CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

PvA Bijlage 2 Omgevingsvisie Mook en Middelaar

Raadsvergadering 6 november 2025, gemeente Mook en MiddelaarBij agendapunt: Raadsvoorstel Procesvoorstel gebiedsvisie Spoorzone15.460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

kan verbinding worden gestimuleerd tussen verschillende doelgroepen. Ontmoetingsplekken in de gemeente bieden ook mogelijkheden voor ontspanning en beweging. We faciliteren ‘terloopse’ ontmoetingen door ruimtelijke ingrepen te doen in de openbare ruimte, zoals de aanleg van bankjes en wandelpaden. Dat draagt bij aan de fysieke en mentale gezondheid van onze inwoners. Hiermee creëren we letterlijk ruimte voor ontmoeting in de kernen en het buitengebied. Kwetsbare groepen verdienen hierbij bijzondere aandacht. Het is bovendien van belang om ondersteuning te (blijven) bieden aan de verenigingen in de gemeente. Het verenigingsleven zorgt voor sociale cohesie in de samenleving. Het staat echter onder druk door teruglopende ledenaantallen en de toenemende vergrijzing van de bevolking. Voor de vitaliteit van het platteland is het van belang om niet alleen in de kernen, maar ook in het buitengebied verenigingen en activiteiten te ondersteunen.

OMGEVINGSVISIE MOOK EN MIDDELAAR / 23

du

nl ur e

u

nat

itei

t water en bo de

m

werken

re c

ing

re at ie

uit

wone n

goed n er f

en en

uur e

, cult

t kuns

en

eid br

bouw

ing

eid br

in

urz am e le

obil

en economie

g

em

ap

sch

and

g tin

rza m

efo mg ev in

positieve gezondheid

oe ntm

no

e ing ind

rb ve

duu

“We stimuleren positieve gezondheid in een fysiek en sociaal veilige leefomgeving”

Om de gemeentelijke ambities op het gebied van een gezonde en veilige leefomgeving te realiseren, maken we de volgende richtinggevende hoofdkeuzes:

en

to e

ris

me

Leefbaarheid en gezondheid De leefomgeving heeft een positieve invloed op gezondheid als de inrichting mensen verleidt te bewegen, te ontspannen of elkaar te ontmoeten. Vanuit het thema ‘positieve gezondheid’ hebben we aandacht voor het stimuleren van sport en bewegen in de buitenruimte van de gemeente. We willen de fysieke leefomgeving daarom zo inrichten dat mensen worden uitgenodigd tot het vertonen van gezond gedrag, zoals meer bewegen, gezonder eten en elkaar ontmoeten. Bij nieuwe ontwikkelingen in de leefomgeving besteden we aandacht aan de gezondheidseffecten voor de omgeving en omwonenden. Daarbij besteden we bijzondere aandacht aan kwetsbare doelgroepen zoals kinderen, ouderen, chronische zieken en mensen met een beperking. De leefomgeving kan ook een negatieve invloed hebben op de gezondheid. Mensen kunnen ziek worden door (lucht)verontreiniging vanuit verkeer, industrie en veehouderijen, of door stress vanwege hitte of drukte. Dergelijke milieufactoren zijn eveneens van invloed op de gezondheid van onze inwoners. In de hele gemeente wordt voldaan aan de wettelijke milieunormen voor luchtkwaliteit, bodem en geluid. Vanuit milieuoogpunt zijn er dus geen opgaven die in het kader van de omgevingsvisie verder opgepakt dienen te worden.

• We willen de fysieke leefomgeving zo inrichten dat een bijdrage wordt geleverd aan een gezonde leefstijl van onze inwoners. • We besteden bijzondere aandacht aan plekken en gebieden waar gezondheidswinst valt te behalen voor kwetsbare doelgroepen zoals kinderen, ouderen, chronische zieken en mensen met een beperking. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving wordt mede bepaald door de (fysieke en sociale) veiligheid in onze gemeente. Veiligheid vormt dan ook een integraal onderdeel van de strategische keuzes die in de omgevingsvisie zijn geformuleerd. De in de omgevingsvisie voorgestelde ruimtelijke ontwikkelingen hebben geen nadelige gevolgen en impact voor de toegankelijkheid van de zorg- en hulpverlening bij rampen en crises zoals bijvoorbeeld een overstroming, natuurbrand of het vrijkomen van gevaarlijke stoffen in de omgeving. Vluchtroutes en zelfredzaamheid bevorderende maatregelen zijn daarbij van groot belang. Vanuit de gemeente worden de ketenpartners die nauw betrokken zijn bij de gezondheid en veiligheid (GGD GHOR, Veiligheidsregio Noord-Limburg, zorginstellingen) vroegtijdig betrokken, zodat de doorwerking van de beleidskeuzes in de omgevingsvisie naar het omgevingsplan verder kan worden vormgegeven.

OMGEVINGSVISIE MOOK EN MIDDELAAR / 24

”We maken ons sterk voor een duurzame en gezonde leefomgeving voor mens, plant en dier” Duurzaamheid Voor wat betreft de duurzaamheidambities op het gebied van elektriciteit, warmte, biodiversiteit, klimaatadaptatie en circulariteit sluiten we in de omgevingsvisie aan bij het lopende traject rondom het nieuwe duurzaamheidsbeleid van de gemeente: Samen sterk voor duurzaaMM. Uiterlijk in 2050 is Mook en Middelaar een duurzame gemeente. We zijn dan energieneutraal, klimaatneutraal, klimaatadaptief, biodivers en circulair. Op het gebied van duurzame energie zetten we ten eerste in op voorlichting, advies en maatregelen voor inwoners, bedrijven en organisaties om energie te besparen. Daarnaast moet in 2030 landelijk 70% van de totale elektriciteitsproductie hernieuwbaar worden opgewekt. Ook Mook en Middelaar zal hieraan moeten voldoen. Alhoewel we energieneutraal willen worden, zien we weinig mogelijkheden voor grootschalige opwek. De meest geschikte locaties (agrarisch gebied en natuur) zijn uitgesloten. Voor de mogelijkheden die er wel zijn, hebben we kaders opgesteld. Met deze kaders zorgen we ervoor dat we zorgvuldig omgaan met de aanvragen én met onze ruimte, om zo de transitie zo goed mogelijk in te passen in het landschap en de samenleving.

Bij het opwekken van zonne-energie gaan we werken via de Zonneladder: eerst zonnepanelen op daken en gevels realiseren en vervolgens kijken we naar open gebieden in de omgeving waar zonnepanelen geplaatst kunnen worden (parkeerplaatsen of ongebruikte kavels).

Om de gemeentelijke ambities op het gebied van duurzaamheid te realiseren, maken we de volgende richtinggevende hoofdkeuzes: • In 2030 moet onze gemeente 70% hernieuwbare elektriciteit opwekken. • Op weg naar aardgasvrij in 2050 beginnen we met een isolatieaanpak. • Er komt meer aandacht voor de effecten van klimaatveranderingen: droogte, hittestress en waterberging. • We willen de biodiversiteit beschermen en bevorderen. • We stimuleren vergroening van de kernen en natuurinclusieve ontwikkelingen in de gebouwde omgeving. • Binnen de gemeente besteden we meer aandacht aan circulariteit.

Om in 2050 energieneutraal te kunnen zijn, zal er zowel energie bespaard als zelf opgewekt moeten worden. Stap 1 is het terugdringen van de behoefte aan energie. De komende jaren wordt daarom ingezet op het isoleren van gebouwen. Als woningen en utiliteitsgebouwen goed geïsoleerd zijn, kan worden overgestapt op nieuwe verwarmingstechnieken. We verwachten pas vele jaren later de stap te zetten naar aardgasvrij, omdat er nog te weinig bekend is over bijvoorbeeld groen gas of waterstof als reëel alternatief. De meest kansrijke vorm van alternatieve verwarming in de gemeente is momenteel een individuele warmtepomp, daarvoor is goede isolatie voorwaardelijk. De beschikbaarheid van alternatieven (groen gas, waterstof) is (nog) zeer beperkt.

OMGEVINGSVISIE MOOK EN MIDDELAAR / 25

De energievoorziening zal in ons land de komende jaren drastisch veranderen. De ontwikkelingen rond het duurzaam opwekken en gebruiken van energie gaan hard. Ook in onze gemeente verduurzamen huishoudens en bedrijven. Er komen steeds meer zonnepanelen op daken. Het gebruik van elektrische vervoersmiddelen neemt toe. Een steeds groter deel van het verkeer en vervoer in onze gemeente rijdt al elektrisch. Dat heeft gevolgen voor de openbare ruimte. Al die ontwikkelingen leiden tot een grote groei van energievraag én -aanbod. Dit heeft ook ruimtelijke gevolgen. Het energiesysteem van de toekomst heeft meer ruimte nodig en wordt zichtbaarder in onze samenleving. Bijvoorbeeld door het bijplaatsen van transformatorhuisjes in de openbare ruimte. Onder de grond heeft de energietransitie waarschijnlijk nog meer impact, terwijl de beschikbare ruimte daar vaak al beperkt is. Dit kan gevolgen hebben voor het straatbeeld. Plannen voor de energie-infrastructuur dienen dus zorgvuldig te worden afgewogen en waar mogelijk te worden geïntegreerd met andere ruimtelijke opgaven in de leefomgeving. LEGENDA verduurzaming kernen en buitengebied vergroenen van de kernen ommetjes vanuit de kernen laanstructuur hoofdgroenstructuur (bomenstructuurkaart) buitengebied bebouwd gebied

> KAART 13: DUURZAAMHEID

We willen zorgen voor een goed leefklimaat voor onze inwoners. Dat betekent minder hitteplekken, water opvangen en rustig in de bodem laten trekken en vergroening in de bebouwde omgeving. Verder zullen we samen met natuurbeheerders moeten kijken naar hoe we het droogterisico tegengaan in natuurgebieden. Omdat we als gemeente niet van alle natuurgebieden zelf eigenaar zijn, kunnen we daar echter niet overal direct invloed op uitoefenen. Ook het beschermen en bevorderen van de biodiversiteit is van groot belang voor het veiligstellen van het leefklimaat voor mens, plant en dier. Daarom willen we dat onze natuur sterker wordt. Ook de gebouwde omgeving kan hieraan bijdragen. Bijvoorbeeld door de

kernen te vergroenen en initiatiefnemers voor woningbouw te informeren over natuurinclusieve maatregelen. Zo kunnen aan of in gebouwen en in de (openbare) omgeving meer diverse planten- en diersoorten leven. Een groene uitstraling van onze kernen is van grote waarde voor het leefklimaat van de huidige en toekomstige bewoners. We zetten ons als gemeente in voor het op duurzame wijze behouden van de hoofdgroenstructuur en laanbeplanting, zoals die zijn vastgelegd op de bomenstructuurkaart van de gemeente. Wanneer uit een aangegeven laanstructuur bomen uitvallen, wordt de hoofdstructuur hersteld zodat deze ook in de toekomst gegarandeerd is. Daarnaast zetten we ons in om waar mogelijk nieuwe laanstructuren te realiseren. Aantrekkelijke, groene verbindingen vanuit de kern met het buitengebied zijn belangrijk, zodat er ommetjes kunnen worden gemaakt. Door de kernen te vergroenen wordt een positieve bijdrage geleverd aan gezondheid, klimaatadaptatie, biodiversiteit en leefbaarheid. In de kernen gaat het om minder verharding en robuust en kwalitatief groen en water in de openbare ruimte, om zo de ‘sponswerking’ van de dorpen te vergroten en om hittestress te verminderen. Groen biedt daarbij ook ruimte om te bewegen, spelen en ontmoeten in de gezonde buitenlucht. We werken met het oog op de toekomst aan een bredere kijk op circulariteit.

Dat geldt voor het gemeentelijk beleid, maar ook voor praktische zaken zoals het reduceren en hergebruiken van afval, het tegengaan van zwerfvuil op straat en aandacht voor een zo lang mogelijke gebruiksduur van een product (reparatie, hergebruik, tweedehands), om zo min mogelijk grondstoffen te verbruiken.

OMGEVINGSVISIE MOOK EN MIDDELAAR / 26

6 TOELICHTING BIJ DE BELANGRIJKE KEUZES In het vorige hoofdstuk hebben we de gemeentelijke ambities en richtinggevende hoofdkeuzes voor de (verre) toekomst van de gemeente Mook en Middelaar benoemd. In dit hoofdstuk geven we bij de belangrijke keuzes een nadere toelichting bij de afwegingen die hierbij zijn gemaakt. De hoofdkeuzes die in deze omgevingsvisie worden voorgesteld, sluiten over het algemeen aan bij de beleidsdoelen van de gemeente. Veel van de adviezen en kernboodschappen die vanuit de participatie zijn meegegeven, sluiten daar ook bij aan. Door inwoners, ondernemers en stakeholders zijn echter ook wensen naar voren gebracht die (nog) niet (helemaal) aansluiten bij het huidige of voorgenomen beleid van de gemeente. Soms is daarvoor ook nog geen beleid vastgesteld, of is het nieuwe beleid nog in ontwikkeling. Dat vraagt dan om een integrale afweging. In dit hoofdstuk vatten we voor de thema’s waarvoor nog belangrijke keuzes moeten worden gemaakt samen hoe er vanuit de participatie over het betreffende thema wordt gedacht. De keuzes die hierna (per thema) worden beschreven, gaan over complexe ruimtelijke vraagstukken binnen de gemeente. Over die vraagstukken hebben we actief geparticipeerd met de omgeving. We hielden een online inwonersconsultatie en voerden (verdiepende) gesprekken met inwoners, ondernemers en stakeholders.

In totaal hebben meer dan 700 mensen input geleverd. Dat kon door het invullen van een online vragenlijst (totaal 587 invullers) of door deelname aan de fysieke en/of online participatiebijeenkomsten en gesprekken, die in maart, april en juli 2024 zijn georganiseerd.

We vatten per thema de belangrijkste uitkomsten vanuit de participatie samen. Meer gedetailleerde informatie over de participatie is terug te vinden in het beeldverslag van de participatie (bijlage 3) en het onderzoeksrapport van de inwonersconsultatie (bijlage 4). De participatie met de omgeving heeft niet over alle thema’s van de fysieke leefomgeving plaatsgevonden. Voor een aantal beleidsthema’s volstaat het huidige beleid of is recentelijk beleid vastgesteld. Hierover zijn we niet (nogmaals) in gesprek gegaan. Landschap en natuur De geformuleerde ambitie en bijbehorende hoofdkeuzes voor het thema ‘landschap en natuur’ sluiten aan bij de uitkomsten van de participatie. Uit de gevoerde gesprekken en de online vragenlijst komt naar voren dat het landschap en de natuurwaarden in de gemeente breed worden gewaardeerd. De Mookerheide (94%), Mookerschans (88%), Sint-Jansberg (87%) en Heumense Schans (84%) worden in de vragenlijst in groten getale genoemd als waardevolle natuurgebieden. Het Maasheggengebied (70%) en Maasdal (67%) scoren weliswaar iets lager, maar zijn nog altijd in trek bij veel inwoners van onze gemeente. Invullers van de vragenlijst vinden de gebieden mooi, waarderen de rust en genieten van de ruimte om er te wandelen.

Meer ruimte voor biodiversiteit en natuurbehoud (57%) wordt het vaakst genoemd als belangrijk verbeterpunt, gevolgd door meer rust (37%) en meer wandelroutes (20%). Het beeld dat uit de online vragenlijst naar voren komt, sluit aan bij de gevoerde gesprekken met inwoners, ondernemers en stakeholders. Ook daar werden natuur, rust en landschap vooral genoemd als de belangrijkste kernwaarden van de gemeente Mook en Middelaar.

OMGEVINGSVISIE MOOK EN MIDDELAAR / 27

Recreatie en toerisme Veel participanten en invullers van de vragenlijst vinden het vooral belangrijk dat het ontwikkelen van nieuwe recreatiemogelijkheden in de gemeente niet ten koste gaat van de natuur (71%) en dat het geen overlast veroorzaakt (59%). Een kleine meerderheid is van mening dat er wel ‘iets te doen moet zijn’ in de gemeente (51%). Zij willen dan vooral meer horeca (48%), maar ook recreatief winkelen (30%), kindvoorzieningen (27%) en wandelen en fietsen (26%) worden genoemd. Waar dat moet plaatsvinden leidt tot verdeeldheid: 44% van de invullers vindt dat toerisme geconcentreerd zou moeten worden op een beperkt aantal plekken tegenover 37% die vindt dat het verspreid kan plaatsvinden in de gemeente. Bijna een kwart van de invullers vindt echter dat er al genoeg recreatiemogelijkheden zijn in de gemeente (23%). Uit de verdiepende gesprekken komt naar voren dat inwoners zich vooral zorgen maken over grootschalige ontwikkelingen en uitbreidingen van het recreatieve en toeristische aanbod die het kwetsbare evenwicht tussen recreatie en toerisme, natuur en wonen in de gemeente kunnen verstoren. Om de balans te bewaken, stellen we voor om recreatie en toerisme te concentreren in een zone met hogere dynamiek bij de Mookerplas.

Daarbij hebben we zowel oog voor de commerciële belangen van de recreatieondernemers in de toeristische sector, als voor maatschappelijke belangen en publieke toegankelijkheid van de recreatiegebieden. In de Structuurvisie Toerisme en Recreatie (gemeente Mook en Middelaar, 2013) is de zone met hogere dynamiek aangeduid op de ‘dynamiekkaart’. Daarin is de zone aangegeven als een aaneengesloten recreatieve hoofdstructuur langs de N271 die is gelegen rondom de Maas en Mookerplas, inclusief de kernen Mook en Molenhoek.

We hebben er in de omgevingsvisie voor gekozen om deze zone met hogere dynamiek opnieuw te begrenzen. We concentreren intensieve vormen van recreatie en toerisme daarbij rond het hart van Plasmolen en het recreatiegebied Mookerplas. Kunst, cultuur en erfgoed* Voor het thema ‘kunst, cultuur en erfgoed’ zetten we vooral in op verbetering van de zichtbaarheid. Deze ambitie sluit aan bij de uitkomsten van de online vragenlijst: de helft van alle invullers (50%) vindt dat de rijke geschiedenis van de gemeente onvoldoende zichtbaar is. Op de vraag hoe de zichtbaarheid kan worden verbeterd, antwoorden zij in meerderheid: door fiets- en wandelroutes langs bijzondere historische plekken te laten lopen (69%), door het plaatsen van informatieborden (65%) of door de organisatie van culturele festiviteiten (56%). Ook in de verdiepende gesprekken met stakeholders en inwoners kwam naar voren dat de rijke geschiedenis van de gemeente beter onder de aandacht kan worden gebracht en beleefbaar moet worden gemaakt. Daarnaast werd vanuit de participatie meer aandacht gevraagd voor de huidige kunstenaars uit onze gemeente. Wonen en volkshuisvesting De ambities en hoofdkeuzes op het gebied van ‘wonen en volkshuisvesting’ sluiten aan bij het regionale woonbeleid zoals dat in de Woondeal 2.0 van de Regio Arnhem-Nijmegen en de Woondeal Limburg is vastgelegd.

We zijn gestart met de actualisatie van het gemeentelijke woonbeleid door het opstellen van * Deze passage is onder voorbehoud van het vaststellen van het nieuwe kunst, cultuur en erfgoedbeleid door de raad.

een nieuwe woon(zorg)visie voor de gemeente Mook en Middelaar. De keuze voor inbreiding in de kernen en kleinschalig bouwen aan de randen van de kern sluiten aan bij de uitkomsten van de participatie. Bijna de helft van alle invullers (49%) vindt dat nieuwe woningen gebouwd moeten worden in de bestaande dorpen of kernen, tegenover een derde (33%) die vindt dat de nieuwe woningen gebouwd moeten worden aan de randen van de kernen. Dat het accent in de woningbouw­opgave vooral moet worden gelegd bij de nieuwbouw van woningen voor starters (81%) en ouderen (69%) wordt ondersteund vanuit de participatie en kwam ook uit de gesprekken naar voren. Werken en economie De geformuleerde ambitie voor het thema ‘werken en economie’ richt zich op werkgelegenheid die past bij het karakter van onze gemeente. Vanuit de participatie is er over het algemeen een eenduidig beeld over welke economische activiteiten als ‘passend’ worden gezien bij Mook en Middelaar: kleinschalige bedrijvigheid, met name in de sectoren toerisme, horeca, dienstverlening en zorg, die weinig overlast veroorzaakt en daardoor kan worden gemengd met wonen. Overige bedrijvigheid dient vooral te worden geconcentreerd op de bedrijventerreinen Korendal en Hoeveveld. Daarnaast wordt ook de opvatting dat ‘zware industrie’ niet past bij onze gemeente breed gedeeld.

Dat beeld komt zowel vanuit de online vragenlijst als uit de gevoerde gesprekken met stakeholders, inwoners en ondernemers overwegend naar voren. Er is echter verschil van mening over wat dat betekent voor de huidige (zware) industrie in onze gemeente.

Een deel van de participanten vindt dat bestaande bedrijven in de hogere milieucategorieën actief moeten worden uitgeplaatst buiten de gemeente. Anderen vinden dat er in elk geval geen nieuwe overlast veroorzakende bedrijfsvestigingen bij mogen komen, of dat de uitbreidingsmogelijkheden van de huidige bedrijven moeten worden ingeperkt. Mobiliteit Het thema ‘mobiliteit’ vormde geen gespreksonderwerp tijdens de participatie. De hiervoor geformuleerde ambities sluiten aan bij het gemeentelijk en regio­naal mobiliteitsbeleid. We richten ons daarbij vooral op maatregelen voor een aantal aandachtsgebieden, die bijdragen aan verbetering van de verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid in onze gemeente. Samenleving en maatschappij De inwoners van Mook en Middelaar vinden over het algemeen dat er voldoende basisvoorzieningen zijn in de gemeente. Bij een deel van de invullers van de vragenlijst (40%) is wel behoefte aan meer ontmoetingsplekken. Daarbij worden met name bankjes in de openbare ruimte (37%) en wandelpaden (35%) genoemd. Dat beeld komt ook naar voren vanuit de gevoerde gesprekken. Men is van mening dat verbinding nodig is tussen de inwoners in de gemeente. Wij sluiten ons hierbij aan en onderhouden laagdrempelige, toegankelijke en veilige ontmoetingsplekken voor jong en oud.

Een deel van de invullers is bezorgd over de betaalbaarheid van de voorzieningen en verenigingen in de gemeente. Mede om die reden is ondersteuning van de verenigingen belangrijk voor veel invullers (78%).

OMGEVINGSVISIE MOOK EN MIDDELAAR / 28

Leefbaarheid en gezondheid De groene leefomgeving in Mook en Middelaar is belangrijk voor veel inwoners en bezoekers van onze gemeente. Een meerderheid van de invullers van de vragenlijst vindt natuur (75%), dichtbij huis (62%), ruimte (54%) en rust (51%) belangrijke ingrediënten voor het thema ‘gezondheid’. In de gevoerde gesprekken met inwoners en stakeholders wordt vooral aandacht gevraagd voor goede en veilige fiets- en wandelverbindingen. Als gemeente sluiten we ons daarbij aan en richten we de fysieke leefomgeving zo in dat een bijdrage wordt geleverd aan een gezonde leefstijl van onze inwoners. Daarbij richten we ons vooral op sport en beweging in de gezonde buitenlucht. Duurzaamheid We formuleren in de omgevingsvisie geen nieuw beleid op het gebied van duurzaamheid. Parallel aan het omgevingsvisie-traject is gewerkt aan nieuw duurzaamheidsbeleid van de gemeente. Keuzes die daarbij zijn gemaakt, zijn doorgevoerd in het betreffende thema duurzaamheid in deze omgevingsvisie. Milieu, water en bodem De thema’s milieu, water en bodem vormden geen gespreksonderwerp tijdens de participatie. De hiervoor geformuleerde ambities sluiten aan bij het gemeentelijk, regionaal, provinciaal en landelijk ruimtelijk beleid op het gebied van milieu, water en bodem.

OMGEVINGSVISIE MOOK EN MIDDELAAR / 29

7 INTEGRAAL TOEKOMSTBEELD MOOK EN MIDDELAAR Hiernaast is het indicatieve toekomstbeeld voor Mook en Middelaar anno 2030, met een doorkijk naar 2040, vastgelegd op een visiekaart met een heldere legenda. Met dit integrale toekomstbeeld brengen we de belangrijkste ruimtelijke kansen, opgaven, ambities en hoofdkeuzes voor de hele gemeente in kaart.

1

LEGENDA

2

natuurgebied

1

Ringbaan/Heumensebaan

Natura2000-gebied

2

Groesbeekseweg

Maasdal en Maasheggengebied

3

verbinding Plasmolen-Middelaar

buitengebied

station Mook-Molenhoek (met hub-/TOP-functie)

hoofdgroenstructuur laanstructuur

(maatschappelijke) centrumvoorzieningen

Maas en Mookerplas

scholen

Molenbeek met beekdal

sportverenigingen

dijk langs de Maas

horeca kunstenaars kolonie

zone met hogere dynamiek

3

MaasWaalpad en landelijke fietsroutes

verduurzaming kernen en buitengebied

wandelroutenetwerk

vergroenen van de kernen ommetjes vanuit de kernen

bestaand bebouwd gebied (wonen en werken) zoekgebied voor dorpsuitbreiding zoekgebied voor dorpsuitbreiding in zuidelijk deel van de spoorzone Molenhoek (overig deel natuurgebied) bedrijventerrein Korendal en Hoeveveld

> KAART 14: VISIEKAART

OMGEVINGSVISIE MOOK EN MIDDELAAR / 30

8 OP WEG NAAR UITVOERING In dit afsluitende hoofdstuk benoemen we de stappen die in de komende periode gezet dienen te worden op weg naar uitvoering van de omgevingsvisie. 8.1 Drie sporen De omgevingsvisie vormt na vaststelling het integrale afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente. Daarmee kan in de komende jaren invulling worden gegeven aan de realisatie van de gemeente­ lijke ambities die in de omgevingsvisie zijn vastgelegd. Op weg naar de uitvoering van de omgevingsvisie kunnen in principe drie sporen worden gevolgd: 1. via de doorwerking in nieuw beleid (spoor 1); 2. door de realisatie van concrete ruimtelijke opgaven of projecten (spoor 2); 3. door lokale initiatieven van inwoners, verenigingen en marktpartijen (spoor 3). Spoor 1: doorwerking in nieuw beleid De omgevingsvisie vormt het (integrale) beleidskader voor het onderliggende (sectorale) beleid op het gebied van de fysieke leefomgeving in de gemeente Mook en Middelaar. De samenhangende ambities en hoofdkeuzes die in deze omgevingsvisie zijn geformuleerd, werken de komende jaren door in de nog op te stellen omgevingsprogramma’s (of nieuw sectoraal beleid), in het omgevingsplan en uiteindelijk in de verlening van een omgevingsvergunning voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Wanneer er nieuw sectoraal beleid wordt opgesteld, wordt dit getoetst aan de uitgangspunten van de omgevingsvisie.

Als daar aanleiding toe bestaat, zal de omgevingsvisie worden verrijkt of aangevuld. Na een bepaalde periode zal de omgevingsvisie dus ook zelf moeten worden geactualiseerd of herijkt. Bijvoorbeeld omdat er dan andere accenten worden gelegd of nieuwe beleidsinzichten zijn. De snelheid waarmee deze beleidscyclus draait, ligt van te voren niet vast en is ook afhankelijk van andere beleidstrajecten binnen de gemeente. We gaan er op dit moment vanuit dat de eerstkomende jaren geen herziening nodig zal zijn van de omgevingsvisie. Een aantal gemeentelijke beleidstrajecten zijn al opgestart en lopen min of meer parallel aan de totstandkoming van deze omgevingsvisie. Zo is er tijdens het omgevingsvisie-traject gewerkt aan nieuw duurzaamheidsbeleid en een kunst- en erfgoedvisie. Deze beleidsdocumenten zijn inmiddels vastgesteld. In 2024 is gestart met het opstellen van een nieuwe woon(zorg)visie. Vaststelling van dat nieuwe woonbeleid is voorzien voor eind 2025 (of begin 2026). Voor ander ruimtelijk beleid van de gemeente geldt dat het recent is vastgesteld, nog actueel is of eventueel later zal worden herzien. In lijn met de Omgevingswet hechten we bij de doorwerking van de omgevingsvisie in de onderliggende beleidstrajecten belang aan een integrale en participatieve aanpak. Daarom is ten eerste verdergaande samenwerking nodig tussen het ruimtelijke en sociale domein van de gemeente.

Daarnaast stemmen we ons omgevingsbeleid zorgvuldig af met onze buurgemeenten, regionale samenwerkingsverbanden en andere betrokken overheden, zoals Rijkswaterstaat, provincie Limburg en het waterschap. En we betrekken uiteraard ook dan weer onze inwoners, ondernemers en stakeholders.

OMGEVINGSVISIE MOOK EN MIDDELAAR / 31

Mogelijke rollen van de gemeente • Uitvoerend: De gemeente is de uitvoerende partij, want er is geen (geschikt) alternatief en er is een dringende noodzaak of sprake van een wettelijke verplichting. • Opdrachtgever: De gemeente heeft een duidelijke verantwoordelijkheid en wil invloed hebben en voorwaarden stellen en heeft zo grip op de inhoud (het ‘wat’). Derden gaan binnen deze voorwaarden over de wijze van uitvoering (het ‘hoe’). • Regisseur: De gemeente bepaalt welke ambitie zij heeft en welke grenzen hier aan zitten (beleidskaders). Andere partijen voeren het proces (‘het hoe’) en bepalen de inhoud (‘het wat’). De gemeente beoordeelt of het spel binnen de kaders gespeeld wordt en past wanneer nodig kaders aan. • Co-producent: De gemeente heeft de wens dat bepaald beleid of een activiteit van de grond komt en de realisatie daarvan doet ze vanuit een gelijkgestelde positie in samenwerking met andere partijen. Deze gelijkgestelde positie moet door alle partijen geaccepteerd en geborgd worden. Het initiatief kan van buiten komen of van binnenuit. • Supporter: Anderen bepalen doelen en context. De gemeente is supporter en beweegt mee omdat zij het belang ziet van het maatschappelijk effect of hierop wordt aangesproken. Er zijn geen tegenstrijdigheden met wettelijke of gemeentelijke kaders. De inzet van de gemeente mag niet leiden tot een langdurige afhankelijkheidsrelatie.

• Toeschouwer: De gemeente heeft geen verantwoordelijkheid voor het onderwerp. De gemeente zet dus geen middelen in, bepaalt geen resultaten en voert geen invloed uit op andere partijen. Dit kan alleen als het zo geaccepteerd wordt door de omgeving.

Spoor 2: realisatie van ruimtelijke opgaven en projecten Als gemeente kunnen we door de realisatie van projecten concreet uitvoering geven aan ons beleid voor de fysieke leefomgeving. Voor een deel kan de gemeente die ruimtelijke projecten of maatregelen zelf uitvoeren. Voor een deel zoeken we daarbij ook samenwerking met en tussen burgers, belangengroepen en marktpartijen. Daarmee zetten we de coöperatieve en participatieve werkwijze die we bij het opstellen van de omgevingsvisie hebben gehanteerd dus door. Vanwege het maatschappelijk belang zal de gemeente betrokken zijn bij het realiseren van projecten die bijdragen aan de realisatie van de omgevingsvisie. Bij de uitwerking en/of uitvoering van die projecten kan de gemeente verschillende rollen vervullen. Dat is afhankelijk van het soort project. In de meest actieve rol is de gemeente zelf initiatiefnemer én uitvoerder. In de minst actieve rol is de gemeente vooral een toeschouwer die toetst of een initiatief voldoet aan de eisen en regels. Daar tussenin zitten nog andere mogelijke rollen zoals opdrachtgever, regisseur, co-producent of supporter. De gemeente maakt per project of initiatief de afweging welke rol het meest geschikt is. Daarbij speelt mee dat gezocht wordt naar een zo breed mogelijk draagvlak bij de uitvoering van projecten.

De achterliggende gedachte is dat initiatieven die breed worden gedragen ook een grotere kans van slagen hebben. Spoor 3: lokale initiatieven van inwoners, verenigingen en marktpartijen De uitvoering van de omgevingsvisie vraagt om gemeentelijke inzet, maar kan ook aansluiten bij lokale initiatieven van inwoners en verenigingen in de gemeente, of van marktpartijen. Inwoners van gemeenten nemen steeds meer zelf initiatief in het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken in hun eigen omgeving.

Dit vraagt een veranderende rol van de overheid. In dat kader stimuleren we inwoners, maatschappelijke organisaties en verenigingen om voorstellen te doen. Hierbij past ook het faciliteren van initiatieven van inwoners. Als gemeente creëren we bewustzijn bij inwoners en bedrijven van hun eigen rol bij de uitvoering van de omgevingsvisie, leidend tot eigen initiatief. Veel invullers van de online vragenlijst gaven aan zeer genegen te zijn om een actieve rol te spelen bij het verbeteren van de gemeente. Ook blijven zij graag actief meedenken en input leveren bij de verdere uitwerking en uitvoering van de omgevingsvisie. Zij denken daarbij bijvoorbeeld aan onderwerpen als natuurbehoud, verkeersveiligheid, energietransitie of de vergroening van de kernen. Als gemeente willen we ervoor zorgen dat we optimaal gebruik maken van de in de gemeente aanwezige ideeën, kennis en kunde. Er zijn diverse initiatieven van inwoners, ondernemers of andere stakeholders die aansluiten bij de gemeentelijke ambities in deze omgevingsvisie. We willen die lokale betrokkenheid vanuit de samenleving graag benutten en stimuleren. Als gemeente kunnen we dat op verschillende manieren doen. Dat kan bijvoorbeeld als coördinator, subsidieverstrekker of als uitvoerende partij.

Het is belangrijk om met de betrokken partijen duidelijk te bespreken en te communiceren welke rol(len) de gemeente kan vervullen binnen het betreffende initiatief. Bij de uitvoering van de omgevingsvisie geven we daar graag verder invulling aan.

8.2 Vervolgstappen In de fase na de vaststelling van de omgevingsvisie geven we nader invulling aan de uitvoering van de visie. We geven dan aan op welke manier de geformuleerde ambities en hoofdkeuzes concreet gerealiseerd kunnen worden. Daarbij kunnen de volgende stappen worden gezet.

Gebiedsgerichte uitwerkingen Na vaststelling van de omgevingsvisie kunnen gebiedsgerichte uitwerkingen worden gemaakt. Hiermee kan de koers per deelgebied nader worden uitgewerkt en vertaald naar concrete acties voor het betreffende gebied. Er kunnen bijvoorbeeld gebiedsuitwerkingen worden gemaakt voor de dorpen (Mook, Molenhoek, Middelaar en Plasmolen), de buurtschappen (De Bisselt, Heikant, Riethorst en Katerbosch), de bedrijventerreinen (Korendal en Hoeveveld) of voor (delen van) het buitengebied. Sleutelprojecten Als gemeente benoemen wij alvast enkele ‘sleutelprojecten’ die bijdragen aan de realisatie van de omgevingsvisie. De projectenlijst op pagina 33 vormt een eerste aanzet en kan in de periode na vaststelling van de omgevingsvisie verder worden aangevuld en uitgewerkt. Daarbij betrekken we dan ook weer de omgeving. Haalbaarheid en risico’s Bij de verdere uitwerking van de sleutelprojecten dient meer inzicht te worden gegeven in de haalbaarheid, betaalbaarheid en de risico’s van de voorgestelde ruimtelijke (beleids)opgaven. We kijken bij die uitwerkingen naar de financiële haalbaarheid en de wijze waarop we het kostenverhaal willen organiseren. En we kijken dan ook naar de benodigde capaciteit binnen de gemeentelijke organisatie en het aanwezige draagvlak in de omgeving. Daarmee kan verder worden gewerkt aan realistische plannen met draagvlak en uitvoeringskracht.

Kostenverhaal De Omgevingswet biedt ruimte voor het ontwikkelen van activiteiten in de fysieke leefomgeving. Denk daarbij aan een woning, een woonwijk, een bedrijfspand of een bedrijventerrein. Voor de ontwikkeling van gebouwen of gebieden moet de overheid vaak kosten maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van openbare voorzieningen of de

OMGEVINGSVISIE MOOK EN MIDDELAAR / 32 inrichting van de openbare ruimte. Die kosten moeten volgens de Omgevingswet - naar evenredigheid - worden verhaald op private partijen die profiteren van investeringen die door de overheid worden gedaan. Voorkeur voor het afsluiten van overeenkomsten Er zijn binnen de Omgevingswet twee manieren om kosten te verhalen op een ontwikkelende partij: - Privaatrechtelijk: door een overeenkomst af te sluiten met een initiatiefnemer. In die overeenkomst wordt de bijdrage vastgesteld en kunnen afspraken op maat worden gemaakt. Deze methode heeft de voorkeur. - Publiekrechtelijk: is het niet mogelijk om een overeenkomst af te sluiten dan wordt publiekrechtelijk kostenverhaal toegepast. Bij publiekrechtelijk kostenverhaal neemt de gemeente regels over het kostenverhaal op in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een projectbesluit. Ook de gemeente Mook en Middelaar heeft een voorkeur voor het afsluiten van privaatrechtelijke overeenkomsten. Publiekrechtelijk kostenverhaal bij gebiedsontwikkeling Er zijn op hoofdlijnen twee manieren van gebiedsontwikkeling te onderscheiden: - Integrale gebiedsontwikkeling met een vast eindbeeld en een vaste planning van de ontwikkeling. - Organische gebiedsontwikkeling, waarbij een vaste tijdsplanning en een vast eindbeeld ontbreken.

Kostenverhaal voor integrale gebiedsontwikkeling is mogelijk bij een omgevingsplan, omgevingsvergunning of een projectbesluit. Kostenverhaal bij organische gebiedsontwikkeling kan alleen via het omgevingsplan plaatsvinden.

Afzonderlijke Nota Kostenverhaal Omdat toekomstige projecten en kosten onvoorspelbaar zijn, kiest de gemeente Mook en Middelaar voor een gefaseerde aanpak: - Onderbouwing: de omgevingsvisie vormt de basis door gemeentelijke ambities en projecten te beschrijven. - Berekening: projecten uit de omgevingsvisie worden in een Nota Kostenverhaal vastgelegd en periodiek bijgewerkt. - Toepassing: het kostenverhaal wordt toegepast bij concrete gebiedsontwikkelingen. Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) Naast regulier kostenverhaal kan een gemeente soms een extra financiële bijdrage in rekening brengen. Dat mag alleen als die bijdrage geregeld is in het omgevingsplan. Het moet gaan om een bijdrage aan ontwikkelingen die gericht zijn op het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en die niet onder kostenverhaal vallen. Voor kleinschalige ontwikkelingen in het buitengebied is het toevoegen van ruimtelijke kwaliteit vereist. Dit moet bijdragen aan de kwaliteitsverbetering van het buitengebied en wordt getoetst door een regionale kwaliteitscommissie. Bij aantoonbare kwaliteitsverbetering is een bijdrage mogelijk vanuit het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM). De bijdragen vanuit het LKM worden ook gezien als een vorm van kostenverhaal. Mer-procedure De omgevingsvisie is een Omgevingswet-instrument en kan in aanmerking komen voor een milieueffectrapportage (mer).

Er moet daarom eerst worden bepaald of de Omgevingsvisie Mook en Middelaar mer-plichtig is of dat kan worden volstaan met een mer-beoordeling.

OMGEVINGSVISIE MOOK EN MIDDELAAR / 33

> PROJECTENLIJST (EERSTE AANZET VOOR EEN PRIORITERING VAN UITVOERINGSPROJECTEN)

SLEUTELPROJECT

OPGAVE

BETROKKEN PARTIJEN

ROL VAN DE GEMEENTE

SPOOR 1: DOORWERKING IN NIEUW BELEID Samen sterk voor duurzaaMM

Opstellen van duurzaamheidsbeleid in brede zin

Gemeente, stakeholders, inwoners en ondernemers

Uitvoerend (reeds uitgevoerd)

Kunst- en erfgoedvisie

Opstellen van kunst- en erfgoedvisie, inclusief kerkenvisie en monumenteninventarisatie

Gemeente en stakeholders

Uitvoerend (reeds uitgevoerd)

Opstellen van nieuw woon(zorg)beleid

Gemeente en stakeholders (o.a. woningcorporatie)

Uitvoerend

Actualisatie van de Structuurvisie Toerisme en Recreatie uit 2013

Gemeente en stakeholders, inwoners en ondernemers

Uitvoerend

Woon(zorg)visie Structuurvisie Toerisme en Recreatie

SPOOR 2: REALISATIE VAN RUIMTELIJKE OPGAVEN EN PROJECTEN Spoorzone Molenhoek

Verkenning TOP-/ HUB-functie station

Gemeente en stakeholders

Regisseur

Beekdal Molenbeek Programma Waterveiligheid en Ruimte Limburg

Tegengaan wateroverlast, verbetering waterveiligheid en versterking ruimtelijke kwaliteit

Provincie Limburg, Waterschap Limburg, gemeente en stakeholders

Co-producent

Woningbouwontwikkeling Cuijksesteeg (Mook) en Fuikstraat-Dorpsstraat (Middelaar)

Verkenning naar de mogelijkheden voor woningbouw

Initiatiefnemers, gemeente en stakeholders

Regisseur

Voor de vaststelling van de omgevingsvisie is beoordeeld of het noodzakelijk is om een mer-procedure te doorlopen. Daarbij is bekeken of de omgevingsvisie onderdelen bevat die mogelijk aanleiding kunnen zijn voor een verplichte milieueffectrapportage. De beoordeling leidt tot de conclusie dat de omgevingsvisie niet kaderstellend is voor mer-plichtige of mer-beoordelingsplichtige activiteiten. Ook is gebleken dat geen passende beoordeling voor de omgevingsvisie nodig is. Op grond hiervan luidt de overall-conclusie dat de omgevingsvisie niet planmer-plichtig is.

Daarnaast toetsen we of andere belangen niet worden geschaad en of het initiatief voldoet aan wettelijke eisen op het gebied van milieu, veiligheid, natuur, bodem, water, etc. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan, dan hebben we in beginsel een positieve grondhouding ten aanzien van het initiatief. > AFWEGINGSKADER VOOR INITIATIEVEN Ambities Draagt een initiatief bij aan de ambities die in deze omgevingsvisie zijn beschreven.

8.3 Uitnodiging voor initiatieven Met de hiervoor genoemde beleidsopgaven (spoor 1) en ruimtelijke opgaven en projecten (spoor 2) kunnen we als gemeente uitvoering geven aan ons beleid voor de fysieke leefomgeving. De projectenlijst vormt tevens een eerste aanzet voor een prioritering van uitvoeringsprojecten. Maar we kunnen en willen de uitvoering van de sleutelprojecten niet alleen oppakken. Deze omgevingsvisie is daarom tegelijkertijd een uitnodiging aan de samenleving: aan de stakeholders, inwoners en ondernemers uit onze gemeente. Die uitnodiging houdt in dat ook andere partijen dan de gemeente met lokale initiatieven kunnen komen (spoor 3). Dat betekent dat we als gemeente ook in de toekomst graag de samenwerking zoeken. Waarbij wij het als taak zien om de belangen van al onze inwoners te behartigen. Omgevingsvisie als afwegingskader Bij een nieuw initiatief zullen we als gemeente een afweging maken. Deze omgevingsvisie helpt ons bij het maken van die afweging. De hoofdvraag is of een initiatief bijdraagt aan de samenhangende ambities van de omgevingsvisie. Vervolgens moet een initiatief aansluiten bij de hoofdkeuzes uit de visie op hoofdlijnen.

Hoofdkeuzes Sluit een initiatief aan op of versterkt het de richtinggevende hoofdkeuzes uit de omgevingsvisie?

Andere belangen Schaadt een initiatief geen andere belangen (bijvoorbeeld binnen andere hoofdkeuzes)?

Wetten & regels Voldoet een initiatief aan wettelijke eisen en regels, bijvoorbeeld op het gebied van milieu en veiligheid?

Als aan deze voorwaarden wordt voldaan, dan heeft de gemeente in beginsel een positieve grondhouding ten aanzien van een initiatief.

OMGEVINGSVISIE MOOK EN MIDDELAAR / 34

Begrippenlijst In de omgevingsvisie voor Mook en Middelaar staan veel woorden en termen, die soms abstract zijn of verwijzen naar ingewikkelde beleidstaal. Het gebruik van vaktaal en jargon uit de wereld van de ruimtelijke ordening is niet altijd te voorkomen. Daarnaast zijn met de komst van de Omgevingswet ook weer nieuwe termen geïntroduceerd, die om uitleg vragen. Daarom hebben we een begrippenlijst opgesteld, waarin we de belangrijkste begrippen uitleggen. Ambitie: een wensbeeld, of het streven naar een bepaald doel of eindbeeld in de (verre) toekomst. Beleid: de richting en de middelen die door de gemeente (of een andere overheidsinstelling) worden ingezet om doelen te bereiken binnen een bepaalde periode. Beekdal: een lager gelegen dal in een dekzandgebied waardoor een beek stroomt. Biodiversiteit: soortenrijkdom, een verscheidenheid van het leven op aarde met verschillende soorten planten, dieren, schimmels en micro-organismen. Circulair: hergebruik van producten en materialen als grondstof voor nieuwe producten, waardoor een gesloten kringloop ontstaat en er dus geen afval overblijft. Duurzaam: letterlijk ‘geschikt om lang te duren’, oftewel: rekening houden met het feit dat energiebronnen, voedsel en grondstoffen niet oneindig voorhanden zijn, zodat we de aarde niet uitputten.

Erfgoed: nalatenschap uit het verleden, waarmee we leven in het heden en die we doorgeven aan toekomstige generaties, zodat zij er ook van kunnen leren, het kunnen bewonderen en ervan kunnen genieten. Extensieve recreatie: vormen van recreatie en ontspanningsmogelijkheden met weinig dynamiek, waarbij weinig mensen aanwezig zijn en die daardoor weinig druk uitoefenen op de omgeving.

Fysieke leefomgeving: de wereld om ons heen, waarin wij als mensen wonen, werken, reizen en recreëren. Gebiedsgericht: kijkend naar een specifiek gebied, zoals een buurt, een wijk of (een deel van) het buitengebied. Gebiedsontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een afgebakend gebied in een proces, waarbij alle onderwerpen in samenhang worden bekeken.

Natuurnetwerk Nederland (NNN): met elkaar verbonden bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden in Nederland.

Transformatie: verandering van een gebied, waarbij bestaande functies worden vervangen door nieuwe functies.

Natura2000: een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden met plant- en diersoorten die in Europa bedreigd zijn.

Voorzieningen: nabijheid van openbare, maatschappelijke of commerciële functies op een plek of in een gebouw, zoals bijvoorbeeld een gezondheidscentrum, winkels, scholen, etc.

Norm: een regel, waaraan je je geacht wordt te houden.

Hoofdkeuze: belangrijke keuze die wordt gemaakt om een bepaald doel te bereiken of een ambitie te verwezenlijken.

Omgevingsvisie: een integraal en samenhangend toekomstbeeld voor de fysieke leefomgeving met een vooruitblik naar de lange termijn.

Hub: een centraal gelegen plek in een netwerk (knooppunt) waar meerdere vormen van (openbaar) vervoer en (deel)mobiliteit samenkomen, met daarbij passende voorzieningen.

Opgave: een ruimtelijk of maatschappelijk vraagstuk dat ingewikkeld is, waarbij verschillende invalshoeken mogelijk zijn of verschillende doelen tegelijk behaald moeten worden.

Inbreidingslocatie: het bouwen op een plek binnen de bestaande bebouwing op al bestaande, al dan niet braakliggende, percelen.

Participatie: de gesprekken met inwoners, ondernemers en organisaties over hoe Mook en Middelaar er in de toekomst uit moet zien.

Integraal: alle onderwerpen worden in samenhang bekeken. In de omgevingsvisie betekent dat, dat niet alleen gekeken wordt naar ruimtelijke onderwerpen, maar ook naar sociale en economische onderwerpen.

Rivierdal: lager gelegen gebied waardoor een rivier stroomt, dat is ontstaan doordat de rivier het omringende landschap doorsnijdt.

Intensieve recreatie: vormen van recreatie en vrijetijdsbesteding, waarbij relatief veel mensen tegelijkertijd aanwezig zijn in een bepaald gebied, waardoor het naar verhouding druk en levendig is. Klimaatadaptatie: de omgeving aanpassen en je voorbereiden op de gevolgen van het veranderende klimaat. Milieueffectrapportage (mer): een rapport dat de verwachte gevolgen voor het milieu van een ruimtelijk plan of project in beeld brengt. Mobiliteit: het verplaatsen van personen of goederen in een bepaald gebied, waarbij verschillende verkeersmiddelen kunnen worden gebruikt.

Rivierduin: hoger gelegen gebied dat is ontstaan door opgewaaid zand dat door een rivier is afgezet. Sectoraal: er wordt naar één onderwerp of thema gekeken, bijvoorbeeld naar ‘verkeer’, ‘milieu’, ‘wonen’ of ‘gezondheid’. Dit noemen we ook wel thematisch. Stakeholders: partijen of organisaties die een bepaald belang hebben en als belanghebbenden invloed kunnen uitoefenen of beïnvloed kunnen worden. Stuwwal: een heuvel in het landschap die is ontstaan doordat een gletsjer in de IJstijd de grond heeft opgeduwd. TOP-functie: goed bereikbare en speciaal ingerichte plekken die gebruikt worden als toeristisch start- of overstappunt voor recreatieve routes.

Zoekgebied: een gebied waar mogelijkheden worden gezien voor de realisatie van een project, die eerst moeten worden onderzocht. Wanneer een gebied is opgenomen als zoekgebied, dan wil dat niet zeggen dat in dat gebied ook daadwerkelijk een project wordt gerealiseerd. Zone hogere dynamiek: in deze zone zijn relatief grotere ontwikkelingsmogelijkheden voor de vestiging van nieuwe bedrijven en ontwikkelingsruimte voor bestaande bedrijven aanwezig, waarbij er sprake is van een hogere dynamiek ten aanzien van landschap en inrichting.

OMGEVINGSVISIE MOOK EN MIDDELAAR / 35

BUREAU NIEUWE GRACHT stedenbouw & landschap

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=9081875f-9c14-4065-bffc-714f456db0f6