B - Bijlage 2 - Cultuurhistorische beschrijving
Tekst van het document
RAAP-RAPPORT 5981
Het beste van Neder-Betuwe
Cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Colofon Opdrachtgever: Gemeente Neder-Betuwe Titel: Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles Versie: 06-02-2023 Auteur: ir. L.J. Keunen, drs. C.J.B.P. Frank & drs. J. de Jong Projectcode: NECU2 Bestandsnaam: RAAPrap_5981_NECU2_20230206
ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: www.raap.nl
1380 GB Weesp
Monumenten Advies Bureau
Telefoon: 024-378 67 42
Bredestraat 1
E-mail: info@monumentenadviesbureau.nl
6542 SN Nijmegen
Website: www.monumentenadviesbureau.nl
© RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2023 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Samenvatting Op 27 januari 2022 stelde de gemeenteraad van Neder-Betuwe het nieuwe erfgoedbeleid van de gemeente Neder-Betuwe vast: Een rijke erfenis voor de toekomst. Erfgoedbeleid van de gemeente Neder-Betuwe. 1 Onderdeel van dit beleid is een bescherming van de belangrijkste erfgoedwaarden in de gemeente, op basis van toegespitste omschrijvingen waarin de aanwezige waarden worden benoemd en voor iedereen helder zijn. Het gaat enerzijds om gebieden waar belangrijke landschapswaarden, belangrijke gebouwde waarden of belangrijke stedenbouwkundige waarden aanwezig zijn, en anderzijds om gebieden waar zoveel van deze waarden bij elkaar komen, dat we kunnen spreken van ‘integrale ensembles’. Deze integrale ensembles hebben vooruitlopend op de planologische bescherming een plek in de Omgevingsvisie van Neder-Betuwe gekregen. 2 De basis voor de integrale ensembles zoals die zijn onderscheiden is gelegd in de inventarisatie en waardering in het kader van de cultuurhistorische waardenkaart van Neder -Betuwe. 3 Daarin zijn de landschappelijke eenheden begrensd, getypeerd en gewaardeerd, de landschapselementen getypeerd en gewaardeerd, de (steden)bouwkundige ensembles begrensd, getypeerd en gewaardeerd en de waardevolle bouwkunst getypeerd en gewaardeerd.
Dit document bevat voor de integrale ensembles gedetailleerde beschrijvingen van de aanwezige ruimtelijke cultuurhistorische waarden. Bij het opstellen van de beschrijvingen is gebruik gemaakt van zowel de beschrijvingen in het toelichtende rapport op de cultuurhistorische waardenkaart als de bestaande redengevende omschrijving van de Boveneindsestraat. De bijbehorende waardenkaarten geven een overzicht van de waarden die in het gebied aanwezig zijn. Daarbij moet steeds rekening gehouden worden met het feit dat de terreinen niet in detail bezocht en gekarteerd zijn, met name op de achtererven. Het aangeduide groen, vooral ten aanzien van solitaire bomen, is daarom mogelijk niet uitputtend.
1
Keunen e.a. 2021b https://www.omgevingsvisienederbetuwe.nl/omgevingsvisie -nederbetuwe/home 3 Keunen e.a. 2021a 2
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[3]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 5 1.2 Beschrijvingen ..................................................................................................................................... 5 1.3 Leeswijzer ........................................................................................................................................... 5
2 Integrale ensembles ......................................................................................................................... 6 2.1 Inleiding .............................................................................................................................................. 6 2.2 Rijnbandijk – Boveneindsestraat ........................................................................................................... 7 2.3 De Spees – Rijnbandijk – Opheusdens Veer ........................................................................................ 31 2.4 Dijkzone Dodewaard & Hien ............................................................................................................... 55 2.5 Echteld .............................................................................................................................................. 75 2.6 Advies voor toetsing ........................................................................................................................... 88
Literatuur .......................................................................................................................................... 90 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ..................................................................... 92
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[4]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
1 Inleiding 1.1 Kader Op 27 januari 2022 stelde de gemeenteraad van Neder-Betuwe het nieuwe erfgoedbeleid van de gemeente Neder-Betuwe vast: Een rijke erfenis voor de toekomst. Erfgoedbeleid van de gemeente Neder-Betuwe. 4 Onderdeel van dit beleid is een bescherming van de belangrijkste erfgoedwaarden in de gemeente, op basis van toegespitste omschrijvingen waarin de aanwezige waarden worden benoemd en voor iedereen helder zijn. Het gaat enerzijds om gebieden waar belangrijke landschapswaarden, belangrijke gebouwde waarden of belangrijke stedenbouwkundige waarden aanwezig zijn, en anderzijds om gebieden waar zoveel van deze waarden bij elkaar komen, dat we kunnen spreken van ‘integrale ensembles’. Deze integrale ensembles hebben vooruitlopend op de planologische bescherming een plek in de Omgevingsvisie van Neder-Betuwe gekregen. 5
1.2 Beschrijvingen De basis voor de integrale ensembles zoals die zijn onderscheiden is gelegd in de inventarisatie en waardering in het kader van de cultuurhistorische waardenkaart van Neder -Betuwe. 6 Daarin zijn de landschappelijke eenheden begrensd, getypeerd en gewaardeerd, de landschapselementen getypeerd en gewaardeerd, de (steden)bouwkundige ensembles begrensd, getypeerd en gewaardeerd en de waardevolle bouwkunst getypeerd en gewaardeerd. Dit document bevat voor de integrale ensembles gedetailleerde beschrijvingen van de aanwezige ruimtelijke cultuurhistorische waarden. Bij het opstellen van de beschrijvingen is gebruik gemaakt van zowel de beschrijvingen in het toelichtende rapport op de cultuurhistorische waardenkaart als de bestaande redengevende omschrijving van de Boveneindsestraat. De bijbehorende waardenkaarten geven een overzicht van de waarden die in het gebied aanwezig zijn. Daarbij moet steeds rekening gehouden worden met het feit dat de terreinen niet in detail bezocht en gekarteerd zijn, met name op de achtererven. Het aangeduide groen, vooral ten aanzien van solitaire bomen, is daarom mogelijk niet uitputtend.
1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat uitgebreide beschrijvingen over de vier integrale ensembles die in de gemeente Neder-Betuwe in het kader van de cultuurhistorische waardenkaart zijn gedefinieerd. Op basis hiervan is ook bepaald welke kenmerken, structuren en objecten in de ensembles van waarde zijn en bijdragen aan de cultuurhistorische betekenis van de gebieden.
Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische en historische perioden.
4
Keunen e.a. 2021b https://www.omgevingsvisienederbetuwe.nl/omgevingsvisie -nederbetuwe/home 6 Keunen e.a. 2021a 5
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[5]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
2 Integrale ensembles 2.1 Inleiding Onder ‘integrale ensembles’ verstaan we gebieden die vanuit meerdere cultuurhistorische (deel)disciplines een hoge waarde toegedicht gekregen hebben. Concreet gaat het in deze gevallen om historisch landschap, historische bouwkunst en/of historische stedenbouw. De waarde schuilt vaak in de combinatie van de verschillende aspecten, die op elkaar inwerken. Bij elk integraal ensemble hoort een inventarisatiekaart. Die bevat de fysiek aanwezige elementen zoals die in algemene zin in de beschrijvingen worden genoemd. Omdat er vaak specifieke gebiedskenmerken zijn ingetekend, hebben we de cultuurlandschapstypering van de cultuurhistorische waardenkaart als ondergrond van deze integrale-ensemblekaarten weggelaten. Daarnaast wordt in de tekst nog aandacht besteed aan landgebruik en gebiedskenmerken, die soms lastiger in een kaartbeeld te vangen zijn. De combinatie van beide bepaalt de waardevolle kwaliteiten van elk integraal ensemble. De waarde van een integraal ensemble wordt dus bepaald op bas is van kenmerken en aanwezige objecten en structuren. Ook objecten en structuren die op zichzelf een wat lagere waardering hebben gekregen op de cultuurhistorische waardenkaart (of daar zelfs ontbreken), kunnen binnen de context van een integraal ensemble van belang zijn en in die context bescherming verdienen.
In die zin gaat de gedetailleerdere studie in dit kader verder de diepte in en is vollediger, en daarom bij het bepalen van beschermenswaardige karakteristieken meer leidend dan de cultuurhistorische waardenkaart.
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[6]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
2.2 Rijnbandijk – Boveneindsestraat 2.2.1
Ligging en begrenzing
Figuur 1. Contour van het integraal ensemble ‘Rijnbandijk – Boveneindsestraat’.
Het integraal ensemble ‘Rijnbandijk – Boveneindsestraat’ omvat een zone langs de Rijnbandijk van de N233/Cuneraweg in het westen tot en met het erf De Poel in het oosten, net voorbij het punt waar de Boveneindsestraat en de Rijnbandijk bij elkaar komen. In het westen is de zone als gevolg van de uitbreiding van de bebouwde kom van Kesteren relatief smal, maar omvat naast de dijkzone wel de historische kern van Kesteren rond de Kerkstraat. Ten oosten van de Hoofdstraat – Spoorstraat bevat het integraal ensemble het deel van het gebied ten noorden van de Rijnbandijk (deels tot aan de Oude Rijn, deels tot aan de Ambtseweg), het gebied tussen Rijnbandijk en Boveneindsestraat en het gebied tussen Boveneindsestraat en het bedrijventerrein ’t Panhuis.
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[7]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
2.2.2
Ondergrond
Het integrale ensemble ligt op een stroomrug van de Rijn. De Rijn, die in de geschiedenis meermalen zijn loop verlegde, zette grove deeltjes in zijn eigen bedding af, en bracht via overstromingen bovendien kleideeltjes op de aangrenzende oevers: de zogenaamd e oeverwallen. De volledige stroomrug functioneerde als de ‘stroom gordel van Herveld’ tussen 4.755-2.200 jaar geleden; het noordelijk deel is tevens gevormd als de ‘stroomgordel van Mars-Oude Rijn’ tussen 5.595326 jaar geleden. 7 Geomorfologisch bestaat het gebied uit een stroomrug (code Geomorfologische Kaart van Nederland: 3B44). Langs de noordrand van het gebied loopt een oude restgeul (code Geomorfologische Kaart van Nederland: 22R43). Op deze restgeul takken zowel vanuit het noorden als het zuiden enkele kronkelwaardgeulen aan (code Geomorfologische Kaart van Nederland: 23R45) , waarlangs kronkelwaardruggen liggen (code Geomorfologische Kaart van Nederland: 3B46) . Aan de zuidrand van het ensemble ligt de overgang van de stroomrug naar vlakkere stroomrug glooiingen (code Geomorfologische Kaart van Nederland: 3H43). De stroomrug van de Rijn bestaat uit zogenaamde ooivaaggronden: kleigronden zonder duidelijke profielopbouw en zonder roest - en grijze vlekken in het profiel (bodemcodes Rd10A en Rd90A).
2.2.3
Historische ontwikkeling
Waterstaat en bewoning Het dorp Kesteren is in aanleg een vroegmiddeleeuwse structuur. Een oorkonde uit omstreeks 850 maakt melding van onroerend goed in de villa Castra dat door Balderik aan het klooster Lorsch werd geschonken. 8 Het is aannemelijk dat er toen op de stroomrug al sprake was van een bewoningsconcentratie, die vermoedelijk zonder dijk - of kadestructuren droge voeten hield doordat het water nog vrij de rivierkom in kon stromen. In de late middeleeuwen kon het dorp als bewoningsconcentratie zich verder verdichten. Tegelijk werden in verband met de bevolkingsgroei de oeverwallen ontginnen en systematisch verkaveld. Wanneer de hoofdloop van de Rijn zich van de huidige Oude Rijn langs Kesteren naar de bestaande Rijnloop verplaatste is niet helemaal duidelijk. Cohen gaat uit van rivieractiviteit ten zuiden van de Rijnbandijk tot 2.200 jaar geleden en van het systeem van de Oude Rijn tot 326 jaar geleden. Aangezien hij de rivieractiviteit in de huidige stroomgordel al 2.500 jaar geleden laat beginnen, moeten beide stromen lange tijd naast elkaar bestaan hebben. De huidige bandijk werd op een nog onbekend moment vóór 1327 aangelegd langs de zuidoever van de Oude Rijn. Het gebied noordeli jk van de Oude Rijn, Lede en Oudewaard en de Marspolder, vormde tot 1953 een zelfstandige waterstaatkundige eenheid buiten de Neder-Betuwe.
9 Dat een polder vóór de bandijk geen garantie op het voorkomen van rampen was, blijkt wel uit het feit dat ten oosten van het dorp ook nu nog twee grote doorbraakkolken te vinden zijn. De Rijnbandijk vormde daarmee de noordgrens van de Neder -Betuwe. Dat was niet alleen een waterstaatkundige grens, maar ook een bestuurlijke: Neder -Betuwe was bij de geleidelijke ontwikkeling van Gelre als graafschap en later hertogdom een richterambt geworden, onderverdeeld in vier
7
Cohen 2012 De Beaufort e.a. 1968: 295 9 Regionaal Archief Rivierenland, 1044 Archief v an de Dorps- en buitenpolders in de Neder-Betuwe, 1525-1971, inleiding 8
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[8]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
schoutambten. 10 Lede en Oudewaard daarentegen was een Stichtse heerlijkheid en tot in de 14e eeuw een leen van de Paulusabdij in Utrecht. 11 Het dorp Kesteren kon zich door de bijzondere landschappelijke situatie zowel binnen - als buiten de Rijnbandijk ontwikkelen. De kerk met woonbebouwing lag ‘binnendijks’, het resterende deel van het dorp ‘buitendijks’, tussen de Rijnbandijk en de Oude Rijn (die de grens met Lede en Oudewaard vormde). Het dorp als geheel was langgerekt en stond haaks op de dijk, en lag rond een brinkachtige structuur die zelf buiten de Rijnbandijk gesitueerd was.
Figuur 2. Kaart van de afwatering van de polder buiten de Rijnbandijk, 1610. Het noorden is beneden. Linksboven zien we de kerk van Kesteren tegen de bandijk (bron: Gelders Archief, 0124 Hof van Gelre en Zutphen, inventarisnummer 5040).
In het dorp bevonden zich boerderijen, maar ook huizen van de lokale bovenlaag, zoals in 1832 van burgemeester Cornelis van Riemsdijk van Ochten, van het ambtsbestuur en van kleine ambachtslieden, zoals de naaister Anne Geertrui Muller. Het in oorsprong zeker laatmiddeleeuwse nederzettingslint strekte zich vanuit het dorp voornamelijk naar het oosten uit, langs de Rijnbandijk en langs de Boveneindsestraat. Hier woonden in de 19e eeuw zowel landbouwers als arbeiders en winkeliers. Langs de Rijnbandijk westelijk van het dorp stonden in de vroege 19e eeuw nauwelijks huizen.
10 11
Regionaal Archief Rivierenland, 1044 Archief v an de Dorps- en buitenpolders in de Neder-Betuwe, 1525-1971, inleiding De Beaufort e.a. 1968: 296
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[9]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Figuur 3. Detail uit een kaart uit 1552, met linksonder de kern van Kesteren, toen al aan twee zijden van de dijk. Het noorden is boven (bron: Gelders Archief, 012 4 Hof van Gelre en Zutphen, inventarisnummer 4926).
Na de Tweede Wereldoorlog begon een proces van versnelde verstedelijking in Kesteren. De aanleg van de Rijnbrug voor wegverkeer leidde tot een veel intensiever gebruik van de Hoofdstraat, die tot de aanleg van de Cuneraweg de hoofdverbinding naar het zuiden zou blijven. Daarvoor werd het wegprofiel ook sterk verbreed. Na de aanleg van de Cuneraweg verdween weliswaar deze doorgaande functie, maar bleef het kruispunt – later rotonde – Hoofdstraat-Spoorstraat een belangrijke schakel door de eerder al aangelegde Betuwestraatweg. Dat leidde tot een belangrijke en blijvende ruimtelijke knip in de Rijnbandijk. Tegelijk breidde het dorp Kesteren zich in westelijke richting uit, eerst door de aanleg van kleine woonstraten (Van der Zandestraat), vervolgens kleine buurtjes (Gerard Doustraat e.o.) en daarna met steeds grotere wijken, zoals de Mesdagstraat e.o. en de Craaienhof e.o. De Rijnbandijk bleef hierbij als een grote ader door de kern bewaard, maar verloor zowel binnen- als buitendijks zijn landelijke context.
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[10]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Aan de overzijde van de Cuneraweg gaat de Rijnbandijk in westelijke richting verder, waar hij bij Bontemorgen op de Marsdijk aansluit. In het oostelijk deel zijn drie aspecten van belang, namelijk allereerst de nieuwvestiging van bedrijven langs de zuidzijde van de Boveneindsestraat, de modernisering van de agrarische erven tussen Rijnbandijk en Boveneindsestraat en tot slot de invloed die de ontwikkeling van bedrijventerrein ’t Panhuis (gestart met enke le fabrieken nabij het station vóór 1966) op het landschap gehad heeft.
Figuur 4. De Oude Rijn ligt deels direct naast de Rijnbandijk (foto: RAAP, 22 september 2022).
Agrarisch cultuurlandschap Het kadastraal minuutplan uit 1832 geeft een waardevol beeld van de verkaveling en het landgebruik op dat moment. Die situatie geeft inzicht in de genese van de eeuwen ervoor. De stroomrug kende een strokenverkaveling, opgespannen tussen de Broekdijk en Oude Broekdijk in het zuiden en de Boveneindsestraat en Benedeneindsestraat in het noorden. Tussen de Boveneindsestraat en Benedeneindsestraat in het zuiden en de Rijnbandijk in het noorden was ook sprake van strookkavels, maar deze waren naast (vanzelfsprekend) korter ook breder dan de lange kavels in het zuiden. In deze zone lag in 1832 het merendeel van de bewoning langs zowel de Boveneindsestraat als de Rijnbandijk. De verkaveling direct rond het dorp was onregelmatiger van karakter. Buiten de Rijnbandijk was sprake van deels langgerekte kavels parallel aan de dijk en deels van blokvormige kavels. Het verschil is duidelijk: de omgeving van het dorp is organisch gegroeid, terwijl op de stroomrug sprake moet zijn
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[11]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
geweest van een systematische en geplande uitleg. De bewoningszone tussen Bovene indsestraat en Rijnbandijk neemt daarin een middenpositie in.
Figuur 5. De zone tussen de Rijnbandijk (onder) en de Oude Rijn (midden), met de erven aan de zuidzijde van de bandijk, en knotwilgen langs de Oude Rijn, 1552. Het noo rden is boven (bron: Gelders Archief, 0124 Hof van Gelre en Zutphen, inventarisnummer 4926).
Een groot deel van de strookkavels op de stroomrug werd in 1832 als bouwland gebruikt. Rondom het dorp en bij de erven tussen dijk en Boveneindsestraat lagen voora l (hoogstam)boomgaarden, waarvan een deel in 1832 uitliep in de strookkavels op de stroomrug. In de laagte langs de Oude Rijn werd het land vooral als weiland gebruikt, en plaatselijk lag langs de Oude Rijn en bij de kolken wilgenbos. Tot ver in de 20e eeuw bleef het 18e- en 19e-eeuwse landschapsbeeld van boomgaarden rond het dorp, tussen Rijnbandijk en Boveneindsestraat en hier en daar op de oeverwallen bestaan. In 1906 werden de eerste twee boerderijen ten zuiden van de Boveneindsestraat gebouwd, Bovenein dsestraat 20 en 22. Met de groei van de intensievere fruitteelt veranderde dit rond de Tweede Wereldoorlog, in ieder geval vóór 1958. Op dat moment was de oeverwal tot de spoorlijn en zelfs daarover in gebruik als boomgaard met grasland daaronder, hier en daar nog slechts een perceeltje akkerland. Rond de laatste eeuwwisseling volgde de omvorming van de relatief kleinschalige kavels met boomgaarden naar de laagstamteelt op grote samengevoegde percelen. Als gevolg van de opschaling van de bedrijven betekende dit voor een enkel erf, zoals Boveneindsestraat 22 en Rijnbandijk 46a, de schaalvergroting van bedrijfsgebouwen op het erf.
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[12]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Figuur 6. Het integraal ensemble ‘Rijnbandijk – Boveneindsestraat’ in 1832 (bron: HisGIS Gelderland).
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[13]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Figuur 7. Kaartbeelden van ensemble 1, 1850-heden.
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[14]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
2.2.4
Huidige landschapskarakteristiek
Waterstaat De belangrijkste waterstaatkundige structuur in het gebied is de hoge, smalle Rijnbandijk die het ensemble van zuidwest naar noordoost doorsnijdt. Alhoewel het tracé van de dijk door de verhoogde ligging van de Hoofdstraat nabij de rotonde met de Spoorstraat-Betuwestraatweg wat vertroebelt is, is de dijk nog over zijn volledige lengte aanwezig.
Figuur 8. De eendenvijver in de dorpskern van Kesteren, mogelijk een oude doorbraakkolk (foto: RAAP, 22 september 2022).
Nauw verbonden met de dijk zijn de twee doorbraakkolken tegen de Rijnbandijk, ter hoogte van Rijnbandijk 52 (buitendijks) en Rijnbandijk 159 (binnendijks). Beide doorbraakkolken zouden uit 1595 dateren. Over de oorsprong van de eendenvijver in Kesteren als doorbraakkolk is niet veel bekend. Het kadastraal minuutplan uit 1832 laat hier een ‘leeg’ dorpsplein zien, de Topografisch -Militaire Kaart uit 1850 geeft de vijver wél weer. Het is op basis van landschappelijke gronden, zoals de bocht in de bandijk, wel aannemelijk dat het hier om een oude doorbraakkolk gaat. Het derde cruciale onderdeel van de waterstaatskundige ontwikkeling is de Oude Rijn, de oude grens van het ambt Neder-Betuwe én van het hertogdom Gelre. Alleen het nog in landelijk gebied liggende deel ten oosten van de Hoofdstraat is – als brede, gebogen waterloop - onderdeel van het ensemble; het westelijke deel is onder meer door de bou w van het Van Lodenstein College aangetast.
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[15]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Tot slot ligt langs de zuidzijde van het ensemble nog een historische waterloop, die ten westen van de Spoorstraat – buiten het ensemble – in de Schenkhofstraat zijn historische vervolg weerspiegelt ziet. Verder liggen er enkele structuurbepalende, kavelscheidende sloten in het oostelijke deel van het ensemble.
Figuur 9. Een doorbraakkolk langs de Rijnbandijk (foto: RAAP, 22 september 2022).
Infrastructuur Belangrijke cultuurhistorisch waardevolle hoofdstructuren van de infrastructuur zijn de licht slingerende Boveneindsestraat als parallelle route achter de bandijk , de Hogeveldseweg als haakse weg daarop, de Ambtsweg als aftakking van de bandijk, en in het dorp de Kerkstraat – Dorpsplein – Achterdorp, de Hoofdstraat en het Dorpsplein tussen die twee routes. De Boveneindsestraat ligt iets hoger dan de omgeving en heeft soms aan één of beide zijden een greppel of bermsloot. De Hogeveldseweg is een smalle landweg, aan één zijde met bomen beplant, die de verbinding met de Tielsestraat vormde en vormt. Het Dorpsplein is nog herkenbaar aan de rooilijnen van de omliggende gebouwen, de merendeels groene en relatief open inrichting en de oude eendenvijver (zie hiervoor) in de hoek van de bandijk. Op het plein staan meerdere markante bomen, waaronder een herdenkingsboom met hek. De Boveneindsestraat en de Kerkstraat – Dorpsplein – Achterdorp kennen nog een relatief smal, traditioneel profiel. De Hoofdstraat daarentegen is na de Tweede Wereldoorlog als hoofdroute door het dorp verbreed en in capaciteit opgeschaald.
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[16]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
De meeste wegen zijn smal en hebben een asfaltverharding. In de bermen komt ook halfverharding voor. De bermen vormen een geleidelijke overgang naar de erven, en kennen hier en daar grepp els of bermsloten.
Figuur 10. Eén van beide afwegen ten noorden van de Rijnbandijk, met op de achtergrond het panorama op de Grebbeberg (foto: RAAP, 22 september 2022).
Grondgebruik en verkaveling De gebieden ten westen en ten oosten van de Hoofdstraat hebben een sterk van elkaar verschillend grondgebruik. In het westen is de bebouwing door de ontwikkeling van de kern Kesteren toegenomen en zijn de omliggende percelen als (sier)tuin in gebruik genomen of gebleven. De Rijnbandijk h eeft hier zijn historisch karakter behouden, maar is in een bebouwde omgeving komen te liggen. In het oosten is tussen Rijnbandijk en Boveneindsestraat sprake van een kleinschalig beeld van erven met bijgebouwen, tuinen en relicten van boomgaarden en een i n beplanting opgenomen doorbraakkolk. De erven worden hier afgewisseld met kleine weiden, soms met beplanting van (hoogstam)fruitbomen. Noordelijk van de Rijnbandijk is sprake van boomteelt tegen de Hoofdstraat en fruitteelt verder oostelijk, terwijl zuidelijk van de Boveneindsestraat – met uitzondering van een terrein nabij De Peel en percelen nabij de Hogeveldseweg – het gebied voor grootschalige fruitteelt gebruikt wordt. Het gebied wordt nog steeds gekenmerkt door zijn historische strokenverkaveling. Vo oral tussen Rijnbandijk en Boveneindsestraat, en in mindere mate ten zuiden van de Boveneindsestraat, is dit nog herkenbaar.
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[17]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Figuur 11. Kavelgrenzen haaks op de Rijnbandijk en Boveneindsestraat zijn relicten van de strokenverkaveling die dit gebied kenmerkte (foto: RAAP, 22 september 2022).
Opgaand groen (langs wegen, op kavelgrenzen, op erven) Van substantiële wegbeplanting is in dit ensemble geen sprake. Deze is vooral gerelateerd aan erven en huispercelen (boomgaardjes, lei- en andere erfbomen, erfrandbeplanting), aan de aanwezige kolken en vijvers en aan de openbare ruimte van het Dorpsplein. Van historische kavelrandbeplanting is zeer beperkt sprake.
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[18]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Figuur 12. Markante boomgroep aan de Rijnbandijk in de naoorlogse uitbreiding van Kesteren (foto: RAAP, 22 september 2022).
Reliëf De meest markante historisch waardevolle reliëfelementen in het gebied zijn de doorbraakkolken en de eendenvijver, de laagte van de Oude Rijn en de hoge, steile Rijnbandijk. Langs de doorbraakkolk direct oostelijk van de Hoofdstraat zijn enkele kleine perceeltjes met rabatstructuren aanwezig. Het reliëf van de grote agrarisch gebruikte percelen ten noorden van de Rijnbandijk en ten zuiden van de Boveneindsestraat lijkt nog gaaf te zijn. Onder een aantal erven liggen woerden: oude, opgehoogde woonheuvels. Deze werden aangelegd om in een onbedijkt landschap droge voeten te houden, zelfs op de stroomruggen. Landschapsbeeld (openheid, doorzichten, landmarks, panorama’s , etc.) Ten westen van de Hoofdstraat gaat het landschapsbeeld vooral over de ‘kleine doorzichten’. Het langste doorzicht is daar het zicht over de lengterichting van de Rijnbandijk , hier en daar geflankeerd door oude individuele bomen. In het dorp zijn de doorzichten veel beperkter, en ligt de essentie meer bij de beleving van het Dorpsplein als groene en onbebouwde ruimte tussen de flankerende huizen. Aan het zuidelijke uiteinde van dit Dorpsplein, over de dijk, staat het belangrijkste landmark van het ensemble: de oude kerk van Kesteren.
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[19]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
In het oosten van het ensemble, oostelijk van de Hoofdstraat, gaat het om vergezichten vanaf de Rijnbandijk, die hier door het landschap slingert en waarbij in eerste instantie nog aan beide zijden, maar later alleen aan de zuidzijde bebouwing voorkomt. Vooral in het westen zijn de vergezichten beperkter door de erven en de beplanting rond de kolken, maar in het oosten van het oostelijk deel is het landschap rondom de dijk opener. Naar het noorden bestaat, over de fruitboo mgaarden heen, een ongehinderd zicht op Rhenen en de Grebbeberg, terwijl naar het zuiden het uitzicht afwisselend vergezichten en zicht op (achter)erven laat zien. Van een clustering van bebouwing is hier nauwelijks sprake. Alleen bij de uitmonding van de Boveneindsestraat op de Rijnbandijk worden vergezichten naar het zuiden gehinderd door een cluster van meerdere erven.
Figuur 13. Ter hoogte van de doorbraakkolken zijn de kleine doorzichten op Rhenen en de Grebbeberg heel markant, zoals hier vanaf de Rijnbandijk op de Cuneratoren in Rhenen (foto: RAAP, 22 september 2022).
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[20]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Figuur 14. Verder oostelijk wordt het landschap opener en is het brede panorama op de Grebbeberg over de laagstamboomgaarden niet te missen (foto: RAAP, 22 september 2022).
2.2.5
Bebouwingskarakteristiek
Stedenbouwkundige structuur Het dorp Kesteren heeft een langgerekte structuur die samenhangt met de aanleg van wegen en de stichting van agrarische erven op de relatief hooggelegen oe verwallen. Min of meer parallel aan de Rijnbandijk ligt een doorlopende wegstructuur met een relatief open bebouwingspatroon. Het gaat daarbij om de bebouwingslinten Boveneindsestraat en Nedereindsestraat, die zich van oudsher kenmerken door de aanwezigheid van boerderijen die veelal staan op kunstmatige verhogingen (‘woerden’). De naamgeving van beide wegen houdt verband met de ligging ten opzichte van de historische dorpskern. Door verdichting van het bebouwingslint en omliggende dorpsuitbreidingen is met name het ruimtelijk beeld van de Nedereindsestraat vanaf het derde kwart van de 20 e eeuw ingrijpend veranderd. De historisch-stedenbouwkundige karakteristieken van de Boveneindsestraat zijn daarentegen gaaf bewaard gebleven. De oude kern wordt gemarkeerd door de in oorsprong middeleeuwse dorpskerk, waarvan de toren behouden bleef, en enkele aan de bandijk grenzende voormalige boerderijen. De Kerkstraat en Achterdorp maken onderdeel uit van de stedenbouwkundige structuur van de historische dorpskern van Kesteren. Het stratenpatroon van het dorp kenmerkt zich door enkele korte en gebogen dwarswegen die de verbinding vormen tussen de Rijnbandijk en Boveneindsestraat -Nedereindsestraat.
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[21]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Figuur 15. De beeldbepalende dorpskerk van Kesteren (foto: RAAP, 22 september 2022).
Ten noorden van deze dijk ligt het Dorpsplein. Rondom dit plein bevond zich aan het begin van de 19 e eeuw al een kleinschalige bebouwingsconcentratie. Binnen het integraal ensemble ‘Rijnbandijk – Boveneindsestraat’ vormt dit plein met aangelegen bebouwing een belangrijk onderdeel van de historische nederzettingsstructuur. Vanaf het Dorpsplein liepen de A chterdorp en Rhenenseweg in het verleden richting het kasteel Huis Ter Lede. De Hoofdstraat vormt samen met het trac é van de voormalige spoorlijn Nijmegen-Rhenen (Spoorstraat) een korte onderbreking binnen het integraal ensemble ‘Rijnbandijk – Boveneindsestraat’.
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[22]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Figuur 16. De zuidoostelijke rand van het Dorpsplein, met rechts van het pad de herdenkingsboom met hek (foto: RAAP, 22 september 2022).
Architectuur Kenmerkend voor de bebouwingskarakteristiek zijn de op vrije erven geb ouwde woningen en boerderijen, die naar uitwendige kenmerken merendeels dateren uit de 18e en 19e eeuw. De bebouwing is traditioneel van karakter en varieert in omvang. Het bebouwingsbeeld van het het integraal ensemble wordt in belangrijke mate bepaald do or T-boerderijen met een tweelaags voorhuis, groot bedrijfsgedeelte en diverse schuren op het erf. Een deel van de boerderijen heeft een kap met rietdekking. Bij enkele boerderijen is het schilddak van het voorhuis voorzien van pannen, terwijl de deel een rietgedekt dak met wolfseinde heeft. Schild - en zadeldaken van de T-boerderijen worden bekroond door hoekschoorstenen. Verschillende boerderijen hebben een lijstgevel of gesneden versieringen aan de daklijst. Bij een deel van de bebouwing ontbreekt een dak goot. Sommige boerderijen hebben entreepartijen met hoofdgestel en consoles. Boven voordeuren komt een gietijzeren levensboom in het bovenlicht voor. De voorhuizen van enkele T -boerderijen hebben gemetselde of gestucte gevels, al dan niet met (hoek)lisenen of vlechtingen. In de achtergevels bevinden zich veelal flauw getoogde inrijpoorten, zijpoortjes en hooivensters. Verschillende panden bezitten nog vensters met schuiframen en luiken.
Naast forse T-boerderijen komen in het beschermd dorpsgezicht ook kleinere hallehuisboerderijen en woonhuizen van één bouwlaag met een kap voor. Over het algemeen heeft deze bebouwing een eenvoudig en sober karakter. Langs de
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[23]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Boveneindsestraat en Rijnbandijk staan enkele panden uit het begin van de 20e eeuw die zijn voorzien van een mansardedak.
Figuur 17. Eén van de kenmerkende T-boerderijen (foto: RAAP, 22 september 2022).
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[24]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Figuur 18. Een beeldondersteunende woning met mansardedak aan de Boveneindsestraat (foto: RAAP, 22 september 2022).
Met name langs het noordelijk deel van het beschermd dorpsgezicht staat de bebouwing lager tegen of nabij de dijk, waardoor dijkstoepen een kenmerkend onderdeel uitmaken van het ruimtelijk beeld. Waardevolle bebouwing In onderstaande tabel is de waardevolle bebouwing opgenomen die voorkomt binnen het integraal ensemble ‘Rijnbandijk – Boveneindsestraat’.
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[25]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Waardevolle bebouwing
Rijnbandijk - Boveneindsestraat
Rijksmonumenten Boveneindsestraat 15
Boerderij De Hoorn
T-boerderij
Kerkstraat 4-6
Hervormde kerk
Inventaris deels beschermd
Kerkstraat 6
Toren Hervormde kerk Kesteren
Bakstenen kerktoren
Rijnbandijk 151
Landhuis De Poel
Tweelaags pand met schilddak
Gemeentelijke monumenten Achterdorp 3
Woonhuis
Dorpswoning met aangebouwde schuur
Boveneindsestraat 5
Boerderij
Boveneindsestraat 7
Boerderij
T-boerderij
Boveneindsestraat 14
Boerderij
T-boerderij
Boveneindsestraat 1818a
Boerderij De Hucht
T-boerderij
Boveneindsestraat 18b
Woonschuur bij De Hucht
Hallehuisvorm
Boveneindsestraat 20
Boerderij De Hazenhof
T-boerderij
Boveneindsestraat 22
Boerderij
T-boerderij
Boveneindsestraat 25
Boerderij De Oude Park
T-boerderij
Boveneindsestraat 27
Schuur bij De Oude Park
Dorpsplein 3
De Maat
Villa
Dorpsplein 4
Voorhuis boerderij
Voorhuis T-boerderij
Dorpsplein 6
Ambtshuis
Tweelaags pand met schilddak
Rijnbandijk 157
Boerderij (gedeelte)
T-boerderij
Rijnbandijk 157a
Boerderij (gedeelte)
T-boerderij
Rijnbandijk 159
Woonhuis
Dienstwoning
Rijnbandijk 161
Boerderij De Waai
T-boerderij
Rijnbandijk 167
Boerderij
T-boerderij
Rijnbandijk 169
Boerderij
Hallehuisboerderij
Rijnbandijk 187
Boerderij
T-boerderij
Potentiële gemeentelijke monumenten Boveneindsestraat zn
Toegangshek bij nr. 25-27
IJzeren hekwerk aan de dijk
Boveneindsestraat zn
Kazemat
Kolff-kazemat, onderdeel stolplijn
Boveneindsestraat zn
Kazemat
Kolff-kazemat, onderdeel stolplijn
Boveneindsestraat zn
Kazemat
Kolff-kazemat, onderdeel stolplijn
Beeldondersteunende panden Achterdorp 1
Woonhuis
Eenlaags pand met mansardedak
Achterdorp 5
Woonhuis
Eenlaags pand met mansardedak
Boveneindsestraat 1
Woonhuis
Eenlaags pand met mansardedak
Boveneindsestraat 4
Woonhuis
Eenlaags pand met afgewolfd mansardedak
Boveneindsestraat 9
Boerderij
Eenlaags pand met mansardedak,erker
Boveneindsestraat 17
Woonhuis
Eenlaags pand met mansardedak
Boveneindsestraat 19
Woonhuis
Eenlaags pand met mansardedak
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[26]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Boveneindsestraat 21
Boerderij
Wederopbouwboerderij met dwarsdeel
Dorpsplein 2
Boerderij
Woonhuis met schuur
Dorpsplein 6
Schuur naast Ambtshuis
Wit geverfde schuur van hallehuistype met afgewolfd zadeldak
Dorpsplein 7
Boerderij
T-boerderij, met werkplaats
Dorpsplein 9
Woonhuis
Eenlaags pand met zadeldak
Rijnbandijk 151
Schuur bij rijksmonument Landhuis De Poel
Bakstenen schuur met zadeldak
Rijnbandijk 171
Boerderij Rijnbanhof
Eenlaags pand met mansardedak
Overige bijzondere objecten n.v.t. Tabel 1. Waardevolle bouwkunst in ensemble 1.
2.2.6
Kernwaarden, inclusief kaartbeeld
Algemeen - De zeer goed herkenbare historisch-ruimtelijke relatie tussen stroomrug, restgeul, bedijking en nederzettingsstructuur; - Samenhangen op kleinere schaal, zoals tussen dijk, wielen en Boveneindestraat; Waterstaatkundige structuur - De Rijnbandijk als (grotendeels) doorgaande structuur, gekenmerkt door zijn huidige profiel en tracé (licht slingerend, met plaatselijk bochten vanwege de aanwezigheid van doorbraakkolken), voorzien van een wegdek en met gras op de taluds en aan de teen; - Aan de dijk gerelateerde doorbraakkolken, waarvan twee ten oosten van de Betuwestraatweg-Spoorstraat en één mogelijke kolk ten westen ervan (vijver op Dorpsplein); - De grotendeels intacte Oude Rijn als (fossiele) rivierloop waarlangs de Rijnbandijk is aangelegd; Infrastructuur - Het wegtracé over de Rijnbandijk; - De Boveneindsestraat als historische route achter de Rijnbandijk, met zijn smalle profiel; - De Hogeveldseweg en Ambtsweg als veldwegen; - De Kerkstraat-Dorpsplein-Achterdorp en de Hoofdstraat als historische wegenstructuur van de dorpskern; Bebouwing(sstructuur) - De waardevolle bebouwing (rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, potenti ële gemeentelijke monumenten en beeldondersteunende panden ); - De rooilijnen van de huizen rond het Dorpsplein als historische contouren van het Dorpsplein; - De oude kerk aan de Kerkstraat in Kesteren als ‘vrijliggende’ bouwmassa;
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[27]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
- De situering van de erven min of meer ‘gecentreerd’ tussen Rijnbandijk en Boveneindsestraat, met open ruimten tussen deze erven; - Het incidenteel voorkomen van kleinschalige woonbebouwing tege n de zuid- en noordzijde van de Rijnbandijk (zoals Rijnbandijk 159); - De terughoudende, op een agrarische voorgeschiedenis gestoelde inrichting van de erven tussen Rijnbandijk en Boveneindsestraat, met gebruikmaking van materialen als grond of gebakken straatklinkers als erfverharding of voor stoepen; - De kleine maat en schaal van boerderijen en andere landelijke bebouwing; - De voorkomende oude verhoogde woonheuvels of ‘woerden’; - Het eenvoudig en sober karakter van de historische bebouwing die bepaald wordt door de traditionele vormgeving, detaillering en materialisatie; Verkaveling - De relicten van de strokenverkaveling haaks op de Boveneindsestraat en de Rijnbandijk, zowel tussen die lijnelementen als ten zuiden van de Boveneindsestraat; Opgaand groen en landgebruik - (Relicten van) kleine hoogstamboomgaarden 12, al dan niet gekoppeld aan erven langs de Rijnbandijk, al dan niet met wilgenrijen erlangs; - De volumes aan ‘vochtminnend’ opgaand groen rond de twee doorbraakkolken ten oosten van de Betuwestraatweg-Spoorstraat en aan de oevers van de Oude Rijn (zoals wilgen, populieren en elzen, al dan niet op rabatten); - De groene, landschappelijke inbedding van de erven; -
Bescheiden erfbeplanting op de erven, met enkele waardevolle solitaire bomen, zoals de leilinden voor Boveneindsestraat 7 en 22, oude coniferen bij Boveneindsestraat 4 en 19, beuken bij Boveneindsestraat 11 en 20, notenbomen bij Rijnbandijk 167 en 169. Karakteristiek zijn ook enkele beuken- en ligusterhaagjes ter afbakening van erven. De tuinaanleg als geheel is van belang bij onder meer Boveneindsestraat 20, Boveneindsestraat 22, Rijnbandijk 151 (landhuis ‘De Poel’) en Rijnbandijk 157 -157a; - Het kleinschalige, aan erven gerelateerde landgebruik tussen Rijnbandijk en Boveneindsestraat (w.o. hoogstamboomgaarden, paardenweitjes); - De fraaie treurwilgen rond de eendenvijver in Kesteren; - De herdenkingsboom met hekwerk bij de eendenvijver in Kesteren; - De brede groene parkzone aan weerszijden van de Rijnbandijk binnen de bebouwde kom; - Korte eenzijdige bomenrijen langs de Boveneindsestraat en de Hogeveldseweg;
12
In deze context is de grootschalige laagstamfruitteelt ten zuiden van de Boveneindsestraat in zijn totaliteit noch een kernwaarde, noch storend, al was het maar vanwege de bufferende werking tegen de bebouwingsrand van bedrijventerrein ’t Panhuis.
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[28]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Figuur 19. De waardevolle parkachtige zone rond de Rijnbandijk in de bebouwde kom van Kesteren (foto: RAAP, 22 september 2022).
Zichtrelaties - De ruimtewerking van het open Dorpsplein van Kesteren, beperkt door de opgaande beplanting rond de eendenvijver; - De coulissenwerking van erven en boomgaarden tussen Rijnbandijk en Boveneindsestraat; - De zichten over en langs de kolken aan weerszijden van de Rijnbandijk; - De wijdse zichten vanaf de Rijnbandijk (behoudens bij een doorbraakkolk) richting de Grebbeberg en Cuneratoren;
2.2.7
Storende aspecten - De onderbreking in de vanouds doorgaande Rijnbandijk door de aanwezigheid van de verkeerskundig ingerichte kruising Betuwestraatweg-Spoorstraat (als rotonde) en de ligging van de verbrede Hoofdstraat tegen de oostzijde van het oude dijktalud; - De ‘versteende context’ aan de noordzijde van de oude kerk in Kesteren; - Het gebruik van asfalt voor de verharding van de wegen in de dorpskern van Kesteren;
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[29]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
- De beperkte groene inkleding van de eendenvijver in Kesteren, vooral aan de oostzijde; - De verenging van de parkzone langs de Rijnbandijk door de bebouwing van de huizen aan de Tollenhof; - De bedrijfslocatie Rijnbandijk 171 in Kesteren, die door zijn situering afbreuk doet aan de groene context, met name door de oppervlakte aan verharding;
2.2.8
Conclusie
Het ensemble Rijnbandijk – Boveneindestraat omvat de landschappelijke en gebouwde context van de stroomrug waarop het dorp Kesteren en het bebouwingslint langs de Ri jnbandijk en Boveneindsestraat liggen. Als geheel geeft het een zeer goed beeld van landschap en bewoning op een bedijkte oeverwal langs een oude Rijngeul, zowel in de vorm van de dorpskern van Kesteren als van de lintbebouwing langs de dijk. Zowel de nederzettingsstructuur als de landschappelijke context zijn vooral ten oosten van de Betuwsestraatweg-Spoorstraat nog zeer goed bewaard gebleven. Hier is een fraaie afwisseling van kleinschalig (bij de kolken) naar grootschalig (ten oosten daarvan) landschap a anwezig. Ten westen van dit punt is de koppeling met het landschap door de ontwikkeling van de kern van Kesteren minder het geval, maar hier is juist de historische relatie tussen het gestrekte esdorp met dorpsplein, de middeleeuwse kerk en de hoge Rijnbandijk én de inpassing van de dijkzone in een parkzone in het naoorlogs stedelijk weefsel heel fraai te zien.
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[30]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
2.3 De Spees – Rijnbandijk – Opheusdens Veer 2.3.1
Ligging en begrenzing
Figuur 20. Contour van het integraal ensemble ‘De Spees – Rijnbandijk – Opheusdens Veer’.
Het integraal ensemble ‘De Spees – Rijnbandijk – Opheusdens Veer’ beslaat een grillig gevormd gebied aan de zuidoever van de Nederrijn, zowel buiten - als binnendijks. In het westen vallen fort De Spees met zijn kazematten en de aansluitende liniewal tot aan bedrijventerrein ’t Panhuis binnen het ensemble. Daaraan grenzend ligt het lint langs de Rijnbandijk. Buitendijks horen de uiterwaarden tot aan de grote zandwinningsplas bij Opheusden ertoe, binnendijks gaat het nabij De Spees nog om een aantal boomgaarden ten noorden van de Tielsestraat, maar verder oostelijk om alleen de achtererven van de historische bebouwing. Hier is door nieuwbouw achter de historische erven en verdichting met nieuwbouw de relatie met het historisch cultuurlandschap op veel plekken verstoord. Alleen nabij het
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[31]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
dorp is nog een deel van de achterliggende percelen bij het ensemble gevoegd, vanwege de intacte doorzichten daar.
2.3.2
Ondergrond
Dit integrale ensemble ligt merendeels op de stroomgordel van Herveld, die als Rijntak actief was tussen 4755 en 2200 jaar geleden. Het noordelijk deel is onderdeel van de huidige stroomgordel van de Rijn, beginnend 4.755 jaar geleden en nog altijd actief. Daartussen ligt nog de stroomgordel van Mars Oude Rijn, beginnend 1.915 jaar geleden en eindigend 326 jaar geleden. 13 Geomorfologisch wordt het gebied overwegend gekenmerkt door een stroomrug (code Geomorfologische Kaart van Nederland: 3B44), met in het zuidwesten bij de liniedijk de overgang naar vlakkere stroomrugglooiingen (code Geomorfologische Kaart van Nederland: 3H43). Ten oosten van de Tielsestraat staat haaks op de dijk een restgeul (code Geomorfologische Kaart van Nederland: 22R43). Het buitendijkse gebied is uit geomorfologisch oogpunt een ‘vlakte ontstaan door a fgraving of egalisatie’ (code Geomorfologische Kaart van Nederland: 2M93E). Hier heeft de mens het natuurlijke reliëf sterk veranderd. Bodemkundig bestaat de stroomrug van de Rijn hier grotendeels uit ooivaaggronden: kleigronden zonder duidelijke profielopbouw en zonder roest- en grijze vlekken in het profiel (bodemcode Rd90A). In het zuidwesten kwamen ook poldervaaggronden voor: kleigronden, eveneens zonder duidelijke profielopbouw, maar met roest- en grijze vlekken in het profiel (bodemcode Rn95C ).
2.3.3
Historische ontwikkeling
Waterstaat en bewoning Al in de Karolingische tijd, de periode na 750, zal er op de stroomrug van Opheusden zijn gewoond en gewerkt. In die periode kon men met redelijk droge voeten de stroomruggen nog bewonen en beakkeren, terwijl het rivierwater zijn weg naar de achterliggende komgebieden nog kon zoeken. Voor extra bescherming werden de erven op opgeworpen woonheuvels, woerden, aangel egd. Van een bedijking, zeker een doorgaande, was toen nog geen sprake. Vanaf de volle middeleeuwen, toen de bevolking steeds verder groeide, werd die noodzaak wel groter. Nadat vermoedelijk eerder al plaatselijke kades bestonden, moet vóór 1327 een aaneengesloten bandijk langs de Rijn zijn ontstaan, waardoor de Neder-Betuwe als één waterstaatkundig geheel tegen de impact van het rivierwater beschermd kon worden. Hierdoor was ook een intensiever, tussen aanhalingstekens vanuit ons huidige perspectief, gebruik van de komgronden mogelijk. De nederzetting Husnin 14, het latere Opheusden, ontwikkelde zich langs een waterloop ter plaatse van de huidige Dorpsstraat. 15 Langs de Rijnbandijk ontstond, zowel in westelijke als oostelijke richting, waarschijnlijk in de volle en/of late middeleeuwen, een bewoningslint dat met toenemende afstand tot de dorpskern steeds minder dicht werd. Ook langs het begin van de Tielsestraat zette dit lint zich al vóór de vroege 19e eeuw voort.
13
Cohen 2012 Schriftelijke vermelding rond 850 (www.etymologiebank.nl). 15 Mulder 2006 14
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[32]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
In de loop van de 19e en 20e eeuw verdichtte het dijklint zich. In de uiterwaarden bleef de bebouwing, buiten het veerhuis en het oude steenoventerrein, goeddeels achterwege.
Figuur 21. Zicht op de kerktoren van Opheusden vanaf de Rijnbandijk (foto: RAAP, 22 september 2022) .
Militaire geschiedenis De Grebbelinie ten noorden van de Rijn werd tussen 1742 en 1755 aangelegd in het kader van de dreiging van de Oostenrijkse Successieoorlog (1740 -1748). Al in de voorbereiding daarvoor was er sprake van een verlenging door de Betuwe, maar dat bleef lang bij plannen op papier. Toen de Fransen in 1793 het zuiden binnenvielen, werd opnieuw het gevaar van een omtrekkende beweging door de Betuwe gezien. In 1794 werd een plan gepresenteerd tot het maken van een waterlinie in de Betuwe, met een sluis in de Rijndijk bij Opheusden. Een dijk dwars door de Betuwe moest het water tegenhouden, met twee versterkingen aan de Rijn- en Waaldijk. Na het schaven aan de plannen werd in 1799 nog in alle haast, vanwege een dreiging, een linie aangelegd tus sen De Spees en Ochten. 16 Deze bestond in hoofdzaak uit het Werk aan De Spees bij de Rijn en het Werk bij Ochten aan de Waal, met daartussen een liniewal met gracht. Bij Ochten werd een aardwerk met gracht aangelegd dat de Waaldijk die hier een acces vormde moest beschermen. Bij de aanleg van het werk werd handig gebruik gemaakt van bestaande wielen, die hier als natuurlijke grachten gingen fungeren.
16
Deys 2011: 143-149; Van Ingen e.a. 2000
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[33]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
In 1850 werd nog wel gepleit voor een herstel, maar daarvan is het nieuw gekomen . 17 Bij de aanleg van de spoorlijn Elst-Dordrecht in 1882 werd de liniedijk ter hoogte van de nieuwe spoorlijn versterkt met twee aardwerken. Na de Eerste Wereldoorlog verviel de linie. In 1926 kregen de burgemeesters van Echteld en Kesteren toestemming om de twee schansen af te grave n. Daardoor verdween die van Ochten wel, maar Kesteren niet. 18 Bij de mobilisatie had de stelling toch weer een rol. 19
Figuur 22. De wallen van het Fort De Spees (foto: RAAP, 22 september 2022).
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd bij Ochten een batterij aangelegd, uitgerust met drie kanonnen. 20 In 1951 werd de Grebbelinie opgeheven. Bij de ruilverkaveling van de Neder -Betuwe in de jaren 1960 is de liniedijk voor het grootste deel geslecht. Het werk bij Ochten is geheel verdwenen. In 2000 werden plannen tot herstel van Fort De Spees uitgevoerd. Het overwoekerde hoornwerk werd daarbij vrijgelegd en toeristisch-recreatief ontsloten. 21 Agrarisch cultuurlandschap Alhoewel het ensemble zich maar beperkt uitstrekt tot het agrarisch gebruikte binnendijks gebied, geven we daarover als deel van de context van het ensemble toch een toelichting. Net als elders in het
17
Deys 2011: 152-153 Van den Hatert 2011: 218 19 Van den Hatert 2011: 219 20 www.forten.info 21 Boosten 2009: 15 18
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[34]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
rivierengebied kwam er in de late middeleeuwen al fruitteelt voor, die op zijn laatst in de 17e eeuw van bovenregionale betekenis was en zich daarna nog uitbreidde, ook elders op de oeverwallen . Van boomteelt van enigerlei betekenis daarentegen was in de 14e eeuw nog geen sprake. In de 17e eeuw kwam naast bouw- en weiland in Opheusden vooral hopland voor. Boomteelt was er rond 1650 nog maar in heel beperkte mate, als specifiek deel van het land dat voor de tuinbouw gebruikt werd. Er waren op dat moment tussen de zes en negen boomkwekers in Opheusden, veelal op kleine bedrijfjes, zoals ook voor de intensieve hop- en fruitteelt gold. 22 In de 18e eeuw kantelde dit beeld. De ooit belangrijke hopteelt liep terug, en maakte plaats voor boomteelt, fruitteelt en tabaksteelt. De boomteelt en tabaksteelt groeiden vooral in de tweede helft van die eeuw. In 1812 waren er inmiddels 63 boomkwekers in Opheusden, tegen 24 landbouwers, 19 tabaksplanters en een groter aantal arbeiders en andere beroepen. 23 Het kadastraal minuutplan van 1832 geeft een indruk van de ligging van de boomkwekerijen. Deze bevonden zich hoofdzakelijk direct achter de huizen aan de Rijnbandijk, Tielsestraat en Hamsestraat ten westen van het dorp en de Koningsstraat ten oosten van het dorp.
Dan komen we ook bij de verkaveling uit: we herkennen op het minuutplan een aantal perceelsblokken, nabij de plekken waar ook de bewoningslinten lagen, als complexen met in zeer kleine kavels onderverdeelde strookkavels. Uit een analyse van het grondgebruik in 1832 en ook de vergelijking met latere kaarten uit die eeuw blijkt dat dit de zones waren waar de boomteelt bedreven werd of spoedig zou gaan worden. Van hieruit breidde het boomteeltbedrijf zich over grote delen van de gemeente Neder -Betuwe uit. Een zwaartepunt van die groeispurt lag in de jaren 1878-1883, mogelijk als gevolg van de landbouwcrisis. Door nieuwe tolmaatregelen van Duitsland zette in 1906 een crisis in, die pas tegen 1918 gekeerd was door de hoge prijzen van fruit en de vraag naar vruchtbomen. Op deze vraag volgde de vraag naar laanbomen, tot in 1932 een nieuwe crisis aanbrak. Dat leidde tot de oprichting van de vereniging ‘Boomkwekersbelang’, waarna in 1933 en 1934 steunmaatregelen volgden. 24 Na de oorlog maakte het boomkwekersbedrijf opnieuw een forse groei door, uiteindelijk leidend tot de economische betekenis die het nu voor Opheusden heeft. Elke ontwikkelingsgolf ging ten kost e van bouwland, en tegenwoordig ook ten koste van de lagere gronden, in het verleden vooral als grasland gebruikt. Buitendijks was, vanwege de frequentie van overstromingen, vrijwel uitsluitend sprake van grasland.
Hier lagen in 1832 als bebouwing slechts het veerhuis van het Opheusdens Veer en de aangrenzende steenoven van H.B. van Gendt de Leeuw en consorten. Die zal zijn klei wel lokaal gewonnen hebben. Deze oven groeide nooit uit tot steenfabriek en was vóór de Tweede Wereldoorlog alweer verdwenen. Een verlande Rijntak liep vanaf de Maneswaard langs de bandijk naar De Spees, waar deze op de Rijn uitwaterde. Vermoedelijk ging deze sloot met een duiker onder de veerdam door. Tot ver in de 20e eeuw bleef het laat-19e-eeuwse landschapsbeeld van boomteelt rond het dorp en langs Tielsestraat en Rijnbandijk bestaan. Rond de laatste eeuwwisseling volgde de omvorming van de relatief kleinschalige kavels met boomteelt, afgewisseld met andere teelten, naar de aaneengesloten boomteelt. Wat bleef was de situering van deze boomteelt tussen de vele kleine erven met bebouwing die in de loop der tijd langs de verschillende wegen en de bandijk waren ontstaan. Boomteelt is zo (deels) een erfgebonden sector gebleven.
22
Doorenbos 1950: 39 e.v. Doorenbos 1950: 39 e.v. 24 Doorenbos 1950: 39 e.v. 23
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[35]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Figuur 23. Nieuwbouw op het voormalige steenfabrieksterrein, dat door zijn hogere ligging nog steeds herkenbaar is (foto: RAAP, 22 september 2022).
Buitendijks zorgde de steenoven voor een gedeeltelijke afticheling van het gebied. Behalve de omgeving van de steenoven lagen de uiterwaarden (sinds de 19e eeuw?) grotendeels binnen zomerkaden, die door middel van sluisjes ten westen van de steenoven en ten oosten van het veerhuis op de onbekade uiterwaard van steenoven en veerhuis konden uitwateren. De fossiele Rijnloop functioneerde in de 19e eeuw niet meer, want het benedenstroomse deel waterde naar het oosten af, niet meer naar het westen van de Rijn. Mogelijk was dat een gevolg van de aanleg van Fort De Spees. Het Opheusdens Veer, binnen het ensemble, was is via een veerdam met de dij k verbonden. Het veer functioneert nog steeds, waarbij het waardevolle veerhuis nog altijd de reizigers verwelkomt.
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[36]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Figuur 24. Het integraal ensemble ‘De Spees – Rijnbandijk – Opheusdens Veer’ in 1832 (bron: HisGIS Gelderland).
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[37]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Figuur 25. Kaartbeelden van ensemble 2, 1850-heden.
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[38]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
2.3.4
Huidige landschapskarakteristiek
Waterstaat Een voorname waterstaatkundige structuur in het ensemble is in de eerste plaats de Rijn zelf, waarvan we het Neder-Betuwse deel bewust binnen het ensemble hebben getrokken. Nauw met deze rivier verbonden is de Rijnbandijk, de andere waterstaatkundige hoofdstructuur in het ensemble. De dijk is als aaneengesloten structuur in het ensemble te volgen. Een derde relevante structuur is de veerdam, die ervoor moest zorgen dat passagiers de dijk c.q. het veer met droge voeten konden en kunnen bereiken.
Figuur 26. De met bomen beplante veerdam (foto: RAAP, 22 september 2022).
Verder liggen binnen het ensemble nog relicten van de zomerkades in de uiterwaarden en de watergangen binnen de omkade gebieden die deze terreinen ooit hebben ontwaterd. Met name in het westelijke gebied zijn deze nog herkenbaar; in het oosten is er door de grondstofwinning het nodige aan de structuur van het gebied gewijzigd. Infrastructuur De enige infrastructuur in het gebied wordt gevormd door de berijdbare dijk en veerdam , een weg over het fort, evenals de aansluitende delen van de Tielsestraat, In ’t Land en Vispad nabij de Rijnbandijk.
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[39]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Figuur 27. Eén van de weggetjes die op de Rijnbandijk aansluit (foto: RAAP, 22 september 2022).
Grondgebruik en verkaveling De uiterwaard wordt, zoals in de afgelopen eeuwen, vooral als grasland gebruikt. Van grootschalige vormen van natuurontwikkeling is hier geen sprake. De relicten van de oude watergangen markeren nog steeds de belangrijkste kavelgrenzen. Binnendijks zijn de delen van het cultuurland die binnen het ensemble liggen, in gebruik voor de boomteelt of als erf bij een huis. In het oosten kent het gebruik voor de boomteelt al een lange geschiedenis. Met name in het westen, tegen de (voormalige) liniedijk, dateert de uitbreiding van de boomteelt ten koste van akker- dan wel grasland uit het laatste kwart van de 20e eeuw. Binnen het ensemble hebben we langs de dijk vooral te maken met een strokenverkaveling haaks op de dijk, waarop de verschillende erven gepositioneerd zijn.
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[40]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Figuur 28. Markante erfgebonden beplanting (foto: RAAP, 22 september 2022 ).
Opgaand groen (langs wegen, op kavelgrenzen, op erven) Wegbeplanting komt in dit ensemble uitsluitend voor langs de veerdam, en daar dan aan weerszijden. De belangrijkste beplanting is verder vooral erfgebonden. Op enkele plekken, onder meer bij Rijnbandijk 65-67, liggen nog relicten van hoogstamboomgaarden. Elders komen solitaire of groepsgewijs geplaatste bomen op erven voor, alsmede een enkele uitgebreidere tuinaanleg, zoals bij Rijnbandijk 103. Op het zuidelijke deel van Fort De Spees staat wilgenops lag van onbekende ouderdom. Het noordelijk deel is bij de restauratie in 2000 volledig vrijgemaakt van beplanting. Historische beplanting die onderdeel uitmaakte van de inrichting van het fort is hier niet bekend. Reliëf De belangrijkste structuren met reliëf in dit ensemble zijn de Rijnbandijk, de veerdam met hoogwatervrije terreinen van veerhuis en steenoven, en het herstelde Fort De Spees met zijn gracht. De liniedijk daarentegen is geslecht en slechts in heel geringe mate als reliëfelement herkenbaar. I n de uiterwaarden vinden we bovendien het reliëf van de zomerkaden, de afwateringssloten en de begreppelde terreinen binnen de omkadingen. In het oosten van het ensemble liggen winningsplassen die vanaf de jaren 60 ontstaan zijn en die cultuurhistorisch van minder betekenis zijn. Betekenisvol is wel dat de oude verkaveling nog in de structuur van de plassen te herkennen is.