CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

A - Bijlage 8 - Vooronderzoek explosieven

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: TAM-omgevingsplan ‘Broedershof, Echteld’32.639 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

142 TNO, Inventarisatie van WOII vliegtuigbom ontstekers in NL bodem, Rapportnummer R10074 (Rijswijk 16-10-2015)

Bijlage C, pagina 18.

222-024-VO-01

Pagina 70 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.71

2500210

4 RESULTATEN ONDERZOEK NA-CONFLICTPERIODE Middels het Onderzoek na-Conflictperiode wordt beoordeeld of als gevolg van bodemingrepen in de na-Conflictperiode kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van de mogelijke aanwezigheid van OO en/of de verticale ligging van het maaiveld en verschillende grondlagen dusdanig zijn gewijzigd dat dit van belang is voor de verticale afbakening van een verdacht gebied.

4.1

BEELDVERGELIJKING NAOORLOGSE LUCHTFOTO’S EN SATELLIETBEELDEN

Middels een vergelijking van recente satellietbeelden met luchtopnamen uit de Tweede Wereldoorlog en naoorlogse luchtopnamen, is getracht globaal te bepalen waar de bodem is geroerd. Voor de naoorlogse luchtopnamen is het Kadaster geraadpleegd. Op de volgende pagina’s zijn beeldvergelijkingen weergegeven. Hieruit blijkt dat het gebied in ieder geval tot 1974 in gebruik was als boomgaard en later voor andere agrarische doeleinden.

222-024-VO-01

Pagina 71 van 118

SPA WNP ingenieurs

Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.72

2500210

SPA WNP ingenieurs

Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.73

2500210

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.74

4.2

2500210

EERDER OO-OPSPORINGSONDERZOEK

ECG is via de VEO Bommenkaart nagegaan of er reeds opsporingswerkzaamheden hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied. Er zijn op de VEO bommenkaart geen aanwijzingen zichtbaar die hierop duiden.143

4.3

KLIC-MELDING

ECG heeft een KLIC-melding aangevraagd om inzicht te verkrijgen in de ligging van kabels en leidingen in het onderzoeksgebied.144 De ligging van de kabels en leidingen is in onderstaande figuur weergegeven. Er is tevens een bovengronds netwerk geduid buiten het onderzoeksgebied.

Figuur 8: Resultaten aangeleverde KLIC-melding.

143 De VEO bommenkaart pretendeert geen volledigheid. 144 Vermeld dient te worden dat de gegevens omtrent ondergrondse infrastructuur zoals deze door de uitgevoerde

oriëntatie zijn verkregen, een geldigheidsduur hebben van maximaal 20 werkdagen na aanvraag.

222-024-VO-01

Pagina 74 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.75

4.4

2500210

ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK

Zoals reeds is aangehaald, heeft er in 2007 een archeologisch onderzoek plaatsgevonden (inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven) in het onderzoeksgebied waarbij er OO is aangetroffen (zie paragraaf 3.5). De resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd in de volgende rapportage: ▪ B. Tops, Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven in het plangebied EchteldBroedershof, gemeente Nederbetuwe. Zuidnederlandse Archeologische Notities 115 (Amsterdam 2007). In het onderzoeksgebied zijn er 8 proefsleuven uitgegraven met een totaal oppervlak van 1440m2. De ontgravingsdieptes van de proefsleuven lijken te variëren tot een maximale diepte van 2 -mv.

Figuur 9: aanzicht ontgraving WP 1 ten behoeve van proefsleuf.

Volgens de rapportage is er in de proefsleuven uitgebreid en systematisch met een metaaldetector gezocht.145 Het door ECG gehanteerde uitgangspunt is dat op basis van deze informatie (het uitgebreid en systematisch afzoeken met behulp van een metaaldetector) in combinatie met de diepte van de proefsleuven, de locaties van de proefsleuven redelijkerwijs als onverdacht kunnen worden aangemerkt. 145 B. Tops, Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven in het plangebied Echteld-Broedershof, gemeente

Nederbetuwe. Zuidnederlandse Archeologische Notities 115 (Amsterdam 2007) 4-5 en 13.

222-024-VO-01

Pagina 75 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.76

2500210

Figuur 10: aanzicht ontgraving WP 8 met rechts de bij het onderzoek gebruikte metaaldetector.

Figuur 11: aanzicht diepte ontgraving WP 2 met jalonstokken en bouwvoor.

222-024-VO-01

Pagina 76 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.77

2500210

Figuur 12: locatieduiding van de proefsleuven. Bron: data via https://archaeology.datastations.nl/

222-024-VO-01

Pagina 77 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.78

4.5

2500210

LOCATIEBEZOEK

ECG heeft voor de beeldvorming in september 2025 een locatiebezoek uitgevoerd. Hieronder volgen een aantal foto’s welke gemaakt zijn tijdens het bezoek.

Figuur 13: aanzichten onderzoeksgebied vanaf de Ooisestraat.

222-024-VO-01

Pagina 78 van 118

SPA WNP ingenieurs

4.6

Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.79

2500210

OVERZICHTSTABEL NA-CONFLICTPERIODE

De onderstaande tabel vormt een chronologisch overzicht van de informatie over naoorlogse bodemroerende activiteiten die met behulp van diverse bronnen is achterhaald. De tabel dient horizontaal te worden gelezen, te beginnen bij de datum, gevolgd door eventuele secundaire en primaire bronnen. Waar mogelijk worden contra-indicaties geduid met behulp van luchtfoto’s en kaartmateriaal, aangeduid met een blauwe kleur. Tot slot wordt bepaald of de contraindicatie relevant is voor het onderzoek. Contra-indicaties die als relevant zijn bestempeld, worden in Hoofdstuk 5 afgewogen tegen eventuele indicaties om te bepalen of er sprake is van verdacht gebied. DATUM

SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR, INTERNET

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON ARCHIEVEN

GEO-INFORMATIEBRON

VECTOR GIS-DATASETS

DIEPTE TOV NAP OF M-MV

Datum luchtfoto 1954 1976 1986

Sortie 1954RUN07_226_Echteld NL-AhGldA_1608_4852_1986

Nummers 226 4852

Luchtfotoanalyse Het gebied is in gebruikt als boomgaard. Het gebied is in gebruikt als boomgaard. Het gebied is niet meer in gebruikt als boomgaard.

-

2007

Rapport Archeologisch onderzoek Broedershof.146

-

DXF files met locaties sleuven

Variabel, er zijn aanwijzingen achterhaald dat er diepten zijn bereikt tot 2 -mv.

RELEVANTIE

Er zullen rooiwerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Diepte onbekend. De archeologische proefsleuven zijn o.a. onderzocht met behulp van een metaaldetector.

Tabel 10: Overzichtstabel contra-indicaties met verwijzingen naar (de omgeving van) het onderzoeksgebied.

146 B. Tops, Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven in het plangebied Echteld-Broedershof, gemeente Nederbetuwe. Zuidnederlandse Archeologische Notities 115 (Amsterdam 2007).

222-024-VO-01

Pagina 79 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.80

2500210

5 AFBAKENING VERDACHT GEBIED Uitgaande van het Onderzoek Conflictperiode en Onderzoek na-Conflictperiode vindt er een afweging plaats omtrent de indicatie VERDACHT/ONVERDACHT. De conclusie ‘verdacht gebied’ wordt getrokken indien op basis van de beoordeling van indicaties en contra-indicaties er, volgens een onderbouwde inschatting, voor het gehele of een gedeelte van het onderzoeksgebied sprake is van de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten. Indien dit niet het geval is, wordt er geen verdacht gebied vastgesteld en afgebakend.

5.1

BEOORDELING BRONNENMATERIAAL INDICATIES

Middels het Onderzoek Conflictperiode zijn er aanwijzingen achterhaald dat het onderzoeksgebied betrokken is geweest bij oorlogshandelingen in de vorm van: ▪ Artilleriebeschietingen Voor een beargumenteerde beoordeling van bovenstaande indicaties dienen conform het CS-VROO02 de volgende onderzoeksvragen te worden beantwoord: INDICATIE

ARTILLERIEBESCHIETINGEN

ALGEMENE OMSCHRIJVING

Artilleriebeschietingen betreffen beschietingen tegen grond- en luchtdoelen.

ONDERZOEKSVRAGEN LOCATIEVERWIJZING 1.

ZIJN DE LOCATIES VAN SCHADEMELDINGEN BEKEND?

2.

ZIJN ER LUCHTFOTO’S BESCHIKBAAR WAAROP KRATERS EN/OF SCHADE AAN DE INFRASTRUCTUUR ZICHTBAAR ZIJN?

Ja, zo is er bijvoorbeeld sprake van een schademelding als gevolg van granaatinslagen aan huize Ommerstein. Dit pand bevindt zich in de Ooisestraat naast het onderzoeksgebied. Ja, er zijn luchtfoto’s waarop in de directe omgeving van het onderzoeksgebied inslagkraters zichtbaar zijn. Hierbij dient opgemerkt te worden dat het onderzoeksgebied in gebruik was als boomgaard, de begroeiingen belemmeren het ‘vrije’ zicht op het gebied.

ONDERZOEKSVRAGEN ACHTERGEBLEVEN ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN 3. IS BEKEND WELKE EENHEID OF EENHEDEN DE Ja, dit is bekend. Onder meer is er 25 ponder geschut BESCHIETINGEN HEEFT/HEBBEN UITGEVOERD ingezet van het 69e en 143e Field regiment. Verder is er 40mm Bofor geschut ingezet van het 89 LAA Regiment en 4.2inch mortiergeschut van de 2nd Kensingtons. Tot slot zijn er aanwijzingen dat er 17 ponder geschut is ingezet van het 55 Atk regiment en mogelijk 3.7inch geschut van het 367 HAA battery. 4. IS BEKEND WELKE TYPEN GESCHUT EN KALIBERS ZIJN Ja, dit betreft 4.2inch mortiergeschut, 25 ponder INGEZET? geschut, 40mm geschut, 17 ponder geschut en 3.7inch geschut

222-024-VO-01

Pagina 80 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.81

5.

IS BEKEND HOEVEEL GRANATEN ER ZIJN VERSCHOTEN?

6.

KONDEN HIER IN RELATIE TOT DE BODEMGESTELDHEID BLINDGANGERS ONOPGEMERKT ACHTERBLIJVEN?

7.

VONDEN DE BESCHIETINGEN DESTIJDS PLAATS IN LANDELIJK/STEDELIJK GEBIED?

8. 9.

LAG HET ONDERZOEKSGEBIED IN EEN OPMARSROUTE? IS HET BEKEND WAT DE AARD VAN DE BESCHIETING WAS?

10. IS HET BEKEND BINNEN WELK TIJDSBESTEK DE BESCHIETINGEN HEBBEN PLAATSGEVONDEN?

11. LAG HET ONDERZOEKSGEBIED AAN EEN STATISCH FRONT?

ONDERZOEKSVRAGEN AFBAKENING VERDACHT GEBIED 12. ZIJN ER SCHADEMELDINGEN TE RELATEREN AAN DEZE BESCHIETINGEN

13. ZIJN ER MUNITIEVONDSTEN TE RELATEREN AAN DEZE BESCHIETINGEN?

2500210

Dit is niet exact herleidbaar. Er wordt minimaal 35 dagen melding gemaakt van beschietingen op doelen in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Op meerdere dagen is er sprake van “scale 5” vuurfrequentie met meerdere tijdstippen (tot aan 13 tijdstippen toe). Ja, dit is mogelijk, zie onder andere de ruiming (Meldingsnr. 20070731) van een staartstuk en restant ontsteker van mortiergranaat van 4.2 inch in 2007 in het onderzoeksgebied. De beschietingen vinden deels plaats in landelijk gebied en deels in een (geëvacueerde) dorpszone. Het onderzoeksgebied was in gebruik als boomgaard. Nee. De aard van de beschietingen betrof met name storingsvuur (harassing fire) en soms vuur op vermoede artilleriestellingen/activiteiten. Er wordt minimaal 35 dagen melding gemaakt van beschietingen op doelen in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Op meerdere dagen is er sprake van “scale 5” vuurfrequentie met meerdere tijdstippen (tot aan 13 tijdstippen toe). De Waal en een deel van de Betuwe vormen vanaf september 1944 tot en met april 1945 het front. Echteld lag in het achterland van het front. Ja, zo is er bijvoorbeeld sprake van een schademelding als gevolg van granaatinslagen aan huize Ommerstein. Dit pand bevindt zich in de Ooisestraat naast het onderzoeksgebied.

Ja, de vondsten een staartstuk en restant ontsteker van mortiergranaat van 4.2 inch in het onderzoeksgebied en de vondsten van 25 ponder brisantgranaten aan de Ooisestraat en Wijenburgestraat zijn te relateren aan de achterhaalde beschietingen.

Tabel 11: Onderzoeksvragen conflictperiode voor het beargumenteerd aanmerken van verdacht gebied.

Resumerend kan gesteld worden dat: ▪ Er in de directe omgeving van onderzoeksgebied doelen hebben gelegen waarop door Geallieerde eenheden artilleriebeschietingen zijn uitgevoerd. ▪ De beschietingen op minimaal 35 verschillende dagen hebben plaatsgevonden en op een aantal dagen met een hoge frequentie zijn uitgevoerd.

222-024-VO-01

Pagina 81 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.82

2500210

▪ Er schade meldingen zijn achterhaald waarin er sprake is van schade als gevolg van granaatinslagen aan de Ooisestraat. Waarbij onder meer het pand Ommerstein (gelegen naast het onderzoeksgebied) getroffen is). ▪ Er na de oorlog granaten zijn geruimd in en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. De meest evidente ruiming betreft een staartstuk en restant ontsteker van mortiergranaat van 4.2 inch welke tijdens archeologisch onderzoek in het onderzoeksgebied is aangetroffen. Op basis van de onderzoeksbevindingen en onderzoeksvragen en -antwoorden stelt ECG dat er voldoende feitelijke aanwijzingen zijn voor de afbakening van een verdacht gebied.

5.2

BEOORDELING BRONNENMATERIAAL CONTRA-INDICATIES

Middels het Onderzoek na-Conflictperiode zijn er aanwijzingen achterhaald dat in het onderzoeksgebied naoorlogse bodemingrepen hebben plaatsgevonden in de vorm van de aanleg van proefsleuven voor archeologisch. Voor deze activiteiten zijn in het CS-VROO-02 geen passende onderzoeksvragen opgenomen. Volgens de rapportage is er in de proefsleuven uitgebreid en systematisch met een metaaldetector gezocht. Het door ECG gehanteerde uitgangspunt is dat op basis van deze informatie (het uitgebreid en systematisch afzoeken met behulp van een metaaldetector) in combinatie met de diepte van de proefsleuven, de locaties van de proefsleuven redelijkerwijs als onverdacht kunnen worden aangemerkt. Tevens neemt ECG hierbij aan dat een eventuele kenmerkende bodemverstoring, d.w.z. een spoor van een inslagkanaal van een blindganger zou zijn opgemerkt. Deze contra-indicaties worden meegenomen in de afbakening van verdacht gebied.

5.3

HORIZONTALE AFBAKENING VERDACHT GEBIED

Het verdachte gebied zal in deze paragraaf horizontaal worden afgebakend aan de hand van het gestelde in paragraaf 5.1 en paragraaf 5.2, alsmede de uitgangspunten in het CS-VROO-02. De uitgangspunten in het CS-VROO-02 bieden geen sluitende afbakeningsmethodiek. Er mag beredeneerd van worden afgeweken, bijvoorbeeld wanneer het uitgangspunt niet aansluit bij de specifieke situatie in het vooronderzoek. Gezien de achterhaalde indicaties (artilleriedoelcoördinaten, waargenomen omliggende inslagkraters, schademeldingen en naoorlogse munitievondsten) wordt het gehele onderzoeksgebied, behoudens de locaties van de archeologische proefsleuven als verdacht aangemerkt. Het verdachte gebied is gekoppeld aan de GIS ID 1.

222-024-VO-01

Pagina 82 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.83

2500210

De volgende feitelijk herleidbare indicatie is achterhaald met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten in het onderzoeksgebied en in het navolgende schema in kleur weergegeven:

MOGELIJKE OORZAKEN VOOR DE AANWEZIGHEID VAN ACHTERGEBLEVEN ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN

Luchtaanvallen

Grondgevechten (secundaire gevolgen)

Munitie vernietiging

Militair gebruik

Munitie opslag

Springput

Militair oefenterrein

Munitie fabricage en/of opslag

Munitiedump of stort

Stationering militairen

Munitie inrichtingen

Munitiedump in water

Militair vliegveld

Incident munitieopslag (explosie)

Munitie delaboratie

Vernielingsactiviteiten

Blindgangers Bombardement

Beschieting met raketten

Beschieting met boordwapens

Vliegtuigcrash/ Inslag V-wapen

(bijvoorbeeld artillerie beschieting)

In stellingen achtergelaten, gedumpt of bedolven

Mijnenveld

Figuur 14: Achterhaald scenario mogelijke oorzaak aanwezigheid achtergebleven Ontplofbare Oorlogsresten.

De gebieden die naar aanleiding van de horizontale afbakening zijn aangemerkt als verdacht ‘in de niet naoorlogs geroerde bodem op het aantreffen van Ontplofbare Oorlogsresten, zijn weergegeven op de Bodembelastingkaart Ontplofbare Oorlogsresten in Bijlage 1.

5.4

MOGELIJK AAN TE TREFFEN ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN

Op basis van de resultaten uit de bronnenstudie is getracht informatie te achterhalen over de artilleriebeschietingen welke hebben geleid tot de afbakening van verdacht gebied binnen de contouren van het onderzoeksgebied. De achterhaalde informatie omtrent de mogelijk aan te treffen typen, kaliber Ontplofbare Oorlogsresten is weergegeven in de navolgende tabel.

222-024-VO-01

Pagina 83 van 118

SPA WNP ingenieurs

ID

1

INDICATIE

Artilleriebeschietingen

Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.84

HERKOMST

Geallieerd

2500210

HOOFDSOORT

SUBSOORT

KALIBERS

VERSCHIJNINGSVORM

AANTAL

Geschutmunitie (mortier)

Brisant

Verschoten

Niet feitelijk te staven

Geschutmunitie

Brisant

4.2inch 25 ponder 76mm 17 ponder 40mm 3.7inch

Verschoten

Niet feitelijk te staven

Tabel 12: Mogelijk aan te treffen Ontplofbare Oorlogsresten binnen de als ‘verdacht’ aangegeven gebieden.

222-024-VO-01

Pagina 84 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.85

5.5

2500210

VERTICALE AFBAKENING

Om de te verwachten diepte van de vermoede OO vast te kunnen stellen, dient bezien te worden van welke verschijningsvorm er wordt uitgegaan, in dit geval: ▪

Verschoten

Bij het bepalen van de verticale afbakening is specifiek rekening te worden gehouden met in ieder geval het bodemtype, gewicht en kaliber/diameter van de OO. Aangezien de gegevens voor het merendeel van de benodigde parameters (bijvoorbeeld verwachte snelheid, inslaghoek ed.) ontbreken en/of niet achterhaalbaar zijn, is het niet mogelijk om een op feiten gebaseerde rekenmethode voor de penetratiediepte voor verschoten OO toe te passen. Derhalve hanteert ECG een afbakening op basis van ervaringen met de aangehaalde OO in gelijksoortige omstandigheden. Naoorlogse verhogingen of ontgravingen kunnen van invloed zijn op de diepte indicaties. De ervaringswaarden voor de verschoten munitie artikelen zijn gebaseerd op de door ECG uitgevoerde opsporingswerkzaamheden ten behoeve van het project ‘Gebiedsontwikkeling OoijenWanssum. Gedurende dit project zijn ca. 300 (restanten van) Ontplofbare Oorlogsresten aangetroffen, waarvan een deel in het onderzoeksgebied. ECG acht deze informatie voldoende representatief voor het opstellen van de verticale afbakening. In de onderstaande tabel zijn de maximale dieptes opgenomen (de minimale diepten van de aangetroffen artikelen reikten van op het maaiveld tot enkele centimeters eronder, bij een aantal artikelen bestond het vermoeden dat deze in de loop der jaren ‘omhoog geploegd’ zouden kunnen zijn).

GESCHUTMUNITIE: VERSCHIJNINGSVORM VERSCHOTEN KALIBER (SUBSOORT)

NATIONALITEIT

4.2inch mortiergranaat (brisant) 25 ponder (Rook) granaat 3inch mortiergranaat (brisant) 15,2cm (brisant) granaat 12cm mortiergranaat (brisant) 15cm raket (brisant) 8cm mortiergranaat (brisant) 15cm (brisant) granaat 10,5cm (brisant) granaat 3.7inch (brisant) granaat 25 ponder (brisant) granaat 8cm raket (brisant) 8,8cm (brisant)granaat 20mm (brisant) granaat

Geallieerd Geallieerd Geallieerd Duits Duits Duits Duits Duits Duits Geallieerd Geallieerd Duits Duits Geallieerd

222-024-VO-01

AANGETROFFEN MAXIMALE DIEPTE T.O.V. MV TEN TIJDE OPSPORING -1,65m -1,50m -1,50m -1,50m -1,40m -1,20m -1,01m -1m -0,90m -0,85m -0,8m -0,51 -0,50 -0,50 Pagina 85 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.86

2500210

GESCHUTMUNITIE: VERSCHIJNINGSVORM VERSCHOTEN KALIBER (SUBSOORT)

NATIONALITEIT

10cm mortiergranaat (brisant) 2inch mortiergranaat (rook)

Duits Geallieerd

AANGETROFFEN MAXIMALE DIEPTE T.O.V. MV TEN TIJDE OPSPORING -0,45 -0,35

Tabel 13: Overzicht maximale dieptewaarden aangetroffen Ontplofbare Oorlogsresten tijdens opsporingswerkzaamheden in en nabij het onderzoeksgebied in het kader van de Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum.

Opmerkelijk zijn de dieptewaarden van de aangetroffen (middel) zware mortiergranaten. Tevens is aan de data van opsporing te ontlenen dat de grotere kalibers geschut granaten diep indringen. De aangetroffen 2inch mortiergranaten en 20mm werden tot -0,50m -mv aangetroffen. Zoals gesteld zijn er aanwijzingen achterhaald (ruiming van een staartstuk en restant ontsteker van een 4.2inch mortiergranaat) het onderzoeksgebied getroffen door oorlogshandelingen in de vorm van artilleriebeschietingen. Voor het als verdacht op verschoten geschutmunitie aangemerkte gebied worden de verticale afbakeningen op basis van de in de voorgaande tabel aangehaalde ervaringswaarden aangehouden, waarbij voor de veiligheid bij de kalibers groter dan 20mm of 2inch een onzekerheidsmarge van 0,50cm is opgeteld. Vervolgens heeft er een generaliserende afronding plaatsgevonden om de invloed van grove afwijkingen te neutraliseren. Verder wordt er bij de munitieartikelen waarvoor geen ervaringswaarden zijn in of nabij het onderzoeksgebied rekening gehouden met gegeven of deze afkomstig zouden kunnen zijn van vlakbaan- of krombaangeschut. GESCHUTMUNITIE: VERSCHIJNINGSVORM VERSCHOTEN KALIBER (SUBSOORT)

4.2inch mortiergranaat (brisant) 3.7inch (brisant) granaat

NATIONALITEIT

ERVARINGSWAARDEN INCLUSIEF

GENERALISERING VERTICALE AFBAKENING

Geallieerd

0,5M BIJ KALIBERS >20MM OF 2INCH -2,15

Geallieerd

-1,35m

-2m -mv

25 ponder (brisant) granaat Geallieerd -1,30m Zonder ervaringsdata in projectzone (waarden gebaseerd op bovenstaande gelijksoortige kalibers 40mm (brisant) granaat) Geallieerd Nvt. 0,50m Vlakbaan of luchtafweer -1,50m 17 ponder (brisant of pantser) -0,50m granaat -0,50m Vlakbaangeschut 76mm (brisant of pantser) -2m granaat -1,50m Vlakbaan of elevatie mogelijk -1,50m tank/pantservoertuig Tabel 14: Overzicht verticale afbakening verschoten geschut- mortier en raket munitie.

222-024-VO-01

Pagina 86 van 118

SPA WNP ingenieurs

ID 1

HOOFDSOORT Geschutmunitie

Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.87

VERSCHIJNINGSVORM Verschoten

2500210

MINIMALE DIEPTE

MAXIMALE DIEPTE

MINIMALE DIEPTE

MAXIMALE DIEPTE

MINIMALE DIEPTE

MAXIMALE DIEPTE

-MV WOII

-MV WOII

-MV HEDEN

-MV HEDEN

N.A.P.

N.A.P.

2m -mv

0,30 -mv

2m -mv

Ca. + 5.20m NAP148

Ca. +3.40m NAP

0,30 -mv

147

Tabel 15: Overzicht globale inschatting diepteligging.

147 ECG gaat uit van een onverdachte bouwvoor diepte van 30cm. Zie ook: M.J. van Putten, Plangebied Broedershof te Echteld. Een inventariserend veldonderzoek karterende fase. BAAC – rapport 05.312

(’s-Hertogenbosch November 2005) 20. 148 Er is sprake van variabele NAP hoogten in het terrein.

222-024-VO-01

Pagina 87 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.88

5.6

2500210

RESULTATEN TEN OPZICHTE VAN EERDERE ONDERZOEKEN

In paragraaf 1.8 is een inventarisatie van reeds uitgevoerde rapportages uitgewerkt. Hieruit blijkt dat voor het onderzoeksgebied eerder al (een) onderzoek(en) is/zijn uitgevoerd. A. In relatie tot het de resultaten van het gemeente dekkend vooronderzoek (d.w.z. de bodembelastingkaart) van Neder-Betuwe zijn er nuance verschillen aangebracht als gevolg van het contra-indicatie onderzoek. B. In relatie tot het eerder door ECG uitgevoerde onderzoek149 waarin het onderzoeksgebied als onverdacht werd verklaard, is er in het voorliggende onderzoek sprake van verdacht gebied. De verschillen in de uitkomsten kunnen met name toegeschreven worden aan voortschrijdend inzicht als gevolg van: ▪ Het koppelen van de ruiming (meldingsnr. 20070731) van een staartstuk van een 4.2inch mortier en restant ontsteker in mei 2007 aan de Ooisestraat met archeologisch onderzoek in het onderzoeksgebied Broedershof. Deze link is 2019 niet gemaakt, omdat de rapportage van het archeologisch onderzoek ontbrak. ▪ Het waarnemen van inslagkraters van geschutmunitie in de directe omgeving van het onderzoeksgebied op luchtfotomateriaal welke niet in het onderzoek uit 2019 is gehanteerd. ▪ Het achterhalen van een schademelding (onderzoek oorlogsschade is een eis uit het CS-VROO) als gevolg van granaatinslagen aan het nabijgelegen pand Ommerstein.

▪ Het conform het CS-VROO onderzoeken van (meer) War Diaries in het geval van artilleriebeschietingen met duiding van artilleriedoelcoördinaten. Hieruit blijkt in relatie tot het eerdere onderzoek dat er beduidend meer beschietingen zijn uitgevoerd, dan het aantal dat in het eerdere vooronderzoek is aangehaald. Resumerend kan verder gesteld worden dat de onderzoekseisen en afwegingskaders uit het vigerende CS-VROO leiden tot diepgaander onderzoek dan de eisen uit het in 2019 vigerende WSCS-OCE en uiteindelijk hebben geleid tot een andere uitkomst/conclusie.

149 ECG, Vooronderzoek naar het risico op het aantreffen van Conventionele Explosieven in het onderzoeksgebied

‘Broedershof te Echteld’ Documentcode 407-018-VO-01 (30-8-2019).

222-024-VO-01

Pagina 88 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.89

2500210

6 LEEMTEN IN KENNIS ▪

Van eventuele meldingen of ruimingen van (vermoede) explosieven in of direct grenzend aan het onderzoeksgebied zijn over de periode 1940-1944 en 1948-1970 geen gegevens meer bekend bij de EOD en het SSA.

▪

Er heeft beperkte controle plaatsgevonden of de ontleende adresgegevens corresponderen met mogelijk in de loop van de jaren veranderde huisnummering, straatnamen of perceelindelingen.

▪

Bepaalde indicaties die zijn aangetroffen in literatuur en archiefstukken en meldingsrapportages van de EOD zijn niet te herleiden naar een specifieke locatie.

▪

Blindgangers van luchtdoelartillerie worden conform het gestelde in het CS-VROO-02 niet in de resultaten van het onderzoek meegenomen, tenzij de exacte locatie van een blindganger kan worden vastgesteld.

▪

Het onderzoeksgebied was gedurende Conflictperiode een boomgaard. Door de begroeiing wordt de luchtfotoanalyse aanzienlijk belemmerd. Leemten in kennis zijn hierdoor niet uit te sluiten.

▪

Het onderzoeksgebied en omgeving komen tijdens de Conflictperiode tot tweemaal toe onder water te staan. Hierdoor wordt de luchtanalyse belemmerd. Leemten in kennis zijn hierdoor niet uit te sluiten.

▪

ECG beschikt niet over alle HF programma’s uit december 1944 zoals deze vermoedelijk zijn opgenomen in de War Diaries van het 49e Recce Regiment. Leemten in kennis zijn hierdoor niet uit te sluiten.

▪

Het dorp Echteld werd tijdens de Conflictperiode geëvacueerd. De verslaglegging van gebeurtenissen door burgers of civiele instanties is hierdoor zeer beperkt.

▪

Het is niet exact duidelijk waar het staartstuk en restant ontsteker van de 4.2inch mortiergranaat in mei 2007 bij de archeologische werkzaamheden in het onderzoeksgebied is aangetroffen.

222-024-VO-01

Pagina 89 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.90

2500210

7 CONCLUSIE EN ADVIES ECG heeft een Vooronderzoek Compleet uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten in het onderzoeksgebied ‘Broedershof te Echteld’.150 Het doel van deze studie is het verkrijgen van een gefundeerd antwoord op de volgende drie kernvragen: 1.

Is het onderzoeksgebied of een deel hiervan betrokken geweest bij oorlogshandelingen en potentieel verdacht (aanwijzingen/indicaties voor de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten)? Er zijn aanwijzingen achterhaald dat het onderzoeksgebied betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Zo is vastgesteld dat: A. Er in de directe omgeving van onderzoeksgebied doelen hebben gelegen waarop door Geallieerde eenheden artilleriebeschietingen zijn uitgevoerd. B. De beschietingen op minimaal 35 verschillende dagen hebben plaatsgevonden en op een aantal dagen met een hoge frequentie zijn uitgevoerd. C. Er schade meldingen zijn achterhaald waarin er sprake is van schade als gevolg van granaatinslagen aan de Ooisestraat. Waarbij onder meer het pand Ommerstein (gelegen naast het onderzoeksgebied) getroffen werd. D. Er na de oorlog granaten zijn geruimd in en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. De meest evidente ruiming betreft een staartstuk en restant ontsteker van mortiergranaat van 4.2 inch welke tijdens archeologisch onderzoek in het onderzoeksgebied is aangetroffen.

2.

Zijn er gebeurtenissen (contra-indicaties) die een aanwijzing vormen dat een (mogelijk verdacht) gebied of een deel hiervan als onverdacht kan worden aangemerkt (aanwijzingen contraindicaties)? Er zijn aanwijzingen achterhaald dat er in het onderzoeksgebied graafwerkzaamheden zijn uitgevoerd ten behoeve van archeologisch proefsleuvenonderzoek. Deze sleuven zijn volgens de bij het onderzoek behorende rapportage uitgebreid en systematisch afgezocht met behulp van een metaaldetector.

3.

Indien er sprake is van verdacht gebied wat is dan de hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoede Ontplofbare Oorlogsresten. Er is sprake van de mogelijke aanwezigheid van verschoten brisante geschutmunitie van Geallieerde herkomst met de volgende kalibers: 4.2inch mortier, 25 ponder, 17 ponder, 76mm, 40mm en 3.7inch

150 ECG raadt de opdrachtgever aan om de bevindingen van deze bureaustudie te delen met de betreffende gemeente

waarin het onderzoeksgebied zich bevindt.

222-024-VO-01

Pagina 90 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.91

2500210

Advies Indien in het als ‘verdacht’ aangemerkte gebied (zichtbaar op de Bodembelastingkaart OO in Bijlage 1) werkzaamheden gepland zijn, adviseert ECG u om in ieder geval in het kader van het veilig uitvoeren van de werkzaamheden het opsporingsproces voort te zetten. Daarbij is het naar onze mening verder raadzaam om (gezien de aankomende functie als woonwijk en de voor nu nog goede voorwaarden voor het uitvoeren van detectie en eventuele benaderwerkzaamheden) het gehele gebied (met inachtneming van mogelijkheden – onmogelijkheden terplaatse van de te behouden archeologische waarden) te laten onderzoeken. De opsporingstechnieken welke door ECG kunnen worden ingezet bij opsporingswerkzaamheden voor de locatie Broedershof zijn grofweg te verdelen naar: ▪ Non-realtime detectie met behulp van een actief/passief multisonde meetsysteem (nondestructief). Non-realtime oppervlaktedetectie wordt ingezet wanneer een groot en voor het meetsysteem begaanbaar gebied gedetecteerd dient te worden. Een multisonde meetsysteem kan middels een voertuig of met de hand voortbewogen worden. De detectiedata wordt digitaal opgeslagen en verwerkt in Magneto of EPAS; een programma voor de interpretatie van de meetgegevens. De data wordt door een senior deskundige opsporingen ontplofbare oorlogsresten geïnterpreteerd op het zoekdoel.

De significante objecten en de daarbij horende gegevens, worden verwerkt in een detectierapportage. Tevens zal een advies gegeven worden voor de eventuele vervolgstappen voor de benaderwerkzaamheden. SYSTEEM MXPDA 5-kanaals

222-024-VO-01

CONFIGURATIE Producent: Sensys Soort systeem: Passief digitaal meetsysteem met GPS ondersteuning Aantal sondes: 5 Hoogte van de sondes t.o.v. het maaiveld: 10cm1 Baanbreedte meetsysteem: 132cm1 Ruimte tussen de sondes: 33cm1 Dieptebereik: Ca. 4,5m1 -mv (o.a. afhankelijk van zoekdoel en omstandigheden)

AFBEELDING MEETSYSTEEM

Pagina 91 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.92

SYSTEEM DLMMX 8/19kanaals

EMD-2

CONFIGURATIE Producent: Sensys Soort systeem: Passief digitaal meetsysteem met GPS ondersteuning Aantal sondes: 8 of 16 Hoogte van de sondes t.o.v. het maaiveld: 20cm1 Baanbreedte meetsysteem: Max 520cm1 Ruimte tussen de sondes: 33cm1 Dieptebereik: Ca. 4,5m1 -mv (o.a. afhankelijk van zoekdoel en omstandigheden) Producent: Sensys Soort systeem: Actief digitaal meetsysteem met GPS ondersteuning Aantal spoelen: 3 Hoogte van de spoelen t.o.v. het maaiveld: 30cm1 Baanbreedte meetsysteem: 120cm1 Ruimte tussen de sondes: 60cm1 Dieptebereik: Ca. 1,5m1 -mv (o.a. afhankelijk van zoekdoel en omstandigheden)

2500210

AFBEELDING MEETSYSTEEM

▪ Realtime detectie met behulp van een enkelsondig actief/passief meetsysteem met gelijktijdige benadering van significante objecten. Nadat een object gemeten is, wordt het object blootgelegd middels laagsgewijze ontgraving van de bodem waardoor het kan worden waargenomen. De identificatie volgt op het aantreffen van het object en heeft tot doel om vast te stellen of sprake is van een OO, en zo ja, om de soort, subsoort en wapeningstoestand (gewapende of ongewapende OO) van eventueel geplaatste ontstekers te bepalen.

222-024-VO-01

Pagina 92 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.93

SYSTEEM SBL10 magnetometer

CONFIGURATIE Producent: Sensys Soort systeem: Passief meetsysteem Aantal sondes: 1 Hoogte van de sonde t.o.v. het maaiveld: 10cm1 Dieptebereik: Ca. 1,m1 -mv (o.a. afhankelijk zoekdoel en omstandigheden) Voordeel: ▪ Inzet niet al te zeer afhankelijk van egaal oppervlak Nadeel: ▪ Arbeidsintensiever ▪ Geen selectieproces Inzet: Land

2500210

AFBEELDING MEETSYSTEEM

▪ Laagsgewijze detectie. Indien een locatie niet middels realtime passieve of non-realtime detectie ingemeten of geïnterpreteerd kan worden, dan kunnen ontplofbare oorlogsresten worden benaderd door de bodem laagsgewijs te onderzoeken. Onder begeleiding van een senior deskundige OOO wordt met een beveiligde graafmachine het benodigde grondwerk laagsgewijs uitgevoerd met gecertificeerd personeel. Lagen van circa 0,3m1 -mv worden middels een actief meetsysteem gedetecteerd en, na vrijgave van de lagen, ontgraven. Dit cyclisch proces herhaald zicht tot een schone bodemlaag is bereikt en de resterende vrijgavediepte middels realtime passieve detectie onderzocht kan worden, of tot de beoogde vrijgavediepte bereikt is. ECG tracht om de vrij te geven bodem zo dicht mogelijk en zo diep mogelijk bij het verstorend element vrij te geven zonder het verstorend element aan te tasten. Na aantreffen van een OO volgt identificatie door een senior deskundige OOO. In de nabijheid van het verstorende object welke niet verwijderd kan worden wordt bekeken tot hoe diep de bodem ontgraven kan worden zonder het object in gevaar te brengen c.q. te beschadigen. SYSTEEM VMH3/4 metaaldetector

222-024-VO-01

CONFIGURATIE

AFBEELDING MEETSYSTEEM

Producent: Vallon Soort systeem: Actief meetsysteem Aantal spoelen: 1 Hoogte van de spoelen t.o.v. het maaiveld: 10cm1 Dieptebereik: Ca. 0,5m1 -mv (o.a. afhankelijk zoekdoel en omstandigheden) Voordeel: ▪ Verstoringen spelen minder een rol Nadeel: ▪ Arbeidsintensiever

Pagina 93 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.94

2500210

De in te zetten opsporingsmethodieken zijn onder andere afhankelijk van de mogelijkheden ter plaatste, de beoogde activiteiten en de huidige stand der techniek. Graag gaan wij (indien gewenst) met u in overleg om een passend opsporingsconcept uit te werken en deze op de werkzaamheden in te richten en eventueel uit te voeren.

In gebieden die als onverdacht zijn aangemerkt kunnen de geplande werkzaamheden op reguliere wijze worden uitgevoerd. Daarbij wordt u aangeraden om uitvoerende partijen op de hoogte te stellen van het Protocol Toevalsvondst dat in Bijlage 4 van deze rapportage is opgenomen. Mochten er onverhoopt munitie(gelijkende) objecten worden aangetroffen in de als ‘onverdacht’ geclassificeerde gebieden, dan wordt u geadviseerd om de werkzaamheden direct te staken en de lokale politie van deze vondst op de hoogte te stellen. Tevens wordt u geadviseerd om in een dergelijke situatie contact op te nemen met een CS-OOO gecertificeerd opsporingsbureau en gezamenlijk vast te stellen of opschaling noodzakelijk is.

222-024-VO-01

Pagina 94 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.95

2500210

8 OVERZICHT VAN GEHANTEERDE BRONNEN Archiefinstellingen: ▪ Bundesarchiv Berlin-Lichterfelde te Berlijn ▪ Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg im Breisgau ▪ Explosieven Opruimingsdienst van het ministerie van Defensie te Rijswijk en Soesterberg ▪ Kadaster te Zwolle ▪ Library and Archives Canada te Ottawa ▪ Laurier Military History Archive te Waterloo ▪ Nationaal Archief te Den Haag ▪ The National Archives te London ▪ National Archives and Records Administration te College Park, Maryland ▪ The National Collection of Aerial Photography/The Aerial Reconnaissance Archives/Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh ▪ Nederlands Instituut voor Militaire Historie te Den Haag ▪ NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust – en Genocidestudies te Amsterdam ▪ Semi-Statisch Informatiebeheer te Rijswijk ▪ Speciale Collecties Wageningen University te Wageningen Literatuur: ▪ Alphen, van, J., Tussen Waal en Lek 1939-1945 (Wilnis 1981). ▪ Amersfoort, H. en P. Kamphuis, eds., Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (4e druk; Den Haag 2012). ▪ Bollen, H. en H. Jansen, Het manneneiland. Kroniek van de gebeurtenissen in de Over-Betuwe van september 1944 tot juni 1945 (Zutphen 1982). ▪ Buck, P. de, e.a., Zoeken en schrijven. Handleiding bij het maken van een historisch werkstuk (Rijswijk 1992).

▪ Cornielje, B., Tussen mobilisatie en capitulatie: de Betuwe in verweer (Kesteren 2008). ▪ Datema, A. en F. Schuurman, Echteld: Een dijk van een Gemeente (Kesteren 2001). ▪ Eversteijn, T., Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945 (niet gepubliceerd). ▪ Foreman, J., The Fighter Command War Diaries : July 1944 to May 1945 (zonder plaats 2004). ▪ Hemmen, F. van., Ooievaar brengt zondvloed. De onderwaterzetting van de Betuwe, December 1944 – maart 1945 (Kesteren 1995). ▪ Klep, C. en B. Schoenmaker, De bevrijding van Nederland 1944-1945 : Oorlog op de flank (’sGravenhage 1995). ▪ Laurentius, V., De Betuwe in Stelling. De Ondergrondse 1940-1945 & De stellingenoorlog en evacuaties 1944-1945 (Kesteren 2000). ▪ Molenaar, F.J., De luchtverdediging in de meidagen 1940 2 delen (Den Haag 1970). ▪ Nierstrasz, V.E., De verdediging van het Maas-Waalkanaal en de Over-Betuwe, mei 1940 (’sGravenhage 1952). ▪ Nierstrasz, V.E., De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II; Hoofddeel III. Nederlands verdediging tegen de Duitse aanval van 10 – 19 mei 1940 (Den Haag 1955). 222-024-VO-01

Pagina 95 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.96

2500210

▪ Pater, B.C. de en B. Schoenmaker, Grote Atlas van Nederland, 1930-1950: Comprehensive atlas of the Netherlands, 1930-1950 (Zierikzee 2005). ▪ Peters, C., Gelderland bevrijd (Hulst 1994). ▪ Plattel-Berben, C., Bevrijdingsbloesem: De Betuwe 1940-1940. Oorlog, Evacuatietijd, Bevrijding en Terugkeer (Wageningen 1997). ▪ Pol, R. van der, Donkere jaren over Maas en Waal 1939-1945: Herdenkingsboek (BenedenLeeuwen 1994). ▪ Stacey, C.P., The victory campaign: the operations in North-West Europe, 1944-1945, Official history of the Canadian army in the Second World War, Vol. III (Ottawa 1966). ▪ Sectie Krijgsgeschiedenis van den Generalen Staf, Beknopt overzicht van de krijgsverrichtingen der Koninklijke Landmacht 10-19 mei 1940 (Leiden 1947). ▪ Vallen, W.H.P., Echteld, Ochten en IJzendoorn in grootmoederstijd (Zaltbommel 1991). ▪ Woensel, J. van, Vrij van explosieven. De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers, 1944-2004 (Meppel, 2004). ▪ Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil…: kroniek van een luchtoorlog 2 delen (Den Haag 19901993). Overige rapportages/documentatie: ▪ AM Adviespraktijk, in situ behoudsplan archeologische vindplaats Broedershof (Echteld) gemeente Neder-Betuwe (versie 26 mei 2016). ▪ Beoordelingsrichtlijn voor het Procescertificaat “Opsporen Conventionele Explosieven (OCE)” versie 2007-02 (8 februari 2007). ▪ Cator, E., I. Helsloot en J.

Vlagsma, Afbakening van verdacht gebied in Amsterdam. Onderzoek naar nieuwe, onderbouwde methodes voor de afbakening van CE-verdachte gebieden (Nijmegen juni 2017). ▪ Cator, E. en I. Helsloot, Methodiek afbakening van verdacht gebied. Een beschrijving van de ‘Amsterdamse’-methode voor de afbakening van CE-verdachte gebieden (Renswoude juni 2018). ▪ Deltares, Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven Kenmerk 1210497000-GEO-0002 (z.p. 2014). ▪ Dijkstra, M., Een op risico gebaseerde methode om de efficiëntie en effectiviteit van Conventionele Explosieven onderzoeken van RWS projecten te verbeteren (Delft 2013). ▪ EOD, ‘UO nummers EODD 02-12-2020’. ▪ Gemeente Neder-Betuwe Bestemmingsplan “Broedershof” Voorontwerp NL.IMRO.1740.bpEC broedershof-vop1 (30 maart 2017). ▪ Helsloot, I., en G. van Melick, Uitgangspunten voor een redelijk en proportioneel CE beleid. Inclusief een concept besluitvormingsstroomschema (z.p. augustus 2016). ▪ Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Jaarplan 2015 (Den Haag 2014). ▪ Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Sectorrapportage Grond-, Weg- en Waterbouw 2014 (z.p. juli 2015). ▪ Putten, van, M.J., Plangebied Broedershof te Echteld. Een inventariserend veldonderzoek karterende fase.

BAAC – rapport 05.312 (’s-Hertogenbosch November 2005).

222-024-VO-01

Pagina 96 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.97

2500210

▪ Raad voor de financiële verhoudingen, Herziening bommenregeling gemeentefonds Kenmerk ▪ ▪

▪

▪

▪

▪ ▪

▪ ▪ ▪

▪

2015-0000363666 (26 juni 2015). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2019, nr. 471, Besluit 28 november 2019 Staatscourant Nr. 58198, 13 november 2020, Bekendmaking van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 november 2020, 2019-0000170973, houdende Publicatie van het Certificatieschema voor het Opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten. Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen (VOMES), ‘Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten’, kenmerk CS-VROO-01, versie 24-01, status definitief, goedkeuringsdatum 1 maart 2024. Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen (VOMES), certificatieschema voor het opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten dat is vastgesteld door de stichting veilig omgaan met Explosieve stoffen als bedoeld in artikel 1.5a, onderdeel c, van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen (VOMES), ‘Nadere bepalingen voor het uitvoeren van Vooronderzoek en Risicoanalyse behorende bij het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten’, kenmerk CS-VROO-02, versie 2401, status definitief, goedkeuringsdatum 1 maart 2024. TNO, Inventarisatie van WOII vliegtuigbom ontstekers in NL bodem, Rapportnummer R10074 (Rijswijk 16-10-2015) Bijlage 1 C/19.

Tops, B, Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven in het plangebied Echteld-Broedershof, gemeente Nederbetuwe. Zuidnederlandse Archeologische Notities 115 (Amsterdam 2007). UJ548 - Echteld - IP Broedershof - Panelen bewonersavond 2025-06-19. Vereniging voor Explosieven Opsporing, Handreiking vooronderzoeken BRL-OCE versus WSCSOCE. Notitie 3VEO-VOO.05667.V (Geldermalsen 16 april 2013). Werkveld specifiek Certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE: 2012, versie 1), Staatscourant 2012 nr. 4230 (Den Haag 2012) 106144. Werkveld Specifiek certificatie Schema voor het Opsporen Conventionele Explosieven zoals opgenomen in bijlage XII behorend bij Artikel 4.17f van de Arbeidsomstandighedenregeling.

Data:

▪ UJ548 - Echteld - Broedershof - VO IP 12-06-2025 (Urban Jazz).dwg Internet: ▪ http://airwar-nederbetuwe.com ▪ http://archieven.nl ▪ http://archaeology.datastations.nl/ ▪ http://asn.flightsafety.org ▪ http://delpher.nl ▪ http://denieuwbouwmonitor.nl/projecten/broedershof ▪ http://dotkadata.nl 222-024-VO-01

Pagina 97 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.98

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

2500210

http://echodelta.net/mbs/eng-translator.php http://explosievenopsporing.nl http://inspectieszw.nl http://maps.bing.com http://maps.google.nl http://nederbetuwe.nl/veiligheid/veiligheid-en-gezondheid http://nederland-in-oorlog-in-fotos.clubs.nl http://opheusden1944.weebly.com http://spawnp.nl http://topotijdreis.nl http://vanwanrooij.nl/echteld/broedershof http://vergeltungswaffen.nl http://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl http://vomes.nl

Mijnenboeken: ▪ Minefields B.A.O.R. Utrecht (ged) – Gelderland Overijssel Book XIII Oct: 1945. DEC. 1947 M.M.O.D. ▪ Minefields 21 Army Group South Holland Noord Brabant Noordelijk gedeelte Book X A May 1945. DEC 1947 M.M.O.D. Stafkaarten: ▪ Renen, sheet 5 N.E., G.S.G.S. 4427 First Edition (AMS 1) 1944, Holland 1:25.000 ▪ Druten, sheet 5 S.E., G.S.G.S. 4427 First Edition (AMS 1) 1944, Holland 1:25.000 Defence Overprints: ▪ Defence Overprint Edition of 27 Mar. 45, Renen, sheet 5 N.E., G.S.G.S. 4427 Second Edition ▪ [Defence Overprint] z.d., Druten, sheet 5 S.E., G.S.G.S. 4427, First Edition

222-024-VO-01

Pagina 98 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.99

2500210

Archieftoegangen Bundesarchiv Berlin-Lichterfelde R 19 HAUPTAMT ORDNUNGSPOLIZEI INV.NR.: OMSCHRIJVING: Lagemeldungen über Luftangriffe auf das Reichsgebiet (vereinzelt auch Holland und Norwegen) 803

Nov. 1940 - Febr. 1941

R 58 REICHSSICHERHEITSHAUPTAMT INV.NR.: OMSCHRIJVING: Feindliche Luftangriffe.- Lagemeldungen 3578

Luftangriffe auf deutsche Städte, Mai-Dez. 1941

3580

Luftangriffe auf deutsche Städte, Dez. 1941, Jan.-Sept. 1942

3581

Luftangriffe auf deutsche Städte, März-Juli 1943

Bundesarchiv-Militärarchiv RL 2-II GENERALSTAB DER LUFTWAFFE/LUFTWAFFENFÜHRUNGSSTAB INV.NR.: OMSCHRIJVING: 4 5. Abteilung (Ic; Feindaufklärung, Abwehr, geistige Betreuung) 4.1 Lagemeldungen, Lageberichte 205 Lageberichte Nr.246-Nr.258, 9. Mai 1940 – 21. Mai 1940 206

Lageberichte Nr.259-Nr.264, 22. Mai 1940 – 27. Mai 1940

207

Lageberichte Nr.265-Nr.270, 28. Mai 1940 – 1. Juni 1940

208

Lageberichte Nr.271-Nr.276, 3. Juni 1940 – 7. Juni 1940

209

Lageberichte Nr.277-Nr.282, 9. Juni 1940 – 13. Juni 1940

210

Lageberichte Nr.283-Nr.290, 15. Juni 1940 – 21. Juni 1940

211

Lageberichte Nr.292-Nr.298, 23. Juni 1940 – 29. Juni 1940

211a

1. Juli 1940 – 5. Juli 1940

212

Lageberichte Nr.305-Nr.317, 7. Juli 1940 – 19. Juli 1940

213

Lageberichte Nr.319-Nr.330, 21. Juli 1940 – 1. Aug. 1940

214

Lageberichte Nr.375-Nr.382, 15. Sept. 1940 – 22. Sept. 1940

215

Lageberichte Nr.383-Nr.391, 23. Sept. 1940 – 1. Okt. 1940

216

Lageberichte Nr.393-Nr.403, 3. Okt. 1940 – 13. Okt. 1940

217

Lageberichte Nr.404-Nr.414, 14. Okt. 1940 – 24. Okt. 1940

218

Lageberichte Nr.415-Nr.425, 25. Okt. 1940 – 4. Nov. 1940

219

Lageberichte Nr.426-Nr.434, 5. Nov. 1940 – 13. Nov. 1940

220

Luftlageberichte Nr.435-Nr.440, 14. Nov. 1940 – 19. Nov. 1940

221

Luftlageberichte Nr.441-Nr.447, 20. Nov. 1940 – 26. Nov. 1940

222

Luftlageberichte Nr.448-Nr.454, 27. Nov. 1940 – 3. Dez. 1940

223

Luftlageberichte Nr.455-Nr.463, 4. Dez. 1940 – 12. Dez. 1940

224

Luftlageberichte Nr.464-Nr.471, 13. Dez. 1940 – 21. Dez. 1940

225

Luftlageberichte Nr.472-Nr.479, 22. Dez. 1940 – 31. Dez. 1940

226

Luftlageberichte Nr.480-Nr.488, 1. Jan. 1941 – 9. Jan. 1941

222-024-VO-01

Pagina 99 van 118

SPA WNP ingenieurs Toelichting TAM - participatieverslag -vooronderzoek explosieven - Bijlage 8.100

2500210

RL 2-II GENERALSTAB DER LUFTWAFFE/LUFTWAFFENFÜHRUNGSSTAB INV.NR.: 227

OMSCHRIJVING: Luftlageberichte Nr.489-Nr.497, 10. Jan. 1941 – 18. Jan. 1941

228

Luftlageberichte Nr.498-Nr.510, 19. Jan. 1941 – 31. Jan. 1941

229

Luftlageberichte Nr.511-Nr.519, 1. Feb. 1941 – 9. Feb. 1941

230

Luftlageberichte Nr.520-Nr.528, 10. Feb. 1941 – 18. Feb. 1941

231

Luftlageberichte Nr.529-Nr.538, 19. Feb. 1941 – 28. Feb. 1941

232

Luftlageberichte Nr.539-Nr.546, 1. März 1941 – 8. März 1941

233

Luftlageberichte Nr.547-Nr.554, 9. März 1941 – 16. März 1941

234

Luftlageberichte Nr.555-Nr.559, 17. März 1941 – 21 März 1941

235

Luftlageberichte Nr.560-Nr.562, 22. März 1941 – 24. März 1941

236

Luftlageberichte Nr.563-Nr.569, 25. März 1941 – 31. März 1941

237

Luftlageberichte Nr.570-Nr.575, 1. Apr. 1941 – 6. Apr. 1941

238

Luftlageberichte Nr. 577-Nr. 583, 8. Apr 1941 – 14. Apr. 1941

239

Luftlageberichte Nr.584-Nr.591, 15. Apr. 1941 – 22 Apr. 1941

240

Luftlageberichte Nr.592 – Nr.599, 23. Apr. 1941 – 30. Apr. 1941

241

Luftlageberichte Nr.600 – Nr.605, 1. Mai 1941 – 6. Mai 1941

242

Luftlageberichte Nr.606 – Nr.613, 7. Mai 1941 – 14. Mai 1941

243

Luftlageberichte Nr.614 – Nr.625, 15. Mai 1941 – 26. Mai 1941

244

Luftlageberichte Nr.626 – Nr.637, 27. Mai 1941 – 7.Juni 1941

245

Luftlageberichte Nr.638 – Nr.645, 8. Juni 1941 – 15. Juni 1941

246

Luftlageberichte Nr.646 – Nr.655, 16. Juni 1941 – 25. Juni 1941

247

Luftlageberichte Nr.656 – Nr.660, 26. Juni 1941 – 30. Juni 1941

248

Luftlageberichte Nr.661 – Nr.666, 1. Juli 1941 – 6. Juli 1941

249

Luftlageberichte Nr.667 – Nr.672, 7. Juli 1941 – 12. Juli 1941

250

Luftlageberichte Nr.673 – Nr.678, 13. Juli 1941 – 18. Juli 1941

251

Luftlageberichte Nr.679 – Nr.684, 19. Juli 1941 – 24. Juli 1941

252

Luftlageberichte Nr.685 – Nr.691, 25. Juli 1941 – 31. Juli 1941

253

Luftlageberichte Nr.692 – Nr.700, 1. Aug. 1941 – 9. Aug. 1941

254

Luftlageberichte Nr.701 – Nr.707, 10 .Aug. 1941 – 16. Aug. 1941

255

Luftlageberichte Nr. 708 – Nr.713, 17. Aug. 1941 – 22. Aug. 1941

256

Luftlageberichte Nr.714 – Nr.719, 23. Aug. 1941 – 28. Aug. 1941

257

Luftlageberichte Nr.720 – Nr.725, 29. Aug. 1941 – 3.Sept. 1941

258

Luftlageberichte Nr.726 – Nr.730, 4. Sept. 1941 – 8.Sept. 1941

259

Luftlageberichte Nr.731 – Nr.736, 9. Sept. 1941 – 14. Sept. 1941

260

Luftlageberichte Nr.737 – Nr.742, 15. Sept. 1941 – 20. Sept. 1941

261

Luftlageberichte Nr. 743 – Nr.748, 21. Sept. 1941 – 26. Sept. 1941

262

Luftlageberichte Nr.749 – Nr.754, 27. Sept. 1941 – 2. Okt. 1941

263

Luftlageberichte Nr.755 – Nr.760, 3. Okt. 1941 – 9. Okt. 1941

264

Luftlageberichte Nr.761 – Nr.765, 10 .Okt. 1941 – 14. Okt. 1941

265

Luftlageberichte Nr.766 – Nr.769, 15. Okt. 1941 – 18. Okt. 1941

266

Luftlageberichte Nr.770 – Nr.774, 19. Okt. 1941 – 23. Okt. 1941

267

Luftlageberichte Nr.775 – Nr.778, 24. Okt. 1941 – 28. Okt. 1941

268

Luftlageberichte Nr.779 – Nr.785, 28. Okt. 1941 – 3. Nov. 1941

222-024-VO-01

Pagina 100 van 118

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16887864/1