Bijlage 2 Eindrapportage quickscan IWGM
Tekst van het document
IWGM – Quick scan vormgeving opheffing GR en gevolgen opheffing – eindrapportage
43
van de begroting) van bijvoorbeeld 200.000 euro leidt voor Mook en Middelaar in de huidige situatie tot een nadeel van 11% van 200.000 euro = 22.000 euro. In de tabel is opgenomen dat de risico opslag nader te bepalen is. In mogelijkheid 3 wordt het subsidieresultaat per gemeente afgerekend en dus niet langer in solidariteit verdeeld. Het operationeel resultaat wordt in de verhouding 89:11 met elkaar gedeeld. Om het subsidieresultaat per gemeente te kunnen berekenen hebben we de medewerkers die in buitengemeenten wonen willekeurig aan Gennep of Mook en Middelaar toegerekend, zodat in termen van dienstverbanden (uitgedrukt in SE) uitgekomen wordt op de verhouding 89:11. Deze mogelijkheid leidt ertoe dat de bijdrage van de gemeente Gennep aan het subsidieresultaat en ook de totale bijdrage van Gennep circa 53.000 euro lager wordt en de bijdrage van Mook en Middelaar circa 53.000 hoger dan in de huidige situatie en bij mogelijkheid 1. De reden hiervoor is dat de medewerkers van de gemeente Mook en Middelaar gemiddeld hogere salarissen hebben dan de medewerkers van de gemeente Gennep. Vanuit de gemeente Mook en Middelaar zijn bijvoorbeeld relatief meer Wsw-medewerkers werkzaam in (hoger betaalde) staffuncties bij INTOS dan uit de gemeente Gennep. Dit is echter een situatie die in de afgelopen decennia tot stand is gekomen binnen INTOS.
Individuele gemeenten hebben daar geen invloed op gehad. Mogelijkheid
Gennep
Mook en Middelaar
Totaal
Huidige situatie
632.790
78.210
711.000
1: Zoveel mogelijk aansluiten bij huidige situatie Subsidieresultaat 678.431 Operationeel resultaat -45.641 Totaal bijdrage 632.790
83.851 -5.641 78.210
762.282 -51,282 711.000
2: Subsidieresultaat verdelen; operationeel resultaat ten gunste/laste van Gennep Subsidieresultaat 678.431 83.851 Operationeel resultaat -51.282 Afkoop risico (vergoeding per Ntb mdw) Totaal bijdrage 627.149 83.851 + ntb 3: Subsidieresultaat direct per gemeente afrekenen; operationeel resultaat verdelen Subsidieresultaat 625.403 136.879 Operationeel resultaat -45.641 -5.641 Totaal bijdrage 579.762 131.238
762.282 -51.282 Ntb 711.000 + ntb 762,282 -51.282 711.000
4: Subsidieresultaat direct per gemeente afrekenen; operationeel resultaat ten gunste/laste van Gennep Subsidieresultaat 625.403 136.879 762.282 Operationeel resultaat -51.282 -51.282 Afkoop risico (vergoeding per Ntb ntb mdw) Totaal bijdrage 574.121 136.879 + ntb 711.000 + ntb
Tabel 5: Financiële effecten van de vier mogelijkheden voor de twee gemeenten Bij mogelijkheid 4 wordt het subsidieresultaat per gemeente afgerekend en komt het operationeel resultaat van INTOS ten gunste of te laste van de gemeente Gennep. Dit leidt voor de gemeente Gennep tot een circa 59.000 euro lagere bijdrage dan in de huidige IWGM – Quick scan vormgeving opheffing GR en gevolgen opheffing – eindrapportage
44
situatie. Voor Mook en Middelaar leidt dat tot een toename van circa 59.000 euro in de bijdrage (exclusief de afkoop van het risico) ten opzichte van de huidige situatie. In hoofdstuk 5 hebben wij geadviseerd om voor model 2 voor de toekomstige uitvoering te kiezen, waarbij Gennep enige bestuurder is van INTOS. Hierbij zijn de mogelijkheden 2 en 4 voor de financiële vormgeving het meest passend: het operationeel resultaat van INTOS komt ten gunste of ten laste van Gennep omdat Mook en Middelaar geen bestuurlijke invloed meer heeft binnen INTOS. Wij zouden adviseren om voor mogelijkheid 2 te kiezen waarbij het subsidieresultaat in solidariteit wordt gedeeld door de gemeenten. Het afrekenen van het subsidieresultaat per gemeente leidt namelijk tot aanzienlijke ‘herverdeeleffecten’ tussen de gemeenten omdat de gemiddelde beloning van de medewerkers uit Mook en Middelaar hoger is. Het in solidariteit blijven verdelen van het subsidieresultaat volgens de verdeelsleutel leidt tot minder herverdeeleffecten tussen de gemeenten. Daarnaast zijn de volgende argumenten hiervoor te geven: 1. het verschil in gemiddelde beloning is verklaarbaar doordat medewerkers uit Mook en Middelaar relatief vaker dan medewerkers uit Gennep een staffunctie bij INTOS of inleners vervullen; 2. de individuele gemeenten hebben daarop geen invloed gehad; 3.
de gemeenten de uitvoering van het werkgeverschap volledig aan INTOS zullen mandateren. Daarbij past het niet om bij vraagstukken als bevordering of bijzondere beloningen steeds te moeten letten op de verdeling van het subsidieresultaat tussen de twee gemeenten; 4. het is de meest simpele oplossing.
6.5
Conclusies
De diverse mogelijkheden voor de toekomstige financiële verhoudingen verschillen per model in termen van uitwerking en passendheid. In model 1 kunnen de huidige financiële afspraken worden gecontinueerd op basis van solidariteit. In model 3 zijn duidelijke financiële afspraken nodig tussen de gemeenten en in model 2 tussen de gemeenten en INTOS. In modellen 2 en 3 kan er voor worden gekozen het subsidieresultaat voor de Wswmedewerkers per gemeente af te rekenen. Het is echter ook mogelijk om het subsidieresultaat als gemeenschappelijke ‘erfenis’ te beschouwen en deze op basis van solidariteit te blijven verdelen volgens de verdeelsleutel. Dit is een politiek bestuurlijke keuze. Wij adviseren vanwege een aantal redenen om het subsidieresultaat in solidariteit te blijven verdelen volgens een vastgestelde verdeelsleutel. Daarnaast bevelen wij aan dat in de modellen 2 en 3 de gemeente Gennep als risicodragende partij voor INTOS wordt gecompenseerd door het in rekening brengen van een risico-opslag in het tarief van gemeente Mook en Middelaar voor de afgenomen dienstverlening (tweede en vierde mogelijkheid). Tot slot moet er rekening mee worden gehouden dat de omvang van de Wsw-populatie jaarlijks met gemiddeld 5 procent afneemt en dat daardoor de gemiddelde kosten per Wswplek naar alle waarschijnlijkheid zullen toenemen.
Wij adviseren om deze kostenstijging op basis van de jaarlijkse begroting te verdisconteren in het tarief per werkplek voor Mook en Middelaar. De gemeente Gennep kan namelijk niet alleen verantwoordelijk worden gehouden voor het opvangen van de gevolgen van de krimp van de Wsw. Dit is een gemeenschappelijke ‘erfenis’ van Rijksbeleid die ook in de toekomst gemeenschappelijk zou moeten worden gedragen.
IWGM – Quick scan vormgeving opheffing GR en gevolgen opheffing – eindrapportage
45
7 Transitie Wanneer daadwerkelijk wordt besloten de IWGM op te heffen, zal een liquidatieplan voor de IWGM moeten worden opgesteld en zal er een transitie dienen plaats te vinden naar de nieuwe situatie. In de modellen 1 en 2 waarin INTOS als stichting blijft bestaan zal deze transitie minder om het lijf hebben dan in Model 3 waarin de stichting wordt opgeheven en INTOS een onderdeel wordt van de gemeente Gennep.
7.1
Liquidatieplan IWGM Uitgangspunten De gemeenten Gennep en Mook en Middelaar ontbinden de bedrijfsvoeringsorganisatie IWGM. De voorwaarden waaronder dit dient te gebeuren zijn beschreven in hoofdstuk 4 van deze quick scan. Het bestuur van IWGM is verantwoordelijk voor het opstellen en vaststellen van het liquidatieplan. Structuur van het liquidatieplan Het liquidatieplan van IWGM heeft, zoals aangegeven, niet veel om het lijf omdat IWGM wat betreft bedrijfsvoering een ‘lege’ organisatie is. In de liquidatie moet minstens gekeken worden naar: - Personele gevolgen. Het enige gevolg is dat het werkgeverschap van de Wswmedewerkers wordt verplaatst van de IWGM naar de colleges. Hiervoor moet afgestemd worden met de Belastingdienst en mogelijk een sociaal convenant of overgangsprotocol met vakorganisaties worden afgesloten om onnodige onrust te voorkomen; - Overdracht van contracten met klanten en leveranciers: de IWGM heeft vrijwel geen contracten, alleen een contract met de accountant dat tijdig kan worden opgezegd; - Afwikkeling balans en mogelijke frictiekosten op de verschillende balansposten: eerder is uitgelegd dat de kans op frictiekosten in dit verband zeer klein is.
Het is vrijwel zeker dat alle vorderingen en verplichtingen conform de balanswaarden kunnen worden afgewikkeld; - Overdracht en in bewaring geven van gegevens en informatie (fysiek en digitaal); - Proces om de liquidatie te voltooien; - Liquidatiebegroting; - De verdeelsleutel tussen de gemeenten voor de liquidatiekosten. Veelal wordt hiervoor de reguliere verdeelsleutel gebruikt. Het concept liquidatieplan voor de IWGM kan binnen enkele weken worden opgesteld, waarna het aan de gemeenten moet worden aangeboden voor een zienswijze (zie hoofdstuk 4). 7.2 Herpositionering aanwijzingsbesluit Het aanwijzingsbesluit van de IWGM dat INTOS aanwijst als uitvoerder van de Wsw namens de IWGM heeft een looptijd tot en met 31 december 2022. Wanneer de IWGM wordt opgeheven zullen beide colleges (of in Model 3 het college van de gemeente Mook en Middelaar) een besluit moeten nemen dat INTOS aanwijst als uitvoerder van de Wsw. Op dat moment kan tegelijkertijd worden bekeken of het nodig of wenselijk is om andere bepalingen in het aanwijzingsbesluit te wijzigen of om bepalingen toe te voegen. Wanneer INTOS een onderdeel van de gemeente Gennep wordt, hoeft er door de gemeente Gennep geen aanwijzingsbesluit genomen te worden maar moet de interne mandatering voor de uitvoering van de Wsw worden geregeld. 7.3
Afwikkeling vermogensrechtelijke verhoudingen
IWGM – Quick scan vormgeving opheffing GR en gevolgen opheffing – eindrapportage
46
In hoofdstuk 2 is aangegeven dat de afwikkeling van de balans van de IWGM vrij eenvoudig is en vrijwel geen risico’s kent. De vorderingen van de IWGM bestaan uitsluitend uit vorderingen op de twee gemeenten en INTOS. Aangenomen mag worden dat alle vorderingen zonder problemen kunnen worden geïnd waarmee de rekening courant positie met financiële instellingen kan worden afgewikkeld. Bij opheffing per 1 januari 2023 zal in 2023 de jaarrekening van de IWGM over 2022 nog moeten worden opgesteld en vastgesteld. De nog te maken kosten voor de accountant in 2023 kunnen per 31 december 2022, net als in de huidige situatie, op de balans worden opgenomen. De dekking hiervoor komt van de gemeentelijke bijdrage aan de beheerskosten IWGM. Conclusie is dat de afwikkeling van de vermogensrechtelijke verhoudingen relatief eenvoudig is en de kans op risico’s klein is.20
7.4
Overige afspraken uit het verleden
In 2018 is de financieringsbasis voor de Wsw gewijzigd. Van 2015 tot en met 2017 kreeg de gemeente waar de Wsw-medewerker woonde de Rijksbijdrage voor deze medewerker. Dit gaf veel onderlinge verrekeningen tussen gemeenten en SW-uitvoeringsorganisaties. Vanaf 2018 krijgt de gemeente waar de medewerker in dienst is de Rijksbijdrage voor die medewerker. Dit voorkomt de eerder genoemde verrekeningen. Het betekent dat een gemeente ook de Rijksbijdrage ontvangt voor medewerkers die bij hem in dienst zijn maar in een andere gemeente wonen. Wanneer een gemeente deelneemt in een GR zijn de dienstverbanden ondergebracht bij de GR. Voor de Wsw-statistiek en het verdeelmodel voor het macrobudget Wsw moeten de medewerkers uit zogenaamde buitengemeenten die in dienst zijn van een GR worden ‘toegewezen’ aan één of meerdere gemeenten. Deze gemeente(n) ontvangt (ontvangen) vervolgens de Rijksbijdrage voor deze medewerkers. Hier zijn minstens de volgende keuzes in mogelijk: - De medewerkers uit buitengemeenten worden evenredig (aan de verhouding van het aantal Wsw-medewerkers, exclusief de medewerkers uit buitengemeenten) over de deelnemende gemeenten in de GR verdeeld; - De medewerkers uit buitengemeenten worden ‘toegewezen’ aan de grootste gemeente in de GR. Bij de IWGM is voor het laatste gekozen.
Alle medewerkers uit buitengemeenten zijn ‘toegewezen’ aan de gemeente Gennep die voor deze medewerkers de Rijksbijdrage ontvangt en doorbetaalt een de IWGM. Hierbij is de afspraak gemaakt dat de bijdragen van de gemeenten aan de beheerskosten IWGM en het exploitatietekort worden verdeed volgens de aandelen van de gemeente Gennep en de gemeente Mook en Middelaar in het aantal Wsw-medewerkers, waarbij de medewerkers woonachtig in andere gemeenten buiten beschouwing blijven. Wanneer deze afspraak niet zou zijn gemaakt zou de gemeente Gennep ineens een nog groter aandeel in de gemeentelijke bijdragen hebben moeten betalen omdat de medewerkers uit buitengemeenten aan Gennep zijn toegewezen. De vraag is hoe hier in de toekomst mee om te gaan op het moment dat de dienstverbanden van rechtswege overgaan naar de gemeenten. Hierin zijn verschillende keuzes mogelijk: 1. De medewerkers vanuit de buitengemeenten worden per overgangsdatum wat betreft dienstverbanden evenredig verdeeld over de gemeente Gennep en de gemeente 20 De lopende verplichtingen zouden moeten worden afgedaan conform de bestaande afspraken. Dat wil zeggen
dat eventuele tekorten en dus ook frictiekosten die ontstaan door opheffing van de IWGM worden verdeeld over de twee gemeenten volgens de bestaande verdeelsleutel (89% gemeente Gennep en 11% gemeente Mook en Middelaar). IWGM – Quick scan vormgeving opheffing GR en gevolgen opheffing – eindrapportage
47
Mook en Middelaar. Dit is in Zoetermeer en omgeving en in het Westelijk deel van Utrecht ook gebeurd. Het voordeel hiervan is dat vervolgens de verdeelsleutel jaarlijks opnieuw kan worden bepaald aan de hand van het aantal SW-medewerkers in dienst bij elke gemeente; 2. De medewerkers komen allemaal in dienst bij de gemeente Gennep, maar er wordt afgesproken dat de verdeling tussen de twee gemeenten van de gemeentelijke bijdragen 89/11 blijft. Het nadeel hiervan is dat deze verhouding is gebaseerd op een oude verdeling en tot in lengte van jaren wordt toegepast terwijl de werkelijke verdeling daarvan kan gaan afwijken door verschillen in uitstroom van Wswmedewerkers tussen de twee gemeenten. Wij adviseren om voor de eerste mogelijkheid te kiezen.
7.5
Opschonen, overdragen en in bewaring geven van het archief van IWGM
Aandacht moet er zijn voor de gevolgen van de besluitvorming rondom de in- en ontvlechting aanwezige overheidsinformatie (archiefbescheiden) en het toekomstig beheer van deze overheidsinformatie. Dit is ook van toepassing op digitale informatie, zoals mailverkeer. De Archiefwet 1995 art. 4 stelt dat bij opheffing van een overheidsorganisatie ‘voorzieningen’ getroffen dienen te worden voor de aanwezige archiefbescheiden. Dit geldt zowel voor de papieren als de digitale informatie in een organisatie. Het treffen van voorzieningen houdt onder andere in: Afsluiten van het archief op datum van opheffing van de organisatie; Bepalen welke archiefbescheiden vallen onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de verschillende colleges van B&W (zorgdragers); Overdragen van archiefbescheiden behorend bij actuele, lopende zaken aan de taakopvolgers; Inrichten van het beheer van de archiefbescheiden van afgesloten zaken die op termijn te vernietigen zijn (archiefruimte, beheer, selectie en vernietiging) en het regelen van het recht op toegang tot en gebruik van deze archiefbescheiden door taakopvolgers Overbrengen van de permanent te bewaren archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats. Deze taken moeten opgenomen worden in het liquidatieplan IWGM.
7.6
Extra kosten als gevolg van de opheffing IWGM (frictiekosten)
Bij het afwikkelen van de balans van IWGM worden, zoals aangegeven, geen extra kosten als gevolg van de opheffing voorzien. Wel zal in 2023 de liquidatieverantwoording (al dan niet als onderdeel van de jaarrekening 2022) moeten worden opgesteld en gecontroleerd door de accountant. Dit laatste zal extra kosten met zich meebrengen. Wij gaan ervan uit dat dit niet meer beslaat dan een bedrag van enkele duizenden euro’s. De accountantskosten voor het jaar 2020 waren namelijk circa 8.000 euro in totaal. De IWGM heeft geen niet uit de balans blijkende verplichtingen. Dus ook hier is geen sprake van extra kosten als gevolg van de liquidatie van IWGM. Kosten doen zich wel voor om de nieuwe situatie volledig in te richten. Deze kosten zijn afhankelijk van een aantal politiek-bestuurlijke keuzes rond de governance, het werkgeverschap Wsw en de toekomstige financiële verhoudingen tussen de gemeenten. Wat er in alle modellen moet gebeuren, is bijvoorbeeld: - Opstellen van concept- en definitief liquidatieplan IWGM - Het vragen van een advies aan de ondernemingsraad IWGM – Quick scan vormgeving opheffing GR en gevolgen opheffing – eindrapportage
48
-
Het overeenkomen van een sociaal convenant of overgangsprotocol met de vakorganisaties Opstellen van aanwijzingsbesluiten van de gemeenten Vastleggen financiële afspraken tussen de gemeenten over toekomstige verhoudingen Het opstellen van één of meer dienstverleningsovereenkomsten (dit geldt in Model 3 niet voor de gemeente Gennep)
En eventueel (afhankelijk van te kiezen opties): - Het opstellen van mandaten, machtigingen en volmachten van de gemeenten aan INTOS, met name wanneer gekozen wordt voor een hybride uitvoering van het formele werkgeverschap in de modellen 1 en 2. - Het wijzigen van de statuten van de stichting INTOS in Modellen 1 en 2; - Het opheffen van de stichting INTOS in Model 3. Deze werkzaamheden en activiteiten kunnen mogelijk deels worden uitgevoerd door de bestaande staf, bijvoorbeeld de secretaris IWGM, staf van INTOS en de beleidsadviseurs van de gemeenten. Dat zou out-of-pocket kosten kunnen beperken. Op sommige aspecten zal echter fiscale, juridische en/of notariële expertise moeten worden ingezet. Wij schatten dat hiervoor een budget van enkele tienduizenden (20.000 tot 40.000) euro’s nodig is. Verder kan worden gedacht aan een algeheel projectleider voor gemiddeld één dag per week gedurende een periode van één jaar. Hiervoor is circa 40.000 tot 50.000 euro nodig. Tot slot kan het inventariseren, opschonen en overdragen van het archief van IWGM tot extra kosten gaan leiden. Dit is afhankelijk van keuzes die de gemeenten maken ten aanzien van met name de personeelsdossiers (die door INTOS worden beheerd namens IWGM) en de huidige staat van het archief van IWGM. Hierbij moet ook aandacht worden besteed aan het digitale archief. Post Accountantscontrole liquidatieverantwoording
Minimaal 2.000
Maximaal 4.000
Specialistisch werk en adviezen Algehele projectleiding opheffing GR en inrichten nieuwe structuur/governance uitvoering Opschonen en overdragen archief
20.000
40.000
40.000
50.000
PM
PM
62.000 + PM
94.000 + PM
Totaal
Opmerkingen Controle volledige jaarrekening kost circa 9.000 euro Mede afhankelijk van aantal keuzes Afhankelijk van beschikbare eigen menskracht gemeenten en/of INTOS Kosten zijn afhankelijk van de staat van het archief en de personeelsdossiers
Tabel 6: Globale raming frictiekosten – Opheffing IWGM en inrichten nieuwe structuur in Modellen 1 en 2
IWGM – Quick scan vormgeving opheffing GR en gevolgen opheffing – eindrapportage
49
7.7
Aanvullende aspecten bij Model 3: Opheffing INTOS
In het derde model kiezen de gemeenten ervoor om de stichting INTOS op te heffen en onderdeel te maken van de gemeente Gennep. In dit geval is er sprake van een grotere transitie dan alleen de ontmanteling van de IWGM. Dit model vraagt om een businesscase en bedrijfsplan voor een nieuwe uitvoeringsorganisatie, waarmee tevens incidentele kosten ontstaan aan de kant van de latende organisatie (stichting INTOS). a) Onderzoekskosten De onderzoekskosten zijn de kosten die nodig zijn voor het verder verkennen van de opheffing van de stichting. De verdere verkenning is nodig om een onderbouwde beslissing te nemen over het al dan niet nemen van de volgende stap in de realisatie van dit model. Deze kosten worden uitsluitend gemaakt om de haalbaarheid van het model te onderzoeken, niet om al daadwerkelijk te beginnen. Het betreft een duidelijk afgebakende periode. Deze kosten zijn goed beheersbaar. b) Aanloopkosten Dit zijn de kosten om de overgang voor te bereiden. Deze kosten worden gemaakt nadat besluitvorming over het model bij alle betrokken partijen is afgerond en vóórdat de transitie is gerealiseerd. Deze kosten zijn in principe beheersbaar, maar de hoogte is soms moeilijk vooraf te berekenen. c) Frictiekosten De frictiekosten bestaan uit de extra kosten die bij de latende organisatie in het bestaande primaire proces ontstaan, als gevolg van de transitie.
Een voorbeeld is het nadeel van mogelijk boventallig personeel. Frictiekosten moeten gezien worden als een risico, en minder als ‘harde’ kosten die betaald moeten worden, omdat er maatregelen kunnen worden genomen om deze kosten te beperken. De frictiekosten kunnen zeer beperkt blijven wanneer de gemeente Gennep INTOS overneemt zoals de organisatie is met alle contracten, verplichtingen en vorderingen. Feitelijk is namelijk sprake van ‘overgang van onderneming’. d) Kosten sociaal plan De kosten sociaal plan vloeien voort uit verschillen in arbeidsvoorwaarden tussen organisaties die bij de transitie betrokken zijn. Vaak gaat het om generieke afspraken met beperkte doorlooptijd; afspraken welke zodanig doorwerken dat deze voor elke medewerker op een andere wijze kunnen uitvallen. De afspraken worden vastgelegd in een sociaal plan. e) Desintegratiekosten Wanneer er taken worden uitgeplaatst ontstaat er een financieel nadeel bij de latende organisatie. De overheadkosten van de latende organisatie, zoals de huisvestingskosten, kunnen na de uitplaatsing niet direct proportioneel worden verminderd. De organisatie is daardoor tijdelijk minder efficiënt omdat het ondersteunend apparaat tijdelijk ‘te groot’ is. Dit nadeel noemen we desintegratiekosten.
Desintegratiekosten moeten gezien worden als een risico, en niet als ‘harde’ kosten die altijd betaald moeten worden omdat de latende organisatie maatregelen kan nemen om deze kosten te voorkomen of te beperken. In het derde model, namelijk de opheffing van stichting INTOS, zullen de bovengenoemde kosten naar verwachting optreden. De hoogte van deze kosten dienen aan de hand van een liquidatiebegroting in beeld gebracht te worden. Vervolgens kunnen afspraken worden gemaakt hoe gemeenten met deze kosten omgaan: a) Kosten vervallen direct bij opheffing INTOS zonder incidentele kosten b) Kosten vervallen direct bij opheffing INTOS met incidentele kosten c) Kosten vervallen niet direct maar kunnen pas na een bepaalde periode worden afgebouwd zonder incidentele (afkoop)kosten d) Kosten vervallen niet direct en kunnen pas na een bepaalde periode worden afgebouwd met incidentele (afkoop)kosten IWGM – Quick scan vormgeving opheffing GR en gevolgen opheffing – eindrapportage
50
Het wordt een stuk eenvoudiger wanneer de gemeente Gennep alles overneemt van INTOS. Dan is er feitelijk sprake van overgang van onderneming, waardoor liquidatiekosten kunnen worden beperkt. De vraag is of de gemeente Gennep dat zou willen en of er dan geen kostenverhogende effecten zijn (omdat INTOS bijvoorbeeld een andere CAO hanteert voor niet-gesubsidieerd personeel dan de CAO gemeenten). Voorbeeld inhoudsopgave liquidatieplan INTOS 1. Aanleiding en overwegingen voor de opheffing 2. Spelregels en uitgangspunten voor het opheffingsproces 3. Gevolgen: a. Arbeidscontracten b. Overige contracten en verplichtingen i. Met leveranciers ii. Met klanten c. Volmachten, eventuele mandaten en bevoegdheden (bijvoorbeeld AVG) d. Activa 4. Duiding van de boedel in te beëindigen en over te dragen. Formuleren voorwaarden voor de overdracht (kan ook in spelregels en uitgangspunten) 5. Plan van aanpak opheffing en transitie a. Resultaten b. Stappenplan c. Sociaal Plan d. Governance opheffingsproces 6. Financiën a. Liquidatiebegroting (incidentele kosten) b. Vereffening van het vermogen en verdeling liquidatiekosten over de gemeenten (verdeelsleutel) 7. Communicatieplan 8. Risicoparagraaf
7.8
Stappenplan voor implementatie voor de drie modellen
Voor de drie modellen zijn diverse benodigde stappen geïdentificeerd in de voorgenomen transitie. In de volgende tabel is weergegeven welke handeling nodig is en of deze handeling voor één of beide gemeenten nodig is. Op- en vaststellen liquidatieplan IWGM en uitvoering (zie stappenplan in hoofdstuk 4)
Model 1 B
Model 2 B
B B
Aanpassing statuten stichting INTOS en mogelijk INTOS BV Aanwijzingsbesluit per gemeente Verlenen van een uitsluitend recht voor de Wsw (plus groenopdracht) aan INTOS of de gemeente Gennep Dienstverleningsovereenkomst Wsw Dienstverleningsovereenkomst werkdeel Pwet Dienstverleningsovereenkomst andere activiteiten (bijvoorbeeld dagbesteding, inburgering) Afspraken over verdeling van Wsw-medewerkers uit buitengemeenten Eventueel vastleggen mandaten, machtigingen en volmachten voor de uitvoeringsorganisatie
B G G (B) B
B B B of M&M B G G B B
Afspraken over toekomstige financiële verhoudingen vastleggen
B
B
Liquidatieplan stichting INTOS en INTOS BV Transitie INTOS van stichting naar gemeentelijk onderdeel
Model 3 B
M&M M&M M&M
B M&M B B B
B betekent: geldt voor beide gemeenten. G betekent: geldt alleen voor de gemeente Gennep M&M betekent: geldt alleen voor de gemeente Mook en Middelaar
Tabel 7: Stappenplan implementatie van de 3 modellen IWGM – Quick scan vormgeving opheffing GR en gevolgen opheffing – eindrapportage
51
7.9
Communicatie
Voor de (betrokken) Wsw-medewerkers van IWGM is het van belang tijdig duidelijkheid te kunnen verschaffen over hun rechtspositie. De medewerkers en het bestuur van IWGM moeten gedurende het proces betrokken en geïnformeerd blijven. Dit geldt ook voor de overige betrokkenen in de governance van INTOS. Daarom is het van belang gedurende het proces oog te hebben voor de communicatie binnen de organisatie en daarbuiten en extra communicatiemomenten in te lassen zodra er informatie bekend is die breder gedeeld moet worden. De verantwoordelijke voor het transitieproces zal onder meer de volgende communicatie met elkaar afstemmen: Communiceren naar private opdrachtgevers over het moment van overgang of overdracht van activa, taken of verplichtingen. Communiceren naar stuurgroep over zaken / operationele beslissingen die door de stuurgroep moeten worden genomen of waarover zij geïnformeerd moeten worden (zoals over de voortgang van de uitvoering van het liquidatieplan). Communiceren over arbeidsvoorwaarden en zaken die over rechtspositie en sociaal plan gaan.
IWGM – Quick scan vormgeving opheffing GR en gevolgen opheffing – eindrapportage
52
A.
Toelichting werkgeverschap Wsw-werknemers
Wanneer de IWGM wordt opgeheven, vervalt het werkgeverschap van de Wswmedewerkers van rechtswege aan de colleges van de twee gemeenten. Volgens artikel 2, eerste lid van de Wsw kan het college geïndiceerden voor de Wsw een dienstbetrekking aanbieden voor het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden. Het college verlegt deze bevoegdheid bij deelname aan een GR voor de Wsw aan die GR. Als een GR wordt opgeheven houdt dit dus in dat het college weer verantwoordelijk wordt voor het werkgeverschap. Dat het college verantwoordelijk is voor het aanbieden van Wsw-dienstbetrekkingen en dus voor het werkgeverschap laat onverlet dat het college de uitvoering van taken via een aanwijzingsbesluit en/of een mandaat-, machtiging- en volmachtbesluit kan beleggen bij gemeentelijke onderdelen en/of functionarissen of externe partijen. Feitelijk heeft de IWGM alle uitvoeringstaken voor de Wsw belegd bij de stichting INTOS, inclusief het namens het bestuur van de GR-IWGM aangaan van een dienstbetrekking op grond van artikel 2, lid 1 Wsw en het verrichten van de daaruit voortvloeiende of samenhangende handelingen. Echter, de IWGM blijft verantwoordelijk daarvoor (het is een mandatering van de stichting en geen delegatie). Er zijn zonder de IWGM minimaal twee mogelijkheden: 1.
Beide gemeenten beleggen, net als de IWGM in de huidige situatie, de volledige uitvoering van de Wsw, inclusief alle taken die het werkgeverschap van de Wswmedewerkers met zich mee brengt, bij de stichting INTOS. De stichting INTOS voert alle taken uit namens de colleges van de twee gemeenten. De colleges van de twee gemeenten blijven echter verantwoordelijk. 2. Beide gemeenten gaan bepaalde bevoegdheden en taken die samenhangen met het werkgeverschap zelf uitvoeren en een ander deel van de taken bij INTOS beleggen. Bevoegdheden en taken die de gemeente zelf kan uitvoeren zijn bijvoorbeeld beslissingen over ontslag van medewerkers, disciplinaire maatregelen en intrekking van de Wsw-indicatie. De eerste mogelijkheid ligt het meest voor de hand, omdat deze het beste aansluit op de huidige situatie. Enige verschil is dat de uiteindelijke verantwoordelijkheid niet meer bij de IWGM berust maar bij de colleges van de twee gemeenten. De tweede mogelijkheid leidt tot een hybride situatie die zonder een heel concrete en duidelijke rolverdeling in de praktijk tot verwarring kan leiden.
Tevens dient de loon- en salarisadministratie van de gemeente ingericht te worden met oog op de uitvoering voor Wsw-werknemers, waardoor twee soorten loonstromen ontstaan voor de gemeenten met oog op loonfiscale bepalingen: één loonsubnummer voor ambtelijk personeel en een ander loonsubnummer voor Wswpersoneel. Vanwege de kwetsbaarheid van de Wsw-werknemers is het van belang dat de loonadministratie op goede wijze is ingericht en functioneert, waardoor dit aspect veel aandacht verdiend in de implementatie bij keuze voor Model 3. Indien gekozen wordt voor een van de modellen waarbij INTOS wordt voortgezet is dit relatief eenvoudig door voortzetting van de huidige situatie. Een belangrijk afwegingsaspect is aldus hoe belangrijk de gemeenten het vinden zelf deels uitvoering te geven aan het werkgeverschap van de Wsw-medewerkers. Een derde mogelijkheid is meer verstrekkend. Deze mogelijkheid sluit aan op het governance-model waarin de gemeente Mook en Middelaar geen bestuurder meer zou aanwijzen van de stichting INTOS. Het is namelijk mogelijk dat de Wsw-medewerkers van Mook en Middelaar een dienstbetrekking krijgen met de gemeente Gennep, waarbij de twee gemeenten gelijktijdig duidelijke financiële afspraken maken voor de resterende tijd dat de medewerkers in dienst zijn bij Gennep. IWGM – Quick scan vormgeving opheffing GR en gevolgen opheffing – eindrapportage
53
Huidige situatie IWGM is formeel werkgever en INTOS voert werkgeverschap namens IWGM uit
Opties nieuwe situatie Beide colleges zijn formeel werkgever en INTOS voert het werkgeverschap namens de colleges uit. Beide colleges zijn formeel werkgever en de gemeenten voeren het werkgeverschap deels zelf uit en machtigen deels INTOS om het werkgeverschap deels namens de colleges uit te voeren.
De SW-medewerkers van Mook en Middeldaar komen formeel in dienst bij het college van de gemeente Gennep, die voor deze medewerkers dan ook de Rijksbijdrage gaat ontvangen
Voordelen optie
Nadelen optie
Uitvoering door INTOS ongewijzigd.
Heeft mogelijk gevolgen voor beide gemeenten voor premie Whk als gemeente geen eigen risico drager WGA en ziektewet is. Hybride structuur die zonder hele duidelijke afspraken tot veel benodigde afstemming en tot verwarring kan leiden.
Weinig verandering t.o.v. huidige situatie. De medewerkers merken er ‘niets’ van. Gemeenten laten zien zich verantwoordelijk te voelen voor de Wswmedewerkers.
Alleen Gennep hoeft Wsw in te kopen bij INTOS Uitvoering door INTOS ongewijzigd Aanbestedingsrechtelijk eenvoudig, want Gennep bestuurt stichting of gemeentelijk onderdeel en is enige opdrachtgever.
De uitvoering van het formele werkgeverschap verandert voor de Wsw-medewerkers, maar het materiële werkgeverschap (functionele aansturing, werkplek, hiërarchie) blijft hetzelfde. Moeilijker uit te leggen. Heeft mogelijk gevolgen voor premie Whk als de gemeente Gennep geen eigen risico drager WGA en ziektewet is. Overeenstemming zoeken over financiële verhouding vanwege subsidietekort. Gemeente Mook en Middelaar is niet meer verantwoordelijk voor de in de gemeente wonende Wswmedewerkers.
Tabel B1: Opties uitvoering werkgeverschap Wsw-medewerkers Bij opheffing van de GR zullen de medewerkers die wonen in een andere gemeenten dan Gennep en Mook en Middelaar moeten worden verdeeld over de twee gemeenten. Het zou gaan om ongeveer 40 medewerkers (in personen). Deze medewerkers worden nu in het kader van de Wsw-statistiek en het verdeelmodel Wsw toegewezen aan de gemeente Gennep die voor deze medewerkers daardoor betalende gemeente is. Zie hiervoor paragraaf 6.4.
IWGM – Quick scan vormgeving opheffing GR en gevolgen opheffing – eindrapportage
54