Bijlage 7. verzamelde zienswijzen Ontwerp Duurzaamheidsbeleid (geanonimiseerd)
Tekst van het document
2
#6
-ma n o s c ng uurzaammoo enm
Gemeente Mook en Middelaar Team Duurzaamheid duurzaam@mookenmiddelaar.nl
.nl e aar.nl
16 april 2024
Beste teamleden, Naar aanleiding van de presentatie van het ‘Ontwerp Duurzaamheidsbeleid’ van 27 februari 2024, dat door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld, onderstaand onze zienswijze. 1. In de beleidsnotitie zijn de einddoelen over 25 jaar (2050) beschreven. Bij de wens om de beschreven grote veranderingen te realiseren, dient het einddoel opgesplitst te worden, in de te realiseren tussendoelen. Het formuleren van de doelen die in elke raadsperiode van 4 jaar gehaald moeten worden achten wij belangrijk. 2. Wij missen in deze notitie enige zelfreflectie over het gevoerde beleid van de afgelopen jaren. Immers in de laatste beleidsnota heeft de gemeenteraad ons beloofd dat we in 2030 helemaal energieneutraal zouden zijn. Het zou fijn zijn als voorgesteld beleid ook gerealiseerd wordt. 3. Wij missen in het beleid de hybride warmtepomp en airco, die het aardgasgebruik van veel woningen al flink kunnen terugdringen, ook wanneer deze woningen nog niet goed genoeg geïsoleerd zijn om helemaal van het aardgas af te gaan. Het andere voordeel van de hybride warmtepomp en airco is dat wanneer er tijdelijk teveel elektriciteit van het net wordt gevraagd, er teruggevallen kan worden op de gewone gasgestookte CV ketel.
Het is immers landelijk beleid dat vanaf 2026 oude CV ketels alleen vervangen mogen worden door hybride warmtepompen, tenzij er een reden is om dat niet te doen. Welke woningen de gemeente hiervoor uit wil zonderen dient beschreven te worden. 4. Voorgesteld wordt om op pagina 20 nieuw beleid te formuleren over het gebruik van agrarische gronden in eigendom van de gemeente. In pachtcontracten onder andere opnemen dat op deze gronden uitsluitend biologische teelt is toegestaan. 5. Er wordt wel genoemd dat de verwachting is dat elektrische auto’s gewone auto’s zullen vervangen (pagina 24) en dat deze als mobiele thuisbatterij gebruikt kunnen worden. Echter, bij nieuwbouw van woningen (pag. 12) wordt niets genoemd om hier op voor te bereiden. Bijvoorbeeld door parkeerplaatsen op eigen grond en niet op openbare grond te situeren. Of door bouwers te verplichten om een loze leiding van de meterkast naar eigen parkeerplaats aan te brengen. 6. Het aanbrengen van zonnepanelen boven openbare parkeerplaatsen wordt op pagina 23 genoemd. Waarom wordt het Muldershofplein in Plasmolen niet overdekt? Daarnaast zijn er ook parkeerplaatsen van bedrijven (bijvoorbeeld Leisureland) waarvoor het mogelijk gemaakt moet worden om zonnepanelen boven parkeerplaatsen aan te brengen.
Een belemmering is dat deze bouwwerken volgens de omgevingsverordening vergunningplichtig, terwijl in het omgevingsplan vergroting van het bebouwde oppervlak niet wordt toegestaan. Wij pleiten ervoor om het bouwen van zonnedaken boven parkeerplaatsen vergunningsvrij toe te staan. 7. De samenwerkin tussen gemeente en en wordt niet concreet ingevuld. Beschrijf de doelstellingen van elke club vrijwilligers en geef deze een volwaardige plaats bij het formuleren en uitvoeren van toekomstig beleid. In afwachting van uw reactie en met vriendelijke groet,
#7
Zienswijze op: Samen sterk voor duurzaaMM
Allereerst wil ik en Holger Rodoe complimenteren voor het organiseren van de participatiebijeenkomsten over de verschillende thema’s van duurzaamheid en het schrijven van de concepttekst Samen sterk voor duurzaam. De bijeenkomsten waren goed georganiseerd, uitstekend voorbereid en vol enthousiasme en ambitie ten aanzien van alle aspecten van duurzaam leven. Ik zou heel graag zien dat ons mooie Mook en Middelaar nog lang zo mooi blijft of nog mooier wordt, zoals ook in het voorwoord van Samen sterk voor duurzaam beschreven is. Het is fijn om te lezen dat duurzaamheid leeft en er al op gestuurd wordt. Het conceptdocument is een goede eerste aanzet om er het gemeentelijk beleid nog meer sturing te geven op dat vlak. Tegelijk denk ik dat er meer nodig is om in 2050 als gemeente in alle opzichten energie- en klimaatneutraal te zijn. In deze zienswijze doe ik daarom een paar suggesties om de ambities scherper en concreter te formuleren, zodat dit in een beleidsnota kan leiden tot meer handvaten ter controle cq. bijsturing door de jaren heen. Deel 1:A. Aanleiding Tweede alinea: “Terwijl op wereldschaal wordt gewerkt om de opwarming van de aarde te beperken, moeten we in Mook en Middelaar leren omgaan met de gevolgen.” Bedoeld wordt waarschijnlijk dat we in M&M zowel moeten werken aan het beperken van de opwarming én het leren omgaan met de gevolgen, maar dat is niet wat er staat.
Deel 2:A. Duurzame ambitie De ambities voor energieneutraal, klimaatneutraal, klimaatadaptief en circulair zoals geformuleerd in dit hoofdstuk zijn mijns ziens uitstekend. Hooguit zou je kunnen proberen deze situatie eerder te bereiken dan 2050 om enige tegenslagen op te kunnen vangen. De ambitie voor biodiversiteit daarentegen is leeg, nietszeggend. Er zal altijd een balans ontstaan, ook als dat een hele negatieve is. Bovendien is biodiversiteit een gevolg van invloeden uit de omgeving en daarmee ook van beleid. Het onderdeel biodiversiteit kan versterkt worden door bijvoorbeeld net als bij de andere onderwerpen te beginnen met een definitie, zie bijvoorbeeld Wikipedia: “Biodiversiteit of biologische diversiteit is een graad van verscheidenheid aan levensvormen binnen een gegeven ecosysteem, bioom, geografisch gebied of de gehele planeet. Biodiversiteit omvat de verscheidenheid aan verschillende ecosystemen, de verscheidenheid aan verschillende soorten binnen een ecosysteem en de genetische variatie binnen een soort.[1] Een veelgebruikte maat voor biodiversiteit van een gebied is de soortenrijkdom van een bepaalde groep soorten (zoals planten, vogels, algen). De biodiversiteit van een ecosysteem wordt vaak gebruikt als een indicator voor de gezondheid ervan. Daarvoor wordt de aanwezige biodiversiteit vergeleken met historische gegevens of gegevens uit vergelijkbare gebieden.
De grootste bedreiging wereldwijd voor biodiversiteit wordt gevormd door invasieve exoten, habitatverlies en overexploitatie.[2].” Vervolgens moet er, om doelstellingen voor een beleid te kunnen vormen, een ambitie aan gekoppeld worden. Dat is minder eenvoudig onder woorden te brengen dan bij energie- of klimaatneutraal. Maar het is ook niet onmogelijk, een paar ambitievoorbeelden: - Biodiversiteit is gebaat bij grote, aaneengesloten natuurgebieden, een zinvolle ambitie is habitatvergroting (meer oppervlakte natuur en meer aaneengesloten), daar kan een 0-situatie bij: het aantal ha natuur nu en het gewenste (en/of via landelijk beleid opgelegde ambitie) aantal ha.
-
-
Biodiversiteit is gebaat bij onderling verbonden natuurgebieden. Een tweede zinvolle ambitie is het tegengaan van (verdere) versnippering dan wel het realiseren van nieuwe verbindingen. Biodiversiteit is gebaat bij inheemse plantensoorten, bij vervanging van groen en bij nieuw groen kan de ambitie opgenomen worden om inheemse plantensoorten kiezen, met altijd meerdere soorten (geen monoculturen) die een ecologische samenhang kunnen vormen en bij de bodem(gesteldheid) en het klimaat passen. Biodiversiteit is afhankelijk van de omgeving, het is daarom noodzakelijk om een ambitie op te nemen voor lucht-, water-, en bodemkwaliteit. Vervuiling is ook een vorm van habitatverlies. Voor lucht-, water- en bodemkwaliteit zijn voldoende indicatoren. Een soortenrijkdom gelijk aan 1950? (Ecologen om advies vragen?).
Deel 2:B. Uitgangspunten Evalueren, herijken en vooruitkijken. Het evalueren is nog niet in de agenda opgenomen, terwijl het juist de evaluatie is die de agenda voor de daarna komende jaren zal bepalen. Het lijkt me zinvol om die evaluatie te doen aan de hand van kengetallen, zoals energieverbruik, luchtkwaliteit etc. (in plaats van “even achteruit kijken om de situatie te schetsen”, dat klinkt erg vrijblijvend). Deze opmerking impliceert tevens dat er zo veel mogelijk kengetallen voorhanden moeten zijn, voor alle 5 aspecten én dat die kengetallen elke twee jaar beschikbaar moeten zijn/komen. Deel 2:C. Visie Het onderdeel Visie vind ik niet makkelijk te lezen, het is moeilijk overzicht te krijgen, waarschijnlijk omdat er in dit hoofdstuk heel veel samengevoegd wordt en de subtitels steeds met vragen worden aangeduid. Er staan ontzettend veel goede dingen in dit hoofdstuk, maar voor mij is het verwarrend, vooral omdat niet alles een “visie” is. Het kwijtraken van het overzicht begint al met de eerste zin, tot hier zijn in het document 5 thema’s benoemd: “energieneutraal, klimaatneutraal, klimaatadaptief, circulair en biodiversiteit”. In deze eerste zin zijn energieneutraal en klimaatneutraal vervangen door elektriciteit en warmte. Klimaatneutraal wordt vanaf hier niet meer als aparte entiteit behandeld. Wel onder ‘opwek’, maar dat is slechts één aspect van klimaatneutraal.
Vervolgens komen per thema meerdere aspecten aan de orde, waaronder een algemene toelichting, landelijke doelstellingen (als tussendoelstellingen om de ambitie voor 2050 te realiseren), de huidige stand van zaken (de kentallen van nu), mogelijkheden en beperkingen al dan niet in de gemeente en voor sommige aspecten ook maatregelen. Lang niet alles wat hier opgeschreven is, is “visie”. Mijn voorstel zou zijn om dit document een meer overzichtelijke structuur te geven, dat maakt het leesbaarder en de inhoudelijke aspecten beter te controleren en bij te sturen. Dit kan bijvoorbeeld door de algemene toelichting per onderwerp (het belang van het onderwerp voor duurzaam) in een apart hoofdstuk te plaatsen. Als voor alles het landelijk beleid en landelijke (tussen)doelstellingen door de gemeente gevolgd wordt, dan is dat een uitgangspunt. Het zou heel verhelderend zijn om per aspect de huidige kengetallen opnemen, zoals voor elektriciteit gedaan is, dat schetst een kader voor doelstellingen. De opgenoment kentallen zijn eerder een uitgangspunt dan een visie. Buiten dat: de cijfers zijn van 2021, en dit document van 2024, dus als het doel is om elke twee jaar te evalueren en bij te sturen, dan gaat dat met deze cijfers heel moeilijk worden.
Ook is het heel goed om per thema verschillende (algemene) mogelijkheden te beschrijven, maar dat overzicht zou bij de algemene toelichting per onderwerp kunnen.
De echte visie van de gemeente kan dan beperkt worden tot de mogelijkheden en beperkingen van deze gemeente, wat ermee gerealiseerd kan worden, het beleid wat daarvoor gevoerd moet worden en welke middelen daarvoor nodig zijn. Die middelen worden dan in het volgende hoofdstuk concreter uitgewerkt. Een voorbeeld hoe zo’n indeling eruit kan zien (niet uitputtend), voor Energie: Ambitie: 2050 energieneutraal. Doelstellingen: 2030 moet 70% van opgewekte elektriciteit hernieuwbaar zijn 2030 moet 32% van de totale energieproductie hernieuwbaar zijn 2050 alle woningen aardgasvrij (is eigenlijk doelstelling voor klimaatneutraal, maar heeft doorwerking in energieneutraal) 2050 moet 113M kWh door (of namens) gemeente duurzaam opgewekt On/mogelijkheden: Besparen. Niet bekend is hoeveel bespaard kan worden, verwachting Is dat er in 2050 méér energie nodig is, waardoor problematiek groter wordt. Zelf opwekken elektriciteit. Collectieve warmtebronnen niet/nauwelijks mogelijk? Samenwerken met omliggende gemeenten voor grootschalige opwek. (Als alle gemeenten dat opschrijven, dan wordt geen enkele gemeente Energieneutraal…. Dus eigenlijk moet dat een laatste redmiddel zijn). Visie/Beleid: Uitzoeken of er meer bespaard kan worden, meer inzicht in verbruik. Woningen en bedrijfsgebouwen isoleren plus warmtepompen. Bewoners en bedrijven helpen met besparen met energieloket.
Woningen en bedrijfsgebouwen voorzien van zonnepanelen. Maximale opwek op daken is 20% van elektriciteitsbehoefte 2050 Grond gebruiken voor zonnepanelen vooralsnog niet wenselijk Dus we moeten dringend op zoek naar meer mogelijkheden voor energie-opwek, binnen en buiten de gemeente, of toch (wederom) besparen. Onderzoek of elke ‘eenheid’ gebruik kan beperken tot wat die ‘eenheid’ zelf kan opwekken. Die ‘eenheid’ kan een persoon zijn, of een gebouw, of een instelling. Onderzoek naar energieopslag, batterijen, hoogthermische opslag. Energie-opwek binnen gemeente moet lokaal voordeel opleveren, Zowel energetisch als financieel, dus in eigen hand. Middelen: En dan meer concrete maatregelen in een apart hoofdstuk. Op blz 7 staat een aparte alinea dat de gemeente inwoners ondersteunt met verduurzaming, bijvoorbeeld bij een verbouwing. Niet uitgelegd wordt hoe die ondersteuning eruit ziet. Een maatregel zou kunnen zijn om coulant om te gaan met het vergroten van het bouwvolume door buitenisolatie. De visie bij klimaatadaptie sluit af met: We doen al veel, maar gaan het planmatiger oppakken. Het eerste is denk ik waar, maar dat planmatiger aanpakken moet in een visie uitgewerkt kunnen worden.
Wat zijn concrete (tussen) doelstellingen? Bijvoorbeeld: Meer groen: hoeveel meer groen en in wat voor vorm, hoge bomen? (ja graag) Meer inheemse bomen en struiken in de natuur, met minder verzurend blad zoals zogenaamde inheemse en vroeger veel talrijker aanwezige rijkestrooiselsoorten, waardoor de zandbodem meer water vasthoudt en dus minder uitspoelt en dus minder giftig wordt.
Naaldhout deels vervangen door loofhout. Alle huidige naaldbomen zijn aangeplant en gaan bij bosjes dood door droogte en de letterzetter. Naaldbomen zijn vaak verzurend en dood opstaand hout vergroot het risico op onbeheersbare branden (zoals de brand in de Meinweg enkele jaren geleden). De visie bij biodiversiteit: Er staat: Biodiversiteit zorgt voor schone lucht, fris water, een goede bodemkwaliteit. Volgens mij is het andersom: een hoge mate van biodiversiteit is alleen mogelijk met een schone lucht en een goede water- en bodemkwaliteit. De kwaliteit van die drie wordt vooral (negatief) beïnvloed door de mens. Dus als een hoge mate van biodiversiteit de ambitie is, moet in de visie opgenomen worden wat de doelstellingen zijn voor de lucht- water en bodemkwaliteit. Ook is het goed om te benoemen wat in deze de beïnvloedbaarheid is door de gemeente, haar inwoners en de bedrijven, en waar we als gemeente afhankelijk zijn van (de veel grotere) omgeving. Met name het water en de lucht zijn voortdurend in beweging en houden zich niet aan gemeentegrenzen (vervuiling van de Maas, bemesting en gif landbouwgronden, verkeer om enkele te noemen). Dat impliceert dat samenwerking en overleg met omliggende gemeenten en provincie nodig is op het gebied van water- en luchtkwaliteit.
Maar de gemeente kan zich ook zelf ten doel stellen om binnen de gemeentegrenzen geen verdere vervuiling toe te staan cq te veroorzaken. De visie ten aanzien van biodiversiteit is erg gericht op de bebouwde omgeving, maar de grootschalige biodiversiteit is vooral afhankelijk van grote aaneengesloten natuurgebieden met weinig menselijke invloed. Dus de visie zou moeten bestaan uit: - vergroten areaal natuur - versterken verbindingen tussen natuurgebieden, verdere versnippering en doorsnijdingen tegengaan of misschien zelfs terugdringen. - voor zowel groot- als kleinschalig groen: zaaien, aanplanten of anderszins bevorderen van inheemse soorten, passend bij bodem en klimaat, geen monocultuur (ook niet voor plantsoenen en andere kleine groenstroken in de bebouwde omgeving) - misschien niet in de directe invloedssfeer maar wellicht toch sturen op natuurinclusieve landbouw, met daarin groencorridors die natuurgebieden verbinden. Voor zowel klimaatadaptatie als biodiversiteit zou het zeer nuttig kunnen zijn om een doelstelling te hebben voor het maximaal percentage te bebouwen oppervlak, het oppervlak (natuurinclusieve) landbouw en het oppervlak natuur, alsmede een verdeling ervan over de gemeente, zodat gericht gestuurd kan worden op aspecten die voor biodiversiteit als klimaatadaptatie van belang zijn.
Als er in de gemeente zowel nieuwe natuur ontwikkeld als nieuwe woningen gebouwd moeten en we willen ook natuurinclusieve landbouw, dan past dat alleen als er planologisch een verdeling gemaakt is. Energetisch en qua collectieve mogelijkheden is het gunstig om woningbouw zo compact mogelijk te houden en te maken.
Deel 3. De uitwerking De uitwerking, de opsomming van projecten en maatregelen is op zich hartstikke goed, er zijn veel initiatieven, hulde. Misschien blijkt dat sommige initiatieven niet de goede waren, of niet tot het juiste resultaat leiden, dat geeft niets. Een groot nadeel van “duurzaam” willen zijn is dat het praktisch niet goed genoeg kan. Er is altijd wel iemand die vind dat het duurzamer moet of kan. Het is vooral goed om deze elke twee jaar te evalueren op doelmatigheid, resultaat, nieuwe mogelijkheden etc. Daarom heb ik niet zoveel aan te merken op dit hoofdstuk, op drie punten na:
-
-
-
Er staan een aantal aspecten in dit hoofdstuk die eerder visie zijn dan uitwerking, zoals bijvoorbeeld het streven om in 2030 alle geschikte daken voorzien te hebben van zonnepanelen. In dit hoofdstuk horen dan de gezamenlijke inkoopacties en regelgeving thuis. Onder Elektriciteit nieuwbouw staat: Bestaande woningen aanpassen en verduurzamen is een enorme klus. Het is efficiënter om bij nieuwbouw duurzame en energie-neutrale woningen te bouwen. Onder Klimaatadaptatie staat: Hierbij moet wel worden gezegd dat er binnen de gemeente maar beperkte ruimte bestaat voor nieuwbouwprojecten. Daarom is dus ook de keuze gemaakt om de plannen met name te richten op de bestaande bouw. Dit is haast een soort kringverwijzing… Voor zowel nieuwbouw als bestaande bouw moeten maatregelen komen voor energieneutraal, klimaatneutraal, klimaatadaptatie, circulair en biodiversiteit. Paris proof wordt nergens genoemd, maar biedt voor de bebouwde omgeving wellicht goede doelstellingen, oplossingen en maatregelen om bij aan te sluiten.
Tot slot Sterkte met het doornemen van alle zienswijzen. Ik hoop dat er veel informatie binnenkomt waar jullie wat mee kunnen. Ik hoop bovenal dat het jullie lukt om alle goede intenties, visie, beleid, maatregelen en initiatieven meer gestructureerd op papier te krijgen. 2050 is nog ver weg, tegelijkertijd is de uitdaging voor alle vijf aspecten enorm. Hoe concreter en gestructureerder de zienswijze, hoe eenvoudiger het is om deze elke 2 jaar te evalueren en waar nodig bij te sturen. Dat is de moeite waard.
#8
Van: Verzonden: dinsdag 16 april 2024 14:51 Aan: Gemeente Mook en Middelaar <gemeente@mookenmiddelaar.nl> CC:
;
Onderwerp: duurzaamheidsbeleid
Molenhoek, 16 april 2024.
Geacht College B&W gemeente Mook en Middelaar, Geachte Raadsleden, staat positief ten aanzien van het door de gemeente geformuleerde concept duurzaamheidsbeleid. De complimenten hiervoor.
Hieronder geven wij onze visie op het concept en voegen enkele opmerkingen, aanvullingen en aanbevelingen toe. Hopelijk wilt u deze meenemen in uw definitieve versie.
Met vriendelijke groet,
Ambitieus biodiversiteitsbeleid We begrijpen dat Mook en Middelaar, als kleine gemeente, kiest om niet ambitieuzer te zijn dan de wettelijke kaders en landelijk/provinciaal beleid. Echter, vanwege de relatief hoge biodiversiteit in de gemeente zou deze een grotere verantwoordelijkheid, dan afgedwongen door rijk of provincie, moeten nemen wat betreft behoud en herstel biodiversiteit. Dit geeft de gemeente de kans zich te profileren op wat nu nog haar kracht is: het prachtige cultuur landschap en de natuur. Zonder serieuze ambitie staan dit landschap en de natuur continu onder druk. Concrete plannen en snel handelen De opgave die uit het duurzaamheidsbeleid volgt is fors. adviseert dan ook om zo snel mogelijk handen en voeten te geven aan het beleid. Welke concrete doelen worden gesteld en welke concrete maatregelen gaat de gemeente wanneer uitvoeren? Daarbij is tijd van belang en we geven de gemeente mee om zo snel als mogelijk tot uitvoering te komen waarbij het laaghangend fruit al dit jaar geëffectueerd kan worden.
Samenwerking met biedt aan om de gemeente zowel adviserend als uitvoerend hierin te ondersteunen. Onze activiteiten hebben nu al een milieu impact zoals het zwerfafval inzamelen. Samen met de gemeente kunnen we onderzoeken welke andere concrete activiteiten bijdragen aan een gezonder milieu binnen de gemeente. Wij kunnen hierbij snel onze achterban en vrijwilligers inschakelen.
Participatie van burgers Sowieso zijn we groot voorstander van een actief participatiebeleid binnen de gemeente. Het is onze mening dat de gemeente moeilijk kan komen tot een succesvolle uitvoering van het beleid als niet lokale organisaties en burgerinitiatieven in stelling worden gezet. En actief participatiebeleid vergt een serieuze inzet vanuit de gemeente. Onze ervaring met het activeren van bewoners willen we graag hiervoor inzetten.
Hieronder volgen nog enkele opmerkingen op het concept duurzaamheidsbeleid en de voorgestelde maatregelen:
Energietransitie -Zonnecellen op daken stimuleren en subsidiëren. Idem buurtbatterijen. -Werk maken van een soortenmanagementplan te maken zodat iedereen verder kan met isoleren. - Spaarzaam omgaan met openbare verlichting en ledverlichting op zonnecellen (in een golflengte die zo min mogelijk de natuur verstoort). - Sterk inzetten op energiebesparing bij bedrijven, overheid en particulieren - Samenwerking met Stroom van Hier kan wellicht opleveren dat er snel gestart kan worden met stroomopwekking op bedrijfspanden en parkeerplaatsen. Klimaatadaptatie -Als er niets aan gedaan wordt aan waterbeheer worden bos en heide op de Mookerschans en de St Jansberg bedreigd vanwege te kort aan water -De Landelijke Maatlat Groene Klimaatadaptatie Gebouwde Omgeving opnemen in de Omgevingsvisie Biodiversiteit -De huidige ambitie op biodiversiteit, beschreven in het duurzaamheidsbeleidsplan is uiterst vaag.
roept de gemeente op om de ambitie op biodiversiteit te concretiseren zowel binnen de kernen als in het buitengebied. Zoals eerder gezegd roept Animo de gemeente op om ambitieuzer te zijn dan alleen in te zetten op behoud van wat er is. -Als het gaat om behoud van biodiversiteit liggen er al een paar stevige opdrachten. Zo herbergt het buitengebied enkele bedreigde diersoorten (zoals patrijs en das) die zonder actieve steun dreigen te verdwijnen. roept de gemeente op om een serieuze inventarisatie te maken van de huidige biodiversiteit in de verschillende leefgebieden om zo haar ambitie voor het behoud daarvan te kunnen vormgeven. -De gemeente stelt in het duurzaamheidsbeleid dat zij de buitengebieden graag meer biodivers wil maken (dit in tegenspraak met haar gestelde ambitie). Er ontbreken vooralsnog concrete maatregelen hiertoe. roept de gemeente op om, in samenwerking met ecologen en natuurverenigingen, met een ambitieus plan te komen waarin concrete maatregelen zijn opgenomen. Zo kan de gemeente eisen stellen aan de gronden die ze zelf verpachten aan boeren. Tevens zijn er boeren binnen de gemeente zonder opvolging en ligt daar een kans om op termijn actief de vestiging van boeren te stimuleren die natuur-inclusief boeren. (bv ism Land van Ons of Heerenboeren).
-De Spoorzone, waar al ca 15jr actief beheer uitvoert voor behoud cq uitbreiding van de biodiversiteit, is inmiddels een zeer biodivers gebied. Al jaren ligt het bij de politieke partijen in de bedoeling hier natuurbestemming ipv bestemming bedrijfterrein aan te geven. roept de gemeente op dit voornemen ook daadwerkelijk waar te maken. -Biodiversiteit op en rondom de Bisselt opnieuw onder de aandacht. Wij zien een sterke achteruitgang, ondanks vastleggen regels EHS. -Stimulering van aanleg struweel-heggen (vrij groeiend, snoei eens per zes jaar) i.p.v. knip en scheer-heggen (snoei per 1-2 jaar) ter bevordering van de biodiversiteit. -Geen toerisme uitbreiden ook niet als dit duurzaam gebeurd. Het wordt te druk in de natuur op veel plekken. -Subsidie op plan tegel eruit in de tuinen. -Het rijk en de provincie willen meer bomen, dus het bomenregister zal uitgebreid moeten kunnen worden, want anders zijn de nieuwe bomen nooit beschermd. -Bakenbomen: Aansluiten bij het plan in het land van Cuijk. Zorgen dat de bakenbomen die binnenkort omvallen i.v.m. natuurlijke oever nu al vervangen worden, meer het land in. -Inzetten op natuur-inclusieve landbouw, bv door voorwaarden te stellen aan pachtcontracten of positief vestigingsklimaat voor boeren
die natuur-inclusief willen boeren om zo biodiversiteit te vergroten. -Vergroenen parkeerplaatsen en bedrijfsterreinen: we stellen voor dat wordt vastgelegd om parkeerplaatsen en bedrijfsterreinen minimaal voor 30% groen in te richten. -Wij stellen voor om de groennorm 3-30-300 vanaf nu continu mee te nemen bij beslissingen en vergunningen die de bestaande bebouwde omgeving betreffen en ook bij bouwplannen voor minder dan 10 woningen. -Landelijk is het beleid om 30 miljoen extra bomen te planten ten behoeve van klimaatadaptatie en biodiversiteit. De Provincie Limburg wil hiervan 1 miljoen bomen voor haar rekening nemen in samenwerking met gemeenten en natuurorganisaties. Wij stellen voor dat ook onze gemeente het planten van extra bomen in haar Duurzaamheidsbeleid opneemt. -Wat betreft het vergroenen van de particuliere tuinen kan al veel eerder gestart worden. Samenwerking met bestaande burgerinitiatieven tot open tuinen, adoptie openbaar groen, plantenruilbeurs, etc. kunnen nu al plaatsvinden en heeft direct resultaat. Circulariteit -Wij stellen voor om bij nieuwbouwprojecten uitsluitend circulair bouwen toe te staan. Over 50 jaar is er weer een overschot aan woningen i.v.m. krimp van de bevolking en kunnen deze woningen weer duurzaam worden afgebroken en gerecycled.
#9
Zienswijze op Samen sterk voor duurzaaMM - Route naar een duurzaam Mook en Middelaar Thema Biodiversiteit 14 april 2024 Beste lezer, Het is verheugend dat biodiversiteit een prominente plek heeft gekregen in het ontwerp Duurzaamheidsbeleid van de gemeente Mook en Middelaar met de titel ‘Samen sterk voor duurzaaMM’. Wethouder Holger Rodoe geeft daarin een route aan hoe de gemeente richting het jaar 2050 het beste kan verduurzamen. De is een groep inwoners die zich gevormd heeft vanuit een sterke, gedeelde liefde en zorg voor de natuur in onze gemeente. Wij geven graag onze visie op de ecologische principes die ten grondslag zouden moeten liggen aan beleid dat de biodiversiteit in onze mooie gemeente beschermt en versterkt. Onze reactie is vrij algemeen met hier en daar een voorbeeld, maar we zijn graag bereid mee te werken aan het formuleren van (uitgangspunten van) beleid voor elke plek in de gemeente waar natuur aanwezig is – en dat is bijna overal. Hoe bijzonder en hoe geliefd de natuur in onze mooie gemeente is, blijkt op veel manieren. Onze eigen bevolking bepleit in de Terugkoppeling Participatie om goed voor de natuur te zorgen en geen ontwikkelingen toe te staan of te bevorderen die ten koste van de natuur gaan. Maar ook buiten de gemeente wordt dit prachtige gebied met zijn rijke natuur- en cultuurhistorie geroemd.
Eén voorbeeld: Afgelopen jaar is de Sint-Jansberg, met naastgelegen Koningsven-De Diepen en Mookerheide uitgeroepen tot vijfde icoonlandschap van Nederland. Dit is onderdeel van het bos- en heidegebied tussen Nijmegen, Kleef en Mook, tegenwoordig weer vaak aangeduid met de oude naam Ketelwald. Het gebied is altijd al natuur geweest en kent ondanks eeuwen van overexploitatie veel plaatsen van bijzondere waarde, naast de Natura2000 gebieden. In Mook en Middelaar leven we met een grote rijkdom aan natuur: het bos reikt vrijwel tot aan de uiterwaarden en de rivier de Maas. Daardoor zijn onze kernen omringd door natuur, en hoewel de kernen best al wel groen zijn, kunnen ze met natuurinclusief beleid nog veel groener worden. De focusgroep biodiversiteit wil hand- en spandiensten verlenen om zo’n beleid te ontwikkelen omdat we denken dat dat de inwoners heel blij maakt. De duurzame zorg voor dit bijzondere landschap ligt mede in de handen van onze gemeente. Echter, de kwaliteit van dit gebied staat ernstig onder druk. Zo blijkt onder andere uit de recente Natuurdoelanalyse die de provincie Limburg in het kader van het Nationale Programma Landelijk Gebied in 2023 heeft laten opstellen op verzoek van de Ecologische Autoriteit (1).
De factoren die hierbij een rol spelen zijn vaak overal in Nederland aanwezig, maar in of vlakbij onze gemeente gaat het onder andere om versterkte verdroging door wateronttrekking, vervuiling door inspoeling en inwaai van landbouwmeststoffen en gewasbeschermingsmiddelen, verstoring door recreatie, verdringing van natuurlijke soorten door invasieve exoten, versnippering door infrastructuur en het plaatsen van windmolenpark (aan de Duitse zijde). Ieder van deze factoren leveren gevaren op voor de biodiversiteit en dus voor de inwoners. Zo leidt versterkte verdroging tot grotere kans op natuurbranden en verlies aan vochtige delen van de natuur, wat rechtstreeks de biodiversiteit verlaagt. Dit is maar één voorbeeld, en graag willen we een overzicht met een kaart maken van de gemeente waarin deze factoren en hun gevolgen tot op detailniveau zijn uitgewerkt. Daarmee kan het biodiversiteitsbeleid gestuurd worden. Hoe kan de gemeente Mook en Middelaar het beste zorgen voor haar natuur en landschap, dat naast haar hoge waarden aan natuur ook een sterke trekpleister blijkt te zijn voor recreatie? We zouden graag drie principes gehanteerd willen zien die gebaseerd zijn op een gedegen kennis van de ecologie en de relatie tussen natuur en mens: basiskwaliteit natuur, ruimte voor natuurlijke ontwikkeling en samenhang tussen natuur.
In het ontwerp duurzaamheidsbeleid Samen sterk voor duurzaaMM wordt terecht een verband gelegd tussen biodiversiteit en de milieuparameters water, lucht en bodems. Echter, er staat dat biodiversiteit zorgt voor schoon water, schone lucht en gezonde bodems. Dus een hoge biodiversiteit zou een verbetering van de omgevingskwaliteit bewerkstelligen. Maar in onze ecologische optiek is het juist andersom: Een hoge biodiversiteit is het gevolg van beleid dat is gericht op het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Het eerste ecologisch principe voor biodiversiteitsbeleid is dus in onze ogen: zorg voor een schone leefomgeving. Hier wordt tegenwoordig vaak de uitdrukking basiskwaliteit natuur (2) voor gebruikt waarmee wordt gedoeld op de set van condities (abiotisch, inrichting en beheer) die algemene soorten nodig hebben. Basiskwaliteit natuur heeft met name betrekking op het landelijk en stedelijk gebied, maar als in deze gebieden de kwaliteit van de leefomgeving op orde is, profiteert alle natuur daarvan mee. Dat daarmee niet alleen de biodiversiteit maar ook op allerlei manieren de gezondheid van mensen bevorderd wordt spreekt wellicht voor zich. Maar we willen dit eventueel graag desgewenst in detail toelichten. Een tweede ecologisch principe hangt aan het eerste vast: als de omgeving schoon is grijpt de natuur zijn kans.
Gun die natuurlijke ontwikkeling vervolgens ook de ruimte, laat bermen, tuinen, plantsoenen, bossen en uiterwaarden zich als het even kan op een zo natuurlijk mogelijke wijze ontwikkelen. Weeg daarbij economische en ecologische perspectieven steeds opnieuw af, want de nadruk op economische belangen heeft te lang onze omgeving bepaald ten koste van de natuur en biodiversiteit. Ecologische belangen zijn verbonden met economische belangen. Er zijn meestal flinke kosten verbonden aan het tegengaan van plagen, vervuiling en het behandelen van gezondheidsproblemen, kosten die met een schone omgeving omlaaggaan. Dit principe betekent onder andere ook, dat zoals overal in Nederland we in Mook en Middelaar opnieuw moeten leren omgaan met wilde dieren zoals bever, wolf, mogelijk de wilde kat en nog meer soorten. Dat is niet makkelijk en vereist kennis van de leefwijze van dieren en begrip voor de zorgen van mensen. Binnen de bossen betekent dit principe van respect voor de natuurlijke ontwikkeling dat de ecologisch meest waardevolle locaties met elkaar verbonden worden, en een speciaal beheer kennen en een hoge status van bescherming hebben. Een derde ecologisch principe dat we graag naar voren brengen is het principe van ruimtelijke samenhang. Boven hebben we al aangegeven hoe onze kernen ingebed liggen in een rijk landschap.
Ecologisch en geologisch ligt onze gemeente in het Maasdal en in een glaciaal landschap met stuwwallen. Dat landschap strekt zich uit van Nijmegen tot in Gennep en zet zich voort via de Maasduinen tot aan Venlo. Beleidsmatig is de gemeente aan de zuidkant deel van de regio Maasduinen. Aan de noordkant maken we deel uit van de Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen die recent in het Regioarrangement een krachtige visie heeft neergezet over hoe landschap, natuur en economie in harmonie verder te ontwikkelen. Aan de oostkant komt vanuit Duitsland de vraag of we een grensoverschrijdend Nationaal Park kunnen maken van het hele Ketelwald; Natuurmonumenten, eigenaar van een groot oppervlakte natuur in onze gemeente, verwelkomt dit idee. Aan de westkant is er onze Maas, die we in samenwerking met alle overheden erlangs “drinkbaar” willen maken: een hoog ideaal waar we nog lang aan moeten werken. En gelukkig is er een prima samenwerking met de overkant van de Maas bij het herstel van het Maasheggenlandschap, dat in Brabant sinds de zomer 2018 een UNESCO Man and Biosphere monument is. Ook aan onze kant van de Maas wordt het prachtig. In het concept duurzaamheidsvisie missen we deze belangrijke kaders. Voor het behoud van de kwaliteit van natuur en landschap zou het gemeente- en grensoverschrijdend overleg moeten worden versterkt.
We zouden als focusgroep biodiversiteit vanuit onze deskundigheid daar graag bij betrokken willen worden. We denken dat het belangrijk is voor de gemeenschap van Mook en Middelaar om vanuit een sterke eigen visie op biodiversiteitsbeleid het gesprek met de omgeving aan te gaan. Ook een kleine gemeente als de onze kan in het overleg perspectieven, ideeën en uitwerkingen naar voren brengen die ertoe doen. Voor de uitwerking denken we bijvoorbeeld aan het organiseren van een (nietverplichtend) partneroverleg tussen diverse partijen met grondposities in de gemeente, zoals natuurorganisaties, particulieren, boerenondernemers. Dit om naar elkaar te luisteren en mogelijkheden te bespreken voor een optimaal ruimtelijk beleid, in navolging van het succes van een dergelijk overleg in de gemeente Berg en Dal. Elkaars standpunten kennen en elkaars zorgen delen is een goede basis voor samenwerking. Daarbij moet overigens de stem van de burger die geen grond bezit, maar wel de natuur nodig heeft meegenomen worden.
Het is van belang in dit type overleggen dat we als gemeente kunnen wijzen op een eigen coherent beleid dat is gebaseerd op sterke principes. Het doel van dit beleid is het verhogen van de kwaliteit van de leefgebieden van alle soorten (planten, dieren, schimmels en micro-organismen) en landschappen waarvoor de provincie zorg draagt. Daarnaast ligt er vanuit Europa voor ons land de opdracht om voor 2027 landelijk 80.000 ha nieuwe natuur aan te leggen. Dat komt voor de gemeente Mook en Middelaar neer op 45 ha nieuwe natuur. De provincie Limburg adviseert deze ruimte te zoeken in het versterken van de groenblauwe dooradering van het landschap en daarmee het versterken van de verbindingen tussen natuurgebieden en van de biodiversiteit als gevolg daarvan. Dat biedt unieke kansen voor onze natuur in Mook en Middelaar. Zoals aangegeven blijkt uit de participatie dat inwoners van Mook en Middelaar sterk betrokken zijn met de natuur. De betrokkenheid zorgt voor draagvlak voor bescherming en verbetering van de natuur. We denken als focusgroep dat die betrokkenheid onderhouden moet worden, ook vanuit de overheid en onderwijs door voorlichting over en de aandacht voor de biodiversiteit.
Te denken valt daarbij om in overleg met Natuurmonumenten nog meer dan nu al vaak het geval is uit te leggen wat de principes zijn voor het gekozen beheer en welke overwegingen bij bepaalde maatregelen een rol spelen. Zo kan het kappen van bomen van een invasieve soort uitleg behoeven, maar ook het bevorderen van boomsoorten die wellicht beter tegen het wijzigende klimaat bestand zijn. Wat zouden effectieve instrumenten kunnen zijn voor de gemeente Mook en Middelaar voor het versterken van de basiskwaliteit natuur, de ruimte voor natuurlijke ontwikkeling en de samenhang tussen natuurgebieden en daarmee het verbeteren van biodiversiteit in onze gemeente? Er zijn hele directe maatregelen zoals bijvoorbeeld voorwaarden stellen aan vergunningverlening en/of (pacht)contracten. Maar daarnaast kan de al bestaande aandacht voor duurzaamheid en biodiversiteit in bijvoorbeeld bestemmingsplannen concreter gemaakt worden. Een klein voorbeeld daarvan is: In de gemeenteraad is vaker het idee geopperd om verstening van tuinen tegen te gaan door regels op te stellen voor het percentage betegeling. Graag werken we mee aan het uitwerken van beleid dat overal in de gemeente - ook binnen de kernen – de natuurlijke rijkdom vergroot. Een andere weg is het updaten van beleid en beheer dat nog steeds van toepassing is: Zo is het Landschapsontwikkelingsplan uit 2009 nog steeds grotendeels actueel.
Het is deugdelijk en concreet, en verdient het te worden geactualiseerd en opgenomen in de nieuwe plannen. Het kan gebruikt worden bij het maken van een nulmeting (stand van zaken nu), voor monitoring en voor evaluatie van gedane inspanningen en behaalde resultaten. Voor het landelijke gebied is er een lijst beschikbaar van soorten uit diverse flora- en fauna groepen waarmee het succes van beleid gericht op het verbeteren van basiskwaliteit natuur gevolgd kan worden: Meten is weten, monitoring verschaft de gegevens en geeft ons de kans de vinger aan de pols te houden. Samengevat, de gemeente Mook en Middelaar heeft in haar ontwerp duurzaamheidsbeleid met haar keuze voor het versterken van de biodiversiteit een ambitieus voornemen geformuleerd. We missen nu nog een fundering in ecologische principes. Voor de uitwerking naar de Omgevingsvisie en de formulering van concreet beleid hebben we in dit advies een aantal ideeën geopperd. Ons unieke landschap verdient een eigen ambitieus en goed uitgewerkt biodiversiteitsbeleid. Alleen met regionale samenwerking kan zo’n beleid echt effectief zijn. De focusgroep biodiversiteit kan en wil de gemeente ondersteunen bij het vormgeven van zo’n biodiversiteitsbeleid. Namens de
(1) Zie https://www.limburg.nl/publish/pages/7720/natuurdoelanalyses.pdf. Voor Nationaal Programma Landelijk Gebied zie https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/12/15/ontwerp-nplg (2) Zie https://www.samenvoorbiodiversiteit.nl/updates/kennisdocument-basiskwaliteit-natuur/1349; en https://www.zoogdiervereniging.nl/kennisbank/publicaties/2022/meetsoorten-voor-basiskwaliteit-natuur
(3) Zie www.gennep.nl/sites/default/files/2022-02/090403-LOP%20deelB-web.pdf www.gennep.nl/sites/default/files/2022-02/090403-LOP%20deelA-web.pdf
#10
Van: Verzonden: dinsdag 16 april 2024 21:32 Aan: Duurzaam MookEnMiddelaar <duurzaam@mookenmiddelaar.nl> CC: Onderwerp: RE: Infoavond en zienswijzeperiode nieuw duurzaamheidsbeleid / feedback
Beste mensen,
Bedankt voor het uitgebreide ontwerp-duurzaamheidsbeleid.
Onze feedback hebben we besproken met helemaal verwerkt in de feedback van
en is vrijwel
Daarnaast nog twee losse punten: •
Op pagina 5, wordt in de paragraaf Opwek in de laatste alinea genoemd: “De mogelijke
opwek van 73 TJ uit trede 1 is nog geen 20% van de totale elektriciteitsbehoefte in 2050. Om toch te kunnen streven naar een energie- en klimaatneutrale gemeente in 2050, zijn we dus ook afhankelijk van andere vormen van duurzame opwek". Die andere vormen moeten dus verreweg het grootste deel leveren. Daarom zou daarover veel meer over moeten worden toegelicht in het Duurzaamheidsbeleid: welke vormen zijn dit, hoeveelheid energie per vorm, betaalbaarheid, realiseerbaarheid enz. Kan dit worden toegevoegd? •
Op pagina 23 wordt gesproken over zonnepanelen boven parkeerplaatsen. Hier is een kans om het parkeerterrein van station Molenhoek van zonnepanelen te voorzien. Kan dit parkeerterrein expliciet genoemd worden? Kunnen hier ook andere parkeerterrein expliciet genoemd worden?
Bij voorbaat dank voor jullie reactie.
#11
Van: Verzonden: dinsdag 16 april 2024 22:39 Aan: Duurzaam MookEnMiddelaar <duurzaam@mookenmiddelaar.nl> Onderwerp: zienswijze concept duurzaamheidsbeleid
Beste heer/mevrouw,
Met plezier hebben we het concept duurzaamheidsbeleid van de gemeente Mook en Middelaar doorgenomen. Prettig dat het beleid als kapstok alle aspecten van duurzaamheid uitlegt en behandelt. Echter, we zien ook meerdere tekortkomingen in het beleid, vooral rond het concreet en meetbaar maken ervan, en dienen daarom deze zienswijze in. Elektriciteit •
•
Voor elektriciteit ontbreken concrete getallen om beleid meetbaar te maken. Dit geldt voor zowel verbruik als opwek. Benoem per maatregel hoeveel besparing deze dient te realiseren. Benoem per opwek de verwachtte capaciteit. Dit helpt de effectiviteit van maatregelen inzichtelijk maken. En maakt de lokale balans van verbruik en opwek inzichtelijk. Benoem per Getallen hoeveel energie wil je gaan besparen met elke maatregelen. Hoeveel opwekken en waarmee. Wat betekent dat. Er wordt voor 2050 een gebrek aan duurzaam opgewekte elektriciteit voorzien. Er staat niet benoemd hoe, met welke duurzame opwek, dit voorziene gat tussen verbruik en opwek gedicht wordt. Vul dat in met concrete plannen en cijfers van opwek voor een sluitend beleid dat inzichtelijk en meetbaar blijft.
Gemeente • •
Welk duurzaam mobiliteitsbeleid gaat de gemeente voeren? Een uitgelezen kans voor de gemeente om het goede voorbeeld te geven. Goed dat maaibeleid natuurvriendelijker wordt. Maar hoe en met welke eisen? Voorstel 1: borg expertise van medewerkers door cursus Kleurkeur van Vlinderstichting. Dat omvat ook balans houden tussen biodiversiteit en verkeersveiligheid. Voorstel 2: als je bermen inzaait, zorg dat je geschikte bloemenmengsels gebruikt t.b.v. biodiversiteit (geen ‘carnavalsmengsels’).
Openbare ruimte •
•
In het beleid ontbreekt de concrete uitwerking: hoe krijgen klimaatadaptatie en schoner duurzamer verkeer een plek in inrichting en plannen? Dat kan via concrete normen voor inrichting zoals eenrichtingsverkeer, bredere fietspaden, obstakels en groen, bomen, betere trottoirs. Maar dit alles ontbreekt en daarmee is beleid onvoldoende concreet en meetbaar. Het beleid zou meer moeten sturen op borgen van voldoende openbaar groen en ontmoet- en speelplekken. Dus naast meekoppelkans bij herinrichting van wegen. Dus meer openbaar groen en niet nog meer asfalt en parkeerplaatsen zoals bij supermarkten.
Kansen in kringlopen •
Er ontbreken in het beleid aanknopingspunten voor lokale (duurzame) productie van grondstoffen (hout, biobased isolatie, voedsel). Dat zou perspectief bieden voor lokale ketens tussen burgers, boeren en bouwers.
Met vriendelijke groeten,
#12
Geachte
,
Hierbij stuur ik op de valreep enkele gedachten over het thema biodiversiteit dat veelvuldig in uw Duurzaamheidsbeleid wordt genoemd. Dat is op zichzelf heel positief want biodiversiteit is van levensbelang voor zowel gezondheid als voor welbevinden van de mens. Bedenk hoe het is om in een landschap te lopen en geen vogels meer te horen of te zien. In sommige van Nederland, bijvoorbeeld in Friesland, is dat al het geval, en krijgt men 'landschapspijn". Op de uitgestrekte raaigrasvelden is geen weidevogel meer te vinden. Wat ik in uw beleid mis is een goede onderbouwing wat u met biodiversiteit bedoelt. De term wordt ook niet gedefinieerd in de begrippenlijst. Evenmin wordt helder beschreven wat het beleid voor onze gemeente betekent. Biodiversiteit is een containerbegrip geworden en vaak ontbreekt de kennis om te begrijpen wat er in essentie mee wordt bedoeld. Als je door een tuincentrum loopt kun je denken dat er sprake is van een enorme biodiversiteit met al die verschillende planten, bloemen opgeleukt met veel spullen uit China. Niets is minder waar. Een fotografe zag op haar foto’s dat insecten die op dit soort bloemen afkwamen al snel doodgingen. De bloemen en planten zitten vol pesticiden. Een bevriende bioloog noemt het 'gekweekte rommel'. Er is weinig natuurlijks te vinden in de bij veel mensen populaire tuincentra of Tv-programma’s waarin tuinen gerestyled worden.
Er is is een enorm gebrek aan kennis over de natuur en over biodiversiteit omdat het onvoldoende onder de aandacht wordt gebracht, er is sprake van ‘eco-ongelettertheid’. Nederland loopt wereldwijd - helaas - voorop in het verlies van biodiversiteit. Inzicht in effectieve maatregelen is van belang: een hogere biodiversiteit maakt ecosystemen stabieler en kan de gevolgen van klimaatverandering beter opvangen. Plant- en dierpopulaties worden kleiner en raken versnipperd, met een grotere kans op uitsterven tot gevolg. Uit onderzoek over de hele wereld blijkt: hoe groter een natuurgebied, hoe meer soorten overleven. Daarnaast blijkt dat natuurbescherming helpt, met name in gebieden vanaf 50 hectare en groter. Vooral bedreigde soorten hebben baat bij bescherming. Bovendien is het van belang om fragmenten met elkaar te verbinden, zodat planten en dieren zich tussen verschillende natuurgebieden kunnen verspreiden. In Nederland speelt ook vervuiling een grote rol bij de afname van biodiversiteit. De intensivering van de landbouw, sinds de Tweede Wereldoorlog, leidde enerzijds tot verlies en versnippering van natuur en anderzijds tot vervuiling van resterende natuurgebieden door verrijking met stikstof, fosfaat en pesticiden. Uit onderzoek blijkt dat met name stikstof zorgt voor de achteruitgang in natuurlijke biodiversiteit.
Hoe meer stikstof wordt toegevoegd aan een natuurlijk ecosysteem, hoe minder plantensoorten daarin kunnen overleven en daarmee insecten, schimmels, vogels en zoogdieren. Bovendien accumuleert dit, waardoor met de tijd steeds meer soorten verdwijnen. Op dit moment is het zelfs zo, dat de belangrijkste factor die verklaart hoe goed een plantensoort in ons land kan overleven, is hoe goed hij omgaat met de grote hoeveelheid stikstof. Brandnetel en bramen zijn voorbeelden van planten die het goed doet bij veel stikstof evenals de invasieve Japanse Duizendknoop. Indien biodiversiteit wordt omarmd als een belangrijke kwaliteit van het mooie Mook en Middelaar zoals u aangeeft in uw beleid moeten veel meer maatregelen worden genomen worden om de biodiversiteit te herstellen en de terugloop tegen te gaan.
De vraag veel eerlijkheid en moed, om landbouw, burgers en bedrijven mee te krijgen. Het begint met politieke wil, moed en daadkracht, er voor durven te gaan staan. Geen loze woorden, niet de kool én de geit willen sparen. En vervolgens vereist het een goede onderbouwing waar biodiversiteit werkelijk en wetenschappelijk over gaat, monitoring, in kaart brengen van wat er nog is, van wat al is verdwenen en wat het streefbeeld is. Wat willen we terug, wat willen we behouden, wat is nog mogelijk? En wat moet er dan gebeuren. Hoe kunnen we bijvoorbeeld ons Natura2000-gebied beter beschermen tegen te veel stikstof, pesticiden en verdroging. Er zijn veel mensen in de gemeente te vinden met de benodigde kennis die een bijdrage willen leveren. Maak daar svp gebruik van; de gemeente is te klein om het allemaal zelf te weten en te doen. Ook ik ben bereid om een steentje bij te dragen.
Met vriendelijke groet,
#13
Aan:
Gemeente Mook en Middelaar t.a.v. Team Duurzaamheid Raadhuisplein 6 6585 AP Mook
Veldhoven, 16 april 2024 Betreft:
Zienswijze duurzaamheidsbeleid ‘Samen sterk voor duurzaaMM’.
Geachte, Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van het voorgenomen duurzaamheidsbeleid ‘Samen sterk voor duurzaaMM’. Graag maken wij van de mogelijkheid gebruik om onze zienswijze kenbaar te maken. Energieprijzen Gemeente Mook en Middelaar wil dat haar inwoners, bedrijven en organisaties kunnen profiteren van duurzame elektriciteit tegen een eerlijke prijs. Vooral de fossiele stroomvoorziening wordt steeds duurder. De kosten van klimaatverandering worden geleidelijk verwerkt in de prijs. Bovendien komen fossiele brandstoffen voor een groot deel uit het buitenland. De prijs ervan hangt erg af van internationale ontwikkelingen. Zo stegen tijdens de energiecrisis de marktprijzen van vooral aardgas enorm. De kosten van fossiele stroom stijgen en de kosten van duurzame energie dalen. Het stimuleren van grootschalige opwek van duurzame energie heeft een grote positieve impact op de energierekening. Ambitie en visie De gemeente Mook en Middelaar stelt dat in 2030, 70% van de opgewekte elektriciteit in hernieuwbaar moet zijn. De gemeente maakt gelukkig enorme stappen in de eerste trede van de zonneladder, maar concludeert ook dat in de eerste trede nog geen 20% van de totale elektriciteitsbehoefte in 2050 kan worden opgewekt. Ook stelt de gemeente dat relatief weinig opwek gerealiseerd kan worden in de tweede en derde trede van de zonneladder.
Dit betekent dat zonder grootschalige energieprojecten de gemeente de gestelde doelstellingen niet gaat halen. Wij roepen u daarom op de ontwikkeling van zonneparken binnen de vierde trede van de zonneladder niet uit te sluiten, maar aan te sluiten bij de landelijke en provinciale beleidskaders voor het gebruik van agrarische gronden voor grootschalige opwek (nee, tenzij principe).
Pagina 1 van 3
Zon op landbouwgrond Wij begrijpen de zorgen die er spelen rondom zon op landbouwgrond. Tegelijkertijd constateren wij dat de discussie vaak verzand in een harde tegenstelling tussen hernieuwbare energie en landbouwgrond. Deze zienswijze is bedoeld om de discussie van nuance te voorzien en de mogelijkheden en voordelen van de synergie tussen zonne-energie en de agrarische sector helder uiteen te zetten. Het eerlijke verhaal is dat zonneparken weinig landbouwgrond innemen. Tot nu toe wordt 0,12% van het totale landbouwareaal in Nederland gebruikt voor een zonnepark. De agrarische sector wordt vaak getroffen door onvoorspelbare weersomstandigheden, wetgeving, onzekerheden over opvolging en fluctuerende prijzen. Zonne-energie biedt boeren een stabiele en voorspelbare inkomstenstroom, waardoor ze beter bestand zijn tegen deze schommelingen en tegelijkertijd kunnen bijdragen aan de energiebehoeften van Nederland. Het kan het landbouwbedrijf versterken zonder extra stikstofemissies. Denk hierbij aan de opvolger van een melkveehouder die, dankzij een paar hectare in te zetten voor een zonnepark, juist door kan gaan met het bedrijf. Of aan een varkensboer die mee zou willen doen aan de opkoopregeling en een deel van zijn (overgebleven) gronden inzet voor de ontwikkeling van het zonnepark.
Daarnaast hebben agrarische ondernemers vaak jarenlang geïnvesteerd in hun landbouwgronden en hebben zij een diepgewortelde verbinding met hun land. Ze begrijpen als geen ander de waarde hiervan en zijn toegewijd aan duurzaam landgebruik. Het is daarom belangrijk dat boeren en andere grondeigenaren binnen uw gemeente de vrijheid en autonomie behouden om te beslissen wat er met hun land gebeurt. Dit omvat ook de mogelijkheid om zonneparken op hun grond te ontwikkelen als ze dat wensen. In de buurt van Natura-2000 gebieden kunnen zonneparken bovendien dienen als bufferzones, zodat uitkoop wordt voorkomen. Een zonnepark kan een ruimtebeslag met zich mee brengen en dit kan effecten hebben op het landschap in uw gemeente. Echter is dit afhankelijk van de locatie en de omvang van het zonnepark. Het is van belang dat we maatwerk toepassen in de ontwikkeling van zonneparken, dat er wordt gekeken naar de schaal van het landschap rondom de locatie en de meerwaarde van het zonnepark voor de omgeving. Het ontwikkelen van een zonnepark op land gaat namelijk niet over één nacht ijs. Er worden goede afspraken gemaakt met omwonenden, de betrokken overheden, energiecoöperaties en de grondeigenaar. Bijna alle zon-op-land projecten hebben een vergunning voor 25 jaar. Dit klinkt als een lange periode, maar is feitelijk een tijdelijke bestemmingsplanwijziging.
Provinciaal en gemeentelijk beleid eisen ook dat de grond na gebruik weer terugkomt in oorspronkelijke staat (veelal agrarisch). Dit maakt zonneparken ideaal als tijdelijke transitiebestemming voor land en geeft garantie voor het halen van de klimaatdoelstellingen. Wij roepen u als gemeente om de mogelijkheden van zonne-energie op landbouwgrond te omarmen.
Pagina 2 van 3
Biodiversiteit en klimaatadaptie. Een zonnepark kan bovendien een significante bijdrage leveren aan de aspecten biodiversiteit en klimaatadaptie van het duurzaamheidsbeleid. De universiteit van Groningen is in 2022 een onderzoek gestart naar de effecten van zonneparken, de eerste bevindingen laten zien dat zonneparken ook een positief effect voor de natuur kunnen opleveren1. Voor natuur liggen er volop kansen op zonneparken en zeker in intensief agrarisch gebied zou een zonnepark kunnen bijdragen aan de verhoging van de biodiversiteit. Dat kan al met vrij simpele ontwerpprincipes. Onder de juiste voorwaarden bieden zonneparken juist kansen voor de natuur. Vogels vinden er voedsel, zoogdieren vinden schuilmogelijkheden en er vliegen verschillende insecten. Zonneparken bieden een mix van zon en schaduw, zijn vrij van kunstmest en bestrijdingsmiddelen en de paden worden nauwelijks bewandeld door mensen. Dit geeft de planten en insecten vrij spel. Visie ‘grootschalige opwek van duurzame energie’ De ‘visie op grootschalige, duurzame energieopwek’ is in 2021 vastgesteld. In die visie staat welke (ruimtelijke) aspecten goed beargumenteerd moeten zijn voordat de gemeente mee wil werken aan een project. De gemeente heeft in de vastgestelde visie ‘grootschalige opwek van duurzame energie’ een kaart gepubliceerd met locaties waar mogelijk een zonnepark zou kunnen worden ontwikkeld.
Dit is een relatief grote oppervlakte, maar er is geen rekening gehouden met de belangen van Rijkswaterstaat (RWS). Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor het beheer van grote wateren, zoals de zee en de rivieren. RWS heeft aangegeven dat alle gronden buiten de dijk niet ingezet worden voor duurzame energie omdat deze gronden in stroomvoerend regime vallen. Dit betekent dat meer dan de helft van het door de gemeente potentiële gronden afvallen. Wij roepen de gemeente op om op de overgebleven gronden zonneparken mogelijk te maken. Bedankt voor uw aandacht! Wij wensen u veel succes met het afronden en vaststellen van het duurzaamheidsbeleid ‘Samen sterk voor duurzaaMM’ en zijn uiteraard graag bereid om punten uit deze zienswijze eventueel nader toe te lichten. Met vriendelijke groet,
Ecologische inrichting van zonneparken kan natuur helpen, maar niet alle soorten profiteren, https://www.provinciegroningen.nl/actueel/nieuws/nieuwsartikel/ecologische-inrichting-van-zonneparken-kan-natuurhelpen-maar-niet-alle-soorten-profiteren/
1
Pagina 3 van 3
#14
Van: Verzonden: woensdag 17 april 2024 20:39 Aan: Duurzaam MookEnMiddelaar <duurzaam@mookenmiddelaar.nl> Onderwerp: Reactie op duurzaamheidsvisie
Geachte heer, mevrouw, Bij het lezen van uw duurzaamheidsvisie miste ik een belangrijke kans; namelijk de mogelijkheden van natuurinclusieve landbouw worden niet benut, en dan met name de kansen van bomen en struiken (de woorden ‘landbouw’ en ‘agrarisch’ worden alleen genoemd in het kader van opwek van energie). Agroforestry is een vorm van natuurinclusieve landbouw; net als kruidenrijk grasland, strokenteelt (geen monocultuur maar veel teelten afgewisseld). Het inzetten van bomen op landbouwgrond; (waarbij de grond landbouw blijft en productief blijft) gebeurt steeds meer: boslandbouw of agroforestry. Hier liggen veel kansen om en het buitengebied te versterken (landschappelijk en ecologisch en recreatief) en het verdienvermogen van een boer te verhogen en tegelijkertijd klimaatmitagie en adaptie. Dit kan door het stimuleren van nieuwe landschapselementen, bv via Stila. Landschapselementen kunnen ook meerdere functies hebben zoals windhagen (bij vee) en tevens zelfs als voederhaag (apothekershaag) dienen. Dieren krijgen zo extra mineralen binnen die ze vaak tekortkomen in hun voeding; de wilg bv bevat penicilline. Andere soorten bevatten weer selenium en magnesium; waardoor dieren gezonder blijven. Daarnaast leveren bomen of hagen in weides de broodnodige schaduw. Win-win. Een andere vorm is de aanleg van rijen bomen, productieve bomen in combinatie met akkerbouw.
Denk aan noten of fruitbomen in combinatie met graan of meerjarige teelten. Tevens zorgen bomen, door bloei, voedsel en nestgelegenheid,voor ondersteuning van de biodiversiteit, leggen ze koolstof vast en verbeteren ze de bodem (bodemleven en waterbergend vermogen, door verhogen van organische stof gehalte). Rijen bomen of hagen in het landelijk gebied zijn ideaal om ecologische verbindingen tussen natuurgebieden te leggen; waar dat anders niet mogelijk is. Ook bomen in kippenuitlopen een mooie winwin; omdat ze het diereigen gedrag bevorderen en dierenwelzijn verhogen en daarnaast bv, bij wilgen, ook nog biomassa produceren. Het is een zoektocht wat past voor elk boerenbedrijf maar daarvoor is ondersteuning mogelijk. Een gemeente die haar boeren ondersteunt in de zoektocht naar andere manieren van boeren, die meer toekomstbestendig is; is een gemeente die echt kijkt naar de toekomst. Indien u hier mee over wil weten kunnen de LLTB en het Agroforestry Netwerk Limburg u hier meer over vertellen; en op 14 juni organiseren wij een algemene bijeenkomst over agroforestry in Leunen. Met vriendelijke groet,
https://www.natuurinclusievelandbouwlimburg.nl/ https://www.linkedin.com/company/100014257/admin/feed/posts/ https://www.agroforestrynetwerk.nl/
Met vriendelijke groet
Dubbe Loop 19 5674 CM Nuenen www.schmitz-agroforestry.nl 06-30291611