Bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing ZP Hemmen II
Tekst van het document
Zonnepark Hemmen II Gemeente Neder-Betuwe
Ruimtelijke onderbouwing versie 1.1 d.d. 21-05-‘21
Inhoudsopgave.
2
1
Inleiding
2
Het Plan
3
Planologische situatie
4
Beleidskader
5
Landschap
6
Onderzoek van de Omgevingsaspecten
7
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doelstelling De gemeente Neder-Betuwe heeft als doelstelling duurzame energie op haar eigen grondgebied te stimuleren. De initiatiefnemer neemt hierin een actieve rol, door het streven naar de ontwikkeling en exploitatie van een zonnepark op een veld in Hemmen, gelegen tussen de spoorlijn Tiel – Elst, de Betuwelijn en A15 nabij het station HemmenDodewaard. Dit perceel beslaat inclusief landschappelijke inpassing een brutooppervlakte van c.a. 10 hectare en biedt plaats aan circa 31.000 zonnepanelen met een totaal opgesteld vermogen van c.a. 14 MWp, genoeg voor het stroomverbruik van ongeveer 3.200 huishoudens. Op deze manier wil de initiatiefnemer bijdragen aan de doelstellingen voor duurzame energieopwekking binnen de gemeente Neder-Betuwe. Het zonnepark maakt onderdeel uit van een groter geheel. Aan de zijde van de gemeente Overbetuwe is een zonnepark vergund van 25MWp. Het realiseren van het zonnepark Hemmen (hierna genoemd: plangebied) is in strijd met de regels van het bestemmingsplan “Buitengebied Dodewaard en Echteld”. De strijdigheid kan worden opgeheven door een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure voor planologisch strijdig gebruik op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo. Voor deze voorbereidingsprocedure is een ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk.
Ten behoeve van de te voeren procedure is aan Over Morgen gevraagd deze ruimtelijke onderbouwing op te stellen.
1.2
Leeswijzer De inhoud is als volgt: Hoofdstuk 2 beschrijft het plan en plangebied. Hoofdstuk 3 gaat in op de planologische context zoals deze momenteel is, terwijl hoofdstuk 4 de beleidscontext en de specifieke relatie van beleidsstukken met het voorliggende plan behandelt. Hoofdstuk 5 gaat in op de relatie tussen het plan en de bestaande kernkwaliteiten van het landschap en in hoofdstuk 6 worden de relevante omgevingsaspecten onderzocht. Het laatste hoofdstuk 7 behandelt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
3
2
2.1
Het Plan
Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen in Hemmen, op grondgebied van de gemeente NederBetuwe en bestaat uit een gedeelte van het perceel in de kadastrale gemeente Dodewaard, sectie D, nummer 1740 met bruto-oppervlak van circa 10 hectare. Ten noorden grenst het plangebied direct aan het Stationspad en de spoorlijn Tiel – Elst; in het zuidoosten grenst het aan het reeds vergunde zonnepark in de gemeente Overbetuwe (Zonnepark Hemmen I) en in het zuidwesten aan een weiland.
Overzichtskaart met markering plangebied Zonnepark Hemmen II
Kaart met markering plangebied – licht geel Zonnepark Hemmen II 4
2.2
Huidige situatie Het plangebied heeft een agrarische functie en wordt momenteel uitsluitend gebruikt als weiland. De gronden waarop het zonnepark is voorzien heeft een lage bodemwaarde en een hoge grondwaterspiegel. In de afgelopen jaren is gebleken dat de percelen enkel voor de aanbouw van gras geschikt zijn. Aan de noordkant ligt de spoorlijn Tiel Elst en een watergang met rietkragen, evenals een heg ten noorden van het spoor. Ten zuidoosten is het weiland omzoomd door beplanting, terwijl in zuidwestelijke richting het plangebied als weiland verderloopt. Ten zuiden bevinden zich de grootschalige infrastructuren van de Betuwespoorlijn en A15. Er lopen enkele watergangen in noordzuidrichting haaks op de spoorlijn Tiel – Elst. In zowel westelijke en oostelijke richting is er een woonhuis op ruim 150 meter van het plangebied gelegen. Het stationsgebouw Hemmen-Dodewaard, dat ook een woonfunctie heeft, ligt op circa 100 meter afstand van het plangebied en behoort overigens toe aan dezelfde grondeigenaar. Onderhavig plan betreft een uitbreiding op het reeds vergunde zonnepark in Overbetuwe aan de oostelijke zijde van dit plangebied.
Blik naar zuid-oosten t.h.v. station Hemmen - Dodewaard
2.3
Beschrijving Plan De zonnepanelen worden binnen de percelen in stroken geplaatst, die in noord-zuid richting verlopen en hiermee de oorspronkelijke verkavelingsstructuur volgen. De panelen zelf zijn op het oosten en westen gericht en kennen een zogenaamde oostwest opstelling. De constructie heeft een beperkte hoogte van 0,7 m - 1,5 m, hierdoor wordt het zicht over het veld vrijgehouden. Het project bestaat uit circa 31.000 panelen en hebben gezamenlijk een vermogen van omstreeks 14 MWp. De opgewekte stroom wordt via gelijkspanningskabels geleid naar (maximaal) 4 compactstations (transformatorhuisjes). Hiervandaan voeren ondergrondse hoogspanningskabels de stroom aan het inkoopstation, ook wel middenspanningsstation genoemd (op Zonnepark Hemmen I). Verder voorziet het plan in een versterking van de vegetatierand door het implementeren van akkerrandbeplanting en natuuroevers met rietbeplanting (reeds vergund door Waterschap – zie bijlagen).
5
De landschappelijke inpassing van het zonnepark heeft als leidend principe een zachte overgang tussen het zonnepanelenveld en de omgeving: • Daar waar mogelijk wordt afgezien van de plaatsing van hekken, en wordt gekozen voor verbreding van de bestaande waterlopen zodat de visuele hinder tot een minimum wordt beperkt; • In westelijke richting is de grens op verzoek van de gemeente bepaald op de meest westelijk gelegen bestaande waterloop die in noord/zuidelijke richting loopt, • Ook de bestaande waterlopen aan de noord- en zuidzijde worden verbreed, • De waterlopen rondom het zonnepark worden verbreed en een aansluitende strook aan de binnenzijde van het plangebied, wordt vrijgehouden ten behoeve van een passende landschappelijke inpassing. Hier is gekozen voor een natuurvriendelijke oever die overgaat in een dijkje met droge kruidenrijke vegetatie met aansluitend vochtig kruidrijke vegetatie. Op de natuurvriendelijke oevers zal een rietvegetatie ontstaan. Hierdoor ontstaat een duidelijke overgang tussen het grasland en onderhavige nieuwe ontwikkeling. Aan de buitenzijde van de brede sloot, worden knotwilgen gepland • Om het bezoek aan het landgoed Hemmen en daarmee aan de gemeente Neder-Betuwe goed te starten wordt rondom het treinstation HemmenDodewaard een kwaliteitsverbetering doorgevoerd.
Diverse hoogstamfruitbomen worden aangeplant en de strook te zuiden van het parkeerterrein – parallel aan Stationspad wordt de hiervoor beschreven akkerrandbeplanting aangebracht. Rondom het zonnepark wordt een strook vrijgehouden, onder andere voor het onderhoud van de watergangen. Binnen het plangebied zijn er tussen de panelenrijen paden van minimaal 0,8 meter breed die dienen ter onderhoud van de installaties. Deze paden worden ingezaaid met een bloemrijkmengsel. De duur van het gebruik van de gronden als zonnepark is maximaal 30 jaar als gevolg van de technische levensduur van de panelen. Uiterlijk na 30 jaar zal het plangebied dus weer in de originele staat worden hersteld.
6
Natuurontwikkelplan Zonnepark De ecologisch en landschappelijk meest passende mogelijkheid binnen het landgoed is geselecteerd als locatie voor het zonnepark. Allereerst past een ingreep van dit schaalniveau het beste binnen komlandschappen, voor wat betreft het rivierengebied. Dit deel van een ooit groot komgebied is al doorsneden door de A15, de spoorlijn Elst – Tiel, de Betuwelijn en hoogspanningsmasten. Hierdoor is de landschappelijke samenhang vanuit de locatie zowel in noordelijke als zuidelijke richting slecht leesbaar. De vrijwel consequente begrenzing van het zonnepark met sloten geflankeerd door natte (riet)ruigte zorgt voor een sterke landschappelijke en natuurlijke begrenzing. Hekken ter bescherming van het zonnepark, worden hierdoor niet nodig geacht, waardoor een visuele barrière wordt voorkomen. Deze mogelijkheid is een bijkomend voordeel van een locatie in een komgebied Een separate memo is bijgevoegd waarin ingegaan wordt op de landschappelijke inpassing en ecologie in en rondom het zonnepark (zie bijlage).
Daarbij is aandacht gegeven aan; - Beleving van de komlandschappen - Ecologische processen - Begrazing als beheer - Toename biodiversiteit - Watersysteem en -kwaliteit - Versterking ecologische structuur - Versterking landschappelijk structuur en beleving Een dwarsdoorsnede van een panelenrij is weergegeven op de onderstaande tekening die de hoogte van de panelenopstelling en de breedte van de onderhoudspaden beter inzichtelijk maakt. Voor verdere uitwerking wordt verwezen naar de bijlagen. Dwarsdoorsnede panelentafel
7
3
Planologische situatie In het bestemmingsplan “Buitengebied Dodewaard en Echteld” heeft het plangebied de volgende bestemmingen; • Enkelbestemming agrarisch en agrarisch met waarden (artikel 3 & 6) • Dubbelbestemming leiding-hoogspanningsverbinding (artikel 32) • Dubbelbestemming waarde – archeologie (artikel 34-38) Kaart bestemmingsplan Buitengebied (omgeving plangebied)
Planspecifiek Het realiseren van een zonnepark met bijbehorende compactstations in het plangebied is strijdig met de bestemming “agrarisch”. Daarom is een afwijking nodig van het huidig planologisch kader. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet in de benodigde motivatie om van het huidig planologisch regime af te wijken. Het plan is niet strijdig met de dubbelbestemming “leiding – hoogspanningsverbinding”. De voorheen aanwezige hoogspanningsleiding ten behoeve waarvan deze bestemming waarschijnlijk is opgenomen werd jaren geleden al gesloopt. Dat blijkt ondermeer uit de afwezigheid van deze dubbelbestemming in het verlengde van het tracé, aan de Overbetuwse kant, waar deze bestemming niet meer aanwezig is. Dit betreft het tracé van de oude (inmiddels afgebroken) GKN hoogspanningslijn. Tot slot is het plan ook niet strijdig met de dubbelbestemming “Waarde-Archeologie”, omdat er reeds een archeologische waarde is vastgesteld. Een archeologisch veldonderzoek heeft plaatsgevonden op de locatie. Hoofdstuk 6 gaat verder in op het omgevingsaspect archeologie.
8
4
BELEIDSKADER Het Rijk, de Provincie en de Gemeente hebben diverse beleidsnota’s vastgesteld voor het realiseren van zonneparken. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het beleid dat van toepassing is op het plangebied.
4.1
Rijks- en Europees beleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In maart 2012 is de Ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. In de structuurvisie schetst het rijk de ambitie voor concurrentiekracht, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028. Het Rijk heeft drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden geformuleerd, met de daarbij behorende onderwerpen van nationaal belang benoemd waarvoor zij verantwoordelijk is en waarop zij resultaten wil boeken. Ten behoeve van het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving heeft de overheid de volgende onderwerpen van nationaal belang benoemd: 1. Verbeteren milieukwaliteit (lucht, bodem, water), bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s; 2. Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijk (her)ontwikkeling; 3. Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 4. Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; 5. Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten. In het tweede geformuleerde belang is gesteld dat er voorzien dient te zijn in ruimte voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie.
Voor de economische ontwikkeling op de lange termijn is een transitie naar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening nodig, zowel vanwege geopolitieke verhoudingen en uitputting van fossiele brandstoffen als vanwege de ambities voor beperking van de CO2-uitstoot. Daarbij zijn de Europese doelstellingen op het gebied van energietransitie het uitgangspunt. Voorts stelt de SVIR dat het primair de taak is van provincies en gemeenten om voldoende ruimte te bieden voor duurzame energievoorziening zoals zonne-energie en biomassa. Het ruimtelijk rijksbeleid voor (duurzame) energie beperkt zich daarom enkel tot grootschalige windenergie op land en op zee, gelet op de grote invloed op de omgeving en de omvang van deze opgave. Voor andere energiefuncties is geen nationaal ruimtelijk beleid nodig naast het faciliteren van ontwikkelingen door het aanpassen van wet- en regelgeving en het delen en ontwikkelen van kennis. Planspecifiek Het onderhavige project past binnen de nationale ambities om te komen tot een meer duurzame vorm van energievoorziening. Barro en Bro Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig):
9
•
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit besluit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen. • Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro staat vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening, juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Het ruimtelijke beleid is hiermee in vergaande mate gedecentraliseerd. Ladder Duurzame Verstedelijking Een van de belangen is dat er bij ruimtelijke besluiten een zorgvuldige afweging moet plaatsvinden. Dit is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6). Volgens dit artikel bevat een ruimtelijke onderbouwing, die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en indien deze ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied valt, dient gemotiveerd te worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Een stedelijke ontwikkeling is volgens artikel 1.1.1. Bro is een stedelijke ontwikkeling gedefinieerd als: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocatie of andere stedelijke voorzieningen’.
Een andere stedelijke ontwikkeling is volgens de toelichting van het artikel 3.1.6 gedefinieerd als accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoorsport en leisure. Het is afhankelijk van de aard en omvang van de voorgenomen stedelijke ontwikkeling in relatie tot de omgeving, of een ontwikkeling gezien moet worden als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In principe is het aan de desbetreffende overheid zelf, eventueel in regionaal verband, om te beoordelen en motiveren of een ontwikkeling al dan niet binnen de reikwijdte van de Ladder valt. Ontwikkelingen en regelingen die geen extra verstedelijking mogelijk maken, maar bebouwing reduceren of verplaatsen, zoals de Ruimte voor ruimteregelingen, worden niet gezien als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. Planspecifiek Volgend uit jurisprudentie1 wordt een zonnepark niet als een stedelijke ontwikkeling beschouwd. Aan deze ontwikkeling kan echter wel medewerking worden verleend op basis van de Ladder omdat: • Er een regionale en lokale behoefte bestaat om te komen tot een duurzame energievoorziening. Deze behoefte staat aangegeven in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland van de Provincie Gelderland en de gemeentelijke Routekaart Duurzaam Overbetuwe 2017-2020. Zowel de provincie als de gemeente willen zich profileren als duurzame overheidsinstanties.
Duurzame energieopwekking in de vorm van een zonnepark voorziet hierin. •
Binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom is ruimte voor zonnepanelen op daken. Daken zijn veelal in particulier eigendom en de eventuele realisatie van zonnepanelen is afhankelijk van particulier initiatief. De gemeentelijke overheid heeft weinig sturing op het aantal gerealiseerde panelen op daken, en kan met een groter aaneengesloten zonnepark een tijdige realisatie van haar duurzaamheidsambitie bewerkstelligen.
Energieakkoord 2013 en 2016 In het energieakkoord is de basis gelegd voor een breed gedragen, robuust en toekomstbestendig energie- en klimaatbeleid. Het energieakkoord biedt een perspectief met afspraken voor de korte en middellange termijn. Hiervoor zijn de volgende hoofddoelen geformuleerd: 1 Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RBOVE:2018:1387
10
• • • •
een besparing van energieverbruik met gemiddeld 1,5%; 100 PJ energiebesparing in 2020; een toename van het aandeel duurzame energie naar 14% van het totale jaarverbruik in Nederland in 2020 met een doorgroei naar 16% in 2023; het creëren van ten minste 15.000 voltijdsbanen binnen de duurzame energiesector.
Deze doelen zijn uitgewerkt in verschillende pijlers. Voor de ontwikkeling van het zonnepark zijn vooral pijler 2 'Opschalen hernieuwbare energieopwekking' en pijler 3 'Stimuleren van decentrale duurzame energie (DDE)' van belang. In het energieakkoord wordt uitgegaan van een opwekking van 186 PJ energie uit hernieuwbare energiebronnen. Om te komen tot deze energieopwekking zijn verschillende vormen van energieopwekking nodig: wind, biomassa en zon. Momenteel bedraagt het aandeel zonne-energie minder dan 1% van de totale energievraag. In het Energierapport 2016 zijn de energiedoelen na 2020 vastgelegd. In 2023 moet 16% duurzame energie worden opgewekt. De CO2-uitstoot moet in 2030 met 40% en in 2050 met 80-95% zijn gedaald op Europees niveau. Het kabinet wil een volledig duurzame energievoorziening in 2050. Planspecifiek Het onderhavige plan levert een bijdrage aan de doelstelling van het Rijk om te komen tot een aandeel van 16% van duurzaam opgewekte energie in het totale Nederlandse energieverbruik in 2023.
4.2
Provinciaal beleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gelderland is in Januari 2018 door Provinciale Staten vastgesteld (geconsolideerde versie van Januari 2018). Deze visie heeft twee hoofddoelen, namelijk: 1. een duurzame economische structuur; 2. het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Wat betreft duurzame energie stelt de provincie onder andere de volgende ambities: - Gelderland heeft de ambitie om in 2020 een aandeel van 14% hernieuwbare energie op te wekken en toe te groeien naar energieneutraliteit in 2050 en realiseert zich dat dit een grote ruimtelijke impact zal hebben - Als partner in het Gelders Energieakkoord wilt de provincie Gelderland de daadwerkelijke realisatie van hernieuwbare energieprojecten ondersteunen In 2014 was de hernieuwbare opwek in Gelderland 10 PJ per jaar, dit dient in 2020 26 PJ te zijn. Ook vanwege het doel in 2050 energieneutraal te zijn, zal zonne-energie een belangrijke bijdrage gaan leveren aan de provinciale duurzame energiemix. De Omgevingsvisie bevat specifiek beleid voor wat betreft zonne-energie. Naast zonnepanelen op daken worden ook veldopstellingen van zonneparken noodzakelijk geacht. Het buitengebied biedt hoofdzakelijk ruimte om deze opstellingen te implementeren.
Ook dient bij de vormgeving van grootschalige zonneparken aandacht te worden besteed aan de ruimtelijke kwaliteit en het landschappelijk ontwerp. De provincie laat de beoordeling of grote zonneparken ruimtelijk passend zijn, over aan de betreffende gemeente (Omgevingsvisie Paragraaf 3.2.3.1). Voorts zijn voor het gehele grondgebied van de provincie zoekgebieden gedefinieerd waarop zonneparken ofwel mogelijk, onder voorwaarden mogelijk of niet mogelijk zijn
11
(Omgevingsvisie Kaart 15). Bij de voorwaardelijke gebieden zijn zonneparken vanuit het provinciaal beleid mogelijk indien er een of meerdere voorwaarden vervuld worden. Planspecifiek In het kader van de bovengenoemde provinciale doelstellingen voor hernieuwbare energie opwek, draagt het onderhavige project bij aan de provinciale ambities. Op Kaart 15 van de Omgevingsvisie is te zien, dat het plangebied in zijn geheel in een zoekgebied valt waarin grote zonneparken onder voorwaarden mogelijk zijn. In het plangebied is, vanwege zijn ligging in het Nationaal Landschap Rivierengebied, onder de volgende voorwaarde een zonnepark mogelijk: de kernkwaliteiten van het landschap mogen niet worden aangetast (Omgevingsvisie Paragraaf 3.7.17). Deze kernkwaliteiten staan beschreven in de bijlage van de Omgevingsverordening. In hoofdstuk 5 wordt aandacht besteed aan de inpassing van het zonnepark in het landschap. Omgevingsvisie Kaart 15 - grondgebonden zonneparken (plangebied)
Omgevingsverordening Gelderland De geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland van januari 2018 bevat alle actualisaties en rectificaties, sinds het moederplan door Provinciale Staten is vastgesteld op 24 september 2014. De regels in deze verordening gaan in het hoofdstuk Ruimte onder andere in op Natuur & Landschap en Energie. Themakaarten bieden een ruimtelijke weergave van de Regels Natuur, Regels Landschap en Regels Water en Milieu. Terwijl het thema windenergie uitgebreid wordt behandeld, zijn er geen specifieke regels voor zonneparken opgenomen in dit beleidsstuk. Planspecifiek Het plangebied ligt volgens de regels van de Verordening niet in of in de buurt van het Gelders Natuurnetwerk, niet in de Groene Ontwikkelingszone, noch in een Natura 2000gebied, zoals de onderstaande kaarten inzichtelijk maken.
12
Omgevingsverordening – Kaart 10 Natura 2000 gebieden
Omgevingsverordening - Kaart 4 Regels Natuur
Het plangebied valt echter wel binnen het Nationaal Landschap Rivierengebied. Zoals eerder vermeld, zijn in Nationale Landschappen grootschalige zonneparken mogelijk wanneer kernkwaliteiten van het betreffende landschap niet worden aangetast. Omgevingsverordening – Kaart 5 Regels Landschap
| De kernkwaliteiten staan beschreven in bijlage 6 van de Omgevingsverordening, “Kernkwaliteiten Gelderse Nationale Landschappen”, vastgesteld door Provinciale Staten van Gelderland op 9 juli 2014. Hierin staat dat bij de beoordeling van nieuwe ruimtelijke initiatieven de volgende afwegingsformule dient te worden gebruikt: "Ja mits de kernkwaliteiten behouden blijven of versterkt worden”.
13
Het plangebied bevindt zich aan rand van het Nationaal Landschap Rivierengebied in het deelgebied Maurik, Kesteren, Ochten, zoals op de onderstaande kaart te zien is. Voor het onderhavige plangebied zijn de volgende genoemde landschapskenmerken relevant: - Afwisseling van kleinschalige fijnmazige structuur en grootschalige dynamische structuur - Bijzondere verkavelingsstructuur bij Hemmen Het onderhavige plan behoudt de kernkwaliteiten van het Nationale landschap: ten eerste benadrukt het onderhavige plan niet de grootschalige oost-west gerichte infrastructuur van de Betuwelijn en de spoorlijn Tiel – Elst, doordat de panelenrijen haaks in zogenaamde oost-west opstelling op deze infracorridors staan. Daardoor zorgt het voor het behoud van de afwisseling van fijnmazige structuur en de grootschalige dynamische infrastructuur, in vorm van de snelweg A15, beide spoorlijnen en het 380kV hoogspanningstracé. Ten tweede wordt de bijzondere verkavelingsstructuur bij Hemmen benadrukt doordat de rijen panelen de historische verkavelingsrichting (noordzuid) volgen. Ten derde borgt de beperkte hoogte van de panelenopstellingen, van 0,7 m tot maximaal 1,5 m, het open karakter van het plangebied omdat er vanaf ooghoogte overheen kan worden gekeken.
Overigens zijn bij de vaststelling van het Nationaal Landschap Rivierenland bij het plangebied de toenmalige eigendomsgrenzen van het landgoed Hemmen gevolgd, zodat het gehele grondgebied van het landgoed binnen het Nationaal Landschap viel. De verbinding en samenhang tussen het plangebied en de rest van het landgoed Hemmen ten noorden van de spoorlijn Tiel – Elst is beperkt, zodat het huidige grensverloop van het Nationaal Landschap Rivierenland om het plangebied heen niet (meer) actueel lijkt. Kaart met Nationaal Landschap Rivierengebied
Artikel 2.7.4.2 van de Omgevingsverordening vermeldt dat activiteiten, die afbreuk doen aan de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap, o.a. mogelijk zijn indien er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er landschapsversterkende en -verbeterende maatregelen worden getroffen ter waarborging van deze kernkwaliteiten. Er zal landschapsverbetering plaatsvinden in het kader van het onderhavige project. Zo worden rondom het zonnepark natuurvriendelijke oevers aangebracht, wordt rondom het station Hemmen-Dodewaard een kwaliteitsslag gemaakt en ontstaat een rijke biodiversiteit in het zonnepark. Het plan past verder goed binnen het idee van de 14
Duurzame Transportcorridor Betuwe, waarin duurzame energie en transport samengaan. De landschappelijke inpassing in combinatie met de landschapsverbetering cq. versterking van landschappelijke kwaliteiten in hetzelfde landschapsgebied zorgt ervoor dat er geen wezenlijke afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke kernkwaliteiten van het gebied. Agenda Landschap Provincie Gelderland De Agenda Landschap is een jaarlijks geactualiseerd actiedocument dat de provinciale landschappelijke opgaven, ambities en prioriteiten voor de periode 2018-2022 beschrijft. Wat betreft het energielandschap van Gelderland, wordt de noodzaak van grote hoeveelheden windmolens en zonneparken genoemd: “in een scenario met een energiebesparing van 60% zijn nog altijd nodig: 432 windturbines (van 3 MW), 979 hectare zonnepanelen (…).” Planspecifiek De realisatie van een zonnepark in het plangebied past in het kader van de provinciale Agenda Landschap.
4.3
Gemeentelijk beleid Neder-Betuwe heeft Duurzaamheid als belangrijk agendapunt hoog in het vaandel staan. Sinds 2009 geeft de gemeente vanuit een goed rentmeesterschap actief uitvoering aan een duurzaamheidsbeleid met als beweegreden: goed zorgen voor onze Aarde, zuinig zijn op grondstoffen en financiële en politieke onafhankelijkheid. In de huidige Duurzaamheidsvisie 2016-2020 zijn de pijlen gericht op 2020. Dan wil de gemeente een aandeel van 16% hebben in duurzame energie, 20% CO² reductie hebben en met de gemeentelijke organisatie voor 50% energieneutraal zijn. De gemeente Neder-Betuwe heeft als doel om uiterlijk in 2050 als gemeente energieneutraal te zijn. Maar de intentie is om dit doel eerder te realiseren. Structuurvisie Neder-Betuwe De Structuurvisie Neder-Betuwe 2015 is vastgesteld door de gemeenteraad op 4 juni 2015. De Structuurvisie is voor de gemeente een belangrijk kader voor de afweging van concrete ruimtelijke beslissingen en bij de beoordeling van nieuwe plannen en initiatieven. Het plangebied ligt in een zakelijk-relationeel landschap, want het bevindt zich tussen twee transportcorridors in (spoorlijn Tiel – Elst en de corridor Betuwelijn / A15 – gedeeltelijk met betonnen geluidsscherm), nabij een bovengronds 380kV hoogspanningstracé en het talud van een brug over de Betuwelijn / A15.
De openheid van het wijdere landschap (komgebied) wordt geborgd door de beperkte hoogte van de panelen. De oost-west panelenopstelling volgt verder het verkavelingspatroon van het landschap. Overigens doorbreken de aanwezige brug over de Betuwelijn / A15 corridor en het geluidsscherm de landschappelijke openheid reeds. Duurzaamheidsvisie Neder-Betuwe 2016-2020 Om uitvoering te geven aan haar ambities m.b.t. duurzaamheid heeft de gemeenteraad van NederBetuwe in 2010 de Nota Duurzaamheid vastgesteld. Op 17 september 2015 heeft de raad de vernieuwde versie, de Duurzaamheidsvisie Neder-Betuwe 2016-2020, vastgesteld. In dit vernieuwde document staan ook de activiteiten in een vierjarig uitvoeringsprogramma vermeld met een doorkijk naar 2050; Neder-Betuwe energieneutraal. In de visie zijn concrete initiatieven en acties m.b.t. duurzaamheid opgenomen. De realisatie van het voorliggende initiatief, een zonneveld, is niet concreet
15
opgenomen. In de visie is wel opgenomen dat de gemeente gedurende de looptijd van de visie openstaat voor nieuwe duurzaamheidsinitiatieven en bereid is deze te faciliteren en zo mogelijk te ondersteunen. 3.4.3 Klimaatnota 2018-2023 De gemeente heeft een Klimaatnota 2018-2023 opgesteld en deze is op 27 juni 2018 in werking getreden. In deze nota is geconcludeerd dat zonne-energie en/of windenergie noodzakelijk zijn om de gemeentelijke doelstellingen op het gebied van duurzame energie te halen. De criteria voor zonneparken zijn in mei 2020 door de gemeenteraad herzien (vastgesteld 14 mei 2020) tot; • •
• •
Aansluiting bij de bestaande of toekomstig te plaatsen windturbine projecten; In het gebied van maximaal 600 m, vanaf de middenas van de Betuwelijn gemeten, zijn zonnevelden in principe toegestaan, mits de oppervlakte past binnen de schaal van het landschap en sprake is van een goede landschappelijke inpassing; In het bestaande weidevogelgebied, zoals aangegeven op de kaart van de structuurvisie, zijn geen zonnevelden toegestaan; Zonnevelden niet op gronden die geschikt zijn voor agrarisch gebruik en die bedrijfseconomisch verantwoord gebruikt worden. Het onderzoek hiervoor moet door een onafhankelijke instantie, op kosten van de initiatiefnemer gedaan worden.
Planspecifiek Het betreft hier een zonnepark tussen de A15, Betuwelijn en spoorlijn Tiel – Elst. In navolging van de zoektocht vanuit de provincie Gelderland naar geschikte locaties maar ook de doelen en voorwaarden uit de Klimaatnota 2018-2023, is de gemeente Nederbetuwe van mening dat deze locatie gebruikt kan worden in het kader van meervoudig ruimtegebruik, blijkende uit een positieve reactie d.d. 25 maart 2019 op het principeverzoek. Uit eigen kennis en wetenschap van de rentmeester van Landgoed Hemmen kan worden gesteld dat het zonnepark in laag gelegen komgronden wordt gerealiseerd. Hier is de blauwe klei (weinig water doorlatend) relatief gering onder het maaiveld aangetroffen. Eenmaal in de afgelopen dertig jaar was er een boer die zijn grasland wilde vernieuwen en eenmalig maïs teelde, die de pech had dat die dat deed in een jaar waarin het najaar relatief nat was met het gevolg dat een groot deel van de maïs niet geoogst kon worden. Hierna is er “slechts” gras op geteeld. De belangstelling om dit perceel voor bedrijfseconomische agrarische doeleinden te gebruiken, is minimaal en beperkt zich tot puur grasteelt of puur om administratieve (mest) redenen. Een verdere onderbouwing is gevraagd op te nemen in het Natuuronderzoek van Ecochore. In hoofdstuk 5 wordt aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing van het zonnepark.
4.4
Conclusies beleidskader Het rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid geven geen belemmering voor de ontwikkeling van het zonnepark binnen het plangebied. De inpassing in het Nationale Landschap Rivierengebied en het komlandschap binnen de gemeente NederBetuwe geschiedt conform de kenmerken van deze landschappen.
16
5
LANDSCHAP Dit hoofdstuk besteedt aandacht aan de relatie tussen de nieuwe ontwikkelingen en de bestaande kernkwaliteiten van het landschap. Het toont aan hoe de nieuwe ontwikkeling de bestaande landschappelijke elementen versterken.
5.1
Landgoed Hemmen Het plangebied ligt op gronden van het Landgoed Hemmen, dat een lang verleden kent. Vanaf de 14e eeuw lag er, op de plaats van waar nu de ruïne zichtbaar is, een groot omgracht slot. In 1757 bouwde men op de oude fundamenten van het toenmalige kasteel een statig landhuis “Huis Hemmen” dat in 1945 tijdens de Tweede Wereldoorlog werd verwoest. Nu is rondom de ruïne van “het huis” en te midden van 700 ha. land met bos, hoogstamboomgaarden en weilanden een prachtig park in Engelse Landschapsstijl te zien. Weelderige waterpartijen en robuuste eikenlanen sieren het landschap. Het park met het bos en de dorpskern vormen het centrum van Landgoed Hemmen. De omliggende landerijen worden vooral gebruikt als landbouwgrond, wat het uiterlijk van het buitengebied bepaald. De historische ontwikkeling van het landgoed en omringend landschap is te zien op de onderstaande kaarten: vanaf 1870 ontstaan de grootschalige oost-west gerichte infrastructuren die het plangebied bij het ‘Hemmensche Veld” van de rest van het landgoed en het landschap afscheiden: eerst de spoorlijn Tiel – Elst, gevolgd door de A15 en tenslotte de Betuwespoorlijn. Plangebied en Landgoed Hemmen 1870 en 1965 © Kadaster
17
Plangebied (rood omrand) en Landgoed Hemmen (groen omrand) 2017 © Kadaster
Het tegenwoordige grondgebied van Landgoed Hemmen is aangeduid op de onderstaande kaart. Dit gebied is aangemerkt als ‘open en grootschalige komgebieden’ en is gelegen in de kom “Hiense Veld”. Voor dit gebied zijn geen specifieke opgaven benoemd in het LOP.
18
LOP – Kaart Landgoed Hemmen
5.2
Kenmerken landschap De Structuurvisie Neder-Betuwe 2015 typeert het plangebied als komlandschap, met als kenmerken een regelmatig verkavelingspatroon en een open en grootschalig karakter. In het LOP wordt o.a. gestreefd naar het behouden en versterken van de openheid en grootschaligheid voor dit landschapstype. De Landschapsvisie Heerlijkheid Hemmen – advies bebossingsplan uit 2002 noemt als kenmerken voor het komlandschap ook het verkavelingspatroon (blokvormig, regelmatig en grootschalig), het grondgebruik (open weide), de beperkte bebouwing maar ook transparante laanbeplanting (populier) en extensieve beplanting als griend. Het geplande zonnepark sluit bij de gemeentelijke visie aan, omdat de openheid geborgd is door de beperkte hoogte van de paneelopstelling (0,7m – 1,5m) en de grootschaligheid behouden blijft. Het verkavelingspatroon wordt versterkt doordat oude structuren worden teruggebracht en versterkt. Eén sloot wordt gedempt en verlegd in het ritme van het landschap. Deze wijzigingen zijn overigens op Overbetuws grondgebied gelegen. Landschapsvisie Landgoed Hemmen
19
5.3
Kenmerken plangebied Infrastructuur Het plangebied kenmerkt zich met name door de aanwezigheid van de A15, de Betuwelijn, het spoor Tiel – Elst en het 380kV-hoogspanningstracé. Deze “harde” kenmerken worden niet verder versterkt, dan wel gecompenseerd. Natuur De ontwikkellocatie is, zoals in hoofdstuk 4 verduidelijkt, geen onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), noch ligt het in of naast de provinciaal vastgestelde natuurrelevante gebieden van het Gelderse Natuurnetwerk, Beschermingszone natte landnatuur of Groene ontwikkelingszone. Het huidige gebruik beperkt zich tot akker- en landbouw en is momenteel grasland. Door de ligging tussen de infrastructurele corridors, is de natuurwaarde van de ontwikkellocatie minimaal. Dit wordt ook ondersteund door de bevindingen in de quickscan ecologie, die in hoofdstuk 6 wordt behandeld. Desondanks wordt gewerkt aan verrijking van de biodiversiteit en worden natuurvriendelijke oevers aangebracht. Recreatieve waarden Op én rondom de ontwikkellocatie is geen recreatieve mogelijkheid. Ook de behoefte wordt niet gezien. Wandel- en fietsroutes, zoals het LAW6 over het Landgoed en het Knooppunten Fietsnetwerk kruisen deze ontwikkellocatie niet. Wel wordt de lanschappelijke waarde rondom het station Hemmen-Dodewaard versterkt door een herinrichting van dit gebied.
Hiermee wordt het bezoek aan Neder-Betuwe en het landgoed Hemmen nog aangenamer. LOP Kaart recreatie en toerisme
20
5.4
Landschappelijk inpassingsplan De ontwikkeling van dit zonnepark biedt een brede kans om de biodiversiteit in dit gedeelte van Neder-Betuwe te versterken. Dit doen we door enerzijds de landschappelijke inpassing van het zonnepark zorgvuldig te doen en anderzijds met een bredere blik op de omgeving ook aanpassingen door te voeren rondom het treinstation Hemmen-Dodewaard. In de bijlagen is de natuurontwikkelingsplankaart opgenomen alsook een uitgebreide memo ten aanzien van Landschap en Ecologie.
Landschappelijke inpassing
De omranding van het zonnepark verdient veel aandacht. Gekozen is voor een natuurvriendelijke oever die op sommige plekken overgaat in een dijkje met droge kruidenrijke vegetatie met aansluitend vochtig kruidrijke vegetatie. Op de natuurvriendelijke oevers zal een rietvegetatie ontstaan. Hierdoor ontstaat een duidelijke overgang tussen het grasland en onderhavige nieuwe ontwikkeling. Aan de buitenzijde van de brede sloot, worden knotwilgen gepland. Deze randen zijn zo waardevol voor tal van vogels en insecten. Er wordt niet gekozen voor een haag, omdat deze de openheid van het landschap niet ten goede komt. De akkerrandbeplanting en het dijkje hebben een beperkte hoogte en zal de zonnepanelen voor een groot deel verdekken. Een voorbeeld van akkerrand is te zien op de volgende foto. De exacte invulling en keuze uit het grote aanbod aan kruiden- en grasmengsel wordt nader uitgewerkt met Cruydt-Hoeck – leverancier en kweker.
21
Voorbeeld van akkerrandbeplanting in Gelderland
In het ontwerp voor het zonnepark is verder rekening gehouden met de bestaande watergangen (A, B en C) met hun eigen natuurlijke ontwikkelingen (zie afbeelding beneden) door voldoende afstand te bewaren. Ook worden enkele sloten gedempt zodat er in het gebied meer water wordt vastgehouden (het kan immers minder snel worden afgevoerd), wat ten gunste komt van ‘vochtige kruidenrijke vegetatie’. Dit gaat niet ten koste van het waterbergend vermogen als totaal, omdat we de ringsloten breder maken. De brede sloten is ook uit landschappelijke overwegingen; we voorkomen daarmee hoge ontsierende veiligheidshekken rond het complex. Voor aanpassingen aan de watergangen is reeds een vergunning verleend door Waterschap Rivierenland d.d. 19 oktober 2020 (zie bijlage). Ook is ervoor gekozen om de aanwezige “harde” infrastructurele wegen niet verder te benadrukken en uit te gaan van de oude landschappelijke lijnen. Hierdoor is gekozen voor een oost-west-opstelling met een bouwhoogte van 1,5 meter vanaf maaiveld. De volledige inpassingstekening met diverse dwarsdoorsnedes is in de bijlagen opgenomen. Om het bezoek aan het landgoed Hemmen en daarmee aan de gemeente NederBetuwe goed te starten wordt rondom het treinstation Hemmen-Dodewaard een kwaliteitsverbetering doorgevoerd.
Diverse hoogstamfruitbomen worden aangeplant en de strook te zuiden van het parkeerterrein – parallel aan Stationspad wordt de hiervoor beschreven akkerrandbeplanting aangebracht. Door deze natuurontwikkeling wordt de ecologische waarde van het landschap verhoogd én de zuidwestelijke rand van het Landgoed Hemmen versterkt.
22
5.5
Conclusies landschappelijke inpassing Het totale plangebied (incl. het zonnepark in Overbetuwe) betreft c.a. 31 ha, waarvan 10 ha zijn gelegen in Neder-Betuwe. Hiervan wordt c.a. 65% bebouwd op basis van een oost-west opstelling. Zodoende blijft ruim 1/3 van het plangebied onbedekt open terrein en beschikbaar voor kruidenrijk grasland, sloten, rietkragen, oevers, bosjes, etc. De kwaliteitsverbetering rondom treinstation Hemmen-Dodewaard is hierbij niet meegenomen. Het monotone grasland wordt omgezet in een rijke biodiversiteit.
6
ONDERZOEK VAN DE OMGEVINGSASPECTEN Op basis van de wetgeving worden wijzigingen van bestemmingen getoetst aan de omgevingsaspecten. Onder de omgevingsaspecten wordt onder meer verstaan: archeologie, geluid, milieuhinder, luchtkwaliteit, flora en fauna, externe veiligheid en water. Uit de onderstaande toets van de omgevingsaspecten komt naar voren of het project daadwerkelijk uitvoerbaar is.
6.1
Archeologie Ter bescherming van eventuele archeologische waarden in de bodem is de Monumentenwet van toepassing. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven. Het plangebied heeft naast de agrarische hoofdbestemming ten dele de dubbelbestemming “waardearcheologie”. Kaart met archeologische waarden (plangebied)
23
Planspecifiek Een veldonderzoek heeft plaatsgevonden, het rapport is als bijlage toegevoegd. Op basis van de resultaten van het hier gerapporteerde onderzoek is er geadviseerd; • • • • • • •
aanleg leidingen -> archeologische begeleiding; aanleg trafohuisjes -> geen onderzoek noodzakelijk; intrillen palen -> geen onderzoek noodzakelijk; aanleg nieuwe sloot en natuuroevers bestaande sloten -> geen onderzoek noodzakelijk; aanleg wandelpad -> niet van toepassing benaderen verdachte locaties (NGE) -> archeologische begeleiding; overige ingrepen -> indien bodemingrepen noodzakelijk zijn -> archeologische begeleiding.
Voor alle hier boven genoemde vormen van archeologisch onderzoek geldt dat ze moeten uitgevoerd worden op basis van een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen. Daarnaast geldt; Voor de zones met een hoge verwachting geld dat bij ingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 40 cm -mv archeologisch onderzoek plaats moet inden.Voor de zones met een lage verwachting geldt dat bij ingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 30 cm -mv archeologisch onderzoek plaats moet vinden. Voor AMKterreinen geldt dat er archeologisch onderzoek moet plaatsvinden wanneer er ingrepen dieper dan 30 cm -mv plaatsvinden, ongeacht de oppervlakte. Samen met de aannemende partij zal worden bezien in hoeverre het noodzakelijk is de leidingen dieper dan 30cm onder maaiveld aan te brengen. Indien dit niet nodig blijkt te zijn, zal hiervoor worden gekozen in de uitvoering. De werkzaamheden ten aanzien van de archeologische begeleiding worden uitgevoerd na vergunningverlening en tijdens de realisatie van het zonnepark.
6.2
Cultuurhistorie Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting van een ruimtelijk plan worden beschreven op welke manier rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische waarden in het plangebied. Station Hemmen – Dodewaard betreft een Rijksmonument en wordt in die hoedanigheid beheert en onderhouden. Het zonnepark doet daar geen afbreuk aan. Dit blijkt tevens uit de verrichte planschade-risicoanalyse welke als bijlage is bijgevoegd. Planspecifiek Het plangebied en de directe omgeving hebben geen cultuurhistorische waardevolle bebouwing, zoals onder andere in de Structuurvisie Neder-Betuwe te zien is.
6.3
24
Geluidhinder Voor geluidhinder van de meeste inrichtingen zijn de algemene regels van het Activiteitenbesluit van toepassing. Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die ‘‘in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken’’, een geluidzone. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd.
Planspecifiek Het zonnepark is geen geluidgevoelig object, waardoor onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder achterwege blijft. Ook een onderzoek in het kader van het Activiteitenbesluit (Wet milieubeheer) is niet nodig. Het zonnepark veroorzaakt geen relevante geluidbelasting. De inrichting valt wel onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit, maar is niet meldings- of omgevingsvergunnigsplichtig voor het onderdeel milieu.
6.4
Lichthinder De werking van zonnepanelen is gebaseerd op het opvangen van (zon)licht. De zonnepanelen zelf vormen geen lichtbron. Reflectie van zonlicht is nadelig voor het rendement en wordt dus ook om die reden zoveel mogelijk voorkomen. Om schittering te verminderen wordt er op de panelen gewerkt met een coating. Het glas wordt gezandstraald en is daardoor anti reflectief, omdat het opvallende licht diffuus wordt verspreid in plaats van in een richting. Dit vermindert reflectie en vermeerdert de opbrengst. Zonnepanelen hebben een relatief lage reflectie-intensiteit omdat slechts een klein deel van het zonlicht dat op zonnepanelen valt wordt gereflecteerd. Risico’s bij een hoge lichtintensiteit zijn verblinding van weggebruikers of machinisten, dan wel dat relevante informatie voor hen wordt “overstraald”. De zon zelf is de grootste bron van mogelijk lichthinder, met name wanneer de zon laag staat en zich in het blikveld bevindt. Maar ook andere oppervlakken zoals water en sneeuw kunnen lichthinder veroorzaken door reflectie. Zonnepanelen, zoals uit onderstaande tabel blijkt, veroorzaken veel minder reflectie dan bovengenoemde oppervlakken. Reflectie van zonnepanelen in context
Planspecifiek Door ROM3D is een reflectieonderzoek uitgevoerd ten behoeve van het zonnepark aan Overbetuwse zijde, waarbij onderzocht is of de railvervoerders op de Betuwelijn en spoorlijn Tiel – Elst evenals automobilisten op de A15 of de Leigraafseweg significante lichthinder ondervinden. ROM3D heeft het reflectierapport aangeleverd dat met behulp van de GlareGauze software is opgesteld. Het heeft als uitkomst dat het zonnepark Hemmen een beperkte kans heeft om maskerende reflectie te veroorzaken op treinverkeer op het spoor Tiel – Elst. Er is namelijk, afgezien van de reeds bestaande hinder van de zon zelf en andere reflecterende oppervlakken, alleen binnen bepaalde 25
tijden (wanneer de zon in een bepaalde hoek staat) en gedurende een aantal maanden extra door zonnepanelen veroorzaakte lichthinder mogelijk. Er zijn geen normen bekend voor lichthinder bij spoorwegen. De intensiteit van treinen op de spoorlijn Tiel – Elst is laag, er rijden overdag 2 tot 4 treinen per uur: op werkdagen rijden er vanaf begin dienstregeling tot 18:45 twee stoptreinen richting Elst, en twee stoptreinen richting Tiel. Na deze tijd tot einde dienstregeling, maar ook op zaterdag en zondag rijdt er 1 trein per richting (dus twee treinen in totaal) per uur. Alle treinen stoppen op station Hemmen-Dodewaard. Hinderlijke reflectie op de receptorpunten op deze spoorlijn is volgens het reflectieonderzoek slechts mogelijk gedurende een aantal maanden per jaar tijdens een beperkt deel van de dag. Er is een tijdsvenster met mogelijk hinderlijke reflectie van circa 10 tot 35 minuten per dag. Hieruit is af te leiden dat – wanneer de zon schijnt – er per rijrichting in Overbetuwe tussen 0 en 2 treinen per dag mogelijk extra lichthinder ondervinden, ten opzichte van reeds aanwezige lichthinder. Omdat het zonnepark In Nederbetuwe zich op wat grotere afstand van de spoorlijn bevindt en over een grotere lengte beplanting wordt aangebracht wordt een minimaal nadelig effect verwacht.
Er bevinden zich in de directe omgeving van het plangebied de spoorwegovergangen bij station Hemmen-Dodewaard en ten oosten van het plangebied (kruising met Leigraafseweg). De kans dat hier optredende hinderlijke reflectie optreedt, ten opzichte van de reeds aanwezige (hogere) lichthinder van bijvoorbeeld een laagstaande zon of spiegelende water- of sneeuwoppervlakken, is beperkt. In het kader van het onderhavige project wordt geen noodzaak gezien tot het aanleggen van een mitigerende visuele barrière, bijvoorbeeld door middel van een haag, langs het spoor. Zo is in onderhavig plan ervoor gekozen een extra brede en rietrijke groenstrook aan te leggen aan de noordzijde van het zonnepark, parallel aan het spoor. Hiermee wordt eventuele hinderlijke schittering voorkomen. Trein langs het plangebied (blik richting oosten, nabij Stationspad 2)
26
Trein langs het plangebied (blik richting westen, nabij Stationspad 2)
Op de Betuwelijn is reflectie door zonnepanelen in het plangebied niet relevant omdat de tijd dat reflectie hier voor een machinist optreedt zeer kort is. Gecombineerd met het feit dat er geen overgangen zijn, zijn mitigerende maatregelen niet noodzakelijk. De aanliggende woningen hebben met weinig reflectie te maken. Of dit hinderlijk is, is vooral afhankelijk van de situering van de woning ten opzichte van andere gebouwen, erfbeplanting en de plek van de ramen in de woning Geconcludeerd wordt dat het aspect lichthinder de ontwikkeling niet in de weg staat. Na vergunningverlening gaat initiatiefnemer met Arriva in gesprek over eventueel te nemen mitigerende maatregelen. Hiervoor is reeds beschreven dat de kans erg minimaal is dat de machinist hinder onder vindt.
6.5
27
Bedrijven en Milieuzonering De Wet milieubeheer (Wm) stelt bedrijven en instellingen verplicht te voldoen aan de eisen van een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), dan wel een omgevingsvergunning voor de activiteit milieu te hebben voor de uitoefening van een bedrijf. Bij de uitoefening van een bedrijf dient rekening gehouden te worden met de omliggende woonbebouwing. In de geactualiseerde publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeente (VNG) wordt een richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten gehanteerd. Per bedrijfstype zijn voor geur, stof, geluid en gevaar de minimale afstanden aangegeven. De genoemde maten zijn richtinggevend, maar met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken. Er dient te worden aangetoond dat het plan buiten de invloedssfeer van bedrijvigheid in de nabije omgeving valt. Tevens dient te worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor de nabijgelegen functies. Het zonnepark is niet AMVB plichtig en omgevingsvergunningsplicht in kader van milieu. Op grond van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk.
Planspecifiek Conform de publicatie kan het zonnepark gelijkgeschaard worden met een elektriciteit distributiebedrijf met transformatorvermogen 10 < 100MVA. Uit de tabel van hindercontouren komt voort dat richtafstanden voor elektriciteitsdistributiebedrijf met transformatorvermogen 10 < 100MVA voor Geur, Stof, Geluid, Gevaar in het zogenaamd rustig buitengebied maximaal op 50m liggen ten opzichte gevoelige functies. Uit metingen blijkt dat de transformatoren ruim buiten de 50m zone liggen van de omliggende woonbebouwing. Voorts vormen agrarische bedrijven in de omgeving geen belemmering voor het zonnepark, omdat het park geen gevoelige functie betreft. Geconcludeerd wordt dat het aspect bedrijven en milieuzonering de ontwikkeling niet in de weg staat.
6.6
Bodemsituatie Het is wettelijk geregeld (Wbb en bouwverordening) dat bouw pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Met het oog op een goede ruimtelijke ordening moet in geval van een ruimtelijke ontwikkeling worden aangetoond dat de bodem (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Indien sprake is van een verdachte locatie dient onderzocht te worden in welke mate de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Planspecifiek Bodemonderzoek is noodzakelijk, indien er mensen langer dan 2 uren per dag in een bouwwerk verblijven. Het zonnepark wordt gevormd door bouwwerken, waar geen personen verblijven. Bovendien zijn geen grootschalige bodemingrepen aan de orde, waardoor grond moet worden afgevoerd. Wel moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Het is mogelijk dat de verminderde lichtinval onder de panelenconstructie leidt tot een andere vegetatie, en daarmee bodemkwaliteit, dan aan de randen van de panelenrijen en tussen de panelenrijen op de 80 cm. brede onderhoudspaden. De verminderde lichtinval kan enerzijds zorgen voor een veranderde vegetatie ten opzichte van nu.
Anderzijds kan het nieuwe verschil in schaduw en licht, onder en naast de panelenrijen, leiden tot meer biodiversiteit dan dat nu het geval is. Er is geen reden bekend dat deze variatie in lichtinval leidt tot een onacceptabele verandering van de bodemkwaliteit. Tevens zorgen de panelen ervoor dat het regenwater anders op het weilandoppervlak wordt verdeeld. Tussen de panelen zitten smalle ruimtes waar in beperkte mate regen doorheen kan, dus tussen de panelenrijen zal er meer regenwater terechtkomen dan eronder. De panelen zullen verder een effect hebben op de verdamping, zodat onder een panelenrij waarschijnlijk minder water zal verdampen dan ernaast. Dit heeft een hogere vochtigheidsgraad dan naast de panelen tot gevolg. Er is echter geen reden bekend om aan te nemen dat de veranderde waterhuishouding onder de panelen een onacceptabel effect heeft op de bodemkwaliteit. Het plangebied heeft een bodem met een lage vruchtbaarheid, waarop weinig landbouwgewassen kunnen groeien. Wanneer het zonnepark al een negatieve uitwerking op de lokale bodemvruchtbaarheid heeft, zal na de verwijdering van het zonnepark het effect voor de landbouwfunctie dus beperkt zijn. Overigens is de beperkte bodemvruchtbaarheid van het plangebied een van de redenen om hier een zonnepark na te streven.
28
6.7
Niet gesprongen Explosieven Er kunnen als gevolg van gevechtshandelingen conventionele explosieven in het plangebied zijn achtergebleven. Er ontstaat bij het spontaan aantreffen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog mogelijk een verhoogd veiligheidsrisico. Onbedoelde detonaties kunnen bij de uitvoering van werkzaamheden in het ergste geval leiden tot dodelijk letsel en zware schade aan materieel en omgeving. Spontane vondsten van conventionele explosieven kunnen daarnaast resulteren in kosten bij de uitvoeringswerkzaamheden waardoor het plan mogelijk financieel niet uitvoerbaar is. Om de risico's op het spontaan aantreffen te beheersen is er nader onderzoek verricht naar conventionele explosieven.
Risicokaart Conventionele Explosieven gemeente Neder-Betuwe Planspecifiek Op de gemeentelijke risicokaart liggen grote delen van Neder-Betuwe in een gebied, waar tijdens graafwerkzaamheden de kans op het aantreffen van een Conventioneel Explosief uit de Tweede Wereldoorlog hoog is. Zodoende is een onderzoek hiernaar verricht en de rapportage is als bijlage toegevoegd. Uit dit onderzoek blijkt dat er sprake is van 816 verdachte objecten (Zonnepark Hemmen I en II) binnen het opsporingsgebied. Tevens zijn er nog een aantal gebieden verstoord. De objecten liggen vrijwel allemaal binnen de 1,5-2.0 meter diepte. Wat in ieder geval noodzakelijk is om de aanleg veilig te kunnen plaatsvinden, is om de rampaallocaties vrij van explosieven te hebben voor aanvang van de werkzaamheden. Deze werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd na vergunningverlening en voor aanvang van de realisatie van Zonnepark Hemmen II.
6.8
29
Luchtkwaliteit Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, (Wlk)). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen, uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens, rekening gehouden met de luchtkwaliteit.
Planspecifiek Het zonnepark heeft geen negatieve effecten voor de luchtkwaliteit. Het project gaat namelijk in de gebruiksfase niet gepaard met verbranding van (fossiele) brandstoffen of de uitstoot van andere stoffen. Ook is er geen sprake van een significante verkeersaantrekkende werking. Alleen in de aanlegfase vinden meer intensief verkeersbewegingen plaats. In de gebruiksfase vinden incidenteel verkeersbewegingen plaats die samenhangen met het beheer en onderhoud van het zonnepark.
6.9
Water Het plangebied ligt in het beheersgebied van Waterschap Rivierengebied. Enkele aanwezige (rand)sloten worden door het Waterschap beheerd (A-watergang) en onderhouden. De te dempen sloot betreft een C watergang. Planspecifiek Op 19 oktober 2020 heeft Waterschap Rivierenland toestemming gegeven tot het aanpassen van de watergangen zoals in de inpassingstekeningen aangegeven. De verleende vergunning is als bijlage bijgevoegd. Tevens is een Watertoets gedaan waaruit geen verdere acties zijn gekomen.
6.10
Ecologie Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. In deze wet is zowel de bescherming van de flora en faunasoorten vastgelegd, als ook de bescherming van specifieke natuurgebieden (Natura 2000-gebieden). De Wnb vervangt onder andere de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998, waarin voorheen respectievelijk de soortenbescherming en de gebiedsbescherming geregeld was. Naast de Wet natuurbescherming zijn ook de provinciale structuurvisie en verordening relevant voor de gebiedsbescherming. Hierin is onder meer het behoud en de ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen EHS) geregeld. Om de uitvoerbaarheid van deze ontwikkeling te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden nodig. Planspecifiek Bureau Ecochore Natuurtechniek heeft in juli 2018 de Quickscan Ecologie opgesteld ten behoeve van het zonnepark aan de Overbetuwse zijde, zie bijlage. Deze Quikscan bevat de volgende conclusies voor het plangebied: - Flora: beschermde soorten ontbreken, geen nader onderzoek of ontheffing noodzakelijk - Vogels: geen nader onderzoek voor vogelsoorten noodzakelijk, mogelijk maatregelen voor bouwwerkzaamheden tijdens broedseizoen - Herpetofauna/vissen: geen nadere afweging of ontheffing noodzakelijk, omdat alle sloten als potentiële voortplantingsbiotoop voor beschermde soorten behouden blijven.
Mogelijk maatregelen voor rugstreeppad nodig tijdens bouwperiode april-juni. - Grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, ongewervelden: geen nader onderzoek of ontheffing noodzakelijk Op basis van dit onderzoek zijn ook voor onderhavig plan vanuit ecologisch oogpunt geen belemmeringen bekend. De zorgplicht indien de fysieke werkzaamheden binnen het broedseizoen worden uitgevoerd worden in acht genomen.
30
6.11
Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om de veiligheid van mensen in een plangebied in relatie tot de opslag, het gebruik, de productie en het transport van gevaarlijke stoffen in of nabij het plangebied, voor zover die activiteiten risico’s voor de bevolking kunnen geven. Planspecifiek Het zonnepark maakt enerzijds geen kwetsbaar of bekend kwetsbaar object mogelijk waar langdurig personen verblijven, anderzijds vormt het zonnepark bestaande uit zonnepanelen en transformatorhuisjes geen risicobron (zie Besluit externe veiligheid inrichtingen). Daarom is een toetsing aan externe veiligheid niet noodzakelijk. Ter informatie toont de onderstaande risicokaart de omgeving. Risicokaart Nederland (uitsnede)
6.12
Kabels en Leidingen In de ruimtelijke onderbouwing worden planologisch relevante leidingen weergegeven die beperkingen kunnen opleggen aan het gebruik van de omgeving. Planspecifiek Er is een KLIC oriëntatieverzoek gedaan, de kaart met gemelde leidingen is hieronder weergegeven. Er ligt een datakabel vanaf het bouwvlak rond het voormalig omspanstation langs de bestaande watergang richting het zuiden, deze leiding vormt geen belemmering voor het onderhavige initiatief.
31
Kaart met het plangebied in de KLIC-viewer
6.13
Vormvrije MER In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, projectm.e.r.-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: • • •
de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten.
Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een landinrichtingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 125 hectare of meer (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D9.2). De beoogde ontwikkeling blijft ruimschoots onder de drempelwaarde en is bovendien geen landinrichtingsproject, aangezien er geen ruilverkaveling plaatsvindt Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Gelet op de kenmerken van het project zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de plaats van het project (op ruime afstand van Natura 2000-gebieden en de EHS waardoor deze door de ontwikkeling niet worden beïnvloed) en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten zoals deze in de vorige paragrafen zijn opgenomen. Voor deze ruimtelijke onderbouwing is dan ook geen m.e.r.-procedure of m.e.r.-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r. 32