CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7. verzamelde zienswijzen Ontwerp Duurzaamheidsbeleid (geanonimiseerd)

Raadsvergadering 19 september 2024, gemeente Mook en MiddelaarBij agendapunt: Samen sterk voor duurzaaMM17.896 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Samen sterk voor duurzaaMM Gebundelde zienswijzen 17 april 2024

!! LET OP !! Niet-geanonimiseerde versie. Alleen voor intern gebruik!

Postbus 200, 6585 ZK  Raadhuisplein 6, Mook  Tel. (024) 696 91 11  gemeente@mookenmiddelaar.nl  www.mookenmiddelaar.nl

Nummer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14

Afzender

Ontvangen op 23 maart 2024 02 april 2024 15 april 2024 15 april 2024 16 april 2024 6 april 2024 16 april 2024 16 april 2024 16 april 2024 16 april 2024 16 april 2024 17 april 2024 17 april 2024 17 april 2024

#1

Opmerkingen en vragen bij de duurzaamheidsvisie

Electriciteit 2 zonnepanelen boven 9 parkeerplaatsen BV:

mijn vragen & opmerkingen p o s

waarom wordt dit niet gedaan bij plasmolen? Kan dit nog worden meegenomen??

3 alle lantaarnpalen uitvoeren met 0 een zonnecel en batterij

n We verduurzamen onze verlichting en e energieverbruik in zijn geheel g

Alles wordt vervangen door Led, maar waarom geen zonnecellen??( metname in het buitengebied)

4 Hydrogeneratoren in de Maas 4

n De Maas blijkt hier niet geschikt voor e g

Uit welk onderzoek blijkt dit? Wordt dit misschien al lager in t stroomgebied van de maas gedaan?)

n De gemeente gaat zeker aan de slag, maar e daarvoor worden wel plannen gemaakt. g We willen maximaal bereik met de plannen,

Dus eerst een SMP ( of Pre SMP) maken, hoever zijn jullie daarmee??Moet iedereen met een krappe beurs nu 2 jaar wachten om iets te doen?

station, Plus, Plein plasmolen.

warmte 1 Gemeente moet gewoon aan de 3 slag. Geen specifieke plannen, maar gewoon isoleren.

dus die dienen goed voorbereid te worden. Qua isolatie moeten we ook plannen maken omtrent faunabescherming.

1 Meet de luchtvervuiling door n Momenteel geen aanleiding toe 6 stook op e verschillende plekken. g

Er is wel aanleiding, nu al is de luchtkwaliteit onvoldoende volgens de norm, zie gezondheidsrapport. Dit komt alleen al door de Rijksweg, laat staan als er ook nog bij gestookt wordt.

1 Subsidie op verwijderen van n Houtstook is voor veel mensen in 7 rookafvoer. e onze gemeente een belangrijke g warmtebron.

Iedereen die minder stookt is meegenomen voor verbetering van de lucht kwaliteit.

Klimaatadaptatie 6 Houtstook is voor veel mensen in onze gemeente een belangrijke warmtebron.

n Houtstook kan niet verboden worden Maar wel subsidie op het e verwijderen van een stookkanaal. g

2 Toerisme niet verder 5 uitbreiden

n Toerisme kan ook verduurzamen. e Daarmee kunnen duurzaamheid en g groei van toerisme samengaan.

Inderdaad geen toerisme uitbreiden ook niet als dit duurzaam gebeurd. Het wordt te druk in de natuur op veel plekken.

3 Inheemse plant- en 3 diersoorten beschermen en behouden

n We kijken bij herplant vooral naar e toekomstbestendigheid van u plantensoorten, tr waarbij inheemse soorten, conform a Groenbeleid, de voorkeur hebben. Er a komt l geen specifieke extra bescherming van groene gebieden en/of bomen.

Groen zouden we juist toch uitbreiden zowel in de kernen als daarbuiten? Dus natuur en bomen moeten wel extra beschermd worden, de bomenlijst moet zelfs herzien worden/uitgebreid worden.

3 Herstellen van bakenbomen N ls onderdeel van het 7 e groenonderhoud u tr a a 3 Beheren van groen door 9 inwoners

Aansluiten bij t plan in t land van cuijk. Zorgen dat de bakenbomen die binnenkort omvallen ivm natuurlijke oever, nu al vervangen worden, meer het land in.

N De gemeente onderhoudt het groen, Waar kun je je aanmelden,dat je je e maar gaat hierover wel in gesprek berm/groenteplansoentje voor het

u met lokale tr grondeigenaren. Uiteraard zijn a inwonersinitiatieven ook welkom.

huis wilt bijhouden??

1 Regels opstellen voor het klimaatadaptief zijn van bestaande bewoning (nieuwe regelgeving voor een bepaald jaar), nieuwbouw en handhaving (groene daken, hoeveel bomen, evt. ook grote stukken als gemeente beheren). Ook voorwaarden stellen aan kapvergunning en streng handhaven op Bomenverordening

N Stimulering klimaatadaptieve maatregelen e door middel van subsidie. Groene daken worden daarnaast waar mogelijk ook u gestimuleerd tr a a l

Als iedereen 3 bomen moet zien vanaf zn huis. Dus er moeten bomen bijkomen, de bomenverordering moet dus juist worden uitgebreid.

4 Nulmeting uitvoeren

n Mogelijk in combinatie met e soortenmanagementplan u tr

Op wat voor een termijn is dat dan? Liefst zo snel mogelijk

1 Al het openbare groen laten 0 beheren door particulieren als uitgangspunt van het gemeentelijke beleid (adoptieplan)

n Het groenonderhoud wordt gedaan e door de gemeente. We gaan in u overleg met tr inwoners die zelf onderdelen in a beheer willen nemen. a

Zijn er eisen aan verbonden? Bij wie kun je je aanmelden??

Biodiversiteit

1 Maak een visie op basis van 4 het sociale domein met het oog op biodiversiteit, klimaatadaptatie, circulariteit en duurzaamheid.

n Geen visie, wel een zo veel mogelijk e integrale aanpak u tr a a l

En de omgevingsvisie dan, die gaat hier toch ook over?

1 Beter onderhoud aan de 7 perken langs de Rijksweg, de “etalage” van Mook en Middelaar. (Zie ook de Regiovisie BGMM)

n Als met ‘beter’ ecologischer wordt e bedoeld, dan zijn we daar al mee u bezig en is dat tr opgenomen in het beleid. a a

Dit ecologische is niet terug te zien in de praktijk, wees hier duidelijker in, leg het aan de burgers uit. Hoe je dit doet!!

2 Opstellen van een 5 maaibeleid

n Dit is er al, al wordt er ingezet op e een maaibeleid waar g natuurvriendelijkheid en verkeersveiligheid met elkaar in balans zijn.

2 Inheemse planten en 8 bomen planten

p Conform groenbeleid. o s

Hier staat een ander antwoord dan bij klimaatadaptatie nr 33= want volgens het groenbeleid worden ze niet beschermd en is het antwoord dus neg/neutraal

3 De gemeente moet een 3 positieve grondhouding hebben, d.w.z. : evenementen strikt uitkiezen en een strenge kapvergunning (met

N We onderzoeken hoe evenementen e natuurvriendelijker kunnen worden. u Het tr herintroduceren van de a kapvergunning zien we als a onwenselijk, net als het

Het rijk en de provincie willen meer bomen, dus het bomenregister zal uitgebreid moeten kunnen worden, want anders zijn de nieuwe bomen nooit beschermd. ( waarom zou je ze dan neerzetten)

verwijzing naar de bomenverordening)

l

uitbreiden van het bomenregister.

Circulariteit 7 Oplossing voor klein bouwafval zoeken, verdwijnt nu vaak in restafval

n In principe is er al mogelijkheid voor Maar bij de mileustraat kan het ook e om dit naar de milieustraat te niet meer gebruikt worden, en voor g brengen een paar losse stenen, ga je het niet laten wegen bij de mileustraat.

1 Kijk ook naar het voorbeeld 6 van Milsbeek: bedrijf met tweedehands bouwmaterialen.

n We zullen circulaire initiatieven e stimuleren en hierbij inspiratie u opdoen. Het is aan tr bedrijven zelf om iets te starten

2 Benoem de successen in de p Doen we, maar niet specifiek 0 gemeente o genoemd in het beleid. s

Dit gebeurd nog te weinig.

2 Als gemeente grond 5 beschikbaar stellen voor circulaire landbouw/voedselbossen, bv bij nieuwe pachtovereenkomst eisen stellen

Wil je meer biodivdersiteit krijgen dan moet het pacht beleid hieraan wel aangepast worden!!

n Vanwege de geringe hoeveelheid e eigen grond hierop geen actieve g inzet. Wel op andere duurzame initiatieven rondom groen.

Het duurzaamheidbeleid In het voorwoord staat: We bereiden een isolatieprogramma voor.

Volgens het energiecafe zou dit niet doorgaan.omdat er eerst een (pre) SMP, het soorten management plan gemaakt moet worden. Dus jullie bereiden dit voor, voor over pas een paar jaar, dat moet je dan ook duidelijk & eerlijk melden.

Blz. 3 Daarnaast heeft de droogte in dit landschap niet de overhand En de Mookeerschans en de St. Jansberd dan?? Als er niets aan gedaan wordt, hebben we geen bos en heide op die plaatsen meer over in de toekomst. Dus deze uitspraak klopt niet. en bevat het landschap voldoende verkoelende en schaduwrijke plekkern [niet in de dorpskernen] wat ook goed is voor de volksgezondheid . Blz 8 warme nacht nu 1 per jaar( was dat er maar 1??, het jaar ervoor waren het er al veel meer) dit wordt 14 in 2050 Tijdens de infoavond op 21 maart vertelde je dat het 14 x zoveel wordt dan het nu is, dit maakt meer indruk dan dat het nu omschreven staat.

blz.10 De provincie heeft zich ten doel gesteld dat de biodiversiteit behouden en versterkt moet worden en zet in op meer groen in dorpen en steden. Deze lijn volgen wij lokaal. Waarom hebben dan niet alle bomen een herplantplicht? En waarom verdwijnen er dan bomen in de kernen?? Zo hebben we in het maaibeleid al wat aanpassingen gedaan, om biodiverser te kunnen maaien en er is een stuk landbouwgrond omgezet naar kruidenrijk grasland met fruitbomen. Waar is dat dan?? gebeurd?? en waarom is dat niet bekend gemaakt. Successen zouden we toch delen? In de gebouwde omgeving zetten we juist in op versterking van de biodiversiteit en het aanleggen van verbindingen tussen waardevolle leefgebieden.

Geef eens een beter voorbeeld, Het voorbeeld van 21 maart : Op de N271 de dassentunnels, is in het buiten gebied.( en er bestond al een tunnel, nu zijn het er wel meer!!

blz 15 Om inwoners te ondersteunen starten we een subsidieregeling voor klimaatadaptieve maatregelen in en om het huis. De huidige subsidie voor het afkoppelen van de hemelwaterafvoer wordt hier onderdeel van. Wat gaat deze regeling nog meer subsidieren. Niet dat mensen achter het net gaan vissen omdat ze net te vroeg iets gaan doen ( wat ten koste gaat van hun financien voor weer andere dingen die ze zouden willen doen) op 21 maart is gesproken dat groene daken hier onder zouden gaan vallen. Die zou je ook al kunen benoemen in het beleid.

Blz 17. Toch gaan we met bedrijven in gesprek over de mogelijkheden om het terrein of parkeerplaatsen te vergroenen. Waarom worden de bedrijven niet gevraagd om hun parkeerplaatsen te overdekken met zonnepanelen?

Blz 20 We willen organisatoren van evenementen helpen met het natuurvriendelijker maken hiervan door een checklist voor natuurvriendelijke(re) evenementen op te stellen. Het is niet duidelijk uit de tekst of dit eisen zijn of voorbeelden, graag zou ik zien dat er toch een paar natuurvriendelijke eisen zijn, met evt voor in de toekomst voorbeelden waar ze de volgende keer ook aan kunnen denken.

Blz 26 Zo zijn er best een aantal landelijke en Europese subsidies (zie bijlage D). Dit staat niet in bijlage D, waar staat dit wel?

#2

Zienswijze bij duurzaamheidsbeleid M&M 2april24 Besten,

Onderstaand opmerkingen bij het concept duurzaamheidsbeleid en de agenda daarvoor. Sommige misschien overbodig omdat ik iets niet goed begrepen heb, maar toch …. Puntsgewijs. Ambitie De geformuleerde ambitie is de gemeente niet alleen onwaardig. In feite is de genoemde ambitie geen echte ambitie, maar een plicht die voor alles en iedereen geldt (2050). De geformuleerde ambitie is een erg slap theezakje voor wat er om ons heen gebeurt. Vergeleken met de eerder in dit proces door bewoners ingebrachte input, is het een totale mismatch. Het is vergelijkbaar met de vorige duurzaamheidsvisie (energievisie) die werd geformuleerd, maar toen voor 2030. Zat men er toen 20 (twintig) jaar naast? Splits een en ander op. Energieneutraal in 2040. Klimaatneutraal in 2040. Definitie Ontbreekt er aan het begin een definitie van wat de gemeente onder duurzaamheid bestaat? Pagina 6, kavels voor woningbouw De huidige formulering (“we volgen de normen”) staat als beleid gelijk met geen beleid. Bovendien, die normen lopen altijd enkele jaren achter bij de mogelijkheden. Het kan veel realistischer ook met de middelen ven mogelijkheden van vandaag, waarbij de meerkosten zich vanzelf terugverdienen voor de koper/bewoner. Voeg toe: Nieuwe woningen moeten vanaf de oplevering energie- en klimaatneutraal zijn.

Toelichting: anders wordt de opgave voor de gemeente en alle bewoners eerder groter dan kleiner, inclusief een toename van de maatschappelijke kosten. Blij Blij met het door de gemeente adopteren van lokaal eigendom en het kostprijs+ model, waardoor er randvoorwaarden ontstaan op basis waarvan ook de minder draagkrachtigen mee kunnen profiteren van de energie transitie. Maar om daarvoor robuust genoeg te kunnen zijn, zullen deze randvoorwaarden verder geïntegreerd moeten worden in het beleid. Zie ook hierna. Biodiversiteit Hier ontbreekt de vermelding van het bestaande, algemeen aanvaarde inzicht dat voor wat betreft de soortenrijkheid de absolute alarmfase is ingetreden. Elke vierkante meter waar een schop in wordt gezet, moet leiden tot een verbeterde biodiversiteit als randvoorwaarde. Hier ontbreekt ook de relatie met en verwijzing naar de omgevingsvisie en -wet. Bij de uitvoering, onder andere. Wat goed kan werken, vooral samen met bewoners: bedenk hoe je stapje voor stapje “groene linten” kunt aanleggen door de wijken, straten en tuinen van bewoners en openbare perken die tot in de

groene omgeving, de omliggende natuur leiden. Die de bijen en insecten en andere soorten weer meer ruimte geven om zich te verspreiden. Gerealiseerd in 20230. (De gemeente Heumen heeft hier al goede resultaten mee behaald in een wijk die grenst aan het bos.) Aan het eind van “Eerlijke energieprijs voor iedereen”, pagina 6 Voeg toe: Voor een eerlijke prijs voor iedereen, is zeggenschap over de bron een randvoorwaarde. Een lokaal of regionaal publiek energiebedrijf in (deel)eigendom van de bewoners kan hier onderdeel van zijn. Toelichting: hier kan niemand en geen enkele partij iets op tegen hebben, het is zowel ondernemend als bevorderlijk om ook de minder draagkrachtigen mee te laten profiteren van de energie transitie. Opwek op daken De genoemde 38% is waarschijnlijk al achterhaald, ook door andere gemeenten. Het nabije Overasselt heeft al een hoger percentage. Geen reden dus om op lauweren te gaan rusten. Er liggen nog vele m2 dak braak en de “makkelijkste m2” zijn al belegd. Alleen “stimuleren” zal daarom niet voldoende zijn om in 2030 het maximale belegd te hebben. Voeg toe: We starten een project om zoveel mogelijk daken met zonnepanelen te beleggen, waarbij we bewoners en bedrijven zoveel mogelijk ontzorgen en zoveel mogelijk opgewekte stroom lokaal gebruiken. Project “PV op alle daken”.

Bij isolatie aanpak, natuurlijke materialen Voeg toe, omdat er door de gemeente meer sturing op kan worden uitgeoefend: Er is extra subsidie voor het gebruik van natuurlijke materialen. We stimuleren het gebruik daarvan, ook in combinatie met doe-het-zelf aanpakken. SMP Ga niet zelf onderzoeken. Tegen de tijd van afronding zijn er al betere onderzoeken afgerond en de uitkomsten beschikbaar. Er is nu al een manier, weliswaar seizoensgebonden, om middels bekende natuurvriendelijke werkwijzen isolatie maatregelen uit te kunnen voeren. Voeg toe: Met een tijdelijk protocol kan intussen gelimiteerd, seizoensgebonden doch natuurvriendelijk, worden geïsoleerd. Warmte, aardgasvrij en vraagje QUOTE (p. 14) In 2023 is een onderzoek uitgevoerd naar de plekken waar wel mogelijkheden zijn. De gemeente zal het initiatief nemen om met de inwoners van deze gebieden in gesprek te gaan over deze mogelijkheden. Uit dit onderzoek blijkt ook dat aquathermie geen realistische optie is in onze gemeente. UNQUOTE Deze alinea tussen quote en unquote houdt geen stand voor een duurzaam beleid. De ontwikkelingen voor kleinschalige, gezamenlijke warmte oplossingen gaan zo snel, dat in het tempo dat de gemeente wenst aan te houden (“vele jaren”), de gemeente nog geen enkele nu bekende bron kan uitsluiten. In tegendeel. Dus ook niet aquathermie uitsluiten.

Die ontwikkelingen zijn ook alle gericht op betaalbaar, haalbaar en betrouwbaar voor alle bewoners, ook die nu niet kunnen meeprofiteren. Pas de tekst hierop aan en voeg toe: Gezien de beoogde tijdschaal en het tempo van ontwikkelingen voor gezamenlijke warmtevoorzieningen, kan de gemeente op dit moment geen enkele bron uitsluiten.

Vraagje: welk onderzoek wordt bedoeld en waar kan ik dat vinden? Opwek algemeen Neem op in beleid: koppel elke vergunning voor opwek van stroom en warmte aan de principes van lokaal eigendom, local-for-local, levering aan een lokale /regionaal energiegemeenschap.

Pagina 27, ad 2 Wells Meer Wordt hier een boot gemist? Als de gemeente de financiële deelname aan Wells Meer alleen ziet als een financiële deelname, kunnen we morgen ook dat geld al in iets anders investeren en de rente van zo’n “fonds” direct benutten. De grote kans om het steeds genoemde local-for-local en kostprijs+ model te realiseren, is om ook het aandeel in de opgewekte stroom in te brengen in een lokaal of regionaal publiek energiebedrijf ten behoeve van lokaal nut. Voeg toe: “… naast financieel rendement van een (deel van) de financiële deelname, biedt het de mogelijkheid om het steeds genoemde local-for-local en kostprijs+ model te realiseren. Bijvoorbeeld door het aandeel in de opgewekte stroom in te brengen in een lokaal of regionaal publiek energiebedrijf ten behoeve van lokaal gebruik.…” BIJ DE AGENDA TOT 2030 A2: stimuleer in plaats van “inkoop PV” : Initieer een project “Alle daken belegd met zonnepanelen tot 20230”. Samen met “Stroom van hier” en/of Energiecafé? A5: huidige formulering is beleid noch maatregel. Stimulering heeft tot nu niet geholpen. De gemeente hoeft ook niet te wachten tot “de tijd rijp is”. Scherp de norm aan tot wat op dat moment mogelijk is. Communiceer dat in 2024 en laat het ingaan per 2026. Dat is voldoende tijd om potentiële (ver)bouwers er op voor te bereiden.

A7: voeg toe: “… samen met enkele stakeholders waaronder Stroom van Hier en het Energiecafé.” (ter info: ik voel mezelf ook een stakeholder; ben een en ander aan het verkennen in de regio) A9: Zie “SMP” hiervoor. A22: naar voren halen. Je hebt hiervoor al een bouwkundig specialist op dit terrein die woonachtig is in de gemeente…… Die kan ook de voorlichting en ondersteuning doen. Wederom: zo spoedig mogelijk communiceren, signaal afgeven. B1.2: Regelgeving voor sterke daken. Het opstellen van regelgeving kan lang duren. Maar haal dit naar zo vroeg mogelijk. Begin echter al dit voorjaar al met het communiceren daarover, signalen afgeven. C17: “meer aandacht voor R-ladder” Beperkte staf op duurzaamheid? Van dit onderwerp “R-ladder” kun je ook een communicatietrajectje maken, intern en extern.

Vriendelijke groet,

#3

Van: Verzonden: maandag 15 april 2024 22:00 Aan: Duurzaam MookEnMiddelaar <duurzaam@mookenmiddelaar.nl> Onderwerp: zienswijze rapport duurzaamheidsbeleid

L.S. Hierbij mijn persoonlijke op- en aanmerkingen betreffende het duurzaamheidsbeleid "Samen sterk voor duurzaaMM, Route naar een duurzaam Mook en Middelaar, 27-02-2024, ontwerp Duurzaamheidsbeleid" Het zijn wel heel veel woorden om vooral te vertellen wat je niet doet. Het spreken over "ambities" als je vervolgens zegt dat je in de pas probeert te lopen met de landelijke doelstellingen, is m.i. in tegenspraak met elkaar. Ja we zijn een van de 10 kleinste gemeente en ja we hebben weinig geld, maar wel is 7,6% van onze inwoners miljonair en staan we op plaats 34 van de rijkste gemeenten (bron CBS). Dit rapport straalt uit dat geld een van de grootste remmende factoren is voor een ambitieus duurzaamheidsbeleid. Maar volgens mij zijn het ontbreken van ondernemerszin, lef en goede plannen de grote drempel. Investeerders staan te dringen, ik hoorde laatst een topman van het ABP het volgende zeggen: "wij steken het aan ons toevertrouwde vermogen van ruim 1800 miljard Euro liever in de toekomst van ons eigen land dan in buitenlandse bedrijven, dus kom op met die plannen". Binnen onze gemeente zijn genoeg mensen die investeren in energieopwekking, energieopslag buiten onze gemeente, omdat er binnen onze gemeente geen kansen zijn.

En wachten tot er betere technologische oplossingen komen is een complete dooddoener, vergelijk de beloften van de technologische ontwikkelingen in de agrarische sector van de afgelopen 40 jaar. Ja we mogen trots zijn dat er op 38% van onze daken (veel meer dan landelijk) zonnepanelen liggen. Alleen is dat niet de verdienste van de gemeente maar van twee vrijwilligersorganisaties, die dit resultaat op hun conto mogen schrijven (een zonder subsidie en de andere met een beperkte subsidie van de gemeente). De getoonde houding van de gemeente met betrekking tot het idee van de bevolking "alle daken vol in Molenhoek-Zuid" spreekt ook boekdelen. Naast goed plannen is menskracht beperkt en dient derhalve zo effectief mogelijk te worden ingezet. Ik stel dan ook voor dat de gemeente juist die taken doet die niet door anderen gedaan kunnen worden en dat zoveel mogelijk bewoners geënthousiasmeerd worden om initiatieven voor te bereiden en uit te voeren of te begeleiden. Dus gemeente: Beleid bepalen, Overheidssubsidies binnenhalen, Investeerders zoeken (we hebben ten slotte een VVD wethouder, dat moet lukken), En Bewoners: Plannen aandragen, Activiteiten onder de aandacht van de buren brengen, Activiteiten begeleiden. Een paar voorbeelden Vergroening: er zijn 2 vrijwilligersorganisaties die staan te trappelen om buren hun tuin te laten vergroenen.

Voor een heel beperkt budget kun je die enthousiastelingen aan het werk zetten en krijg je niet alleen een groener en biodiverser M&M, maar ook (meer) gemotiveerde vrijwilligers (andere bewoners zien dat namelijk ook). Verbetering Woning Isolatie, een goed punt om dat hoog op de agenda te zetten. Neem als gemeente juist de taak om dit te faciliteren: dwing bij de provincie een preSMP af te geven (kunnen ze zxo overnemen van de provincie Utrecht die dat al een jaar zo klaar heeft liggen en komt binnenkort waarschijnlijk met een eDNA versie hiervan). Schakel DoeHetZelvers in (die willen het vast ook wel bij een paar buren doen), zij krijgen nu geen subsidie, maar de gemeente is vrij om daar

wel subsidie aan te geven (bijv via NIP, zodat het geen geld kost). En het is natuurlijk van de gekke dat we nu met PUR (ook al noemen ze dat anders) gaan isoleren als er ook biobased alternatieven zijn, dus stimuleer biobased extra. Ga hiervoor eens bij de buurgemeente Nijmegen kijken. Tenslotte het heeft geen zin om alleen over zonneweides of alleen over windmolens te denken en besluiten daarover te nemen, het totale energielandschap moet in ogenschouw worden genomen. Als ik nu zie "geen windmolens", "geen zonneweiden op agrarisch gebied", 24% zal vermoedelijk gedekt woerden door Welsmeer, dan dient er snel en hard nagedacht te worden over de resterende invullingen. Met vriendelijke groet,

#4

Aan: college van B&W van Mook en Middelaar Van: Datum: 16 april 2024 Betreft: zienswijze op het ontwerp-duurzaamheidsbeleid Samen sterk voor duurzaaMM

Geacht college, Met belangstelling hebben wij kennis genomen van uw ontwerp-duurzaamheidsbeleid. Eén aspect lazen wij hierin helaas onvoldoende terug, namelijk de rolneming van de gemeente in het adequaat voorlichten van haar inwoners over maatregelen om schade als gevolg van weersextremen te beperken. Hierover dienen wij bij dezen dan ook graag een zienswijze in. Onder de kop Klimaatadaptatie schrijft u op pagina 8 van uw ontwerp-duurzaamheidsbeleid “Voor het thema waterveiligheid wordt vooral naar de waterschappen gekeken. Voor droogte, hitte en wateroverlast door extreme buien moeten gemeenten een plan maken”. Wij lezen hier met andere woorden: het waterschap is er voor de dijken, de gemeente voor de wadi’s. In onze gemeente lopen de kernen Middelaar en Plasmolen als onderdeel van de Lob van Gennep extra risico op overstroming - óók na realisatie van de voorgenomen dijkversterking. Dat risico is tot op heden onverzekerbaar. Is het nu nog zo dat woningen gebouwd in deze kernen na 1996 bij overstroming van Maas of Mookerplas als gevolg van extreme regenval zelfs geen aanspraak kunnen maken op de Wet tegemoetkoming schade bij rampen – een detail waarover nieuwe inwoners bij de gemeente nog niet zo lang geleden geen enkele informatie konden vinden – ná de voorgenomen dijkversterking zal dat laatste wel het geval zijn.

Evengoed zullen ook dan de kosten van overstroming voor betrokken inwoners aanzienlijk zijn. Dit gegeven heeft de in haar ook aan u toegezonden nota Overstromingsbestendig maken van woningen en bedrijven in de Lob van Gennep van 31 januari 2024 doen pleiten voor een actieve rolneming van de gemeente in het bewust maken en informeren van haar inwoners over mogelijke schadebeperkende maatregelen, en waar mogelijk het faciliteren daarvan. Helaas lijkt u in uw concept-duurzaamheidsbeleid aan dit gratis deskundig advies voorbij te gaan. Zoals u weet, zijn wij als inwoners van Middelaar en Plasmolen trots op onze zelf- en samenredzaamheid. Wij houden liever niet de hand op, ook niet als het water ons aan de lippen staat. Wij vragen u dan ook niet om de portemonnee te trekken. Wel vragen wij van u om niet te wijzen naar andere overheidsinstanties en te suggereren dat zij ons zullen vrijwaren voor overstroming, maar uw verantwoordelijkheid te nemen voor uw inwoners en ons in lijn met bovengenoemde nota actief te voorzien van deugdelijke informatie en advies en met ons mee te denken hoe wij de schade als direct of indirect gevolg van extreme regenval kunnen beperken, ook als die leidt tot overstroming van Maas of Mookerplas. Ons inziens is dat een wezenlijk onderdeel van klimaatadaptie en verdient dat dus een plek in uw duurzaamheidsbeleid.

Met vriendelijke groet,

#5

Burgemeester en Wethouders Gemeente Mook en Middelaar Postbus 200, 6585 ZK Mook

Den Haag, 15 april 2024

Betreft: Zienswijze Concept Duurzaamheidsbeleid gemeente Mook en Middelaar

Geachte leden van het college van Burgemeester en Wethouders, Wij schrijven u met twee zienswijzen op het nieuwe concept duurzaamheidsbeleid van de gemeente Mook en Middelaar (Samen sterk voor duurzaaMM - ontwerp Duurzaamheidsbeleid gemeente Mook en Middelaar): 1. De ambities ten aanzien van de opwek van hernieuwbare energie die de gemeente Mook en Middelaar in haar concept duurzaamheidsbeleid uitspreekt zijn onhaalbaar op basis van datzelfde beleid. 2. De gemeente moet er alles aan doen om haar eigen verantwoordelijkheid te nemen in de energietransitie, en dient daarom alle kansen te benutten. Het huidige beleid sluit een belangrijke kans voor een zonnepark uit. De gemeente heeft verzuimd dit initiatief in behandeling te nemen, terwijl het in lijn was met het toen geldende beleid. Hieronder worden deze beide zienswijzen toegelicht.

Zienswijze 1: De ambities ten aanzien van de opwek van hernieuwbare energie die de gemeente Mook en Middelaar in haar concept duurzaamheidsbeleid uitspreekt zijn onhaalbaar op basis van datzelfde beleid. Gemeentelijke ambities “Uiterlijk in 2050 is de gemeente Mook en Middelaar een duurzame gemeente. We zijn dan dus energieneutraal, klimaatneutraal, klimaatadaptief, circulair en biodivers. Met de keuze voor uiterlijk 2050 sluiten we aan bij de landelijke doelstellingen. Ook qua tussendoelstellingen zullen we landelijk beleid en regionale afspraken naleven. We gaan daar actief mee aan de slag, passend bij de capaciteit en middelen die wij hebben.” (Deel 2A, p. 3) “We volgen in Mook en Middelaar de landelijke doelstellingen. Voor elektriciteit wil dat zeggen dat er in 2030 70% van de opgewekte elektriciteit hernieuwbaar moet zijn. Van de totale energieproductie moet in dat jaar 32% hernieuwbaar zijn. Volgens cijfers uit 2021 wordt Mook en Middelaar 18% van de totale elektriciteit duurzaam opgewekt. Van het totale energieverbruik (dus breder dan alleen elektriciteit) is 8% hernieuwbaar. Uit de Transitievisie Warmte blijkt dat de warmtetransitie voor een groot deel elektrisch zal uitpakken in onze gemeente, dus zal dat percentage dalen als er niet meer opwek komt. De verwachting is dat we in 2050 ongeveer 406 TJ (113 miljoen kWh) aan elektriciteit

nodig hebben, waar dat nu 61 TJ is. Wel zien we dat er in Mook en Middelaar al veel woningen staan met zonnepanelen op het dak. We kiezen er in lijn met landelijke en provinciale beleidskaders voor het gebruik van agrarische gronden voor grootschalige opwek uit te sluiten of zeer moeilijk te maken. Daarbij staan we open voor overige vormen van opwek, waarmee de opwek op een kleiner gebied gerealiseerd kan worden.” (Deel 2C, p. 5) Haalbaarheid van ambities Een klein deel van de ambities kan worden behaald met besparingsmaatregelen. Het grootste deel zal echter moeten gebeuren door het vervangen van fossiele energie door duurzame energie. De drie beproefde manieren om duurzame energie op te wekken zijn windenergie, zonne-energie en warmteenergie. Gezien de beperkte kansen voor wind- en warmte-energie in de gemeente is zonne-energie de meest kansrijke optie. Voor zonne-energie moet de zonneladder worden aangehouden.

De zonneladder plus de kansen per trede zien er voor de gemeente als volgt uit (paragraaf 2C, pagina 5 en 6): Trede 1: Zon-op-dak: 73 TJ mogelijke opwek Trede 2: Bebouwde omgeving: Weinig ruimte om op deze trede veel winst te boeken Trede 3: Landelijk gebied, geen landbouwgrond: Weinig potentieel in de gemeente Trede 4: Landbouwgrond: Uitgesloten door motie gemeenteraad uit november 2023 Trede 5: Natura2000 en waterwingebied: Uitgesloten “De mogelijke opwek van 73 TJ uit trede 1 is nog geen 20% van de totale elektriciteitsbehoefte in 2050. Om toch te kunnen streven naar een energie- en klimaatneutrale gemeente in 2050, zijn we dus ook afhankelijk van andere vormen van duurzame opwek.” (Paragraaf 2B, p. 6) Door een gebrek aan potentieel op trede 2 en 3 en een uitsluiting van trede 4 en 5 is onduidelijk welke mogelijkheden voor “andere vormen van duurzame opwek” dan nog bestaan. De gemeente wijdt een enkele zin aan een alternatieve optie: “Daarom kijken we ook of we op onorthodoxe plaatsen zonnepanelen kunnen leggen, bijvoorbeeld drijvende zonnevelden.” (Paragraaf 3E, pagina 23) Het enige stuk water dat voor een grootschalig drijvend zonnepark kan worden ingezet is de Mookerplas. Dit zal echter een zeer complex verhaal worden door de verbinding met de rivier en het huidige gebruik als watersportlocatie met verschillende jachthavens en ander recreatief gebruik.

Naar alle waarschijnlijkheid is dit geen haalbare optie. Energielandgoed Wells Meer De gemeente Mook en Middelaar heeft samen met de gemeentes Venray en Gennep een intentieverklaring getekend om mee te investeren in het Energielandgoed Wells Meer in gemeente Bergen. Voor Wells Meer is een totale investering van 30 miljoen nodig. 15 miljoen wordt opgehaald door participatie, de gemeente Bergen legt 5 miljoen in, de andere drie gemeentes ieder 3,3 miljoen. Dit komt neer op 11,11% eigenaarschap van het project voor de gemeente Mook en Middelaar. Berekend over de totale opwek van het project Wells Meer (289MWp) is dit 32,11MWp. De totale opgave voor de gemeente Mook en Middelaar is ongeveer 122MWp in 2050. Hiervan kan zo’n 21,93MWp (73TJ, 18%) met zon-op-dak worden gerealiseerd. Vanuit Wells Meer komt 32,11MWp (26%). De resterende opgaaf is dus 67,96MWp (56%).

Conclusie Hieruit kunnen drie conclusies worden getrokken: 1. De gemeente heeft grootschalige opwek van duurzame energie nodig om de ambities waar te maken; 2. De gemeente heeft in haar beleid geen haalbare mogelijkheden opengelaten voor de grootschalige opwek van duurzame energie; 3. De gemeente kan de ambities uit het beleid niet behalen met het huidige beleid. Oplossing In de brief van Hugo de Jonge van oktober 2023 wordt een aantal uitzonderingen genoemd op de beperking van trede 4 projecten. Deze uitzonderingen zijn Agri-PV, Transitiegebieden en Netneutrale aansluiting. We verzoeken de gemeente deze uitzonderingen over te nemen in haar beleid. Hiervoor verwijzen wij u naar de uitwerking van de uitzonderingsgronden door de branchevereniging Holland Solar, welke als bijlage van de zienswijze zijn opgenomen.

Zienswijze 2: De gemeente moet er alles aan doen om haar eigen verantwoordelijkheid te nemen in de energietransitie, en dient daarom alle kansen te benutten. Het huidige beleid sluit een belangrijke kans voor een zonnepark uit. De gemeente heeft verzuimd dit initiatief in behandeling te nemen, terwijl het in lijn was met het toen geldende beleid. Nederlandse code voor goed openbaar bestuur De Nederlandse code voor goed openbaar bestuur is opgesteld als instrument om openbaar bestuurders aan te spreken op hun eigen verantwoordelijkheid, uitnodigt tot zelfreflectie en aanspoort tot integriteit en het geven van het goede voorbeeld vanuit een bestuurlijke positie binnen de democratische rechtsstaat. Onder punt 4 van de code, doelgerichtheid en doelmatigheid, wordt als beginsel gesteld dat het bestuur de doelen van de organisatie bekendmaakt en de beslissingen en maatregelen neemt die nodig zijn om de gestelde doelen te behalen. Mogelijkheden om doelen te behalen De mogelijkheden voor het behalen van de doelen voor energieneutraliteit in de gemeente Mook en Middelaar zijn beperkt. Wind- en warmte bieden onvoldoende opties. Zon-op-dak heeft een maximale potentie van 18%. Het gemeentelijk aandeel in Energielandgoed Wells Meer draagt bij voor zo’n 26%. De enige mogelijkheid voor een drijvend zonnepark is waarschijnlijk onhaalbaar.

De mogelijkheden voor zonneparken op land zijn beperkt, maar er liggen wel kansen op bepaalde percelen die in particulier bezit zijn, niet in overstromingsgebied liggen en zich binnen een haalbare afstand van het aansluitpunt bevinden. Het is op deze percelen dat een zonnepark wil ontwikkelen. “Mook en Middelaar wordt in 2050 een energieneutrale gemeente. Dit betekent dat het totale energieverbruik binnen de gemeente ook binnen de eigen grenzen of namens de gemeente in de regio (onze gemeente kent te veel ruimtelijke beperkingen om echt alles binnen de eigen grenzen op te wekken) wordt opgewekt. Ons netto energiegebruik is in dat geval nul. We zijn zelf verantwoordelijk voor het opwekken van de energie die we gebruiken. Dat kan door opwek te verhogen en verbruik te verlagen.” (Deel 2A, p. 3) “Voor u ligt de Mook en Middelaarse visie op grootschalige energieopwekprojecten. Een belangrijk document, waarmee wij als gemeente Mook en Middelaar de kaders uitzetten om projecten die

bijdragen aan de energietransitie mogelijk te maken. Die projecten hebben we hard nodig. Onze gemeente heeft het geluk om in een prachtige, groene omgeving te liggen. Een omgeving die we willen behouden en versterken. Maar die daarmee ook beperkingen geeft omdat we een groot deel van het grondgebied niet voor andere doeleinden in kunnen zetten. Ook de ruimte die er is voor het opwekken van hernieuwbare energie is daarmee beperkt. Het is zelfs niet voldoende om aan onze eigen vraag in 2030 te voldoen. We kijken daarom om ons heen en zoeken de samenwerking in de regio op. Maar we zullen ook moeten kijken wat er wel op ons eigen grondgebied kan. Met deze visie zetten we daar de lijnen voor uit en geven we aan welke voorwaarden er gelden voor initiatieven.” (Visie op grootschalige opwek van duurzame energie in Mook en Middelaar, p. 3). Zonnepark Koningsbeemdweg heeft in november 2020 het project Zonnepark Koningsbeemdweg bij de gemeente bekendgemaakt, een project van circa 25MWp (circa 20% van de totale opgave voor 2050). Het project bevindt zich op de enige locatie in de gemeente waar het haalbaar is een grootschalig zonnepark te realiseren. De gemeente heeft gevraagd af te wachten tot de gemeente een beleid voor grootschalige zonneparken had. In november 2021 is de “Visie op grootschalige opwek van duurzame energie in Mook en Middelaar” vastgesteld.

In februari 2022 is het project met de gemeente besproken. De gemeente gaf toen aan een positieve grondhouding te hebben tegenover het project, en heeft verzocht een Principeverzoek in te dienen. In augustus 2022 is het Principeverzoek ontvangen door de gemeente (brief kenmerk CM22.2816). De gemeente heeft nooit een officiële reactie op dit Principeverzoek gegeven. Wel is in november 2022 een overleg met de gemeente gevoerd waarin afspraken zijn gemaakt over de vervolgstappen voor participatie en de rol van de gemeente daarin. Op basis van de positieve gesprekken met de gemeente door de jaren heen en het toen geldende beleid heeft Kronos Solar erop kunnen vertrouwen een positief oordeel te krijgen over het zonnepark. Naar aanleiding hiervan zijn ook verschillende investeringen gedaan. Aansluiting bij gemeentelijke ambities Het zonnepark Koningsbeemdweg is de enige manier voor de gemeente om grootschalige opwek in de gemeente te realiseren, en de verantwoordelijkheid te nemen om substantieel bij te dragen aan haar eigen duurzaamheidsambities. De gemeente zet in haar beleid sterk in op het local4local principe, en geeft aan hiermee “aan de slag te gaan”. Het is niet duidelijk hoe dit realistisch zou moeten gebeuren. Invulling van het local4local principe is niet mogelijk met zon-op-dak omdat dit particuliere installaties zijn die vooral in de eigen energiebehoefte voorzien.

De gemeente wil daarom de mogelijkheden onderzoeken voor een gemeentelijk energiebedrijf. Een essentiële vereiste voor het opstarten van een gemeentelijk energiebedrijf is een bron voor de energie. Die bron kan alleen bestaan wanneer een partij stroom opwekt die niet zelf gebruikt wordt maar kan worden verkocht. In augustus 2023 is tijdens een persoonlijke afspraak met de Projectleider Duurzaamheid van de gemeente Mook en Middelaar door de gemeente gevraagd om mee te denken over het local4local principe, met als uitgangspunt dat het zonnepark moet bijdragen aan het tegengaan van energiearmoede. Hiermee is Kronos Solar aan de slag gegaan, wat heeft geresulteerd in twee concrete voorstellen. Deze voorstellen zijn in oktober 2023 besproken in een gesprek met de Projectleider Duurzaamheid en de wethouder Duurzaamheid. In deze voorstellen heeft de gemeente de mogelijkheid geboden om met de gemeente samen te werken om 100% lokaal eigendom te

Uitzonderingsgrond A – Agri-PV (Agriculture Photovoltaics) Op 26 Oktober 2023 is het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) met een aangescherpte voorkeursvolgorde zon uit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) gekomen. De aanleiding voor deze zogenaamde Zonnebrief zijn de ruimtelijke implicaties van de sterk stijgende vraag naar duurzaam opgewekte elektriciteit (BZK, 2023). Het doel van BZK is om ervoor te zorgen dat de huidige zekerheden - zoals voldoende voedsel, schoon drinkwater en energie – ook voor toekomstige generaties blijven bestaan. Vandaar dat in deze brief wordt gestuurd naar zonnevelden met een multifunctioneel karakter, oftewel meervoudig ruimtegebruik. Er staat in de brief een harde bepaling: “Het gebruik van landbouw – en natuurgronden voor zonnepanelen is in principe ongewenst”, waarbij de voorkeur is om trede 4 (zon op landbouw – en natuurgronden) van de zonneladder niet te gebruiken. In de brief worden echter ook een aantal uitzonderingsmogelijkheden voor een gewenste zon ontwikkeling in trede 4 genoemd. Eén van deze uitzonderingsmogelijkheden betreft Agri-PV. In onderliggend document wordt toegewerkt naar een definitie en reikwijdte van dit concept. Agri-PV is een concept waarbij agrarische activiteiten worden gecombineerd met duurzame elektriciteitsopwekking in de vorm van zonnepanelen op hetzelfde perceel.

Bij dit concept worden zonnepanelen toegevoegd aan het bestaande agrarische perceel, zonder dat de originele functie vervalt, of worden nieuwe velden ontwikkeld waar deze combinatie wordt toegepast. Hierbij meenemende dat er agrarische activiteiten op een significant deel van de oppervlakte van het perceel wordt uitgevoerd. Door deze combinatie kan land efficiënter worden ingezet, met een theoretische netto output winst van 60% en meer (Fraunhofer ISE., 2017; Wageningen University & Research, 2023). Daarnaast kan de opgewekte groene stroom helpen om de bedrijfsprocessen van de agrariër verder te verduurzamen.

Figuur 1: Voorbeelden Agri-PV systemen

Bij Agri-PV is het perceeloppervlak overwegend beschikbaar voor agrarische activiteiten/productie in de vorm van akkerbouw, fruitteelt, beweiding door (klein)vee, grasproductie, tuinbouw, et cetera. Daarom is het van belang om te definiëren welk deel van het Agri-PV perceel beschikbaar is voor agrarische productie. Het beschikbare agrarische 1

perceel wordt gedefinieerd als het aandeel van het perceel dat kan worden gebruikt voor agrarische activiteiten zonder significante technische - of structurele obstructies na de installatie van het Agri-PV systeem (zie figuur 1). Onderdelen van het perceel die niet zijn gerealiseerd ten behoeve van de agrarische activiteit en waar deze niet kan worden toegepast, door bijvoorbeeld obstructies in de vorm van fundatiepalen, verharding, transformatoren, inkoopstations etc. vallen niet onder het agrarisch beschikbare deel. Binnen het beschikbaar agrarisch perceel is de agrariër vrij om te kiezen welke gewassen, (klein)vee of andere agrarische activiteiten worden uitgevoerd. Een Agri-PV project garandeert dat ten minste 66% van het oppervlak van het oorspronkelijk beschikbaar agrarisch perceel, na constructie van het Agri-PV systeem, bruikbaar blijft voor agrarische activiteiten. De landschapselementen die oorspronkelijk niet als beschikbaar agrarisch perceel konden worden gedefinieerd, zoals sloten, bermen etc. dienen niet te worden meegenomen in deze berekening (zie figuur 2). Door deze verhouding vindt er een gelimiteerde impact op de bedrijfsvoering van de agrariër plaats én wordt geborgd dat het land overwegend bestemd blijft voor de agrarische activiteiten.

*de oppervlakte onder de panelen waar agrarische activiteiten zonder significante obstructies kunnen worden uitgevoerd, vallen ook onder beschikbaar agrarisch perceel Figuur 2: Verdeling beschikbaar agrarisch perceel

2

Categorieën Agri-PV Voor Agri-PV bestaan drie hoofdgroepen. Agrarische activiteiten naast zonnepanelen, agrarische activiteiten onder zonnepanelen en mobiele zonnepanelen in combinatie met agrarische activiteiten. Binnen deze 3 hoofdgroepen kunnen ook een aantal sub categorieën worden geïdentificeerd. De eerste categorie bestaat uit systemen waarbij agrarische activiteiten onder zonnepanelen worden toegepast. Hierbij wordt de transparantie van het systeem aangepast op de agrarische activiteiten die onder het systeem plaatsvinden, enerzijds door mogelijke transparantie in de module zelf, de afstand tussen de modules en de oriëntatie van het systeem. De hoogte van het systeem wordt aangepast op de agrarische activiteit die daaronder wordt toegepast. 1 Categorie Agrarische activiteiten onder zonnepanelen

Sub categorieën 1.1 HayVoltaics 1.2 CropVoltaics 1.3 FruitVoltaics 1.4 LivestockVoltaics

Voorbeeld

3

Toelichting Grasteelt onder zonnepanelen Gewasteelt (inclusief akkerbouw) onder zonnepanelen Fruitteelt onder zonnepanelen 1.4.1 Kleinvee dat onder zonnepanelen graast zoals, maar niet beperkt tot: kippen, schapen, varkens, ganzen etc. 1.4.2 Grootvee dat onder zonnepanelen graast zoals, maar niet beperkt tot: runderen, paarden etc.

De tweede categorie bestaat uit systemen waarbij agrarische activiteiten tussen de paneelrijen plaatsvinden. Deze categorie omvat maar is niet gelimiteerd tot: verticale- en zonvolgende systemen. Waarbij de zonvolgsystemen kunnen roteren over de horizontale as en de zon volgen van oost naar west. Doordat deze systemen kunnen roteren kunnen ze bijna verticaal geplaatst worden waardoor agrarische activiteit tussen de rijen mogelijk wordt. 2 Categorie Agrarische activiteiten tussen paneelrijen

Sub categorieën 2.1 HayVoltaics 2.2 CropVoltaics

2.3 FruitVoltaics 2.4 LivestockVoltaics

Toelichting Grasteelt naast zonnepanelen (in de rijen tussen/gedeeltelijk onder de modules) Gewasteelt (inclusief akkerbouw) naast zonnepanelen (in de rijen tussen/gedeeltelijk onder de modules) Fruitteelt naast zonnepanelen (in de rijen tussen de modules) 2.4.1 Kleinvee dat naast zonnepanelen graast zoals, maar niet beperkt tot: kippen, schapen, varkens, ganzen etc. 2.4.2 Grootvee dat naast zonnepanelen graast zoals, maar niet beperkt tot: runderen, paarden etc.

Voorbeeld

4

De derde categorie, die nog minder ontwikkeld is maar mogelijk in de toekomst een rol zou kunnen spelen, is mobiele zonnepanelen in combinatie met agrarische activiteiten. Een mobiel zonsysteem kan jaarlijks als onderdeel van de gewasrotatie (bijvoorbeeld boven het braakliggende perceel) - of tijdens de agrarische productie over het veld worden verplaatst. De agrarische activiteiten dienen hier specifiek voor worden geselecteerd. Mobiele systemen omvatten maar zijn niet gelimiteerd tot schuivende of rijdende systemen. 3 Categorie Agrarische activiteiten in combinatie met mobiele zonnepanelen

Sub categorieën 3.1 HayVoltaics 3.2 CropVoltaics

3.3 FruitVoltaics 3.4 LivestockVoltaics

Toelichting Grasteelt in combinatie met rijdende/schuivende zonnepanelen Gewasteelt (inclusief akkerbouw) in combinatie met rijdende/schuivende zonnepanelen Fruitteelt in combinatie met rijdende/schuivende zonnepanelen 3.4.1 Kleinvee dat in combinatie met rijdende/schuivende zonnepanelen graast zoals, maar niet beperkt tot: kippen, schapen, varkens, ganzen etc. 3.4.2 Grootvee dat in combinatie met rijdende/schuivende zonnepanelen graast zoals, maar niet beperkt tot: runderen, paarden etc.

Voorbeeld

Bovengenoemde subcategorieën zijn gebaseerd op de concepten waar op dit moment aan gewerkt wordt of die al zijn gerealiseerd. Elk van deze categorieën heeft zijn eigen investeringsen operationele kosten en dient dus ook op verschillende manieren gefinancierd te worden. Deze categorieën en sub categorieën zijn een eerste opzet om een duidelijke definitie van AgriPV te formuleren. Deze categorieën en subcategorieën zijn echter niet definitief en limitatief, 5

het zou zo kunnen zijn dat nieuwe categorieën later worden toegevoegd of bestaande categorieën worden aangepast. De Agri-PV markt ontwikkelt zich snel en mogelijke nieuwe combinaties of technologieën moeten niet worden uitgesloten. Agri-PV heeft enorme potentie voor zowel de agrariër, zonontwikkelaar als de omgeving. Het concept kan bijdragen aan het oplossen van meerdere ruimtelijke vraagstukken op hetzelfde moment. Het is noodzakelijk dat duidelijke wetgeving en stimuleringsmaatregelingen worden vormgegeven en dat het concept wordt ingepast zodat de huidige regels omtrent landbouw, zodat zaken zoals de mestrechten en agrarische subsidies/vrijstellingen behouden blijven. Hierdoor kan Agri-PV op grote schaal worden opgestart en een significante bijdrage leveren voor een duurzame de toekomst.

6

Uitzonderingsgrond C – Lage netimpact Als de aanleg van zonneparken op gronden betekenisvol bijdraagt aan de vermindering van de netcongestie of zorgt voor vergroting van een efficiënter netwerkgebruik (netneutraal). Zonneparken kunnen een cruciale rol spelen in het tegengaan van invoedingscongestie. Door hun regelbaar vermogen kunnen zijn goed inspelen op de situatie van het net. Er zijn drie verschillende mogelijkheden om betekenisvol bij te dragen aan de vermindering van netcongestie en tegelijkertijd bij te dragen aan een efficiënter netgebruik: 1. Zonneparken verplicht laten meedoen met congestiemanagement of andere vormen van flexibiliteit, of; 2. Zonneparken met opslag/conversie, of; 3. Zonneparken en/of opslag/conversie en/of afname achter één aansluiting (cable pooling), of; directe lijn, of: gesloten distributiesysteem (GDS), of; 4. Zonneparken binnen een energyhub met een groepscontract Alle mogelijkheden maken slim gebruik van flexibele middelen en slimme sturing van opgewekte stroom. Op deze manier kan er niet alleen veel meer duurzame stroom opgewekt worden, maar wordt er ook veel efficiënter gebruik gemaakt van de opgewekte stroom, waardoor er minder duurzame stroom verloren gaat. Dit zal nu per punt verder worden uitgelicht. 1. Zonneparken verplicht laten meedoen met congestiemanagement Netcongestie kan ontstaan door afname of invoeding.

Netcongestie wat wordt veroorzaakt door de invoeding van stroom vindt meestal plaats op zomerse (weekend of feest) dagen waar de zon de hele dag schijnt. In de piekmomenten van de middag, wanneer het stroomverbruik lager is, en de invoeding van zonnestroom hoog is, is de capaciteit van het net onvoldoende. Congestiemanagement is in het leven geroepen om die piekmomenten eruit te halen. Want het is goed om te beseffen: buiten de piekmomenten is er nog genoeg ruimte op het net. Als een zonnepark deelneemt aan congestiemanagement, dan is zij in wezen netneutraal. Netneutraal houdt volgens Netbeheer Nederland in dat er geen schaarste wordt veroorzaakt of verergerd.1 Dus op de piekmomenten regelen zonnestroominstallaties hun vermogen terug, waardoor netcongestie wordt voorkomen. Zonnestroominstallaties hebben ook het voordeel dat ze in korte tijd kunnen terugregelen, tot wel binnen enkele seconden, vooral afhankelijk van het type omvormer en communicatiesysteem, na het signaal dat ze krijgen om terug te regelen.

https://www.netbeheernederland.nl/nieuws/nieuw-inpassingskader-voor-grote-batterijen-moet-netcongestieverminderen-1596

1

1

Op andere tijden is er genoeg plek en kan het zonnepark zijn stroom leveren aan het net. Naast het voordeel van netneutraal, wordt er ook efficiënter gebruik gemaakt van het net. Dit komt doordat meer zonneparken aangesloten kunnen worden (mits ze meedoen aan congestiemanagement), en daardoor meer duurzame stroom kan worden opgewekt gebruik makend van dezelfde infrastructuur. Toelichting: hoe werkt congestiemanagement in de praktijk? De netbeheerder bepaalt met vele soorten data (weersvoorspelling, totaal aantal vermogen, data in het verleden) hoe groot het risico op netcongestie is. Soms wordt dit een dag van tevoren voorspeld en soms op de dag zelf. Dit hangt af van verschillende factoren. De netbeheerders hebben twee verschillende middelen die ze kunnen inzetten om een partij, zoals een zonnepark, te laten meedoen aan congestiemanagement. De eerste is een capaciteitsbeperkingscontract (CBC) en de tweede is een biedplicht contract. Als een netbeheerder een CBC heeft afgesloten met een partij, dan kan die partij een dag van tevoren een melding krijgen van de netbeheerder met specificaties wanneer en hoeveel vermogen er moet worden teruggeregeld, anders gezegd wat de tijdelijke nieuwe maximale invoed capaciteit is. Dit wordt dus ingezet als de netbeheerder een dag van tevoren al heeft voorspeld dat het risico op netcongestie aanwezig is.

In het geval van een biedplicht is de situatie net wat anders. Een biedplicht contract houdt in dat een netbeheerder op de dag zelf, of van tevoren voor bepaalde tijdssloten, kan vragen, dan wel verplichten, aan partijen om een bieding te doen om terug te regelen, de netbeheerder kiest dan de goedkoopste biedingen (markt-gebaseerde redispatch wordt dit genoemd).

2

Toelichting: het zonnepark kan in de piekmomenten terugregelen, waardoor de netcapaciteit niet wordt overschreden. 2.

Zonneparken met opslag/conversie

Zonneparken met een batterij brengen verschillende voordelen met zich mee. Net als bij congestiemanagement, kun je de piekmomenten eruit halen door juist op de momenten van overcapaciteit de batterij op te laden met zonnestroom. Een voordeel ten opzichte van congestiemanagement is dat er dus geen/minder duurzame stroom verloren gaat. De duurzame stroom kan vervolgens op een later moment worden geleverd aan het net, bijvoorbeeld op momenten dat de zon niet schijnt, dit zou kunnen leiden tot vermindering van netcongestie daar waar de batterij de mogelijkheid heeft om stroom af te nemen bij pieken in 3

productie en stroom te leveren/in te voeden bij afname pieken. Dit leidt uiteindelijk ook tot lagere elektriciteitsprijzen, omdat er netto meer ingevoed kan worden. Een batterij geeft dus de mogelijkheid om netneutraal te zijn, het kan bijdragen aan de vermindering van netcongestie en er wordt efficiënter met duurzame stroom omgegaan. Het is daarnaast nog eens extra goed voor het klimaat, want er kan duurzame stroom geleverd worden op momenten dat er weinig duurzaam aanbod is, waardoor de gascentrales ook minder hoeven te leveren.

4

Toelichting: op de piekmomenten sla je overtollige zonnestroom op in opslag assets (warmte, batterij, waterstof). De netcapaciteit wordt daarmee niet overschreden en duurzame energie gaat niet verloren. 3. Zonneparken en/of opslag/conversie en/of afname achter één aansluiting (cable pooling), of; directe lijn, of: gesloten distributiesysteem (GDS) Om het net te ontlasten, is het van groot belang dat lokale opwek en lokaal verbruik beter op elkaar afgestemd worden. Er zijn verschillende mogelijkheden om dit voor elkaar te krijgen, en zo netcongestie te verminderen en efficiënt netgebruik te stimuleren. Op dit moment is het mogelijk om windparken en zonneparken achter één aansluiting te installeren, zodat er veel efficiënter wordt omgegaan met het leveren van duurzame productie. Je krijgt namelijk een veel gelijkmatiger invoedprofiel, want het waait vaak als de zon niet schijnt en andersom. Het wordt via de nieuwe energiewet ook straks mogelijk om productie te koppelen met opslag/conversie, dus dat zorgt ook voor een efficiënter gebruik van de aansluiting. Daarnaast is het nu al mogelijk om een directe lijnverbinding te hebben tussen de producent en de grootverbruiker, zonder dat het zonnepark een eigen netaansluiting nodig heeft. Door opwek en verbruik vervolgens goed op elkaar af te stemmen, wordt er veel efficiënter en effectiever met de opgewekte stroom omgegaan.

Dit principe is al goed mogelijk bij een gesloten distributie systeem (GDS). Een (GDS) is een particulier elektriciteitsnet dat binnen een geografisch afgebakend gebied valt. Het net is eigendom van een particuliere partij, zoals een bedrijf, een woningbouwvereniging of een gemeente. Een bekend voorbeeld is Schiphol. Er is nog wel een verbinding met het openbare elektriciteitsnet, wat onder het beheer van de netbeheerder valt. Binnen het GDS is het ook heel goed mogelijk om lokale opwek en verbruik aan elkaar te koppelen. Zonneparken kunnen hier een belangrijke rol in vervullen. Het grote voordeel voor het net om productie en afname achter één aansluiting te installeren, of een directe lijn te installeren, of binnen een GDS te produceren, is dat het net wordt ontlast. Als je de zelfopgewekte stroom gelijktijdig verbruikt, dan wordt er minder of mogelijk zelfs niet teruggeleverd, waardoor het risico op netcongestie significant daalt. Zonneparken naast een grote verbruiker van elektriciteit en op dezelfde aansluiting is dus een zeer efficiënte manier om netcongestie te verminderen en efficiënter gebruikt te maken van het net.

5

Toelichting: de fabriek gaat harder draaien op piekmomenten van zonnestroom, waardoor de netcapaciteit niet wordt overschreden. Een belangrijke voorwaarde is dat het zonnepark naast de verbruikersinstallatie wordt geplaatst, op hetzelfde netvlak. Of het liefst achter dezelfde aansluiting.

6

1. Zonneparken binnen een energyhub met een groepscontract Een energiehub is een lokale samenwerking tussen meerdere partijen op het gebied van energie. In de praktijk is dit bijvoorbeeld een bedrijventerrein. Een cluster bedrijven kan een groepscontract afsluiten met een netbeheerder. Ze behouden dan hun eigen aansluiting, maar hebben een gezamenlijke transportcapaciteit. Deze groep moet dus onderling afstemmen wanneer wie gebruik maakt van hun aansluiting. Ze komen intern tot een optimaal gebruik van de netcapaciteit, inclusief opwek met zon op of nabij de bedrijfspanden. Dit is nog een goed voorbeeld hoe er veel efficiënter met het net kan worden omgegaan door lokale opwek en lokaal verbruik goed op elkaar af te stemmen.

7

Uitzonderingsgrond B – Transitiegebieden Demissionair minister Hugo de Jonge verstuurde op 26 oktober 2023 de Kamerbrief ‘Aangescherpte voorkeursvolgorde zon’1 naar de Tweede Kamer. In deze Kamerbrief zijn aanvullende eisen gepresenteerd voor de ontwikkeling van zonneparken op natuur- en landbouwgronden. Deze extra eisen zijn tot stand gekomen naar aanleiding van het Bestuurlijk Overleg Ruimtelijke Ordening. Aan dit Bestuurlijk Overleg namen het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK), het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en Netbeheer Nederland deel. Centraal in deze brief staat de uitdaging om de toenemende vraag naar duurzaam lokaal opgewekte elektriciteit te verenigen met de ruimtelijke implicaties die dit teweeg kan brengen. De zogeheten zonneladder is hierbij belangrijk. De zonneladder bestaat uit; (1) daken en gevels, (2) terreinen en objecten binnen bebouwd gebied, (3) terreinen en objecten in het landelijk gebied (m.u.v. landbouw- en natuurgronden) en (4) landbouw- en natuurgronden. In de Kamerbrief staat de volgende passage: ‘’Partijen menen dat het gebruik van landbouw- en natuurgronden voor zonne-energie in principe ongewenst is.

Om die reden hebben de provincies in hun provinciale verordeningen de voorkeursvolgorde zon op land of een vertaling daarvan vastgelegd, waarbij trede 4 niet gebruikt zal worden tenzij het gaat om de volgende uitzonderingsmogelijkheden: [Agri-PV, Transitiegebieden en Netneutrale aansluiting].’’ In onderliggend document wordt toegewerkt naar een definitie en reikwijdte van de uitzondering ‘Transitiegebieden’. In de Zonnebrief staat de volgende definitie van uitzonderingsgrond type B: “Landbouwgronden die op basis van bestuurlijk bindende afspraken in transitie zijn, bijvoorbeeld gronden die in de toekomst een andere bestemming krijgen zoals woon-werk-bestemming, recreatie of overgang naar natuur of gronden die minder geschikt worden voor een landbouwfunctie door verzilting, vernatting of bodemdaling.

Zon-PV draagt financieel bij aan het mogelijk maken van de gebiedsgerichte opgaven voor een maximale periode (30 jaar), waarna de gebieden hun definitieve bestemming zullen krijgen.” Deze definitie kan worden verdeeld in drie vormen van tijdelijke ontwikkeling: 1) Transitiegebieden waar bestuurlijk bindende afspraken over zijn gemaakt Hieronder vallen gebieden zoals maar niet gelimiteerd tot: regionale energiestrategie (RES) zoekgebieden, gebieden die in samenwerking met (niet)overheidsorganisaties gebiedsvisie en/of gebiedsgerichte aanpak hebben waarbinnen het zonnepark een rol speelt (zoals bijvoorbeeld nationaal programma landelijk gebied NPLG, of programma’s van 1

https://open.overheid.nl/documenten/34c845f6-5752-4978-8ed5-83fb5648b26a/file

1

Staatsbosbeheer), gebieden waar bestuurlijke afspraken worden gemaakt met boeren om stikstofuitstoot terug te dringen in de buurt van Natura2000 gebieden of waarbij uitkoopregelingen voorkomen kunnen worden doordat het zonnepark een stikstofvrije inkomstenbron kan bieden voor de boer, gebieden waarbij het zonnepark bijdraagt bij de landbouwtransitie door een verduurzaming van de bedrijfsvoering en diversifiëring van de inkomensstromen, tenslotte gebieden die moeten transformeren naar natuurgebieden waarbij het zonnepark als tijdelijke transitie bestemming wordt gebruikt om de grond alvast te verschralen (hierbij kan EcoCertified als middel dienen). 2) Gebieden die minder geschikt zijn voor landbouwgrond Hierbij moet worden gedacht aan gebieden die minder geschikt zijn voor landbouw door bijvoorbeeld, maar niet gelimiteerd tot: bodemdaling (bijvoorbeeld door veenoxidatie), verzilting, vervuiling, plagen (bijvoorbeeld aardappelmoeheid) en/of andere zaken die landbouw negatief beïnvloeden. Deze gebieden kunnen op dat moment tijdelijk worden ingericht als zonnepark. Tijdens de exploitatie fase van het zonnepark (max 30 jaar) kan dan worden ingezet op vermindering van de problematiek, waarna de grond, na einde project, mogelijk wel weer kan worden gebruikt voor landbouw.

3) Gebieden die bijdragen aan gebiedsgerichte opgaven Dit zijn gronden die kunnen worden ingezet voor gebiedsgerichte opgaven zoals: watermanagement (denk aan piekafvoer met langzame infiltratie van bodem), stikstof, natuurontwikkeling of andere vormen van klimaat bestendigheid waarbij het zonnepark een positieve rol kan spelen. Na maximaal 30 jaar kan dan een heroverweging worden gemaakt over de bestemming van de grond indien de gebiedsopgave voldoende is gemitigeerd of opgelost. De zonneparken op transitie gronden worden dus op basis van een kritische afweging in het gebied ontwikkeld. Waarbij het zonnepark een blijvende positieve impuls kan geven aan het gebied door middel van de drie bovengenoemde vormen van tijdelijke ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=0aa4cf06-0055-40dd-a753-3acdeabcdad8