Verordening WMO en Jeugdhulp 2023 (bijlage 1)
Tekst van het document
Toegespitst op bescherm wonen geldt voor het hulpverlenings-/herstelplan: Zorgaanbieders hanteren een hulpverleningsplan, hierna genoemd het Herstelplan. Deze bevat gerichte herstel- en uitstroomdoelen op alle (relevante) leefgebieden, dan wel doelen gericht op stabilisatie en acceptatie. Ten minste de volgende elementen zijn in dit plan verwerkt: Er is een analyse gedaan van alle (relevante) leefdomeinen, op al deze domeinen zijn doelen geformuleerd gericht op ontwikkeling en herstel en een termijn met streefdata waarbinnen deze behaald kunnen worden; dan wel gericht op stabilisatie en acceptatie van een psychiatrisch ziektebeeld inclusief het voorkomen van achteruitgang voor de groep cliënten voor wie dit het hoogst haalbare doel is/voor wie ontwikkeling en herstel niet langer haalbaar is; De doelen zijn haalbaar en concreet. Zij bieden perspectief op zowel lange termijn als korte termijn. De doelen worden ondersteund door specifieke activiteiten en er worden concrete producten genoemd waar de cliënt zich naartoe beweegt; De geformuleerde activiteiten zijn aan een doel gekoppeld en helder geprioriteerd; Er wordt gebruik gemaakt van een evaluatieplan om de doelen te evalueren zoals in het Herstelplan geformuleerd. In dit plan is aangegeven in welke periodiek er wordt geëvalueerd.
GGD en cliënt evalueren de doelen zodat kan worden bepaald of en welke zorg er in het vervolg nodig is; Onderdeel van het herstelplan is het in kaart brengen van betrokkenen *7) uit het formele en informele netwerk. Waar dit van toepassing is, is er een afgestemd plan met het (lokale) (zorg)netwerk opgesteld. Hierin zijn afspraken gemaakt over de afstemming tussen betrokkenen en wie regie voert in de specifieke casus;
54
33
Hulpverleningsplan Daginvulling maakt integraal deel uit van het herstelplan. Waar relevant is omschreven hoe dagbesteding bijdraagt aan de stabilisatie, ontwikkeling en het herstel van de cliënt. Dit is gekoppeld aan de hierboven vermelde doelen; Er staat beschreven hoe wordt gewerkt aan versteviging van de eigen regie van de Cliënt, die gericht is op ontwikkeling en herstel, dan wel aan de stabilisatie en aan de versterking of opbouw van zijn/haar sociale netwerk. Waar van toepassing wordt het eigen ontwikkelvermogen aangesproken en Cliënt is, naar vermogen, eigenaar en regisseur van zijn eigen plan. Bijvoorbeeld via de sociale netwerk strategie.
*7) Voorbeelden van betrokkenen: het sociale netwerk en vrijwilligers (informele hulp), kinderopvang, onderwijs en leerplicht, lokale (zorg)structuur, Professionals (huisartsen, geestelijke gezondheidszorg), politie en justitie, ambtenaren inkomen en schuldhulpverlening, bewindvoering, werkbedrijf. 33.5
Zorgaanbieder draagt er zorg voor dat de Cliënt de inhoud van het hulpverleningsplan begrijpt en verstrekt de cliënt, indien gewenst, een versie van het hulpverleningsplan.
34
Integraal werken Zorgaanbieder vormt een netwerk rond de Cliënt met Verwijzer en stemt de ondersteuning af met andere professionele dienstverleners die zorg of jeugdhulp leveren aan de Cliënt en het Cliëntsysteem (één gezin, één plan, één regisseur). Waar nodig en mogelijk, werkt Zorgaanbieder binnen dit netwerk met een integraal hulpverleningsplan. Uitwisseling van informatie vindt plaats binnen de kaders van de wet.
36
Wijzigen en/of (Voortijdig) beëindigen ondersteuning
36.1
Professionals van de Zorgaanbieder signaleren veranderingen in de ondersteuningsbehoefte van de Cliënt en het Cliëntsysteem bijvoorbeeld als de gewenste resultaten niet worden bereikt of omstandigheden verslechteren. Zorgaanbieder past de dienstverlening aan of neemt contact op met een Verwijzer voor andere dienstverlening of neemt contact op met Gemeente als daar actie nodig is.
36.2
Indien dienstverlening aan cliënt, op verzoek van Cliënten/of Gemeente, wordt gestaakt en Cliënt ondersteuning van een andere Zorgaanbieder gaat afnemen, dan verleent Zorgaanbieder volledige dienstverlening aan Cliënt, medewerking aan een warme, zorgvuldige en vlotte overgang van Cliënten naar de door Gemeente gecontracteerde aanbieder en bevordert ononderbroken voortzetting van de zorg.
36.3
Op verzoek van de Zorgaanbieder kan de ondersteuning aan een Cliënt uitsluitend worden gestaakt (voortijdig) indien er zwaarwegende redenen bestaan, verband houdend met de omstandigheden van de Cliënt (o.a. ondersteuningsbehoefte, regiemogelijkheden, draagkracht Cliëntsysteem), op grond waarvan in redelijkheid niet van Zorgaanbieder kan worden verlangd om de ondersteuning voort te zetten of de ondersteuning niet meer passend is voor de Cliënt.
55
33
Hulpverleningsplan Van de voorgenomen beëindiging doet Zorgaanbieder tijdig schriftelijk en met redenen omkleed melding aan de Cliënt en de Verwijzer. Zorgaanbieder kan de aangevangen ondersteuning alleen beëindigen nadat er een passend alternatief is gevonden. Zorgaanbieder verleent volledige medewerking aan een warme, zorgvuldige en vlotte overgang van Cliënten naar de door Gemeente gecontracteerde aanbieder en bevordert ononderbroken voortzetting van de zorg. Bij beëindiging van ondersteuning wordt de reden voor de beëindiging in samenspraak met de Cliëntsysteem vastgesteld. De reden wordt opgenomen in het zorgdossier. De Zorgaanbieder rapporteert over de redenen beëindiging zorg aan de Gemeente.
38
Verlenging maatwerkvoorziening
38.1
Indien de Cliënt na afloop van een maatwerkvoorziening deze voortgezet wil hebben, moet hij/zij dit minimaal acht weken voor afloop van de beschikking aangeven bij de Gemeentelijke Toegangspoort. De Zorgaanbieder kan de Cliënt hierbij helpen. Een verzoek tot voortzetting dat minder dan acht weken voor afloop van de beschikking wordt ingediend, is ten tijde van het aflopen van de beschikking mogelijk nog in behandeling.
38.2
Indien de toewijzing afloopt en verlenging van de maatwerkvoorziening gewenst is, dient Zorgaanbieder bij de melding aan de Verwijzer ten behoeve van een herindicatie altijd een evaluatieverslag aan te leveren. Bij de evaluatie staat de actuele ondersteuningsbehoefte van de Cliënt centraal.
39
18+/18Zorgaanbieder draagt zorg voor een goede doorgaande zorglijn van 18- naar 18+. Zorgaanbieder start, samen met de Jeugdige, op zestienjarige leeftijd met het maken van een toekomstplan waarbij een regisseur wordt benoemd. Netwerkondersteuning maakt onderdeel uit van het toekomstplan.
40
Samenwerking
40.1
Op verzoek van Gemeente participeert Zorgaanbieder in lokale netwerkgesprekken en contractmanagementgesprekken (zie 61).
40.2
Zorgaanbieder zoekt, indien van toepassing, actief samenwerking met de wijkverpleegkundige.
40.3
Zorgaanbieder werkt samen met de mantelzorgers die zijn betrokken bij een cliënt. Zorgaanbieder heeft aandacht en begrip voor de belangen en de positie van de mantelzorgers van een cliënt, betrekt de mantelzorgers bij de ondersteuning en stemt de ondersteuning af op de mantelzorger.
40.4
Zorgaanbieder stemt, in geval er samenloop van zorg en ondersteuning is bij een bepaalde cliënt, ook af met zorgverzekeraars, het Zorgkantoor en behandelaars.
56
33
Hulpverleningsplan
40.5
Zorgaanbieder werkt op operationeel-, tactisch- en strategisch niveau samen met alle betrokkenen.
40.6
Samenwerking met het onderwijs bij kinderen en Jeugdigen Zorgaanbieder werkt samen met onderwijs (o.a. leerkrachten, jeugdgezondheidszorg, schoolmaatschappelijk werk, intern begeleider, zorgcoördinator, leerplichtambtenaar en ambulante begeleider van samenwerkingsverband). Er dient afstemming plaats te vinden tussen eventuele ondersteuning in de thuissituatie en ondersteuning op school. Belangrijk is de verbinding en het maken van zo concreet mogelijke afspraken met het onderwijsveld/Passend Onderwijs, zowel met het Primair onderwijs als het Voortgezet Onderwijs. De verbinding zit op een aantal onderdelen maar zeker ook op het goed aansluiten van het VO op het ROC waardoor Jeugdigen een goede aansluiting en daarmee mogelijkheid tot het behalen van een startkwalificatie en met als doel zoveel mogelijk aan het werk te komen.
Zorgaanbieder houdt rekening met de continuïteit van het onderwijs voor het kind om verzuim zoveel mogelijk te voorkomen. Zorg wordt zoveel mogelijk op school aangeboden. Zorgaanbieder brengt onderwijs op de hoogte van: wachttijd voor de geïndiceerde hulp, start/voortgang/beëindiging van jeugdhulp, handelingsadvies voor leerkrachten en overige adviezen. Uiteraard binnen de wetten van de privacy. Belangrijk is de verbinding en het maken van zo concreet mogelijke afspraken met het onderwijsveld/Passend Onderwijs, zowel met het Primair onderwijs als het Voortgezet Onderwijs waaronder het ROC waardoor Jeugdigen een startkwalificatie kunnen behalen en aan het werk komen. Zorgaanbieder werkt volgens convenant Onderwijs Jeugd augustus 2017. 40.7
Relatie met gedwongen jeugdhulp De partijen die voor de regio de gedwongen jeugdhulp uitvoeren hebben een subsidiecontract in het kader bestek C2 Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Het is van belang om een gedegen samenwerking te realiseren met deze partijen. In bepaalde gevallen hebben deze partijen een door de kinderrechter gemandateerd recht om zorg toe te wijzen.
40.8
Relatie met residentiële jeugdhulp Het is van belang de verbinding te leggen met residentiële jeugdhulp. Opzet is om zware residentiële zorg te beperken en in plaats daarvan zoveel mogelijk in te zetten kortdurend verblijf de plek te bieden, zodat de Jeugdige zoveel mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan worden ondersteund.
57
45
Eigen bijdrage Wmo
45.1
Voor vragen rondom het bestaan, de reikwijdte en de maximale hoogte van de Eigen Bijdrage verwijst Zorgaanbieder cliënten, indien zij dit verzoeken, naar de Gemeentelijke Toegangspoort. Voor vragen rondom de berekening en de inning van de Eigen Bijdrage verwijst Zorgaanbieder cliënten, indien zij dit verzoeken, naar het CAK.
45.2
De eigen bijdragen worden (landelijk) geïnd door het CAK. Dit is in een Algemene Maatregel van Bestuur vastgelegd. Zorgaanbieder levert de gegevens die nodig zijn voor de berekening en inning van de Eigen Bijdrage aan bij het CAK. De Zorgaanbieder levert de gegevens over de geleverde uren/dagdelen, en eventuele correcties, op periode- en cliëntniveau aan conform de door het CAK gestelde eisen en termijnen. Gemeente controleert via het CAK of Zorgaanbieder zich aan deze voorwaarden houdt.
45.3
Wanneer de verantwoordelijkheid van het aanleveren van productie gegevens overgaat van zorgaanbieder naar Gemeente vervalt 45.2. Gemeente committeert zichzelf aan een tijdige communicatie hieromtrent.
46
Passende beloning Gemeente hecht veel belang aan goed werkgeverschap, goed bestuur en een passende beloning voor zowel bestuurders als werknemers. Ze stelt daarom de volgende eisen aan Zorgaanbieders: Zorgaanbieder geeft invulling aan het begrip ´goed werkgeverschap´; Zorgaanbieder voldoet aan de wetgeving omtrent arbeidsomstandigheden (Arbowet, Arbobesluit en Arboregeling); Indien er sprake is van een in de branche toepasselijke algemeen verbindend verklaarde cao, pas Zorgaanbieder deze toe; Indien er geen sprake is van een in de branche toepasselijke algemeen verbindend verklaarde cao dan sluit Zorgaanbieder zoveel mogelijk aan bij de in de betreffende branche gebruikelijke cao of sluit een daarmee gelijkwaardig arbeidsvoorwaardenpakket af. Zorgaanbieder voldoet aan de Wet Normering Topinkomens (WNT); Zorgaanbieder voldoet aan de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg en jeugdhulp; Zorgaanbieder geeft invulling aan het begrip ‘good governance’. Hiertoe hanteert Zorgaanbieder de (meest recente) Governancecode zorg *8) of, indien deze niet past bij de organisatorische kenmerken van de Zorgaanbieder, een eigen Governancecode.
Zorgaanbieder die de Governancecode zorg hanteert en die conform de Wet Toelating Zorginstellingen winst mag uitkeren, houdt bij de uitkering van winst rekening met de maatschappelijke doelstelling, positie en belangen (op de korte- en lange termijn) van de zorgorganisatie; Zorgaanbieder stelt personeel dat wordt ingehuurd als payroll- of uitzendkracht gelijk wat betreft de beloning. Daarmee hebben deze inhuurkrachten recht op de eindejaarsuitkering en
58
45
Eigen bijdrage Wmo de levensloopbijdrage, naast de andere arbeidsvoorwaarden die gelden voor de uitzendcao(ABU).
*8) In 2010 is een zorgbrede Governancecode ingevoerd voor de zorgsector door ActiZ, GGZ Nederland, NFU, NVZ en VGN. Hieronder vallen ook jeugd-LVB en jeugd-GGZ die deel uitmaken van de jeugdhulp. Onderdeel van de code vormen drie taken van de Raad van Toezicht: het houden van intern toezicht, het regelen van extern toezicht en het maatschappelijk verantwoorden. Personeel 47
Personeel
47.1
Gemeente hecht veel belang aan toegankelijkheid en effectiviteit van de zorg voor alle doelgroepen en een personeelsbeleid dat hierop aansluit. Zorgaanbieder waarborgt toegankelijkheid en effectiviteit van de zorg voor Cliënten van alle etnische/culturele achtergronden (cultuursensitief werken).
47.2
Gemeente hecht veel belang aan continuïteit in de ondersteuning. Zorgaanbieder streeft naar een gezonde verhouding tussen vast- en flexibel personeel. Hiertoe wordt een gezond personeelsbestand opgebouwd waarin er wordt gewerkt met vast en flexibel personeel op basis van structureel benodigde zorguren. Het aantal contracturen wordt in overeenstemming gebracht met het benodigd aantal structureel te verlenen (zorg)uren.
47.3
Zorgaanbieder zorgt voor een vertrouwde en stabiele relatie tussen Cliënten en Professional. Personele wisselingen worden zoveel mogelijk beperkt om dit te realiseren. Zorgaanbieder zet zoveel mogelijk dezelfde Professionals in bij een cliënt.
47.4
De organisatie zoekt naar een optimale balans tussen de inzet van Professionals, leerlingen/stagiaires, ervaringsdeskundigen en vrijwilligers. Leerlingen en stagiaires kunnen onder begeleiding van een volleerd professional worden ingezet met inachtneming van de redelijke balans tussen volleerd en lerend personeel.
47.5
De Zorgaanbieder beschikt over aantoonbaar bekwaam en gekwalificeerd personeel (betaald en onbetaald) voor het uitvoeren van de dienstverlening. De benodigde deskundigheid is vastgesteld per ondersteuningsvorm. Zorgaanbieder voldoet aan deze aanvullende kwalificatieeisen. Zorgaanbieder moet dit kunnen aantonen.
48
Minimumeisen personeel Wmo
48.1
De voorziening Dagbesteding wordt uitgevoerd door een Professional met een afgeronde zorggerelateerde mbo-opleiding op niveau 3 gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied. Voor het opstellen van het hulpverleningsplan en het realiseren en monitoren van de resultaten die in dit plan opgenomen zijn, dient een Professional ingezet te
59
45
Eigen bijdrage Wmo worden met een afgeronde zorggerelateerde mbo-opleiding op niveau 4 gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied.
48.2
De voorziening Reguliere Begeleiding (in een groep) wordt uitgevoerd door een Professional met een afgeronde zorggerelateerde mbo-opleiding op niveau 3 gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied. Voor het opstellen van het begeleidingsplan en het realiseren en monitoren van de resultaten die in dit plan opgenomen zijn, dient een Professional ingezet te worden met een afgeronde zorggerelateerde mbo-opleiding op niveau 4 gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied.
48.3
De voorziening Specialistische Begeleiding (in een groep) wordt uitgevoerd door een Professional met een afgeronde zorggerelateerde hbo-opleiding gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied.
48.4
Het toezicht tijdens het Kortdurend Verblijf wordt uitgevoerd door een Professional met een afgeronde zorggerelateerde mbo-opleiding op niveau 3 gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied.
48.5
De voorziening Persoonlijke Verzorging wordt uitgevoerd door een Professional met een afgeronde zorggerelateerde mbo-opleiding gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied. Wanneer de Cliënt de behoefte heeft aan begeleiding bij persoonlijke verzorging of gebaat is bij een combinatie van beide producten, dan valt de begeleiding onder de Bouwsteen ‘begeleiding’. Hierbij gaat de voorkeur uit naar het laten uitvoeren van de ondersteuning door dezelfde Professional. Indien deze voorziening wordt uitgevoerd in combinatie met reguliere/specialistische begeleiding, door dezelfde Professional, gelden de minimum personeelseisen genoemd bij reguliere/specialistische begeleiding.
49
Minimumeisen personeel Jeugd (algemeen)
49.1
Het in te zetten hbo en wo geschoold personeel van Zorgaanbieder, welke beroepsmatig in contact kan komen met Jeugdigen of verzorgers aan wie Jeugdhulp is geboden, is geregistreerd in het ´Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ)´ of ´Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG)´ register. Het in te zetten ondersteunend mbo-geschoold personeel werkt altijd onder verantwoordelijkheid van een geregistreerde Professional. Het in te zetten personeel van Zorgaanbieder dat de mogelijkheid heeft om zich te registeren in het BIG- of SKJ-register, registreert zich zo snel mogelijk. LET OP: Vanaf 1 januari 2018 (naar verwachting) is een vooraanmelding in het SKJ-register niet langer gelijk aan een registratie in het SKJ-register. De Professionals die vooraangemeld zijn kunnen dan niet langer worden ingezet als geregistreerde Professionals. Uiterlijk 1 januari 2018 (naar verwachting) is voor een groot deel van de Professionals die zich nu enkel kunnen vooraanmelden volwaardige registratie in het SKJ mogelijk.
49.2
Zorgaanbieder die Professionals wil inzetten die op het moment van inschrijving enkel vooraangemeld kunnen zijn in het SKJ-register, meldt Zorgaanbieder na bekendmaking van de
60
45
Eigen bijdrage Wmo eisen voor registratie zo spoedig mogelijk aan Gemeente of deze Professionals wel of niet in aanmerking komen voor registratie in het SKJ-register en meldt wanneer deze registratie naar verwachting is geregeld. Zorgaanbieder is verplicht deze registratie binnen redelijke termijn tot stand te brengen.
49.3
De voorzieningen Ambulante (groepsgerichte) Behandeling J&O, J-LVG en vaktherapie en Dagbehandeling kunnen alleen worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een regiebehandelaar. Onder regiebehandelaar verstaat Gemeente (conform de brieven van Schippers respectievelijk van 2 juli en 2 september 2013 met kenmerk 129353-106301-CZ / 134895-107364-CZ): Psychiater Klinisch psycholoog Klinisch neuropsycholoog Psychotherapeut Verslavingsarts in profielregister KNMG Verpleegkundig specialist GGZ Gz-psycholoog Kinder- en Jeugdpsycholoog NIP (alleen in de GBGGZ) Orthopedagoog-generalist NVO (alleen in de GBGZZ)
De regiebehandelaar is een zorgverlener die bij de patiënt de diagnose stelt en door wie of onder wiens verantwoordelijkheid de behandeling plaatsvindt. Dit houdt in dat de regiebehandelaar verantwoordelijk is voor alle acties die in het kader van de behandeling van een patiënt gedurende het traject plaatsvinden. De regiebehandelaar heeft een afgeronde ggz-specifieke opleiding en is, met uitzondering van de orthopedagoog-generalist en kinder- en jeugdpsycholoog, BIG-geregistreerd. De orthopedagoog generalist is ingeschreven in het SKJ- en ´Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen (NVO)´-register. De kinder- en jeugdpsycholoog is ingeschreven in het register van het SKJ en ´Nederlands Instituut van Psychologen (NIP)´register. Er wordt van de beroepsgroepen kinder- en jeugdpsycholoog NIP en orthopedagooggeneralist NVO verwacht dat zij zich register in het BIG, zodra de mogelijkheid hiertoe ontstaat. 49.4
De regiebehandelaar is in ieder geval aanwezig bij de diagnostiek, het maken van de behandelovereenkomst en de evaluatiegesprekken met de cliënt.
49.5
De regiebehandelaar kan ondersteund worden door medebehandelaars. De medebehandelaar verricht, in het kader van een behandeltraject, zorgactiviteiten onder verantwoordelijkheid van de regiebehandelaar. De medebehandelaar is geregistreerd in het BIG en/of in het SKJ-register.
61
45
Eigen bijdrage Wmo
50
Minimumeisen personeel jeugd Reguliere Begeleiding (in een groep) De voorziening Reguliere Begeleiding wordt uitgevoerd door een Professional met een afgeronde zorggerelateerde mbo-opleiding op niveau 3 gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied. Voor het opstellen van het ondersteuningsplan en het realiseren en monitoren van de resultaten die in dit plan opgenomen zijn, dient een SKJ-geregistreerde Professional ingezet te worden met een afgeronde zorggerelateerde hbo-opleiding gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied.
62
51
Minimumeisen personeel jeugd Specialistische Begeleiding (in een groep) De voorziening Specialistische Begeleiding wordt uitgevoerd door een SKJ-geregistreerde Professional met een afgeronde zorggerelateerde hbo-opleiding gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied.
52
Minimumeisen personeel jeugd Dagbesteding De voorziening Dagbesteding wordt uitgevoerd door een Professional met een afgeronde zorggerelateerde mbo-opleiding op niveau 3 gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied. De voorziening wordt uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van een SKJ-geregistreerde Professional met een afgeronde zorggerelateerde hbo-opleiding gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied.
53
Minimumeisen personeel jeugd dagbehandeling De voorziening Dagbehandeling wordt uitgevoerd door een SKJ-geregistreerde Professional met een afgeronde zorggerelateerde hbo-opleiding gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied. Deze voorziening wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een BIG-geregistreerde regiebehandelaar.
54
Minimumeisen personeel jeugd Ambulante (Groepsgerichte) Behandeling J&O, J-LVG en vaktherapie De voorziening Ambulante (Groepsgerichte) Behandeling wordt uitgevoerd door een SKJgeregistreerde Professional met een afgeronde zorggerelateerde hbo-opleiding gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied. De voorziening Ambulante (Groepsgerichte) Behandeling J&O, J-LVG wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een de BIG-geregistreerde Gezondheidspsycholoog (GZ) of Arts Verstandelijke Gehandicapte (AVG) (conform beleidsregels NZA, richtlijnen NJI). De voorziening Ambulante (Groepsgerichte) Behandeling vaktherapie wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een BIG/NVO/NIP-geregistreerde regiebehandelaar of, in die gevallen waarin er sprake is van J&O of LVG-problematiek en geen sprake is van een psychische stoornis, een BIG-geregistreerde Arts Verstandelijke Gehandicapte.
55
Minimumeisen personeel jeugd Verzorging en Begeleiding De voorziening Verzorging en Begeleiding wordt uitgevoerd door een Professional met een afgeronde zorggerelateerde mbo-opleiding op niveau 3 gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied. De voorziening wordt uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van een SKJ-geregistreerde Professional met een afgeronde zorggerelateerde hbo-opleiding gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied.
63
56
Minimumeisen personeel jeugd Kortdurend Verblijf Het toezicht tijdens het Kortdurend Verblijf wordt uitgevoerd door een Professional met een afgeronde zorggerelateerde mbo-opleiding op niveau 3 gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied. De voorziening wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een SKJ-geregistreerde Professional met een afgeronde zorggerelateerde hbo-opleiding gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied.
57
Minimumeisen vervoer van/naar Dagbesteding (Wmo en jeugd), Kortdurend Verblijf (Wmo en jeugd) en Dagbehandeling (jeugd)
57.1
Voor de voertuigen die worden ingezet voor het Vervoer gelden de volgende eisen: dienen te voldoen aan alle relevante bepalingen en door de Rijksdienst door het Wegverkeer te zijn goedgekeurd voor taxivervoer; dienen te zijn voorzien van een verbandtrommel, brandblusser, noodhamer en gordelsnijder; zijn dusdanig ingericht dat de chauffeur vanuit zijn/haar zitplaats altijd alle inzittenden tijdens de rit kan zien; dienen elke klant zicht naar buiten te bieden; zijn voorzien van een kinderslot; alle zitplaatsen zijn voorzien van veiligheidsgordels die geschikt zijn voor alle reizigersgroepen waaronder ook kinderen; zijn rookvrij. Bij rolstoelplaatsen: zijn voorzien van een voor alle rolstoeltypen veilige bevestiging van de rolstoel en zijn voorzien van een voor alle rolstoeltypen veilige bevestiging van de reiziger.
57.2
Voor de chauffeurs die worden ingezet voor het Vervoer gelden de volgende kwaliteitseisen: heeft kennis van en affiniteit met de doelgroep; herkent en kan omgaan met de diverse beperkingen en ziektebeelden van de doelgroep; is verantwoordelijk voor veilig vervoer en past de rijstijl aan de weersomstandigheden aan; heeft een servicegerichte en reizigersvriendelijke instelling; past goede sociale vaardigheden toe; is vakkundig, klantvriendelijk, servicegericht, behulpzaam en heeft correcte omgangsvormen gebruikt geen verbaal of fysiek geweld tegen reizigers om welke reden dan ook; verwijdert geen reizigers uit het voertuig tijdens de rit om welke reden dan ook met uitzondering van situaties waarin de veiligheid van chauffeur en/of medereizigers in gevaar is; is in bezit van een EHBO-certificaat. Indien van belang voor de Cliëntmoet de vervoerder daarnaast voldoen aan de volgende kwaliteitseisen:
64
56
Minimumeisen personeel jeugd Kortdurend Verblijf het bieden van vastigheid (chauffeurs en route) aan de cliënt; de chauffeur moet in bezit zijn van een certificaat voor omgaan met epilepsie de chauffeur moet weten om te gaan met Cliënten met gedragsproblemen Voor iedere chauffeur die ingezet wordt voor het vervoer van rolstoelafhankelijke reizigers gelden de volgende aanvullende eisen; heeft ervaring in de omgang met de doelgroep en haar beperkingen bezit praktische vaardigheden betreffende het vervoeren van rolstoelreizigers; beheerst de zit- en til-technieken ten behoeve van passagiers met een fysieke beperking.
57.3
Voor de ritten die worden gemaakt in het kader van het Vervoer gelden de volgende eisen: de maximale duur van de rit voor een cliënt, van thuissituatie naar de voorziening, bedraagt één uur; het op tijd vertrekken van het voertuig en het op tijd aankomen op de bestemming: maximaal een half uur voor afgesproken vertrektijd en half uur na afgesproken aankomsttijd.
58
Minimumeisen casemanagement De voorziening casemanagement wordt uitgevoerd door een SKJ-geregistreerde Professional met een afgeronde zorggerelateerde hbo-opleiding gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied. communicatie, controle en handhaving
59
Medewerking aan onderzoek
59.1
Zorgaanbieder verleent volledige medewerking aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door de Gemeente (of door ons daartoe aangewezen derden) op de naleving van de contracteisen, inhoudelijke kwaliteit en op presentie- en financiële administratie waaronder begrepen: formele- en materiële onderzoeken, kwaliteitsonderzoeken, rechtmatigheid- en doelmatigheid onderzoeken, onderzoeken n.a.v. calamiteiten/geweldsincidenten, detailcontroles, fysieke controles op locatie en fraudeonderzoeken.
59.2
Voor zover bij een controle of onderzoek op persoonsniveau een voorafgaande toestemmingverklaring is vereist, is Zorgaanbieder gehouden om deze te vragen aan de betreffende cliënten.
60
Meldplicht
60.1
Zorgaanbieder is bekend met en handelt conform de vigerende calamiteitenprotocollen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Inspectie Jeugdzorg. Dit betekent in ieder geval dat
65
56
Minimumeisen personeel jeugd Kortdurend Verblijf Zorgaanbieder calamiteiten en geweldsincidenten zo spoedig mogelijk (uiterlijk binnen drie werkdagen) meldt bij de Inspectie Jeugdzorg of Inspectie voor de Gezondheidszorg.
60.2
Zorgaanbieder is bekend met en handelt conform de Leidraad Meldingen van de Wmotoezichthouder GGD Gelderland-Zuid. Dit betekent in ieder geval dat Zorgaanbieder calamiteiten en geweldsincidenten die plaatsvinden bij de verstrekking van een voorziening in het kader van de Wmo 2015 zo spoedig mogelijk (uiterlijk binnen drie werkdagen) meldt aan aangewezen toezichthouder Wmo GGD Gelderland-Zuid.
60.3
Zorgaanbieder is bekend en handelt, wanneer er sprake is van (dreigende) maatschappelijke onrust en/of (verwachte) media-aandacht, conform het ‘Sociaal Calamiteitenprotocol Regio Nijmegen 2015’. Maatschappelijke onrust staat hierbij voor ‘het verschijnsel waarbij één of enkele incidenten plaatsvinden die leiden tot subjectieve en/of objectieve problemen op het gebied van openbare orde en veiligheid’.
60.4
De Gemeenten zijn verantwoordelijk en aanspreekbaar voor de kwaliteit van de zorg. Daarom, doet Zorgaanbieder, aanvullend op de wettelijke meldingsplicht aan de met toezicht belaste ambtenaren en de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Inspectie Jeugdzorg, zo spoedig mogelijk melding aan Gemeente van: Iedere calamiteit en ieder ernstig incident (met grote impact op de maatschappij, de cliënt, zijn/haar omgeving en/of andere betrokkenen); Ieder geweldsincident dat plaatsvindt bij de verstrekking van een voorziening; Elke melding aan of verscherpt toezicht door de Inspectie Jeugdzorg en Inspectie voor de Gezondheidszorg; Elk onderzoek dat door een gemeente, Justitie, de Inspectie Jeugdzorg, de Inspectie voor de Gezondheidszorg of de Inspectie SZW wordt gestart; Elk definitief rapport dat door een gemeente, Justitie, de Inspectie Jeugdzorg, de Inspectie voor de Gezondheidszorg of de Inspectie SZW is uitgebracht; Feiten en omstandigheden die tot een afwijking van de bepalingen uit de Raamovereenkomst of tot (gedeeltelijke) niet nakoming van de Raamovereenkomst zouden kunnen leiden; Fraude of oneigenlijk gebruik van voorzieningen.
62
Communicatie naar personeel
62.1
Zorgaanbieder informeert zijn personeel over het Regionaal Meldpunt Signalen Zorg *9), een regionaal initiatief van de Gemeente in het kader van kwaliteitsmonitoring. Bij het Regionaal Meldpunt Signalen Zorg worden alle signalen rondom de zorgverlening verzameld. Ook worden er, in samenwerking met alle partijen die betrokken zijn bij kwaliteit, toezicht en handhaving, waar nodig vervolgstappen genomen. Het Meldpunt is toegankelijk voor Cliënten en hun sociale netwerk, Verwijzers en toeleiders (inclusief de Gemeentelijke Toegang), en zorgaanbieders. Onder andere vermoedens van
66
56
Minimumeisen personeel jeugd Kortdurend Verblijf fraude, onrechtmatigheid, onheuse bejegening, onvoldoende kwaliteit, onvoldoende samenwerking en niet kantelingsgericht werken, kunnen (anoniem) bij dit Meldpunt worden gemeld.
*9) https://robregionijmegen.nl/wordpress/contact/meldpunt-signalen-zorg-in-het-sociaaldomein/ Overige eisen 63
Woonplaatsbeginsel
63.1
Gemeente verwacht van de Zorgaanbieder te werken met de definitie in de Jeugdwet of deze verordening en zich tijdig aan te sluiten bij wijzigingen (Factsheet Woonplaatsbeginsel).
63.2
Zorgaanbieder schat voor aanvang van zorg het woonplaatsbeginsel in en communiceert deze inschatting aan Gemeente. Gemeente stelt vast bij welke gemeente het woonplaatsbeginsel rust.
63.3
Bij verhuizing van de gezagsdrager of een Jeugdige onder voogdij naar een Gemeente, vertegenwoordigd door Gemeente, waarbij Jeugdige en gezagsdrager de dienstverlening door Zorgaanbieder willen continueren, honoreert Gemeente de oorspronkelijk afgegeven beslissing, beschikking of toewijzing van zorg voor de duur waarvoor deze is afgegeven, met een maximum van één jaar.
63.4
De gezagsdrager bepaalt in bovengenoemde situatie of de hulp bij de Zorgaanbieder wordt gecontinueerd, of dat een nieuwe hulpverlener wordt gezocht. Alleen in het geval dat de gezagsdrager dit wenst wordt de behandeling bij Zorgaanbieder binnen redelijke termijn stopgezet.
67
Bijlage 4 Verordening in gewone taal Dit document heet een ‘verordening’. In een verordening staan regels die de gemeente moet of mag bepalen. De regels die in deze verordening staan, gaan over hulp aan volwassenen en hulp aan jeugdigen. Iedereen die jonger is dan 18 jaar, noemen we een ‘jeugdige’. In deze bijlage leggen we ‘in gewone taal’ uit wat er in de verordening staat. Om het begrijpelijk te houden is deze tekst niet zo compleet als de verordening zelf6. Wilt u meer (juridische) uitleg, dan kunt u de uitgebreide toelichting lezen. De uitgebreide toelichting is te vinden na deze uitleg in gewone taal. Wmo 2015 Als we het hebben over hulp aan volwassenen, dan zult u vaak de woorden ‘Wmo 2015’ tegenkomen. Hiermee bedoelen we de wet waarin staat dat de gemeente hulp aan volwassenen moet bieden. Jeugdwet Als we het hebben over hulp aan jeugdigen, dan zult u vaak het woord ‘Jeugdwet’ tegenkomen. Hiermee bedoelen we de wet waarin staat dat de gemeente hulp aan jeugdigen moet bieden. Hoe kom ik aan hulp? Heeft iemand hulp nodig, dan kan hij contact zoeken met de gemeente. Het Sociaal Team komt dan op gesprek. Samen wordt bekeken welke hulp nodig is. Het Sociaal Team besluit uiteindelijk welke hulp er nodig is. Dit geldt voor hulp aan volwassenen en voor hulp aan jeugdigen.
Ook een aantal anderen mogen hulp aan jeugdigen toekennen: huisartsen, jeugdartsen en medisch specialisten. Heeft een jeugdige hele zware hulp nodig (bijvoorbeeld dat hij gedwongen bepaalde hulp moet ontvangen of dat hij op een gesloten afdeling opgenomen moet worden), dan mag alleen de kinderrechter dat besluit nemen.
Per artikel: wat staat er? Artikel 1. Begripsbepalingen Van een aantal woorden is het belangrijk om precies te begrijpen wat ze betekenen. Die woorden worden in dit artikel beschreven. Artikel 2. Melding hulpvraag Heeft u hulp nodig, dan kunt u dit aan de gemeente vragen. De hulp die u vraagt, noemen we de ‘hulpvraag’. Dat u hulp vraagt aan de gemeente, noemen we de ‘melding’. De gemeente laat dan schriftelijk (per brief of per mail) weten dat we de vraag ontvangen hebben. Binnen zes weken nadat u om hulp gevraagd heeft, onderzoeken we wélke hulp u nodig heeft. U kunt ook een melding doen namens degene die hulp nodig heeft. Bijvoorbeeld omdat u zijn vertegenwoordiger, mantelzorger, familie, partner, buurman of op een andere manier betrokken bent. Artikel 3. Cliëntondersteuning en vertrouwenspersoon Weet u niet zo goed hoe u om hulp moet vragen, of ziet u erg op tegen een gesprek met de gemeente? Dan kunt u hulp krijgen om samen te bespreken wat uw vraag precies is en bij wie u moet zijn met uw vraag. Die hulp is gratis en heet ‘onafhankelijke cliëntondersteuning’. U kunt de hulp aanvragen bij MEE Gelderse Poort, via telefoonnummer 088 - 633 00 00 of per e-mail via info@meegeldersepoort.nl
6
U kunt aan deze ‘verordening in gewone taal’ geen rechten ontlenen. 68
Heeft u vragen, problemen of klachten over de hulp die u ontvangt? Dan kunt u hulp krijgen om die vragen, problemen of klachten duidelijk te verwoorden en te bespreken met de gemeente of zorgaanbieder. Die hulp is gratis en heet ‘vertrouwenspersoon’. Artikel 4. Vooronderzoek Heeft u hulp gevraagd aan de gemeente, dan komt iemand van ons Sociaal Team bij u op gesprek. Om dit gesprek zo goed mogelijk met u te voeren, zorgt diegene voor een goede voorbereiding. Heeft hij daarvoor meer informatie van u nodig, dan kan hij u daarom vragen. U zult sowieso een identificatiebewijs moeten laten zien aan de gemeente. Zo weten we zeker dat u hulp aanvraagt voor u zelf en niet voor iemand anders. Weet u zelf heel goed welke hulp u nodig heeft? Dan kunt u dit opschrijven en aan het Sociaal Team laten weten. Geef daarbij ook aan waarom die hulp een oplossing is voor uw probleem. Artikel 5. Gesprek Om een zo goed mogelijk beeld van uw situatie te krijgen, komt iemand van het Sociaal Team bij u op gesprek. Het liefst voeren we dit gesprek bij u thuis. We bespreken met u wat uw vraag is. Ook bespreken we wat u zelf kunt doen om de vraag op te lossen. En of uw netwerk daarbij kan helpen. Is uw vraag daarna nog niet (helemaal) opgelost, dan bespreken we welke hulp u van de gemeente nodig heeft.
U mag natuurlijk iemand meenemen naar het gesprek, bijvoorbeeld iemand die u op dit moment soms al helpt. Dit kan heel handig zijn. Diegene kan dan direct met u en ons meedenken. Artikel 6. Verslag We maken een verslag van wat er in het gesprek met u besproken is. In dat verslag staat ook welke hulp u van de gemeente krijgt. Vindt u dat het verslag niet goed is of dat er iets mist, dan kunt u dat tegen ons zeggen. Wij zetten dat dan in het verslag. Bent u het niet eens met de hulp die in het verslag staat, dan mag u dat op het verslag schrijven. Artikel 7. Aanvraag Om te zorgen dat u de hulp krijgt, hebben we een handtekening van u nodig. Bijvoorbeeld doordat u het verslag ondertekent. Met die handtekening geeft u aan dat u graag gebruik wilt maken van de hulp die wij u aanbieden. Dat heet dan de ‘aanvraag’. Als wij uw handtekening (de aanvraag) ontvangen hebben, dan sturen we nog een officiële brief waarin staat welke hulp u krijgt en tot wanneer u die hulp krijgt. Dit document heet de ‘beschikking’. Daarmee is alles definitief. Artikel 8. Criteria voor een maatwerkvoorziening De hulp die u van ons krijgt noemen we een ‘maatwerkvoorziening’. Dit betekent dat u hulp krijgt die bij u past. We vinden het wel belangrijk dat u alleen hulp ontvangt die u écht nodig heeft. Daarom bespreken we eerst wat u zelf kunt doen en wat uw netwerk kan doen om u te helpen.
Ook kijken we of er andere manieren zijn om u te helpen. Alleen als u dan nog steeds niet genoeg geholpen bent, krijgt u hulp van de gemeente. Artikel 9. Afwijzingsgronden Het kan zijn dat u hulp aan ons vraagt en dat wij u die hulp niet geven. Dat is dan bijvoorbeeld omdat u die hulp kunt krijgen van de zorgverzekeraar. Of omdat uw netwerk al zoveel hulp biedt, dat u geen hulp via ons meer nodig heeft. Ook kan het zijn dat u niet in onze gemeente woont. Of dat u zelf had kunnen meewerken om het probleem op te lossen, maar dat u niet wilde meewerken.
69
Artikel 10. Inhoud beschikking In artikel 7 werd al gezegd dat u een officieel document van ons krijgt, als we besluiten dat u hulp van ons krijgt. In dat document staat onder andere welke hulp u krijgt en ook op welke manier u die hulp krijgt. U mag namelijk zelf kiezen hoe u de hulp wilt ontvangen: U kunt ervoor kiezen dat de gemeente alles voor u regelt. Dit heet ‘Zorg in Natura’. Afgekort noemen we dat ‘ZIN’.
Of u kunt ervoor kiezen dat u zelf een aanbieder uitzoekt en een contract met deze aanbieder afsluit. Dit heet ‘persoonsgebonden budget’. Afgekort noemen we dat ‘pgb’. Artikel 11. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering Verandert er iets in uw situatie waardoor u geen hulp meer nodig heeft? Of waardoor u andere hulp nodig heeft? Dan moet u dit melden bij het Sociaal Team. Iemand uit het Sociaal Team gaat dan opnieuw met u kijken welke hulp nodig is en past bij uw situatie. Blijkt dat u bewust belangrijke informatie niet aan ons heeft verteld? Dan kan het Sociaal Team de hulp stoppen en dan kan het zijn dat u moet betalen voor de hulp die u onterecht gekregen heeft. Artikel 12. Algemene regels pgb U mag alleen voor een persoonsgebonden budget kiezen als u 18 jaar of ouder bent. Kiest u voor een persoonsgebonden budget, dan is het belangrijk dat u goed om kunt gaan met verantwoordelijkheden. U wordt dan namelijk zelf werkgever van de zorgaanbieder. Dit betekent dat u een aanbieder moet zoeken die de juiste hulp levert en die daar het juiste tarief voor vraagt. U bent ook zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van de hulp en voor het betalen van de aanbieder. Dit betekent dat u ook een administratie bij moet houden. Om zeker te weten dat dit alles u lukt, moet u opschrijven hoe u hiervoor gaat zorgen.
U kunt bijvoorbeeld opschrijven dat u iemand anders inschakelt om de administratie voor u bij te houden. U mag het persoonsgebonden budget alleen gebruiken voor de hulp die wij aan u toegekend hebben. Artikel 13. Regels voor pgb’s die ingezet worden bij professionals De aanbieder die u vanuit het persoonsgebonden budget inhuurt, moet goede hulp leveren. De aanbieder moet daarom aan allerlei eisen voldoen. U hoeft de meeste eisen niet zelf te controleren, dat doet de gemeente voor u. Wel moet u zelf controleren dat de aanbieder een Verklaring Omtrent Gedrag heeft. Dit hoeft alleen als in uw gezin een jeugdige aanwezig is. Met de Verklaring Omtrent Gedrag bewijst de hulpverlener dat zijn gedrag in het verleden geen belemmering is om in contact te zijn met een jeugdige. Artikel 14. Regels voor pgb sociaal netwerk Vanuit het persoonsgebonden budget kunt u ook iemand uit uw netwerk betalen om de hulp aan u te leveren. U moet wel een goede reden hebben om niet een zorgaanbieder te vragen maar in plaats daarvan iemand uit uw netwerk te betalen. De hulp moet bijvoorbeeld beter en efficiënter zijn. Of hulp vanuit uw netwerk de beste oplossing is, hangt af van de hulp die u nodig heeft en wat het netwerk u daarin kan bieden. Als het gaat om hulp waar een diploma voor nodig is, dan zal diegene uit uw netwerk dat diploma moeten hebben.
Ook moet duidelijk zijn waarom diegene betaald moet worden voor de hulp die hij/zij biedt. U kunt dit aangeven bij het Sociaal Team. Zij kijken dan met u of dit de beste oplossing is. Artikel 15. Regels voor pgb-beheer Lukt het u niet om zelf alles rondom het persoonsgebonden budget te regelen, dan kunt u iemand uit uw netwerk vragen om dat van u over te nemen. Dit mag alleen als het voor die persoon niet tot
70
overbelasting leidt. Ook kunt u iemand inhuren om alles voor u te regelen. U zult die persoon zelf moeten betalen. U mag die persoon niet vanuit het persoonsgebonden budget betalen. Voor begeleiding, dagbesteding en Beschermd Wonen geldt dat u wel zelf in staat moet zijn om op te komen voor uw belangen. U moet zelf de zorgverleners kunnen aansturen. Kunt u dit niet, dan mag een familielid uit de eerste graad of tweede graad dit van u overnemen. Is dit niet mogelijk, dan ontvangt u geen pgb. We vinden het belangrijk dat degene die voor u alles regelt rondom het persoonsgebonden budget, iedere maand contact heeft met u en de zorgaanbieder. Hij/zij moet u ondersteunen en opkomen voor wat u belangrijk vindt. Artikel 16. Bijdrage in de kosten Het kan zijn dat u moet meebetalen aan de hulp die u ontvangt. Dit heet de ‘bijdrage in de kosten’, of
ook wel ‘eigen bijdrage’. Bent u volwassen, dan moet u meestal wel meebetalen. Bent u volwassen maar is de hulp bedoeld voor uw kind, dan hoeft u meestal niet mee te betalen. Artikel 17. Jaarlijkse waardering mantelzorgers en pleegouders
Mantelzorgers doen belangrijk en zwaar werk. Mantelzorgers die bij ons geregistreerd zijn krijgen daarom jaarlijks een bedankje voor hun werk. Een mantelzorger kan op de website van de gemeente een formulier vinden om zichzelf te registreren. Ditzelfde geldt voor inwoners die als pleegouders kinderen van anderen opvangen binnen hun gezin. Ook deze inwoners kunnen in aanmerking komen voor een bedankje. Artikel 18. Sociaal Medische Indicatie Soms kunnen ouders tijdens een bepaalde periode niet volledig voor hun kinderen zorgen door lichamelijke, sociale of psychische problemen. Dan kan kinderopvang nodig zijn om dit probleem op te lossen. Onder bepaalde voorwaarden kan de gemeente hieraan mee betalen. Dit kan voor maximaal één jaar. Artikel 19. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Zorgaanbieders moeten goede zorg leveren. Dit betekent bijvoorbeeld dat ze de goede diploma’s hebben en dat ze goed met u communiceren. Ook moeten ze goed communiceren met anderen waar u hulp van krijgt. Om te controleren of zorgaanbieders dit goed doen, doet de gemeente ieder jaar een onderzoek. In dat onderzoek vragen we u wat u van de hulp vindt en ook wat u van de zorgaanbieder vindt. Op die manier weten we wat uw ervaringen zijn en waar verbetering nodig is. Artikel 20.
Meldingsregeling calamiteiten en geweld Als u of uw hulpverlener te maken krijgt met geweld tijdens het ontvangen van de hulp, dan wordt er onderzoek gedaan naar wat er gebeurd is. Dit geldt ook voor andere ‘incidenten’ of ‘calamiteiten’ die gebeuren tijdens het ontvangen van de hulp. Vermoedt het Sociaal Team dat u of een gezinslid te maken heeft met geweld, dan wordt ook daar onderzoek naar gedaan. Artikel 21. Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening en diensten door derden Het is belangrijk dat we aanbieders genoeg betalen voor de hulp die zij leveren, ook als het gaat om materiële hulp (bijvoorbeeld een scootmobiel of woningaanpassing) en diensten (bijvoorbeeld huishoudelijke hulp of begeleiding). Artikel 22. Klachtenregeling Vindt u dat er niet goed is omgegaan met u en uw vraag om hulp? Dan kunt u een klacht indienen bij de gemeente.
71
Vindt u dat de zorgaanbieder niet goed is omgegaan met u en uw vraag om hulp? Dan kunt u een klacht indienen bij de aanbieder. Artikel 23. Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning We vinden het belangrijk dat aanbieders bij belangrijke beslissingen ervoor zorgen dat er mensen meedenken die ervaring hebben met het krijgen van die hulp. Artikel 24. Controle en onderzoek Ontvangt u hulp vanuit de gemeente, dan kan de gemeente controleren of de hulp ook echt door u wordt gebruikt. De hulp kan bijvoorbeeld ook zijn dat u een scootmobiel of traplift ontvangen heeft. De gemeente kan dan controleren of de scootmobiel/traplift op de juiste manier wordt gebruikt. Zo is het bijvoorbeeld niet de bedoeling dat u de traplift gebruikt om een kast naar boven te tillen. Of dat u een aanhangwagentje achter uw scootmobiel hangt. Artikel 25. Reikwijdte Deze controle gaat over de hulp die u ontvangt vanuit de Wmo of de Jeugdwet. Het kan gaan over de ondersteuning die de gemeente voor u regelt of die u zelf inkoopt met een persoonsgebonden budget. Artikel 26. Toezicht De gemeente stelt toezichthouders aan. Die voeren de controle uit. Artikel 27. Bevel De toezichthouder kan een aanbieder van zorg dwingen met een bevel om maatregelen te nemen als de regels worden overtreden. Artikel 28. Inspectieonderzoek De toezichthouder maakt een rapport over wat hij of zij gevonden heeft.
Dit rapport deelt hij met de gemeente of met de budgethouder. Artikel 29. Aanwijzing Als de regels worden overtreden, dan krijgt de aanbieder een bepaalde periode om maatregelen te nemen. Artikel 30. Hersteltermijn Deze periode kan normaal gesproken maximaal 12 maanden duren. Artikel 31. Cliëntenstop en verscherpt toezicht Tijdens deze periode kan de gemeente besluiten geen nieuwe clienten naar deze aanbieder te sturen. Ook gaan we extra goed opletten of de maatregelen worden genomen. Artikel 32. Vervolgonderzoeksrapport Na afloop van deze periode wordt er opnieuw een controle uitgevoerd en een rapport opgesteld. Artikel 33. Handhavingsmaatregelen De gemeente kan aanbieders die de regels overtreden dwingen maatregelen te nemen door bijvoorbeeld te dreigen met een geldstraf of te verbieden om zorg te leveren. Artikel 34. Privaatrechtelijke maatregelen en opschorten betaling Ook kan de gemeente in het uiterste geval het contract met een aanbieder ontbinden.
72
Artikel 35. Register. Aanbieders met wie de gemeente een contract heeft staan in een register. Dit register kan iedereen inzien. Als aanbieders geen nieuwe cliënten mogen aannemen omdat ze eerst verbetermaatregelen moeten nemen, dan staat dit in het register. Artikel 36. Meldingsplicht Als een aanbieder niet meer aan de wettelijke eisen kan voldoen, dan moet de aanbieder dit aan de gemeente melden. Artikel 37. Betrekken van ingezetenen bij het beleid Ook voor de gemeente geldt dat we bij het maken van regels zorgen dat er mensen meedenken die ervaring hebben met het krijgen van die hulp. Iedereen kan ooit hulp nodig hebben. Daarom denken niet alleen mensen mee die op dit moment hulp ontvangen, of in het verleden hulp ontvangen hebben. Ook mensen die (nog) geen hulp ontvangen worden gevraagd mee te denken. Daarom wordt deze verordening eerst een tijd neergelegd zodat inwoners erop kunnen reageren. Na die periode worden eventuele opmerkingen beoordeeld en verwerkt. Daarna wordt de verordening pas vastgesteld. Artikel 38. Intrekking oude verordening en overgangsrecht Deze verordening komt in plaats van de vorige verordening. Krijgt u op dit moment hulp van de gemeente dan verandert daar niets aan. Pas als uw indicatie afloopt en u opnieuw hulp nodig heeft dan gelden de nieuwe regels ook voor u. Ook als u in de tussentijd andere hulp nodig heeft, gelden de nieuwe regels voor u.
Artikel 39. Nadere regels en hardheidsclausule Heeft u dringend andere hulp nodig dan in deze verordening geregeld wordt? Of zorgt uw situatie ervoor dat het niet past bij deze verordening en is er geen andere oplossing mogelijk? Dan kunnen de burgemeester en wethouders bij hoge uitzondering besluiten om af te wijken van de regels die in deze verordening staan. Dit om ervoor te zorgen dat u toch de hulp krijgt die u nodig heeft. In deze verordening staan regels die nog niet heel concreet en praktisch zijn. De gemeente mag daarom aanvullende regels maken als zij dat wil. Artikel 40. Inwerkingtreding en citeertitel Hier staat vanaf wanneer de verordening geldig is. En hoe de verordening heet.
73
Toelichting verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Mook en Middelaar 2023 Algemeen Voor een uitleg ‘in gewone taal’ van deze verordening, zie bijlage 4. In deze verordening staan de regels die de gemeente volgens de Wmo 2015 en de Jeugdwet moet of mag bepalen. Sinds 2015 zijn de taken van de gemeente uitgebreid met een aantal nieuwe ondersteuningsvormen onder de Wmo en veel nieuwe ondersteuningsvormen onder de Jeugdwet. Bij al deze taken staat centraal dat er eerst bekeken wordt wat er mag en kan worden verwacht van de cliënt en zijn sociaal netwerk. Als het nodig is kan het college de cliënt de mogelijkheid bieden om gebruik te maken van een algemene voorziening. Volstaat dat niet, dan kan het college een maatwerkvoorziening toekennen. Dit met als doel dat de cliënt beter in staat is om deel te nemen aan de maatschappij en hierin zelfstandig te functioneren.
Toegankelijkheid ondersteuning Ondersteuning vanuit de Wmo en de Jeugdwet kan ‘vrij-toegankelijk’ of ‘niet vrij-toegankelijk’ zijn:
Voor vrij-toegankelijke ondersteuning is geen verwijzing of besluit van het college nodig. Cliënten zijn vrij om hier gebruik van te maken en kunnen rechtstreeks contact opnemen met de aanbieder.
Voor niet vrij-toegankelijke ondersteuning is wel een verwijzing of besluit van het college nodig. Er wordt dan onderzoek gedaan naar de situatie van de aanvrager, onder andere door een gesprek met hem te voeren. Er wordt dan ook beoordeeld of een vrij-toegankelijke ondersteuning past bij de situatie van de cliënt. Zo ja, dan wordt eerst verkend of de vrijtoegankelijke ondersteuning de hulpvraag van de cliënt voldoende wegneemt. Als het college besluit dat niet vrij-toegankelijke ondersteuning noodzakelijk is dan volgt er een formeel besluit. Daarna kan de cliënt van deze ondersteuning gebruik maken.
Toeleiding naar niet vrij-toegankelijke ondersteuning Ondersteuning vanuit de Wmo wordt door het college toegekend aan de cliënt. Het college neemt een besluit en verwijst de cliënt naar de aangewezen aanbieder. Voor ondersteuning vanuit de Jeugdwet geldt dit ook, maar is het college niet de enige toeleider. Naast het college kunnen ook de volgende partijen doorverwijzen naar ondersteuning vanuit de Jeugdwet:
Huisartsen, jeugdartsen en medisch specialisten: Deze verwijzers kunnen bepalen dát de cliënt ondersteuning nodig heeft en verwijzen naar een aanbieder (die door de gemeente is gecontracteerd). Deze verwijzers bepalen echter niet wélke ondersteuning de cliënt nodig heeft. Het is dan vaak de aanbieder die bepaalt welke voorziening nodig is (de behandelvorm), hoe vaak iemand moet komen (de omvang) en hoe lang (de duur). De aanbieder moet zich houden aan de afspraken die hij hierover gemaakt heeft met de gemeente. Deze afspraken gaan vooral over afstemming met elkaar zodat het principe van ‘één gezin, één regisseur, één plan’ wordt geborgd. Ook moet de aanbieder rekening houden met de regels die de gemeente in de verordening heeft gesteld. De gemeente
74
speelt geen nadrukkelijke rol in de toeleiding door huisartsen, jeugdartsen en medisch specialisten. Wel legt de gemeente de verwijzing van deze verwijzers vast in een beschikking (artikel 2 lid 6).
Gecertificeerde instellingen (GI’s), kinderrechters, Openbaar Ministerie (OM) en de directeur of selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting: Kinderrechters kunnen kinderbeschermingsmaatregelen en maatregelen tot jeugdreclassering nemen. De GI’s voeren dit vervolgens uit, maar moeten hierover verplicht overleg voeren met de gemeente. De gemeente moet de jeugdhulp inzetten die de GI’s nodig vinden om de kinderbeschermingsmaatregel of de jeugdreclassering uit te voeren. Het gaat immers om een besluit dat door de rechter genomen is. Als de kinderrechter een ondertoezichtstelling of gezagsbeëindiging uitspreekt, dan wijst hij in de beschikking aan welke GI die maatregel moet uitvoeren. De rechter kan dit omdat de Raad van de Kinderbescherming hierover adviseert, na overleg te hebben gevoerd met de gemeente. De toegang door deze verwijzers is geregeld in de Jeugdwet en komt daarom verder niet terug in deze verordening.
Veilig Thuis Het AMHK heeft inmiddels de naam Veilig Thuis gekregen. Veilig Thuis geeft advies als er sprake is van huiselijk geweld en kindermishandeling en ook als hier slechts vermoedens van zijn. Als het nodig is dan onderzoekt Veilig Thuis na een melding of er sprake is van kindermishandeling. Willen ouders niet dat er jeugdhulp ingezet wordt, dan kan Veilig Thuis een rol spelen in het motiveren van deze ouders. Ook legt Veilig Thuis contacten met de hulpverlening. Ook deze vorm van verwijzing is al geregeld in de Jeugdwet en komt verder niet terug in deze verordening.
Mandatering De Wmo 2015, de Jeugdwet en deze verordening leggen veel bevoegdheden bij het college. De uitvoering hiervan zal vaak namens het college gedaan worden. Namelijk door deskundige consulenten, ambtenaren of aanbieders die hiervoor mandaat gekregen hebben van het college. Waar in deze verordening en in de wet dus ‘het college’ staat, kan het college deze bevoegdheid mandateren aan ondergeschikten en niet-ondergeschikten (op grond van de Awb). Een niet-ondergeschikte mag alleen rechten en plichten van cliënten vaststellen als het een aanbieder is die hiervoor mandaat heeft gekregen (artikel 2.6.3 Wmo 2015 en artikel 2.11 lid 1 Jeugdwet). Voor ondergeschikten geldt dat het mandaat om rechten en plichten van cliënten vast te stellen niet alleen beperkt is tot aanbieders.
Wettelijke kaders Hierna volgt een hele opsomming van artikelen in de Wmo 2015 en Jeugdwet die bepalen wat we als gemeente in de verordening op moeten nemen. De gemeente moet in de verordening regels vaststellen omwille van de uitvoering van het beleidsplan inzake ondersteuning vanuit de Wmo (artikel 2.1.3 lid 1 Wmo 2015). In de verordening dient overeenkomstig de artikelen 2.1.3, tweede tot en met vierde lid, 2.1.4, derde en zevende lid, en 2.1.6 van de Wmo 2015 in ieder geval bepaald te worden:
75
-
op welke wijze en op basis van welke criteria wordt vastgesteld of een cliënt voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, Beschermd Wonen of opvang in aanmerking komt;
-
op welke wijze de hoogte van een pgb wordt vastgesteld;
-
welke eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, inclusief eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten; ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor de afhandeling van klachten van cliënten vereist is;
-
ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn vereist is;
-
op welke wijze ingezetenen, waaronder cliënten of hun vertegenwoordigers, worden betrokken bij uitvoering van de wet, voorstellen voor beleid kunnen doen, gevraagd en ongevraagd advies kunnen uitbrengen over verordeningen en beleidsvoorstellen, worden voorzien van ondersteuning en deel kunnen nemen aan periodiek overleg;
-
op welke wijze de kostprijs van een maatwerkvoorziening wordt berekend; en
-
op welke wijze het college zorg draagt voor een jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers van cliënten in de gemeente.
Ook dient de gemeente overeenkomstig de artikelen 2.1.3, derde lid, en 2.6.6, eerste lid, van de Wmo 2015 per verordening regels te stellen: -
voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of een pgb, en van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet;
-
ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van de voorziening, waar het college ten aanzien daarvan de uitvoering van de Wmo 2015 door derden laat verrichten. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de toepasselijke arbeidsvoorwaarden.
Daarnaast kan de gemeente op grond van de artikelen 2.1.4, eerste en tweede lid, 2.1.4a, 2.1.5, eerste lid, 2.1.7 en 2.3.6, derde lid, van de Wmo 2015: -
bepalen dat cliënten voor algemene voorzieningen, niet zijnde cliëntondersteuning, en maatwerkvoorzieningen een bijdrage verschuldigd zullen zijn;
-
de hoogte van de bijdrage voor de verschillende soorten van voorzieningen, ook wanneer de cliënt de ondersteuning zelf inkoopt met een pgb, in de verordening verschillend vaststellen. Hierbij kan tevens worden bepaald dat op de bijdrage een korting wordt gegeven voor personen die behoren tot daarbij aan te wijzen groepen en dat de bijdrage afhankelijk is van het inkomen en het vermogen van de cliënt en zijn partner;
-
bepalen dat de bijdragen voor opvangvoorzieningen door een andere instantie dan het CAK worden vastgesteld en geïnd;
-
bepalen dat in geval van een minderjarige cliënt die niet zelf de eigenaar is van de woning, een bijdrage wordt opgelegd aan diens onderhoudsplichtige ouders en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag over de cliënt uitoefent;
76
-
bepalen dat aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen, die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben, een tegemoetkoming wordt verstrekt ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie, en vaststellen welke de toepasselijke grenzen zijn met betrekking tot de financiële draagkracht;
-
bepalen onder welke voorwaarden betreffende het tarief de persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, de ondersteuning kan inkopen van een persoon die behoort tot het sociale netwerk.
De Jeugdwet schrijft in de artikelen 2.9, 2.10 en 2.12 voor dat de gemeenteraad per verordening in ieder geval regels opstelt: -
over de door het college te verlenen maatwerkvoorzieningen en overige (jeugdhulp)voorzieningen;
-
met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning van, de wijze van beoordeling van en de afwegingsfactoren bij een maatwerkvoorziening;
-
over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een maatwerkvoorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen;
-
over de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld;
-
voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de Jeugdwet;
-
over de wijze waarop ingezetenen worden betrokken bij de uitvoering van de Jeugdwet, en
-
ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, waar het college ten aanzien daarvan de uitvoering van de Jeugdwet door derden laat verrichten. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de toepasselijke arbeidsvoorwaarden.
Daarnaast kan op grond van artikel 8.1.1, vierde lid, van de Jeugdwet bij verordening bepaald worden onder welke voorwaarden de persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot zijn sociale netwerk. Artikel 2.1.3, tweede lid, van de Wmo 2015 en artikel 2.9 van de Jeugdwet bieden verder ruimte om met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wmo 2015, en de Jeugdwet andere regels te stellen. Deze verordening maakt hier spaarzaam gebruik van om een meer compleet beeld te geven van de rechten en plichten van ingezetenen en de gemeente. Deze verordening kan niet los worden gezien van het beleidsplan, dat de raad op grond van artikel 2.1.2 van de Wmo 2015 en artikel 2.2 van de Jeugdwet eveneens dient vast te stellen. In dit beleidsplan wordt het door het gemeentebestuur te voeren beleid met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp vastgelegd.