CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- Beleidskader klimaatadaptatie 2022-2027

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Beleidskader klimaatadaptatie 2022-202710.711 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Speerpunt 6 Perspectieven en actiepunten voor klimaatbestendige inrichting van de land- en tuinbouw voor de langere termijn. Regionale inzet We willen op regionaal niveau een verdiepingsslag maken naar de kwetsbaarheden van de land- en tuinbouw, zodat we op basis van deze inzichten perspectieven en actiepunten kunnen opstellen om onze landen tuinbouw beter voor te bereiden op het veranderende klimaat.

Speerpunt 7 Perspectieven voor klimaatbestendige inrichting van de natuur voor de langere termijn.

Inzet Neder-Betuwe We volgen de regionale inzet en uitkomsten. We brengen lokale inbreng in regionale plannen om een gedragen plan te maken. We houden nadrukkelijk afstemming met het programma buitengebied als verdieping van de Omgevingsvisie, en in aanloop naar het Omgevingsplan Buitengebied. Wanneer inzichten, perspectieven en actiepunten inzichtelijk zijn, vertalen we ze naar lokaal beleid en/of maatregelen. Lokaal zetten we in ieder geval in op:

Regionale inzet Gezamenlijke kwetsbaarheden in kaart brengen en gebiedsagenda opstellen. De juiste functie op de juiste plek. En perspectieven creëren voor klimaatbestendige inrichting en beheer voor de langere termijn. Inzet Neder-Betuwe We volgen de regionale inzet en uitkomsten. We brengen lokale inbreng in regionale plannen om een gedragen plan te maken. Wanneer inzichten, perspectieven en actiepunten inzichtelijk zijn, vertalen we ze naar lokaal beleid en/of maatregelen.

1. We delen de uitkomsten van de klimaatstresstest en de verwachte veranderingen in het benodigde stedelijk water, grond- en oppervlaktewaterbeheer. 2. We gaan in gesprek specifiek met boomkwekers en organiseren een op maat gemaakte kennissessie met handelingsperspectief voor het klimaatbestendig telen van gewassen. 3. We werken samen met partijen in het buitengebied en kijken met een open vizier naar de voorgestelde mogelijke teeltondersteunende voorzieningen. Daarbij houden we oog voor hittestressvorming, verdroging, watermanagement en biodiversiteit. Voorzieningen mogen niet in strijd zijn met de kwaliteiten van het landschap. We zoeken aansluiting bij de uitvoering van het LOP.

1. We zien hier een link met het Landschapsontwikkelingsplan (LOP), waarin concrete uitwerking is opgenomen voor klimaatbestendige inrichting van het landschap. Resultaten:  Ons LOP is herleidbaar in het regionaal natuurbeleid.

37

waterneutraal ingericht kunnen worden. We herijken de stedelijke wateropgave in overleg met het Waterschap. 3. We werken aan capaciteit voor de opvang van water, voor vertraagde afvoer van water. 4. In de regio werken we mee aan het afstemmen hoe we omgaan met risico’s bij ons en onze partners.

Speerpunt 8 We hebben de klimaatkwetsbaarheden van de vitale en kwetsbare functies in onze regio in beeld en geanalyseerd. Regionale inzet De klimaatkwetsbaarheden van de vitale en kwetsbare functies in onze regio worden in beeld gebracht en geanalyseerd. Stakeholders zijn meegenomen in de ambitie en strategie om alle relevante vitale kwetsbare functies te beschermen. Restrisico’s worden regionaal geïnventariseerd met behulp van de Veiligheidsregio en hiervoor wordt handelingsperspectief gecreëerd.

Resultaten  Ruimte voor waterberging  Regionale afstemming klimaatrisico’s.

Inzet Neder-Betuwe We hebben alle voor extreme neerslag gevoelige locaties in beeld en voorzien van preventieve maatregelen op korte, middellange en langere termijn. Deze zijn vertaald in het gemeentelijk rioleringsplan. We stoppen niet bij analyseren, maar pakken ook direct kansen aan. We stellen omgevingswaarden op om in het omgevingsplan op te nemen. Onderstaande beleidslijnen uit IVOR, IBOR en omgevingsvisie dienen voldoende planologisch geborgd te worden. 1. We maken zichtbare voorzieningen voor waterberging en buffering van (hemel)water in de openbare ruimte en laten deze samengaan met het versterken van de landschappelijke karakteristiek. a. We onderzoeken of we de stedelijke wateropgave (restopgave) hierin kunnen meenemen in overleg met het Waterschap. 2. We stemmen waterbeleid af met het Waterschap en werken gezamenlijk aan een robuust en duurzaam watersysteem. We stemmen ruimtelijke ontwikkelingen af met het waterschap zodat ontwikkelingen

Figuur 25 Waterberging Herenland in Opheusden. De fysieke ingrepen voor een klimaatbestendige leef- en werkomgeving zullen plaats blijven vinden.

38

Speerpunt 9 We nemen de betrokken stakeholders mee in onze ambitie en strategie om alle relevante vitale, kwetsbare functies voldoende te beschermen. Regionale inzet We hebben de klimaatkwetsbaarheden van de vitale en kwetsbare functies in onze regio in beeld en geanalyseerd (voor hitte, wateroverlast en overstromingen). Inzet Neder-Betuwe We volgen de regionale inzet en uitkomsten. We brengen lokale inbreng in regionale plannen om een gedragen plan te maken. Wanneer inzichten, perspectieven en actiepunten inzichtelijk zijn, vertalen we ze naar lokaal beleid en/of maatregelen. Lokaal zetten we in ieder geval in op: 1. Betrekken van stakeholders bij het maken van de LAS en de uitvoering. Zo leggen we banden met het TCO, woningcorporaties, nutsbedrijven en eigenaren van woningen, zorginstellingen en overige relevante partijen. 2. We investeren in de onderlinge relaties en samenwerking tussen publiek en private organisaties om samen te werken aan de maatschappelijke opgaven. Daarbij gaan we uit van de kracht van gesprek en ontmoeting. Hiervoor organiseren elke 2 jaar een klimaatnetwerktop voor een specifieke doelgroep (zie speerpunt 3.6). Ervaringen worden zo uitgewisseld en voortgang gemonitord.

Figuur 26 Vertegenwoordiging bij aftrap RAS. Breed vanuit de organisatie gedragen bijeenkomst.

4.3 Beleidsbotsingen Ieder beleid heeft effecten op de dagelijkse praktijk. In dit hoofdstuk worden enkele voorbeelden uitgewerkt om de botsingen in beeld te brengen.

Resultaten  Ontmoeting tussen stakeholders  Betrokkenheid in beleid.

Bomen ↔Zon PV Uit de stresstesten en wetenschappelijke informatie blijkt dat grote bo-

39

men veel effect hebben op de gevoelstemperatuur. In nieuwbouwontwikkelingen worden nu vaak kleine bomen geplant. Daarnaast worden bij reconstructies ook vaak grote bomen ingewisseld voor kleine bomen. De trend is dat bij ontwikkelingen in de buitenruimte steeds groot groen voor klein groen wordt ingewisseld. Daarbij wordt qua leefklimaat een stap teruggezet.

ten te geven. Echter is de praktijk ook dat binnen de gemeentelijke begroting het groenbudget een bescheiden deel is waarbinnen geen of nauwelijks investeringen mogelijk zijn. De werkzaamheden bestaan met name uit onderhoud en vervangen van groenstroken. Investeringen in uitbreiding van het areaal en groter groen zijn niet te financieren en vragen om meer middelen. Daarom zijn in dit plan kleine investeringsvoorstellen opgenomen om groen te kunnen planten en wordt uw raad gevraagd hier mee in te stemmen. Bij de IBOR budgetten zal integraal gewogen moeten worden of de huidige budgetten voldoende zijn voor groene investeringen in lijn met de ambities uit dit beleidskader Klimaatadaptatie.

Groot groen speelt een rol om het leefklimaat te verbeteren. Met grote bomen in bestaande bebouwing blijft meer beschaduwing op de woningen en verhardingen aanwezig. Hierdoor is het koeler in de bebouwing en warmt de bebouwing minder op. Zonnepanelen leveren door de beschaduwing echter minder op, waardoor inwoners vaak kiezen voor klein groen. We stellen het totale leefklimaat centraal, en kijken niet meer enkel naar opbrengst van zonnepanelen, maar ook de (meer)waarde van groen. Ontwikkelwensen ↔ Leefmilieu Een harde botsing zijn de wensen tot ontwikkeling van bedrijventerreinen en woningbouwprojecten. Door het hitte-eilandeffect dragen ontwikkelingen aan de randen van kernen bij aan hittestress in de kernen, maar is inbreiding ook nadelig voor de ontwikkeling van het hitte-eilandeffect. Het verharden van groenstroken en bebouwen van groen staat dus tegengesteld op het verbeteren van het leefklimaat in de woongebieden. Voor deze botsing geldt dat bij een voldoende klimaatinclusieve ontwikkeling de kwaliteit van het leefklimaat niet per definitie hoeft te verslechteren. Het is dan van belang dat de gemeente duidelijk voorwaarden stelt aan de ontwikkeling om aan te tonen dat daadwerkelijk duurzaam ontwikkeld wordt. Vergroenen ↔ Financiën Groen is een noodzakelijk middel om klimaatadaptatie handen en voe40

5 | HOE GAAN WE HET DOEN? 41

5.1 Inleiding Dit beleidskader vertalen we naar concrete stappen voor de uitvoering. Daarom hebben we bij het beleidskader een uitvoeringsagenda opgesteld voor de jaren 2022-2026. Deze is opgenomen als bijlage 1 bij dit beleidskader. In dit hoofdstuk brengen we de consequenties van de uitvoering van de LAS in beeld.

Zo faciliteren we dat bewoners meer adaptieve maatregelen kunnen nemen in en rondom de woning.

5.2 Uitvoering De regie op de uitvoering van het Beleidskader Klimaatadaptatie ligt bij het programma duurzaamheid zodat de integraliteit met andere speerpunten vanuit het duurzaamheidsbeleid geborgd is. Tussen de projectregisseurs vindt uitwisseling plaats en worden koppelkansen gesignaleerd.

Jaar

Totaal jaarkosten

2023 2024 2025 2026 Totalen

€ 232.700 € 208.200 € 203.200 € 195.200 € 839.300

Dekking in be- Te dekken kosstaande midde- ten len € 150.200 € 82.500 € 148.200 € 60.000 € 148.200 € 55.000 € 140.200 € 55.000 € 586.800 € 252.500

Tabel 1 Kosten uitvoering LAS 2022-2026

Projecten in het kader van wateroverlast zijn reeds in het Gemeentelijk Rioleringsplan geagendeerd en gefinancierd de komende jaren. Derhalve zijn er geen extra middelen benodigd voor wateroverlast. Hittestress maatregelen mogen omdat er geen direct en significant verband is met een van de gemeentelijke waterzorgplichten niet vanuit de rioolheffing betaald worden. Derhalve worden deze in het IBOR geprogrammeerd. Daarnaast wordt op onderdelen bij de invoering van de Omgevingswet aangesloten. Hiervoor zijn reeds middelen gereserveerd.

Het uitvoeren van dit beleidskader en de landelijke opdracht waar we ons aan hebben gecommitteerd in het bestuursakkoord kost capaciteit. Uitvoering van de lokale adaptatiemaatregelen vinden plaats via programmering in het integraal beheer openbare ruimte (IBOR). Investeringen in groen, minder verhardingen en wateroverlast worden opgenomen in de projecten binnen IBOR. Het eigenaarschap van uitvoering ligt dan op de plaats waar het hoort, bij de beheerders van de openbare ruimte. Soms vraagt het een extra inzet of andere manier van werken waarbij de projectregisseur toekomstbestendige leefomgeving de beheerders en/of ruimtelijke ontwikkelaars ondersteunt.

De kosten van de maatregelen opgenomen in Tabel 2 zijn in het raadsvoorstel specifiek opgenomen om extra aan te ramen. Dit betreffen vijf specifieke maatregelen die nodig zijn om reeds in 2023/2024 te kunnen starten met het planten van extra bomen, vastleggen van waardevolle groenstructuren en communicatie-uitingen voor onder meer de subsidieregeling.

5.3 Middelen We hebben in Tabel 1 in beeld gebracht welke kosten we voorzien voor de uitvoering. De gemeente investeert in klimaatadaptatie door adaptieve maatregelen nog meer mee te nemen in beheer- en onderhoudsprojecten. Ook stelt gemeente subsidie particuliere woningeigenaren.

42

Maatregel

Gemiddelde Totale kosten kosten per jaar € 15.000 € 60.000

Communicatie uitingen ten behoeve van projecten, niet zijnde personeelskosten. Inventarisatie en vastleggen waarde- eenmalig volle groenstroken. Borging hittestress in Gezondheidsbe- eenmalig leid Neder-Betuwe. Toevoegen nieuw groen en aanpas€ 42.500 sing van het assortiment bomen in bestaande situatie, Opheusden vooruitlopend op de IBOR als etalageproject. Totaal

€ 17.500 € 5.000 € 170.000

€ 252.500

Figuur 27 Voor het Tv-programma 'de groenste straat van Gelderland' zijn tuinen aangepakt en klimaatbestendig ingericht. Op de foto wethouder van Someren actief in de vergroeningsactie.(foto: Foto van Beek, Dodewaard)

Tabel 2 Maatregelen waarvoor extra dekking nodig is

Bijdrage bewoners, bedrijven en instellingen Ook van bewoners, bedrijven, instellingen vragen we om – als het mogelijk is – een bijdrage te leveren aan een klimaatadaptieve leefomgeving. Dat kan van klein (tegels uit de tuin verwijderen) tot groter (het afkoppelen van daken en lozing van neerslagwater op het vuilwaterriool). Alle zeilen zullen we bij moeten zetten om met elkaar in 2050 klimaatadaptief en waterrobuust te zijn. Waar het nu nog in vrijwillige samenwerking kan prefereren we deze aanpak boven regelgeving.

5.4 Baten Vanuit de regio zijn middelen beschikbaar uit het DPRA impulsregeling klimaatadaptatie, zie Figuur 28, p.44. Dit beleidskader geeft een integraal beeld van hoe we klimaatadaptatie borgen in onze gemeentelijke organisatie. Voor projecten doen wij subsidieaanvraag voor de wateronderdelen bij de klimaatadaptatieregio. Zodoende financiert het Rijk mee aan onze opgaven. Hittemaatregelen mogen nog niet uit de impulsregeling worden gefinancierd. Hiertoe dienen we vooralsnog zelf middelen te reserveren. Op termijn wordt wel financiering vanuit het Rijk verwacht. 43

De gemeenteraad wordt geregeld op de hoogte gehouden over de voortgang en resultaten van het uitvoeringsplan. Tussendoor zal de samenwerkingsagenda van de klimaatadaptatieregio Rivierenland nog aangepast worden. Deze kende een planperiode van 3 jaar. Wanneer (nieuwe) ontwikkelingen zich voordoen die de uitvoering in gevaar brengt informeren we tijdig de raad.

Figuur 28 Overzicht werking impulsregeling Klimaatadaptatie

Investeringen in klimaatadaptieve maatregelen kosten tijd en geld, maar leveren ook wat op. Allereerst een groenere, mooiere en gezondere leefomgeving. Ten tweede leveren klimaatadaptieve maatregelen op de langere termijn ook geld op. We investeren preventief en passen ons aan klimaatomstandigheden. Het uitstellen van eisen en regels in nieuwbouwlocaties rondom klimaatadaptieve maatregelen leidt op de lange termijn tot hogere kosten en meer overlast. 5.5 Monitoring en evaluatie De LAS is geschreven voor een wat langere periode, maar wel met de kennis van nu. De uitvoeringsagenda voor de periode 2022 - 2026. Elk jaar evalueren we waar we staan en wat we hebben bereikt. Op die manier bewaakt het college de voortgang en kan er worden geprioriteerd. 44

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12049630/1