Programmabegroting 2026
Tekst van het document
32
Programmabegroting 2026-2029 Belasting Onroerende zaakbelastingen Forensenbelasting Toeristenbelasting Watertoeristenbelasting Hondenbelasting Rioolheffing (voor diensten) Afvalstoffenheffing / reinigingsrecht (voor diensten) Leges (voor diensten) Baatbelasting Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten Parkeerbelasting Reclamebelasting Precariobelasting
Wel geheven
Niet geheven
Onroerende-zaakbelastingen (art. 220 Gw) De onroerende zaakbelastingen (ozb) zijn de belangrijkste belastingen die de gemeente aan haar burgers oplegt. Wanneer iemand een woning, gebouw of perceel grond in bezit heeft of huurt, binnen de gemeentegrenzen, dan wordt onroerende zaakbelasting (ozb) geheven. Er zijn drie onroerende zaakbelastingen: 1. ozb eigenaren woningen; 2. ozb eigenaren niet-woningen; 3. ozb gebruikers niet-woningen. Macronorm/benchmark woonlasten Om de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijk te maken, wordt een landelijke 'benchmark lokale woonlasten' toegepast. Hierbij worden naast de ozb ook de rioolheffing en de afvalstoffenheffing betrokken. Artikel 12 norm Gemeenten die in ernstige financiële problemen verkeren, kunnen op grond van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet een aanvullende uitkering aanvragen. Dit kan als de algemene middelen van de gemeente aanmerkelijk en structureel tekortschieten om in de noodzakelijke behoeften te voorzien, terwijl de eigen inkomsten zich op een redelijk peil bevinden. Dit laatste betekent concreet dat afvalstoffenheffing en rioolheffing kostendekkend moeten zijn en dat het gewogen gemiddelde ozb-tarief ten minste 0,1648% van de woz-waarde moet bedragen (2025: 0,1595%). Nietkostendekkende tarieven voor riool en reiniging zijn alleen toegestaan voor zover deze door een hoger ozb-tarief worden gecompenseerd.
Artikel 12-gemeenten zijn dus genoodzaakt hoge tarieven te hanteren. Of dit ook altijd tot hoge lasten voor hun inwoners leidt, hangt af van de waarde van de onroerende zaken binnen deze gemeenten. Het huidige gewogen ozb-tarief (2025) voor Mook en Middelaar bedraagt 0,1297% en ligt hiermee bijna 19% onder het normtarief. De tarieven voor 2026 zijn nog niet door de raad vastgesteld. Inflatiecorrectie/tarief Voor 2026 is voor de ozb een inflatiecorrectie toegepast van 2,53%. Daarnaast wordt op grond van het amendement bij de Programmabegroting 2025 de ozb voor 2026 extra verhoogd met 2%. De uiteindelijke tarieven zijn afhankelijk van de grondslag (opbrengst gedeeld door grondslag is tarief). Areaaluitbreidingen (meer woningen) in enig jaar verhogen de opbrengst voor het daaropvolgende jaar.
33
Programmabegroting 2026-2029 Wet waardering onroerende zaken (woz) De grondslag voor de ozb is standaard de woz-waarde van de onroerende zaak. De Waarderingskamer ziet erop toe dat de uitvoering van de Wet woz juist wordt uitgevoerd. De meest actuele waardegegevens als gevolg van de hertaxatie worden verwerkt in de definitieve ozb-tarieven. Deze hebben effect op het tarief, echter niet op de opbrengst. Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (221 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft deze belasting niet. Baatbelasting (art. 222 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft deze belasting niet. Forensenbelasting (art. 223 Gw) De forensenbelasting wordt geheven van niet-inwoners die in een (tweede) woning hebben in Mook en Middelaar. De opbrengst voor de forensenbelasting wordt voor 2026 geïndexeerd met 2,53%. Het tarief is afhankelijk van de woz-waarde. Omdat de forensenbelasting de lijn van de ozb volgt, is ook voorgesteld om de tarieven van de forensenbelasting in 2026 met 2% extra te verhogen. Dit betreft € 0,5k. Omdat de realisatie achterblijft ten opzichte van de raming (lagere grondslag) is de uiteindelijke opbrengst naar beneden bijgesteld. Toeristen- en Watertoeristenbelasting (art. 224 Gw) Naast de ozb heft onze gemeente als vrij aanwendbare belasting de toeristenbelasting. De baten worden gebruikt voor dekking van kosten op het gebied van recreatie en toerisme.
Het tarief wordt geïndexeerd met 2,53% en stijgt hierdoor van € 2,00 naar € 2,05 per persoon per overnachting. Parkeerbelasting (art. 225 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft geen parkeerbelasting, maar hanteert 'blauwe zones' voor parkeerregulering waarbij op bepaalde plaatsen een beperkte tijd geparkeerd mag worden. Hondenbelasting (art. 226 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft hondenbelasting. De opbrengst van de hondenbelasting valt formeel onder de algemene dekkingsmiddelen. Dit betekent dat de hondenbelasting de inkomsten van de gemeente verhoogt. In Mook en Middelaar worden hier echter ook de kosten mee gedekt voor het voorkomen dan wel beperken van overlast door hondenpoep, zoals het aanleggen en onderhouden van hondenuitlaatplaatsen. De opbrengst wordt voor 2026 geïndexeerd met een inflatiepercentage van 2,53%. De werkelijke opbrengst blijft echter achter bij de raming (lagere grondslag), daarom is per saldo de opbrengst voor 2026 iets verlaagd. De hoogte van het uiteindelijke tarief is afhankelijk van enerzijds de geraamde opbrengst en anderzijds het (geraamde) aantal honden. Voor kennelhouders geldt een afzonderlijk tarief. Reclamebelasting (art. 227 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft op dit moment geen reclamebelasting. Precariobelasting (art. 228 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft op dit moment geen precariobelasting. Rioolheffing (art.
228a Gw) Rioolheffing wordt geheven, mede op basis van het door de Raad vastgestelde Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022-2026. In het GRP zijn de vervangingsinvesteringen opgenomen van het gemeentelijk rioleringsstelsel en de exploitatiekosten voor de aankomende jaren. Het systeem van rioolheffing is een gesloten systeem, waarbij de kosten en de baten aan elkaar gelijk zijn. De definitieve tarieven voor 2026 en de onderliggende onderbouwing daarvan worden ter vaststelling aan u voorgelegd in de raadsvergadering van december 2025. 34
Programmabegroting 2026-2029 Uitgangspunten tariefstelling De opbrengst van de rioolheffing wordt in beginsel geïndexeerd met 2,53%, maar mag maximaal gelijk zijn aan de kosten van de riolering. Onder de kosten vallen ook de compensabele btw conform art. 228a, lid 3 Gw. en het aandeel overheadkosten. Daar waar mogelijk wordt de compensabele btw niet toegerekend en de overheadkosten functioneel doorbelast. Bij de tariefbepaling wordt onderscheid gemaakt in (klein)gebruikers t/m 400 m3 waterverbruik en grootverbruikers (meer dan 400 m3 waterverbruik). Een huishouden heeft gemiddeld 100 m3 waterverbruik en valt onder de kleinverbruikers. Kostendekkendheid In de paragraaf lokale heffingen moet inzicht gegeven worden in de mate van kostendekkendheid per heffing. Hierbij mogen de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden voor wat betreft heffingen en rechten. Dit geldt voor de rioolheffing, de afvalstoffenheffing/reinigingsrecht en de leges. Om dit inzicht te geven wordt gebruik gemaakt van een model van de commissie BBV. De taakvelden betreffen de van toepassing zijnde wettelijke taakvelden zoals vermeld in onderdeel 2.16 van deze Programmabegroting. Bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid rioolheffing
€
Lasten taakveld
528
Baten taakveld
-82
Netto kosten taakveld
446
Toe te rekenen kosten
446
Aandeel kosten overhead
128
Btw in het kader van het Btw-compensatiefonds
0
Totale kosten
574
Opbrengst heffingen
574
Dekkingspercentage
100%
In de baten taakveld van € 82k zit een vrijval van de egalisatievoorziening van € 77k. Afvalstoffenheffing (art. 219 Gw jo. 15.33 Wet Milieubeheer) / Reinigingsrecht bedrijven (art. 229 Gw) Het afvalbeheer wordt uitgevoerd in samenwerking met DAR N.V. Evenals in voorgaande jaren het geval was, worden de kosten van het afvalbeheer, waaronder de afvalinzameling en afvalverwerking, doorberekend aan de inwoners. In Mook en Middelaar betalen de inwoners een vast tarief (vastrecht) en een variabel tarief per lediging of klepopening. Het ophalen van huishoudelijk afval bij particulieren is een wettelijke verplichting. Het systeem van afvalstoffenheffing is een gesloten systeem waarbij de kosten en de baten aan elkaar gelijk zijn. De definitieve tarieven voor 2026 en de onderliggende onderbouwing daarvan worden ter vaststelling aan u voorgelegd in de raadsvergadering van december 2025. Uitgangspunten tariefstelling De opbrengst van de afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht wordt in beginsel geïndexeerd met 2,53%, maar mag maximaal gelijk zijn aan de kosten van afvalinzameling en -verwerking (inclusief milieustraat). Onder de kosten vallen ook de compensabele btw conform art. 229b, lid 2, letter b Gw en het aandeel in de kosten van overhead. Daar waar mogelijk wordt de compensabele btw niet toegerekend en de overheadkosten functioneel doorbelast.
35
Programmabegroting 2026-2029
Bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid reinigingsheffingen
€
Lasten taakveld
985
Baten taakveld
-128
Netto kosten taakveld
857
Toe te rekenen kosten
857
Aandeel kosten overhead
239
Btw in het kader van het Btw-compensatiefonds
0
Totale kosten
1.096
Opbrengst heffingen
1.096
Dekkingspercentage
100%
In de baten taakveld van € 128k zit een vrijval van de egalisatievoorziening van € 2k. Leges (art. 229 Gw) Leges zijn verschuldigd voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een te leveren dienst, bijvoorbeeld het verstrekken van een paspoort, rijbewijs of omgevingsvergunning. Je betaalt niet voor de vergunning zelf (want het is ook mogelijk dat iemand geen vergunning krijgt, terwijl er wel werkzaamheden zijn verricht). Leges worden jaarlijks met een inflatiepercentage gecorrigeerd (conform de beleidsuitgangspunten). Kostendekkendheid Overeenkomstig het beleid worden de legestarieven 2026 verhoogd met 2,53% wegens inflatiecorrectie. De opbrengst mag maximaal kostendekkend zijn. Wettelijke tarieven zijn hierop een uitzondering. Bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid leges
€
Lasten m.b.t. leges
411
Baten m.b.t. leges
0
Netto kosten leges
411
Toe te rekenen kosten
411
Overhead
101
Btw in het kader van het Btw-compensatiefonds
0
Totale kosten
512
Opbrengst heffingen
512
Dekkingspercentage (maximaal)
100%
Uitgangspunten tariefstelling De opbrengst van de secretarieleges mag maximaal gelijk zijn aan de kosten van behandeling van de aanvragen. Onder de kosten valt ook de compensabele btw conform art. 229b, lid 2, letter b Gw en het aandeel in de kosten van overhead. Bij het vaststellen van de legesverordening in december 2025 wordt een voorstel gedaan voor het aanpassen van de tarieven.
36
Programmabegroting 2026-2029 Aanduiding van de lokale belastingdruk Bij dit onderdeel van de lokale belastingdruk worden de voorlopige tarieven weergegeven, de voorlopige belastingdruk voor 2026 en de belastingdruk van buurgemeenten (over 2025) op basis van een jaarlijks onderzoek door COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden). Overzicht van tarieven De ozb en de forensen-, toeristen- en hondenbelasting worden trendmatig verhoogd met 2,53%. Het tarief is mede afhankelijk van een wijziging in de grondslag. De rioolheffing en reinigingsheffingen zijn maximaal 100% kostendekkend. In onderstaande tabel zijn nog voorlopige tarieven weergegeven voor 2026 omdat op dit moment nog niet alle informatie voorhanden is om de definitieve tarieven te berekenen. De voorlopige tarieven zijn geïndexeerd met de inflatiecorrectie van 2,53%. De later vast te stellen definitieve tarieven zijn een afgeleide van de opbrengst gedeeld door de grondslag. De grondslag ontvangen wij van BsGW. n.v.t. = niet van toepassing (deze belasting heffen wij niet). VOORLOPIGE tarieven 2026 (bij gelijke grondslag)
2026
2025
Algemene inflatiecorrectie
2,53%
2,83%
Ozb woningen eigenaren
% woz-waarde
0,1212%
0,1159%
Ozb niet-woningen eigenaren
% woz-waarde
0,3043%
0,2911%
Ozb niet-woningen gebruikers
% woz-waarde
0,2276%
0,2177%
Rzb
-
n.v.t.
n.v.t.
Forensenbelasting
% woz-waarde
0,2952%
0,2824%
Toeristenbelasting
p.p.p.n.
2,05
2,00
Parkeerbelasting
-
n.v.t.
n.v.t.
Eerste hond
per eerste hond
68,16
66,48
Extra honden
per extra hond (150%)
102,24
99,72
Kenneltarief
per kennel (700%)
477,12
465,36
Reclamebelasting
-
n.v.t.
n.v.t.
Precariobelasting
-
n.v.t.
n.v.t.
Baatbelasting
bedrag per perceel
n.v.t.
n.v.t.
Rioolheffing
per perceel
123,36
120,36
eerste 400 m3 waterverbruik
17,64
17,16
vanaf 400m3 gestaffeld, per 400m3
175,92
171,60
vastrecht per jaar
228,12
222,48
bedrag per lediging (restafval)
14,40
14,00
bedrag per klepopening
2,88
2,80
divers
divers
Hondenbelasting
Afvalstoffenheffing
Leges
De definitieve tarieven voor 2026 worden door uw raad vastgesteld middels het vaststellen van de belastingverordeningen, die aangeboden worden voor de raadsvergadering van 11 december 2025. Hierbij worden de laatste ontwikkelingen meegenomen, zoals de waardemutaties van de onroerende zaken.
37
Programmabegroting 2026-2029 Belastingdruk Mook en Middelaar In onderstaande tabel staat de lokale lastendruk per huishouding, waarbij als uitgangspunt is genomen: • Huurders betalen uitsluitend afvalstoffenheffing en gebruikersdeel rioolheffing; • Woningeigenaren betalen afvalstoffenheffing, ozb en rioolheffing. Bedragen in € Voorlopige lastendruk
2026
2025
315
324
- bij een woningwaarde van € 200k
680
659
- bij een woningwaarde van € 300k
801
775
- bij een woningwaarde van € 500k
1.044
1.007
Huurder: Afvalstoffenheffing
Eigenaar / gebruiker: Onroerende-zaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing
Belastingdruk andere gemeenten COELO onderzoekt jaarlijks de woonlasten per huishouden. In onderstaande tabel zijn van enkele buurgemeenten de woonlasten weergegeven. Omdat de woonlasten over het komende jaar 2026 nog niet bekend zijn, worden altijd de woonlasten van het lopende begrotingsjaar (2025) vermeld. Mook en Middelaar
Gennep
Heumen
Land van Cuijk
Gemidd. Limburg
Gemidd. Nederland
Eenpersoonshuishouden
989
859
923
946
966
964
Meerpersoonshuishouden
1.023
897
1.002
1.018
1.036
1.053
Rangnummer *)
165e
38e
136e
159e
Eenpersoonshuishouden
274
270
169
339
367
376
Meerpersoonshuishouden
307
309
248
412
436
480
Rangnummer *)
37e
38e
9e
105e
Lastendruk 2025 Eigenaar-bewoner
Huurder
*) 1e is goedkoopste gemeente Bron: COELO 'Atlas van de lokale lasten 2025'
Kwijtscheldingsbeleid Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid tot een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de geheven belasting. De mogelijkheid tot kwijtschelding wordt geregeld in de belastingverordeningen. Kwijtschelding is op basis van de huidige verordeningen (2025) alleen mogelijk voor rioolheffing en afvalstoffenheffing. Voor alle andere belastingen wordt op grond van de huidige belastingverordeningen geen kwijtschelding verleend. Het wel of geen kwijtschelding verlenen kan jaarlijks herzien worden bij het vaststellen van de belastingverordeningen. Voor 2026 gebeurt dit in de raadsvergadering van 11 december 2025.
38
Programmabegroting 2026-2029
1.11. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Wettelijk kader Artikel 11 BBV. Algemeen Deze paragraaf geeft inzicht in het vermogen van de gemeente Mook en Middelaar om substantiële niet-begrote kosten te dekken die onverwachts kunnen optreden. Tevens wordt inzicht gegeven in de risico’s die per eind september 2025 bekend en van substantieel belang zijn voor de financiële positie. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is de hoeveelheid aan middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en waarvoor ook geen verzekering is afgesloten. De weerstandscapaciteit bedraagt € 2 miljoen in de vorm van de Algemene Reserve en € 10k als bedrag voor onvoorziene uitgaven. Inventarisatie van de risico’s Tegenover de weerstandscapaciteit staan risico’s, die substantieel van belang zijn, maar die niet of niet geheel financieel gedekt zijn. Risico's worden in beginsel aangemerkt als incidenteel. Als risico's structureel optreden, dan wordt dit financieel ook structureel meegenomen in de begroting. Optredende risico's worden primair gedekt door de Algemene reserve. De waarschijnlijkheid dat een risico zich voordoet wordt onderverdeeld in Zeer laag (10%), Laag (25%), Midden (50%), Hoog (75%) en Zeer hoog (90%). Maatregelen kunnen zijn: Accepteren, Overdragen (bijv.
verzekeren), Preventief (voorkomen), Reductie (bedrag of risico verkleinen). Voor 2026 zijn alle risico's opnieuw beoordeeld of deze nog van toepassing dan wel relevant zijn. Dit resulteert in zes risico's voor de begroting van 2026. Bedragen x € 1.000 KwantiRisicoficering inschatting Kans
Nr
Risico
1
Overschrijding van kosten binnen het Sociaal Domein
400
Hoog
75%
300
2
Uitvoering Participatiewet (vangnetregeling)
126
Gemiddeld
50%
63
3
Optreden van een ICT-veiligheidsprobleem (Cybersecurity)]
4.575
Zeer laag
10%
457
4
Aanspraak op achtervang als gevolg van niet aflossen leningen sociale woningbouw
6.394
Zeer laag
10%
639
5
Extra kosten bij verbonden partijen
660
Zeer laag
10%
66
6
Onvoorziene kosten als gevolg van juridische procedures
250
Zeer laag
10%
25
12.404
Omvang
1.551
Voor een nadere toelichting op de risico's verwijzen wij u naar bijlage 2 van deze programmabegroting.
39
Programmabegroting 2026-2029
Bedragen x € 1.000 Incidenteel
Risico
Kwantificering
Zeer hoog (90%)
Structureel
Berekend bedrag
Kwantificering
Berekend bedrag
0
0
0
0
Hoog (75%)
400
300
0
0
Midden (50%)
126
63
0
0
Laag (25%)
0
0
0
0
Zeer laag (10%)
11.878
1.188
0
0
Totaal
12.404
1.551
0
0
Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's (weerstandsvermogen) Bepaling en betekenis weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt gedefinieerd als de relatie tussen de weerstandscapaciteit (beschikbare middelen) en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om mogelijke tegenvallers op te vangen zonder dat dit onmiddellijk invloed heeft op het beleid. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de gemeente. Ratio weerstandsvermogen De ratio, die uit de hiervoor gehanteerde berekening volgt, kan worden gewaardeerd. Wij hanteren onderstaande beoordelingstabel. Beoordelingstabel weerstandsvermogen Categorie
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
vanaf
tot
A
2
∞
Uitstekend
B
1,4
2
Ruim voldoende
C
1
1,4
Voldoende
D
0,8
1
Matig
E
0,6
0,8
Onvoldoende
F
-∞
0,6
Ruim onvoldoende
De gemeente Mook en Middelaar wenst minimaal een ratio te hebben in categorie C – voldoende. Dit betreft een ratio tussen de 1,0 en 1,4. Daarnaast wordt als structurele bovengrens een ratio van 3,0 gehanteerd. Als na drie achtereenvolgende jaren de ratio groter dan 3,0 is, wordt de Algemene reserve verlaagd. Overeenkomstig, als na drie achtereenvolgende jaren de ratio kleiner dan 1,0 is, wordt de Algemene reserve verhoogd. Als risico's zich daadwerkelijk voordoen, ondanks de genomen beheersmaatregelen, dan kan een beroep gedaan worden op de weerstandscapaciteit. Uitgangspunt hierbij is dat eerst wordt onderzocht of de gemeente ook andere mogelijkheden heeft om de gevolgen van risico’s op te vangen. Denk bijvoorbeeld aan het aanwenden van eventueel onbenutte budgetten, bezuinigingen of bijstellingen van bestaand beleid.
40
Programmabegroting 2026-2029 Ratio weerstandsvermogen De ratio voor het weerstandsvermogen bedraagt 1,3 (weerstandscapaciteit € 2.010k gedeeld door risico's € 1.551k). Deze ratio valt in klasse 'C Voldoende'. Dit is de minimaal gewenste categorie. Kengetallen Naast de ratio voor het weerstandsvermogen zijn gemeenten verplicht om onderstaande kengetallen te verstrekken. Deze kengetallen mogen alleen in gezamenlijkheid beoordeeld worden voor de beeldvorming met betrekking tot de financiële positie van de gemeente (zie ook de tabel onderaan deze paragraaf). Verloop van de kengetallen Kengetallen
W2024
B2025
B2026
B2027
B2028
B2029
Netto schuldquote
-16%
-13%
-9%
17%
32%
30%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-18%
-15%
-12%
15%
29%
27%
Solvabiliteitsratio
44%
47%
47%
38%
32%
32%
Structurele exploitatieruimte
3%
2%
2%
1%
-1%
-1%
Grondexploitatie (n.v.t.)
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Belastingcapaciteit
103%
97%
97%
97%
97%
97%
1a Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast (vaste schuld en vlottende schulden) ten opzichte van de eigen middelen (vlottende activa). Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een negatieve schuldquote betekent dat er geen netto-schuld is, maar dat er een overschot is aan liquide middelen en vorderingen. Door investeringen, het benutten van de middelen in 's Rijks Schatkist en het toekomstig aantrekken van leningen voor financiering van investeringen, neemt de netto schuldquote toe. 1b Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit betreft hetzelfde kengetal als de netto schuldquote, maar nu wordt bij de eigen middelen niet alleen de vlottende activa meegenomen, maar ook de uitgezette leningen. Dit kengetal is altijd gelijk of lager dan de netto schuldquote. 2. Solvabiliteitsratio Het solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate wij in staat zijn om op de lange termijn aan de financiële verplichtingen te voldoen. Zoals uit de balans valt op te maken, bedraagt het eigen vermogen € 9,7 miljoen en het totaal vermogen € 20,6 miljoen. Dit betekent dat de omvang van het eigen vermogen 47% bedraagt ten opzichte van het totaal vermogen. De gangbare minimumnorm voor deze solvabiliteitsratio ligt bij niet-financiële ondernemingen tussen de 25% en 40%.
Hoe hoger de ratio hoe solvabeler de organisatie is. Met een ratio van 47% voldoet de gemeente Mook en Middelaar boven de gangbare norm. 3. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage is een structureel overschot. Bij de bepaling van het saldo worden de mutaties in reserves niet meegenomen met uitzondering van
41
Programmabegroting 2026-2029 structurele onttrekkingen voor dekking kapitaallasten. Het structurele begrotingssaldo (exclusief mutaties reserves) is voor 2026 positief, maar wordt vanaf 2028 licht negatief. 4. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De gemeente Mook en Middelaar heeft geen actieve grondexploitaties (aankopen, bouw- en woonrijp maken en weer verkopen). Het kengetal bedraagt 0%. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit wordt berekend op basis van de woonlasten van een belastingplichtige (meerpersoonshuishouden met eigen woning) in Mook en Middelaar ten opzichte van het landelijk gemiddelde van het laatst bekende begrotingsjaar. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2026 is dat 2025. Hiervoor worden de gegevens van COELO gebruikt zoals vermeld in de paragraaf Lokale heffingen. In de raadsvergadering van 11 december 2025 worden de nieuwe belastingverordeningen voor 2026 ter besluitvorming aan u voorgelegd. Algemeen uitgangspunt is een indexering van 2,53% en een extra verhoging van 2% voor de ozb en de daarvan afgeleide forensenbelasting. Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie De diverse kengetallen zijn onderling redelijk consistent en bevestigen het beeld van een gezonde financiële positie.
Mook en Middelaar heeft geen uitstaande geldleningen meer (laatste aflossing was in 2025). Aan de andere kant is er ongeveer € 6 miljoen aanwezig in ’s Rijks schatkist (voor aftrek van de betaling van alle restant kredieten). Qua exploitatie is er wel een aandachtspunt voor de meerjarenraming. De jaren 2028 en 2029 zijn nog niet sluitend. Op basis van de categoriale indeling zit de gemeente Mook en Middelaar overwegend in de categorieën A en B (minst risicovol dan wel gemiddeld). De kengetallen moeten niet afzonderlijk beoordeeld worden, maar bepalen gezamenlijk het financiële beeld. Kengetal
Waarde M&M
Categorie A
Categorie B
Categorie C
Netto schuldquote zonder correctie
-9%
< 90%
90 - 130%
> 130%
Netto schuldquote met correctie)
-12%
< 90%
90 - 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
47%
> 50%
20 - 50%
< 20%
Structurele exploitatieruimte
2%
positief
neutraal
negatief
Grondexploitatie
0%
< 20%
20-35%
> 35%
Belastingcapaciteit
97%
< 95%
95 - 105%
> 105%
42
Programmabegroting 2026-2029
1.12. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Wettelijk kader Artikel 12 BBV. Onderstaande tabel bevat de actuele stand van zaken met betrekking tot de beheerprogramma's. Beheerplan
Omschrijving / Naam Wegenbeheerplan Meerjarenplanning
Wegen
Periode
Datum vaststelling Raad Te herzien in
2025-2029
Looptijd
30 januari 2025
2029
5 jaar
Meerjaren 2018-2067 Wegen/bruggen onderhoudsplan bruggen / 2023-2068 fin. actualisatie
15 september 2016
2066
50 jaar
Riolering
Gemeentelijk Rioleringsplan Mook en Middelaar (GRP)
2022-2026
16 december 2021
2026
5 jaar
Water
geen onderhoudsplan
-
-
-
-
Groen
Groenbeheerplan / renovatieplan
2016-2019 2019-2022
*)
**)
4 jaar
Gebouwen
Meerjarig onderhoudsplan 2024-2027 (MJOP)
1 februari 2024
2027
4 jaar
*) Besluitvorming door College van burgemeester en wethouders. **) Moet nog bepaald worden.
Wegen 1.
Wegen
Doel De gemeente is verantwoordelijk voor de instandhouding en het veilig gebruik van de verhardingen die zij in beheer heeft. Beleidskader Al jaren voert de gemeente structureel en planmatig onderhoud uit aan de verhardingen. Het gemeentelijke Wegenbeheerplan is hierbij richtinggevend. Het plan geeft inzicht in de kwaliteit en onderhoudsbehoefte van de gemeentelijke wegen/verhardingen en de financiële middelen die hiervoor nodig zijn. Het plan wordt voor een bepaalde tijd vastgesteld. Op 30 januari 2025 is het huidige plan vastgesteld voor de periode van 2025-2029. Onderhoudsniveau Het onderhoudsniveau van de wegen is vastgesteld op het niveau B van de landelijke CROWsystematiek. Dit komt min of meer overeen met het niveau van instandhouding van de verhardingen, voorkomen dat (technische) normen worden overschreden. Financiële consequenties beleidskader De meerjarenplanning voor het structureel en planmatig wegonderhoud bedraagt op basis van het nieuwe Wegenbeheerplan voor de jaren 2025 tot en met 2029 op jaarbasis een bedrag van gemiddeld ongeveer
43
Programmabegroting 2026-2029 € 306k inclusief klein onderhoud en € 250k exclusief klein onderhoud. Voor het onderhoud aan de gemeentelijke onverharde wegen is er jaarlijks een (aanvullend) bedrag beschikbaar van € 30k. Financiële consequenties in de begroting Om de onderhoudsvoorziening voor het structureel wegonderhoud op peil te houden word er jaarlijks € 250k aan toegevoegd. Het verloop van de voorziening is als volgt: Bedragen x € 1.000 Voorziening groot onderhoud wegen Jaar
Stand per 1-1
Dotatie
Vrijval
Aanwending
Stand per 31-12
2025
360
250
0
328
282
2026
282
250
0
267
265
2027
265
250
0
364
151
2028
151
250
0
167
234
2029
234
250
0
128
356
Voortgang van het geplande onderhoud De onderhoudswerkzaamheden worden overeenkomstig de planning van het Wegenbeheerplan uitgevoerd. Werkproces: voorbereiding (onderzoek), aanbesteding en uitvoering. Werkzaamheden worden zoveel mogelijk gecombineerd en afgestemd met gemeentelijke (bouw)ontwikkelingen. Streven naar integraal werken. Zo mogelijk wordt het onderhoud aan de wegen gecombineerd met andere ontwikkelingen en/of onderhoudswerkzaamheden (integraal werken). Omvang achterstallig onderhoud Er is geen sprake is van achterstallig onderhoud. 2.
Kunstwerken (Bruggen)
Doel De gemeente is verantwoordelijk voor de instandhouding en het veilig gebruik van de verkeersbruggen binnen de gemeente. Het betreft twee bruggen, de brug Witteweg te Plasmolen en de brug Cuijksesteeg in Mook. Beleidskader Op 15 september 2016 heeft u het ‘Meerjaren onderhoudsplan bruggen' vastgesteld. Het plan voorziet in het structurele / planmatige onderhoud aan de bruggen. Dit geeft een doorkijk voor de komende vijftig jaar (planperiode 2018-2067, inclusief een technische actualisatie in 2024 voor de planperiode 2023-2068). Onderhoud op basis van instandhouding van de huidige functionaliteit van de bruggen. Met het plan is dit gewaarborgd. Onderhoudsniveau Bij het onderhoudsniveau van de bruggen wordt er uitgegaan van niveau B van de landelijke CROWsystematiek (instandhouding). Dit komt min of meer overeen met het niveau van instandhouding van de verhardingen, Financiële consequenties beleidskader Voor de financiering van de onderhoudswerkzaamheden op de langere termijn (instandhouding) is er een voorziening groot onderhoud bruggen aanwezig. De jaarlijkse dotatie aan de voorziening bedraagt € 23k. Door de jaarlijkse dotatie is de voorziening gedurende een looptijd van 50 jaar nergens negatief.
44
Programmabegroting 2026-2029 Financiële consequenties in de begroting Het verloop van de voorziening is als volgt: Bedragen x € 1.000 Voorziening groot onderhoud kunstwerken (bruggen) Jaar
Stand per 1-1
Dotatie
Vrijval
Aanwending
Stand per 31-12
2025
84
23
0
0
107
2026
107
23
0
10
120
2027
120
23
0
0
143
2028
143
23
0
136
30
2029
30
23
0
0
53
Voortgang van het geplande onderhoud In 2026 vindt onderhoud plaats conform het meerjarenonderhoudsplan. Voor 2026 zijn kosten voorzien voor de brug aan de Cuijksesteeg in Mook en in 2028 voor de brug aan de Witteweg in Plasmolen. Omvang achterstallig onderhoud Door invulling te geven aan het meerjarenonderhoudsplan bruggen wordt achterstallig onderhoud voorkomen en is niet aan de orde.
Riolering Doel Invulling geven aan de gemeentelijke watertaken, dit op het gebied van afvalwater, regenwater en grondwater. Meer concreet het in stand houden en verbeteren van de gemeentelijke riolering en voorzieningen voor de opvang en verwerking van het regenwater. Dit alles om te komen tot een goed functionerend(e) waterketen en watersysteem en daarmee het terugdringen van de kans op wateroverlast. Beleidskader De invulling van de gemeentelijke watertaken, en de financiering ervan, is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan Mook en Middelaar (GRP), dat op 24 november 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. De planperiode van het GRP bestrijkt de jaren 2022 tot en met 2026. In het GRP is de vroegere specifieke zorg voor de riolering omgebogen naar de zorg voor het gemeentelijk waterbeheer. Dus niet specifiek het (stedelijk) afvalwater maar ook het regenwater en grondwater. In het GRP is er aandacht voor het onderhoud en het in stand houden van de (water)voorzieningen, het doen van metingen en onderzoek, het terugdringen van de vuiluitworp naar oppervlaktewater en het terugdringen van de kans op wateroverlast ten gevolge van hevige neerslag. De afgelopen jaren zijn hierin al vorderingen gemaakt, wel baart de toenemende extreme neerslag zorgen.
Hiervoor is blijvende aandacht in de vorm van generieke en specifieke maatregelen, zoals het afkoppelen van verhardingen en het creëren van berging. Hierbij worden ook de bewoners betrokken en gestimuleerd. Dit in de vorm van voorlichting en advies en ook met de mogelijkheid van een geldelijke bijdrage (dit laatste in samenwerking met het waterschap Limburg). De mogelijkheid voor samenwerking met andere overheden en partijen is ook een blijvend aandachtspunt. Dit onder andere om de kosten voor de watertaken te verlagen. Hierbij is het streven om de wettelijke watertaken tegen de laagst mogelijke lasten uit te voeren. 45
Programmabegroting 2026-2029 In 2026 wordt er een nieuw Gemeentelijk Rioleringsplan worden opgesteld en voorgelegd aan de gemeenteraad. Onderhoudsniveau Het onderhoudsniveau van de riolering is vastgesteld op niveau B van de landelijke CROWsystematiek (instandhouding). Financiële consequenties beleidskader De financiële gevolgen van de uitvoering van het GRP komen via de rioolheffing ten laste van belastingplichtige inwoners. Bij de behandeling van de belastingverordeningen worden ook de tarieven van de rioolheffing vastgesteld. Financiële consequenties in de begroting De dekking van de kosten voor het reguliere (dagelijks) onderhoud vindt plaats middels budgetten in de exploitatie. Nieuwe rioleringen worden geactiveerd en leiden tot kapitaallasten. De baten en lasten in relatie tot de tarieven voor rioolheffing worden geëgaliseerd middels een egalisatievoorziening. Riolering en rioolheffing is financieel een gesloten systeem. Gezien de omvang van de voorziening wordt in ieder geval, evenals in 2025, voor de periode 2026 t/m 2029 een bedrag van € 50k uit de voorziening gehaald, waardoor de netto te verhalen lasten middels rioolheffing hierdoor iets gunstiger uitvalt. In 2026 is een extra bedrag onttrokken van € 27k in verband met de kostendekkendheid. Het verloop van de voorziening is als volgt: Bedragen x € 1.000 Voorziening egalisatie rioolheffing Jaar
Stand per 1-1
Dotatie
Vrijval
Aanwending
Stand per 31-12
2025
4.172
0
-50
0
4.122
2026
4.122
0
-77
0
4.045
2027
4.045
0
-50
0
3.995
2028
3.995
0
-50
0
3.945
2029
3.945
0
-50
0
3.895
Voortgang van het geplande onderhoud Het dagelijks onderhoud en de inspanningen en werkzaamheden die voortvloeien uit het GRP worden voorbereid en uitgevoerd. Hierbij is het streven naar integraal werken, synergie en doelmatigheid. Omvang achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Water Passantenhaven Doel Mook en Middelaar heeft op het gebied van ‘water’ enkel de verplichting om de passantenhaven bevaarbaar te houden en het in stand houden van de functionaliteit van de haven, als bouwkundige voorziening.
46
Programmabegroting 2026-2029 Beleidskader Inzicht hebben en houden in de diepgang en de staat van de passantenhaven als 'bouwwerk'. Onderhoudsniveau De metingen van de diepgang in de haven wijzen uit dat de haven bevaarbaar is. Met metingen wordt dit gevolgd. Tot op heden is er geen onderhoudsplan voor de passantenhaven zelf, de waterbouwkundige (constructieve) onderdelen. De haven dateert uit de jaren negentig van de vorige eeuw. Het is raadzaam om inzicht te krijgen in de staat van onderhoud en het benodigd toekomstig budget voor de instandhouding van de voorzieningen. Inzicht in de onderhoudsbehoefte, en het waarborgen daarvan, kan worden gekoppeld aan de wens van de ontwikkeling van het gebied Maaskade. Hierbij streven naar een integrale benadering en uitwerking, zowel ruimtelijk, functioneel als (onderhouds)technisch. Vanuit het oogpunt van onderhoud en beheer is deze inspanning niet vrijblijvend, ook niet in tijd. Als deze visie om welke redenen dan ook op zich laat wachten, is het wenselijk om los hiervan een onderhoudsplan op te stellen. Financiële consequenties beleidskader Indien het uitbaggeren van de passantenhaven noodzakelijk is, worden de kosten daarvan geschat op € 125k. Deze kosten zijn niet in de begroting opgenomen. Het dichtslibben is onder andere afhankelijk van het gebruik van de haven en zandverplaatsingen bij extreme hoogwaterstanden.
De exacte kosten worden mede bepaald door het tijdstip waarop het baggeren noodzakelijk is en door de benodigde opslagcapaciteit voor het slib. Financiële consequenties in de begroting De dekking van de kosten voor het onderhoud vindt plaats door middel van het reserveren van budgetten in de exploitatie. Er is hiervoor op dit moment geen budget en geen voorziening aanwezig. Voortgang van het geplande onderhoud Ten aanzien van het bevaarbaar houden van de haven zijn er geen bijzonderheden te melden en worden er geen acties voorzien. Omvang achterstallig onderhoud Op basis van huidig inzicht is er geen sprake van achterstallig onderhoud.
Groen Doel Het onderhouden en beheren van het gemeentelijk groen. Dit betreft plantsoenen, hagen, bomen, en het sportpark in Middelaar. Beleidskader Het beleidskader is vastgelegd in het Groenbeheerplan van 2015. Onderhoudsniveau In het Groenbeheerplan is het onderhoudsniveau van het openbaar groen vastgesteld conform de landelijke CROW-systematiek. Voor het groen in de woonkernen is dit niveau B; onderhoudsniveau basis met een sober/functioneel beeld. Op locaties waar het technisch mogelijk en verantwoord is, is gekozen voor een lager onderhoudsniveau- niveau C; extensief beheer. Veelal buiten de woonkernen.
47
Programmabegroting 2026-2029 Financiële consequenties beleidskader In de begroting zijn de kosten voor het reguliere beheer en onderhoud van het openbaar groen opgenomen. Financiële consequenties in de begroting Het groenonderhoud vindt geheel plaats door middel van het budgetteren in de exploitatie. Voortgang van het geplande onderhoud Het reguliere onderhoud van het openbaar groen wordt uitgevoerd door INTOS/Buitenwerk. Voor specifieke onderhoudstaken zoals het onderhoud van de sportvelden, snoeien van laan- en straatbomen, maaien van bermen, onderhoud hondenuitlaatstroken, onderhoud hagen en beheersen eikenprocessierups worden aannemers ingehuurd. Daarnaast voert de eigen dienst diverse onderhoudstaken uit zoals het snoeien van vormbomen en het maaien van gras- en sportvelden. Omvang achterstallig onderhoud Er is op dit moment geen sprake van achterstallig onderhoud.
Gebouwen Doel Het college wil inzicht in de staat van het vastgoed en borgen dat het onderhoud plaatsvind zodat de technische staat van het gebouw en installaties gewaarborgd blijft en de veiligheid gegarandeerd. Hiervoor hanteert de gemeente het Meerjarig onderhoudsplan (MJOP) 2024-2027 voor onderstaande gebouwen: ▪ Het gemeentehuis; ▪ De brandweerkazerne/gemeentewerf, de zoutloods en het kca-depot (milieustraat); ▪ Sportaccommodatie De Heikant (Astrantia); ▪ Sportaccommodatie De Maasvallei (Eendracht ’30). Beleidskader Voor de gemeentelijke gebouwen hanteren we het MJOP 2024-2027 als leidraad en toetsingskader. Deze is begin 2024 door de raad vastgesteld. Met het MJOP werken we naar een actief gebouwenbeheer met bijbehorend onderhoudsniveau. Het onderhoud van de gemeentelijke gebouwen houdt in: - dat de objecten er verzorgd en voldoende representatief uitzien; - dat de waarde van de objecten in stand blijft; - dat de beleving van de gebruikers van de gebouwen/objecten goed is; - dat de technische voorzieningen in de gebouwen naar behoren functioneren - dat op een planmatige manier verduurzaming plaatsvindt. Financiële consequenties beleidskader De gemeentelijke gebouwen worden conform het MJOP 2024-2027 onderhouden waarbij we altijd bezien of we doelmatig en efficiënt het onderhoud kunnen uitvoeren door schuiven in de tijd dan wel combineren van werkzaamheden.
Financiële consequenties in de begroting Voor klein onderhoud is een budget in de exploitatie opgenomen. Voor groot onderhoud wordt jaarlijks € 140k gestort in de voorziening gebouwenbeheer. Hierbij heeft een afslag van 25% plaatsgevonden van de kosten (aanwendingen) ten opzichte van het beheerplan. Voor de jaren 2026 en 2027 vindt deze afslag echter niet plaats en bedraagt de dotatie € 240k.
48
Programmabegroting 2026-2029 Bedragen x € 1.000 Voorziening groot onderhoud gebouwen Jaar
Stand per 1-1
Dotatie
Vrijval
Aanwending
Stand per 31-12
2025
716
140
0
65
791
2026
791
240
0
283
747
2027
747
240
0
114
873
2028
873
140
0
32
981
2029
981
140
0
34
1.087
Voortgang van het geplande onderhoud In 2026 gaat het onderhoud plaatsvinden conform het MJOP beheerplan. Omvang achterstallig onderhoud Er is momenteel geen sprake van achterstallig onderhoud.
49
Programmabegroting 2026-2029
1.13. Paragraaf Financiering Wettelijk kader Artikel 13 BBV. Beleidsvoornemens t.a.v. het risicobeheer van de financieringsportefeuille De gemeente Mook en Middelaar kiest voor een zorgvuldig en veilig financieel beleid. Dat betekent: • we gebruiken eerst eigen financiële middelen voordat we gaan lenen; • overtollig geld zetten we verplicht weg in de schatkist van het rijk (schatkistbankieren); • we blijven binnen de wettelijke kasgeldlimiet en renterisiconorm. Rentelasten Lening De gemeente had tot maart 2025 één langlopende lening. Deze is volledig afgelost. Voor 2026 verwachten we geen nieuwe lening aan te gaan. Bedragen x € 1.000 Langlopende lening (per 31-12) Lening BNG
2025
2026
2027
2028
2029
0
0
0
0
0
Renterisiconorm De renterisiconorm geeft een grens aan voor het risico dat een gemeente mag lopen bij renteherzieningen en aflossingen. Het doel is te voorkomen dat in één jaar te veel leningen moeten worden afgelost of dat grote renteaanpassingen tegelijk plaatsvinden. De norm is landelijk vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Voor Mook en Middelaar betekent dit dat in 2026 maximaal € 5,1 miljoen aan aflossingen en renteherzieningen samen mogen vallen. We blijven hier ruim onder: de verplichte (geraamde) aflossingen bedragen slechts een fractie van de norm. Daarmee is het renterisico goed beheersbaar en ruim binnen de wettelijke kaders.ar Bedragen x € 1.000 Renterisiconorm
2025
2026
2027
2028
2029
0
0
0
0
0
1
Renteherzieningen op leningen o/g
2
Betaalde aflossingen
182
0
0
200
300
3
Renterisico (1+2)
182
0
0
200
300
4
Renterisiconorm
5.643
5.113
4.578
4.559
4.568
5a
Ruimte onder renterisiconorm (4>3)
5.462
5.113
4.578
4.359
4.268
5b
Overschrijding renterisiconorm (4<3)
-
-
-
-
-
20%
20%
20%
20%
20%
Berekening 4a
Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage
4b
Begrotingstotaal
28.215
25.563
22.892
22.794
22.841
4
Renterisiconorm (4a x 4b)
5.643
5.113
4.578
4.559
4.568
50
Programmabegroting 2026-2029 Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan hoeveel een gemeente aan kort geld mag lenen (krediet). Het doel van deze norm is te voorkomen dat gemeenten te afhankelijk worden van kortlopende schulden. Het risico daarvan is dat kort lenen vaak duurder is dan lang lenen, waardoor de rentelasten hoger kunnen uitvallen. De limiet is landelijk vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal (lasten). Voor Mook en Middelaar betekent dit dat we in 2026 maximaal € 2,2 miljoen kort mogen lenen. Voor 2026 hebben we op begrotingsbasis geen kortlopende schulden. Er is juist een positief saldo aan vlottende middelen. Gemeenten mogen een beperkt bedrag aanhouden bij de eigen bank Voor Mook en Middelaar is dat maximaal € 1 miljoen. Alles daarboven moeten we verplicht onderbrengen in de schatkist van het Rijk (schatkistbankieren). Medio september 2025 stond daar circa € 6 miljoen uit. Dit saldo is tijdelijk en wordt de komende jaren ingezet voor investeringen. De ruimte met betrekking tot de kasgeldlimiet bedraagt voor 2026 bijna € 7,5 miljoen. Voor dit bedrag mogen we kortlopend (dag)geld aantrekken. Bedragen x € 1.000 Kasgeldlimiet
2025
2026
2027
2028
2029
28.215
25.563
22.892
22.794
22.841
- In procenten van de grondslag
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
- In bedrag van de grondslag
2.398
2.173
1.946
1.937
1.941
- Opgenomen gelden < 1 jaar
0
0
0
0
0
- Schuld in rekening-courant
0
0
0
0
0
- Gestorte gelden van derden < 1 jaar
0
0
0
0
0
- Overige geldleningen, niet zijnde vaste schuld
0
0
0
0
0
- Totale omvang van de vlottende schuld
0
0
0
0
0
1
1
1
1
1
6.659
5.308
4.939
4.524
4.790
0
0
0
0
0
6.660
5.309
4.940
4.525
4.791
- Totaal netto vlottende schuld (2) -/- (3)
-6.660
-5.309
-4.940
-4.525
-4.791
- Toegestane kasgeldlimiet (1)
2.398
2.173
1.946
1.937
1.941
- Ruimte (+)/Overschrijving (-) (1) -/- (4)
9.058
7.482
6.886
6.462
6.733
Omvang primitieve begroting per 1 januari (= grondslag) 1.
2.
3.
Toegestane kasgeldlimiet
Omvang vlottende korte schuld
Vlottende middelen - Contante gelden in kas - Tegoeden in rekening-courant - Overige uitstaande gelden < 1 jaar - Totale omvang van de vlottende middelen
4.
Toets kasgeldlimiet
Renteresultaat Het renteresultaat is het saldo van de rente die de gemeente betaalt en de rente die zij ontvangt. Voor 2026 gaat het per saldo om ongeveer € 41k te betalen. Dit betekent dat de rentelasten in 2026 beperkt zijn en geen groot effect hebben op de begroting.
51
Programmabegroting 2026-2029
Bedragen x € 1.000 Renteresultaat
2026
a.
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
80
b.
De externe rentebaten over de korte en lange financiering
-39
Saldo rentelasten en rentebaten
41
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
-0
c1. c2. c3.
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-0
0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
41
d1.
Rente over eigen vermogen
0
d2.
Rente over voorzieningen
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
41
e.
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
0
f.
Renteresultaat op het taakveld Treasury
41
Financieringsbehoefte De financieringsbehoefte geeft aan of de gemeente in een jaar extra geld moet lenen om uitgaven te kunnen doen. De berekening hiervan is gebaseerd op de liquiditeitenplanning, waarin alle verwachte inkomsten, uitgaven en investeringen zijn opgenomen. Volgens de planning is er in 2026 geen aanvullende financiering nodig. Het saldo van inkomsten en uitgaven is voldoende om de geplande activiteiten te dekken. Vanaf 2027 kan dit veranderen, omdat er dan grotere investeringen gepland staan. Openstaande investeringen per eind 2024 worden geacht uitgegeven te worden in de daaropvolgende drie jaren (2025 t/m 2027). Om de (nieuwe) investeringen te financieren is in de begroting rekening gehouden met het aantrekken van nieuwe leningen. In de jaarstukken wordt jaarlijks op basis van de realisatie een meer gedetailleerd kasstroomoverzicht vermeld. Bedragen x € 1.000 Inkomsten en uitgaven
2025
2026
Beginsaldo liquiditeiten
8.927
5.910
29.098
Mutatie leningen Mutatie werkkapitaal
2027
2028
2029
4.559
4.190
3.775
26.117
23.233
22.468
22.559
0
0
6.000
3.000
0
0
0
0
0
201
29.098
26.117
29.233
25.468
22.759
Uitgaven volgens exploitatie
27.611
24.932
21.758
21.607
21.654
Uitgaven voor investeringen
229
475
6.183
3.250
326
Mutatie leningen
182
0
0
200
300
Aanwending voorziening
463
613
528
387
213
Mutatie werkkapitaal
3.630
1.448
1.133
439
Subtotaal af
32.115
27.467
29.602
25.883
22.493
Totaal
5.910
4.559
4.190
3.775
4.041
Bij: Inkomsten volgens exploitatie
Subtotaal bij Af:
52
Programmabegroting 2026-2029 Conclusie De gemeente Mook en Middelaar heeft de financiering in 2026 op orde. Er zijn geen langlopende leningen, de kasgeldlimiet en renterisiconorm worden ruimschoots nageleefd en er is geen aanvullende financiering nodig. Vanaf 2027 ontstaat mogelijk een financieringsbehoefte door geplande investeringen.
53
Programmabegroting 2026-2029
1.14. Paragraaf Bedrijfsvoering Wettelijk kader Artikel 14 BBV. Algemeen De paragraaf Bedrijfsvoering geeft ten minste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering.
Personeel en organisatiebeleid Arbeidsmarktperspectief De veranderende arbeidsmarkt – naar meer werk dan werkenden – geeft uitdagingen en vraagt om anders naar de toekomst te kijken. Langetermijnstrategieën om te bouwen aan een wendbare en toekomstbestendige organisatie zijn nog meer van belang. Met elkaar verkennen we de (te verwachten) ontwikkelingen en bekijken we welke verandering nodig is. Vragen als hoe kunnen we ons personeel het beste werven, behouden en ontwikkelen staan hierbij centraal. We streven ernaar om binnen de kaders van ons personeelsbudget een aantrekkelijke werkgever te zijn. Hierbij vinden we het belangrijk om aandacht te hebben voor onze nieuwere generaties die andere kwaliteiten, behoeften en verwachtingen hebben. Personeels- en organisatiebeleid Ook in 2026 is de organisatie in staat om uitvoering te geven aan de taken die de organisatie heeft en de behoeften die ontstaan door maatschappelijke ontwikkelingen. Het managementteam zorgt ervoor dat de organisatie voldoende flexibel is en op orde blijft. Ook wordt bekeken welke visie, waarden en gedragsnormen bij onze organisatie passen. De Ondernemingsraad denkt hierin mee op basis van een constructieve, prettige samenwerking. We blijven werken aan het zo doelmatig mogelijk inrichten van werkprocessen, de administratieve organisatie en de verdeling van taken.
Formatie en inhuur Ook voor 2026 is zeer kritisch gekeken naar de benodigde formatie, waarbij per afdeling is bezien welke capaciteit nodig is. Externe inhuur houden we zo beperkt mogelijk, maar passend bij het gewenste dienstverleningsniveau en de mogelijkheden binnen onze eigen formatie. De groei van de gemeente leidt naar verwachting tot extra werkzaamheden, denk onder meer aan burgerzaken, uitgifte van vergunningen en uitgifte van uitkeringen. We bekijken of het nodig is om de bestaande formatie daarop gaandeweg aan te passen. Duurzame inzetbaarheid en vitaliteit Duurzame inzetbaarheid is een belangrijke pijler van ons personeelsbeleid om ervoor te zorgen dat medewerkers fit, vaardig en gemotiveerd blijven voor het werk. Vitaliteit is daarvan een belangrijk onderdeel en richt zich vooral op energie, veerkracht en motivatie van medewerkers. Dit is van invloed op de duurzaam inzetbaarheid van de teams en bepaald hoe we preventief kunnen sturen op gezondheid en prestaties. Voor ons als werkgever is het belangrijk om preventief en systematisch te werken aan de arbeidsomstandigheden die zorgen voor een zo groot mogelijke veiligheid, gezondheid en welzijn van onze medewerkers. Wij blijven hier in 2026 aandacht voor hebben.
Personele inzet door regionale samenwerking De samenwerking met onze buurgemeenten breiden we verder uit om als organisaties beter voorbereid te zijn op de toekomst. Bij personele uitdagingen zoeken we de samenwerking op en we verbreden onze arbeidsmarkt door ook gezamenlijk te werven. We hebben daarbij een open blik naar
54
Programmabegroting 2026-2029 alle regio’s waarmee onze gemeente samenwerkt, maar focussen in de samenwerking op personeelsgebied op de gemeenten Heumen en Berg en Dal.
Informatisering / automatisering Digitalisering Digitalisering speelt een cruciale rol in de wijze waarop we in de nabije toekomst inspelen op de behoeften van onze inwoners en de wijze waarop we de dienstverlening aan onze inwoners vormgeven. Bijna alles hangt met digitalisering samen: processen kunnen efficiënter en effectiever verlopen en informatie kan sneller beschikbaar komen en gemakkelijker toegankelijk worden gemaakt. Daarnaast heeft het indirect effect op de werkdruk, het maakt ons als organisatie flexibeler vanwege de toegankelijkheid van informatie. De digitale wereld verandert echter zo snel dat we continu aandacht moeten blijven besteden aan onze informatiesystemen. Het beheer vraagt om extra inspanning. Belangrijke componenten hierin zijn beveiliging, werken in de cloud en Microsoft 365. In 2026: • implementeren we Microsoft 365 als ons centrale platform. De organisatiebrede impact hiervan is niet te onderschatten. We besteden daarom veel aandacht aan deze nieuwe manier van werken; • werkt het Sociaal Team Wmo en Jeugd in een nieuwe Cloud-applicatie; • starten met de vervanging van onze financiële systemen; • maken we werk van verdere WOO (Wet Open Overheid) en WMEBV (Wet Modernisering Elektronische Bestuurlijk Verkeer) implementatie. • dit alles vanzelfsprekend met aandacht voor de privacy en informatieveiligheid.
De informatiebeveiliging komt aan bod in paragraaf 1.17. Regionale samenwerking We blijven de vruchten plukken van de regionale ICT samenwerking. iRvN ontwikkelt door, ook organisatorisch, en participeert in landelijke ontwikkelingen. Dit stelt ons in staat om bij te blijven in de stormachtige ontwikkelingen in de wereld van automatisering. Daarnaast werken we in toenemende mate samen met gemeenten Heumen en Berg en Dal rond functioneel beheer en verantwoordingstaken.
Budgetten Overzicht budgetten raad
Naast de diverse bedrijfsvoeringsaspecten zijn er ook specifiek budgetten voor de raad. Ofschoon deze formeel geen onderdeel uitmaken van de bedrijfsvoering, worden deze hieronder volledigheidshalve wel vermeld. Bedragen x € 1.000 Wie
Toelichting
R2024
B2025
B2026
B2027
B2028
B2029
Raad
salarissen, vergoedingen, werkbudget enz.
264
245
271
250
250
250
Raadscommissies
vergoedingen
4
6
6
6
6
6
Griffie
salarissen, incl. ondersteuning griffie
149
139
142
142
142
142
Rekenkamer
budget voor rekenkamer(commissie)
0
15
15
15
15
15
Controlekosten
kosten accountant
58
75
75
75
75
75
55
Programmabegroting 2026-2029
1.15. Paragraaf Verbonden partijen Wettelijk kader Artikel 15 BBV Algemeen Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap over de verbonden partij, hetzij middels vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij middels stemrecht (bijvoorbeeld door het hebben van aandelen). Onder financieel belang wordt verstaan: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat, dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Als er alleen een bestuurlijk belang óf een financieel belang is, dan is er géén sprake van een verbonden partij zoals bedoeld in het BBV. Verbonden partijen kunnen onderverdeeld worden in: - gemeenschappelijke regelingen; - vennootschappen en coöperaties; - stichtingen en verenigingen; en - overige verbonden partijen. Hieronder zijn alle verbonden partijen opgesomd met het aandeel dat Mook en Middelaar in de desbetreffende verbonden partij heeft. In bijlage 3 treft u nadere informatie aan over elke verbonden partij.
Gemeenschappelijke regelingen Voor de gemeenschappelijke regelingen zijn in deze Programmabegroting de volgende verbonden partijen aanwezig: Bedragen x € 1.000 Begroting 2026 aanwezig
Belang
Sociaal Domein / Bestuur en organisatie
ja
3,00% (6/200e deel)
891
GR Groene Metropoolregio
Fysieke leefomgeving / Bestuur en organisatie
ja
5,88% (1/17e deel)
50
GR Euregio Rijn-Waal (Kleve)
Bestuur en organisatie
nee
1,20%
3
GR Milieusamenwerking Afvalverwerking Regio Nijmegen (MARN)
Toerisme, natuur en duurzaamheid
ja
4,76% (1/21e deel)
0
GR Veiligheidsregio LimburgNoord (VRLN)
Sociale leefomgeving
ja
6,67% (1/15e deel)
678
BVO Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen
Sociale leefomgeving / Sociaal Domein
ja
5,56% (1/18e deel)
262
GR Regionale uitvoeringsdienst Sociale leefomgeving Limburg Noord (RUD)
nee
6,25% (1/16e deel)
95
GR Belastingsamenwerking Fysieke leefomgeving / Bestuur Gemeenten en Waterschappen en organisatie / Algemene (BsGW) dekkingsmiddelen
ja
0,50% (1/200e deel)
153
Naam
Relatie met programma
Modulaire GR Regio Rijk van Nijmegen
56
Bijdrage 2026
Programmabegroting 2026-2029 Vennootschappen en coöperaties Voor de Vennootschappen en coöperaties zijn in deze Programmabegroting de volgende verbonden partijen aanwezig: Bedragen x € 1.000 Begroting 2026 aanwezig
Belang
Bijdrage 2026
n.v.t. (algemene dekkingsmiddelen)
nee
0,22%
0
NV Waterleiding Maatschappij Toerisme, natuur en Limburg (WML) duurzaamheid
nee
0,60%
0
Enexis Holding N.V.
Toerisme, natuur en duurzaamheid
nee
0,09%
0
Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V.
Afgeleide van Enexis
nee
0,09%
0
CSV Amsterdam B.V.
Afgeleide van Enexis
nee
0,09%
0
Inkoopcentrum Zuid
n.v.t. (inkoop algemeen)
nee
p.m.
8
Leisurelands B.V.
Toerisme, natuur en duurzaamheid
nee
0,18%
0
DAR N.V.
Toerisme, natuur en duurzaamheid
nee
1,33%
0
Nazorg (bodemzorg) Limburg B.V.
Toerisme, natuur en duurzaamheid
nee
0,69%
0
Naam
Relatie met programma
BNG Bank N.V.
Stichtingen en verenigingen Voor de stichtingen en verenigingen zijn in deze Programmabegroting de volgende verbonden partijen aanwezig: Bedragen x € 1.000 Naam
Relatie met programma
Vereniging van Gemeenten Aandeelhouders in Limburg Afgeleide van Enexis binnen Essent N.V. (VEGAL)
Begroting 2026 aanwezig
Belang
nee
0,09%
Overige verbonden partijen In deze Programmabegroting zijn er geen overige verbonden partijen aanwezig.
57
Bijdrage 2026
Programmabegroting 2026-2029
1.16. Paragraaf Grondbeleid Wettelijk kader Artikel 16 BBV. Visie grondbeleid (in relatie tot de doelstellingen in de programma's) Grondbeleid is een gemeentelijk instrument in de ruimtelijke ordening waarmee een gemeente de gewenste ontwikkelingen kan bevorderen en ongewenste ontwikkelingen kan tegengaan. In de Nota Grondbeleid zijn de beleidskaders uitgezet waarmee wordt aangegeven welke ambitie de gemeente Mook en Middelaar heeft en hoe deze ambitie waargemaakt kan worden. De gemeente Mook en Middelaar voert geen actief grondbeleid in die zin dat actief gronden worden aangekocht en verkocht. Het grondbeleid van de gemeente Mook en Middelaar kan het beste worden getypeerd als Selectief Strategisch Grondbeleid. Uitvoering grondbeleid Er wordt, overeenkomstig de Nota Grondbeleid, een selectief strategisch grondbeleid gevoerd. Dit houdt in: aankoop en verkoop van gronden als er een duidelijk algemeen belang mee wordt gediend. Tevens wanneer daarmee de bestaande belangen worden behouden en zo mogelijk worden geoptimaliseerd en versterkt, rekening houdende met de bestaande groene buffers, landgoederen en het behoud van agrarische en archeologische waarden. Bij het aankopen en verkopen van gronden door de gemeente zal daarom altijd het behoud en beheer van strategisch gelegen gronden het uitgangspunt zijn.
Gelet op de aard van de ontwikkelingen (beperkte omvang en beperkte impact) in de gemeente, de schaalgrootte van de gemeente, het beschikken over relatief weinig onroerende zaken, de beperkte financiële middelen en de interne capaciteit, zal de gronduitgifte binnen de gemeente gering zijn. Aan- en verkopen van grond die het bedrag van € 200k overschrijden worden daarnaast overeenkomstig artikel 9 van de 'Financiële verordening Mook en Middelaar 2024' voorgelegd aan de raad. Actuele prognose te verwachten resultaten grondexploitaties De gemeente Mook en Middelaar heeft geen grondexploitaties. Wel heeft de gemeente diverse grondposities. Voor 2026 zijn de volgende grondposities van belang. Startsche Veld De gronden van Startsche Veld zijn gelegen tussen de Cuijksesteeg, de Startsedijk en de Rijksweg in Mook. Een deel van deze gronden, grenzend aan de Startsedijk, is ingezet ten behoeve van de verplaatsing van de volkstuinenvereniging Middelwaert in verband met de nieuwbouw in de Maastuin. Voor de resterende gronden is een verkenning opgestart om de mogelijkheden voor woningbouw te onderzoeken. Rijksweg 156 te Plasmolen In 2018 heeft de gemeente Rijksweg 156 te Plasmolen aangekocht. De gemeente ziet mogelijkheden om dit perceel te herontwikkelen.
Welke herontwikkeling, wordt onderzocht met het doel om het pand eind 2025 (met uitloop naar begin 2026) in de verkoop te kunnen zetten. Kerkplein Middelaar Aan het kerkplein in Middelaar liggen enkele bouwtitels (een appartementencomplex en een tweeonder-een-kap-woning), die gezien de opgave van en uitgangspunten bij het Lob van Gennep in deze vorm niet wenselijk is. Er is gezocht naar een alternatieve, passende invulling met sociale woningbouw. De ondergrond is echter dusdanig vervuild met puin dat er twijfel is of de ontwikkeling haalbaar is op deze locatie. Er wordt samen met de corporatie gezocht naar een alternatieve locatie om nieuwbouw in Middelaar te realiseren.
58
Programmabegroting 2026-2029 Maastuin In de Maastuin heeft de gemeente de grondpositie (het voormalige volkstuinencomplex) in 2024 verkocht. Samen met drie ontwikkelaars die overige grondposities in het gebied hebben, zijn plannen ontwikkeld voor een woonwijk van ongeveer 250 woningen. Het wordt een woonwijk met een gevarieerd woonprogramma in aansluiting op de uitgangspunten van de woondeal. De bouwwerkzaamheden zijn gestart lopen volgens planning door tot 2029. De eerste fase, met daarin met name woningen in de sociale huur en middendure huur, wordt eind 2025 / begin 2026 opgeleverd. Rijksweg 37 Mook De locatie Rijksweg 37 is enige jaren geleden aangekocht in verband met de aanleg van de spoorbrug De gemeente ziet mogelijkheden om dit perceel tot ontwikkeling te brengen. Wij zijn in gesprek met de woningcorporatie om hier woonruimte in het goedkope segment te kunnen laten aanbieden. Onderbouwing geraamde winstneming Op basis van het gevoerde grondbeleid, de huidige markt, feiten en cijfers wordt er geen fiscale winstneming verwacht in 2026 Beleidsuitgangspunten reserves in relatie tot de risico’s Er zijn geen reserves of voorzieningen voor grondexploitaties. Grondaankopen worden geactiveerd op de balans. Verkoopbaten hoger dan de boekwaarde komen via de exploitatie ten gunste van het begrotingssaldo en/of rekeningresultaat.
59
Programmabegroting 2026-2029
1.17. Paragraaf Informatieveiligheid Wettelijk kader Deze paragraaf is niet wettelijk verplicht op grond van het BBV, maar wordt opgenomen op grond van de resolutie 'Informatieveiligheid, randvoorwaarde voor de professionele gemeente'. Burgers en bedrijven verwachten een betrouwbare overheid die zorgvuldig met informatie omgaat. Gemeenten spelen hierin een belangrijke rol. Het gaat om beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van informatie, in de meest brede zin van het woord. Het waarborgen van de betrouwbaarheid van informatie zorgt voor een goede kwaliteit en continuïteit van de bedrijfsvoeringsen dienstverleningsprocessen. Iedere gemeente is zelf verantwoordelijk voor haar informatiebeveiliging. Omdat we op ICT-gebied nauw samenwerken met alle gemeenten van het Rijk van Nijmegen, stemmen we in gezamenlijkheid af met onze partnergemeenten. iRvN (ICT Rijk van Nijmegen) is de uitvoerende partij. Zij faciliteert de ICT hardware en beheert de technische infrastructuur. Ambtelijk zijn we er in drie gremia bij betrokken. Op reguliere basis vindt overleg plaats met alle betrokken organisaties onder regie van iRvN: hoofden bedrijfsvoering, informatiemanagers, CISO's. Bestuurlijk is de burgemeester betrokken (portefeuillehouder ICT) in het PFO MGR ICT.