Bijlage 3c bij de toelichting_Bijlage 3 Bodemonderzoek .pdf
Tekst van het document
<3,0 <5,0 <5,0 <11 <5,0 <6,0 <35
8,75 14,58 14,58 32,08 14,58 17,5 102,1
-
35
190
2600
5000
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
0,0029 0,0029 0,0029 0,0029 0,0029 0,0029 0,0029 0,0204
-
0,007
0,02
0,51
1
<0,050 <0,050 <0,050 0,059 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,37
0,035 0,035 0,035 0,059 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,374
-
0,35
1,5
20,8
40
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
T
87,7 2,4 97 4,9
Gebruikte afkortingen kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde
AW
Uitgevoerd
Voldoet aan Achtergrondwaarde
-
RG
2,4 4,9
Legenda Nr.
Oordeel
4,9
BoToVa T12 Toetsing Wbb grond Projectnummer Datum monstername Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
13470.001 09-10-2020 2020158755 12-10-2020 15-10-2020
Analyse
Eenheid
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
3
GSSD
Analytico-nr
Monster
3
11630567
MM2 01 (0-50) 03 (0-50) 07 (0-50) 10 (0-50)
Eindoordeel:
*
groter dan Achtergrondwaarde
**
groter dan Tussenwaarde
***
groter dan Interventiewaarde
GSSD
Gestandaardiseerd gehalte
RG
Vereiste Rapportagegrens
AW
Achtergrondwaarde
T
Tussenwaarde
I
Interventiewaarde
I
190 0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140
555 6,8 103 115 18,1 95,8 67,5 290 430
920 13 190 190 36 190 100 530 720
89,1 2,4
26 <0,20 <3,0 14 <0,050 <1,5 4,3 22 42
80,6 0,2297 6,058 26,75 0,0485 1,05 10,75 33,16 89,63
-
20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20
<3,0 <5,0 <5,0 <11 <5,0 <6,0 <35
8,75 14,58 14,58 32,08 14,58 17,5 102,1
-
35
190
2600
5000
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
0,0029 0,0029 0,0029 0,0029 0,0029 0,0029 0,0029 0,0204
-
0,007
0,02
0,51
1
<0,050 0,072 <0,050 0,11 0,053 0,064 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,51
0,035 0,072 0,035 0,11 0,053 0,064 0,035 0,035 0,035 0,035 0,509
-
0,35
1,5
20,8
40
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
T
89,1 2,4 97 4
Gebruikte afkortingen kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde
AW
Uitgevoerd
Voldoet aan Achtergrondwaarde
-
RG
2,4 4
Legenda Nr.
Oordeel
4
BoToVa T12 Toetsing Wbb grond Projectnummer Datum monstername Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
13470.001 09-10-2020 2020158755 12-10-2020 15-10-2020
Analyse
Eenheid
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
4
GSSD
Analytico-nr
Monster
4
11630568
MM3 13 (0-50) 18 (0-50) 19 (0-50) 24 (0-50)
Eindoordeel:
*
groter dan Achtergrondwaarde
**
groter dan Tussenwaarde
***
groter dan Interventiewaarde
GSSD
Gestandaardiseerd gehalte
RG
Vereiste Rapportagegrens
AW
Achtergrondwaarde
T
Tussenwaarde
I
Interventiewaarde
I
190 0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140
555 6,8 103 115 18,1 95,8 67,5 290 430
920 13 190 190 36 190 100 530 720
89,6 1,7
42 0,39 3,4 23 <0,050 <1,5 21 25 74
107,6 0,6316 8,252 41,69 0,0471 1,05 45,65 36,57 145,3
* * * *
20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20
<3,0 <5,0 <5,0 11 5,5 <6,0 <35
10,5 17,5 17,5 55 27,5 21 122,5
-
35
190
2600
5000
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0245
-
0,007
0,02
0,51
1
<0,050 0,063 <0,050 0,12 0,06 0,073 <0,050 0,052 <0,050 0,054 0,56
0,035 0,063 0,035 0,12 0,06 0,073 0,035 0,052 0,035 0,054 0,562
-
0,35
1,5
20,8
40
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
T
89,6 1,7 98 6,1
Gebruikte afkortingen kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde
AW
Uitgevoerd
Overschrijding Achtergrondwaarde
-
RG
1,7 6,1
Legenda Nr.
Oordeel
6,1
BoToVa T12 Toetsing Wbb grond Projectnummer Datum monstername Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
13470.001 09-10-2020 2020158755 12-10-2020 15-10-2020
Analyse
Eenheid
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
5
GSSD
-
<3,0 <5,0 <5,0 <11 <5,0 <6,0 <35
10,5 17,5 17,5 38,5 17,5 21 122,5
-
35
190
2600
5000
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0245
-
0,007
0,02
0,51
1
<0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,35
0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35
-
0,35
1,5
20,8
40
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Gebruikte afkortingen
groter dan Tussenwaarde groter dan Interventiewaarde
GSSD
Gestandaardiseerd gehalte
RG
Vereiste Rapportagegrens
AW
Achtergrondwaarde
T
Tussenwaarde
I
Interventiewaarde
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
920 13 190 190 36 190 100 530 720
20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20
MM4 06 (100-150) 06 (150-200) 09 (50-100) 09 (100-150) 09 (150-200) 12 (50-100) 12 (100-150) 12 (150
***
555 6,8 103 115 18,1 95,8 67,5 290 430
90,56 0,2377 6,721 7,023 0,0495 1,05 10,85 10,84 31,77
11630569
groter dan Achtergrondwaarde
190 0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140
26 <0,20 <3,0 <5,0 <0,050 <1,5 4 <10 <20
2,9
5
**
I
95,9 0,49
Monster
*
T
95,9 <0,7 99 2,9
Analytico-nr
kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde
AW
Uitgevoerd
Nr.
-
RG
0,7 2,9
Legenda
Eindoordeel:
Oordeel
BoToVa T13 Toetsing Wbb grondwater (ondiep) Projectnummer Datum monstername Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
13470.001 16-10-2020 2020162869 16-10-2020 22-10-2020
Analyse
Eenheid
Metalen Barium (Ba) µg/L Cadmium (Cd) µg/L Kobalt (Co) µg/L Koper (Cu) µg/L Kwik (Hg) µg/L Molybdeen (Mo) µg/L Nikkel (Ni) µg/L Lood (Pb) µg/L Zink (Zn) µg/L Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen µg/L Tolueen µg/L Ethylbenzeen µg/L o-Xyleen µg/L m,p-Xyleen µg/L Xylenen (som) factor 0,7 µg/L BTEX (som) µg/L Naftaleen µg/L Styreen µg/L Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen Dichloormethaan µg/L Trichloormethaan µg/L Tetrachloormethaan µg/L Trichlooretheen µg/L Tetrachlooretheen µg/L 1,1-Dichloorethaan µg/L 1,2-Dichloorethaan µg/L 1,1,1-Trichloorethaan µg/L 1,1,2-Trichloorethaan µg/L cis 1,2-Dichlooretheen µg/L trans 1,2-Dichlooretheen µg/L CKW (som) µg/L Tribroommethaan µg/L Vinylchloride µg/L 1,1-Dichlooretheen µg/L 1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7 µg/L 1,1-Dichloorpropaan µg/L 1,2-Dichloorpropaan µg/L 1,3-Dichloorpropaan µg/L Dichloorpropanen som factor 0.7 µg/L Minerale olie Minerale olie (C10-C12) µg/L Minerale olie (C12-C16) µg/L Minerale olie (C16-C21) µg/L Minerale olie (C21-C30) µg/L Minerale olie (C30-C35) µg/L Minerale olie (C35-C40) µg/L Minerale olie totaal (C10-C40) µg/L Extra parameters som 16 aromatische oplosmiddelen µg/L
1
GSSD
Analytico-nr
Monster
1
11643788
06-1-1 06 (500-600)
Eindoordeel:
kleiner dan of gelijk aan Streefwaarde groter dan Streefwaarde
**
groter dan Tussenwaarde
***
groter dan Interventiewaarde
GSSD
Gestandaardiseerd gehalte
RG
Vereiste Rapportagegrens
S
Streefwaarde
T
Tussenwaarde
I
Interventiewaarde
I
20 0,2 2 2 0,05 2 3 2 10
50 0,4 20 15 0,05 5 15 15 65
338 3,2 60 45 0,175 153 45 45 433
625 6 100 75 0,3 300 75 75 800
<0,20 <0,20 <0,20 <0,10 <0,20 0,21 <0,90 <0,020 <0,20
0,14 0,14 0,14 0,07 0,14 0,21
-
0,2 0,2 0,2
0,2 7 4
15,1 504 77
30 1000 150
-
0,2
0,2
35,1
70
0,014 0,14
-
0,02 0,2
0,01 6
35 153
70 300
<0,20 <0,20 <0,10 <0,20 <0,10 <0,20 <0,20 <0,10 <0,10 <0,10 <0,10 <1,6 <0,20 <0,10 <0,10 0,14 <0,20 <0,20 <0,20 0,42
0,14 0,14 0,07 0,14 0,07 0,14 0,14 0,07 0,07 0,07 0,07
-
0,2 0,2 0,1 0,2 0,1 0,2 0,2 0,1 0,1
0,01 6 0,01 24 0,01 7 7 0,01 0,01
500 203 5 262 20 454 204 150 65
1000 400 10 500 40 900 400 300 130
-
0,2 0,1 0,2
0,01 0,01 0,01
2,5 5 10
630 5 10 20
-
0,6
0,8
40,4
80
<10 <10 <10 <15 <10 <10 <50
7 7 7 10,5 7 7 35
-
50
50
325
600
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
T
-
Gebruikte afkortingen *
S
14 0,14 1,4 6,6 0,035 1,4 12 1,4 55
Voldoet aan Streefwaarde
-
RG
<20 <0,20 <2,0 6,6 <0,050 <2,0 12 <2,0 55
Legenda Nr.
Oordeel
0,14 0,07 0,07 0,14 0,14 0,14 0,14 0,42
0,77 Geen oordeel mogelijk
BoToVa T13 Toetsing Wbb grondwater (ondiep) Projectnummer Datum monstername Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
13470.001 16-10-2020 2020162869 16-10-2020 22-10-2020
Analyse
Eenheid
Metalen Barium (Ba) µg/L Cadmium (Cd) µg/L Kobalt (Co) µg/L Koper (Cu) µg/L Kwik (Hg) µg/L Molybdeen (Mo) µg/L Nikkel (Ni) µg/L Lood (Pb) µg/L Zink (Zn) µg/L Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen µg/L Tolueen µg/L Ethylbenzeen µg/L o-Xyleen µg/L m,p-Xyleen µg/L Xylenen (som) factor 0,7 µg/L BTEX (som) µg/L Naftaleen µg/L Styreen µg/L Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen Dichloormethaan µg/L Trichloormethaan µg/L Tetrachloormethaan µg/L Trichlooretheen µg/L Tetrachlooretheen µg/L 1,1-Dichloorethaan µg/L 1,2-Dichloorethaan µg/L 1,1,1-Trichloorethaan µg/L 1,1,2-Trichloorethaan µg/L cis 1,2-Dichlooretheen µg/L trans 1,2-Dichlooretheen µg/L CKW (som) µg/L Tribroommethaan µg/L Vinylchloride µg/L 1,1-Dichlooretheen µg/L 1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7 µg/L 1,1-Dichloorpropaan µg/L 1,2-Dichloorpropaan µg/L 1,3-Dichloorpropaan µg/L Dichloorpropanen som factor 0.7 µg/L Minerale olie Minerale olie (C10-C12) µg/L Minerale olie (C12-C16) µg/L Minerale olie (C16-C21) µg/L Minerale olie (C21-C30) µg/L Minerale olie (C30-C35) µg/L Minerale olie (C35-C40) µg/L Minerale olie totaal (C10-C40) µg/L Extra parameters som 16 aromatische oplosmiddelen µg/L
2
GSSD
Analytico-nr
Monster
2
11643789
14-1-1 14 (320-420)
Eindoordeel:
kleiner dan of gelijk aan Streefwaarde groter dan Streefwaarde
**
groter dan Tussenwaarde
***
groter dan Interventiewaarde
GSSD
Gestandaardiseerd gehalte
RG
Vereiste Rapportagegrens
S
Streefwaarde
T
Tussenwaarde
I
Interventiewaarde
I
20 0,2 2 2 0,05 2 3 2 10
50 0,4 20 15 0,05 5 15 15 65
338 3,2 60 45 0,175 153 45 45 433
625 6 100 75 0,3 300 75 75 800
<0,20 <0,20 <0,20 <0,10 <0,20 0,21 <0,90 <0,020 <0,20
0,14 0,14 0,14 0,07 0,14 0,21
-
0,2 0,2 0,2
0,2 7 4
15,1 504 77
30 1000 150
-
0,2
0,2
35,1
70
0,014 0,14
-
0,02 0,2
0,01 6
35 153
70 300
<0,20 <0,20 <0,10 <0,20 <0,10 <0,20 <0,20 <0,10 <0,10 <0,10 <0,10 <1,6 <0,20 <0,10 <0,10 0,14 <0,20 <0,20 <0,20 0,42
0,14 0,14 0,07 0,14 0,07 0,14 0,14 0,07 0,07 0,07 0,07
-
0,2 0,2 0,1 0,2 0,1 0,2 0,2 0,1 0,1
0,01 6 0,01 24 0,01 7 7 0,01 0,01
500 203 5 262 20 454 204 150 65
1000 400 10 500 40 900 400 300 130
-
0,2 0,1 0,2
0,01 0,01 0,01
2,5 5 10
630 5 10 20
-
0,6
0,8
40,4
80
20 <10 <10 <15 <10 <10 <50
20 7 7 10,5 7 7 35
-
50
50
325
600
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
T
-
Gebruikte afkortingen *
S
14 0,14 1,4 6,2 0,035 1,4 3,2 1,4 28
Voldoet aan Streefwaarde
-
RG
<20 <0,20 <2,0 6,2 <0,050 <2,0 3,2 <2,0 28
Legenda Nr.
Oordeel
0,14 0,07 0,07 0,14 0,14 0,14 0,14 0,42
0,77 Geen oordeel mogelijk
Bijlage 5
Toetsingskader Circulaire bodemsanering AW = achtergrondwaarde S = streefwaarde I = interventiewaarde t.b.v. sanering(-sonderzoek)
voorkomen in:
Grondwater (μg/l opgelost, tenzij anders vermeld)
Grond/sediment (mg/kg droge stof)
Stof/niveau AW
I
S
I
20 60 625 6 30 100 75 0,3 75 300 75 800
I.
Metalen antimoon (Sb) arseen (As) barium (Ba) cadmium (Cd) chroom (Cr) chroom III chroom VI cobalt (Co) koper (Cu kwik (Hg) kwik (anorganisch) kwik (organisch) lood (Pb) molybdeen (Mo) nikkel (Ni) tin (Sn) vanadium (V) zink (Zn)
4,0 20 0,60 55 15 40 0,15 50 1,5 35 6,5 80 140
22 76 920* 13 180 78 190 190 36 4 530 190 100 720
10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65
II.
Anorganische verbindingen chloride cyaniden-vrij cyaniden-complex thiocyanaat
3 5,5 6,0
20 50 20
100 (mg/l) 5 10 -
1500 1500 1500
III.
Aromatische verbindingen benzeen ethylbenzeen tolueen xylenen styreen (vinylbenzeen) fenol cresolen (som) dodecylbenzeen aromatische oplosmiddelen (som)
0,20 0,20 0,20 0,45 0,25 0,25 0,30 0,35 2,5
1,1 110 32 17 86 14 13 -
0,2 4 7 0,2 6 0,2 0,2 -
30 150 1000 70 300 2000 200 -
IV.
Polycyclische aromatische waterstoffen (PAK's) naftaleen antraceen fenantreen fluoranteen benzo(a)antraceen chryseen benzo(a)pyreen benzo(ghi)peryleen benzo(k)fluoranteen indeno(1,2,3cd)pyreen PAK (som 10)
1,5
40
0,01 0,0007 0,003 0,003 0,0001 0,003 0,0005 0,0003 0,0004 0,0004 -
70 5 5 1 0,5 0,2 0,05 0,05 0,05 0,05
Gechloreerde koolwaterstoffen vinylchloride dichloormethaan 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen 1,2-dichlooretheen (cis- en trans-) dichloorpropanen trichloormethaan (chloroform) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (Tri) tetrachloormethaan (Tetra) tetrachlooretheen (Per)
0,10 0,10 0,20 0,20 0,30 0,30 0,80 0,25 0,25 0,3 0,25 0,30 0,15
0,1 3,9 15 6,4 0,3 1 2 5,6 15 10 2,5 0,7 8,8
0,01 0,01 7 7 0,01 0,01 0,8 6 0,01 0,01 24 0,01 0,01
5 1000 900 400 10 20 80 400 300 130 500 10 40
monochloorbenzeen dichloorbenzenen trichloorbenzenen tetrachloorbenzenen pentachloorbenzeen hexachloorbenzeen
0,20 2,0 0,015 0,0090 0,0025 0,0085
15 19 11 2,2 6,7 2,0
7 3 0,01 0,01 0,003 0,0009
180 50 10 2,5 1 0,5
monochloorfenolen(som) dichloorfenolen (som) trichloorfenolen (som) tetrachloorfenolen (som) pentachloorfenol
0,045 0,20 0,0030 0,015 0,0030
54 22 22 21 12
0,3 0,2 0,03 0,01 0,04
100 30 10 10 3
PCB's (som 7) chloornaftaleen (som) monochlooranilinen (som) dioxine (som I-TEQ)
0,020 0,070 0,20
1 23 50 0,00018
0,01 -
0,01 6 30 -
V.
pentachlooraniline
kool-
0,000055 0,15
-
-
-
-
* De norm voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene bodemverontreiniging. Voor overige situaties is de norm voor barium tijdelijk buiten werking gesteld.
Bijlage 5
Toetsingskader Circulaire bodemsanering
voorkomen in:
Grondwater (μg/l opgelost, tenzij anders vermeld)
Grond/sediment (mg/kg droge stof)
Stof/niveau AW VI.
VII.
Bestrijdingsmiddelen chloordaan DDT (som) DDE (som) DDD (som) DDT/DDE/DDD (som) aldrin dieldrin endrin drins (som) α-endosulfan α-HCH β-HCH χ-HCH (lindaan) HCH-verbindingen (som) heptachloor heptachloorepoxide (som) hexachloorbutadieen organochloorhoudende bestrijdingsmiddelen(som landbodem) azinfos-methyl organotin verbindingen (som) tributyltin (TBT) MCPA atracine carburyl carbofuran 4-chloormethylfenolen (som) niet-chloorhoudende bestr.mid. (som)
Overige verontreinigingen asbest cyclohexanon dimethyl ftalaat diethyl ftalaat di-isobutylftalaat dibutyl ftalaat butyl benzylftalaat dihexyl ftalaat di(2-ethylhexyl)ftalaat ftalaten (som) minerale olie pyridine tetrahydrofuran tetrahydrothiofeen tribroommethaan ethyleenglycol diethyleenglycol acrylonitril formaldehyde isopropanol (2-propanol) methanol butanol (1-butanol) butylacetaat ethylacetaat methyl-tert-butyl ether (MTBE) methylethylketon
I
S
I
0,0200 0,20 0,10 0,020 0,015 0,00090 0,0010 0,0020 0,0030 0,00070 0,0020 0,003 0,40
4 1,7 2,3 34 0,32 4 4 17 1,6 1,2 4 4 -
0,02 ng/l 0,004 ng/l 0,009 ng/l 0,1 ng/l 0,04 ng/l 0,2 ng/l 33 ng/l 8 ng/l 9 ng/l 0,05 0,005 ng/l 0,005 ng/l -
0,2 0,01 0,1 5 1 0,3 3 -
0,0075 0,15 0,065 0,55 0,035 0,15 0,017 0,60 0,090
2,5 4 0,71 0,45 0,017 -
0,05-16 ng/l 0,02 29 ng/l 2 ng/l 9 ng/l -
0,7 50 150 50 100 -
2,0 0,045 0,045 0,045 0,070 0,070 0,070 0,045 190 0,15 0,45 1,5 0,20 5,0 8,0 2,0 2,5 0,75 3,0 2,0 2,0 2,0 0,20 2,0
100 150 82 53 17 36 48 220 60 5000 11 7 8,8 75 -
0,5 0,5 50 0,5 0,5 0,5 -
15000 5 600 30 300 5000 630 -
Bodemtypecorrectie Anorganische verbindingen
Lb = Lst *
a + b * % lut.+ c * % org.st. a + b * 25 + c * 10
Lb is interventiewaarden geldend voor de te beoordelen bodem (mg/kg); Lst is interventiewaarde voor de standaardbodem (mg/kg);% lut. is gemeten percentage lutum in de te beoordelen bodem; % org. st. is gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem; A, B en C zijn constantenafhankelijk van de stof; Voor toepassing van de bodemtypecorrectie bij achtergrondwaarden wordt in de bovenstaande formule de interventiewaarde vervangen door achtergrondwaarde.
Bijlage 5
Toetsingskader Circulaire bodemsanering
STOF arseen barium beryllium cadmium chroom cobalt koper kwik lood nikkel tin vanadium zink
a 15 30 8 0,4 50 2 15 0,2 50 10 4 12 50
b
c
0,4 5 0,9 0,007 2 0,28 0,6 0,0034 1 1 0,6 1,2 3
0,4 0 0 0,021 0 0 0,6 0,0017 1 0 0 0 1,5
Organische verbindingen
Lb = Lst *
% org.st. 10
Lb is interventiewaarden geldend voor de te beoordelen bodem (mg/kg); Lst is interventiewaarde voor de standaardbodem (mg/kg); % org. st. is gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem; Voor bodems met gemeten organisch stofgehalten van meer dan 30% respectievelijk minder dan 2%, worden gehalten van respectievelijk 30% en 2% aangehouden. Voor toepassing van de bodemtypecorrectie bij achtergrondwaarden wordt in de bovenstaande formule de interventiewaarde vervangen door achtergrondwaarde.
Nader onderzoek
De tussenwaarde (T) is het toetsingscriterium ten behoeve van een nader onderzoek. Wordt de tussenwaarde overschreden, dan is een nader onderzoek, op korte termijn, noodzakelijk
T = 0,5 * (AW + I)
T is de tussenwaarde; AW is de achtergrondwaarde en I is de interventiewaarde.
Bijlage 6
KIWA-certificaat
KIWA N.V. Certificatie en Keuringen Sir Winston Churchill-laan 273 Postbus 70 2280 AB Rijswijk Telefoon (070) 395 35 35 Telefax- (070) 395 34 20 32480 kiwa nl Telex
Mcksuffl
SANERING-CERTIFICAAT REIS-1987
opdrachtgever
betreffende ondergrondse opslag van aardolie produkten
VAN TREECK OLIESERVICE WAGENSTRAAT 17
GEMEENTE MOOK C.A. INGEKOMEN
6591 EN GENNEP
ALLEEN GELDIG INDIEN GEREGISTREERD DOOR KIWA
(zie onder)
- 9 All 1293 Nr. plaats van de installatie (naam en adres)
datum van melding
DHR. C. BRAKS
datum van sanering
EINDWEG 9 6587 AC MIDDELAAR (GEM MOOK)
01.07.1993
06.1993 saneringswerkzaamheden
3 complete sanering deelsanering: dit document dient beschouwd te worden als deelcertificaat soort produkt
inhoud in liters
opmerkingen
controle van de bodem de bodem rondom de gesaneerde tank is onderzocht op verontreiniging door produkt uit de tank verontreiniging werd niet aangetroffen. I3 aangezien verontreiniging werd aangetroffen is het bevoegde gezag gewaarschuwd. wijze van saneren de tankinstallatie is na leegzuigen: M inwendig gereinigd.
2 gevuld met zandtlichtbeton/
. (onderstrepen c.q. invullen)
III verwijderd, de tank is naar een geaccepteerd verschrotingsbedrijf afgevoerd. saneringswerkzaamheden de saneringswerkzaamheden zijn geheel in overeenstemming met de voorschriften uitgevoerd.
uitvoering verantwoordelijke uitvoerder
handtekening
saneringsbedrijf
CHEMCLEAN B.V. NIJVERHEIDSWEG 52 6541 CM NIJMEGEN registratie KIWA registratienummer
5.55.32-03
9oS
datum
4
afd. Milieucertificatie en -inspectie
nnne
DEZ
Ob-0 -
datum
REIS 87 / 1.2
exemplaar certificaat bestemd voor eigenaar geel gemeente groen KIWA wit provincie blauw saneringsbedrijf rose
Bijlage 7
voorgaand verkennend bodemonderzoek
VERKENNEND BODEMONDERZOEK EINDWEG 9, 11 EN 13 TE MIDDELAAR GEMEENTE MOOK EN MIDDELAAR
Verkennend bodemonderzoek Eindweg 9, 11 en 13 te Middelaar in de gemeente Mook en Middelaar
Opdrachtgever
Dhr. C.J.G. Braks Eindweg 9 6587 AC Middelaar
Project Rapportnummer
MOO.MIC.NEN 12103678
Status
Eindrapportage
Datum
29 november 2012
Vestiging
Boxmeer
Opsteller
Ir. F.F.J.M. Top
Paraaf
Kwaliteitscontrole
Dhr. E. Zwerver
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteitssysteem, zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN-EN-ISO 9001:2008. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.
Econsultancy accepteert derhalve op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
VOORONDERZOEK................................................................................................................... 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11
Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 1 Afbakening onderzoekslocatie vooronderzoek ................................................................. 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Calamiteiten ...................................................................................................................... 3 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 3 Belendende percelen/terreindelen.................................................................................... 3 Terreininspectie ................................................................................................................ 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 4 Bodemopbouw .................................................................................................................. 4 Geohydrologie .................................................................................................................. 4
3
CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET) ................................................. 4
4
VELDWERK ................................................................................................................................ 5 4.1 4.2
4.3
5
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 7 5.1 5.2 5.3
6
Algemeen.......................................................................................................................... 5 Grondonderzoek ............................................................................................................... 5 4.2.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 5 4.2.2 Zintuiglijke waarnemingen .................................................................................. 5 Grondwateronderzoek ...................................................................................................... 6 4.3.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 6 4.3.2 Bemonstering ..................................................................................................... 7
Uitvoering analyses .......................................................................................................... 7 Toetsingskader ................................................................................................................. 8 Resultaten grond- en grondwatermonsters .................................................................... 10
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 11
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 2c. 3. 4a. 4b. 5. 6.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Kadastrale gegevens - Boorprofielen - Analyserapporten - Getoetste analyseresultaten - Toetsingskader Circulaire Bodemsanering - Geraadpleegde bronnen 12103678 MOO.MIC.NEN
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van de heer C.J.G. Braks opdracht gekregen voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Eindweg 9, 11 en 13 te Middelaar in de gemeente Mook en Middelaar. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de ruimtelijke procedure voor het verplaatsen van het veehouderijbedrijf en het ter plaatsen realiseren van woningen. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de beoogde planonwikkeling. Het vooronderzoek is verricht conform de NEN 5725:2009 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740:2009 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek", protocollen 2001 en 2002. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader van VROM (Circulaire bodemsanering 2009) en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1), VROM, 2007.
Tevens is rekening gehouden met de achtergrondgehalten in de grond, zoals deze door de gemeente Mook en Middelaar zijn vastgesteld. Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.
2 2.1
VOORONDERZOEK Geraadpleegde bronnen
De informatie over de onderzoekslocatie is gebaseerd op de bij de gemeente Mook en Middelaar aanwezige informatie (contactpersoon mevrouw N. van de Horst), informatie verkregen van de huidige eigenaar (de heer C.J.G. Braks) en informatie verkregen uit de op 1 november 2012 uitgevoerde terreininspectie. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over:
het historische, huidige en toekomstige gebruik; eventuele calamiteiten; eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken; de bodemopbouw en geohydrologie; verhardingen, kabels en leidingen.
Bijlage 6 geeft een overzicht van de geraadpleegde bronnen.
12103678 MOO.MIC.NEN
Pagina 1 van 11
2.2
Afbakening onderzoekslocatie vooronderzoek
Het vooronderzoek omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen en/of terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 6.500 m²) ligt aan de Eindweg 9, 11 en 13, circa 0,9 kilometer ten noordwesten van de kern van Middelaar in de gemeente Mook en Middelaar (zie bijlage 1). De onderzoekslocatie is kadastraal bekend gemeente Mook en Middelaar, sectie C, nummers 717 (ged.), 1834 en 1835 (ged.) (zie bijlage 2c). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (bron: www.ahn.nl) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 12,5 m +NAP en zijn de coördinaten van de onderzoekslocatie X = 190.865, Y = 415.880. 2.3
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
Omstreeks 1893 was de onderzoekslocatie, alsmede de omgeving ervan, in agrarisch gebruik (weiland). Het gebruik van de onderzoekslocatie is tot net na de Tweede Wereldoorlog niet wezenlijk veranderd. In de periode 1945-1976 vinden er ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie diverse bouwactiviteiten plaats, zoals de bouw van een boerderij (Eindweg 9, bouwjaar 1948), de bouw van een noodwoning (Eindweg 1, bouwjaar 11) en de bouw van een woning (Eindweg 13, bouwjaar 1966). Verder worden er in deze periode ten zuidoosten en -westen van de boerderij varkensstallen gerealiseerd. Omstreeks 1990 wordt ter plaatse van de onderzoekslocatie ten slotte de op dit moment meest oostelijk gelegen stal gerealiseerd. De varkensstal ten zuidwesten van de boerderij is omstreeks 1995 gesloopt. Voorafgaand aan de sloop is, volgens de huidige eigenaar, het asbest verwijderd conform de destijds geldende wet- en regelgeving. Na verwijdering van de asbesthoudende materialen is het slooppuin toegepast als erfverharding ter plaatse van Eindweg 9. Vervolgens is op het slooppuin een klinkerverharding aangebracht. Op de onderzoekslocatie zijn verder nog enkele kleine opstallen aanwezig (schuurtjes/particuliere autostallingen). In bijlage 6 is een overzicht gegeven van de verleende bouwvergunningen. Verspreid over de locatie vindt opslag van agrarisch materiaal en -materieel plaats.
Ter plaatse van de bebouwing zijn grotendeels gesloten betonvloeren aanwezig. Plaatselijk is ter plaatse van de bebouwing een tegelverharding aanwezig, danwel is de locatie onverhard. De varkensstallen zijn (deels) onderkelderd. Rondom de bebouwing is de locatie verhard met klinkers, split, stelconplaten of puin, danwel is het terrein onverhard. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. Ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie (perceel Eindweg 11) is door Chemclean bv een tanksanering (certificaatnummer: K1905, d.d. 6 juli 1993) uitgevoerd van een ondergrondse HBO-tank (3.000 liter). De tank is destijds inwendig gereinigd en gevuld met zand. Tijdens de sanering zijn er geen verontreinigingen aangetroffen. Er wordt derhalve op basis van de uitgevoerde bodemsanering aangenomen, dat ter plaatse van deze tank geen verontreinigingen te verwachten zijn. Verder heeft er ten noordwesten (circa 20 m) van de huidige onderzoekslocatie opslag plaats gevonden van olie in een bovengrondse tank. Gelet op de afstand van deze tank tot de huidige onderzoekslocatie en gelet op het feit dat de tank zich destijds stroomafwaarts (zie paragraaf 2.11) van de huidige onderzoekslocatie bevond, wordt aangenomen dat de onderzoekslocatie niet verontreinigd is met minerale olie als gevolg van deze bovengrondse opslag.
12103678 MOO.MIC.NEN
Pagina 2 van 11
2.4
Calamiteiten
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Mook en Middelaar blijkt niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 2.5
Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie
Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 2.6
Belendende percelen/terreindelen
In bijlage 6 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en belendende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:
aan de noordoostzijde bevindt zich een weg (Eindweg) met aansluitend agrarisch gebied; aan de zuidoostzijde bevindt zich een toegangsweg met aansluitend agrarisch gebied; aan de zuidwestzijde bevindt zich een deel van het agrarische bedrijf (Eindweg 9-13); aan de noordwestzijde bevindt zich een deel van het agrarische bedrijf (Eindweg 9-13).
De huidige eigenaar van de onderzoekslocatie is niets bekend omtrent potentieel bodembedreigende activiteiten op aangrenzende percelen. Er vinden geen industriële activiteiten in de directe omgeving van de onderzoekslocatie plaats. Uit de verzamelde informatie blijkt dat er op de aangrenzende percelen geen bodemverontreinigingen zijn te verwachten. 2.7
Terreininspectie
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. Uit de terreininspectie bleek, dat ter plaatse van een loods (Eindweg 9) opslag plaatsvindt van (afgewerkte) olie (circa: 2 m²) en bestrijdingsmiddelen (circa: 1 m²). De opslag van (afgewerkte) olie vindt plaats op een opvangbak en de opslag van de bestrijdingsmiddelen vindt plaats in een bestrijdingsmiddelenkast. In de loods is een gesloten betonvloer aanwezig. Gelet op de mate en wijze van opslag, alsmede de aanwezigheid van een gesloten betonvloer in de loods wordt niet verwacht, dat de bodem hier verontreinigd is als gevolg van beide opslagen. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt verder overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 2.3. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte plaatmaterialen waargenomen. Hierbij wordt opgemerkt dat, gelet op de doelstelling van het onderzoek, de inspectie niet systematisch is uitgevoerd zoals bij onderzoeken conform de NEN 5707 ("Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond") het geval is.
Het niet aantreffen van asbestverdachte materialen geeft daarom geen uitsluitsel over de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. 2.8
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens om het veehouderijbedrijf te verplaatsen om vervolgens woningen ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie te realiseren.
12103678 MOO.MIC.NEN
Pagina 3 van 11
2.9
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten
De onderzoekslocatie is gelegen binnen de bodemkwaliteitszone "Terraszone C”, van het gebied waarvoor een bodemkwaliteitskaart (“Bodemsaneringskaart Maasdal”) is opgesteld. Binnen deze regio komen in de bodem verhoogde gehalten aan diverse metalen, PAK, minerale olie en EOX voor. Verder komen er regionaal verhoogde gehalten aan metalen in het grondwater voor. 2.10 Bodemopbouw De originele bodem bestaat uit een hoge bruine enkeerdgrond, die voornamelijk is opgebouwd uit grof zand (bron: www.bodemdata.nl). De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. 2.11 Geohydrologie Tectonisch gezien ligt de onderzoekslocatie in de Slenk van Venlo. Deze slenk wordt aan de zuidwestzijde begrensd door de Tegelenbreuk en aan de noordoostzijde door de Grensbreuk. Beide breuken zijn noordwest-zuidoost gericht. Het eerste watervoerend pakket heeft een dikte van ± 40 m en wordt gevormd door de grove en grindrijke Formatie van Beegden. Op deze fluviatiele formatie liggen de fijnzandige, matig goed doorlatende dekzandafzettingen, behorende tot de Formatie van Boxtel. Het eerste watervoerend pakket wordt aan de onderzijde begrensd door afzettingen van de Formatie van Breda. Het bovenste deel van deze complexe eenheid bestaat uit klei met bruinkoolinschakelingen.
De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 8 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 4,5 m -mv zou bevinden. Het water van het freatische grondwater stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO, kaartblad 46 West/Oost, 1973 (schaal 1:50.000), in noordwestelijke richting (richting de Maas). Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
3
CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET)
Uit het vooronderzoek blijkt dat er sprake is van voormalige en/of huidige bodembelasting op de locatie, waardoor het vermoeden van bodemverontreiniging aanwezig is. Dit in verband met het voormalige gebruik (boerenerf) van de onderzoekslocatie, alsmede de ligging van de onderzoekslocatie in het Maasdal. Verwacht wordt, dat er verspreid over de locatie wisselende gehalten aan verontreinigende stoffen voorkomen. De verwachte verontreinigende stoffen voor deze situatie zijn metalen, PAK en minerale olie. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd, dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming" (VED-HE). Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is het bepalen van de aard van de heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming. Tevens wordt vastgesteld of de vermoede verontreinigende stof de achtergrondwaarde of het geldend achtergrondgehalte overschrijdt.
12103678 MOO.MIC.NEN
Pagina 4 van 11
4
VELDWERK
4.1
Algemeen
Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het vooronderzoek en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en de peilbuizen. In bijlage 3 zijn de boorprofielen opgenomen. 4.2 4.2.1
Grondonderzoek Uitvoering veldwerk
Het veldwerk is op 7 en 14 november 2012 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van respectievelijk de heer R.J.H. Denessen en de heer M.J.M. Schalk. Deze medewerkers van Econsultancy in Boxmeer zijn geregistreerd als ervaren veldwerkers voor het protocol 2001 van de SIKB BRL 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek". In eerste instantie zijn er met behulp van een edelmanboor, riversideboor en zuigerboor 24 boringen geplaatst; 17 boringen tot maximaal 1,1 m -mv, 5 boringen tot 2,0 m -mv en 2 boringen tot maximaal 6,0 m -mv. Verder is er tijdens het veldwerk gebruik gemaakt van een schep, een ramguts, een betonboor en een stootijzer. De diepe boringen zijn afgewerkt als peilbuis, teneinde de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater te kunnen bepalen. Tijdens de grondwaterbemonstering (zie paragraaf 4.3) op 14 november 2012 blijkt ter plaatse van één van de peilbuizen (peilbuis 2) het filter vol te zijn gelopen met zand. Derhalve is er direct een nieuwe peilbuis geplaatst (peilbuis 2A). Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. 4.2.2
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, matig fijn tot zeer grof zand. De bodem is verder plaatselijk zwak humeus, zwak roesthoudend en/of zwak grindig. Het terrein is plaatselijk verhard met puin (plaatselijk slakhoudend) en split (géén bodem). In deze lagen is tijdens de veldwerkzaamheden geen asbestverdacht (plaat)materiaal waargenomen. Hierbij wordt opgemerkt, dat gelet op de doelstelling van het onderzoek de veldwerkzaamheden niet uitgevoerd zijn conform de NEN 5897 “Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat (VROM 2005). Het niet aantreffen van asbestverdachte materialen geeft daarom formeel gezien geen uitsluitsel over de aanwezigheid van asbestverdachte materialen in deze lagen. In de (onderliggende) bodem is echter geen puin aangetroffen. Wel is de bodem plaatselijk tot maximaal 2 m -mv zwak tot matig baksteenhoudend of zwak betonhoudend. Gelet op het ontbreken van zintuiglijke bijmengingen van asbestverdacht materiaal (zoals puin) in de bodem én het ontbreken van asbestverdachte (plaat)materialen in de puinlagen, wordt op basis van de huidige gegevens niet verwacht dat de bodem ernstig (asbestconcentratie: >100 mg/kg d.s.) verontreinigd is met asbest.
12103678 MOO.MIC.NEN
Pagina 5 van 11
Tabel I geeft een overzicht van de zintuiglijk waargenomen verontreinigingen, die in het opgeboorde materiaal zijn aangetroffen. Tabel I.
Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen
Boornummer
Einddiepte boring (m -mv)
Traject (m -mv)
1
5,7
0-0,7
zwak baksteenhoudend
2
6,0
0,08-0,4
puinlaag (géén bodem)
0,4-0,5
uiterst puinhoudend, matig zandhoudend (géén bodem)
0,5-2,0
zwak baksteenhoudend
0,08-0,5
puinlaag (géén bodem)
0,5-1,85
zwak baksteenhoudend
2A
6,2
Waargenomen verontreinigingen
3
2,0
0-0,8
zwak baksteenhoudend
10
0,5
0,03-0,1
puinlaag (géén bodem)
12
0,65
0,05-0,15
puinlaag, zwak slakhoudend (géén bodem)
14
2,0
0,15-0,35
puinlaag (géén bodem)
0,35-1,5
zwak baksteenhoudend
0,2-0,6
puinlaag (géén bodem)
0,6-1,1
zwak baksteenhoudend
16
1,1
17
0,7
0,11-0,7
puinlaag (géén bodem), gestuit op een ondoordringbare laag
18
1,0
0,2-0,4
puinlaag (géén bodem)
0,4-0,85
matig baksteenhoudend
21
1,0
0,11-0,6
zwak betonhoudend
22
0,7
0-0,2
zwak baksteenhoudend
23
0,6
0-0,1
puinlaag (géén bodem)
24
0,7
0-0,2
puinlaag (géén bodem)
4.3
Grondwateronderzoek
4.3.1
Uitvoering veldwerk
Stroomafwaarts op de onderzoekslocatie (peilbuis 01) en in het midden van de onderzoekslocatie (peilbuis 2(A), stroomafwaarts van de opslag van (afgewerkte) olie en bestrijdingsmiddelen) zijn peilbuizen geplaatst (zie paragraaf 4.2.1.). De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 7 en 14 november 2012 is ingeschat. Het onderste gedeelte van de peilbuizen (het peilfilter) is geperforeerd en de ruimte tussen de wand van het boorgat en het peilfilter is opgevuld met filtergrind. Boven het filtergrind is een laag zwelklei aangebracht, zodat er géén verontreinigingen van bovenaf in de peilbuis kunnen migreren. De peilbuizen zijn direct na plaatsing afgepompt en na een wachttijd van minimaal een week is het grondwater bemonsterd.
12103678 MOO.MIC.NEN
Pagina 6 van 11
4.3.2
Bemonstering
De grondwaterbemonstering is op 14 november 2012 (peilbuis 01) en 21 november 2012 (peilbuis 2A) uitgevoerd door respectievelijk de heer M.J.M. Schalk en de heer J.H.L. Vermorken. Deze medewerkers van Econsultancy in Boxmeer zijn geregistreerd als ervaren veldwerkers voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek". Tijdens de grondwaterbemonstering zijn er zintuiglijk geen verontreinigingen aangetroffen. Tabel II geeft een overzicht van de grondwaterstanden en de in het veld bepaalde waarden van de zuurgraad (pH), het geleidingsvermogen (EGV) en de troebelheid (NTU) van het grondwater. Tabel II.
Overzicht grondwaterstand, geleidingsvermogen en troebelheid van het grondwater
Peilbuisnummer
Situering peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
EGV (μS/cm)
NTU
01
stroomafwaarts op de onderzoekslocatie
4,7-5,7
4,25
770
13,3
2A
in het midden van de onderzoekslocatie (stroomafwaarts van de opslag van (afgewerkte) olie en bestrijdingsmiddelen)
5,2-6,2
4,66
710
0
5 5.1
LABORATORIUMONDERZOEK Uitvoering analyses
Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. In het laboratorium zijn in totaal 6 grondmengmonsters samengesteld (4 grondmengmonsters van de bovengrond/verdachte bodemlaag en 2 grondmengmonsters van de ondergrond). In ieder geval de zintuiglijk meest verontreinigde grondmonsters zijn gebruikt bij de samenstelling van de grondmengmonsters. De 6 grondmengmonsters en de 2 grondwatermonsters zijn geanalyseerd op de volgende pakketten: - standaardpakket grond: droge stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie; - standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie. Tevens is van een grondmengmonster van de bovengrond en een grondmengmonster van de ondergrond het organische stof- en lutumgehalte bepaald. In afwijking op de NEN 5740 is afgezien van het bepalen van het organische stof- en lutumgehalte van ieder grondmengmonster. Dit aangezien uit het veldwerk bleek, dat er geen noemenswaardige verschillen in de samenstelling van de bodem bestaan.
12103678 MOO.MIC.NEN
Pagina 7 van 11
Tabel II geeft een overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten. Tabel II.
Overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten
Grondmengmonster
5.2
Traject (cm -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
MM1
22 (0-20) 14 (35-70) 21 (11-60) 01 (0-50)
standaardpakket + lutum en organische stof
bovengrond/verdachte bodemlaag (zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend)
MM2
05 (0-35) 20 (0-50) 15 (0-50) 17 (0-50)
standaardpakket
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MM3
06 (15-60) 23 (10-60) 24 (20-70) 22 (20-70)
standaardpakket
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MM4
02 (50-100) 02 (100-150) 02 (150-200) 14 (70-100) 14 (100-150) 16 (60-110) 18 (40-85) 03 (50-80)
standaardpakket
ondergrond (zwak baksteenhoudend)
MM5
05 (50-100) 05 (150-200) 06 (60-110) 06 (110-150) 01 (70-110) 01 (150-200) 04 (40-70) 04 (170-20)
standaardpakket + lutum en organische stof
ondergrond (zintuiglijk schoon)
MM6
08 (0-50) 10 (10-50) 11 (13-60) 12 (5-15)
standaardpakket
bovengrond (zintuiglijk schoon)
Toetsingskader
De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader van VROM (Circulaire bodemsanering 2009) en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1), VROM, 2007. Het toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater vier te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: - achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen; - streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht; - tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;
12103678 MOO.MIC.NEN
Pagina 8 van 11
- interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk. In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden, alsmede de berekeningswijze die moet worden gevolgd om deze waarden naar grondsoort te differentiëren. De achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor de grond zijn berekend met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.
Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.
De analyseresultaten zijn tevens getoetst aan de achtergrondwaarden, zoals opgesteld voor het Maasdal.
12103678 MOO.MIC.NEN
Pagina 9 van 11
5.3
Resultaten grond- en grondwatermonsters
Tabel III geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel III.
Overschrijdingen toetsingskaders grond
Grondmengmonster
Traject (cm -mv)
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
Gehalte > achtergrondgehalte Maasdal
MM1
22 (0-20) 14 (35-70) 21 (11-60) 01 (0-50)
-
-
-
-
MM2
05 (0-35) 20 (0-50) 15 (0-50) 17 (0-50)
-
-
-
-
MM3
06 (15-60) 23 (10-60) 24 (20-70) 22 (20-70)
-
-
-
-
MM4
02 (50-100) 02 (100150) 02 (150-200) 14 (70-100) 14 (100-150) 16 (60-110) 18 (4085) 03 (50-80)
PAK
-
-
PAK
MM5
05 (50-100) 05 (150200) 06 (60-110) 06 (110-150) 01 (70-110) 01 (150-200) 04 (4070) 04 (170-20)
-
-
-
-
MM6
08 (0-50) 10 (10-50) 11 (13-60) 12 (5-15)
-
-
-
-
Tabel IV geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel IV.
Overschrijdingen toetsingskader grondwater
Grondwatermonster
Situering peilbuis
Concentratie > S
Concentratie > T
Concentratie > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
01
stroomafwaarts op de onderzoekslocatie
-
-
-
2A
in het midden van de onderzoekslocatie (stroomafwaarts van de opslag van (afgewerkte) olie en bestrijdingsmiddelen)
-
nikkel
-
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analyserapport(en). Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten.
12103678 MOO.MIC.NEN
Pagina 10 van 11
6
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES
Econsultancy heeft in opdracht van C.J.G. Braks een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Eindweg 9, 11 en 13 te Middelaar in de gemeente Mook en Middelaar. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de ruimtelijke procedure voor het verplaatsen van het veehouderijbedrijf en het ter plaatsen realiseren van woningen. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd, dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming" (VED-HE). Er zijn op basis van het vooronderzoek, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden (afwezigheid van asbestverdachte materialen in de bodem, zoals puin) geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven in de bodem een asbestverontreiniging (asbestconcentratie: >100 mg/kg d.s.) op de locatie te verwachten. In de bovengrond zijn geen verontreinigingen geconstateerd. De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met PAK. Het PAK-gehalte bevindt zich net boven de achtergrondwaarde, zoals die voor het “Maasdal” zijn vastgesteld. Het grondwater is plaatselijk matig verontreinigd met nikkel.
Deze metaalverontreiniging is, mede gelet op het ontbreken van een nikkelverontreiniging in de bodem en het ontbreken van een verontreinigingsbron van nikkel op of in directe omgeving van de onderzoekslocatie, hoogstwaarschijnlijk, te relateren aan regionaal verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de aangetroffen verontreinigingen, verworpen. Echter, gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de voorgenomen planontwikkeling. Bij graafwerkzaamheden in het puin adviseert Econsultancy een verkennend onderzoek asbest in puin uit te voeren conform de NEN 5897. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van het Besluit bodemkwaliteit zijn hierop mogelijk van toepassing.
Econsultancy Boxmeer, 29 november 2012
12103678 MOO.MIC.NEN
Pagina 11 van 11
TITEL:
topografische ligging van de locatie PROJECT: MOO.MIC.NEN
NUMMER: 12103678
SCHA AL: 1:25.000
DATUM: 28-11-2012
KAARTBLAD: 46 B
BIJLAGE: 1
foto 2 foto 1
agrarisch gebied moestuin
locatiegrens autostalling, privé (te slopen)
gazon
grondwaterstromingsrichting
7
gazon
split
(nr.13) split
8
tuin
varkensstal/ deels onderkelderd (te slopen)
foto 3
1
schuur
9
foto 13
(nr.11) au to s (t tall e slo ing, pe pr n) ivé
10
11
foto 4
3
Ei
weiland
nd w
12
varkensstal/ deels onderkelderd (te slopen)
foto 5
eg
14 15
schuur 4
13
foto 6
16
(nr.9) 2/2A
B
20
A
varkensstal/geheel onderkelderd (te slopen)
agrarisch gebied
19
foto 7
5
foto 11
LEGENDA:
18
boring tot max. 1,1 m -mv boring tot 2,0 m -mv
foto 10
17
peilbuis
A B
opslag bestrijdingsmiddelen in kast
foto 9 foto 8
21
opslag (afgewerkte) olie op een lekbak
braakliggend klinkers
tegels
foto 12
varkensstal/ deels onderkelderd (te slopen)
puinverharding
6
22
varkensstal/ deels onderkelderd (te slopen)
beton 23
stelconplaten bos talud geplande nieuwbouw overkapping bebouwing
standplaats + richting fotoname
rd aa
ok ro st n e ro l /g a ew
n ale et oi b d m o h ar g h sla ver ) p o ns en ge e at ali tev npl rm een lco o vo orh ste o (v
24
25 m
0m TITEL:
locatieschets; Eindweg 9 t/m 13 te Middelaar
A3
PROJECT: MOO.MIC.NEN
NUMMER: 12103678
SCHAAL: 1:500
DATUM: 22-11-2012
GETEKEND: RDe
BIJLAGE: 2a
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 1.
Foto 2. 12103678 MOO.MIC.NEN
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 3.
Foto 4. 12103678 MOO.MIC.NEN
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 5.
Foto 6. 12103678 MOO.MIC.NEN
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 7.
Foto 8. 12103678 MOO.MIC.NEN
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 9.
Foto 10. 12103678 MOO.MIC.NEN
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 11.
Foto 12. 12103678 MOO.MIC.NEN
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 13.
12103678 MOO.MIC.NEN
Bijlage 2c Kadastrale gegevens
Uittreksel Kadastrale Kaart 92
14 7 03
19
161
1404 2
Ein
1749
10
dw eg
8
Elz
1429
ens t
A
15
15
raa t
2011
13
920
1666
11
1834 9
717
eg
w nd
Ei
98 9
1667 1835
16
5
174 176
175
22
19
1772 234
0m
12345 25
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer Huisnummer Kadastrale grens Voorlopige grens Bebouwing Overige topografie
Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 26 oktober 2012 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
20 m
100 m
Schaal 1:2000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
MOOK EN MIDDELAAR C 1835
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Bijlage 3
Boorprofielen
Pagina 1 van 6
Boorprofielen
01
Boring:
0
0
02
Boring: braak Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
0
0
8
klinker Klinker Volledig puin, grijsbruin, River
1 40
50
50
1
50
2
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak baksteenhoudend, bruinbeige, Edelmanboor
70
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
3 100
Uiterst puinhoudend, matig zandhoudend, grijsbruin, River
2
100 110
Zand, matig grof, zwak siltig, neutraalgeel, Edelmanboor
3
4
150
150
5
4
200
200
250
250
300
300
350
350
Zand, zeer grof, zwak siltig, geelbeige, Edelmanboor
400
450
200
Zand, matig grof, zwak siltig, geelbeige, Edelmanboor
350
400
450
Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, neutraalbeige, Zuigerboor
450
500
500
550
550 570
600
600
Projectcode: 12103678
Opdrachtgever: Dhr. C.J.G. Braks
Boormeester:
Projectnaam: MOO.MIC.NEN
Locatie: Eindweg 9, 11 en 13 te Middelaar
Getekend volgens NEN 5104
R.J.H. Denessen
Pagina 2 van 6
Boorprofielen
02A
Boring:
0
0
8
klinker Klinker
50
Zand, matig grof, matig siltig, zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie, beigebruin, River
0
0
Volledig puin, geen olie-water reactie, grijsbeige, River, en stootijzer
1
50
03
Boring:
1
grind Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak baksteenhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor
50 2
2
80
Zand, matig grof, zwak siltig, geelbeige, Edelmanboor
3 100
100
3
4
150
150
150
Zand, matig grof, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor
4 5 185
Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtbeige, Edelmanboor
5 200
200
200
6
250
7
300
8
350
9
400
10
450
11
500
500
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, neutraalbeige, Zuigerboor 12
550 13 570
600
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, donkergeel, Zuigerboor
14
620
Projectcode: 12103678
Opdrachtgever: Dhr. C.J.G. Braks
Boormeester:
Projectnaam: MOO.MIC.NEN
Locatie: Eindweg 9, 11 en 13 te Middelaar
Getekend volgens NEN 5104
R.J.H. Denessen
Pagina 3 van 6
Boorprofielen
04
Boring:
0
0
05
Boring: braak Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtbruin, Edelmanboor
0
0
gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor
1
1
35 40
50
Zand, matig grof, zwak siltig, licht grijsbruin, Edelmanboor
2
2 50
50
Zand, matig grof, zwak siltig, bruinbeige, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, geelbeige, Edelmanboor