Bijlage 1j bp Reconstructie N271 Mook - Milsbeek - stikstof.pdf
Tekst van het document
EA200061.R02
29 van 35
is te weinig open, terwijl zich humus aan het oppervlak of in de bovenste bodemlagen ophoopt. Het huidige beheer bestaat uit jaarrond beweiding met paarden en runderen, plaatselijk maaien als er voldoende biomassa is en kleinschalig plaggen wanneer nodig. Het beheer heeft in de afgelopen decennia onvoldoende dynamiek toegevoegd. Meer dynamiek door de rivier is niet aan de orde. Het rivierduin is een ijstijdrelict en ligt daarvoor op de verkeerde plaats in het rivierdal van de Maas. Glanshaverhooilanden komen voor op vochtige tot matig droge, relatief voedselrijke klei-, zavel- en leemgronden en op kleiig zand. De bodem is overwegend kalkhoudend tot kalkrijk, zodat neutrale tot basische omstandigheden overheersen. In optimale vorm is er sprake van licht tot matig voedselrijke en vochtige tot matig droge bodems. De graslanden zijn afhankelijk van hooilandbeheer: ze worden overwegend een of twee keer per jaar gehooid en soms licht voor- en/of na beweid. De huidige graslanden in de Oeffelter Meent hebben een agrarisch verleden met doelbewuste opbreng van extra meststoffen en kennen bovendien op dit moment een begrazingsbeheer. Door het vermoedelijk relatief hoge voedingsstoffenniveau en door het beweidingsbeheer komen Glanshaverhooilanden in de Oeffelter Meent nu minder voor dan in potentie zou kunnen.
De oppervlakte Glanshaverhooilanden is in potentie wel vrij groot, maar in de huidige situatie is het habitattype vrijwel afwezig.
Foto 3: Zicht op de Oeffelter Meent vanaf De Rijtjes
H6120 Stroomdalgraslanden Type code H6120
Projectbijdrage oppervlakte
stikstofdepositie mol N/ha
oppervlakte beïnvloed
ha
range (en aantal hexagonen)
ha
%
3,3
0,06 – 0,15 (9)
3,3
100
Beoordeling effecten stikstofdepositie Stikstofdepositie leidt tot een grotere productie, opbouw van een (dichtere) grasmat en de opbouw van een humuslaag. De aanvoer van voedingsstoffen met de Maas is in zekere zin deels te beschouwen als een natuurlijke achtergrondbelasting. De nutriëntenbelasting is en wordt verbeterd, maar is nog steeds te hoog.
EA200061.R02
30 van 35
Overige knelpunten Nutriënten worden bij hogere waterstanden ook door de Oeffelter Raam aangevoerd. Ook daarvan is de kwaliteit weliswaar de laatste jaren verbeterd, maar nog niet op orde. Verder is het ontbreken van de natuurlijke rivierdynamiek een belangrijk knelpunt. Het Stroomdalgrasland van de Oeffelter Meent ligt niet op een locatie die door de huidige Maas op de gewenste manier wordt beïnvloed. De locatie is een ijstijdrelict en het hoort bij het vroegere Rijnsysteem dat destijds hier het landschap heeft gevormd. Vanwege de ligging in het landschap en de grootte van de Maas is de huidige Maas niet in staat om voor de benodigde dynamiek te zorgen, waarbij de bodem wordt opengemaakt en strooisel wordt afgevoerd. In het verleden werd de rivierdynamiek als het ware gecompenseerd door antropogene invloeden, met name de winning van zand en grind, waardoor er toch steeds vers, basenhoudend zand of grind aan de oppervlakte kwam. Momenteel vindt deze vervangende dynamiek niet meer plaats en is er weinig interne vernieuwing van de vegetatie. Tenslotte is er sprake van een beperkt en geïsoleerd voorkomen van het habitattype in het rivierengebied. Conclusie ten aanzien van projectbijdrage. De bijdrage van het project betreft een eenmalige toename van 0,06 à 0,15 mol N/ha in 2021, overeenkomend met maximaal 2,1 g N/ha.
Een dergelijke stikstofgift zal leiden tot een aanwas van de vegetatie van maximaal 5,3 g biomassa per ha en kan daarmee niet leiden dichtere grasmat. Ten opzichte van de jaarlijkse fluctuatie in de achtergronddepositie is de genoemde depositie verwaarloosbaar klein. De staat van instandhouding is echter ongunstig, maar dat heeft voor een belangrijk deel te maken met het ontbreken van de vereiste rivierdynamiek voor dit type grasland. Gelet op voorgaande overwegingen en trends en het eenmalig karakter van een tijdelijke relatief geringe depositietoename van maximaal 0,15 mol N/ha in 2021 op dit habitattype, is er geen aanleiding aan te nemen dat deze depositie tot een verdere verslechtering van de kwaliteit van het habitattype H6120 Stroomdalgraslanden leidt. H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden Type code H6510A
Projectbijdrage oppervlakte
stikstofdepositie mol N/ha
oppervlakte beïnvloed
ha
range (en aantal hexagonen)
ha
%
3,7
0,02 – 0,18 (9)
1,8
50%
Beoordeling effecten stikstofdepositie Het voormalige landbouwkundig gebruik heeft een erfenis achtergelaten van overmatige voedingsstoffen (stikstof, fosfaat), met als gevolg een dichte vegetatie met concurrentiekrachtige, algemene soorten en weinig bijzondere en kenmerkende soorten. Door te hoge stikstofdepositie blijft dit effect aanhouden. Overige knelpunten Momenteel bestaat het beheer van aanzienlijke oppervlakte nog uit weidebeheer (het houden van koeien) waardoor er onvoldoende verschraling is. Samen met hetgeen hierboven is genoemd, is het effect een hoge productie van vooral grassen, waardoor de soortenrijkdom laag is en er een hoge beheersinspanning is vereist om dit effect te minimaliseren en de vereiste instandhouding en uitbreiding van areaal en kwaliteit te bereiken. De licht positieve trend moet in het kader van de nog overbelaste situatie als fragiel worden beschouwd, waardoor adequate (beheer)maatregelen noodzakelijk zijn om het noodzakelijke behoud van kwaliteit te kunnen garanderen.
EA200061.R02
31 van 35
Figuur 8: Stikstofdepositie op habitattype Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (oranje vlakjes); zie voor legenda figuur 5 (bron: AERIUS Calculator)
Uit figuur 8 blijkt dat er naast een verhoging van stikstofdepositie (zie paarse hexagonen in voornamelijk het zuidelijk deel) ook sprake is van een afname in het noordelijk deel (zie groene hexagonen; vergelijk figuur 5 voor Sint Jansberg). Potentiële uitbreidingslocaties in het noordelijk deel zullen door de stikstofdepositie vanwege het project in elk geval niet in het geding komen. Conclusie ten aanzien van projectbijdrage. De bijdrage van het project betreft een eenmalige toename van 0,02 – 0,18 mol N/ha in 2021, overeenkomend met maximaal 2,52 g N/ha. Een dergelijke stikstofgift zal leiden tot een aanwas van de vegetatie van ongeveer 6 g biomassa per ha en kan daarmee niet leiden tot veranderingen in de verhouding waarmee individuele soorten in de vegetatie voorkomen, met name toename van concurrentiekrachtige, algemene soorten. Ook is de tijdelijke toename van 0,02 à 0,18 mol N/ha verwaarloosbaar in vergelijking tot de jaarlijkse fluctuatie in de achtergronddepositie. Tenslotte is er sprake van een licht positieve trend (zie onder overige knelpunten).
Gelet op voorgaande overwegingen en trends en het eenmalig karakter van een tijdelijke relatief geringe depositietoename van maximaal 0,18 mol N/ha in 2021 op dit habitattype, is er geen aanleiding aan te nemen dat deze depositie tot een verdere verslechtering van de kwaliteit van het habitattype H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden leidt.
5.7 Nadere beoordeling habitattype Maasduinen Algemeen De Maasduinen wordt vooral gekenmerkt door een rivierduinencomplex dat bestaat uit een reliëfrijk gebied van tot 30 meter (+NAP) hoge duinen en uitwaaiingsvlakten. In deze vlakten liggen vennen, vaak groepsgewijs, omgeven door hoefijzervormige paraboolduinen. Aan weerszijde van deze noordwest gerichte hogere zandgronden ligt in het westen het huidige stroomgebied van de Maas en in het oosten een voormalige terrasvlakte. Ook de flanken van deze lagere gebieden behoren plaatselijk tot het Nationaal Park. Hier liggen vennen, die hun oorsprong kennen als Maasmeander.
EA200061.R02
32 van 35
H4030 Droge heiden Type code H4030
Projectbijdrage oppervlakte
stikstofdepositie mol N/ha
oppervlakte beïnvloed
ha
range (en aantal hexagonen)
ha
%
475
0,01 – 0,01 (4)
2
0,4%
Beoordeling effecten stikstofdepositie De bodems onder droge heiden zijn van nature zuur van karakter. Mede onder invloed van stikstofdepositie zijn deze bodems verder verzuurd. Dit wil echter niet zeggen dat daarmee het habitattype verdwijnt. De gewenste zuurgraad voor de kenmerkende vegetaties van het habitattype omvat alle pH-H2O-waarden beneden 5,0 voor de minerale bovengrond. Wel is het mogelijk dat een of meer van de overige, minder kenmerkende vegetaties verdwijnen, die medebepalend kunnen zijn voor een goede kwaliteit. Door de verzurende invloed van stikstofdepositie kan er sprake zijn van achteruitgang van typische soorten. De meeste typische soorten vaatplanten (stekelbrem, kruipbrem) komen voor op de relatief iets beter gebufferde plekken in droge heiden. Deze soorten zijn gevoelig voor verzuring en/of voor het hoge gehalte van ammonium en/of aluminium als gevolg van de depositie. Een algemene soort zoals struikheide is veel minder gevoelig voor ammonium (en aluminium). De kenmerkende vegetatietypen zijn gebonden aan zeer voedselarme omstandigheden, waardoor het habitattype eveneens gevoelig is voor vermesting. Verhoogde stikstofdepositie zorgt in eerste instantie voor een versnelde groei van struikhei, waardoor de schaduwwerking toeneemt en mossen en korstmossen sterk afnemen in bedekking.
Tegelijkertijd is sprake van een toenemende hoeveelheid organisch materiaal en stikstof in en op de bodem, terwijl er nauwelijks of geen stikstof uitspoelt. Na een accumulatieperiode van 1-2 decennia komt veel stikstof beschikbaar in de wortelzone waardoor grassen (met name bochtige smele en pijpenstrootje) een sterkere concurrentiepositie krijgen ten opzichte van struikheide. Overige knelpunten Het belangrijkste knelpunt naast overbelasting door stikstof is de successie. Bekend is dat heide een tussenfase vormt op arme gronden in de successie naar bos. Met name grove den en berk zijn boomsoorten die op dergelijke arme grond goed tot kieming komen. Het bestaan van heideterreinen in Nederland is in belangrijke mate te danken aan menselijke invloed, door historisch gebruik. De menselijke invloed zorgde ervoor dat bosontwikkeling steeds werd teruggezet, bijvoorbeeld door begrazing en plaggen voor potstallen. Dit gebruik is niet meer regulier en daarom is het terugzetten van de successie naar bos niet zonder meer nog gegarandeerd. Derhalve vormt bosontwikkeling een knelpunt voor het behoud van de omvang en kwaliteit van dit habitattype. Een te sterke dominantie van grove den en berk kan het behoud van de heide in gevaar brengen. Conclusie ten aanzien van projectbijdrage.
De bijdrage van het project betreft een eenmalige toename van maximaal 0,01 mol N/ha in 2021, overeenkomend met 0,14 g N/ha. Een dergelijke stikstofgift zal leiden tot een aanwas van de vegetatie van ongeveer 0,35 g biomassa per ha en kan daarmee niet leiden tot veranderingen in de verhouding waarmee individuele soorten in de vegetatie voorkomen, met name toename van bochtige smele en pijpenstrootje. Ook is de tijdelijke toename van 0,01 mol N/ha verwaarloosbaar in vergelijking tot de jaarlijkse fluctuatie in de achtergronddepositie. De depositie van maximaal 0,01 mol N/ha in 2021 op een relatief gering aandeel (0,4% oppervlakte) zal redelijkerwijs niet leiden tot een verdere verslechtering van de kwaliteit ervan..
EA200061.R02
33 van 35
6 Conclusies en vervolgstappen Samenvatting effecten
Met AERIUS Calculator zijn de stikstofdeposities berekend van het project ‘Reconstructie N271 kom Plasmolen’ op voor stikstof gevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. In totaal zijn op 5 habitattypen, waarvoor instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd, deposities berekend groter dan 0,00 mol N/ha ter plaatse van de Natura 2000-gebieden Sint-Jansberg, Oeffelter Meent, De Bruuk en Maasduinen. De hoogste deposities (>0,1 mol) zijn berekend voor de typen H9120 Beuken-eikenbossen met hulst (3,60 mol N/ha) in gebied Sint-Jansberg, H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (0,18 mol N/ha) en H6120 Stroomdalgraslanden (0,15 mol N/ha) in gebied Oeffelter Meent. In de gebieden De Bruuk en Maasduinen zijn deposities berekend van maximaal 0,06 en 0,01 mol N/ha op respectievelijk de habitattypen H6410 Blauwgraslanden en H4030 Droge heiden. De bijdrage van het onderhavige project aan de overschrijding van de kritische depositiewaarde van de betrokken habitattypen is klein (0, 001 – 0,3 % van de overschrijding) en bovendien tijdelijk van aard. Verder is in veel gevallen juist ook sprake van (een tijdelijke) afname van stikstofdepositie op de betrokken habitattypen als gevolg van het project.
Tenslotte zijn uitbreidingsdoelstellingen niet in het geding, aangezien de tijdelijke extra deposities niet op de gebieden terecht komen waar uitbreiding van het betreffende habitattype nagestreefd wordt. Al met al is voor alle vijf habitattypen de conclusie dat de geringe deposities het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen. Ten aanzien van de overige, relevante verstoringsaspecten – geluid, licht, trilling en optische verstoring – wordt geconcludeerd dat er weliswaar habitatsoorten gevoelig zijn voor deze vormen van verstoring, maar dat de habitats waarin zij voorkomen op ruime afstand van het projectgebied gelegen zijn. Er zijn redelijkerwijs geen negatieve effecten als gevolg van de genoemde verstoringsaspecten te verwachten. Vervolgstappen: Voor het onderhavige initiatief dient een vergunning ingevolge de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Omdat in de voorliggende beoordeling de effecten van stikstof en andere verstoringsaspecten als niet significant zijn aangemerkt, is een vergunning in principe verleenbaar. Uiteraard is dit ter beoordeling van het bevoegd gezag.
EA200061.R02
34 van 35
7 Gebruikte literatuur Anonymus. 2017. Uitgangspuntenrapport stikstofdepositieberekeningen, d.d. 15 augustus 2017. RWS Bedrijfsinformatie. Burg, A. van den, H. Siebel, R. Bobbink & I. Borkent. 2019. Einde van het PAS. Nu inzetten op winst voor natuur! In: Vakblad natuur bos landschap 2019(158):4-8. Commissie voor de milieueffectrapportage. Factsheet Natura 2000, significantie en Passende beoordeling. 2 oktober 2015. Commissie mer, Utrecht. Dienst Landelijk Gebied & Staatsbosbeheer / Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. 2016. Beheerplan Natura 2000-gebied 069 De Bruuk. Mei 2016. Dobben, H.F. van, R. Bobbink, D. Bal & A. van Hinsberg. 2012. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000. Alterra-rapport 2397. Alterra Wageningen UR, Wageningen. Koolstra, B. 2019. Beoordeling stikstofdepositie dijkversterking Neer. Rapp. 2019-008-11 i.o.v. Waterschap Limburg. Koolstra Advies Ecologie en Natuurwetgeving, Assen. Gedeputeerde Staten van Limburg. 2017. Natura 2000 Gebiedsanalyse voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) Sint Jansberg (142).
Definitief, 15-12-2017. Provincie Limburg, cluster Natuur en Water,
Maastricht. Provincie Gelderland, RVO, Dienst Landelijk Gebied & Staatsbosbeheer. 2017. PAS gebiedsanalyse 069 De Bruuk. Datum: 15-12-2017. Provincie Limburg. 2017. Natura 2000 Gebiedsanalyse voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) Maasduinen (145). Datum: 15-12-2017. Cluster Natuur en Water, Maastricht. Provincie Noord-Brabant. 2017. Gebiedsanalyse Oeffelter Meent (141). Programma Aanpak Stikstof (PAS). Datum: 15-12-2017. Den Bosch. Steunpunt Natura 2000. 2010. Leidraad bepaling significantie. Nadere uitleg van het begrip ‘significante gevolgen’ uit de Natuurbeschermingswet. Datum: versie 27 mei 2010. Steunpunt Natira 2000, Ede. Geraadpleegde websites: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/effectenindicator.aspx https://www.natura2000.nl/ https://www.bij12.nl/onderwerpen/stikstof-en-natura2000/helpdesk/
EA200061.R02
35 van 35
Bijlagen
Bijlage 1 Doorloopschema bepaling significantie In dit doorloopschema staan de benodigde stappen vermeld (ontleend aan: Leidraad bepaling significantie. Nadere uitleg van het begrip ‘significante gevolgen’ uit de Natuurbeschermingswet. Versie 27 mei 2010. Steunpunt Natura 2000, Ede)
EA200061.R02
Bijlage 2 AERIUS berekeningen In deze bijlage worden de berekeningen met AERIUS Calculator toegelicht. Er is in principe geen sprake van wijziging in verkeersintensiteiten en toegestane maximum snelheden als gevolg van de reconstructie. Dit betekent dat de effecten in de aanlegfase maatgevend zijn voor de depositiebijdrage van het project. Bij de berekeningen met AERIUS Calculator moeten emissiebronnen worden ingevoerd. In het onderhavige geval betreft het inzet van materieel: mobiele werktuigen, bijvoorbeeld een asfaltfrees, een asfaltmachine, graafmachines en vrachtauto’s voor laden en lossen van materialen. Verder is er sprake van transport van personeel (auto’s of busjes), alsmede aan- en afvoer van materialen (vrachtauto’s). De specificatie van het in te zetten materieel is aangeleverd door Geonius, afdeling INFRA, die het bestek heeft gemaakt. In de aanlegfase wordt tevens een omleidingsroute gedefinieerd, in verband met een te verwachten wegafsluiting tijdens de reconstructiewerkzaamheden (zie onder).
A. Aanlegfase 1. Materieel Aan de hand van het vermogen (kW), de emissiefactor en de draaiuren kan in principe de emissie berekend worden volgens de formule: Emissie
=
Vermogen x Belasting x Emissiefactor x TAF-factor
Vermogen
=
het vermogen van de machine (kW)
Belasting
=
het gedeelte van het vermogen dat gemiddeld gebruikt wordt (%)
Emissiefactor
=
de emissiefactor behorend bij het werktuig (g/Kwh)
TAF-factor
=
waarin:
aanpassingsfactor op de gemiddelde emissiefactor in verband met de afwijking van de gemiddelde gebruikstoepassing van het betreffende werktuigtype als gevolg van de wisselde vermogensvraag (%).
In onderstaande tabel b1 is de inzet in uren van materieel gespecificeerd, gebaseerd op het bestek. Er worden door de aannemer moderne machines ingezet (EU Stage IV en Stage IIIB). Voor de vrachtauto’s wordt uitgegaan van een brandstofverbruik van 20 l diesel per uur. Op basis daarvan wordt door AERIUS Calculator de emissie berekend. Voor het materieel wordt voor de emissieberekening uitgegaan van de in Calculator gedefinieerde set machines, waarbij alleen het vermogen en het aantal draaiuren hoeft te worden opgegeven (zie bovenstaande formule). In de onderste rij is de door AERIUS berekende stikstofemissie gegeven. In totaal bedraagt deze voor het project, uitgaande van uitvoering binnen 1 jaar, 114,0 kg NOx.
EA200061.R02
Tabel b1: Inzet machines met berekende stikstofemissie Activiteit VA VA MobK Rupsk Mini
Zaag
Frees
Trilpl
Wals
AsfM
Tractor
#bew
#uur
#uur
#uur
#uur
#uur
#uur
#uur
#uur
#uur
opruimingswerkzaamheden
438
40
7
531
4
47
grondwerk
1.381
8
410
100
riolering
7
4
248
92
funderingen
163
24
verhardingen
619
463
745
bijkomende werkzaamheden 7
46
48
Totaal
2.615
585
1.458 1.016 112
Bouwjaar/stageklasse
Euro 6
Euro 6
2015
2015
vermogen (kWh)
250
250
110
#uur
8
48
277 272 16
499
64
312
104
4 276
47
24
503
312
104
32
2015 va2007 2015
va2008 2015
2015
2015
260
28
5
200
10
90
200
60
60
60
60
60
60
40
40
55
60
0,3
0,3
0,3
5,9
0,3
3,35
0,4
0,4
0,4
28,87 47,55 0,56
4,89
1,69
6,74
4,49
4,58
0,46
Emissieberekening
belasting (%) emissiefactor (g N/kWh) emissie (kg N)
118,0
14,20
Toelichting afkortingen: #bew = aantal bewegingen, #uur = aantal draaiuren, VA = vrachtauto, MobK = mobiele kraan, Rupsk = rupskraan, Mini = minigraver, Frees = asfaltfrees, Trilpl = trilplaat/stamper, AsfM = asfalt afwerkinstallatie.
2. Transport Voor de emissies van de auto’s en vrachtwagens is in AERIUS Calculator een rijroute gemodelleerd. Hierbij is ervan uitgegaan dat de helft van het verkeer rijdt via een noordelijke route (A73-N271) en de helft via een zuidelijke route (A77-N271). De
transportbewegingen
van
vrachtauto’s
zijn
in
bovenstaande
tabel
aangegeven.
Voor
de
transportbewegingen van het personeel is de volgende aanname gemaakt: gemiddeld 4 auto’s per werkdag (in totaal 120 werkdagen) voor uitvoerder, machinist, rioolploeg en stratenmaker plus 1 voertuig per week extra voor specialistische onderaannemers. De transportbewegingen zijn dan gemiddeld op jaarbasis: •
Vrachtauto’s (Euro 6):
2.616 x 2 / 365 = 14,3 mvt/etm, emissie =
118,0 kg N
•
Licht verkeer:
(4,2 x 120 x 2 / 365 =) 2,8 mvt/etm, emissie =
1,6 kg N
3. Tijdelijke omleidingroute Naast de effecten van inzet van materieel en aan- en afvoer van materialen, zijn er ook effecten van het reguliere verkeer dat door de reconstructie slechts beperkte toegang heeft tot het onderhavige traject. Daarom wordt gerekend met twee omleidingsroutes (zie hoofdstuk 2), namelijk de hoofdomleidingsroute via de A73 en een lokale omleidingsroute via Breedeweg en Groesbeek, zie ook figuur b1. In onderstaande tabel b2 zijn de verkeersintensiteiten weergegeven.
EA200061.R02
Tabel b2: Verkeersintensiteiten (in mvt/etm) op de bestaande route en de omleidingsroutes Periode
werkdag
Bestaand
Omleiding
N271
A73
8.184
Per categorie lokaal
omleiding A73
lokale oml
personen
licht
zwaar
personen
licht
zwaar
84%
16%
89,8%
7,8%
2,4%
89,8%
7,8%
2,4%
6.875
1.309
6.173
536
165
1.176
102
31
zaterdag
6.904
5.799
1.105
5.208
452
139
992
86
27
zondag
6.515
5.473
1.042
4.914
427
131
936
81
25
weekdag
7.763
6.521
1.242
5.856
509
157
1.115
97
30
Figuur B1: Omleidingsroutes bij afsluiting van het te reconstrueren wegvak van de N271
Uit figuur b1 blijkt dat de lokale omleidingsroute dicht tegen de gebieden Sint Jansberg en De Bruuk aan ligt. Daartegenover staat dat gedurende de omleiding de emissie langs de zuidgrens van Natura 2000-gebied SintJansberg minder is, aangezien de bestaande route langs deze zuidgrens loopt. De omleidingsroute is 6 maanden in gebruik. Dit betekent dat in AERIUS 50% van de bovengenoemde intensiteiten ingevoerd wordt. De stikstofemissie veroorzaakt door het reguliere verkeer is in onderstaande tabel b3 gespecificeerd.
EA200061.R02
Tabel b3: Stikstofemissie veroorzaakt door het reguliere verkeer, op de omleidingsroute en de bestaande route Categorie Eenheid Bestaande route Omleiding A73 Lokale omleiding personenauto’s
mvt/etm
3.486
2.928
558
middelzwaar vrachtverkeer
mvt/etm
303
255
49
zwaar vrachtverkeer
mvt/etm
93
78
15
totaal
mvt/etm
3.882
3.261
622
stikstofemissie
kg NOx/jaar
1.851
5.800
1.850
4. Resultaten Het met AERIUS Calculator gegenereerde rapport is als bijlage toegevoegd. Hieronder worden met drie tabellen de resultaten samengevat: •
tabel b4: het verschil tussen de stikstofdepositie die door de reconstructiewerkzaamheden veroorzaakt wordt (inclusief omleidingsroutes) en die van het bestaande verkeer (een vorm van interne saldering);
•
tabel b5: de stikstofdepositie in de bestaande situatie;
•
tabel b6: de depositie veroorzaakt door de reconstructiewerkzaamheden (materieel) inclusief het verkeer op de omleidingsroutes.
Tabel b4: Verschil in stikstofdeposities (reconstructiewerkzaamheden minus bestaande situatie) in mol N/ha per Natura 2000-gebied en per habitattype Habitattype
%KDW SJB
OM
Max DB
ZD
MD SJB
Gem
code
KDW
OM
DB
ZD
H4030
1071
H6120
1286
H6230
857
0,0
-0,01
-0,01
H6410
1071
0,0
0,06
0,00
H6430C
1857
H6510A
1429
H7140A
1214
H7210
1571
H7230
1143
H9120
1429
-0,1
H91D0
1786
-0,2
H91E0C
1857
-0,1
H91F0
2071
L91E0C
1857
Lg04
1214
Lg05
1714
Lg13
1071
0,0
0,02
0,01
Lg14
1429
0,0
0,02
0,01
0,0 0,0
MD
SJB
OM
DB
0,01
0,0
0,15
0,10
-0,02
-0,03
-0,03
0,18 0,0
-0,04 0,00
-0,02
-4,88 0,0
-7,34 0,01
0,0
3,60
0,01 -0,03
-1,86
1,38 0,0
-1,44 0,0
-0,05
-1,39 -0,02
-2,86
-0,03
-0,02
-1,4
-0,03
-0,73 0,0
-0,3
-7,71 0,00
-4,88
0,00 -4,88
Toelichting: •
KDW = kritische depositiewaarde in mol N/ha/jaar (naar: Van Dobben et al. 2012)
•
%KDW = de maximale depositie gedeeld door de Kritische Depositie Waarde van dit type habitat
•
max = de hoogste depositie in één van de hexagonen (piekwaarde) binnen dit habitat in mol/ha/jaar
•
gem = de totale depositie (som van de depositiebijdrage van de ingevoerde emissiebronnen en de
EA200061.R02
MD 0,01
-0,01
0,0 0,0 -0,3
ZD
achtergronddepositie) van het habitat gedeeld door het aantal hexagonen in mol/ha/jaar •
Natura 2000-gebieden: SJB = Sint Jansberg, OM = Oeffelter Meent, DB = De Bruuk
•
Habitattypen: H4030 Droge heiden, H6120 Stroomdalgraslanden, H6230 Heischrale graslanden, H6410 Blauwgraslanden, H6430C Ruigten en zomen (droge bosranden), H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden, H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen), H7210 Galigaanmoerassen, H7230 Kalkmoerassen, H9120 Beukeneikenbossen met hulst, H91D0 Hoogveenbossen, H91E0C Vochtige alluviale bossen, H91F0 Droge hardhoutooibossen, L91E0C Vochtige alluviale bossen, Lg04 Zuur ven, Lg13 Bos van arme zandgronden, Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden
Tabel b5: Stikstofdepositie in de bestaande situatie in mol N/ha per Natura 2000-gebied en per habitattype Habitattype %KDW Max Gem code
KDW
H4030
1071
SJB
OM
DB
ZD
MD
SJB
OM
DB
ZD
225,2 118,1
MD
SJB
OM
DB
0,02
183,6
0,23
0,21
0,05
1286
H6230
857
222,2
0,12
0,12
H6410
1071
195,7
0,17
0,11
127,1
1571
H7230
1143 1429
H91D0
1786
140,9
H91E0C 1857
138,6
0,11
10,85 137,6
H9120
0,30 0,16
157,5 188,0
0,07
0,63 159,8
H7140A 1214 H7210
0,07
118,8
H6510A 1429
7,98 0,12
188,5
27,60
0,12 0,16
2,18
6,49 105,7
6,49 109,7
MD 0,01
0,07
H6120
H6430C 1857
ZD
0,13
1,86 0,14
3,25 0,11
0,12 0,09
H91F0
2071
L91E0C
1857
Lg04
1214
Lg05
1714
Lg13
1071
273,9
0,03
0,01
1429
204,1
0,02
0,01
Lg14
EA200061.R02
137,3
27,48 160,9
144,4
8,36 0,01
5,41
0,01 5,41
Tabel b6: Stikstofdepositie veroorzaakt door reconstructiewerkzaamheden en verkeer op omleidingsroutes in mol N/ha per Natura 2000-gebied en per habitattype Habitattype %KDW code
KDW
H4030
1071
SJB
OM
DB
Max ZD
MD
SJB
Gem OM
DB
ZD
225,2 118,1
MD
SJB
OM
DB
0,03
183,6
0,35
0,32
0,03
1286
H6230
857
222,2
0,10
0,10
H6410
1071
195,7
0,17
0,10
127,1
1571
H7230
1143 1429
H91D0
1786
140,6
H91E0C 1857
138,5
0,09
0,75 137,6
H9120
0,26 0,14
157,2 188,0
0,04
0,45 159,8
H7140A 1214 H7210
0,04
118,7
H6510A 1429
0,64 0,13
188,4
4,30
0,13 0,09
0,32
1,86 105,7
0,60 109,7
MD 0,02
0,04
H6120
H6430C 1857
ZD
0,08
0,47 0,11
0,39 0,07
0,09 0,06
H91F0
2071
L91E0C
1857
Lg04
1214
Lg05
1714
Lg13
1071
273,9
0,04
0,02
1429
204,1
0,04
0,02
Lg14
135,9
1,43 160,9
144,1
0,65 0,01
0,53
0,01 0,53
B. Gebruiksfase Voor de gebruiksfase geldt dat er geen wijzigingen optreden in de verkeersintensiteiten na voltooiing van de reconstructiewerkzaamheden ten opzichte van de bestaande situatie. Het is dan ook niet relevant hiervoor AERIUS-berekeningen uit te voeren.
EA200061.R02
Bijlage 3 Ligging betrokken habitattypen en ADW Legenda bij achtergronddepositiewaarde:
A. Sint Jansberg
Figuur B2: Ligging habitattype H9120 Beuken-eikenbossen met hulst (groene valkken)
EA200061.R02
Figuur B3: Ligging habitattype H91D0 Hoogveenbossen (lichtgroene vlakken)
EA200061.R02
B. Oeffelter Meent
Figuur B4: Ligging habitattype H6120 Stroomdalgraslanden (lichtgroen vlak)
EA200061.R02
Figuur B5: Ligging habitattype H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (oranje vlakken)
EA200061.R02
C. De Bruuk
Figuur B6: Ligging habitattype H6410 Blauwgraslanden (rode vlakken)
Figuur B7: Ligging habitattype H7230 Kalkmoerassen (paars vlakje)
EA200061.R02
D. Maasduinen
Figuur B8: Ligging habitattype H4030 Droge heiden in noordelijk deel (paarse vlakken)
Figuur B9: Ligging leefgebiedtype Lg13 Bos van arme zandgronden in noordelijk deel (donkerblauwe vlakken)
EA200061.R02
Figuur B10: Ligging leefgebiedtype Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden in noordelijk deel (paarse vlakken)
EA200061.R02
Bijlage 4 Instandhoudingsdoelstellingen Ontleend aan https://www.natura2000.nl/gebieden/limburg A. Sint-Jansberg
B. De Bruuk
c. Oeffelter Meent
EA200061.R02
d. Zeldersche Driessen
e. Maasduinen
EA200061.R02
EA200061.R02
54
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Bestaand gebruik en Reconstructie met omleidingsroute Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S1K1RpCDqNWv (02 juli 2020) pagina 1/14
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Geonius
Witteweg 2, 6586 AE Plasmolen
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Reconstructie N271 Milsbeek Mook
S1K1RpCDqNWv
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
02 juli 2020, 11:08
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Situatie 1
Situatie 2
Verschil
NOx
9.842,68 kg/j
7.689,14 kg/j
-2.153,54 kg/j
NH3
405,30 kg/j
295,74 kg/j
-109,56 kg/j
Resultaten
Natuurgebied
Verschil
Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)
Sint Jansberg
+ 3,60
Toelichting
Reconstructie provinciale weg
Resultaten
Bestaand gebruik Reconstructie met omleidingsroute
S1K1RpCDqNWv (02 juli 2020) pagina 2/14
Resultaten
Locatie Bestaand gebruik
Emissie Bestaand gebruik
Bron Sector
bestaande route Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
Resultaten
Bestaand gebruik Reconstructie met omleidingsroute
Emissie NH3
Emissie NOx
405,30 kg/j
9.842,68 kg/j
S1K1RpCDqNWv (02 juli 2020) pagina 3/14
Resultaten
Locatie Reconstructie met omleidingsroute
Emissie Reconstructie met omleidingsroute
Resultaten
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
-
113,98 kg/j
transportroute noord Wegverkeer | Buitenwegen
1,23 kg/j
59,20 kg/j
transportroute zuid Wegverkeer | Buitenwegen
1,25 kg/j
60,35 kg/j
Lokale omleiding Wegverkeer | Buitenwegen
96,89 kg/j
2.467,38 kg/j
Omleiding A73 (1) Wegverkeer | Buitenwegen
151,03 kg/j
3.836,46 kg/j
Omleiding A73 (2) Wegverkeer | Buitenwegen
45,34 kg/j
1.151,78 kg/j
Materieel Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
Bestaand gebruik Reconstructie met omleidingsroute
S1K1RpCDqNWv (02 juli 2020) pagina 4/14
Resultaten
Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden
Natuurgebied
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Sint Jansberg
0,70
4,30
+ 3,60
Oeffelter Meent
0,27
0,45
+ 0,18
De Bruuk
0,11
0,17
+ 0,06
Maasduinen
0,02
0,04
+ 0,02
Zeldersche Driessen
0,04
0,02
- 0,01
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
(mol/ha/j)
*
Resultaten
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Bestaand gebruik Reconstructie met omleidingsroute
S1K1RpCDqNWv (02 juli 2020) pagina 5/14
Resultaten
Resultaten per habitattype
Sint Jansberg Habitattype
(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,70
4,30
+ 3,60
H91D0 Hoogveenbossen
0,48
1,86
+ 1,38
L91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,94
0,21
- 0,73
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
1,71
0,27
- 1,44
H7210 Galigaanmoerassen
5,41
0,53
- 4,88
Lg05 Grote-zeggenmoeras
5,41
0,53
- 4,88
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Oeffelter Meent Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
0,27
0,45
+ 0,18
H6120 Stroomdalgraslanden
0,20
0,35
+ 0,15
Bestaand gebruik Reconstructie met omleidingsroute
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
S1K1RpCDqNWv (02 juli 2020) pagina 6/14
Resultaten
De Bruuk Habitattype
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H6410 Blauwgraslanden
0,11
0,17
+ 0,06
H7230 Kalkmoerassen
0,12
0,13
+ 0,01
H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)
0,14
0,14
0,00
H6230 Heischrale graslanden
0,11
0,10
- 0,01
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,10
0,08
- 0,02
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Maasduinen Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden
0,02
0,04
+ 0,02
Lg13 Bos van arme zandgronden
0,02
0,04
+ 0,02
H4030 Droge heiden
0,02
0,03
+ 0,01
Lg04 Zuur ven
0,01
0,01
0,00
Bestaand gebruik Reconstructie met omleidingsroute
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
S1K1RpCDqNWv (02 juli 2020) pagina 7/14
Resultaten
Zeldersche Driessen Habitattype
H6120 Stroomdalgraslanden
0,04
0,02
- 0,01
H91F0 Droge hardhoutooibossen
0,07
0,04
- 0,02
H6430C Ruigten en zomen (droge bosranden)
0,06
0,03
- 0,03
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,09
0,05
- 0,03
*
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
-0,03
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Bestaand gebruik Reconstructie met omleidingsroute
S1K1RpCDqNWv (02 juli 2020) pagina 8/14
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Bestaand gebruik
NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
bestaande route 192156, 416685 9.842,68 kg/j 405,30 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
3.486,0 / etmaal NOx NH3
4.867,28 kg/j 293,58 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
303,0 / etmaal NOx NH3
3.279,28 kg/j 82,82 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
93,0 / etmaal NOx NH3
1.696,12 kg/j 28,90 kg/j
Bestaand gebruik Reconstructie met omleidingsroute
S1K1RpCDqNWv (02 juli 2020) pagina 9/14
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Reconstructie met omleidingsroute
Resultaten
NOx
Materieel 192163, 416693 113,98 kg/j
Voertuig
Omschrijving
Brandstof verbruik (l/j)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
STAGE IV, 130 – 560 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. Q
vrachtauto
11.700
NOx
14,15 kg/j
AFW
mobiele kraan
4,0
4,0
0,0 NOx
28,87 kg/j
AFW
rupskraan
4,0
4,0
0,0 NOx
47,55 kg/j
AFW
minigraver
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
AFW
zaag
4,0
4,0
0,0 NOx
4,89 kg/j
AFW
asfaltfrees
4,0
4,0
0,0 NOx
1,69 kg/j
AFW
trilplaat
4,0
4,0
0,0 NOx
6,74 kg/j
AFW
wals
4,0
4,0
0,0 NOx
4,49 kg/j
AFW
asfaltmachine
4,0
4,0
0,0 NOx
4,58 kg/j
AFW
tractor
4,0
4,0
0,0 NOx
< 1 kg/j
Bestaand gebruik Reconstructie met omleidingsroute
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
S1K1RpCDqNWv (02 juli 2020) pagina 10/14
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Euroklasse
Standaard
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Vrachtauto diesel > 20 ton GVW - Euro 6
7,0 / etmaal NOx NH3
58,45 kg/j 1,17 kg/j
Licht verkeer
1,4 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
transportroute noord 189110, 418196 59,20 kg/j 1,23 kg/j
Soort
Voertuig
Euroklasse
Standaard
transportroute zuid 194568, 414257 60,35 kg/j 1,25 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Vrachtauto diesel > 20 ton GVW - Euro 6
7,3 / etmaal NOx NH3
59,61 kg/j 1,20 kg/j
Licht verkeer
1,4 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Bestaand gebruik Reconstructie met omleidingsroute
S1K1RpCDqNWv (02 juli 2020) pagina 11/14
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
558,0 / etmaal NOx NH3
1.106,13 kg/j 72,40 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
49,0 / etmaal NOx NH3
991,02 kg/j 17,77 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
15,0 / etmaal NOx NH3
370,23 kg/j 6,72 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Lokale omleiding 193307, 419207 2.467,38 kg/j 96,89 kg/j
Soort
Voertuig
Standaard
Omleiding A73 (1) 192382, 411913 3.836,46 kg/j 151,03 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
2.928,0 / etmaal NOx NH3
1.727,95 kg/j 113,10 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
255,0 / etmaal NOx NH3
1.535,37 kg/j 27,53 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
78,0 / etmaal NOx NH3
573,14 kg/j 10,40 kg/j
Bestaand gebruik Reconstructie met omleidingsroute
S1K1RpCDqNWv (02 juli 2020) pagina 12/14
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Omleiding A73 (2) 186967, 420256 1.151,78 kg/j 45,34 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
2.928,0 / etmaal NOx NH3
518,76 kg/j 33,95 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
255,0 / etmaal NOx NH3
460,95 kg/j 8,26 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
78,0 / etmaal NOx NH3
172,07 kg/j 3,12 kg/j
Bestaand gebruik Reconstructie met omleidingsroute
S1K1RpCDqNWv (02 juli 2020) pagina 13/14
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200610_3aefc4c15b Database versie 2019A_20200610_3aefc4c15b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Bestaand gebruik Reconstructie met omleidingsroute
S1K1RpCDqNWv (02 juli 2020) pagina 14/14