Bijlage 3e bij de toelichting_Bijlage 5 Archeologisch onderzoek.pdf
Tekst van het document
Als deze laag bij de bouw beschermd kan worden (bijvoorbeeld door ophogen), dan verdient dat de voorkeur. Op deze manier kan het archeologisch bodemarchief het best beschermd en bewaard worden voor het nageslacht. Mocht behoud in situ niet mogelijk zijn dan adviseert Econsultancy een inventariserend proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren. Middels dit onderzoek kan vastgesteld worden of en waar er acrheologische sporen en vondsten in het plangebied aanwezig zijn. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin de eisen zijn vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Binnen het bebouwde deel van het plangebied, waar het bodemprofiel is verstoord en waar dus geen archeologische waarden worden verwacht, wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Mook en Middelaar). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit.
Rapport 13470.002 versie 1
Pagina 16 van 18
LITERATUUR Alterra, 2003: Digitale Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:25.000. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNOrapport, NITG 05-043-A). Doesburg, J. van (red.), et al., 2007: Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. Amersfoort 2007. Hos, T.H.L., 2020: Plan van Aanpak booronderzoek Eindweg 9, 11 en 13 te Middelaar. Econsultancy, Boxmeer Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg, Den Bosch. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 2: Bodemgeografie. Malmberg, Den Bosch. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff, T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Schutte, A.H., 2012: Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Eindweg 9, 11 en 13 te Middelaar. Econsultancy Swalmen. Stichting voor Bodemkartering, 1976: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000.
Rapport 13470.002 versie 1
Pagina 17 van 18
BRONNEN AHN; internetsite, november 2020. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, november 2020. https://archis.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; internetsite, november 2020 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Vrije Universiteit; internetsite, november 2020. http://imagebase.ubvu.vu.nl/cdm/compoundobject/collection/krt/id/5629/rec/1 Bodemloket, internetsite, november 2020. http://www.bodemloket.nl Dinoloket; internetsite, november 2020. http://www.dinoloket.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, november 2020. http://www.topotijdreis.nl/ Provinciaal Omgevingsplan Limburg; internetsite, november 2020. SIKB; internetsite, november 2020. https://www.sikb.nl
Rapport 13470.002 versie 1
Pagina 18 van 18
Figuur 2. Situering van het plangebied binnen Nederland26
Eindweg 9, 11 en 13 te Middelaar. Situering van het plangebied binnen Nederland Legenda Plangebied
26 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)
Rapport 13470.002 versie 1
Figuur 3. Detailkaart van het plangebied27
Eindweg 9, 11 en 13 te Middelaar. Detailkaart van het plangebied Legenda Plangebied
27 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)
Rapport 13470.002 versie 1
Figuur 4. Luchtfoto van het plangebied28
Eindweg 9, 11 en 13 te Middelaar. Luchtfoto van het plangebied Legenda Plangebied
28 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)
Rapport 13470.002 versie 1
Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart 29
29
Rapport 13470.002 versie 1
Figuur 6. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart30
30
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 13470.002 versie 1
Figuur 7. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) 31
Eindweg 9, 11 en 13 te Middelaar. Situering van het plangebied binnen Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Legenda
Plangebied
31
AHN
Rapport 13470.002 versie 1
Figuur 8. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart32
Eindweg 9, 11 en 13 te Middelaar. Situering van het plangebied binnen de bodemkaart Legenda Plangebied
32
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 13470.002 versie 1
Figuur 9. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied 33
Eindweg 9, 11 en 13 te Middelaar. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied (bron: Archeologisch informatiesysteem Archis3, AHN) Plangebied
33
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 13470.002 versie 1
Figuur 10. Situering van het plangebied binnen de historische kaarten
Situatie 1804 (bron:tranchot kaarten)
Situatie 1811-1832 (bron:beeldbank)
Situatie 1870 (bron:topotijdreis)
Situatie 1938 (bron: topotijdreis.nl)
Situatie 1978 (bron: topotijdreis.nl)
Eindweg 9, 11 en 13 te Middelaar. Situering van het plangebied binnen de historische kaarten Legenda Plangebied
Rapport 13470.002 versie 1
Figuur 11. Boorpuntenkaart
Eindweg 9, 11 en 13 te Middelaar. Boorpuntenkaart Legenda
Plangebied Boorpunt met nummer
Rapport 13470.002 versie 1
Figuur 12. Verstoord en/of niet toegankelijk deel plangebied
Eindweg 9, 11 en 13 te Middelaar. Verstoord en/of niet toegankelijk deel plangebied Legenda Plangebied Advies: vrijgave
Rapport 13470.002 versie 1
Bijlage 1 Ouderdom in jaren
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente
Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Rapport 13470.002 versie 1
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr.
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
1950
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
Atlanticum warm vochtig
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Rapport 13470.002 versie 1
Bijlage 2 AMK nr. 11228
AMK-terreinen
Locatie
Datering
Waarde en omschrijving
110 meter ten noordwesten van het plangebied
Romeinse tijd, Middeleeuwen vroeg, Middeleeuwen laat
11180
300 meter ten noordwesten van het plangebied
Romeinse tijd, Middeleeuwen vroeg
16232
400 meter ten oosten van het plangebied
Middeleeuwen laat Nieuwe tijd
Complex: Nederzetting, onbepaald Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met sporen van bewoning uit de Romeinse tijd en de Vroege en Late Middeleeuwen. In bouwputten vlak naast dit geaccidenteerde perceel is in het verleden veel aardewerk uit verschillende perioden aangetroffen (onder andere terra sigillata, inheems Romeins, Merovingisch, Karolingisch en Laat Middeleeuws aardewerk). In de grondboringen op het aangrenzend weiland (het onderhavige monument) zijn tijdens een veldcontrole diverse potscherven gevonden in een bewoningslaag die op een diepte van circa 50-70 centimeter onder een esdek ligt. De vindplaats is weinig verstoord en ligt goed beschermd onder een esdek, langs de rand van een rivierterras. Complex: Nederzetting, onbepaald Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met mogelijk sporen van bewoning uit de Romeinse Tijd en Vroege Middeleeuwen. De nederzetting (?) ligt aan de rand van een rivierterras, onder een esdek en op rivierduinzand. Veldcontrole Van der Gaauw 1994: aan de westzijde van het terrein bevindt zich een kleine steilrand. In het lage afgegraven deel ligt veel materiaal uit verschillende perioden (voornamelijk aardewerk, maar ook vuursteen) aan het oppervlak. Op het hogere deel ligt vrijwel geen archeologisch materiaal aan het oppervlak.
In een achttal megaboringen werden op een diepte van 50-100 centimeter onder maaiveld zeer veel potscherven aangetroffen. Deze dateren voornamelijk uit de Vroege Middeleeuwen, maar oudere en jongere perioden zijn ook vertegenwoordigd. De vondstlaag wordt afgedekt door een circa 50 centimeter dik esdek van kleiig zand. De betekenis van deze zeer vondstrijke laag is niet geheel duidelijk. Het is mogelijk dat het de afvallaag van een pottenbakkersoven betreft. Wellicht moet de laag beschouwd worden als een ophogingslaag met nederzettingsafval. De vindplaats is weinig verstoord en ligt goed beschermd onder een esdek. In 2000 is nabij het monument naar aanleiding van een ontgronding een opgraving uitgevoerd en digitaal meetwerk verricht (ROB, augustus 2000; onderzoeksmelding 2336). Complex: Nederzetting, onbepaald Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein betreft de oude dorpskern van Katerbosch en Heikant. Op de AMK zijn historische dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19e eeuwse en vroeg 20e eeuwse kaarten.
Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege en Volle Middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet perse hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning.
Rapport 13470.002 versie 1
Bijlage 3 Zaaknummer (OMnummer) 2390491100 (54774)
Onderzoeksmeldingen
Locatie
Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek
5 meter ten oosten van het plangebied
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 3-12-2012 Resultaat: Volgens de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting kunnen in het hele plangebied archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden. In het bijzonder de ligging op een relatief hoge rug langs twee restgeulen en de aanwezigheid van veel archeologische vindplaatsen in zowel het plangebied als de directe omgeving verhoogt de kans daarop. De kans op het voorkomen van de resten is middelhoog voor resten van jagers en verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Mesolithicum en hoog voor resten van landbouwers uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Deze archeologische resten werden onder het esdek en in de top van de oorspronkelijke C-horizont verwacht. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 27-11-2012 Resultaat: Volgens de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting kunnen in het hele plangebied archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden. In het bijzonder de ligging op een relatief hoge rug langs twee restgeulen en de aanwezigheid van veel archeologische vindplaatsen in zowel het plangebied als de directe omgeving verhoogt de kans daarop.
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 24-10-2006 Onderzoeksnummer: 17173 Resultaat: proefsleuvenonderzoek Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 12-09-2010 Onderzoeksnummer: 36558 Resultaat: Econsultancy adviseert een verkennend booronderzoek om de archeologische verwachting in het veld te toetsen. Dit booronderzoek is uitgevoerd door Econsultancy (zie OM-NR: 43136). Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 23-09-2010 Onderzoeksnummer: 36559 Resultaat: Econsultancy adviseert, op grond van de hoge archeologische verwachting en de licht verstoorde bodemopbouw, om het gebied verder te onderzoeken in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Het verdient echter de aanbevelling om archeologie vriendelijk te bouwen.
2390483100 (54773)
7 meter ten noordoosten van het plangebied
2135040100 (19580)
450 meter ten noorden van het plangebied
2301269100 (42947)
450 meter ten noordwesten van het plangebied
2302687100 (43136)
450 meter ten noordwesten van het plangebied
Rapport 13470.002 versie 1
Rapport
Rapport
Rapport
Rapport
Bijlage 4
Vondstmeldingen
Zaaknummer (Waarnemingsnr.) 3091992100 (15933)
Locatie
Omschrijving
6 meter ten zuidwesten van het plangebied
IJzertijd - Vroege Middeleeuwen : - aardewerk - fragment van huttenleem/verbrande leem Romeinse tijd : - fragment van een glazen fles - 4 fragmenten van dakpannen
3020687100 (292020)
160 meter ten westen van het plangebied
Vroege Middeleeuwen : - fragmenten van ruwwandig gedraaid aardewerk - fragmenten van knikwandpotten IJzertijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - 9 fragmenten van gedraaid aardewerk - fragment van een dakpan Vroege Middeleeuwen : - fragment van gedraaid aardewerk Late Middeleeuwen : - 2 fragmenten van gedraaid aardewerk
3020702100 (292022)
160 meter ten noordwesten van het plangebied
Nieuwe tijd : - 15 fragmenten van gedraaid aardewerk IJzertijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - 10 fragmenten van gedraaid aardewerk - 5 fragmenten van dakpannen - fragmenten van huttenleem/verbrande leem Vroege Middeleeuwen : - fragment van gedraaid aardewerk Late Middeleeuwen : - 12 fragmenten van gedraaid aardewerk - handgevormd aardewerk
3021756100 (292180)
180 meter ten noordoosten van het plangebied
3167654100 (292179)
180 meter ten noordoosten van het plangebied
3020695100 (292021)
200 meter ten noordoosten van het plangebied
Nieuwe tijd : - 12 fragmenten van gedraaid aardewerk - glazen afval Neolithicum - Bronstijd : - fragment van een stenen bijl Neolithicum - Bronstijd : - fragment van een stenen bijl IJzertijd : - handgevormd aardewerk Vroege Middeleeuwen : - 2 fragmenten van gedraaid aardewerk Late Middeleeuwen : - 14 fragmenten van gedraaid aardewerk
3020743100 (292029)
250 meter ten oosten van het plangebied
Nieuwe tijd : - 9 fragmenten van gedraaid aardewerk IJzertijd : - handgevormd aardewerk Late Middeleeuwen : - 3 fragmenten van gedraaid aardewerk
3022299100 (292266)
250 meter ten westen van het plangebied
Nieuwe tijd : - fragment van steengoed Paleolithicum - Bronstijd : - vuursteen afval Mesolithicum - IJzertijd : - 4 fragmenten van kookstenen Bronstijd : - handgevormd aardewerk Bronstijd - Late Middeleeuwen :
Rapport 13470.002 versie 1
- tefriet brok IJzertijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - 11 fragmenten van gedraaid aardewerk - 4 fragmenten van dakpannen Middeleeuwen : - 42 fragmenten van gedraaid aardewerk
3022355100 (292277)
250 meter ten zuidoosten van het plangebied
Nieuwe tijd : - 21 fragmenten van gedraaid aardewerk IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - 10 fragmenten van gedraaid aardewerk - fragment van een dakpan Late Middeleeuwen : - 12 fragmenten van gedraaid aardewerk
3173291100 (292014)
250 meter ten noordwesten van het plangebied
Nieuwe tijd : - 5 fragmenten van gedraaid aardewerk - fragment van een bronzen object, Paleolithicum - Bronstijd : - vuursteen afval IJzertijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - 13 fragmenten van gedraaid aardewerk - fragment van een dakpan Late Middeleeuwen : - 4 fragmenten van gedraaid aardewerk
2778717100 (15415)
300 meter ten noorden van het plangebied
2780830100 (15747)
300 meter ten zuidoosten van het plangebied
2781510100 (15865)
300 meter ten zuidoosten van het plangebied
3022233100 (292255)
300 meter ten noorden van het plangebied
Nieuwe tijd : - fragment van gedraaid aardewerk Vroege Middeleeuwen : - fragment van Wolbwand-/tonvormig aardewerk Romeinse tijd : - fragmenten van gedraaid aardewerk - fragmenten van dakpannen Romeinse tijd : - fragmenten van tefriet objecten, - fragmenten van tegels - fragmenten van dakpannen - fragmenten van dolia/voorraadvaten - fragmenten van ruwwandige kommen/schalen - fragmenten van ruwwandige (kook)potten - fragmenten van Belgisch grijs aardewerk kook/voorraadpotten - fragmenten van geverfd aardewerk - fragmenten van keramische wrijfschalen Romeinse tijd : - 2 fragmenten van gedraaid aardewerk Vroege Middeleeuwen : - 2 fragmenten van gedraaid aardewerk Late Middeleeuwen : - 7 fragmenten van gedraaid aardewerk
3167419100 (292036)
300 meter ten zuidoosten van het plangebied
Nieuwe tijd : - fragment van een keramische kleipijp IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - 52 fragmenten van gedraaid aardewerk - 38 fragmenten van dakpannen
2373643100
350 meter ten zuidwesten van het plangebied
Romeinse tijd - Late Middeleeuwen : - 5 tufsteen brokken Neolithicum - Nieuwe tijd : - aardewerk Romeinse tijd : - fragment van gedraaid aardewerk - handgevormd aardewerk
Rapport 13470.002 versie 1
2781892100 (15929)
350 meter ten zuidwesten van het plangebied
2980399100 (121341)
350 meter ten noordwesten van het plangebied
3020638100 (292013)
350 meter ten noordwesten van het plangebied
Romeinse tijd - Vroege Middeleeuwen : - fragment van gedraaid aardewerk Romeinse tijd : - fragment van gladwandig aardewerk - 3 fragmenten van ruwwandig gedraaid aardewerk - fragment van een dolium/voorraadvat - fragment van een ruwwandige (kook)pot Romeinse tijd - Middeleeuwen : - grondsporen, Paleolithicum - Bronstijd : - vuursteen afval Bronstijd - Late Middeleeuwen : - 4 tefriet brokken IJzertijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - 9 fragmenten van gedraaid aardewerk Romeinse tijd - Nieuwe tijd : - 2 fragmenten van tegels Vroege Middeleeuwen : - 2 fragmenten van gedraaid aardewerk Late Middeleeuwen : - 15 fragmenten van gedraaid aardewerk
3020662100 (292017)
350 meter ten noordwesten van het plangebied
Nieuwe tijd : - 17 fragmenten van gedraaid aardewerk Paleolithicum - Bronstijd : - vuursteen afval Romeinse tijd : - 19 fragmenten van gedraaid aardewerk - 2 fragmenten van dakpannen Vroege Middeleeuwen : - fragment van gedraaid aardewerk Late Middeleeuwen : - 15 fragmenten van gedraaid aardewerk
3020768100 (292034)
3022266100 (292261)
350 meter ten zuidoosten van het plangebied
350 meter ten noordwesten van het plangebied
Nieuwe tijd : - 79 fragmenten van gedraaid aardewerk Romeinse tijd : - 21 fragmenten van dakpannen Nieuwe tijd : - fragment van gedraaid aardewerk Paleolithicum - Bronstijd : - vuursteen afval Mesolithicum - IJzertijd : - 21 fragmenten van kookstenen Bronstijd - Late Middeleeuwen : - 17 tefriet brokken IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - 202 fragmenten van gedraaid aardewerk - glazen afval - 20 fragmenten van dakpannen Romeinse tijd - Late Middeleeuwen : - 2 tufsteen brokken Vroege Middeleeuwen : - 20 fragmenten van gedraaid aardewerk Late Middeleeuwen : - 60 fragmenten van gedraaid aardewerk
3091887100 (15864)
Rapport 13470.002 versie 1
350 meter ten noordwesten van het plangebied
Nieuwe tijd : - 99 fragmenten van gedraaid aardewerk IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk
- fragmenten van tefriet objecten,
3167387100 (292023)
350 meter ten noorden van het plangebied
Romeinse tijd : - fragmenten van tegels - fragmenten van terra sigillata kommen/schalen - fragmenten van dakpannen - fragmenten van dolia/voorraadvaten - fragmenten van ruwwandige kommen/schalen - fragmenten van ruwwandige (kook)potten - fragmenten van gladwandige kruiken IJzertijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - 8 fragmenten van gedraaid aardewerk Vroege Middeleeuwen : - 2 fragmenten van gedraaid aardewerk Late Middeleeuwen : - 7 fragmenten van gedraaid aardewerk
2781908100 (15930)
400 meter ten noordwesten van het plangebied
2781916100 (15931)
400 meter ten noordwesten van het plangebied
3022322100 (292271)
400 meter ten noordwesten van het plangebied
Nieuwe tijd : - 8 fragmenten van gedraaid aardewerk Romeinse tijd : - fragmenten van gedraaid aardewerk - handgevormd aardewerk - fragmenten van ruwwandig gedraaid aardewerk Vroege Middeleeuwen : - 2 fragmenten van gedraaid aardewerk Paleolithicum - Bronstijd : - vuursteen afval IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - 18 fragmenten van gedraaid aardewerk - fragment van een dakpan Late Middeleeuwen : - 8 fragmenten van gedraaid aardewerk
3022558100 (292306)
400 meter ten noordwesten van het plangebied
Nieuwe tijd : - 6 fragmenten van gedraaid aardewerk Paleolithicum - Bronstijd : - vuursteen afval Mesolithicum - IJzertijd : - 49 fragmenten van kookstenen Bronstijd - Vroege Middeleeuwen : - crematieresten Bronstijd - Late Middeleeuwen : - 19 tefriet brokken IJzertijd : - handgevormd aardewerk - 8 fragmenten van keramische weefgewichten IJzertijd - Romeinse tijd : - fragment van een ijzeren object, - fragment van een keramische slinger Romeinse tijd : - 7 fragmenten van gedraaid aardewerk - 8 fragmenten van dakpannen Vroege Middeleeuwen : - 4 fragmenten van gedraaid aardewerk Late Middeleeuwen : - 22 fragmenten van gedraaid aardewerk
2135040100 (408082)
450 meter ten noorden van het plangebied
Nieuwe tijd : - 5 fragmenten van gedraaid aardewerk Neolithicum - Bronstijd : - handgevormd aardewerk Neolithicum - IJzertijd : - handgevormd aardewerk
Rapport 13470.002 versie 1
IJzertijd : - handgevormd aardewerk IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk
2778677100 (15410)
450 meter ten zuidoosten van het plangebied
Late Middeleeuwen : - aardewerk Neolithicum : - handgevormd aardewerk Neolithicum - Bronstijd : - vuursteen afslagen Bronstijd : - handgevormd aardewerk
2778685100 (15411)
450 meter ten zuidoosten van het plangebied
2778693100 (15412)
450 meter ten zuidoosten van het plangebied
3020679100 (292019)
450 meter ten noordwesten van het plangebied
IJzertijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - fragmenten van gedraaid aardewerk - bronzen munten, - fragmenten van tegels - fragmenten van dakpannen - fragmenten van tufsteen bouwmateriaal Vroege Middeleeuwen - Late Middeleeuwen : - aardewerk Paleolithicum - Bronstijd : - vuursteen afval IJzertijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - 16 fragmenten van gedraaid aardewerk Late Middeleeuwen : - 8 fragmenten van gedraaid aardewerk Nieuwe tijd : - 44 fragmenten van gedraaid aardewerk - fragment van een bronzen gesp
Rapport 13470.002 versie 1
Bijlage 5
Bewoningsgeschiedenis van Nederland
Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot circa 8800 v. Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, circa 300.000-130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het LaatPaleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (circa 8800-4900 v. Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (circa 9000 v. Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.
Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territoriumgebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (circa 5300-2000 v. Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.
Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolitische bevolking die een halfagrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels. Bronstijd (circa 2000-800 v. Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had
Rapport 13470.002 versie 1
wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit. De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 v. Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het LaatNeolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (circa 800-12 v. Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen ('Celtic fields').
Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven. De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden. Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. Romeinse tijd (circa 12 v. Chr. - 450 n. Chr.) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen, is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron. Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 n. Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn, tot diep in Duitsland, 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd, vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 n. Chr., de Romeinse invloed steeds duidelijker.
In veel inheems-Romeinse nederzettingen was bijvoorbeeld, naast het eigen handgevormde aardewerk, Romeins importaardewerk in gebruik, dat op de draaischijf was vervaardigd. Er werden, vooral in Limburg, grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd, hetzij nieuw gesticht, hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting. De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan, waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten. Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen, waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking, ten noorden van de Limes, werd niet zo sterk beïnvloed door de Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van handelscontacten en het uitwisselen van geschenken. In de tweede helft van de derde eeuw ontstond, onder meer door invallen van Germaanse stammen, een instabiele situatie die met korte onderbrekingen voortduurde tot in de vijfde eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn. Middeleeuwen (circa 450-1500 n. Chr.) Over de Vroege-Middeleeuwen, vooral over het tijdvak 450-600 n. Chr., is relatief weinig bekend. Zowel historische bronnen als archeologische overblijfselen zijn schaars. De bevolkingsomvang was ten opzichte van de voorafgaande periode sterk afgenomen.
De marktgerichte economie verdween en de mensen vielen terug op zelfvoorziening. De politieke macht was na het wegvallen van de Ro-
Rapport 13470.002 versie 1
meinse staatsorganisatie in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Een gezaghebbende status was nu vooral gebaseerd op militair succes en materiële welstand. Deze instabiele periode wordt ook wel aangeduid als de 'tijd van de volksverhuizingen'. Vanaf de 10e – 11e eeuw wordt een overheersende positie van de al dan niet adellijke grootgrondbezitters waargenomen. Dit vertaalt zich in nieuwe nederzettingsvormen als mottes, kastelen en versterkte hoeven. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei, en mede dankzij gunstige klimatologische omstandigheden, werd een begin gemaakt met het ontginnen van woeste gronden als bos, heide en veen. Veel van de huidige dorpen en steden dateren uit deze periode. Door de aanleg van dijken en kaden werden laaggelegen gebieden beschermd tegen wateroverlast. De heersende rivaliteit tussen de vorsten leidde, in combinatie met een zwak centraal gezag, veelvuldig tot lokaal geweld, waarvan de bevolking vaak het slachtoffer werd. Door het aanleggen van burgen, schansen, landweren en wallen trachtte men zich te beveiligen. Nieuwe tijd (1500-heden) De Nieuwe tijd kenmerkt zich door een groot aantal veranderingen vooral op het gebied van mens- en wereldbeeld. Er is sprake van een Europese overzeese expansie wat leidt tot handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.
Er ontstaat een nieuwe wetenschappelijke belangstelling die resulteert in vele uitvindingen. Deze uitvindingen vormen de motor van de industriele revolutie. Er ontstaat een nationale staat die centraal bestuurd wordt. Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt het belang en de omvang van steden toe en neemt de macht van adel af. Het grootste deel van de bevolking is niet meer werkzaam en woonachtig op het platteland maar in de steden. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei worden aan het eind van de 19e tot het begin van de 20e eeuw op grote schaal woeste gronden gecultiveerd. Door de industriële revolutie komen steeds meer producten beschikbaar voor steeds meer mensen waardoor de welvaart stijgt. In de Nieuwe tijd vindt er eveneens een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid plaats, wat zich tot in het begin van de 20e eeuw uit in de kunsten.
Rapport 13470.002 versie 1
Bijlage 6
AMZ-cyclus
Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.
Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.
De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied.
Rapport 13470.002 versie 1
Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen en indien proefsleuvenonderzoek door praktische redenen niet uitvoerbaar is, kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.
De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan de bevoegde overheid besluiten over te gaan tot een opgraving. Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden, die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.
Rapport 13470.002 versie 1
Schema van de Archeologische Monumenten Zorg Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling ▼ Toetsing aan archeologisch beleid (Gemeente, Provincie, Rijk) ▼ Bureauonderzoek* (verzamelen gegevens en opstellen verwachtingsmodel) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Inventariserend veldonderzoek* ▼ ▼ Verkennend veldonderzoek ►**** Karterend veldonderzoek Door middel van: Door middel van: - terreininspectie - oppervlaktekartering booronderzoek** - booronderzoek** - proefsleuven*** ▼ ▼***** Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Bewezen of hoge kans op de aanwezigheid van archeologie ▼****** Waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven*** (variant begeleiding) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ ▼ Opgraven*** Beschermen Verwijderen van de Bescherming van de archeologische archeologie door resten door archeoplanaanpassing logen (variant begeleiding)
► Vergunningverlening indien geen onderzoek noodzakelijk wordt geacht.
► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.***
► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.*** ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie, wel archeologische waarden aanwezig maar geen vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van waardering. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden).
* Combinatie bureauonderzoek en IVO verkennende of karterende fase mogelijk, indien een PvA aanwezig is. ** Voorafgaand aan het booronderzoek dient een PvA worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. *** Voorafgaand aan het onderzoek dient een PvE en PvA te worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. **** Na een verkennend booronderzoek kan de bevoegde overheid besluiten dat een aanvullend karterend bureauonderzoek moet worden uitgevoerd. ***** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid. ****** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.
Rapport 13470.002 versie 1
Bijlage 7
Rapport 13470.002 versie 1
Planontwerp
Bijlage 8
Rapport 13470.002 versie 1
Boorprofielen
Rapport 13470.002 versie 1
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
Rapport 13470.002 versie 1
Boorprofielen 2012
Rapport 13470.002 versie 1
Rapport 13470.002 versie 1