Toelichting
Tekst van het document
5.3 Verkeer en parkeren 5.3.1 Verkeer Aan de hand van kengetallen uit de CROW-publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' is de verkeersgeneratie in de bestaande en beoogde situatie berekend. Hierbij is uitgegaan van ligging in gebiedstype 'rest bebouwde kom - weinig stedelijk'. Bestaande situatie In de bestaande situatie genereert het gebruik binnen het plangebied geen verkeersbewegingen. Beoogde situatie In de beoogde situatie worden ten zuiden van de plas een appartementengebouw voor maximaal 15 appartementen en 12 grondgebonden twee-onder-een-kapwoningen gerealiseerd. De beoogde woningtypen genereren op basis van de kencijfers van het CROW de volgende verkeersbewegingen: • •
Koop, huis, twee-onder-een-kap: 7,8 * 12 = 93,6 verkeersbewegingen Koop, appartement, midden: 6,0 * 15 = 90 verkeersbewegingen
De totale verkeersgeneratie in de beoogde situatie bedraagt hiermee 183,6 verkeersbewegingen per dag. Ontsluiting Het plangebied is in de beoogde situatie via twee routes ontsloten (zie onderstaande afbeelding). Het appartementengebouw direct ten zuiden van de plas wordt ontsloten via de zijweg van de Rijksweg aan de westzijde van het plangebied. De grondgebonden twee-onder-een-kapwoningen krijgen een andere ontsluiting; aan de zuidzijde van het plangebied wordt een verbinding gerealiseerd met de Muldershofweg. Ter plekke van de ontsluiting aan de Muldershofweg wordt een afsluiting gerealiseerd voor autoverkeer in westelijke richting naar de parkeerplaats in het centrumgebied van Plasmolen. Autoverkeer van en naar de twee-onder-een-kapwoningen rijdt via de 23 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen’ | Buro Stedenbouw
30
Muldershofweg in oostelijke richting naar de Zevenbergseweg. Vanuit hier is in noordelijke richting de Rijksweg (N271).
Ontsluiting plangebied in beoogde situatie (bron: Pouderoyen Compagnons) De eerder genoemde verkeersbewegingen zijn in de toekomstige situatie evenredig verspreid over beide wegen. Dit betekent dat de Rijksweg en Muldershofweg respectievelijk 90 en 93,6 verkeersbewegingen per dag te verwerken krijgen. De omliggende infrastructuur kan deze toename van het aantal verkeersbewegingen goed verwerken. 5.3.1.1 Conclusie verkeer De infrastructuur rond het plangebied kunnen de toename in verkeersbewegingen goed verwerken. Geconcludeerd wordt dat het aspect 'verkeer' geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 5.3.2 Parkeren Voor het berekenen van de parkeerbehoefte is eveneens gebruik gemaakt van de kengetallen voor parkeren uit de CROW-publicatie 'Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Onderhavig plan maakt de realisatie van maximaal 15 appartementen en 12 grondgebonden twee-onder-een-kapwoningen mogelijk. Voor deze woningtypologieën gelden conform de bovengenoemde CROW-publicatie de volgende parkeernormen in gebiedstype 'rest bebouwde kom - weinig stedelijk': • •
Koop, huis, twee-onder-een-kap: 2,2 * 12 = 26,4 parkeerplekken Koop, appartement, midden: 1,9 * 15 = 28,5 parkeerplekken
Voor de totale ontwikkeling betekent dit dat voorzien moet worden in 55 parkeerplekken binnen het plangebied. Onderstaande afbeelding geeft de beoogde situatie qua parkeren weer.
23 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen’ | Buro Stedenbouw
31
Parkeren beoogde situatie (bron: Pouderoyen Compagnons) Voor de twee-onder-een-kapwoningen wordt per woning voorzien in twee parkeerplekken op eigen terrein. Daarnaast worden aan de oost- en zuidzijde langs de toegangsweg in totaal 7 langsparkeervakken gerealiseerd. Hiermee wordt voorzien in 31 parkeerplekken ten behoeve van de grondgebonden woningen. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernorm voor deze woningtypen. Ten behoeve van de appartementen worden langs de zijweg van de Rijksweg 18 parkeerplekken in de openbare ruimte gerealiseerd. In totaal komt daarmee het aantal beschikbare parkeerplekken uit op 49. De overige benodigde parkeerplekken worden voorzien in de halfverdiepte parkeerkelder onder het appartementengebouw. Met de toevoeging van deze parkeerkelder kan ruimschoots worden voorzien in de benodigde parkeerruimte. 5.3.2.1 Conclusie parkeren Geconcludeerd wordt dat de totale parkeerbehoefte van onderhavig plan wordt gerealiseerd op het eigen terrein. De parkeerbalans in de directe omgeving wordt hiertoe niet verstoord. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.4 Bedrijven en milieuzonering 5.4.1 Beoordelingskader Het is gebruikelijk om voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bedrijvigheid gebruik te maken van de afstanden uit de publicatie Bedrijven en milieuzonering (VNG-uitgeverij, 2009). 23 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen’ | Buro Stedenbouw
32
Andersom is deze publicatie te gebruiken voor het verantwoord inpassen van bedrijvigheid in een woon- of werkomgeving. De publicatie geeft informatie over de milieukenmerken van vrijwel alle voorkomende bedrijfstypen. Het biedt daarmee een hulpmiddel om ruimtelijke ordening en milieu op elkaar af te stemmen. Uitgangspunt is dat de in de bedrijvenlijst genoemde afstanden gelden tussen enerzijds de perceelsgrens van het bedrijf en anderzijds de gevel van de woning. De richtafstanden gelden ten opzichte van rustige woongebieden. Dit kan zowel een rustige woonwijk als een rustig buitengebied zijn. Indien een activiteit plaatsvindt in een gebied waar meerdere functies naast elkaar voorkomen is er sprake van een gemengd gebied. Voor deze gebieden kunnen kleinere richtafstanden worden gehanteerd, de richtafstand voor een rustig woongebied kan met één stap worden verlaagd. De genoemde richtafstanden zijn indicatief. Afwijken van deze indicatieve richtafstanden is mogelijk indien de afwijking wordt gemotiveerd. Het kan zo zijn dat specifieke wet- en regelgeving andere afstanden voorschrijft. Deze gaan dan voor de afstanden uit de VNG-publicatie. Te denken valt aan de Wet geurhinder en veehouderij, het Activiteitenbesluit of het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
5.4.2 Voorgenomen ontwikkeling Onderhavig plan bestaat uit de realisatie van een appartementengebouw voor maximaal 15 appartementen en 12 grondgebonden woningen. Dit betreffen 'gevoelige functies' in het kader van bedrijven- en milieuzonering. Derhalve dient nagegaan te worden of er geen bedrijven of inrichtingen in de omgeving van het plangebied voor hinder kunnen zorgen. 5.4.3 Toetsing Onderstaande tabel bevat een overzicht van de functies in de directe omgeving van het plangebied, de bijbehorende richtafstanden en de werkelijke afstand tot de gevel van het beoogde appartementencomplex.
Tabel bedrijven en milieuzonering Uit bovenstaande inventarisatie blijkt dat zowel binnen gemengd gebied als binnen rustig woongebied geen sprake is van ligging van het plangebied binnen de richtafstanden van bedrijven en/of inrichtingen in de omgeving. Er zijn geen bedrijven of inrichtingen in de omgeving die mogelijk voor hinder zorgen voor de beoogde gevoelige functies. Omgekeerd leiden deze functies ook niet tot hinder voor de beoogde woningen. 5.4.4 Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect 'bedrijven en milieuzonering' geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.5 Geluid 5.5.1 Beoordelingskader De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het kader van de ruimtelijke procedure moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben
23 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen’ | Buro Stedenbouw
33
als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Wegen met een maximale snelheid van 30 km/uur zijn uitgesloten van akoestisch onderzoek. 5.5.2 Onderzoek wegverkeerslawaai Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling ter plekke van voormalige hotel De Plasmolen heeft SAB een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn in deze paragraaf beschreven. De volledige rapportage is als bijlage 3 bij deze toelichting opgenomen. Uit het onderzoek wegverkeerslawaai worden de volgende conclusies getrokken: • • •
Vanwege het verkeer op de Rijksweg (provinciale weg N271) zal de geluidsbelasting op de gevels de wettelijke voorkeursgrenswaarde niet overschreden worden. Vanwege het verkeer op de 30 km/uur wegen in Plasmolen zal de geluidsbelasting op de gevels de wettelijke voorkeursgrenswaarde niet overschreden worden. Er treden geen belemmeringen op voor het aspect wegverkeerslawaai.
5.5.3 Conclusie wegverkeerslawaai Het aspect 'wegverkeerslawaai' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 5.5.4 Onderzoek industrielawaai In de omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven, inrichtingen of functies gesitueerd die mogelijk geluidshinder veroorzaken voor de beoogde geluidgevoelige functies. Derhalve is een nader onderzoek industrielawaai niet noodzakelijk. 5.5.5 Conclusie industrielawaai Het aspect 'industrielawaai' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.6 Geur 5.6.1 Beoordelingskader De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor de geurhinder vanuit veehouderijen bij de beoordeling van aanvragen om vergunning in het kader van de Wet milieubeheer. De Wgv stelt normen aan de geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten en stelt minimale afstanden vast van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. Deze normen en afstanden zijn afhankelijk van het type veehouderij, de locatie of deze al dan niet is gelegen in een concentratiegebied en of deze gelegen is binnen dan wel buiten de bebouwde kom. Voor wat betreft geurhinder van veehouderijen moet bekeken worden of er niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad wordt (belang omliggende veehouderijen) en of er ter plaatse een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd (belang geurgevoelig object). Een geurgevoelig object is een gebouw dat is bestemd voor en geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf. Tuinen vallen dus niet onder de noemer geurgevoelige objecten. De beoogde woningen dienen aangemerkt te worden als geurgevoelige objecten in het kader van de beoordeling van omliggende agrarische inrichtingen.
23 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen’ | Buro Stedenbouw
34
5.6.2 Conclusie Het plangebied is gelegen in de kern Plasmolen, ten noorden van de Mookerplas en ten zuiden van natuurgebied Sint Jansberg. De dichtstbijzijnde intensieve veehouderij ligt op circa 1 kilometer afstand ten zuidwesten van het plangebied aan de Elzenstraat 10 ten zuiden van de Mookerplas. Tussen deze veehouderij en het plangebied zijn diverse gevoelige bestemmingen gelegen, waardoor er geen sprake zal zijn van beperking van de bedrijfsmogelijkheden van deze veehouderij. Anderzijds zal er, gezien de ruime afstand, geen geurhinder worden ondervonden van deze veehouderij ter plekke van de beoogde woningen. Gesteld wordt dat er geen agrarische bedrijven in de nabije omgeving zijn die mogelijk voor geurhinder zorgen ter plekke van het plangebied. Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.7 Luchtkwaliteit 5.7.1 Beoordelingskader Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • • •
Besluit en de Regeling 'niet in betekenende mate' bijdragen (Luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (Luchtkwaliteitseisen); Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007.
Besluit en de Regeling 'niet in betekenende mate' bijdragen (luchtkwaliteitseisen) Het Besluit 'niet in betekenende mate' bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIMB kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Met grenswaarden voor beide stoffen van 40 µg/m³ komt dit neer op een bijdrage van 1,2 µg/m³. Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter,
23 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen’ | Buro Stedenbouw
35
bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Regeling Beoordeling luchtkwaliteit 2007 In deze regeling staat staan criteria en eisen vastgelegd waaraan de berekeningen en de rekenmodellen moeten voldoen. Hieronder een overzicht van de rekenmodellen: • • • •
CARII: berekening van emissies voor binnenstedelijk verkeer; NIBM-tool: eenvoudige berekening van emissies van verkeer volgens worst case benadering; ISL2: berekening van emissies voor buitenstedelijk verkeer; ISL3a: berekening van emissies van industrie (onder meer veehouderijen).
5.7.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van in totaal 27 woningen. Deze ontwikkeling past binnen de lijst met categorieën van gevallen die in de regeling NIBM is opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling draagt om deze reden niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het uitvoeren van een luchtkwaliteitsonderzoek is niet noodzakelijk. Tevens zijn de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN & GDN) geraadpleegd. Hieruit blijkt dat ten aanzien van zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de lucht, geen grenswaarden worden overschreden in de omgeving van het plangebied. Derhalve kan worden gesteld dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor wat betreft de luchtkwaliteit. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.8 Water Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten van Rijk, provincies en gemeenten. Ruimtelijke plannen moeten voorzien zijn van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de watertoets worden doorlopen. Het waterschap kijkt of in een plan voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaats en geeft een wateradvies. 5.8.1 Beleid Waterbeheerprogramma 2022-2027 Elke zes jaar leggen waterschappen vast welke aanpak en welke maatregelen nodig zijn om de watertaken goed te kunnen uitvoeren. Dit gebeurt in het waterbeheerprogramma (WBP). Op 8 december 2021 heeft het algemeen bestuur van Waterschap Limburg het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. Met het WBP geeft Waterschap Limburg richting aan het waterbeheer in de periode 2022-2027. Het programma geeft invulling aan het bestuursprogramma uit 2019 en de meerjarenbegroting waarin de koers voor de periode 2021-2025 is uitgezet. In het WBP staan een aantal speerpunten centraal waaraan het waterschap tijdens de planperiode wil gaan werken: • • • •
Hoogwaterbescherming Maasvallei: bescherming tegen overstromingen van de Maas; Klimaatadaptatie: balans tussen water afvoeren én water vasthouden; Waterkwaliteit en ecologie: het water is schoon en wateren zijn natuurlijk ingericht; Zuiveren en waterketen: zuiveren rioolwater en grondstoffen terugwinnen en gebruiken.
23 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen’ | Buro Stedenbouw
36
5.8.2 Watertoets In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is door Civil Management een watermemo opgesteld waarin de uitgangspunten ten aanzien van waterbeheer binnen het plangebied zijn toegelicht. De watermemo is als bijlage 4 bij deze toelichting opgenomen. Effect planvoornemen De voorgenomen ontwikkeling heeft een toename aan verhard oppervlak tot gevolg. Onderstaande tabellen geven het totaal aan oppervlakteverharding in de bestaande en toekomstige situatie weer. Verhard oppervlak huidige situatie Onderdeel
Oppervlak in m2
% verhard
Verhard oppervlak in m2
Tennisvelden
1.580
100
1.580
Overige oppervlakteverharding
1.295
100
1.295
Totaal verharding
2.875
Verhard oppervlak toekomstige situatie Onderdeel
Oppervlakte in m2
% verhard
Verhard oppervlak in m2
Appartementengebouw
825
100
825
Twee-onder-een-kapwoningen
2.745
80
2.200
Openbare verharding vanaf N271 956 (t.b.v. appartementen)
100
956
Openbare verharding (t.b.v. twee- 1.280 onder-een-kapwoningen)
100
1.280
Totaal verharding
5.261
In de toekomstige situatie neemt het totaal verhard oppervlak met circa 2.400 m2 toe ten opzichte van de bestaande situatie. Deze toename in oppervlakteverharding heeft tot gevolg dat voor het plan een waterbergingsopgave van toepassing is. Waterberging Waterschap Limburg hanteert voor plannen die leiden tot toename aan oppervlakteverharding de bergingseis van 100 mm waterberging in 24 uur per hectare aan extra oppervlakteverharding. In de uitwerking van de waterbergingsopgave wordt onderscheid gemaakt in het deelgebied rond het appartementengebouw en het deelgebied rond de twee-onder-een-kapwoningen. Het verhard oppervlak van de toegangsweg vanaf de N271 en het appartementengebouw zal bovengronds via een brede grasberm naar de naastgelegen vijver afwateren. Voor de verhardingstoename ten gevolge van de twee-onder-een-kapwoningen en de openbare verhardingen hieromheen (toegangswegen) zal waterberging plaatsvinden in een nader uit te werken berging / wadi. De bergingsopgave hiervoor is als volgt: Toename verhard oppervlak deelgebied twee-onder-een-kapwoningen: 2.200 + 1.280 = 3.480 m2 Op basis van de bergingseisen van Waterschap Limburg dient de capaciteit van de berging 0,34 ha * 100 mm = 340 m3 te bedragen.
23 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen’ | Buro Stedenbouw
37
Afwatering deelgebied appartementengebouw (rood omlijnd) en twee-onder-een-kapwoningen (blauw omlijnd) Afvalwater Conform de Leidraad Rioleringen en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen. Het afvalwater van de beoogde nieuwbouw wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Waterkwaliteit Ten behoeve van de waterkwaliteit zal de voorgestelde ontwikkeling, indien van toepassing, gebruik maken van milieuvriendelijke bouwmaterialen en worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper, zink en zacht OVC niet gebruikt, waardoor de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater voorkomen wordt. 5.8.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect 'water' geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.9 Ecologie 5.9.1 Beoordelingskader Juridisch kader Wet natuurbescherming (Wnb) Met ingang van 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De wet regelt soortenbescherming en gebiedsbescherming. Zorgplicht Het eerste artikel in de Wnb heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige
23 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen’ | Buro Stedenbouw
38
verbodsbepalingen zijn gereguleerd. Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. Soortenbescherming Bij een quickscan flora en fauna wordt in beeld gebracht of er (potentiële) vaste rust- of verblijfplaatsen aanwezig zijn van de soorten uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep verstorend kan zijn en of nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht. De Wnb onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wnb drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten: • • •
soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10).
Gebiedsbescherming Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Natura 2000 Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men deze flora en fauna duurzaam beschermen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Binnen een gebied kan spanning optreden tussen economie en ecologie. In een zogenaamd beheerplan leggen Rijk en provincies vast welke activiteiten, op welke wijze mogelijk zijn. Uitgangspunt is steeds het realiseren van ecologische doelen met respect voor en in een zorgvuldige balans met wat particulieren en ondernemers willen. Het opstellen gebeurt daarom in overleg met alle direct betrokkenen, zoals beheerders, gebruikers, omwonenden, gemeenten, natuurorganisaties en waterschappen.
Samen geven ze invulling aan beleven, gebruiken en beschermen. Daar draait het om in de Nederlandse Natura 2000-gebieden (bron: Regiegroep Natura 2000). Het is krachtens de Wnb verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (artikel 2.7, lid 2). Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door de desbetreffende provincie. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit:
23 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen’ | Buro Stedenbouw
39
• • • • •
bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.
Conform artikel 1.12 van de Wnb dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. 5.9.2 Quickscan Flora en fauna Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling heeft Gras Advies op 22 februari 2022 een actualisatie uitgevoerd van de in het verleden uitgevoerde quickscan flora en fauna ter plekke van het plangebied. De bevindingen van dit onderzoek worden in deze paragraaf toegelicht. De volledige onderzoeksrapportage is als bijlage 5 bij deze toelichting opgenomen. Beschermde gebieden Het plangebied is niet gelegen in Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, en tevens Natuurnetwerk Nederland gebied, is Sint Jansberg op 25 meter afstand. Het plangebied is hiervan gescheiden door de Rijksweg N271. Gelet op de scheiding van het plangebied met Sint Jansberg door de Rijksweg en de situering van de nieuwe woningen en appartementen ten zuiden van de waterplas, is een direct negatief effect op het Natura 2000-gebied Sint Jansberg als gevolg van licht, geluid of optische verstoring niet aannemelijk.
Een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden is wel aannemelijk en is middels een AERIUS-berekening onderzocht (zie paragraaf 5.9.3). Houtopstanden Het plangebied bevindt zich buiten de bebouwde kom. De houtige begroeiing bestaat uit verspreid staande bomen, veel opschot en bosschages zonder volwassen bomen. Op het terrein bevinden zich geen houtopstanden groter dan 10 are. Daarmee is het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het plangebied. Vleermuizen De met bomen omgeven waterplas vormt een geschikt foerageergebied voor vleermuizen. Uit resultaten van de NDFF komt naar voren dat de plas gebruikt wordt door de Watervleermuis. Hoewel binnen het gebied geen bomen met holtes of scheuren zijn aangetroffen is de aanwezigheid van een verblijfplaats van de watervleermuis niet uit te sluiten. Indien verlichting van de appartementen uitstraalt over de waterplas, heeft dit een verstorend effect op de watervleermuis. Zolang er geen verlichting uitstraalt over de waterplas, is een significant negatief effect op de aanwezige watervleermuizen niet aannemelijk en is nader onderzoek naar vleermuizen en/of ontheffingsaanvraag niet benodigd. Zoogdieren Het plangebied is geschikt voor verschillende zoogdieren waaronder egel, haas, wezel, bunzing, konijn en algemene muizensoorten.
Ook zijn er sporen van vos ontdekt binnen het plangebied. Deze soorten zijn beschermd conform de Wet natuurbescherming 'andere soorten', maar staan ook in de categorie 'vrijgestelde soorten' in de provincie Limburg. Dit houdt in dat bij uitvoering van de werkzaamheden in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling een vrijstelling geldt voor deze soorten. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij. Verder is vanuit NDFF onderzoek naar voren gekomen dat er meerdere beschermde zoogdieren in de omgeving voorkomen, betreffende das en bever. Omdat het plangebied geen geschikt habitat vormt voor deze soorten is het voorkomen binnen het plangebied niet aannemelijk en is nader onderzoek en/of ontheffingsaanvraag niet benodigd. 23 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen’ | Buro Stedenbouw
40
Vogels Het plangebied is (onderdeel van) een leefgebied voor diverse zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bosschages in het plangebied gebruiken als broedlocatie. Een nader onderzoek is niet noodzakelijk, onder voorwaarde dat er buiten het broedseizoen om gewerkt wordt, of eventuele nesten in de bosschages tijdens het broedseizoen niet verstoord worden. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: "De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wilde levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur." 5.9.3 Stikstofdepositie De voorgenomen ontwikkeling ter plekke van het voormalige hotel De Plasmolen resulteert mogelijk in een verandering van de stikstofdepositie en -emissie. Om te onderzoeken of er sprake is van een significant effect op omliggende Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie, is een berekening van verandering in stikstofemissie en -depositie vereist voor de realisatie- en toekomstige gebruiksfase. Hiertoe heeft Gras Advies deze stikstofberekeningen uitgevoerd.
Het rapport is als bijlage 5 bij deze toelichting opgenomen. De realisatiefase resulteert in een grootste toename van 3,06 mol N/ha/jr op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De gebruiksfase resulteert in een grootste afname van 0,34 mol N/ha/jr op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Hiermee is een significant negatief effect op Natura 2000gebieden niet uitgesloten. Intern salderen Een vervolgstap die hierop genomen is, is het bepalen van het effect wanneer de huidige vergunde situatie (volgens het bestemmingsplan 'Horeca' met functieaanduiding 'horeca van categorie 5') in mindering wordt gebracht op het toekomstige gebruik (intern salderen). Omdat de hotelfunctie al geruime tijd niet meer actief wordt uitgeoefend op het terrein, biedt ook intern salderen geen goede uitkomst. Voortoets Wanneer een stikstofberekening met gebruikmaking van intern salderen geen oplossing biedt, dient een voortoets uitgevoerd te worden. Uit de quickscan voor haalbaarheid van een voortoets volgt dat allereerst sprake is van een substantieel negatief effect (3,06 mol N/ha/jaar in de realisatiefase) en dat de stikstofdepositie eveneens neerslaat op stikstofgevoelige habitattypen aanwezig in Natura 2000-gebieden Sint-Jansberg, De Bruuk en de Oeffelter Meent.
Een voorbeeld is in dit kader habitattype H9120 van de Sint-Jansberg, waar volgens de natuurdoelanalyse van 2023 als volgt over wordt geconcludeerd: “De kritische depositiewaarde (KDW) voor stikstof voor beuken-eikenbossen met hulst is vastgesteld op 1429 mol N/ha/jaar (Van Dobben et al., 2012b), wordt blijkens berekeningen van het rekenmodel Aerius overschreden. Er wordt voor de komende jaren een daling verwacht. Maar ook in 2030 is er nog steeds sprake van overschrijding van de KDW. In 2030 is 96% van de oppervlakte van het habitattype nog overbelast.” Geconcludeerd wordt dat ook een voortoets en de daaropvolgende eventueel benodigde ADC-toets geen uitkomst zullen bieden voor dit plan. Tot slot zijn de mogelijkheden voor extern salderen verkend, echter zijn er bij initiatiefnemer geen mogelijkheden voor handen om externe stikstofrechten aan te wenden voor het planvoornemen.
23 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen’ | Buro Stedenbouw
41
Stikstofregistratiesysteem (SSRS) Een laatste mogelijkheid voor het voorliggend plan betreft het aanmelden van het plan voor het provinciale stikstofregistratiesysteem; dit stikstoffonds biedt stikstofruimte voor initiatieven die een maatschappelijk belang vertegenwoordigen. De realisatie van woningen (die benodigd zijn volgens geldend woonbeleid) valt onder dergelijke initiatieven. Het planvoornemen op de locatie van voormalig Hotel de Plasmolen komt derhalve in aanmerking voor deelname in het SSRS. Verankering in bestemmingsplan De aanvraag voor deelname in het SSRS is reeds ingediend bij het bevoegd gezag (provincie Limburg). Omdat de beoordeling van deelname aan het SSRS nog lopende is, maar het wenselijk wordt geacht de planvorming onder de huidige Wet ruimtelijke ordening voort te zetten, is in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van stikstof. De beoogde regeling is hieronder weergegeven: Strijdig gebruik stikstof a. onder gebruiken of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruiken van gronden en bouwwerken en het bouwen van bouwwerken of uitvoeren van werken zoals bedoeld in de bestemmingsregels, wanneer dit leidt tot een significant negatieve toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden); b.
het gestelde onder a is niet van toepassing indien het werken en/of werkzaamheden in het kader van normaal onderhoud en beheer betreffen; c. het gestelde onder a is niet van toepassing indien het plan in het provinciaal stikstofregistratiesysteem of een vergelijkbare regeling is opgenomen. Met voorgaande regeling wordt het gebruiken van gronden en bouwwerken en het bouwen van bouwwerken of uitvoeren van werken als strijdig gebruik aangemerkt wanneer deze werkzaamheden en/of het gebruik leiden tot significant negatieve toename aan stikstofdepositie op Natura 2000gebieden. Normaal onderhoud en beheer zijn vrijgesteld van deze regeling. Tot slot is het gestelde onder lid a niet van toepassing indien het plan daadwerkelijk is toegevoegd aan het provinciale SSRS (en daarmee eigenlijk eveneens voldoet aan de stikstofregels). Conclusie Met inachtneming van voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'stikstof' geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 5.9.4 Conclusie Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.10 Archeologie en cultuurhistorie 5.10.1 Beoordelingskader Algemeen In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer)rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een 23 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen’ | Buro Stedenbouw
42
verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat "een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden" in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. 5.10.2 Archeologie Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Mook en Middelaar is het plangebied deels aangeduid als 'categorie 4' (hoge archeologische verwachting) en deels als 'categorie '7' (gebieden zonder archeologische verwachting of archeologisch vrijgegeven).
Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Mook en Middelaar (plangebied blauw omcirkeld) Het op de kaart paars omlijnde gebied is in 2007 middels een bureau- en inventariserend veldonderzoek beoordeeld op de aanwezigheid van mogelijke archeologische waarden in de bodem. Op basis van dit onderzoek is dit deel van het plangebied archeologisch vrijgegeven. In het vigerende bestemmingsplan is dit advies overgenomen middels het verwijderen van de archeologische dubbelbestemming ter plekke van het onderzochte deel van het plangebied.
23 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen’ | Buro Stedenbouw
43
Quickscan archeologie Door Greenhouse Advies is een quickscan archeologie uitgevoerd naar de uitkomsten van het bureau- en inventariserend onderzoek uit 2007 om vast te stellen of het te ontwikkelen deel van het plangebied inderdaad vrij is van archeologische waarden in de bodem. De conclusie van deze quickscan is hieronder beschreven. De quickscan is als bijlage 7 opgenomen bij deze toelichting. Het plangebied ligt in een omgeving met een (kans)rijk bodemarchief vanwege de ligging binnen de oude dorpskern van Plasmolen (AMK-terrein) en de prehistorische en Romeinse vondsten die in de nabijheid zijn gedaan. Daarentegen maakt het plangebied deel uit van een al archeologisch onderzocht terrein. Dat onderzoek concludeerde met een lage archeologische verwachting en het advies tot vrijgave of geen nader onderzoek. In het vigerend bestemmingsplan lijkt dit advies te zijn overgenomen. Daartoe ligt het in de lijn der verwachting dat de bevoegde overheid thans geen archeologisch onderzoek meer zal verlangen ter ruimtelijke onderbouwing voor de beoogde functiewijziging en nadien ter verkrijging van een omgevingsvergunning. De bevoegde overheid neemt het besluit in deze. 5.10.2.1 Conclusie archeologie Geconcludeerd wordt dat het aspect 'archeologie' geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.10.3 Cultuurhistorie Sinds de wijziging van artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om naast archeologisch bodemonderzoek ook cultuurhistorische waarden mee te wegen in het bestemmingsplan. 5.10.3.1 Conclusie cultuurhistorie Het plangebied ligt ten dele in een zone met een hoge cultuurhistorische waarde, te weten de oude dorpskern Plasmolen. Het plangebied is in de geschiedenis bebouwd geweest voor diverse doeleinden en met verschillende bebouwing. In de huidige situatie zijn er echter geen cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en/of monumenten meer aanwezig binnen het plangebied. Het aspect 'cultuurhistorie' vormt derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.11 Externe veiligheid 5.11.1 Beoordelingskader Voor de beoordeling van het aspect externe veiligheid gelden de volgende kaders: • • • •
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), inclusief de daaronder vallende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); Regeling basisnet; Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), inclusief de daaronder vallende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb).
Daarnaast kunnen het Activiteitenbesluit en Vuurwerkbesluit van belang zijn. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) regelt hoe een gemeente of provincie moet omgaan met risico's voor mensen buiten een bedrijf als gevolg van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in een bedrijf. In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) staan regels over de veiligheidsafstanden en over de berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Uitgangspunt voor deze circulaire is de Nota risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Deze circulaire heeft betrekking op het beleid van de ministers van Infrastructuur en Milieu en van Veiligheid en Justitie over de afweging van veiligheidsbelangen die een rol spelen bij het vervoer van
23 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen’ | Buro Stedenbouw
44
gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving. Voor de uitwerking en toepassing van de risiconormen is zoveel mogelijk aangesloten bij Bevi en Revi. Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Hierin wordt ingegaan op het plaatsgebonden risico, het groepsrisico en de verantwoordingsplicht. In de Regeling Basisnet staat waar risicoplafonds liggen langs de transportroutes, hoe hoog ze zijn en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het Basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen. In de Regeling basisnet staat een tabel met afstanden voor plaatsgebonden risico die gelden voor transportroutes van het Basisnet. Deze afstanden gelden per trajectdeel. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) geeft onder andere veiligheidsafstanden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen aan. De normstelling is in lijn met het Bevi. De risicoafstand en de manier van risicoberekening zijn opgenomen in het Revi.
Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu adviseert om voor standaard buisleidingen met aardolieproducten de afstanden aan te houden uit het RIVM rapport Risicoafstanden voor buisleidingen met brandbare vloeistoffen K1K2K3 (augustus 2008). Voor afwijkende gevallen en andere brandbare chemische vloeistoffen zijn berekeningen nodig. Voor het berekenen van risico’s van ondergrondse gasleidingen ('hogedruk aardgastransportleidingen') is het computerprogramma CAROLA beschikbaar. 5.11.2 Toetsing Middels onderstaande uitsnede van de risicokaart Nederland zijn de volgende aspecten van externe veiligheid onderzocht: • • •
risicovolle inrichtingen; transport over weg, water en spoor; hogedrukaardgastransportleidingen en K1-, K2- en K3 brandstofleidingen.
Uitsnede risicokaart (plangebied blauw omlijnd)
23 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen’ | Buro Stedenbouw
45
Risicovolle inrichtingen Ten oosten van het plangebied aan de Rijksweg 184 is een tankstation gesitueerd met een LPGvulpunt en een reservoir. Het LPG-vulpunt heeft een vergunde jaardoorzet van meer dan 1.000 m3. Voor het LPG-vulpunt en het reservoir gelden respectievelijk risicoafstanden (PM10-6) van 40 en 25 meter. Voor beide installaties geldt dat een verantwoording voor het groepsrisico noodzakelijk is bij een afstand van 150 meter of minder vanaf de installatie. De gevels van de dichtstbijzijnde beoogde woningen liggen op circa 210 meter vanaf de bestemmingsgrens van het tankstation. Hiermee liggen de beoogde woningen niet binnen de risicoafstand voor het LPG-vulpunt en reservoir. Deze inrichting vormt daarom geen risico voor de voorgenomen ontwikkeling. Verder zijn er geen risicovolle inrichtingen in de omgeving van het plangebied gesitueerd. Transport gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een weg, vaarweg of spoorlijn waar gevaarlijke stoffen vervoerd worden. Risicovolle buisleidingen Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een risicovolle buisleiding. 5.11.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect 'externe veiligheid' geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.12 Ontplofbare oorlogsresten 5.12.1 Beoordelingskader De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) bevat regels voor werkgevers en werknemers om de gezondheid, de veiligheid en het welzijn van werknemers en zelfstandige ondernemers te bevorderen. Doel is om ongevallen en ziekten te voorkomen die door het werk kunnen worden veroorzaakt. De Arbowet is een kaderwet, dat wil zeggen dat het algemene bepalingen en richtlijnen bevat. Op 13 december 2019 is een besluit tot wijziging van het Arbobesluit gepubliceerd, waarin een wettelijke veprlichting wordt geformuleerd tot het laten verrichten van onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten die als gevolg van oorlogshandelingen in de periode 1940-1945 in de Nederlandse bodem kunnen zijn achtergebleven. In eerste instantie is een oriënterend onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten als risico-inventarisatie voldoende. Op basis van deze oriëntatie kan geadviseerd worden om een volledig historisch onderzoek of projectgebonden risicoanalyse uit te laten voeren. Naast het aspect Arboveiligheid dat bij geplande bodemingrepen komt kijken, is het aspect Openbare Orde en Veiligheid eveneens van belang. Om ook de directe omgeving van het werkgebied te kunnen beschermen, dient er veilig en conform de wet- en regelgeving gewerkt te worden, zowel tijdens bureaustudies als bij daadwerkelijke opsporing.
5.12.2 Oriënterend onderzoek In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is door Xplosure een oriënterend onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in de bodem van het plangebied. Doelstelling van het oriënterend onderzoek is, om met behulp van snel voorhanden zijnde, historisch bronnenmateriaal een indruk te krijgen of er binnen het plangebied een kans bestaat op het aantreffen van achtergebleven ontplofbare oorlogsresten en of er op basis van (na)oorlogse informatie de conclusie getrokken kan worden dat de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten is uit te sluiten. Indien dit laatste niet het geval is, schrijft artikel 4.10 van het Arbobesluit voor dat vervolgonderzoek een verplichting is. Het onderzoek is als bijlage 8 bij deze toelichting opgenomen.
23 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen’ | Buro Stedenbouw
46
5.12.3 Conclusie Op basis van het oriënterend onderzoek wordt geadviseerd het opsporingsproces voort te zetten. De voorgestelde onderzoeksmethode is verwoord in de als bijlage 8 bij deze toelichting opgenomen onderzoeksrapportage. Graafwerkzaamheden zijn pas toegestaan zodra dit onderdeel in voldoende mate is afgerond, dan wel onder begeleiding van een explosievendeskundige.
5.13 Milieueffectrapportage 5.13.1 Beoordelingskader De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: a. het plan of besluit is direct m.e.r.-plichtig; b. het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 'gevallen', van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.-beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 'plannen' geldt geen m.e.r.-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; c.
het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 'gevallen', van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; d. de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.-(beoordelings)plicht. Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In het gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. 5.13.2 Toetsing Uit toetsing aan het Besluit m.e.r. volgt dat het besluit tot vaststelling van dit bestemmingsplan valt onder mogelijkheid c. Het besluit bevat namelijk wel een activiteit uit kolom 1 (D 11.2) de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen), maar er wordt niet voldaan aan de gegeven drempelwaarde van 2.000 of meer woningen. De voorgenomen ontwikkeling bevat immers maximaal 27 woningen.
Er kan daarmee worden afgezien van een m.e.r.-beoordeling en volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • •
belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.-(beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet toch een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.
Bij besluiten ten aanzien waarvan moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt is artikel 7.19 van de Wet milieubeheer van toepassing. Met name lid 3, waarin wordt verwezen naar de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn, is hierbij relevant. Deze selectiecriteria zijn:
23 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen’ | Buro Stedenbouw
47
1. kenmerken van het project; 2. plaats van het project; 3. kenmerken van de potentiële effecten. In aanvulling op het voorgaande zijn in het kader van de voorgenomen ontwikkeling de belangrijkste milieuaspecten waaronder bodem, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid en ecologie in beeld gebracht in hoodstuk 4 van deze toelichting. Tezamen met de overige hoofdstukken vormen deze paragrafen de zogenaamde aanmeldnotitie in het kader van het Besluit m.e.r. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een ontwikkeling die een forse invloed heeft op het milieu. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De uitgevoerde onderzoeken geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit te nemen omtrent dit bestemmingsplan en een eventueel op te stellen m.e.r. Het opstellen van een milieueffectrapportage zal geen verder inzicht verschaffen op de relevante milieuaspecten.
5.14 Conclusie milieu- en omgevingsaspecten Met inachtneming van hetgeen omschreven in dit hoofdstuk en de bijbehorende onderzoeksrapportages, vormen de relevante milieu- en omgevingsaspecten geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
23 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen’ | Buro Stedenbouw
48
6. Toelichting op de regels 6.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van het bestemmingsplan: de verbeelding (plankaart) en de regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit bestemmingsplan. daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde bestemmingen zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De toelichting vormt de verantwoording voor de gemaakte keuzen voor de inrichting van het plangebied en de toekenning van de bestemmingen. Met het bestemmingsplan 'Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen' wordt de huidige bestemming 'Horeca' gewijzigd zodat de realisatie van een appartementengebouw voor maximaal 15 appartementen en 12 grondgebonden woningen mogelijk wordt gemaakt. Dit bestemmingsplan is opgesteld aan de hand van de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.
De regels zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: • • • •
Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels.
6.2 Opzet regels In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) is verplicht. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 maakt het mogelijk bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. 6.2.1 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat regels die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: • •
artikel 1: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. artikel 2: Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
6.2.2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 bevat de juridische vertaling van de verschillende bestemmingen die voorkomen in het plangebied. Voor ieder gebied op de verbeelding is de bestemming aangegeven. Deze bestemmingen zijn in de regels onderverdeeld in onder meer:
23 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen’ | Buro Stedenbouw
49
• • • •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan (wonen, bedrijvigheid, etc.) Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.) Afwijken van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemmingen en bouwregels; Verboden gebruik: welke vormen van gebruik zijn uitgesloten.
In paragraaf 6.3 worden de verschillende bestemmingen toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze bestemming is gekozen. Daarnaast wordt, indien gekozen wordt af te wijken van de bestemming uit het geldende bestemmingsplan, aangegeven waarom daarvoor is gekozen. 6.2.3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
• • • • • •
artikel 11 Anti-dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te kunnen voorkomen. Dit kan zich met name voordoen, indien een deel van een bouwperceel, dat reeds bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken, wederom - nu ten behoeve van de berekening van het maximale bebouwingspercentage van een ander bouwperceel - wordt betrokken; artikel 12 Algemene bouwregels: dit artikel bevat regels die algemeen geldend zijn voor het gehele plangebied met betrekking tot ondergrond bouwen, ondergeschikte bouwdelen en bestaande afstanden en andere maten; artikel 13 Algemene gebruiksregels: dit artikel bevat regels over strijdig gebruik en hoe omgegaan moet worden met parkeergelegenheid binnen het plangebied; artikel 14 Algemene aanduidingsregels: in dit artikel wordt beschreven welke gebiedsaanduidingen binnen het plangebied van toepassing zijn; artikel 15 Algemene afwijkingsregels: in deze regeling is vastgelegd onder welke voorwaarden kan worden afgeweken van de in de bestemmingsregels vastgelegde voorschriften; artikel 16 Algemene wijzigingsregels: in deze regel is opgenomen onder welke voorwaarden het bevoegd gezag de opgenomen bestemmingen in het bestemmingsplan kan wijzigen; artikel 17 Algemene procedureregels: deze regeling bepaald de te volgen procedure in het geval van in de planregels genoemde nadere eisen.
6.2.4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 staan de overgangs- en slotbepalingen. In artikel 18 is het overgangsrecht beschreven. Hierin wordt aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. De inhoud van deze regels is overgenomen uit de standaardregels uit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Artikel 19 geeft de officiële benaming van dit bestemmingsplan weer en de datum van vaststelling door de gemeenteraad.
6.3 Nadere toelichting op de regels Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing opgericht mag worden. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar mogelijk worden gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. 23 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen’ | Buro Stedenbouw
50
Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van een appartementengebouw bestaande uit maximaal 15 appartementen en 12 grondgebonden twee-onder-een-kapwoningen mogelijk. Gekozen is om het gedeelte ten zuiden van de plas, dat in het vigerend bestemmingsplan als 'Horeca' is aangeduid, grotendeels te bestemmen als 'Wonen'. De locatie van bebouwing wordt middels bouwvlakken vastgelegd en ook de infrastructuur wordt met bestemming 'Verkeer Verblijfsgebied' al aangegeven. De plas en omliggende begroeiing behouden de huidige bestemmingen 'Bos' en 'Water'. Ook blijft ter plekke van de plas de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' ongewijzigd van kracht. Aan de zuidzijde wordt ten behoeve van de ontsluiting van de grondgebonden woningen de watergang ten zuiden van het terrein en de naastgelegen groenstrook bij het plangebied betrokken. De vigerende bestemmingen worden hier overgenomen met de kanttekening dat ter plekke van de beoogde ontsluiting van de woningen de aanduiding 'specifieke vorm van groen - ontsluiting' wordt toegekend. De conform het vigerende bestemmingsplan toegekende gebiedsaanduidingen worden ongewijzigd overgenomen in dit bestemmingsplan.
23 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., Hotel De Plasmolen’ | Buro Stedenbouw
51
7. Uitvoerbaarheid 7.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de exploitatie van het plan en de eventueel daaruit voortvloeiende planschade besproken.
7.2 Financiële haalbaarheid De voorgenomen ontwikkeling wordt door de initiatiefnemer geïnitieerd, gefinancierd en geëxploiteerd.
7.3 Kostenverhaal De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling en eventuele succesvolle planschadeclaims zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeente zal hiertoe een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer sluiten. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen.