Motivering en regels TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
Tekst van het document
Motivering en regels
Vast te stellen (4 november 2025)
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
Inhoudsopgave
Motivering
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Leeswijzer
6 6 6
Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Planologisch 2.2 Feitelijk
7 7 7
Hoofdstuk 3 Toekomstige situatie 3.1 Planologisch 3.2 Feitelijk
10 10 10
Hoofdstuk 4 Participatie 4.1 Omgevingsdialoog 4.2 Zienswijzen
12 12 12
Hoofdstuk 5 Visie en beleid 5.1 Rijksbeleid 5.2 Provinciaal beleid 5.3 Regionaal beleid 5.4 Gemeentelijk beleid 5.5 Conclusie
13 13 15 17 18 19
Hoofdstuk 6 Fysieke leefomgeving en milieu 6.1 Archeologie en Cultureel erfgoed 6.2 Bodem 6.3 Duurzaamheid 6.4 Ecologie en natuur 6.5 Geluid 6.6 Luchtkwaliteit 6.7 Milieuzonering 6.8 Omgevingsveiligheid 6.9 Verkeer en parkeren 6.10 Water 6.11 M.e.r.-beoordeling
20 20 22 23 24 28 31 32 33 35 36 37
Hoofdstuk 7 Financiële haalbaarheid 7.1 Economische haalbaarheid
38 38
Hoofdstuk 8 Belangenafweging 8.1 Wat betekent dit initiatief voor de inwoners 8.2 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
39 39 39
Bijlagen bij motivering
41
Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
42
Bijlage 2
Quickscan Natuur
43
Bijlage 3
Dassenonderzoek
44
Bijlage 4
Stikstofdepositieonderzoek
45
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
46
Bijlage 6
Verslag buurtgesprekken
47
Bijlage 7
Zienswijzennota
48
2
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
Regels
49
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3
Inleidende bepalingen Toepassingsbereik Begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen
50 50 51 54
Hoofdstuk 2 Artikel 4
Specifieke regels over functies Wonen
55 55
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels over functies Toepassingsbereik Aanvraagvereisten Anti-dubbeltelregel Bestaande maatvoering Parkeren Gebruiksactiviteiten - algemeen Bouwactiviteiten - algemeen
59 59 59 59 59 59 60 61
Hoofdstuk 4 Artikel 12
Overgangsregels Overgangsrecht
62 62
Bijlagen bij regels
63
Bijlage 1
64
Landschappelijk inpassingsplan
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
3
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
4
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
Motivering
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
5
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Initiatiefnemer is voornemens om een woning te realiseren op het achterterrein van de woning aan de Rijksweg 19 in Molenhoek. Op 14 februari 2023 heeft het college besloten om in principe en onder voorwaarden medewerking te verlenen aan dit initiatief. Naar aanleiding hiervan is ten behoeve van de beoogde ontwikkeling dit TAM-omgevingsplan opgesteld. Deze procedure is doorlopen om de ontwikkeling planologisch mogelijk te maken. Het TAM-omgevingsplan maakt na vaststelling onderdeel uit van het omgevingsplan Mook en Middelaar.
1.2
Leeswijzer
Inleiding In hoofdstuk 1 zijn de aanleiding en het kader voor de planafwijking beschreven en is het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en zijn de strijdigheden in beeld gebracht. Huidige situatie In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie toegelicht, zowel planologisch als feitelijk. Toekomstige situatie In hoofdstuk 3 wordt de toekomstige situatie toegelicht, zowel planologisch als feitelijk. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Hoofdstuk 4 gaat in op de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Daarbij wordt onder meer ingegaan op de resultaten van het vooroverleg en het participatietraject. Visie en beleid In de hoofdstukken 5 en 6 worden onder meer het (beleids)kader en de milieu- en omgevingsaspecten uiteengezet. Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 7 gaat in op de economische uitvoerbaarheid van het plan. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) In hoofdstuk 8 wordt in het kader van de belangenafweging ingegaan op het feit of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
Hoofdstuk 2
Huidige situatie
2.1
Planologisch
2.1.1
Toetsing aan omgevingsplan
Het plangebied maakt onderdeel uit van het voormalige bestemmingsplan 'Mook en Molenhoek', vastgesteld op 4 juli 2013 en is zodoende onderdeel van het tijdelijke deel van het 'Omgevingsplan gemeente Mook en Middelaar. Hierop heeft het kadastrale perceel de functie Wonen. De voorziene ontwikkeling voor het ontwikkelen van één woning past niet binnen dit tijdelijke omgevingsplan, omdat hoofdgebouwen alleen toegestaan zijn binnen het bouwvlak en dit perceel heeft geen bouwvlak. Om een woning mogelijk te maken is het van belang een bouwvlak op te nemen zodat deze planologisch mogelijk wordt gemaakt. Het toevoegen van dit bouwvlak vormt de essentie van deze TAMomgevingsplan wijziging.
Planologische gebruiksfuncties op luchtfoto met plangebied (bron: regels op de kaart)
2.2
Feitelijk
Het perceel betreft een deel van het kadastrale perceel bekend als gemeente Mook sectie A, 2329 gelegen aan de provinciale Rijksweg tussen Gennep - Nijmegen. Het plangebied zelf is circa 500 m² groot en behelst dus ongeveer 1/4 van de oostkant van het kadastrale perceel. Momenteel is het perceel in eigendom van de initiatiefnemer, woonachtig aan de Rijksweg 19. Aangezien het perceel een uithoek vormt van de tuin is initiatiefnemer voornemens deze op te splitsen en er een apart woonperceel van te maken. De huidige invulling is een fraai onderhouden tuin met groenvoorzieningen zoals heggen, bomen, en struiken.
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
7
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
Globale aanduiding plangebied in Molenhoek Het plangebied is gelegen aan achterkant van de woning die ligt aan de Rijksweg 19 in Molenhoek. De Rijksweg N271 is de provinciale verbindingsweg tussen Gennep - Nijmegen. Ten noorden van het plangebied is recent de nieuwbouwwijk Sterreschans gerealiseerd met appartementen aan de Rijksweg en grondgebonden woningen daarachter. Ten oosten van het plangebied ligt het treinstation Mook-Molenhoek met daartussen ook ten zuiden veel locaties met bedrijvigheid, zoals een sportschool, groothandel, en andere lichte bedrijvigheid van het bedrijventerrein Hoeveveld. Ten westen van de Rijksweg ligt de kwekerij Harry van Lent met een tuincentrum. Daar ten zuidwesten van is de nieuwbouwwijk Molenhoek-Zuid voorzien, een woonwijk voor circa 250 woningen.
8
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
Plangebied en adresgegevens met bestaande bebouwing
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
9
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
Hoofdstuk 3 3.1
Toekomstige situatie
Planologisch
In de toekomstige situatie zal het plangebied de woonfunctie behouden en wordt er een bouwvlak toegevoegd, ter plaatse van het hoofdgebouw. De maximale goot- en bouwhoogte zijn middels een aanduiding geregeld. Er wordt ook een aanduiding opgenomen voor bijgebouwen. De gebiedsaanduiding 'kleinschalige toeristische verblijfseenheden' blijft bestaan.
3.2
Feitelijk
Het inrichtingsplan is zo opgesteld dat er ruimte is voor de woning om ingepast te worden, en parkeren en groen worden geïntegreerd in het plan. Het plangebied is zo gekozen dat deze bereikbaar is via de Sterreschans, maar niet te veel van de huidige tuin van de Rijksweg 19 af haalt. Door het bouwvlak deels achter de woning aan de Sterreschans en deels zichtbaar te houden vanuit de Sterreschans is de woning inpasbaar door de aanwezigheid te laten zien vanaf de weg, maar niet als blokkerend te ervaren en te prominent in beeld te staan. Met het bouwvlak is rekening gehouden met een afstand tot de perceelsgrens van in ieder geval 3 meter. Groen Het huidige perceel is groen ingericht. Om rekening te houden met de groene invulling van het perceel is het bouwvlak zo gesitueerd dat de boom ten oosten gelegen op het perceel behouden kan blijven. De omheining van het perceel bestaat momenteel uit een beukenhaag van circa 2.5 meter hoog. Om het perceel toegankelijk te maken zal er ter hoogte van de Sterreschans een opening in deze bestaande haag gemaakt worden en wordt er een nieuwe beukenhaag aangeplant aan de westzijde van het plangebied. Verharding De verharding op het perceel wordt zo veel mogelijk beperkt. Voor het parkeren is een oplossing gezocht op eigen terrein. Middels een bijgebouw die fungeert als garage is het mogelijk om de parkeervraag op eigen terrein op te lossen.
Rekening moet worden gehouden dat de auto's ook op het terrein moeten kunnen keren. Hiervoor is flexibiliteit in het bouwvlak en verharding van het perceel gewenst. Die is in onderstaand landschappelijk inrichtingsplan ook opgenomen.
10
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
Stedenbouwkundige opzet van invulling perceel voor nieuwe woning
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
11
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
Hoofdstuk 4 4.1
Participatie
Omgevingsdialoog
De gemeente Mook en Middelaar heeft een stappenplan voor initiatiefnemers opgesteld. Op basis hiervan is gekozen om persoonlijk met de naaste buren die grenzen aan het te bebouwen stuk grond op het perceel Rijksweg 19 te spreken. Het gaat om de buren links, rechts en achter het te bebouwen perceel. Het verslag van deze buurtgesprekken is als bijlage 6 bij de motivering opgenomen.
4.2
Zienswijzen
Het TAM-omgevingsplan heeft vanaf donderdag 29 mei 2025 tot en met woensdag 9 juli 2025 (gedurende 6 weken) ter visie gelegen. Er zijn tijdens deze periode 3 zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn in een zienswijzennota (zie bijlage 7) van een gemeentelijke reactie voorzien.
12
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
Hoofdstuk 5
Visie en beleid
5.1
Rijksbeleid
5.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Planspecifiek In dit plan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. Het planvoornemen sluit juist aan op het zorgvuldig gebruik van ruimten door herontwikkeling op een inbreidingslocatie toe te passen. Het ontwikkelen van woningbouw in Molenhoek in de dorpskern vult het woningbouwprogramma goed aan. Bovendien staan de kenmerken en identiteit in het plan centraal en is stedenbouwkundig en landschappelijk zo veel mogelijk aangesloten bij deze kenmerken. 5.1.2
Besluit kwaliteit leefomgeving
Naast de nationale omgevingsvisie (NOVI) kent de Rijksoverheid ook het 'Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)'. Deze is inwerking getreden gelijktijdig met de Omgevingswet. Het Rijk heeft vastgelegd dat voor een aantal specifieke onderwerpen algemene regels gelden, deze worden middels instructieregels voorgeschreven aan lokale overheden. Het gaat hierbij om het beschermen van nationale belangen.
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
13
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
In afdeling 5.1 zijn instructieregels opgenomen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze instructieregels gaan over: Algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1), waaronder de Dienstenrichtlijn (artikel 5.1a) Waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2); Beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3); Beschermen van de gezondheid en van het milieu (paragraaf 5.1.4); Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5); Behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6); Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7); Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). Afdeling 5.2 bevat instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Deze instructieregels gaan over: Voorkomen van belemmeringen voor gebruik en beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur en van rijkswegen; Lokale spoorwegen binnen vervoerregio's; Lozen van industrieel afvalwater in het openbaar vuilwaterriool; Bebouwingscontour jacht; Bebouwingscontour houtkap. Afdeling 5.3 bevat regels over ontheffing van instructieregels voor het omgevingsplan.
In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders de Minister namelijk vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te vragen. Planspecifiek Het plan behelst het realiseren van één woning. Hiervoor gelden specifieke instructieregels die zijn opgenomen in het Bkl, die de nationale belangen beschermd. De toetsing aan die belangen, zoals Natura-2000, het waterbelang, (cultureel) erfgoed, en Ladder voor duurzame verstedelijking is beschreven in hoofdstuk 6. Hierin zijn alle omgevingsaspecten getoetst aan landelijk beleid. Conclusie is dat deze aspecten geen belemmering vormen voor de ontwikkeling. 5.1.3
Nationale Woon- en Bouwagenda
De Nationale Woon- en Bouwagenda stelt het Rijk in staat om de diverse bouw- en woonopgaven samen en in samenhang met andere belangen aan te pakken, te financieren en te monitoren. Zo wordt gebouwd aan een samenleving waarin het rechtvaardig en prettig wonen is. De agenda kent drie kerndoelen: 1. Beschikbaarheid: voldoende woningen voor iedereen. De bouw van 900.000 woningen tot en met 2030, met als streven twee derde betaalbaar. 2. Betaalbaarheid: woonlasten sluiten beter aan bij het inkomen. Het aantal huishoudens dat te hoge woonlasten draagt ten opzichte van het inkomen neemt af. 3. Kwaliteit: voldoende woningen voor aandachtsgroepen en ouderen, perspectief voor kwetsbare wijken en duurzame huisvesting bereikbaar voor iedereen. Planspecifiek Het plan sluit aan bij de Nationale Woon- en Bouwagenda. Het plan is ontwikkeld met in gedachte een prettig woonklimaat te realiseren in de kern van Molenhoek. Door het toevoegen van een vrijstaande woning op deze locatie wordt er voldaan aan de behoefte van nieuwe woningen binnen stedelijk gebied. De beschikbaarheidseis geldt alleen voor grote bouwplannen en is niet van toepassing op het toevoegen van een enkele woning. 5.1.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
14
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
5.2
Provinciaal beleid
5.2.1
Provinciale Omgevingsvisie (POVI)
Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het 'Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014).' De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. In de Omgevingsvisie Limburg wordt de richting voor de periode 2021 tot 2030-2050 geschetst. In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. In stedelijk c.q. bebouwd gebied. b. In landelijk gebied;. 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; 3. Klimaatadaptatie en energietransitie; De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: 1. Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema's; 2. Een gebiedsgericht deel waarin de thema's op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio's Noord-, Midden en Zuid-Limburg. De Omgevingsvisie is een visie in tekst en bevat geen specifiek kaartmateriaal.
De begrenzingen van de zoneringen en andere werkingsgebieden die voortkomen uit de Limburgse principes en de uitwerkingen in de thema's in deze Omgevingsvisie, zullen verankerd worden in het kaartmateriaal behorende bij de Omgevingsverordening Limburg. Daarna dienen deze tevens ter ondersteuning van deze visie. De kaarten bij de Omgevingsverordening zijn zoneringskaarten. Dit betekent dat zones over bouwblokken, gebouwen, wegen, paden en ander grondgebruik, anders dan beoogt in de betreffende zonering, geprojecteerd zijn. Het landelijke gebied wordt in de POVI onderverdeeld in 3 categorieën: 1. Groenblauwe mantel 2. Natuurnetwerk Limburg (incl. Natura2000 gebieden) 3. Buitengebied Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader.
Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma's, agenda's en instrumenten noodzakelijk. Planspecifiek In lijn met de Limburgse principes is de planlocatie zodanig ingericht en ontsloten dat het voldoet aan de woonbehoeften van Molenhoek. De ligging van het plangebied is ingebed en aangepast aan het naastgelegen nieuwbouwplan Sterreschans. Daarnaast is met de plaatsing van het bouwvlak rekening gehouden met de bestaande percelen, maar ook naastgelegen percelen. De ontsluiting van de woning vindt niet aan de Rijksweg plaats, zodat hier geen nieuwe in- of uitritten voor hoeven te worden gerealiseerd. Bij de planuitwerking is rekening gehouden met de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten en structuren middels het behoud van de groene geleding en behoud van zichtlijnen vanaf de straat Sterreschans. De beoogde ontwikkeling omvat in lijn met de omgevingsvisie een woning in bestaand stedelijk gebied. De woning wordt duurzaam en energiezuinig gebouwd, waarbij er aandacht is voor onder andere klimaatadaptief bouwen. Het dak van de woning wordt afgekoppeld en al het hemelwater kan op eigen terrein infiltreren. In lijn met het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) wordt de woning
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
15
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
gasloos uitgevoerd en er zal daarnaast sprake zijn van goede isolatie, lage temperatuur verwarming, een warmtepomp en er worden zonnepanelen op het dak geplaatst om de nodige energie op te wekken. Er is hiermee sprake van een duurzame verstedelijking. Er wordt aangesloten bij de regionale en gemeentelijke woonvisie, zoals onderbouwd in subparagrafen 5.3.1 en 5.4.2. Daarmee past het voornemen binnen de Provinciale Omgevingsvisie. 5.2.2
Provinciale Omgevingsverordening
In de provinciale omgevingsverordening van de provincie Limburg wordt het provinciaal beleid nader uitgewerkt in regelgeving. In het hoofdstuk Ruimte staan de onderdelen uitgewerkt die van belang zijn voor de ontwikkelingen in de openbare ruimte. De instructies die de provincie (en het Rijk) opleggen, dienen in acht te worden genomen door de gemeentebesturen bij het opstellen en vaststellen van omgevingsplannen en afwijkingen daarvan. Planspecifiek Uit de Omgevingsverordening blijkt dat het plangebied valt binnen de gebiedsaanwijzing 'landelijke kernen'. Dit is onderdeel van het bestaand bebouwd gebied. In artikel 12.1 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een omgevingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als: sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid-Limburg.
De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; Omdat de ontwikkeling van een woning in de kern Molenhoek past binnen de regionale en de gemeentelijke woonvisie, zoals onderbouwd in subparagrafen 5.3.1 en 5.4.2 en er overeenstemming is binnen de regio, wordt aan het bepaalde in artikel 12.1 voldaan. Tenslotte valt het plangebied binnen het overstromingskansgebied E. Hiervoor geldt een omgevingswaarde van de provincie waaraan is gekoppeld dat het waterschap inspanningsverplichtingen heeft met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit voor regionale wateren met een gemiddelde overstromingskans van 1:100 per jaar. 5.2.3
Limburgse Agenda Woningmarkt en Woondeal Limburg
Het beleid van de Provincie op het gebied van Wonen is vastgelegd in de Limburgse Agenda Wonen 2020 – 2023. Onze Limburgse ambitie 'De juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment beschikbaar', geldt nog steeds en krijgt met deze Limburgse Agenda Wonen een invulling. Samen met onze partners werken we de komende jaren toe naar een voortreffelijke woonen leefomgeving, waar mensen zich prettig voelen. Een toekomstbestendige Limburgse woningmarkt biedt voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek, op het juiste moment beschikbaar en betaalbaar. Een dergelijke woningmarkt biedt voldoende mogelijkheden door doorstroom (wooncarrière), is toekomstbestendig (duurzaam en klimaatbestendig) en woningen zijn betaalbaar (zowel voor corporaties als voor kopers en huurders). Als Provincie zullen we partijen stimuleren en uitdagen om hun mogelijkheden (instrumenten en eigen kracht) optimaal in te zetten om gezamenlijk de woonopgave vorm te geven én tot uitvoering te brengen. De Provincie is belangenbehartiger van de regionale woningmarkt; wij kennen de bijzonderheden van de regionale opgaven en monitoren deze. Wij hebben als primair belang het optimaal dienen van al onze inwoners door de vraagstukken die zich voordoen bij partijen te agenderen. Samenwerken aan deze opgaven in plaats van elkaar beconcurreren is het uitgangspunt.
16
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
In maart 2023 zetten zowel minister Hugo de Jonge, de Provincie en gemeenten, als een aantal woningcorporaties en het Waterschap Limburg hun handtekening onder de Woondeal Limburg. In Limburg zijn er drie woonregio's te onderscheiden binnen de Woondeal, te weten Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. In de Woondeal Limburg is afgesproken om tot 2030 minimaal 26.550 nieuwe woningen in Limburg te realiseren. In 2024 is dit aantal “herijkt” naar 29.550. Daarnaast is er een extra ambitie om nog eens 20 duizend woningen te realiseren. Het doel in de eerste termijn 2022-2024 (periode I) is om 16.561 woningen te bouwen. Na twee jaar is ruim de helft (8.479 woningen) hiervan gerealiseerd. Dat is bijna 29% van de Woondeal-ambitie (29.550 woningen). Landelijk, provinciaal en in de regio gaat 2/3 van de nieuwbouw verplicht bestaan uit betaalbare woningen. Van de nieuwbouw is 40% bedoeld voor middeninkomens. Voor sociale huur geldt dat gemeenten in de nieuwbouw een been moeten bijtrekken om op 30% te komen, als ze nu een lager aandeel hebben, terwijl gemeenten die al (ruim) boven het gemiddelde zitten meer moeten bouwen voor de middeninkomens. De komende tijd worden de bouwplannen voor Limburg verder uitgewerkt. Gemeenten, regio, provincies en het Rijk werken samen met woningbouwcorporaties en marktpartijen om dit proces te versnellen.
De Provincie Limburg ondersteunt gemeenten hierbij door partijen aan elkaar te verbinden, kennis te delen en te ondersteunen. Planspecifiek Uitgangspunt van het plan is om een woning te realiseren waar behoefte aan is en een bijdrage te leveren aan de behoefte om nieuwe woningen te bouwen. De woning is een inbreidingslocatie die het bestaande woonareaal en de nieuwbouwwijk Sterreschans aanvult door ingepast te zijn in de omgeving en de locatie op het kadastrale perceel. Gezien de woningmarkt is het bovendien een goede kans mee te werken om zulke plekken op te vullen met nieuwe woningen zodat het woningaanbod kan worden vergroot. 5.2.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen provinciale belangen in het geding.
5.3
Regionaal beleid
5.3.1
Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024
De Regionale Woonvisie voor Noord-Limburg 2020-2024 is vastgesteld door de gemeenteraad van Mook en Middelaar op 16 september 2020, nr. 9. De belangrijkste conclusies uit de woonvisie op een rij: Het aantal huishoudens neemt voor de regio nog toe tot circa 2036; Na 2036 volgt er een afname in het aantal huishoudens; Er is een toename in het aandeel 65+-huishoudens; Er is een toename in het aandeel 1-persoonshuishoudens. De belangrijkste conclusies uit de analyses zijn De komende 10-20 jaar groeit het aantal huishoudens netto met bijna 5.000, deze groei zit op regioniveau in de 65+ doelgroep. Verwacht wordt dat er overschotten gaan ontstaan in de niet-levensloopbestendige grondgebonden huur-, goedkope koop- en ruime, dure koopsegment. In regionaal verband Noord-Limburg zijn kwalitatieve afspraken gemaakt. Woningen worden in principe alleen toegevoegd in de kernen. Er wordt gekeken naar koppelkansen, waarbij er een winwinsituatie ontstaat met andere doelstellingen. Het toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot. Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte. De gemeenten streven een sociaal duurzame woonconcepten na en zoeken aansluiting op de duurzaamheidsdoelen die landelijk, regionaal en lokaal gesteld zijn.
Planspecifiek In de regionale structuurvisie is vastgelegd dat nieuwe initiatieven/plannen van meer dan tien woningen regionaal moeten worden afgestemd. De invulling van de woningbehoefte is in regionaal verband besproken en is onderdeel van de Woonagenda Regio Nijmegen. Het voorliggende
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
17
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
woningbouwinitiatief betreft de realisatie van één woning waardoor deze niet opgenomen is in de regionale woondeal. Het initiatief wordt door de gemeente Mook en Middelaar zelf beoordeeld en voldoet aan de gestelde uitgangspunten. De beoogde duurzame nieuwbouwwoning is energiezuinig en voldoet daarmee beter aan de behoefte van de toekomst. Verder behoudt het perceel zijn karakteristieke uitstraling met zijn bepalende ligging aan de provinciale weg. De plek waar de woning komt vormt een goede aansluiting aan het project Sterreschans, waar tevens de ontsluiting zal plaatsvinden. 5.3.2
Conclusie
In het plangebied zijn geen regionale belangen in het geding.
5.4
Gemeentelijk beleid
5.4.1
Omgevingsvisie Mook en Middelaar
Op 20 maart 2025 heeft de gemeenteraad van Mook en Middelaar de omgevingsvisie Mook en Middelaar vastgesteld. In de omgevingsvisie geeft de gemeente duidelijk aan hoe ze als gemeente kijkt naar de fysieke leefomgeving in de komende jaren. Voor de belangrijkste vraagstukken maakt de gemeente keuzes voor de toekomst en hanteert daarbij een planhorizon tot 2030, met een doorkijk naar 2040. De gemeente kiest daarbij bewust voor een beknopte en toegankelijke visie. Dat wil zeggen dat de omgevingsvisie kort en bondig is geformuleerd. Op het gebied van wonen en volkshuisvesting vormt de vraag naar voldoende aanbod van woningen (autonome groei en regionale woningvraag) een belangrijke opgave. Om te kunnen (blijven) voldoen aan de woningbehoefte in de gemeente zal er ook in de toekomst ruimte moeten worden gevonden voor woningbouw. Omdat de gemeente grote waarde hecht aan de groene identiteit van de gemeente, wordt primair ingezet op nieuwbouw binnen de bestaande kernen. Dat wil zeggen dat de prioriteit ligt bij de transformatie van leegstaande (bedrijfs)panden (van werken naar woonruimte) en het benutten van potentiële bouwlocaties in de bebouwde kom. Door waar mogelijk te kiezen voor inbreidingslocaties kan het buitengebied zo veel mogelijk gevrijwaard blijven van verstedelijking.
Planspecifiek Onderhavig planvoornemen betreft de toevoeging van één vrijstaande woning in de tuin van een groot bestaand woonperceel aan de Rijksweg in de bestaande bebouwde kom van Molenhoek. Daarmee past het voornemen binnen de gemeentelijke omgevingsvisie. 5.4.2
Woonvisie Mook en Middelaar
De gemeenteraad van Mook en Middelaar heeft op 11 mei 2017 de woonvisie voor Mook en Middelaar vastgesteld. Met deze woonvisie stelt de gemeente haar woonbeleid voor de komende jaren vast. De woonvisie vormt de basis voor het woningbouwprogramma in de komende jaren. Het doel van de woonvisie kan globaal in een drietal punten worden beschreven: De woonvisie maakt inzichtelijk wat de gemeente belangrijk vindt op het gebied van wonen. De woonvisie is een belangrijk kader en toetssteen voor zowel het handelen van de gemeente als het handelen van onze partners. De woonvisie is het raamwerk voor toekomstige (prestatie)afspraken met de corporaties, huurdersorganisaties en eventueel andere partijen; De woonvisie is de basis voor de afstemming van de nieuwbouwproductie en eventueel overige beleid met de buurgemeenten en de onderbouwing in het kader van de ladder van duurzame verstedelijking. De woonvisie geeft richting aan de wijze waarop de gemeente het aantal woningbouwplannen wil afstemmen op de (toekomstige) woningbehoefte. De woonvisie zal worden gebruikt om nieuwe initiatieven voor het toevoegen van bouwtitels te beoordelen.
18
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
Centraal staat de doelstelling: aantrekkelijk woon- en leefklimaat passend bij (veranderende) vraag van de consument, nu en straks. Om die doelstelling en de hierboven geformuleerde droom te bereiken, zijn drie pijlers geformuleerd waarin het woonbeleid verder is uitgewerkt. De pijlers maken helder waar een aantrekkelijk woon- en leefklimaat uit bestaat: Kwaliteit woon- en leefomgeving in de dorpen; De juiste woning op de juiste plek; Samen werken aan een aantrekkelijke gemeente. Planspecifiek Onderhavig planvoornemen betreft de toevoeging van één woning in de tuin van een groot bestaand woonperceel aan de Rijksweg in Molenhoek. Met voorliggend initiatief wordt daarmee 1 woning toegevoegd aan de kern van Molenhoek. Uit de Woonvisie blijkt dat tot 2030 een lichte stijging van het aantal huishoudens verwacht wordt in de gemeente Mook en Middelaar. Daarbij bestaat er behoefte aan een duurzame verstedelijking, waar met de inbreiding op deze plek aan wordt voldaan. Daarnaast gaat het plan gepaard met een landschappelijke inpassing aan de randen van het perceel. Hiermee wordt borging van de groene kwaliteit van de locatie beoogd. Het initiatief past daarom binnen de gemeentelijke woonvisie. 5.4.3
Conclusie
In het plangebied zijn geen gemeentelijke belangen in het geding.
5.5
Conclusie
Het mogelijk maken van een woning op het achterterrein van de Rijksweg 19 in Molenhoek past binnen het beleidskader van de verschillende overheidslagen.
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
19
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
Hoofdstuk 6
Fysieke leefomgeving en milieu
Dit hoofdstuk bevat de uitkomsten van technische onderzoeken met conclusies. Alleen de voor het plangebied relevante milieuaspecten worden beschreven. Aan het eind van elke paragraaf volgt een conclusie met betrekking tot het aspect.
6.1
Archeologie en Cultureel erfgoed
6.1.1
Regelgeving
Uit artikel 1.2 lid 2 van de Ow volgt dat cultureel erfgoed en werelderfgoed onderdeel uitmaken van de fysieke leefomgeving. Dit houdt in dat een omgevingsplan regels kan bevatten die gericht zijn op het beschermen van erfgoederen (zoals aangegeven in artikel 4.1 Ow). De essentie van het beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van archeologische en cultuurhistorische waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. Het doel van deze wetgeving is om archeologische resten in de bodem zoveel mogelijk te behouden en cultureel erfgoed en landschap zoveel mogelijk te beschermen. Daarnaast zijn er ten aanzien van de bescherming van archeologische en cultuurhistorische waarden een aantal beginselen geformuleerd (artikel 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd: archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. 6.1.2
Doorvertaling planvoornemen
Cultuurhistorie De woning aan de Rijksweg 19 staat op de gemeentelijke monumentenlijst. Het betreft een villa die is gebouwd in 1912. Daarmee behoort het tot de groep relatief oude panden in Nederland die gebouwd zijn vóór 1965. De monumentenstatus is toegewezen vanwege de specifieke vormgeving en de architectuurhistorische waarde van het pand. Daarnaast is de villa prominent aanwezig in het straatbeeld. De ontwikkeling vindt plaats aan de achterzijde van dit pand. Deze achterzijde gelegen ten oosten van de villa is geen onderdeel van de monumentale status. De tuin heeft geen specifieke monumentale aspecten die zullen worden verstoord. Daarnaast is het plangebied - door de eerdere ontwikkeling van de woning aan de Middelweg 39 - gelegen in een uitstulping van deze tuin. Het plangebied ligt bovendien circa 50 meter achter het hoofdgebouw van de villa, en zo'n 30 meter achter het bijbehorende bouwwerk. Met de ontwikkeling zullen de cultuurhistorische aspecten van het pand en het aanzicht worden gerespecteerd. De ontwikkeling vindt niet plaats aan de straatzijde van de Rijksweg en zal bovendien geen invloed hebben op de architectonische of vormgeving van het pand. De villa blijft prominent aanwezig in het straatbeeld.
20
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
Monumentale woning aan de Rijksweg 19 Geconcludeerd kan worden dat met de gewenste ontwikkeling geen schade wordt toegebracht aan bestaande cultuurhistorische panden of structuren. Archeologie Gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. Het gemeentelijk beleid over archeologie en cultuurhistorie is vooruitlopend op de Omgevingswet opgenomen op de archeologische beleidskaart. Deze archeologische waarden en verwachtingen zijn doorvertaald in archeologische aanduidingen. Als het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen, wordt hieraan getoetst.
Archeologische beleidskaart gemeente Mook en Middelaar
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
21
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
Het plangebied Rijksweg 19 in Molenhoek valt niet binnen een archeologische aanduiding of dubbelbestemming. Dit betekent dat voor dit perceel geen archeologische verwachtingswaarde aanwezig is. Voor het bouwen op de locatie hoeft derhalve geen archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Bij archeologische vondsten tijdens de werkzaamheden geldt ten alle tijde de meldingsplicht.
6.1.3
Conclusie
Het aspect 'archeologie en cultureel erfgoed' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
6.2
Bodem
6.2.1
Regelgeving
Uit artikel 1.2 lid 2 Ow volgt expliciet dat bodem onderdeel uitmaakt van de fysieke leefomgeving. Dit houdt in dat een omgevingsplan regels kan bevatten die gericht zijn op het beschermen van de bodem (zoals aangegeven in artikel 4.1 Ow). Daarnaast gelden er instructieregels vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) die gemeenten in het omgevingsplan moeten verwerken. Het Bkl bepaalt voor bodem dat in het omgevingsplan: regels en waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem worden opgenomen voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie (artikel 5.89i t/m 5.89m Bkl); moet worden gewaarborgd dat sanerende en beschermende maatregelen in stand worden gehouden, worden onderhouden of worden vervangen (artikel 5.89n Bkl); bodembeheergebieden kunnen worden aangewezen voor het met een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift afwijken van kwaliteitseisen (artikel 5.89o Bkl); en de landbodem van het gemeentelijk grondgebied wordt ingedeeld in bodemfunctieklassen (landbouw en natuur/wonen/industrie) (artikel 5.89p Bkl). Bodemgevoelige gebouwen Een bodemgevoelig gebouw wordt in het Bkl omschreven als een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan 2 uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn.
Onder een gebouw wordt verstaan een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Onder een bodemgevoelig gebouw vallen ook een woonschip of een woonwagen. Een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw of een bijbehorend bouwwerk tot 50 m2 valt niet onder het begrip bodemgevoelig gebouw. Bodemgevoelige locaties Een bodemgevoelige locatie is op basis van het Bkl in ieder geval een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten
22
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
terrein direct grenzend aan een bodemgevoelig gebouw. De gemeente kan in het omgevingsplan aanvullende locaties aanwijzen als bodemgevoelige locatie, zoals kinderspeelplaatsen of moestuinen. In de gemeente zijn dergelijke locaties vooralsnog niet aangewezen. Omgevingsplan Een omgevingsplan bevat dus waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, die per gebied of per gebruiksfunctie kunnen verschillen. Het uitgangspunt voor deze waardes zijn de interventiewaardes bodemkwaliteit, uit bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Deze waardes zijn wetenschappelijk onderbouwd en behoeven geen verdere motivering. Het omgevingsplan kan ook een hogere waarde bevatten dan de interventiewaardes, mits gemotiveerd en de waarden niet hoger zijn dan het humane Maximaal Toelaatbare Risiconiveau (MTR humaan, bijlage Vb Bkl). Ook mag niet leiden tot overschrijding van de toelaatbare concentraties in lucht (TCL) en geurdrempels (bijlage XIIIb Bkl). Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. Om te kunnen beoordelen of de toelaatbare kwaliteit van de bodem uit het omgevingsplan is overschreden, is voorafgaand onderzoek naar de gesteldheid van de bodem nodig.
Ingeval van een overschrijding van de waarden, is in het omgevingsplan opgenomen welke sanerende of beschermende maatregelen nodig zijn. 6.2.2
Doorvertaling planvoornemen
Om inzicht te krijgen in de waarden van de bodem is onderzoek verricht in de vorm van een verkennend bodemonderzoek. Het onderzoek is toegevoegd als bijlage 1. Op basis van de onderzoeksresultaten is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ten behoeve van de toekomstige nieuwbouw van de woning in voldoende mate vastgesteld. De onverdachte hypothese voor de bodem kan worden aangenomen, aangezien geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters (NEN en OCB) zijn aangetoond. De boven- en ondergrond voldoet indicatief aan de kwaliteitseisen voor ‘landbouw/natuur’ (= meest gevoelige categorie) en komt overeen met de bodemkwaliteitskaart. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan geen belemmeringen tegen de toekomstige nieuwbouw van de woning. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen overschrijdingen van de interventiewaarde aangetoond. De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering wordt niet overschreden. Het uitvoeren van een nader bodemonderzoek of sanerende maatregelen wordt niet noodzakelijk geacht. De aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. 6.2.3
Conclusie
Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
6.3
Duurzaamheid
6.3.1
Regelgeving
Energiebesparing is een eerste vereiste om de energievraag te minimaliseren. Het gaat daarbij om het minimaliseren van zowel de energievraag van gebouwen als die van bedrijfsprocessen. De energie die dan nog gebruikt wordt, wordt zoveel mogelijk duurzaam opgewekt. Uitgangspunt is dat bij nieuwbouw daken geschikt moeten zijn voor zonnepanelen. Nieuwbouw moet voldoen aan de BENG. In het kader van natuurinclusief bouwen wordt er bewust ruimte gemaakt voor biodiversiteit op, aan of in een gebouw of de omgeving, zodat er meer verschillende planten- en diersoorten kunnen leven, bijvoorbeeld in de vorm van nestkasten.
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
23
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
6.3.2
Doorvertaling planvoornemen
Door in het ontwerp van de openbare ruimte rekening te houden met de mogelijke gevolgen van klimaatverandering wordt de leefbaarheid van de nieuwe woning in de toekomst gegarandeerd. Deze verwachte gevolgen zullen het meest merkbaar zijn in een toenemende regenintensiteit enerzijds en een toenemende droogte en hitte anderzijds. Aspecten die gaan over biodiversiteit en water worden beschreven in paragraaf 6.4 en 6.10. Gemeente Mook en Middelaar heeft duurzame ambities opgenomen op het gebied van Duurzame en groene planontwikkeling. Hierin wordt gestuurd op duurzame en circulaire bouw en bescherming van de biodiversiteit en wordt onder andere gestreefd om in 2030 energieneutraal te zijn. Op het gebied van duurzaam bouwen gaat het over woningen en ook andere gebouwen die ontwikkeld en gebruikt worden met respect voor mens en milieu. Het gaat daarbij over: Energiebesparing; Gebruik van duurzame materialen die rekening houden met het milieu en de gezondheid van bewoners. Bijvoorbeeld materiaal dat goede ventilatie toelaat. Hiermee worden vocht, schimmel en ophoping van schadelijke stoffen voorkomen; Een ontwerp voor een woning of gebouw, dat in de toekomst bruikbaar en waardevast blijft. Het plan bevat de realisatie van een woning die niet valt onder milieubelastende activiteiten.
Voor het realiseren van de woning wordt er gestreefd naar een energiezuinig plan waarin energiebesparende maatregelen worden genomen. Denk aan het gebruik van zonnepanelen en natuurinclusief bouwen door een goede inpassing in de omgeving. De woning in het plangebied wordt duurzaam en energiezuinig gebouwd, waarbij er aandacht is voor onder andere klimaatadaptief bouwen. Het dak van de woning wordt afgekoppeld en al het hemelwater kan op eigen terrein infiltreren. Uiteraard wordt de woning gasloos uitgevoerd en er zal daarnaast sprake zijn van goede isolatie en duurzame vorm van verwarming. 6.3.3
Conclusie
Het aspect 'duurzaamheid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
6.4
Ecologie en natuur
6.4.1
Regelgeving
Onder de Omgevingswet wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende activiteiten die de natuur betreffen. Daarbij kan bij de meest voorkomende activiteiten een tweedeling worden gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. De Omgevingswet introduceert daarbij nieuwe terminologie: zo wordt een activiteit die significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000gebied voortaan aangeduid als een 'Natura 2000-activiteit', en een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten als een 'flora- en fauna-activiteit'. Een verdere vernieuwing onder de Omgevingswet is de vormgeving van de zorgplicht voor natuur. De provincie blijft in beginsel het bevoegd gezag voor taken op het gebied van de natuur (artikel 2.18, lid 1, onder g Ow). Zorgplicht De zorgplicht is in de omgevingswet opgedeeld in de algemene zorgplicht (afdeling 1.3 Ow) en de specifieke zorgplicht, waarbij de specifieke zorgplicht kan worden opgedeeld in de Specifieke zorgplicht natura2000 (art.11.6 Bal), Specifieke zorgplicht soorten (artikel 11.27 Bal) en de Specifieke zorgplicht houtopstanden (artikel 11.116 Bal). Uit de toelichting bij het Bal volgt dat deze specifieke zorgplichten voortborduren op de algemene zorgplicht in de Omgevingswet, maar concreter zijn.
Omdat zij concreter zijn, kunnen zij volgens de toelichting niet uitsluitend bestuursrechtelijk, maar ook strafrechtelijk worden gehandhaafd. De zorgplicht geldt daarbij ook voor vergunningsplichtige activiteiten.
24
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
Soortenbescherming Op grond van artikel 5.1 lid 2 Ow is het verboden een flora-en-fauna-activiteit te verrichten, voor zover het gaat om een geval dat is aangewezen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Uit bijlage 1 Omgevingswet volgt dat een flora-en-fauna-activiteit een activiteit is met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. De soortenbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten (artikel 11.37 Bal), Habitatrichtlijnsoorten (artikel 11.46 Bal) en Andere soorten (artikel 11.54 Bal). Hierin worden rust- en voortplantingsverblijfplaatsen en het functioneel leefgebied beschermd. De regels over wanneer het bevoegd gezag een omgevingsvergunning of een vrijstelling mag verlenen voor flora- en fauna-activiteiten, staan in afdeling 8.6.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Gebiedsbescherming Artikel 11.6, lid 1 van het Bal bepaalt dat degene die een activiteit verricht die verslechterende of significant verstorende gevolgen voor een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied kan hebben, en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor het belang van de natuurbescherming, verplicht is om: alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Natura 2000 Artikel 2.15a Ow geeft de (resultaatsverplichtende) omgevingswaarden voor stikstofdepositie. Een activiteit die voor stikstofdepositie zorgt, wordt aangemerkt als een vergunningsplichtige Natura 2000activiteit als significante effecten op een Natura 2000-gebied niet kunnen worden uitgesloten. De beoordelingsregels kunnen er in dat geval toe strekken dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend als geregistreerde stikstofdepositieruimte aan de Natura 2000-activiteit wordt toegedeeld (artikel 5.29, lid 3 Ow).
Soortenbescherming Om het (mogelijke) effect van dit initiatief op soorten in te kunnen schatten is een Quickscan Flora en Fauna noodzakelijk. Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming heeft betrekking op NatuurNetwerk Nederland (NNN) en de Natura2000 gebieden. Dit is een belangrijk ruimtelijk kader om goed in beeld te hebben, omdat het betrekking heeft tot stikstof. Houtopstanden Wanneer er bomen en/of bos gekapt moet worden gekapt voor het initiatief, bestaat er mogelijk een meldingsplicht bij de provincie. Hierbij kan mogelijk een compensatieplicht gelden. Landschappelijk inpassingsplan Om tot een gedegen ontwikkeling te komen, dient deze verweven te worden met het landschap. Hiervoor is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (LIP). Het gemeentelijk kapbeleid is ook van toepassing. Dit kapbeleid beschermt een aantal bomen, laanstructuren en maasheggen. Hiervoor is een kapvergunning nodig. Overige bomen mogen zonder vergunning gekapt worden. Dit gaat wel gepaard met een verlies aan groen- en ecologische kwaliteit, dat gecompenseerd wordt in het LIP. 6.4.2
Doorvertaling planvoornemen
De beoogde ruimtelijke ingreep heeft mogelijk een negatief effect op beschermde flora en fauna (soortenbescherming), beschermde natuurgebieden (gebiedsbescherming) en/of beschermde houtopstanden. Ten behoeve van de beoogde ruimtelijke ingreep geldt de wettelijke verplichting onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke effecten van de ruimtelijke ingreep daarop.
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
25
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
Voor de beoogde ontwikkeling is een Quickscan Natuur uitgevoerd die is toegevoegd als bijlage 2. Hierin is het plangebied onderzocht op aanwezigheid van beschermde soorten, gebieden en houtopstanden. Daarnaast is getoetst aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het kader van natuurwetgeving en provinciaal beleid. Soortenbescherming Op basis van de quickscan natuur is per soortgroep de potentie van beschermde soorten in het plangebied onderzocht. Voor beschermde soorten kan de aanwezigheid worden uitgesloten of is er geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen. De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent gebiedsbescherming en houtopstanden. Er dienen enkele algemene maatregelen worden getroffen ten aanzien van de algemene zorgplicht, foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient te worden vastgesteld of het plangebied een relevante functie heeft voor de dassen (soortenbescherming). Indien er sprake is van overtreding van verbodsbepalingen kan bevoegd gezag onder voorwaarden een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verlenen. Op verzoek van de initiatiefnemer heeft Das&Boom een dassenonderzoek uitgevoerd in het plangebied (zie bijlage 3). Door het verlies van 225 m² gazon zal de ecologische functionaliteit van de dassenburcht op perceel Rijksweg nr.
23 niet in het geding komen. In Nederland is de gemiddelde territoriumgrootte van dassen circa 100 ha. De territoriumgrootte is afhankelijk van de mate waarin geschikt voedsel aanwezig is. Hoe meer geschikt voedselgebied des te kleiner het benodigde territorium. In Zuid-Limburg waar dassen tussen de kleinschalige beweide graslanden leven hebben ze voldoende aan 30 ha terwijl dassen die midden op de Veluwe leven, waar het voedsel schaars is, een territorium van 200 - 300 ha nodig hebben. Een verlies van 225 m² (0,02 ha) is dus te verwaarlozen. Aangezien er binnen een straal van 1 km geen andere dassenburcht ten noorden van de Maas aanwezig is, hebben de dassen van perceel Rijksweg nr. 23 een groot potentieel leefgebied ter beschikking. Das&Boom onderschrijft dus de conclusie uit de quickscan dat er geen overtreding plaats gaat vinden van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming. Door de aanleg van de nieuwe woning en een bijgebouw op perceel nr. 19 kan de vrije doortocht naar één van de vele tuinen geblokkeerd worden. Das&Boom doet de suggestie dan ook om het bijgebouw niet direct tegen de zuidelijk gelegen schutting aan te bouwen maar een doorgang voor de das mogelijk te maken door het bijgebouw 1,0 m van de schutting te plaatsen. Deze suggestie is op de verbeelding verwerkt door de zone bijgebouwen aan de zuidzijde op 1,0 m van de zuidelijke perceelsgrens te leggen.
Verder zou door het creëren van een nieuwe doorgang onder de meest oostelijke schutting de dassen beter gefaciliteerd kunnen worden om de tuinen ten oosten en noorden van perceel Rijksweg nr. 19 te bereiken. De initiatiefnemer staat niet onwelwillend tegenover deze optie, maar kan deze doorgang alleen realiseren met instemming van de bewoner van het aangrenzende woonperceel. Er wordt hiermee voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties op het gebied van soortenbescherming. Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied ligt op een afstand van 3,2km van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Sint Jansberg. Gezien de geringe afstand (3,2 km) tussen het plangebied en het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Sint Jansberg’, is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 4 aan dit plan toegevoegd. In dit stikstofdepositieonderzoek is voor de aanlegfase en gebruiksfase van de ontwikkeling aan de Rijksweg 19 in Molenhoek de te verwachten stikstofdepositie ter plaatse van de Natura 2000-gebieden berekend.
26
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
Afstand van plangebied tot Natura2000 gebied Sint Jansberg Uit de gecombineerde berekening van de aanlegfase en gebruiksfase blijkt dat de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol N/ha/jaar. Daarnaast blijkt uit berekeningen dat in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase de stikstofdepositie ter plekke van de eigen rekenpunten (de Duitse Natura 2000-gebieden binnen een straal van 25 kilometer van het plangebied) ook niet hoger is dan 0,00 mol N/ha/jaar. Ten aanzien van stikstofdepositie ondervinden stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden dus geen negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling. Het project is daarmee in het kader van stikstofdepositie niet aan te merken als een Natura 2000-activiteit. Provinciaal aangewezen gebieden Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd gebied betreffende het Natuurnetwerk Limburg, natuurbeekzone en de groenblauwe mantel. Ten aanzien van provinciaal aangewezen gebieden geldt dat externe werking geen toetsingskader is. Deze beschermde gebieden vormen dus geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Natuurnetwerk Nederland en het plangebied (rode stip) (bron: atlasleefomgeving.nl)
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
27
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
Houtopstanden De beoogde ontwikkeling houdt rekening met de bomen die aanwezig zijn in het plangebied. De inrichting is zo vormgegeven dat er zo min mogelijk groenvoorzieningen aangetast worden door het voornemen. Er zijn geen kapwerkzaamheden voorzien aan (i) zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1.000 m² of meer of (ii) een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Ten aanzien van de specifieke zorgplicht houtopstanden hoeven er geen maatregelen getroffen te worden. In de beoogde ruimtelijke ingreep aan de Rijksweg 19 te Molenhoek wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het kader van de Omgevingswet onderdeel natuur. 6.4.3
Conclusie
Wegens het voorgaande onderzoek is er geen reden om aan te nemen dat eventueel benodigde omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit, mits de juiste maatregelen worden getroffen, er sprake is van een gedegen alternatievenafweging en een wettelijk belang kan worden aangevoerd, niet verkregen zouden kunnen worden. Hiermee mag geconcludeerd worden dat voldaan wordt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het aspect 'ecologie en natuur' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
6.5
Geluid
6.5.1
Regelgeving
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat instructieregels in afdeling 3.5 (o.a. normen) voor: het geluid van geluidveroorzakende activiteiten op geluidgevoelige gebouwen en het toelaten van geluidgevoelige gebouwen in het geluidaandachtsgebied (van wegen, spoorwegen en industrieterreinen, artikel 3.18 lid 1 Bkl). Geluidgevoelige gebouwen Het Bkl bevat in artikel 3.21 een definitie van geluidgevoelige gebouwen. Hier vallen gebouwen onder met een woonfunctie, een onderwijsfunctie, een gezondheidszorgfunctie (met bedgebied) en kinderopvang (met bedgebied). Het Bkl bevat niet de mogelijkheid voor een gemeente om de definitie van geluidgevoelige gebouwen uit te breiden. Bij nieuwe ontwikkelingen moeten gemeenten in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wel rekening houden met geluid op niet door het Bkl aangewezen gebouwen en locaties. Geluidaandachtsgebieden In het Bkl is bepaald dat het omgevingsplan waarborgt dat het geluid veroorzaakt door een (spoor)weg of industrieterrein op een voor geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied aanvaardbaar is. Het Bkl bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid door een geluidbronsoort op de gevel van een geluidgevoelig gebouw. Deze waarden zijn van toepassing op het geluid door alle geluidbronnen binnen een geluidbronsoort.
De waarden die bij toelaten van een geluidgevoelig gebouw voor de geluidbronsoorten met een geluidproductieplafond (gpp) als omgevingswaarde gelden, staan in navolgende tabel: Standaardwaarde (dB) (tabel 3.34 Bkl)
Grenswaarde (dB) (tabel 3.35 Bkl)
Provinciale wegen Rijkswegen
50 Lden
65 Lden
Gemeentewegen Waterschapswegen
53 Lden
70 Lden
Hoofdspoorwegen
55 Lden
70 Lden
Industrieterreinen
50 Lden
60 Lden
40 Lnight
50 Lnight
Geluidbronsoort
28
"TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek" (vastgesteld)
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Rijksweg 19 Molenhoek
De geluidaandachtgebieden zijn - indien gepubliceerd - opgenomen op de kaart van de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG). Dit geluidsregister is op dit moment nog vrijwel leeg. Voldoen aan de standaardwaarde is de hoofdregel (artikel 3.34 Bkl). Als het geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw voldoet aan de standaardwaarde, is het geluid in ieder geval aanvaardbaar en de kans op gezondheidsschade klein. Het bevoegd gezag mag meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen. Het besluit moet dan voldoen aan de eisen uit de instructieregels (artikelen 3.35 tot en met 3.40 Bkl). In het omgevingsplan kunnen dan flexibiliteitsbepalingen worden opgenomen om voor het toelaten van een geluidgevoelig gebouw af te wijken van de standaardwaarden (vergelijkbaar met het hogere grenswaardenbesluit zoals we dat voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet kenden). Bij geluid tussen de standaardwaarde en de grenswaarde vindt een bestuurlijke afweging plaats en gelden een aantal eisen. Het bevoegd gezag kan alleen geluid tot en met de grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw toestaan als voldaan wordt aan een van de voorwaarden onder artikel 5.78z lid 1 onder a of b, 5.78z lid 2, 5.78ab lid 2, 5.78ac en 5.78ad Bkl.