CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- Beleidskader klimaatadaptatie 2022-2027

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Beleidskader klimaatadaptatie 2022-202710.711 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidskader Klimaatadaptatie Neder-Betuwe 2022 - 2027

Oktober 2022

Intermezzo inwonersraadpleging .................................................... 24

Inhoudsopgave

4 | WAT GAAN WE DOEN? ............................................................. 28 4.1 Inleiding ....................................................................................... 29

1 | INLEIDING .................................................................................. 4

4.2 Speerpunten en lokale inzet ....................................................... 29

1.1 Aanleiding beleidskader ................................................................ 5

4.3 Beleidsbotsingen ......................................................................... 39

1.2 Scope van de lokale adaptatiestrategie ........................................ 5

5 | HOE GAAN WE HET DOEN? ....................................................... 41

1.3 Context nationaal en regionaal beleid .......................................... 6

5.1 Inleiding ....................................................................................... 42

1.4 Hoe staat Neder-Betuwe ervoor ................................................... 6

5.2 Uitvoering .................................................................................... 42

1.5 Plaats van het plan ........................................................................ 6

5.3 Middelen ..................................................................................... 42

1.6 Borging in omgevingsvisie/omgevingsplannen ............................ 7

5.4 Baten ........................................................................................... 43

1.7 Werkwijze ..................................................................................... 7

5.5 Monitoring en evaluatie .............................................................. 44

1.8 Bestuurlijke betrokkenheid ........................................................... 9 1.9 Leeswijzer...................................................................................... 9 2 | WAT ZIJN ONZE UITDAGINGEN? ............................................... 10 2.1 Ruimtelijke ontwikkeling............................................................. 11 2.2 Extremer weer ............................................................................ 14 2.3 Gevolgen voor Neder-Betuwe .................................................... 15 3 | WAT IS ONZE VISIE? ................................................................. 20 3.1 Inleiding....................................................................................... 21 3.2 De visie ........................................................................................ 21 3.3 Anno nu naar 2050...................................................................... 22

Figuur 1 Voorbeeld van een groene gevel

3.4 Visie op onze werkwijze: Plan – do – check – act cyclus ............ 22

Fotoverantwoording: De foto’s in dit document komen uit het archief van gemeente Neder-Betuwe/Buro Loo tenzij

3.5 Toepassen-of-uitleggen principe ................................................ 23

anders vermeldt, of zijn door inwoner dhr. G.J. van den Dikkenberg uit Kesteren genomen.

2

Het klimaat verandert, verandert u mee? Samen gaan we voor ‘Klein Is Mooi!’

Al onze kleine bijdragen verminderen de kans op wateroverlast en hittestress. Zo bouwen we op een prettige manier samen aan deze opgave en bevorderen we de biodiversiteit. Maar ook verhogen we zo de waarde van het vastgoed en zorgen we voor een aantrekkelijk vestigings- en woonklimaat.

De tamme stadsduif en de wilde rotsduif behoren tot dezelfde familie. Ze leven en broeden alleen in een andere omgeving. De rotsduif eet vooral zaden, bessen en insecten. De stadsduif houdt wel van een broodkruimel of van wat frietjes. De een is schuw en de ander loopt je voor de voeten. Een mooi voorbeeld van hoe het leefklimaat gedrag beinvloedt. Ook wij mensen passen ons aan. Dat hebben we altijd gedaan.

U begrijpt inmiddels waarom ik boven mijn voorwoord heb gezet: ‘Klein Is Mooi!’ Het is mijn vrije vertaling van het boek van econoom Eric Schumacher dat de titel heeft ‘Small Is Beautifull’. Er moeten grootse dingen gebeuren. Maar het gaat vooral om die vele, vele kleine stapjes die u en jij en ik moeten zetten om onszelf en onze leefomgeving aan te passen aan het veranderende klimaat.

Ons leefklimaat verandert. Dus moeten ook wij veranderen, onszelf aanpassen. Het is letterlijk een wereldprobleem: van ons Rivierengebied tot aan Antarctica. Ook Neder-Betuwe past zich aan. Deze nota Lokale Adaptatiestrategie Neder-Betuwe gaat ons helpen en stimuleren om onze omgeving leefbaar te houden. Wij, als gemeente, gaan met vele partners en vooral met de inwoners en ondernemers aan de slag om onze leefomgeving weerbaar te maken. Weerbaar voor veel regen, veel wind, afgewisseld door veel zon en veel droogte. Het is een groot traject dat bestaat uit enorm veel kleine bouwsteentjes. Helpt u mee? Helpen jullie mee? Om die bouwsteentjes te leggen en te verzorgen?

Klimaatadaptatie, dat is dus het samen leggen van al die kleine gekleurde steentjes. Een mozaïek dat over een poosje onze aangepaste leefomgeving laat zien. Een leefbare wereld, omdat klein mooi is! Doet u mee? Stefan van Someren Wethouder Duurzaamheid en Klimaat

Aanpassen vraagt wat van ons gedrag. Het vraagt ook een andere inrichting van onze openbare ruimte. U levert al een bijdrage met bijvoorbeeld een regenton, minder stenen en meer planten in de tuin, zuinig zijn met drinkwater en natuurlijk energiebesparing. Samen zorgen we voor meer groen in de buurt, een betere waterberging, groene bedrijventerreinen en slimmer bouwen. Wat mooi dat we in Neder-Betuwe hiermee een snelle start kunnen maken. Want we hebben gelukkig al veel groen. En samen worden we nóg groener. 3

1 | INLEIDING 4

1.1 Aanleiding beleidskader Het klimaat verandert. Dit merken we nu al: het wordt warmer en steeds vaker vallen stevige buien in korte tijd. Tegelijkertijd is het vaker gedurende een langere periode droog. Het veranderend klimaat vraagt om een antwoord van ons als gemeente om onze leefomgeving leefbaar en gezond te houden. Zodat inwoners, ondernemers en natuur in een veranderend klimaat kunnen blijven functioneren.

Vanuit de Rijksoverheid is als centraal doel gesteld dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. De weg daar naartoe is maatwerk en sterk afhankelijk van de fysieke omstandigheden in een gemeente. Elke gemeente en/of klimaatadaptatieregio in Nederland maakt daarom een eigen klimaatadaptatiestrategie. Deze strategie beschrijft onze visie en strategie op klimaatadaptatie. Voorliggend document, het beleidskader klimaatadapatie, geeft dit weer voor de gemeente Neder-Betuwe. Het geeft een doorkijk naar de beleidsmatige, financiële en fysieke inspanningen die de komende jaren nodig zijn om de visie voor 2050 waar te maken. De visie is geschreven voor een periode van 5 jaar, waarna deze weer geactualiseerd wordt.

Als gemeente hebben we twee manieren om met het veranderend klimaat om te gaan. Enerzijds door de oorzaak van klimaatverandering te bestrijden en onze CO2-uitstoot zoveel mogelijk terug te brengen1. Hierdoor worden de meest extreme veranderingen door klimaatverandering gedempt.

1.2 Scope van de lokale adaptatiestrategie Neder-Betuwe is historisch verweven met het Daarnaast passen we ons leven en onze leefomwater van de rivieren. De strijd tegen het water geving aan op het nieuwe klimaat. Dit noemen heeft de gemeenschap gevormd tot wat hij vanwe klimaatadaptatie. Klimaatverandering is een daag is. Ook hebben de rivieren bedrijvigheid mondiaal verschijnsel. Toch is juist op lokaal niaangetrokken. De mentaliteit van onze inwoners veau veel handelingsperspectief aanwezig om kenmerkt zich door aanpakken, hard werken en Figuur 2 De zeven ambities uit het Deltaprogramma deze veranderingen een weerwoord te bieden. Ruimtelijke Adaptatie tegelijk omzien naar elkaar. Klimaatverandering En het biedt kansen om nu keuzes te maken om gaat voor het weer betekenen dat extreme te zorgen dat bijvoorbeeld onze natuur, leefomgeving of beleving in de weersomstandigheden vaker voor gaan komen. Daarom is het zaak ons wijken wordt verbeterd. voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Door nu de goede maatregelen te nemen, kunnen we overlast beheersbaar maken 1 Dit noemen we klimaatmitigatie en wordt opgepakt binnen pijler ‘Nieuwe Energievormen’

in het programma duurzaamheid

5

en schade zoveel mogelijk beperken. We beginnen niet bij nul, maar bouwen voort op onze inzet van de afgelopen jaren. Aan de beheer- en uitvoeringskant zijn al veel stappen in de goede richting gezet. Het is tijd om een gezamenlijke ambitie uit te spreken, krachten te bundelen en de uitvoering solide te borgen in de betrokken beleidsterreinen. Dát is de scope van deze adaptatiestrategie.

Netwerken Rivierenland. In 2020 is door het netwerk Klimaat Actief Rivierenland (KAR) een regionale (klimaat)adaptatiestrategie opgesteld, de RAS. De RAS voor het Rivierenland richt zich op gemeenteoverschrijdende maatregelen en verwoordt regionale ambities en opgaven van klimaatadaptatie. Op basis hiervan is een regionale uitvoeringsagenda vastgesteld. Onderwerpen die bij voorkeur uniform en regionaal worden opgepakt zijn bijvoorbeeld: communicatietrajecten met bewoners, opstellen van hitteprotocollen, klimaatadaptatie in prestatieafspraken met woningcorporaties en richtlijnen voor klimaatbestendige (woning)bouwprojecten. Het DPRA en de RAS zijn bouwstenen voor het opstellen van dit document, het lokale beleidskader. Het biedt de mogelijkheid om invulling te geven aan lokale opgaven en díe beleidskeuzes te maken die passen bij een gemeente als onze.

1.3 Context nationaal en regionaal beleid De landelijke basis van de lokale adaptatiestrategie is het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). Dit plan voorziet in een overkoepelende aanpak op vier thema’s: wateroverlast als gevolg van hevige neerslag, droogte, hittestress en overstromingsrisico. Gemeenten, waterschappen, provincies en de Rijksoverheid hebben een ‘bestuursakkoord voor Klimaatadaptatie’ gesloten. In dit plan is de ambitie uitgesproken dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is. De opgave bestaat uit 7 ambities, weergegeven in Figuur 2. Elke gemeente bepaalt daarbij zelf wat als bestendig en robuust wordt gezien.

1.5 Plaats van het plan De gemeente werkt momenteel aan het programma Duurzaamheid. Binnen dit programma vallen verschillende deelopgaven die concreet invulling geven aan de duurzaamheidsambities van de gemeente. In Figuur 3 zijn de deelopgaven weergegeven. Klimaatadaptatie valt onder deelopgave ‘toekomstbestendige leefomgeving’.

1.4 Hoe staat Neder-Betuwe ervoor In onze gemeente hebben we een goed beeld van onze kwetsbaarheden. Deze zijn uitgebreid in beeld gebracht en actueel zodat we weten waar we het over hebben. De risicodialoog is intern gevoerd op inhoudelijk en organisatorisch vlak en we kunnen hiermee prioriteren in wat we willen bereiken. Dit beleidskader geeft de uitvoeringsagenda op hoofdlijnen weer. Met dit beleidskader gaan we ons beleid de komende jaren concreet met de beheerders en betrokken partijen invullen en uitvoeren. De gemeente Neder-Betuwe werkt ook op regionaal niveau mee aan de opgave klimaatadaptatie. Hiervoor hebben 9 gemeenten, de Provincie en het Waterschap een overeenkomst gesloten, De Samenwerkende

Figuur 3 Deelopgaven programma duurzaamheid 6

Voorliggend beleidskader geeft inhoudelijk invulling aan de deelopgave toekomstbestendige leefomgeving. Via de aansturing van de verschillende deelopgaven vindt uitwisseling plaats van activiteiten en is integraliteit geborgd tussen de thema’s. Vanuit het programma Duurzaamheid wordt de coördinatie en strategische voortgang geborgd. De uitvoering van diverse projecten en activiteiten worden binnen de verschillende teams en door de diverse beheerders opgepakt en uitgevoerd.

klimaatadaptatie geeft een eerste invulling van het speerpunt ‘Voorbereid zijn op veranderingen in het klimaat’. De beleidslijnen van het beleidskader worden bij actualisatie van de omgevingsvisie meegenomen. 1.7 Werkwijze Bij het maken van het beleidskader hebben we gebruik gemaakt van de uitkomsten van de lokale klimaatstresstesten. Deze testen brengen de kwetsbaarheid voor wat betreft wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte voor het stedelijke gebied en de bedrijfsterreinen in beeld. Vervolgens hebben we intern in de organisatie dialogen gehouden met beleidsadviseurs en bestuurders (zie Figuur 4, p.8). We hebben ervaringen, visies en standpunten opgehaald. Daardoor is een beeld ontstaan van het draagvlak, het huidige kennisniveau en de mogelijkheden, motivatie en bereidheid om met dit onderwerp aan de slag te gaan. In de gesprekken stond mede centraal hoe de organisatie op dit moment is ingericht voor de opgave van klimaatadaptatie.

Dit beleidskader en het daaruit voortvloeiende uitvoeringsplan biedt het inhoudelijke en financiële kader aan het college om uitvoering te geven aan de klimaatadaptatie opgave. Jaarlijks wordt in de planning en control cyclus van de gemeente een overzicht gegeven van de projecten en plannen die uitgevoerd worden en een rapportage over de voortgang en bereikte resultaten. Dit wordt integraal gecoördineerd vanuit het programma Duurzaamheid. 1.6 Borging in omgevingsvisie/omgevingsplannen Klimaatadaptatie is een opgave die op diverse beleidsterreinen in de openbare ruimte terugkomt. Voor doorwerking en uitvoering van dit beleidskader is het van groot belang dat de inhoud van het beleidskader wordt gekoppeld aan het omgevingsbeleid. En daarmee wordt ingebed in het integrale ruimtelijk beleid van de gemeente.

Op basis van het voorgaande en een analyse van beschikbare beleidsdocumenten en programma’s hebben we alles wat los van elkaar wordt uitgevoerd binnen de gemeente gebundeld. We hebben de eerste aanzet voor de lokale visie geschreven en een eerste uitwerking van de opgaven gemaakt. Deze eerste aanzet hebben we in een creatieve sessie met elkaar besproken, verder aangescherpt en aangevuld. Met deze input hebben we de conceptversie naar een definitief concept gebracht.

De Omgevingsvisie Neder-Betuwe is op 24 februari 2022 door de gemeenteraad vastgesteld. De omgevingsvisie is een brede integrale visie voor de gehele gemeente. Het geeft enerzijds aan welke waarden we in onze gemeente willen behouden en/of versterken (waardenkaart). En anderzijds wat voor een gemeente we willen zijn (speerpunten). De omgevingsvisie is zo opgesteld dat de kaders duidelijk zijn, maar dat er voldoende ruimte is voor (het afwegen van) initiatieven. Het beleidskader 7

bewoners ingevuld. Hoewel 125 ingevulde vragenlijsten geen representatieve steekproef is, geeft het toch een goed beeld van hoe bewoners denken over klimaatadaptatie, wat ze aan overlast ervaren van hitte, droogte en wateroverlast. En ook welke rol ze voor zichzelf en gemeente zien om hier wel of geen invloed op uit te oefenen. In bijlage 1 Inwonersraadpleging is het rapport met resultaten van de inwonersraadpleging opgenomen. Daarnaast zijn een aantal belangrijke uitkomsten weergegeven in het hoofdstuk Intermezzo. En zijn de uitkomsten van de inwonersraadpleging inhoudelijk verwerkt in de speerpunten van het beleidskader. Dialoog met stakeholders Met het Tree Centre Opheusden (TCO) is overleg gevoerd over de klimaatadaptatiestrategie. Wij kunnen op onderdelen samen optrekken. Zo gaan we in het vervolg gezamenlijk in overleg over de gevolgen en mogelijkheden die de klimaatverandering heeft voor de teelt met elkaar delen en zoeken naar oplossingen of kansen. Zie bijvoorbeeld de gezamenlijke oproep aan de Provincie 'geen woorden maar water’.

Figuur 4 Creatieve ambtelijke sessie in aanwezigheid van bestuurders.

Op 13 september 2022 heeft overleg plaatsgevonden met de TCO werkgroep ruimtelijke ordening. Hierin zijn diverse mogelijkheden gepasseerd van samenwerking op het vlak van publiekscampagnes, advisering rond bomen en de realisatie van proeftuinen met droogtebestendige bomen. Wederzijds is de ambitie uitgesproken in verbinding te werken aan toekomstbestendige dorpen en teelt.

Aan het concept hebben ook een aantal medewerkers van de gemeente meegeschreven. Door deze co-creatie is de inhoud van het beleidskader meer een ‘eigen’ stuk geworden en biedt het een breed draagvlak voor de uitvoering. Dialoog met inwoners Het is belangrijk om inwoners van de gemeente te betrekken bij de totstandkoming van dit beleidskader. Daarom hebben we ook een externe dialoog uitgevoerd. We hebben een inwonersraadpleging laten uitvoeren door bureau Toponderzoek. De raadpleging van bewoners heeft plaatsgevonden van 25 mei tot 13 juni 2022. De vragenlijst is door 125

Daarnaast heeft overleg plaatsgevonden met Stichting Natuur en Milieu Educatie Midden-Betuwe en uitgewisseld waar kansen liggen om de jonge generatie met het thema klimaatadaptatie bekend of nog bekender te maken.

8

1.8 Bestuurlijke betrokkenheid We hebben op verschillende momenten bestuurders geïnformeerd en geraadpleegd. De wethouders met de portefeuilles ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, grondzaken en mobiliteit/verkeer/vervoer, milieu/duurzaamheid/klimaatadaptatie, beheer en onderhoud openbare ruimte, afvalinzameling, waterveiligheid en landschapsontwikkelingsplan hebben inbreng gegeven bij de interne dialoog. De raad is tijdens een opiniërende avond op 8 september 2022 bijgepraat en heeft input gegeven op de conceptversie. In bijlage 2 Mentimeter zijn de resultaten van de Mentimeter opgenomen. Deze input is meegenomen en heeft een plek gekregen in de visie. Het beleidskader leggen we vervolgens aan de raad voor ter besluitvorming. De uitvoeringsagenda valt onder de bevoegdheid van het college. Deze is opgenomen in bijlage 3 Uitvoeringsagenda.

passen aan de omstandigheden door water te gebruiken en de tuin te vergroenen. De urgentie om iets te doen in de openbare ruimte werd breed gedeeld.

Figuur 6 Peiling tijdens de opiniërende raadsavond

1.9 Leeswijzer Het beleidskader bestaat uit 5 hoofdstukken: - In hoofdstuk 2 benoemen we de uitdagingen waar we de komende jaren mee te maken krijgen. Als input hebben we onder andere de uitkomsten van de klimaatstresstest gebruikt. - In hoofdstuk 3 beschrijven we de gemeentelijke visie op de situatie in 2050: hier staan en gaan we voor! - In hoofdstuk 4 vertalen we de visie naar beleidskaders en beschrijven we welke doelen wij stellen en welke maatregelen daarbij horen. - In hoofdstuk 5 geven we aan hoe (mensen en middelen) we gaat organiseren.

Figuur 5 Opiniërende avond over klimaatadaptatie met de gemeenteraad.

De gemeenteraadsleden die aanwezig waren op de avond zijn reeds betrokken bij het thema. Bij de startvraag bleek een aantal zich al aan te 9

2 | WAT ZIJN ONZE UITDAGINGEN?

2.1 Ruimtelijke ontwikkeling Het rivierengebied kenmerkt zich door een dynamische omgeving onderhevig aan de invloed van water. Het spel van de loop van de rivieren en de ondergrond die daarmee gevormd is, domineert dan ook de inrichting van de gemeente. De rijke en vruchtbare rivierklei in de ondergrond en de ligging langs de Nederrijn en Waal trok in het verleden tal van inwoners aan die zich vestigden op de hoger gelegen oeverwallen. De bewoners bewerkten het land in het lager geleden gebied. Naast de voordelen van de rivier en de rijke bodem kent de regio ook een turbulente geschiedenis van dijkdoorbraken en overstromingen. Zo gezegd is het rivierengebied bekend met de elementen en de kracht van het water. Dit is goed te zien in de verschillende wielen die langs onze dijken ook nu nog zijn terug te vinden. Op historisch kaartmateriaal van 1925 (Figuur 7, p.12) zijn door de hele gemeente kleinere vestigingen zichtbaar met lijnbebouwing langs de doorgaande wegen. Elke kern bestond uit enkele tientallen gebouwen en woningen met daaromheen uitgestrekte agrarische en bosrijke gebieden en uiterwaarden. Rondom Opheusden is de kaart opvallend bosrijk weergegeven in 1925 met aanduidingen van cultuurgronden. Dit duidt op aanwezigheid van de boomkwekers die dus al vanaf het vroege begin rond Opheusden actief zijn. Na de Tweede Wereldoorlog zijn de kernen sterk gegroeid.

Ochten en Kesteren zijn momenteel bijna aan elkaar gegroeid met de Rijksweg A15 en de Linge als barrière. Voor Opheusden en Dodewaard geldt hetzelfde met de bedrijventerreinen aan de rand van de kernen er tussen (Figuur 8, p.13). Extremer weer als gevolg van klimaatverandering heeft in het verstedelijkte (en sterk verharde) gebied een grote invloed op de leefomgeving en het leefklimaat. Dit raakt tegelijk een steeds grotere groep inwoners en gebruikers, die door de huidige vergrijzing

ook kwetsbaarder zijn voor bijvoorbeeld de langdurige hogere temperaturen tijdens hittegolven. Daarnaast is de (economische) schade een steeds groter wordende uitdaging voor partijen als verzekeraars en banken, en per saldo uiteindelijk voor hun klanten, onze inwoners. De algemene uitdaging is als volgt samen te vatten: veel mensen wonen en werken in een kwetsbaar gebied. Dit gebied heeft rijke historie, grotere economische belangen, verhoogde kans op schade, en een populatie die door de vergrijzing kwetsbaarder is voor de effecten van het veranderend klimaat. Daarnaast zijn de economische belangen van het buitengebied door de oprukkende bebouwing steeds meer geconcentreerd. Afwenteling van bebouwd gebied naar buitengebied is niet vanzelfsprekend.

Figuur 7 Historische kaart Neder-Betuwe (1925)

12

Figuur 8 Huidige kaart Neder-Betuwe

2.2 Extremer weer Het KNMI heeft al in 2014 scenario’s uitgewerkt met toekomstige verwachtingen voor het weerpatroon in Nederland, zie Figuur 9. Deze scenario’s zijn gebaseerd op de IPCC rapporten van de Verenigde Naties.

Het KNMI houdt rekening met vier verschillende scenario’s wat een grote spreiding oplevert aan mogelijke gevolgen van klimaatverandering. De vertaling van IPCC rapporten naar de lokale situatie in Nederland maakt de waarschijnlijke gevolgen van de wereldwijde opwarming voor het weer in Nederland zeer tastbaar. In 2023 worden opnieuw scenario’s opgesteld op basis van het inzicht op dat moment. Verwachting is dat de prognoses naar extremer weer worden bijgesteld omdat sommige verwachtingen uit 2014 nu reeds gemeten worden. In een opwarmende wereld wordt het weer extremer. Wel lijkt het erop dat extreme neerslag niet ongeremd extremer wordt door het opwarmend klimaat. Uit de analyse van het KNMI komt op hoofdlijnen de volgende tendens van klimaatverandering in het weerbeeld van Nederland naar voren: 

Figuur 9 KNMI Klimaatscenario’s

14

Het wordt droger: in de toekomst zullen periodes van droogte vaker voorkomen en langer duren. Wetenschappelijke analyses van de afgelopen jaren moeten definitief uitsluitsel geven of sprake is van incidenten of een aan klimaatverandering gekoppelde trend. Het wordt natter: op twee manieren wordt het natter, bij zomerse neerslag valt meer regen (in korte tijd). En de winterse neerslag is breder verspreid waardoor gemiddeld meer neerslag valt. Vooral in kustgebieden valt meer neerslag waar het binnenland relatief minder neerslag krijgt.

gebracht en uitgewerkt in vier thema’s. We hebben we gericht op met name de thema’s wateroverlast, droogte en hittestress. Overstromingsrisico als vierde thema is meer in de regionale aanpak geborgd, hoewel lokale regelgeving natuurlijk wel rekening houdt met overstromingsrisico’s. Dit is geborgd bij de Veiligheidsregio.

Het wordt heter: een warmere wereld betekent meer kans op extreme hittegolven. Dat houdt in dat hittegolven langer duren en er meer hete nachten zijn. Dit heeft voor de bevolking grote gevolgen zoals risico’s voor de gezondheid. Nu al overlijden in een hittegolf statistisch 12% meer mensen dan dat we normaal verwachten. Zelfs in het ‘coronajaar’ 2020 was dit in de statistieken zichtbaar en zag dit er rond week 32 eruit als in Figuur 10 weergegeven.

2.3 Gevolgen voor Neder-Betuwe Klimaatverandering is niet alleen een problematiek voor grote steden. Ook voor Neder-Betuwe heeft het veranderend klimaat gevolgen. Vanuit de regionale samenwerking is op hoog abstractieniveau een beeld gevormd van gemeentegrensoverschrijdende kwetsbaarheden via de regionale stresstest. Lokaal is dit voor de kernen gedetailleerd in beeld

Figuur 11 Uitsnede wateroverlast bij Kesteren rondom de Kerkdwarsstraat

Wateroverlast Het risico op wateroverlast bij extreme buien was al in 2018 in beeld gebracht met behulp van de rioleringsgegevens en maaiveldhoogtes. In deze analyses (stresstesten) wordt de openbare ruimte getoetst aan gestandaardiseerde buien middels computermodellen. Zo wordt duidelijk waar de kwetsbare locaties zijn en waar veel water kan verzamelen en dit voor water kwetsbare objecten (woningen en bedrijven) raakt.

Figuur 10 Extra sterfte door hitte, week 32-36 in 2020 15

Een voorbeeld hiervan is opgenomen in Figuur 11. Hiermee zijn alle (mogelijke) kwetsbaarheden geïdentificeerd en weten wij waar in de gemeente risico is op wateroverlast en schade bij extreme buien.

In het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 is voor locaties met grote kans op wateroverlast een pakket maatregelen opgesteld en in de geplande projecten verwerkt. Door het opnemen van de bekostiging in het GRP is een structurele financiering voor wateroverlastprojecten afdoende geborgd. Het streven is op termijn daar waar hemelwater doelmatig naar oppervlaktewater kan worden geleid, regenwater van daken en verharding volledig los te koppelen van het riool. Opgemerkt wordt dat bij de berekeningen die gemaakt worden altijd uitgegaan wordt van extremen. Dat betekent dat we kijken hoe kwetsbaar een gebied of straat is bij bepaalde extreme buien. Droogte Om de gevolgen van droogte bij extremen te onderzoeken is in 2021, aanvullend op de wateroverlastkaarten, ook een stresstest voor de kwetsbaarheid voor droogte uitgevoerd. Het grondwatersysteem in Neder-Betuwe wordt beïnvloedt door verschillende factoren: de aanvoer van rivierwater, de aanvoer van water vanuit diepe bronnen en het samenspel tussen verdamping en neerslag. Deels komt dat door de oude (nu in de ondergrond verdwenen) ondergrondse rivierbeddingen. Waar in tijden van hoge rivierwaterstanden en daarmee druk op het diepe grondwater kwel water aangevoerd wordt en in tijden van extreme droogte water juist afgevoerd wordt richting de rivieren.

Tekenen van droogte uiten zich in verschillende vormen:  het droogvallen van sloten;  sloten met stilstaand water en daardoor problemen met kwaliteit van het water;  afsterven en schade aan waterafhankelijke flora en fauna;  beperkte drinkwatervoorziening;  schade aan (landbouw)gewassen;  verboden op het onttrekken van grond en/of oppervlaktewater;

Figuur 12 Extremen zoals de Smachtkamp zullen vaker voor gaan komen

16

schade aan gebouwen door inklinking en ongelijke zetting van de bodem.

Uit de analyses blijkt dat grondwater op locaties wel tot circa 25 cm dieper daalt ten opzichte van de huidige aangehouden gemiddeld laagste grondwaterstand. Dat houdt in dat zettingsgevoelige lagen eerder zullen droogvallen en inklinken en markante bomen hierdoor schade kunnen ondervinden. De zomermaanden van 2018, maar ook 2022, waren landelijk zeer droge maanden. Dit werd veroorzaakt door een combinatie van hoge verdamping en weinig neerslag. Daarnaast was de aanvoer van rivierwater zeer gering. De combinatie van deze factoren zorgde ervoor dat door het hele land de grondwaterstanden sterk daalden. In de praktijk was dat een voorproef voor een veranderend klimaat.

Figuur 13 Neerslagtekort over 2022 weergegeven in grafiek.

Voor droogte is in beeld gebracht wat de verwachte grondwaterdaling is als gevolg van klimaatverandering. In Figuur 14, p.18 is voor Opheusden weergegeven hoe gevoelig voor droogte de bomen in Neder-Betuwe zijn en hoe de verwachte wijzigingen in grondwaterstand kunnen uitpakken. De lichtoranje vlakken geven de plaatsen aan waar het grondwater tot circa 0,20 m extra kan zakken tijdens een droge zomer. Indien droogtegevoelige bomen in een gebied staan met een sterke veranderend grondwaterregime heeft dit tot gevolg dat de vitaliteit en de koelende werking afneemt.

17

andering en aantasting van de gezondheid door beroertes en ademhalingsproblemen. Bij een aantal groepen, met name ouderen en chronisch zieken, is er een hogere kans op overlijden. Tevens worden mensen bij hogere temperaturen eerder agressief, wat kan leiden tot een toename van conflicten en geweldsincidenten.

Figuur 14 Droogtegevoeligheid van bomen in Opheusden. In rood de niet droogteresistente soorten. In groen de droogteresistente soorten. De gekleurde vakken geven de gebieden aan waar door klimaatverandering de grondwaterstand zal dalen.

Hitte Voor de gevoeligheid voor hitte is een analyse van de gemeente gemaakt waarin uitgerekend is wat de gevoelstemperatuur is tijdens hete dagen. We hebben in beeld waar hete plekken zijn in het buitengebied en het stedelijk gebied. Bij hittestress is er een belangrijke relatie met welzijn en effect op de gezondheid. We herinneren ons allemaal de hoge temperaturen van afgelopen zomer(s). Hittestress kan, volgend uit onderzoek2 van TNO, bij langdurige blootstelling leiden tot hitte gerelateerde problemen als slaapverstoring, oververmoeidheid, gedragsver-

Figuur 15 Hittestresskaart in Dodewaard

In Figuur 15 is als voorbeeld van hittestress een gebied in Dodewaard weergegeven. De groene kleur van de gebouwen geeft aan dat binnen 300 meter van een gebouw voor bewoners een koele zone voorhanden is. De blauwe kleur geeft aan waar het koel is. De warme plekken (donker oranje) zijn goed zichtbaar rond de Dalwagen en de parkeerplaats bij het Molenpad.

2 https://www.tno.nl/media/3959/factsheet-hittestress.pdf

18

In het algemeen zien we bijvoorbeeld dat grote bedrijventerreinen, parkeerterreinen, dichtbebouwde gebieden sneller opwarmen en warmte vasthouden en dit in de nachtelijke uren minder goed afgeven. Dat komt onder andere door de grote aaneengesloten vlakken van gesloten verharding en daken. In de meeste gevallen is er ook nog weinig tot nagenoeg geen groen aanwezig. Dat kan leiden tot de vorming van lokale hitte-eilanden in de gemeente: gebieden waar de temperatuur veel hoger wordt dan het omliggende gebied.

Een maatstaf die binnen het thema hittestress is toegepast is de afstand tot een zogenaamd koelte-eiland waar de inwoners af kunnen koelen of recreëren gedurende tropische dagen. In de gemeente Neder-Betuwe bevinden zich gelukkig nauwelijks woningen en bedrijven waar binnen een afstand van 300 meter geen koelte-eiland te vinden is. De spreiding van groenstroken is dus in de meeste gevallen voldoende.

Figuur 16 Uitsnede uit verschillende hitte gerelateerde kaarten. Op de linkerafbeelding de gevoelstemperatuur (rood/oranje is warm, blauw is koel). Op afbeelding in het midden de afstand tot koelteplekken voor kwetsbare groepen. Op de afbeelding rechts het percentage groen op percelen.

19

3 | WAT IS ONZE VISIE? 20

3.1 Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we het toekomstbeeld op lange termijn. Wat is de stip op de horizon waar onze activiteiten zich op richten? We nemen als uitgangspunt het jaar 2050: het jaartal wanneer Nederland, en dus ook Neder-Betuwe, klimaatbestendig en waterrobuust is volgens onze afspraak met medeoverheden. 3.2 De visie In 2050 is Neder-Betuwe nog steeds een geweldige plek om te wonen, werken en recreëren. Onze kracht van omzien naar elkaar en ‘handson’ mentaliteit is nog meer verweven met onze identiteit. Het is zorgeloos en gelukkig wonen in deze gemeente. Maatregelen tegen wateroverlast, hitte en droogte zijn verweven in de fysieke en sociale leefomgeving. Hoewel er zorgen zijn, hebben we door onze acties meer grip op de toekomst en van de toekomst van ‘onze’ kinderen. We zien naar elkaar om bij hittegolven, hebben koelte binnen loopafstand van onze woning en weten hoe te handelen bij calamiteiten.

stimuleren particuliere woningeigenaren op eigen terrein meer water vast te houden en daar met verbouwingen rekening mee te houden. Binnen nieuwe ontwikkelingen wordt direct robuust en adaptief ingericht. Regenwater wordt behandeld als een kostbaar goed, wordt hergebruikt en wordt niet vermengd met afvalwater. De openbare ruimte is een verlengstuk van de eigen voortuin geworden. Er is meer groen in de openbare ruimte, veel daken zijn voorzien van groen en tuinen zijn nauwelijks versteend. In deze groene ruimte ontmoeten bewoners elkaar. Er is ruimte om samen te sporten, te ontspannen en te recreëren. Voor onze kinderen en jongeren is een groene leefomgeving een vanzelfsprekendheid geworden. Door opvoeding en educatie weet deze generatie dat ‘groen goed doet’. En hoe ze zelf hun steentje kunnen bijdragen aan een gezonde leefomgeving.

Om droogte tegen te gaan zijn bomen geplant en beplanten we ook anders dan in het verleden. Neder-Betuwe is nog altijd hét laanboomcentrum van Europa! En dat laten we met trots in We zien Neder-Betuwe als een grote spons. We onze eigen buitenruimte zien! Bomen bieden reserveren meer ruimte voor water, zowel voor Figuur 17 Neder-Betuwe wil in 2050 klimaatbestendig en schaduw voor mens en dier. We streven naar de rivier als binnen de dijken. Waar water valt, waterrobuust zijn één boom eruit = één boom erin. We planten liehouden we dit zo lang mogelijk vast in ons gever op grote schaal groen, dan veel versnipperd bied. Dat kan meestal zichtbaar boven de grond. groen. En we kijken bij aanplant altijd naar soorten beplanting die beter Water vangen we op in laagtes op het maaiveld en benutten we zoveel bestand zijn tegen andere leefomstandigheden. We zien een toekomstmogelijk ter plaatse om het grondwaterpeil aan te vullen. Deze waterbestendige en prettig leefbare omgeving die ook economisch rendeert. voorraad kan ingezet worden in een periode van droogte. Daarom maken we ruimte voor waterberging aan de randen van onze kernen. We

3.3 Anno nu naar 2050 We hebben het geluk nu al in een omgeving te wonen waar al redelijk veel ruimte is voor groen en water. De ruimte die er is kunnen en willen we vergroten en nog beter benutten. We hebben extra aandacht voor kwetsbare locaties en nemen onze mooie open gebieden in bescherming. We gaan de klimaatadaptatieve maatregelen overal terugzien in bebouwing en openbare ruimte, in meer groene en gedeelde ruimtes. De kernen in Neder-Betuwe hebben meer groene longen in de vorm van ruime groenstroken. Bij (her)inrichting of nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (in- en uitbreiding) gaan we voor extra groen. We dagen projectontwikkelaars en bedrijfsleven uit lef en ambitie te tonen in planontwikkeling en uitvoering.

den aan de grote opgaven die voor ons liggen als het gaat om wateroverlast, hitte en droogte. En ook dragen we samen zorg voor een leefbaar en toekomstbestendig Neder-Betuwe.

De gemeente geeft het goede voorbeeld door mooie woorden om te zetten in handelen (zie voor een voorbeeld Figuur 18). Wat betreft onze eigen rol hebben we een duidelijke stip op de horizon. Een gezamenlijke visie is mooi, maar alleen als deze ook is geborgd in omgevingsplannen voor de kernen, buitengebied en bedrijventerreinen. We zetten tijd en middelen effectief in en bepalen de benodigde bezetting zodat wij onze ambities ook waar kunnen maken. Zo halen we optimale resultaten.

Figuur 18 Nu al nemen we bij reconstructies zoals de Vogelbuurt inwoners mee in onze ambities. Daar willen we onze inzet op intensiveren.

3.4 Visie op onze werkwijze: Plan – do – check – act cyclus We knippen de route naar 2050 op in kortere periodes van telkens 5 jaar. Dat doen we aan de hand van de beproefde methode van de cyclische aanpak (plan-do-check-act). Het cyclisch werken is enerzijds nodig om het complexe beleidsterrein van klimaatadaptatie behapbaar te maken. Anderzijds maakt dit model het mogelijk om blijvend in te kunnen spelen op veranderende inzichten en de voortgang die we maken. In Figuur 19, p.22 is dit model uitgewerkt voor het beleidskader. Hieronder volgt een toelichting.

We nemen onze inwoners en bedrijven mee in onze ambities en geven voorlichting, stimuleren en enthousiasmeren. En we kunnen preventieve maatregelen nemen om overlast zoveel mogelijk te beperken. We maken gebruik van wat er regionaal aan externe communicatiemiddelen beschikbaar is. We sluiten daarbij aan op de belevingswereld van onze inwoners, bedrijven en andere instellingen en luisteren naar de behoeften. Elke dag zoeken we naar verbetering. Want zoals het klimaat nooit stopt met veranderen, is onze aanpassing daarop eigenlijk ook nooit klaar. Samen kunnen we ons voorbereiden op, en het hoofd bie-

22

Plan

Do

Check

Act

'22

'23-'26

'26

'26/'27

 

•Beleidskader klimaatadaptatie met speerpunten en uitgewerkte maatregelen

•Uitvoeringsagenda •Evaluatie en uitvoeren op beoordeling of beleids- en beleid afdoende beheerniveau werkt en maatregelen zijn uitgevoerd

•Bijstellen beleidskader op visieniveau, speerpuntenniveau en/of maatregelenniveau

een menukaart klimaatadaptatie met voorbeeldmaatregelen voor adaptatie (Figuur 20); uitvoering van maatregelen in integrale projecten; het inbrengen van klimaat binnen initiatieven van derden.

Echter ontbreekt vooralsnog de fundamentele borging van klimaatadaptieve richtlijnen, normen en processen en inzicht in de benodigde bemensing. Met het beleidskader en de opvolgende uitwerking streven we naar een bundeling van onze kracht in de toepassing van klimaatadaptieve maatregelen.

Figuur 19 Cyclisch werken aan de hand van plan-do-check-act

Dat doen we door aan de voorkant nog beter en eenduidig duidelijk te maken aan welke normen, afspraken rondom klimaatadaptieve maatregelen of principes wij willen voldoen. Als van de klimaatadaptieve standaard wordt afgeweken dient dit duidelijk beargumenteerd te worden. Dit noemen we het Toepassen-of-uitleggen principe. We maken afspraken, stellen kaders, maar houden altijd de mogelijkheid voor maatwerk wanneer dit nodig blijkt. We bieden hierdoor meerwaarde voor een gezonde, toekomstbestendige leefomgeving.

De visie uit 2022 geeft een gedetailleerde blik op de komende 5 jaar. De visie is daarnaast een globale doorkijk voor de komende 10 jaar en neemt dus al wel een voorschot op wat er na 5 jaar komen gaat. In de periode 2022 - 2027 voeren we het beleidskader en uitvoeringsagenda uit. In 2027 evalueren we of de doelstellingen en beoogde resultaten uit het plan gehaald zijn. En stellen we de uitvoeringsagenda bij op basis van de ervaringen van afgelopen jaren. Vervolgens gaan we in de periode 2027 - 2032 het plan verder uitvoeren en in 2032 volgt weer een evaluatie van doelstellingen en beoogde resultaten. Eventueel is er dan ook een mogelijkheid om het beleidskader op +visieniveau te herzien en nieuwe ontwikkelingen of omstandigheden mee te nemen. Op deze manier werken wij steeds aan continue verbeteringen om de doelstelling (onze visie) in 2050 te halen. 3.5 Toepassen-of-uitleggen principe De afgelopen jaren zijn al diverse klimaatadaptatieve maatregelen uitgevoerd binnen de gemeente. Vaak gebeurde dit door intrinsiek gemotiveerde (beleids)medewerker(s) of beheerder(s). Op de manier zijn goede resultaten bereikt, onder andere:

Figuur 20 Voorbeeldpagina uit de Klimaatadaptieve menukaart Neder-Betuwe

23

Intermezzo inwonersraadpleging Inleiding 125 bewoners uit de gemeente Neder-Betuwe hebben de vragenlijst ingevuld met onderwerpen over Klimaatadaptatie. Hieronder lichten we een aantal uitkomsten uit. Toelichtingen en conclusies, evenals de volledige rapportage is te vinden in bijlage 1. Hiernaast geven we de respondenten weer naar geslacht, leeftijdscategorie en woonplaats.

24

In hoeverre ervaart u in het algemeen op dit moment overlast van de gevolgen van de klimaatverandering op het gebied van droogte, hitte en wateroverlast? In het geval van overlast: kunt u een specifieke locatie of plek benoemen?

Overlast van droogte

‘Buitengebied Echteld’ ‘De tuin, het gazon’ ‘Droogte van de omgeving.’ ‘Echteld, Lingemeer’ ‘Oranjelaan Dodewaard’ ‘Thuis in Kesteren en in Ochten bij verenigingsgebouw’ ‘Tuinen Lodderstraat’ ‘Tuinplanten’ ‘Verdroogde bermen en weilanden’

Overlast van hitte

‘Appel- en boomgaarden’ ‘Buiten en zonder airco in huis’ ‘Huis (bovenverdiepingen), openbaar vervoer’ ‘In en rondom het huis’ ‘In huis blijft de warmte hangen ivm isolatie’ ‘In huis erg warm en benauwd na een lange termijn van warme dagen’ ‘Kan overal zijn, boven 25 graden is voor mij lastig’ ‘Op mijn werk’ ‘Openbare weg/straat’ ‘Voorhuis’ 25

Overlast van water

‘Bij heftige regenval kan het water niet snel weg. Vooral als er eerst een tijd van droogte is geweest’ ‘De kruipruimte onder mijn huis’ ‘De straat voor, veel plassen en kuilen.’ ‘Eigen terrein’ ‘Huis (te kleine dakgoten, afvoer), tuin’ ‘In onze schuur en tuin (door water uit de tuin van de buren), grote plassen langs de bermranden, in de boomgaarden’ ‘Op de weg’ ‘Schuur’ ‘Stationsstraat Kesteren’ ‘Straten waar het water niet weg kan

Wat wilt u zelf (nog meer) doen zodat extreem weer - zoals droogte, hitte en wateroverlast - uw leefomgeving niet of minder beïnvloed?

26

Wat vindt u belangrijk bij het aanpassen van uw tuin/omgeving? Benoem uw top 5.

Waar moet de gemeente Neder-Betuwe zich vooral op inzetten? (meerdere antwoorden mogelijk)

27

4 | WAT GAAN WE DOEN?

4.1 Inleiding In het vorige hoofdstuk hebben we de visie voor 2050 gepresenteerd. Vanuit het landelijke DPRA is voorgesteld klimaatadaptatie vanwege de grote verschillen in het land regionaal op te pakken. Daaruit is klimaatadaptatieregio Klimaatactief Rivierenland (KAR) opgericht. De KAR heeft een Regionale Adaptatie Strategie opgesteld. In Figuur 21 is te zien met welke partijen we regionaal samenwerken. Het beleidskader klimaatadaptatie borduurt voort op de speerpunten uit de RAS. Op die manier hebben we de lokale wensen en kansen verwerkt.

4.2 Speerpunten en lokale inzet We benoemen in dit hoofdstuk de speerpunten uit de RAS en wat de regionale inzet is. Dat is onze kapstok. Vervolgens beschrijven we per speerpunt wat de lokale inzet is. Deze kan in het verlengde liggen van de regionale inzet, of aanvullend zijn op regionaal beleid. Zo vertalen we regionaal beleid naar lokaal niveau en liggen de lokale acties in lijn met de regionale ambitie. We hebben de lokale inzet geformuleerd op basis van interviews en de creatieve sessie met interne vakspecialisten. De gemeente schakelt tussen regionaal niveau en tuinniveau. Dit sluit aan bij de opdracht, adaptatie is van iedereen.

Figuur 21 Samenwerkende partijen op regionaal niveau

29

Speerpunt 1 We hebben klimaatadaptatie als een integraal onderdeel opgenomen in onze omgevingsvisies en omgevingsplannen. Regionale inzet Binnen de regio wordt geïnventariseerd wat goede voorbeelden zijn van klimaatadaptatie en hoe dit succesvol verankert kan worden in omgevingsvisies. Vanuit de regio worden lokale projectleiders omgevingsvisie gevoed met voorbeelden. Inzet Neder-Betuwe 1. We gaan onze inzet bundelen en versterken. Daarvoor creëren we een samenhangend beleidskader Klimaatadaptatie. Dit beleidskader klimaatadaptatie (voorliggend document) wordt voorgelegd aan de raad ter besluitvorming. Het uitvoeringsprogramma wordt ter besluitvorming aan het college voorgelegd. 2. Uit de verdiepende gesprekken blijkt dat Neder-Betuwe al veel praktische zaken rond klimaatadaptatie oppakt in het beheer van de openbare ruimte. Toch is de verbinding met andere vakgebieden soms onvoldoende krachtig en is de blik vooral op de korte termijn en de realisatie gericht. Daarnaast mist soms op strategisch niveau de aansluiting, zie Figuur 22. Daarom investeren we de komende periode in versterking van de strategische, tactische en operationele verbinding. Dat doen we door een projectregisseur toekomstbestendige leefomgeving (0,8 fte) aan te stellen.

Deze projectregisseur toekomstbestendige leefomgeving valt organisatorisch binnen het programma Duurzaamheid en borgt naast de voortgang van klimaatadaptatie ook de integraliteit met andere duurzaamheidsopgaven zoals circulariteit en de energietransitie.

Figuur 22 Acties korte termijn en strategiebepaling voor de langere termijn

3. Bij elke ruimtelijke (her)ontwikkeling en inbreidingen wordt het leefklimaat van inwoners voldoende geborgd door een klimaattoets uit te voeren. De gemeente stelt de voorwaarden op, de initiatiefnemer moet deze laten uitvoeren. De voorwaarden hangen ook samen met de omvang van ontwikkelingen (kleine ontwikkelingen vragen om een andersoortige toets van grote ontwikkelingen). Zo worden klimaatadaptatieve belangen en maatregelen meegewogen in de beoordeling van ruimtelijke plannen en initiatieven. We borgen klimaatadaptieve maatregelen in de omgevingsplannen en Handboek Openbare Ruimte. 4. We nemen omgevingswaarden op in het omgevingsplan. De omgevingsplannen dienen de hierna volgende beleidslijnen rondom klimaatadaptatie voldoende planologisch te borgen. Tot de omgevingsplannen worden vastgesteld functioneren de beleidslijnen als principe. In de uitwerking van het Handboek worden de voorwaarden voor combinatie van functies (water, wadi’s, parkeren, gevels en daken) verder uitgewerkt. a. Per nieuwe woning wordt minimaal 75m23 groen ontwikkeld conform uit te werken voorwaarden, eventueel in combinatie met waterbergende maatregelen of speelfuncties. b. Bestaande groenstructuren (indien van kwaliteit aangemerkt als bepalend groen) worden beschermd en ingepast bij nieuwbouwontwikkelingen. c.

Fietsroutes en wandelpaden (hoofdroutes) worden bij ontwikkelingen voorzien en ontworpen met >30% beschaduwing in volgroeide toestand.

d. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt regenwater van woningen wordt niet op het gemengde riool aangesloten, maar afgekoppeld. Op termijn wordt dit bij alle bestaande bouw ook toegepast. e. Bij nieuwbouw moet minimaal 20 mm van de neerslag op eigen terrein geborgen worden. De berging moet binnen 24 uur weer beschikbaar zijn. f. Grote daken (>200 m2 en ongedeeld perceel) van nieuwe ontwikkelingen worden groen-blauw vormgegeven met ruimte voor energieopwekking. De netbeheerder wordt hierbij vroegtijdig betrokken. h. Bij pottenteelt in ons gebied sturen we op waterbuffers op eigen terrein. Bij voorkeur worden waterbuffers landschappelijk ingepast met ecologische meerwaarde om de teloorgang van biodiversiteit te compenseren. 5. We borgen interne kennisdeling rond de thema’s droogte, wateroverlast en hittestress. Resultaten  Vastgesteld beleidskader en uitvoeringsprogramma  Borging uitvoeringscapaciteit  Geactualiseerd Handboek Openbare ruimte  Borging en regulering klimaatadaptatie in instrumenten Omgevingswet  Interne kennisdeling rond thema’s

3 De norm geldt ook voor appartementen. De norm is gebaseerd op inwoneraantal per wo-

Al deze functies kunnen deels op andere wijze vervuld worden, maar de groene openbare ruimte vervult meerdere functies tegelijkertijd. Een groene inrichting van de openbare ruimte is dus een efficiënte manier om deze maatschappelijk gewenste doelen te bereiken. Basis van de norm ligt reeds in de Nota Ruimte (2006).

ning/appartement en voorkomt drukte in de openbare ruimte. Een groene omgeving is belangrijk voor leefbaarheid, draagt bij aan gezondheid van mensen, heeft een economische functie en een natuurfunctie.

31

communicatie hierover werken we aan de bewustwording bij onze inwoners. Bij de herijking van het gezondheidsbeleid voor gemeente Neder Betuwe in 2024 agenderen we dit. 4. Daarnaast werken we ook preventief aan het voorkomen van hitteeilanden. We zorgen voor voldoende koele groene plekken zodat inwoners altijd in een gezonde koele omgeving kunnen bewegen. Alle woningen hebben binnen 300m beschikking over een koele plek. Onze lokale inzet daarvoor is beschreven onder speerpunt 4.

Speerpunt 2 We beschikken over hitteplannen en -protocollen die we actief uitdragen naar inwoners, zorginstellingen, bedrijven en organisatoren evenementen. Regionale inzet Bij het opstellen van het lokaal hitteplan maken we gebruik van de landelijke Handreiking Lokaal Hitteplan, en werken we samen met gemeenten, GGD Gelderland-Zuid en andere experts. Dit doen we onder andere via regionale (digitale) bijeenkomsten. Voor deze bijeenkomsten nodigen we, naast mensen uit het fysiek domein, mensen van verschillende lokale (zorg)organisaties, zoals ouderenbonden, welzijnsorganisaties, woningcorporaties, thuiszorgorganisaties en vrijwilligersorganisaties uit. Daarnaast zorgen we dat gemeenten beschikken over actuele hittestresskaarten en afstand-tot-koelte kaarten om te weten waar de hittestress het hoogst is tijdens hete periodes.

Resultaten  Kennisdeling tussen gemeente en partners  Actieve communicatie bij hittecalamiteiten  Permanente borging hittestress in welzijnsbeleid  Doelgerichte versterking van koele plekken

Inzet Neder-Betuwe 1. We hebben inzicht welke gebieden het meest kwetsbaar zijn voor extreme hitte. Met name gebieden met veel verharding zijn kwetsbaar. Denk aan scholen, verzorgingstehuizen en bedrijventerreinen (werkomgeving). Deze informatie delen we met maatschappelijke of private partners zodat handelingsperspectief ontstaat. 2. We zetten communicatie actief in bij hittecalamiteiten en vertalen regionale hitteplannen en -protocollen door naar onze inwoners, zorginstellingen en bedrijvenkringen. Hiervoor is specifieke communicatiecapaciteit nodig die binnen team Duurzaamheid wordt geborgd. 3. Bij hittegolven staat de gezondheid van onze kwetsbare inwoners onder druk. In periodes met hittegolven zien we een duidelijke oversterfte in Nederland. Daarom is het van belang dat in onze gemeente het omzien naar elkaar ook bij extreem weer normaal wordt. Door permanente 32

We gaan hierover ook in gesprek met woningcorporaties, om te kijken welke inzet zij kunnen leveren en hoe we onze krachten kunnen bundelen. Zelf geven we het goede voorbeeld door overbodige verhardingen te verwijderen. Doelstelling is om deze planperiode >1.500 m2 overbodige verharding weer onverhard te maken. 3. We onderzoeken de mogelijkheid van samenwerkingsovereenkomsten met boomkwekers via het TCO. In vooroverleg heeft de TCO aangegeven op onderdelen in samenwerking met gemeente activiteiten te willen verkennen. Voor een toekomstbestendige en groene leefomgeving in de dorpen benutten we elkaars aanwezigheid en kennis. 4. We onderzoeken de komende jaren of we kunnen aansluiten bij ‘klimaatcoach’ van klimaatactief Rivierenland en of we inwoners uit onze gemeente hier voor kunnen enthousiasmeren. Een klimaatcoach kijkt op aanvraag van bewoners mee hoe de tuin groener, boomrijker, natuurvriendelijker en/of diervriendelijker kan worden gemaakt. En de klimaatcoach geeft tips en adviezen aan bewoners. 5. Goede voorbeelden van gemeente zelf, het lokale bedrijfsleven/bedrijventerreinen (goede voorbeelden van groene inrichting van woon-, en werklocaties of recreatieve, toeristische initiatieven) en/of bewoners geven we een podium. Initiatieven van onderaf steunen we zoals bijvoorbeeld het creëren van groene schoolpleinen of het geven van gastlessen rond klimaatadaptatie. 6.

We organiseren elke 1-2 jaar een lokale Klimaatnetwerktop voor een andere doelgroep. Denk aan ontwikkelaars, kwekers, bouwers, lokaal bedrijfsleven, bewoners. We gaan met elkaar verkennen waar kansen liggen en hoe we die gaan verzilveren. Permanent vragen we aandacht voor klimaatadaptatie in overleggen met bedrijventerreinen en verenigingen. 7. We stellen een subsidieregeling op (2023 inregelen en in 2023 of 2024 uitvoering). We gaan uit van € 150.000,- voor de jaren 2024 - 2026, €

Speerpunt 3 We willen klimaatadaptief handelen stimuleren bij inwoners en bedrijven in de regio (participatie). Regionale inzet De regio wil de urgentie vergroten en is daarom in 2021 gestart met het opstellen van een communicatiestrategie. In 2022 en 2023 wordt vanuit de regio met inwoners in het hele gebied gecommuniceerd over klimaatadaptatie en de urgentie om te handelen. In deze communicatiewerkgroep participeren we actief. De communicatie voorziet in het informeren, inspireren en motiveren van inwoners waardoor zij in hun eigen omgeving reeds kunnen starten met het klimaatadaptief maken van de eigen tuin of straat. Inzet Neder-Betuwe We geven actief voorlichting over het belang om je voor te bereiden op de klimaatveranderingen en geven tips over hoe je dat kan doen. We putten uit de regionale communicatiestrategie, en sluiten aan bij de leefwereld van onze inwoners en bedrijven. Dat doen we als volgt: 1. We activeren inwoners om zelf maatregelen te treffen tegen wateroverlast, hittestress en verdroging. We informeren en inspireren met concrete maatregelen die bewoners in en rondom de eigen woning kunnen nemen. We gaan werken aan een gratis afvoer (tot 20 m2) van tuintegels voor inwoners. We plaatsen hiervoor containers bij reconstructieprojecten waar bewoners hun tegels kunnen afleveren. Ook onderzoeken we de mogelijkheden voor een tegeltaxi4. 2.

We voeren een pilot afkoppelen van regenwater op het vuilwaterriool uit in Opheusden, waarbij ook een start wordt gemaakt met het ontstenen. Op basis van de resultaten van de pilot gaan we de strategie bepalen voor het vergroenen van versteende omgevingen. 4 Een tegeltaxi haalt in wijken en buurten tegels bij bewoners op, op vastgestelde dagen

33

50.000 jaarlijks) voor klimaatadaptieve maatregelen voor particuliere woningeigenaren. Subsidie kan aangevraagd worden voor: a. vergroenen van bestaande verharde oppervlakken b. aanbrengen van gevelgroen c. aanleggen van groene daken d. het realiseren van één of meer plekken waar water kan worden opgevangen en vertraagd kan worden afgevoerd dan wel kan infiltreren in de ondergrond; e. het afkoppelen van daken en andere oppervlakken van de lozing van neerslagwater op het vuilwaterriool;

 Via subsidies aan particulieren wordt meer water vastgehouden in de kernen.

De subsidie is een middel om inwoners te verleiden mee te doen met het verminderen van waterafvoer via de riolering, het vasthouden van water in de bodem en het verkleinen van de kans op wateroverlast. Belangrijk aandachtspunt die bewoners aangeven in de enquête is betaalbaarheid. Een subsidie komt hierin tegemoet en kan de vrijwillige medewerking vergroten. Indien vrijwillige inzet in de loop der jaren onvoldoende soelaas biedt kan middels een hemelwaterverordening afgedwongen worden dat inwoners aansluiten op een hemelwaterriool of zelf afkoppelen. Dit middel zetten we vooralsnog niet in. Resultaten  Informatiecampagne naar inwoners  Groenere tuinen in de kernen  Overbodige verharding wordt minder  Samenwerking met TCO uitbreiden en bestendigen  Onderzoek of inzet klimaatcoaches haalbaar is  Op scholen worden gastlessen verzorgd  Minstens 2 x wordt een klimaatnetwerktop georganiseerd voor doelgroepen waar we samen resultaten mee willen bereiken

Figuur 23 Uitnodiging voor Klimaattop in 2017. Deze inspirerende top willen we graag vervolgen.

34

Speerpunt 4 We hebben groennormen en ontwerpprincipes geformuleerd voor het klimaatadaptief ontwikkelen van bebouwd en onbebouwd gebied.

klimaatbestendige binnenstedelijke groenconcepten. Uit de kwetsbaarheidsanalyse blijkt dat veel bomen gevoelig zijn voor droogte. Om grootschalige uitval van schaduw en bomen te voorkomen gaan we nu al nieuwe koele plekken aanleggen.

Regionale inzet Samen met omgevingsdiensten, ontwikkelaars, waterschap, provincie en andere partijen die ontwikkelen wordt in gezamenlijkheid gezocht naar groennormen en ontwerpprincipes met draagvlak. Hiervoor wordt regionale kennis en inspiratie gedeeld en worden voorbeelden benoemd en gedeeld. De regio initieert kennisdeling tussen de partijen en verzorgt inspiratiesessies. In de regio wordt toegewerkt naar gezamenlijke minimale groennormen voor nieuwbouw.

Om op korte termijn al te werken aan het verminderen van de kwetsbaarheid trekken we samen op met het TCO. We selecteren groenstroken en omgevingen waar schaduw en koelte ontbreekt in de analyse en die in de omgeving van droogtegevoelige bomen liggen. Daar onderzoeken de mogelijkheden om bomen te plaatsen. Op deze manier kunnen we klimaatbestendige soorten beproeven en ontstaat de mogelijkheid om proeftuinlocaties voor laanbomen te creëren. Indien de droogtegevoelige vegetatie dan wegvalt is er verkoelend alternatief.

Inzet Neder-Betuwe In speerpunt 1 is reeds toegelicht dat het Handboek Openbare ruimte wordt doorgelicht op klimaatadaptiviteit. Daarin kijken we onder meer naar groene parkeerplekken, opvang van regenwater en overige ontwerpprincipes. Voor het natuurinclusief bouwen in samenhang met groen hanteren we de volgende principes. 1. We beschermen bestaand groot groen: We werken aan bescherming van waardevolle groenstroken in omgevingsplannen. Bij voorkeur werken we aan grote groenstructuren in plaats van versnipperde structuren. Hiervoor benutten we groenstructuurkaarten en benoemen we beschermde groenstroken. 2. We voegen nieuw groen toe in bestaande situatie, in het bijzonder prioriteren we groene pleinen en buurten. We investeren in groenareaal dat robuust en toekomstbestendig is. We proberen met TCO samen te werken en profileren Neder-Betuwe als etalage en proeftuin van laanboomkwekerijen. Zo doen we ervaring op met de ontwikkeling van

Aanvullende vergroeningsmaatregelen worden binnen de integrale wijkaanpak vanuit de IBOR geagendeerd en uitgevoerd. In overleg met woningbouwcorporaties gaan we onze inzet erop richten dat in hun bezit de tuinen ook maximaal 50% verhard worden in bestaand gebied. 3. Bij ontwikkelingen integreren we groen in de bouw: Daarbij voegen we nieuw groen toe door beter te sturen op de groennorm van 75 m2 per woning. In speerpunt 1 is dit reeds toegelicht. Daarnaast nemen we in regelgeving op dat maximaal 50% van tuinen verhard mag worden. We houden ruimte voor maatwerk bij kleine tuinen en/of patio’s. Resultaten  Planologische bescherming relevante groenstroken  Vergroening van bestaande wijken, pleinen, tuinen en open ruimtes  Meer sturen op groennorm van 75m2 per woning (zie ook speerpunt 1) 35

opplussen: wenselijke eisen/maatregelen, maar facultatief in te vullen (hoog ambitieniveau) 3. We informeren partijen over de ambities rondom klimaatadaptatie en welke gevolgen dit heeft voor prestatieafspraken, gunning van opdrachten en contracten. Voor wie zich wil ontwikkelen bieden we kennis, informatie, trainingen op de klimaatadaptatienetwerktop.

Speerpunt 5 We nemen klimaatadaptatiedoelen standaard mee in de prestatieafspraken met de woningcorporaties en contracten met ontwikkelaars. Regionale inzet We gaan met woningcorporaties, verhuurders, huurders in gesprek over klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie is vanaf nu ook onderdeel van de prestatieafspraken tussen woningcorporaties, huurders en gemeente. De regio initieert kennisdeling tussen de partijen en verzorgt inspiratiesessies.

Resultaten  Intensivering samenwerking woningcorporatie en gemeente via prestatieafspraken.  Transparante eisen en wensen rond klimaatadaptatie in nieuwbouwontwikkelingen.  Actieve deling van wensen en eisen Neder-Betuwe bij aanvang van projecten.

Inzet Neder-Betuwe We geloven dat de regionale inzet juist ook op lokaal niveau belangrijk is. We gaan dus lokaal in gesprek met onze woningcorporaties en verhuurders. 1. De uitkomsten van het regionale project ‘Samen aan de slag met een klimaatbestendige inrichting van woongebieden, klimaatbestendig bouwen en renoveren van sociale huurwoningen en klimaatbestendig gedrag door huurders’ vertalen we naar lokale aandachtspunten voor prestatieafspraken met de woningcorporatie. Met woningcorporaties nemen we nog eerder contact op bij de integrale wijkreconstructies om maatwerk bij woningen rond afkoppelen en vergroening te kunnen verzilveren. 2. We nemen meer regie dan voorheen en maken als volgt onderscheid in overeenkomsten en contracten met ontwikkelaars:  niet onderhandelbare ambitie/eisen vanuit gemeente (minimaal ambitieniveau)  aanvullende wensen die onderhandelbaar zijn en waarvoor gemeente beloond (opplussen naar middel ambitieniveau)

Figuur 24 Bijdrage van wethouder van Someren bij de aftrap van de Regionale Adaptatie Strategie over integraal werken.

36

Resultaten  Ondernemers zijn op de hoogte van kansen en knelpunten rond het thema.  In gesprek met partijen om handelingsperspectief te creëren.  Integraal borgen van kwaliteit van het landschap

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12049630/1