CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2022-2025 (vastgesteld 2021-11-10) (ondertekend).pdf

Raadsvergadering 10 november 2021, gemeente Mook en MiddelaarBij agendapunt: Programmabegroting 202229.130 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Dit betekent dat de hondenbelasting de inkomsten van de gemeente verhoogt. In Mook en Middelaar worden hier echter ook de kosten mee gedekt voor het voorkomen dan wel beperken van overlast door hondenpoep, zoals het aanleggen en onderhouden van hondenuitlaatplaatsen. De opbrengst wordt voor 2022 geïndexeerd met een inflatiepercentage van 1,50%. De hoogte van het uiteindelijke tarief is afhankelijk van enerzijds de geraamde opbrengst en anderzijds het (geraamde) aantal honden. Voor kennelhouders geldt een afzonderlijk tarief. Op basis van de huidige prognose daalt het aantal honden, waardoor het tarief extra moet stijgen om toch de geraamde opbrengst te kunnen realiseren. Reclamebelasting (art. 227 Gw) De reclamebelasting kent in eerste instantie een regulerend karakter. Door openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg te belasten, kan een gemeente het gebruik van reclame reguleren. De opbrengst valt wettelijk onder de algemene dekkingsmiddelen. Met de opbrengst kan echter ook een ondernemersfonds worden gevoed waarbij verbeteringen in bijvoorbeeld een winkelgebied of op een bedrijventerrein worden gefinancierd. De gemeente Mook en Middelaar heft geen reclamebelasting. Precariobelasting (art. 228 Gw) 67

2.1. Beleidsbegroting Gemeenten heffen precariobelasting als vergoeding voor het gebruik van openbare grond. De precariobelasting wordt specifiek geheven voor het plaatsen van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. De opbrengst valt toe aan de algemene dekkingsmiddelen. Er kan geen precariobelasting geheven worden ter zake van nutsbedrijven op gas-, water- en elektriciteitsleidingen. De gemeente Mook en Middelaar heft geen precariobelasting. Rioolheffing (art. 228a Gw) Rioolheffing wordt geheven op basis van het door de Raad vastgestelde Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2021 (GRP), rekening houdend met de raadsmemo ‘Aanpassing tarief rioolheffing’ van 7 november 2019 om de egalisatievoorziening de komende jaren niet onnodig op te laten lopen. In het GRP zijn de vervangingsinvesteringen opgenomen van het gemeentelijk rioleringsstelsel en de exploitatiekosten voor de aankomende jaren. Het systeem van rioolheffing is een gesloten systeem, waarbij de kosten en de baten aan elkaar gelijk zijn. De compensabele btw mag op grond van artikel 228a lid 3 Gw worden toegerekend aan de kosten. Optioneel wordt meegegeven dat het mogelijk is om tarieven vast te stellen voor éénpersoons of meerpersoonshuishoudens.

De definitieve tarieven voor 2022 en de onderliggende onderbouwing daarvan worden ter vaststelling aan u voorgelegd in de raadsvergadering van 16 december 2021. Naar alle waarschijnlijkheid is dan ook een geactualiseerd GRP beschikbaar, hetgeen kan leiden tot een (beperkte) begrotingswijziging qua lasten en baten. Uitgangspunten tariefstelling De opbrengst van de rioolheffing mag maximaal gelijk zijn aan de kosten van de riolering. Onder de kosten valt ook de compensabele btw conform art. 228a, lid 3 Gw. Het aandeel overheadkosten is gedaald, omdat er meer kosten functioneel aan de diverse programma's zijn toegewezen. Hierdoor ontstaat per saldo een nadeel, omdat deze functionele kosten niet verhaald kunnen worden middels rioolheffing (maar wel eventueel via de onroerende zaakbelastingen). Op basis van de huidige gegevens qua kosten, opbrengst en aantal aansluitingen kan het tarief voor rioolheffing naar beneden worden bijgesteld. Bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid rioolheffing

€

Kosten taakveld

382

Inkomsten taakveld

-3

Netto kosten taakveld

379

Toe te rekenen kosten

379

Overhead

86

Btw in het kader van het BTW-compensatiefonds

53

Totale kosten

518

Opbrengst heffingen

518

Dekkingspercentage

100%

Afvalstoffenheffing (art. 219 Gw jo. 15.33 Wet Milieubeheer) / Reinigingsrecht bedrijven (art. 229 Gw) Met ingang van 2021 wordt het afvalbeheer uitgevoerd in samenwerking met DAR N.V. Evenals in voorgaande jaren het geval was, worden de kosten van het afvalbeheer, waaronder de afvalinzameling en afvalverwerking, doorberekend aan de burgers. In Mook en Middelaar betalen de burgers een vast tarief (vastrecht) en een variabel tarief. Het ophalen van huishoudelijk afval bij particulieren is een

68

Programmabegroting 2022-2025 wettelijke verplichting. Het systeem van afvalstoffenheffing is een gesloten systeem waarbij de kosten en de baten aan elkaar gelijk zijn. De definitieve tarieven voor 2022 en de onderliggende onderbouwing daarvan worden ter vaststelling aan u voorgelegd in de raadsvergadering van 16 december 2021. De gemeenteraad heeft op 30 januari 2020 besloten om over te willen gaan op het zogenaamde ‘omgekeerd inzamelen’, waarbij het restafval niet meer aan huis wordt opgehaald, maar door de inwoners zelf wordt weggebracht. Deze nieuwe inzamelmethodiek is en wordt in 2021 verder uitgewerkt. Afhankelijk van de stand van zaken wordt dit meegenomen in de tariefberekening over 2022. Uitgangspunten tariefstelling De opbrengst van de afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht mag maximaal gelijk zijn aan de kosten van afvalinzameling en -verwerking (inclusief milieustraat). Onder de kosten valt ook de compensabele btw conform art. 229b, lid 2, letter b Gw. Op basis van de huidige gegevens qua kosten, opbrengst en aantal huishoudens en kilogrammen stijgt het tarief minder dan de inflatiecorrectie. Bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid reinigingsheffingen

€

Kosten taakveld

605

Inkomsten taakveld

-82

Netto kosten taakveld

523

Toe te rekenen kosten

523

Overhead

163

Btw in het kader van het BTW-compensatiefonds

119

Totale kosten

806

Opbrengst heffingen

806

Dekkingspercentage

100%

Leges (art. 229 Gw) Leges zijn verschuldigd voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een te leveren dienst, bijvoorbeeld het verstrekken van een paspoort, rijbewijs of omgevingsvergunning. Je betaalt niet voor de vergunning zelf (want het is ook mogelijk dat iemand geen vergunning krijgt, terwijl er wel werkzaamheden zijn verricht). Leges worden jaarlijks met een inflatiepercentage gecorrigeerd (conform de beleidsuitgangspunten). Kostendekkendheid Overeenkomstig het beleid worden de legestarieven 2022 verhoogd met 1,50% wegens inflatiecorrectie. De opbrengst mag maximaal kostendekkend zijn. Wettelijke tarieven zijn hierop een uitzondering. In het vierde kwartaal van 2020 dan wel begin 2021 zou een nieuw onderzoek plaatsvinden naar de kostendekkendheid van de gemeentelijke leges. In verband met het Coronavirus is dit onderzoekt verplaatst naar het vierde kwartaal van 2021. Na afronding van dit onderzoek zal onderstaande tabel vanaf de Programmabegroting 2023 ingevuld worden. Daar waar mogelijk worden de legestarieven al voor 2022 aangepast op basis van de meest recente inzichten qua kostendekkendheid.

69

2.1. Beleidsbegroting

Bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid leges (vanaf B2023)

€

Kosten taakveld

p.m.

Inkomsten taakveld

p.m.

Netto kosten taakveld

p.m.

Toe te rekenen kosten

p.m.

Overhead

p.m.

Btw in het kader van het BTW-compensatiefonds

p.m.

Totale kosten

p.m.

Opbrengst heffingen

p.m.

Dekkingspercentage

100%

Uitgangspunten tariefstelling De opbrengst van de secretarieleges mag maximaal gelijk zijn aan de kosten van behandeling van de aanvragen. Onder de kosten valt ook de compensabele btw conform art. 229b, lid 2, letter b Gw. Aanduiding van de lokale belastingdruk Bij dit onderdeel van de lokale belastingdruk worden de voorlopige tarieven weergegeven, de voorlopige belastingdruk voor 2022 en de belastingdruk van buurgemeenten (over 2021) op basis van een jaarlijks onderzoek door COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden). Overzicht van tarieven In onderstaande tabel zijn de voorlopige tarieven weergegeven op basis van een inflatiecorrectie van 1,50% of op basis van het GRP. Eventuele wijzigingen naar aanleiding van het dekkingsplan zijn hierin meegenomen. Voorlopige tarieven 2022

2022

2021

Algemene inflatiecorrectie

1,50%

2,05%

OZB woningen eigenaren 1)

% woz-waarde

0,1523%

0,1500%

OZB niet-woningen eigenaren 1)

% woz-waarde

0,3806%

0,3750%

OZB niet-woningen gebruikers 1)

% woz-waarde

0,3222%

0,3174%

Rzb

-

n.v.t.

n.v.t.

Forensenbelasting

% woz-waarde

0,2768%

0,2727%

Toeristenbelasting

p.p.p.n.

1,07

1,07

Parkeerbelasting

-

n.v.t.

n.v.t.

per eerste hond

64,68

56,64

Hondenbelasting 2): Eerste hond

70

Programmabegroting 2022-2025 Voorlopige tarieven 2022

2022

2021

Extra honden

per extra hond

93,12

81,48

Kenneltarief

per kennel

450,00

395,04

Reclamebelasting

-

n.v.t.

n.v.t.

Precariobelasting

-

n.v.t.

n.v.t.

Baatbelasting

vast bedrag per perceel

p.m.

p.m.

Rioolheffing

per perceel

132,72

164,68

Afvalstoffenheffing 3)

vastrecht per jaar

149,76

148,80

bedrag per kilo restafval

0,31

0,31

bedrag per kilo GFT

0,11

0,11

1) Eventuele mutaties als gevolg van waardeontwikkeling zijn hierin nog niet meegenomen. 2) Op basis van prognose aantal honden. 3) In verband met overgang naar de DAR in combinatie met omgekeerd inzamelen (uitwerking grondstoffenplan) wordt de kostenstructuur, en daarmee te tarieven, herzien

De definitieve tarieven voor 2022 worden door uw raad vastgesteld middels het vaststellen van de belastingverordeningen, die aangeboden worden voor de raadsvergadering van 16 december 2021. Hierbij worden de laatste ontwikkelingen meegenomen, zoals de besluitvorming omtrent het dekkingsplan en de waardemutatie van de onroerende zaken. Belastingdruk Mook en Middelaar Op basis van de voorlopige tarieven 2022 is de voorlopige lastendruk berekend. In onderstaande grafiek staat de lokale lastendruk per huishouding, waarbij als uitgangspunt is genomen:  een gemiddelde van 167 kg GFT en 204 kg restafval per huishouden per jaar.  Huurders : betalen uitsluitend afvalstoffenheffing;  Woningeigenaren : betalen afvalstoffenheffing, ozb en rioolheffing.

Bedragen in € Lastendruk

2022

2021

231

240

- bij een woningwaarde van € 200k

668

705

- bij een woningwaarde van € 300k

820

855

- bij een woningwaarde van € 500k

1.125

1.155

Huurder: Afvalstoffenheffing

Eigenaar / gebruiker: Onroerende-zaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing

71

2.1. Beleidsbegroting Belastingdruk per jaar bij een woningwaarde van € 300k:

Belastingdruk andere gemeenten COELO onderzoekt jaarlijks de woonlasten per huishouden. In onderstaande tabel zijn van enkele buurgemeenten de woonlasten weergegeven. Omdat de woonlasten over het komende jaar 2022 nog niet altijd bekend zijn, worden de woonlasten van het huidige jaar 2021 vermeld. Mook en Middelaar

Gennep

Heumen

Cuijk

Gemidd. Limburg

Gemidd. Nederland

Eenpersoonshuishouden

869

729

800

720

772

737

Meerpersoonshuishouden

923

791

866

728

832

811

Rangnummer *)

310e

130e

235e

49e

Eenpersoonshuishouden

203

257

152

243

314

326

Meerpersoonshuishouden

258

319

217

251

371

411

Rangnummer *)

32e

95e

11e

28e

Lastendruk 2021 Eigenaar-bewoner

Huurder

Bron: COELO 'Atlas van de lokale lasten 2021'

*) 1e is goedkoopste gemeente Bron: Coelo (www.coelo.nl)

Kwijtscheldingsbeleid Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid tot een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de geheven belasting. De mogelijkheid tot kwijtschelding wordt geregeld in de belastingverordeningen. Kwijtschelding is op basis van de huidige verordeningen (2021) alleen mogelijk voor rioolheffing en afvalstoffenheffing. Voor alle andere belastingen wordt op grond van de huidige belastingverordeningen geen kwijtschelding verleend. Het wel of geen kwijtschelding verlenen kan jaarlijks herzien worden (bij het vaststellen van de belastingverordeningen).

72

Programmabegroting 2022-2025

2.1.16. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Wettelijk kader Artikel 11 BBV. Algemeen Deze paragraaf geeft inzicht in het vermogen van de gemeente Mook en Middelaar om substantiële niet-begrote kosten te dekken die onverwachts kunnen optreden. Tevens wordt inzicht gegeven in de risico’s die per eind september 2021 bekend en van (materieel) belang zijn voor de financiële positie. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is de hoeveelheid aan middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en waarvoor ook geen verzekering of iets dergelijks is afgesloten. Hieronder is in tabelvorm de weerstandscapaciteit vermeld. Vervolgens worden alle afzonderlijke onderdelen toegelicht. Bedragen x € 1.000 Weerstandscapaciteit

2022

Exploitatie Onvoorziene uitgaven

5

Totaal weerstandscapaciteit exploitatie

5

Vermogen - Vrij Besteedbare Reserve

n.v.t.

- Algemene reserve

2.000

- Voorzieningen

n.v.t.

- Stille reserves

n.v.t.

Totaal weerstandscapaciteit vermogen

2.000

Totale weerstandscapaciteit

2.005

Onvoorzien In de begroting is een structureel bedrag opgenomen van € 5k (conform de Financiële verordening Mook en Middelaar 2019) om eventuele incidentele onvoorziene uitgaven op te kunnen vangen. Vrij Besteedbare Reserve De Vrij Besteedbare Reserve (VBR) is wettelijk gezien een algemene reserve. Een deel van deze reserve is 'geblokkeerd' voor het opvangen van risico's (zijnde de Algemene reserve). Het restant is vrij besteedbaar (zijnde de VBR). De VBR wordt veelal ingezet voor dekking van incidentele kosten. De VBR wordt niet meegenomen in de telling van de weerstandscapaciteit. Algemene reserve Deze reserve is niet vrij besteedbaar maar 'geblokkeerd'. De Algemene reserve wordt enkel en alleen gebruikt voor het opvangen van onvoorziene risico’s (voor zover de kosten van een zich voorgedaan risico niet op een andere wijze gedekt kunnen worden). Uitgangspunt is dat, na aanwending van deze reserve, het saldo van € 2 miljoen binnen het tijdsbestek van de meerjarenraming weer op peil gebracht moet worden.

73

2.1. Beleidsbegroting Voorzieningen Voorzieningen worden onder andere gevormd om aan verplichtingen van derden te kunnen voldoen die van enige omvang zijn en die het gevolg kunnen zijn van gedane investeringen. Zo is er bijvoorbeeld een voorziening voor het groot onderhoud van wegen. Omdat een voorziening altijd onderbouwd moet zijn met een verplichting, worden de voorzieningen niet meegenomen in de telling van de weerstandscapaciteit. Stille reserves Er is sprake van een ‘stille reserve’ als de waarde van bezittingen (vaste activa) in het economisch verkeer hoger is dan de boekwaarde in de financiële administratie. Dit betreft bijvoorbeeld enkele pachtgronden of aandelen. Dergelijke activa kunnen veelal niet op korte termijn te gelde worden gemaakt, bijvoorbeeld als gevolg van overeenkomsten. Daarom worden ook stille reserves niet meegenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit. Inventarisatie van de risico’s Risico’s Tegenover de weerstandscapaciteit staan risico’s, die niet (geheel) gedekt zijn en van substantieel belang (kunnen) zijn. Er worden alleen risico's vermeld met een substantiële omvang, risico's zijn per definitie incidenteel, risico's komen niet ten laste van het rekeningresultaat en er zijn geen voorzieningen voor getroffen. Optredende risico's worden gedekt door de Algemene reserve.

De waarschijnlijkheid dat een risico zich voordoet wordt onderverdeeld in Zeer laag (10%), Laag (25%), Midden (50%), Hoog (75%) en Zeer hoog (90%). Maatregelen kunnen zijn: Accepteren, Overdragen (bijv. verzekeren), Preventief, Reductie (bedrag of risico verkleinen). Nr STR/INC

Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico

1

Verbonden partijen

INC 2

Accepteren Verbonden partijen

INC

Accepteren

Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting

Berekende omvang risico

MGR MGR Uitgangspunt is dat de MGR zelf geen Het ingeschatte weerstandsvermogen weerstandsvermogen opbouwt, maar van de MGR wordt 'doorgeschoven' dat deelnemende gemeenten hiermee naar de deelnemende gemeenten. rekening houden. Voor de MGR bedraagt ons aandeel voor 2022 € 66k. € 66k Midden 50% € 33k Aandelenkapitaal NV's en BV's Het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders is beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal in de vennootschappen (art. 2:81 BW).

€ 555k

74

Periodiek wordt beoordeeld of we blijven deelnemen in het aandelenkapitaal van de diverse vennootschappen. De grootste deelnemingen zijn BNG (€ 309k), Enexis (€ 116k), DAR (€ 116k) en WML (€ 14k).

Laag

25%

€ 138,75k

Programmabegroting 2022-2025 Nr STR/INC

Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico

3

Juridische zaken

INC 4

Accepteren Archief

INC 5

Accepteren Onderwijs

INC

Reductie

Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting

Proceskosten Proceskosten komen incidenteel voor, maar kunnen leiden tot forse bedragen. € 200k

Berekende omvang risico

Door intern de juiste procedures te doorlopen, wordt de kans op processen verminderd, maar nooit helemaal weggenomen.

Zeer laag

10%

€ 20k

Archief / Informatiebeheer Archief / Informatiebeheer De archieffunctie krijgt een nieuwe De ontwikkelingen worden blijvend plaats in de digitale samenleving. We gemonitord en daar waar nodig zijn bijvoorbeeld verplicht aan te sluiten financieel vertaald. op het e-depot (digitaal te bewaren archieven). Het koppelen van systemen en centraal beheren van informatie is de basis om informatie op een juiste manier te kunnen ontsluiten. Voor onze inwoners komt dit bijvoorbeeld tot uiting in de digitale dienstverlening via de website. De toekomst vraagt dat we ons informatielandschap weloverwogen inrichten mede in relatie tot informatiebeveiliging. Deze ontwikkelingen hebben budgettaire consequenties. € 150k Midden 50% € 75k Het Kandinsky-college in Molenhoek is een permanente nevenvestiging onder bestuur van de Scholengroep Nijmegen. De gemeente is op grond van de Wet Voortgezet Onderwijs verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw, herstel van constructiefouten, herstel van schade. Voor dit laatste is zij verzekerd.

€ 120k

75

De huisvesting van onderwijsgebouwen behoort tot de gemeentelijke zorgplicht. Uit kwalitatieve onderzoeken is gebleken dat het Kandinsky-college slecht scoort op punten als duurzaamheid, ventilatie en functionaliteit. Uit een haalbaarheidsonderzoek is gebleken dat binnen de huidige wet- en regelgeving en financieringsstructuur vervangende nieuwbouw financieel niet haalbaar is. Er is wel nieuwe regelgeving in voorbereiding, die de definitie en verantwoordelijkheid voor renovatie nader moet regelen en de afweging tussen renovatie en nieuwbouw makkelijker moet maken. Deze regelgeving wordt niet eerder verwacht dan 2023. Midden 50% € 60k

2.1. Beleidsbegroting Nr STR/INC

Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico

6

Dividend

INC 7

Accepteren Dividend

INC 8

Accepteren Haven

INC

Accepteren

Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting

BNG Van de BNG ontvangen wij o.b.v. ons aandelenbezit jaarlijks dividend over het afgelopen jaar. Het beleid van de BNG is om 25% van de nettowinst uit te keren aan de aandeelhouders. De verwachte dividenduitkering à € 224k (conform begrotingsbrief provincie) is structureel opgenomen in de begroting, echter het is een risico of het geraamde bedrag aan inkomsten ook daadwerkelijk wordt ontvangen. € 224k

Berekende omvang risico

Het te ramen bedrag voor de dividendopbrengst van de BNG wordt bepaald op hetgeen de Provincie in haar jaarlijkse begrotingsbrief vermeldt. Als hiervan wordt afgeweken, moet hiervoor een goede verklaring zijn. Het is altijd mogelijk dat (een deel van) de geraamde dividendbaten niet gerealiseerd worden. Dit risico wordt laag ingeschat en acceptabel bevonden.

Laag

25%

€ 56k

Wij zijn aandeelhouder van Enexis, dat de infrastructuur van de energievoorziening in bezit heeft. Daarnaast zijn wij aandeelhouder in enkele kleinere vennootschappen die zijn opgericht bij de verkoop van Essent. In de begroting is rekening gehouden met een dividendopbrengst van € 64k.

€ 64k

Het te ramen bedrag voor de dividendopbrengst van Enexis wordt bepaald op hetgeen de Provincie in haar jaarlijkse begrotingsbrief vermeldt. Als hiervan wordt afgeweken, moet hiervoor een goede verklaring zijn. Het is altijd mogelijk dat (een deel van) de geraamde dividendbaten niet gerealiseerd worden. Dit risico wordt laag ingeschat en acceptabel bevonden. Laag 25% € 16k

Dichtslibben haven mede als gevolg Wij hebben geen invloed op externe van extreme hoogwaterstanden. factoren, zoals waterstanden, stroomGeschatte kosten herstel €125k. De snelheden en mate van eventueel exacte kosten voor het opslaan van het dichtslibben. Dit risico valt hierdoor slib worden bepaald door het tijdstip onder de categorie ‘Accepteren’. van baggeren en de opslagcapaciteit. € 125k Midden 50% € 62,5k

76

Programmabegroting 2022-2025 Nr STR/INC

Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico

9

Haven (bouwkundig)

INC 10

Reductie Sociale woningbouw

INC

Accepteren

Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting

Berekende omvang risico

Er is (momenteel) geen Het op te stellen onderhoudsplan aan onderhoudsplan voor de bouwkundige de passantenhaven kan worden staat van de haven. Er zijn ook geen gekoppeld aan de integrale visie voor middelen beschikbaar om eventueel de ontwikkeling en inrichting van het onderhoud te plegen aan de gebied Maas-oever(zone), die naar bouwkundige staat van de haven. Zie verwachting de komende jaren op het ook de paragraaf onderhoud kapitaal- programma zal staan. Hierna kan het goederen. De kosten worden als risico afgebouwd of verwijderd worden. stelpost geraamd op € 500k. Nadat er een onderhoudsplan is opgesteld en de dotatie aan de voorziening voor groot onderhoud structureel in de begroting is opgenomen, kan dit risico verwijderd worden. € 500k Laag 25% € 125k Woningbouwcorporaties sluiten voor Per 31 december 2020 staat er voor de het uitvoeren van hun taak veelal sociale woningbouw een bedrag aan leningen af waarbij de gemeente leningen uit van ongeveer € 10,1 gevraagd wordt om als achtervang te miljoen (restant schuld) op een dienen. Hiermede wordt bereikt dat de hoofdsom van € 14,4 miljoen. Wij geldgever met een lagere kwantificeren het risico op 50% van de rentevergoeding genoegen neemt omvang van de leningen. Het risico dat omdat de gemeente als achtervang er daadwerkelijk een beroep gedaan een zekere debiteur is. Sinds een wordt op de gemeente is minimaal.

aantal jaren is het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) in het leven geroepen, dat de functie van de gemeente overneemt en waardoor de woningbouwcorporaties met slechts één instituut te maken hebben en de zekerheid voor de gemeenten groter is. Bestaande leningen blijven tot aan het einde van de looptijd nog gewoon bij de gemeenten als achtervang-instituut. Door het WSW is de veiligheid nu nog beter geborgd. € 5.050k Zeer laag 10% € 505k

77

2.1. Beleidsbegroting Nr STR/INC

Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico

11

Starterslening

INC 12

Accepteren UPW

INC

Accepteren

Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting

Berekende omvang risico

In de raad van april 2010 is de De gemeente dient in dit fonds Verordening starterslening maximaal € 130.000 te storten. De vastgesteld. Hierbij is tevens een fonds provincie Limburg stort vervolgens in het leven geroepen waarop starters maximaal een drievoudig bedrag in het op de woningmarkt een beroep kunnen fonds (dus aandeel gemeente 25%, doen voor het aantrekken van een aandeel provincie 75%). De lener dient lening. Deze lening wordt verstrekt vervolgens de lening volgens de onder bepaalde voorwaarden en tot bepalingen uit de verordening af te een maximum bedrag tegen gunstige lossen aan de kredietverstrekkers. condities. Bij het vaststellen van de Startersleningen lopen via de SVn. Jaarstukken 2014 is door de raad besloten om het plafond van de starterslening te verhogen naar € 130k. € 130k Laag 25% € 32,5k Bij een tekort op het budget bestaat de Uitgangspunt is 100% kosten ten mogelijkheid om een vangnetuitkering opzichte van de ontvangen bijdragen aan te vragen. Dat is alleen mogelijk van het Rijk. Het eigen risico onder de als over sprake is van een tekort dat vangnetuitkering wordt geaccepteerd meer bedraagt dan 7,5% van het als risico. Jaarlijks wordt de stand van budget.

Daarnaast moet er over de 3 zaken met betrekking tot het eigen voorgaande jaren gecumuleerd ook risico / mogelijke aanvraag voor de een tekort zijn dat meer bedraagt dan vangnetuitkering, voorgelegd aan de 7,5% van het budget. De gemeente raad. heeft dan een zogenoemd getrapt eigen risico dat maximaal uit komt op 10% van het budget ofwel € 150k. Overigens verwachten we dat het budget in 2022 toereikend zal zijn en er geen tekort op zal treden. Dat is, bij gelijkblijvende omstandigheden, ook de verwachting voor 2023. € 150k Midden 50% € 75k

78

Programmabegroting 2022-2025 Nr STR/INC

Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico

13

Woonplaatsbeginsel

INC

Accepteren

Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting

Met ingang van 1 januari 2022 is het nieuwe woonplaatsbeginsel van kracht. Dit betekent dat onze gemeente verantwoordelijk wordt voor een nieuwe populatie jeugdigen en dat tegelijkertijd andere gemeenten verantwoordelijk worden voor een aantal van onze huidige jeugdigen. Het is hierbij van belang te beseffen dat het gaat om jeugdigen in zorg met verblijf waarbij de kosten per jeugdige op jaarbasis kunnen variëren van € 15.000 (bij pleegzorg) tot € 150.000 (bij gesloten jeugdzorg). Het Ketenbureau i-sociaal domein biedt ondersteuning bij het in beeld brengen van de huidige populatie en het bepalen van de verantwoordelijke gemeente.

Berekende omvang risico

Wanneer gemeenten er samen niet uitkomen wie verantwoordelijk is voor de kosten van de jeugdige is er een compensatieregeling. Deze regeling zorgt er onder andere voor dat de zorg van de jeugdige nooit in het geding komt. Het nieuwe woonplaatsbeginsel kan zowel een negatief als een positief gevolg hebben op de kosten die wij maken. Incidenteel kunnen deze kosten gedekt worden uit reserves. Ten tijde van de zomerrapportage 2022 en begroting 2023 is het duidelijk wat de structurele gevolgen zijn voor onze gemeente.

Daarnaast wordt met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel een compensatieregeling van kracht voor in principe twee jaar. De compensatieregeling wordt bekostigd uit het macrobudget Jeugd aangezien het een verdeeltechnisch probleem betreft. € 330k Midden

50%

€ 165k

Bedragen x € 1.000 Incidenteel Risico

Kwantificering

Structureel

Berekend bedrag

Kwantificering

Berekend bedrag

Zeer laag (10%)

5.250

525

0

0

Laag (25%)

1.473

368

0

0

Midden (50%)

941

471

0

0

Hoog (75%)

0

0

0

0

Zeer hoog (90%)

0

0

0

0

7.664

1.364

0

0

Totaal

Het totaal van het berekende risicobedrag komt daarmee uit op € 1.364k.

79

2.1. Beleidsbegroting Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's (weerstandsvermogen) Bepaling en betekenis weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt gedefinieerd als de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om mogelijke tegenvallers op te vangen zonder dat dit onmiddellijk invloed heeft op het beleid. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de gemeente. Ratio weerstandsvermogen De ratio, die uit de hiervoor gehanteerde berekening volgt, kan worden gewaardeerd. Wij hanteren de indeling zoals aangegeven door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement. Beoordelingstabel weerstandsvermogen Categorie

Ratio weerstandsvermogen

Betekenis

vanaf

tot

A

2

∞

Goed / Uitstekend

B

1,4

2

Ruim voldoende

C

1

1,4

Voldoende

D

0,8

1

Matig

E

0,6

0,8

Onvoldoende

F

-∞

0,6

Ruim onvoldoende

De gemeente Mook en Middelaar wenst minimaal een ratio te hebben in categorie C – voldoende. Dit betreft een ratio tussen de 1,0 en 1,4. Daarnaast wordt als (structurele) bovengrens een ratio van 3,0 gehanteerd. De argumenten hiervoor zijn:  Een voldoende weerstandsvermogen voorkomt dat incidentele tegenvallende financiële resultaten leiden tot financiële problemen voor de gemeente;  Een bovengrens voorkomt het onnodig aanhouden van een (te) grote Algemene reserve. Als de ratio drie achtereenvolgende jaren hoger dan 3 is, zal worden voorgesteld om de Algemene Reserve te verlagen. De periode van drie jaar wordt gehanteerd om een ‘jojo-effect’ te voorkomen;  Het voorkomen dat onvoorziene omstandigheden grote afwijkingen veroorzaken in de continuïteit van de uit te voeren taken. Als risico's zich daadwerkelijk voordoen, ondanks de genomen beheersmaatregelen, dan kan een beroep gedaan worden op de weerstandscapaciteit. Uitgangspunt hierbij is dat eerst wordt onderzocht of de gemeente ook andere mogelijkheden heeft om de gevolgen van risico’s op te vangen. Denk bijvoorbeeld aan het aanwenden van eventueel onbenutte budgetten, bezuinigingen of bijstellingen van bestaand beleid.

Voor het inzetten en aanvullen van de weerstandscapaciteit wordt vooralsnog uitgegaan van de volgende uitgangspunten:  Zodra in enig jaar - door het optreden van risico’s - de ratio minder wordt dan voldoende (score 1) en dit niet binnen de scope van de meerjarenraming kan worden aangevuld tot aan minimaal een score van matig (score tussen 0,8 en 1,0), dan worden ook (bestuurlijke) afwegingen gemaakt voor andere mogelijkheden om de gevolgen van risico’s of tegenvallers op te vangen.  Als het weerstandsvermogen lager is dan voldoende (minder dan ratio 1,0) worden (incidentele) meevallers ingezet om het tekort op te vullen, tenzij bestuurlijk is besloten tot andere maatregelen.

80

Programmabegroting 2022-2025 Ratio weerstandsvermogen De ratio voor het weerstandsvermogen bedraagt 1,5 (weerstandscapaciteit € 2.005k gedeeld door risico's € 1.364k. Deze ratio valt in klasse 'B Ruim voldoende'. Op basis van een minimale klasse 'C Voldoende', kan geconcludeerd worden dat de gemeente Mook en Middelaar op dit moment voldoende capaciteit heeft om eventuele risico’s op te vangen. Verloop van de kengetallen Kengetallen

W2020

B2021

B2022

B2023

B2024

B2025

Netto schuldquote

-13%

15%

12%

22%

32%

53%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-16%

12%

10%

19%

30%

51%

Solvabiliteitsratio

32%

30%

31%

27%

25%

20%

Structurele exploitatieruimte

-7%

-5%

1%

-1%

0%

-1%

Grondexploitatie (n.v.t.)

0%

0%

0%

0%

0%

0%

Belastingcapaciteit

104%

110%

98%

98%

98%

98%

Kengetallen Naast de ratio voor het weerstandsvermogen zijn gemeente verplicht om onderstaande kengetallen te verstrekken. Deze kengetallen mogen alleen in gezamenlijkheid beoordeeld worden voor de beeldvorming met betrekking tot de financiële positie van de gemeente (zie tabel onderaan deze paragraaf). 1a Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast (vaste schuld en vlottende schulden) ten opzichte van de eigen middelen (vlottende activa). Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een negatieve schuldquote betekent dat er geen netto-schuld is, maar dat er een overschot is aan liquide middelen en vorderingen. 1b Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit betreft hetzelfde kengetal als de netto schuldquote, maar nu wordt bij de eigen middelen niet alleen de vlottende activa meegenomen, maar ook de uitgezette leningen. Dit kengetal is altijd gelijk of lager dan de netto schuldquote. 2. Solvabiliteitsratio Het solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate wij in staat zijn om op de lange termijn aan de financiële verplichtingen te voldoen. Zoals uit de balans valt op te maken, bedraagt het eigen vermogen € 5,1 miljoen en het totaal vermogen € 16,5 miljoen. Dit betekent dat de verhouding eigen vermogen/totaal vermogen 0,31 is.

De gangbare minimumnorm voor deze solvabiliteitsratio ligt bij niet-financiële ondernemingen tussen de 0,25 en 0,40. Hoe hoger de ratio hoe solvabeler de organisatie is. Met een ratio van 0,31 voldoet de gemeente Mook en Middelaar aan de gangbare norm. 3. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De gemeente Mook en Middelaar heeft geen actieve grondexploitaties (aankopen, bouw- en woonrijp maken en weer verkopen). Het kengetal bedraagt 0%. 4. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van

81

2.1. Beleidsbegroting de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage is een structureel overschot. De begroting is voor 2022 structureel in evenwicht. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit wordt berekend op basis van de woonlasten van een belastingplichtige (meerpersoonshuishouden met eigen woning) in Mook en Middelaar ten opzichte van het landelijk gemiddelde van het laatst bekende begrotingsjaar. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2022 is dat 2021. Mook en Middelaar zit op basis van dit kengetal onder het landelijk gemiddelde, waarbij wordt opgemerkt dat de belastingtarieven over 2022 nog voorlopig zijn. Verder mogen de afvalstoffenheffing en rioolrecht maximaal 100% kostendekkend zijn. In de raadsvergaderingen van 16 december 2021 worden de nieuwe belastingverordeningen voor 2022 ter besluitvorming aan u voorgelegd. Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie De diverse kengetallen zijn onderling redelijk consistent en bevestigen het beeld van een gezonde financiële positie. Mook en Middelaar heeft slechts één uitstaande geldlening van € 726k (per 1 januari 2022), die jaarlijks met zo’n € 182k wordt afgelost. Aan de andere kant is er ongeveer € 4,0 miljoen aanwezig in ’s Rijks schatkist (na aftrek van de betaling van alle restant kredieten).

Qua exploitatie is er nagenoeg een structureel sluitende (meerjaren)begroting uitgaande van het voorgestelde dekkingsplan. Op basis van de categoriale indeling zit de gemeente Mook en Middelaar alleen in de categorieën A en B (minst risicovol dan wel gemiddeld). De kengetallen moeten niet afzonderlijk beoordeeld worden, maar bepalen gezamenlijk het financiële beeld. Kengetal

Waarde M&M Categorie A

Categorie B

Categorie C

Netto schuldquote zonder correctie

12%

< 90%

90 - 130%

> 130%

Netto schuldquote met correctie)

10%

< 90%

90 - 130%

> 130%

Solvabiliteitsratio

31%

> 50%

20 - 50%

< 20%

Structurele exploitatieruimte

1%

positief

neutraal

negatief

Grondexploitatie

0%

< 20%

20-35%

> 35%

Belastingcapaciteit

98%

< 95%

95 - 105%

> 105%

82

Programmabegroting 2022-2025

2.1.17. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Wettelijk kader Artikel 12 BBV.

Onderstaande tabel bevat de actuele stand van zaken met betrekking tot de beheerprogramma's. Beheerplan

Omschrijving / Naam

Periode

Datum vaststelling Raad Te herzien in

Wegen

Wegenbeheerplan Meerjarenplanning

2020-2025

12 december 2019

Kunstwerken (Bruggen)

Meerjaren onderhoudsplan bruggen

2018-2067

15 september 2016

Openbare verlichting

beleidsnota openbare verlichting

2016-2020

10 december 2015

2022

Riolering

Gemeentelijk Rioleringsplan Mook en Middelaar (GRP)

2017-2021

8 december 2016

2021

Water

geen onderhoudsplan

-

-

-

Groen

Groenbeheerplan

2016-2019

*)

Nog te bepalen

Gebouwen

Meerjarig onderhoudsplan (MJOP)

2020-2023

2025

Looptijd 5 jaar 50 jaar

2023

5 jaar

-

4 jaar

*) Besluitvorming door College van burgemeester en wethouders.

Wegen 1.

Wegen

Doel De gemeente is verantwoordelijk voor de instandhouding en het veilig gebruik van de verhardingen die zij in beheer heeft. Beleidskader Al jaren voert de gemeente structureel en planmatig onderhoud uit aan de verhardingen. Het gemeentelijke Wegenbeheerplan is hierbij richtinggevend. Het plan geeft inzicht in de kwaliteit en onderhoudsbehoefte van de gemeentelijke wegen/verhardingen en de financiële middelen die hiervoor nodig zijn. Het plan wordt voor een bepaalde tijd vastgesteld en er is in 2019 een nieuw plan opgesteld voor de periode 2020 - 2024. In 2020 is het plan uitgebreid naar 5 jaren zodat het nu tot 2025 vastligt. Onderhoudsniveau Het onderhoudsniveau van de wegen is vastgesteld op het niveau B van de landelijke CROW systematiek. Dit komt min of meer overeen met het niveau van instandhouding van de verhardingen, voorkomen dat (technische) normen worden overschreden.

83

2.1. Beleidsbegroting Financiële consequenties beleidskader De meerjarenplanning voor het structureel en planmatig onderhoud bedraagt op basis van het nieuwe Wegenbeheerplan voor de jaren 2020 tot en met 2025 op jaarbasis een bedrag van gemiddeld ongeveer € 152k voor groot onderhoud, inclusief een toeslag van 6-10% voor de kosten van de voorbereiding, verkeersmaatregelen, administratie en toezicht op de werkzaamheden. Financiële consequenties in de begroting Om de onderhoudsvoorziening voor het (groot) wegonderhoud op peil te houden werd er jaarlijks € 155k aan toegevoegd. Per 31 december 2020 bedroeg het saldo van de voorziening €333k. Het verloop van de voorziening is als volgt: Bedragen x € 1.000 Voorziening groot onderhoud wegen Jaar

Stand per 1-1

Dotatie

Vrijval

Aanwending

Stand per 31-12

2021

333

155

0

207

281

2022

281

155

0

165

272

2023

272

155

0

113

314

2024

314

155

0

140

328

2025

328

155

0

140

343

Voortgang van het geplande onderhoud De onderhoudswerkzaamheden worden overeenkomstig de planning van het Wegenbeheerplan uitgevoerd. Werkproces: voorbereiding (onderzoek), aanbesteding en uitvoering. Werkzaamheden worden zo veel mogelijk gecombineerd en afgestemd met gemeentelijke (bouw)ontwikkelingen. Streven naar integraal werken. Zo mogelijk wordt het onderhoud aan de wegen gecombineerd met andere ontwikkelingen en/of onderhoudswerkzaamheden (integraal werken). Omvang achterstallig onderhoud Op basis van huidig inzicht is er geen sprake van achterstallig onderhoud.

2.

Kunstwerken (Bruggen)

'Kunstwerken (bruggen)' is geen verplicht onderdeel op grond van artikel 12 BBV, maar is volledigheidshalve toegevoegd. Doel De gemeente is verantwoordelijk voor de instandhouding en het veilig gebruik van de verkeersbruggen binnen de gemeente. Het betreft twee bruggen, de brug Witteweg te Plasmolen en de brug Cuijksesteeg in Mook. Beleidskader Op 15 september 2016 heeft u het ‘Meerjaren onderhoudsplan bruggen' vastgesteld. Het plan voorziet in het structurele / planmatige onderhoud aan de bruggen. Dit geeft een doorkijk voor de komende vijftig jaar (planperiode 2018-2067). Onderhoud op basis van instandhouding van de huidige functionaliteit van de bruggen. Met het plan is dit gewaarborgd. Onderhoudsniveau Het onderhoudsniveau van de bruggen is vastgesteld op niveau in stand houden. Financiële consequenties beleidskader 84

Programmabegroting 2022-2025 Voor de financiering van de onderhoudswerkzaamheden op de langere termijn (instandhouding) is er een voorziening groot onderhoud bruggen aanwezig. De jaarlijkse dotatie aan de voorziening bedraagt € 23k. Door de jaarlijkse dotatie is de voorziening gedurende een looptijd van 50 jaar nergens negatief. Financiële consequenties in de begroting Het verloop van de voorziening is als volgt: Bedragen x € 1.000 Voorziening groot onderhoud kunstwerken (bruggen) Jaar

Stand per 1-1

Dotatie

Vrijval

Aanwending

Stand per 31-12

2021

16

23

0

0

39

2022

39

23

0

17

45

2023

45

23

0

0

69

2024

69

23

0

0

92

2025

92

23

0

10

105

Voortgang van het geplande onderhoud In 2022 zal het onderhoud aan de brug in de Cuijksesteeg plaatsvinden. Het betreft hier het conserveren van de metalen onderdelen. Hierin bevindt zich Chroom6, waardoor er gekeken moet worden naar een juiste uitvoeringsmethode. Naar aanleiding van deze uitvoeringsmethode zal er onderhoud ingepland worden. De overige onderhoudswerkzaamheden worden overeenkomstig de planning van het Meerjaren onderhoudsplan bruggen uitgevoerd. Omvang achterstallig onderhoud Door invulling te geven aan het Meerjaren onderhoudsplan bruggen kan achterstallig onderhoud worden voorkomen.

3.

Openbare verlichting

'Openbare verlichting' is geen verplicht onderdeel op grond van artikel 12 BBV, maar is volledigheidshalve toegevoegd. Doel De gemeente is verantwoordelijk voor de instandhouding van de openbare verlichting binnen de gemeente, dit voor de sociale en verkeersveiligheid. Beleidskader In 2022 zal er een vervolg gemaakt worden op de “beleidsnota openbare verlichting 2016-2020". In 2020 is reeds gekeken naar de investeringen op langere termijn, deze zullen in het voorstel van 2022 verwerkt worden. De gemeente is verantwoordelijk voor goede openbare verlichting. Met deze beleidsnota zal de vervangingsopgave van lichtmasten en armaturen inzichtelijk gemaakt worden en zijn beleidsdoelstellingen en -uitgangspunten vastgelegd. Een van de voornaamste doelen is het verduurzamen en moderniseren van onze openbare verlichting, door masten en armaturen die ouder zijn dan respectievelijk 50 en 25 jaar te inventariseren, inspecteren en waar nodig te vervangen. Burgers worden in de gelegenheid gesteld tips en aanbevelingen voor de straatverlichting aan te dragen. De vervanging van openbare verlichting wordt per jaar voorbereid, aanbesteed en uitgevoerd. Onderhoudsniveau Het onderhoudsniveau van de openbare verlichting is vastgesteld op niveau goed. 85

2.1. Beleidsbegroting Financiële consequenties beleidskader De kosten voor de vervangingsopgave voor de komende 5 jaar zijn geraamd op € 177k, wat gemiddeld per jaar neerkomt op € 36k. Bij de berekening is uitgegaan van een 1-op-1 vervanging door een moderne LED-installatie, inclusief arbeid, materiaal, kosten voor Enexis en 5% optimalisatie. Bij optimalisatie kan men denken aan het bijplaatsen van een of meerdere masten in een straat om een wenselijk straatbeeld en verlichtingsniveau te realiseren. Financiële consequenties in de begroting Vanaf 1 januari 2017 moeten de investeringen in voorzieningen met maatschappelijk nut, dus ook openbare verlichting, worden geactiveerd en worden afgeschreven. Er wordt geen voorziening gevormd. Over de investeringen wordt afgeschreven ten laste van de exploitatie. Bedragen x € 1.000 Voorziening groot onderhoud openbare verlichting (n.v.t.) Jaar

Stand per 1-1

Dotatie

Vrijval

Aanwending

Stand per 31-12

2021

0

0

0

0

0

2022

0

0

0

0

0

2023

0

0

0

0

0

2024

0

0

0

0

0

2025

0

0

0

0

0

Voortgang van het geplande onderhoud Jaarlijks worden de geplande vervangingen uitgevoerd. Hierbij wordt er ook gekeken of zaken kunnen worden gecombineerd. Omvang achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

Riolering Doel Invulling geven aan de gemeentelijke watertaken, dit op het gebied van afvalwater, regenwater en grondwater. Meer concreet het in stand houden en verbeteren van de gemeentelijke riolering en voorzieningen voor de opvang en verwerking van het regenwater. Dit alles om te komen tot een goed functionerend(e) waterketen en watersysteem en daarmee het terugdringen van de kans op wateroverlast. Beleidskader De invulling van de gemeentelijke watertaken, en de financiering ervan, is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan Mook en Middelaar (GRP), dat op 8 december 2016 door de gemeenteraad is vastgesteld. De planperiode van het GRP bestrijkt de jaren 2017 tot en met 2021. In het GRP is de vroegere specifieke zorg voor de riolering omgebogen naar de zorg voor het gemeentelijk waterbeheer. Dus niet specifiek het (stedelijk) afvalwater maar ook het regenwater en grondwater. Een verbreding van de taken. In 2021 wordt/is er een nieuw GRP opgesteld en wordt vastgesteld door de gemeenteraad, voor de planperiode 2022-2026.

86

Programmabegroting 2022-2025 In het GRP is er aandacht voor het onderhoud en het in stand houden van de (water)voorzieningen, het doen van metingen en onderzoek, het terugdringen van de vuiluitworp naar oppervlaktewater en het terugdringen van de kans op wateroverlast ten gevolge van hevige neerslag. De afgelopen jaren zijn hierin al vorderingen gemaakt, wel baart de toenemende extreme neerslag zorgen. Hiervoor is blijvende aandacht in de vorm van generieke en specifieke maatregelen, zoals het afkoppelen van verhardingen en het creëren van berging. Hierbij worden ook de bewoners betrokken en gestimuleerd. Dit in de vorm van voorlichting en advies en ook met de mogelijkheid van een geldelijke bijdrage (dit laatste in samenwerking met het waterschap Limburg). De mogelijkheid voor samenwerking met andere overheden en partijen is ook een blijvend aandachtspunt. Dit onder andere om de kosten voor de watertaken te verlagen. Hierbij is het streven om de wettelijke watertaken tegen de laagst mogelijke lasten uit te voeren. Onderhoudsniveau Het onderhoudsniveau van de riolering is vastgesteld op niveau instandhouding / functionaliteit. Financiële consequenties beleidskader De financiële gevolgen van de uitvoering van het GRP komen via de rioolheffing ten laste van de burgers.

Het tarief voor de rioolheffing wordt vastgesteld op basis van de financieringssystematiek van het GRP (kostendekkingsberekening) en geldt per aansluiting op de gemeentelijke riool- of zuiveringsvoorziening. Bij de (jaarlijkse) behandeling van het voorstel voor de belastingtarieven wordt het bedrag van de rioolheffing vastgesteld. Financiële consequenties in de begroting De dekking van de kosten voor het reguliere (dagelijks) onderhoud vindt plaats middels budgetten in de exploitatie. Nieuwe rioleringen worden geactiveerd en leiden tot kapitaallasten. De voorziening groot onderhoud riolering gedraagt zich meer als een tariefegalisatievoorziening, waarbij het saldo van de lasten en baten wordt geëgaliseerd. Riolering en rioolheffing is financieel een gesloten systeem. Het verloop van de voorziening is als volgt: Bedragen x € 1.000 Voorziening groot onderhoud riolering (tariefegalisatie) Jaar

Stand per 1-1

Dotatie

Vrijval

Aanwending

Stand per 31-12

2021

4.305

0

0

0

4.305

2022

4.305

0

0

0

4.305

2023

4.305

0

0

0

4.305

2024

4.305

0

0

0

4.305

2025

4.305

0

0

0

4.305

Voortgang van het geplande onderhoud Het dagelijks onderhoud en de inspanningen en werkzaamheden die voortvloeien uit het GRP worden voorbereid en uitgevoerd. Hierbij is het streven naar integraal werken, synergie en doelmatigheid. Omvang achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

87

2.1. Beleidsbegroting

Water Passantenhaven Doel Mook en Middelaar heeft op het gebied van ‘water’ enkel de verplichting om de passantenhaven bevaarbaar te houden en het in stand houden van de functionaliteit van de haven, als bouwkundige voorziening. Beleidskader Inzicht hebben en houden in de diepgang en de staat van de passantenhaven als 'bouwwerk'. Onderhoudsniveau De metingen van de diepgang in de haven wijzen uit dat de haven bevaarbaar is. Met metingen wordt dit gevolgd. Tot op heden is er geen onderhoudsplan voor de passantenhaven zelf, de waterbouwkundige (constructieve) onderdelen. De haven dateert uit de jaren negentig van de vorige eeuw. Het is raadzaam om inzicht te krijgen in de staat van onderhoud en het benodigd toekomstig budget voor de instandhouding van de voorzieningen. Inzicht in de onderhoudsbehoefte, en het waarborgen daarvan, kan worden gekoppeld aan de wens van de ontwikkeling van het gebied Maaskade. Hierbij streven naar een integrale benadering en uitwerking, zowel ruimtelijk, functioneel als (onderhouds)technisch. Vanuit het oogpunt van onderhoud en beheer is deze inspanning niet vrijblijvend, ook niet in tijd. Als deze visie om welke redenen dan ook op zich laat wachten, is het wenselijk om los hiervan een onderhoudsplan op te stellen.

Financiële consequenties beleidskader Indien het uitbaggeren van de passantenhaven noodzakelijk is, worden de kosten daarvan geschat op € 150k. Deze kosten zijn niet in de begroting opgenomen. Het dichtslibben is onder andere afhankelijk van het gebruik van de haven en zandverplaatsingen bij extreme hoogwaterstanden. De exacte kosten worden mede bepaald door het tijdstip waarop het baggeren noodzakelijk is en door de benodigde opslagcapaciteit voor het slib. Deze post is wel opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Financiële consequenties in de begroting De dekking van de kosten voor het onderhoud vindt plaats door middel van het reserveren van budgetten in de exploitatie. Er is hiervoor op dit moment geen budget en geen voorziening aanwezig. Voortgang van het geplande onderhoud Ten aanzien van het bevaarbaar houden van de haven zijn er geen bijzonderheden te melden en worden er geen acties voorzien. Omvang achterstallig onderhoud Niet van toepassing.

88

Programmabegroting 2022-2025

Groen Doel Het onderhouden en beheren van het gemeentelijk groen. Dit betreft plantsoenen, hagen, bomen, en het sportpark in Middelaar. Beleidskader Het beleidskader was vastgelegd in het Groenstructuurplan. De planperiode van het Groenstructuurplan is in 2020 afgelopen. We kiezen er voor om geen nieuw Groenstructuurplan op te stellen. De gemeentelijke groenstructuur is onderdeel van de Omgevingsvisie, waarin de ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de langere termijn worden vastgelegd. Het opstellen van de Omgevingsvisie volgt op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Onderhoudsniveau Het onderhoudsniveau van het openbaar groen is vastgesteld op niveau sober. Financiële consequenties beleidskader In de begroting zijn de kosten voor het reguliere beheer en onderhoud van het openbaar groen opgenomen. Financiële consequenties in de begroting Het groenonderhoud vindt geheel plaats door middel van het budgetteren in de exploitatie. Er is hier geen voorziening voor. Voortgang van het geplande onderhoud De onderhoudswerkzaamheden worden conform het beheerplan uitgevoerd. Het reguliere onderhoud van het openbaar groen wordt uitgevoerd door INTOS/Buitenwerk. Voor specifieke onderhoudstaken zoals het onderhoud van de sportvelden, maaien van bermen, onderhoud hondenuitlaatstroken, onderhoud hagen en beheersen eikenprocessierups worden aannemers ingehuurd.

Daarnaast voert de eigen dienst diverse onderhoudstaken uit zoals het snoeien van bomen en het maaien van gras- en sportvelden. Omvang achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

Gebouwen

Doel Het college hanteert het Meerjarig onderhoudsplan (MJOP) 2020 voor onderstaande gebouwen:  Het gemeentehuis  De brandweerkazerne/gemeentewerf, de zoutloods en het kca-depot (milieustraat)  Sportaccommodatie De Heikant (Astrantia)  Sportaccommodatie De Maasvallei (Eendracht ’30) Beleidskader Voor de gemeentelijke gebouwen hanteren we het MJOP 2020 als leidraad en toetsingskader. De geprognosticeerde budgetten voor dagelijks en planmatig onderhoud voor de jaren 2020-2023 zijn met 25% gekort. Dat is een verantwoorde keuze, gelet op de stand van de voorzieningen, de actuele onderhoudstoestand in relatie tot de beperkte intensiteit van het gebruik van de gebouwen, en de

89

2.1. Beleidsbegroting opgedane ervaringen in de dagelijkse en nabije aansturing van het gebouwenbeheer. Insteek is om deze keuze te evalueren bij de inventarisatie behorend bij het MJOP 2024. Onderhoudsniveau Het onderhoud van de gemeentelijke gebouwen houdt in: - dat de objecten er verzorgd en voldoende representatief uitzien; - dat de waarde van de objecten in stand blijft; - dat de beleving van de gebruikers van de gebouwen/objecten goed is; - dat de technische voorzieningen in de gebouwen naar behoren functioneren en voorzien in een continue bedrijfsvoering; - dat op een planmatige manier verduurzaming plaatsvindt. Gemeentehuis De budgetten van de kredieten voor aanpassing van de raadzaal en De Lier zijn bij vaststelling van het MJOP 2020 toegevoegd aan die van het gebouwenbeheer. Het krediet van € 2 miljoen voor het verduurzamen van het gemeentehuis leidt naar verwachting in 2024 tot een daadwerkelijke investering. We krijgen hierdoor ook de gelegenheid om de tijdens de coronacrisis opgedane ervaringen te verwerken in een duurzame visie op de gewenste kantoor-, ontmoetings- en vergaderruimten. Momenteel gaat de aandacht uit naar een actualisatie van de aankleding en esthetiek binnen het gemeentehuis. Mochten zich de komende jaren urgente uitgaven aandienen, dan voorziet het MJOP 2020 daar in voldoende mate in..

Brandweerkazerne De Veiligheidsregio Limburg Noord maakt sinds eind 2019 weer als huurder gebruik van de brandweerkazerne in Mook. Financiële consequenties beleidskader De gemeentelijke gebouwen worden conform het MJOP 2020 onderhouden. Het is mogelijk dat er enige fasering in het onderhoud optreedt als gevolg van de 25%-korting op de onderhoudsbudgetten in de exploitatie, maar er mag nooit sprake zijn van achterstallig onderhoud. Aanvullende dekking vindt plaats vanuit de voorziening groot onderhoud gebouwenbeheer. Financiële consequenties in de begroting Voor klein onderhoud is een budget in de exploitatie opgenomen van € 44k voor alle gebouwen. Voor groot onderhoud wordt jaarlijks € 76k gestort in de voorziening gebouwenbeheer.

Bedragen x € 1.000 Voorziening groot onderhoud gebouwen Jaar

Stand per 1-1

Dotatie

Vrijval

Aanwending

Stand per 31-12

2021

1.083

76

0

38

1.121

2022

1.121

76

0

154

1.043

2023

1.043

76

0

40

1.078

2024

1.078

76

0

441

713

2025

713

76

0

68

721

Voortgang van het geplande onderhoud In 2022 vindt het onderhoud plaats volgens het beheerplan.

90

Programmabegroting 2022-2025

2.1.18. Paragraaf Financiering Wettelijk kader Artikel 13 BBV. Beleidsvoornemens t.a.v. het risicobeheer van de financieringsportefeuille Mook en Middelaar hanteert de volgende beleidsvoornemens: - Daar waar mogelijk worden eerst eigen financieringsmiddelen ingezet, voordat er geleend gaat worden; - Mook en Middelaar maakt geen gebruik van derivaten; - Mook en Middelaar zet tijdelijk overtollige liquide middelen weg bij 's Rijks Schatkist (wettelijk verplicht); - Indien mogelijk worden aangetrokken geldleningen vervroegd afgelost; - De wettelijke kasgeldlimiet en renterisiconorm worden niet overschreden. Rentelasten Lening De Gemeente Mook en Middelaar heeft momenteel één langlopende lening. Dit betreft een lening met een looptijd tot en met 2025 en een vast rentepercentage van 5,58%. Voor 2022 betreffen de rentelasten € 32k. Op deze lening wordt lineair afgelost (€ 182k per jaar). Bedragen x € 1.000 Langlopende lening (per 31-12)

2021

2022

2023

2024

2025

Lening BNG

726

545

363

182

0

Renterisiconorm De renterisiconorm geeft een norm voor het renterisico op de vaste schuld en heeft als doel het renterisico bij (her)financiering te beheersen. Vanaf 1 januari 2009 houdt deze norm in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Bedragen x € 1.000 Renterisiconorm

2021

2022

2023

2024

2025

0

0

0

0

0

1

Renteherzieningen op leningen o/g

2

Betaalde aflossingen

182

182

182

182

182

3

Renterisico (1+2)

182

182

182

182

182

4

Renterisiconorm

3.794

3.527

3.508

3.488

3.497

5a

Ruimte onder renterisiconorm (4>3)

3.613

3.346

3.326

3.307

3.316

5b

Overschrijding renterisiconorm (4<3)

-

-

-

-

-

20%

20%

20%

20%

20%

Berekening 4a

Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage

4b

Begrotingstotaal

18.972

17.636

17.540

17.441

17.487

4

Renterisiconorm (4a x 4b)

3.794

3.527

3.508

3.488

3.497

91

2.1. Beleidsbegroting De renterisiconorm bedraagt voor 2022 € 3,5 miljoen. Voor dit bedrag mogen aflossingen en renteherzieningen plaatsvinden. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft een maximumbedrag aan dat de betreffende gemeente aan korte financiering mag aantrekken. De omvang bedraagt een in de ‘Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden’ vastgelegd percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Sinds 2005 is dit percentage vastgesteld op 8,5% en is tot nu toe ongewijzigd. Bedragen x € 1.000 Kasgeldlimiet

2021

2022

2023

2024

2025

18.972

17.636

17.540

17.441

17.487

- In procenten van de grondslag

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

- In bedrag van de grondslag

1.613

1.499

1.491

1.483

1.486

- Opgenomen gelden < 1 jaar

0

0

0

0

0

- Schuld in rekening-courant

0

0

0

0

0

- Gestorte gelden van derden < 1 jaar

0

0

0

0

0

- Overige geldleningen, niet zijnde vaste schuld

0

0

0

0

0

- Totale omvang van de vlottende schuld

0

0

0

0

0

3

0

0

0

0

1.617

1.381

1.135

584

821

0

0

0

0

0

1.620

1.381

1.135

584

821

- Totaal netto vlottende schuld (2) -/- (3)

-1.620

-1.381

-1.135

-584

-821

- Toegestane kasgeldlimiet (1)

1.613

1.499

1.491

1.483

1.486

- Ruimte (+)/Overschrijving (-) (1) -/- (4)

3.233

2.880

2.626

2.066

2.308

Omvang primitieve begroting per 1 januari (= grondslag) 1.

2.

3.

Toegestane kasgeldlimiet

Omvang vlottende korte schuld

Vlottende middelen - Contante gelden in kas - Tegoeden in rekening-courant - Overige uitstaande gelden < 1 jaar - Totale omvang van de vlottende middelen

4.

Toets kasgeldlimiet

Mook en Middelaar is op dit moment overliquide en heeft ong. € 4,0 miljoen uitstaan bij ’s Rijks Schatkist (per begin oktober 2021). De verwachting is dan ook dat de gemeente in 2022 geen 'kort geld' hoeft aan te trekken. Afhankelijk van de doorlooptijd van het meerjarig investeringsprogramma moet wellicht op termijn 'lang geld' geleend worden. De kasgeldlimiet bedraagt voor 2022 bijna € 2,9 miljoen. Voor dit bedrag mogen we kortlopend (dag)geld aantrekken. Renteresultaat Het renteresultaat is het saldo van de netto rentekosten en de rente die wordt doorberekend aan de producten. bedragen x € 1.000

92

Programmabegroting 2022-2025 Renteresultaat

2022

a.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

32

b.

De externe rentebaten over de korte en lange financiering

-54

Saldo rentelasten en rentebaten

-22

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

-0

c1. c2. c3.

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

-0

0

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

-22

d1.

Rente over eigen vermogen

0

d2.

Rente over voorzieningen

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

-22

e.

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

f.

Renteresultaat op het taakveld Treasury

0 -22

Financieringsbehoefte Hieronder vindt u de liquiditeitenplanning op hoofdlijnen. Deze planning is gebaseerd op de inkomsten en uitgaven van de exploitatie, de geraamde investeringen voor 2022, het eventueel aantrekken of aflossen van leningen en de aanwending van voorzieningen. Het geraamde beginsaldo is gebaseerd op het uitgangspunt dat de doorgeschoven investeringen vanuit de vorige jaarstukken (2020) en vanuit de begroting 2021 nog niet allemaal voor 100% uitgegeven worden in 2021. In de jaarstukken wordt jaarlijks op basis van de realisatie een meer gedetailleerd kasstroomoverzicht vermeld. Bedragen x €1.000 Inkomsten en uitgaven

2021

2022

Beginsaldo liquiditeiten

7.514

717

17.836

2023

2024

2025

978

1.232

1.180

17.539

17.252

17.277

17.194

0

0

0

0

5

17.836

17.539

17.253

17.277

17.199

Uitgaven volgens exploitatie

18.174

16.732

16.637

16.538

16.534

Uitgaven voor investeringen

4.308

0

0

2.000

4.000

Mutatie leningen

182

182

182

-1.818

-3.818

Aanwending voorziening

272

363

180

609

246

Mutatie werkkapitaal

1.697

1

0

0

0

Subtotaal af

24.633

17.278

16.999

17.329

16.961

717

978

1.232

1.180

1.418

Bij: Inkomsten volgens exploitatie Mutatie werkkapitaal Subtotaal bij Af:

Totaal

Omdat Mook en Middelaar tijdelijk overliquide is (weggezet in 's Rijks Schatkist), is op dit moment geen behoefte aan een aanvullende financiering. De rente bij 's Rijks Schatkist bedraagt 0%. Wettelijk is bepaald dat de rente niet negatief kan zijn. Afhankelijk van de doorlooptijd van het investeringsschema moet op termijn wellicht geleend worden om investeringen te financieren. Voor 2022 wordt dit niet verwacht omdat er middelen worden aangehouden in 's Rijks Schatkist. Op z'n vroegst in 2024 en 2025 conform de geraamde kredieten voor het gemeentehuis en het Kandinsky-college. De daadwerkelijke liquiditeitsbehoefte is sterk afhankelijk van het investeringsschema.

93

2.1. Beleidsbegroting

2.1.19. Paragraaf Bedrijfsvoering Wettelijk kader Artikel 14 BBV. Algemeen De paragraaf Bedrijfsvoering geeft ten minste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering.

Personeel en organisatiebeleid Doorontwikkeling Snel en flexibel inspelen op de veranderde omgeving blijft belangrijk. Dat komt terug in verschillende aspecten binnen de organisatie. Hierbij is de doorontwikkeling een continu proces, waarbij resultaatgerichtheid en een meer zakelijke organisatiecultuur een belangrijke rol spelen. Ook standaardisatie van werkprocessen en digitalisering wordt verder doorgevoerd. Met het doorlopen van 'Zero based budgeting' is bevestigd dat invulling van sleutelposities in de vaste formatie nodig is, met daarnaast een bepaalde mate van flexibiliteit om vlot te kunnen inspelen op de veranderende omgeving. Hierbij wordt telkens afgewogen of een taak binnen de organisatie uitgevoerd kan worden; indien dit niet mogelijk is, komt de 'flexibele schil' in beeld. Tijdelijke functies hebben de voorkeur boven inzet vanuit de flexibele schil. Bij werving en selectie wordt gezocht naar medewerkers die integraal en flexibel inzetbaar zijn en passen bij de steeds veranderende omgeving. De eindconclusie van het ZBB-traject was overigens dat Mook en Middelaar een efficiënt werkende organisatie is, waarbij voor bijna alle posten met minimale budgetten werken en dat de organisatie getypeerd is als 'kale kip'. Duurzame inzetbaarheid Duurzame inzetbaarheid wordt vormgegeven middels HR-instrumenten en vraagt om maatwerk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=76015fdd-44dd-4df0-acd4-8f7a89d27632