CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - TAM-omgevingsplan 'IJzendoorn, Keizerstraat 24'

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: TAM-omgevingsplan 'IJzendoorn, Keizerstraat 24’21.570 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

Inhoudsopgave Motivering Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 Hoofdstuk 7 7.1 7.2

5 Inleiding Aanleiding Ligging plangebied Geldende plannen Leeswijzer Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie Beleid en regelgeving Rijksbeleid en rijksregels Provinciaal beleid en provinciale regels Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Veilige en gezonde fysieke leefomgeving Weging van het waterbelang Activiteiten en milieuzonering Bodem Spuitzonering Luchtkwaliteit Geur Geluid Omgevingsveiligheid Trilling Explosieven Conclusie veilige en gezonde fysieke leefomgeving Goede omgevingskwaliteit Zorgvuldig ruimtegebruik Archeologie, cultuurhistorie en landschap Ecologie Verkeer en parkeren Duurzaamheid en klimaatadaptatie Juridische planbeschrijving Inleiding Juridische systematiek Toepassingsbereik TAM omgevingsplan Beschrijving per functie Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid Participatie Kostenverhaal

6 6 6 6 8 9 9 10 13 13 14 16 17 21 21 23 24 25 25 26 28 29 31 31 32 33 33 33 34 36 37 38 38 38 38 38 40 40 40

Bijlagen bij de toelichting

41

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

Inrichtingsplan Beplantingsplan Beeldkwaliteitskader

42 43 44

2

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11

Digitale watertoets Bodemonderzoek Geuronderzoek Notitie geur - herontwikkeling Keizerstraat 24 Archeologisch onderzoek Quick scan flora en fauna Technische inspectie huismus Voortoets stikstofdepositie

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5 Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10 Hoofdstuk 5 Artikel 11

45 46 47 48 49 50 51 52

53 Inleidende regels Toepassingsbereik Begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen Specifieke regels over functies Groen - Landelijk groen Wonen Algemene regels over functies Anti-dubbeltelregel Bestaande maatvoering Aanvraagvereisten Regels ter bescherming van waarden en objecten Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Overgangsregels Overgangsrecht

55 55 55 59 61 61 62 67 67 67 67 68 68 70 73 73

Bijlagen bij de regels

74

Bijlage 1 Bijlage 2

75 76

Inrichtingsplan Beplantingsplan

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

3

4

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

Motivering

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De initiatiefnemer is voornemens 5 woningen te realiseren op het perceel Keizerstraat 24 te IJzendoorn. Hiervoor dient een deel van de aanwezige bijgebouwen gesloopt te worden. De nieuwe woningen zullen als aan-een-gebouwde en twee-onder-een-kap woningen worden gerealiseerd. De ontwikkeling past niet binnen het vigerende omgevingsplan. Omdat het initiatief wel passend is op de locatie, wordt medewerking verleend aan een wijziging van het omgevingsplan. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Omgevingswet.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de Keizerstraat 24 in het noordwesten van de kern IJzendoorn. De onderstaande afbeelding toont de globale ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving.

Globale ligging plangebied in omgeving (bron: OpenStreetMap)

1.3

Geldende plannen

Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, de verordeningen tijdelijk deel omgevingsplan (archeologieverordening (artikel 38, Monumentenwet 1988), geurverordening (artikel 6, Wet geurhinder en veehouderij), verordening afvoer regen- en grondwater (artikel 10.32a, Wet milieubeheer), hogere waarde besluiten (artikel 110a, Wet geluidhinder), vastgestelde veiligheidscontouren (artikel 14, Besluit externe veiligheid inrichtingen) en de bruidsschat.

6

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

De gemeente Neder-Betuwe beschikt nog niet over een omgevingsplan dat is opgesteld op grond van de Omgevingswet. Daarom is voorliggend initiatief getoetst aan het geldende, tijdelijke deel van het omgevingsplan. Dit omvat onder meer het bestemmingsplan 'Kernen Neder-Betuwe', vastgesteld door de gemeente Neder-Betuwe op 14 mei 2020. Het plangebied heeft hierin de enkelbestemming 'Wonen' en 'Groen - Landschappelijk groen'. Voor het gehele plangebied geldt binnen het bestemmingsplan 'Kernen Neder-Betuwe' de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2'. De onderstaande afbeelding toont een uitsnede van het vigerende planologische regime. Voorts zijn ter plaatse de volgende (paraplu)bestemmingsplannen van toepassing:  Parapluregeling Parkeren (vastgesteld 26 april 2018) waarin de parkeernormen zijn opgenomen die gelden bij ontwikkelingen;  Parapluregeling Archeologie (vastgesteld 27 september 2018) waarin is bepaald dat aan de locatie een dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2'. Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan Het plangebied heeft deels de bestemming 'Groen - Landelijk groen' en 'Wonen'. Echter is het niet gestaan woningen te realiseren binnen de bestemming 'Groen - Landelijke groen'. Daarnaast is het realiseren van woningen uitsluitend toegestaan binnen bouwvlakken.

Deze zijn niet aanwezig in het plangebied waar voorliggende ontwikkeling de woningen voorziet. Wat betreft de de geldende geurverordening als onderdeel van het omgevingsplan geldt dat op grond daarvan nu niet gebouwd mag en kan worden op de locatie.

uitsnede bestemmingsplan Kernen Neder-Betuwe (omgevingswet.overheid.nl)

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

7

1.4

Leeswijzer

Onderhavige motivering bevat de inhoudelijke onderbouwing van het besluit. Hoofdstuk 2 begint met een beschrijving van de huidige situatie, gevolgd door een beschrijving van de voorgenomen ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt verwezen naar de voor het plan relevante beleid van gemeente, provincie en Rijk. In hoofdstuk 4 en 5 wordt de nieuwe ontwikkeling getoetst aan diverse aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving en de toedeling van functies aan locaties. Daarna komen in hoofdstuk 6 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid aan de orde.

8

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.

2.1

Huidige situatie

Het plangebied ligt aan de Keizerstraat 24, nabij de kruising met de Dorpsstraat, in het noordwestelijke deel van de kern IJzendoorn. Het plangebied bevindt zich in een woonwijk. Ten noorden van het plangebied bevinden zich meerdere agrarische bedrijven. Verder ligt ten zuiden van het plangebied de uiterwaarde van de Waal. In de huidige situatie bevinden zich in het plangebied een vrijstaande woning aan voorzijde van het plangebied met meerdere bijgebouwen achter op het perceel. De onderstaande afbeelding toont een luchtfoto van het plangebied.

Luchtfoto waarbij het plangebied rood is omkaderd (bron: Pdok).

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

9

2.2

Toekomstige situatie

In de toekomstige situatie worden er ten zuiden van de bestaande woning 5 woningen gerealiseerd. Een tweekapper wordt parallel gerealiseerd aan de Dorpsstraat. Drie aan-een-gebouwde woningen worden gerealiseerd parallel aan de Cockenhofstraat. De huidige inrit voor de woning aan de Keizerstraat 24 zal behouden blijven en ook dienen voor de nieuwe woningen. Ten behoeve van parkeren worden ca. 21 parkeerplaatsen gerealiseerd binnen het plangebied. De navolgende afbeelding geeft een impressie van de toekomstige situatie. Het ontwerp is tevens verder uitgewerkt door middel van een inrichtingsplan en beplantingsplan welke als bijlagen1 en 2 zijn opgenomen. De meest westelijke strook is als bestaand meegenomen in het ontwerp, echter is deze geen onderdeel van het plan en dan ook niet meegenomen in het beplantingsplan.

Impressie toekomstige situatie (bron: Buro SRO).

Ten behoeve van voorliggend plan is een beeldkwaliteitskader opgesteld, welke te vinden is in bijlage 3. Dit beeldkwaliteitskader richt zich op de architectuur en opzet van de woningen. Het beeldkwaliteitskader heeft een functie als sturings- en toetsingskader ten behoeve van de verdere planontwikkeling. Onderstaand een aantal referentiebeelden welke tevens terug te vinden zijn in het bijgevoegde beeldkwaliteitskader.

10

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

11

Referentiebeelden uit beeldkwaliteitskader (bron: Buro SRO)

12

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

Hoofdstuk 3

Beleid en regelgeving

In dit hoofdstuk wordt het initiatief getoetst aan beleid en regelgeving. Er wordt ingegaan op geldend beleid en regelgeving op Rijks-, provinciaal-, regionaal en gemeentelijk niveau. Vervolgens wordt het beoogde initiatief daaraan getoetst.

3.1

Rijksbeleid en rijksregels

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt deze omgevingsvisie ook als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang.

Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. Planspecifiek Gebiedsgericht Het plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden van de NOVI. Vanuit nationaal beleid zijn er geen specifieke randvoorwaarden voor dit plan. 3.1.2 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden en heeft geen directe uitwerking op de fysieke leefomgeving. Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in een Omgevingsplan of bij het vergunnen van een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit moeten de verschillende instructieregels en geformuleerde omgevingswaarden in acht genomen worden. Het gaat hierbij over de instructieregels met het oog op: 1. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; 2. Het behoud van werelderfgoed en cultureel erfgoed; 3. Natuurbescherming.

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

13

Daarnaast gaat het om de volgende omgevingswaarden 4. Veiligheid primaire waterkeringen; 5. Veiligheid andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk; 6. Kwaliteit van de buitenlucht; 7. Waterkwaliteit; 8. Kwaliteit van de zwemlocatie. Artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat de Ladder betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van het woningbouwplan in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. Planspecifiek Het plangebied ligt niet in één van de aangewezen beschermde gebieden uit het Bkl. Vanuit nationaal beleid zijn er geen specifieke regels voor dit plan. Het voorgenomen initiatief betreft de realisatie van vijf woningen. Hierdoor is de ontwikkeling niet ladderplichtig. 3.1.3 Toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid Het plangebied ligt niet in één van de aangewezen beschermde gebieden uit de NOVI of het Bkl.

Het initiatief heeft daarmee op voorhand geen effect op één of meerdere aspecten met een nationaal ruimtelijk belang. De toetsing aan de eventueel van toepassing zijnde omgevingswaarden vindt plaats in hoofdstuk 4 en 5. Het plan past binnen het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

3.2.1

Provinciale omgevingsvisie

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. De visie integreert een vijftal beleidsterreinen: ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld welke de afgelopen jaren op onderdelen is geactualiseerd. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.

Deze ambities worden hieronder kort samengevat:  Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten;  Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid;  Een voortvarend en innovatief circulair beleid;  Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit;

14

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

 

Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat;  Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Naast deze zeven ambities blijft het beleid uit de Omgevingsvisie uit 2014 gelden. Het gaat om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura 2000-gebieden en van bijzondere natuurgebieden. Planspecifiek De nieuwe woning wordt goed ingepast in de omgeving. Hiermee draagt het initiatief bij aan een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat weet te anticiperen op ontwikkelingen, zoals omschreven in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van instructieregels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen uit het Bkl.

Klimaatadaptatie De provinciale omgevingsverordening die op 1 februari 2022 van kracht is geworden bevat de instructieregel klimaatadaptie (2.65b). Voor zover een plan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de toelichting een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. In paragraaf 4.6 is invulling gegeven aan de wijze waarop in dit plan is omgegaan met het voorkomen en/of beperken van de risico's van klimaatverandering. Woonlocaties De provinciale verordening geeft in artikel 5.62 tot en met 5.64 aan wat de instructieregels zijn voor woonlocaties. In de artikelen wordt verwezen naar de regionale woonagenda. Hierbij wordt dan ook verwezen naar paragraaf 3.3.2. Streekgids Om de landschappelijke waarden te beschermen en te versterken moeten initiatieven bijdragen aan de op een locatie aanwezige en benoemde kernkwaliteiten. Voor voorliggende binnenstedelijke locatie speelt dit thema niet.

3.2.3 Toetsing van het initiatief aan het provinciale beleid Voorliggend plan betreft de realisatie van vijf nieuwe woningen in bestaand stedelijk gebied in de kern Ijzendoorn. De nieuwe woningen voldoet aan het beleid en de regels uit de Provinciale Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening Gelderland. Er worden er in de provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening geen specifieke eisen aan voorliggende locatie gesteld. Het initiatief is passend binnen het provinciaal beleid.

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

15

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Woondeal Rivierenland 2022-2030 Algemeen De Woondeal Rivierenland die de 8 gemeenten in de regio Rivierenland opstelden in samenwerking met de provincie Gelderland en het Ministerie van Binnenalandse zaken is de regionale uitwerking van de Nationale Woon- en Bouwagenda die in het voorjaar van 2022 verscheen. De provincie Gelderland koos ervoor de Gelderse Woondeal op te stellen. In Gelderland is afgesproken de komende jaren in te zetten op de bouw van 100.000 woningen, waarvan minimaal 60% betaalbaar en waarvan minimaal 28% sociale huur door corporaties. Regionaal De Gelderse Woondeal is vervolgens vertaald in regionale Woondeals. Voor de regio Rivierenland is een woonambitie van 10.000 tot 13.000 te realiseren woningen vanaf 2022 tot en met 2030 bepaald. Concreet is afgesproken regionaal in te zetten op de realisatie van circa 12.550 nieuwe woningen en met daarbij een regionaal streven voor de realisatie van 30% sociale huur en 8% vrije sector huur in het woningbouwprogramma tot 2030. De ambities vragen om nieuwbouw die is gericht op de lokale behoefte en bijdraagt aan de vraag naar meer levensloopbestendige, betaalbare en duurzame woningen. Dit kan enerzijds door het bouwen van passende woningen voor deze doelgroepen en anderzijds door het zorgen van doorstroming op de woningmarkt, waardoor uiteindelijk starters meer kans krijgen.

Uit navolgende tabel komt naar voren dat voor de gemeente Neder-Betuwe wordt uitgegaan van 1.396 te realiseren woningen (bruto). Daarbij wordt een tekort aan sociale huurwoningen en goedkope koopwoningen geconstateerd.

Te realiseren woningen gemeente Neder-Betuwe (bron: Woondeal)

Planspecifiek Binnen de Woondeal Rivierenland heeft de gemeente Neder-Betuwe de ruimte gekregen om 1.396 nieuwe woningen te realiseren. Hierbinnen is voldoende ruimte voor de vijf nieuwe woningen in het middensegment in dit plan. Vanuit kwalitatief oogpunt speelt het plan, door het mogelijk maken van vijf woningen, in op een actuele lokale vraag naar meer geschikte woningen voor de doelgroep. Dit wordt nader onderbouwd in paragraaf 3.4. Het plan past daarmee binnen de regionale woondeal Rivierenland.

16

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

3.3.2 Regionaal woningbouwprogramma Rivierenland Het Woningbouwprogramma voor de periode 2020-2030 is vastgesteld door de Provincie Gelderland. Voor de gemeente Neder-Betuwe gaat het om minimaal 950 en maximaal 1.400 woningen tot 2030. De Omgevingsverordening stelt ten aanzien van nieuwe woonlocaties dat “in een omgevingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio.” De gemeenten in de regio Rivierenland werken al jarenlang samen op het gebied van wonen. De regio heeft een methodiek van kwalitatief programmeren ontwikkeld, die de instemming van de provincie heeft. Om de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte inzichtelijk te krijgen hebben de gemeenten van de regio Rivierenland afspraken gemaakt voor het opstellen en monitoren - actueel houden - van een regionaal woningbouwprogramma. Het regionale woningbouwprogramma is een dynamische lijst en wordt jaarlijks geactualiseerd. Planspecifiek In het regionaal woningbouwprogramma is het plan opgenomen. 3.3.3 Toetsing van het initiatief aan het regionale beleid Het initiatief is passend binnen het regionaal beleid.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Neder-Betuwe De raad van de gemeente Neder-Betuwe heeft op 24 februari 2022 de 'Omgevingsvisie Neder-Betuwe' vastgesteld. De Omgevingsvisie schetst een toekomstbeeld met belangrijke waarden, die Neder-Betuwe kenmerken en wil behouden en versterken voor toekomstige ontwikkelingen. Daarnaast schetst de Omgevingsvisie ook een beeld waar de gemeente de komende jaren aan wil werken. De Omgevingsvisie bestaat uit tien speerpunten, een richtinggevende kaart en een waardenkaart. De speerpunten  Een omgeving waarin inwoners een leven lang gezond en veilig kunnen leven, wonen en werken  Een goed ondernemers- en vestigingsklimaat, diversiteit in werk voor onze inwoners en een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.  Wonen voor iedereen.  Een goede bereikbaarheid voor gebruikers van het OV, de auto, de fiets en voor de wandelaar.  Doorontwikkelen en beleefbaar maken van onze identiteit.  Doorontwikkeling van de gemeente als centrum voor laanboomteelt en andere agrarische sectoren.  Opwekking en gebruik van energie op een duurzame manier.  Voorbereid zijn op de veranderingen in klimaat.  Een gezonde, groene en biodiverse omgeving.  Behoud en ontwikkeling van sterke dorpen in een nieuwe en nauwe samenwerking met de gemeente. Richtinggevende kaart: Vanuit de speerpunten en de bijbehorende opgaven is een richtinggevende kaart opgesteld.

Op deze kaart staat aangegeven in welk gebied een bepaalde ontwikkeling wenselijk is. Voor een aantal speerpunten zijn zoekgebieden en mogelijke ontwikkelrichting opgenomen. De zoekgebieden zijn wel specifiek aangegeven,

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

17

voor de overige ontwikkelingen zijn ze richtinggevend en indicatief op de kaart aangegeven.

Richtinggevende kaart Omgevingsvisie Neder-Betuwe (bron: omgevingsvisienederbetuwe.nl)

Waardenkaart Op de waardenkaart staan gebieden aangegeven waarin de specifiek waarden van de gekozen locatie op aan staan gegeven. Bij een ontwikkeling moet rekening gehouden worden met de waarden van het gebied waarin de locatie ligt. IJzendoorn In de Omgevingsvisie worden op de waardenkaart voor de kern IJzendoorn de volgende waarden benoemd:  Gezellig, rustig dorp waar het fijn wonen is  Dorpshuis  Mooie, groene omgeving met natuur, goede wandel- en fietsverbindingen  Rijk verenigingsleven, veel vrijwilligers en activiteiten Bij ontwikkelingen in de kern IJzendoorn wil de gemeente rekening houden met:  Het rustige en dorpse karakter  Aanwezigheid en zichtbaarheid van groen in de kern  De zichtbaarheid en toegankelijkheid van het omringende landschap met waardevolle cultuurhistorische elementen en waardevolle natuur  Het belang van verenigingen en activiteiten Planspecifiek Het plangebied ligt in de kern IJzendoorn. Met onderhavig plan worden vijf woningen gerealiseerd aan de Keizerstraat nabij de kruising met de Dorpstraat. De Keizerstraat is een cultuurhistorisch waardevolle route met eraan beeldbepalende woningen met doorzichten naar het buitengebied. De nieuwe woningen worden achter op het perceel gerealiseerd, ter plaatse van te slopen bijgebouwen. Hiermee wordt de bestaande woning aan de Keizerstraat niet belemmerd.

Daarbij, er worden met voorliggend plan geen doorzichten onderbroken. Hiermee blijft de bestaande zichtbaarheid en toegankelijkheid van het omringende landschap met waardevolle cultuurhistorische elementen en waardevolle natuur intact. Het plan is passend binnen de Omgevingsvisie Neder-Betuwe.

18

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

3.4.2 Programma Wonen 2022-2030: wonen voor iedereen Op 27 januari 2022 is het Programma Wonen 2022-2030: wonen voor iedereen, vastgesteld door de raad van de gemeente Neder-Betuwe. Dit is een verdiepend programma van de (concept) Omgevingsvisie Neder-Betuwe. In het Programma wonen is het beleid met betrekking tot de woningmarkt, het aanbod en de behoefte opgenomen. Om richting te geven aan de ontwikkeling van de gemeente, biedt het Programma Wonen belangrijke handvatten voor de gemeente zelf, maar ook de partners met wie zij op het brede speelveld van het wonen samenwerkt. Het geeft een kwalitatieve inkleuring aan de woningbouwontwikkeling van zowel nieuwbouw als bestaande bouw en alle facetten die hiermee samenhangen. Dit borgt de gemeente door randvoorwaarden te stellen voor de realisatie van sociale huur en sociale koop. Om wonen voor iedereen te realiseren ziet de gemeente de volgende aandachtspunten die gebaseerd zijn op onderzoek, bestaande beleidskaders en discussie met inwoners, professionals en de raad: 1. Betaalbaar voor iedereen Momenteel staat de woningmarkt in heel Nederland onder spanning, ook in Neder-Betuwe. In de koopsector is dit bijvoorbeeld te zien aan de steeds hoger wordende prijzen van koopwoningen en een afname van het aantal beschikbare woningen. In de huursector is de spanning te zien aan de lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen.

Door het grote tekort aan woningen en de groei van huishoudens wordt het steeds moeilijker om aan een woning te komen. Vooral voor de lagere inkomens, starters en kwetsbare groepen is de situatie nijpend. Maar ook spoedzoekers en middeninkomens hebben moeite met het vinden van een betaalbare woning. Dit geldt voor zowel de koop- als de huursector. 2. Beschikbaar voor iedereen We zetten in op gevarieerde woningbouw in elke kern, zowel qua woningtype als prijsklasse. Dit doen we voor onze lokale inwoners en om aan de autonome inwonersgroei van de gemeente te voldoen. Uit onderzoek van de verhuisstromen blijkt dat we, ondanks gunstige ligging aan de A15, geen grote toestroom hebben vanuit de Randstad. De woningbouwprogrammering is afhankelijk van de bestaande woningen, de behoefte en nieuwbouwmogelijkheden per kern. 3. Vindbaar voor iedereen Het vinden van een woning is op dit moment geen vanzelfsprekendheid. Het is fijn om te weten welk actueel aanbod er is in de gemeente is. Ook is het handig om te weten bij wie u moet zijn of hoe u kunt reageren om een woning te huren of kopen. Elke verhuurder en verkoper mag zelf bepalen hoe zij dit doen. De gemeente aan de slag om dit voor inwoners beter inzichtelijk te maken. 4. Lagere inkomens In de dorpen van Neder-Betuwe wordt al jaren gemixt gebouwd.

Daarmee bedoelen we dat er verschillende woningtypen en prijsklassen gerealiseerd worden: van sociale huur tot luxe villa's. De keuze wat er gebouwd wordt moet aansluiten bij wat nodig is. De bevolking verandert en dat betekent ook dat het bouwprogramma moet veranderen: meer eenpersoonshuishoudens en zorg aan huis, waarbij het merendeel van deze inwoners een inkomen heeft waarmee ze alleen kans maken op een woning in de sociale huur of lage koop. 5. Starters Het begrip starter wordt vaak gebruikt, maar wie is nou die starter? De groep starters wordt door iedereen op een andere manier gedefinieerd. Toch worden starters op de woningmarkt vaak wel gezien als 'jonge mensen'. Hierbij denkt men al snel aan de groep 25-35 jaar, vooral bij koopstarters. De groep tot 25 jaar wordt vaak niet meegenomen als starter op de woningmarkt. Je kan huurstarters en koopstarters onderscheiden. Huurstarters starten óf in de sociale huur óf in de particuliere huur. Voor koopstarters gaat het veelal om het bemachtigen van een sociale of goedkope koopwoning, waarbij ze zelf geen zelfstandige koopwoning achter laten. Het kan daarbij wel zijn dat deze koopstarter al een stukje wooncarrière in de (sociale) huur heeft doorlopen en daardoor een huurwoning achterlaat. 6. Senioren

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

19

Vanaf 65 jaar val je onder de noemer senior. Neder-Betuwe telt 2.500 inwoners van 65 tot 75 jaar (ruim 10% van de bevolking) en 1.650 inwoners van 75 jaar of ouder (bijna 7% van de bevolking). Onze gemeente is daarmee iets minder vergrijsd dan het landelijk gemiddelde. De komende jaren zal de vergrijzing in Neder-Betuwe verder toenemen. Dat betekent ook een toenemende zorgvraag en een toenemende vraag naar passend wonen. Het belangrijkste is dat 55-plussers, die nog geen senior zijn, zich ervan bewust moeten worden dat ze tijdig kiezen voor een passende woning. Nadenken over verhuizen of verbouwen als de zorgvraag er is, betekent dat er weinig keuze en/of tijd is voor het vinden van een gewenste woning of verbouwen van de bestaande woning. Als er niet op tijd verhuisd is, moet de huidige woning via de WMO aangepast worden op de hulpvraag. Planspecifiek Met onderhavig initiatief worden vijf woningen in het middensegment toegevoegd aan het bestaande stedelijk gebied van de kern IJzendoorn. In het Programma Wonen wordt dit segment als kansrijk benoemd. Voorliggend plan levert met vijf extra woningen een bijdrage aan het invullen van de nieuwbouwopgave voor de kern IJzendoorn.

Het plan sluit daarmee aan op de uitgangspunten uit het Programma Wonen 3.4.3 Toetsing van het initiatief in relatie tot omgevingsplan De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de gemeente.

20

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

Hoofdstuk 4

Veilige en gezonde fysieke leefomgeving

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze aangetoond wordt dat met de voorgenomen ontwikkeling een veilige en gezonde leefomgeving ontstaat en behouden blijft voor nu en in de toekomst.

4.1

Weging van het waterbelang

Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap. Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen, betrokken.

De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de omgevingswaarden ten aanzien van water zijn als volgt onderverdeeld:  Rijk: omgevingswaarden voor (1) waterkwaliteit, (2) zwemwaterkwaliteit, (3) veiligheid van primaire waterkeringen en (4) de veiligheid van andere dan primaire waterkeringen, voor zover die in het beheer zijn bij het rijk (2.15 Ow);  Provincie: omgevingswaarden voor de veiligheid van (1) bij de omgevingsverordening aangewezen andere dan primaire waterkeringen die niet bij het rijk in beheer zijn en (2) de gemiddelde overstromingskans per jaar van bij de omgevingsverordening aangewezen gebieden met oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop (niet bij het rijk in beheer zijnde) regionale wateren moeten zijn berekend (2.13 Ow);  Gemeente: gemeenten kunnen ook zelf besluiten om omgevingswaarden vast te stellen. Indien hiervan sprake is dient ook aan deze omgevingswaarde getoetst te worden. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken bij de weging van het waterbelang. Zodoende is de eerdere, verplichte watertoets niet langer voorgeschreven en is de gemeente vrij om hier zelf invulling aan te geven. In elk geval worden de wateraspecten beschreven en wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige maatregelen voor het project moeten worden getroffen.

Over het initiatief wordt advies gevraagd aan de betrokken waterbeheerder. Beleid Waterschap Rivierenland Met ingang van 22 december 2021 is het Waterbeheerprogramma 2022-2027 'Versterken. Verbinden. Vergroenen.' bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit, wegen en waterketen. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een waterschapsverordening. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Het Waterschap Rivierenland hanteert de beleidsregel 'Nieuwe lozingen vanaf verhard oppervlak'. Deze heeft als doel de versnelde afvoer van hemelwater als gevolg van de uitbreiding van het verhard oppervlak te beperkten tot de maatgevende afvoer van het landelijk gebied. Een uitbreiding van het verhard oppervlak moet vanuit waterhuishoudkundig opzicht dus waterbalans-neutraal plaatsvinden. Indien de waterberging wordt gerealiseerd in de vorm van droogvallende retentie, wordt onderscheid gemaakt tussen systemen waarbij infiltratie naar de ondergrond wel en niet mogelijk is.

In dat laatste geval dient de bodem van de voorziening zich gelijk of hoger dan de GHG te bevinden en mag bij een ontwerpbui T=100+10% (en rekenregel 664 m3/ ha toename verharding) het systeem tot aan het maaiveld gevuld zijn. De ledigingstijd

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

21

van het systeem dient 48 tot 96 uur te bedragen rekening houdend met de landelijke afvoernorm van 1,5 l/s/ha. De knijpconstructie moet hierop worden gedimensioneerd. Om te voorkomen dat individuele bewoners voor kleine voorzieningen zoals serres, tuinschuurtjes, enkele woning, etc., moeten compenseren geldt er een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht van 500 m² voor stedelijk gebied en 1.500 m² voor landelijk gebied. Deze vrijstelling geldt alleen voor particulieren. Er moet voldoende berging zijn bij extremere omstandigheden. Voor ontwikkeling met een toename van verhard oppervlak tot 5.000 m² kan een standaardberekening worden toegepast, waarbij wordt uitgegaan van een maatgevende bui die eenmaal in de 10 jaar voorkomt. Vuistregel daarbij is dat 436 m³ waterberging per hectare verhard oppervlak in open water nodig is. Uit deze vuistregel volgt de volgende berekening: Benodigde compensatie bij een berging met open water = Toename verhard opp (in m²) * 0,0436 Òf Benodigde compensatie bij een berging met technische voorzieningen = Toename verhard oppervlak (in m2) * 0,0664 Planspecifiek Waterberging Voor onderhavig plan is de digitale watertoets uitgevoerd. Het resultaat is bijgevoegd als bijlage 4 van de toelichting. Hieruit blijkt dat de gangbare watertoetsprocedure gevolgd moet worden.

In de huidige situatie is het plangebied in gebruik als tuin en door bijgebouwen met toebehorende verharding. Met onderhavig plan worden deze bijgebouwen gesloopt ten behoeve van vijf woningen. Om eventuele compensatiemaatregelen te kunnen benoemen, is een berekening gemaakt van de huidige situatie en de verwachte toekomstige situatie aan verharding. Aan de hand van het verschil in toename of afname van verharding worden compensatiemaatregelen voorgesteld. De berekening is gebaseerd op het inrichtingsplan dat als bijlage 1 van de regels is opgenomen. In de huidige situatie is sprake van een totaaloppervlakte aan verharding van circa 1040 m 2. Met voorliggend plan worden vijf kavels ten behoeve van de functie wonen gerealiseerd met een oppervlakte van circa 1102 m2. In de waterschapsverordening wordt uitgegaan van een percentage verharding van 90% bij rijwoningen en 80% bij twee^een-kappers. Op basis hiervan dient bij een oppervlakte van 1102 m2 voor de woonfunctie (nieuw te realiseren) rekening gehouden met 937 m 2 verharding (1102 : 2 bouwplots = 551 m2 per bouwplot. 80% van 551 = 441 m2 en 90% van 551 = 496 m2 tezamen betreft het dan 937 m2). Daarnaast wordt circa 1133 m2 aan erfverharding toegevoegd ten behoeve van ontsluiting en parkeren waarmee het totaal verhard oppervlak 2.070 m2 bedraagt.

Ten opzichte van de oude situatie zorgt dit voor een toename van het verhard oppervlak van 1.030 m2. Deze toename dient gecompenseerd te worden. Om de benodigde water bergingscapaciteit te bepalen, is er gekeken naar normbuien van eens in de 10 jaar (T=10+10%) en eens in de 100 jaar (T=100+10%). Voor de berekening is gebruik gemaakt van de rekenfactoren die in algemene zin bij ruimtelijke plannen worden gehanteerd. Bui eens in de 10 jaar (T=10) Om de benodigde waterbergingscapaciteit te bepalen bij een bui met een omvang die eens in de 10 jaar voorkomt, geldt een factor van 436m³ per ha. Op basis van een toename van verharding als gevolg van voorliggend plan dient de volgende bergingscapaciteit gerealiseerd te worden: 1.030 m² x 0,0436 m = 44,9 m³. Bui eens in de 100 jaar (T=100) Om de benodigde waterbergingscapaciteit voor een wadi te bepalen bij een bui met een omvang die eens in de 100 jaar voorkomt, geldt een factor van 664m³ per ha. Op basis van een toename van verharding als gevolg

22

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

van voorliggend plan dient de volgende bergingscapaciteit gerealiseerd te worden: 1.030 m² x 0,0664 m = 68,4 m³. Ten behoeve van het compenseren van de toename aan verhard oppervlakte is aan de noord- en zuidzijde van het plangebied een wadi gerealiseerd. Uitgaande van een peilstijging van 0,3 m dient de wadi een oppervlakte te hebben van in totaal 228 m2. Aan de noordzijde is een wadi opgenomen van ca. 178 m2 in de functie 'Groen – Landelijk Groen'. Aan de zuidzijde is een wade opgenomen met een oppervlakte van ca. 107 m 2 in de functie 'Wonen'. In totaal is dan ook een oppervlakte van 285 m2 aan wadi's opgenomen waarmee voldaan wordt aan de compensatie van verhard oppervlakte. Hierbij moet, vanwege de grondslag van de bodem, gedacht worden aan eveneens het aanbrengen van technische maatregelen zoals een slokop met drainage met knijpconstructie. Hierdoor kan in geval van hevige regenval het water versnelt worden afgevoerd. De wadi moet namelijk tussen 48 en 96 uur weer beschikbaar zijn, waarbij de constructie moet worden gedimensioneerd op de landelijke afvoernorm van 1,5 l/s/ha. Er is daarbij rekening gehouden met een greppel (laagte) aan de zuidwestzijde van het plangebied die kan fungeren ten behoeve van een eventuele overstort/ overloop in de richting van de bestaande watergang ten zuidwesten van het plangebied voor de wadi die is gelegen in de functie 'Wonen'.

In algemene zin geldt dat voorliggend plan geen invloed heeft op het functioneren van het oppervlaktewatersysteem. De technische uitwerking vindt plaats op het moment van realisatie waarvoor een omgevingsvergunning wateractiviteiten bij het waterschap wordt aangevraagd/ ingediend. Op die manier is er waarborg dat de wateropgave met de waterberging wordt aangelegd volgens de richtlijnen en wordt specifiek gekeken naar de technische maatregelen die nodig zijn. Beheergebied Er liggen geen (beschermingszones van) beschermde waterkeringen en/of watergangen in het plangebied. Het hemelwater en afvalwater zal overeenkomstig de huidige situatie gescheiden worden afgevoerd.

4.2

Activiteiten en milieuzonering

Bedrijven (die activiteiten uitvoeren/ ondernemen) kunnen niet zomaar naast een gevoelige functie, zoals een woning, gerealiseerd worden. Ook andersom moet er zorgvuldig gemotiveerd worden dat een nieuwe woning bij bestaande bedrijven gerealiseerd kan worden. Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de leefkwaliteit. Ook zorgt dit ervoor dat (bestaande) bedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. De publicatie “Bedrijven Milieuzonering” van de VNG is, zeker ook gezien jurisprudentie, een goed houvast hierbij. De in deze publicatie genoemde richtafstanden gelden voor gemiddelde situaties. Er kunnen omstandigheden zijn waarom er toch van een andere afstanden uitgegaan kan of moet worden. Op weg naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet is door de VNG een nieuwe publicatie uitgegeven: Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet 2023. Kern van deze publicatie is om de toelating van bedrijven te reguleren op basis van een beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieunormen. In de nieuwe systematiek wordt de toelating van activiteiten niet meer gekoppeld aan een bij de regels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten met milieucategorieën.

Dit maakt het ook niet mogelijk de ontwikkeling van nieuwe gevoeligere objecten te toetsen aan bestaande bedrijven. Om die reden wordt voor de beoordeling van de omliggende activiteiten/ functies nog aangesloten bij de richtafstanden uit de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Deze beoordeling toont een eerste indicatie over het woon- en leefklimaat ter plaatse.

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

23

Planspecifiek In de directe omgeving van de woningbouwlocatie zijn enkele bedrijven aanwezig. In onderstaande tabel zijn de adressen en maximaal toegestane milieucategorieën van de aanwezige bedrijven en inrichtingen weergegeven. Adres Inrichting Toelaatbare Maatgevende Richtafstand Feitelijke milieucategorie aspect (in m)* afstand (in m) Keizerstraat 50 garage 2 Geluid 30 242 Cockenhofstraat Elektriciteitshuisje 2 Geluid 30 88 naast 2 Keizerstraat 19 Transportbedrijf 3.1 Geluid 50 120 Keizerstraat Intensieve 3.2 Geluid/ Stof 30 122 19a/b veehouderij Tabel aanwezige bedrijven en inrichtingen

In bovenstaande tabel is te zien dat aan de richtafstanden voor geluid wordt voldaan, los van de normen voor geluid zoals opgenomen in de Bruidsschat. Het aspect geur voor de veehouderij aan de Keizerstraat 19 a/b wordt nader toegelicht in paragraaf 4.6.

4.3

Bodem

Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn er voor het aspect bodemkwaliteit instructieregels opgenomen in het Bkl. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang;  de bodem te beschermen tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen;  evenwichtig functies toe te delen aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem;  de resterende historische verontreinigingen en aantastingen duurzaam en doelmatig te beheren. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast (bodemkwaliteitskaart) en neemt dit op in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Planspecifiek In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd onder de voorheen geldende wetgeving.

De conclusie van het onderzoek luidt dat vanuit milieu hygiënisch oogpunt het terrein geschikt is voor de huidige en toekomstige bestemming. Dit was zo onder de voorheen geldende wetgeving en is onder de Omgevingswet nog steeds zo. De conclusies uit de rapportage zijn dan ook nog steeds bruikbaar. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 5.

24

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

4.4

Spuitzonering

Bij het telen van bollen-, boom- en fruit in de open lucht kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen van belang zijn. Dit vanwege mogelijk vrijkomende drift (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten. Er gelden, behoudens het niet mogen belasten van oppervlaktewater, in Nederland geen wettelijke bepalingen over een minimaal aan te houden afstanden tussen de teeltgronden en voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen en bedrijven. In de praktijk word daarom een vuistregel gehanteerd om een afstand van 50 meter aan te houden tussen een genoemde teelten en een gevoelige bestemming. Dit is een in de praktijk gegroeide indicatieve vuistregel die ook binnen de rechtspraak wordt aangehouden. Planspecifiek Aan de overzijde van de Keizerstraat is een boomgaard gelegen. Vanwege mogelijk vrijkomende drift (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten van bomen dient er een zekere afstand aangehouden te worden tussen boomgaard en de nieuwe woningen als gevoelige functies. Het aanhouden van de 50 m tot de gevoelige functie is dan ook uitgangspunt. Voor het plangebied geldt dat met het beoogde plan rekening is gehouden met deze contour. De nieuwe woningen liggen dan ook buiten deze 50 m contour.

4.5

Luchtkwaliteit

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl en zijn de 'omgevingswaarden richtlijn luchtkwaliteit' opgenomen in paragraaf 2.2.1.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:  er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een resultaatverplichting;  het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;  het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Mede door het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is in de afgelopen jaren in Nederland de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Vanwege deze verbetering komt het NSL na de inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook te vervallen. Niet in betekende mate (NIBM) Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig.

Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1. Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze 'standaardgevallen NIBM' vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Veel mensen bepalen met de NIBM-tool op een eenvoudige en snelle manier of een project in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool.

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

25

Aandachtsgebieden Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) en/of fijnstof (PM10). De aandachtsgebieden staan in artikel 5.51 lid 2 (aandachtsgebieden voor zowel stikstofdioxide als fijnstof) en lid 3 (aandachtsgebieden voor fijnstof) Bkl. Gemeenten die onder agglomeraties vallen staan in artikel 2.38 (aanwijzing agglomeraties richtlijn luchtkwaliteit en richtlijn gevaarlijke stoffen in de lucht) Omgevingsregeling. In enkele situaties moet de luchtkwaliteit altijd worden beoordeeld:  bij een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit  bij de aanleg van een tunnel langer dan 100 meter, of als een tunnel wijzigt en daarbij minimaal 100 meter toeneemt;  bij de aanleg van een autoweg of een autosnelweg. Planspecifiek In de tabel hieronder zijn de totale concentraties van stikstofdioxide, fijnstof en de fijnere fractie van fijnstof weergeven. NO2 PM10 PM2,5 (fijnere (stikstofdioxide) (fijnstof) fractie van fijnstof) 3 3 Gemeten totale concentratie 14-16 µg/m 16-18 µg/m 10 -11 µg/m3 jaargemiddelde 2018 (µg/m3) Resultaatverplichting 40 µg/m3 40 µg/m3 25 µg/m3 concentratie (µg/m3) kalenderjaargemiddelde De gemeten concentraties stikstofdioxide en fijn stof liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

Bijdrage van het initiatief Het initiatief zorgt voor een geringe toename van het aantal verkeersbewegingen. Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het initiatief van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%, 1.500 woningen). Het initiatief draagt 'niet in betekenende mate bij' aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof kan daarom achterwege blijven. Tevens ligt het plangebied niet binnen de genoemde aandachtsgebieden (artikel 5.51 luchtkwaliteit in aandachtsgebieden) voor stikstofdioxide en/of fijnstof.

4.6

Geur

In de regelgeving is bepaald dat een omgevingsplan erin voorziet dat de geur van een activiteit op een geurgevoelig gebouw (artikel 5.91 Bkl) aanvaardbaar moet zijn (artikel 5.92, tweede lid, Bkl). In artikel 5.91 van het Bkl is de definitie van een geurgevoelig gebouw opgenomen. Het gaat dan in ieder geval om woningen, onderwijsinstellingen, gebouwen met gezondheidszorgfuncties en kinderopvang met bedgebied (wat inhoudt dat er slaapgelegenheid is). Dit betekent dat de gemeente moet beoordelen of waarden, afstanden of gebruiksregels leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. De gemeente moet onder de Omgevingswet rekening houden met mogelijke cumulatie van geur door meerdere activiteiten. De activiteiten dienen te voldoen aan de regels die in het tijdelijk omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan en sprake is van een activiteit/inrichting die/dat voorheen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, dan gelden de regels uit de Bruidsschat. De Bruidsschat bevat regels over:  Geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony's voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2 BS);

26

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

 

Geur door andere agrarische activiteiten, zoals o.a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (par. 22.3.6.4 BS); Geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (par. 22.3.6.5 BS).

Voor geur zijn er voor dierenverblijven voor landbouwhuisdieren specifieke instructieregels waar de gemeente zich aan moet houden. In deze instructieregels zijn voor landbouwhuisdieren met een geuremissiefactor, twee typen normen opgenomen: standaardwaarden en grenswaarden. In een omgevingsplan kan de gemeente afwijken van deze standaardwaarden, zolang dit onder de gestelde grenswaarden blijft. Geurgevoelig gebouw Standaardwaarde Grenswaarde 3 Gelegen binnen de bebouwingscontour geur en 2,0 ouE/m 8,0 ouE/m3 buiten een concentratiegebied Gelegen binnen de bebouwingscontour geur en 3,0 ouE/m3 14,0 ouE/m3 binnen een concentratiegebied Gelegen buiten de bebouwingscontour geur en 8,0 ouE/m3 20,0 ouE/m3 buiten een concentratiegebied Gelegen buiten de bebouwingscontour geur en 14,0 ouE/m3 35,0 ouE/m3 binnen een concentratiegebied Tabel Standaardwaarde en grenswaarde toelaatbare geur (ouE/m3 als 98-percentiel) door houden landbouwhuisdieren met geuremissiefactor op een geurgevoelig gebouw In het Bkl wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden en niet-concentratiegebieden en binnen en buiten de bebouwingscontour. Het onderscheid tussen concentratiegebieden en niet-concentratiegebieden valt terug te voeren op een verschil in de relatie tussen geurbelasting en geurhinder. Het RIVM geeft aan dat er geen gezondheidskundige grenswaarden zijn voor geurbelasting of geurhinder.

Welk percentage door geur gehinderde omwonenden aanvaardbaar is, is een beleidsmatige keuze. In het gemeentelijk geurbeleid uit 2011 (de geurgebiedsvisie en de Verordening geurhinder en veehouderij 2011) wordt voor IJzendoorn een percentage van 0-11 % binnen de bebouwingscontour als acceptabel gezien bij een achtergrondbelasting van 4 ouE/m³. Op grond van dit beleid mag de voorgrondbelasting maximaal 2 ouE/m3 bedragen. Doordat deze waarden in de gemeentelijke geurverordening zijn vastgelegd, geldt deze verordening als onderdeel van het omgevingsplan van de gemeente en geldt er dan ook afwijkend beleid. Planspecifiek Voor voorliggend plan is een geuronderzoek uitgevoerd op grond van de voorheen geldende wetgeving. Het geuronderzoek is te vinden in bijlage 6. In het onderzoek wordt geconstateerd dat er sprake is van een tamelijk slecht woon- en leefklimaat doordat niet aan de gemeentelijke norm wordt voldaan. Om vervolgens de aanvaardbaarheid ten aanzien van het aspect 'geur' te beoordelen is een notitie opgesteld waarin een beoordeling van het aspect is opgenomen in relatie tot de huidige wet- en regelgeving en de feitelijke situatie ter plekke. Deze notitie is opgenomen in bijlage 7.

De beoordeling geeft inzicht in de bestaande wet- en regelgeving (nieuwe wetgeving versus verouderd beleid), de aard en omvang en waardering van de geur die vrijkomt, de historie van het bedrijf en de afweging van het belang van woningbouw in IJzendoorn. Immers, geur is één van de vele aspecten die bij dit planinitiatief worden afgewogen. Op basis van de beschouwing/ beoordeling en conclusies wordt geconstateerd dat er sprake is van een geringe overbelaste situatie die in de toekomst niet erger kan worden. Deze geringe overbelaste situatie heeft nog nooit tot klachten geleid en is, indien nodig of wenselijk, enkel op te lossen door maatregelen binnen het agrarisch bedrijf te nemen. Aangenomen wordt dat deze geringe (theoretisch) overbelaste situatie niet zo groot is dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat niet gewaarborgd kan worden. Om te kunnen voldoen aan de regelgeving wordt in voorliggend plan de standaardwaarde voor geur binnen het plangebied vastgelegd op 5,3 ouE/m3 voor het

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

27

westelijk woonblok en 5,8 ouE/m3 voor het oostelijk woonblok.

4.7

Geluid

Veel functies in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. Ze maken geluid of ze worden eraan blootgesteld. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige functies. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn instructieregels opgenomen hoe om te gaan met geluid m.b.t. geluidgevoelige functies en stiltegebieden. Bij geluidgevoelige functies gaat het om gebouwen ten behoeve van functies zoals wonen, onderwijs of zorg. Voor andere gebouwen (functies) of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. In de bruidsschat is het onderdeel geluid geregeld in paragraaf 22.3.4. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig functie die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de bruidsschat zijn waarden bepaald (zie artikel 22.57 Bruidsschat waar waarden gelden). Het Bkl bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid en staan in de volgende tabel. Geluidbronsoort Standaardwaarde, in dB. Grenswaarde, in dB. Rijks- en provinciale wegen. In Lden 50 60 Gemeente- en waterschapswegen. In Lden 53 70 Hoofd- en lokale spoorwegen.

In Lden 55 65 Industrieterrein Lden 50 55 Lnight 40 45 Standaardwaarde en grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw bij toelaten geluidbron, Tabel 3.34 en .3.35 Bkl

Het bevoegd gezag moet voorzien in een aanvaardbaar geluid door een lokale (spoor)weg op een geluidgevoelig gebouw (artikel 5.78l, lid 2 Bkl). De kans op gezondheidsschade is klein als het geluid voldoet aan de standaardwaarde. Minder geluid dan de standaardwaarde of het geluid op het tijdstip van de wijziging van het omgevingsplan, is aanvaardbaar (artikel 5.78m, lid 1 en lid 2 Bkl). Het bevoegd gezag mag meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen. Het besluit moet dan voldoen aan de eisen uit de instructieregels (artikelen 5.78m tot en met 5.78q Bkl). Op grond van artikel 5.78, lid 3 Bkl bepaalt het omgevingsplan dat de waarden gelden:  op een aangewezen geluidgevoelig gebouw: 1. op de gevel, als het gaat om een aanwezig geluidgevoelig gebouw 2. op de locatie waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw  op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen en in geval van een binnenwaarde, in een geluidgevoelige ruimte Het bevoegd gezag kan alleen geluid tot en met de grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw toestaan als ze: 1. geen geluidbeperkende maatregelen kan treffen om aan de standaardwaarde te voldoen (artikel 5.78n, lid 1, onder a Bkl); 2.

de overschrijding van de standaardwaarde zoveel mogelijk heeft beperkt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen (artikel 5.78n, lid 1b Bkl); 3. bij voorwaarde 1 en 2 geluidbeperkende maatregelen overweegt die financieel doelmatig zijn en tegen het treffen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan (artikel 5.78n, lid 2 Bkl); 4. besluit tot geluidwerende maatregelen als het geluid in een geluidgevoelige ruimte hoger is dan de

28

TAM-omgevingsplan IJzendoorn, Keizerstraat 24 (hoofdstuk 22b omgevingsplan Neder-Betuwe)

5. 6.

grenswaarde in geluidgevoelig ruimte (binnenwaarde) (artikel 3.52 Bkl). De karakteristieke geluidwering van deze ruimte is minstens 3 dB groter dan het verschil tussen het gezamenlijk geluid en de grenswaarde. Deze grenswaarde in geluidgevoelig ruimte is meestal 36 dB. In een beperkt aantal bestaande situaties is de grenswaarde 41 dB (artikel 3.52, lid 1, onder a sub 1 Bkl); het gecumuleerd geluid beoordeelt (artikel 5.78p Bkl); het gezamenlijk geluid bepaalt (artikel 5.78q Bkl).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16178286/1