Programmabegroting 2026
Tekst van het document
PROGRAMMABEGROTING 2026 Meerjarenraming 2027 t/m 2029
Versie Raad 6 november 2025
Programmabegroting 2026-2029
Gemeente Mook en Middelaar
PROGRAMMABEGROTING 2026
2
Programmabegroting 2026-2029
Inhoudsopgave ALGEMEEN ................................................................................................................5 Voorwoord ........................................................................................................................................6
BEGROTING ...............................................................................................................7 1. BELEIDSBEGROTING ...........................................................................................8 Programmaplan ......................................................................................................................................9 1.1. Programma Sociale leefomgeving .......................................................................................... 10 1.2. Programma Sociaal Domein ................................................................................................... 13 1.3. Programma Fysieke leefomgeving ......................................................................................... 16 1.4. Programma Toerisme, natuur en duurzaamheid .................................................................... 19 1.5. Programma Bestuur en organisatie ........................................................................................ 22 1.6. Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen ...................................................................... 25 1.7. Overzicht van de kosten van overhead .................................................................................. 27 1.8. Bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting ...................................................... 28 1.9.
Bedrag voor onvoorzien .......................................................................................................... 29 Paragrafen ............................................................................................................................................ 30 1.10. Paragraaf Lokale heffingen ................................................................................................... 31 1.11. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing ......................................................... 39 1.12. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen .............................................................................. 43 1.13. Paragraaf Financiering ......................................................................................................... 50 1.14. Paragraaf Bedrijfsvoering ..................................................................................................... 54 1.15. Paragraaf Verbonden partijen ............................................................................................... 56 1.16. Paragraaf Grondbeleid ......................................................................................................... 58 1.17. Paragraaf Informatieveiligheid .............................................................................................. 60 1.18.
Paragraaf Wet open overheid ............................................................................................... 61
2. FINANCIËLE BEGROTING (INCLUSIEF MEERJARENRAMING) ...................... 62 Overzicht van baten en lasten en toelichting ................................................................................... 63 2.1. Overzicht van baten en lasten ................................................................................................ 64 2.2. Financieel overzicht ................................................................................................................ 65 2.3. Begrotingsevenwicht ............................................................................................................... 74 2.4. Overzicht incidentele baten en lasten ..................................................................................... 76 2.5. Uitgangspunten en analyse ramingen .................................................................................... 78 2.6. Overzicht structurele mutaties reserves ................................................................................. 79 Uiteenzetting van de financiële positie en toelichting ..................................................................... 80 2.7. Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid ...................................................................... 81 2.8.
Geprognosticeerde balans ...................................................................................................... 87 2.9. Emu-saldo ............................................................................................................................... 88 2.10. Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen .......................................................................... 89 2.11. Investeringen ........................................................................................................................ 91 2.12. Financiering .......................................................................................................................... 93 2.13. Stand en verloop reserves .................................................................................................... 94 2.14. Stand en verloop voorzieningen ........................................................................................... 97 2.15. Uitgangspunten en analyse financiële positie ...................................................................... 99 Overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld ............................................................ 100 2.16. Overzicht van baten en lasten per taakveld ....................................................................... 101
3
Programmabegroting 2026-2029
VASTSTELLINGSBESLUIT.................................................................................... 104 Vaststellingsbesluit ...................................................................................................................... 105
BIJLAGEN .............................................................................................................. 106 Bijlage 1 Beleidsindicatoren ......................................................................................................... 107 Bijlage 2 Risico's .......................................................................................................................... 120 Bijlage 3 Verbonden partijen ........................................................................................................ 123 Bijlage 4 Verdeling taakvelden over programma's ...................................................................... 138 Bijlage 5 Begrippenlijst ................................................................................................................ 140
4
Programmabegroting 2026-2029
ALGEMEEN
5
Programmabegroting 2026-2029
Voorwoord Voor u ligt de begroting van de gemeente Mook en Middelaar voor 2026. Het jaar 2026 is het laatste jaar van het huidige college van burgemeester en wethouders, dat in juni 2022 het coalitieakkoord en beleidsprogramma ‘Samen Bouwen aan Mook en Middelaar’ presenteerde voor de periode 20222026. In maart 2026 zijn de Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen, waarbij een nieuwe gemeenteraad wordt gekozen en een nieuw college van burgemeester en wethouders zal aantreden. Bijna alle plannen uit het coalitieakkoord en beleidsprogramma zijn in de jaren 2022 t/m 2025 al uitgevoerd of worden dit jaar afgerond. Plannen die nog openstaan worden gestart en/of afgerond in 2026. Een overzicht van wat bereikt is rapporteerden wij op 25 juni 2025 in een raadsmemo ‘Samen bouwen aan zichtbare resultaten’. Het jaar 2026 staat in het teken van afronden, maar óók vooruitkijken. We doen dat in een ander financieel gesternte dan dat we vorig jaar voorzagen. Voor de korte termijn zijn de financiële vooruitzichten beheersbaar, doordat het 'Ravijnjaar 2026' is afgewend. Door extra middelen vanuit het rijk, onder andere voor Jeugd, sluiten de begrotingssaldi van 2026 en 2027 neutraal of positief af. Vanaf 2028 vallen deze aanvullende middelen echter weg en ontstaan structurele tekorten. Dat vraagt nu al om zorgvuldige keuzes.
In deze begroting geven wij richting aan maatregelen die onze gemeente financieel in balans houden en tegelijkertijd ruimte bieden om te investeren in leefbaarheid, veiligheid en toekomstbestendige voorzieningen. De begroting voor 2026 is sluitend door een combinatie van incidentele ruimte en het inzetten van een deel van de Vrij Besteedbare Reserve. Daarmee kunnen we in 2026 nog investeren in belangrijke thema’s voor onze gemeenschap. Ook voor 2027 zijn er nog enige middelen beschikbaar. We realiseren ons echter dat dit tijdelijk is: vanaf 2028 nemen de financiële uitdagingen toe en zal bij nieuw beleid nadrukkelijker moeten worden gekozen wat er wel en niet kan. Met zorgvuldige keuzes kunnen we ook in de komende jaren blijven bouwen aan een sterke, leefbare en toekomstgerichte gemeente. Financiën De financiële vooruitzichten voor 2026 en de daaropvolgende jaren zijn als volgt: Bedragen x € 1.000 Omschrijving
2026
2027
2028
2029
Saldo na Zomerrapportage 2025
504 N
387 N
804 N
844 N
Nagekomen mutaties bestaand beleid
537 N
56 N
194 V
278 V
1.041 N
443 N
610 N
566 N
30 N
20 N
20 N
20 N
Subtotaal begrotingssaldo
1.071 N
463 N
630 N
586 N
Dekkingsplan
1.071 V
925 V
425 V
425 V
0V
462 V
205 N
161 N
Subtotaal bestaand beleid Nagekomen mutaties nieuw beleid
Begrotingssaldo
Voor meer informatie over de nagekomen mutaties en het dekkingsplan verwijzen wij u naar onderdeel ‘2.7 Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid’.
6
Programmabegroting 2026-2029
BEGROTING
7
Programmabegroting 2026-2029
1. BELEIDSBEGROTING
8
Programmabegroting 2026-2029
Programmaplan Wettelijk kader Artikel 8 BBV. Toelichting Deze programmabegroting bestaat uit de volgende vijf programma's: 1. 2. 3. 4. 5.
Sociale leefomgeving; Sociaal Domein; Fysieke leefomgeving; Toerisme, natuur en duurzaamheid; en Bestuur en organisatie.
Naast de vijf programma's zijn in het programmaplan ook opgenomen: - het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen; - het overzicht van de kosten van overhead; - het bedrag voor de heffing voor de Vennootschapsbelasting; en - het bedrag voor onvoorzien. Per programma is een kernboodschap aangegeven en wat we in 2026 willen bereiken. De financiële consequenties van het bestaande en eventuele nieuwe beleid vindt u niet terug in het programmaplan, maar is vermeld in onderdeel '2.1 Overzicht van baten en lasten'. De analyses tussen enerzijds de begrotingsjaren 2025 en 2026 en anderzijds tussen de realisatie over 2024 en begroting van 2026 vindt u terug in onderdeel '2.2 Financieel overzicht.'
9
Programmabegroting 2026-2029
1.1. Programma Sociale leefomgeving
Kernboodschap: Samenredzaamheid versterken We geloven in de kracht van onze gemeenschap en willen de samenredzaamheid in onze gemeente verder versterken. Iedereen moet kunnen meedoen én zich hier thuis en veilig voelen. De leefbaarheid in onze kernen staat hierbij centraal. In 2026 investeren we gericht in een sterke, leefbare en toekomstbestendige gemeente. Onze inwoners kunnen rekenen op goede en toegankelijke dienstverlening: het nieuwe ICT-systeem bij Burgerzaken maakt verdere digitalisering mogelijk, terwijl we extra personeel inzetten voor de verwachte piek in reisdocumenten en de groei van ons inwonertal. Veiligheid blijft een speerpunt via het Integraal Veiligheidsbeleid 20252028, intensieve samenwerking met partners en aandacht voor ondermijning, cybercriminaliteit en maatschappelijke weerbaarheid. We ondersteunen verenigingen, bevorderen sport, bewegen en preventieve gezondheid en voeren het onderwijsachterstandenbeleid en ons Integraal Huisvestingsplan uit. Tot slot bereiden we ons voor op nieuwe wetgeving rond bibliotheekwerk en onderwijshuisvesting. Met deze keuzes behouden we financiële stabiliteit en versterken we de sociale en fysieke basis voor onze gemeenschap.
Wat gaan we daarvoor doen? Burgerzaken In 2026 vinden binnen Burgerzaken de volgende ontwikkelingen plaats die van invloed zijn op de meerjarenbegroting: Dienstverlening en digitalisering We vinden het belangrijk dat inwoners goede en toegankelijke dienstverlening krijgen. Daarom kijken we steeds hoe we onze dienstverlening kunnen verbeteren. In 2024 hebben we een nieuw ICTsysteem ingevoerd waarmee we meer digitale dienstverlening mogelijk maken. In 2026 onderzoeken we hoe we dit systeem verder kunnen ontwikkelen, zodat we inwoners nog beter kunnen helpen. Toename inwoneraantal Onze gemeente groeit. Door de bouw van de nieuwe wijk Maastuin verwachten we extra inwoners. Dit betekent extra werk op verschillende plekken in de organisatie, onder andere bij Burgerzaken. Reisdocumentenpiek Tussen 2024 en 2028 verloopt een groot aantal paspoorten en ID-kaarten. Daardoor vragen veel mensen nieuwe documenten aan. In 2024 en 2025 konden we dit met ons eigen personeel opvangen. Maar in 2026 en 2027 wordt het nóg drukker. Daarom nemen we tijdelijk extra medewerkers aan om iedereen op tijd te kunnen helpen.
10
Programmabegroting 2026-2029 Veiligheid In de gemeente Mook en Middelaar bevorderen we veilig wonen, werken en recreëren. Met de vaststelling van het Integraal Veiligheidsbeleid 2025-2028 hebben we onszelf nieuwe doelen gegeven op het gebied van integrale veiligheid voor de komende vier jaar. We blijven onze samenwerking met veiligheidspartners onverminderd voortzetten, zowel in Noord-Limburg als Gelderland. Zo verstevigen we de samenwerking met het Zorg & Veiligheidshuis Noord-Limburg zodat we beter regie kunnen voeren op de complexe zorg en veiligheidscasuïstiek in onze gemeente. We hebben continu aandacht voor de aanpak van ondermijning met het implementeren van de Limburgse norm en onze deelname aan de Regio Deal op het thema veiligheid. We bevorderen de meldingsbereidheid van onze inwoners door het promoten van meldingsmogelijkheden zoals Meld Misdaad Anoniem. Het thema maatschappelijke weerbaarheid heeft ook onze aandacht. We volgen hierin de landelijke ontwikkelingen en maken plannen om onszelf en onze inwoners weerbaar te maken tegen allerlei vormen van criminaliteit (zoals cybercriminaliteit) en andere veiligheidsthema’s (zoals langdurige stroomuitval). Verenigingen en organisaties (financieel) ondersteunen We stimuleren een sterk verenigingsleven door activiteiten te subsidiëren.
In 2025 hebben ongeveer vijftig verenigingen en organisaties subsidie ontvangen voor uitvoering van hun activiteiten. Het kan gaan om professionele activiteiten, zoals jeugdwerk, maatschappelijk werk of dagbesteding. Maar grotendeels betreft het hier vrijwilligersorganisaties die activiteiten uitvoeren op het gebied van kunst en cultuur, sport, inloop en ontmoeting, natuur, gezondheid, ouderen en financiële zelfredzaamheid. In het subsidieplan van 2026 worden de keuzes gemaakt op basis van de subsidieaanvragen, het beleid hierop en het beschikbare budget. Integraal plan van aanpak preventieve gezondheid In 2023 stelden we een integraal preventieplan op dat sport, bewegen, gezondheid en preventie met elkaar verbindt. Dit plan bekostigen we vanuit de brede SPUK die we jaarlijks vanuit het Rijk ontvangen. In 2026 voeren we het meerjarig preventieplan verder uit, in samenwerking met lokale partners, de gemeente Heumen en in regionaal verband binnen het Rijk van Nijmegen. We werken ook samen binnen de IZA-regio in het Rijk van Nijmegen, waarbij preventie een essentieel onderdeel vormt. MOVE en Sport- en Beweegakkoord MOVE is het sport-, beweeg- en cultuurstimuleringsprogramma van de gemeente Mook en Middelaar. We maken sport en cultuur voor jong en oud mogelijk door gebruik te maken van combinatiefunctionarissen.
Daarnaast voeren we in 2026 het Sport- en Beweegakkoord verder uit, dat is opgesteld tussen de gemeente en maatschappelijke partners. Dit akkoord richt zich op thema’s zoals samen (blijven) bewegen en sporten, de toekomst van sport- en beweegaanbieders, en een uitnodigende en beweegvriendelijke omgeving. MOVE en het Sportakkoord worden betaald vanuit de doeluitkering die we hiervoor krijgen vanuit het Rijk. Onderwijsachterstanden voorkomen en bestrijden We hebben als gemeente de wettelijke taak om onderwijsachterstanden te voorkomen en te bestrijden. In 2026 blijven we het onderwijsachterstandenbeleid uitvoeren zoals vastgelegd in de doeluitkering en in de afspraken die in 2022 zijn gemaakt met de aanbieders van de voor- en de vroegschool. Dit houdt in dat we subsidie blijven verlenen aan Stichting Kinderopvang Nijmegen (KION) voor het realiseren van voldoende aanbod en spreiding van plekken voorschoolse educatie voor peuters vanaf 2 jaar oud met een risico op ontwikkelingsachterstanden en aan Stichting Lijn 83 primair onderwijs (Lijn83po) voor extra inzet van de intern begeleiders ten behoeve van de warme overdracht en doorgaande leerlijn van het jonge kind die de overstap maken van kindcentra naar de kleuterklas. We richten ons daarnaast op het versterken van ouderparticipatie en het stimuleren van
11
Programmabegroting 2026-2029
taal en lezen. Uiteindelijk doel is dat zo veel mogelijk kinderen zonder onderwijsachterstand instromen in groep 3 van de basisschool. De huidige specifieke uitkering (SPUK) Onderwijsachterstandenbeleid (SiSa D8) loopt tot en met 2026. Het is nog niet duidelijk hoe het Rijk hier invulling aan beoogt te geven vanaf 2027. We zullen de landelijke ontwikkelingen ten aanzien van het onderwijsachterstandenbeleid nauwgezet blijven volgen. Huisvestingsopgaven voor het onderwijs Begin 2025 heeft het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het wetsvoorstel Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting ingediend bij de Tweede Kamer. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2026. Zodra deze wet van kracht wordt, krijgen wij als gemeente de wettelijke taak om een Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor onderwijshuisvesting op te stellen. Vooruitlopend op deze wetswijziging hebben wij medio 2025 reeds een IHP opgesteld. Dit IHP biedt inzicht in de huidige en toekomstige opgaven op het gebied van onderwijshuisvesting in onze gemeente in de periode 2025 tot en met 2040: drie van de vier schoolgebouwen in onze gemeente zullen toe zijn aan renovatie of nieuwbouw. We onderzoeken de haalbaarheid en mogelijke koppelkansen die er zijn tussen scholen, kinderopvang en eventueel andere maatschappelijke partners en hoe projecten gefinancierd zullen moeten worden.
Bibliotheekwerk In onze dorpskernen subsidiëren we activiteiten die gericht zijn op leesbevordering. Ook ontvangt Stichting Lijn 83 primair onderwijs subsidie voor boekencollecties en een uitleensysteem op de basisscholen. Daarnaast loopt sinds 2025 het project Digitaalrijk in je Wijk van de Openbare Bibliotheek Gelderland-Zuid, dat inwoners ondersteunt bij het vergroten van digitale vaardigheden. Dit project wordt regionaal gefinancierd vanuit de Wet educatie en beroepsonderwijs en loopt tot en met 2027. Het Rijk bereidt een wijziging van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) voor, met een beoogde ingangsdatum van 1 januari 2026. Omdat de definitieve inhoud van de wet nog niet vaststaat, reserveren wij de door het Rijk toegekende middelen (€ 100k in 2025 en € 100k in 2026) voorlopig. In 2026 werken we mogelijke scenario’s uit voor de toekomst van het bibliotheekwerk in Mook en Middelaar, waarbij de nieuwe wetgeving en de behoeften van onze gemeenschap centraal staan. Op basis daarvan zal de gemeenteraad een besluit nemen over de koers en de financiële gevolgen.
12
Programmabegroting 2026-2029
1.2. Programma Sociaal Domein Kernboodschap: Dienstverlening op orde. We doen als gemeente wat we moeten doen. We verliezen de mensen die ons nodig hebben niet uit het oog. De noodzaak om om te zien naar onze inwoners die minder te besteden hebben is nadrukkelijk aanwezig. Nieuwkomers heten we welkom. Tenslotte informeren we inwoners actief over onze dienstverlening en ondersteuning. In 2026 blijft de gemeente Mook en Middelaar haar wettelijke en maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen voor opvang, huisvesting en integratie. We zorgen samen met de woningcorporatie voor voldoende huisvesting voor vergunninghouders en voegen circa vijftig sociale huurwoningen toe om de druk op de woningmarkt te verlichten. In regionaal verband dragen we bij aan de spreidingsopgave voor asielopvang en blijven we 109 Oekraïense ontheemden opvangen. De uitvoering van de Wet inburgering 2021 is volledig belegd bij onze gemeente; door nieuwe aanbestedingen stijgen de kosten, maar de rijksuitkeringen blijven toereikend. We volgen de komende wetswijzigingen nauwgezet, zoals de Participatiewet in Balans en de decentralisatie van Beschermd Wonen. Tot slot versterken we preventieve en toegankelijke zorg met de Wijk-GGD, de praktijkondersteuner jeugd-GGZ en voorbereidingen op de Hervormingsagenda Jeugd.
Wat gaan we daarvoor doen? Opvang ontheemden Vergunninghouders Als gemeente hebben we op grond van de Huisvestingswet 2014 de wettelijke taak om vergunninghouders (vluchtelingen met een verblijfsstatus) te huisvesten. Ieder half jaar wordt landelijk vastgesteld hoeveel vergunninghouders we in de gemeente Mook en Middelaar moeten huisvesten. Woningcorporatie Destion zoekt passende huisvesting voor deze vergunninghouders. In 2025 merkten we dat het door de krapte op de woningmarkt steeds moeilijker wordt om aan deze taakstelling te voldoen. Samen met de woningcorporatie zoeken we naar creatieve oplossingen om onze wettelijke verplichting na te komen. Daarnaast verwachten we in 2026 minimaal 50 sociale huurwoningen toe te voegen aan de woningvoorraad van Destion. Daarmee zal de druk op de lokale (sociale huur)woningmarkt de komende jaren iets afnemen en het aantal mutaties toenemen. Hierdoor zal er voor verschillende groepen woningzoekenden ruimte ontstaan, zo ook voor de realisatie van onze wettelijke taakstelling ten aanzien van de huisvesting van vergunninghouders. Asielzoekers Op grond van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen ('Spreidingswet') zijn gemeenten gezamenlijk verplicht om asielopvangplekken te creëren.
De wettelijke taakstelling wordt iedere twee jaar per provincie vastgesteld en vervolgens onderverdeeld in indicatieve opgaven per gemeente. Samen met de andere Noord-Limburgse gemeenten streven we naar voldoende asielopvang in onze regio, zodat we een evenredige bijdrage leveren aan de provinciale taakstelling. Eind 2024 heeft Provincie Limburg een sluitend plan ingediend bij het Ministerie van Asiel en Migratie, waarmee de provincie zal voldoen aan haar wettelijke taakstelling om voldoende asielopvangplekken te realiseren. 13
Programmabegroting 2026-2029 Oekraïense ontheemden Voor de opvang van Oekraïense ontheemden geldt geen wettelijke taakstelling, maar we nemen hierin wel onze verantwoordelijkheid: in onze gemeente vangen we 109 Oekraïense ontheemden op. Wij dragen zorg voor de dagelijkse begeleiding van deze groep ontheemden. Inburgering Sinds 1 januari 2022 is de Wet inburgering 2021 (Wi2021) van kracht. Samen met de regio Rijk van Nijmegen hebben we de Beleidsnota Nieuwe Wet Inburgering opgesteld. Eind 2024 hebben wij de uitvoering van de gemeentelijke casusregie op de inburgering overgenomen van gemeente Nijmegen, wat betekent dat wij de begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en gezins- en overige migranten sindsdien zelf uitvoeren. Samen met regiogemeenten hebben wij in 2022 de taaltrajecten voor de asielmigranten ingekocht, in 2025 zijn de taalcomponent van de B1- en Zelfredzaamheidsroute opnieuw aanbesteed. De komende jaren zullen de taaltrajecten die nog vallen onder de in 2022 afgesloten contracten zich uitfaseren doordat steeds meer inburgeraars die nog daaronder vallen hun lessen zullen afronden. WerkBedrijf Rijk van Nijmegen (WBRN) voert voor de zeven gemeenten in het Rijk van Nijmegen gezamenlijk de Module Arbeidsmarkt en Participatie uit.
Momenteel zijn we met WBRN in gesprek over de mogelijke inbedding van deze module als onderdeel van re-integratietrajecten en de financiering hiervan. Door de nieuwe aanbesteding van de leerroutes en de herijking van de maatschappelijke en juridische begeleiding aan vergunninghouders in 2025 zullen de kosten voor inburgering toenemen. Mogelijk zullen er ook nieuwe afspraken met WBRN gemaakt worden over de uitvoering van de Module Arbeidsmarkt en Participatie, wat ook financiële consequenties zou kunnen hebben. Ondanks de duurdere trajecten blijven de specifieke SiSa-uitkeringen (SPUKs) voor Inburgering (JenV A38) en Inburgering Onderwijsroute (JenV A39) in 2026 en verdere jaren voldoende toereikend om alle kosten te dekken. Aanvullend op de onderdelen die we als gemeente verplicht zijn voor inburgeraars te organiseren, zijn we voornemens om extra te investeren in de integratie van nieuwkomers in onze lokale samenleving. We denken daarbij aan een maatjesproject, waarbij asielmigranten en inwoners zonder migratieachtergrond aan elkaar worden gekoppeld om bijvoorbeeld samen, op een gelijkwaardige manier, activiteiten te ondernemen en/of de Nederlandse taal in de praktijk te oefenen. We gaan extra inzetten op het maatjesproject. Participatiewet in Balans Het Rijk wil de Participatiewet actualiseren, met de nieuwe 'Participatiewet in Balans'.
Deze wijziging, die naar verwachting tussen 1 januari 2026 en 1 juli 2026 van kracht wordt, beoogt een evenwicht te brengen tussen bestaanszekerheid, participatie en handhaving. Gemeenten krijgen meer mogelijkheden om maatwerk te leveren en beter rekening te houden met individuele omstandigheden van klanten. Op dit moment is het effect voor onze gemeente nog niet volledig in beeld. Dit vanwege het feit dat er meerdere fases aan de orde komen en de wijziging samenhangt met wetstrajecten. Zodra de wetswijziging definitief is, bekijken we of onze beleidsregels, verordening en werkinstructies/werkwijze dienen aan te passen. Decentralisatie Beschermd Wonen Het voornemen van de rijksoverheid was om de wet Beschermd Wonen per 2025 te decentraliseren. Dit is door dezelfde rijksoverheid (wederom) uitgesteld met als gevolg dat Nijmegen als onze centrumgemeente nog steeds aangewezen is om Beschermd Wonen uit te voeren voor onze regio. Inmiddels is er sprake van een demissionair kabinet en zoals het er nu naar uitziet vindt de decentralisatie niet eerder plaats dan 1 januari 2027.
14
Programmabegroting 2026-2029 De financiële middelen blijven tot de decentralisatie bij Nijmegen, terwijl gemeenten lokaal al wel extra kosten hebben ten gevolge van de ambulantiserings-opdracht. Zodoende hebben de gemeenten in regio Nijmegen met gemeente Nijmegen afgesproken dat regio-gemeenten jaarlijks middelen van hen ontvangen. Wijk GGD We blijven op basis van de afgesloten dienstverleningsovereenkomst in 2026 de Wijk-GGD financieren vanuit de middelen voor Beschermd Wonen. De Wijk-GGD speelt een cruciale rol in het proactief benaderen van zorgmijders, het reageren op signalen van onbegrepen of zorgelijk gedrag, en het begeleiden van inwoners en hun omgeving. De Wijk-GGD bevordert de kennis over psychische kwetsbaarheid en versterkt de samenwerking tussen lokale en regionale partners, zoals het sociaal team, politie, woningcorporaties, huisartsen en zorgpartners. Praktijkondersteuner GGZ Jeugd Sinds 2022 werken we in onze gemeente met een praktijkondersteuner GGZ jeugd (kort: POH jeugd). De POH jeugd vormt een belangrijke voorliggende schakel om te kunnen sturen op de uitgaven aan jeugd ggz. De huisartsen en het Sociaal Team maken goed gebruik van de POH jeugd en hebben onderling laagdrempelig contact. Ruim zestig procent van de jeugdigen wordt niet doorverwezen na gezien te zijn door de POH jeugd. De POH jeugd verdient zichzelf hiermee ruimschoots terug.
Uw raad heeft besloten om per 2026 de inzet van de POH jeugd structureel te maken. Verbetering jeugdstelsel Met behulp van het VNG ondersteuningsteam werken we aan de lokale voorbereidingen op de implementatie van de Hervormingsagenda Jeugd. We brengen in beeld of en zo ja welke veranderingen in onze lokale aanpak en uitvoering gewenst zijn om het jeugdstelsel te verbeteren en te voldoen aan de vereisten van de Hervormingsagenda. In 2026 zetten we deze voorbereidingen voort. Daarnaast blijven we aangehaakt op de regionale ontwikkelingen die naar aanleiding van dit onderwerp plaatsvinden.
15
Programmabegroting 2026-2029
1.3. Programma Fysieke leefomgeving Kernboodschap: Goed ingerichte omgeving Samen zorgen we voor vitale en leefbare kernen met een goed ingerichte omgeving. We zoeken daarbij steeds de balans tussen de verschillende thema’s. Door het versterken van onze karakteristieke kernen, willen we de aantrekkelijkheid van onze gemeente vergroten én een vitale gemeente blijven. Met een aantal grotere en kleinere bouwprojecten bouwen we woningen voor alle doelgroepen. Op die manier bevorderen we de doorstroom op de woningmarkt en creëren we meer ruimte voor jongeren en jonge gezinnen. Wij proberen binnen de beschikbare middelen het voorzieningenniveau in onze gemeente op peil te houden. Wij verwachten in 2026 en 2027 hogere legesopbrengsten voor omgevingsvergunningen (bouwplannen Maastuin).
Wat gaan we daarvoor doen? Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de omgevingswet in werking getreden. Op 13 maart 2025 is de omgevingsvisie Mook en Middelaar vastgesteld. De omgevingsvisie is het belangrijkste ruimtelijk instrument waarin op hoofdlijnen wordt aangegeven hoe de gemeente eruit ziet of moet gaan uitzien. De omgevingsvisie wordt in een aantal programma’s uitgewerkt, waarvan de woon(zorg)visie, die in 2025 is opgestart, een belangrijk voorbeeld is. Een tweede belangrijk instrument is het omgevingsplan. Met de invoering van de Omgevingswet zijn alle bestemmingsplannen en een aantal andere wetten en regels samengevoegd in een tijdelijk omgevingsplan. Voor 2032 moet dit worden omgezet naar een definitief plan. Dat is een grote en ingewikkelde klus, die we stap voor stap gaan doen. Omdat hiervoor specialistische kennis en veel tijd nodig zijn, huren we externe deskundigen in die ons helpen bij het opstellen van de plannen en regels. Tegelijkertijd zorgen we dat onze eigen medewerkers hierbij leren, zodat we in de toekomst meer zelf kunnen doen. Woningbouwprojecten Maastuin Wij geven medewerking aan diverse woningbouwprojecten die bijdragen aan de leefbaarheid in onze gemeente. Het gaat om in aanbouw zijnde grote(re) woningbouwprojecten als Maastuin (voorheen 'Molenhoek-Zuid' genoemd) in Molenhoek.
In het projectgebied van Maastuin wordt een woonwijk gebouwd met een gevarieerd en betaalbaar woonprogramma in aansluiting op de uitgangspunten van de Woondeal in de regio Arnhem Nijmegen. In 2025 is gestart met de bouw van de eerste 80 woningen. Dit betreft 50 woningen in het sociale huursegment voor Destion. De rest zijn woningen in het betaalbare huursegment. De eerste woningen worden eind 2025 / begin 2026 opgeleverd. In de volgende fase (dorps wonen) komen diverse categorieën koopwoningen aan bod. Als laatste zullen de appartementen aan de Maas worden gerealiseerd. De verwachting is dat de gehele wijk voor 2030 gereed zal zijn.
16
Programmabegroting 2026-2029 Startsche Veld / Fuikstraat / Spoorzone In 2026 verkennen we de mogelijkheden voor woningbouw in het Startsche Veld in Mook. Ook de realisatie van sociale woningbouw in Middelaar (Fuikstraat) heeft daarbij aandacht. Buiten deze grotere ontwikkelingen is en blijft er ruimte voor overige initiatieven. Tevens wordt de haalbaarheid van wonen in het groen in het zuidelijk deel van de spoorzone onderzocht. Realiseren woningen Wij realiseren woningen in overeenstemming met de Woondeal Limburg en de Woondeal regio Arnhem Nijmegen. In deze woondeals is afgesproken dat bij nieuwe bouwplannen van 10 woningen of meer 30% sociale woningbouw wordt gerealiseerd en dat tenminste 2/3e deel van de woningen betaalbaar zijn. Daarbij wordt gebouwd voor alle doelgroepen. Met woningstichting Destion wordt samengewerkt voor de opgave voor sociale huur en zijn prestatieafspraken gemaakt om huisvesting voor diverse doelgroepen beschikbaar te houden en te maken. Bereikbaarheid en verkeersveiligheid Mobiliteitsplan We werken aan het verbeteren van de bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Het Mobiliteitsplan 2021 is daarbij het uitgangspunt. Beheer en onderhoud aan de bestaande infrastructuur is belangrijk voor de bereikbaarheid, mobiliteit en de verkeersveiligheid en wordt ook in 2026 verricht. Opwaarderen Maaslijn Het project 'Opwaarderen Maaslijn' heeft onze aandacht.
Wij participeren in het werkproces, onder verantwoordelijkheid van ProRail. Voor onze gemeente gaat dat vooral het verbreden van het spoorviaduct bij Molenhoek. Op basis van de conceptplanning zal het vervangen van het spoorviaduct in de Heumensebaan in 2026 worden uitgevoerd. Witteweg Inmiddels is er gestart met de voorbereiding van de aanpak (herprofilering) van de Witteweg tussen de kernen Plasmolen en Middelaar. Het verbeteren van de verkeersveiligheid voor fietsers en voetgangers is daarbij een belangrijk aandachtspunt. De uitvoering hiervan kan in 2026 plaatsvinden. Ook is er verder gewerkt aan het onderzoek naar een vrijliggend-fietspad langs de Heumensebaan, buiten de bebouwde kom (tussen spoorviaduct en de Rijlaan in Groesbeek). Indien realisatie haalbaar blijkt, dan wordt dit zo snel mogelijk opgepakt (realiseren). Uitvoering in 2026 is dan wellicht mogelijk. Verbonden regio Regionaal werken we samen binnen Trendsportal / RMO (Regionaal Mobiliteitsoverleg) NoordLimburg en in de Groene Metropoolregio op het onderdeel ‘Verbonden Regio’. Op mobiliteitsthema’s wordt met de regio afgestemd en waar mogelijk samengewerkt met als doel een zo groot mogelijke synergie van mobiliteit. Openbare ruimte Voor het op orde houden van de openbare ruimte werken wij met diverse beheersplannen.
Op die manier worden wegen, riolering, openbare verlichting, groen, speeltoestellen en -terreinen en civieltechnische kunstwerken (bruggen) in stand gehouden. Het onderhoud is op orde. Waar nodig worden verouderde of versleten speeltoestellen vervangen. Daar waar mogelijk werken we zoveel mogelijk klimaatadaptief. Bij herinrichtingsprojecten is een integrale aanpak en het inspelen op de klimaatverandering het uitgangspunt.
17
Programmabegroting 2026-2029 Toezicht en handhaving Vanaf april 2026 wordt het milieutoezicht en de milieuadvisering georganiseerd in de Omgevingsdienst Noord en Midden Limburg (ODNML). Binnen de dienst wordt een uniform pakket aan werkzaamheden verricht voor de vijftien gemeenten van de regio. Kort gezegd behelst dat alle milieutaken. Taken die verband houden met bouwen, ruimtelijke ordening en bijzondere wetten (denk aan APV) blijven door de gemeenten zelf uitgevoerd worden. Zie ook paragraaf 1.15 Verbonden partijen.
18
Programmabegroting 2026-2029
1.4. Programma Toerisme, natuur en duurzaamheid Kernboodschap: Met het oog op de toekomst Toerisme In Mook en Middelaar is er met haar unieke ligging, geschiedenis, natuurschoon en kunstenaarskolonie op het gebied van recreatie en toerisme, altijd iets te beleven. Wij zetten ons in voor een verdere ontwikkeling van deze sector. Dit in samenwerking met onze inwoners, ondernemers, de regio en de gebruikers. Door bezoekers van buiten de gemeente aan te trekken ontstaat een bredere benutting van diverse voorzieningen. Hierdoor wordt het voorzieningenaanbod voor de eigen inwoners vergroot. Initiatieven voor kunst en cultuur worden waar mogelijk ondersteund. Duurzaamheid en natuur De gemeente Mook en Middelaar moet in 2050 een klimaatneutrale gemeente zijn. Het in 2024 opgestelde duurzaamheidsbeleid draagt daaraan bij. We gaan werken met de thema’s elektriciteit, warmte, klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit. Voor 2026 ligt de focus daarom wederom op de maatregelen die uitgevoerd moeten worden om uiteindelijk een klimaatneutrale gemeente te worden.
Wat gaan we daarvoor doen? Recreatie & Toerisme Toerisme en recreatie zijn belangrijke economische pijlers voor onze gemeente, dankzij de rijke natuur, het culturele erfgoed en het brede aanbod aan wandel-, fiets- en ruiterroutes, waterrecreatie, horeca en verblijfsaccommodaties. De centrale ligging van onze gemeente speelt daarbij een sterke rol: dit maakt ons aantrekkelijk voor dagrecreanten uit omliggende gemeenten én uit Duitsland. Tegelijkertijd zijn onze natuur en andere voorzieningen ook geliefd bij onze eigen inwoners. Een trotse gemeenschap die we willen behouden en waar mogelijk versterken. De gemeente onderzoekt verdere samenwerkingsmogelijkheden met regiogemeenten. Ook ondernemers zoeken en vinden elkaar steeds vaker, wat leidt tot waardevolle kennisuitwisseling en grensoverschrijdende samenwerking. Het aandeel horeca- en recreatiebedrijven in onze gemeente is groot. Deze ondernemers dragen in belangrijke mate bij aan de uitstraling, beleving en aantrekkingskracht van onze gemeente voor toeristen en recreanten. Intensiveren samenwerking met ondernemers Het college blijft ook in 2026 een laagdrempelige partner en daarmee bereikbaar en benaderbaar voor ondernemers. Daarnaast zijn we een betrouwbare samenwerkingspartner voor het lokale ondernemersplatform 'Visit Mookerheide'. Tevens geven wij verdere uitvoering aan de economische agenda 2021–2026.
Regiomarketing Er wordt nadrukkelijk ingezet op versterking van de regiomarketing. Nieuw hierin is de marketing van de regio Noord-Limburg, deze is in 2025 gestart en wordt in 2026 verder uitgerold. Daarnaast blijven we ook de bestaande marketingactiviteiten binnen het Rijk van Nijmegen continueren en beter
19
Programmabegroting 2026-2029 structureren. Hiermee beoogt de gemeente de zichtbaarheid van de regio te vergroten en haar aantrekkingskracht voor bezoekers te versterken. Kunst, erfgoed en cultuur Begin 2025 is de Kunst- en erfgoedvisie vastgesteld. In 2026 wordt uitvoering gegeven aan deze visie, met als aandachtspunten: gemeentelijke monumenten en initiatieven vanuit de gemeenschap. In 2026 geven we uitvoering aan de subsidieregeling gemeentelijke monumenten. In de visie wordt het belang van samenwerking met de gemeenschap benoemd. Per initiatief wordt gekeken welke rol wij als gemeente aannemen. Een deel van het budget voor kunst en erfgoed wordt aangewend om plannen van initiatiefnemers, die passen binnen de Kunst- en erfgoedvisie, financieel te ondersteunen. Lokale initiatieven op het gebied van cultuur ondersteunen we waar mogelijk. Duurzaamheid en natuur In 2026 gaan we verder met de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid. Voorlichting aan inwoners en bedrijven over de diverse duurzame thema’s blijft hier een belangrijke rol innemen. Tevens werken we samen met organisaties in en om de gemeente om projecten gezamenlijk op te pakken. Elektriciteit Door ons te conformeren aan de landelijke doelstellingen, moeten we in 2030 minimaal 70% van onze elektriciteit duurzaam opwekken.
Dit doen we enerzijds door energie te besparen en anderzijds door zoveel mogelijk lokaal duurzame energie op te wekken. In 2026 zetten we extra in op energiebesparing, onder meer door een verbeterde informatievoorziening middels de opzet van een vernieuwd energieloket. Dit loket moet inwoners beter ondersteunen bij het nemen van energiebesparende maatregelen. Daarnaast onderzoeken we hoe we inwoners beter kunnen ondersteunen bij de toepassing van hybride warmtepompen binnen de gebouwde omgeving. Ook onderzoeken we in 2026 de mogelijkheden voor de lokale opwek van hernieuwbare energie. We kijken daarbij naar kansen om deze opwek te organiseren binnen een energiegemeenschap of onder te brengen in een publiek energiebedrijf. Onderdeel van dit onderzoek is de verkenning van de rol die groengas kan spelen in de energievoorziening van de gebouwde omgeving. Warmte In 2026 wordt verdere uitvoering gegeven aan het Nationaal Isolatieprogramma. Binnen dit programma krijgen eigenaren van woningen met een slecht energielabel en een lage woz-waarde (financiële) ondersteuning om hun woning te laten isoleren. Met dit programma starten we een meerjarige aanpak om de woningen binnen de gemeente die dit het hardst nodig hebben, structureel te verduurzamen. Naast isolatiemaatregelen werken we in 2026 ook verder aan de herijking van de Transitievisie Warmte, het warmteprogramma.
Hiermee beogen we onze aanpak van de warmtetransitie verder te concretiseren en een duidelijke richting te geven aan de toekomstige warmtevoorziening. Klimaatadaptatie Als gemeente zijn we verplicht om in 2050 klimaatadaptief te zijn. Om dit te bereiken, worden er diverse acties uitgevoerd. Zo is input gegeven voor de uitvoering van nieuwe (meer actuele) klimaatstresstests. Ook zetten we onze klimaatadaptieve aanpak in de openbare ruimte voort. Bij de aanleg en het onderhoud van wegen en stoepen wordt gewerkt aan een juiste afwatering van hemelwater en infiltratie in de bodem. Tevens blijven we onze kernen vergroenen en zetten we in op bewustwording met onder andere de Waterklaarbus.
20
Programmabegroting 2026-2029 Biodiversiteit We verwachten in 2026 te starten met het opstellen van een soortenmanagementplan wat een beeld geeft van de biodiversiteit in de gemeente. Dit plan is ook nodig voor woningisolatie in de gemeente. In samenhang met het onderdeel klimaatadaptatie wordt ingezet op een verdere vergroening van de gemeente. Circulariteit We blijven kijken naar hoe we de afvalscheiding kunnen verbeteren. Ook kijken we welke mogelijkheden er zijn om de R-ladder meer te gebruiken in onze eigen werkwijzen. Daarnaast willen we onderzoeken hoe we de afvalscheiding bij evenementen verder kunnen uitbouwen. Periodiek worden de ingezamelde afvalstromen gecontroleerd op kwaliteit door middel van sorteerproeven. We bereiden we ons voor op de uitvoering van de gft- en PMD-inzameling en het beheer van de milieustraat door Dar in 2027. Herstel van iconische Maasheggen Samen met Bergen en Gennep werken we aan het behoud, herstel en de ontwikkeling van de Limburgse Maasheggen. In 2026 gaan we verder met de uitvoering van het project. Omdat het herstel van de Maasheggen een opstuwend effect kan hebben bij hoogwater, is er bij Rijkswaterstaat een watervergunning aangevraagd en inmiddels verleend.
Nu we weten waar de heggen binnen de voorwaarden van de Waterwetvergunning rivierkundig verantwoord geplaatst kunnen worden, kunnen we in gesprek met grondeigenaren die openstaan voor de aanleg van heggen op hun terrein. Daarnaast zal uit aanpalende ontwikkelingen moeten blijken of een verder herstel van het Maasheggenlandschap met de daarbij verplichte waterstandsverlaging haalbaar is.
21
Programmabegroting 2026-2029
1.5. Programma Bestuur en organisatie Als gemeente voeren we lokale én rijkstaken uit, die direct van belang zijn voor onze inwoners. We maken plannen voor hun leefomgeving en helpen ze bij extra ondersteuning. Wat we doen, doen we voor onze inwoners . We werken samen om de trotse, kleine gemeente te blijven die we zijn. Dat doen we met inwoners, ondernemers, partners in de regio, én intern door zoveel mogelijk samenhang te zoeken in projecten. Hierbij zijn we een betrouwbare, slagvaardige partner. Als gemeente staan we dichtbij. We zijn bereikbaar en laagdrempelig. Herkenbaar. We hebben een gezicht en maken heldere afspraken. Omdat we als organisatie in toenemende mate te maken hebben met krapte in beschikbaarheid van mensen en materiaal, zien we ons gedwongen om afgewogen keuzes te maken in prioriteit en volgorde van uitvoering. We investeren in het behoud van voldoende kwaliteit in werkzaamheden. In 2026 kunnen we wat investeren op die plekken waar de echte knelpunten zitten. Ook updaten we een aantal applicaties en communicatiemiddelen om onze interne processen en dienstverlening aan de burger verder te verbeteren.
Wat gaan we daarvoor doen? Uitgangspunten We investeren in het ontwikkelen van onze medewerkers, zorgvuldige werving van nieuwe medewerkers bij vacatures en het realiseren van voldoende kwaliteit in werkzaamheden. We gebruiken wat extra ruimte in 2026 en 2027 om knelpunten in de organisatie en de ICT te verbeteren. Meer informatie over onze interne bedrijfsvoering vindt u in de paragraaf Bedrijfsvoering. Aanpak inwonerparticipatie In 2026 richten we ons op de praktische toepassing van de Participatieverordening, die eind 2025 ter vaststelling aan de raad wordt voorgelegd. We informeren en ondersteunen zowel medewerkers als inwoners, en professionaliseren daarmee ons ondersteuningsaanbod voor participatie verder. Dit doen we door helder te sturen op procedures, concrete werkafspraken te maken en kennisdeling binnen de organisatie te stimuleren. Zo wordt participatie een vanzelfsprekend onderdeel van ons werk, kunnen collega’s zelfstandig participatietrajecten begeleiden en benutten we de kennis en ervaring uit de gemeenschap nog beter. De inzichten uit de evaluatie van 2025 nemen we mee in deze ontwikkeling. Daarnaast starten we een doorlopende leercyclus, waarin trainingen en intervisiebijeenkomsten jaarlijks terugkeren om samen te blijven leren en verbeteren.
Communicatie Vanaf 2026 hanteert de gemeente het principe ‘digitaal, tenzij’ voor communicatie: digitaal waar het kan, maatwerk waar nodig. De nieuwsbrief Ter Sprake verschijnt dan volledig digitaal. De overgang is zorgvuldig voorbereid: sinds 2025 sturen we wekelijks een digitale nieuwsbrief en zien we dat het aantal abonnees groeit, terwijl de behoefte aan papier beperkt blijkt. De digitale nieuwsbrief vormt de basis, maar we houden oog voor inwoners die digitaal minder vaardig zijn of liever iets op papier lezen. We zorgen dat informatie voor iedereen bereikbaar blijft.
22
Programmabegroting 2026-2029 Door voor een digitale Ter Sprake te kiezen, ontstaat er ruimte om visueler en gerichter te communiceren, bijvoorbeeld via MaasBuren, flyers of evenementen. Ook een huisstijlhandboek en verdiepend communicatieonderzoek behoren tot de nieuwe inzet, zodat we onze middelen blijven verbeteren. Samenwerking Samenwerking is voor Mook en Middelaar een belangrijk middel om er voor te zorgen dat wij onze taken kunnen uitvoeren, we over voldoende kennis en expertise kunnen beschikken en dat onze dienstverlening op niveau blijft. Mede door onze ligging zijn er veel samenwerkingsverbanden waar wij deel van uit kunnen maken. Daarom moeten we steeds keuzes maken waar wij bij aansluiten, in welke mate en op welke manier. Veiligheidsregio Als Limburgse gemeente horen we bij de Veiligheidsregio Limburg Noord en werken wij ook op bepaalde onderdelen van het fysieke domein (bijvoorbeeld de omgevingsdienst) op regionaal niveau samen in de provincie Limburg. In Noord-Limburg participeren we in een regiodeal op het onderdeel veiligheid en dragen we bij aan het regiobureau. De samenwerking in Noord-Limburg gebeurt met ingang van 2026 binnen het in 2025 opgerichte openbaar lichaam Regio Noord-Limburg. Rijk van Nijmegen Voor het sociaal domein en enkele bedrijfsvoeringsdomeinen is een keuze gemaakt voor samenwerking in het Rijk van Nijmegen.
Wij doen dit onder andere door deel te nemen aan de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling. Veel samenwerking binnen het Rijk van Nijmegen vindt op dit moment plaats binnen niet geformaliseerde (overleg) structuren. In 2025 is door het opstellen van een Visie en Samenwerkingsagenda (VSA) duidelijk geworden op welke domeinen wij als regio in de komende jaren samen aan de slag willen gaan. Eén van de afspraken die in de VSA zijn gemaakt is dat wij een manier gaan vinden om de samenwerking verder te professionaliseren. Belangrijk uitgangspunt hierbij is niet méér regio, maar een meer efficiënte regio. Groene Metropoolregio Tenslotte zijn we aangesloten bij de Groene Metropoolregio, een samenwerkingsverband van 17 gemeenten in de regio Arnhem – Nijmegen, waar we eveneens participeren in een regiodeal op 3 van de 5 opgaven; de Verbonden regio, de Groene Groeiregio en de Ontspannen regio. We hechten aan continuering van de constructieve contacten in zowel Limburg-Noord , de regio Nijmegen als over de grens (Euregio). Ons uitgangspunt hierbij is dat regionale samenwerking voor zowel ons als onze samenwerkingspartners over het geheel genomen en op de langere termijn meerwaarde moet hebben én dat wij regionaal als betrouwbare partner bekend blijven staan.
Dit kan betekenen dat wij in bepaalde periodes op sommige onderdelen in de samenwerking wat meer het voortouw nemen (met de hierbij behorende personele inzet), terwijl wij op andere onderdelen een wat meer ondergeschikte rol spelen. Rekenkamer In september van 2024 heeft de gemeenteraad de Verordening gemeentelijke rekenkamer Mook en Middelaar 2024 vastgesteld. Sinds de inwerkingtreding van de wet Versterking decentrale rekenkamers per 1 januari 2023 is iedere gemeente verplicht een onafhankelijke rekenkamer in te stellen. De rekenkamer doet als onafhankelijk orgaan zelfstandig onderzoek naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gemeentelijk bestuur. In de gemeentelijke begroting is budget opgenomen voor de rekenkamer voor de maandelijkse vergoeding van de leden, het aangaan van verplichtingen en andere kosten die komen kijken bij de uitvoering van haar taken. Na een wervingsproces is de rekenkamer van Mook en Middelaar op 17 april 2025 door de gemeenteraad
23
Programmabegroting 2026-2029 benoemd. De rekenkamer neemt deel aan het DoeMee-onderzoek 2025 van de Vereniging van Rekenkamers en stelt een onderzoeksplan op voor 2026. Gemeenteraadsverkiezingen 2026 Op 18 maart 2026 vinden er gemeenteraadsverkiezingen plaats. Bij de gemeenteraadsverkiezingen is het gebruikelijk om, naast voorlichting over hoe en waar te stemmen, ook aandacht te schenken aan het bevorderen van de opkomst, bijvoorbeeld door het maken van een verkiezingskrant of het organiseren van verkiezingsdebatten. Na de verkiezingen moet worden gezorgd voor het afscheid van de huidige gemeenteraad en het installeren van de nieuwe gemeenteraad. Daarbij is een goed inwerkprogramma van belang. Voor de uitvoering van deze taken is in de begroting incidenteel budget opgenomen.
24
Programmabegroting 2026-2029
1.6. Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen Wettelijk kader Artikel 8, lid 1 letter b jo. artikel 8, lid 5 BBV. Algemeen In de begroting worden specifieke en algemene dekkingsmiddelen onderscheiden. Specifieke dekkingsmiddelen Specifieke dekkingsmiddelen hangen samen met concrete beleidsvelden. Deze zijn opgenomen in de baten bij de desbetreffende programma’s. Voorbeelden van specifieke dekkingsmiddelen zijn bepaalde inkomsten van het rijk (bijvoorbeeld een rijksbijdrage in verband met uitvoering van de Wet werk en bijstand), de inkomsten voor concrete gemeentelijke diensten (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing voor het ophalen van afval of leges voor het in behandeling nemen van verzoeken tot het verstrekken van vergunningen of het afgeven van reisdocumenten). Algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen zijn vrij aanwendbaar. De besteding van deze inkomsten is niet aan een bepaald programma of programmadoel gebonden. De algemene dekkingsmiddelen vormen een financiële dekking van de (nadelige) saldi van de programma’s omdat daar met name de kosten zijn geraamd. Algemene dekkingsmiddelen Voor 2026 bedragen de algemene dekkingsmiddelen, (afgerond) € 18,9 miljoen. Bedragen x € 1.000 Overzicht algemene dekkingsmiddelen (baten)
R2024
B2025
B2026
B2027
B2028
B2029
Uitkeringen gemeentefonds (UG) Uitkeringen gemeentefonds lopend jaar
14.630
14.906
15.906
15.442
15.096
15.187
UG verrekening twee voorgaande jaren
38
0
0
0
0
0
14.668
14.906
15.906
15.442
15.096
15.187
2.238
2.344
2.450
2.450
2.450
2.450
Toeristenbelasting
132
182
187
187
187
187
Hondenbelasting
42
43
41
41
41
41
Forensenbelasting
11
25
18
18
18
18
2.423
2.594
2.696
2.696
2.696
2.696
Dividend
313
338
338
338
338
338
Saldo van de financieringsfunctie (rentebaten -/- rentelasten)
251
-1
-41
-41
-41
-41
0
0
0
0
0
0
564
337
297
297
297
297
17.654
17.837
18.900
18.436
18.090
18.181
Subtotaal uitkeringen gemeentefonds Belastingen Onroerende zaakbelastingen
Subtotaal belastingen Overig
Overige algemene dekkingsmiddelen Subtotaal overig Totaal Algemene dekkingsmiddelen
25
Programmabegroting 2026-2029 In bovenstaand overzicht is al rekening gehouden met de financiële effecten van de septembercirculaire 2025, een trendmatige verhoging van 2,53% voor de belastingopbrengsten en een extra verhoging van 2% voor de ozb conform het amendement van de raad. Ook het in de tijd verschoven ravijnjaar is in dit overzicht zichtbaar. Vanaf 2028 ontvangen we vijf tot acht ton minder van het rijk aan uitkeringen uit het gemeentefonds.
26
Programmabegroting 2026-2029
1.7. Overzicht van de kosten van overhead Wettelijk kader Artikel 8, lid 1, letter c BBV. Kosten van overhead Overhead betreft alle kosten die niet direct toegewezen kunnen worden aan een programma, zoals huisvesting en ICT. Salariskosten die niet direct toewijsbaar zijn aan programma's, zoals de kosten van het MT, Financiën en Juridische zaken, vallen onder de overhead. Om de raad meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead is in het BBV voorgeschreven dat in het programmaplan hiervan een apart overzicht opgenomen moet worden. Bedragen x € 1.000 Overhead Personeel en Organisatie (excl. direct verantwoord bij programma's) Huisvesting en Facilitaire zaken
R2024
B2025
B2026
B2027
B2028
B2029
3.148
3.261
3.271
3.271
3.269
3.269
638
362
346
346
362
362
1.057
932
915
993
995
997
Financiën, Juridische zaken en Communicatie
183
152
211
182
187
187
Huisvesting buitendienst (werf)
247
304
221
221
179
179
5.272
5.011
4.965
5.014
4.993
4.995
ICT
Totaal Overhead
De salarislasten (onderdeel Personeel en Organisatie) stijgen in 2026 mede als gevolg van (voorziene) CAO-wijzigingen. Het verschil tussen het overzicht van kosten van overhead en het saldo van taakveld 0.4 betreft een mutatie in een bestemmingsreserves die wel in bovenstaande tabel is verwerkt, maar bij de taakvelden niet bij de overhead staat, maar op taakveld 0.10 Mutaties reserves.
27
Programmabegroting 2026-2029
1.8. Bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting Wettelijk kader Artikel 8, lid 1 letter d BBV. Vennootschapsbelastingplichtige activiteiten Vennootschapsbelasting (Vpb) is verschuldigd over fiscale winsten van activiteiten die de gemeente uitvoert in de hoedanigheid van ondernemer. De gemeente Mook en Middelaar heeft nauwelijks Vpbplichtige activiteiten. De fiscus heeft landelijk het standpunt ingenomen dat de opbrengsten van afvalstromen Vpb-plichtig zijn. Mook en Middelaar heeft zeer beperkte opbrengsten van afvalstromen. De verschuldigde belasting is over het algemeen maximaal een paar honderd euro. Vennootschapsbelasting begrotingsjaar 2026 Wij voorzien op basis van de huidige ramingen geen of nauwelijks fiscale winsten over 2026 (alleen de opbrengst van afvalstromen is fiscaal belast). Het geraamde bedrag voor de heffing voor de Vennootschapsbelasting over 2026 stellen wij vooralsnog op (afgerond) € 0k. Bedragen x € 1.000 Vennootschapsbelasting
R2024
B2025
B2026
B2027
B2028
B2029
Geraamde Vpb
0
0
0
0
0
0
Betaalde Vpb
0
0
0
0
0
0
28
Programmabegroting 2026-2029
1.9. Bedrag voor onvoorzien Wettelijk kader Artikel 8, lid 1 letter e jo. artikel 8, lid 6 BBV. Onvoorzien Op grond van de 'Financiële verordening Mook en Middelaar 2024' bedraagt het bedrag voor onvoorzien € 20k. Bij de behandeling en vaststelling van de Programmabegroting 2025 is deze post structureel verlaagd naar € 10k. Het bedrag voor onvoorzien bedraagt ongeveer 0,04% van de totale lasten van € 25,6 miljoen. Bedragen x € 1.000 Onvoorzien Bedrag voor onvoorzien
R2024
B2025 0
10
29
B2026 10
B2027 10
B2028 10
B2029 10
Programmabegroting 2026-2029
Paragrafen Wettelijk kader Artikel 9 BBV. Toelichting In de onderdelen 1.10 t/m 1.16 treft u de zeven paragrafen aan die verplicht zijn op grond van het BBV. De wetsartikelen die van toepassing zijn, zijn bij de diverse onderdelen vermeld. De onderdelen 1.17 en 1.18 betreffen twee aanvullende paragrafen. In een paragraaf zijn de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten, alsmede tot de lokale heffingen.
30
Programmabegroting 2026-2029
1.10. Paragraaf Lokale heffingen Wettelijk kader Artikel 10 BBV Algemeen De paragraaf 'Lokale heffingen' heeft betrekking op zowel de heffingen waarvan de besteding is gebonden (en dus gerelateerd aan uitgaven), als op die waarvan de besteding ongebonden is (vrij aanwendbaar). Door in één paragraaf aandacht te besteden aan het beleid met betrekking tot de belastingheffing, wordt u als raad in staat gesteld te sturen op de hoofdlijnen van het beleid. Het vaststellen van de diverse belastingtarieven gebeurt niet met het vaststellen van de begroting, maar met het vaststellen van de desbetreffende belastingverordeningen in de openbare raadsvergadering van 11 december 2025. De geraamde inkomsten art. 10, letter a BBV De belastingopbrengsten zijn (als initieel uitgangspunt) gebaseerd op een inflatiecorrectie van 2,53% (2025: 2,83%). Daarnaast is de ozb, op basis van een bij de Programmabegroting 2025 aangenomen amendement, extra verhoogd met 2%. De areaaluitbreiding van 'Maastuin' vindt gefaseerd plaats. Voor 2026 en verdere jaren zijn hiervoor nog geen extra opbrengsten geraamd. Dit gebeurt pas na realisatie van de woningen (peildatum 1 januari van elk jaar). Bedragen x € 1.000 Opbrengsten belastingen
W2024
B2025
B2026
B2027
B2028
B2029
1.883
1.956
2.045
2.045
2.045
2.045
Ozb eigenaren niet-woningen
224
241
252
252
252
252
Ozb gebruikers niet-woningen
130
147
153
153
153
153
2.238
2.344
2.450
2.450
2.450
2.450
Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (n.v.t.)
0
0
0
0
0
0
Forensenbelasting
11
25
18
18
18
18
Toeristenbelasting
132
182
187
187
187
187
Parkeerbelasting (n.v.t.)
0
0
0
0
0
0
Hondenbelasting
42
43
41
41
41
41
Reclamebelasting (n.v.t.)
0
0
0
0
0
0
Precariobelasting (n.v.t.)
0
0
0
0
0
0
2.423
2.594
2.696
2.696
2.696
2.696
0
0
0
0
0
0
Rioolheffing woningen en niet-woningen
569
561
574
574
574
574
Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht
1.027
1.069
1.096
1.096
1.096
1.096
Totaal bestedingsgebonden
1.596
1.630
1.670
1.670
1.670
1.670
Totaal lokale heffingen
4.019
4.224
4.366
4.366
4.366
4.366
Niet-bestedingsgebonden lokale heffingen Onroerende zaakbelastingen: Ozb eigenaren woningen
Subtotaal ozb
Totaal niet-bestedingsgebonden Bestedingsgebonden lokale heffingen Baatbelasting (n.v.t.)
31
Programmabegroting 2026-2029 De toeristenbelasting en de hondenbelasting zijn wettelijk gezien niet-bestedingsgebonden heffingen. In Mook en Middelaar worden deze opbrengsten wel min of meer gelabeld voor de dekking van de kosten daarvan. Een eventuele toename van de toeristenbelasting is mede afhankelijk van investeringen op het gebied van recreatie en toerisme.
Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen art. 10, letter b BBV Mede overeenkomstig de Kadernota 2026 zijn in deze Programmabegroting 2026 de volgende beleidsmatige uitgangspunten gehanteerd: a) de belastingopbrengsten van de niet-bestedingsgebonden heffingen indexeren met een correctie voor loon- en prijsontwikkeling van 2,53%; b) een wijziging van de grondslag van meer dan 5% muteren in de opbrengst; c) de belastingtarieven primair bepalen door de geraamde opbrengst te delen door de meeste recente grondslag zoals aangegeven door BsGW; d) de tarieven voor riool- en afvalstoffenheffing en leges mogen maximaal 100% kostendekkend zijn; e) in de meerjarenraming (2027 t/m 2029) worden de belastingopbrengsten gelijk gesteld aan de opbrengsten zoals geraamd in 2026; f) BsGW (Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen) voert, met uitzondering van de leges, de heffing en invorderingsactiviteiten van de belastingen uit; g) de gemeente Mook en Middelaar voert de heffing en invorderingsactiviteiten van de leges uit. Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen
art. 10, letter c BBV
De mogelijkheid tot belastingheffing ligt vast in de Gemeentewet (Gw). De gemeenteraad bepaalt of een belasting wel of niet geheven wordt. Van de belastingen die geheven worden, worden in december 2025 de belastingverordeningen vastgesteld ten behoeve van het begrotingsjaar 2026. De volgende belastingen worden wel of niet geheven: