CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2022-2025 (vastgesteld 2021-11-10) (ondertekend).pdf

Raadsvergadering 10 november 2021, gemeente Mook en MiddelaarBij agendapunt: Programmabegroting 202229.130 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Relatie met verbonden partijen

De volgende verbonden partij heeft een relatie met dit programma: - GR Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen: De regeling is getroffen om de positie van de Regio Arnhem-Nijmegen te versterken en een kwalitatieve groei van de regio – met behoud van de typische balans tussen levendige verstedelijking en ontspannen leefkwaliteit – te bewerkstelligen op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling (waaronder wonen, landschap, verkeer en

35

2.1. Beleidsbegroting mobiliteit) en sociaaleconomische ontwikkeling (waaronder werkgelegenheid, bedrijvigheid, recreatie, toerisme, leefbaarheid en cultuur) op de schaal van de regio, en waarbij integraliteit, innovatie, duurzaamheid en circulariteit belangrijke uitgangspunten zijn.

Indicatoren

Onderstaande wettelijk verplichte beleidsindicatoren zijn vermeld op grond van de 'Regeling beleidsindicatoren gemeenten'. De waarden zijn vermeld zoals aangegeven door de wettelijke bronhouders. Zie ook de 'Leeswijzer' voor meer informatie. Nr. Omschrijving

1

N.v.t.

Bron

2019

2020

2021

2022

2022

*)

Waarde

Waarde

Waarde

Waarde

Gemeente

-

-

-

-

-

-

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

*) wettelijke bronhouder

Wat mag het kosten?

Bedragen x € 1.000

Rekening 2020

Totaal lasten

650

612

775

775

775

775

Totaal baten

-134

-23

-23

-23

-23

-23

Saldo baten en lasten

516

590

752

752

752

752

Toevoegingen aan reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekkingen aan reserves

-25

-13

0

0

0

0

Geraamd resultaat

492

576

752

752

752

752

Voor een analyse van de cijfers tussen verschillende jaren verwijzen wij u naar onderdeel 2.2.2.1 'Financieel overzicht' in de Financiële begroting.

36

Programmabegroting 2022-2025

2.1.5. Programma Werken Alternatieve naam

: Economie

Portefeuillehouder

: Wethouder Peters

Visie 2018 - 2022 Werken is belangrijk, voor zowel inwoners als bedrijven. Voor inwoners biedt werken een bron van inkomen en sociale netwerken. Voor bedrijven een productiemiddel om hun activiteiten en doelen te realiseren. De gemeente heeft binnen dit thema een verbindende rol. Wij zien het als onze opdracht om zoveel mogelijk inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt te ondersteunen naar passend werk. Dit ondersteunen gaat in de vorm van begeleiding, het openstellen en vinden van werkervaringsplekken en een bijdrage leveren aan het creëren van werkgelegenheid. Voor de bedrijven in onze gemeente moet er een gunstig vestigingsklimaat worden gecreëerd. Dat moet de huidige bedrijven de mogelijkheid bieden om hun bedrijfsactiviteiten binnen onze gemeente te houden en uit te breiden. Maar het vestigingsklimaat moet ook voor nieuwe bedrijven aantrekkelijk zijn om zich hier te komen vestigen. Dat is niet alleen goed voor de economie van onze gemeente, maar levert ook een bijdrage aan de leefbaarheid in onze gemeente.

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?

1.

Creëren van een gunstig vestigingsklimaat

Een gunstig vestigingsklimaat is een situatie waarin het voor bedrijven aantrekkelijk is en blijft om zich met hun activiteiten te vestigen in onze gemeente. Het creëren van een gunstig vestigingsklimaat doen we samen met ons bedrijfsleven en hun vertegenwoordigende organen en begint met het wegnemen van barrières om te kunnen ondernemen. Aan de hand van de in 2021 vastgestelde economische agenda wordt de samenwerking met ondernemers verder voortgezet. Leegstand voorkomen Leegstand op bedrijfslocaties willen we voorkomen. Daar waar mogelijk en wenselijk laten wij werklocaties herontwikkelen naar woningbouwlocaties voor zover passend binnen onze woonvisie. Om dreigende leegstand in beeld te hebben, ontwikkelen we de volgende activiteiten:  Aanhalen van contacten met ondernemers door naar buiten treden van bedrijfscontactfunctionaris;  Bedrijven worden actief gevolgd of benaderd om ze vast te houden binnen de gemeente;  Bedrijven worden waar mogelijk begeleid en/of gefaciliteerd waar het bedrijfsvastgoed betreft.

2.

Participatie (door werk) vergroten

Wij willen de participatie van inwoners vergroten, zo mogelijk door werk. Hierbij passen wij maatwerk toe en kijken we altijd naar de hele persoonlijke of gezinssituatie. De arbeidsbemiddeling wordt uitgevoerd door WerkBedrijf in Nijmegen en daarvoor betalen wij het reintegratiebudget van de Participatiewet geheel door. De dienstverlening heeft als basis het meerjarig arbeidsmarktbeleid. WerkBedrijf houdt rekening met de gevolgen van de coronacrisis voor de arbeidsmarkt en past de dienstverlening aan kandidaten aan in samenwerking met het UWV. In dat

37

2.1. Beleidsbegroting kader is het regionaal Mobiliteitsteam Rijk van Nijmegen in het leven geroepen waarin dat zeven regiogemeenten, WerkBedrijf Rijk van Nijmegen, UWV, vakbonden (CNV, FNV, VCP/de Unie), werkgeversorganisatie VNO-NCW, Leerwerkloket en onderwijsinstellingen ROC Nijmegen en HAN hun krachten bundelen om samen te werken aan werk voor iedereen. Ondersteunen bij het vinden en behouden van werk Inwoners die dat nodig hebben, worden ondersteund bij het vinden en behouden van werk. Wij werken daarvoor samen met de gemeenten in de regio Nijmegen in MGR-verband. De uitvoeringsorganisatie is WerkBedrijf Rijk van Nijmegen. Wij zetten deze samenwerking voort en houden toezicht op beleid en uitvoering via bestuurlijke en ambtelijke weg. Uitgangspunt is dat WerkBedrijf mensen helpt naar loonvormende arbeid inclusief beschut werk. De WSW bestendigen De WSW voeren wij gezamenlijk met de gemeente Gennep uit in de GR IWGM. Om dit op lange termijn te bestendigen, treft INTOS maatregelen om de kosten te verlagen en de opbrengsten te verhogen. Daarnaast werken we aan een vereenvoudiging van de bestuursstructuur. Wij houden daarbij alle opties open wat betreft uitbreiding of afstoten van taken of opdrachten, vormen van samenwerking, samenvoeging of uitvoering.

Meer ruimte voor een alternatieve aanpak bieden Wij willen minder regels om meer inwoners te laten participeren in de samenleving. Dat begint met vertrouwen opbouwen bij uitkeringsgerechtigden en maatwerk leveren. Wij zullen daarbij extra investeren in onze medewerkers opdat zij nog beter in staat zullen zijn om cliënten op juiste en doeltreffende wijze te benaderen. Daarbij betrekken wij de adviezen van de WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) zoals die zijn neergelegd in het rapport 'Weten is nog geen doen'. Wij staan open voor experimenten waarbij het resultaat: "minder mensen afhankelijk van een uitkering" voorop staat. Wij gaan op zoek naar de goede ervaringen van andere gemeenten en onderzoeken of wij deze in onze gemeente ook kunnen toepassen. Samen met WerkBedrijf intensiveren we de dienstverlening vanaf 2022 in het kader van het project 'Doe je mee'. Sturen op duurzame bedrijvigheid Waar mogelijk wordt gestuurd op duurzame bedrijvigheid die de werkgelegenheid vergroot, ook voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dit sturen doen wij op het moment dat er ontwikkelingen worden gesignaleerd binnen verschillende taakvelden die voor elkaar van meerwaarde kunnen zijn. Wij zullen deze partijen dan met elkaar in verbinding brengen.

3.

Aandacht voor bedrijfslocaties geven

In de regio Limburg Noord is er een overaanbod aan bedrijfslocaties waardoor het toevoegen van bedrijfslocaties niet meer is toegestaan. In Mook en Middelaar is er nog ruimte om nieuwvestiging mogelijk te maken, maar ligt het meer in de lijn om incourante bedrijfslocaties te herontwikkelen of te herbestemmen naar andere gebruiksvormen, zoals wonen. We willen ons aanbod van bedrijfslocaties meer laten aansluiten op de huidige behoefte en overcapaciteit van bedrijfslocaties inzetten als wisselgeld in de regio om andere ontwikkelingen mogelijk te maken. Dit is een lopend proces. Reguliere en lopende activiteiten op basis van het bestaand beleid worden voortgezet in 2022. Op basis van het collegeprogramma 2018-2022 zijn er voor het begrotingsjaar 2022 geen aanvullende activiteiten gepland.

38

Programmabegroting 2022-2025

Relatie met verbonden partijen

De volgende verbonden partijen hebben een relatie met dit programma: - Gemeenschappelijk regeling Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen: De regeling is getroffen om de positie van de Regio Arnhem-Nijmegen te versterken en een kwalitatieve groei van de regio – met behoud van de typische balans tussen levendige verstedelijking en ontspannen leefkwaliteit – te bewerkstelligen op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling (waaronder wonen, landschap, verkeer en mobiliteit) en sociaaleconomische ontwikkeling (waaronder werkgelegenheid, bedrijvigheid, recreatie, toerisme, leefbaarheid en cultuur) op de schaal van de regio, en waarbij integraliteit, innovatie, duurzaamheid en circulariteit belangrijke uitgangspunten zijn;

- Gemeenschappelijke regeling Euregio Rijn-Waal: versterken economische, sociale en maatschappelijke positie van de regio, werkvelden ruimtelijke structuur, economie, technologie en innovatie, milieu, natuur en landschap, kwalificering en arbeidsmarkt, sociaal-culturele integratie.

- MGR Regio Rijk van Nijmegen: behartiging belangen op het gebied van participatie middels het Werkbedrijf en op het gebied van ICT middels de iRvN;

- Bedrijfsvoeringsorganisatie Intergemeentelijke Werkvoorziening Gennep en Mook en Middelaar (IWGM): Bepaalde categorie inwoners een beschermde werkplek geven in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening (via uitvoeringsorganisatie INTOS);

Indicatoren

Onderstaande wettelijk verplichte beleidsindicatoren zijn vermeld op grond van de 'Regeling beleidsindicatoren gemeenten'. De waarden zijn vermeld zoals aangegeven door de wettelijke bronhouders. Zie ook de 'Leeswijzer' voor meer informatie. Nr. Omschrijving

Bron

2019

2020

2021

2022

2022

*)

Waarde

Waarde

Waarde

Waarde

Gemeente

1

Functiemenging: %

1

36,3

36,8

N/b

N/b

-

2

Vestigingen (van bedrijven): Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 t/m 64 jaar

1

175,4

178,9

N/b

N/b

-

*) wettelijke bronhouder 1 LISA N/b = Gegevens niet beschikbaar / nog niet beschikbaar gesteld.

39

2.1. Beleidsbegroting

Wat mag het kosten?

Bedragen x € 1.000

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Totaal lasten

214

195

186

209

209

209

Totaal baten

-66

-70

-70

-70

-70

-70

Saldo baten en lasten

149

125

116

139

139

139

Toevoegingen aan reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekkingen aan reserves

-16

-6

-6

-6

-6

-6

Geraamd resultaat

133

119

110

133

133

133

Voor een analyse van de cijfers tussen verschillende jaren verwijzen wij u naar onderdeel 2.2.2.1 'Financieel overzicht' in de Financiële begroting.

40

Programmabegroting 2022-2025

2.1.6. Programma Leren Alternatieve naam

: Onderwijs

Portefeuillehouder

: Wethouder Baneke

Visie 2018 - 2022 Onderwijs is belangrijk in de ontwikkeling van ieder mens. Het biedt tal van kansen en mogelijkheden om jezelf te ontwikkelen en te groeien. Wij willen dat wat er is behouden voor onze gemeente en waar er kansen zijn om iets toe te voegen dit met beide handen aangrijpen.

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?

1.

Het huidige schoolaanbod behouden

In elke kern is een school voor primair onderwijs aanwezig. Wij spannen ons in om de school voor voortgezet onderwijs in onze gemeente te behouden. Huisvesting Kandinsky In 2020 is een haalbaarheidsonderzoek gedaan omtrent de mogelijkheden van vervangende nieuwbouw voor het Kandinsky-college locatie Molenhoek. Op grond van de resultaten van dit haalbaarheidsonderzoek is de conclusie getrokken dat de gemeente de hiervoor benodigde investeringen op dit moment niet kan opbrengen. Na invoering van de nieuwe wet onderwijshuisvesting in 2023 zal er naar verwachting meer duidelijk zijn omtrent de verantwoordelijkheden van gemeenten en schoolbesturen rondom renovatie en het realiseren van klimaats- en duurzaamheidsdoelstellingen en de financiële inzet van het Rijk. Op dat moment zullen wij opnieuw met het Kandinsky in overleg treden. Ondersteunen aanwezigheid school in elke kern Wij ondersteunen lokale initiatieven en initiatieven vanuit het onderwijs die bijdragen aan de instandhouding van de scholen voor primair onderwijs in onze gemeente.

2.

Kinderen laten kennismaken met kunst, cultuur en natuur

We willen dat kinderen reeds op jonge leeftijd kennis kunnen maken met (lokale) kunst, cultuur en natuur. Cultuureducatie subsidiëren We blijven het huidige aanbod aan cultuureducatie op de scholen subsidiëren.

3.

Kinderen opvang of onderwijs garanderen

Alle kinderen vanaf de leeftijd van 2 jaar kunnen een vorm van voorschoolse opvang genieten. Alle kinderen vanaf 4 jaar volgen onderwijs op een school die voor hen geschikt is. Wij gaan ervoor dat ieder kind en iedere jongere in beeld is en zo nodig begeleid wordt om volwaardig te kunnen participeren in de samenleving. Regionale aanpak ziekteverzuim uitvoeren

41

2.1. Beleidsbegroting Wij voeren regionale aanpak ziekteverzuim binnen het onderwijs uit en hebben daarin specifiek de aandacht voor vroegtijdig schoolverlaters en jongeren zonder startkwalificatie. VVE en SMI bieden We houden het huidige aanbod van Vroeg en Voorschoolse Educatie (VVE) en Sociaal Medische Indicatie (SMI) in stand en maken afspraken met partners over de toeleiding. Aanpak passen onderwijs uitvoeren We voeren de regionale en lokale aanpak passend onderwijs uit. Hiertoe versterken we de samenwerking tussen jeugdbeleid, jeugdzorg en onderwijs.

Relatie met verbonden partijen

De volgende verbonden partij heeft een relatie met dit programma: - Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen: samenwerking op het gebied van doelgroepenvervoer (zoals leerlingenvervoer en Wmo-vervoer).

Indicatoren

Onderstaande wettelijk verplichte beleidsindicatoren zijn vermeld op grond van de 'Regeling beleidsindicatoren gemeenten'. De waarden zijn vermeld zoals aangegeven door de wettelijke bronhouders. Zie ook de 'Leeswijzer' voor meer informatie. Nr. Omschrijving

Bron

2019

2020

2021

2022

2022

*)

Waarde

Waarde

Waarde

Waarde

Gemeente

1

Absoluut verzuim: Aantal per 1.000 leerlingen

1

0

N/b

N/b

N/b

-

2

Relatief verzuim: Aantal per 1.000 leerlingen

1

15

N/b

N/b

N/b

-

3

Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers): % deelnemers aan het VO en MBO onderwijs

2

0,7

0,6

N/b

N/b

0,5

*) wettelijke bronhouder 1 DUO 2 Ingrado N/b = Gegevens niet beschikbaar / nog niet beschikbaar gesteld.

42

Programmabegroting 2022-2025

Wat mag het kosten?

Bedragen x € 1.000

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Totaal lasten

382

440

340

349

354

361

Totaal baten

-64

-63

-2

-2

-2

-2

Saldo baten en lasten

318

377

338

347

352

359

Toevoegingen aan reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekkingen aan reserves

0

0

0

0

0

0

318

377

338

347

352

359

Geraamd resultaat

Voor een analyse van de cijfers tussen verschillende jaren verwijzen wij u naar onderdeel 2.2.2.1 'Financieel overzicht' in de Financiële begroting.

43

2.1. Beleidsbegroting

2.1.7. Programma Recreëren Alternatieve naam

: Sport, cultuur en recreatie

Portefeuillehouder

: Wethouders Peters en Baneke

Visie 2018 - 2022 Onder recreëren wordt verstaan het ontspannen en besteden van vrijetijd van de inwoners van onze eigen gemeente alsook de dag- en verblijfstoeristen van buiten onze gemeente. Overkoepelend binnen het thema recreëren zijn de samenwerkingsverbanden binnen de regio NoordLimburg waar uitvoering wordt gegeven aan het Actieprogramma vrijetijdseconomie. Binnen dit actieprogramma wordt ingezet op vijf actielijnen: Vitale verblijfsrecreatie, Vitale dagrecreatie, Vrijetijdslandschap, Cross-overs en Regiomarketing. We werken hierbij samen met Toerisme Veluwe Arnhem Nijmegen (TVAN) en toeristische platformen in Limburg. Op kleinere schaal wordt er samengewerkt aan de economische ontwikkeling in de regio Bergen, Gennep en Mook en Middelaar (BGMM). Het gebiedsprogramma en uitvoeringsprogramma is meerjarig, en beschikbaar voor de raden. Er wordt hierin rekening gehouden met het actieprogramma 2018-2025 uit de regio Noord-Limburg zodat er verbinding gelegd kan worden. De acties en projecten die voortkomen uit deze samenwerkingsverbanden zullen bijdragen in de uitwerking van onderstaande thema’s.

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?

1.

De kwaliteit van onze leefomgeving versterken

Wanneer de kwaliteit van de leefomgeving wordt versterkt, zal dit zorgen voor zowel meer woongenot voor onze inwoners als het versterken van de toeristische positie van de gemeente. Hiervan zullen ook de ondernemers binnen onze gemeente voordeel ervaren. In 2022 zetten we het project 'Proef Plasmolen' verder voort.

2.

Onze cultuurhistorie en identiteit uitdragen

Door onze cultuurhistorie en daarbij behorende identiteit meer uit te dragen zal dit, mede door onze bijzondere ligging, bijdragen aan een unieke locatie voor dag- en verblijfsrecreatie. Door het uitdragen van onze eigen historie zullen ook onze eigen inwoners zich meer verbonden voelen met de gemeente. Op basis van het collegeprogramma 2018-2022 zijn er voor het begrotingsjaar 2022 geen aanvullende activiteiten gepland.

44

Programmabegroting 2022-2025

Relatie met verbonden partijen

De volgende verbonden partij heeft een relatie met dit programma: - GR Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen: De regeling is getroffen om de positie van de Regio Arnhem-Nijmegen te versterken en een kwalitatieve groei van de regio – met behoud van de typische balans tussen levendige verstedelijking en ontspannen leefkwaliteit – te bewerkstelligen op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling (waaronder wonen, landschap, verkeer en mobiliteit) en sociaaleconomische ontwikkeling (waaronder werkgelegenheid, bedrijvigheid, recreatie, toerisme, leefbaarheid en cultuur) op de schaal van de regio, en waarbij integraliteit, innovatie, duurzaamheid en circulariteit belangrijke uitgangspunten zijn;

- Leisurelands B.V.: het ontwikkelen, aanleggen, faciliteren, exploiteren en beheren van recreatieve producten, verbeteren en verduurzamen van de leefomgeving.

Indicatoren

Onderstaande wettelijk verplichte beleidsindicatoren zijn vermeld op grond van de 'Regeling beleidsindicatoren gemeenten'. De waarden zijn vermeld zoals aangegeven door de wettelijke bronhouders. Zie ook de 'Leeswijzer' voor meer informatie. Nr. Omschrijving

1

Niet-sporters: %

Bron

2019

2020

2021

2022

2022

*)

Waarde

Waarde

Waarde

Waarde

Gemeente

1

N/b

N/b

N/b

N/b

-

*) wettelijke bronhouder 1 Gezondheidsenquête (CBS, RIVM) N/b = Gegevens niet beschikbaar / nog niet beschikbaar gesteld.

Wat mag het kosten?

Bedragen x € 1.000

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Totaal lasten

695

724

892

895

895

895

Totaal baten

-41

-39

-15

-15

-15

-15

Saldo baten en lasten

654

686

877

879

879

879

Toevoegingen aan reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekkingen aan reserves

-11

-4

0

0

0

0

Geraamd resultaat

643

681

877

879

879

879

45

2.1. Beleidsbegroting Voor een analyse van de cijfers tussen verschillende jaren verwijzen wij u naar onderdeel 2.2.2.1 'Financieel overzicht' in de Financiële begroting.

46

Programmabegroting 2022-2025

2.1.8. Programma Samenleven en zorgen Alternatieve naam

: Sociaal domein

Portefeuillehouder

: Wethouder Baneke

Visie 2018 - 2022 De gemeente is er voor de inwoners en de gemeenschappen. Wij richten onze inspanningen en middelen op het leefbaar houden van de kernen. We vinden het belangrijk om mensen die niet in staat zijn om te participeren eerder en proactief te benaderen. Wij willen dat mensen elkaar kunnen ontmoeten en verbindingen tot stand brengen. Dat betekent dat we voor de mensen die minder kunnen deelnemen aan deze samenleving de juiste ondersteuning willen bieden.

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?

1.

Gemeenschap versterken

We willen de gemeenschap versterken, onder andere door ontmoeting en verbinding te stimuleren. We bevorderen een zo groot mogelijke toegankelijkheid binnen de gemeente in al haar facetten. Waar inwoners niet in staat zijn om deel te nemen aan het gemeenschappelijke leven, brengen wij de belemmerende factoren in kaart en proberen deze weg te nemen of te compenseren. Voor 2022 zijn met betrekking tot dit onderdeel geen nieuwe, aanvullende activiteiten gepland.

2.

Goede, laagdrempelige en betaalbare ondersteuning bieden

Het is ons doel dat de inwoners van gemeente Mook en Middelaar zoveel mogelijk participeren in de samenleving. Waar mogelijk op eigen kracht of met behulp van hun netwerk. Lukt dit niet voldoende, dan zorgen wij voor ondersteuning. We willen dat de ondersteuning aansluit bij de behoeften die leven onder onze inwoners. Wij richten deze zo in, dat deze zo goed mogelijk toegankelijk, laagdrempelig en betaalbaar is. Voor 2022 zijn met betrekking tot dit onderdeel geen nieuwe, aanvullende activiteiten gepland. Ontwikkelingen met financiële impact in 2022 binnen het Sociaal Domein Wet Inburgering 2021 Per 1 januari 2022 wordt de Wet inburgering 2021 (Wi2021) van kracht. Uw raad stelde daarvoor een regionale beleidsnota vast. Wij ontvangen van het rijk bijdragen voor de voorbereiding en de uitvoering en wij zorgen ervoor dat de uitvoeringskosten binnen dat budget blijven. Schuldhulpverlening De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is per 1 januari 2021 gewijzigd. De belangrijkste verandering is de verplichte vroegsignalering. Daarnaast verwacht de NVVK (brancheorganisatie Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet) als gevolg van de coronacrisis een toename van hulpvragen van circa 30%. Dit vertaalt zich mogelijk in hogere kosten voor de inhuur van professionele schuldhulpverlening. Ambulantisering GGZ en Beschermd Wonen 47

2.1. Beleidsbegroting Het beleid rondom Beschermd Wonen (BW) en de volwassen GGZ is volop in beweging, met onder andere een doordecentralisatie BW van centrumgemeenten naar gemeenten. Samen met de regio werken we hard om een zachte landing te creëren. Onderdeel van de decentralisatie is transformatie en ambulantisering. Dit betekent dat meer cliënten voor wie dit mogelijk is, zelfstandig blijven of gaan wonen en in de eigen omgeving de nodige ondersteuning ontvangen. Cliënten kunnen hierbij alle ondersteuning ontvangen die ze ook in een intramurale setting ontvangen zouden hebben, zoals 24uurs beschikbaarheid of bereikbaarheid. De doordecentralisatie met de opgave van ambulantisering gaat gepaard met twee financiële ontwikkelingen: ten eerste dat geleidelijk steeds meer cliënten ambulant blijven of gaan wonen (en daarmee op het lokale budget drukken) en ten tweede wordt er per 2023 een nieuwe verdeelsleutel van het budget gehanteerd waarbij onze regio er naar verwachting fors op achteruit gaat. Reële tarieven zorg Voor ondersteuning vanuit de Wmo geldt er een AMvB die bepaalt dat er reële tarieven gehanteerd dienen te worden. Voor ondersteuning vanuit de Jeugdwet is deze regeling per 1 april 2021 van kracht geworden. Dit betekent dat we wettelijk gehouden zijn aan het vaststellen van reële tarieven.

In onze Verordening Wmo en Jeugdwet hebben we reeds bekrachtigd dat we reële tarieven zullen hanteren. De AMvB regelt met welke kostprijselementen gemeenten rekening moeten houden bij de bepaling van een tarief bij de inkoop van Wmo-ondersteuning en straks voor Jeugdhulp. Hier vallen onder andere de cao-ontwikkelingen van de betreffende ondernemingstak onder. Dit betekent dat tarieven regelmatig zullen wijzigen en we dat terugzien in de uitgaven. Recent is dat bijvoorbeeld het geval geweest bij Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Veilig Thuis en aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling De groei van het aantal meldingen, adviezen, onderzoeken en andere producten en diensten van Veilig Thuis lijkt (tijdelijk) tot stilstand gekomen. Daarom is in de begroting voor 2022 alleen rekening gehouden met indexering en is buiten de indexering geen sprake van een verhoging van de gemeentelijke bijdrage aan Veilig Thuis. In de afgelopen jaren zijn samenwerkingsafspraken gemaakt tussen gemeenten en Veilig Thuis, onder andere om de wachtlijsten, werkdruk en kosten van Veilig Thuis te verlagen. Ook is een producten- en dienstencatalogus ontwikkeld, die nog verder richting geeft aan de samenwerking. Dit heeft wel tot resultaat dat casussen eerder overgedragen worden aan het Sociaal Team dan eerder het geval was.

Ook moet het Sociaal Team vaker samen optrekken met Veilig Thuis in de begeleiding van gezinnen waar sprake is van onveiligheid. Dergelijke casussen kosten veel tijd en dit heeft gevolgen voor de werkdruk en benodigde inzet binnen het Sociaal Team. Dit zal in de nog op te stellen Lokale aanpak Huiselijk Geweld verder worden geconcretiseerd. Verwarde personen We hebben binnen onze gemeente in toenemende mate te maken met (overlast door) personen met verward gedrag. Dit is een landelijk en regionaal beeld dat waarschijnlijk wordt veroorzaakt door het feit dat inwoners minder snel en minder lang worden opgenomen bij verward gedrag. Dit veroorzaakt maatschappelijke onrust en extra werkdruk, bij onder andere de politie en de gemeente, maar ook bij andere maatschappelijke partners. Op dit moment wordt (regionaal) gekeken naar verschillende mogelijkheden om lokaal meer mogelijkheden te hebben om verward gedrag te begeleiden. Opties die worden onderzocht zijn bijvoorbeeld een wijk-ggz team of een wijk-ggd-er. Bij al deze varianten zal ook een financiële bijdrage van de gemeente nodig zijn om dit te realiseren.

48

Programmabegroting 2022-2025

Relatie met verbonden partijen

De volgende verbonden partijen hebben een relatie met dit programma: - MGR Regio Rijk van Nijmegen: behartiging belangen op het gebied van participatie middels het Werkbedrijf en op het gebied van ICT middels de iRvN;

- Gemeenschappelijke regeling Euregio Rijn-Waal: versterken economische, sociale en maatschappelijke positie van de regio, werkvelden ruimtelijke structuur, economie, technologie en innovatie, milieu, natuur en landschap, kwalificering en arbeidsmarkt, sociaal-culturele integratie;

- Bedrijfsvoeringsorganisatie Intergemeentelijke Werkvoorziening Gennep en Mook en Middelaar (IWGM): Bepaalde categorie inwoners een beschermde werkplek geven in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening ; - Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen: samenwerking op het gebied van doelgroepenvervoer (zoals leerlingenvervoer en Wmo-vervoer.

Indicatoren

Onderstaande wettelijk verplichte beleidsindicatoren zijn vermeld op grond van de 'Regeling beleidsindicatoren gemeenten'. De waarden zijn vermeld zoals aangegeven door de wettelijke bronhouders. Zie ook de 'Leeswijzer' voor meer informatie. Nr. Omschrijving

Bron

2019

2020

2021

2022

2022

*)

Waarde

Waarde

Waarde

Waarde

Gemeente

1

Banen: Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 t/m 64 jaar

1

431,3

440

N/b

N/b

-

2

Jongeren met een delict voor de rechter: % 12- t/m 21-jarigen

2

N/b

N/b

N/b

N/b

-

3

Kinderen in uitkeringsgezin: % kinderen tot 18 jaar

2

3

N/b

N/b

N/b

-

4

Netto arbeidsparticipatie: % van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking

3

67,5

67,8

N/b

N/b

-

5

Werkloze jongeren: % 16- t/m 22-jarigen

2

2

N/b

N/b

N/b

-

6

Personen met een bijstandsuitkering: Aantal per 10.000 inwoners

3

184,4

229,3

N/b

N/b

-

7

Lopende re-integratievoorzieningen: Aantal per 10.000 inwoners van 15 t/m 64 jaar

3

21,1

21,1

N/b

N/b

-

8

Jongeren met jeugdhulp: % van alle jongeren tot 18 jaar

3

11,2

9,6

N/b

N/b

-

49

2.1. Beleidsbegroting Nr. Omschrijving

Bron

2019

2020

2021

2022

2022

Jongeren met jeugdbescherming: % van alle jongeren tot 18 jaar

3

0,8

0,8

N/b

N/b

-

Jongeren met jeugdreclassering: 10 % van alle jongeren van 12 tot 23 jaar

3

N/b

N/b

N/b

N/b

-

Cliënten met een 11 maatwerkarrangement Wmo: Aantal per 10.000 inwoners

4

440

500

N/b

N/b

-

9

*) wettelijke bronhouder 1 LISA 2 Verwey Jonker Instituut - Kinderen in Tel 3 CBS 4 GMSD N/b = Gegevens niet beschikbaar / nog niet beschikbaar gesteld.

Wat mag het kosten?

Bedragen x € 1.000

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Totaal lasten

7.225

7.018

6.866

6.882

6.850

6.868

Totaal baten

-2.361

-2.028

-1.641

-1.642

-1.644

-1.636

Saldo baten en lasten

4.864

4.990

5.226

5.239

5.206

5.232

Toevoegingen aan reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekkingen aan reserves

-15

-75

0

0

0

0

4.849

4.915

5.226

5.239

5.206

5.232

Geraamd resultaat

Voor een analyse van de cijfers tussen verschillende jaren verwijzen wij u naar onderdeel 2.2.2.1 'Financieel overzicht' in de Financiële begroting.

50

Programmabegroting 2022-2025

2.1.9. Programma Gezond leven Alternatieve naam

: Volksgezondheid en milieu

Portefeuillehouders

: Wethouders Baneke en Wienhoven

Visie 2018 - 2022 Wij werken aan een energie-neutrale gemeente. Dit willen we bereiken in 2030. Een energie-neutrale gemeente kan alleen bereikt worden door gezamenlijke inspanning van bewoners, bedrijven, instellingen en de gemeente. Ook regionale samenwerking is noodzakelijk. Voor ons is duurzaamheid meer dan het besparen van energie en duurzame energieopwekking. Duurzaamheid wordt veelal omschreven aan de hand van de drie P’s: Planet, People en Profit. Bij duurzame ontwikkeling is sprake van een evenwicht tussen ecologische (planet), sociale (people) en economische belangen (profit). Duurzaamheid staat niet op zichzelf, maar maakt integraal onderdeel uit van alle gemeentelijke beleidsterreinen. Bij de totstandkoming van nieuw beleid wordt specifieke aandacht besteed aan duurzaamheid. Ook worden college- en raadsvoorstellen voorzien van een duurzaamheidsparagraaf.

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?

1.

Energietransitie

Het streven is om in 2030 100% van de benodigde energie voor de gemeente Mook en Middelaar duurzaam op te wekken. Gemeente geeft het goede voorbeeld Wij willen als gemeente zelf het goede voorbeeld geven als het gaat om duurzaamheid. We gaan hiervoor onze bedrijfsvoering doorlichten en onze inkoop- en aanbestedingen zo duurzaam mogelijk insteken. Verduurzamen gemeentelijk vastgoed In 2022 zijn alle daken van gemeentelijke gebouwen die hiervoor geschikt zijn voorzien van zonnepanelen.

2.

Circulaire economie

Wij ondersteunen de transitie naar een circulaire economie en samenleving. Op basis van het collegeprogramma 2018-2022 zijn er voor het begrotingsjaar 2022 geen aanvullende activiteiten gepland.

3.

Klimaatadaptatie

We houden rekening met de gevolgen van het veranderende klimaat, zoals heftige regenval, hittestress en droogte. Wateroverlast wordt verminderd door het stimuleren van het afkoppelen van

51

2.1. Beleidsbegroting hemelwaterafvoer. Bij de inrichting van de openbare ruimte zal mede worden ingezet op het voorkomen van wateroverlast en hittestress. In het verleden hebben de gemeenten in de regio Noord-Limburg in samenwerking met het waterschap een klimaatstresstest uitgevoerd. Het waterschap heeft in navolging hiervan het initiatief genomen om te komen tot een 'Regionale en Lokale uitvoeringsagenda klimaatadaptatie Waterpanel-Noord'. Hieruit zal moeten blijken welke knelpunten en kansen de komende jaren gaan spelen en hoe we deze gezamenlijk kunnen gaan aanpakken. Op basis van het collegeprogramma 2018-2022 zijn er voor het begrotingsjaar 2022 geen aanvullende activiteiten gepland.

4.

Een gezonde levensstijl stimuleren

We bevorderen een gezonde leefstijl, onder andere door sporten en bewegen te stimuleren. We doen dit door waar mogelijk sport- en beweeglocaties in de openbare ruimte te realiseren, bij voorkeur op die momenten dat die gecombineerd kan worden met een geplande aanpassing van de openbare ruimte. Ook bevorderen we beweegactiviteiten door deze financieel te ondersteunen middels subsidie. In 2022 gaan wij door met de uitvoering van het lokale sportakkoord en het lokale preventieakkoord. Met het budget wat wij hiervoor vanuit het rijk hebben gekregen ondersteunen wij (extra) beweegactiviteiten, de lokale inbedding van de Gecombineerde Leefstijlinterventie en preventieve activiteiten op het gebied van Jeugd- GGZ. Voor 2022 staan geen nieuwe, aanvullende activiteiten gepland.

Relatie met verbonden partijen

De volgende verbonden partijen hebben een relatie met dit programma: - GR Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen: De regeling is getroffen om de positie van de Regio Arnhem-Nijmegen te versterken en een kwalitatieve groei van de regio – met behoud van de typische balans tussen levendige verstedelijking en ontspannen leefkwaliteit – te bewerkstelligen op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling (waaronder wonen, landschap, verkeer en mobiliteit) en sociaaleconomische ontwikkeling (waaronder werkgelegenheid, bedrijvigheid, recreatie, toerisme, leefbaarheid en cultuur) op de schaal van de regio, en waarbij integraliteit, innovatie, duurzaamheid en circulariteit belangrijke uitgangspunten zijn;

- Gemeenschappelijke regeling Euregio Rijn-Waal: versterken economische, sociale en maatschappelijke positie van de regio, werkvelden ruimtelijke structuur, economie, technologie en innovatie, milieu, natuur en landschap, kwalificering en arbeidsmarkt, sociaal-culturele integratie;

- Gemeenschappelijke regeling Milieusamenwerking Afvalverwerking Regio Nijmegen (MARN): ondersteuning en behartiging belangen gemeente ter bescherming van het milieu, waaronder een doelmatige en milieuhygiënisch verantwoorde verwijdering van afvalstoffen;

- NV Waterleidingmaatschappij Limburg (WML): Provincie Limburg voorzien van leidingwater door middel van winnen, zuiveren, opslaan, inkopen, transporteren, distribueren en leveren van water;

- Enexis Holding N.V.: beheer energienetwerk in Nederland voor 2,9 miljoen huishoudens, realiseren duurzame energievoorziening, versnellen energietransitie;

- DAR NV:

52

Programmabegroting 2022-2025 ondersteuning en inzameling en verwerking van afvalstoffen.

Indicatoren

Onderstaande wettelijk verplichte beleidsindicatoren zijn vermeld op grond van de 'Regeling beleidsindicatoren gemeenten'. De waarden zijn vermeld zoals aangegeven door de wettelijke bronhouders. Zie ook de 'Leeswijzer' voor meer informatie. Nr. Omschrijving

Bron

2019

2020

2021

2022

2022

*)

Waarde

Waarde

Waarde

Waarde

Gemeente

1

Omvang huishoudelijk restafval: Kg per inwoner

1

105

N/b

N/b

N/b

Prognose DAR

2

Hernieuwbare elektriciteit: %

2

10,1

N/b

N/b

N/b

-

*) wettelijke bronhouder 1 CBS 2 RWS N/b = Gegevens niet beschikbaar / nog niet beschikbaar gesteld.

Wat mag het kosten?

Bedragen x € 1.000

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Totaal lasten

1.363

1.682

1.439

1.457

1.457

1.457

Totaal baten

-1.547

-1.681

-1.409

-1.423

-1.423

-1.423

-184

1

30

34

34

34

Toevoegingen aan reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekkingen aan reserves

-237

-245

0

0

0

0

Geraamd resultaat

-421

-244

30

34

34

34

Saldo baten en lasten

Voor een analyse van de cijfers tussen verschillende jaren verwijzen wij u naar onderdeel 2.2.2.1 'Financieel overzicht' in de Financiële begroting.

53

2.1. Beleidsbegroting

2.1.10. Programma Wonen Alternatieve naam

: Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing

Portefeuillehouders

: Wethouders Peters en Wienhoven

Visie 2018 - 2022 In onze gemeente is er veel vraag naar betaalbare woningen voor verschillende doelgroepen. Naast de opgave om onze woningvoorraad te verduurzamen en de Omgevingswet te implementeren, vormt het realiseren van betaalbare woningen een speerpunt van beleid. We willen hiervoor de juiste conditie creëren en ons voor lopende en komende ontwikkelingen hard maken dit aspect mee te nemen in de realisatie van woningbouw.

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?

1.

Het realiseren van betaalbare woningen

Het realiseren van betaalbare woningen is belangrijk voor tal van doelgroepen. Niet alleen voor jongeren of ouderen, maar ook voor onze inwoners met een lager inkomen. In onze gemeente is er ruimte voor nieuwe initiatieven voor woningbouw. Bij het maken van afspraken over het woningbouwprogramma van nieuwe initiatieven zullen wij ons hard maken voor een gedifferentieerd woningbouwprogramma met betaalbare woningen. Reguliere en lopende activiteiten op basis van het bestaand beleid worden voortgezet in 2022. Gezien de woningbouwbehoefte in onze gemeente wordt er gewerkt aan een uitbreiding van het woningbouwprogramma. De locatie Molenhoek Zuid is nadrukkelijk in beeld als ontwikkellocatie voor woningbouw. Wij hebben de ambitie om hier een gedifferentieerd woningbouwprogramma te realiseren.

2.

De gebouwen in de gemeente verduurzamen

Dit is een lopend proces. Reguliere en lopende activiteiten op basis van het bestaand beleid worden voortgezet in 2022. Op basis van het collegeprogramma 2018-2022 zijn er voor het begrotingsjaar 2022 geen aanvullende activiteiten gepland.

3.

De Omgevingswet invoeren

Op het gebied van het ruimtelijk domein staat een ingrijpende operatie voor de deur. Een operatie met een nog grotere impact dan de decentralisatie in het sociaal domein. De invoering van de Omgevingswet. Een nieuwe wet waarin talloze verschillende wetten worden ondergebracht onder één wet. Deze Omgevingswet moet het makkelijker maken om veranderingen in de fysieke leefomgeving mogelijk te maken. Deze wet moet ook in onze gemeente worden geïmplementeerd. Niet alleen in technische zin dat er talloze plannen en beleidsdocumenten moeten worden aangepast, maar ook in de manier waarop wij met ruimtelijke ordening omgaan. Niet meer de vraag of een ontwikkeling mogelijk is, maar meer de vraag of een ontwikkeling wenselijk is, zal leidend worden. Deze andere manier van werken zal van gemeenteraad tot organisatie moeten worden omarmd. De beoogde inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet wordt met een half jaar verplaatst naar 1 juli 2022.

54

Programmabegroting 2022-2025 Experimenten met verschillende woonvormen mogelijk maken Met het oog op de Omgevingswet zijn er mogelijkheden om te experimenteren met afwijkende of bijzondere woonvormen. Wij staan open voor plannen die afwijken van het gangbare en wij zullen deze plannen zo goed mogelijk faciliteren door bijvoorbeeld het normenkader aan te passen of gebruik maken van onze afwijkingsbevoegdheden.

4. Gemeentelijke woonvisie De huidige Woonvisie 2017-2021 gemeente Mook en Middelaar 'kwaliteit van Wonen en Leven', is medio 2017 vastgesteld en heeft een looptijd van vier jaar. De afgelopen vier jaar is er veel veranderd op de woningmarkt. Dit is zichtbaar in de in 2020 vastgestelde “Regionale woonvisie Noord-Limburg 2020-2024” en de afspraken in de “Woondeal Arnhem-Nijmegen”. Het is daarom wenselijk dat de woonvisie wordt herzien. Dit gebeurt in 2022.

Relatie met verbonden partijen

De volgende verbonden partij of partijen hebben een relatie met dit programma: - GR Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen: De regeling is getroffen om de positie van de Regio Arnhem-Nijmegen te versterken en een kwalitatieve groei van de regio – met behoud van de typische balans tussen levendige verstedelijking en ontspannen leefkwaliteit – te bewerkstelligen op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling (waaronder wonen, landschap, verkeer en mobiliteit) en sociaaleconomische ontwikkeling (waaronder werkgelegenheid, bedrijvigheid, recreatie, toerisme, leefbaarheid en cultuur) op de schaal van de regio, en waarbij integraliteit, innovatie, duurzaamheid en circulariteit belangrijke uitgangspunten zijn;

- Gemeenschappelijke regeling Euregio Rijn-Waal: versterken economische, sociale en maatschappelijke positie van de regio, werkvelden ruimtelijke structuur, economie, technologie en innovatie, milieu, natuur en landschap, kwalificering en arbeidsmarkt, sociaal-culturele integratie.

Indicatoren

Onderstaande wettelijk verplichte beleidsindicatoren zijn vermeld op grond van de 'Regeling beleidsindicatoren gemeenten'. De waarden zijn vermeld zoals aangegeven door de wettelijke bronhouders. Zie ook de 'Leeswijzer' voor meer informatie. Nr. Omschrijving

Bron

2019

2020

2021

2022

2022

*)

Waarde

Waarde

Waarde

Waarde

Gemeente

1

Gemiddelde woz-waarde: x € 1.000

1

291

308

N/b

N/b

-

2

Nieuw gebouwde woningen: Aantal per 1.000 woningen

2

3,9

10,9

N/b

N/b

-

3

Demografische druk: %

1

85,2

86,1

84,7

N/b

-

4

Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden: x€1

3

792

785

869

N/b

-

55

2.1. Beleidsbegroting Nr. Omschrijving 5

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden: x€1

Bron

2019

2020

2021

2022

2022

3

839

834

923

N/b

-

*) wettelijke bronhouder 1 CBS 2 Basisregistratie adressen en gebouwen 3 COELO N/b = Gegevens niet beschikbaar / nog niet beschikbaar gesteld.

Wat mag het kosten?

Bedragen x € 1.000

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Totaal lasten

493

549

642

642

642

642

Totaal baten

-166

-114

-114

-114

-114

-114

Saldo baten en lasten

327

435

528

528

528

528

Toevoegingen aan reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekkingen aan reserves

-73

-162

-127

-127

-127

-127

Geraamd resultaat

254

273

402

402

402

402

Voor een analyse van de cijfers tussen verschillende jaren verwijzen wij u naar onderdeel 2.2.2.1 'Financieel overzicht' in de Financiële begroting.

56

Programmabegroting 2022-2025

2.1.11. Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen Wettelijk kader Artikel 8, lid 1 letter b jo. artikel 8, lid 5 BBV. Algemeen In de begroting worden specifieke en algemene dekkingsmiddelen onderscheiden. Specifieke dekkingsmiddelen Specifieke dekkingsmiddelen hangen samen met concrete beleidsvelden. Deze zijn opgenomen in de baten bij de desbetreffende programma’s. Voorbeelden van specifieke dekkingsmiddelen zijn bepaalde inkomsten van het rijk (bijvoorbeeld een rijksbijdrage in verband met uitvoering van de Wet werk en bijstand), de inkomsten voor concrete gemeentelijke diensten (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing voor het ophalen van afval of leges voor het in behandeling nemen van verzoeken tot het verstrekken van vergunningen of het afgeven van reisdocumenten). Algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen zijn vrij aanwendbaar. De besteding van deze inkomsten is niet aan een bepaald programma(-doel) gebonden. De algemene dekkingsmiddelen vormen een financiële dekking van de (nadelige) saldi van de programma’s omdat daar met name de kosten zijn geraamd. Algemene dekkingsmiddelen Voor 2022 bedragen de algemene dekkingsmiddelen, (afgerond) € 14,0 miljoen. Bedragen x € 1.000 Overzicht algemene dekkingsmiddelen (baten)

R2020

B2021

B2022

B2023

B2024

B2025

Uitkeringen gemeentefonds (inclusief DU/IU)

10.147

10.713

11.465

11.105

11.120

11.045

Belastingen*), waarvan

2.023

2.300

2.165

2.223

2.248

2.248

- Onroerende zaakbelastingen*)

1.863

2.149

2.013

2.038

2.063

2.063

- Toeristenbelasting **)

88

79

79

112

112

112

- Hondenbelasting **)

43

44

44

44

44

44

- Forensenbelasting

29

29

29

29

29

29

Dividend

254

288

288

288

288

288

Saldo van de financieringsfunctie (rentebaten -/- rentelasten)

18

82

22

32

32

32

Overige algemene dekkingsmiddelen

0

0

0

0

0

0

Totaal Algemene dekkingsmiddelen

12.442

13.383

13.941

13.649

13.689

13.614

*) Inclusief reguliere inflatiecorrectie. **) Wettelijk bezien worden toeristenbelasting en hondenbelasting toegerekend aan de algemene dekkingsmiddelen en zijn hiermee formeel vrij besteedbaar. In Mook en Middelaar worden deze opbrengsten echter wel ingezet om (mede) de kosten te dekken van toerisme en van hondenaangelegenheden (zoals de aanleg en het onderhoud van hondenuitlaatplaatsen).

57

2.1. Beleidsbegroting Uitkeringen Het bedrag aan uitkeringen gemeentefonds is gebaseerd op de septembercirculaire 2021. De uitkeringen gemeentefonds betreffen de algemene uitkering, diverse integratie- en decentralisatieuitkeringen en de integratie-uitkering Sociaal Domein. Vanaf 2003 is een deel onttrokken uit het gemeentefonds als compensatie van door de gemeenten betaalde btw die niet bij de Belastingdienst teruggevorderd kan worden. Deze uitname is toegevoegd aan het BTW-compensatiefonds. Vanaf 2015 is het plafond van het BTW-compensatiefonds gekoppeld aan het accrespercentage van het gemeentefonds. Wordt het plafond overschreden, dan komt het verschil ten laste van het gemeentefonds. Is er nog ruimte onder het plafond, dan komt het verschil ten gunste aan de algemene uitkering. Het over- of onderschrijden van het plafond geldt op landelijk niveau. Meerjarig wordt in deze Programmabegroting 2022 geen rekening gehouden met een mogelijke overschrijding van of ruimte onder het BCF-plafond. Vanaf 2019 is de integratie-uitkering Sociaal Domein grotendeels overgeheveld naar de Algemene Uitkering. Voor 2022 is middels de septembercirculaire 2021 een bedrag van € 358k opgenomen in de algemene uitkering als dekking van de kosten voor Jeugdzorg. Voor de jaren 2023 t/m 2025 zijn stelposten opgenomen in deze programmabegroting van respectievelijk € 300k, € 285k en € 260k.

Deze zijn reeds verwerkt in bovenstaande bedragen. Taakmutaties en egalisatie In de uitkeringen gemeentefonds zitten ook bedragen ten behoeve van uit te voeren werkzaamheden. Deze bedragen worden beschouwd als taakmutaties. De bedragen worden als uitgavenbudget geraamd in de exploitatie.

Wat mag het kosten?

Bedragen x € 1.000

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Totaal lasten

52

42

32

22

22

22

Totaal baten

-12.499

-13.426

-13.973

-13.671

-13.711

-13.636

Saldo baten en lasten

-12.447

-13.383

-13.941

-13.649

-13.689

-13.614

Toevoegingen aan reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekkingen aan reserves

0

0

0

0

0

0

-12.447

-13.383

-13.941

-13.649

-13.689

-13.614

Geraamd resultaat

58

Programmabegroting 2022-2025

2.1.12. Overzicht van de kosten van overhead Wettelijk kader Artikel 8, lid 1, letter c BBV Kosten van overhead Om de raad meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie en om hierover ook meer zeggenschap te geven, is in het BBV voorgeschreven dat in het programmaplan een apart overzicht opgenomen moet worden van de kosten van de overhead. Overhead betreft alle kosten die niet direct toegewezen kunnen worden aan een programma. In de praktijk wordt overhead meestal aangeduid met pijofach (of een variant hierop). Deze letters staan veelal voor Personeel, Informatisering (ICT) / Inkoop, Juridische zaken, Organisatie, Financiën / Facilitaire zaken, Automatisering (ICT), Communicatie en Huisvesting. De kosten die betrekking hebben op het primaire proces, zoals salariskosten, moeten worden opgenomen in lasten bij de diverse programma's. Salariskosten die niet direct toewijsbaar zijn aan programma's, zoals kosten van het MT, Financiën en Juridische zaken, blijven staan op overhead. In onderstaande tabel vindt u de kosten van de overhead.

Bedragen x € 1.000 Overhead Personeel en Organisatie (excl. direct verantwoord bij programma's)

R2020

B2021

B2022

B2023

B2024

B2025

2.514

3.011

2.722

2.684

2.610

2.585

Huisvesting en Facilitaire zaken

226

270

233

233

233

283

ICT

749

746

757

760

760

760

Financiën, Juridische zaken en Communicatie

125

108

53

53

53

53

Huisvesting buitendienst (werf)

485

545

186

186

186

186

4.098

4.680

3.952

3.917

3.843

3.868

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Totaal Overhead

Wat mag het kosten?

Bedragen x € 1.000

Rekening 2020

Totaal lasten

4.671

5.465

4.061

3.952

3.878

3.903

Totaal baten

-127

-119

0

0

0

0

Saldo baten en lasten

4.544

5.346

4.061

3.952

3.878

3.903

Toevoegingen aan reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekkingen aan reserves

-445

-666

-110

-35

-35

-35

Geraamd resultaat

4.098

4.680

3.952

3.917

3.843

3.868

59

2.1. Beleidsbegroting

2.1.13. Bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting Wettelijk kader Artikel 8, lid 1 letter d BBV. Algemeen Vennootschapsbelasting (Vpb) is verschuldigd over fiscale winsten van ondernemersactiviteiten. Omdat de resultaten op fiscaal belaste activiteiten onderling worden verrekend en aangifte zal worden gedaan over het totale (gesaldeerde) fiscale resultaat, moet de Vpb-heffing worden begroot en verantwoord als één centrale post in de begroting (en in de jaarrekening). De raming van het te betalen bedrag aan Vpb wordt als last geboekt. Het gaat om het geraamde bedrag van de aanslag Vpb voor het betreffende begrotingsjaar. Dit bedrag is verschuldigd vanwege een eventuele fiscale winst die per saldo verwacht wordt op ondernemingsactiviteiten in het betreffende begrotingsjaar. Ook in de jaarrekening zal het veelal nog gaan om een raming van het bedrag van de aanslag, omdat de definitieve aanslag dan nog niet is ontvangen. Vennootschapsbelastingplichtige activiteiten De gemeente Mook en Middelaar heeft nauwelijks Vpb-plichtige activiteiten. De fiscus heeft landelijk het standpunt ingenomen dat de opbrengsten van afvalstromen Vpb-plichtig zijn. Mook en Middelaar heeft zeer beperkte opbrengsten van afvalstromen. De verschuldigde belasting is over het algemeen maximaal een paar honderd euro.

In 2020 is over de jaren 2016, 2017 en 2018 totaal € 0k (onafgerond € 217) aan Vpb betaald. In het vierde kwartaal van 2021 wordt de aangifte over 2019 en 2020 ingediend. Vanaf 2022 wordt jaarlijks Vpb-aangifte gedaan. Vennootschapsbelasting begrotingsjaar 2022 Voor 2022 hanteren wij dezelfde fiscale uitgangspunten als in de voorgaande jaren. Wij voorzien momenteel ook geen of nauwelijks fiscale winsten over 2022 (alleen eventueel de opbrengst van afvalstromen). Het geraamde bedrag voor de heffing voor de Vennootschapsbelasting over 2022 stellen wij vooralsnog op (afgerond) € 0k. Bedragen x € 1.000 Vennootschapsbelasting

R2020

B2021

B2022

B2023

B2024

B2025

Geraamde Vpb

0

0

0

0

0

0

Betaalde Vpb

0

0

0

0

0

0

60

Programmabegroting 2022-2025

Wat mag het kosten?

Bedragen x € 1.000

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Totaal lasten

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

0

0

0

0

0

0

Saldo baten en lasten

0

0

0

0

0

0

Toevoegingen aan reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekkingen aan reserves

0

0

0

0

0

0

Geraamd resultaat

0

0

0

0

0

0

61

2.1. Beleidsbegroting

2.1.14. Bedrag voor onvoorzien Wettelijk kader Artikel 8, lid 1 letter e jo. artikel 8, lid 6 BBV. Onvoorzien Vanaf begrotingsjaar 2016 wordt een (relatief klein) bedrag van € 5k voor onvoorzien in de begroting opgenomen voor alle programma's samen. Dit bedraagt ongeveer 0,03% van de totale lasten. Incidenteel Naast een structureel budget van € 5k, is een post 'Incidenteel budget' aanwezig, zonder beginsaldo. Eventuele incidentele voordelen gedurende 2022 worden toegevoegd aan dit budget om hiermee incidentele nadelen gedurende 2022 te kunnen dekken. Dit voorkomt het onnodig aanwenden van de VBR. Daarnaast kan sneller ingespeeld worden op dekking voor projectmatige kosten (niet zijnde kredieten).

Bedragen x € 1.000 Onvoorzien en incidenteel

R2020

B2021

B2022

B2023

B2024

B2025

Bedrag voor onvoorzien

0

5

5

5

5

5

Budget voor incidentele posten

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

5

5

5

5

5

Begroting 2021

Begroting 2022

Wat mag het kosten?

Bedragen x € 1.000

Rekening 2020

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Totaal lasten

0

5

5

5

5

5

Totaal baten

0

0

0

0

0

0

Saldo baten en lasten

0

5

5

5

5

5

Toevoegingen aan reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekkingen aan reserves

0

0

0

0

0

0

Geraamd resultaat

0

5

5

5

5

5

62

Programmabegroting 2022-2025

Paragrafen Wettelijk kader Artikel 7, lid 2, letter b BBV. Artikel 9 BBV. Toelichting De paragrafen bevatten beleidsinformatie die niet specifiek aan een programma is gekoppeld, maar aan een beleidsonderdeel. Elk beleidsonderdeel kan van toepassing zijn over meerdere programma’s heen. Een paragraaf bevat feitelijk per onderdeel een dwarsdoorsnede van de begroting. De volgende paragrafen zijn wettelijk verplicht: - Lokale heffingen; - Weerstandsvermogen en risicobeheersing; - Onderhoud kapitaalgoederen; - Financiering; - Bedrijfsvoering; - Verbonden partijen; - Grondbeleid. Naast deze zeven verplichte paragrafen zijn er twee aanvullende paragrafen opgenomen in deze begroting, te weten: - Informatieveiligheid, naar aanleiding van VNG-resolutie; en - Verduurzamen, naar aanleiding van amendement raad.

63

2.1. Beleidsbegroting

2.1.15. Paragraaf Lokale heffingen Wettelijk kader Artikel 10 BBV. Algemeen De paragraaf 'Lokale heffingen' heeft betrekking op zowel de heffingen waarvan de besteding is gebonden (en dus gerelateerd aan uitgaven), als op die waarvan de besteding ongebonden is (vrij aanwendbaar). Door in één paragraaf aandacht te besteden aan het beleid met betrekking tot de belastingheffing, wordt u als raad in staat gesteld te sturen op de hoofdlijnen van het beleid. Het vaststellen van de diverse belastingtarieven gebeurt niet met het vaststellen van de begroting, maar met het vaststellen van de desbetreffende belastingverordeningen in de openbare raadsvergadering van 16 december 2021. Geraamde opbrengsten In onderstaande tabel worden de opbrengsten van de lokale heffingen weergegeven. Deze opbrengsten zijn al gebaseerd op een inflatiecorrectie van de belastingtarieven met 1,50% en een eventuele correctie op de heffingsgrondslag. Opbrengsten belastingen

W2020

B2021

B2022

B2023

B2024

B2025

Niet-bestedingsgebonden lokale heffingen: Onroerende zaakbelastingen: Ozb eigenaren woningen

1.506

1.688

1.593

1.618

1.643

1.643

Ozb eigenaren niet-woningen

210

273

248

248

248

248

Ozb gebruikers niet-woningen

147

188

172

172

172

172

Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (n.v.t.)

0

0

0

0

0

0

Forensenbelasting

29

29

29

29

29

29

Toeristenbelasting (land en water) *)

88

79

79

112

112

112

Parkeerbelasting (n.v.t.)

0

0

0

0

0

0

Hondenbelasting *)

43

44

44

44

44

44

Reclamebelasting (n.v.t.)

0

0

0

0

0

0

Precariobelasting (n.v.t.)

0

0

0

0

0

0

2.023

2.300

2.165

2.223

2.248

2.248

Baatbelasting (t/m 2023)

17

17

17

17

0

0

Rioolheffing woningen en niet-woningen

624

612

518

545

545

545

Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht

770

795

806

793

793

793

Totaal bestedingsgebonden

1.411

1.424

1.341

1.355

1.338

1.338

Totaal lokale heffingen

3.434

3.724

3.506

3.579

3.586

3.586

Totaal niet-bestedingsgebonden

Bestedingsgebonden lokale heffingen:

*) Ofschoon de toeristenbelasting en de hondenbelasting wettelijk gezien niet-bestedingsgebonden heffingen zijn, worden deze opbrengsten in Mook en Middelaar wel gelabeld voor de dekking van de kosten daarvan. De toename van de toeristenbelasting is afhankelijk van te plegen investeringen. Tegenover de hogere toeristenbelasting staan

64

Programmabegroting 2022-2025 kapitaallasten. Als investeringen worden uitgesteld, leidt dit tot lagere kapitaallasten en een lagere toeristenbelasting.

Beleid ten aanzien van de lokale heffingen Mede overeenkomstig de Kaderbrief 2022 zijn in deze Programmabegroting 2021 de volgende beleidsmatige uitgangspunten gehanteerd: a) Er wordt in 2022 een inflatiecorrectie toegepast van 1,50% (op basis van 75% prijsstijging BBP en 25% loonstijging overheidsconsumptie) op de algemene heffingen en de tarieven onroerende zaakbelastingen (ozb). De ozb wordt geheven op basis van de woz-waarde. Jaarlijks vindt een hertaxatie plaats. De daaruit voortvloeiende waardestijging of waardedaling wordt verdisconteerd in het definitieve tarief. In de begroting wordt nog rekening gehouden met een gelijke woz-waarde. De definitieve waardeontwikkeling zal betrokken worden bij de vaststelling van de belastingtarieven voor 2022 in de raadsvergadering van 16 december 2021; b) Meerjarig wordt standaard de 0-lijn gehanteerd. De belastingopbrengsten voor begrotingsjaar 2023 wordt pas in de programma-begroting van 2023 geïndexeerd op basis van het dan bekende inflatiepercentage; c) Het tarief voor rioolheffing is gebaseerd op het (huidige) GRP en is maximaal kostendekkend. De opbrengst is bestemd voor onderhoud en vervanging van de bestaande riolering; d) De afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen van huishoudelijk afval.

Ook de afvalstoffenheffing is maximaal kostendekkend; e) Op opbrengst voor toeristenbelasting en watertoeristenbelasting wordt vooralsnog niet verhoogd. Een toename van de toeristenbelasting is gekoppeld aan investeringen; f) De gemeentelijke leges worden berekend voor de door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. De leges worden geïndexeerd met 1,50%; g) De heffing en invorderingsactiviteiten van de belastingen zijn, met uitzondering van leges, uitbesteed aan de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen in de provincie Limburg (BsGW); h) De heffing en invorderingsactiviteiten van de leges worden uitgevoerd door de gemeente Mook en Middelaar. Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen De mogelijkheid tot belastingheffing is verankerd in de Gemeentewet (Gw). Hieronder vindt u een opsomming van alle belastingen die geheven mogen worden. Als Mook en Middelaar een belasting niet heft, is dit aangegeven bij de desbetreffende belasting. De gemeenteraad bepaalt of een belasting wel of niet geheven wordt. Van de belastingen die geheven worden, worden uiterlijk in december 2021 de 65

2.1. Beleidsbegroting belastingverordeningen vastgesteld ten behoeve van het begrotingsjaar 2022. Hierbij wordt rekening gehouden met de besluitvorming omtrent het voorgestelde dekkingsplan. Een eventueel nieuw in te voeren belasting geldt altijd vanaf het jaar volgend op het komende begrotingsjaar. Onderzoek en implementatie dat in 2022 plaatsvindt leidt tot belastingbaten vanaf 1 januari 2023. Gezien het begrotingssaldo over 2022 is een nieuwe belasting vanaf 2022 (nog) niet noodzakelijk). Onroerende-zaakbelastingen (art. 220 Gw) De onroerende zaakbelastingen (ozb) zijn de belangrijkste belastingen die de gemeente aan haar burgers oplegt. Wanneer iemand een woning, gebouw of perceel grond in bezit heeft of huurt, binnen de gemeentegrenzen, dan wordt onroerende zaakbelasting (ozb) geheven. Er zijn drie onroerende zaakbelastingen: 1. ozb eigenaren woningen; 2. ozb eigenaren niet-woningen; 3. ozb gebruikers niet-woningen. Macronorm/benchmark woonlasten Er geldt geen drempel of tarieflimiet voor de ozb per gemeente. Vanaf 2020 wordt een landelijke 'benchmark lokale woonlasten' toegepast om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijk te maken. Hierbij worden naast de ozb ook de rioolheffing en de afvalstoffenheffing betrokken.

Artikel 12 norm Gemeenten die in ernstige financiële problemen verkeren, kunnen op grond van artikel 12 van de Financiële verhoudingswet een aanvullende uitkering aanvragen. Dit kan als de algemene middelen van de gemeente aanmerkelijk en structureel tekortschieten om in de noodzakelijke behoeften te voorzien, terwijl de eigen inkomsten zich op een redelijk peil bevinden. Dit laatste betekent concreet dat afvalstoffenheffing en rioolheffing kostendekkend moeten zijn en dat het gewogen gemiddelde ozb-tarief ten minste 0,1809 procent van de woz-waarde moet bedragen (peiljaar 2021). Niet-kostendekkende tarieven voor riool en reiniging zijn alleen toegestaan voor zover deze door een hoger ozb-tarief worden gecompenseerd. Artikel 12-gemeenten zijn dus genoodzaakt hoge tarieven te hanteren. Of dit ook altijd tot hoge lasten voor hun inwoners leidt, hangt af van de waarde van de onroerende zaken binnen deze gemeenten. Op dit moment (oktober 2021) zijn er voor zover bekend geen artikel-12-gemeenten. Inflatiecorrectie/tarief Voor 2021 wordt een inflatiecorrectie toegepast van 1,50% (vorig jaar 2,05%). De onroerende zaakbelastingen (opbrengst) worden dus met 1,50% verhoogd. De uiteindelijke tarieven zijn afhankelijk van de grondslag (opbrengst gedeeld door grondslag is tarief).

Areaaluitbreidingen (meer woningen in enig jaar) verhogen de opbrengst voor het daaropvolgende jaar en worden niet betrokken bij de tariefberekening. Wet woz De grondslag voor de ozb is de woz-waarde van de onroerende zaak. Omdat sommige onroerende zaken middels de belastingverordening zijn vrijgesteld, is de totale ozb-waarde (grondslag voor de ozb) meestal iets lager dan de totale woz-waarde. De Waarderingskamer ziet erop toe dat de uitvoering van de Wet woz juist wordt uitgevoerd. De meest actuele waardegegevens als gevolg van de hertaxatie zullen worden verwerkt in de definitieve ozb-tarieven. Deze hebben effect op het tarief, echter niet op de opbrengst. Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (221 Gw) Deze belasting kan geheven worden op roerende woon- en bedrijfsruimten (zoals woonboten). De gemeente Mook en Middelaar heft deze belasting niet. Baatbelasting (art. 222 Gw) 66

Programmabegroting 2022-2025 Onder de naam "baatbelasting Korendal" wordt bij onroerende zaken in het Korendal, die gebaat zijn bij de van gemeentewege aanlegde riolering in het Korendal, een directe belasting geheven ter verkrijging van een billijke bijdrage in de ten laste van de gemeente gebleven kosten van aanleg van deze riolering. De belasting wordt geheven gedurende de belastingjaren 1994 t/m 2023. De belastingverordening hoeft niet jaarlijks herzien te worden, omdat deze in april 1993 is vastgesteld en nadien niet meer wijzigt. Gebate onroerende zaken blijven gebaat tot en met het einde van de looptijd van de baatbelasting t/m 2023. Momenteel wordt jaarlijks € 17k aan baatbelasting geïnd. Forensenbelasting (art. 223 Gw) De forensenbelasting wordt geheven van niet-inwoners die in een (tweede) woning gedurende het belastingjaar meer dan negentig malen nachtverblijf houden of er op meer dan negentig dagen van dat jaar voor zichzelf of voor hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Als heffingsgrondslag voor deze belasting wordt de woz-waarde gehanteerd zoals die voor het belastingjaar wordt vastgesteld. De opbrengst voor de forensenbelasting wordt voor 2022 geïndexeerd met 1,50%. Het tarief is afhankelijk van de woz-waarde. Op basis van de huidige prognose blijft de grondslag iets achter, waardoor het tarief meer dan trendmatig moet stijgen.

Toeristen- en Watertoeristenbelasting (art. 224 Gw) Naast de ozb heft onze gemeente als vrij aanwendbare belasting de toeristenbelasting. De baten worden gebruikt voor dekking van kosten op het gebied van recreatie en toerisme. Investeringen in 2022 leiden tot kapitaallasten en een hogere toeristenbelasting vanaf 2023. Inmiddels zijn gesprekken gevoerd met diverse ondernemers om op termijn bijvoorbeeld een convenant af te sluiten. De uiteindelijke tarieven zijn mede afhankelijk van de geraamde grondslag (het aantal overnachtingen). In december wordt het definitieve voorstel voorgelegd met de tarieven over 2022. Parkeerbelasting (art. 225 Gw) Er zijn twee soorten parkeerbelastingen. Een belasting voor het daadwerkelijk betaald parkeren op daarvoor aangewezen plaatsen en een belasting voor een vergunning om te parkeren op daarvoor aangewezen plaatsen. Voor het parkeren op een zogenaamde ‘gehandicaptenparkeerplaats’ is ook een vergunning nodig. Hiervoor wordt echter geen parkeerbelasting geheven maar is leges verschuldigd. De gemeente Mook en Middelaar heft geen parkeerbelasting, maar hanteert 'blauwe zones' voor parkeerregulering waarbij op bepaalde plaatsen een beperkte tijd geparkeerd mag worden. Hondenbelasting (art. 226 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft hondenbelasting. De opbrengst van de hondenbelasting valt formeel onder de algemene dekkingsmiddelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=76015fdd-44dd-4df0-acd4-8f7a89d27632