CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Bestemmingsplan “Cuijksesteeg Mook”– toelichting

Algemene commissie 29 mei 2024, gemeente Mook en MiddelaarBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Cuijksesteeg 2 Mook (Helder Wonen)18.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook' Gemeente Mook en Middelaar Vastgesteld

colofon

projectnaam Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook' datum 26 maart 2024 projectnummer P05298 IMRO-identificatienummer NL.IMRO.0944.CuijksesteegMook-VA01 opdrachtgever Gemeente Mook en Middelaar Concept 3 oktober 2023 Ontwerp 16 november 2023 Vaststelling 13 juni 2024 BRO projectleider TAu projectteam RVe bron kaft BRO

Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl

TOELICHTING

Inhoudsopgave 1

2

3

INLEIDING

5

1.1 1.2

5 6

PLANBESCHRIJVING

7

2.1 2.2 2.3

Plangebied Vigerend bestemmingsplan Planbeschrijving

7 8 9

2.3.1 2.3.2

9 10

De ontwikkeling Stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten

BELEIDSKADER

12

3.1

Rijksbeleid

12

3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5

12 13 15 17 17

3.2

3.3 3.4

4

Aanleiding Leeswijzer

Nationale omgevingsvisie (NOVI) Ladder voor duurzame verstedelijking Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Kamerbrief Water en bodem sturend

Provinciaal beleid

18

3.2.1 3.2.2 3.2.3

18 20 22

Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Omgevingsverordening Limburg 2014 Omgevingsverordening Limburg 2021

Regionaal beleid

23

3.3.1 3.3.2

23 24

Regionale structuurvisie wonen Noord-Limburg Woonagenda Subregio Nijmegen en omstreken 2017-2027

Gemeentelijk beleid

25

3.4.1 3.4.2

25 26

Structuurvisie Mook en Molenhoek 2025 Structuurvisie Mookerplas e.o.

Omgevingsaspecten

28

4.1

Verkeer en parkeren

28

4.1.1 4.1.2 4.1.3

28 28 28

4.2

4.3

Bodem

28

4.2.1 4.2.2 4.2.3

28 29 29

4.5

29 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

29 29 30

Bedrijven en milieuzonering

30

4.4.1 4.4.2 4.4.3

30 30 31

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Geur 4.5.1 4.5.2 4.5.3

4.6

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Geluid 4.3.1 4.3.2 4.3.3

4.4

Parkeren Verkeer Conclusie

31 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

31 31 32

Luchtkwaliteit

32

4.6.1

32

Toetsingskader

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

3

4.6.2 4.6.3

4.7

4.8

33

4.7.1 4.7.2 4.7.3

33 34 36

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Water

36 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

36 36 37

Ecologie en stikstof

37

4.9.1 4.9.5 4.9.6

37 38 42

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.10 Archeologie

43

4.10.1 4.10.2 4.10.3

43 43 45

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.11 Cultuurhistorie 4.11.1 4.11.2 4.11.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.12 Duurzaamheid 4.13 M.e.r. beoordeling 4.13.1

5

6

7

33 33

Externe veiligheid

4.8.1 4.8.2 4.8.3

4.9

Onderzoek Conclusie

45 45 46 46

46 46

Conclusie

47

PLANSTUKKEN

48

5.1 5.2 5.3

48 48 48

Planstukken Toelichting op de analoge verbeelding Toelichting op de regels

INSPRAAK EN OVERLEG

50

6.1 6.2 6.3

50 50 50

Omgevingsdialoog Vooroverleg en inspraak Zienswijzen

Procedure

51

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Landschapsontwerp Bijlage 2: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 3: Woonladder Bijlage 4: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 5: Onderzoek geurhinder veehouderijen Bijlage 6: Archeologisch verkennend booronderzoek Bijlage 7: Quickscan flora en fauna Bijlage 8: Aerius-berekening Bijlage 9: Brief voor buurt Bijlage 10: Verkennend bodemonderzoek

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

4

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding

Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de realisatie van 12 appartementen, waarvan zes voor begeleid wonen, ter plaatse van de planlocatie aan de Cuijksesteeg 2 te Mook (gemeente Mook en Middelaar). Het gehele plangebied staat kadastraal bekend als Mook, sectie C, nummers 1369 en 2227. Het onderhavige planvoornemen omvat de netto toevoeging van 12 wooneenheden op de beoogde planlocatie Cuijksesteeg 2.

Globale ligging plangebied op topografische kaart (zie rode pijl)

In het vigerende bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., 1 e herziening’ is het plangebied grotendeels bestemd tot ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke en natuurwaarden’. Het overige gedeelte van het plangebied is bestemd tot ‘Wonen’. Op gronden die zijn bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke en natuurwaarden’ is het niet toegestaan om 12 appartementen te realiseren. Het planvoornemen is op basis van het vigerende bestemmingsplan niet toegestaan. Door middel van een wijziging van het bestemmingsplan kan de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk worden gemaakt.

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

5

1.2

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het project is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op diverse planologische aspecten die van belang zijn. In het laatste hoofdstuk wordt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid besproken. De uitgevoerde onderzoeken zijn als bijlagen toegevoegd.

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

6

2

PLANBESCHRIJVING

2.1

Plangebied

Het plangebied is gelegen ter plaatse van de Cuijksesteeg 2 aan de zuidelijke rand van de kern Mook. In de nabijheid van het plangebied liggen de Mookerplas en de rivier de Maas. Het plangebied staat kadastraal bekend als Mook, sectie C, nummer 1369. Het beoogde appartementencomplex beslaat een gedeelte van het perceel. In onderstaande afbeelding is de positionering van het appartementencomplex globaal omlijnd.

Ligging plangebied op luchtfoto (rood omlijnd)

In de huidige situatie is het plangebied grotendeels onbebouwd. Verder bestaat het plangebied uit het Hospice ‘Hospice Huis Wilma’ dat reeds in een eerder stadium is gerealiseerd. Het plangebied wordt ten zuidwesten begrensd door twee reeds bestaande boerderijwoningen. Ten noorden en ten oosten van het plangebied ligt de bebouwde kom van de kern Mook. Meer specifiek gaat het om de straat ‘de Lindeboom’. Dit is een straat die zich met name kenmerkt door woningen met platte daken en straten in een bloemstructuur. Voor het overige wordt het plangebied begrensd door akker-/ grasland in het buitengebied van de gemeente Mook en Middelaar. Direct ten zuiden van het plangebied ligt de Mookerplas. Deze waterloop verbindt de Maas met de gelijknamige recreatieplas nabij de kern Plasmolen, en is tevens een belangrijk recreatiegebied in de gemeente Mook en Middelaar. De planlocatie wordt ontsloten via de Cuijksesteeg. De Cuijksesteeg sluit in noordelijke richting aan op provinciale weg N271, een centrale verkeersader in de kern Mook. De N271 heeft aansluiting met de N844 richting Nijmegen en de autosnelweg A73. In zuidelijke richting loopt de Cuijksesteeg via een brug over de Mookerplas richting het buitengebied van Mook en Middelaar. Hier kan (per veerpont) Cuijk worden bereikt alsmede de kernen Plasmolen en Middelaar.

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

7

2.2

Vigerend bestemmingsplan

In het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., 1e herziening’, dat is vastgesteld door de gemeenteraad van Mook en Middelaar op 9 juli 2020. Ingevolge het vigerende bestemmingsplan is het plangebied bestem als ‘Wonen’ en ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke en natuurwaarden’. Daarnaast rusten op het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie’ en ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’. Tot slot gelden een aantal gebiedsaanduidingen, te weten ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’, ‘overige zone – maasheggenlandschap’ en ‘wetgevingszone – ontheffingsgebied 2’.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan met plangebied rood omlijnd

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, met daaraan ondergeschikt aan huis verbonden beroepen en de (overige) daarbij behorende voorzieningen. Verder zijn er de nodige aanduidingen opgenomen in het bestemmingsplan, waarmee locatiespecifiek gebruik mogelijk wordt gemaakt. Deze aanduidingen zijn niet van toepassing op het plangebied. De voor ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke en natuurwaarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch gebruik, een grondgebonden agrarisch bedrijf, instandhouding, herstel en ontwikkeling van de aanwezige abiotische, natuurlijke, archeologische, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, instandhouding van het oppervlaktewater, extensief recreatief medegebruik, wonen in een bedrijfswoning met uitzondering ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' en verkoop van zelf voortgebrachte of streekeigen producten als ondergeschikte nevenactiviteit tot een maximale oppervlakte van 100 m2 uitsluitend binnen het bouwvlak. Verder zijn er de nodige aanduidingen opgenomen in het bestemmingsplan, waarmee locatiespecifiek gebruik mogelijk wordt gemaakt. Deze aanduidingen zijn niet van toepassing op het plangebied.

Dubbelbestemming De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aanwezige bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorko-

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

8

mende archeologische waarden en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - archeologisch monument' voor een archeologisch monument. In paragraaf 5.3 zal nader worden ingegaan op het aspect archeologie. De voor 'Waterstaat - Waterbergend rivierbed' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor waterberging. In paragraaf 4.8 zal nader worden ingegaan op het aspect water. Gebiedsaanduiding Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' geldt dat de gronden tevens bestemd zijn voor de bescherming van de bodem en het grondwater ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening. Ter plaatse van de aanduiding 'Maasheggenlandschap' geldt dat de gronden tevens bestemd zijn voor het behouden van het Maasheggenlandschap en de landschappelijke openheid binnen het Maasheggenlandschap. Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsbepalingen voor het gebruik van een deel van de (bedrijfs-)woning of bijbehorende bouwwerken voor een kleinschalige toeristische verblijfseenheid, met dien verstande dat onder andere de kleinschalige toeristische verblijfseenheid ligt in of aansluitend aan een toeristisch gebied dan wel toeristische route zoals aangegeven door middel van de aanduiding 'wetgevingzone - ontheffingsgebied 2'.

Het voorgaande is niet van toepassing op het onderhavige plangebied.

2.3

Planbeschrijving

2.3.1

De ontwikkeling

Het voorliggende bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van 12 appartementen, waarvan zes voor begeleid wonen, mogelijk binnen het plangebied ter plaatste van de Cuijksesteeg 2 te Mook. Deze ontwikkeling is op basis van het huidige bestemmingsplan ‘Mookerplas e.o., 1 e herziening’ niet toegestaan. Het gedeelte waar de ontwikkeling van de 12 appartementen gerealiseerd zullen worden is in de huidige situatie op basis van het vigerende bestemmingsplan bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke en natuurwaarden’. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is het realiseren van 12 appartementen op gronden die zijn bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke en natuurwaarden’ niet toegestaan. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in een gebruiks- en functiewijziging van de betreffende gronden waarmee de beoogde ontwikkeling van 12 appartementen mogelijk wordt gemaakt. Middels het nieuwe bestemmingsplan zal het gedeelte waar de 12 appartementen worden gerealiseerd, worden bestemd tot ‘Gemengd’. Tevens zal een bouwvlak worden opgenomen op het gedeelte waar het appartementengebouw zal worden geplaatst. Voor het overige worden de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie’, ‘Waterstaat - Waterbergend rivierbed' en de gebiedsaanduidingen 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied', 'Maasheggenlandschap’ en 'wetgevingzone - ontheffingsgebied 2' opgenomen.

Wat betreft de regels wordt binnen het voorliggende bestemmingsplan aansluiting gezicht bij andere bestemmingsplannen in de gemeente Mook en Middelaar. De bouw- en gebruiksmogelijkheden sluiten hierdoor aan op de reeds geldende regels voor woningen binnen dit gebied.

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

9

2.3.2

Stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten

Aangezien er in de omgeving van het plangebied aan de overzijde van de Cuijksesteeg reeds woningen aanwezig zijn en het plangebied tevens aansluit bij bestaand woongebied, past het nieuw te realiseren appartementengebouw functioneel gezien goed in de omgeving. Daarnaast direct naast het plangebied een voormalig hospice gelegen. Het planvoornemen voorziet in het realiseren van een appartementengebouw aan de rand van het plangebied. Het appartementengebouw wordt op die manier zorgvuldig gesitueerd ten opzichte van de voormalige hospice. Ook zal door middel van een hek met daaromheen een haag en harde scheiding zijn tussen het terrein van het appartementengebouw en de voormalige hospice. Verder is het appartementengebouw landschappelijk ingepast en doet geen afbreuk aan de omliggende natuurwaarden. Er is dan ook sprake van een passende verkavelingsrichting. Gezien de (formele) ligging in het buitengebied is het groene karakter rondom het plangebied een belangrijke waarde. Vanwege het groene karakter van de omgeving is het van belang dat het groen op de erven ook de boventoon blijft voeren boven de bebouwing. Zodoende worden de woningen op een afstand van de weg gerealiseerd en heeft daarnaast een landschappelijke inpassing plaatsgevonden om het appartementengebouw zorgvuldig in te passen in de omgeving.

Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat alle ruimtelijke waarden worden meegewogen. Hiertoe is een Landschappelijk Inpassingsplan (LIP) opgesteld. Om de planontwikkeling mogelijk te maken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld die op basis van het planvoornemen, de beleidskaders en kennis van het landschap en locatie zijn vormgegeven. Hieronder zullen beknopt de inrichtingsmaatregelen worden besproken, voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlage. Concreet zijn de volgende ingrepen voorgesteld: 1. Nieuwbouw 12 x appartementen (6 voor regulier wonen en 6 voor begeleid wonen); 2. Bestaande bomen verwijderen t.b.v. de nieuwe parkeerplaatsen; 3. Aanplanten struikenlaag onder bestaande bomen voor een sterke binnenkraag (rhododendron en krent); 4. Optimaliseren bestaande groenstructuur aan noord- en oostzijde projectlocatie 5. Het realiseren van een nieuwe entree met een inrit van circa 5-6 meter breed; 6. Het realiseren van parkeerplaatsen ter hoogte van het nieuwe appartementencomplex; 7. Te plaatsen hekwerk (in laten groeien door struiken). De 6 reguliere woningen zijn, zoals aangegeven, beoogd voor sociale huur. De beoogde prijsklasse voor deze woningen zal daarom maximaal € 879,66 bedragen (conform liberalisatiegrens 2024). De exacte huurprijs zal middels een anterieure overeenkomst worden vastgelegd.

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

10

Tot slot is de bestaande bebouwing in de omgeving van de Cuijksesteeg gevarieerd en van wisselende architectonische kwaliteit. Zodoende is er binnen het beoogde initiatief sprake van een zekere variatie in architectuur (hierbij blijft sprake van een zekere rust in het bebouwingsbeeld inspelend op de landschappelijke setting). Er zal sprake zijn van een compacte, eenduidige bouwmassa. Daarnaast zal de parkeerplaats aan de voorzijde van het appartementengebouw worden gerealiseerd. Door de zorgvuldige landschappelijke inpassing is deze maar beperkt zichtbaar vanaf de weg. De exacte vormgeving van de bebouwing vindt plaats in het kader van de aanvraag voor de bouwvergunning. Vanuit stedenbouwkundig en ruimtelijke perspectief is het voorliggende initiatief dan ook passend binnen de omliggende omgeving.

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

11

3

BELEIDSKADER

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Aangezien het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de bouw van woningen wordt hoofdzakelijk aansluiting gezocht bij relevant woningbouwbeleid.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 juli 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Dit streven naar integraliteit valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: 

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

Duurzaam economisch groeipotentieel;

Sterke en gezonde steden en regio’s;

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

12

Relevante nationale belangen voor onderhavig project zijn als volgt: 

Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving;

Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit;

Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;

Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften.

Doorwerking plangebied Voor het plangebied geldt uiteraard dat voldaan dient te worden aan de voorwaarden van zorgvuldige afwegingen en integrale besluitvorming bij ruimtelijke plannen. Nieuwe (ruimtelijke) projecten dienen daarom in lijn te zijn met het beleid zoals dat is opgesteld in de NOVI. Het voorliggende planvoornemen betreft een dermate kleinschalige en lokale ontwikkeling, dat er geen belangen uit de NOVI worden geschaad. Bovendien zijn de uitgangspunten van deze ontwikkeling conform de visie zoals geschetst in de NOVI. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde ladder in werking getreden.

Hierin is de tekst van de ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Door de omvang van de uitbreiding (toevoeging 12 wooneenheden) en wijziging van de bestemming moet het initiatief beschouwd worden als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Ten behoeve van deze ontwikkeling is een Ladderonderbouwing opgesteld.2 De Ladderonderbouwing is opgenomen in de bijlagen van deze toelichting. Hierna wordt volstaan met een korte samenvatting. Doorwerking plangebied Uit de Ladderonderbouwing volgt dat er behoefte is aan het type wooneenheden dat op de onderhavige locatie wordt gerealiseerd. Kwantitatieve behoefte De beoogde ontwikkeling van maximaal 12 woningen voorziet in een kwantitatieve behoefte:

1

2

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319). BRO, Ladder voor duurzame verstedelijking Cuijksesteeg 2 te Mook, projectnr. P05298, d.d. 19 juli 2022

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

13

Ondanks de relatief lichte stijging in het verwachte aantal huishoudens in gemeente Mook en Middelaar tot en met 2030, is er tot dat jaar een woningbehoefte van circa 390 woningen.

Regionaal neemt het aantal huishoudens relatief sterker toe dan in de gemeente Mook en Middelaar. Deze sterkere groei is ook terug te zien in de relatief grote regionale woningbehoefte tot 2030.

De forse regionale woningbehoefte komt voor twee-derde vanuit de gemeente Nijmegen. De gemeente Mook en Middelaar heeft een relatief sterke verhuisrelatie met Nijmegen, gezien circa 22% van de verhuizingen in de gemeente vanuit Nijmegen komt. De regionale woningbehoefte kan dus (deels) ook opgevangen worden door Mook en Middelaar.

Bovenop de woningbehoefte is er ook het regionale uitgangspunt om 130% van de woningbehoefte in plancapaciteit te voorzien. Dit brengt de behoefte aan woningbouwplannen nog hoger dan de woningbehoefte. Afgezet tegen de bestaande harde plancapaciteit is er zowel gemeentelijk als regionaal nog genoeg ruimte voor nieuwe plannen zoals de 12 woningen van dit initiatief.

Kwalitatieve behoefte De 12 appartementen die met dit initiatief zullen worden gerealiseerd dragen bij aan de benodigde inhaalslag voor appartementen in de gemeente Mook en Middelaar en de regio Nijmegen e.o.: 

Door onder andere vergrijzing en kleiner wordende huishoudens is er een toenemende vraag naar appartementen. De huidige regionale en gemeentelijke woningvoorraad is, met een fors hoger aandeel grondgebonden woningen, daarop niet ingericht.

De vraag naar appartementen komt dus voor een groot deel vanuit eenpersoonshuishoudens (eenverdieners), die een betaalbare woning moeten kunnen vinden. Daarom is er behoefte aan appartementen in de sociale huursector en middeldure huursector. De reguliere woningen in dit initiatief betreft sociale huur, waarmee het voorziet in de behoefte vanuit eenpersoonshuishoudens.

Ook de gerealiseerde en geplande appartementen blijven, vooral in de gemeente Mook en Middelaar, achter op de toenemende behoefte. Dit dreigt de mismatch tussen grondgebonden woningen (overschot) en appartementen (tekort), zoals in de Woondeal Arnhem-Nijmegen is beschreven, te vergroten.

Geen onaanvaardbare effecten Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het realiseren van 12 reguliere woningen / zorgwoningen onaanvaardbare leegstandseffecten zullen optreden. De behoefte aan (levensloopbestendige) appartementen is immers dusdanig groot dat ook na het realiseren van het planinitiatief behoefte blijft bestaan voor het realiseren van nieuwe woningen. Bovendien heeft een gezonde woningmarkt 2 procent leegstand volgens het Planbureau voor de Leefomgeving3. 

De gemeente Mook en Middelaar had in 2020 een woningleegstand van 2%, waarmee het gelijk lag aan een gezond percentage. Bovendien stond 11% van deze leegstaande woningen het jaar daarvoor ook leeg, een fors lager percentage dan het provinciale (39%) en landelijke (33%) gemiddelde.

Ook stond er in de gemeente Mook en Middelaar relatief weinig maatschappelijk vastgoed (o.a. verzorgingshuizen en verpleeghuizen) leeg. Het leegstandspercentage was hier 2%, iets lager dan het provinciale (8%) en landelijke (5%) gemiddelde. Ook stonden de maatschappelijke gebouwen relatief kort leeg: 20% stond een jaar daarvoor ook leeg, terwijl dit provinciaal gemiddeld 77% is en landelijk gemiddeld 71%.

Buiten bestaand stedelijk gebied Voor de onderbouwing via de Ladder is relevant of de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip

3

https://vastgoedactueel.nl/in-veel-gemeenten-nauwelijks-langdurige-woningleegstand/

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

14

'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. 

Het plangebied heeft in dit bestemmingsplan (vastgesteld op 19-12-2017) de volgende bestemmingen: ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke en natuurwaarden’ en de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie’ en ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’. Bovendien gelden een aantal gebiedsaanduidingen: ‘milieuzone – grondwaterbeschermings-gebied’, ‘overige zone – maasheggenlandschap’ en gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – ontheffingsgebied 2’. Dit betekent dat het plangebied geen stedelijke functie heeft.

Het plangebied vormt een overgang tussen het dorp en het landelijk gebied, met aan de noordelijke (en gedeeltelijk westelijke) zijde woonbebouwing en aan de andere zijden agrarische gronden. Het plan is aan weerszijden omringd door de bestemming ‘Wonen’ en de bestemming ‘Agrarisch met waarden’.

Binnen het bestaand stedelijk gebied van de kern Mook zijn geen andere locaties in het stedelijk gebied beschikbaar waar ruimte is voor de maximaal 12 nieuwe (zorg)woningen, die gerealiseerd worden om te voorzien in de eigen woningbehoefte in Mook en Middelaar.

Bovendien grenst deze locatie al aan andere woningen (noord en west), waarmee het initiatief aansluit aan het stedelijk gebied.

Tot slot heeft de gemeente Mook en Middelaar in Structuurvisie 2025 het gebied waarbinnen het initiatief zich bevindt aangemerkt als uitbreidingsgebied (figuur 3). Er is hier een uitbreidingsmogelijkheid voor circa 190 woningen.

Gelet op de huidige ruimtelijke structuren, de bestaande gebruiksfunctie in de omgeving van het perceel, de bebouwing rondom het plangebied en alternatieve bouwmogelijkheden binnen de kern Mook, wordt geconcludeerd dat er sprake is van duurzaam ruimtegebruik. Hoewel de planlocatie officieel niet binnen bestaand stedelijk gebied ligt, wordt de locatie deels omringd door bestaande stedelijke functies wat de keuze voor deze locatie toch geschikt maakt. Het sluit hiermee aan op het beleid van de gemeente Mook en Middelaar om zo veel mogelijk in/aansluitend bestaande kernen te bouwen. Bovendien is het gebied door de gemeente aangemerkt als uitbreidingsgebied. Doorwerking plangebied Uit de Ladderonderbouwing volgt dat er behoefte is aan het type wooneenheden dat op de onderhavige locatie wordt gerealiseerd. 3.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De AMvB Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden en nadien zijn nog enkele wijzigingen in werking getreden. In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen.

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

15

Ligging plangebied in bergend rivierbed op basis van Beleidslijn grote rivieren (rood omlijnd)

De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Natuurnetwerk Nederland, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament, het IJsselmeergebied en ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Relevant voor deze locatie is de ligging in het besluitvak Rivierbed. Daardoor is de beleidslijn grote rivieren van toepassing. In het Barro, is de beleidslijn namelijk opgenomen. Bestemmingsplannen die ruimtelijke ontwikkelingen regelen in een dergelijk gebied, moeten volgens het Barro aan bepaalde eisen voldoen. De beleidslijn grote rivieren bevat regels voor gebieden die zijn gereserveerd voor waterstaatkundige functies. De beleidslijn grote rivieren is erop gericht de veiligheid tegen overstromingen te waarborgen en de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. De beleidslijn heeft als doel de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed van de grote rivieren te behouden en ontwikkelingen tegen te gaan die de mogelijkheid tot rivierverruiming door verbreding en verlaging feitelijk onmogelijk maken.

De beleidslijn is het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen in het rivierbed en is aan de orde bij de concrete regulering van afzonderlijke activiteiten via de Waterwet en de daarop gebaseerde regelgeving. Artikel 7 (waterbergend regime) van de Beleidsregels Grote Rivieren stelt dat een bestemmingsplan alleen nieuwe bestemmingen in het bergen regime aanwijst in het geval er 

Er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft;

er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit, en

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

16

er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is.

Met onderhavig planvoornemen zal rekening worden gehouden met de voorwaarden die gelden voor bouwen binnen het bergend regime. Vanuit dit aspect bestaan derhalve geen belemmeringen. Wel wordt opgemerkt dat bij hoogwater schade kan optreden, doordat de locatie is gelegen in het rivierbed van de Maas. Deze schade kan niet worden verhaald op het Rijk. De Initiatiefnemer ontwikkelt op eigen risico en voor eigen verantwoordelijkheid. Doorwerking plangebied Doordat het plangebied is gelegen in bergend rivierbed op basis van Beleidslijn grote rivieren, dient te worden vastgelegd hoe de effecten van de ontwikkeling op de waterstand en de afnamen van het bergend vermogen worden gecompenseerd. Uit correspondentie met Rijkswaterstaat blijkt dat op grond van de huidige modellen de locatie hoogwatervrij is gelegen. Dit betekent dat er op basis van huidige inzichten niet gecompenseerd hoeft te worden. Dit neemt echter niet weg dat voor activiteiten in het plangebied een omgevingsen watervergunning zal moeten worden aangevraagd. 3.1.4

Regeling algemene regels ruimtelijke ordening

De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is gebaseerd op het Barro. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen en objecten, hoofdwegen en NNN-gebieden worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Als gevolg van de gewijzigde regelgeving beslaat het radarverstoringsgebied behorende bij de radar op de militaire vliegbasis Volkel ook de gemeente Mook en Middelaar. Doorwerking plangebied Aangezien het bestemmingsplan geen windturbines of andere bouwwerken hoger dan 90 meter toestaat, vormt dit geen belemmering voor het radarverstoringsgebied. 3.1.5

Kamerbrief Water en bodem sturend

Op 25 november 2022 is namens de minister en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (ministerie van IenW) een brief naar de Tweede Kamer gestuurd (kenmerk: I E NW/BSK-2022/283041) betreffende het thema ‘Water en Bodem sturend’. Deze brief gaat over het water en de bodem van Nederland. Zo wordt beschreven dat water en bodem van grote invloed zijn op ons dagelijks leven en dat we daar zuinig op moeten zijn. Om de kwaliteit van het water en de bodem te waarborgen, nu en in de toekomst, wil het ministerie van IenW deze aspecten sturend laten zijn in de ruimtelijke ordening. Water en bodem sturend is daarom het nieuwe motto voor alles wat met de ruimtelijke inrichting te maken heeft. Het kabinet baseert het beleid hiervoor op zeven uitgangspunten: 1. Niet afwentelen: niet op toekomstige generaties, andere gebieden of functies en ook niet afwentelen van privaat naar publiek. 2. Meer rekening houden met extremen: extreme weersituaties die nog niet eerder zijn voorgekomen zijn door het veranderende klimaat veel vanzelfsprekender geworden. Daar moeten we ons nog beter op voorbereiden.

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

17

3. In samenhang omgaan met wateroverlast, droogte en bodem: Nederland moet van een vergiet weer een spons worden. Niet meer zo snel mogelijk al het water afvoeren, maar het vasthouden en bergen. Dit biedt ook kansen voor de kwaliteit van water en bodem. 4. Meerlaagsveiligheid: naast dijken en keringen aanleggen, wil het Rijk ook meer aandacht voor de ruimtelijke inrichting om gevolgen van een overstroming te beperken en voor crisisbeheersing en herstel van schade. 5. Bodem minder afdekken, minder vergraven, niet verontreinigen: zo worden bodems beter bestand tegen verdroging, slaan ze CO2 beter op en helpen ze ook om stikstof vast te leggen. 6. Integrale aanpak in de leefomgeving: de water- en bodemopgaven hangen samen met alle andere opgaven in de leefomgeving. Daarom is het heel belangrijk om deze opgaven integraal aan te pakken, waarbij het water- en bodemsysteem sturend is. 7. Comply or explain: Als er van een structurerende keuze wordt afgeweken, moet dat expliciet uitlegbaar en toetsbaar zijn. En doelen moeten hierbij nog steeds wel gehaald worden. Om de inrichting van Nederland beter af te stemmen op water en bodem, heeft de regering 33 belangrijke keuzes genomen. Veel van deze keuzes zijn voorwaarden waarmee provincies, samen met alle betrokken partijen, een specifieke aanpak voor een bepaald gebied kunnen ontwikkelen.

Dit vereist maatwerk, omdat de gebieden onderling sterk verschillen. Deze 33 keuzes vereisen een goede samenwerking tussen diverse partijen, aangezien ze een aanzienlijke verandering in ons denken en handelen vereisen. Daarom werkt de overheid nauw samen met waterschappen, provincies en gemeenten. Bijvoorbeeld door gezamenlijk uitvoeringsplannen op te stellen, door samen met waterschappen te werken aan een verbeterde en strengere watertoets, en door samen met provincies en gemeenten de ondergrond in kaart te brengen. Om de kwaliteit van het water en de bodem in Nederland te waarborgen is dus nauw samengewerkt met waterschappen, provincies en gemeenten. Daardoor is sprake van een sterke verwevenheid met programma’s, visies en beleidstukken van andere overheidsorganen. Omdat deze afspraken verweven zijn met programma’s, visies en beleidstukken van andere overheidsorganen, wordt hier indirect ook op getoetst in de beschreven hoofdstukken van voorliggende rapportage. Doorwerking plangebied Zoals beschreven zijn naar aanleiding van bovengenoemde brief in nauwe samenwerking met waterschappen, provincies en gemeente afspraken gemaakt over het verbeteren dan wel waarborgen van de kwaliteit van het water en de bodem in Nederland.

Omdat deze afspraken verweven zijn met programma’s, visies en beleidstukken van andere overheidsorganen, wordt hier indirect ook op getoetst in de voorliggende rapportage. Zo zal onder andere uit provinciaal beleid, gemeentelijk beleid en de watertoets c.q. waterschap beleid moeten blijken – indien aan de orde op de projectlocatie – op welke wijze rekening gehouden dient te worden met gemaakte afspraken omtrent het aspect ‘Water en Bodem sturend’.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Provinciale Omgevingsvisie (POVI)

Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg’ (hierna te noemen: POVI Limburg).

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

18

De POVI Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De POVI is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL2014). Daarnaast wordt een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. Deze ontwerpomgevingsverordening wordt besproken in paragraaf 3.2.3. Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 

Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het land lijk- als in het bebouwde gebied;

Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie);

Klimaatadaptatie en energietransitie.

Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: 

Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s;

Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg.

Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Wonen Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

19

sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Doorwerking plangebied Onderhavig plan voorziet in 12 wooneenheden, waarvan zes voor een specifieke doelgroep, binnen bebouwd gebied. De ladder van duurzame verstedelijking is besproken in paragraaf 3.1.4. Onderhavige woningbouwontwikkeling past binnen de toekomstige Provinciale Omgevingsvisie. 3.2.2

Omgevingsverordening Limburg 2014

Zoals benoemd zijn de provinciale ambities en belangen vertaald naar juridisch bindende voorschriften in de provinciale omgevingsverordening Limburg 2014. In de provinciale verordening is bijvoorbeeld vastgelegd op welke wijze de ladder voor duurzame verstedelijking moet worden toegepast bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen en dat het verboden is om een bestemming te wijzigen waarmee permanente bewoning van een recreatiewoning wordt mogelijk gemaakt. Voor zover relevant zijn hieronder de van toepassing zijnde passages uit de provinciale omgevingsverordening opgenomen. Artikel 2.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de omgevingsverordening is een verwijzing opgenomen naar de Ladder voor duurzame verstedelijking en hierbij is in artikel 2.2.2 van de verordening het navolgende bepaald: 1. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, houdt rekening met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 2. Bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, worden tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen, zoals bedoeld in artikel 2.2.3, onderzocht. 3. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid.

Artikel 2.4.2 Bestuursafspraken wonen In het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) zijn, na een proces van co-creatie, eind 2014 de hoofdlijnen voor de ambities, opgaven, rolopvatting en aanpak vastgesteld door Provinciale Staten. Samen met stakeholders hebben de gemeenten en provincie geconstateerd dat voor diverse thema’s meer uitvoeringsgerichte regionale bestuursafspraken nodig en wenselijk zijn. Het gaat om 8 thema's: wonen, detailhandel, bedrijventerreinen, kantoren, energie, land- en tuinbouw, vrijetijdseconomie en Nationaal Landschap Zuid-Limburg. De bestuursafspraken maken onderdeel uit van het samenwerkingsmodel gemeenten – Provincie dat de afgelopen jaren op het gebied van omgevingsbeleid is gegroeid. Het POL2014 schetst de ambities, opgaven, aanpak op hoofdlijnen en principes. Het is in co-creatie met de gemeenten tot stand gekomen. De gemeenten nemen vervolgens het stokje over en stellen regionale uitwerkingen op in de vorm van structuurvisies,

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

20

visies of anderszins. De Provincie is partner in die regioprocessen en faciliteert deze. Vanuit de regierol ziet de provincie toe op de samenhang tussen de aanpak per regio en die in aangrenzende gebieden. Meer specifiek ten aanzien van het thema wonen hebben de bestuursafspraken geresulteerd in de vaststelling van een drietal woonvisies voor respectievelijk Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. De gemeente Mook en Middelaar maakt onderdeel uit van de regio Noord-Limburg en binnen deze regio is de ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018-2021’ vastgesteld. In het kader van deze regionale uitwerking zijn in artikel 2.4.2 van de verordening de navolgende bestuursafspraken (per regio) vastgelegd: 1. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. 2. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg. 3.

Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. 4. Als een ruimtelijk plan niet voldoet aan het gestelde in het eerste, tweede of derde lid, kunnen Gedeputeerde Staten, rekening houdend met het standpunt van het Regionaal Bestuurlijk Overleg, gelegenheid bieden voor maatwerk in afwijking van het bepaalde in die leden. 5. De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg respectievelijk de regio Midden-Limburg respectievelijk de regio Zuid-Limburg, dat betrekking heeft op het toevoegen van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen, bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid respectievelijk het tweede lid respectievelijk het derde lid, dan wel van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het vierde lid. 6.

De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat tevens een verantwoording van de bijdrage die met de vaststelling van dat ruimtelijk plan wordt geleverd aan de regionale opgave gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen en als het vierde lid van toepassing is, van het versterken van de kwalitatieve woningvoorraad. Doorwerking plangebied In paragraaf 4.3 wordt het regionale woonbeleid nader toegelicht en toegepast op de onderhavige planontwikkeling. De ontwikkeling voorziet in het realiseren van 12 appartementen waarvan 6 voor begeleid wonen. Er heeft derhalve een laddertoets plaatsgevonden. De ladder voor duurzame verstedelijking is nader toegelicht in paragraaf 4.1. Er zijn geen rechtstreeks doorwerkende regels uit de Omgevingsverordening Limburg 2014 die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen de Omgevingsverordening Limburg 2014.

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

21

3.2.3

Omgevingsverordening Limburg 2021

Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Op 25 mei 2021 heeft het college van Gedeputeerde Staten het ontwerp van deze nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Deze ontwerp-omgevingsverordening heeft van 7 juni tot en met 19 juli 2021 voor eenieder ter inzage gelegen en is in december 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. De inwerkingtreding is voorzien op 1 januari 2023 wanneer naar verwachting ook de nieuwe Omgevingswet in werking zal treden. Hoewel het ontwerp van de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonneenergie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het plangebied binnen het gebied ‘Buitengebied’.

Ligging plangebied op kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ (plangebied rood omlijnd)

Conform artikel 12.1 van de ontwerp-omgevingsverordening dient de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van één of meerdere woningen het volgende beschrijven:

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

22

a. Rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek; c.

over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio NoordLimburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken;

d. het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in Afdeling 14.5; realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Doorwerking plangebied In deze ruimtelijke onderbouwing is in voldoende mate rekening gehouden met de in artikel 12 van de ontwerp-omgevingsverordening opgenomen instructieregels. Zoals volgt uit paragraaf 4.2 past deze ontwikkeling binnen de POVI Limburg. In paragraaf 4.3 volgt een uitgebreide onderbouwing met betrekking tot de behoefte en de regionale afspraken en met de bouw van de woningen wordt spoedig een aanvang gemaakt, tenminste binnen 5 jaar na de verleende vergunning. Daarnaast wordt het plan opgenomen op de Plancapaciteitsmonitor Limburg. Tot slot is voor onderhavig planvoornemen een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (zie paragraaf 2.3), waardoor ondanks de ligging in het buitengebied een zorgvuldig ruimtegebruik kan worden gegarandeerd. Het planvoornemen is kortom in overeenstemming met de Omgevingsverordening Limburg 2021.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale structuurvisie wonen Noord-Limburg

De Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg, vastgesteld op 7 april 2016, is een visie waarmee de bestuurders van de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg sturing geven aan de regionale woningmarkt. De structuurvisie heeft de status van intergemeentelijke structuurvisie op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro). Daarmee heeft het document een juridische status met een zelfbindend karakter. Samen met alle woonpartners zijn vijf inhoudelijke pijlers geïdentificeerd die de kern vormen van de visie. De pijlers rusten idealiter op een stevig fundament: krachtige gemeenten en een sterke regio. De inhoudelijke pijlers zijn: 1. Een gezonde woningmarkt in balans: nieuwbouw naar behoefte; 2. de juiste woning op de juiste plek en dynamisch voorraadbeheer; 3. goed wonen voor iedereen, maar met extra aandacht voor onder andere arbeidsmigranten; 4. kwaliteit bestaande voorraad en kernen meer centraal; 5. een levensloopvriendelijke en duurzame regio. De Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg verplicht de gemeente Mook en Middelaar tot ambtelijke afstemming bij initiatieven groter dan 10 woningen. Onderhavig planvoornemen maakt het realiseren van 12 appartementen waarvan 6 voor begeleid wonen mogelijk.

De drempelwaarde wordt met betrekking tot onderhavige ontwikkeling overschreden, waardoor de bevoegdheid om de woningbouw toe te staan regionaal moet afstemmen. Hiertoe dient te worden getoetst aan de Regionale werkgroep Wonen Noord-Limburg 2020.

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

23

Regionale werkgroep Wonen Noord-Limburg 2020 Woningbouwinitiatieven vanaf 10 woningen dienen binnen de regio afgestemd te worden. Binnen deze regio heeft de gemeente Mook en Middelaar inmiddels ruim voldaan aan regionaal opgestelde reductieopgaven. Dit biedt ruimte om mee te werken aan nieuwe initiatieven op het gebied van woningbouw. Doorwerking plangebied Het onderhavige planvoornemen sluit aan op de visie voor de kern Mook. Binnen deze visie wordt gekeken naar mogelijke kwaliteitsimpulsen. Op onderhavige locatie wil de initiatiefnemer op het plangebied waar reeds een hospice is gerealiseerd voorzien in 12 appartementen waarvan 6 voor begeleid wonen. Hiertoe is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld dat aantoont dat ondanks de formele ligging in het buitengebied toch sprake is van een zorgvuldig ruimtegebruik. Bovendien voorziet het onderhavige initiatief in een kwalitatief wenselijke ontwikkeling aangezien in de gemeente Mook en Middelaar nog weinig aanbod is in appartementen voor begeleid wonen. 3.3.2

Woonagenda Subregio Nijmegen en omstreken 2017-2027

Op 13 maart 2018 is de regionale woonagenda voor de regio Nijmegen en omstreken vastgesteld. In deze woonagenda geven de samenwerkende gemeenten, te weten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen, aan waar zij de komende jaren op willen inzetten. Deze woonagenda zijn daarmee afspraken gemaakt over de toekomstige woonopgaven. De betrokken gemeenten gaan met de regionale woonagenda aan de slag met het bouwen van duurzame wijken en verbeteren van de bestaande woningvoorraad. Deze Woonagenda is opgesteld met betrokkenheid van de provincie Gelderland. Samen met alle woonpartners zijn drie ambities geïdentificeerd die de kern vormen van de visie. De ambities geven weer waar de subregio zich de komende jaren op gaat richten. 1. Beschikbaar en betaalbaar: snel én verantwoord inspelen op behoefte. De subregio heeft de ambitie om snel maar verantwoord gehoor te geven aan de actuele woningvraag. Dus mét oog voor de bestaande woningvoorraad, beschikbaarheid en betaalbaarheid voor de verschillende doelgroepen, duurzaamheidsdoelstellingen en flexibele mogelijkheden en door een passende woningmarktsturing nieuwe stijl. 2. Diversiteit versterken. De subregio wil woningen toe voegen waar aantoonbaar behoefte aan is, mét kwaliteit.

Om te voorkomen dat in de subregio alleen maar ‘meer van hetzelfde’ komt wil de subregio dan ook kansen benutten om nieuwe woonmilieus en woonvormen te ontwikkelen, zodat de subregio een breed aanbod aan kwaliteit kan blijven aanbieden aan huidige en nieuwe inwoners. Daar hoort ook een flexibele woningvoorraad bij, die duurzaam kan meebewegen met de veranderende omstandigheden. Maar zeker ook een breder scala aan vernieuwende woonvormen en woonmilieus. 3. Op en top duurzaam en flexibel! De woningvoorraad kan alleen blijven voldoen aan de veranderende woonbehoeften als ze duurzamer en flexibeler wordt. Vanwege de omvang ervan moet de meeste aandacht uitgaan naar de kwalitatieve verbetering van de bestaande woningvoorraad. Zowel op het gebied van duurzaamheid (energiebesparing, alternatieve energieopwekking, klimaatadaptie) als op het gebied van aanpassingsmogelijkheden voor veranderende doelgroepen. Vanzelfsprekend kan nieuwbouw hier ook aanvullend een rol spelen. We (ver)bouwen woningen en wijken met het oog op de toekomst. We bouwen geen woningen die op termijn de opgave voor bijvoorbeeld levensloopbestendigheid en duurzaamheid vergroten. Als er een tekort is aan bepaalde soorten woningen of er een scheve verhouding bestaat tussen vraag en aanbod moet de woningvoorraad worden

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

24

aangevuld door transformatie of nieuwbouw. Nieuwbouw is dus een aanvulling op de bestaande woningvoorraad en mag er niet mee gaan concurreren. Dit om te voorkomen dat de zwakkere delen van de bestaande woningvoorraad verloederen.

Richtlijn voor woningbouw per gemeente in subregio Nijmegen en omstreken voor de periode 2017-2027

De subregio hanteert hiervoor een richtlijn. Deze richtlijn is een indicatieve verdeling van het regionaal maximaal aantal te realiseren woningen in de periode 2017 tot 2027. De richtlijn is een houvast op grond van de meest recente spiegel van prognoses en kennis over de behoefte. In de bovenstaande tabel is opgenomen hoeveel woningen per gemeente de komende jaren beoogd zijn. De subregionale woonagenda geeft aan dat er gestuurd moet worden op het aanbod en de vraag, de veroudering van woningen, inspelen op het toevoegen van woningen in gewenste milieus en sturing op de woningmarkt nieuwe stijl. Doorwerking plangebied Onderhavig planvoornemen betreft de toevoeging van 12 appartementen waarvan 6 voor begeleid wonen ter plaatse van de Cuijksesteeg 2 in Mook. In de Woonagenda van de subregio Nijmegen en omstreken is opgenomen dat binnen de gemeente Mook en Middelaar 350 woningen zijn beoogd. Het initiatief valt binnen de voorziene capaciteit voor woningbouw in de gemeente Mook en Middelaar en is daarmee niet strijdig met de regionale woonagenda.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie Mook en Molenhoek 2025

Deze structuurvisie geeft inzicht in de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de kernen Mook en Molenhoek voor een periode tot 2025. De visie vormt een kader voor, in deze periode aan de orde zijnde, projecten en ontwikkelingen. De visie geeft inzicht in ambities van de gemeente Mook en Middelaar voor de kernen Mook en Molenhoek. Ambities binnen diverse ruimtelijke relevante thema’s, waaronder wonen, economie, mobiliteit, welzijn, zorg en educatie, groen en water, duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit.

Bestemmingsplan 'Cuijksesteeg Mook'

25

Voor het thema wonen geldt dat vanwege de ligging nabij Arnhem/Nijmegen en Venlo, er steeds vaker een beroep wordt gedaan op deze regio. Het aantal forenzen groeit. Daarnaast is er sprake van komende vergrijzing. Deze forenzen en de vergrijzing vereisen een nieuwe kijk op wonen. Het aanbieden van nieuwe woonmilieus en de toekomstige zorg voor ouderen wordt belangrijk. De groene kwaliteiten van Mook en Molenhoek kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. Ook de ligging tussen verschillende landschappen en landschapskwaliteiten kan een positieve invloed hebben op de vorming van nieuwe woonmilieus. Wonen aan de Maas, wonen tussen de eeuwen oude bomen op de stuwwal en dorpswonen met steden als Nijmegen, Arnhem en het Duitse Kleve in de omgeving. Groen heeft een positieve invloed op welzijn en gezondheid van mensen. Het groen als ‘healing environment’ biedt in Mook en Molenhoek zeker kansen. Doorwerking plangebied Het plangebied is in de Structuurvisie Mook en Middelaar 2025 aangeduid als een gebied waar de bestaande kwaliteit bestaat uit de verweving van kern- en agrarisch buitengebied. In het structuurbeeld voor 2025 is de planlocatie echter aangeduid als uitbreidingsgebied. De gemeente zet met haar woningbouwopgave in Mook en Molenhoek primair in op de realisatie van inbreidingslocaties.

De kwantitatieve woningvraag kan mogelijk niet geheel worden ingevuld op de beschikbare inbreidingslocaties. Om die reden is uitbreiding van Mook een reële optie. De uitbreidingsruimte van Mook is beperkt vanwege de Maas en de stuwwal. Ten zuidoosten zijn wel uitbreidingsmogelijkheden. Daar is ruimte voor de bouw van circa 190 woningen (locatie Cuijksesteeg). Deze locatie komt pas dan aan bod nadat alle inbreidingslocaties benut zijn. De locatie Cuijksesteeg wordt zoveel mogelijk vraag- en dorpsgericht ontwikkeld. Daarbij wordt bekeken of de benodigde compensatie vanwege de ligging in het waterbergend rivierbed zoveel mogelijk binnen het plangebied kan worden gerealiseerd. Onderhavige locatie valt in de uitbreidingslocatie Cuijksesteeg. Bovendien heeft er een landschappelijke inpassing plaatsgevonden waarmee het plan zorgvuldig is ingepast in de omgeving en waarbij eveneens een kwaliteitsbijdrage is bepaald. Vanuit de Structuurvisie Mook en Middelaar 2025 bestaan kortom geen belemmeringen voor het beoogde planvoornemen. 3.4.2

Structuurvisie Mookerplas e.o.

Op 19 november 2009 is de Structuurvisie Mookerplas en omgeving vastgesteld. In deze structuurvisie is het ruimtelijk beleid in het gebied van de Mookerplas voor de komende 10 tot 15 jaar vastgelegd. De Structuurvisie verwoordt en verbeeldt het ruimtelijk toekomstbeeld en is daarmee het kader voor alle nieuwe ontwikkelingen in het plangebied. Zoals op onderstaande afbeelding is te zien, wordt in de structuurvisie de locatie Cuijksesteeg Mook aangewezen als locatie waar uitbreiding mag plaatsvinden. De reden hiervoor is dat voor de kern Mook, tot 2025, een huishoudengroei wordt verwacht. Er bestaan tekorten in (half)vrijstaande woningen, gestapelde huur/koopwoningen en grondgebonden huurwoningen. Binnen de kern Mook worden reeds projecten gerealiseerd of gepland om te voorzien in de toekomstige huishoudensgroei. Deze projecten kunnen echter niet de volledige groei opvangen waardoor de gemeente ook naar haar enige uitbreidingslocatie aan de Cuijksesteeg ten zuidoosten van de kern Mook kijkt. Met de Stadsregio Arnhem-Nijmegen is de gemeente verplichtingen aangegaan tot het realiseren van voldoende woningen zodat de gemeente verjongt. Daarnaast zal de uitbreiding kunnen bijdragen aan het op gang brengen van een herstructurering van de wijk de Lindenboom in Mook, gelegen ten noordwesten van het plangebied aan de overzijde van de Cuijksesteeg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=653f6b64-6e2b-4214-b5d3-8226d2e3a9e5