Programmabegroting 2024-2027 (versie raad 2023-11-02)
Tekst van het document
R2022
Personeel en Organisatie (excl. direct verantwoord bij programma's)
B2023
B2024
B2025
B2026
B2027
2.934
3.759
3.780
3.780
3.780
3.830
Huisvesting en Facilitaire zaken
224
274
337
387
337
337
ICT
746
755
894
869
869
869
Financiën, Juridische zaken en Communicatie
88
111
84
84
84
84
Huisvesting buitendienst (werf)
182
224
250
250
250
250
4.174
5.123
5.345
5.370
5.320
5.370
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Totaal Overhead
Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000
Rekening 2022
Totaal lasten
4.412
5.414
5.379
5.404
5.354
5.404
Totaal baten
-35
-7
0
0
0
0
4.377
5.407
5.379
5.404
5.354
5.404
Toevoegingen aan reserves
250
0
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
-453
-284
-34
-34
-34
-34
Geraamd resultaat
4.174
5.123
5.345
5.370
5.320
5.370
Saldo baten en lasten
Een cijferanalyse tussen de diverse jaren vindt u terug in de Financiële begroting bij onderdeel '2.1. Financieel overzicht'.
30
Programmabegroting 2024-2027
1.8. Bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting Wettelijk kader Artikel 8, lid 1 letter d BBV. Algemeen Vennootschapsbelasting (Vpb) is verschuldigd over fiscale winsten van ondernemersactiviteiten. Omdat de resultaten op fiscaal belaste activiteiten onderling worden verrekend en aangifte wordt gedaan over het totale (gesaldeerde) fiscale resultaat, moet de Vpb-heffing worden begroot en verantwoord als één centrale post in de begroting (en in de jaarrekening). Vennootschapsbelastingplichtige activiteiten De gemeente Mook en Middelaar heeft nauwelijks Vpb-plichtige activiteiten. De fiscus heeft landelijk het standpunt ingenomen dat de opbrengsten van afvalstromen Vpb-plichtig zijn. Mook en Middelaar heeft zeer beperkte opbrengsten van afvalstromen. De verschuldigde belasting is over het algemeen maximaal een paar honderd euro. Vennootschapsbelasting begrotingsjaar 2024 Wij voorzien op basis van de huidige ramingen geen of nauwelijks fiscale winsten over 2024 (alleen de opbrengst van afvalstromen is fiscaal belast). Het geraamde bedrag voor de heffing voor de Vennootschapsbelasting over 2024 stellen wij vooralsnog op (afgerond) € 0k. Bedragen x € 1.000 Vennootschapsbelasting
R2022
B2023
B2024
B2025
B2026
B2027
Geraamde Vpb
0
0
0
0
0
0
Betaalde Vpb
0
0
0
0
0
0
Begroting 2026
Begroting 2027
Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000
Rekening 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Totaal lasten
0
0
0
0
0
0
Totaal baten
0
0
0
0
0
0
Saldo baten en lasten
0
0
0
0
0
0
Toevoegingen aan reserves
0
0
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
0
0
0
0
0
0
Geraamd resultaat
0
0
0
0
0
0
Een cijferanalyse tussen de diverse jaren vindt u terug in de Financiële begroting bij onderdeel '2.1. Financieel overzicht'.
31
Programmabegroting 2024-2027
1.9. Bedrag voor onvoorzien Wettelijk kader Artikel 8, lid 1 letter e jo. artikel 8, lid 6 BBV. Onvoorzien Vanaf begrotingsjaar 2024 bedraagt het bedrag voor onvoorzien € 100k. Deze post is gevuld met de resturen die uit de formatie zijn gehaald (zie ook onderdeel 2.10). Het bedrag voor onvoorzien is ongeveer 0,5% van de totale lasten. Incidenteel Naast een structureel budget van € 100k is een post 'Incidenteel budget' aanwezig. Feitelijk valt deze post onder programma Bestuur en organisatie, maar is voor meer inzicht hier afzonderlijk vermeld in combinatie met de post ‘Onvoorzien’. Eventuele incidentele voordelen gedurende 2024 worden toegevoegd aan dit budget om hiermee incidentele nadelen gedurende 2024 te kunnen dekken. Dit voorkomt het onnodig aanwenden van de Vrij Besteedbare Reserve. Daarnaast kan sneller ingespeeld worden op dekking voor projectmatige kosten (niet zijnde kredieten). Bedragen x € 1.000 Onvoorzien en incidenteel
R2022
B2023
B2024
B2025
B2026
B2027
Bedrag voor onvoorzien
0
14
100
100
100
100
Budget voor incidentele posten
0
0
0
0
0
0
Totaal
0
14
100
100
100
100
Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000
Rekening 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Totaal lasten
0
14
100
100
100
100
Totaal baten
0
0
0
0
0
0
Saldo baten en lasten
0
14
100
100
100
100
Toevoegingen aan reserves
0
0
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
0
0
0
0
0
0
Geraamd resultaat
0
14
100
100
100
100
Een cijferanalyse tussen de diverse jaren vindt u terug in de Financiële begroting bij onderdeel '2.1. Financieel overzicht'.
32
Programmabegroting 2024-2027
Paragrafen
33
Programmabegroting 2024-2027
1.10. Paragraaf Lokale heffingen Wettelijk kader Artikel 10 BBV. Algemeen De paragraaf 'Lokale heffingen' heeft betrekking op zowel de heffingen waarvan de besteding is gebonden (en dus gerelateerd aan uitgaven), als op die waarvan de besteding ongebonden is (vrij aanwendbaar). Door in één paragraaf aandacht te besteden aan het beleid met betrekking tot de belastingheffing, wordt u als raad in staat gesteld te sturen op de hoofdlijnen van het beleid. Het vaststellen van de diverse belastingtarieven gebeurt niet met het vaststellen van de begroting, maar met het vaststellen van de desbetreffende belastingverordeningen in de openbare raadsvergadering van 2 november 2023 met een eventuele uitloop naar 14 december 2023. De geraamde inkomsten art. 10, letter a BBV De belastingopbrengsten zijn (als initieel uitgangspunt) gebaseerd op een inflatiecorrectie van 3,43% (2023: 3,08%) en, indien van toepassing, een uitbreiding van het areaal, echter nog exclusief de areaaluitbreiding van Molenhoek-Zuid. De areaaluitbreiding van Molenhoek-Zuid vindt gefaseerd plaats. Er loopt een beroep bij de Raad van State, waardoor de start van de bouw vertraging kan oplopen. Bedragen x € 1.000 Opbrengsten belastingen
W2022
B2023
B2024
B2025
B2026
B2027
1.793
1.850
1.865
1.865
1.865
1.865
Ozb eigenaren niet-woningen
241
230
230
230
230
230
Ozb gebruikers niet-woningen
140
140
140
140
140
140
2.175
2.220
2.235
2.235
2.235
2.235
Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (n.v.t.)
0
0
0
0
0
0
Forensenbelasting
26
22
23
23
23
23
Toeristenbelasting
109
100
103
103
103
103
Parkeerbelasting (n.v.t.)
0
0
0
0
0
0
Hondenbelasting
39
41
42
42
42
42
Reclamebelasting (n.v.t.)
0
0
0
0
0
0
Precariobelasting (n.v.t.)
0
0
0
0
0
0
2.349
2.383
2.403
2.403
2.403
2.403
Baatbelasting (t/m 2023)
17
17
0
0
0
0
Rioolheffing woningen en niet-woningen
509
545
574
574
574
574
Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht
798
933
929
929
929
929
Totaal bestedingsgebonden
1.324
1.495
1.502
1.502
1.502
1.502
Totaal lokale heffingen
3.673
3.878
3.905
3.905
3.905
3.905
Niet-bestedingsgebonden lokale heffingen: Onroerende zaakbelastingen: Ozb eigenaren woningen
Subtotaal ozb
Totaal niet-bestedingsgebonden
Bestedingsgebonden lokale heffingen:
34
Programmabegroting 2024-2027 De toeristenbelasting en de hondenbelasting zijn wettelijk gezien niet-bestedingsgebonden heffingen. In Mook en Middelaar worden deze opbrengsten wel min of meer gelabeld voor de dekking van de kosten daarvan. Een eventuele toename van de toeristenbelasting is mede afhankelijk van investeringen op het gebied van recreatie en toerisme.
Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen art. 10, letter b BBV Mede overeenkomstig de Kaderbrief 2024 zijn in deze Programmabegroting 2024 de volgende beleidsmatige uitgangspunten gehanteerd: a) de belastingopbrengsten van de niet-bestedingsgebonden heffingen indexeren met een correctie voor loon- en prijsontwikkeling van 3,43% (met uitzondering van de ozb); b) de opbrengst van de ozb blijft t/m 2024 gelijk op grond van het door de raad aangenomen ozbamendement. De ozb wordt geheven op basis van de woz-waarde; c) een wijziging van de grondslag van meer dan 10% muteren in de opbrengst; d) de belastingtarieven primair bepalen door de geraamde opbrengst te delen door de meeste recente grondslag zoals aangegeven door BsGW; e) de tarieven voor riool- en afvalstoffenheffing mogen maximaal 100% kostendekkend zijn; f) in de meerjarenraming (2025 t/m 2027) worden de belastingopbrengsten gelijk gesteld aan de opbrengsten zoals geraamd in 2024; g) BsGW (Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen) voert, met uitzondering van de leges, de heffing en invorderingsactiviteiten van de belastingen uit; h) de gemeente Mook en Middelaar voert de heffing en invorderingsactiviteiten van de leges uit.
35
Programmabegroting 2024-2027
Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen
art. 10, letter c BBV
De mogelijkheid tot belastingheffing ligt vast in de Gemeentewet (Gw). De gemeenteraad bepaalt of een belasting wel of niet geheven wordt. Van de belastingen die geheven worden, worden in november 2023 (met een eventuele uitloop naar december 2023) de belastingverordeningen vastgesteld ten behoeve van het begrotingsjaar 2024. De volgende belastingen worden wel of niet geheven: Belasting Onroerende zaakbelastingen Forensenbelasting Toeristenbelasting Watertoeristenbelasting Hondenbelasting Rioolheffing Afvalstoffenheffing / reinigingsrecht Leges (voor diensten) Baatbelasting (geheven t/m 2023) Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten Parkeerbelasting Reclamebelasting Precariobelasting
Wel geheven
Niet geheven
Onroerende-zaakbelastingen (art. 220 Gw) De onroerende zaakbelastingen (ozb) zijn de belangrijkste belastingen die de gemeente aan haar burgers oplegt. Wanneer iemand een woning, gebouw of perceel grond in bezit heeft of huurt, binnen de gemeentegrenzen, dan wordt onroerende zaakbelasting (ozb) geheven. Er zijn drie onroerende zaakbelastingen: 1. ozb eigenaren woningen; 2. ozb eigenaren niet-woningen; 3. ozb gebruikers niet-woningen. Macronorm/benchmark woonlasten Om de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijk te maken, wordt een landelijke 'benchmark lokale woonlasten' toegepast. Hierbij worden naast de ozb ook de rioolheffing en de afvalstoffenheffing betrokken. Artikel 12 norm Gemeenten die in ernstige financiële problemen verkeren, kunnen op grond van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet een aanvullende uitkering aanvragen. Dit kan als de algemene middelen van de gemeente aanmerkelijk en structureel tekortschieten om in de noodzakelijke behoeften te voorzien, terwijl de eigen inkomsten zich op een redelijk peil bevinden. Dit laatste betekent concreet dat afvalstoffenheffing en rioolheffing kostendekkend moeten zijn en dat het gewogen gemiddelde ozb-tarief ten minste 0,1729% van de woz-waarde moet bedragen (peiljaar 2023). Niet-kostendekkende tarieven voor riool en reiniging zijn alleen toegestaan voor zover deze door een hoger ozb-tarief worden gecompenseerd.
Artikel 12-gemeenten zijn dus genoodzaakt hoge tarieven te hanteren. Of dit ook altijd tot hoge lasten voor hun inwoners leidt, hangt af van de waarde van de onroerende zaken binnen deze gemeenten.
36
Programmabegroting 2024-2027 Inflatiecorrectie/tarief Voor 2024 wordt geen inflatiecorrectie toegepast. De onroerende zaakbelastingen (opbrengst) blijven voor de jaren 2021 t/m 2024 gelijk (behoudens eventuele areaaluitbreidingen) als gevolg van een door de raad aangenomen amendement bij de behandeling van de programmabegroting 2022. Er vindt ook geen indexatie plaats voor de jaren 2022 t/m 2024. De uiteindelijke tarieven zijn afhankelijk van de grondslag (opbrengst gedeeld door grondslag is tarief). Areaaluitbreidingen (meer woningen) in enig jaar verhogen de opbrengst voor het daaropvolgende jaar. Wet woz De grondslag voor de ozb is de ozb-waarde van de onroerende zaak. De Waarderingskamer ziet erop toe dat de uitvoering van de Wet woz juist wordt uitgevoerd. De meest actuele waardegegevens als gevolg van de hertaxatie worden verwerkt in de definitieve ozb-tarieven. Deze hebben effect op het tarief, echter niet op de opbrengst. Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (221 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft deze belasting niet. Baatbelasting (art. 222 Gw) De gemeente Mook en Middelaar hief deze belasting tot en met 2023. Vanaf 2024 is de 'baatbelasting Korendal' niet meer van toepassing omdat de looptijd is verstreken. Forensenbelasting (art. 223 Gw) De forensenbelasting wordt geheven van niet-inwoners die in een (tweede) woning hebben in Mook en Middelaar.
De opbrengst voor de forensenbelasting wordt voor 2024 geïndexeerd met 3,43%. Het tarief is afhankelijk van de woz-waarde. Toeristen- en Watertoeristenbelasting (art. 224 Gw) Naast de ozb heft onze gemeente als vrij aanwendbare belasting de toeristenbelasting. De baten worden gebruikt voor dekking van kosten op het gebied van recreatie en toerisme. De opbrengst voor de toeristenbelasting wordt voor 2024 geïndexeerd met 3,43%. Investeringen in respectievelijk 2023 en 2024 leiden tot kapitaallasten en kunnen leiden tot een hogere toeristenbelasting vanaf respectievelijk 2024 en 2025. De uiteindelijke tarieven zijn mede afhankelijk van de geraamde grondslag (het aantal overnachtingen). In november 2023 wordt het definitieve voorstel voorgelegd met de tarieven over 2024 op basis van een door BsGW afgegeven prognose van het aantal overnachtingen. Parkeerbelasting (art. 225 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft geen parkeerbelasting, maar hanteert 'blauwe zones' voor parkeerregulering waarbij op bepaalde plaatsen een beperkte tijd geparkeerd mag worden. Hondenbelasting (art. 226 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft hondenbelasting. De opbrengst van de hondenbelasting valt formeel onder de algemene dekkingsmiddelen. Dit betekent dat de hondenbelasting de inkomsten van de gemeente verhoogt.
In Mook en Middelaar worden hier echter ook de kosten mee gedekt voor het voorkomen dan wel beperken van overlast door hondenpoep, zoals het aanleggen en onderhouden van hondenuitlaatplaatsen. De opbrengst wordt voor 2024 geïndexeerd met een inflatiepercentage van 3,43%. De hoogte van het uiteindelijke tarief is afhankelijk van enerzijds de geraamde opbrengst en anderzijds het (geraamde) aantal honden. Voor kennelhouders geldt een afzonderlijk tarief. Reclamebelasting (art. 227 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft op dit moment geen reclamebelasting. Precariobelasting (art. 228 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft op dit moment geen precariobelasting. 37
Programmabegroting 2024-2027
Rioolheffing (art. 228a Gw) Rioolheffing wordt geheven, mede op basis van het door de Raad vastgestelde Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2025 (GRP) en de raadsmemo ‘Aanpassing tarief rioolheffing’ van 7 november 2019. In het GRP zijn de vervangingsinvesteringen opgenomen van het gemeentelijk rioleringsstelsel en de exploitatiekosten voor de aankomende jaren. Het systeem van rioolheffing is een gesloten systeem, waarbij de kosten en de baten aan elkaar gelijk zijn. De definitieve tarieven voor 2024 en de onderliggende onderbouwing daarvan worden ter vaststelling aan u voorgelegd in de raadsvergadering van november 2023. Uitgangspunten tariefstelling De opbrengst van de rioolheffing mag maximaal gelijk zijn aan de kosten van de riolering. Onder de kosten vallen ook de compensabele btw conform art. 228a, lid 3 Gw. en het aandeel overheadkosten. Bij de tariefbepaling wordt onderscheid gemaakt in (klein)gebruikers t/m 400 m 3 waterverbruik en grootverbruikers (meer dan 400 m 3 waterverbruik). Een huishouden heeft gemiddeld 100 m3 waterverbruik en valt onder de kleinverbruikers. Kostendekkendheid In de paragraaf lokale heffingen moet inzicht gegeven worden in de mate van kostendekkendheid per heffing. Hierbij mogen de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden voor wat betreft heffingen en rechten.
Dit geldt voor de rioolheffing, de afvalstoffenheffing/reinigingsrecht en de leges. Om dit inzicht te geven wordt gebruik gemaakt van een model van de commissie BBV. De taakvelden betreffen de van toepassing zijnde wettelijke taakvelden zoals vermeld in onderdeel 2.16 van deze Programmabegroting. Bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid rioolheffing
€
Kosten taakveld
457
Inkomsten taakveld
-55
Netto kosten taakveld
402
Toe te rekenen kosten
402
Overhead
94
Btw in het kader van het Btw-compensatiefonds
78
Totale kosten
574
Opbrengst heffingen
574
Dekkingspercentage
100%
Afvalstoffenheffing (art. 219 Gw jo. 15.33 Wet Milieubeheer) / Reinigingsrecht bedrijven (art. 229 Gw) Het afvalbeheer wordt uitgevoerd in samenwerking met DAR N.V. Evenals in voorgaande jaren het geval was, worden de kosten van het afvalbeheer, waaronder de afvalinzameling en afvalverwerking, doorberekend aan de inwoners. In Mook en Middelaar betalen de inwoners een vast tarief (vastrecht) en een variabel tarief per lediging of klepopening. Het ophalen van huishoudelijk afval bij particulieren is een wettelijke verplichting. Het systeem van afvalstoffenheffing is een gesloten systeem waarbij de kosten en de baten aan elkaar gelijk zijn. De definitieve tarieven voor 2024 en de onderliggende onderbouwing daarvan worden ter vaststelling aan u voorgelegd in de raadsvergadering van 2 november 2023.
38
Programmabegroting 2024-2027 Uitgangspunten tariefstelling De opbrengst van de afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht mag maximaal gelijk zijn aan de kosten van afvalinzameling en -verwerking (inclusief milieustraat). Onder de kosten vallen ook de compensabele btw conform art. 229b, lid 2, letter b Gw en het aandeel in de kosten van overhead. Bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid reinigingsheffingen
€
Kosten taakveld
806
Inkomsten taakveld
-158
Netto kosten taakveld
648
Toe te rekenen kosten
648
Overhead
166
Btw in het kader van het Btw-compensatiefonds
115
Totale kosten
929
Opbrengst heffingen
929
Dekkingspercentage
100%
Leges (art. 229 Gw) Leges zijn verschuldigd voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een te leveren dienst, bijvoorbeeld het verstrekken van een paspoort, rijbewijs of omgevingsvergunning. Je betaalt niet voor de vergunning zelf (want het is ook mogelijk dat iemand geen vergunning krijgt, terwijl er wel werkzaamheden zijn verricht). Leges worden jaarlijks met een inflatiepercentage gecorrigeerd (conform de beleidsuitgangspunten). Kostendekkendheid Overeenkomstig het beleid worden de legestarieven 2024 verhoogd met 3,43% wegens inflatiecorrectie. De opbrengst mag maximaal kostendekkend zijn. Wettelijke tarieven zijn hierop een uitzondering. Bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid leges
€
Kosten taakveld
p.m.
Inkomsten taakveld
p.m.
Netto kosten taakveld
p.m.
Toe te rekenen kosten
p.m.
Overhead
p.m.
Btw in het kader van het Btw-compensatiefonds
p.m.
Totale kosten
p.m.
Opbrengst heffingen
p.m.
39
Programmabegroting 2024-2027
Dekkingspercentage (maximaal)
100%
Uitgangspunten tariefstelling De opbrengst van de secretarieleges mag maximaal gelijk zijn aan de kosten van behandeling van de aanvragen. Onder de kosten valt ook de compensabele btw conform art. 229b, lid 2, letter b Gw en het aandeel in de kosten van overhead. Bij het vaststellen van de legesverordening in november 2023 wordt een voorstel gedaan voor het aanpassen van de tarieven. Aanduiding van de lokale belastingdruk Bij dit onderdeel van de lokale belastingdruk worden de voorlopige tarieven weergegeven, de voorlopige belastingdruk voor 2024 en de belastingdruk van buurgemeenten (over 2023) op basis van een jaarlijks onderzoek door COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden). Overzicht van tarieven De ozb-opbrengst wordt op basis van het door de raad aangenomen amendement niet verhoogd. Het uiteindelijke tarief is afhankelijk van de waarde-ontwikkeling van de onroerende zaken. De forensen-, toeristen- en hondenbelasting worden trendmatig verhoogd met 3,43%. Het tarief is mede afhankelijk van een wijziging in de grondslag. De rioolheffing en reinigingsheffingen zijn maximaal 100% kostendekkend. In onderstaande tabel zijn nog geen voorlopige tarieven weergegeven voor 2024. De tarieven zijn een afgeleide van de opbrengst gedeeld door de grondslag.
Ten tijde van het opstellen van deze Programmabegroting 2024 zijn nog geen prognoses van BsGW over 2024 ontvangen. Deze zijn/worden medio september 2023 ontvangen. Voorlopige tarieven 2024
2024
2023
Algemene inflatiecorrectie
3,43%
3,08%
OZB woningen eigenaren
% woz-waarde
n.t.b.
0,1191%
OZB niet-woningen eigenaren
% woz-waarde
n.t.b.
0,2962%
OZB niet-woningen gebruikers
% woz-waarde
n.t.b.
0,2274%
Rzb
-
n.v.t.
n.v.t.
Forensenbelasting
% woz-waarde
n.t.b.
0,2528%
Toeristenbelasting
p.p.p.n.
n.t.b.
1,07
Parkeerbelasting
-
n.v.t.
n.v.t.
Eerste hond
per eerste hond
n.t.b.
59,88
Extra honden
per extra hond (150%)
n.t.b.
86,16
Kenneltarief
per kennel (700%)
n.t.b.
417,72
Reclamebelasting
-
n.v.t.
n.v.t.
Precariobelasting
-
n.v.t.
n.v.t.
Baatbelasting
bedrag per perceel
n.v.t.
divers
Rioolheffing
per perceel
n.t.b.
118,08
eerste 400 m3 waterverbruik
n.t.b.
n.v.t.
vanaf 400m3 gestaffeld
n.t.b.
n.v.t.
eerste 500 m3 waterverbruik
n.v.t.
18,72
elke volgende 500m3
n.v.t.
187,20
Hondenbelasting 2):
40
Programmabegroting 2024-2027 Afvalstoffenheffing
vastrecht per jaar
n.v.t.
203,55
bedrag per lediging (restafval)
n.v.t.
9,50
bedrag per klepopening
n.v.t.
2,11
De definitieve tarieven voor 2024 worden door uw raad vastgesteld middels het vaststellen van de belastingverordeningen, die aangeboden worden voor de raadsvergadering van 2 november 2023 met een eventuele uitloop naar 14 december 2023. Hierbij worden de laatste ontwikkelingen meegenomen, zoals waardemutatie van de onroerende zaken. Belastingdruk Mook en Middelaar In onderstaande tabel staat de lokale lastendruk per huishouding, waarbij als uitgangspunt is genomen: Huurders betalen uitsluitend afvalstoffenheffing; Woningeigenaren betalen afvalstoffenheffing, ozb en rioolheffing. Bedragen in € Lastendruk
2024
2023
p.m.
261
- bij een woningwaarde van € 200k
p.m.
238
- bij een woningwaarde van € 300k
p.m.
357
- bij een woningwaarde van € 500k
p.m.
596
Huurder: Afvalstoffenheffing
Eigenaar / gebruiker: Onroerende-zaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing
Belastingdruk andere gemeenten COELO onderzoekt jaarlijks de woonlasten per huishouden. In onderstaande tabel zijn van enkele buurgemeenten de woonlasten weergegeven. Omdat de woonlasten over het komende jaar 2024 nog niet bekend zijn, worden altijd de woonlasten van het huidige jaar vermeld. Mook en Middelaar
Gennep
Heumen
Land van Cuijk
Gemidd. Limburg
Gemidd. Nederland
Eenpersoonshuishouden
961
802
888
817
897
867
Meerpersoonshuishouden
1.014
862
957
886
963
944
Rangnummer *)
262e
74e
190e
105e
Eenpersoonshuishouden
275
254
161
288
342
346
Meerpersoonshuishouden
328
314
230
356
406
436
Rangnummer *)
62e
54e
9e
90e
Lastendruk 2023 Eigenaar-bewoner
Huurder
Bron: COELO 'Atlas van de lokale lasten 2023' *) 1e is goedkoopste gemeente
41
Programmabegroting 2024-2027
Kwijtscheldingsbeleid Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid tot een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de geheven belasting. De mogelijkheid tot kwijtschelding wordt geregeld in de belastingverordeningen. Kwijtschelding is op basis van de huidige verordeningen (2023) alleen mogelijk voor rioolheffing en afvalstoffenheffing. Voor alle andere belastingen wordt op grond van de huidige belastingverordeningen geen kwijtschelding verleend. Het wel of geen kwijtschelding verlenen kan jaarlijks herzien worden bij het vaststellen van de belastingverordeningen. Voor 2024 gebeurt dit in de raadsvergadering van 2 november (met een eventuele uitloop naar 14 december 2023).
42
Programmabegroting 2024-2027
1.11. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Wettelijk kader Artikel 11 BBV. Algemeen Deze paragraaf geeft inzicht in het vermogen van de gemeente Mook en Middelaar om substantiële niet-begrote kosten te dekken die onverwachts kunnen optreden. Tevens wordt inzicht gegeven in de risico’s die per eind september 2023 bekend en van substantieel belang zijn voor de financiële positie. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is de hoeveelheid aan middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en waarvoor ook geen verzekering is afgesloten. De weerstandscapaciteit bedraagt € 2 miljoen in de vorm van de Algemene Reserve en € 100k als bedrag voor onvoorziene uitgaven. Inventarisatie van de risico’s Tegenover de weerstandscapaciteit staan risico’s, die substantieel van belang zijn, maar die niet of niet geheel financieel gedekt zijn. Risico's worden in beginsel aangemerkt als incidenteel. Als risico's structureel optreden, dan wordt dit financieel ook structureel meegenomen in de begroting. Optredende risico's worden primair gedekt door de Algemene reserve. De waarschijnlijkheid dat een risico zich voordoet wordt onderverdeeld in Zeer laag (10%), Laag (25%), Midden (50%), Hoog (75%) en Zeer hoog (90%). Maatregelen kunnen zijn: Accepteren, Overdragen (bijv.
verzekeren), Preventief (voorkomen), Reductie (bedrag of risico verkleinen). KwantiRisicoficering inschatting Kans
Nr
Risico
1
ICT / Cybersecurity
440
Hoog
75%
330
2
Sociaal Domein
350
Hoog
75%
263
3
Uitkeringen gemeentefonds
1.000
Hoog
75%
750
4
Maatschappelijk vastgoed
120
Gemiddeld
50%
60
5
Haven (dichtslibben)
250
Gemiddeld
50%
125
6
Uitvoering Participatiewet (vangnetregeling)
105
Gemiddeld
50%
53
7
Dividenduitkering
338
Laag
25%
85
8
Startersleningen
130
Laag
25%
33
9
Inflatie / kostenstijging
200
Laag
25%
50
10
Verbonden partijen
643
Zeer laag
10%
64
11
Juridische procedures
200
Zeer laag
10%
20
12
Achtervang leningen sociale woningbouw
5.328
Zeer laag
10%
533
9.104
Omvang
2.364
Ten opzichte van vorig jaar zijn de risico's voor het sociaal domein en uitkeringen gemeentefonds toegevoegd. Dit betekent een toename van de risico-omvang tot bijna € 2,4 miljoen. Voor een nadere toelichting op de risico's verwijzen wij u naar bijlage 2 van deze programma-begroting.
43
Programmabegroting 2024-2027
Bedragen x € 1.000 Incidenteel Risico
Kwantificering
Zeer hoog (90%)
Structureel
Berekend bedrag
Kwantificering
Berekend bedrag
0
0
0
0
Hoog (75%)
1.790
1.343
0
0
Midden (50%)
475
238
0
0
Laag (25%)
668
167
0
0
Zeer laag (10%)
6.171
617
0
0
Totaal
9.104
2.364
0
0
Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's (weerstandsvermogen) Bepaling en betekenis weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt gedefinieerd als de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om mogelijke tegenvallers op te vangen zonder dat dit onmiddellijk invloed heeft op het beleid. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de gemeente. Ratio weerstandsvermogen De ratio, die uit de hiervoor gehanteerde berekening volgt, kan worden gewaardeerd. Wij hanteren onderstaande beoordelingstabel. Beoordelingstabel weerstandsvermogen Categorie
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
vanaf
tot
A
2
∞
Uitstekend
B
1,4
2
Ruim voldoende
C
1
1,4
Voldoende
D
0,8
1
Matig
E
0,6
0,8
Onvoldoende
F
-∞
0,6
Ruim onvoldoende
De gemeente Mook en Middelaar wenst minimaal een ratio te hebben in categorie C – voldoende. Dit betreft een ratio tussen de 1,0 en 1,4. Daarnaast wordt als structurele bovengrens een ratio van 3,0 gehanteerd. Als na drie achtereenvolgende jaren de ratio groter dan 3,0 is, wordt de Algemene reserve verlaagd. Als na drie achtereenvolgende jaren de ratio kleiner dan 1,0 is, wordt de Algemene reserve verhoogd. Als risico's zich daadwerkelijk voordoen, ondanks de genomen beheersmaatregelen, dan kan een beroep gedaan worden op de weerstandscapaciteit. Uitgangspunt hierbij is dat eerst wordt onderzocht of de gemeente ook andere mogelijkheden heeft om de gevolgen van risico’s op te vangen. Denk bijvoorbeeld aan het aanwenden van eventueel onbenutte budgetten, bezuinigingen of bijstellingen van bestaand beleid.
44
Programmabegroting 2024-2027 Ratio weerstandsvermogen De ratio voor het weerstandsvermogen bedraagt 0,9 (weerstandscapaciteit € 2.100k gedeeld door risico's € 2.364k). Deze ratio valt in klasse 'D Matig'. Dit is net iets minder dan de minimaal gewenste ratio. In 2024 worden alle risico's opnieuw beoordeeld en kan een voorstel worden gedaan tot herziening van de risico-indeling (bijvoorbeeld in diverse klassen, zoals bestuurlijke, organisatorische, juridische en financiële risico's), waarbij alleen risico's boven een bepaalde omvang (bijv. minimaal € 50k) worden vermeld. Kengetallen Naast de ratio voor het weerstandsvermogen zijn gemeente verplicht om onderstaande kengetallen te verstrekken. Deze kengetallen mogen alleen in gezamenlijkheid beoordeeld worden voor de beeldvorming met betrekking tot de financiële positie van de gemeente (zie ook de tabel onderaan deze paragraaf). Verloop van de kengetallen Kengetallen
W2022
B2023
B2024
B2025
B2026
B2027
Netto schuldquote
-23%
0%
17%
36%
63%
64%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-26%
-4%
14%
32%
60%
60%
Solvabiliteitsratio
43%
39%
32%
29%
20%
20%
Structurele exploitatieruimte
8%
-7%
1%
1%
-6%
-7%
Grondexploitatie (n.v.t.)
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Belastingcapaciteit
104%
103%
vlp. 103%
vlp. 103%
vlp. 103%
vlp. 103%
vlp. = voorlopig
1a Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast (vaste schuld en vlottende schulden) ten opzichte van de eigen middelen (vlottende activa). Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een negatieve schuldquote betekent dat er geen netto-schuld is, maar dat er een overschot is aan liquide middelen en vorderingen. Door investeringen, het benutten van de middelen in 's Rijks Schatkist en het toekomstig aantrekken van leningen voor financiering van investeringen, neemt de netto schuldquote toe. 1b Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit betreft hetzelfde kengetal als de netto schuldquote, maar nu wordt bij de eigen middelen niet alleen de vlottende activa meegenomen, maar ook de uitgezette leningen. Dit kengetal is altijd gelijk of lager dan de netto schuldquote. 2. Solvabiliteitsratio Het solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate wij in staat zijn om op de lange termijn aan de financiële verplichtingen te voldoen. Zoals uit de balans valt op te maken, bedraagt het eigen vermogen € 7,2 miljoen en het totaal vermogen € 22,5 miljoen. Dit betekent dat de omvang van het eigen vermogen 32% bedraagt ten opzichte van het totaal vermogen. De gangbare minimumnorm voor deze solvabiliteitsratio ligt bij niet-financiële ondernemingen tussen de 25% en 40%.
Hoe hoger de ratio hoe solvabeler de organisatie is. Met een ratio van 32% voldoet de gemeente Mook en Middelaar aan de gangbare norm.
45
Programmabegroting 2024-2027
3. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage is een structureel overschot. De begroting heeft voor 2024 een licht structureel overschot van 1%. 4. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De gemeente Mook en Middelaar heeft geen actieve grondexploitaties (aankopen, bouw- en woonrijp maken en weer verkopen). Het kengetal bedraagt 0%. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit wordt berekend op basis van de woonlasten van een belastingplichtige (meerpersoonshuishouden met eigen woning) in Mook en Middelaar ten opzichte van het landelijk gemiddelde van het laatst bekende begrotingsjaar. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2024 is dat 2023. Omdat de (voorlopige) tarieven voor 2024 nog niet berekend kunnen worden en de woonlasten dus ook nog niet bekend zijn, is de belastingcapaciteit voorlopig gelijk gehouden aan de belastingcapaciteit van 2023, zijnde 103%. Bij het aanbieden van de effecten van septembercirculaire 2023 middels een eerste begrotingswijziging, zal ook de belastingcapaciteit voor 2024 vermeld worden.
In de raadsvergadering van 2 november 2023 worden de nieuwe belastingverordeningen voor 2024 ter besluitvorming aan u voorgelegd. Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie De diverse kengetallen zijn onderling redelijk consistent en bevestigen het beeld van een gezonde financiële positie. Mook en Middelaar heeft slechts één uitstaande geldlening van € 363k (per 1 januari 2024), die jaarlijks met zo’n € 182k wordt afgelost. Aan de andere kant is er ongeveer € 2 miljoen aanwezig in ’s Rijks schatkist (voor aftrek van de betaling van alle restant kredieten). Qua exploitatie is er nagenoeg een structureel sluitende (meerjaren)begroting uitgaande van het voorgestelde dekkingsplan. Op basis van de categoriale indeling zit de gemeente Mook en Middelaar alleen in de categorieën A en B (minst risicovol dan wel gemiddeld). De kengetallen moeten niet afzonderlijk beoordeeld worden, maar bepalen gezamenlijk het financiële beeld. Kengetal
Waarde M&M
Categorie A
Categorie B
Categorie C
Netto schuldquote zonder correctie
17%
< 90%
90 - 130%
> 130%
Netto schuldquote met correctie)
14%
< 90%
90 - 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
32%
> 50%
20 - 50%
< 20%
Structurele exploitatieruimte
1%
positief
neutraal
negatief
Grondexploitatie
0%
< 20%
20-35%
> 35%
Belastingcapaciteit
103%
< 95%
95 - 105%
> 105%
46
Programmabegroting 2024-2027
1.12. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Wettelijk kader Artikel 12 BBV. Onderstaande tabel bevat de actuele stand van zaken met betrekking tot de beheerprogramma's. Beheerplan
Omschrijving / Naam
Periode
Datum vaststelling Raad Te herzien in
Looptijd
Wegen
Wegenbeheerplan Meerjarenplanning
2020-2025
12 december 2019
Wegen/bruggen
Meerjaren onderhoudsplan bruggen
2018-2067
15 september 2016
Riolering
Gemeentelijk Rioleringsplan Mook en Middelaar (GRP)
2022-2026
16 december 2021
2026
5 jaar
Water
geen onderhoudsplan
-
-
-
-
Groen
Groenbeheerplan
2016-2019
*)
2024
Gebouwen
Meerjarig onderhoudsplan 2020-2023 (MJOP)
2025
5 jaar 50 jaar
2023
4 jaar
*) Besluitvorming door College van burgemeester en wethouders.
Wegen 1.
Wegen
Doel De gemeente is verantwoordelijk voor de instandhouding en het veilig gebruik van de verhardingen die zij in beheer heeft. Beleidskader Al jaren voert de gemeente structureel en planmatig onderhoud uit aan de verhardingen. Het gemeentelijke Wegenbeheerplan is hierbij richtinggevend. Het plan geeft inzicht in de kwaliteit en onderhoudsbehoefte van de gemeentelijke wegen/verhardingen en de financiële middelen die hiervoor nodig zijn. Het plan wordt voor een bepaalde tijd vastgesteld en er is in 2019 een nieuw plan opgesteld voor de periode 2020-2024. In 2020 is het plan uitgebreid naar vijf jaren zodat het nu tot 2025 vastligt. Onderhoudsniveau Het onderhoudsniveau van de wegen is vastgesteld op het niveau B van de landelijke CROWsystematiek. Dit komt min of meer overeen met het niveau van instandhouding van de verhardingen, voorkomen dat (technische) normen worden overschreden. Financiële consequenties beleidskader De meerjarenplanning voor het structureel en planmatig onderhoud bedraagt op basis van het nieuwe Wegenbeheerplan voor de jaren 2020 tot en met 2025 op jaarbasis een bedrag van gemiddeld ongeveer € 152k voor groot onderhoud, inclusief een toeslag van 6-10% voor de kosten van de voorbereiding, verkeersmaatregelen, administratie en toezicht op de werkzaamheden.
47
Programmabegroting 2024-2027
Financiële consequenties in de begroting Om de onderhoudsvoorziening voor het (groot) wegonderhoud op peil te houden werd er jaarlijks € 155k aan toegevoegd. Per 31 december 2022 bedroeg het saldo van de voorziening € 446k. Het verloop van de voorziening is als volgt: Bedragen x € 1.000 Voorziening groot onderhoud wegen Jaar
Stand per 1-1
Dotatie
Vrijval
Aanwending
Stand per 31-12
2023
446
155
0
113
488
2024
488
155
0
140
502
2025
502
155
0
155
502
2026
502
155
0
155
502
2027
502
155
0
155
502
Voortgang van het geplande onderhoud De onderhoudswerkzaamheden worden overeenkomstig de planning van het Wegenbeheerplan uitgevoerd. Werkproces: voorbereiding (onderzoek), aanbesteding en uitvoering. Werkzaamheden worden zo veel mogelijk gecombineerd en afgestemd met gemeentelijke (bouw)ontwikkelingen. Streven naar integraal werken. Zo mogelijk wordt het onderhoud aan de wegen gecombineerd met andere ontwikkelingen en/of onderhoudswerkzaamheden (integraal werken). Omvang achterstallig onderhoud Op basis van huidig inzicht is er geen sprake van achterstallig onderhoud. 2.
Kunstwerken (Bruggen)
Doel De gemeente is verantwoordelijk voor de instandhouding en het veilig gebruik van de verkeersbruggen binnen de gemeente. Het betreft twee bruggen, de brug Witteweg te Plasmolen en de brug Cuijksesteeg in Mook. Beleidskader Op 15 september 2016 heeft u het ‘Meerjaren onderhoudsplan bruggen' vastgesteld. Het plan voorziet in het structurele / planmatige onderhoud aan de bruggen. Dit geeft een doorkijk voor de komende vijftig jaar (planperiode 2018-2067). Onderhoud op basis van instandhouding van de huidige functionaliteit van de bruggen. Met het plan is dit gewaarborgd. Onderhoudsniveau Het onderhoudsniveau van de bruggen is vastgesteld op niveau in stand houden. Financiële consequenties beleidskader Voor de financiering van de onderhoudswerkzaamheden op de langere termijn (instandhouding) is er een voorziening groot onderhoud bruggen aanwezig. De jaarlijkse dotatie aan de voorziening bedraagt € 23k. Door de jaarlijkse dotatie is de voorziening gedurende een looptijd van 50 jaar nergens negatief. Financiële consequenties in de begroting Het verloop van de voorziening is als volgt:
48
Programmabegroting 2024-2027 Bedragen x € 1.000 Voorziening groot onderhoud kunstwerken (bruggen) Jaar
Stand per 1-1
Dotatie
Vrijval
Aanwending
Stand per 31-12
2023
62
23
0
0
85
2024
85
23
0
0
108
2025
108
23
0
10
121
2026
121
23
0
0
145
2027
145
23
0
136
31
Voortgang van het geplande onderhoud In 2024 zal conform het meerjarenonderhoudsplan een inspectie uitgevoerd worden aan de Brug Witteweg te Plasmolen. Het klein onderhoud dat uit deze planning komt zal ook conform het meerjarenplan uitgevoerd worden. Omvang achterstallig onderhoud Door invulling te geven aan het Meerjaren onderhoudsplan bruggen kan achterstallig onderhoud worden voorkomen. Voortgang van het geplande onderhoud Jaarlijks worden de geplande vervangingen uitgevoerd. Hierbij wordt er ook gekeken of zaken kunnen worden gecombineerd. Omvang achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Riolering Doel Invulling geven aan de gemeentelijke watertaken, dit op het gebied van afvalwater, regenwater en grondwater. Meer concreet het in stand houden en verbeteren van de gemeentelijke riolering en voorzieningen voor de opvang en verwerking van het regenwater. Dit alles om te komen tot een goed functionerend(e) waterketen en watersysteem en daarmee het terugdringen van de kans op wateroverlast. Beleidskader De invulling van de gemeentelijke watertaken, en de financiering ervan, is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan Mook en Middelaar (GRP), dat op 24 november 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. De planperiode van het GRP bestrijkt de jaren 2022 tot en met 2026. In het GRP is de vroegere specifieke zorg voor de riolering omgebogen naar de zorg voor het gemeentelijk waterbeheer. Dus niet specifiek het (stedelijk) afvalwater maar ook het regenwater en grondwater. In het GRP is er aandacht voor het onderhoud en het in stand houden van de (water)voorzieningen, het doen van metingen en onderzoek, het terugdringen van de vuiluitworp naar oppervlaktewater en het terugdringen van de kans op wateroverlast ten gevolge van hevige neerslag. De afgelopen jaren zijn hierin al vorderingen gemaakt, wel baart de toenemende extreme neerslag zorgen.
Hiervoor is blijvende aandacht in de vorm van generieke en specifieke maatregelen, zoals het afkoppelen van verhardingen en het creëren van berging. Hierbij worden ook de bewoners betrokken en gestimuleerd. Dit in de vorm
49
Programmabegroting 2024-2027 van voorlichting en advies en ook met de mogelijkheid van een geldelijke bijdrage (dit laatste in samenwerking met het waterschap Limburg). De mogelijkheid voor samenwerking met andere overheden en partijen is ook een blijvend aandachtspunt. Dit onder andere om de kosten voor de watertaken te verlagen. Hierbij is het streven om de wettelijke watertaken tegen de laagst mogelijke lasten uit te voeren. Onderhoudsniveau Het onderhoudsniveau van de riolering is vastgesteld op niveau instandhouding / functionaliteit. Financiële consequenties beleidskader De financiële gevolgen van de uitvoering van het GRP komen via de rioolheffing ten laste van belastingplichtige inwoners. Bij de behandeling van de belastingverordeningen worden ook de tarieven van de rioolheffing vastgesteld. Financiële consequenties in de begroting De dekking van de kosten voor het reguliere (dagelijks) onderhoud vindt plaats middels budgetten in de exploitatie. Nieuwe rioleringen worden geactiveerd en leiden tot kapitaallasten. De voorziening groot onderhoud riolering gedraagt zich meer als een tariefegalisatievoorziening, waarbij het saldo van de lasten en baten wordt geëgaliseerd. Riolering en rioolheffing is financieel een gesloten systeem. Het verloop van de voorziening is als volgt: Bedragen x € 1.000 Voorziening groot onderhoud riolering (tariefegalisatie) Jaar
Stand per 1-1
Dotatie
Vrijval
Aanwending
Stand per 31-12
2023
4.331
0
-29
0
4.302
2024
4.302
0
-50
0
4.252
2025
4.252
0
-50
0
4.202
2026
4.202
0
-50
0
4.152
2027
4.152
0
-50
0
4.102
Voortgang van het geplande onderhoud Het dagelijks onderhoud en de inspanningen en werkzaamheden die voortvloeien uit het GRP worden voorbereid en uitgevoerd. Hierbij is het streven naar integraal werken, synergie en doelmatigheid. Omvang achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Water Passantenhaven Doel Mook en Middelaar heeft op het gebied van ‘water’ enkel de verplichting om de passantenhaven bevaarbaar te houden en het in stand houden van de functionaliteit van de haven, als bouwkundige voorziening. Beleidskader Inzicht hebben en houden in de diepgang en de staat van de passantenhaven als 'bouwwerk'.
50
Programmabegroting 2024-2027 Onderhoudsniveau De metingen van de diepgang in de haven wijzen uit dat de haven bevaarbaar is. Met metingen wordt dit gevolgd. Tot op heden is er geen onderhoudsplan voor de passantenhaven zelf, de waterbouwkundige (constructieve) onderdelen. De haven dateert uit de jaren negentig van de vorige eeuw. Het is raadzaam om inzicht te krijgen in de staat van onderhoud en het benodigd toekomstig budget voor de instandhouding van de voorzieningen. Inzicht in de onderhoudsbehoefte, en het waarborgen daarvan, kan worden gekoppeld aan de wens van de ontwikkeling van het gebied Maaskade. Hierbij streven naar een integrale benadering en uitwerking, zowel ruimtelijk, functioneel als (onderhouds)technisch. Vanuit het oogpunt van onderhoud en beheer is deze inspanning niet vrijblijvend, ook niet in tijd. Als deze visie om welke redenen dan ook op zich laat wachten, is het wenselijk om los hiervan een onderhoudsplan op te stellen. Financiële consequenties beleidskader Indien het uitbaggeren van de passantenhaven noodzakelijk is, worden de kosten daarvan geschat op € 125k. Deze kosten zijn niet in de begroting opgenomen. Het dichtslibben is onder andere afhankelijk van het gebruik van de haven en zandverplaatsingen bij extreme hoogwaterstanden.
De exacte kosten worden mede bepaald door het tijdstip waarop het baggeren noodzakelijk is en door de benodigde opslagcapaciteit voor het slib. Deze post is wel opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Financiële consequenties in de begroting De dekking van de kosten voor het onderhoud vindt plaats door middel van het reserveren van budgetten in de exploitatie. Er is hiervoor op dit moment geen budget en geen voorziening aanwezig. Voortgang van het geplande onderhoud Ten aanzien van het bevaarbaar houden van de haven zijn er geen bijzonderheden te melden en worden er geen acties voorzien. Omvang achterstallig onderhoud Op basis van huidig inzicht is er geen sprake van achterstallig onderhoud.
Groen Doel Het onderhouden en beheren van het gemeentelijk groen. Dit betreft plantsoenen, hagen, bomen, en het sportpark in Middelaar. Beleidskader Het beleidskader is vastgelegd in het Groenstructuurplan. De planperiode was in 2020 afgelopen. We kiezen ervoor om geen nieuw Groenstructuurplan op te stellen. De gemeentelijke groenstructuur is onderdeel van de Omgevingsvisie, waarin de ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de langere termijn worden vastgelegd. Het opstellen van de Omgevingsvisie volgt op de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024). In 2022 is een nieuw groenbestek opgesteld op basis waarvan de groenwerkzaamheden de komende jaren kunnen worden uitgevoerd. Onderhoudsniveau In het Groenbeheerplan is het onderhoudsniveau van het openbaar groen vastgesteld conform de landelijke CROW-systematiek. Voor het groen in de woonkernen is dit niveau B; onderhoudsniveau
51
Programmabegroting 2024-2027 basis met een sober/functioneel beeld. Op locaties waar het technisch mogelijk en verantwoord is, is gekozen voor een lager onderhoudsniveau- niveau C; extensief beheer. Veelal buiten de woonkernen. Financiële consequenties beleidskader In de begroting zijn de kosten voor het reguliere beheer en onderhoud van het openbaar groen opgenomen. Financiële consequenties in de begroting Het groenonderhoud vindt geheel plaats door middel van het budgetteren in de exploitatie. Voortgang van het geplande onderhoud De reguliere dagelijks onderhoud wordt conform het Groenbeheerplan uitgevoerd. Het reguliere onderhoud van het openbaar groen wordt uitgevoerd door INTOS/Buitenwerk. Voor specifieke onderhoudstaken zoals het onderhoud van de sportvelden, maaien van bermen, onderhoud hondenuitlaatstroken, onderhoud hagen en beheersen eikenprocessierups worden aannemers ingehuurd. Daarnaast voert de eigen dienst diverse onderhoudstaken uit zoals het snoeien van bomen en het maaien van gras- en sportvelden.
Gebouwen Doel Het college wil een gedegen inzicht in de staat van het vastgoed en borgen dat het onderhoud plaatsvind zodat de technische staat van het gebouw en installaties gewaarborgd blijft en de veiligheid gegarandeerd. Hiervoor hanteert de gemeente het Meerjarig onderhoudsplan (MJOP) 2020-2023 voor onderstaande gebouwen: Het gemeentehuis; De brandweerkazerne/gemeentewerf, de zoutloods en het kca-depot (milieustraat); Sportaccommodatie De Heikant (Astrantia); Sportaccommodatie De Maasvallei (Eendracht ’30). Beleidskader Voor de gemeentelijke gebouwen hanteren we het MJOP 2020-2023 als leidraad en toetsingskader. Eind 2023 wordt het MJOP opnieuw opgesteld en budgetten voor dagelijks en planmatig onderhoud voor de jaren 2024 en verder zullen we dan actualiseren. Vanaf 2024 en verder zullen we toewerken naar een actief gebouwenbeheer met bijbehorend onderhoudsniveau. Het onderhoud van de gemeentelijke gebouwen houdt in: - dat de objecten er verzorgd en voldoende representatief uitzien; - dat de waarde van de objecten in stand blijft; - dat de beleving van de gebruikers van de gebouwen/objecten goed is; - dat de technische voorzieningen in de gebouwen naar behoren functioneren en voorzien in een continue bedrijfsvoering; - dat op een planmatige manier verduurzaming plaatsvindt.
Gemeentehuis In 2023 zijn we stappen gaan zetten omtrent de aankleding en esthetiek van het gemeentehuis en onderzoeken we mogelijkheden van verduurzaming. Dit heeft geleid tot een plan van aanpak. De kosten komen ten laste van de voorziening groot onderhoud gebouwenbeheer. In 2024 wordt hier waar nog nodig een vervolg aan gegeven.
52
Programmabegroting 2024-2027 Financiële consequenties beleidskader De gemeentelijke gebouwen worden conform het MJOP 2020-2023 onderhouden en na vaststelling van het MJOP 2024-2027 zullen we dat herzien. Als op basis van het MJOP 2024 aanvullende acties nodig zijn, dan zal in eerste instantie dekking gezocht worden vanuit de voorziening groot onderhoud gebouwenbeheer. Financiële consequenties in de begroting Voor klein onderhoud is een budget in de exploitatie opgenomen. Voor groot onderhoud wordt jaarlijks € 76k gestort in de voorziening gebouwenbeheer. Bedragen x € 1.000 Voorziening groot onderhoud gebouwen Jaar
Stand per 1-1
Dotatie
Vrijval
Aanwending
Stand per 31-12
2023
1.120
76
0
40
1.156
2024
1.156
76
0
441
790
2025
790
76
0
68
798
2026
798
76
0
175
700
2027
700
76
0
22
754
Voortgang van het geplande onderhoud In 2024 gaat het onderhoud plaatsvinden conform het in 4e kwartaal op te stellen MJOP beheerplan.
53
Programmabegroting 2024-2027
1.13. Paragraaf Financiering Wettelijk kader Artikel 13 BBV. Beleidsvoornemens t.a.v. het risicobeheer van de financieringsportefeuille Mook en Middelaar hanteert de volgende beleidsvoornemens: - Daar waar mogelijk zetten we eerst eigen financieringsmiddelen in, voordat we gaan lenen; - Tijdelijk overtollige liquide middelen stallen we in 's Rijks Schatkist (wettelijk verplicht); - De wettelijke kasgeldlimiet en renterisiconorm overschrijden we niet. Rentelasten Lening De Gemeente Mook en Middelaar heeft momenteel één langlopende lening. Dit betreft een lening met een looptijd tot en met 2025 en een vast rentepercentage van 5,58%. Voor 2024 betreffen de rentelasten € 12k. Op deze lening wordt lineair afgelost (€ 182k per jaar). Bedragen x € 1.000 Langlopende lening (per 31-12)
2023
2024
2025
2026
2027
Lening BNG
363
182
0
0
0
Renterisiconorm De renterisiconorm geeft een norm voor het renterisico op de vaste schuld en heeft als doel het renterisico bij (her)financiering te beheersen. Deze norm is bij ministeriële regeling vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal (lasten exclusief toevoegingen aan reserves). Dit houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De minimale renterisiconorm bedraagt wettelijk € 2,5 miljoen. Bedragen x € 1.000 Renterisiconorm
2023
2024
2025
2026
2027
0
0
0
0
0
1
Renteherzieningen op leningen o/g
2
Betaalde aflossingen
182
182
349
267
434
3
Renterisico (1+2)
182
182
349
267
434
4
Renterisiconorm
4.683
5.195
4.102
4.113
4.119
5a
Ruimte onder renterisiconorm (4>3)
4.502
5.013
3.754
3.846
3.685
5b
Overschrijding renterisiconorm (4<3)
-
-
-
-
-
20%
20%
20%
20%
20%
Berekening 4a
Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage
4b
Begrotingstotaal
23.416
25.974
20.510
20.563
20.597
4
Renterisiconorm (4a x 4b)
4.683
5.195
4.102
4.113
4.119
54
Programmabegroting 2024-2027 De renterisiconorm bedraagt voor 2024 € 5,2 miljoen. Voor dit bedrag mogen aflossingen en renteherzieningen plaatsvinden. Voor de renterisiconorm geldt een wettelijk minimumbedrag van € 2,5 miljoen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft een maximumbedrag aan dat de betreffende gemeente aan korte financiering mag aantrekken. De omvang bedraagt een in de ‘Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden’ vastgelegd percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Dit percentage is wettelijk vastgesteld op 8,5%. Bedragen x € 1.000 Kasgeldlimiet
2023
2024
2025
2026
2027
23.416
25.974
20.510
20.563
20.597
- In procenten van de grondslag
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
- In bedrag van de grondslag
1.990
2.208
1.743
1.748
1.751
- Opgenomen gelden < 1 jaar
0
0
0
0
0
- Schuld in rekening-courant
0
0
0
0
0
- Gestorte gelden van derden < 1 jaar
0
0
0
0
0
- Overige geldleningen, niet zijnde vaste schuld
0
0
0
0
0
- Totale omvang van de vlottende schuld
0
0
0
0
0
1
1
1
1
1
2.926
3.308
3.022
2.806
2.471
0
0
0
0
0
2.927
3.309
3.023
2.807
2.472
- Totaal netto vlottende schuld (2) -/- (3)
-2.927
-3.309
-3.023
-2.807
-2.472
- Toegestane kasgeldlimiet (1)
1.990
2.208
1.743
1.748
1.751
- Ruimte (+)/Overschrijving (-) (1) -/- (4)
4.918
5.517
4.766
4.555
4.222
Omvang primitieve begroting per 1 januari (= grondslag) 1.
2.
3.
Toegestane kasgeldlimiet
Omvang vlottende korte schuld
Vlottende middelen - Contante gelden in kas - Tegoeden in rekening-courant - Overige uitstaande gelden < 1 jaar - Totale omvang van de vlottende middelen
4.
Toets kasgeldlimiet
Liquide middelen die niet per direct nodig zijn voor de bedrijfsvoering, moeten bij het rijk ondergebracht worden in ’s Rijks Schatkist, ook wel Schatkistbankieren genoemd. Mook en Middelaar heeft daar per eind augustus 2023 ongeveer € 2,6 miljoen uitstaan. Afhankelijk van het verloop van de investeringen zullen vanaf 2024 langlopende leningen aangetrokken moeten worden om de geraamde investeringen te kunnen betalen. De kasgeldlimiet bedraagt voor 2024 ruim € 2,2 miljoen. Voor dit bedrag mogen we kortlopend (dag)geld aantrekken.
55
Programmabegroting 2024-2027
Renteresultaat Het renteresultaat is het saldo van de netto rentekosten en de rente die wordt doorberekend aan de producten. bedragen x € 1.000 Renteresultaa t
2024
a.
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
40
b.
De externe rentebaten over de korte en lange financiering
-39
c1. c2. c3.
Saldo rentelasten en rentebaten
1
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
-0
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-0 0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
1
d1.
Rente over eigen vermogen
0
d2.
Rente over voorzieningen
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
1
e.
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
0
f.
Renteresultaat op het taakveld Treasury
1
Financieringsbehoefte Hieronder vindt u de liquiditeitenplanning op hoofdlijnen. Deze planning is gebaseerd op de inkomsten en uitgaven van de exploitatie, de geraamde investeringen voor 2024, het eventueel aantrekken of aflossen van leningen en de aanwending van voorzieningen. Het geraamde beginsaldo is gebaseerd op het uitgangspunt dat de doorgeschoven investeringen vanuit de vorige jaarstukken (2022) en vanuit de begroting 2023 nog niet allemaal voor 100% uitgegeven worden in 2023. In de jaarstukken wordt jaarlijks op basis van de realisatie een meer gedetailleerd kasstroomoverzicht vermeld. Bedragen x €1.000 Inkomsten en uitgaven
2023
2024
Beginsaldo liquiditeiten
7.675
2.426
21.713
Mutatie leningen Mutatie werkkapitaal
2025
2026
2027
2.808
2.522
2.306
25.798
20.533
19.272
19.082
0
5.000
3.000
5.000
0
0
0
0
0
1.140
21.713
30.798
23.533
24.272
20.223
Uitgaven volgens exploitatie
22.336
25.136
19.612
19.561
19.593
Uitgaven voor investeringen
1.758
3.610
2.229
4.150
183
Mutatie leningen
182
182
349
267
434
Aanwending voorziening
227
617
268
365
348
Mutatie werkkapitaal
2.459
872
1.361
146
0
Subtotaal af
26.961
30.417
23.819
24.488
20.558
Totaal
2.426
2.808
2.522
2.306
1.971
Bij: Inkomsten volgens exploitatie
Subtotaal bij Af:
56
Programmabegroting 2024-2027 Omdat Mook en Middelaar tijdelijk overliquide is (weggezet in 's Rijks Schatkist), is voor 2024 nog geen behoefte aan een aanvullende financiering. De rente bij 's Rijks Schatkist bedraagt ongeveer 3%. Afhankelijk van de doorlooptijd van het investeringsschema moet op termijn geleend worden om investeringen te financieren.
57
Programmabegroting 2024-2027
1.14. Paragraaf Bedrijfsvoering Wettelijk kader Artikel 14 BBV. Algemeen De paragraaf Bedrijfsvoering geeft ten minste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering.
Personeel en organisatiebeleid Organisatie De organisatie is in beweging door allerlei ontwikkelingen. Zo is sprake van een krappe arbeidsmarkt en relatief veel arbeidsmobiliteit. Naast relatief veel uitstroom van medewerkers, slagen we er tot nog toe goed in om nieuwe medewerkers te laten instromen. We merken wel dat er soms wat meer moeite voor moet worden gedaan, bijvoorbeeld door eenzelfde vacature nogmaals open te stellen. Ook de opvang van ontheemden vraagt een forse en extra inspanning van de organisatie. De invoering van de Omgevingswet komt steeds dichterbij wat organisatorische gevolgen met zich mee brengt. We zien dat de organisatie voldoende is toegerust en in balans is om deze ontwikkelingen (verder) vorm te geven. Zo is in de afgelopen periode meer ingezet op structurele formatie ter vervanging van tijdelijke inzet. Daardoor is de organisatie minder kwetsbaar geworden en wordt kennis langer in huis gehouden. Het maakt de organisatie bovendien meer aantrekkelijk voor medewerkers. In het managementteam vonden het afgelopen jaar geen wijzigingen plaats. De herverdeling van de afdelingen met onderliggende teams en de meer directe aansturing daarop door het management geeft duidelijkheid in de organisatie. Komend jaar worden werkprocessen, administratieve organisatie, verdeling van taken en op onderdelen de structuur nog meer doelmatig ingericht.
Het vinden en behouden van de juiste mensen op de juiste plek in de organisatie is een van de personele speerpunten. Wij zoeken daarin de samenwerking met omliggende gemeenten. Ook kijken we naar hoe onze organisatie zich verhoudt tot regionale samenwerkingsverbanden, zodat we binnen de verschillende gemeenschappelijke regelingen waarin we participeren voor onze gemeente zo effectief mogelijk kunnen opereren. Om de aantrekkingskracht van de organisatie verder te vergroten, worden onder meer de werkplekken aantrekkelijker gemaakt door relatief eenvoudige aanpassingen in het interieur. Verder worden de uitkomsten van de RI&E (Risico Inventarisatie & Evaluatie), die medio 2023 is gehouden, bezien en acties uitgezet voor het verder verbeteren van de arbeidsomstandigheden en het bevorderen van het werkplezier. Dat geldt eveneens voor de resultaten van het Medewerkersbelevingsonderzoek dat in september 2023 is gehouden. Op die manier spannen we ons maximaal in voor het binden en boeien van onze medewerkers. Duurzame inzetbaarheid van medewerkers blijft daarmee ook in 2024 een belangrijk thema. De ondernemingsraad is nauw betrokken bij deze ontwikkelingen, waarbij sprake is van een constructieve samenwerking. Verder heeft een extern bureau op ons verzoek medio 2023 in beeld gebracht wat de dubbele regionale oriëntatie voor de organisatie betekent.
Dit om een scherper beeld te krijgen van de consequenties en dat te delen met de provincie en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. Het rapport toont aan dat de dubbele oriëntatie verdeeld over verschillende beleidsterreinen een extra werklast geeft van 2.210 uur (1,57 fte) en dat deze werklast nog eens als aanname moet worden vermeerderd met 10%. Dit vanwege het feit dat de ambtelijke organisatie voortdurend keuzes en afwegingen moet maken die niet in formatieoverzichten terugkomen. Op een formatie van zo’n 74 fte’s is dit substantieel. De totale jaarlijkse extra bestuurslast daardoor wordt ingeschat op ongeveer 700 tot 1.400 uur, dat komt neer op 0,5 tot 1 fte. Tot slot bereidt de organisatie, zoals bekend, zich voor op de komst van een nieuwe burgemeester in 2024, onder meer door een inwerkprogramma op te stellen.
58
Programmabegroting 2024-2027
Informatisering / automatisering Digitalisering / informatievoorziening Digitalisering speelt een cruciale rol in de wijze waarop we in de nabije toekomst inspelen op de behoeften van onze inwoners en de wijze waarop we de dienstverlening aan onze inwoners vormgeven. Bijna alles hangt met digitalisering samen: processen kunnen efficiënter en effectiever verlopen en informatie kan sneller beschikbaar komen en gemakkelijker toegankelijk worden gemaakt. Daarnaast heeft het indirect effect op de werkdruk, het maakt ons als organisatie veel flexibeler vanwege de toegankelijkheid van informatie. De digitale wereld verandert echter zo snel dat we continu aandacht moeten blijven besteden aan onze informatiesystemen. Het beheer vraagt om extra inspanning. In 2024 gaan we specifiek de volgende zaken oppakken: Uitrol MS365 (feitelijk meer gebruik maken van de mogelijkheden die er al zijn) Professionaliseren / verbeteren functioneel beheer Vervanging systemen rondom burgerzaken Woo (actief publiceren) vereist aanpassing werkprocessen In algemene zin: verSaaSing (Software as a Service, software in de cloud) Verbeteren managementinformatie We blijven de vruchten plukken van de regionale ICT samenwerking. iRvN ontwikkelt door, ook organisatorisch, en participeert in landelijke ontwikkelingen.
Budgetten Overzicht budgetten raad Naast de diverse bedrijfsvoeringsaspecten zijn er ook specifiek budgetten voor de raad. Ofschoon deze formeel geen onderdeel uitmaken van de bedrijfsvoering, worden deze hieronder volledigheidshalve wel vermeld. Bedragen x € 1.000 Wie
Toelichting
R2022
B2023
B2024
B2025
B2026
B2027
Raad
salarissen, vergoedingen, werkbudget enz.
252
247
261
237
241
241
Raadscommissies
vergoedingen
4
6
6
6
6
6
Griffie
salarissen, incl. ondersteuning griffie
123
136
142
142
142
142
Rekenkamer
budget voor rekenkamer(commissie)
0
15
15
15
15
15
Controlekosten
kosten accountant
59
60
75
75
75
75
59
Programmabegroting 2024-2027
1.15. Paragraaf Verbonden partijen Wettelijk kader Artikel 15 BBV Algemeen Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap over de verbonden partij, hetzij middels vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij middels stemrecht (bijvoorbeeld door het hebben van aandelen). Onder financieel belang wordt verstaan: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat, dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd, met als doelstelling het versterken van de democratische legitimatie. Met de wijziging zijn enkele nieuwe instrumenten in de Wgr geïntroduceerd om de gemeenteraden meer in positie te brengen. Het gaat dan om bijvoorbeeld (extra) zienswijzen, een gemeenschappelijke (raads)adviescommissie, evaluaties en een regionaal enquêterecht. Ook is een kapstok opgenomen voor participatie en inspraak op regionaal niveau. Alle gemeenschappelijke regelingen moeten vóór 1 juli 2024 zijn aangepast aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen.