CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording schriftelijke vragen

Beeldvormende avond ('Het Beeld') 15 september 2022, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: Beantwoording vragen van raadsleden10.621 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beantwoording schriftelijke vragen bestemmingsplan Willemspolder fase 1 1.

2.

Programma (P) Paragraaf (PF): Ontwerp bestemmingsplan p. 9

Afbeeldingen omvang bedrijfsterrein figuur 7 en Bijlage 4 Kaart 3 bij MER Grondgebruik Referentiesituatie WPF1

Parti j: GB

GB

6 september 2022

Blz.:

Vragen:

Antwoord:

9

In eerste instantie maakte het bedrijfsterrein onderdeel van het plan. Deze is op het laatst, na overleg met de gemeente en omwonenden, uit het plan gehaald. Wat is hier de inhoudelijke reden voor? Hebben omwonenden specifiek om loskoppeling verzocht of zitten er dusdanige onzekerheden in het aspect bedrijfsterrein dat vanwege het procedurele risico hieromtrent gekozen is voor loskoppeling? Door de loskoppeling wordt nu in kleinere stapjes toch gerealiseerd te krijgen wat voor ogen is, maar dan op een minder overzichtelijke manier. Hoe worden omwonenden en de gemeenteraad toch voldoende over de procedure inzake het bedrijfsterrein en het geheel, geïnformeerd en betrokken?

Naar aanleiding van de ingediende reacties op het voorontwerp bestemmingsplan is in overleg met de initiatiefnemer besloten om het bedrijfsterrein Binnenwaard uit het bestemmingsplan te halen. Hiertoe is onder andere besloten omdat de kans op maatschappelijk verzet, zonder een gedegen monitoring van de effecten, groot is.

Klopt het dat de exacte locatie van het bedrijfsterrein wijzigt (verschuift) en de totale oppervlakte van het bedrijfsterrein toeneemt? Op kaart 3 bij de MER is te zien dat het bedrijfsterrein hier aanzienlijk groter is dan het terrein van de voormalige steenfabriek. Hoe groot wordt het bedrijfsterrein? Hoe verschuift dit terrein ten opzichte van het huidige terrein? Als de locatie en de omvang van het bedrijfsterrein wijzigt en daardoor

Er is besloten om eerst medewerking te verlenen voor een tijdelijke omgevingsvergunningen voor een duur van maximaal 5 jaar, zodat omwonenden kunnen ervaren wat de mogelijke overlast van een duurzame grondstoffen-HUB op deze locatie geeft. Op basis van het MER en de onderzoeken bij de aanvragen is voor bedrijfsterrein Binnenwaard sprake van een ruimtelijk inpasbare en milieu hygiënisch aanvaardbare situatie. Na deze periode wordt bezien of deze tijdelijke situatie wordt omgezet naar een permanente situatie. Bij de evaluatie worden onder andere omwonenden betrokken. Voor het permanent wijzigen van het gebruik van het bedrijfsterrein Binnenwaard zal een nieuwe ruimtelijke procedure doorlopen worden. De locatie van het bedrijfsterrein wijzigt iets t.o.v. het huidige terrein. De positionering van de bedrijfsbestemming verschuift in westelijke richting, dichter naar de bestaande invaart naar de Waal toe. De oppervlakte blijft gelijk. Kaart 3 heeft betrekking op het actuele grondgebruik en niet op de (bedrijfs)bestemming ‘baksteenfabriek’ . De ontgronding en herinrichting van de polder staat los van de herontwikkeling van het bedrijfsterrein 1

Vragen Bestemmingsplan Willemspolder fase 1

afwijkt van de onderliggende bestemmingsplannen, dan is dit deel toch niet los te koppelen van het gehele plan? 3.

4.

Vergunning tijdelijk afwijken bestemmingsplan bedrijfsterrein

Ontwerp bestemmingplan P 9 figuur 2 Beschrijving dat water tot haven behoort

GB

GB

Voor het gedeelte bedrijfsterrein wordt nu middels een tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan een vergunning gevraagd (en inmiddels in procedure). Bent u het met ons eens dat het hierdoor niet overzichtelijker wordt? Op welke wijze wordt de Raad bij de uitvoering van het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan bedrijfsterrein betrokken? Door het nu op deze wijze los te koppelen, lijkt het voor de Raad uit beeld te verdwijnen, terwijl de impact van het bedrijfsterrein voor de inwoners van IJzendoorn permanent zal zijn. Er wordt aangegeven dat er middels monitoring en evaluatie na een proefperiode van 5 jaar, overgegaan kan worden tot het verlenen van een permanente activiteit op het bedrijfsterrein. In de vergunning tijdelijk afwijken bestemmingsplan is aangegeven dat geluid alleen gemeten wordt als er klachten komen. Het lijkt ons dat ook bij afwezigheid van klachten gemonitord zou moeten worden of er aan de normen voldaan kan worden. Kan hier niet opgenomen worden dat er sowieso gemonitord wordt? Zijn de activiteiten die in de periode van 5 jaar plaats gaan vinden, wel van dezelfde orde en omvang als in de permanente situatie, waarbij aanvoer van buitenaf van zand en grind zal plaatsvinden? 9

De ontgronding van het gebied dat ‘haven’ wordt, maakt wel onderdeel uit van de ontgrondingsvergunning. Maakt de haven die gecreëerd gaat worden, ook onderdeel uit van het bedrijfsterrein? Behoort dat deel dat noodzakelijk is voor manoeuvreren met de schepen en aanleggen voor laad en losactiviteiten bij het aspect ‘haven’?

Binnenwaard. Beide ontwikkelingen zijn los van elkaar te ontwikkelen. Het bestemmingsplan is zo opgesteld dat dit ook mogelijk is. Ten aanzien van de tijdelijke procedure is op advies van onze huisadvocaat de reeds verleende vergunning ingetrokken en wordt een uitgebreide WABOprocedure voorbereid. Voor deze procedure is een VVGB (verklaring van geen bedekking) van uw raad nodig. Het voorstel hiervoor is in voorbereiding. De verwachting is dat in het najaar 2022 het voorstel ter behandeling in de gemeenteraad komt. Vragen over de tijdelijke situatie op het bedrijfsterrein Binnenwaard zullen dan beantwoord worden.

Voor de herontwikkeling van bedrijfsterrein Binnenwaard is een haven wenselijk, zodat het vervoer van bouwgrondstoffen over het water kan plaats vinden. De haven maakt dan ook onderdeel uit van de herontwikkeling van het bedrijfsterrein Binnenwaard. Voor de ontgronding en herinrichting van de Willemspolder is de aanleg van een haven niet nodig. Gebruik van het water als haven maakt geen onderdeel uit van het bestemmingsplan. 2

Vragen Bestemmingsplan Willemspolder fase 1

5.

Ontwerp bestemmingplan P9

GB

9

Hier staat dat ‘Om de beoogde herinrichting van Willemspolder, fase 1 te bekostigen gaat de initiatiefnemer de komende jaren 'grondstoffen winnen'.’ Het lijkt ons dat de insteek andersom is, dus dat het primaire doel het winnen van grondstoffen betreft, waarbij de initiatiefnemer wettelijk verplicht is het gebied fatsoenlijk achter te laten na winning van grondstoffen. Kan dit ook zo geformuleerd worden, want nu klopt het niet met de werkelijkheid.

6.

Ontwerp bestemmingplan P 10, 14

GB

10, 14

Hier wordt de haven opgenomen in dit bestemmingsplan, terwijl dit onderdeel uitmaakt van het bedrijfsterrein. Op deze wijze lopen de aspecten door elkaar, wat begrijpelijk is gezien de samenhang. Ook voor de ontgrondingsfase wordt gesteld dat deze haven noodzakelijk is. Dit kan je dan toch ook niet los zien van elkaar?

7.

Ontwerp bestemmingplan P 10, 13

GB

10, 13

Op p. 13 staat dat een groot deel van de voormalige steenfabriek geen onderdeel van dit bestemmingsplan vormt. Welk deel van dit terrein maakt dan wel onderdeel uit van dit bestemmingsplan? Is dat de haven? Vinden er ten tijde van de ontgronding ook op en overslagactiviteiten plaats ten behoeve van de ontgronding op het bedrijfsterrein? Wat is de noodzaak voor de aanleg van een haven voor wpf1?

Het klopt dat het wettelijk verplicht is om het plangebied na ontgronding op een fatsoenlijke manier achter te laten. Initiatiefnemer heeft er voor gekozen om meer te doen dan wettelijke verplicht is. Het project Willemspolder fase 1 dient een vijftal maatschappelijke doelstellingen: 1. Bouwgrondstoffenbehoefte; 2. Hoogwaterveiligheid; 3. Natuurontwikkeling; 4. Landschap en recreatie; 5. Duurzaamheid en mobiliteit. De herinrichting van het gebied ten behoeve van doel 2 t/m 5 wordt geheel bekostigd uit de opbrengsten van de bouwgrondstoffenwinning (doel 1). Op pagina 10 is een kaartje met de globale ligging van het plangebied opgenomen. In de tekst is opgenomen dat het bedrijfsterrein Binnenwaard buiten het plangebied valt. De haven daarmee ook. In paragraaf 2.2.1. wordt ingegaan op de voorkeursvariant. Het bedrijfsterrein maakt onderdeel uit van het voorkeursvariant. Echter het bedrijfsterrein Binnenwaard maakt geen onderdeel uit van het bestemmingsplan en voor de herontwikkeling wordt een separate procedure gevolgd. Bedrijfsterrein Binnenwaard maakt geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan maakt het ontgronden en herinrichten van de Willemspolder fase 1 in planologisch-juridische zin mogelijk. Onderdeel daarvan is de realisatie van de bestemming ‘Water’ met gebiedsaanduiding ‘overige zone – bouwgrondstoffenwinning’.

Bedrijfsterrein Binnenwaard, inclusief de daarbij behorende haven, is

3 Vragen Bestemmingsplan Willemspolder fase 1

8.

Ontwerp bestemmingplan P 13

GB

13

In het verleden zijn inderdaad forse ingrepen geweest in het gebied. Inmiddels heeft de natuur zich daar ook op zijn eigen wijze hersteld en wonen er diverse dieren als de bever. Wat is nu de reden waarom men vindt dat dit gebied ‘vraagt’ om een nieuwe landschappelijke invulling?

9.

Ontwerp bestemmingplan P 13, 14, 17

GB

13, 14, 17

Duurzaam. Om invulling te geven aan het aspect duurzaam wordt het bedrijfsterrein er nu wel weer bijgehaald. Wat is er precies duurzaam aan op- en overslag van grondstoffen? Op welke wijze is het winnen van eindige bouwgrondstoffen aan te merken als een ‘circulaire economie’? Het zonnepark is ten behoeve van energie voor het bedrijfsterrein. De voorgestelde windturbines zijn niet toegestaan in het gebied. Op welke wijze is er nog sprake van duurzaamheid in het plangebied (dus zonder bedrijfsterrein)? Ook wordt er gesproken over zonnepanelen op het dak van de bedrijfshal op het bedrijfsterrein. Volgens eigen zeggen valt dit buiten dit plan, dus kan dit nu ook niet ten voordele worden genoemd en ook uit het tijdelijk afwijken bestemmingsplan volgt dat er geen wijzigingen zullen plaatsvinden aan het gebouw de eerste vijf jaar. Dus komen hier dan wel nu al zonnepanelen op? Hoeveel energie komt er dan vrij van de zonnepanelen op het water voor huishoudens op korte termijn? Is hier dan nog wel sprake van zodanige duurzaamheid dat het project als duurzaam is aan te merken?

niet noodzakelijk en wordt niet gebruikt voor het ontgronden en herinrichten van Willemspolder fase 1. Voor het bedrijfsterrein Binnenwaard is een tijdelijke omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van een duurzame bouwgrondstoffen hub. Onderdeel van deze duurzame bouwgrondstoffen hub is een haven. Het gebruik van het water voor een haven ten behoeve van het bedrijfsterrein, maakt onderdeel uit van deze aanvraag. Er is geen specifieke aanleiding voor natuurontwikkeling in het plangebied, maar wel een gevolg van de ontgronding. De bestaande natuurwaarden in het plangebied zijn relatief gering. De nieuwe landschappelijk invulling geeft een meerwaarde voor het gebied. Een aantal elementen uit het MER die bijdragen aan de duurzaamheidsdoelstelling maken geen onderdeel (meer) uit van het bestemmingsplan. Het drijvend zonnepark op de oostplas maakt wel onderdeel uit van het bestemmingsplan en geeft een significante bijdrage aan de opwekking van duurzame energie. De energieopbrengst wordt bij vraag 10 behandeld.

4 Vragen Bestemmingsplan Willemspolder fase 1

10.

Milieueffectrapportage 29-12021 P 29, figuur 19

GB

29

Er wordt in de mer een berekening gemaakt over energieopbrengst. Om de 881 huishoudens van energie te kunnen voorzien wordt ook de energie die geleverd moet worden door de toekomstige zonnepanelen op het dak van de bedrijfshal meegeteld. Hoeveel huishoudens kunnen er van energie voorzien worden zonder dat deze panelen op het dak van het toekomstige gebouw dat niet valt binnen dit bestemmingsplan, meegeteld worden?

De verwachte energieopbrengst van het drijvend zonneveld is 4.350 MWh. Het verbruik van het eigen materieel van initiatiefnemer is 2.130 MWh. Er resteert 2.220 MWh voor overige duurzame initiatieven. Dat komt overeen met het energieverbruik van ongeveer 740 huishoudens.

11.

Ontwerp bestemmingplan P 14

GB

14

Meer bouwstoffen door slimmer te winnen.

Er is sprake van een gesloten grondbalans, waarbij alleen bouwgrondstoffen worden afgevoerd uit het project ent geen materiaal wordt aangevoerd van buiten het project. Indien er grond aangevoerd moet worden vanuit buiten het plangebied is dit alleen mogelijk middels een omgevingsvergunning zoals verwoord in artikel 5.3. Het verlenen van een eventuele omgevingsvergunning is een bevoegdheid van ons college.

Ontwerp bestemmingplan P 14

GB

12.

14

Hierbij wordt aangegeven dat door slimmer te winnen en ‘aan te vullen’ er netto meer bouwstoffen afgevoerd kan worden. Wat wordt bedoeld met ‘aan te vullen’? Worden er wel materialen aangevoerd om dit te vermengen tot hoogwaardige bouwstoffen? Ook staat er dat in de toekomst mogelijk veranderende inzichten zullen zijn. Betekent dit dat er dan wel gekozen kan worden om materiaal van buiten af aan te voeren? Biedt art. 5.3.2 daar nu al ruimte toe? Op welke wijze wordt de gemeenteraad op zo’n moment hierbij betrokken of stemt de raad nu al in dat bij gewijzigde inzichten het college hiertoe vergunning kan afgeven? Aangegeven is dat er ‘binnen de maximale ontgrondingscontour ongeveer 14 miljoen m³ aan bouwgrondstoffen aanwezig is. Een deel daarvan is ophoogzand maar het overgrote deel kan worden veredeld tot hoogwaardig industriezand en grind. Het streven is om minimaal de helft van de beschikbare bouwgrondstoffen – dat wil zeggen ongeveer 7 miljoen m³ – af te voeren als hoogwaardig industriezand en grind.’ Dus de aanwezige 14 miljoen m3 bouwstoffen is voor een deel aan te merken als ophoogzand en 7 miljoen m3 wordt bouwstof. Hieruit maken wij op dat het deel dat is aan te merken als ophoogzand geen 7 miljoen m3 betreft. Hoe groot is dit deel? Blijft er dan nog een deel ‘overige grond’ over of slinkt de hoeveelheid door verwerking?

Initiatiefnemer heeft als ontwerpcriterium aangehouden om minimaal de helft van de beschikbare bouwgrondstoffen in het gebied – dat wil zeggen ongeveer 7 miljoen m³ – af te voeren als hoogwaardig industriezand en grind. Het overige materiaal, zoals het ophoogzand en de bovengrond, blijft in het gebied en wordt gebruikt als aanvulmateriaal om het landschapsplan te realiseren.

5 Vragen Bestemmingsplan Willemspolder fase 1

13.

Ontwerp bestemmingplan P 14

GB

14

14.

Ontwerp bestemmingplan P 14

GB

14

15.

Ontwerp bestemmingplan P 15

GB

15

16.

Ontwerp bestemmingsplan P 16, 41

GB

16 41

(7 miljoen m3 bouwstoffen + ‘deel’ ophoogzand + ??? = 14 miljoen m3 aanwezige bouwgrondstoffen). Bij rivierkundige winst wordt 14 cm genoemd als positief waterstand verlagend effect genoemd, maar dit kan pas gerealiseerd worden als ook WPF2 gerealiseerd wordt. Mogelijk vindt dit pas plaats nadat de Gouverneurspolder is ontgraven. Dit lijkt ons dan ook geen reële voorstelling van zaken gezien het nog 30 jaar kan duren voordat dit mogelijk uitgevoerd kan worden. Is zonder deze daling toch sprake van voldoende toekomstbestendigheid?

Aangegeven is dat de invaart naar de waal open blijft. Mogelijk kan de doorvaart door schepen na de ontgronding wel weer voorkomen worden door de toegang van de plassen (dus achter de ‘haven’) dicht te zetten met een ballenlijn? Aangegeven wordt dat het gehele gebied, behalve het bedrijfsterrein toegankelijk is voor publiek. Eerder begrepen wij dat er een deel niet toegankelijk zou zijn voor mensen (met honden) om de dieren die daar wonen rust te geven. Klopt dit niet? Hier is aangegeven dat een deel van de Waardweg niet openbaar toegankelijk zal zijn. Onder ‘Cultuurhistorie’ staat dat het westelijk deel vervalt en dat een gedeelte van de Waardweg alleen toegankelijk wordt voor nietgemotoriseerd verkeer.’ Hoe gaat dit samen? Daarbij is aangegeven dat dit op dit moment echter nog geen vastgesteld beleid is en dat de gemeenteraad hier in 2021 naar verwachting een besluit over zal nemen. Wat is de huidige stand van zaken hieromtrent? Kan deze tekst misschien aangepast worden naar de huidige stand van zaken?

Fase 1 genereert een waterstanddaling van circa 1 cm. De ingreep in deze eerste fase is toekomstbestendig omdat deze de toekomstige ontwikkeling niet in de weg staat. Als ook Willemspolder fase 2 wordt uitgevoerd, kan een waterstand verlengend effect van 15 cm worden bereikt. Of het waterstand verlagend effect in toekomstige fases gerealiseerd kan worden hangt mede af van het beleid van en de vergunningverlening door Rijkswaterstaat. Initiatiefnemer heeft de intentie om het waterverlagend effect te realiseren. Uit het oogpunt van beheer zal initiatiefnemer ongewenst invaren met gepaste maatregelen tegengaan. Dit is echter geen onderwerp dat in het bestemmingsplan wordt geregeld. In principe is het gebied geheel toegankelijk voor publiek met uitzondering van het bedrijfsterrein. Er zijn delen die voor het publiek minder goed toegankelijk zijn, omdat daar geen paden worden aangelegd. Per abuis is een verouderde tekst blijven staan in het bestemmingsplan. De tekst kan worden aangepast. Deze aanpassing wordt opgenomen in de aanpassingennotitie. Het westelijk deel van de Waardweg gelegen in het plangebied wordt aan de openbaarheid onttrokken. Dit is een bevoegdheid van ons college. De procedure in is voorbereiding.

6 Vragen Bestemmingsplan Willemspolder fase 1

17.

Ontwerp bestemmingsplan P19

GB

19

18.

Ontwerp bestemmingplan P 22

GB

22

19.

Algemeen

GB

20.

Ontwerp bestemmingplan P 31, 45

GB

31, 45

Op 1 februari 2022 is actualisatieplan 8 Omgevingsverordening Gelderland in werking getreden en is er een nieuwe versie geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland. Vraagt dit nog om aanpassing van het voorliggende bestemmingsplan? Is er ook rekening gehouden met het beleidsplan zand- en kleiwinning van de Provincie? Aangegeven is dat ‘Op basis van een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan (art. 12.5) binnen 3 jaar na het verlies van GNN minimaal 3,9 hectare GNN gecompenseerd wordt binnen het plangebied’. Op welke wijze wordt dit gecontroleerd?

Het gebied van de ontgronding is Natura 2000 gebied. Hoewel aangegeven wordt dat het plan van natuurontwikkeling past bij deze waarden, is de basis natuurlijk grondstoffenwinning. Op welke wijze wordt geborgd en gecontroleerd dat de ontwikkeling direct na de grondstoffenwinning in dat deel van het gebied, uitgevoerd wordt? Er staat ‘Omdat het niet mogelijk is om in een omgevingsvergunning een geluidzone op te nemen is in dit bestemmingsplan er een geluidszone voor de bedrijfsbestemming wordt opgenomen (geluidzone – industrie). De geluidzone wordt door de gemeente beheerd.’ Heeft dit nu betrekking op de gewenste activiteiten op het bedrijfsterrein (wat buiten dit bestemmingsplan valt) of ziet dit op de ontgrondingsactiviteiten die de bestemming ‘Natuur’ krijgen? Kan er dan wel een geluidzone voor industrie opgenomen worden? Als deze is bedoelt om het geluid van het bedrijfsterrein tegen te houden, dan dient dit deel toch aangemerkt te worden als behorende bij het bedrijfsterrein?

In het kader van het bestemmingsplan heeft provincie Gelderland meegekeken. Daarnaast heeft de provincie gereageerd in het kader van het wettelijke vooroverleg. In het kader van de verleende vergunning in het kader van de Ontgrondingenwet heeft de provincie o.a. getoetst aan haar beleidsplan zand- en kleiwinning. Het bevoegd gezag kan op basis van het bestemmingsplan en de verleende vergunningen op basis van de Ontgrondingenwet en Wet natuurbescherming hierop controleren en handhavend optreden. De realisatie van het inrichtingsplan is tevens opgenomen in de exploitatieovereenkomst en daarmee ook op basis hiervan afdwingbaar. Zie vraag 18.

De opgenomen geluidscontour voorziet de bedrijfsactiviteiten op bedrijfsterrein Binnenwaard. In het bestemmingsplan is de bevoegdheid opgenomen om de geluidzone in te trekken als deze niet kan worden gebruikt. De regeling is afgestemd met onze huisadvocaat. Er vindt nog afstemming met de ODR plaats over wie deze geluidszone gaat beheren.

7 Vragen Bestemmingsplan Willemspolder fase 1

21.

Bijlage 36 Aanvulling MER 10-62021 P 58

22.

Ontwerp bestemmingplan P 32, 33

58

GB

32, 33

Op welke wijze gaat de gemeente deze geluidzone beheren nu de activiteiten door het gebied schuiven? Hier staat juist: ‘De geluidzone voor het bedrijfsterrein aan de Waalbandijk 1 wordt niet meer opgenomen in het ontwerp bestemmingsplan Willemspolder fase 1.’ Hoe zit dit nou?

Op dit moment is er geen sprake van bedrijvigheid in het plangebied of op het bedrijfsterrein en is het omgevingsgeluid laag. Door de ontgrondingsactiviteiten en straks de activiteiten op het bedrijfsterrein ontstaat er meer geluid en blijken de geldende geluidsnormen voor het gebied niet op elke woning op elk moment gehaald te worden. Ook woningen behorende bij agrarische bedrijven dienen beschermd te worden tegen geluid. Hoewel er op delen rondom het gebied een norm geldt van 40 dB(A) in de dagperiode, is aangegeven dat zelfs met mitigerende maatregelen hier niet overal aan voldaan kan worden, dus wordt een grenswaarde van 45 dB(A) verdedigbaar geacht. Wat betekend dit? Dat er straks voor de ontgrondingswerkzaamheden een norm geldt van 45 dB(A) in de dagperiode? Als je het geluidsrapport bekijkt dan zou volstaan kunnen worden met 42 dB(A). Waarom wordt hier niet bij aangesloten? Ook horen we bij andere ontzandingsprojecten steeds vaker over hinder van laagfrequent geluid. Hier wordt verondersteld dat het niet aan de orde zal zijn. Wat is de reden dat hier volstaan kan worden met een ‘veronderstelling’? Wordt er tijdens de uitvoering nog onderzoek/metingen naar gedaan?

Dit betreft de geluidscontour die is opgenomen voor het bedrijf gelegen aan de Waalbandijk 1 in IJzendoorn. Op dit perceel is het hoofdkantoor van Dekker gevestigd. Gelet op de bedrijfsactiviteiten op dit perceel is het niet (meer) nodig om een geluidscontour op te nemen in het bestemmingsplan. Deze geluidscontour is per abuis blijven staan in het bestemmingsplan. Op dit moment vindt ook bedrijvigheid plaats op het bedrijfsterrein Binnenwaard. Op basis van een bestuurlijke afweging zijn in de milieuvergunning voor de ontgronding geluidsvoorschriften opgenomen. Op basis van het akoestisch onderzoek voor het ontgronden en herinrichten kan worden voldaan aan een geluidsnorm van 45 dB(A) in de dagperiode. Omdat de klasseerinstallatie is voorzien van ontwateringszeven en er in eerdere projecten met deze installatie geen problemen zijn geweest met laagfrequent geluid is er geen aanleiding om hinder door laagfrequent geluid te verwachten. Uit voorzorg zijn er in de milieuvergunning normen voor laagfrequent geluid opgenomen. Mochten er klachten zijn dan kan het bevoegd gezag een onderzoek verlangen om aan te tonen dat aan de normen wordt voldaan.

8 Vragen Bestemmingsplan Willemspolder fase 1

23.

Ontwerp bestemmingplan P 36,

GB

36

Op verschillende plekken in de stukken wordt gesproken over een woning op het bedrijfsterrein. Recent is de vergunning van Rijkswaterstaat ter inzage gelegd. Hierbij is aangegeven dat er op het bedrijfsterrein ook een woning aanwezig mag zijn. Betreft dit een bedrijfswoning? Wat is hier de noodzaak voor?

Op het perceel is reeds een bedrijfswoning aanwezig. Dit betreft de voormalige bedrijfswoning van de steenfabriek. Deze is momenteel bij Waterschap Rivierenland in gebruik als kantoor voor het project Dijkversterking Neder-Betuwe. Op basis van het voorontwerp bestemmingsplan was bestemmingswijziging van bedrijfswoning naar bezoekerscentrum voorzien. Omdat het bedrijfsterrein nu is uitgezonderd van het voorliggende bestemmingsplan blijft de bestemming voorlopig ongewijzigd.

24.

Bijlage 36 Aanvulling MER 10-62021 P 39

GB

39

In de aanvulling MER is vermeld dat er in de huidige situatie geen sprake is van wonen.

Zie antwoord op vraag 23.

25.

Milieueffectrapportage 29-12021

GB

39

Onder de ‘leidende ontwerpuitgangspunten cultuurhistorie’ staat: ‘afgelegen bewoningsplaats verbijzonderen’. Wat wordt hiermee bedoeld?

Deze ontwerpuitgangspunten gaan over de gehele Willemspolder. De bedoelde bewoningsplaats betreft een hoogwatervrije terp met monumentale boorgroep op de stroomrug net ten zuiden van de buurtschap Ooij. Deze locatie is gelegen in Willemspolder fase 2.

26.

Ontwerp bestemmingplan P 39

GB

39

Bij de stikstofberekeningen zijn ook de activiteiten op het bedrijfsterrein meegenomen. In februari 2022 is op basis van de nieuwe versie van aerius-calculator een nieuwe berekening uitgevoerd. Uit de nieuwe berekeningen komen lagere depositiewaarden.

27.

Ontwerp bestemmingplan P 44

GB

44

Met betrekking tot stikstof wordt gesteld dat ‘er vanwege intern salderen geen sprake is van vergunningplicht en daarmee is er sprake van een inpasbare beoogde situatie in het kader van de Wnb.’. Er wordt hierbij gesaldeerd met een geschat dierlijke mestgebruik op akker- en weilanden in het te ontgronden gebied. Gesteld wordt dat er een afname en komt op een max van 71,11 mol N/ha/jaar. Zijn hier de ontgronding en de activiteiten op het bedrijfsterrein bij elkaar opgeteld? Twee alinea’s onder de vermelding van 71,11 mol N/ha/jaar (p. 39) staat eenzelfde alinea maar dan met andere waarden (9,80 mol N/ha/jaar). Vanwaar dit verschil? In het bestemmingplan wordt de voorziening gronddepot opgenomen voor tijdens de ontgronding. Waar is dit depot gesitueerd?

Dit depot komt ter hoogte van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van natuur – depot’. Deze

9 Vragen Bestemmingsplan Willemspolder fase 1

functieaanduiding ligt aan de noordkant van het plangebied, direct ten zuiden van de Waardweg. 28.

Ontwerp bestemmingsplan P 119

GB

119

In artikel 4 staat vermeld dat parkeervoorzieningen alleen langs de Heersweg gerealiseerd mogen worden. Waarom is dat?

29.

Ontwerp Bestemmingsplan P 128

GB

128

30.

Ontwerp Bestemmingsplan P 128

GB

128

31.

Milieueffectrapportage 29-12021 P8

GB

8, 36

Artikel 12.1.1 en 12.3.1 geeft aan dat de grondwal ook ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten zal zijn. Dergelijke wallen behoren dan toch ook tot de inrichting aangezien ze ook noodzakelijk zijn voor die inrichting op het bedrijfsterrein van de voormalige steenfabriek? En op welke wijze kunnen deze wallen die noodzakelijk zijn voor de bedrijfsactiviteiten worden gehandhaafd/afgedwongen indien deze niet worden gerealiseerd? Ze maken immers geen onderdeel uit van de (tijdelijke) vergunning voor het bedrijfsterrein en voor de ontgronding/natuurontwikkeling is de realisatie van de grondwallen niet strikt noodzakelijk. Zonder wallen is er immers ook sprake van natuurontwikkeling. In art. 12.2.1 worden ook transportbanden, laad- en loswallen, pontons en werkwegen genoemd. Is het de bedoeling dat dit ook allemaal hier gerealiseerd wordt? Zo nee, bieden we dan niet alsnog de mogelijkheid hiertoe voor de toekomst door dit zo ruim in het voorschrift te formuleren? Aangegeven is dat er geen sprake is van aanvoer van extern aanvulmateriaal. Maar hierbij is wel vermeld dat dit mogelijk in de toekomst wordt heroverwogen. In de MER wordt aangegeven dat ‘Meer aanvulmateriaal betekent netto afvoer van bouwgrondstoffen. De ontgronding wordt daardoor beter benut. … Er kan meer ondiep water worden gemaakt ten gunste van de Natuurdoelstelling.

Ook kan de land-waterverhouding verder worden verbeterd ten gunste van het landschap. Het draagvlak voor aanvullen met extern materiaal is

De reden is dat op andere percelen met een verkeersbestemming parkeerplaatsen niet wenselijk zijn. Langs de heersweg kunnen een aantal parkeerplaatsen (langsparkeren) worden gerealiseerd ten behoeve van het plangebied. Artikel 12.1.1 heeft betrekking op de opgenomen geluidszone en niet op de grondwallen. Artikel 12.3.1. heeft wel betrekking op de aanleg van grondwallen. Het bedrijfsterrein Binnenwaard is reeds in gebruik als bedrijfsbestemming. Door het realiseren van een grondwal wordt het bedrijfsterrein verder aan het zicht onttrokken. Hierdoor verbetert de landschappelijke inpassing.

Artikel 12.2.1. is alleen van toepassing tijdens de ontgrondingswerkzaamheden. De genoemde hulpconstructies kunnen nodig zijn bij het ontgronden en herinrichten. Met aanvulmateriaal wordt bodemmateriaal bedoeld dat op basis van het Besluit bodemkwaliteit mag worden toegepast bij de herinrichting van het gebied. Het huidige initiatief gaat uit van een gesloten grondbalans. Dat wil zeggen dat alleen bouwgrondstoffen worden afgevoerd en dat de herinrichting plaatsvindt met overtollig materiaal en ophoogzand uit de oostplas. Het bestemmingsplan laat 10

Vragen Bestemmingsplan Willemspolder fase 1

momenteel moeilijk in te schatten. In lijn met het NRD wordt deze optimalisatie niet in het voorkeursalternatief en de vergunningsaanvragen opgenomen. In een later stadium kan deze optimalisatie worden heroverwogen en alsnog worden benut.’ Wat wordt er bedoeld met ‘aanvulmateriaal’? Wat voor een omstandigheden kunnen aanleiding zijn voor deze heroverweging? Begrijpen wij goed dat er over een paar jaar toch de boel opgevuld kan gaan worden onder dezelfde motivatie ‘natuurontwikkeling’ als de ontgronding nu wordt uitgevoerd? Geeft het bestemmingsplan hier al ruimte voor? Moet dergelijke externe grond nog aan voorwaarden voldoen? Wordt het bevoegd gezag en de Raad betrokken indien er externe grond wordt aangevoerd? Is hiervoor een wijziging van de vergunning vereist? Nu de windmolens niet gerealiseerd mogen worden en de zonnepanelen op het dak van het nog te vergunnen en te realiseren bedrijfsgebouw op het bedrijfsterrein niet binnen dit bestemmingsplan vallen, is er dan na aftrek van eigen gebruik nog voldoende energie voor doelstelling van burgerparticipatie? Kan er nog wel worden gesproken van duurzaamheid? Wordt er dan gekeken naar alternatieven om dit te compenseren?

toepassing van materiaal van buiten het gebied niet toe. Hiervoor is een omgevingsvergunning vereist. Omstandigheden of aanleiding voor toepassing van materiaal van buiten het gebied kunnen momenteel niet worden voorzien. Overigens is op basis van de verleende Ontrondingenwetvergunning de toepassing van materiaal van buiten het gebied niet toegestaan.

32.

Milieueffectrapportage 29-12021 P 11, 28

GB

11, 28

Bij het verduurzamen van de eigen energievoorziening van initiatiefnemer kan ook gesproken worden van duurzaamheid. Het project blijft in deze fase ruimte bieden aan een drijvend zonneveld. De verwachte energieopbrengst hiervan is 4.350 MWh. Het verbruik van het eigen materieel van Dekker is 2.130 MWh. Er resteert 2.220 MWh voor overige duurzame initiatieven. Dat komt overeen met het energieverbruik van ongeveer 740 huishoudens.

33.

Milieueffectrapportage 29-12021 P 17, figuur 15

GB

17

Maakt de locatie pyrietslakkenstort onderdeel uit van het voormalige bedrijfsterrein steenfabriek? Hoe groot (ha) is het voormalige bedrijfsterrein?

Ja, de pyrietslakkenstort maakt onderdeel uit van het voormalige bedrijfsterrein steenfabriek. Het bedrijfsterrein heeft een oppervlakte van 9,8 hectare

34.

Milieueffectrapportage 29-12021 P 22. 23

GB

22, 23

Wat is ‘ophoogzand’? Is dit zand van een andere kwaliteit dan industriezand? Is dit anders dan ‘aanvulmateriaal’? Is dit afkomstig van buitenaf om te mengen met gewonnen zand en zo af te kunnen voeren als hoogwaardige bouwstoffen? De termen worden door elkaar gebruikt en onduidelijk is of de betekenis van bepaalde termen hetzelfde is.

Ophoogzand is van laagwaardigere kwaliteit dan industriezand (dat geschikt is voor de productie van o.a. beton). Ophoogzand uit de oostplas (binnen het plangebied) wordt gebruikt als aanvulmateriaal om het landschapsplan te realiseren. Er wordt geen 11

Vragen Bestemmingsplan Willemspolder fase 1

ophoogzand of aanvulmateriaal van buiten het project aangevoerd. 35.

Milieueffectrapportage 29-12021 P 24

GB

24

Draagt de ontwikkeling in de Willemspolder bij aan het verbeteren van de ecologische toestand voor macrofauna en vissen? Zo ja, op welke wijze en hoe wordt dit gemonitord?

Ja, met name door de aanleg van een stromende geul. Dit wordt gemonitord en geëvalueerd conform paragraaf 6.2.2 van het MER en paragraaf 2.9 Monitoring en evaluatie van de aanvulling op het MER.

36.

Milieueffectrapportage 29-12021 P 29

GB

29

De nieuwe bedrijvigheid heeft een vergelijkbare milieucategorie en oppervlakte. Verzwaring of vergroting van de bedrijfsbestemming is niet aan de orde.

37.

Milieueffectrapportage 29-12021 P 32, figuur 23

GB

32

Er staat: ‘Afwaardering van de watergebonden bedrijfsbestemming is in strijd met het provinciale ruimtelijke beleid.’ Maar is het dan wel conform gemeentelijk beleid om de bestemming zo te wijzigen dat er een zwaarder bedrijf met meer bedrijvigheid met meer ruimtebeslag komt dan nu bestemd is? Vak F is als eerste aan de beurt om ontgrond te worden en bevindt zich dicht bij de huizen. Wat is dan de geluidsbelasting? Is dit voor een periode van 2 jaar? Juist op dit vlak zijn er dieselapparaten en geen elektrische apparaten aan het werk. Is dit meegenomen bij het geluidsrapport? Welke werkzaamheden/geluid is te verwachten bij vak D en E?

38.

Milieueffectrapportage 29-12021 P 55, 59

GB

55, 59

Buffervoorraad. Wordt het bedrijfsterrein al meteen in gebruik genomen voor opslag van grond van buitenaf? Wordt deze grond gemengd of tegelijk afgevoerd met de grond uit WPF1?

Het bedrijfsterrein wordt pas in gebruik genomen als de daartoe benodigde vergunningen zijn verleend en van kracht zijn. Momenteel ziet er naar uit dat deze vergunningen pas later in werking zullen treden. Er is geen sprake van vermenging van de bedrijfsactiviteiten van bedrijfsterrein Binnenwaard met de ontgronding en herinrichting van Willemspolder fase 1. Er is dus ook geen vermenging van grondstromen.

Alle bronnen zijn per fase beschouwd in het akoestisch onderzoek. De bronnen per vak / fase zijn vergelijkbaar. Het betreft onder andere de elektrisch aangedreven zandzuiger en klasseerinstallatie, maar ook het diesel aangedreven grondverzetmaterieel. In de eveneens verleende milieuvergunning voor het ontgronden en herinrichten is een geluidsnorm van maximaal 45, 35 en 30 dB(A) opgelegd in respectievelijk de dag-, avond en nachtperiode. Op basis van akoestisch onderzoek kan aan deze normen worden voldaan.

12 Vragen Bestemmingsplan Willemspolder fase 1

39.

Milieueffectrapportage 29-12021 P 60

GB

60

De MER schrijft ‘IJzendoorn energieneutraal maken door participatie in duurzaam op gewekte stroom en aanleg warmtenet.’ Mocht dit wenselijk (en ook niet nadelig voor de natuur en dieren) en haalbaar blijken, wordt het net heringerichte gebied hiervoor dan weer opengehaald? Grind wordt hier niet in opgenomen, terwijl er wel grind wordt opgegraven en afgevoerd. Waarom is dit niet vermeld?

40.

Milieueffectrapportage 29-12021 P 65, figuur 47

GB

65

41.

Milieueffectrapportage 29-12021 P 74

GB

74

Bij extreem laag water kan het kwelwaterdebiet beheerst worden. Wie gaat dit beheren? Hoe wordt eventuele schade aan woningen opgepakt?

42.

Milieueffectrapportage 29-12021 P 83, P 91, figuur 68, P 92

GB

83, 91, 92

Hier wordt omschreven dat er sprake is van omvorming van natuur naar bedrijfsterrein en vergroting bedrijvigheid. In figuur 68 op P 91, is het grondgebruik per scenario weergegeven. Hierin is te zien dat het bedrijfsterrein in omvang toeneemt. Door deze vergroting ontstaat er overlap met het plan dat nu ter wijziging is voorgelegd. Hoe kan deze ontwikkeling nu los worden gezien van dit bestemmingsplan?

43.

Milieueffectrapportage 29-12021 P 87

GB

87

In het kader van de Wet natuurbescherming wordt aangegeven dat er voor bestaande soorten tijdens de ontgronding tijdelijk een negatief effect zal zijn, maar dat pioniers, zoals de oeverzwaluw, hier tijdelijk van profiteren. Ook de Oeverzwaluw is een beschermde inheemse soort. Op welke wijze wordt met hún broedsels rekening gehouden?

Indien wenselijk en haalbaar kunnen eventueel benodigde kabels en leidingen later worden aangelegd. Dit heeft een relatief kleine impact op de totale gebiedsinrichting.

In dit overzicht wordt er vanuit gegaan dat de fractie grind in het opgegraven bodemmateriaal na bewerking in de klasseerinstallatie wordt toegevoegd aan het industriezand en met deze stroom wordt afgevoerd. Bij extreem laagwater kan Waterschap Rivierenland hierop anticiperen door tijdig extra water in te laten in het binnendijkse watersysteem. Schade wordt niet voorzien, maar wordt in een voorkomend geval via de initiatiefnemer opgepakt. Het actuele grondgebruik is weergegeven en niet het bestemde bedrijfsterrein. Er is een verschil tussen het actuele grondgebruik en de oppervlakte van de huidige en toekomstige bedrijfsbestemming. De bedrijfsbestemming heeft een oppervlakte van 9,8 hectare en wordt oppervlakteneutraal herontwikkeld. Er is dus geen sprake van vergroting van de bedrijfsbestemming. Het bedrijfsterrein maakt geen onderdeel uit van het voorliggende bestemmingsplan. Op basis van een ecologisch werkprotocol en begeleiding de werkzaamheden door tracht initiatiefnemer broedgevallen in gebieden waar wordt gewerkt te voorkomen. Dat kan door buiten het werkgebied een oeverzwaluwwand aan te leggen, waardoor vestiging op ongewenste plaatsen wordt tegengegaan. 13

Vragen Bestemmingsplan Willemspolder fase 1

1

44.

Milieueffectrapportage 29-12021 P 87

GB

87

Er wordt gesproken over ‘extensieve begrazing’. Welke dieren komen hier te lopen? Is dit gebied dan nog wel toegankelijk voor wandelaars (met honden)?

45.

Milieueffectrapportage 29-12021 P 89, 90

GB

89, 90

Voorgesteld wordt om een goed functionerende stromende geul te maken met een regelbare instroomvoorziening. Om meerwaarde voor de ecologische waterkwaliteit te laten renderen voor de KRW-opgave moet de stromende geul uiterlijk 2027 gereed zijn. Is deze optie meegenomen in de Waterwetvergunning en gaat deze datum gehaald worden? Laagwater zal veel meer gaan voorkomen is de voorspelling. Wat wordt er aan gedaan om te voorkomen dat deze geul droogvalt?

46.

Milieueffectrapportage 29-12021 P 90, tabel

GB

90

Waarom heeft het voorkeursalternatief een neutraal effect op het natura 2000 gebied (en niet een positief effect)?

Dat heeft er mee te maken dat het voorkeursalternatief nog uitging van 2 windmolens en mitigatie voor verlies van leefgebied voor de Wulp is toegepast.

47.

Milieueffectrapportage 29-12021 P 96

GB

96

Dit is gewaarborgd in de exploitatie overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer.

48.

Milieueffectrapportage 29-12021 P 96

GB

96

49.

Milieueffectrapportage 29-12021 P 101, 106, 114

GB

101, 106, 114

Hier staat dat als de recreatieve gebruiksmogelijkheden niet uit de verf komen, deze bijgestuurd kunnen worden. Wie bepaald dit? Wordt de gemeente hierbij betrokken of is dit op eigen initiatief van de ondernemer? Wordt hiertoe ruimte gegeven in het bestemmingsplan? Onder ‘Tijdelijke situatie’ staat: ‘De maximale insteek van de ontgronding groter is dan de contouren van het landschapsplan.’ Wat wordt hiermee bedoeld? Hier wordt gesteld dat de norm op twee woningen nabij het plangebied best verruimd kan worden omdat dit toch woningen zijn die behoren bij een agrarisch bedrijf. Waarom wordt verondersteld dat het acceptabel is om woningen bij een ander soortig bedrijf meer bloot te stellen aan industriegeluid van 07:00u-19:00u, voor 6 dagen in de week?

Extensieve begrazing vindt plaats met runderen en paarden. Het gebied is toegankelijk voor wandelaars (met aangelijnde honden). De stromende geul is meegenomen in de watervergunning. Rijkswaterstaat (RWS) heeft deze geul niet als formele maatregel in het KRW1programma aangemerkt. De instroom en bodemhoogte van de geul is geoptimaliseerd zodat deze vrijwel nooit droogvalt bij laagwater. Ook zijn diepere delen voor vissen in het ontwerp opgenomen. De geul mag echter conform de regels van RWS niet mee-stromen bij lager water dan de overeengekomen lage rivierstanden (OLR).

De bedoeling is niet duidelijk. Deze zin betreft een verschrijving in het MER.

In de eveneens verleende milieuvergunning voor het ontgronden en herinrichten is een geluidsnorm van maximaal 45, 35 en 30 dB(A) opgelegd in respectievelijk de dag-, avond en nachtperiode. Op basis van akoestisch onderzoek kan aan deze normen worden voldaan.

KDW: Kader Richtlijn Water. 14

Vragen Bestemmingsplan Willemspolder fase 1

Ook bij bestaande en nieuwe woningen aan de Van Riemsdijkstraat en de Dorpstraat is een norm van 45 dB(A) nodig. Is dit wenselijk voor woningen in een rustig dorp in het buitengebied? Hoe vaak zullen er controlegeluidsmetingen uitgevoerd gaan worden, zoals aangegeven op p. 114? Waarom is dit in de omgevingsvergunning vertaald naar ‘metingen alleen als er klachten zijn’? De optie van het stellen van hogere grenswaarden tot 50 dB(A) wordt geopperd. Is dit noodzakelijk? En hoe staat de gemeente hier tegenover als tijdens de uitvoering blijkt dat er meer geluidsruimte nodig is?

50.

51.

Milieueffectrapportage 29-12021 P 110

Bijlage 16 Bijlage 1 bij MER (Water)bodemkwaliteitskaart (inclusief PFAS) Willemspolder 1, P 16

GB

GB

110

16

Ook uit de tabel op p 106 blijkt immers dat de situatie wat betreft geluid te allen tijden slechter wordt dan het referentieniveau. Als het geluid op de meest nabijgelegen woningen al 45 dB(A) is, hoe reëel is het dan om te spreken van een recreatiegebied? Aangegeven is dat het gebied rondom de bedrijvigheid toegankelijk is voor recreanten, maar is het wel fijn vertoeven in de periode van 10 jaar als er van 7-19u, 6 dagen per week, geluid gemaakt wordt? Aangegeven wordt dat als WPF2 aansluitend gerealiseerd wordt, de westzijde van het gebied niet tijdelijk ingericht te worden. Wat wordt hiermee bedoeld? Waarom zou hier na realisatie van natuur weer opnieuw op die grenslocatie werkzaamheden moeten plaatvinden voor ontgronding van WPF2? Er wordt in het plan ook al aangegeven dat de verwachting is dat eerst de Gouverneurspolder aan bod komt en dan pas WPF2. Kan hier meer duidelijkheid over gegeven worden? Hier is aangegeven dat: ‘De PFAS-analyses hadden tot doel na te gaan of sprake is van afwijkende gehalten ten opzichte van de gehalten in de overige delen van het plangebied. Uit de analyseresultaten blijkt dat de PFASgehalten zowel in de bovengrond als in de ondergrond van

Controlegeluidsmetingen worden volgens paragraaf 2.9 van de aanvulling MER jaarlijks en evt. bij klachten uitgevoerd. Het bevoegd gezag kan ook controle metingen in het kader van toezicht en handhaving uitvoeren. Doordat de werkzaamheden lokaal worden uitgevoerd zijn er altijd plaatsen in het gebied beschikbaar waar verantwoord en genoeglijk gerecreëerd kan worden. In de praktijk van het recent uitgevoerde project Randwijckse Waarden in Heteren blijkt dit zonder problemen mogelijk is.

Indien Willemspolder fase 2 aansluitend wordt gerealiseerd hoeft geen tijdelijk talud te worden afgewerkt en kan het ontgrondingstalud worden doorgezet naar de volgende fase. In de jaren na de start van project Willemspolder fase 1 wordt pas een keuze voor de opvolgende fase gemaakt. Hierover kan op dit moment nog geen duidelijkheid worden gegeven. Ja, er is een milieu hygiënische verklaring nodig voor de toepassing op basis van het Besluit Bodemkwaliteit.

15 Vragen Bestemmingsplan Willemspolder fase 1

deze locaties in dezelfde range liggen als de gehalten in de boven- en ondergrond in de overige delen van het plangebied (zie bijlage 9). Omdat van deze locaties niet alle mengmonsters op PFAS zijn onderzocht, kan het verkennend waterbodemonderzoek niet als milieu hygiënische verklaring voor PFAS worden gebruikt. Met het oog hierop is besloten deze locaties op te nemen in de PFAS-bodemkwaliteitskaart.’

52.

Bijlage 16 Bijlage 1 bij MER (Water)bodem-kwaliteitskaart (inclusief PFAS) Willemspolder 1, P19

GB

19

In dit plan is toch geen sprake van het verondiepen van plassen? Wat wordt er bedoelt met een ‘kwetsbaar object’?

Bijlage 36 Aanvulling MER 10-62021

53.

Bijlage 36 Aanvulling MER 10-62021 P 9, 10, afbeelding 2 en 3

Is het niet noodzakelijk dat er een milieu hygiënische verklaring is? Hier wordt aangegeven dat voor het verondiepen van zandwinplassen wel PFAS toepassingswaarden zijn gesteld. Ook wordt er aangegeven dat een aanvullende voorwaarde is dat er in de nabijheid van de diepe plassen geen kwetsbaar object is.

GB

9, 10

Hier lijkt verondiepen in de toekomst toch niet uitgesloten te zijn: ‘Mocht het toepassen van grond of baggerspecie van buiten het gebied in de toekomst wel aan de orde zijn dan worden de milieugevolgen daarvan alsnog in beeld gebracht. Dekker zal in een voorkomend geval ook een transparant en zorgvuldig participatietraject met de omgeving doorlopen.’ Op meerdere plekken in het land zien we voorbeelden dat er eerst in het kader van natuurontwikkeling een gebied wordt ontgrond en dat later hetzelfde gebied wederom in het kader van natuurontwikkeling, weer wordt verondiept, zie zo ook de plas bij bijv. Hagestein. Is de natuur er niet meer bij gebaad om met rust gelaten te worden? Het bedrijfsterrein omvat ook de activiteit haven en onderwateropslag. In afbeelding 2 zijn deze weergegeven. De haven betreft 2,14 ha en aangegeven is dat de haven onderdeel uit maakt van de ontgronding. De omvang van

Het aanvullen van de delfstoffenwinning wordt in dit kader beschouwd als het verondiepen van een plas. Met een kwetsbaar object wordt bijvoorbeeld een waterwingebied bedoeld. Aanvullend verondiepen met materiaal van buiten het plangebied maakt geen onderdeel uit van het initiatief. Zie verder reactie bij vraag 31.

Het bedrijfsterrein Binnenwaard maakt geen onderdeel uit van het bestemmingsplan. Voor deze ontwikkeling worden tijdelijke omgevingsvergunningen verleend. 16

Vragen Bestemmingsplan Willemspolder fase 1

54.

Bijlage 36 Aanvulling MER 10-62021 P 24, 25

GB

55.

Bijlage 52 Geluidonderzoek ontgrondings- en herinrichtingsactiviteiten

GB

56.

Bijlage 52 Geluidonderzoek ontgrondings- en herinrichtingsactiviteiten

GB

57.

Bijlage 53 Stikstofdepositieonderzoek (februari 2022)

GB

24, 25

21

hetgeen dat behoort tot het bedrijfsterrein neemt hierdoor toe. Waarom is een haven noodzakelijk voor de ontgronding? Op andere locaties waar ontgrond wordt, wordt ook geen haven aangelegd. Hier wordt aangegeven dat een deel van de ontgraven klei via de weg buitendijks naar de naastgelegen steenfabriek wordt afgevoerd. Gaat het hier alleen om klei dat in dit gebied gewonnen wordt of vindt dit ook op deze wijze plaatst in het kader van de permanente activiteiten op het bedrijfsterrein? Verder wordt er gezegd dat het kleistrasport vanuit de Willemspolder verdeeld wordt over 6 jaar. Waarom 6 jaar en niet de gehele periode van ontgronding? Hier is aangegeven dat er reeds in 2012 en 2018 al afspraken zijn gemaakt tussen de gemeente en Dekker over de herontwikkeling van de uiterwaarden. Maar was de gemeente zich hier bewust van de plannen om er zwaardere bedrijfsactiviteiten (groter terrein en grotere bedrijvigheid) te laten starten op het terrein van de voormalige steenfabriek, waarbij het woon- en leefklimaat van ‘goed’ naar ‘acceptabel’ gaat? Hierin is aangegeven dat de rapportage alleen ziet op de ontgrondings- en herinrichtingsactiviteiten WPF1. De activiteiten op het bedrijfsterrein gaan alleen ook al van start.

Is er voor geluid rekening gehouden met cumulatie? Gesteld wordt dat: ‘er is vanwege intern salderen geen sprake van vergunningplicht en daarmee is er sprake van een inpasbare beoogde situatie in het kader van de Wnb.’ Maar kan je intern salderen met een activiteit waarvoor niet eerder een vergunning is afgegeven? En moet hiervoor niet sowieso een melding/vergunningaanvraag gedaan worden bij de provincie? Of een VVGB aangevraagd worden (bijv. positieve weigering)?

Er is geen haven benodigd voor het ontgronden en herinrichten van Willemspolder fase 1.

Het gaat hier alleen om klei die vrijkomt bij het ontgronden van Willemspolder fase 1. Er is geen relatie met het bedrijfsterrein Binnenwaard. Op basis van de grondstromenplanning van de initiatiefnemer kan de klei die geschikt is voor verwerking op steenfabriek Schipperswaard binnen een termijn van 6 jaar worden afgevoerd. De herontwikkeling van bedrijfsterrein binnenwaard maakt onderdeel uit van de afspraken. Deze herontwikkeling vindt oppervlakte neutraal en met een vergelijkbare milieubelasting plaats, ten opzichte van de huidige bestemming van het bedrijfsterrein. De impact op het woon- en leefklimaat is daarom vergelijkbaar. Ja, in het MER (bijlage 13, hoofdstuk 8) zijn de cumulatieve geluidseffecten ook in beeld gebracht. In de aangevraagde en inmiddels in ontwerp verleende vergunning Wet natuurbescherming is de omvorming van het areaal met bestemming agrarisch naar bestemming natuur betrokken in de interne saldering.

17 Vragen Bestemmingsplan Willemspolder fase 1

58.

Bijlage 54 - Eindverslag inspraak en vooroverleg (maart 2022), p 1

GB

1

59.

Bijlage 54 - Eindverslag inspraak en vooroverleg (maart 2022), P 2

GB

2

60.

Bijlage 54 - Eindverslag inspraak en vooroverleg (maart 2022), P 4

GB

4

61.

Bijlage 54 - Eindverslag inspraak en vooroverleg (maart 2022), P9

GB

9

62.

Bijlage 54 - Eindverslag inspraak en vooroverleg (maart 2022), P 9

GB

9

Hier is aangegeven dat na aanleiding van de inspraakreacties is de bedrijfsbestemming uit het bestemmingsplan gehaald. Welke reacties gaven deze aanleiding? De insprekers hebben en met name hun zorgen geuit ten gevolge van de voorgenomen permanente activiteiten op het bedrijfsterrein. De vragen hieromtrent worden nu niet beantwoord en stelselmatig wordt gezegd dat dit nu geen onderdeel meer is van dit bestemmingsplan. De MER en het beoogde eindresultaat is echter hetzelfde, of de procedures nou losgekoppeld worden of niet. De vragen/zorgen over deze eindsituatie zijn dan ook relevant. Op welke wijze worden deze opmerkingen meegenomen in het bestemmingsplan en bijbehorende vergunningen voor het bedrijfsterrein? Hieruit blijkt dat de initiatiefnemer bijna het hele plangebied in eigendom heeft. Heeft de initiatiefnemer inmiddels het hele plangebied in eigendom? Zo nee, is het missende deel aan de rand gelegen van het plangebied? Kan de uitvoering dan wel starten? Hier wordt door een inspreker aangegeven dat de bronsterkte van Yvonne 113-116 dB(A) betreft. Is dit juist? Kan dit de kwalificatie ‘fluisterstil’ dragen? In de beantwoording wordt hier namelijk geen antwoord op gegeven maar verwezen naar andere procedures. Toch zijn de mogelijke consequenties van een bestemmingsplanwijziging relevant voor de beoordeling van dit plan nu door de Raad.

Op een vraag van een inspreker over het afsluiten van de plassen voor invaart na de ontgronding, wordt aangegeven dat het bestemmingsplan hiervoor niet het aangewezen instrument is. Op welke wijze is dit wel te regelen en vast te leggen? Een inspreker die stelt dat ook de 6 ha zonnepark behoort bij het deel bedrijfsterrein. Hier wordt in de beantwoording geen reactie op gegeven. Wel is aangegeven in de stukken

De reactie van met name omwonenden was onder andere aanleiding om de bedrijfsbestemming uit het bestemmingsplan te halen. De vragen/zorgen over de tijdelijke bestemming van het bedrijfsbedrijf Binnenwaard worden meegenomen bij beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning voor tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan. De vragen/zorgen worden niet meegenomen in het kader van het bestemmingsplan, omdat het bedrijfsterrein Binnenwaard geen onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan.

Initiatiefnemer heeft inmiddels de beschikking over alle percelen in het plangebied.

Het bronniveau van de Yvonne betreft inderdaad 113 – 116 dB(A). Bij de beoordeling van het geluid van deze installatie is niet uitgegaan van kwalificaties maar van de uitkomsten van het akoestisch onderzoek.

Dit is een verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer als beheerder van het water.

Het zonneveld wordt aangelegd op de oostplas en maakt geen onderdeel uit van bedrijfsterrein Binnenwaard. Het drijvend zonneveld is een 18

Vragen Bestemmingsplan Willemspolder fase 1

63.

Bijlage 54 - Eindverslag inspraak en vooroverleg (maart 2022), P 17, 18, Zienswijzennota, P 7 en 8

GB

17, 18

7, 8

64.

Bijlage 54 - Eindverslag inspraak en vooroverleg (maart 2022), P 27

GB

27

dat de vrijkomende energie is bedoeld voor de bedrijfsactiviteiten te voorzien van groene stroom. Klopt het dat het zonnepark niet een tijdelijke activiteit betreft? Is het niet logisch dat dit behoort en moet worden gerekend tot de bedrijfsinrichting? Een inspreker geeft zijn zorgen weer over het wegvallen van het leefgebied, met name voor voedsel (de percelen die nu nog weiland zijn), voor de ganzen waardoor er een zorg is voor een toename van ganzen op de omliggende weilanden buiten het plangebied. De reactie beperkt zich hier tot het rustgebied van ganzen. Rustmogelijkheden wijzigen, maar zal geen negatief effect opleveren zo wordt er geantwoord, maar hoe zit dat met voedselgebied? Dit zal wel beperkt worden en is er inderdaad een risico dat dit zich gaat concentreren op weilanden buiten het plangebied? Ook de provincie concludeert dat het vervangende graskruidenvegetatie van een lager calorische waarde is dan de huidige agrarische weidepercelen. Ook in de zienswijzenota wordt dit aspect door indieners 3 en 4 aangehaald. Initiatiefnemer heeft aangegeven in overleg te willen met de aanpalende grondgebruikers.

Heeft dit overleg al plaatsgevonden of zijn daar al afspraken over gemaakt? Het Waterschap geeft aan dat er (in 2021) op een aantal aspecten nog afstemming plaats moet vinden en zolang dit niet heeft plaatsgevonden kan het Waterschap niet beoordelen of de waterhuishoudkundige effecten van het plan, aanvaardbaar worden geacht. Het gaat hier om het effect van de ontgronding op de primaire waterkering. Ook merkt het Waterschap op dat de ontgravingen deels weer worden verondiept. Ook noemt het Waterschap de effecten van extreem laagwatersituatie. Het Waterschap heeft op dat moment negatief geadviseerd op het plan. De reactie van het college is dat er verder geen nadere bepalingen opgenomen hoeven te worden in het bestemmingsplan.

permanente activiteit en wordt als zodanig geregeld in het bestemmingsplan.

Initiatiefnemer heeft regelmatig contacten met de grondgebruikers in het gebied, waarbij onder andere dit onderwerp wordt besproken. Natuurontwikkeling in de uiterwaarden is een gewenste ontwikkeling. Op basis van trendanalyses wordt eerder een stabilisatie of geringe afname van de populatie foeragerende ganzen verwacht. De planontwikkeling zal niet tot significante negatieve effecten op omliggende percelen leiden. Overigens bestaat de mogelijkheid tot schadebestrijding en vergoeding van faunaschade vanwege ganzen.

Er heeft overleg plaatsgevonden met het waterschap over de openstaande punten. Op basis van gemaakte afspraken is er in alle situaties sprake van aanvaardbare waterhuishoudkundige effecten. Alle aspecten en maatregelen zijn betrokken in de inmiddels verleende watervergunning.

19 Vragen Bestemmingsplan Willemspolder fase 1

65.

Aanpassingen-notitie 7-6-2022, P1

GB

1

66.

Aanpassingen-notitie 7-6-2022, P1

GB

1

67.

Zienswijzennota, P3

GB

3

Wij achten het echter voor de beoordeling wel noodzakelijk om een goed beeld te hebben van de gevolgen van een bestemmingsplan wijziging. Zijn deze aspecten besproken met het Waterschap? Op welke wijze worden de maatregelen die noodzakelijk zijn bij extreem laagwater wel vastgelegd? Artikel 12.1.4 luidde oorspronkelijk: ‘Burgemeester en wethouders zijn op grond van artikel 3.6, lid 1 onder a van de Wet op de ruimtelijke ordening bevoegd de in het plan opgenomen aanduiding Geluidzone - industrie op te heffen, onder de voorwaarde dat de bestemming zo wordt gewijzigd dat geen sprake is van gezoneerd industrieterrein.’ Bij de voorgestelde wijziging wordt er al van uitgegaan dat de bedrijvigheid daadwerkelijk wordt toegestaan voor de periode van 5 jaar. Mochten de bezwaren hiertegen gegrond zijn en de bedrijvigheid niet wordt toegestaan voor een periode van bijvoorbeeld 5 jaar, dan biedt het voorgestelde artikel niet meer de mogelijkheid om de geluidszone eerder dan 5 jaar, op te heffen toch? In het kader van de zonnepanelen is opgenomen dat Bouwwerken die ten dienste staan van het opwekken van duurzame energie, zijn toegestaan, mits (o.a.) een ecologische meerwaarde wordt gerealiseerd. Waar moeten we hierbij aan denken en hoe wordt dit getoetst?

Indieners zienswijzen 1 trekken de toepasselijkheid van de Crisis en herstelwet onder andere in twijfel omdat het aandeel duurzame energie slechts 6 ha betreft op een plan van 160 ha. Dit is nog geen 4% van het totaal. Hier wordt in de beantwoording van de zienswijzen niet op in gegaan.

Klopt.

De voorwaarde ‘ecologische meerwaarde’ is overgenomen uit de klimaatnota. Hierbij kan gedacht worden aan extensief beheer van graslanden. Door een extensief beheer zal verschraling optreden waardoor een kruidenrijk grasland zich kan gaan ontwikkelen. Dit levert een ecologische meerwaarde aan het landschap. Het kruidenrijke grasland biedt meer variatie en kansen voor insecten en vlinders om zich in dit gebied te vestigen. Dit zal getoetst worden bij de aanvraag omgevingsvergunning door de ODR. Het geldende bestemmingsplan (het bp ‘Buitengebied Dodewaard en Echteld’ van 30 mei 2013) maakt de aanleg van het zonnepark niet mogelijk. Daarom is het bestemmingsplan ‘Willemspolder fase 1’ een besluit dat vereist is om de aanleg van het zonnepark mogelijk 20

Vragen Bestemmingsplan Willemspolder fase 1

68.

69.

Zienswijzennota’, P3, 5

Zienswijzennota, P6

GB

GB

3, 5

6

Kan hier alsnog een reactie op gegeven worden?

te maken. Dit betekent dat de Crisis- en herstelwet op het bestemmingsplan van toepassing is. Dat het bestemmingsplan naast het zonnepark ook nog andere ontwikkelingen mogelijk maakt, doet aan de toepasselijkheid van de Crisis- en herstelwet niet af. Ook het gegeven dat voor de bouw van het zonnepark nog andere besluiten nodig zijn, kan niet afdoen aan de toepasselijkheid van de Crisis- en herstelwet. Overigens, mocht de Crisis- en herstelwet onverhoopt niet van toepassing zijn, dan heeft dat verder geen gevolgen voor de inhoud van het door de raad te nemen besluit over het bestemmingsplan. Wij delen de opvatting van de indieners dat de toepasselijkheid van de Crisis- en herstelwet in deze fase van de procedure voor hen nadelig is, daarom niet.

Aangegeven wordt dat de zienswijzen die betrekking hebben op de ontwikkelingen op het bedrijfsterrein buiten deze procedure vallen, maar wel meegenomen worden in de vergunningen rondom het bedrijfsterrein. Zijn alle zienswijzen die zich richten op het bedrijfsterrein automatisch meegenomen als bezwaren tegen de procedure voor de tijdelijke omgevingsvergunning? Of was het voor omwonenden noodzakelijk nogmaals actief hun bezwaren omtrent het bedrijfsterrein kenbaar te maken?

De bezwaren tegen de tijdelijke vergunning moeten opnieuw worden ingediend, omdat de procedure van het bestemmingsplan en tijdelijke vergunning niet gelijk op lopen.

Zienswijzen 2 en 5 zijn niet bijgevoegd omdat de conclusie is dat deze geen betrekking hebben op dit bestemmingsplan. Onduidelijk voor ons is waar deze zienswijzen wel betrekking op hebben. Zijn deze zienswijzen ambtshalve meegenomen in de (ontwerp)beschikkingen waar deze wel betrekking op hebben? Uit diverse bijlagen bij het plan volgt dat de haven onderdeel uitmaakt van het bedrijfsterrein, inclusief de onderwateropslag in dat deel. De aarden wallen worden gecreëerd om het geluid afkomstig van het (tijdelijke)

Deze zienswijzen hebben betrekking op de ontgrondingsvergunning. De zienswijze nota van de gecoördineerde ontwerpbesluiten wordt nog ter kennis name naar uw raad gestuurd. Het ontgronden en herinrichten van de Willemspolder fase 1 en de herontwikkeling van het bedrijfsterrein Binnenwaard zijn twee verschillende ontwikkelingen 21

Vragen Bestemmingsplan Willemspolder fase 1

70.

Zienswijzennota, P7

GB

7

71.

Zienswijzennota, P7

GB

7

72.

Zienswijzennota P7

GB

7

73.

Zienswijzennota, P9

GB

9

74.

Zienswijzennota, P9

GB

9

bedrijfsterrein tegen te houden en het zicht op het terrein te ontnemen. Dit maakt toch dat de haven en de aarden wallen behoren tot het bedrijfsterrein en geeft toch de onlosmakelijkheid weer? In de reactie wordt gesteld dat er geen haven wordt aangelegd terwijl in de bijlagen bij het plan wordt aangegeven dat in de fase van ontgronding begonnen wordt met het realiseren van de haven en daarbij het terrein van de voormalige steenfabriek wordt gebruikt voor depot van grond. Is de verwevenheid niet zodanig dat de onderdelen niet los van elkaar gezien en beoordeeld kunnen worden? De reactie op zienswijze ‘g’ is een kopie van de reactie op zienswijze ‘e’ en gaat daarmee niet in op de zienswijzen die onder ‘g’ zijn samengevat, maar staat onder ‘h’. Een reactie op zienswijze ‘j’ ontbreekt. Graag de nummering aanpassen en reactie op zienswijze ‘j’ alsnog toevoegen. Onder ‘h’ is aangegeven dat er mogelijk in de toekomst toch grond van buitenaf moet worden aangevoerd om het plan te kunnen realiseren. Betekent dit dat er in de toekomst sprake zal zijn van aanvoer van grond van buitenaf, bijv om de plassen te verondiepen? De beantwoording van zienswijze h (onder i) komt niet overeen met de toelichting over participatie bij de energiewinning. Daarin wordt uiteengezet hoeveel energie de bedrijfsactiviteiten nodig hebben en het resterende is voor participatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11803125/1