CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Integraal huisvestingsplan 2026-2041 met uitvoeringsplan 2026-2029

Raadsvergadering 22 mei 2025, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Integraal huisvestingsplan onderwijs16.370 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Integraal huisvestingsplan Neder-Betuwe 2026 – 2041 met een Uitvoeringsplan voor de periode 2026-2029

Opdrachtgever: Gemeente Neder-Betuwe Datum: 4-4-2025 Versie: Definitief

Voorwoord Met veel plezier bieden wij het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) 2026-2041 aan. Dit plan is tot stand gekomen door een fijne en intensieve samenwerking tussen gemeente Neder-Betuwe en de schoolbesturen. We hebben allemaal hetzelfde doel: voor elk kind in onze gemeente het beste onderwijs. We hebben samen dit plan gemaakt om ervoor te zorgen dat onze (toekomstige) schoolgebouwen hier optimaal aan bijdragen. De afgelopen jaren hebben we al mooie stappen gezet. Dit IHP bouwt daar op voort. Het plan houdt rekening met de groei van onze gemeente en het toenemend aantal schoolgaande kinderen. Hierdoor moeten we nu slimme keuzes maken, zodat we ook in de toekomst voldoende goede onderwijsplekken hebben. Dit plan is belangrijk voor iedereen. Voor ouders en kinderen, omdat het gaat over de kwaliteit van de leeromgeving dichtbij huis. Voor de gemeenteraad, omdat het een toekomstgericht kader biedt voor beslissingen over schoolgebouwen en investeringen. En voor de schoolbesturen, omdat het inzicht geeft in de huisvestingsopgaven per kern en hoe we die samen willen aanpakken. In het IHP staat niet alleen onze visie en hoe we die in de praktijk brengen, maar ook de prioriteiten voor de komende jaren en de uitvoering hiervan. Samen met de schoolbesturen zetten we ons in om dit plan te realiseren.

We zijn ervan overtuigd dat dit bijdraagt aan goed onderwijs in veilige en toekomstbestendige schoolgebouwen. Met vriendelijke groet, Marien Klein Wethouder Onderwijs

De betrokken schoolbesturen: Primair onderwijs:

Speciaal basis- en speciaal onderwijs:

Voortgezet onderwijs:

MaatWijs.nl

2

Inhoud Voorwoord

1

Inhoud

3

1.

2

Inleiding 1.1 Het Integraal Huisvestingsplan en Uitvoeringsplan

6

1.2 Waarom een nieuw IHP?

6

1.3 Status van het IHP

6

Wettelijk kader 2.1 Onderwijshuisvesting een wettelijke taak

3

4

5

6

7

5

Visie op het onderwijs

7 8 10

3.1 Passend onderwijs

11

3.2 Ontwikkeling van het kind

12

3.3 Inclusief onderwijs

13

Visie op huisvesting

15

4.1 Gezonde schoolgebouwen

16

4.2 Duurzaamheid (energie)

16

4.3 Toekomstbestendig door flexibiliteit in huisvesting

17

4.4 Toegankelijke onderwijslocaties

18

4.5 Exploitatiegericht ontwerpen

19

4.6 Investeren in Integrale Kindcentra

19

4.7 Nieuwbouw of renovatie

21

4.8 Kader voor investeringen

22

Van IHP naar project

26

5.1 Van IHP naar oplevering van projecten

27

Primair onderwijs in de kernen

29

6.1 Opheusden

30

6.2 Kesteren

32

6.3 Ochten

35

6.4 Dodewaard

37

6.4 Echteld

39

Voortgezet onderwijs

41

7.1 Van Lodenstein Colllege Kesteren

42

7.2 Pantarijn Kesteren

42

MaatWijs.nl

3

8

Speciaal (basis) onderwijs

44

8.1 Rehoboth Onderwijs en zorg Ochten

45

9

Prioritering opgaven 2026-2041

46

9.1 Wijze van prioriteren

47

9.2 Samenvatting huisvestingsopgaven

47

10

Uitvoeringsplan 2026-2029

48

10.1 Voortzetting lopende projecten

49

10.2 Huisvestingsstrategie primair onderwijs per dorpskern

49

10.3 Tijdige voorbereiding tranche 2 (2030-2033)

50

10.4 Ontwikkeling beleid

50

10.5 Planning

50

10.6 Middelen

51

MaatWijs.nl

4

1 Inleiding Ieder kind verdient goed onderwijs. Vanuit deze overtuiging hebben de gemeente en de schoolbesturen een Integraal Huisvestingsplan opgesteld. Een plan dat moet leiden tot schoolgebouwen die bijdragen aan goed onderwijs.

MaatWijs.nl

5

1.1 Het Integraal Huisvestingsplan en Uitvoeringsplan In het Integraal Huisvestingsplan beschrijven de gemeente en de schoolbesturen waaraan een schoolgebouw moet voldoen. Daarnaast is een inschatting gemaakt van de benodigde capaciteit van scholen. De benodigde omvang van de scholen zijn vergeleken met de bestaande schoolgebouwen. Dit geeft inzicht in toekomstige huisvestingsopgaven. Een opgave kan leiden tot een project, zoals nieuwbouw, renovatie, uitbreiding of een combinatie daarvan. In het Uitvoeringsplan staan de projecten voor de periode 2026-2029. Dit plan bevat de acties waarmee de gemeente en schoolbesturen de eerste vier jaar na vaststelling van het IHP aan de slag gaan.

1.2 Waarom een nieuw IHP? Het Integraal Huisvestingsplan 2019 vraagt om een actualisatie. Nieuwe inzichten in het verwachte aantal leerlingen vragen om een toets of schoolgebouwen voldoende ruimte bieden. Daarnaast zijn in het IHP 2019 projecten aangekondigd waarvoor middelen benodigd zijn. De definitie van een goed schoolgebouw is in het nieuwe IHP concreter uitgewerkt.

1.3 Status van het IHP Het Integraal Huisvestingsplan is een kaderstellend en richtinggevend plan. Kaderstellend voor het kwaliteitsniveau waaraan een schoolgebouw moet voldoen. Richtinggevend voor toekomstige investeringsbeslissingen. De Raad stelt het IHP vast en biedt investeringsruimte om projecten voor te bereiden. Het College van B&W en de betrokken schoolbesturen stellen het IHP vast in het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO). Een wettelijk verplicht overleg gericht op het bieden van passend onderwijs, waar ook de huisvestingsopgaven worden besproken.

MaatWijs.nl

6

2 Wettelijk kader Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste wet- en regelgeving rondom onderwijshuisvesting. Het biedt inzicht in de wettelijke kaders die van invloed zijn op de planning en financiering van schoolgebouwen.

MaatWijs.nl

7

2.1 Onderwijshuisvesting een wettelijke taak 2.1.1 Gezamenlijke verantwoordelijkheid Onderwijshuisvesting is een wettelijke taak voor de gemeente en schoolbesturen. Een taak die is vastgelegd in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), de Wet Voortgezet Onderwijs 2020 (WVO 2020) en de Wet op de Expertisecentra (WEC). Deze drie wetten regelen in grote lijnen de verantwoordelijkheden. De gemeente investeert in schoolgebouwen wanneer deze aan vervanging toe zijn en wanneer meer capaciteit benodigd is. Bijvoorbeeld bij uitbreiding of bij het huisvesten van een nieuwe school. Daarnaast moet de gemeente voldoende ruimte bieden voor het huisvesten van het bewegingsonderwijs. Ook is de gemeente verantwoordelijk voor tijdelijke huisvesting en de bekostiging van de eerste inrichting en het onderwijsleerpakket. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het in stand houden van de schoolgebouwen. De belangrijkste verantwoordelijkheid is het onderhoud. Daarnaast dragen zij ook de gebruikerskosten, waaronder energie en schoonmaak. Voor deze kosten ontvangen de schoolbesturen bekostiging vanuit de Rijksoverheid.

2.1.2 Taalklassen en internationale schakelklassen De gemeente is verantwoordelijk voor het huisvesten van taalklassen en internationale schakelklassen (ISK’s). Onderwijs gericht op jongeren die eerst de Nederlandse taal moeten leren, waaronder onderwijs voor nieuwkomers. Het doel is om kinderen in ongeveer één tot twee jaar voldoende taalvaardigheden en basiskennis te geven, zodat zij kunnen doorstromen naar regulier onderwijs of een andere passende onderwijsplaats. De taalklassen zijn verbonden aan het primair onderwijs en de ISK’s aan het voortgezet onderwijs. In de gemeente Neder-Betuwe worden nieuwkomers doorverwezen naar de taalklassen in Geldermalsen en Tiel. Voor het voortgezet onderwijs wordt doorverwezen naar de internationale schakelklassen in Tiel en Wageningen. De gemeente onderzoekt met de besturen de wenselijkheid voor het starten van nieuwkomersonderwijs binnen de gemeente. Een voorwaarde is dat aantal nieuwkomers significant stijgt en er een structureel tekort ontstaat aan onderwijsplaatsen in de huidige taalklassen en ISK’s in de regio. Het onderzoek vindt plaats separaat van het IHP, maar kan leiden tot een aanvullende huisvestingsvraag die op dit moment nog niet is meegenomen in het voorliggende IHP. De spreidingswet en de mogelijke opvang van asielzoekers leiden tot een verantwoordelijkheid om in onderwijs(huisvesting) te voorzien.

2.1.2 Nieuwe wetgeving Het Integraal Huisvestingsplan is geen wettelijk vastgesteld instrument. De voorbereidingen worden wel getroffen. Het wetsvoorstel ‘Planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting’ is in behandeling bij de tweede kamer. Als alles volgens plan verloopt treedt de wet eind 2025 in werking. De wet voorziet in: a) een verplichting voor het opstellen van een IHP voor een periode van 4 + 12 jaar; b) het schoolbestuur wordt verplicht een meerjarenonderhoudsplan vast te stellen; c) renovatie wordt een voorziening waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, als alternatief voor nieuwbouw; d) het investeringsverbod in het primair onderwijs wordt opgeheven; e) na nieuwbouw en renovatie van een schoolgebouw rust de verdere zorg voor een gezond binnenklimaat bij het schoolbestuur. De nieuwe wetgeving heeft beperkt invloed op de werkwijze van de gemeente Neder-Betuwe. Een uitzondering is de uitbreiding van de investeringsmogelijkheden voor het primair onderwijs. Tot de wet is vastgesteld, zijn de investeringsmogelijkheden van schoolbesturen beperkt tot investeringen die zich terugverdienen, bijvoorbeeld door lagere energie- en onderhoudskosten.

2.1.3 Verordening Om invulling te geven aan de wettelijke taak uit de WPO, WVO en WEC heeft de gemeente Neder-Betuwe de verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Neder-Betuwe 2015 vastgesteld. De verordening beschrijft de procedure en bevat kaders voor nieuwbouw, tijdelijke huisvesting en eerste inrichting.

MaatWijs.nl

8

Dit IHP vormt een aanvulling op de verordening. Het wijzigt de formele aanvraagprocedure voor voorzieningen niet. Wel biedt het vroegtijdig inzicht in verwachte projecten voor gemeente en schoolbesturen. Dit maakt een financiële planning en verbinden van opgaven mogelijk. De gemeente streeft ernaar de werkwijze van het IHP vast te leggen in de verordening. Deze ambitie wordt landelijk gedeeld. De VNG ontwikkelt een modelverordening waarin het IHP-proces is opgenomen. Deze modelverordening wordt verwacht na vaststelling van de ‘Wet planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting’ als omschreven in 2.1.2.

2.1.4 Wet Meer ruimte voor nieuwe scholen Sinds juli 2021 valt de oprichting van nieuwe scholen onder de 'Wet Meer ruimte voor nieuwe scholen'. Deze wet moet ervoor zorgen dat het aanbod in basisonderwijs en voortgezet onderwijs beter overeenkomt met de werkelijke interesse van kind en ouders. Daarnaast stimuleert de wet innovatie en keuzevrijheid in het onderwijs. Het ministerie van OCW beoordeelt nieuwe schoolinitiatieven en neemt hierover een besluit. De gemeente is vervolgens verantwoordelijk voor de huisvesting van de nieuwe school. De toename van nieuwe schoolinitiatieven kan leiden tot onvoorziene huisvestingsuitdagingen. Dit terwijl het IHP juist is gericht op het voorkomen van onverwachte investeringen. Nieuwe initiatieven zijn niet uit te sluiten. Een schoolinitiatief kan jaarlijks bij het ministerie worden ingediend, terwijl het IHP een cyclus van vier jaar kent. Nieuwe initiatieven kunnen hierdoor lange termijn afspraken doorkruisen en financiële uitdagingen met zich meebrengen. De implementatie van deze wet wordt voor een periode van vijf jaar gevolgd en geëvalueerd in opdracht van het OCW. De definitieve rapportage is gepland voor eind 2025, waarna eventueel aanpassingen aan de wet kunnen volgen.

2.1.5 Aanpassing bekostiging kleine scholen en gemiddelde schoolgrootte In het regeerakkoord van 2024 is besloten om de huidige bekostigingsregeling voor kleine scholen in het funderend onderwijs te herzien. De bestaande ‘kleine-scholen-toeslag’ zal plaatsmaken voor een toeslag gericht op gebieden met lage bevolkingsdichtheid. Deze herverdeling van middelen is bedoeld om kleinschalig onderwijs in dunbevolkte regio’s en in gebieden waar het onderwijsaanbod dreigt te verdwijnen, beter te ondersteunen. Daarnaast is het ministerie van OCW bezig met een herziening van de regeling rondom de uitzonderingsgrond “gemiddelde schoolgrootte”. Met de invoering van de nieuwe regeling krijgen scholen die onder de opheffingsnorm vallen minder financiële ondersteuning. Dit zet scholen aan tot het versterken van onderlinge samenwerking of het aangaan van fusies. In de Neder-Betuwe betekent dit bijvoorbeeld dat scholen met minder dan 99 leerlingen geconfronteerd worden met een daling in bekostiging, wat hen extra motiveert om nauwer samen te werken of samen te gaan met andere scholen of besturen. Met het Integraal Huisvestingsplan sorteren we voor op de nieuwe regeling door vernieuwingsopgave (nieuwbouw/renovatie) van een school met minder dan 99 leerlingen in beginsel te koppelen aan een vernieuwingsopgave van een andere school in Neder-Betuwe.

MaatWijs.nl

9

3 Visie op het onderwijs In dit hoofdstuk zijn de ambities van de gemeente en schoolbesturen gedefinieerd. De focus ligt op passend onderwijs, de ontwikkeling van het kind en het bieden van inclusief onderwijs. Deze visie vormt de basis voor toekomstige huisvestingskeuzes.

MaatWijs.nl

10

3.1 Passend onderwijs 3.1.1 De ontwikkeling van het kind centraal Scholen in Neder-Betuwe streven naar een passende onderwijsplek voor ieder kind. Dit gaat verder dan de wettelijke zorgplicht. Het komt voort uit de intrinsieke motivatie om bij te dragen aan de ontwikkeling van het kind. Bij het bieden van passend onderwijs staat de ontwikkeling van het kind centraal. Onderwijs wordt ingericht op basis van de behoeften van het kind. Naast het onderwijs wordt voor ieder kind met een ondersteuningsbehoefte aanvullende hulp geboden. De wijze waarop ondersteuning wordt geboden is vastgelegd in de ondersteuningsplannen van de samenwerkingsverbanden. Deze ondersteuning bestaat bijvoorbeeld uit: o schoolmaatschappelijk werk: in gesprek met ouders en kinderen om te ondersteunen als kinderen worstelen op sociaal-emotioneel vlak. Om kind en ouders handvatten te bieden; o weerbaarheidstrainingen: individueel of in groepsverband bijdragen aan het opbouwen van zelfvertrouwen en weerbaarheid; o spreekuren voor jeugdverpleegkundigen en -artsen: vroegtijdig identificeren en het bieden van hulp bij medische aandoeningen; o orthopedagogen: het adviseren van ouder en kind over opvoeding en ontwikkeling; o hulp bij dyslexie en dyscalculie. Regulier onderwijs met ondersteuning is soms niet voldoende. Dan volgt een afweging of het gespecialiseerd onderwijs een meer passende plek biedt voor het kind.

Bouwsteen voor huisvesting Om ondersteuningsactiviteiten op scholen te bieden is ruimte nodig. Veelal kan de onderwijsruimte naschools worden ingezet. Echter, de ruimten in scholen zijn niet altijd geschikt. Zo zijn bijvoorbeeld spreekkamers, flexibel inzetbare groepsruimten en prikkelvrije ruimten gewenst om goede ondersteuning te bieden. Ruimten waar scholen niet per definitie over beschikken. Bij nieuwbouw- en renovatie van een school verwerken we de behoefte aan ruimte voor ondersteuning in het Programma van Eisen. Deze ruimte wordt gecombineerd met de (normatieve) onderwijsruimte. Blijkt uit het project dat er meer ruimte benodigd is. Dan is het een afzonderlijk investeringsbesluit waarover gemeente en schoolbesturen in gesprek gaan.

3.1.2 Thuisnabij onderwijs en een divers aanbod In Neder-Betuwe zijn keuzemogelijkheden voor ouder en kind geborgd. Er zijn diverse onderwijssoorten en concepten die aansluiten op de ontwikkelbehoefte van het kind. Neder-Betuwe blijft plek bieden aan een breed aanbod van scholen. Openbaar onderwijs en scholen met een specifieke denominatie maken daar deel vanuit. Gemeente en schoolbesturen hechten belang aan behoud van het openbaar onderwijs. Mede gelet op de wettelijke taak dat de gemeente moet zorgen voor voldoende openbaar onderwijs. Gemeente en schoolbesturen werken samen om ook in de toekomst in een divers aanbod te voorzien. Het is niet in alle kernen mogelijk een divers aanbod te bieden. Zo is het aantal leerlingen van belang of een school in stand te houden is. Voor scholen met een kwetsbare omvang is een inhoudelijke samenwerking of gezamenlijke huisvesting met een andere school een mogelijke kans om blijvend onderwijs te kunnen bieden. Zo kan samenwerking bijdragen aan het behoud van algemeen toegankelijk onderwijs met openbaar karakter. Hoe passend is een onderwijsplek als deze plek ver van huis is? Gemeente en schoolbesturen zijn het erover eens dat een passende onderwijsplek zo dichtbij als mogelijk beschikbaar moet zijn. Tegelijkertijd is het niet mogelijk om alle onderwijssoorten in ieder dorp aan te bieden.

De uitgangspunten per onderwijssoort zijn: Primair onderwijs: een divers aanbod aan basisscholen met algemeen toegankelijk onderwijs (waaronder openbaar onderwijs) en plek voor onderwijs met een specifieke denominatie. Het bestaande aanbod in Neder-Betuwe sluit hierop aan. Er is een positieve grondhouding het bestaande aanbod uit te breiden in andere kernen als dit bijdraagt aan thuisnabij onderwijs. De wet ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’ biedt voldoende mogelijkheden voor schoolbesturen voor nieuwe initiatieven.

MaatWijs.nl

11

Voortgezet onderwijs: het Van Lodenstein College en de Pantarijn in Kesteren blijven duurzaam gevestigd in NederBetuwe. Gespecialiseerd onderwijs: speciaal basis- en speciaal (voortgezet) onderwijs zijn regionale voorzieningen. Deze scholen zijn niet altijd binnen de gemeente gevestigd. Het aanbod op de Rehobothschool in Ochten blijft behouden. Kinderen die gespecialiseerd onderwijs nodig hebben, krijgen indien nodig leerlingenvervoer voor toegang tot een passende onderwijsplek. Dit onderwijs is daardoor niet altijd thuisnabij. Het streven is om thuisnabij onderwijs te bevorderen door: o het bieden van ondersteuningsarrangementen binnen het regulier basisonderwijs, waardoor doorverwijzen naar bijvoorbeeld het speciaal basisonderwijs mogelijk kan worden voorkomen. o het bieden van trajectklassen binnen het voortgezet onderwijs, zijnde kleinere groepen met extra ondersteuning, waardoor het doorverwijzen naar gespecialiseerd onderwijs mogelijk kan worden voorkomen. Het streven naar thuisnabij onderwijs staat nooit boven het bieden van een passende onderwijsplek. De ontwikkelbehoefte van het kind staat centraal.

Bouwsteen voor huisvesting We blijven investeren in schoolgebouwen aan de hand van de toekomstig te verwachten behoefte aan onderwijs. Waar mogelijk zetten we huisvesting in als instrument voor het behouden van het diverse aanbod aan onderwijs. Een positieve grondhouding tegenover nieuwe initiatieven die bijdragen aan thuisnabij onderwijs leidt tot huisvestingsopgaven. Het meest recente voorbeeld is De Bornput, waarvoor nieuwbouw in Kesteren in voorbereiding is. Daarnaast ondersteunen gemeente en schoolbesturen het plan voor de opening van een vestiging van De Bron in Dodewaard. Een school waarvoor een locatie moet worden gevonden.

3.2 Ontwikkeling van het kind 3.2.1 Persoonsvorming en talentontwikkeling In Neder-Betuwe geloven we in de kracht van de kinderen. Kinderen worden gestimuleerd om hun kwaliteiten te ontdekken en te ontwikkelen. Het onderwijs speelt hierin een cruciale rol. Niet alleen vanwege het onderwijs zelf. Ook door de maatschappelijke rol van het onderwijs door het verbinden van school en maatschappij. Zo kan het aanbod aan activiteiten worden vergroot door verbinding te leggen met de lokale sportverenigingen en cultuurorganisaties. Of biedt het lokale verenigingsleven andere kansen voor verbinding. Deze verbinding ondersteunt kinderen in persoonsvorming en talentontwikkeling. In de eerste plaats is een breed activiteitenaanbod afhankelijk van de verbinding tussen de school en andere maatschappelijke organisaties. Een organisatievraagstuk dat niet per definitie leidt tot een huisvestingsopgave. Toch kan het onder één dak brengen van activiteiten bijdragen aan verbinding. Ontwikkelkansen voor kinderen op één plek. Een voorbeeld hiervan is het Multifunctioneel Centrum in Dodewaard. Niet alleen het gebouw kan ruimte bieden voor activiteiten. Ook de inrichting van het schoolplein is van belang voor de ontwikkeling van het kind. Onder schooltijd, maar ook daarna. Gemeente en schoolbesturen streven dan ook naar het openbaar maken van schoolpleinen.

Een voorbeeld hiervan is de school voor voortgezet onderwijs De Pantarijn, waarbij de uitbreiding ook aanleiding geeft voor aanpassing van het terrein. Gemeente en schoolbestuur werken samen aan een plan om speelvoorzieningen te realiseren die ook van waarde zijn voor de wijk. En openbaar toegankelijk zijn.

MaatWijs.nl

12

Bouwsteen voor huisvesting Uitgangspunt is dat voor ieder nieuwbouw- en renovatieproject wordt nagedacht over de koppelkansen met andere maatschappelijke organisaties en voorzieningen. De kansen hiervoor zijn per project uniek. Een onderzoek en bij behoefte een investeringsplan die per project zal verschillen. Bij nieuwbouw- en renovatieprojecten onderzoeken gemeente en schoolbesturen de kansen voor het benutten van het schoolplein als openbare speelvoorziening.

3.2.2 Doorgaande leerlijn van 0 tot en met 12 j

aar De overgang van opvang naar onderwijs kan groot zijn. Kinderen maken de stap van een omgeving waarin spelen centraal staat naar een leeromgeving met meer structuur en verwachtingen. Dit vraagt veel van het kind en van het onderwijs. Soms is er extra ondersteuning nodig, voordat een kind kan starten op een school. Dit noemen we Voorschoolse Educatie. Of als het kind in groep 1 en 2 zit. Dan kan Vroegschoolse Educatie geboden worden. Meer over de voor- en vroegschoolse educatie is te vinden in het Onderwijsachterstanden beleidsplan 2023-2026. Schoolbesturen en kinderopvangorganisaties werken samen om de kinderen te ondersteunen in de overgang van opvang naar onderwijs. Dit biedt verschillende voordelen. Zo ontstaat er een consistente lijn in begeleiding van het kind en de ouder. Begeleiders in de opvang en onderwijspersoneel versterken elkaar in het begrijpen van de behoeften van het kind. Daarnaast maakt het vroegtijdig signaleren van extra ondersteuningsbehoefte een passende onderwijsplek beter mogelijk.

Bouwsteen voor huisvesting Het creëren van een doorgaande leerlijn tussen opvang en primair onderwijs komt het beste tot zijn recht door huisvesting onder één dak. Ook biedt dit kansen voor gezamenlijk ruimtegebruik. Gemeente en schoolbesturen zetten waar mogelijk in op het realiseren van Integrale Kindcentra. Waarbij kinderopvang (Voorschoolse en Vroegschoolse educatie) en onderwijs bij elkaar worden gebracht.

3.3 Inclusief onderwijs 3.3.1 Rijksbeleid en ambitie In de gemeente Neder-Betuwe ambiëren we inclusief onderwijs. Ieder kind telt mee en er is zo veel als mogelijk een passende onderwijsplek thuisnabij. Dit bevordert gelijkwaardigheid voor ieder kind. De Rijksoverheid stuurt met het beleidskader “Met elkaar voor alle kinderen en jongeren” op het inclusief maken van het onderwijs. Een beleidskader dat voortvloeit het VN-Verdrag Handicap (2016), het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989) en de Verklaring van Salamanca (1994). Er wordt toegewerkt naar scholen waar alle kinderen zich kunnen ontwikkelen ongeacht hun persoonlijkheid, talenten en mentale en fysieke mogelijkheden en onmogelijkheden. Wat betekent dit concreet voor Neder-Betuwe? Een voorbeeld voor het bieden van inclusief onderwijs is het aanbod van de trajectklassen op het Van Lodenstein College. Deze kleinere klassen bieden kinderen met een

MaatWijs.nl

13

ondersteuningsbehoefte extra aandacht. Het effect is onderwijs thuisnabij, omdat het doorverwijzen naar het gespecialiseerd onderwijs kan worden voorkomen. Kinderen blijven, ongeacht hun talenten of mogelijkheden, onderdeel van hun directe omgeving. Het streven naar thuisnabij onderwijs staat nooit boven het bieden van een passende onderwijsplek. De ontwikkelbehoefte van het kind staat centraal. Het bieden van inclusief onderwijs is enkel mogelijk door samenwerking tussen schoolbesturen. Schoolbesturen werken samen via het OOGO en de daarin vast te stellen Lokaal Educatieve Agenda en Integraal Huisvestingsplan. En werken samen in de samenwerkingsverbanden Betuws Passend Onderwijs, het landelijk reformatorisch samenwerkingsverband Berséba en Samenwerkingsverband Rivierenland. De samenwerkingsverbanden zien toe op het verdelen van de budgetten voor extra ondersteuning van de schoolgaande kinderen. De afspraken worden vastgelegd in de ondersteuningsplannen die door de samenwerkingsverbanden worden vastgesteld. De exacte consequenties voor het huisvesten van ‘inclusief onderwijs’ zijn nog niet in beeld. De vraag hoe het inclusief onderwijs vorm krijgt gaat vooraf aan het besluit of hiervoor extra huisvesting benodigd is. De eerste signalen zijn dat er meer ruimte nodig is, met als voorbeeld de kleinere klassen bij het VLC.

Onderzoek is nodig om vast te stellen wat de aanvullende ruimtebehoefte is. De gemeente Neder-Betuwe heeft een positieve grondhouding tegenover de ambitie van inclusief onderwijs, ook als dit vraagt om een aanvullend investeren.

Bouwsteen voor huisvesting Gemeente en schoolbesturen gaan bij de nieuwbouw-, renovatie- en uitbreidingsprojecten ervaring opdoen om de impact van inclusief onderwijs meer concreet te maken. Daarnaast worden de ontwikkelingen binnen de samenwerkingsverbanden nauwgezet gevolgd. Zodra meer zicht is op de gevolgen van inclusief onderwijs voor de huisvesting, wordt in een volgend IHP een concreter kader uitgewerkt. Tot het vaststellen van een algemeen kader worden investeringsbeslissingen individueel beoordeeld. Voorwaarde is dat een investering in inclusief onderwijs verbonden is met een nieuwbouw-, renovatie- of uitbreidingsproject.

3.3.2 Toegankelijkheid De in 3.3.1 genoemde verdragen en nationale wetgeving verbieden discriminatie op grond van handicap. Het doel is scholen te creëren met kwalitatief goed onderwijs, waarin alle kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen binnen hun mogelijkheden. Deze scholen doen recht aan persoonlijkheid, talenten, creativiteit en mentale en fysieke mogelijkheden. Kinderen worden voorbereid op volwaardige en gelijkwaardige deelname aan de samenleving. Toegankelijke schoolgebouwen zijn essentieel om alle leerlingen en medewerkers volwaardig te laten deelnemen aan het onderwijs. Daarom is het belangrijk dat toegankelijkheid bij nieuwbouw en grootschalige renovaties vanaf het begin wordt meegenomen en geborgd in het bouwproces. Per project kan worden vastgesteld welke maatregelen nodig zijn, zoals bredere doorgangen, automatische deuren of extra liften, om obstakelvrij gebruik te garanderen. Waar volledige toegankelijkheid niet haalbaar is, moet dit worden onderbouwd en naar passende oplossingen worden gezocht. Door toegankelijkheid structureel mee te nemen in de huisvesting van scholen, wordt een inclusieve leer- en werkomgeving gewaarborgd.

Bouwsteen voor huisvesting Bij het ontwerpen van scholen wordt in het Programma van Eisen bij nieuwbouw- en renovatieprojecten het ‘Handboek Toegankelijkheid’ benut als kader. Het voorziet in procesaanpak en inhoudelijke keuzes om de toegankelijkheid van de schoolgebouwen te waarborgen. Dit leidt tot een helder kader waarlangs de architect kan ontwerpen. Zo zetten we in op inclusieve schoolgebouwen.

MaatWijs.nl

14

4 Visie op huisvesting In dit hoofdstuk worden de ambities op het gebied van huisvesting beschreven. De focus ligt op gezonde en duurzame schoolgebouwen die flexibel en toegankelijk zijn.

MaatWijs.nl

15

4.1 Gezonde schoolgebouwen De gemeente en schoolbesturen investeren in gezonde schoolgebouwen. Een gezond schoolgebouw heeft een optimaal binnenklimaat. Dit bevordert een comfortabele en gezonde leer- en werkomgeving. Dit biedt meerdere voordelen: het bevordert de leerprestaties en het concentratievermogen; het draagt bij aan het voorkomen van gezondheidsproblemen als hoofdpijn en vermoeidheid; het vermindert de kans op verspreiding van ziektes zoals griep en COVID-19. De Rijksoverheid erkent het belang van een gezond schoolgebouw. Om gemeenten en schoolbesturen te helpen met de realisatie van gezonde scholen is een Programma van Eisen (PvE) Frisse Scholen ontwikkeld. Dit PvE bevat technische eisen op het gebied van luchtkwaliteit, licht, geluid, temperatuur en energie. In het PvE zijn drie ambitieniveaus opgenomen: Klasse C voor een binnenklimaat dat op orde is en voldoet aan het Besluit Bouwen Leefomgeving, Klasse B voor een kwalitatief goed binnenklimaat en Klasse A voor een uitstekend binnenklimaat.

Kader voor de uitvoering Nieuw te bouwen en te renoveren scholen voldoen aan het Programma van Eisen Frisse Scholen Klasse B*. De bouwheer neemt het kwaliteitskader over in het op te stellen Programma van Eisen voor de school. Voor de bestaande scholen wordt eveneens een gezond binnenklimaat geambieerd. Bij klachten over het binnenklimaat bij scholen voorziet de gemeente in bekostiging voor een meting en verbeterplan. De schoolbesturen investeren naar hun mogelijkheden in het verbeteren van het binnenklimaat. * Uitgangspunt is het realiseren van een schoolgebouw volgens de richtlijnen van Frisse Scholen Klasse B. In de praktijk kan echter blijken dat een gemotiveerde afwijking van deze richtlijn leidt tot een beter betaalbare én duurzamere oplossing, zónder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van het binnenklimaat. Een bekend voorbeeld is de daglichtnorm aan de zonzijde van een gebouw. Het naleven van deze norm kan leiden tot overmatige opwarming van het binnenklimaat, waardoor extra investeringen in installaties nodig zijn. Dit is niet duurzaam en verhoogt de exploitatiekosten. De bouwheer krijgt daarom de ruimte om optimalisatievoorstellen te doen die bijdragen aan een duurzame en betaalbare leeromgeving met een gezond binnenklimaat.

De kennis rondom verder specificering van het kader Frisse Scholen klasse B en de toepasbaarheid wordt uitgewerkt in een nieuw te ontwikkelen beleidskader Kwaliteit onderwijshuisvesting Neder-Betuwe.

4.2 Duurzaamheid (energie) Met de vaststelling van de Klimaatnota 2021-2025 sluit de gemeente Neder-Betuwe zich (opnieuw) aan bij het landelijk en provinciaal beleid voor vermindering van de CO² uitstoot. Om deze uitstoot te verminderen heeft de gemeente het doel om in 2050 een energiebesparing van 50% te realiseren. Daarnaast is het doel om in 2030 hernieuwbare energie op te wekken ter hoogte van 50% van het totale energieverbruik in Neder-Betuwe. Investeren in onderwijshuisvesting draagt bij aan het behalen van de doelstelling als genoemd in de Klimaatnota 2021-2025. Nieuw te bouwen scholen worden niet meer aangesloten op het aardgasnet. Dit is een wettelijke verplichting. Daarnaast zijn in het ‘Besluit Bouwen Leefomgeving’ de duurzaamheidseisen aangescherpt op basis van de eisen voor een Bijna Energieneutraal Gebouw (BENG). Dit bevat eisen voor de maximale energiebehoefte, het maximale primair fossiele energieverbruik en een minimaal aandeel aan hernieuwbare energie. Per 1 januari 2024 heeft het ‘Besluit Bouwwerken Leefomgeving’ het Bouwbesluit vervangen. De ambitie van gemeente en schoolbesturen gaan verder dan de wet- en regelgeving. Zij zetten in op het realiseren van schoolgebouwen met ‘nul op de meter’. Schoolgebouwen waarbij evenveel wordt opgewekt als verbruikt, zowel voor het gebouw als voor het dagelijks gebruik.

Dit gaat verder dan een energieneutraal (ENG) schoolgebouw.

MaatWijs.nl

16

Kaders voor de uitvoering Bij nieuwbouw- en renovatie bekostigt de gemeente een schoolgebouw die voldoet aan het Besluit Bouwen Leefomgeving. De bouwheer onderzoekt de maatregelen die nodig zijn voor een energieneutraal schoolgebouw en de maatregelen die nodig zijn voor het behalen van ‘nul op de meter’. Op basis van de terugverdientijd van de maatregelen neemt het schoolbestuur een besluit tot investeren. Bij nieuwbouw- en renovaties wordt in het ontwerp rekening gehouden met een toekomstige transitie naar een energieneutraal gebouw en ‘nul op de meter’, als blijkt dat bij nieuwbouw of renovatie het ambitieniveau (nog) niet kan worden behaald.

4.3 Toekomstbestendig door flexibiliteit in huisvesting 4.3.1 Flexibel in indeling Het onderwijs is in beweging. Nieuwe kennis en inzichten in de ontwikkeling van het kind leiden tot nieuwe onderwijsconcepten. En nieuwe concepten leiden tot een veranderende ruimtebehoefte. Zo was het in het verleden nog vanzelfsprekend om een gangenschool met repeterende klaslokalen te realiseren. Daar waar in het hedendaags onderwijs wordt nagedacht over centrale instructieruimten, studieplekken en ruimten waar in klein groepsverband of individueel extra ondersteuning wordt geboden. Deze ruimten dragen bij aan een flexibele leeromgeving die aansluit op de diverse behoeften van leerlingen. Gemeente en schoolbesturen streven naar aanpasbare gebouwen die inspelen op veranderende onderwijsvraag. Dit vergroot de kans voor schoolbesturen om tijdens de exploitatieperiode wijzigingen in de indeling door te voeren. En het versterkt de uitgangspositie voor een toekomstig keuze tussen nieuwbouw en renovatie. Wanneer een gebouw onvoldoende flexibel is en niet aansluit op het onderwijsconcept, ligt nieuwbouw voor de hand. Daar waar renovatie met het oog op circulariteit kan prevaleren.

Kaders voor de uitvoering Nieuw te bouwen scholen worden gerealiseerd op basis van een flexibel ontwerp. Constructief is er de ruimte de indeling aan te passen en de technische installaties vormen geen belemmering voor toekomstige aanpassingen. Bij renovaties wordt een flexibiliteit indeling nagestreefd, maar is de haalbaarheid afhankelijk van het bestaande gebouw.

4.3.2 Flexibel in aanbod Het Integraal Huisvestingsplan en het Uitvoeringsplan brengen elke twee jaar in kaart in hoeverre de verwachte onderwijsvraag aansluit op de capaciteit van schoolgebouwen. De prognoses schetsen een duidelijk beeld van de verwachte ontwikkelingen. Gelijktijdig is de toekomstige vraag onderhevig aan onzekerheden. Zo kan de gemiddelde gezinsgrootte afwijken van de prognoses. Kan een onderwijsconcept in populariteit verliezen. En kan toekomstige besluitvorming voor woningbouwprojecten leiden tot een aanvullende vraag naar onderwijsvoorzieningen. Omdat niet alle ontwikkelingen te voorzien zijn, bestaat het risico op een tekort of overschot aan onderwijsvoorzieningen met bijbehorende financiële consequenties. Om dit risico te verkleinen, streven de gemeente en schoolbesturen naar flexibele onderwijslocaties. Deze locaties moeten eenvoudig uitbreidbaar zijn bij een toenemende vraag. Daarnaast wordt gestreefd naar locaties waar kleinere scholen worden gecombineerd met één of meer andere scholen. Dit bevorderd de uitwisseling van ruimten en vergroot de exploitatiekansen van kleine scholen. Bij grootschalige woningbouwprojecten signaleert de gemeente tijdig of bestaande scholen voldoende uitbreidingsmogelijkheden hebben of dat een nieuwe onderwijsbestemming binnen of nabij het plangebied moet worden geclaimd.

MaatWijs.nl

17

Kaders voor de uitvoering Bij een locatiekeuze voor een nieuwe school wordt in de terreinbehoefte rekening gehouden met een toekomstige uitbreiding van minimaal 10% capaciteitsuitbreiding of zoveel meer dan dat uit onderzoek naar de onzekerheden in mogelijk toekomstige groei wordt verwacht. Een vernieuwingsopgave (nieuwbouw-/renovatie) van een school met minder dan 99 leerlingen (instandhoudingsnorm scholen in Neder-Betuwe) wordt gekoppeld aan een vernieuwingsopgave van een andere school in Neder-Betuwe, tenzij dit naar inzicht van de gemeenten en schoolbesturen na onderzoek als niet haalbaar wordt beschouwd. De gemeente zet zich in voor het tijdig programmeren van onderwijsvoorzieningen bij grootschalige woningbouwprojecten.

4.3.3 Multifunctioneel inzetbaar Door schoolgebouwen en andere maatschappelijke voorzieningen multifunctioneel in te zetten, creëren we plekken waar onderwijs, opvang, zorg en welzijn samenkomen. Onder schooltijd bieden scholen en opvangorganisaties een veilige leer- en werkomgeving. Na schooltijd is er ruimte huiswerkbegeleiding, sport, cultuur en talentontwikkeling. Het beschikbaar stellen van onderwijsruimte buiten schooltijden gebeurt in overleg en met instemming van het schoolbestuur. Door brede benutting van de onderwijsvoorziening speelt een belangrijke rol in het creëren van een sterke sociale basis in de dorpen.

Kaders voor de uitvoering Bij nieuwbouw- en renovatieprojecten ontwerpen we schoolgebouwen die multifunctioneel inzetbaar zijn. Dit past bij de visie op passend en inclusief onderwijs, maar ook bij de optimale benutting van het schoolgebouw als maatschappelijke voorziening.

4.4 Toegankelijke onderwijslocaties Een toegankelijke onderwijslocatie is veilig bereikbaar voor kinderen, ouders en onderwijspersoneel. Veilig bereikbaar voor zowel het huidige als toekomstig te verwachten aantal leerlingen. De groei van een school mag de bereikbaarheid niet zodanig beïnvloeden dat er een reëel risico is op onveilige situaties. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Rijksoverheid stimuleren gemeenten om beleid te ontwikkelen voor duurzame en veilige schoolomgevingen. Dit omvat investeringen in infrastructuur en beleidsmaatregelen voor groeiende leerlingenaantallen. Om dit te realiseren, hanteren gemeenten en scholen verschillende richtlijnen en maatregelen. De gemeente en schoolbesturen werken samen om daar waar nodig de verkeersveiligheid rondom schoollocaties te verbeteren. Voorbeelden van maatregelen kunnen zijn het inrichten van schoolzones met duidelijke verkeersmaatregelen, zoals zebrapaden, drempels en verkeerslichten. Daarnaast worden kinderen aangemoedigd om lopend of met de fiets naar school te komen. Dit draagt bij aan een veiligere schoolomgeving door de verkeersdrukte van auto’s te verminderen.

Kaders voor de uitvoering Bij toekomstige locatiekeuzes worden scholen zo mogelijk centraal gesitueerd ten opzichte van het voedingsgebied om de verkeersbewegingen te beperken. Bij toekomstige locatiekeuzes wordt de bereikbaarheid geborgd door toetsing van de geschiktheid van de omliggende openbare ruimte. Voldoet de openbare ruimte niet aan het criterium van ‘veilig bereikbaar’, dan wordt in het locatieonderzoek de benodigde aanpassingen meegenomen in het investeringsbesluit om te komen tot een toegankelijke onderwijslocatie.

MaatWijs.nl

18

4.5 Exploitatiegericht ontwerpen De rijksbekostiging voor het investeren in nieuwbouw en levensduur verlengende renovatie wordt beschikbaar gesteld aan de gemeente. De rijksbekostiging voor de exploitatie van schoolgebouw wordt beschikbaar gesteld aan de schoolbesturen (onderhoud, schoonmaak, energie). Een splitsing in bekostiging en verantwoordelijkheden, terwijl deze elkaar sterk beïnvloeden. Een hogere investering kan leiden tot lagere exploitatielasten op de lange termijn. De keuze voor hoogwaardige isolatiematerialen bijvoorbeeld. Dit kan de energiekosten aanzienlijk verlagen, waardoor scholen minder uitgeven aan verwarming en koeling. Of de keuze voor een hoogwaardige vloer- en wandafwerking wat kan leiden tot minder onderhouds- en schoonmaakkosten. Gemeente en schoolbesturen zijn zich bewust van het feit dat keuzes in het ontwerp bij nieuwbouw- en renovatie de exploitatiekosten sterk kunnen beïnvloeden. De ambitie is het vinden van een optimale balans tussen betaalbare investeringen en een betaalbare exploitatie. Dit wordt ook wel Total Cost of Ownership genoemd.

Kaders voor de uitvoering Bij nieuwbouw- en renovatie bekostigt de gemeente een schoolgebouw dat voldoet aan het Besluit Bouwen Leefomgeving. In de ontwerpfase worden de architect, bouwfysisch- en installatieadviseur gevraagd voorstellen te doen voor keuzes in ontwerp, installatie en materialisering die bijdragen aan een betaalbare exploitatie. Op basis van de terugverdientijd en andere mogelijke voordelen in de uitvoering neemt het schoolbestuur een besluit tot een investering in deze aanvullende maatregelen.

4.6 Investeren in Integrale Kindcentra In Neder-Betuwe wordt op diverse onderwijslocaties ruimte geboden voor kinderopvang, buitenschoolse opvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie. Dit draagt bij aan het realiseren van een doorgaande leerlijn. Een ambitie als omschreven in hoofdstuk 3.2.2. In het onderstaande overzicht is het aanbod per onderwijslocatie weergegeven: Dorpskern

School

KDV 0-4

KDV 2-4 V V V

VE

Opheusden OBS Het Palet Opheusden CBS Eben Haëzer V Opheusden Rehoboth Opheusden De Hervormde school Kesteren CBS Het Kompas V V Kesteren OBS Het Palet* Kesteren Hervormde school De Wegwijzer Kesteren De Bornput V V Ochten PCBS Rehoboth V V Ochten J.A. Houtkoperschool Ochten Sebaschool V V Ochten SBO/SO Rehobothschool Dodewaard OBS Bellefleur Dodewaard CBS De Hien Echteld Prins Willem-Alexander school V V *Ambitie bij Het Palet Kesteren om op korte te termijn te starten met een aanbod aan opvang.

BSO V

V

V

V

Uitdaging Kinderopvangorganisatie die zijn gehuisvest in schoolgebouwen hebben geen huurbescherming op grond van de onderwijswetgeving. Aangenomen dat het ruimte is die in juridische zin wordt gekwalificeerd als ruimte bekostigd voor het onderwijs. Dit brengt een dilemma met zich mee voor de kinderopvang. Moeten we investeren in de

MaatWijs.nl

19

inrichting, gelet op het risico dat de huur kan worden opgezegd als het onderwijs groeit? Wat als we geen nieuwe huisvesting kunnen vinden? Waar moet de opvang dan naartoe? De onzekerheid van het huren van schoolgebouwen maakt dat de kinderopvangorganisaties pleiten voor meer zekerheid. Minimaal een perspectief maar idealiter juridische zekerheid over de huurperiode van onderwijslocaties. Gemeente en schoolbesturen ondersteunen de doorgaande leerlijn en zetten zich voor meer perspectief en waar mogelijk juridische zekerheid voor de huur door kinderopvangorganisaties. Rol van de gemeente Het is de wettelijke taak van de gemeente om kinderen die het nodig hebben voor- en vroegschoolse educatie (VVE) aan te bieden. Het bieden van ruimte aan een kinderopvangorganisatie is dat niet, omdat kinderopvang wordt beschouwd als een commerciële activiteit. Om de doorgaande leerlijn te ondersteunen is de gemeente bereid om: -

bij nieuwbouw- en renovatieprojecten te investeren in ruimte die niet gevorderd wordt voor het onderwijs voor kinderopvang van 2-4 jaar waar voor- en vroegschoolse educatie wordt aangeboden; o de school en de kinderopvang hebben een plan voor een langdurige samenwerking voor het vormgeven van de doorgaande leerlijn; o na nieuwbouw- en renovatie wordt een aanvangshuurperiode van lange duur overeengekomen*; o de ruimte wordt verhuurt tegen een commerciële huurprijs, minimaal tegen een kostprijsdekkende huur; o het toevoegen van aanbod leidt niet tot meer aanbod in het dorp dan de te verwachten vraag, wat onderbouwt dient te worden door de opvangorganisatie met een marktonderzoek. De gemeente beoordeelt de plannen.

-

bij nieuwbouw- en renovatieprojecten te investeren in ruimte voor kinderopvang die niet vorderbaar is voor het onderwijs onder de volgende aanvullende voorwaarden: o het toevoegen van ruimte voor kinderopvang leidt niet tot leegstand van bestaand vastgoed elders in de gemeente, tenzij dit om redenen als niet bezwaarlijk wordt beoordeeld door de gemeente; o het investeren in ruimte voor kinderopvang leidt niet tot een belemmering in de flexibiliteit (uitbreidbaarheid) van de onderwijscapaciteit; o de ruimte wordt verhuurt tegen een commerciële huurprijs, minimaal tegen een kostprijsdekkende huur; o er naar oordeel van de gemeente voldoende ruimte is binnen de gemeentelijke begroting om het risico van vastgoedeigenaar aan te gaan.

-

bij bestaande scholen: o de normatieve leegstand primair te benutten voor het invullen van de vraag naar ruimte voor kinderopvangorganisaties; o op grond van de groei- en krimpverwachtingen bij scholen jaarlijks het risico op vordering te bespreken met de kinderopvangorganisaties. Opgemerkt wordt dat het vorderingsrecht onverminderd van kracht blijft aangezien het wetgeving betreft; o daar waar naar inzicht van de gemeente een deel van een school langdurig niet meer nodig is voor het onderwijs (ook niet als flexibele voorraad) te zoeken naar mogelijkheden voor het gebruik door kinderopvangorganisaties met meerjarenperspectief. De wetgeving biedt onder voorwaarden mogelijkheden die per onderwijslocatie kunnen verschillen. Dit is afhankelijk van factoren als: ▪ waar het juridisch eigendom van het schoolgebouw is belegd; ▪ en of de betreffende onderwijsruimte vatbaar is voor eigendomsoverdracht. Ook de te verwachten levensduur van het gebouw is van invloed op de keuze of een transitie van onderwijsruimte naar ruimte voor kinderopvang zinvol is met het oog op de mogelijke investeringen behorende bij de transitie.

*De minimale duur van de aanvangshuurperiode is in het IHP niet vastgelegd. Een kader dat om nadere verdieping vraagt. De gemeente onderzoekt de mogelijkheden voor het verder ontwikkelen van het beleid rondom verhuur en medegebruik van scholen in een beleidskader. In het bijzonder voor het proces en de kaders voor de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvangorganisaties.

MaatWijs.nl

20

Rol van het schoolbestuur Schoolbesturen hebben op basis van artikel 45 van de WPO de wettelijke taak om voor-, tussen- en buitenschoolse opvang te organiseren wanneer ouders hierom vragen. Dit geldt voor leerlingen van 4 tot en met 12 jaar. Hoewel schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor de organisatie, is de uitvoering wettelijk voorbehouden aan erkende kinderopvangorganisaties. Het schoolbestuur sluit hiervoor een samenwerkingsovereenkomst met een aanbieder. Voor de tussenschoolse opvang (TSO) moet het schoolbestuur zorgen voor toezicht. Hoewel schoolbesturen een wettelijke verplichting hebben, zijn zij niet verantwoordelijk voor de huisvesting ervan. Kinderopvangorganisaties zijn zelf verantwoordelijk voor het vinden en bekostigen van passende huisvesting. Indien een schoolbestuur opvang wil huisvesten binnen de school is hiervoor toestemming van het College van B&W vereist. Het schoolbestuur zet zich in om de vraag naar BSO op te vangen door middel van dubbelgebruik van de onderwijsruimte, gecombineerd gebruik met kinderopvang of door gebruik van leegstaande ruimte na goedkeuring door de gemeente. De gemeente heeft een positieve grondhouding tegenover medegebruik van onderwijsvoorziening voor de BSO.

Kaders voor de uitvoering Kinderopvangopvang van 2-4 jaar met voor- en vroegschoolse educatie is een basisvoorziening die niet wordt gevorderd bij de groei van het onderwijs. De gemeente ondersteunt het realiseren van de doorgaande leerlijn door onder voorwaarden te investeren in ruimte voor kinderopvang. Investeringsbeslissingen worden per project genomen. De gemeente zet zich in voor het ontwikkelen van een beleidskader. Een beleidskader voor specificering van proces en randvoorwaarden behorende bij het beschikbaar stellen van ruimte voor de realisatie van de doorgaande leerlijn. Ter bevordering van een eenduidige werkwijze bij behoefte aan meer ruimte voor opvang. De buitenschoolse opvang wordt gehuisvest door middel van dubbelgebruik van de onderwijsruimte, gecombineerd gebruik met kinderopvang of door gebruik van leegstaande ruimte na goedkeuring door de gemeente.

4.7 Nieuwbouw of renovatie 4.7.1 Afwegingskader Nieuwe wetgeving is aangekondigd (H2.1.2) waarbij naast nieuwbouw ook levensduur verlengende renovatie tot de investeringsverantwoordelijkheid van de gemeente gaat behoren. Een wetswijziging met beperkte impact, omdat gemeenten in de praktijk het instrument renovatie al inzetten als volwaardig alternatief. Dit geldt ook voor de gemeente Neder-Betuwe. Waarom investeren in nieuwbouw als de bestaande school zich leent voor renovatie dat leidt tot een toekomstbestendige school? Gemeente en schoolbesturen maken voor iedere vernieuwsopgave de overweging voor een keuze tussen nieuwbouw en renovatie. Een overweging die gemaakt wordt op basis van het ‘Afwegingskader Renovatie’ van de PO-raad en de technische kwaliteit van het gebouw. In de afweging wordt meegenomen in hoeverre de ambities vanuit het IHP (technisch) haalbaar zijn bij renovatie. En wordt in beeld gebracht wat de financiële consequenties zijn. 4.7.2 Voorziening renovatie Om een financieel vergelijk te maken tussen nieuwbouw en renovatie is in het hiernavolgende overzicht een maximale investering in renovatie berekend. Een investering afgeleid van het normbedrag voor nieuwbouw.

Een voorbeeld: blijkt uit onderzoek dat een renovatie met levensduur verlenging van 25 jaar 62,5% van de norm voor nieuwbouw bedraagt? Dan zijn de structurele lasten (rente en afschrijving) vergelijkbaar met nieuwbouw. Een beoordelingskader dat wordt benut bij de afweging tussen nieuwbouw en renovatie.

MaatWijs.nl

21

Renovatie met levensduur na oplevering van: 40 jaar 35 jaar 30 jaar 25 jaar 20 jaar 15 jaar

% maximale investering renovatie afgeleid van de normvergoeding bij nieuwbouw (VNG 2025 + 10%) 100% 87,5% 75% 62,5% 50% 37,5%

* De afschrijvingstermijn van de renovatie van schoolgebouwen is 25 jaar conform de Financiële verordening Neder-Betuwe 2023. Daar waar de verwachte levensduur afwijkt kan de gemeente afwijken middels een raadsbesluit, waardoor de technische en financiële levensduur na investering op elkaar is afgestemd.

Ieder gebouw is uniek bijvoorbeeld in ontwerp, flexibiliteit van de constructie en bouwkwaliteit. Het effect is dat voor iedere renovatie een afwijkende investering benodigd is. De bovengenoemde percentages als afgeleide van de nieuwbouw dient om die reden enkel om de investering in renovatie te vergelijken met nieuwbouw. De gemeentelijke bijdrage kan bij renovatie zowel lager als hoger zijn dan de getoonde percentages. Wat niet afwijkt is de beoogde kwaliteit. Bij ieder project wordt ingezet het behalen van de kwaliteitskaders van het IHP, ook bij renovatie. Zo is er een gelijke behandeling voor ieder schoolbestuur, hoewel de gemeentelijke bijdrage per project zal afwijken. In hoofdstuk 4.8 is nader ingegaan op de investeringsbijdrage van gemeente en schoolbesturen. 4.7.3 Proces renovatie op hoofdlijnen Het proces om te komen tot inzicht in de benodigde investering bij renovatie is op hoofdlijnen: 1. vaststellen van de beoogde levensduur na renovatie, waarbij uit wordt gegaan van een renovatie voor een periode van 25 jaar tenzij gemeente en schoolbestuur anders overeenkomen; 2. onderzoek naar de maatregelen en inzicht in de (on)mogelijkheden om het ambitieniveau van het IHP te behalen; 3. het opstellen van een stichtingskostenraming behorende bij de benodigde maatregelen voor renovatie; 4.

het toepassen van het ‘Afwegingskader Renovatie’ (waaronder het financieel vergelijk als genoemd in 4.7.2) voor een keuze tussen renovatie of nieuwbouw; 5. besluitvorming over de keuze tussen nieuwbouw en renovatie en de hoogte van de investeringsbijdragen van gemeente en schoolbestuur. De investeringsbijdrage van het schoolbestuur wordt mede gebaseerd op een actueel meerjarenonderhoudsplan en de onderhoudsstaat van het gebouw (NEN 2767).

Kaders voor de uitvoering Gemeente en schoolbesturen overwegen bij vernieuwingsopgaven nieuwbouw en renovatie. Op basis van het ‘Afwegingskader Renovatie’ van de PO-raad en de technische kwaliteit van het schoolgebouw wordt de voor- en nadelen onderzocht. Het financieel resultaat maakt onderdeel van deze overweging, waarbij voor de renovatie wordt gestuurd op een investering dat zowel past bij de kwaliteitskaders als bij de richtinggevende normvergoeding voor renovatie.

4.8 Kader voor investeringen 4.8.1 Normbedrag voor nieuwbouw Een voorwaarde om te investeren in onderwijshuisvesting is een toereikend investeringsbudget. De gemeente NederBetuwe zet zich in voor het beschikbaar stellen van een toereikend budget passend bij de ambities van het Integraal Huisvestingsplan. De bouwheer, doorgaans de schoolbesturen, zetten zich in voor de ontwikkeling en realisatie van een project binnen het budget en waar mogelijk aanvullende kwaliteit. Methodiek Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Neder-Betuwe 2015 De bekostigingsmethodiek als vastgesteld in ‘de verordening’ sluit aan op de jaarlijks gepubliceerde normbedragen van de VNG. Al jaren pleiten gemeenten en brancheorganisaties voor verhoging van de normbedragen, omdat deze niet toereikend bleken voor de realisatie van scholen. Om die reden heeft de gemeenteraad op 9 mei 2019 besloten om voor het vaststellen van de normbedragen aan te sluiten bij actuele marktprijzen conform de BDB-index. Na toetsing van de huidige VNG-normbedragen in vergelijking tot de ambities in Neder-Betuwe is opnieuw geconstateerd

MaatWijs.nl

22

dat de VNG-normbedragen naar verwachting ontoereikend zijn. Ter illustratie een vergelijking tussen marktreferenties van de BDB en de VNG-normering: Vergelijk markt en VNGnorm* Marktreferentie BDB 1-1-2025 VNG-norm 2025 Investeringstekort

Primair onderwijs 1.300 m²

Primair onderwijs 2.400 m²

€ 3.747 per m² bvo € 3.397 per m² bvo € 455.000

€ 3.315 per m² bvo € 3.159 m² BVO € 374.400

* De marktreferenties zijn gepubliceerd in een bandbreedte van -5% en +10%. Voor het vergelijk is de bovenzijde van de bandbreedte aangehouden.

De VNG-norm is naar verwachting niet toereikend. Het hanteren van een hoger normbedrag is te adviseren. Als alternatief heeft de gemeente na vaststelling van het IHP 2019 één normbedrag per vierkante meter vloeroppervlak gehanteerd. Echter, de omvang van de huisvestingsprojecten is van invloed op de benodigde investering per m². Zo zien we in de bovenstaande referenties een verschil van € 432 per m² bvo tussen een basisschool van 1.300 m² en een basisschool van 2.400 m². Daarnaast zijn investeringen in uitbreiding afwijkend door de beperkte omvang. En zijn investeringen in een school voor speciaal onderwijs kostbaarder vanwege de specifieke ruimtelijke eisen. Differentiatie in normbedragen is gewenst. De methodiek van ‘de verordening’ en daaraan gekoppeld de normbedragen VNG voorziet in een differentiatie in het normbedrag op basis van de omvang en onderwijssoort. Daarmee sluit de methodiek beter aan bij de werkelijkheid dan het vaststellen van één algemeen normbedrag onderwijshuisvesting. Gemeente en schoolbesturen wensen de methodiek van de verordening te hanteren. Echter, om tot een realistisch investeringsbudget te komen wordt jaarlijks een opslag op de VNG-norm bepaald. Voor de doorrekening van het IHP wordt uitgegaan van een opslag van 10%. Een opslag gebaseerd op het verschil tussen de marktreferentie van de BDB en de VNG-norm voor een basisschool.

4.8.2 Ambitieniveau IHP en normbedrag In samenwerking met brancheorganisatie Ruimte-OK heeft de BDB referentieprojecten ontleed om een inschatting te geven van de kosten per ambitieniveau. De ambitieniveaus en investeringen zijn vergeleken met het ambitieniveau van de gemeente Neder-Betuwe.

Het voorgaande model toont de ambities waarvoor de gemeente middelen beschikbaar stelt. Het donkerpaars gearceerde vlak. Dit sluit aan op de visie op onderwijs en huisvesting omschreven in dit IHP. Het gele vlak geeft aan dat de mogelijkheden voor verdere kwaliteitsverbetering te bekostigen door het schoolbestuur. De mogelijkheden hiervoor worden per project onderzocht. Nader toegelicht: Besluit Bouwen Leefomgeving: de gemeente voorziet in de bekostiging om een school te kunnen bouwen; Frisse Scholen Klasse B: de gemeente voorziet in de bekostiging voor het realiseren van gezonde scholen; Toegankelijkheid: de gemeente voorziet in bekostiging voor het realiseren van toegankelijke schoolgebouwen met het oog op inclusiviteit;

MaatWijs.nl

23

-

-

Duurzaamheid: de gemeente stelt 50% van het referentiebedrag voor duurzaamheidsmaatregelen beschikbaar voor het borgen van de flexibiliteit van schoolgebouwen en voorbereiding op een stap naar een ‘energieneutraal schoolgebouw’; Energieneutraal, exploitatie en ICT: onderzoek naar de terugverdientijd en voordelen tijdens de exploitatie vindt plaats waarna het schoolbestuur de keuze maakt om te investeren in aanvullende kwaliteit; Kwaliteit buitenruimte: voor de kwaliteit van de buitenruimte wordt per project onderzoek verricht naar de mogelijke verbinding met de openbare ruimte, de koppelkansen met de opgaven in de wijk en de (subsidie)mogelijkheden voor het realiseren van groen-/blauwe schoolpleinen.

Het ambitieniveau van de gemeente Neder-Betuwe is toegepast op de marktreferenties van de BDB om de opslag van 10% op de VNG-norm te bepalen. Opbouw referentieproject BDB (basisschool 1.300 m² bvo) € p/m²

BDB referentie

VNG-norm

Besluit Bouwen Leefomgeving

€

3.308

€

3.308

Frisse scholen klasse B

€

192

100% €

192

Toegankelijkheid

€

112

100% €

112

Duurzaamheid

€

271

50% €

135

Energieneutraal

€

180

0% €

-

Exploitatie

€

26

0% €

-

ICT

€

26

0% €

-

Kwaliteit buitenruimten

€

98

0% €

Totaal

€

Verschil

3.747 €

3.397

10%

Het normbedrag dekt alle ontwikkel- en realisatiekosten van het schoolgebouw inclusief terreininrichting. Het normbedrag is exclusief tijdelijke huisvesting, het beschikbaar stellen van een locatie, maatregelen in de openbare ruimte en een eventuele investering in eerste inrichting. 4.8.3 Bijdrage schoolbesturen Voor de bijdrage vanuit de schoolbesturen onderscheiden we twee mogelijkheden. Een bijdrage door besparing tot nieuwbouw-/renovatie en een bijdrage door voordelen op de exploitatie na oplevering. Bijdrage door besparing tot nieuwbouw-/renovatie Het IHP voorziet in een doorkijk van aankomende projecten. Dit stelt de gemeente en schoolbesturen in staat vroegtijdig het gesprek aan te gaan over de onderhoudsstrategie. Is de verwachting dat een gebouw gesloopt gaat worden. Dan is er een kans voor besparing op het onderhoud. Wordt renovatie verwacht. Dan kunnen onderhoudswerkzaamheden gecombineerd worden met een renovatie. Gemeente en schoolbesturen werken aan een meer gespecificeerde demarcatie bij nieuwbouw en renovatie om meer gedetailleerd vast te stellen tot welk niveau de gemeente en de schoolbesturen investeren. Uitgangspunt is dat de gemeente zowel bij nieuwbouw als bij renovatie investeert in het behalen van het ambitieniveau als genoemd onder 4.8.2.

Voor renovatie geldt als uitzondering dat gebouwdelen en installaties die nog niet aan vervanging toe zijn op het moment van renoveren, niet worden meegenomen in de renovatie om desinvesteringen te voorkomen. Vervolgens is het gebouw gereed voor voortgang van de exploitatie, waarbij het schoolbestuur verantwoordelijk is voor het reguliere onderhoud en vervangingsinvesteringen behorende bij het groot onderhoud. Aan de hand van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voeren gemeente en schoolbesturen het gesprek over de financiële bijdrage van het schoolbestuur. Zijn de gemeente en schoolbesturen nog geen afwijkende onderhoudsstrategie overeengekomen, dan blijft het schoolbestuur verantwoordelijk het schoolgebouw bij einde gebruik op te leveren zonder achterstallig onderhoud.

Bijdrage door een voordeel op de exploitatie De gemeente stelt bekostiging beschikbaar voor een kwalitatief goed, gezond en toegankelijk schoolgebouw. De schoolbesturen kunnen besluiten tot investeren in een hogere kwaliteit. Zoals een investering in een energieneutraal schoolgebouw of een schoolgebouw met ‘nul-op-de-meter’. Of door te investeren in materialen die leiden tot lagere onderhouds- en schoonmaaklasten. Een investeringsbeslissing met een voordeel op de exploitatie. Een beslissing die per project wordt genomen. Gemeente en schoolbesturen wensen eenheid in kwaliteit van nieuwbouw- en renovatieprojecten en in de wijze waarop investeringsbijdragen van schoolbesturen tot stand komen. Hiervoor wordt een beleidskader ontwikkelt. Tot

MaatWijs.nl

24

vaststelling van het geharmoniseerd beleid omtrent de investeringen wordt per project investeringsbeslissingen genomen. Subsidies In aanloop naar nieuwbouw- en renovatieprojecten wordt per project een subsidiescan uitgevoerd. Zo wordt vastgesteld of het project in aanmerking komt voor subsidie vanuit bijvoorbeeld de gemeente, provincie of het rijk.

Kaders voor de uitvoering De gemeente voert de bekostigingsmethodiek in als opgenomen in de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Neder-Betuwe 2015. De gemeente voorziet in een opslag van 10% op de VNG normbedragen 2025 voor het beschikbaar stellen van een normbedragen passend bij de marktreferenties. Jaarlijks wordt het normbedrag van de VNG geëvalueerd waarna het opslagpercentage wordt bijgesteld op basis nieuwe inzichten van marktreferenties. De schoolbesturen investeren in aanvullende kwaliteit bij nieuwbouw en renovatie als blijkt dat besparing op het onderhoud in aanloop naar de uitvoering van het project mogelijk is. En naar eigen inzicht in aanvullende kwaliteit op basis van de toekomstig te verwachten exploitatievoordelen, waaronder de keuze om te investeren in een energieneutraal gebouw, dan wel een schoolgebouw met ‘nul-op-de-meter’. Gemeente en schoolbesturen ontwikkelen een beleidskader voor harmonisering van de kwaliteit van schoolgebouwen bij nieuwbouw en renovatie en de eigen bijdrage van de schoolbesturen. Gemeente en schoolbesturen onderzoeken per project de subsidiemogelijkheden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15430156/1