Bijlage 3. Welstandsnota Mook en Middelaar 2024, incl markering 090124
Tekst van het document
25
GEBIEDSGERICHTE WELSTANDSCRITERIA - LINTEN Een bouwplan moet zich voegen naar de beschreven kenmerken van het gebied, een bijdrage leveren aan het geformuleerde beleid en daarbij de bestaande bebouwing respecteren. Een bouwplan kan gebruik maken van moderne materialen. De gemeente stimuleert het gebruik van duurzame materialen. De commissie hanteert bij de welstandstoets de volgende specifieke criteria.
• •
Representatieve gevel gericht op de de weg. De plaats, afmetingen en verhoudingen van raam- en deuropeningen dienen zorgvuldig op elkaar te worden afgestemd.
Materiaal- en kleurgebruik •
Materiaal- en kleurgebruik is passend in de omgeving.
•
De detaillering van het bouwplan past bij de vormgeving van het hoofdgebouw.
Detaillering
Indien een hoog ambitieniveau van de architectonische vormgeving wordt gewenst gelden in aanvulling op de gebiedsgerichte criteria de algemene welstandscriteria uit paragraaf 2.1 van deze welstandsnota.
3. DE GEBIEDEN
BEBOUWING LANGS DE RIJKSWEG
GEBIED 2 - BEBOUWING LANGS DE RIJKSWEG ALGEMEEN De van oorsprong Romeinse handelsroute tussen Nijmegen en Venlo is aangelegd rond 1600 en liep in eerste instantie via Middelaar. Vanaf 1848 loopt deze hoofdverbinding via Plasmolen en Malden. Deze weg (de huidige N271) is onder Napoleon omstreeks aangelegd als straatweg tussen Nijmegen en Maastricht en bestaat uit delen van het oorspronkelijke tracé en nieuwe delen volgens een kaarsrecht tracé. De N271 maakt de diversiteit aan landschappen in de regio beleefbaar zoals de Mookerplas, Mookerheide en de St. Jansberg. De aanwezige doorkijkjes en vergezichten zijn hierbij belangrijk. De bebouwing langs de Rijksweg is, samen met de Maas de meest waardevolle structuur binnen de gemeente en als zodanig nog altijd in gebruik.
KENMERKEN 1. Ruimtelijke opbouw De eerste bebouwing van betekenis in de gemeente Mook en Middelaar is ontstaan langs de oude routes in het gebied. De bebouwing langs de Rijksweg ligt verspreid in Molenhoek, Mook en Plasmolen. De bebouwing heeft een divers karakter, dat bepaald wordt door de bouwperiode, de architectuur, de situering tot de weg, de massa en het gebruik. Van de oorspronkelijke boerderijbebouwing langs de Rijksweg is in het Mookse deel weinig overgebleven. Hier heeft veel verdichting plaatsgevonden en op sommige plekken is het ritme van oorspronkelijke percelleringen verdwenen door samenvoegingen van percelen en grotere bebouwing. Deze schaalsprongen zijn soms goed ingepast, maar er zijn ook minder goede voorbeelden aanwezig. Langs de Rijksweg liggen enkele Rijks- en gemeentelijke monumenten.
2. Situering De ruimtelijke karakteristiek komt vooral tot uitdrukking in de zelfstandige situering van de bebouwing en het individuele karakter van de panden, die in een lange periode tot stand zijn gekomen. Ter plaatse van de dorpskernen is er sprake van meer verdichting en staat de bebouwing vaker dichter bij de weg. 26
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
3. DE GEBIEDEN
BEBOUWING LANGS DE RIJKSWEG 3. Hoofdvorm/gevel/materiaal en kleurgebruik, detaillering Langs de Rijksweg zijn de toegepaste hoofdvormen zeer uiteenlopend en vooral een resultante van gebruik en ligging. Individuele woningbouw heeft voornamelijk een enkelvoudige bouwmassa met een zadeldak. Op sommige plekken komen ook mansardekappen en in een enkel geval platte daken voor. De architectuur van de bebouwing is overwegend traditioneel van aard en opgebouwd uit dito materialen zoals baksteen in verschillende tinten, (keramische) rode en grijze pannen. Daarnaast komen ook stuc- en sauswerk in (gebroken) witte tinten voor. De detaillering is hoofdzakelijk traditioneel en sober.
WAARDERING De Rijksweg wordt gewaardeerd vanwege zijn duidelijke herkenbaarheid en beeldbepalende structuur ten opzichte van de latere uitbreidingen. Er is sprake van een grote mate van diversiteit in de bebouwing, hetgeen soms voor een rommelig beeld zorgt.
BELEID In aansluiting op de in de Regionale Agenda geformuleerde ambitie om het aanzicht van de N271 als etalage van ter verbeteren geldt hier welstandsniveau 1, zware beoordeling. Het afwisselende beeld van de Rijksweg, de gewaardeerde of gewenste ruimtelijke karakteristieken en de samenhang binnen het gebied of object moeten gehandhaafd, gericht veranderd en versterkt worden. Daarbij wordt zorgvuldig gekeken naar de invloed op de omgeving en de architectonische uitwerking van het bouwplan. Detaillering en materialisering worden op hoofdlijnen bekeken. In beheerssituaties gebeurt dit vooral via de welstandscriteria en toetsing, terwijl in ontwikkelingssituaties meer het accent op stimuleren van ruimtelijke kwaliteit moet liggen. Dit kan door de commissie in een vroeg stadium bij de planvorming te betrekken, maar dit kan ook door het opstel- len van een beeldkwaliteitsplan. Een beeldkwaliteitsplan zal alleen bij grotere projecten worden ingezet. Dit zal per project beoordeeld worden.
26
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
3. DE GEBIEDEN
BEBOUWING LANGS DE RIJKSWEG GEBIEDSGERICHTE WELSTANDSCRITERIA - BEBOUWING LANGS DE RIJKSWEG Een bouwplan moet zich voegen naar de beschreven kenmerken van het gebied, een bijdrage leveren aan het geformuleerde beleid en daarbij de bestaande bebouwing respecteren. Een bouwplan kan gebruik maken van moderne materialen. De gemeente stimuleert het gebruik van duurzame materialen. De commissie hanteert bij de welstandstoets de volgende specifieke criteria.
Situering (omgevingsplan is maatgevend) • •
Bestaande rooilijn respecteren. Gepaste afstand tussen gebouwen.
•
De massa en vorm van nieuwbouw moeten ingepast worden tussen de bestaande bebouwing. Aan- en uitbouwen, opbouwen, bijgebouwen en overkappingen moeten architectonisch onderdeel zijn van de bestaande compositie.
Hoofdvorm •
Gevel • •
Representatieve gevel gericht op de Rijksweg. De plaats, afmetingen en verhoudingen van raam- en deuropeningen dienen zorgvuldig op elkaar te worden afgestemd.
Materiaal- en kleurgebruik •
Materiaal en keurgebruik is passend in de omgeving.
•
De detaillering van het bouwplan past bij de vormgeving van het hoofdgebouw.
Detaillering
Indien een hoog ambitieniveau van de architectonische vormgeving wordt gewenst gelden in aanvulling op de gebiedsgerichte criteria de algemene welstandscriteria uit paragraaf 2.1 van deze welstandsnota.
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
27
3. DE GEBIEDEN
BEBOUWING LANGS DE RIJKSWEG
GEBIED 3 - PLANMATIGE UITBREIDINGEN ALGEMEEN De eerste naoorlogse uitbreidingen bestaan uit de traditionele blokverkavelingen, daarna volgens de CIAM-beweging (woonerven) en de uitbreidingen uit de jaren '90. De bebouwing van de uitbreidingen afzonderlijk heeft vaak een sterke onderlinge samenhang (seriebouw). De aansluiting op de omgeving varieert sterk per gebied. Kenmerk van vrijwel alle planmatige uitbreidingen is dan ook dat het gebied zelf vaak bestaat uit één of meerdere afgeronde bebouwingsclusters met een eigen beeldkwaliteit. De opzet van de clusters is sterk afhankelijk van de bouwperiode en de ideeën over de stedenbouwkunde destijds. De bebouwing bestaat vaak uit rijwoningen, half vrijstaande of geschakelde woningbouw. In Molenhoek is een complex van gestapelde woningbouw gerealiseerd.
KENMERKEN 1. Ruimtelijke opbouw De bebouwing dateert uit verschillende bouwperiodes die bepalend zijn voor de ruimtebeleving. Daarbij gaat het veelal om kleinere kavelgroottes. Daarom is veel aandacht nodig voor de overgangen van privé naar openbaar (de voor- en achterkantsituaties). In sommige gebieden is deze overgang minder zorgvuldig vormgegeven.
2. Situering Uitbreidingsplannen uit de jaren zestig zijn orthogonaal opgezet. De woningen zijn op enige afstand van de weg in een strakke rooilijn geplaatst. De nokrichting is meestal evenwijdig aan weg. Als reactie op de rechtlijnige wegenstructuur worden in de jaren zeventig de woonerfachtige verkavelingen populair. Ook hierbij volgt de nok vaak de richting van de weg, maar de woningen kennen geen strakke rooilijn meer. In plaats daarvan komen regelmatig verspringingen voor. Recent gebouwde wijken zijn vaak weer strakker opgezet.
28
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
29
3. DE GEBIEDEN
INDIVIDUELE WONINGBOUW 3. Hoofdvorm/gevel/materiaal en kleurgebruik, detaillering De woningen hebben veelal een eenvoudige hoofdvorm, opgebouwd uit één of twee lagen met kap. Het overwegende beeld wordt bepaald door zadeldaken, maar in mindere mate komen ook andere kapvormen voor, waaronder platte daken. Over het algemeen zijn de gevels traditioneel te noemen. De steen waaruit de gevels zijn opgetrokken is veelal wat bleek van kleur. Onder de meer recente bebouwing bestaat meer variatie in kleurgebruik. De woningen hebben veelal een eenvoudige detaillering.
WAARDERING Hoewel de bebouwing uit meerdere tijdsperioden afkomstig is, kan er worden gesproken over een zekere mate van uniformiteit per gebied die als waardevol wordt beschouwd. Belangrijk hierbij zijn de consequente plaatsing in de rooilijn, de traditionele hoofdvorm, de nokrichting en het overeenkomende materiaal- en kleurgebruik.
BELEID Welstandsniveau 3 soepele beoordeling. Door het overeind houden van de gebiedseigen kenmerken dienen de diverse planmatige uitbreidingen altijd een eigen identiteit te houden waarmee ze zich onderscheiden van andere wijken. De basiskwaliteit van het gebied dient op zijn minst gehandhaafd te blijven. Bij de welstandstoets wordt vooral gekeken of het bouwplan zijn omgeving niet verstoort. Detaillering en materialisering worden hier op hoofdlijnen beoordeeld. In beheerssituaties gebeurt dit vooral via de welstandscriteria en toetsing, terwijl in ontwikkelingssituaties meer het accent op stimuleren van ruimtelijke kwaliteit moet liggen. Dit kan door de commissie in een vroeg stadium bij de planvorming te betrekken, maar dit kan ook door het opstellen van een beeld- kwaliteitsplan. Een beeldkwaliteitsplan zal alleen bij grotere projecten worden ingezet. Dit zal per project beoordeeld worden. Beeldkwaliteitsplan In aanvulling op deze beleidsrichting, is voor het woongebied Maasveld te Mook het beeldkwaliteitplan Maasveld II van toepassing. 30
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
3
3. DE GEBIEDEN
PLANMATIGE UITBREIDINGEN GEBIEDSGERICHTE WELSTANDSCRITERIA - PLANMATIGE UITBREIDINGEN Een bouwplan moet zich voegen naar de beschreven kenmerken van het gebied, een bijdrage leveren aan het geformuleerde beleid en daarbij de bestaande bebouwing respecteren. Een bouwplan kan gebruik maken van moderne materialen. De gemeente stimuleert het gebruik van duurzame materialen. De commissie hanteert bij de welstandstoets de volgende specifieke criteria.
Situering (omgevingsplan is maatgevend) • • •
Bestaande rooilijn respecteren. Nokrichting afstemmen op de omliggende bebouwing. Gepaste afstand tussen gebouwen.
•
De massa en vorm van nieuwbouw moeten ingepast worden tussen de bestaande bebouwing. Aan- en uitbouwen, opbouwen, bijgebouwen en overkappingen moeten architectonisch onderdeel zijn van de bestaande compositie.
Hoofdvorm •
Gevel • •
Oriëntatie op de weg. De plaats, afmetingen en verhoudingen van raam- en deuropeningen dienen zorgvuldig op elkaar te worden afgestemd.
Materiaal- en kleurgebruik •
Materiaal- en kleurgebruik is passend in de omgeving.
•
De detaillering van het bouwplan past bij de vormgeving van het hoofdgebouw.
Detaillering
Indien een hoog ambitieniveau van de architectonische vormgeving wordt gewenst gelden in aanvulling op de gebiedsgerichte criteria de algemene welstandscriteria uit paragraaf 2.1 van deze welstandsnota.
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
31
3. DE GEBIEDEN
INDIVIDUELE WONINGBOUW
GEBIED 4 - INDIVIDUELE WONINGBOUW ALGEMEEN Langs en op de stuwwal staan vrijstaande woningen op grote afstand van elkaar en van de openbare ruimte. Vervolgens zijn er de gebieden met de meer recente individuele woningbouw, waarbij de onderlinge relatie tussen de woningen en de relatie met de openbare ruimte belangrijker is dan bij de woningen langs en op de stuwwal.
KENMERKEN 1. Ruimtelijke opbouw Woningen langs de stuwwal (Mook) Bij de woningen die in Mook tegen de stuwwal zijn gelegen, is het hoogteverschil duidelijk merkbaar. De woningen liggen hierdoor hoger of juist lager dan het straatniveau en hebben vaak een groot voorerf en een oprijlaan. Op de kavels staan veel bomen, waardoor samen met de brede, groen ingerichte straten een parkachtig beeld ontstaat. Woningen langs de Maas (Mook) Langs de Maas staat vrijwel alleen individuele vrijstaande bebouwing. Een uitzondering hierop is het appartementencomplex Maasstaete. Dit bebouwingscluster is het meest markant samen met de kerk. Tussen De Hove en Middelweerd is de bebouwing met de voorzijde gericht op de Maas (Middelweerd). Zuidoostelijk van de kerk (Kerkstraat) ligt de bebouwing met de achterzijde naar de Maas gekeerd. Hier dienen karakteristieke stenen muurtjes als erfscheiding. Individuele bebouwing Mook/Molenhoek Het betreft hier na-oorlogse woningbouw waarvan de kwaliteit van het straatbeeld veelal wordt bepaald door het aanwezige groen, de grootte van de kavel en de afstand van de bebouwing tot de weg. De straten zijn veelal smal en hebben geen trottoir of deze liggen gelijk met het straatniveau. De groenaanplant bevindt zich hoofdzakelijk op de kavels. 32
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
33
3. DE GEBIEDEN
BEDRIJVENTERREIN Villabebouwing Plasmolen De bebouwing aan de Muldershofweg en omgeving heeft het karakter van villabebouwing in een bosrijke omgeving.. Ten zuiden van de Muldershofweg ligt nog een aantal straten met een slingerend verloop, afgeleid van het hoogteverloop van het landschap. De bebouwing is vrijstaand, met een fors grondoppervlak op ruime kavels.
2. Situering Er is vaak sprake van een rooilijn, maar daar waar de woningen ver uit elkaar liggen, is deze niet altijd duidelijk waarneembaar. Losse bijgebouwen spelen vooral op de grotere kavels een ondergeschikte rol in het bebouwingsbeeld.
3. Hoofdvorm/gevel/materiaal en kleurgebruik, detaillering De architectuur van de bebouwing wordt gekenmerkt door een sterke mate van individualiteit; uiteenlopende kapvormen, nok- en goothoogtes en diverse gevelmaterialen. De detaillering is meestal traditioneel met een detaillering die is afgeleid van de bouwstijl.
WAARDERING Waardevol aan het gebied zijn de ruime groene opzet en de grote verscheidenheid in verschijningsvormen, materialen en kleuren. De tuinen en het openbare groen zijn waardevol, omdat ze enerzijds het decor voor de gebouwen vormen en anderzijds de gebouwen van elkaar scheiden.
BELEID Welstandsniveau 3 soepele beoordeling. In het gebied dient met uitzondering van ‘Wonen aan de Maas’ de basiskwaliteit gehandhaafd te blijven. Bij de welstandstoets wordt vooral gekeken of het bouwplan zijn omgeving niet verstoort. Detaillering en materialisering worden hier op hoofdlijnen beoordeeld. In beheersituaties gebeurt dit vooral via de welstandscriteria en toetsing, terwijl in ontwikkelingssituaties het accent ligt op het faciliteren en stimuleren van kwaliteit in de vorm van een beeldkwaliteitsplan, eventueel in combinatie met de inzet van supervisie. 34
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
3. DE GEBIEDEN
INDIVIDUELE WONINGBOUW
Welstandsniveau 1 zware toets. In “Wonen aan de Maas’ dienen de gewaardeerde of gewenste ruimtelijke karakteristieken en de samenhang binnen het gebied of object gehandhaafd, hersteld en versterkt te worden. In beheerssituaties gebeurt dit vooral via de welstandscriteria en toetsing, terwijl in ontwikkelingssituaties meer het accent op stimuleren van ruimtelijke kwaliteit moet liggen. Dit kan door de commissie in een vroeg stadium bij de planvorming te betrekken, maar dit kan ook door het opstellen van een beeld- kwaliteitsplan. Een beeldkwaliteitsplan zal alleen bij grotere projecten worden ingezet. Dit zal per project beoordeeld worden.
GEBIEDSGERICHTE WELSTANDSCRITERIA - INDIVIDUELE WONINGBOUW Een bouwplan moet zich voegen naar de beschreven kenmerken van het gebied, een bijdrage leveren aan het geformuleerde beleid en daarbij de bestaande bebouwing respecteren. Een bouwplan kan gebruik maken van moderne materialen. De gemeente stimuleert het gebruik van duurzame materialen. De commissie hanteert bij de welstandstoets de volgende specifieke criteria.
Beeldkwaliteitsplan In aanvulling op deze beleidsrichting, is voor het betreffende gebied het beeldkwaliteitplan Maasstaete van toepassing.
Hoofdvorm
Voor het plangebied van het voormalige bestemmingsplan ‘Wolfskuilseweg’, onderdeel van het Omgevingsplan, is in aanvulling op deze beleidsrichting het document ‘Voorwaarden ruimtelijke kwaliteit’ voor het desbetreffende gebied van toepassing.
Situering (omgevingsplan is maatgevend) • •
Bestaande rooilijn respecteren. Ruime afstand tussen gebouwen.
•
De massa en vorm van nieuwbouw moeten ingepast worden tussen de bestaande bebouwing. Aan- en uitbouwen, opbouwen, bijgebouwen en overkappingen moeten architectonisch onderdeel zijn van de bestaande compositie.
•
Gevel •
De plaats, afmetingen en verhoudingen van raam- en deuropeningen dienen zorgvuldig op elkaar te worden afgestemd.
Materiaal- en kleurgebruik •
Materiaal- en kleurgebruik is passend in de omgeving.
•
De detaillering van het bouwplan past bij de vormgeving van het hoofdgebouw.
Detaillering
Aanvullende criteria voor welstandsniveau 1 Gevel •
Bij verbouw en renovatie aansluiten bij richting en maatverhouding van de bestaande gevelopeningen.
Materiaal- en kleurgebruik •
Bij verbouw en renovatie aansluiten bij oorspronkelijk materiaal- en kleurgebruik.
Indien een hoog ambitieniveau van de architectonische vormgeving wordt gewenst gelden in aanvulling op de gebiedsgerichte criteria de algemene welstandscriteria uit paragraaf 2.1 van deze welstandsnota. Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
35
3. DE GEBIEDEN
BEDRIJVENTERREIN
GEBIED 5 - BEDRIJVENTERREIN ALGEMEEN Het Korendal is een diffuus ingericht bedrijventerrein en ligt tussen de stuwwal, Mook en Molenhoek/de spoorlijn. Binnen het deelgebied Bedrijventerrein is aan de westzijde van de spoorlijn (Het Hoeveveld) voor het grootste gedeelte sprake van vrije sector woningen met daarbinnen kantoorruimte en/of erachter bedrijfsbebouwing. Ten westen van het spoor bevinden zich de grootschaligere bedrijven, die een rommelig geheel vormen. Andere grote bedrijfscomplexen liggen langs de Rijksweg en Middelweg in Molenhoek. Onderdeel van het gebied Bedrijventerrein is het sportpark ‘Maasvallei’ dat ten zuiden van het Korendal is gesitueerd.
KENMERKEN 1. Ruimtelijke opbouw Het deel met de vrije sectorwoningen met daarbinnen het kantoorgedeelte en daarachter eventueel bedrijfsbebouwing is redelijk samenhangend en heeft een kleinschalig karakter. Het grootschalige deel ten oosten van het spoor is daarentegen rommelig en veelal slecht onderhouden.
2. Situering De grootschalige bebouwing staat op ruime percelen en kent enige afstand tot de weg. De onderlinge afstand van de bebouwing is wisselend. Waar een woning op het perceel staat is die meestal beeldbepalend en is sprake van oriëntatie van de bebouwing op de straat. Het kleinschalige deel van het bedrijfsterrein heeft meer het karakter van een woonbuurt.
3. Hoofdvorm/gevel/materiaal en detaillering De hoofdvorm van de bebouwing bestaat veelal uit een hal met een plat dak of een kap met een flauwe helling. De bouwstijl van de bedrijfsloodsen is overwegend industrieel van aard. De panden zijn eenvoudig en doelmatig gebouwd, vaak met lichte plaatmaterialen als gevelbekleding. De detaillering van de bedrijfslood36
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
37
3. DE GEBIEDEN
BUITENGEBIED sen is doelmatig gedetailleerd. In het kleinschalige deel heeft de woonbebouwing traditionele hoofdvormen, vaak met een zadeldak. Het materiaal- en kleurgebruik alsmede de detaillering sluiten daar bij aan.
WAARDERING De beeldkwaliteit is van het gebied ten oosten is van het spoor is laag. Grote buitenopslaggebieden worden afgewisseld door grote loodsen en fabriekshallen. Ten westen van het spoor is de beeldkwaliteit gemiddeld en wordt voornamelijk bepaald door de bedrijfswoningen en kantoren. Hier is sprake van enige representativiteit.
BELEID Het welstandsbeleid is vooral gericht op stimulering van een eigentijds karakter van deze bedrijfsterreinen. Gestreefd wordt naar een zekere samenhang in plaatsing, volume en uitstraling van de bedrijfsbebouwing, zonder het individuele karakter van de bedrijven en hun eigen identiteit aan te tasten. Voor de grootschalige bedrijven ten westen van het spoor betekent dit aandacht voor kwaliteitsverbetering. Bij de kleinschalige bedrijven aan huis betekent dit instandhouding van de ruimtelijke kwaliteit. Welstandniveau 2 reguliere beoordeling. De gewaardeerde of gewenste ruimtelijke karakteristieken en de samenhang binnen het gebied of object moeten gehandhaafd, gericht veranderd en versterkt worden. Daarbij wordt zorgvuldig gekeken naar de invloed op de omgeving en de architectonische uitwerking van het bouwplan. Detaillering en materialisering worden op hoofdlijnen bekeken. In beheerssituaties gebeurt dit vooral via de welstandscriteria en toetsing, terwijl in ontwikkelingssituaties meer het accent op stimuleren van ruimtelijke kwaliteit moet liggen. Dit kan door de commissie in een vroeg stadium bij de planvorming te betrekken, maar dit kan ook door het opstellen van een beeld- kwaliteitsplan. Een beeldkwaliteitsplan zal alleen bij grotere projecten worden ingezet. Dit zal per project beoordeeld worden.
38
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
3. DE GEBIEDEN
BEDRIJVENTERREIN GEBIEDSGERICHTE WELSTANDSCRITERIA - BEDRIJVENTERREIN Een bouwplan moet zich voegen naar de beschreven kenmerken van het gebied, een bijdrage leveren aan het geformuleerde beleid en daarbij de bestaande bebouwing respecteren. De commissie hanteert bij de welstandstoets de volgende specifieke criteria.
Situering • • • • •
Bestaande rooilijn respecteren. Kantoren en woningen georiënteerd op de openbare weg. Opslag afgeschermd van de openbare weg. Gepaste afstand tussen gebouwen. Per kavel situering van de gebouwen op elkaar afstemmen.
•
De woning behorende bij de bedrijven dient te worden afgestemd op de diversiteit van de belendende woningen.
Hoofdvorm Gevel • •
Representatieve gevels georiënteerd op de hoofdontsluiting. Grote vlakken dienen een structuur of onderverdeling te hebben.
Materiaal en kleurgebruik •
Materiaal- en kleurgebruik is passend in de omgeving.
• •
De detaillering van het bouwplan past bij de vormgeving van het hoofdgebouw. Het ontwerp voor reclame meenemen in het gebouwontwerp.
Detaillering
Indien een hoog ambitieniveau van de architectonische vormgeving wordt gewenst gelden in aanvulling op de gebiedsgerichte criteria de algemene welstandscriteria uit paragraaf 2.1 van deze welstandsnota.
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
39
3. DE GEBIEDEN
BUITENGEBIED
GEBIED 6 - BUITENGEBIED ALGEMEEN Het Buitengebied bestaat uit twee delen: ten eerste is er natuurgebied, de beboste stuwwal en ten tweede het agrarisch buitengebied met zijn ‘glooiende zone’ en het Maasheggenlandschap. De bebouwingskarakteristiek binnen de landschapstypen loopt uiteen.
KENMERKEN 1. Ruimtelijke opbouw De aanwezige bebouwing houdt rekening met en speelt in op de aanwezige landschapstypen: • De stuwwal is in de ijstijd gevormd en kenmerkt zich door opgaande begroeiing en heide. In dit bosgebied ontstonden landgoederen (St. Jansberg, Jachtslot Mookerheide) en vrijstaande individuele woningen (De Bisselt). • In de glooiende terrasvlakte liggen de dorpen als dichtbebouwde, gebogen linten, veelal geconcentreerd op de in het landschap opduikende landduinen. De bouwlanden liggen tussen de natte gebieden van de Maas en de droge gebieden van de stuwwal. • De relatief laaggelegen rivierdalbodem kenmerkt zich door het zogenoemde Maasheggenlandschap.
2. Situering De oudere erven in het agrarisch buitengebied nemen een eigen positie in binnen het landschap. Meestal liggen ze op de overgang van hoge naar lage gronden. Het zijn clusters van relatief forse bouwmassa’s; onregelmatig ten opzichte van elkaar geplaatst. In de gemeente Mook en Middelaar zijn de boerenerven voornamelijk gelegen in het Maasheggenlandschap bij Middelaar. De boerderijen zijn veelal gesitueerd op de hoger gelegen ruggen. De “jongere” erven liggen langs een weg. Meestal is het woongedeelte naar de weg gekeerd en liggen daarachter de schuren in een rechthoekig patroon. Sommige erven maken deel uit van een bebouwingslint, zoals vaak in Gemeente 40
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
41
BUITENGEBIED
3. DE GEBIEDEN
Mook en Middelaar het geval is. Deze horen bij gebied 1 Linten. In De Bisselt is het individuele karakter van de woningen erg hoog. De kavels zijn fors en er is veel groen aanwezig. Veel woningen liggen verscholen en zijn moeilijk zichtbaar vanaf de openbare weg.
3. Hoofdvorm/gevel/materiaal en detaillering De boerderijen in het agrarisch buitengebied zijn voor een belangrijk deel gerealiseerd tijdens de Wederopbouw en afgeleid van het hallehuistype. Het voorste gedeelte dient als woonhuis, het achterste gedeelte voor veestalling, deel en oogstopslag. De vormgeving van de agrarische bedrijfsgebouwen is strikt functioneel. Het uiterlijk en de ruimtelijke samenhang van het totale complex en het landschap spelen daarbij vaak een ondergeschikte rol. Landbouw en veeteelt hebben steeds meer een industriële uitstraling gekregen. De bebouwing op de beboste stuwwal bestaat voornamelijk uit individuele woningen gelegen in het bos. Materialen en kleuren zijn overwegend traditioneel zoals baksteen, pannen en hout. De gevels van bedrijfsbebouwing zijn veelal opgebouwd uit stalen beplating. Daken zijn vaak gedekt met vezelcementplaten. Het kleurgebruik is onopvallend en gedekt.
WAARDERING De streekeigen bebouwing verleent in sterke mate de open gebieden, te weten het agrarisch buitengebied en het Zevendal op de stuwwal, haar karakteristiek. Haar waardevolle overeenkomsten in materialisering en het silhouet van erfensembles met hun forse daken zijn in sterke mate beeldbepalend. Verder wordt het gedempte kleurgebruik dat in het gebied voorkomt als waardevol beschouwd. De open gebieden staan in contrast met de beboste gebieden en zorgen samen voor de afwisseling die de gemeente als geheel een aantrekkelijk gebied maken vanuit het oogpunt van toerisme. De bebouwing op het beboste deel van de stuwwal kenmerkt het gebied maar in beperkte mate; waar zich bebouwing bevindt zijn kavels overwegend ruim en groen ingericht. Niet de bebouwing, maar de bosrijke omgeving is daarmee bepalend voor de karakteristiek van het gebied. 42
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
3. DE GEBIEDEN BELEID Welstandsniveau 2 reguliere toets. Voor het agrarisch buitengebied en het Zevendal geldt dat de gewaardeerde of gewenste ruimtelijke karakteristieken en de samenhang binnen het gebied of object gehandhaafd, gericht veranderd en versterkt moeten worden. Daarbij wordt zorgvuldig gekeken naar de invloed op de omgeving en de architectonische uitwerking van het bouwplan. Detaillering en materialisering worden op hoofdlijnen bekeken. In beheersituaties gebeurt dit vooral via de welstandscriteria en toetsing, terwijl in ontwikkelingssituaties het accent ligt op het faciliteren en stimuleren van kwaliteit in de vorm van een beeldkwaliteitsplan, eventueel in combinatie met de inzet van supervisie. Welstandsniveau 3 soepele toets. De basiskwaliteit van de stuwwal dient gehandhaafd te blijven. Bij de welstandstoets wordt vooral gekeken of het bouwplan zijn omgeving niet verstoort. Detaillering en materialisering worden hier op hoofdlijnen beoordeeld. In beheerssituaties gebeurt dit vooral via de welstandscriteria en toetsing, terwijl in ontwikkelingssituaties meer het accent op stimuleren van ruimtelijke kwaliteit moet liggen. Dit kan door de commissie in een vroeg stadium bij de planvorming te betrekken, maar dit kan ook door het opstellen van een beeld- kwaliteitsplan. Een beeldkwaliteitsplan zal alleen bij grotere projecten worden ingezet.
Dit zal per project beoordeeld worden.
BUITENGEBIED GEBIEDSGERICHTE WELSTANDSCRITERIA - BUITENGEBIED Een bouwplan moet zich voegen naar de beschreven kenmerken van het gebied, een bijdrage leveren aan het geformuleerde beleid en daarbij de bestaande bebouwing respecteren. Een bouwplan kan gebruik maken van moderne materialen. De gemeente stimuleert het gebruik van duurzame materialen. De commissie hanteert bij de welstandstoets de volgende specifieke criteria.
Situering • • • • • • •
Per erf of kavel is er één hoofdmassa. Bestaande nokrichting respecteren. Erfbebouwing clusteren. Bijgebouwen ondergeschikt aan hoofdgebouw. Woongedeelte op de weg georiënteerd. Gepaste afstand tussen gebouwen. Indeling perceel en hoofdopzet van het hoofgebouw afstemmen op de karakteristiek van de omgeving.
Hoofdvorm • •
Hoofdvorm ontleend aan de omliggende bebouwing. Bij verbouwingen architectonische eenheid bewaren.
Gevel •
De plaats, afmetingen en verhoudingen van raam- en deuropeningen dienen zorgvuldig op elkaar te worden afgestemd.
Materiaal en kleurgebruik •
Materiaal- en kleurgebruik is passend in de omgeving.
•
De detaillering van het bouwplan past bij de vormgeving van het hoofdgebouw.
Detaillering
Aanvullende criteria voor welstandsniveau 2: Gevel
• Duidelijke plint en beëindiging aan de bovenzijde. • Grote vlakken moeten een structuur of onderverdeling hebben. Indien een hoog ambitieniveau van de architectonische vormgeving wordt gewenst gelden in aanvulling op de gebiedsgerichte criteria de algemene welstandscriteria uit paragraaf 2.1 van deze welstandsnota. Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
43
BUITENGEBIED
3. DE GEBIEDEN
GEBIED 7 - RECREATIEGEBIEDEN ALGEMEEN In Plasmolen is sprake van een concentratie van recreatieve terreinen, ook is er een recreatie-appartementencomplex gebouwd. In Plasmolen bevindt zich een aantal campings en kleine bungalowparken die projectmatig zijn opgezet. Daarnaast bevindt zich rondom de Mookerplas een groot recreatief terrein dat gerelateerd is aan het water (twee jachthavens en een zeeverkenners-accommodatie). Het gebied is mede beeldbepalend voor de gemeente en specifiek voor de kern Plasmolen.
KENMERKEN 1. Ruimtelijke opbouw De recreatieparken en vakantiewoningen zijn ingebed in een groene omgeving en zijn veelal landschappelijk ingepast. Vooral bij recreatieparken is sprake van een introvert karakter met een aantal eigen voorzieningen
2. Situering Aan deze gebieden ligt vaak een stedenbouwkundig en/of landschappelijk ontwerp ten grondslag met een eigen architectonische invulling. Herhaling is over het algemeen kenmerkend voor de recreatiewoningen. De recreatiegebouwen zijn over het algemeen vrijstaand en staan in een verspringende rooilijn.
3. Hoofdvorm/gevel/materiaal en detaillering De aanwezige bebouwing is kleinschalig (één laag plat of met kap). Er zijn geen grote voorziening en gebouwen. Recreatiewoningen hebben meestal een eenvoudige hoofdvorm in één laag met kap. De gevelgeleding is veelal eenvoudig en helder. De overgang van onderbouw naar kaplaag is vaak vormgegeven met een overstekende daklijst. De detaillering is eenvoudig en overwegend verzorgd. Het materiaal- en kleurgebruik is terughoudend en in principe samenhangend.
44
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
45
3. DE GEBIEDEN
RECREATIEGEBIEDEN WAARDERING Het recreatiegebied is voor gemeente Mook en Middelaar een belangrijk gebied, aangezien de gemeente zich steeds meer profileert als aantrekkelijke, recreatieve en toeristische gemeente.
BELEID Welstandsniveau 2 reguliere beoordeling. Er wordt gestreefd naar het behoud van de ruimtelijke samenhang in het gebied. De functie en het karakter van het recreatiegebied zal als uitgangspunt moeten dienen voor de welstandsbeoordeling. De gewaardeerde of gewenste ruimtelijke karakteristieken en de samenhang binnen het gebied of object moeten gehandhaafd, gericht veranderd en versterkt worden. Daarbij wordt zorgvuldig gekeken naar de invloed op de omgeving en de architectonische uitwerking van het bouwplan. Detaillering en materialisering worden op hoofdlijnen bekeken. In beheerssituaties gebeurt dit vooral via de welstandscriteria en toetsing, terwijl in ontwikkelingssituaties meer het accent op stimuleren van ruimtelijke kwaliteit moet liggen. Dit kan door de commissie in een vroeg stadium bij de planvorming te betrekken, maar dit kan ook door het opstellen van een beeld- kwaliteitsplan. Een beeldkwaliteitsplan zal alleen bij grotere projecten worden ingezet. Dit zal per project beoordeeld worden.
46
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
3. DE GEBIEDEN
RECREATIEGEBIED GEBIEDSGERICHTE WELSTANDSCRITERIA - RECREATIEGEBIEDEN Een bouwplan moet zich voegen naar de beschreven kenmerken van het gebied, een bijdrage leveren aan het geformuleerde beleid en daarbij de bestaande bebouwing respecteren. Een bouwplan kan gebruik maken van moderne materialen. De gemeente stimuleert het gebruik van duurzame materialen. De commissie hanteert bij de welstandstoets de volgende specifieke criteria.
Situering • • • • •
Bij complexen aansluiten op oriëntatie en ontsluiting van het geheel. Gebouwen staan vrij op de kavel. De rooilijnen kunnen verspringen ten opzichte van elkaar en zijn per complex in samenhang. Aan- en bijgebouwen ondergeschikt aan hoofdgebouw. Entree van de woning oriënteren op de straat.
Aanvullende criteria voor bouwwerken op het water • Bouwwerken op het water zijn ondergeschikt en niet opvallend aanwezig. • Behoud het zicht over bouwwerken richting het water. • Zorg voor een eenvoudig, ingetogen en rustig beeld. ▪ Drijvende delen (steigers) in hout en in oorspronkelijke onbehandelde materiaalkleur uitvoeren. Op hout gelijkende materialen, zoals kunststof met een houtnerf zijn ook toegestaan. • Waterwezensvreemde materialen als (imitatie) bakstenen, beton en andere ‘zwaar ogende‘ materialen zijn niet toegestaan. • Geen lichte of felle (accent)kleuren. • De bijbehorende oever mag niet worden afgesloten voor wandelend publiek. De openheid en samenhang langs de waterlijn blijft gewaarborgd. • Voorkom een rommelig beeld van bijbehorende bouwwerken en/of opslag op de oever.
Hoofdvorm • •
De hoofdvorm is afgestemd op en/of ontleend aan de omliggende bebouwing. Bij verbouwingen architectonische eenheid bewaren.
3. DE GEBIEDEN
RECREATIEGEBIEDEN Gevel •
De plaats, afmetingen en verhoudingen van raam- en deuropeningen dienen zorgvuldig op elkaar te worden afgestemd.
Materiaal en kleurgebruik •
Materiaal- en kleurgebruik afstemmen op het ensemble.
Detaillering •
De detaillering van het bouwplan past bij de vormgeving van het hoofdgebouw.
Indien een hoog ambitieniveau van de architectonische vormgeving wordt gewenst gelden in aanvulling op de gebiedsgerichte criteria de algemene welstandscriteria uit paragraaf 2.1 van deze welstandsnota.
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
48
47
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
BIJLAGE 1. KAART GEBIEDSINDELING 3. DE GEBIEDEN
48
RECREATIEGEBIED
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
BIJLAGE 2. MONUMENTENLIJST Er zijn 10 rijksmonumenten in de gemeente Mook en Middelaar: • Historische buitenplaats Jachtslot Mookerheide • Terrein met restanten Romeinse brug • Mooker Schans • Heumense schans • Ruïne en overblijfselen Huis Middelaar • St. Lambertuskerk Middelaar • St. Antoniuskerk Mook • Kapelletje Eindweg te Middelaar • Terrein Romeinse villa Plasmolen • Watermolen de “Bovenste Plasmolen” Naast rijksmonumenten is er binnen de gemeente Mook en Middelaar ook een aantal gemeentelijke monumenten aangewezen. Het gaat om: • Kerkhof Anthoniuskerk, met graven en monumenten, Raadhuisplein te Mook • Voormalig baanwachtershuis, Heumensebaan 3 te Molenhoek • Onze lieve vrouw van de zeven smartenkerk, Stationsstraat 62 te Molenhoek • Peilschaal, Maasdijk te Mook • Calvarieberg , Groesbeekseweg te Mook • Oorlogsgraven, Groesbeekseweg te Mook • Oorlogsmonument burgers, Witteweg te Middelaar • Woning, Rijksweg 189 te Mook • Woning, Kerkstraat 8-10 te Mook • Woning, Kerkstraat 5-7 te Mook • Woning, Stationsstraat 33 te Molenhoek • Woning, Stationsstraat 79 te Molenhoek • Woning, Rijksweg 19 te Molenhoek • Kapel Maria Sterre der Zee, Riethorsterweg te Plasmolen • Kapel Vrouw van de dwaallichtjes, Mortel te Mook
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
49
50
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
BIJLAGE 3. VERKLARENDE WOORDENLIJST Aanbouwen: Grondgebonden toevoeging meestal van één bouwlaag aan een gevel van een gebouw. Aangekapt: Met kap bevestigd aan dakvlak. Aardtinten: Rood/bruine tinten. Achtergevellijn: Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtergevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. Achterkant: De achtergevel, het achtererf en het dakvlak aan de achterzijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen. Afdak: Hellend dak, hangend of op stijlen aangebracht tegen een gebouw of een muur, om als gedeeltelijke beschutting te dienen. Afstemmen: In overeenstemming brengen met. Antennedrager: Antennemast of andere constructie bedoelt voor de bevestiging van een antenne. Antenne-installatie: Installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. Asymmetrische kap: Zadeldak met twee ongelijke dakvlakken. Authentiek: Overeenstemmend met het oorspronkelijke, origineel, eigen kenmerken dragend, oorspronkelijk. Band: Horizontale versiering in de gevel in afwijkend materiaal, meestal natuursteen, kunststeen of baksteen Bebouwing: Eén of meer gebouwen en/of andere bouwwerken.
Beschot: Houten bekleding van een muur, inwendig als een lambrisering, meestal niet tot de volle hoogte. Bedrijfsbebouwing: Gebouwen ten behoeve van bedrijven zoals hallen, werkplaatsen en loodsen; hebben meestal een utilitair karakter. Behouden: Handhaven, bewaren, in stand houden. Belendende: Naastgelegen, (direct) grenzend aan. Bijgebouwen: Grondgebonden gebouw meestal van één bouwlaag dat los van het hoofdgebouw op het erf of kavel staat; meestal bedoeld als schuur, tuinhuis of garage. Blinde wand, muur of gevel: Gevel of muur zonder raam, deur of andere opening. Boeiboord: Opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal. Boerderij: Gebouw/gebouwen op een erf met een (oorspronkelijk) agrarische functie en het daarbij horende woonhuis. Borstwering: Lage dichte muur tot borsthoogte. Bouwblok: Een geheel van geschakelde bebouwing. Bouwen: Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk. Bouwlaag: Horizontale reeks ruimten in een gebouw. Bouwvergunning: Vergunning als bedoeld in artikel 40, eerste lid van de Woningwet. Bouwperceel: Een aaneengesloten terreinoppervlak, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan. Bouwwerk: Algemene benaming voor alle soorten gebouwde objecten.
Bovenbouw: Bovenste, uit een oogpunt van gebruik meestal belangrijkste gedeelte van een gebouw, meestal in tegenstelling tot de onderbouw, het dragende gedeelte, fundament. Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
55
Bungalow: Meestaal vrijstaande woning waarvan alle vertrekken op de begane grond zijn gesitueerd. Carport: Afdak om de auto onder te stallen, meestal bij of grenzend aan een woning. Classicisme: Stroming in de bouwkunst, bouwstijl. Conformeren: Zich voegen naar, gelijkvorming maken, aanpassen aan, afstemmen op. Context: Omgeving, situatie, geheel van omringende ruimtelijke kenmerken. Contrasteren: Een tegenstelling vormen. Dak: Overdekking van een gebouw of onderdeel ervan, bestaande uit één of meer hellende vlakken (schilden) of uit een horizontaal vlak. Dakafdekking: Vlak of hellend dak van een gebouw, waarop dakbedekking is aangebracht. Dakhelling: De hoek van het dakvlak. Dakkapel: Ondergeschikte toevoeging aan een dakvlak, vooral bedoeld om de lichttoevoer te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten. Daknok: Hoogste punt van een schuin dak. Horizontale snijlijn van twee dakvlak- ken, de hoogste lijn van het dak Dakopbouw: Een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok of dakrand van het dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert. Dakraam: Raam in een dak. Daktrim: Afwerking bovenzijde dakrand ten behoeve van waterkering. Dakvlak: Een vlak van het dak/kap. Dakvoet: Laagste punt van een schuin dak. Het snijpunt van de daklijn en de onderliggende gevellijn. Damwandprofiel: Metalen beplatingmateriaal met een damwandprofilering.
Detail: Ontmoeting/aansluiting van verschillende bouwdelen zoals gevel en dak Detaillering: Uitwerking, weergave van de verschillende onderdelen c.q. aansluitingen. Diversiteit: Verscheidenheid, afwisseling, variatie. Drager en invulling: De drager is de constructie van een gebouw, waaraan de Eerste verdieping: Tweede bouwlaag van de woning of het woongebouw, een souterrain of kelder niet daaronder begrepen. Ensemble: Architectonisch en stedenbouwkundig compositorisch geheel. Erf: Al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een omgevingsplan van toepassing is, de bestemming deze inrichting niet verbied. Voorerf: gedeelte van het erf dat aan de voorzijde van het gebouw is gelegen Achtererf: gedeelte van het erf dat aan de achterzijde van het gebouw is gelegen Zijerf: gedeelte van het erf dat aan de zijkant van het gebouw is gelegen Erker: Kleine toevoeging van meestal één bouwlaag aan de gevel van een ge- bouw, op de begane grond meestal uitgevoerd in metselwerk, hout en glas.
54
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
Flat: Groot gebouw met meerdere verdiepingen/woonlagen. De appartementen in de flat zijn meestal gelijkvloers en worden op hun beurt flat/flatjes genoemd. Galerij: Gang aan de buitenkant van een (flat)gebouw die toegang verschaft tot de afzonderlijke woningen. Gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Gevel: Verticaal scheidingsvlak van een gebouw tussen buiten en binnen. (Gevel)geleding: Onderverdeling van de gevel in kleinere vlakken. Verticale, horizontale of figuratieve indeling van de gevel door middel van gevelopeningen, metselwerk, verspringingen of andere gevelkenmerken en -detailleringen. Gevelmakelaar: Decoratieve bekroning van een geveltop. Goot: Waterafvoer, veelal tussen gevel en dakvlak. Goothoogte: Zie bepalingen gemeentelijk omgevingsplan Gootklos: Zie klossen. Gootlijn: Veelal horizontale lijn die een goot of meerdere goten aan de gevel vormen. Hoekaanbouw: Grondgebonden toevoeging meestal van één bouwlaag aan de hoek van een gebouw. Hoek- en kilkeper: snijlijn van twee aansluitende dakvlakken. Hoofdgebouw: Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken Industriebebouwing: Bebouwing met een industriële bestemming.
Installatie: set van beeld- en/of geluidsapparatuur, het aanbrengen van technische toestellen (montage) en/of deze toestellen zelf . Kap: Samenstel van houten, ijzeren of betonnen onderdelen dat de dakbedekking draagt. Kavel: Grondstuk, kadastrale eenheid. Keper: Snijlijn van twee aansluitende dakvlakken. Kern: Veelal kleinschalig stedelijk gebied, ook wel centrum van een dorp of stad. Klossen: Uit de muur stekende houten of gemetselde blokjes ter ondersteuning van uitstekende onderdelen van een gebouw zoals dakgoten. Koofbord: Gebogen vlak dat de overgang vormt van en vlakke zoldering of vlak plafond naar de muur. Kop: In het algemeen gebruikt om de smalle kant van een rechthoekige vorm aan te duiden, bijvoorbeeld bij een gebouw. Lak: Afwerklaag van schilderwerk. Landschappelijke waarde: De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, dat wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van (niet levende en levende) natuur. Latei: Draagbalk boven gevelopening. Lessenaarsdak: Dak met één hellend, niet onderbroken, dakvlak. Lichtkoepel: Raamconstructie meestal in een plat dak, in de vorm van een koepel. Lichtstraat: Langgerekte, uit segmenten samengestelde lichtkoepel. Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
55
Lijst: Een meestal versierde en geprofileerde rand als bekroning van de boven- zijde van een gevel. Kroonlijst, gootlijst. Lineair: Rechtlijnig, langgerekt. Luifel: Afdak buiten tegen de muur van een gebouw aangebracht en verder niet ondersteund, meestal boven een deur, raampartij of gehele pui. Maaiveld: Bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft, de grens tussen grond en lucht, de gemiddelde hoogte van het ter- rein, grenzend aan de gevels, op het tijdstip van de aanvraag om bouwvergunning. Mansardekap: Een dak met aan twee zijden onder een stompe hoek geknikt of gebroken dakvlak. Markies: Opvouwbaar zonnescherm. Massa: Zichtbaar volume van bebouwing. Metselverband: Het zichtbare patroon van metselwerk. Middenstijl: Verticaal deel in het midden van een deur- of raamkozijn. Monument: Aangewezen onroerend goed als bedoeld in artikel 3 van de Monumentenwet 1988, zoals deze luidt op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van het ontwerp van dit plan. Muurdam: Op de erfgrens aan de gevel gemetselde muur. Natuurlijke waarde: De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. Negge: Het vlak c.q. de maat tussen de buitenkant van de gevel en het kozijn.
Ondergeschikt: Voert niet de boventoon Onderbouw: Het onderdeel van een gebouw; heeft meestal betrek- king op de begane grond van een huis met meerdere verdiepingen. Ontsluiting: De toegang tot een gebouw, gebied of een terrein. Oorspronkelijk: Origineel, aanvankelijke vorm, authentiek. Oorspronkelijke gevel: Gevel van een gebouw zoals deze nieuw is gebouwd. Openbaar groen: Met het openbaar groen wordt bedoeld hetgeen daaronder in het normale spraakgebruik wordt verstaan, zoals parken plantsoenen en speel- veldjes, die het gehele jaar (of een groot deel van het jaar) voor het publiek toegankelijk zijn. Een weiland, bos of water kan in dit verband niet worden aange- merkt als openbaar groen. Orthogonaal: Rechthoekig. Oriëntatie: De hoofdrichting van een gebouw. Overkapping: Kapconstructie Overstek: Bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel. Paneel: Rechthoekig vlak, geplaatst in een omlijsting. Parcellering: het opdelen van, begrenzingen van percelen. Penant: Gemetselde steunpilaar van het fundament van een gebouw, metselwerk in een gevel langs openingen. 54
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
Pilaster: Weinig uitspringende muurpijler, die dient om een boog of hoofdgestel te dragen. Plaatmateriaal: Materiaal van kunststof, staal, hout meestal ten behoeve van gevelbekleding. Plint: Een duidelijk te onderscheiden horizontale lijn aan de onderzijde van een gebouw. Profiel: omtrek van een gebouw of bouwdeel (bijvoorbeeld kozijn) of een door- snede daarvan. Profilering: aangebrachte vorm en maatvoering van profiel Portiek: Gemeenschappelijke trappenhuis en/of een terugspringende ruimte voor de straat- of toegangsdeur. Raamdorpel: Horizontal stenen element onder de onderdorpel van een houten kozijn, dat ervoor zorgt dat water onder het kozijn buiten het muurvlak wordt afgevoerd. Raamhout: Hout waaruit ramen vervaardigd worden of omlijsting waarbinnen het paneel van een deur of beschot wordt ingesloten. Ook wel draaiende of schuivende delen van kozijn/post. Referentiekader: Het geheel van waarden en normen binnen een bepaalde groep waarnaar verwezen kan worden. Renovatie: Vernieuwing. Respecteren: Met eerbied behandelen, eerbiedigen, waarderen. Rijenwoningen: Geschakelde eengezinswoningen in een rij. Ritmiek: Regelmatige herhaling. Rollaag: Een in verband gemetselde laag van op hun kant of kop gemetselde stenen. Horizontale of gebogen rij stenen of betonbalk boven een gevelopening of aan de bovenzijde van een gemetselde wand.
Rooilijn: Lijn die in het omgevingsplan of bouwverordening aangeeft waarbinnen gebouwd mag worden. Schilddak: Dak, gevormd door twee driehoekige schilden aan de smalle en twee trapeziumvormige aan de lange zijde. Slagenlandschap: Een landschap met langgerekte ontginningslinten met haaks daarop een stelsel van smalle kavels gescheiden door afwateringssloten. Situering: Plaats van het bouwwerk in zijn omgeving. Speklaag: lichte natuurstenen band als afwisseling in baksteenmetselwerk, doorgaans van Brabantse arduin, later ook van zandsteen. Stijl: Architectuur of vormgeving uit een bepaalde periode of van een bepaalde stroming. Tactiel: Met de tastzin verbonden. Tent-, punt- of piramidedak: Dak gevormd door vier driehoekige dakschilden die in één punt bijeenkomen. Textuur: De waarneembare structuur van een materiaal (bij metselwerk dus de oneffenheden van de steen en het voegwerk). Tympaan: Driehoekig of segmentvormige bekroning van een (klassiek) gebouw of van een onderdeel daarvan. Uitbouw: Aan het gebouw vastzittend bouwwerk dat rechtstreeks vanuit het gebouw toegankelijk is. Verdieping: Bouwlaag. Volant: Strook stof als afronding en versiering van zonnescherm of markies. Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
55
Voorgevellijn: Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een bouwwerk tot aan de perceelsgrenzen. Voorgevelrooilijn: Voorgevelrooilijn als bedoeld in het omgevingsplan dan wel de gemeentelijke bouwverordening. Voorkant: De voorgevel, het voorerf en het dakvlak aan de voorzijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) gekeerd is naar de weg of het openbaar groen. Weg: Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994. Windveer: Plank bevestigd langs de kanten van een met riet of pannen gedekt dak ter afdekking van de voorrand. Worden soms aan de bovenzijde over elkaar gekeept. Woning: Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding. Wolfdak/wolfeinden: Meestal een zadeldak waarvan één of beide dakschilden op de kop een afgeknot dakschild heeft (wolfeind). Zadeldak: Een dak dat aan twee zijden schuin is met een symmetrisch profiel. Zijgevellijn: Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een bouwwerk tot aan de perceelsgrenzen.
54
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
Welstandsnota 2024 - gemeente Mook en Middelaar
57
COLOFON Welstandsnota Mook en Middelaar 0944 003
In opdracht van: Gemeente Mook en Middelaar
Projectgroep gemeente Mook en Middelaar: Rogér Peters Ivo Verploegen Serkon Heno Marlou Heffels Projectteam Witpaard: ir Benjamin Brest
Postbus 1158 8001 BD Zwolle Tel: 038 421 68 00 Fax: 038 421 07 37 info@witpaard.nl www.witpaard.nl