan de parkeernorm wordt voldaan. Het huidige plan voorziet in voldoende parkeerruimte, op basis van de huidige normen. Uitbreiding van de capaciteit van de kerk is in de nabije periode van 10 jaar niet voorzien. Mocht toch sprake zijn van uitbreiding, dan zal hiervoor een nieuwe planologische procedure moeten worden gevoerd en alsdan middels normberekening, dan wel feitelijke situatie, moeten worden aangetoond dat sprake is van voldoende parkeergelegenheid voor de beoogde functie. Overigens is de mobiliteit sterk aan het veranderen. Zo leiden elektrische fietsen er momenteel bijvoorbeeld toe dat meer mensen de kerk bezoeken per fiets en in mindere mate per auto. De verwachting is dan ook dat in het huidige plan veel meer parkeerruimte is opgenomen dan er straks feitelijk zal worden benut. Nu de ontwikkeling van dit vraagstuk niet inzichtelijk is, is het voldoende om de huidige eis/norm in het bestemmingsplan op te nemen.
Kerk Cuneraweg Ochten
12
Figuur 2.4: Plattegrond toekomstige situatie (bron: Opdrachtgever)
Kerk Cuneraweg Ochten
13
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Conclusie Onderhavig initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen. De ontwikkeling is passend binnen de NOVI. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit het nationale beleid te verwezenlijken. In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit het nationale beleid. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen;
Kerk Cuneraweg Ochten
14
Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Conclusie Het initiatief valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Door de gewenste ontwikkeling zal geen nationaal belang worden geschaad. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Het nationale beleid vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro verwijst naar het Bro; geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwik keling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' Om dit te onderbouwen dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1.
er dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte voor bedrijventerreinen, kantoren, woningbouwlocaties, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen; 2. indien er een vraag is aangetoond, dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering benodigd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Stedelijke ontwikkeling Om aan deze verplichting uit de Bro te kunnen voldoen dient allereerst te worden nagegaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is het begrip stedelijke ontwikkeling als volgt vastgelegd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie blijkt dat er in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling bij de bouw van een nieuwe kerk. Hierdoor is het doorlopen van de laddertoets voor duurzame verstedelijking noodzakelijk. Allereerst moet worden vastgesteld of de ontwikkeling voorziet in een behoefte aan een stedelijke voorziening.
Daarna volgt een beoordeling of deze binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. De behoefte aan een nieuwe stedelijke voorziening Er is behoefte aan een nieuw kerkgebouw doordat het ledenaantal van de kerkgemeenschap blijft stijgen. Het ledenaantal van 470 heeft in de afgelopen 10 jaar een groei doorgemaakt van 350%. OGGIN verwacht dat het aantal leden in de komende jaren nog verder zal stijgen. De ligging van het huidige kerkgebouw aan de Molenhof 5 in de kern van Ochten in combinatie met het zeer beperkte aantal
Kerk Cuneraweg Ochten
15
parkeerplaatsen voor auto's, maar ook fietsen, is inmiddels niet meer praktisch. Daarnaast staat het ensemble van gebouwen en het ontbreken van zalen een efficiënt gebruik in de weg. Er is gezien het stijgend aantal leden de behoefte aan een kerk met 600 tot 700 zitplaatsen en bijbehorende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen. Daarbij is het wenselijk dat ook toekomstige uitbreiding mogelijk is. Het aan de Cuneraweg gelegen perceel biedt de mogelijkheid voor een dergelijk ruim opgezet plan, waarbij rekening kan worden gehouden met de bewoners in de omgeving en een goede landschappelijke inpassing. De locatie is zeer goed bereikbaar, zowel vanuit Ochten (te voet/fiets) als ook vanuit de overige verdere omgeving per auto. Er is in het ontwerp rekening is gehouden met de aanleg van 135 parkeerplaatsen en voldoende stallingsruimte voor fietsen. Rondom het plan is gelegenheid voor de aanleg van een groenwal en/of andere beplanting, zodat de locatie in de landschappelijke omgeving wordt ingepast. Het eerder opgestelde principeverzoek met betrekking tot de bouw van de kerk op deze locatie heeft doorgang gevonden waardoor er geconcludeerd kan worden dat er op deze plek een kerk mogelijk is, mits er voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening en een landschappelijke inpassing.
Door de locatie zal er minder overlast worden ervaren door omwonenden en is er ook een mogelijkheid tot uitbreiding bij toekomstige ontwikkeling met betrekking tot groei van de leden en gemeenschap.
Figuur 3.1 Huidig kerkgebouw aan De Molenhof 5, te Ochten (bron: Google Maps 2022).
Kerk Cuneraweg Ochten
16
Figuur 3.2: Plattegrond Ochten (bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Beoordeling binnen bestaand stedelijk gebied Bovenstaande afbeelding toont in het rood het plangebied waarop de kerk gerealiseerd zal worden. Er valt op te merken dat dit een ruim perceel betreft. In het bestaand stedelijk gebied zijn er maar een paar locaties aan de rand van het stedelijk gebied met evenveel oppervlakte aanwezig. Eén daarvan is een begraafplaats en de andere locaties hebben de bestemming 'Groen'. Hierdoor is het aannemelijk dat de ontwikkeling op deze locaties niet wenselijk is. Uit de behoefte blijkt dat er voldoende parkeerruimte moet zijn voor auto's en fietsen. Er is in de kern van Ochten niet een goede mogelijkheid tot het realiseren van zo'n parkeerterrein met auto's. Alleen de groenbestemmingen komen hier in aanmerking voor. Conclusie De gewenste ontwikkeling kan niet volgens een goede ruimtelijke ordening binnen bestaand stedelijk gebied plaatsvinden. Hierdoor is het wenselijk om de kerk met parkeerplaats en fietsenstalling buiten de kern te bouwen, wel middels een landschappelijke inpassing.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Provinciale Ruimtelijke Omgevingsvisie
De omgevingsvisie Gaaf Gelderland is vastgesteld door de provincie Gelderland op 19 december 2018. In de omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 19 december 2018 geactualiseerd op basis van de nieuwe omgevingsvisie. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen.
Kerk Cuneraweg Ochten
17
De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. Deze ambities worden hieronder kort samengevat: Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid; Een voortvarend en innovatief circulair beleid; Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Klimaatadaptatie Ons klimaat verandert merkbaar en raakt alle facetten van onze leefomgeving. Wij streven ernaar om in 2050 in Gelderland goed voorbereid en toegerust te zijn op de gevolgen van klimaatverandering.
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen vragen wij daarom om een toelichting op de maatregelen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Het gaat hierbij om risico's als waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Met betrekking tot waterveiligheid en wateroverlast zijn normen vastgesteld in de waterverordeningen. Ruimtelijke ontwikkelingen en weersextremen zijn hierop van grote invloed. Het is daarom van belangrijk dat het waterschap betrokken wordt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Planspecifiek De ontwikkeling gaat uit van halfverharding van de parkeerplaats, waardoor er rekening wordt gehouden met afwatering van het hemelwater door middel van infiltratie. Dit draagt bij aan het tegengaan van wateroverlast en verhoogt de waterveiligheid. Tevens worden er zonnepanelen geplaatst zodat het energieverbruik van de kerk op zonne-energie kan worden gerealiseerd. Onder de waterparagraaf artikel 4.11 wordt nader ingegaan op de maatregelen die worden getroffen omtrent water.
3.2.2
Provinciale Ruimtelijke Verordening
De omgevingsverordening Gelderland is vastgesteld door de provincie Gelderland op 1 februari 2022. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen.
Kerk Cuneraweg Ochten
18
Figuur 3.3: Deelkaart Omgevingsverordening Gelderland Planspecifiek Het perceel valt binnen het deelgebied 'Glastuinbouw'. De regels die hieronder vallen gelden alleen voor het ontwikkelen van een glastuinbouwbedrijf of ontwikkelingen die daarmee in verbinding staan. Dit geldt niet voor het planvoornemen waardoor deze regels niet van toepassing zijn. Voorts is in de verordening een regeling over klimaatadaptatie opgenomen. Gelderland streeft ernaar goed voorbereid en toegerust te zijn op de gevolgen van klimaatverandering. Het gaat hierbij om risico's als waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Met betrekking tot waterveiligheid en wateroverlast zijn normen vastgesteld in de waterverordeningen. Ruimtelijke ontwikkelingen en weersextremen zijn hierop van grote invloed. Het is daarom van belangrijk dat het waterschap betrokken wordt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In overleg met het waterschap is een waterhuishoudkundig plan opgesteld. In paragraaf 4.11 Water wordt hier nader op ingegaan. 3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie
De omgevingsvisie is vastgesteld op 24 februari 2022 door de gemeente Neder-Betuwe. Deze omgevingsvisie laat zien wat de gemeente belangrijk vindt voor de leefomgeving. Het nodigt inwoners uit om bij te dragen aan de ontwikkeling van Neder-Betuwe. De omgevingsvisie bestaat uit 10 speerpunten, een richtinggevende kaart en een waardenkaart. Daarin staat welke waarden de gemeente wil behouden. De speerpunten bestaan uit:
Kerk Cuneraweg Ochten
19
Het planvoornemen sluit aan bij de volgende doelstellingen: 1. Een omgeving waarin inwoners een leven lang gezond en veilig kunnen leven, wonen en werken Het realiseren van een nieuwe kerk waar iedereen van de kerkelijke gemeenschap gemakkelijk naartoe kan, bevordert een omgeving waarin inwoners lang gezond en veilig kunnen leven. 2. Behoud en ontwikkeling van sterke dorpen in een nieuwe en nauwe samenwerking met de gemeente Doordat de locatie van de nieuwe kerk in samenwerking met de gemeente afgestemd is, draagt de ontwikkeling bij aan het behoud van sterke dorpen in nauwe samenwerking met de gemeente. Bij het werken aan de toekomst en identiteit van Neder-Betuwe hanteert de gemeente een aantal uitgangspunten: Denk vanuit wat mogelijk is: 'ja, mits'. Respecteer onze waarden. Uitgaan van meervoudig ruimtegebruik. Aanpak van ontwikkelingen zoveel mogelijk gezamenlijk en integraal. Compact bouwen en ons buitengebied zoveel mogelijk behouden. Elk dorp in Neder-Betuwe heeft via een bevolkingsonderzoek verbeterpunten doorgegeven. Voor Ochten zijn de punten als volgt samengevat:
Kerk Cuneraweg Ochten
20
Er wordt aangegeven dat het versterken van voorzieningen wenselijk is in het centrum van Ochten. Doordat de kerk geen ruimte meer in beslag zal nemen in het centrum van Ochten draagt het planvoornemen bij aan de doelstellingen, omdat er hierdoor meer ruimte vrijgelaten wordt voor andere voorzieningen. Echter heeft de gemeente als voorwaarde gesteld dat de huidige locatie gesloopt dient te worden om plaats te maken voor woningbouw. Derhalve is herbestemming van het oude kerkgebouw niet aan de orde.
Kerk Cuneraweg Ochten
21
Hoofdstuk 4
Uitvoeringsaspecten
In dit hoofdstuk zullen de relevante uitvoeringsaspecten bij het plan worden besproken. Hierin is aandacht voor de verschillende milieuaspecten zoals flora en fauna en luchtkwaliteit, en is er aandacht voor milieuzonering, verkeer en parkeren en externe veiligheid. 4.1
Flora en fauna
4.1.1
Wettelijk kader
Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Het doel is om met één wet en minder regels de wet makkelijker te kunnen toepassen. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren, zoals het IJsselmeer. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. Ter bescherming van deze Natura 2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebied kunnen aantasten. Voorts voorziet de Wet natuurbescherming in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen.
Voor onder andere reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen geldt een vrijstelling voor beschermde soorten op voorwaarde dat gehandeld wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Verder worden vrijstellingsregelingen op de nationaal beschermde soorten per provincie vastgesteld. Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de plantenen diersoorten die in het plangebied voorkomen. Zorgplicht Voorts geldt bij uitvoering van werkzaamheden ten allen tijde een de algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming). Deze schrijft voor dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden. Dit betekent dat wanneer tijdens uitvoering van de werkzaamheden een algemeen beschermde soort als konijn, veldmuis of gewone pad wordt aangetroffen zij de ruimte en tijd moet krijgen om een veilig heenkomen te zoeken. Indien nodig kunnen aangetroffen exemplaren verplaatst worden naar een naastgelegen ruimte waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden.
Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het NNN liggen onder andere bestaande natuurgebieden en alle Natura 2000gebieden. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt en middels ruimtelijke nota's en verordeningen voorzien van juridische doorwerking. In sommige provincies bestaan er naast het NNN ook nog andere groene zones die een zekere mate van bescherming genieten.
Kerk Cuneraweg Ochten
22
4.1.2
Gebiedsbescherming
Het plangebied ligt op circa 200 meter afstand van het Natura-2000 gebied 'Rijntakken'. In het verkennend ecologisch onderzoek dat is uitgevoerd door Blom Ecologie, Bijlage 5 Quickscan Wet Natuurbescherming, wordt geconcludeerd dat op voorhand is uit te sluiten dat de activiteiten negatieve effecten hebben op Natura 2000- gebieden, Beschermde Natuurmonumenten, het Natuurnetwerk Noord-Holland (NNNH). Een uitgebreide beschrijving, beoordeling en aanvullend onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Stikstofdepositie 2015 was het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) van kracht. Het programma bevatte een integrale beoordeling van de bron- en gebiedsgerichte maatregelen voor de aanpak van de stikstofproblematiek. Deze maatregelen werden getroffen in en nabij de Natura 2000-gebieden die onderdeel zijn van het PAS. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603) geldt het PAS voor geen enkel Natura 2000-gebied meer. Dit betekent ook dat de collectieve passende beoordeling via het PAS door de uitspraak is komen te vervallen. Met de AERIUS Calculator kunnen de effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op Natura 2000-gebieden worden bepaald. Door de uitspraak is in het kader van dit plan ook gekeken naar de mogelijk te verwachten effecten. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied betreft 'Rijntakken' op een afstand van circa 200 meter.
Van belang is dat de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) op 1 juli 2021 in werking is getreden. Voor zowel de bouw- en aanlegfase en de gebruikersfase moet de stikstofdepositie van het project berekend worden. Een AERIUS-berekening is benodigd om uit te sluiten dat het project negatieve effecten heeft op omliggende (natuur-)gebieden. Daarom is er door Bouwkundig Buro Laban B.V. een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor zowel de bouw- als gebruiksfase. Het rapport en de berekening zijn te vinden onder Bijlage 6 Stikstofdepositie verslag en Bijlage 7 Stikstofdepositie berekeningen. Uit de berekeningen blijkt dat de projectbijdrage van de aanlegfase en de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j weergeeft. Hiermee wordt dus voldaan aan de gestelde eisen. Derhalve geldt dat ten aanzien van beschermde natuurwaarden, buiten maatregelen in het kader van de algemene zorgplicht, geen vervolgstappen of vervolgonderzoeken noodzakelijk zijn. 4.1.3
Soortenbescherming
Om de effecten van de voorgenomen wijziging op de aanwezige flora en fauna te bepalen is een verkennend ecologisch onderzoek uitgevoerd door Blom Ecologie (Bijlage 5 Quickscan Wet Natuurbescherming). Dit verkennend onderzoek zoomt in op de (mogelijke) schadelijke effecten door de activiteiten en op welke wijze in het kader van de wet gehandeld kan worden. In de rapportage quickscan is het volgende geconcludeerd: “De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van zoogdieren en algemene broedvogels (in het kader van algemene zorgplicht). Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen”. Vervolgstappen De quickscan is door de Omgevingsdienst Rivierenland beoordeeld. Er is geadviseerd om een steenuilonderzoek uit te voeren in combinatie met het plan 'Triangel', natuurinclusief te bouwen en een gebiedsgerichte aanpak te overwegen. Blom Ecologie schreef een notitie met uitwerking van de beoordeling. Deze is toegevoegd als Bijlage 8 Notitie steenuil Cuneraweg. De belangrijkste conclusies uit deze notitie zijn hieronder vermeldt;
Kerk Cuneraweg Ochten
23
1) Steenuilen Voor de nieuwe kerk wordt een nader onderzoek naar steenuilen niet noodzakelijk geacht omdat op voorhand een essentiële functie is uitgesloten. Mocht een nest-/verblijflocatie van de steenuil aanwezig zijn op het perceel ten noorden van de planlocatie is er voldoende alternatief leefgebied om deze laten functioneren. Uitgangspunt is dat het terrein rondom de kerk 'steenuil vriendelijk' wordt ingericht, waarmee eventuele schade aan het leefgebied voorkomen wordt. In het inrichtings- en beplantingsplan wordt zoveel als redelijk mogelijk rekening gehouden met de soort. 2) Steenuilen in groter gebied onderzoeken Er wordt voorgesteld om de territoria in een groter gebied in beeld te brengen (bijvoorbeeld de gehele kern Ochten met buitengebied) om zo een vollediger beeld van de steenuilpopulatie te verkrijgen en daarmee ook van de eventueel geschikte compensatiegebieden (onbezette territoria). Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen in en rond Ochten is dit een goed plan. Dit kan echter niet middels de initiatiefnemers worden afgehandeld. Een onderzoek met dergelijke omvang zou door de gemeente Neder-Betuwe geïnitieerd kunnen worden. Voor de procedure en realisatie van de realisatie van de nieuwe kerk is dit geen relevante kwestie aangezien effecten op steenuilen niet worden verwacht (Quickscan Wnb en toelichting punt 1).
3) Natuurinclusief bouwen Bij de realisatie van het kerkgebouw en de inrichting van het buitenterrein wordt rekening gehouden met natuurinclusief bouwen. In het inpassing en terreininrichtingsplan is hier reeds een suggestie voor gedaan. In de buitenschil van het kerkgebouw wordt daar waar fysiek mogelijk, effectief en esthetisch wenselijk voorzieningen gerealiseerd. De beoogde inrichting van het buitenterrein wordt verder geconcretiseerd waarbij specifiek aandacht zal worden gegeven aan de steenuil. Voor zowel het kerkgebouw als het buitenterrein zal in een later (procedureel) stadium een nadere uitwerking worden gemaakt. 4.1.4
Conclusie
Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit de flora- en faunaregelgeving geen beperkingen worden opgelegd aan onderhavig initiatief. Er zal in de uitwerking rekening worden gehouden met een geschikte inrichting van het buitenterrein, met name voor de steenuil. 4.2
Bodemkwaliteit
4.2.1
Wettelijk kader
De Wet Bodembescherming schrijft voor dat in het kader van een ruimtelijk planologische procedure moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het gewenste nieuwe gebruik. De bodemkwaliteit kan (negatief) van invloed zijn op de gewenste nieuwe ontwikkeling. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Door middel van een dergelijk onderzoek kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. 4.2.2
Resultaten onderzoek
Voorliggend initiatief voorziet door een perceelstransformatie van agrarisch naar kerkterrein in een functiewijziging van 'Agrarisch' naar 'Maatschappelijk'. Ten aanzien van het initiatief zal zullen er graafwerkzaamheden worden uitgevoerd. Tevens moeten in de toekomstige situatie meerdere personen voor langere tijd in het pand aanwezig kunnen zijn. Op de locatie zijn geen bodemverontreinigingen bekend of bekende locaties van ernstige bodemverontreiniging die met spoed moeten worden gesaneerd. In opdracht van OGGIN is in maart 2022 door Goedkoopbodemonderzoek een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Cuneraweg te Ochten. Het rapport verkennend
Kerk Cuneraweg Ochten
24
bodemonderzoek is onder Bijlage 9 Verkennend bodemonderzoek toegevoegd. Aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van nieuwbouw. Doel van het onderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de hypothese verdacht formeel te worden verworpen. In de bovengrond zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten aan kwik aangetoond. In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte aan nikkel gemeten. Indien getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de grond indicatief aan bodemkwaliteitsklasse altijd toepasbaar (boven- en ondergrond). Onderzoek naar PFAS in de bodem is niet meegenomen in dit onderzoek. Indien bij het graven ten behoeve van de nieuwbouw grond vrijkomt (afvoer/hergebruik) wordt geadviseerd om aanvullend een partijkeuring inclusief PFAS uit te voeren. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan barium aangetoond. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek is geen aanvullend of nader onderzoek noodzakelijk. Met dit onderzoek zijn milieuhygiënisch gezien geen belemmeringen aangetroffen voor de voorgenomen nieuwbouw. 4.2.3
Conclusie
Tijdens het bodemonderzoek is geen sterke verontreiniging van de bodem aangetroffen. Er zullen geen risico's voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig zijn met betrekking tot de voorgenomen activiteit op het onderhavige perceel. 4.3
Cultuurhistorie en archeologie
4.3.1
Wettelijk kader
Vanaf 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Doelstelling van de wet is de bescherming en het behoud van archeologische en cultuurhistorische waarden. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met het erfgoed van nationaal belang wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarin heeft en hoe het toezicht wordt geregeld. Als gevolg van deze wet wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het erfgoed meegewogen zoals alle andere aspecten die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. 4.3.2
Cultuurhistorie
Het pand kent geen aanduiding als rijks- of gemeentelijk monument en is niet aangemerkt als beeldbepalend of karakteristiek in het geldende bestemmingsplan. Ook worden de omgeving en het landschap niet aangeduid als cultuurhistorisch waardevol. Geconcludeerd kan worden dat met de gewenste ontwikkeling geen schade wordt toegebracht aan bestaande cultuurhistorische panden of structuren. 4.3.3
Archeologie
Gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. Voorts geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. Verkennend archeologisch bureauonderzoek De projectlocatie heeft een dubbelbestemming met betrekking tot archeologie en er moet gegraven worden om een fundering en aansluiting op water en riolering aan te leggen. Hierdoor is een verkennend archeologisch onderzoek noodzakelijk. Het verkennend archeologisch bureauonderzoek is in mei 2022 uitgevoerd door Laagland archeologie. Het rapport is toegevoegd onder Bijlage 10 Verkennend archeologisch bureauonderzoek.
Kerk Cuneraweg Ochten
25
Uit het verkennend bureauonderzoek is gebleken dat er door de verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd een vervolgonderzoek uit te voeren in overleg met de archeoloog van de Omgevingsdienst Rivierenland. Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Laagland Archeologie heeft in juli 2022 een Inventariserend veldonderzoek - karterende fase uitgevoerd aan de Ochten sectie F nr2020 Cuneraweg te Ochten. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de bouw van een kerk. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocol SIKB KNA 4002. De rapportage is toegevoegd als Bijlage 11 Inventariserend archeologisch veldonderzoek. Bij het karterend booronderzoek is een overwegend onverstoorde ondergrond aangetroffen bestaande uit oever-op-beddingafzettingen en oeverafzettingen. In een heel aantal boringen zijn laklagen aangetroffen in oeverafzettingen. De oeverafzettingen beginnen op 30 à 80 cm -mv (5,25 à 6,25 m +NAP). Dit niveau kan worden gezien als de bovenzijde waarop in potentie archeologische resten in-situ kunnen worden aangetroffen. Overal in de laklaag zijn archeologische indicatoren gevonden, bestaande uit wat houtskool, verbrande leem, bot en/of aardewerkfragmenten gevonden.
Het niveau van 5,76 m +NAP is het ondiepste niveau binnen de zone waar de nieuwe kerk gebouwd zal worden, waar een mogelijk behoudenswaardige vindplaats is aangetroffen uit de IJzertijd. Vanaf dat niveau zijn mogelijk ook vindplaatsen te verwachten uit de Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen. Het is gebruikelijk dat een bufferzone van minimaal 30 cm tussen diepte verstoring en top archeologische niveau wordt aangehouden. Om die reden wordt geadviseerd van een archeologisch vervolgonderzoek af te zien als bodemingrepen beperkt blijven tot 6,06 m +NAP (0,29 tot 0,60 m diepte onder het huidig maaiveld). Omdat de in de fundering verwerkte ventilatiekanalen boven het grondwater moeten liggen voor een goede beluchting zal het terrein worden opgehoogd. De dikte van deze ophoging is momenteel niet bekend. Onder de kerk komen heipalen te liggen tot op een aanzienlijke diepte. Door de toepassing van een archeologievriendelijk bouwplan conform "Handreiking archeologievriendelijk bouwen" (zie paragraaf 1.5) zal slechts een zeer lokale verstoring van de ondergrond op opleveren en dus van het archeologisch bodemarchief. Als de bodemingrepen dieper dan het niveau van 6,06 m +NAP zijn, afgezien dan van het toepassen van een archeologievriendelijk bouwplan, wordt op basis van de onderzoeksresultaten nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems).
Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). De omvang van het proefsleuvenonderzoek is sterk afhankelijk van de diepte van de bodemverstoringen die als gevolg van het plan zijn te voorzien. In het grootste deel van het plangebied wordt niet gebouwd en zijn alleen parkeerzones en groenvoorzieningen gepland. De dieptes van grondwerkzaamheden die daar zijn te verwachten zullen vermoedelijk beperkt zijn en niet leiden tot aantasting van de dieperliggende archeologische lagen. De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Neder-Betuwe. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, Margriet Stronkhorst, Omgevingsdienst Rivierenland. Reactie bevoegd gezag Namens gemeente Neder-Betuwe is regioarcheoloog Rivierenland akkoord met de resultaten en conclusies van dit onderzoek. Het besluit is genomen het selectieadvies uit het rapport (de aanbevelingen) in zijn geheel over te nemen. Bij het karterend onderzoek zijn indicatoren gevonden die de aanwezigheid en een betere ligging en duiding van een vindplaats hebben aangetoond.
Laagland Archeologie heeft overtuigend onderzoek uitgevoerd waarbij afdoende bewijs is geleverd om vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven te rechtvaardigen, als bodemingrepen dieper dan 6,06 m +NAP zijn voorzien. Voor een proefsleuvenonderzoek is een door bevoegd gezag geaccordeerd PvE
Kerk Cuneraweg Ochten
26
verplicht. 4.3.4
Conclusie
Uit het archeologisch onderzoek is gebleken dat er een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd moet worden als er dieper wordt gegraven dan 6,06 +NAP. 4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1
Wettelijk kader
Wet milieubeheer Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van de luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). In de Wet milieubeheer zijn onder andere regels en grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijnstof, lood, koolmonoxide en benzeen. Omdat titel 5.2 van de Wm ingaat op de luchtkwaliteit, staat dit ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Hierin wordt gesteld dat ruimtelijke plannen doorgang kunnen vinden indien aan één van de onderstaande voorwaarden is voldaan: de plannen leiden niet tot het overschrijden van een grenswaarde; de luchtkwaliteit verbetert tengevolge van de plannen (per saldo) of blijft ten minste gelijk; de plannen dragen niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de concentratie van NO2 en PM10 in de buitenlucht. Vanaf het in werking treden van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit op 1 augustus 2009 wordt onder een NIBM bijdrage een bijdrage van minder dan 3% van de grenswaarde verstaan; het project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL). AMvB en Regeling niet in betekenende mate (NIBM) De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten.
Een project is klein als het niet in betekende mate (NIBM) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een toename van de NO2 en/of PM10 jaarconcentratie met maximaal 3% van de grenswaarden (of wel een toename van maximaal 1,2 ìg/m3 NO2 en/of PM10). NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Grotere projecten daarentegen kunnen worden opgenomen in het NSLprogramma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door maatregelen. De AMvB en Regeling NIBM bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een project van een bepaalde omvang wel of niet als NIBM moet worden beschouwd. Het betreft onder andere de onderstaande gevallen, waarbij een project als NIBM wordt beschouwd: Woningbouw: = 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en = 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Kantoorlocaties: = 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en = 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.
Woningbouw en kantoorlocaties: 0,0008*aantal woningen+ 0,000012*bruto vloeroppervlak kantoren in m2 = 1,2 bij één ontsluitingsweg en 0,0004*aantal woningen+ 0,000006*bruto vloeroppervlak kantoren in m2 = 1,2 bij één ontsluitingsweg. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. Tevens is in artikel 5 van het Besluit NIBM een anticumulatie bepaling opgenomen, die zegt dat de effecten van beoogde ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied moeten worden meegenomen in de beoordeling van het betreffende plan. Hiermee wordt voorkomen dat verschillende NIBM-projecten samen toch in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit.
Kerk Cuneraweg Ochten
27
4.4.2
Beoordeling
Effect van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit De ontwikkeling kan, gezien de beperkte omvang, aangemerkt worden als een project dat niet in betekenende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Toetsing van het aspect luchtkwaliteit is daardoor, op grond van artikel 4 van de Regeling NIBM niet noodzakelijk. Er behoeft dus niet getoetst te worden aan de grenswaarden. NIBM-tool berekening verkeersgeneratie beoogde ontwikkeling:
Luchtk waliteit ter plaatse Vanuit de wet milieubeheer gelden grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5). Daarnaast hanteert de World Health Organization (WHO) advieswaarden voor stikstofdioxide, fijn stof en zeer fijn stof. In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de waarden ter plekke van het plangebied, de grenswaarden en de advieswaarden. De kaarten met concentratie luchtverontreinigende stoffen in de lucht op de onderhavig planlocatie zijn gebaseerd op de Atlas Leefomgeving van de Rijksoverheid. Stof
Jaar 2018
Jaar 2020
Grensw aarde
Adviesw aarde
NO2
17.5 µg/m3
13.6 µg/m3
10 µg/m3
10 µg/m3
PM 10
19.4 µg/m3
16.3 µg/m3
15 µg/m3
15 µg/m3
3
PM 2,5
12 µg/m
3
9.3 µg/m
3
5 µg/m
5 µg/m3
Waarden in het plangebied, grenswaarden en advieswaarden luchtkwaliteit Op de planlocatie wordt ruimschoots voldaan aan de wettelijke grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5. De advieswaarden van de WHO liggen ver beneden de wettelijke grenswaarden. In de huidige situatie aan de Cuneraweg liggen de concentraties ver beneden de wettelijke grenswaarden, maar niet onder de advieswaarden. Zoals blijkt uit bovenstaande tabel is de verwachting dat de jaargemiddelde concentraties in de toekomst verder zullen afnemen, zodat er ook aan de advieswaarde wordt voldaan. De huidige waarden zijn acceptabel voor een goed woon- en leefklimaat op de planlocatie. 4.4.3
Conclusie
Het project kan worden beschouwd als een NIBM-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan dan ook achterwege blijven. Daarnaast is luchtkwaliteit ter plaatse goed genoeg voor een goed woon- en leefklimaat op de planlocatie.
Kerk Cuneraweg Ochten
28
4.5
Parkeren en verkeer
4.5.1
Parkeren
De gemeente Neder-Betuwe heeft in 2017 een parkeernota vastgesteld met daarin een eigen parkeernormering afgeleid uit de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Op basis van deze parkeernota kan inzicht worden verkregen in de nieuwe parkeersituatie. Voor een kerk geldt een minimale parkeernorm van 0,2 parkeerplaatsen per zitplaats. Voor de locatie geldt dan een parkeernorm van 0,2 x 652 = 130,4 parkeerplaatsen. Er worden 135 parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein, waardoor er aan de parkeernorm wordt voldaan. Bij kerken is het mogelijk om te parkeren in file-opstelling. Hier wordt immers gelijktijdig aangekomen en vertrokken. Dit vergroot de parkeercapaciteit per m2 en voorkomt daarmee ook ongewenste verstening. Minimale maten per parkeervak in file-opstelling zijn dan 2,50 m (breedte) en 5,50 meter (lengte). Hiermee is bij het ontwerp van de toekomstige parkeerplaats rekening gehouden. Tevens worden de parkeervakken aangelegd met grasbetonblokken. Hierdoor is er sprake van halfverharding van het oppervlakte en is er meer ruimte voor groen, zoals gewenst is in het landschappelijke ontwerp. Daarnaast komen er ruim voldoende fietsenstallingen op het plangebied. Conclusie Daar de parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd worden, vormt het aspect parkeren geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.5.2
Verkeer
Het plangebied wordt ontsloten vanaf de Cuneraweg door middel een in- en uitrit voor auto's, een aparte in- en uitrit voor fietsers en een aparte ingang voor voetgangers. In de huidige situatie is er geen sprake van een verkeersgeneratie. Daarom valt alleen de nieuwe verkeersgeneratie te bepalen aan de hand van kencijfers van CROW-publicatie 381: 'Toekomstbestendig parkeren' uit 2018. Omdat er geen CROW-normen zijn voor de verkeersgeneratie van een kerk, is voor het worstcasescenario uitgegaan van een volledig bezet parkeerterrein (135 parkeerplaatsen bij de beoogde ontwikkeling) met een verkeersgeneratie van 135 motorvoertuigen. Per dienst betekent dit dus dat er 135 x 2 = 270 verkeersbewegingen plaatsvinden, want auto's komen en gaan. Bij twee diensten op een dag zal de verkeersgeneratie bestaan uit 135 x 4 = 540. Het is aannemelijk dat de verkeersgeneratie op zondag plaatsvindt en er doordeweeks minder verkeersbewegingen zijn. De verkeersbewegingen nemen met onderhavig initiatief toe met ten minste 270 mvt/etmaal, dit zal echter niet dagelijks het geval zijn. Aangezien de hoogste verkeersbewegingen vooral op zondag zullen plaatsvinden buiten spitstijden, in combinatie met de ligging en de verkeerssituatie ter hoogte van het plangebied, wordt aangenomen dat dit niet tot problemen leidt met de verkeersafwikkeling in het plangebied.
Verkeersregeling Om het verkeer voor en na de kerkdienst in goede banen te leiden worden verkeersregelaars, c.q. parkeerwachten ingezet. Op dit moment wordt ook bij ons huidige kerkgebouw aan de Molenhof 5 te Ochten, gebruik gemaakt van eigen parkeerwachters. Deze parkeerwachten worden ook ingezet op de nieuwe locatie. 4.5.3
Conclusie
Voorgenomen initiatief zal niet leiden tot verkeerskundige en/of parkeertechnische problemen. Parkeren wordt op eigen terrein opgelost en de verkeersgeneratie neemt slechts zeer beperkt toe.
Kerk Cuneraweg Ochten
29
4.6
Geluidhinder
4.6.1
Wettelijk kader
Wegverkeer en railverkeer Langs alle (spoor)wegen – met uitzondering van 30 km/h-wegen en woonerven – bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones waarbinnen de geluidshinder vanwege de (spoor)weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken/spoorstaven en van binnen- of buitenstedelijke ligging. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij 30 km/h-wegen de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting te worden onderbouwd. Industrielawaai Gezoneerde industrieterreinen hebben een vaste geluidzone die wordt vastgelegd door middel van een bestemmingsplan. Buiten de geluidszone wordt de voorkeurswaarde van 50 dB(A) niet overschreden. De maximale ontheffingswaarde binnen de geluidszone bedraagt 55 dB(A) etmaalwaarde voor nieuwe situaties. In tegenstelling tot weg- en railverkeer wordt voor industrielawaai niet getoetst aan de Lden waarde maar aan de etmaalwaarde. De dosismaat Lden is voor wegverkeerslawaai en spoorweglawaai met ingang van 1 januari 2007 in de gewijzigde Wgh vastgelegd. Voor industrielawaai wordt Lden in het kader van de Wgh voorlopig niet ingevoerd. 4.6.2
Beoordeling
De locatie is niet gelegen binnen de geluidzone van een industrieterrein. Wel ligt het plan binnen de geluidzone van wegverkeer, namelijk van de Cuneraweg. Een kerk wordt niet beschouwd als een gevoelige functie in het kader van de Wgh, hierdoor is er geen akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai nodig voor deze ontwikkeling. 4.6.3
Conclusie
Vanuit de Wet geluidhinder bestaan er geen beperkingen tegen onderhavige planontwikkeling. 4.7
Bedrijven en milieuzonering
4.7.1
Wettelijk kader
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.