CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ontwerp-bestemmingsplan - Toelichting en regels

Raadsvergadering 7 december 2023, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Tielsestraat 85c Opheusden’25.534 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Daarom wordt aangenomen dat er geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat van omwonenden. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. In voorliggend geval worden geen nieuwe milieugevoelige functies opgericht. Daarmee is geen sprake van een belemmering van de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven. 5.5.4

Conclusie

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

26

BP 'Tielsestraat 85c Opheusden' ontwerp

5.6

Geur

5.6.1

Wet geurhinder en veehouderij

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv. 5.6.2

Situatie plangebied

In het plangebied worden geen nieuwe geurgevoelige objecten mogelijk gemaakt. Het voornemen levert dan ook geen extra belemmeringen op voor de bedrijfsvoering van omliggende agrarisch bedrijven. 5.6.3

Conclusie

Het aspect geur vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

5.7

Ecologie

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.7.1

Gebiedsbescherming

5.7.1.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermd. In de Wet natuurbescherming heeft Nederland de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verankerd. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond plannen die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Deze vergunningen worden verleend door de provincies of door de Minister van EZ. Het plangebied ligt op circa 750 meter van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Rijntakken'. Van directe negatieve efecten (bijv. geluid/verlichting) op Natura 2000-gebieden is gelet op de onderlinge afstand geen sprake. Naast directe negatieve effecten dient tevens de mogelijk toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden onderzocht worden. Van Weesteren Adviseurs Ruimtelijke Ontwikkeling heeft daarom een BJZ.nu Bestemmingsplannen

27

BP 'Tielsestraat 85c Opheusden' ontwerp

AERIUS-berkening uitgevoerd. Deze is als Bijlage 4 bijgevoegd. Uit de berekening volgt dat er geen sprake is van stikstofdeposititie op Natura 2000-gebieden. Negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden zijn dan ook uit te sluiten. Er is geen Wet natuurbeschermingsvergunning nodig. 5.7.1.2 Gelders Natuurwerk Het Gelders Natuurnetwerk (GNN), is als onderdeel van het Nederlands Natuurnetwerk (NNN) de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het GNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het GNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het GNN. De gronden welke zijn aangemerkt als GNN liggen op circa 750 meter afstand vanaf het plangebied. Er is geen sprake van negatieve effecten ten aanzien van geluidverstoring, verlichting of stikstofdepositie. Gelet op vorenstaande en vanwege de lokale invloedsfeer wordt gesteld dat de voorgenomen ontwikkeling geen negatief effect heeft op gronden die behoren tot het GNN. 5.7.2

Soortenbescherming

5.7.2.1 Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. 5.7.2.2 Situatie plangebied In voorliggend geval is sprake van de sloop van een bedrijfsgebouw en de demontatie en heropbouw van een tweede bedrijfsgebouw. Het gebrek aan opening en kieren in beide gebouwen, de huidige inrichting, het grotendeels bestrate erf en intensieve beheer maken het plangebied tot een ongeschikt leefgebied voor beschermde soorten. Daarnaast wordt er geen beplanting gerooid ten behoeve van het voornemen. Gelet op het vorenstaande wordt een natuurwaardeonderzoek niet noodzakelijk geacht. Opgemerkt wordt dat ten alle tijde rekening wordt gehouden met de zorgplichtingbepaling uit de Wet natuurbescherming. Op basis van de zorgplicht dient bij de uitvoering van de werkzaamheden voldoende zorg in acht te worden genomen voor de in het wild levende dieren en hun leefomgeving.

Dit houdt in dat bij het uitvoeren van werkzaamheden altijd rekening moet worden gehouden met aanwezige planten en dieren. Zo dienen maatregelen te worden getroffen om bijvoorbeeld verstoring tot een minimum te beperken. 5.7.3

Conclusie

Een en ander brengt met zich mee dat het plan in overeenstemming is met wet- en regelgeving inzake ecologie.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

28

BP 'Tielsestraat 85c Opheusden' ontwerp

5.8

Archeologie & Cultuurhistorie

5.8.1

Archeologie

5.8.1.1 Algemeen Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van plannen waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.8.1.2 Situatie plangebied Het plangebied is gelegen binnen gronden die zijn aangeduid met de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 5’, in de planregels is bepaald dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een nieuw te bouwen oppervlak van 2.000 m². In voorliggend geval wordt het bestaande bedrijfsgebouw gedemonteerd, opnieuw opgebouwd en uitgebreid tot circa 4.200 m2 . Hoewel dit oppervlak de onderzoeksgrens uit de dubbelbestemming overschrijdt, wordt deze bebouwing toegevoegd op reeds verharde ondergrond.

De gronden zijn daardoor reeds geroerd waardoor het niet waarschijnlijk is dat zich hier archeologische resten bevinden. Ook zullen geen werkzaamheden plaatsvinden, dieper dan 30 cm beneden maaiveld. Archeologisch onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. 5.8.2

Cultuurhistorie

5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Erfgoedwet. Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. 5.8.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich, op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Gelderland, in of nabij het plangebied geen rijks- en/of gemeentelijke monumenten. In de nabijheid van het plangebied is geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. Ook kent het plangebied zelf geen cultuurhistorische waarden. Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat het plan geen negatieve invloed heeft op de cultuurhistorische waarden. 5.8.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van negatieve effecten op de archeologische waarden. Daarnaast kent het plangebied geen bijzondere cultuurhistorische waarden.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

29

BP 'Tielsestraat 85c Opheusden' ontwerp

5.9

Besluit milieueffectrapportage

5.9.1

Kader

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.

Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 5.9.2

Situatie plangebied

5.9.2.1 Artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op circa 750 meter afstand van het plangebied. Gezien de aard en omvang van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in relatie tot de afstand tot Natura 2000-gebied wordt geconcludeerd dat geen sprake zal zijn van een aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura-2000 gebied. Dit is ook gebleken uit de stikstofberekening (zie paragraaf 5.7). Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van het voornemen dan ook niet noodzakelijk. Daarom is geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. 5.9.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. Indien geoordeeld wordt dat sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' is mogelijk een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. De beoogde ontwikkeling is opgenomen in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage, namelijk: “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen”.

Indien geoordeeld wordt dat sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' is mogelijk een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

30

BP 'Tielsestraat 85c Opheusden' ontwerp

In de nota van toelichting op het Besluit m.e.r wordt het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' geduid. Hier wordt het volgende over gezegd: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Er kan overigens geen misverstand over bestaan dat ook dorpen hieronder vallen. Wat stedelijke ontwikkeling inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn. Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig milieugevolgen hebben. Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen.” In een uitspraak uit 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:694) heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een (standaard) beoordelingskader voor de kwalificatie van stedelijke ontwikkelingsprojecten gegeven. De Afdeling stelt voorop dat het begrip “stedelijk ontwikkelingsproject” ruimte voor interpretatie laat. Of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject hangt af van de concrete omstandigheden van het geval.

Op basis van jurisprudentie is gebleken dat deze concrete omstandigheden van het geval kunnen worden beoordeeld aan de hand van verschillende aspecten. Concreet gaat het onder andere om aspecten zoals: de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling; de vormgeving en opzet; de schaalgrootte; de ligging; de voorgenomen (functie)wijziging, en; de vraag of sprake is van een bestaand of van een te realiseren bouwwerk. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Voor de beoogde ontwikkelingen is onderstaande activiteit uit de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage relevant, namelijk 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De drempelwaarden van de betreffende categorie worden niet overschreden of zijn niet van toepassing (oppervlakte van 100 ha of meer, 2.000 of meer woningen en bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer). Dit betekent dat er geen sprake is van een directe m.e.r. plicht. Gezien de drempelwaarden kan worden geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht aangezien de drempelwaarden niet worden overschreden.

De concrete plannen zien immers toe op de uitbreiding van een bestaand bedrijf. Daarbij wordt een nieuwe bouwmogelijkheid gecreëerd voor het bouwen van een bedrijfsgebouw van circa 4.000 m2 . Dit oppervlakte ligt ruim onder de in voorgaande paragraaf genoemde drempelwaarden. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Indien de mogelijkheden van dit plan worden vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Zo voorziet dit bestemmingsplan in de uitbreiding van de bestemming 'Bedrijf' van circa 7.000 m2 , terwijl pas bij 20 hectare bedrijfsvloeroppervlakte of meer sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Daarnaast blijkt uit dit hoofdstuk dat dit bestemmingsplan geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Zo wordt er geen nieuw bedrijf toegevoegd en betreft het enkel een uitbreiding die met name is benodigd voor de opslag van materiaal waarmee geen extra verkeersbewegingen gemoeid zijn. 5.9.3

Conclusie

Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.(beoordelings)-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan en er is geen sprake van een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een plan MER noodzakelijk maakt.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

31

BP 'Tielsestraat 85c Opheusden' ontwerp

Hoofdstuk 6

Wateraspecten

6.1

Vigerend beleid

6.1.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2

Rijksbeleid

Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde en duurzame watersystemen. Het Waterschap Rijn en IJssel laat in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn en welke accenten het waterschap in de samenwerking met haar partners wil leggen. Vanuit die omgevingsverkenning wordt vervolgens het beleid voor de planperiode 2022-2027 beschreven voor de primaire taakgebieden: het (grond)waterpeil te beheren; rioolwater te zuiveren; zorgen voor schoon water in beken, sloten en rivieren en stevige dijken. 6.1.3

Provinciaal beleid

Het Regionaal waterprogramma 2021-2027 bevat het waterbeleid van de provincie. Hierin beschrijft de provincie haar doelen, hoe ze deze wil bereiken en met welk pakket aan acties en maatregelen. Daarnaast wordt in het programma de integrale en strategische visie en het beleid op het gebied van regionaal waterbeheer beschreven. 6.1.4

Waterschap Rivierenland

'Versterken. Verbinden. Vergroenen.' is de titel van het waterbeheerprogramma 2022-2027 van waterschap Rivierenland. Hierin staat hun rol omschreven als deskundige en omgevingsbewuste partner om mee samen te werken en hoe ze hun dagelijks beheer van water en dijken bewerkstelligen. Tevens opgenomen is het beleid betreft overstromingen, extreem weer, hoe wordt gewerkt aan schoon water en hoe toegewerkt moet worden naar klimaat- en energieneutraliteit en circulariteit.

6.2

Waterparagraaf

6.2.1

Watertoets

Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets).

BJZ.nu Bestemmingsplannen

32

BP 'Tielsestraat 85c Opheusden' ontwerp

Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2

Watertoetsproces

Het waterschap Rivierenland is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de normale procedure van toepassing is. Het watertoets resultaat is bijgevoegd als Bijlage 3. Doordat in voorliggend geval meer dan 1.500 m2 aan verharding wordt toegevoegd dient hiervoor gecompenseerd te worden. Watercompensatie vindt plaats door de c-watergang aan de westzijde te verbreden. Deze zal tevens worden voorzien van een natuurvriendelijke oever door de aanplant van onder andere knotwilgen. 6.2.3

conclusie

Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

33

BP 'Tielsestraat 85c Opheusden' ontwerp

Hoofdstuk 7 7.1

Juridische aspecten en planverantwoording

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

7.2

Opzet van de regels

7.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.

Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); Overgangs- en slotregels.

7.2.2

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 7.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, BJZ.nu Bestemmingsplannen

34

BP 'Tielsestraat 85c Opheusden' ontwerp

etc.); wijzigingsbevoegdheid: op welke onderdelen Burgermeerster en wethouders het plan kunnen wijzigen. 7.2.4

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (Artikel 6) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene gebruiksregels (Artikel 7) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Tevens worden vormen van strijdig gebruik beschreven. Algemene aanduidingsregels (Artikel 8) In dit artikel worden de beschrijvingen van de specifieke aanduidingen binnen het bestemmingsplan beschreven. Algemene afwijkingsregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene wijzigingsregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan te wijzigen. 7.2.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

7.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. Op basis van de geldende bestemmingsplannen zijn binnen het plangebied de bestemming ‘Bedrijf’ en 'Agrarisch' overgenomen, met dien verstande dit inhoudelijk in de regels enkele wijzingen hebben plaatsgevonden. De bestemming 'Groen' is komen te vervallen. Daarnaast zijn de gronden in het plangebied (net zoals in het geldende bestemmingsplan) voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' en de aanduidingen 'vrijwaringszone - weg' en 'specifieke vorm van bedrijf - houthandel'.

Ten slotte is een bouwvlak opgenomen ten behoeve van de beoogde bedrijfsbebouwing. 'Agrarisch' (Artikel 3) De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor grond gebonden agrarische BJZ.nu Bestemmingsplannen

35

BP 'Tielsestraat 85c Opheusden' ontwerp

productie, teelt en het houden van dieren met daarbij behorende voorzieningen. Doordat de bestemming agrarisch niet beschikt over een bouwvlak, zijn de bouwmogelijkheden beperkt. 'Bedrijf' (Artikel 4) De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn dankzij de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - houthandel' uitsluitend bestemd voor een houthandel, met bijbehorende voorzieningen en opslag, bewoning en landschappelijke beplanting. Nieuwe bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. 'Waarde - Archeologie 5' (Artikel 5) De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van archeologische waarden. In de bouwregels is bepaald dat de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport dient te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld. Als uitzondering hierop is onder andere gegeven: wanneer de totale bebouwde oppervlakte kleiner is dan 2.000 m2 , of niet dieper gaat dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

36

BP 'Tielsestraat 85c Opheusden' ontwerp

Hoofdstuk 8

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een planschadeafwentelingsovereenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Neder-Betuwe. Hierin wordt tevens het risico van planschade opgenomen zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

37

BP 'Tielsestraat 85c Opheusden' ontwerp

Hoofdstuk 9

9.1

Vooroverleg

9.1.1

Het Rijk

Vooroverleg en inspraak

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2

Provincie Gelderland

Het voorgenomen plan wordt met de provincie in het kader van vooroverleg besproken. 9.1.3

Waterschap Rivierenland

Het waterschap is geïnformeerd over het voornemen door gebruik te maken van de digitale watertoets. Verwezen wordt naar de watertoetsprocedure opgenomen in subparagraaf 6.2.2.

9.2

Inspraak

Gelet op de omvang en de impact van het initiatief wordt een inspraakprocedure niet noodzakelijk geacht.

9.3

Zienswijzen

Deze paragraaf wordt ingevuld nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

38

BP 'Tielsestraat 85c Opheusden' ontwerp

Bijlage bij de toelichting

BJZ.nu Bestemmingsplannen

39

BP 'Tielsestraat 85c Opheusden' ontwerp

Bijlage 1 Plattegrondtekening en gevelaanzichten beoogde bedrijfsbebouwing

BJZ.nu Bestemmingsplannen

40

A1

A

B

C

8

7

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

U

8

9

Vooraanzicht 1 : 100

9

6

5

4

3

2

1

1'

1'

1

2

3

4

5

6

7

Rechterzijaanzicht

Linkerzijaanzicht

1 : 100

1 : 100

5200

9

5200

8

5200

7

bedrijfsruimte 1

bedrijfsruimte 2

bedrijfsruimte 3

bedrijfsruimte 4

1031.4 m²

1031.4 m²

1024.4 m²

806.8 m²

5200

5

41600

5200

6

4

bureau voor architectuur kantine 59.3 m²

5200

Project:

Uitbreiden bedrijfsruimte te Opheusden

Werknummer:

22-058

Bladnummer:

01

Voorlopig ontwerp

3 Bouwadres: hal

Tielsestraat 85C 4043 JR Opheusden

17.9 m²

kantoor 5200

35.7 m²

Fase:

Voorlopig ontwerp

Projectleider:

1.5 m²

toilet

2 spreekkamer

Datum:

31-03-2022

Schaal:

1:100

Afmeting:

A0+

1.5 m²

5200

toilet

13.4 m²

Wijziging: 2700

2950

2700

2700

2950

2650

2700

2950

2700

kantoor 36.0 m²

1

entree balie

2500

2500

16.8 m²

1' HUIBERS bureau voor architectuur 2500

5000

5000

2500

5000

5000

2500

20000

5000

5000

5000

2500

5000

5000

5000

5000

5000

25000

5000

5000

5000

5000

5000

25000

5000

5000

Voorstraat 1

25000

4054 MV Echteld

A1

A

Begane grond 1 : 100

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

J. Willemsen

U 0488 - 443886 info@bureauhuibers.nl www.bureauhuibers.nl

Auteursrecht voorbehouden | Maatvoering in het werk te controleren/ bepalen | niet voor uitvoering

Getekend:

BP 'Tielsestraat 85c Opheusden' ontwerp

Bijlage 2

Landschappelijke Inpassing

BJZ.nu Bestemmingsplannen

42

BP 'Tielsestraat 85c Opheusden' ontwerp

Bijlage 3

Watertoets

BJZ.nu Bestemmingsplannen

45

Aanvraagformulier Aanvraag ingediend op 08-12-2022 10:49

Normale procedure in Waterschap Rivierenland ALGEMENE INFORMATIE e-mail: brink@vanwes treenen.nl aanvraagnummer: 00009080 naam aanvraag: Normale procedure bevoegd gezag: Waters chap Rivierenland

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

08-12-2022

P agina 1 van 8

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE AANVRAAG 1.

Doe je de aanvraag voor een bedrijf, vereniging/s tichting of voor jezelf? Bedrijf

2.

Gegevens bedrijf. kvk: 09080358 contactpers oon: T van den Brink ves tigings nummer: 000011959908 handels naam: Van Wes treenen advis eurs bv

3.

Telefoonnummer contactpers oon van de aanvraag. 06-21586307

4.

E-mailadres contactpers oon van de aanvraag. brink@vanwes treenen.nl

5.

Wat is je adres ? een adres in Nederland

6.

Adres in Nederland. huis nummer: 11 huis letter: huis nummertoevoeging: pos tcode: 6741LX s traatnaam: Scherpenzeels eweg woonplaats : Lunteren

7.

Wat is de naam van het plan? Tiels es traat 85c Opheus den

8.

Geef een korte oms chrijving van het plan. Plan In huidige s ituatie is bebouwing, bedrijfs matig in gebruik. De laats te zes jaar heeft het bedrijf een grote groei doorgemaakt, waardoor opnieuw behoefte is onts taan aan extra ops lagruimte voor het droog kunnen s tallen en ops laan van het hout. Gezien de maats chappelijke ontwikkelingen, de milieu bewus twording en de drijfveren om op een verantwoorde wijze om te gaan met natuurlijke bouwmaterialen zal de vraag naar hout en houtproducten enkel toenemen. Uitbreiding van bedrijfs ruimte is dan ook noodzakelijk.

9.

Wat is de toename aan verharding (bes trating en bebouwing) binnen het plangebied in m2? 2910

10.

Wat is het adres van het plan? Tiels es traat 85c Opheus den

08-12-2022

P agina 2 van 8

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier 11.

Wilt u een bijlage toevoegen van het plan? Ja

12.

Voeg een bijlage toe. bes tands naam: tekening watertoets _Tiels es traat_85c_Opheus den.pdf

13.

Wilt u nog een bijlage toevoegen? Nee

08-12-2022

P agina 3 van 8

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN IN DE CHECK IS ONDERSTAANDE NODIG: 1.

Normale procedure

2.

C-watergang

DETAILS 1.

Normale procedure Wateradvies Normale procedure Uit de watertoets blijkt dat u de gangbare watertoets procedure moet volgen. Dit betekent dat er nader overleg plaats moet vinden met Waters chap Rivierenland. Het waters chap wil vroegtijdig met u meedenken, u informeren en u advis eren over de waterhuis houdkundige as pecten van uw plan. Het waters chap beoordeelt of het waterbelang voldoende gewaarborgd is . Deze uitgangs puntennotitie is onderdeel van de watertoets procedure.

Wat moet ik doen? Deze uitgangs puntennotitie vormt de s tart voor uw overleg met het waters chap. De notitie is automatis ch opges teld op bas is van uw antwoorden en uw ingetekende plangebied. Waters chap Rivierenland geeft in deze uitgangs puntennotitie aan welke wateras pecten van belang zijn voor uw ruimtelijke plan. De gemeente draagt ook zorg voor as pecten van de waterhuis houding. Daarom is het belangrijk om uw plan ook met hen af te s temmen. U kunt contact opnemen met uw accountmanager van Waters chap Rivierenland voor overleg. U vindt deze contactgegevens hier: https ://www.waters chaprivierenland.nl/accountmanagers -waters chap-rivierenlandgemeente

Beleid Waterschap Rivierenland Het waterbeheerprogramma is bepalend voor het beleid van Waters chap Rivierenland en wordt iedere zes jaar geactualis eerd. Het plan omvat alle watertaken van het waters chap op gebied van waterveiligheid, afvalwaterzuivering, s choon en voldoende water. Daarnaas t bes chikt het waters chap over een verordening: de Keur. In de Keur s taan regels voor de bes cherming van onder andere waterkeringen, watergangen en bijhorende kuns twerken. In de Alblas s erwaard en de Vijfheerenlanden beheert het waters chap ook wegen buiten de bebouwde kom (geen Rijks - of provinciale wegen). Hier is de Keur ook op van toepas s ing. De werkzaamheden in of nabij de watergangen, waterkeringen en wegen in beheer bij het waters chap worden getoets t aan de regels in de Keur. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een watervergunning nodig zijn. 08-12-2022

P agina 4 van 8

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier Klimaatadaptatie Water en ruimtelijke ordening zijn onlos makelijk met elkaar verbonden, zeker in ons veranderende klimaat. Extreme buien worden s teeds vaker afgewis s eld met perioden van droogte. We blijven ernaar s treven om voldoende water van voldoende kwaliteit bes chikbaar te hebben. Het waters chap heeft s amen met de gemeenten de taak om te zorgen voor een klimaatbes tendige inrichting van onze leefomgeving. Dit kunnen we niet alleen. U kunt een bijdrage leveren door uw plan zo klimaatbes tendig mogelijk in te richten. Denk bijvoorbeeld aan groene daken of natuurvriendelijke oevers . De kwaliteit van de leefomgeving of de biodivers iteit kan zo worden vergroot. Op de webs ite https ://bouwadaptief.nl/ kunt u zich laten ins pireren door klimaatadaptatieve projecten en vindt u een overzicht van mogelijke maatregelen.

Grondwater Waters chap Rivierenland is verantwoordelijk voor het waterpeil in s loten en vaarten. Dit peil heeft indirect effect op het grondwaterpeil. Gemeenten moeten overlas t door te veel of te weinig grondwater beperken. Particulieren zijn verantwoordelijk voor het grondwater op hun perceel.

Drooglegging Drooglegging is de maat waarop het maaiveld, het s traatniveau of het bouwpeil boven het oppervlaktewaterpeil ligt. We advis eren voor het maaiveld een drooglegging van 0,70 meter, voor het s traatpeil een drooglegging van 1,00 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,30 meter. Z o voorkomt u overlas t door grondwater. We advis eren om onderzoek te doen in gebieden waar overlas t door grondwater bekend is of waar hoge grondwaters tanden voorkomen. U kunt maatregelen nemen om overlas t te voorkomen. Voorbeelden van maatregelen zijn het ophogen van het maaiveld of bouwen zonder kruipruimte.

Infiltreren Het is wens elijk dat uw plan grondwaterneutraal is . Dit kan door hemelwater te infiltreren. U houdt zo water vas t voor drogere perioden. Dit kan alleen in gebieden waar de grondwaters tanden en de bodemopbouw dat toelaten. Het zijn de hogere gronden met een goede doorlatendheid. Onze accountmanager kan u hierover advis eren. Met een infiltratieonderzoek kunt u (laten) onderzoeken of en op welke wijze infiltratie kan plaats vinden.

Watercompensatie Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot vers nelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlas t onts taat, kan aanleg van extra waterberging noodzakelijk zijn. Z o wordt het verlies van berging in de bodem gecompens eerd. Het is mogelijk dat u voor een eenmalige vrijs telling van de compens atieplicht in aanmerking komt. De eenmalige vrijs telling geldt bij een 08-12-2022

P agina 5 van 8

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier toename in verharding van minder dan 500 m² in s tedelijk gebied en minder dan 1500 m² in landelijk gebied. Z o voorkomen we dat individuele bewoners moeten compens eren voor voorzieningen zoals s erres , tuins chuurtjes , etc. Op s ommige locaties is het onwens elijk om de vrijs telling in te zetten, omdat bijvoorbeeld de waterhuis houdkundige s ituatie dan zou vers lechteren. Compens erende waterberging is dan wel nodig. Bes preek dit met de betreffende accountmanager van het waters chap. Is de toename in verharding groter dan 500 m² in s tedelijk gebied of groter dan 1500 m² in landelijk gebied dan is het mogelijk dat de vrijges telde oppervlaktes in mindering worden gebracht. Neemt in uw plan de verharding bijvoorbeeld toe met 600 m² in s tedelijk gebied, dan hoeft u met de vrijs telling maar voor 100 m² te compens eren. We gaan ervan uit dat gemeenten en organis aties deze vrijs telling op een eerder moment binnen ons beheergebied hebben ingezet. Z ij hebben hier dan geen recht meer op hebben. U kunt contact opnemen met de afdeling vergunningen (vergunningen@ws rl.nl) van het waters chap om deze vrijs telling aan te vragen. U moet compens erende maatregelen nemen als u niet in aanmerking komt voor de vrijs telling of als u de vrijges telde oppervlaktes overs chrijdt. U zult daarover nadere afs praken moeten maken.

Bes preek dit met uw accountmanager van het waters chap. Berekenen benodigde watercompens atie De benodigde ruimte voor waterberging wordt berekend op bas is van de toename van verhard oppervlak, maatgevende regenbuien en de maximaal toelaatbare peils tijging in de watergangen. De vuis tregel is dat er 436m³ waterberging nodig is per hectare nieuw verhard oppervlak. De maximaal toelaatbare peils tijging bedraagt 0,20 meter in het gebied Alblas s erwaard en Vijfheerenlanden. In de res t van het beheergebied van Waters chap Rivierenland geldt een maximaal toelaatbare peils tijging van 0,30 meter. Dit geldt voor plannen met een toename van verhard oppervlak tot 5.000 m2. De vuis tregel geldt alleen bij waterberging in open water en als er geen s prake is van complicerende zaken (bijvoorbeeld kwel). In s tedelijk gebied kan waterberging ook worden gerealis eerd via een waterbergings bank (indien bes chikbaar). Plannen met een toename van het verhard oppervlak in s tedelijk gebied tot 1500 m2 komen hiervoor in aanmerking. Voor plannen met meer dan 5000m² extra verharding wordt een aparte berekening gevraagd. Dit geldt ook voor plannen die waterhuis houdkundig complex zijn. Hierbij worden de volgende berekenings uitgangs punten gehanteerd: • De maatgevende afvoer door de watergangen is 1,5 l/s /u. Dit is ook de afvoer die de watergangen in het landelijk gebied nog net aankunnen.

• Bij een regenbui die eenmaal per 100 jaar kan voorkomen met 10% ops lag vanwege de klimaatverandering (T=100+10%) mag er geen inundatie optreden. • Bij een regenbui die eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% ops lag vanwege klimaatverandering (T=10+10%) moet er voor het s traatpeil nog een drooglegging van 1,00 m zijn ten opzichte van zomerpeil. Voorkeurs volgorde aanleg watercompens atie Bij de keuze van het s oort bergings voorziening hanteert het waters chap de voorkeurs volgorde vas thoudenbergen-afvoeren: • Hergebruik en/of vas thouden Hierbij wordt het hemelwater binnen het plangebied verzameld en komt niet (direct) in het oppervlaktewater terecht. Dit kan bijvoorbeeld met groene polderdaken en wadi’s . Het ontwerp-, beheer- en onderhouds as pect s pelen een belangrijke rol bij deze voorzieningen. De initiatiefnemer dient aantoonbaar te maken dat de gerealis eerde berging kan blijven functioneren. Op hoge zandgronden met een lage grondwaters tand heeft infiltratie onze voorkeur. De gemiddelde hoogs te grondwaters tand (GHG) komt niet hoger dan 50 cm onder het 08-12-2022

P agina 6 van 8

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier maaiveld. U kunt de attentiekaart infiltratie met daarop kans rijke gebieden voor infiltratie bij onze accountmanager opvragen. Buiten deze gebieden is infiltratie ook mogelijk, zolang de gemiddelde hoogs te grondwaters tand niet hoger komt dan 50 cm onder maaiveld. In kwelgevoelige gebieden hanteren we de gemiddeld hoogs te s tijghoogte, omdat het grondwater in de winter (als de riviers tanden hoog zijn) hoger onder het maaiveld komt. De gemiddeld hoogs te s tijghoogte mag niet hoger komen dan 50 cm onder maaiveld. Infiltratie vindt bij voorkeur plaats in de openbare ruimte (openbaar groen, bermen, etc.). In overleg met de accountmanager kan hiervan worden afgeweken. • Bergen Onder bergen vers taan we de opvang van hemelwater in het oppervlaktewater. Het hemelwater van het plangebied wordt opgevangen in het oppervlaktewater. Hier heeft het graven van nieuw oppervlaktewater de voorkeur boven het vergroten van bes taand water. Bij gebruik van bes taand water gaat de voorkeur uit naar watergangen die niet door Waters chap Rivierenland worden onderhouden. In het algemeen geldt dat compens atie in B-watergangen de voorkeur heeft boven compens atie in A-watergangen. Als de aanvrager kan aantonen dat compens atie in een B- of A-water redelijkerwijs niet mogelijk is , kan het waters chap ook compens atie in bes taande of nieuwe C-wateren toelaten.

Bij aanleg of aanpas s ing van watergangen is het van belang rekening te houden met de bereikbaarheid voor onderhoud, in- en uitlaatplaats en voor maaiboten en ops lagmogelijkheden voor s lootvuil en kroos . Om water van voldoende waterkwaliteit te houden (of krijgen), is ook het zelfreinigend vermogen van het waters ys teem van belang. Dit wordt bevorderd door rekening te houden met voldoende waterdiepte (s treven is 1 meter of juis t droogvallend) en voldoende oevervegetatie (taluds chuinte minimaal 1:2 of flauwer). Hierbij wordt hemelwater afgevoerd via de riolering. • Afvoeren Hierbij wordt hemelwater afgevoerd via de riolering. Waterkwaliteit Hieronder volgt een aantal algemene aandachts punten die gelden voor vers chillende ruimtelijke ontwikkelingen: • Gebruik geen uitlogende materialen zoals zink of koper. Z o komen deze materialen niet in de s loot terecht. Gebruikt u wel uitlogende materialen, dan mag het dakwater niet rechts treeks op de s loten worden geloos d. • Bladeren van bladverliezende bomen langs het water komen vaak in het water terecht. Dit kan de waterkwaliteit negatief beïnvloeden. U kunt de hoeveelheid bladafval in de watergang beperken door rekening te houden met de plaats ing van bomen. • Neem de ecologis che waarde mee in het ontwerp van een watergang, wadi, etc.

Door aandacht te hebben voor de ecologis che waarde, vergroot u deze zonder al te veel moeite.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

08-12-2022

P agina 7 van 8

Aanvraagformulier

Aanvraagformulier

2.

C-watergang C-watergang In het plangebied ligt een C-watergang.

Wat moet ik doen? Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

08-12-2022

P agina 8 van 8

Aanvraagformulier

BP 'Tielsestraat 85c Opheusden' ontwerp

Bijlage 4

AERIUS-berekening

BJZ.nu Bestemmingsplannen

54

221222x1 Rapportage Beoordeling Stikstofeffecten Tielsestraat 85c Opheusden

Rapportage Beoordeling Stikstofeffecten ten behoeve van de realisatie van een bedrijfsgebouw aan de Tielsestraat 85c te Opheusden

Initiatiefnemer:

Noesk B.V.

Initiatieflocatie:

Tielsestraat 85c 4043JR Opheusden

Datum:

22 december 2022

Rapportage:

Definitief, versie 1

Kenmerk:

WW22122211

INHOUDSOPGAVE Rapportage beoordeling stikstofeffecten voor de realisatie van een bedrijfsgebouw aan de Tielsestraat 85c te Opheusden. 1.

ALGEMENE GEGEVENS INITIATIEFNEMER ...................................................................... 2

2.

INLEIDING .......................................................................................................................... 3

3.

LIGGING BOUWLOCATIE T.O.V. NATURA 2000-GEBIEDEN........................................... 4

4.

TOEGEPASTE METHODE.................................................................................................... 4

5.

REALISATIEFASE................................................................................................................. 5 5.1.

VERVOERSBEWEGINGEN .............................................................................................................................. 5

5.2.

EXTERNE VERVOERSBEWEGINGEN, MANOEUVREREN EN STATIONAIR DRAAIEN WEGVOERTUIGEN OP

TERREIN....................................................................................................................................................................... 5

6.

5.3.

INTERNE VERVOERSBEWEGINGEN ............................................................................................................... 6

5.4.

AERIUS REALISATIEFASE ............................................................................................................................ 7

GEBRUIKSFASE ................................................................................................................... 8 6.1.

VERVOERSBEWEGINGEN .............................................................................................................................. 8

6.2.

EXTERNE VERVOERSBEWEGINGEN, MANOEUVREREN EN STATIONAIR DRAAIEN WEGVOERTUIGEN OP

TERREIN....................................................................................................................................................................... 8

7.

6.3.

INTERNE VERVOERSBEWEGINGEN ............................................................................................................... 9

6.4.

AERIUS GEBRUIKSFASE .............................................................................................................................. 9

CONCLUSIE ....................................................................................................................... 10

Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Tielsestraat 85c te Opheusden 1

1.

ALGEMENE GEGEVENS INITIATIEFNEMER

Initiatiefnemer:

Noesk B.V. Tielsestraat 85c 4043JR Opheusden

Initiatieflocatie:

Tielsestraat 85c 4043JR Opheusden

Activiteit: KvK:

Realisatie en ingebruikname van een bedrijfsgebouw 74448234 // 000001736167

Adviseur:

VanWestreenen B.V. Scherpenzeelseweg 11 6741 LX LUNTEREN T: 0342-474255 Mail: wabo@vanwestreenen.nl

Contact:

Dhr. S. van Westreenen Tel.: 06-50280015 E: westreenen@vanwestreenen.nl

Auteur:

Dhr. W.E. Westerbeke Tel.: 06-57160754 E: westerbeke@vanwestreenen.nl

Rapportage:

Definitief, versie 1 22 december 2022

Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Tielsestraat 85c te Opheusden 2

2.

INLEIDING

Middels onderhavige rapportage wordt inzicht gegeven dat het bouwproject op het perceel ‘Tielsestraat 85c’ geen gevolgen heeft waarbij significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden optreden. Het doel van onderhavig voornemen is de realisatie van een bedrijfsgebouw. In onderhavige rapportage is naast de realisatiefase (bouw) tevens de gebruiksfase inzichtelijk gemaakt. Op 1 juli 2021 is een wijziging van de Wet natuurbescherming in werking getreden. Hierbij is onder artikel 2.9a van deze wet de zogeheten “bouwvrijstelling” opgenomen. Hieruit volgde dat bouwprojecten met een tijdelijke beperkte toename van stikstofdepositie van maximaal 0,05 mol per hectare per jaar vrijgesteld waren van vergunningsplicht op grond van de Wet natuurbescherming. Echter heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in de “Porthos-uitspraak” d.d. 2 november 2022 aangegeven dat deze bouwvrijstelling in strijd was met de Europese Habitatrichtlijn. Gevolg hiervan is dat bij bouwprojecten dan ook geen sprake meer mag zijn van enige significante toename van stikstofdepositie gedurende de realisatiefase van een bouwproject. Gelet op voornoemde zijn de stikstofemissies van onderhavig bouwproject dan ook in onderhavige rapportage nader inzichtelijk gemaakt, waarbij geen gebruik gemaakt is van voornoemde bouwvrijstelling.

Daar de bouw/realisatiefase en gebruiksfase niet gelijktijdig plaatsvinden zijn voor beide fases afzonderlijke berekeningen gemaakt.

Afbeelding, bouwlocatie Tielsestraat 85c (Bron: Street Smart, 10 maart 2022)

Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Tielsestraat 85c te Opheusden 3

3.

LIGGING BOUWLOCATIE T.O.V. NATURA 2000-GEBIEDEN

Afbeelding, ligging beoogde locatie t.o.v. N2000 gebieden (Bron: AERIUS Calculator).

De betreffende locatie is gelegen aan de Tielsestraat 85c te Opheusden, op een afstand van ca. 740 Gelet op de forse afstand tot het eerste beschermde Natura 2000-gebied (circa 740 meter) is reëel te veronderstellen dat uitsluitend het aspect stikstof relevant is. Er zal geen sprake zijn van overige effecten. Activiteiten met betrekking tot geluid, trillingen, licht, enzovoorts, hebben een verwaarloosbare invloed op het Natura 2000-gebied.

4.

TOEGEPASTE METHODE

De stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden is berekend met het programma AERIUS® Calculator. Hierbij is de meest recente versie gebruikt, daterend van 11 oktober 2022. AERIUS Calculator dient gebruikt te worden om de stikstofdepositie van een bouwplan of project te bepalen op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden. Het toepassingsbereik van het programma erkend het gebruik van het programma voor onderhavige situatie. De AERIUSberekeningen kunnen als worst case-situaties beschouwd worden. De ingevoerde emissies zijn namelijk ruim aangehouden en zullen in de praktijk derhalve naar verwachting lager uitvallen. Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Tielsestraat 85c te Opheusden 4

5.

REALISATIEFASE

In de realisatiefase zal de realisatie van het bedrijfsgebouw plaatsvinden. Daarnaast zijn de sloopwerkzaamheden alsmede de grondwerkzaamheden opgenomen. Er zal vervoer van personen plaatsvinden (o.a. timmermannen, metselaars, elektriciens) alsmede aanvoer van bouwmateriaal (o.a. spanten, stenen) en werktuigen (o.a. hijskranen, graafmachines). De rijroute van het verkeer is opgenomen vanaf de projectlocatie tot waar het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. 5.1.

Vervoersbewegingen

Conform de Instructie gegevensinvoer voor de AERIUS Calculator 2021 dienen de emissies met betrekking tot wegvoertuigen uitgesplitst te worden in vier categorieën. Deze worden navolgend beschreven en geïllustreerd aan de hand van een vrachtauto: I: II: III: IV:

Externe vervoersbewegingen / heen- en terugrit (Vrachtauto rijdt naar het terrein) Manoeuvreren op terrein (Vrachtauto rijdt naar de plaats waar lading gelost dient te worden) Stationair draaien wegvoertuig (Vrachtauto staat stil, motor draait en chauffeur is bezig met de administratie) Interne vervoersbewegingen (Vrachtauto is aan het lossen m.b.t. motor en dient op dat moment gemodelleerd te worden middels de categorie mobiele werktuigen.)

Alle overige mobiele werktuigen (o.a. minikraan, trilplaat/stamper etc.) welke op het terrein gebruikt worden voor werkzaamheden, vallen ook onder categorie IV: interne vervoersbewegingen. 5.2.

Externe vervoersbewegingen, manoeuvreren en stationair draaien wegvoertuigen op terrein

Ten aanzien van de externe vervoersbewegingen geldt dat één voertuig gelijk staat aan twee bewegingen, er is namelijk telkens een heenrit en een terugrit. In navolgende tabel zijn de externe vervoersbewegingen verband houdende met de realisatiefase weergegeven. Deze zijn uitgesplist naar type transport. De externe vervoersbewegingen betreffen de volgende bewegingen: - Aanvoer beton: 40 vrachtwagens - Aanvoer beplating: 10 vrachtwagens - Aanvoer spanten/gordingen: 5 vrachtwagens - Aanvoer stenen: 5 vrachtwagens - Aanvoer betonwanden: 5 vrachtwagens - Aanvoer inrichting: 5 vrachtwagens - Aanvoer overige bouwmaterialen: 10 vrachtwagens en 20 auto’s - Afvoer grond/puin: 60 vrachtwagens / tractoren met kiepers - Vervoer van personen: 200 keer

Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Tielsestraat 85c te Opheusden 5

Externe vervoersbewegingen · aanlegfase Type Licht wegverkeer

Draaitijd stationair (u/j)

Emissiefactoren stationair

Emissie stationair draaien

NOx (g/u)

NH3 (g/u)

NOx (kg/j)

NH3 (kg/j)

440

0

4,32

0,23

0,00

0,00

0

0

81,86

0,59

0,00

0,00

280

10

91,54

0,92

0,92

0,01

Totaal:

0,92

0,01

(personena uto's , bestel bus jes, etc.)

Middelzwaar wegverkeer Zwaar wegverkeer

Bewegingen per etmaal

(ba kwagens, etc.)

(tractoren, vra chta uto's , etc.)

Een voertuig veroorzaakt twee vervoersbewegingen, er is steeds sprake van een heenrit en terugrit. Echter, niet elke dag is er een beweging van ieder type voertuig.

De locatie is gesitueerd aan een erftoegangsweg. Naar verwachting zal 50% van het verkeer linksaf slaan, en 50% rechtsaf. Het verkeer is dan ook middels deze verdeelsleutel gemodelleerd. Het manoeuvreren van de wegvoertuigen binnen de inrichting is ingevoerd met een lijnbron met 100% file over het erf. 5.3.

Interne vervoersbewegingen

Naast de transportbewegingen naar de bouwplaats toe, zullen er ook mobiele werktuigen op de locatie zelf in gebruik zijn. De inzet van de mobiele werktuigen alsmede de verkeersbewegingen van het bouwverkeer zijn berekend conform navolgende waarden. Hierbij is als uitgangspunt genomen dat zowel de bouwfase als de sloopfase gelijktijdig zal plaatsvinden. Dit betreft uiteraard een worstcasescenario daar sloop en bouwwerkzaamheden elkaar zullen opvolgen. Echter, gelet op mogelijke overlap van grondwerkzaamheden, zijn beide activiteiten gezamenlijk meegenomen in de berekening. De volgende mobiele werktuigen zullen worden gebruikt: - Graafmachine: 20 uur - Hoogewerker: 20 uur - Betonpomp: 15 uur - Bouwkraan: elektrisch - Heftruck: elektrisch Navolgend zijn de emissies van de betreffende voer- en werktuigen weergegeven: Emissies per werktuig, aanlegfase Werktuig

Totale emissie per jaar (in kg): Brandstof

STAGEklasse

AUBtype

Draaitijd totaal (u/j)

Brandstofverbruik (l/j)

3,22

0,15

NOx-emissie (kg/j)

NH3-emissie (kg/j)

12,00

1,21

0,05

AdBlue verbruik (l/jaar)

graafmachi ne 100 kW, bouwjaar 2020

Diesel

Stage-V

D

20

201

hoogwerker 60 kW, bouwjaar 2020

Diesel

Stage-V

D

20

125

8,00

0,54

0,03

betonstorter 200 kW, bouwjaar 2019

Diesel

Stage-V

D

15

293

18,00

1,46

0,07

Totaal:

55

619

38,0

3,22

0,15

Tabel berekend m.b.v. de AUB-methode, conform de AERIUS factsheet m.b.t. de emissie van mobiele werktuigen. Zie ook: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/mobiele-werktuigen-stage-klassecategorieën/

Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Tielsestraat 85c te Opheusden 6

5.4.

AERIUS Realisatiefase

Navolgend zijn de belangrijkste resultaten uit de uitvoer van de AERIUS-calculatie van de realisatiefase weergegeven:

De volledige AERIUS-berekening is weergegeven in bijlage 1. Uit de berekening van de realisatiefase blijkt dat er geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/j verkregen worden op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. De verkeersbewegingen en mobiele werktuigen verband houdende met de realisatiefase zullen dan ook geen significante toename van stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden tot gevolg hebben. Negatieve significante effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van de realisatiefase zijn dan ook uitgesloten.

Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Tielsestraat 85c te Opheusden 7

6.

GEBRUIKSFASE

De beoogde situatie ziet toe op de ingebruikname van het bedrijfsgebouw. In de gebruiksfase is er geen sprake van extra verkeersbewegingen ten opzichte van de vigerende situatie. 6.1.

Vervoersbewegingen

Conform de Instructie gegevensinvoer voor de AERIUS Calculator 2021 dienen de emissies met betrekking tot wegvoertuigen uitgesplitst te worden in vier categorieën. Deze worden navolgend beschreven en geïllustreerd aan de hand van een vrachtauto: I: II: III: IV:

Externe vervoersbewegingen / heen- en terugrit (Vrachtauto rijdt naar het terrein) Manoeuvreren op terrein (Vrachtauto rijdt naar de plek waar vracht gelost dient te worden) Stationair draaien wegvoertuig (Vrachtauto staat stil, motor draait en chauffeur is bezig met de administratie) Interne vervoersbewegingen (Vrachtauto is aan het lossen m.b.t. motor en dient op dat moment gemodelleerd te worden middels de categorie mobiele werktuigen.)

Alle overige mobiele werktuigen (o.a. heftrucks, gazonmaaier, etc.) welke op het terrein gebruikt worden voor werkzaamheden, vallen ook onder categorie IV: interne vervoersbewegingen. 6.2.

Externe vervoersbewegingen, manoeuvreren en stationair draaien wegvoertuigen op terrein

Ook voor de gebruiksfase geldt dat de rijroute van het verkeer is opgenomen vanaf onderhavige locatie tot waar het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. Wederom geldt dat één voertuig gelijk staat aan twee bewegingen, er is namelijk telkens sprake van een heenrit en een terugrit. Op basis van aangeleverde gegevens door NOESK B.V. zijn de externe vervoersbewegingen als volgt ingevoerd: Externe vervoersbewegingen Type

Bewegingen per etmaal

Draaitijd stationair (u/j)

Emissiefactoren stationair

Emissie stationair draaien

NOx (g/u)

NH3 (g/u)

NOx (kg/j)

NH3 (kg/j)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13417812/1