Bijlage 1 - Energievisie
Tekst van het document
Elektrificatie van vervoer
van elektrisch laden bij parkeervoorzieningen. Denk hierbij aan de aanleg van
We versnellen de uitrol van laadinfrastructuur voor elektrische
laadpleinen die gevoed worden door lokaal opgewekte zonne-energie, bijvoorbeeld
voertuigen,met prioriteit voor strategische locaties zoals dorpskernen,
via zonnepanelen op overkappingen. Zo wordt de energietransitie direct verbonden
bedrijventerreinen, winkelgebieden en OV-knooppunten. We zetten in
aan de mobiliteitsopgave.
op een fijnmazig netwerk van laadpunten dat meegroeit met het aantal
•
elektrische voertuigen, inclusief voorzieningen voor deelmobiliteit
5. LANDBOUW
en logistiek vervoer. We stimuleren de samenwerking met
Binnen de landbouwsector ligt er nog veel onbenut dakoppervlak voor het plaatsen van
netbeheerders en marktpartijen om slimme laadoplossingen te
zonnepanelen. We willen dat daken van schuren en stallen zoveel mogelijk benut worden
realiseren die bijdragen aan netbalans en lokaal energiegebruik.
voor de opwek van zonne-energie. In het kader van het Besluit bouwwerken leefomgeving
Fiets als volwaardig alternatief
(Bbl) heeft de gemeente de bevoegdheid om via een zogenoemde maatwerkregel in
We investeren in een hoogwaardig fietsnetwerk dat veilige,
het Omgevingsplan (raadsbevoegdheid) te eisen dat nieuwe en bestaande gebouwen
comfortabele en snelle verbindingen biedt tussen woonkernen,
voor landbouwdoeleinden het dak moeten gebruiken voor duurzame opwek van energie
werklocaties, scholen en OV-haltes. We zorgen voor goede
of klimaatadaptatie. De gemeente gaat enerzijds de sector stimuleren om meer zonne-
fietsparkeervoorzieningen, ook bij overstappunten en voorzieningen,
energie op daken op te wekken maar anderzijds ook onderzoeken op welke wijze van
en stimuleren het gebruik van de fiets voor zowel dagelijkse
deze bevoegdheid gebruik gemaakt kan worden. De gemeente houdt hierbij rekening met
verplaatsingen als recreatief gebruik. Door de fiets een
de beperkingen als gevolg van netcongestie, het eigen energieverbruik van het gebouw
vanzelfsprekende keuze te maken voor korte en middellange
en lokale omstandigheden.
afstanden, wordt de druk op het wegennet verminderd en de leefomgeving verbeterd.
37
ENERGIEVISIE GEMEENTE NEDER-BETUWE
6. INTEGRAAL PROGRAMMEREN Om te komen tot een robuust energiesysteem moeten we goed letten op de cross-sectorale verbindingen. Ontwikkelingen in de ene sector kunnen koppelkansen geven voor andere sectoren. We moeten daarom niet alleen sectoraal aan de slag gaan maar ook integraal. Dit doen we in de vorm van integraal programmeren. Het thema Energie is hierin gelijkwaardig aan andere sturende thema’s zoals mobiliteit. Als onderdeel van het integraal programmeren streven we naar dubbel ruimtegebruik, zoals de realisatie van zonnepanelen op parkeerplaatsen. In de figuur hieronder is aangeven hoe integraal programmeren oplossingen voor netcongestie kan bieden.
38
ENERGIEVISIE GEMEENTE NEDER-BETUWE
BIJLAGEN
39
ENERGIEVISIE GEMEENTE NEDER-BETUWE
A.
Betrokken partijen
B.
Uitwerking scenario’s ‘Local for local’
C.
Leidende principes
BIJLAGE A: BETROKKEN PARTIJEN Deze energievisie is tot stand gekomen met medewerking van de volgende interne en externe partijen:
40
•
Netbeheerder: Liander
•
Woningcorporatie: Thius
•
Regionale samenwerking: Werkorganisatie RES
•
Ondersteunende partijen: Energieloket Rivierenland
•
Ondernemers: een aantal grotere ondernemers uit de gemeente
•
Gemeentelijke teams: Team Duurzaamheid, Team Civiel, Ruimtelijke omgeving,
•
Team Economie, Mobiliteit, Projectregisseurs, Adviseur wonen
•
College van B&W gemeente Neder-Betuwe
•
Gemeenteraad gemeente Neder-Betuwe
ENERGIEVISIE GEMEENTE NEDER-BETUWE
BIJLAGE B: UITWERKING SCENARIO’S ‘LOCAL FOR LOCAL’ Opzet scenario’s
Toelichting scenario’s en resultaten
Om te onderzoeken welke extra energieopwek nodig is om lokaal zelfvoorzienend
Voor de drie scenario’s zijn uitgangspunten genomen om tot de energievraag en aanbod te
te worden, zijn drie scenario’s uitgewerkt. Met de scenario’s worden de hoeken van
komen. Hier worden de drie scenario’s apart besproken.
het speelveld verkend. Hiermee kan de gemeente keuzes maken of zij daadwerkelijk zelfvoorzienend wil zijn, of toch energie van buiten de gemeente wil importeren. Uitzondering is de opwek van waterstof. Voor waterstof is het minder logisch om dat binnen de eigen gemeentegrenzen op te wekken omdat hiervoor een lokale
Energievraag per sector Gebouwde omgeving In Neder-Betuwe wordt richting 2050 ingezet op een toekomstbestendige woningvoorraad die aansluit bij de verwachte bevolkingsgroei van 30.000 inwoners, wat resulteert in 11.400
elektrolyser nodig is en dat lijkt weinig opportuun. Verder is onderzocht welke
huishoudens. Nieuwbouwwoningen worden verwarmd en gekoeld met een individuele
bijdrage duurzame warmte kan leveren. De drie scenario’s zijn:
elektrische lucht- of bodemwarmtepomp. Nieuwbouwappartementen worden aangesloten op een combinatie van TEO en WKO. Bestaande woningen worden geïsoleerd tot deze
•
•
Scenario 1: local for local met SMR – in dit scenario wordt de
aardgasvrijready zijn en vervolgens, afhankelijk van hun type en bouwjaar, verwarmd met
energievraag in alle sectoren hoofdzakelijk door elektriciteit ingevuld.
lucht- of bodemwarmtepompen (respectievelijk 63% en 27%). Monumentale panden sluiten
De stroomvraag wordt lokaal opgewekt zonne- en windenergie, maar
aan op groen gas (5%). Daarnaast wordt een deel van de woningen (303 stuks) aangesloten
zonder extra zonnevelden en grote windmolens na 2030. Het restant
op een MT-warmtenet in IJzendoorn. Deze aanpak zorgt ervoor dat de warmtevraag sterk
van de elektriciteitsvraag wordt met een SMR opgewekt.
daalt door goede isolatie, en dat de energievraag grotendeels elektrisch wordt ingevuld,
Scenario 2 – local for local zonder SMR: dit scenario is gelijk aan (1),
passend bij de lokale situatie en voorkeuren.
alleen wordt hier het restant van de elektriciteitsvraag niet met een •
SMR opgewekt maar met extra zonnevelden (2a) of grote windmolens (2b).
In scenario 3 wordt, naast de bestaande inzet op isolatie en individuele warmtepompen,
Scenario 3 – local for local met warmte: in de gebouwde omgeving
meer nadruk gelegd op het benutten van warmte-infrastructuur zoals micro-warmtenetten.
wordt de potentie van warmte maximaal benut. Hierdoor daalt de
Dit betekent dat niet alleen nieuwbouw (zoals in IJzendoorn) wordt aangesloten op een
elektriciteitsvraag.De nog benodigde elektriciteit wordt met een SMR
warmtenet, maar dat ook bestaande bouw wordt gekoppeld aan micro-warmtenetten.
(3a), zonnevelden (3b) of grote windmolens (3c) opgewekt.
Daarnaast blijft de inzet op groen gas voor monumentale panden en individuele warmtepompen in het buitengebied bestaan, maar wordt deze aangevuld met een bredere
In de tabel op de volgende bladzijde zijn de scenario’s nader toegelicht met de bijbehorende aannames. De scenario’s zijn uitgewerkt in het Energy Transition Model (ETM). Dit is een interactieve online simulatietool voor energiesystemen die inzicht geeft in de effecten van ontwikkelingen op het energiesysteem.
41
ENERGIEVISIE GEMEENTE NEDER-BETUWE
toepassing van collectieve warmtevoorziening.
Tabel 1: aannames bij scenario’s Scenario 1: local for local met SMR
Scenario 2: local for local zonder SMR
Scenario 3: local for local met warmte
Energievraag per sector Gebouwde Omgeving
Industrie en Bedrijventerreinen
Isoleren totdat woningen aardgasvrijready zijn. Voor oudere woningen is dit niet altijd mogelijk. MT- Warmtenet met TEO en WKO: nieuwe woonwijk
MT- Warmtenet met TEO en WKO: nieuwe woonwijk in
in IJzendoorn
IJzendoorn
Groen gas: oude woningen/ monumentale panden
Groen gas: oude woningen/ monumentale panden
WKO: voor appartementen en 80% van utiliteit
WKO: voor appartementen en 100% van de utiliteit
Overig: all-electric, waarvan 30% bodem warmtepomp en 70%
Lucht warmtepomp: Buitengebied
lucht warmtepomp
Micro-warmtenetten: Overig
Ruimteverwarming: all-electric
Ruimteverwarming: Nieuwbouw op warmtenet (TEO,
Processen < 200 °C: elektrificeren
zon-PVT); overig: all electric
Processen > 200 °C: waterstof
Processen < 200 °C: elektrificeren Processen > 200 °C: waterstof
Mobiliteit
Personenvervoer: volledige elektrisch Vrachtvervoer: 80% elektrisch en 20% waterstof Binnenvaart: 100% elektrisch
Landbouw
Volledige elektrificatie
Lokale energieopwek Elektriciteit
RES-bod gerealiseerd • •
wWarmte
Geen extra grootschalige zonnevelden en grote en
•
Geen SMR maar wel inzetten op zon op dak;
•
Inzetten op zon op dak;
kleine windmolens;
•
Aanvullend inzetten op
•
Aanvullend inzetten op
Wel inzetten op zon op dak en lokale kernenergie
•
grote windmolens (2a)
•
grote windmolens (3a)
(SMR).
•
grootschalige zonnevelden (2b)
•
grootschalige zonnevelden (3b)
•
importeren uit regio/NL (2c)
•
lokale kernenergie (SMR) (3c)
TEO: Warmtenet in IJzendoorn
TEO: warmtenet in IJzendoorn
WKO: bij appartementen en gebouwen
TEO of zon-PVT: bij nieuwbouw WKO: bij appartementen en gebouwen en voor micro warmtenetten bij bestaande bouw
Groengas en waterstof
42
ENERGIEVISIE GEMEENTE NEDER-BETUWE
Niet
Industrie en bedrijventerreinen
Landbouw
In de industrie en op bedrijventerreinen in Neder-Betuwe wordt richting 2050 sterk
Voor de landbouw wordt verwacht dat er een volledige elektrificatie in de processen
ingezet op elektrificatie van processen, met uitzondering van toepassingen waar
plaatsvindt. Vervoersmiddelen binnen de landbouwsector vallen onder de kop
dit technisch of economisch niet haalbaar is. De meeste industriële processen, met
mobiliteit.
name processen onder de 200 °C, worden omgezet naar elektrische aandrijving, waarbij een COP van 3 wordt gehanteerd voor de efficiëntie van warmtepompen.
Ontwikkeling totale energievraag richting 2050
Dit geldt voor de brede groep van overige industrieën, zoals bouw, detailhandel, IT
Ondanks de groei in alle sectoren neemt de energievraag netto af. Dit komt door
en water/afvalverwerking. Een uitzondering hierop vormen de steenfabrieken die
energiebesparing (zoals isolatie in de gebouwde omgeving) en elektrificatie wat tot
vanwege hun hoge temperatuurprocessen (>200 °C) niet kunnen elektrificeren. Voor
een hogere energie-efficiency leidt. Per sector leidt dat tot het volgende beeld (incl.
deze fabrieken wordt het volledige aardgasverbruik vervangen door waterstof.
de energievraag van de A15).
Daarnaast wordt rekening gehouden met een uitbreiding van bedrijventerreinen met 200.000 m², wat leidt tot een toename van de totale energievraag met 110% ten opzichte van 2022. Voor scenario 3 geldt dat op bedrijventerreinen ruimteverwarming zoveel mogelijk collectief wordt georganiseerd via een warmtenet. Dit betekent dat, in tegenstelling tot de andere scenario’s waar individuele all-electric oplossingen de norm zijn, hier wordt gekozen voor een centrale warmtevoorziening Mobiliteit In Neder-Betuwe wordt de personenvervoer richting 2050 volledig geëlektrificeerd. Daarnaast wordt voor het personenvervoer uitgegaan van een toename van 15% ten opzichte van 2022. Voor het vrachtvervoer geldt eveneens een groei van 15%, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen vrachtwagens, bestelbussen, goederentreinen en
In 2050 bedraagt de totale energievraag nog ca. 2.100 TJ/jaar. In de volgende grafiek
binnenvaartschepen. Volgens de Elaad-prognose rijdt in 2050 85% van de
is de ontwikkeling van de energievraag per energiedrager geschetst. Scenario 3 wijkt
vrachtwagens elektrisch en 15% op waterstof. Bestelbussen, goederentreinen en
af van de andere twee scenario’s omdat een groot deel van de gebouwde omgeving
binnenvaartschepen worden volledig geëlektrificeerd.
van warmte gebruik maakt. Dit leidt tot een wat hogere energievraag omdat oplossingen met collectieve warmte minder efficiënt zijn dan individuele oplossingen met elektriciteit.
43
ENERGIEVISIE GEMEENTE NEDER-BETUWE
Lokale energieopwek Scenario 1: local for local met SMR In scenario 1 wordt uitgegaan van het volledig realiseren van het RES-bod zoals vastgelegd in de Regionale Energiestrategie voor Neder-Betuwe. Dit betekent dat alle projecten die op dit moment in de pijplijn zitten voor zonne-energie en wind daadwerkelijk worden uitgevoerd. Het gaat hierbij om het volgende RES-bod: •
Zon op gebouw (>15kWp): 38 GWh/jaar
•
Zon op veld (>15kWp): 70 GWh/jaar
•
Windturbines: 161 GWh/jaar
Daarnaast wordt er verwacht (buiten het RES-bod) dat er tot 2050 nog 34 GWh/jaar aan zon op kleine daken gerealiseerd wordt. Er komen in dit scenario geen extra windparken of grootschalige zonnevelden bij bovenop deze plannen. Het resterende tekort aan elektriciteit dat ontstaat doordat grootschalige opwek buiten beschouwing blijft, wordt opgevangen door de inzet van een Small Modular Reactor (SMR) met een verwacht benodigd vermogen van 12 MW. Voor de benodigde hoeveelheden groen gas en waterstof wordt in dit scenario uitgegaan van import van buiten de gemeente, aangezien deze energiedragers niet lokaal worden geproduceerd. Scenario 2: local for local zonder SMR In scenario 2 wordt, net als in scenario 1, uitgegaan van het volledig realiseren van het RES-bod zoals vastgelegd in de Regionale Energiestrategie voor Neder-Betuwe. Dit betekent dat alle projecten die op dit moment in de pijplijn zitten voor zonne-energie en wind daadwerkelijk worden uitgevoerd. In tegenstelling tot scenario 1 wordt in scenario 2 geen gebruik gemaakt van een SMR (Small Modular Reactor) om het resterende elektriciteitstekort op te vangen. In plaats daarvan wordt ingezet op aanvullende grootschalige opwek binnen de gemeente. Hierin wordt het verschil tussen vraag en aanbod aan elektriciteit gebruikt om het benodigde vermogen te bepalen.
44
ENERGIEVISIE GEMEENTE NEDER-BETUWE
Samenvatting ontwikkeling lokale opwek van duurzame energie richting 2050 In dit scenario resulteert dat in de volgende extra benodigde opwek bovenop het
Uitgangspunt bij alle drie de scenario’s is dat in 2030 de grootschalige opwek van
RES-bod:
hernieuwbare elektriciteit in Neder-Betuwe voldoet aan het RES-bod 1.0. Samen met de kleinschalige opwek op daken van woningen wordt in 2030 jaarlijks ruim 1.000 TJ
•
Grote windmolens: 8 x 6 MW OF
elektriciteit lokaal opgewekt. Om in 2050 lokaal energieneutraal te zijn moet er dan
•
Grootschalige zonnevelden: 113 ha OF
dus nog ruim 1.000 TJ/jaar extra worden opgewekt of worden geïmporteerd (het totale
•
Een combinatie van bovenstaande mogelijkheden
energieverbruik bedraagt dan immers ca. 2.100 TJ/jaar). In de scenario’s gaan we uit van de import van ca. 3.400 ton (400 TJ) aan waterstof voor de steenfabrieken en zware
Scenario 3: local for local met warmte
mobiliteit. Dat betekent dat er nog ruim 600 TJ/jaar lokaal moet worden opgewekt. In de
In scenario 3 wordt net als in de andere twee scenario’s uitgegaan van het volledig
volgende tabel is per scenario aangegeven hoe deze zelfvoorzienendheid kan worden
realiseren van het RES-bod zoals vastgelegd in de Regionale Energiestrategie
bereikt.
voor Neder-Betuwe. In scenario 3 wordt meer ingezet op warmte, wat zorgt voor
Scenario 1:
efficiëntere energievraag in de gebouwde omgeving. In dit scenario resulteert dat in de volgende extra benodigde opwek bovenop het RES-bod: •
Grote windmolens: 7 x 6 MW OF
•
Grootschalige zonnevelden: 95 ha OF
•
SMR: 10 MW
Het uiteindelijke verschil tussen scenario 1 en 2 is niet heel groot. Dit heeft er mee te maken dat 10% van de totale energievraag in Neder-Betuwe in 2050naar warmtevraag van de gebouwde omgeving gaat. De efficiëntieverbetering die warmtenetten opleveren tegenover individuele warmteoplossingen is vrij groot, maar op de totale energievraag heeft het vrij weinig impact.
Scenario 2:
Scenario 3:
local for local local for local
local for local
met SMR
zonder SMR
met warmte
2a: met extra zon-PV
2b: met extra wind
3a: met SMR
3b: met extra zon-PV
3c: met extra wind
Zon-PV op grote daken
227 TJ
227 TJ
227 TJ
227 TJ
227 TJ
227 TJ
Zon-PV op kleine daken
51 TJ
51 TJ
51 TJ
51 TJ
51 TJ
51 TJ
Groengas
28 TJ
28 TJ
28 TJ
28 TJ
28 TJ
28 TJ
SMR
12 MW (352 TJ)
0
0
10 MW (295TJ)
0
0
Grote windmolens
0
-
8 x 6 MW (352 TJ)
-
-
7 x 6 MW (295 TJ)
Zonnevelden
0
113 ha (352 TJ)
-
-
95 ha (295 TJ)
-
Warmte
12 TJ
12 TJ
12 TJ
279 TJ
279 TJ
279 TJ
Totale lokale opwekking
670 TJ
670 TJ
670 TJ
880 TJ
880 TJ
880 TJ
Tabel 2: extra energieopwek bovenop het RES-bod 1.0
45
ENERGIEVISIE GEMEENTE NEDER-BETUWE
BIJLAGE C: Leidende principes
46
ENERGIEVISIE GEMEENTE NEDER-BETUWE