Bijlage 1f bp Reconstructie N271 Mook - Milsbeek - explosieven.pdf
Tekst van het document
Vooronderzoek CE N271 Milsbeek-Plasmolen-Mook CA/VO-CE/018-10
CEES VAN DEN AKKER ADVIES
Vooronderzoek Conventionele Explosieven
Opdrachtgever: Project: Kenmerk: Datum:
Provincie Limburg N 271 Milsbeek-Plasmolen-Mook CA/VO-CE/018-10 7 september 2018
Versie:
Versie 01
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
1
Vooronderzoek CE N271 Milsbeek-Plasmolen-Mook CA/VO-CE/018-10
CEES VAN DEN AKKER ADVIES Adviseur Opsporen Conventionele Explosieven Vooronderzoek – Directievoering – Toezicht
Datum: 7 september 2018 Opgesteld door: Dhr. C. van den Akker Onderzoeker/Auteur
Datum: Opdrachtgever: Provincie Limburg
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
2
Vooronderzoek CE N271 Milsbeek-Plasmolen-Mook CA/VO-CE/018-10
Dit document is eigendom van opdrachtgever. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze rapportage mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de provincie Limburg. (Artikel 16 Auteurswet 1912). CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
3
Vooronderzoek CE N271 Milsbeek-Plasmolen-Mook CA/VO-CE/018-10
INHOUDSOPGAVE 1.
pagina
Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
5
Aanleiding……………………………………………………………... 5 Doel…………………………………………………………………….. 5 Gestelde eisen................................................................................ 5 Verantwoording……………………………………………………….. 5 Werkwijze…………………………………………………………….... 5 Afbakening van het onderzoeksgebied...........................................6
2.
Samenvatting............................................................................................ 6
3.
Bronvermelding....................................................................................... 7
4.
Algemene informatie................................................................................ 8 4.1 Inleiding………………………………………………………………... 8 4.2 Algemeen historische context………………………………………. 8
5.
Inventarisatie bronnenmateriaal ............................................................ 10 5.1 Literatuur.........................................................................................11 5.2 Market Garden................................................................................ 24 5.3 Archief uitgevoerde bombardementen en neergekomen.................26 vliegtuigen 5.4 Archief EODD................................................................................. 27 5.5 Archieven Luchtfotocollectie........................................................... 29 5.6 Archief MMOD 1945-1947...............................................................34
6.
Analyse van bronnen................................................................................35 6.1 Literatuur.........................................................................................36 6.2 Vliegtuig en bombardement gegevens............................................36 6.3 Archieven Luchtfotocollectie............................................................36 6.4 Defensie en Oorlogsschade........................................................... 36 6.5 Eerder uitgevoerde onderzoeken................................................... 37
7. 8. 9. 10. 11. 12.
Conclusie.................................................................................................. 37 Afbakening gebieden .............................................................................. 38 Contra indicatie........................................................................................ 39 Leemten in kennis.................................................................................... 40 Advies........................................................................................................40 Bijlagen..................................................................................................... 40 Historische kaart kadaster 1945................................................................. 40 Protocol toevalstreffers...............................................................................41
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
4
Vooronderzoek CE N271 Milsbeek-Plasmolen-Mook CA/VO-CE/018-10
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding De aanleiding tot het uitvoeren van een Historisch Vooronderzoek CE vloeit voort uit het voornemen dat de Provincie Limburg grondwerkzaamheden uit laat voeren t.b.v. de reconstructie van de N217 wegdeel Milsbeek - Plasmolen - Mook. Het onderzoeksgebied is gelegen in de gemeenten: Gennep en Mook-Middelaar. In de periode 1940 - 1945 tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben zich op diverse locaties in de huidige gemeenten Gennep en Mook-Middelaar oorlogshandelingen voorgedaan. Als gevolg van deze oorlogshandelingen kunnen op bepaalde locatie’s niet gesprongen Conventionele Explosieven (CE) of delen daarvan in de bodem voorkomen. Daarbij kan stagnatie van de werkzaamheden aanzienlijke kostenverhogingen tot gevolg hebben. Het is van belang om duidelijkheid te krijgen over de aard en omvang van de situatie aangaande CE ten einde de veiligheid van personeel en (directe) omgeving tijdens de realisatiefase op een verantwoorde wijze te kunnen waarborgen. Om inzicht te krijgen in de mogelijke risico’s heeft Geonius aan Cees van den Akker Advies opdracht verleend tot het uitvoeren van een Vooronderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van CE of delen daarvan binnen het onderzoeksgebied. 1.2 Doelstelling Het doel van dit onderzoek is beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het projectgebied CE aanwezig zijn.
Het onderzoek zal resulteren in een rapportage met een advies over de te nemen vervolgstappen bij de mogelijke aanwezigheid van CE. De classificatie verdacht wordt gegeven indien er een vermoeden bestaat van de aanwezigheid van CE, welke na de Tweede Wereldoorlog in de bodem zijn achtergebleven. Dit op basis van geverifieerd feitenmateriaal. De classificatie niet verdacht wordt gegeven indien geen of onvoldoende feitelijke aanwijzingen worden verkregen voor de aanwezigheid van CE. 1.3 Gestelde eisen. Het vooronderzoek CE zal worden uitgevoerd volgens de richtlijnen van de WSCS-OCE 1.4 Verantwoording De risico-inventarisatie is uitgevoerd door C. J. E. M. van den Akker. (senior adviseur OCE) 1.5 Werkwijze In het vooronderzoek wordt onderscheid gemaakt in de volgende onderdelen: - inventarisatie van bronnenmateriaal; - beoordelen en evalueren van bronnenmateriaal; - opstellen van een rapportage Het bronnenonderzoek vindt plaats op basis van een inventarisatie van: - informatie welke aanwijzingen geven dat het onderzoeksgebied, of een gedeelte daarvan, verdacht is op de aanwezigheid van CE (indicaties); - informatie welke aanwijzingen geven dat het verdacht gebied, of een gedeelte daar van, als onverdacht kan worden aangemerkt (contra-indicatie).
Van contra-indicaties is sprake wanneer in het onderzoeksgebied in het verleden gerichte opsporing van CE heeft plaatsgevonden of dat grondwerkzaamheden binnen het verdachte gebied hebben plaatsgevonden. De indicaties en contra-indicaties uit het bronnenonderzoek worden beoordeeld en op basis daarvan wordt gemotiveerd vastgesteld: - of er sprake is van een CE verdacht gebied, en zo ja; CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
5
Vooronderzoek CE N271 Milsbeek-Plasmolen-Mook CA/VO-CE/018-10
- de (sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van vermoedelijke CE; - horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied. Eindresultaat is een rapportage met bijlagen 1.5.1 Eerder uitgevoerde onderzoeken ter plaatse of in de omgeving van het onderzoeksgebied. Vooronderzoek conventionele explosieven Niers. Project dijkversterking Niers te Gennep. Opdrachtgever, Waterschap Peel en Maas. Code 2016-BB-101-01 Vooronderzoek conventionele explosieven Maaslijn Nijmegen - Roermond. eXpload, RN-15008-1.0 | 03-11-2015 | DEFINITIEVE VERSIE 1.0 VOORONDERZOEK Fietsbrug Cuijk-Mook AVG Explosieven Opsporing Nederland 1562058-VO-02 1.6
Afbakening onderzoeksgebied CE
Tracé N271 Binnen het rode kader onderzoeksgebied CE 2.
Samenvatting - Het onderzoek is gestart met een inventarisatie van eerder uitgevoerde Vooronderzoeken CE ter plaatse en/of omgeving. - Vervolgens is een inventarisatie van bronnen uitgevoerd, waarin mogelijk informatie over oorlogshandelingen binnen het onderzoeksgebied en omgeving is te vinden. - Relevante informatie is verzameld, beoordeeld en per bron opgetekend in dit rapport. - Vervolgens is op basis van feitelijke aanwijzingen het onderzoeksgebied (of delen daarvan) aangemerkt als verdacht/onverdacht van CE.
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
6
Vooronderzoek CE N271 Milsbeek-Plasmolen-Mook CA/VO-CE/018-10
Conclusie Op basis van bronnenmateriaal (literatuur en archieven) kan gesteld worden dat er feitelijke aanwijzingen zijn aangetroffen welke verwijzen naar Conventionele Explosieven of delen daarvan binnen het onderzoeksgebied. - Het onderzoekgebied is gedeeltelijk verdacht van CE. - De als verdacht aangemerkte gebieden zijn opgetekend op de CE Risicokaart. Blz. 39 Advies Het onderzoeksgebied CE is aangemerkt als verdacht van aanwezige CE. Wij adviseren u voorafgaande aan de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden voor de als verdacht opgetekende locaties een Projectgebonden Risico Analyse CE (PRA-CE) uit te laten voeren. 3.
Bronvermelding Voor het uitvoeren van het onderzoek en het formuleren van een advies is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: Literatuur Auteur Titel Uitgever A. Korthals Altes Bert van der Klauw en Bart Rijnhout September 1944 Operation Market Garden Elisabeth van Blankenstein
G.G. Driessen Henk Peters Paul Klinkenberg
Naam Dotka Luchtfotocollectie Bombardementen en neergekomen vliegtuigen Verliesregister 1940 Defensie en oorlogsschade Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Archief EODD Nationaal Archief Nederlands Instituut voor Militaire Historie ’ Gemeente archief Mook - Middelaar
Luchtaanvallen op Nederland 1940-1945 De luchtoorlog boven Nederland 1940-1945 A.Korthals Altes - G Turing K.Magry - R Voskuil Defensie en oorlogsschade 1939-1945
Amsterdam, 1984
Groesbeek 1945 - 1950 Inval en bezetting op de Oudedijk Market Garden en de St. Jansberg periode 17-24 september
G.G.Driessen
Weesp Fabula - van Dishoek
Mei 2006 Zeist. Inopdracht van het Projectteam Wederopbouw van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg
Archieven Locatie Website Dotka.com Cees van den Akker Advies/ Theo Eversteijn Website Rijksdienst voor cultureel erfgoed
Kadaster Cees van den Akker Advies Website Website
Cees van den Akker Advies Beneden Leeuwen ’s-Gravenhage ’s-Gravenhage
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
7
Vooronderzoek CE N271 Milsbeek-Plasmolen-Mook CA/VO-CE/018-10
4.
Algemene Informatie 4.1 Inleiding Er kan met zekerheid worden vastgesteld dat er binnen het grondgebied van de huidige gemeenten Mook - Middelaar en Gennep oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden gedurende de Tweede Wereldoorlog. Om een indruk te geven van de oorlogshandelingen is door een samenvatting uit diverse publicaties, een algemeen historisch overzicht samengesteld. 4.2 Algemene historische context. Mobilisatieperiode In de periode september 1939 – april 1940 werden de Nederlandse strijdkrachten gemobiliseerd. Aanleiding was de Duitse inval in Polen in september 1939 en de daaropvolgende oorlogsverklaring van de Frankrijk en Groot-Brittannië aan de Duitse regering. In deze periode werden de verschillende onderdelen van Nederlandse strijdkracht onder de wapenen geroepen en werd er een begin gemaakt met het aanleggen van verdedigingslinies, voorbereidingswerkzaamheden ten behoeve van inundaties, mijnenvelden en versperringen. Meidagen 1940 In de vroege ochtend van 10 mei 1940 vielen Duitse eenheden Nederland binnen. Vanuit het grensgebied vielen Duitse grondstrijdkrachten Nederland binnen, terwijl Duitse parachutisteneenheden in West-Nederland waren geland. Bij Kornwerderzand en bij de Grebbelinie werden de Duitse grondstrijdkrachten gestopt en vochten Nederlandse eenheden dapper tegen de Duitse parachutisteneenheden in het westen van Nederland.
Na het bombardement op Rotterdam door Duitse luchtmachteenheden besloot het Nederlandse opperbevel te capituleren. Alleen in Zeeland werd nog doorgevochten door Nederlandse en Franse eenheden. Mook - Plasmolen 10-05-1940 Bron: (Stafwerk III-2-B, Nierstrasz en Wilson, 1953: 179-186) Om 05.30 uur openden de Duitsers vanuit Bisselt [even ten oosten van Mook] zwaar artillerievuur op de Ned. stellingen op de West Maasoever. Vooral de rivierkazemat-zuid werd zwaar beschoten. Omstreeks 11.00 uur brachten de Duitsers een 8,8 cm kanon in stelling, waarmee de nog vurende kazematten werden uitgeschakeld. Een eerste Duitse oversteekpoging mislukte. De oversteek lukte pas om ca. 12.30 uur, nabij het pontveer. Na de vernieling van de brug en het veer bij Mook begon een bijna acht uur durend vuurgevecht met de Duitsers op de oost oever. Aan Duitse zijde trad IR 474 op, dat beschikte over 14 stukken antitankgeschut van 3,7 cm, 2 zware 8,8 cm vuurmonden en 6 infanteriekanonnen van 7,5 cm. Bovendien werd artilleriesteun verleend door 69 vuurmonden met kalibers van 10, 10, 5, 15 en 21 cm. Aan Ned. zijde lag een compagnie. Deze beschikte op haar 2,5 km lange front over dertien kleinere en twee grotere rivierkazematten. Die laatste stonden dicht bij de brug: één ten noorden en één ten zuiden van de spoordijk.
Ze waren elk bewapend met een lichte antitank- vuurmond en een zware mitrailleur, bediend door politietroepen. De manschappen die niet in de bunkertjes konden plaatsnemen, bevonden zich in betonnen schuttersputten die in de rivierdijk waren ingegraven. Tenslotte was ten zuiden van het veer een antiek 8 Staal kanon opgesteld. De Ned. troepen ondergingen zwaar Duits artillerievuur. Om 08.30 uur werd een poging van de Duitsers om met rubberboten de Maas over te steken door mitrailleur- en geweervuur afgeslagen. Daarna volgde nog heviger Duits artillerievuur en ook beschietingen door infanterie- en antitankgeschut. Om 10.00 uur een nieuwe Duitse poging om de rivier over te steken; ook deze mislukt. Opnieuw werd de beschieting hervat. CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
8
Vooronderzoek CE N271 Milsbeek-Plasmolen-Mook CA/VO-CE/018-10
Op de oost- oever verschenen nu twee van de beruchte 8,8 cm kanonnen, die - onbereikbaar voor het Ned. vuur - de ene bunker na de andere in puin schoten. Vooral de rivierkazemat ten N van de spoordijk kreeg het zwaar te verduren. Ook de zuidelijke rivierkazemat werd vernield. Een granaat door het schietgat doodde 6 man. Door de gevechten bij Mook [oost- Maasoever] werden in het dorpje Katwijk [tegenover Mook, waar de spoorbrug op de west- Maasoever komt] 15 huizen door Duits artillerievuur verwoest.
Duitse overtochten over de Maaslinie van Ned. verdediging bij de spoorbrug in Katwijk. mei 1940 Bron: www.zuidfrontholland1940.nl
Bron: Militaire Spectator, maart 1942. Kaart 2. Broekhuizen tot en met Roermond, mei 1940.
Bron (www.zuidfrontholland.nl) Het meest noordelijke gevecht aan de Maaslinie vond plaats bij het dorpje Katwijk [op de W Maasoever], maar is beter bekend als de slag bij Mook [op de O Maasoever tegenover Katwijk]. Aan Duitse zijde trad hier het 2e bataljon van het 474ste regiment [254.ID] op dat de beschikking had over licht en zwaar antitankgeschut en door middelzware en zware artillerie rechtstreeks ondersteund werd. Een overvalcommando van de Abwehr zou het geheel vooraf gaan. Aan Nederlandse zijde was de 3e compagnie [reserve kapitein F.G. van Hoogenhuize] van II-26RI in de sector verantwoordelijk voor de verdediging. Naast de kleine kazematten, had men twee rivierkazematten [aan weerszijde van de spoordijk] bij de spoorbrug ter beschikking, beide met een kanon van 5 en zware mitrailleur bewapent. Deze werden door manschappen van de 3e Afdeling Korps Politietroepen bezet. Bij het veer stond een oude vuurmond 8-staal. (...) Om 04.30 uur kwamen bij de verdediging de eerste Duitsers in beeld en die werden met een fanatiek vuur ontvangen. Nadat de aanvallers een duidelijk beeld hadden gekregen van de feitelijke verdediging, werd door hen de artillerie ingeschakeld. Deze nam met indirect vuur de kazematten en de semipermanente veldversterkingen langs de rivier onder vuur. De artilleriebeschieting had geen enkele werkzame uitwerking op de betonnen kazematten.
De Duitsers ondernamen een eerste oversteekpoging maar deze mislukte. Rond 09.00 uur zetten de Duitsers hun lichte antitankgeschut in samen met de zware artillerie. Op deze beschieting volgde rond 10.00 uur een nieuwe oversteekpoging. Ook deze mislukte.
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
9
Vooronderzoek CE N271 Milsbeek-Plasmolen-Mook CA/VO-CE/018-10
Vervolgens werden in het veld enkele zware 8,8 cm stukken aangevoerd en opgesteld. De granaten van deze zeer effectieve vlakschietende vuurmonden - die oorspronkelijk als FLAK ontwikkeld waren maar uiterst effectief tegen gronddoelen bleken - beukten complete stukken van het beton van de kazematten en penetreerden zonder enig probleem de stalen schietgatversterking. Een tweetal kazematten [no. 110 en 115] werd volkomen uitgeschakeld, terwijl een aantal wapens bij andere posities uitgevallen was. Ook de rivierkazematten kregen de volle laag van de 8,8 cm stukken. Beide rivierkazematten werden uitgeschakeld. De kleinere kazematten werden ondertussen vooral beschoten door de 3,7 cm PAK, 2 cm geschut van een lichte FLAK afdeling, mortieren en zware en lichte mitrailleurs. Rond 11.00 uur werd een volgende, massale oversteekpoging ontwikkeld. Ook deze aanval smoorde echter in het Nederlandse vuur. De oversteekpoging die na het middaguur volgde slaagde uiteindelijk. Uiteindelijk moest kazemat na kazemat zich gewonnen geven, evenals de compagniescommandopost in Katwijk.
Nederlandse posities en stellingen in het gebied Mook / Katwijk - Cuijk - St. Agatha - Gennep / Oeffelt - Beugen. Bron: Stafwerk III-2-B.
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
10
Vooronderzoek CE N271 Milsbeek-Plasmolen-Mook CA/VO-CE/018-10
Duitse bezettingsjaren Direct na de Duitse inval werd Nederland met enige regelmaat getroffen door (kleinschalige) geallieerde bombardementen. Deze bombardementen waren met name gericht op vliegvelden, havens, infrastructuur en industriegebieden. Vanaf 1943, de geallieerde luchtmachten werden steeds sterker, vonden steeds meer grotere en zwaardere bombardementen plaats op vliegvelden havens en industriegebieden in Nederland. Vanaf 1942 werd begonnen met het aanleggen van de Atlantikwall door de Organisation Todt in het Nederlands kustgebied. Bevrijdingsjaar 1944-1945 Het bevrijdingsjaar voor Nederland startte vanaf september 1944. Geallieerde grondtroepen staken vanuit België de Nederlandse grens over in Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. Halverwege september 1944 vond Operation Market Garden plaats. Dit ambitieuze plan van de geallieerde bevelhebber Montgomery moest ervoor zorgen dat de bruggen tussen Eindhoven en Arnhem door luchtlandingstroepen bezet zouden worden om vervolgens door geallieerde grondtroepen te worden ‘bevrijd’. Als dit plan zou slagen dan zouden geallieerde eenheden voor kerst 1944 Berlijn al hebben veroverd. Operation Market Garden werd een fiasco en Noord-Brabant, Zeeland, Limburg en Gelderland werden frontgebied voor maanden waar zware (grond)gevechten plaatsvonden in combinatie met artilleriebeschietingen en bombardementen.
5.
INVENTARISATIE BRONNENMATERIAAL 5.1 Literatuur
Stichting Cultuurbehoud Milsbeek Inval en bezetting op de Oudedijk Door Henk Peters De inval was op 10 mei 1940. Rond 5 uur `s morgens stond ik samen met mijn vader en moeder buiten naar de lucht te staren. De Duitsers waren Nederland binnengevallen. De buurman, Herman Laracker, kwam al snel naar ons toegelopen. Ja hoor, wat we al zo lang verwacht hadden was een feit. De Duitsers kwamen met veel machtsvertoon in de lucht naar het westen gevlogen. We tuurden geregeld naar de Maasbrug in Gennep of die nog over de Maas lag. Daar was vader alles aan gelegen want hij werkte bij Rijkswaterstaat als kantonnier en had het gebied van Sambeek tot Grave. Omdat de mobilisatie afgekondigd, was mocht mijn vader niet meer bij de brug in de buurt komen. Daar lagen allemaal Nederlandse soldaten, in loopgraven en kazematten, die er nu nog steeds als stille getuigen staan. Aan de brug waren springstoffen bevestigd om de zaak op te blazen. Er gebeurde niets. De soldaten hadden grind in plaats van munitie in de kisten. Dit hebben we achteraf gehoord. Bij de grensovergang Hekkens van Duitsland naar Ven-Zelderheide, Ottersum en Milsbeek hing als een baken een heel grote ballon in de vorm van een zeppelin in de lucht. Deze moest als baken voor de vliegtuigen dienen. Schoolgaan was er de eerste dagen niet bij, maar hier werd al gauw een einde aan gemaakt.
Het dagelijks gebeuren nam zijn eigen plaats weer in. In feite merkten we niet echt veel van de Duitse bezetting en ook de soldaten zagen we nauwelijks. [ ] Op 22 februari 1944 werd Nijmegen, men zegt per vergissing, gebombardeerd. Op die dag was mijn vader werkzaam aan de Maas in Grave. Ook daar was over een afstand van maar 12 km het bombardement van Nijmegen duidelijk doorgedrongen. Het was een hectische dag. Door de verschrikkelijke bommenregen op Nijmegen dwarrelden in Grave bij de brug en sluis allerlei papieren neer, uit Nijmegen afkomstig. Toen vader thuis kwam op de fiets van Grave via Mook naar Milsbeek omstreeks 6 uur, was Marie er nog niet. De familie Peters zat in zak en as. Toen konden vader en moeder hun zorgen voor ons niet meer verborgen houden. Telkens weer op de fiets naar de tramhalte in Milsbeek of naar de Drie Kronen, een tramhalte tussen Milsbeek en Ottersum, maar geen Marie. Rond tien uur ’s avonds kwam er wat verkeer van Nijmegen naar Gennep en ja hoor, ze was er bij. Goed dat ze geluisterd had naar mej. Kalkman. Vrij kort daarna hoorden we van twee nichtjes van ons, die allebei in Nijmegen werkten, wat voor een verschrikkeCEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
11
Vooronderzoek CE N271 Milsbeek-Plasmolen-Mook CA/VO-CE/018-10
lijke taferelen zich daar hadden afgespeeld. Op de St. Annastraat hadden ze over de lijken heen moeten stappen om maar niet meer verder te praten over al datgene dat daar omheen te zien was. Het station was totaal plat gesmeten. Frans Kerkhof overleefde het bombardement van Nijmegen niet. In 1944 gebeurde er nog iets dat je niet snel vergeet. Iedereen lag in bed, alleen Ida, de jongste lag in de kinderwagen, bij vader en moeder in de slaapkamer. Normaal stond de kap van de wagen altijd omlaag. Dit keer niet en maar gelukkig ook. Opeens een geweldige dreun, klap, gedonder, eigenlijk niet te omschrijven. Met z’n allen begonnen we te gillen en te schreeuwen. Op dat moment wisten mijn vader en moeder dat hun kroost nog leefde. De deur van de slaapkamer van mijn ouders tussen het nieuwe gedeelte van het huis en oude gedeelte, was ontzet. Met nogal wat geweld wist vader de deur open te krijgen. Ongeveer 200 meter voor ons huis was een vliegende bom, een V-1 ingeslagen. Van slapen kwam niet veel voor de oudsten. Bij daglicht zagen we dat de ravage enorm was. De voorgevel van ons huis was vanuit de nok tot aan de fundering totaal gescheurd en de ruiten waren door de luchtdruk naar binnen gedrukt. Dank zij de opstaande kap van de kinderwagen had Ida, een baby van toen 7 maanden geen enkele glassplinter over zich heen gekregen.
Dakpannen lagen door de luchtdruk in golven op het dak en de rest lag op de grond. Het leek of ons huis een permanent gehad had. Er was een enorm gat geslagen en er waren later 78 karren zand nodig om het weer dicht te maken. Omdat we een molestverzekering hadden kregen we iets vergoed en dat heette oorlogsschadeherstel. Bij buurman Herman Laracker was de dienstmeid gewond door glasscherven. Verder had niemand een schrammetje. De V1 was ongeveer 200 meter voor het huis van Herman ingeslagen. Herman (weduwnaar) lag met zijn twee dochtertjes Nel en Bertha in dezelfde slaapkamer aan die zijde waar de bom gevallen was. Ongeveer 50 cm boven het bed van buurman was een grote scherf naar binnen gedrongen. Het gat in de muur had zeker een doorsnee van 20 cm. Deze scherf was achter het bed van de twee kinderen tegen de muur tot stilstand gekomen en omlaag gevallen. Dit was een gloeiend stuk monster. Iedereen had geluk gehad. Dit was een zwarte zaterdag. Op zondag kwam het ramptoerisme op gang. Grote drommen mensen uit de wijde omgeving kwamen de ramp overzien. Samen met mijn kameraadjes, de buurjongens Tön en Wiel Kusters gingen we aan de slag. Met een bord met opschrift hoe erg het allemaal was, een tafeltje en een paar diepe borden, een stoeltje en een droevig gezicht en de inzameling was begonnen.
We haalden een dikke drieduizend (oorlogs) guldens op, die we op het opkamertje bij de familie Kusters op de vloer uitgespreid hadden. Daar werd ‘de buit’ verdeeld, en in drie gelijke porties weer uitgedeeld aan de familie Laracker, de familie Kusters en de familie Peters. Wij hadden tenslotte ook al het werk gedaan. Mijn vader bleef zijn hoofd maar schudden. Een miezerige 1000 gulden tegenover de echte schade die we allen geleden hadden, betekende eigenlijk niets. De milde medelijdende gevers hadden alleen papiergeld. Alles ging geruisloos. Het was allemaal nog maar een voorbode van de verschrikkingen die Milsbeek daarna te wachten zouden staan. Op zondag 17 september 1944 waren wij, de groteren, naar de hoogmis gegaan. Tijdens de kerkdienst begon het ineens te donderen bij heldere hemel. Pastoor Hoefnagels zei dat we rustig moesten blijven. Maar de eerste bommen waren al op de Milsbeek gevallen op de St. Janberg en bij de Diepen. Via de Potkuilen gingen we naar huis. Onderweg zagen we heel veel vliegtuigen in de lucht en ook parachutisten. We waren allemaal van slag. Binnen blijven was er niet bij. Vlak tegenover ons huis aan de andere kant van de weg lag in de wei van Kusters een heel dik lang touw. Later bleek dat de geallieerden de zweefvliegtuigen met dit touw aan de vliegtuigen gekoppeld hadden, op sleeptouw genomen dus. Bijna alles speelde zich af in de lucht.
Er kwamen ook pamfletten naar beneden vallen met Duitse tekst. Ook viel er veel zilverpapier in stroken naar beneden en later kwamen we er achter dat dit zilverpapier een stoorzender was tegen de vijandelijke radar. Richting Reichswald vlak bij de Zuid-Nederlandse grens zagen we een vreemde tank, die richting Plasmolen-Middelaar ging. Daar kwam helaas gedurende vele maanden de frontlinie te liggen. Opeens zagen we richting Reichswald van ons huis uit gezien een geheel andere tank dan we totnogtoe gezien hadden. Deze was zandkleurig en die van de Duitsers waren groengrijs. Het bleek er eentje van de geallieerden te zijn. Deze tank ging langzaam naar het noorden, richting Plasmolen-Middelaar. Tot dan was dit alles, wat we van de bevrijders op het land te zien hadden gekregen. Milsbeek was net een mierenhoop geworden. Hele horden Duitse soldaten, meestal gewapend met schoppen gingen richting Reichswald. Daar werd meteen begonnen met loopgraven te maken en tankvallen. Voor die tankvallen hadden de Duitsers tankmijnen gelegd. Die tankvallen hadden ze voor de Kroonbeek gelegd. Inmiddels was Milsbeek veranderd in een groot afweerpark. Bij ons thuis stonden kanonnen richting Plasmolen en ook bij buurman Laracker en zijn zus Marie Kersten en richting Driessen aan de onderkant. Onder de bomen daar stonden dezelfde vuile granaatwerpers.
Als bij ons in de buurt de Duitsers een granaatsalvo afvuurden naar de kant van de geallieerden, in Plasmolen, Middelaar, Mook en Groesbeek, dan renden we ons met zijn allen verCEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
12
Vooronderzoek CE N271 Milsbeek-Plasmolen-Mook CA/VO-CE/018-10
rot om in de schuilkelder te komen. Direct na de luchtlanding (Market Garden; weet ik nu pas) hadden ze bij de buren, de familie Kersten, een schuilkelder. Die hadden wij toen nog niet. Toen het luchtalarm afging renden we met zijn allen naar de familie Kersten door onze wei voor het huis. De sloot in de wei stond vol water en mijn oudste zus die een van de kleinere kinderen droeg, plonsde in de sloot. We kwamen toch veilig aan bij de buren. Daar was de hele schuilkelder voor driekwart gevuld met angstige buren die het ook niet meer zagen zitten. Een dochter van de buren lag heel erg dicht tegen haar vriend aan. Het was ene Jan. Voor iemand van dertien jaar was dit natuurlijk opletten. In diezelfde nacht dat we vluchtten, werd er een zware bommenwerper van de geallieerden neergehaald. Die kwam in het Groesbeekse terecht aan de Breedeweg. Van de bezetters mochten we daar een kijkje gaan nemen. Dat was hun triomf. Er lagen drie lijken naast het toestel. Als jongen van 13 jaar maakt dit wel een beetje indruk. Van de reacties van mijn ouders en broers en zussen kan ik mij helemaal niets meer herinneren. Wellicht was ik teveel met mezelf bezig. Toen we zelf een schuilkelder hadden, gingen we iedere nacht daar in slapen en als er overdag luchtalarm werd gegeven waren we er als de kippen bij om ondergronds te gaan.
De Duitsers hadden inmiddels de slaapkamer van vader en moeder ingepikt en daar hun commandopost geïnstalleerd. We leefden niet naast elkaar, maar met elkaar, ook de ongeveer 14 militairen die bij ons op de ‘deel’ (het achterste gedeelte van een kleine boerderij) lagen. Zij lagen daar op stro. Ons stro! Ook die jonge militairen hadden het moeilijk. Eentje stond er te janken omdat hij al 6 weken geen post meer van zijn familie had ontvangen. Via de radio had hij gehoord dat Keulen was gebombardeerd. Daar kwam hij vandaan. Op een middag liepen er verschillende Duitse soldaten rond het huis en in een keer was het gedonder aan de gang. Vliegtuigen van de geallieerden hadden ontdekt dat er een concentratie van Duitse militairen in ons huis moest zijn. Meteen werd er een aanval ingezet. Wij meteen als een haas de kelder in. Direct daarna gingen we overal rondneuzen. En ja hoor, er was vlak bij huis in het gras iets aan het smeulen of roken. Henk meteen wroeten en ja, succes! Een scherf van de beschieting, maar die was gloeiend heet; ‘‘auw!’’ We lagen nu ongeveer twee weken in de frontlinie. Iedere dag gebeurde er wel wat anders. Ook eten halen hoorde erbij. Op een middag had moeder mij distributiebonnen gegeven en samen met twee buurjongens gingen wij op weg naar bakker Thijssen om brood en stroop (siroop) te halen.
Ik had een soort sisaltas meegekregen met een lege weckfles waar de stroop in moest. In de bakkerij, waar het lekker warm was, stonden we met een man of veertien op zijn beurt te wachten, toen er een luchtaanval kwam. De scherven floten om onze oren. Iedereen duiken. Een scherf was binnengedrongen en mijn klasgenoot Wim Siebers kwam goed weg. Hij lag naast een meeltrog en daar viel een gloeiende scherf naar beneden. Iedereen had weer eens een engeltje op zijn schouder. Op de terugweg naar huis van de Rijksweg, waar de bakkerij lag, naar de Oudedijk gingen we via de “zandberg” (tussen de Rijksweg en de Onderkant). In de zandberg hadden de Duitsers heel wat afweergeschut, vlammenwerpers en kanonnen opgesteld, die 36 granaten tegelijk konden afvuren. Op een gegeven moment moesten we met zijn vieren plat. Granaatscherven vlogen om ons heen. Met ons vieren vluchtten we naar grootmoeder Franken. Inmiddels was er een korenhoop in brand gevlogen. Vlak daarbij had ik mijn tas met brood en de weckfles met stroop laten liggen toen ik richting schuilkelder van oma Franken vluchtte. Toen het wat rustiger werd ging de jongste zoon van oma Franken, Hubert, op zoek naar mijn tas. Hij bracht ze wel mee terug, maar de stroop was voor de helft uit de weckfles over het brood en in de tas gedropen. Op een gegeven moment was het weer luchtalarm en wij de kelder in.
Vader was op weg van Kusters naar onze schuilkelder en An Kusters was bij hem. Granaatscherven vlogen in het rond en vlak voor de schuilkelder bij ons in de moestuin sloeg een granaatscherf in tussen mijn vader en An (zij is later bij de familie Gerrits aan de Onderkant door oorlogstuig verongelukt). Een datum kan ik mij niet herinneren, maar in oktober 1944 was er een vliegtuig van de geallieerden neergeschoten en er hadden parachutisten in de lucht gehangen. Dit was gezien door een stel SS’ers die een mitrailleursnest hadden bij het huis van Hannes Maas in de Potkuilen. Met hun verrekijkers hadden ze gezien dat soldaten bij ons naar binnen gevlucht waren. Het waren geen parachutisten, maar twee Poolse soldaten, Stefan Rozmus en een zekere Paul, die in het Duitse leger ingelijfd waren en die de vlucht hadden genomen. Zij vroegen aan mijn vader om burgerkleding. Die heeft hij inderdaad gegeven. Het waren twee oude overalls. Direct daarna zijn ze gevlucht richting Panoven. Zij wisten waar de SS’ers hun stelling hadden en in de schaduw van ons huis gingen zij, zoals gezegd, door de Kroonbeek richting Panoven. Direct daarna kwamen de SS`ers bij ons de schuilkelder binnenvallen en moesten mijn vader en ik mee het huis in. Daar werden we voor de koeien tegen de muur gezet en een revolver werd op onze borst gericht. Doodzenuwachtig. Wij wisselden geen woord met elkaar.
Waarom? De andere SS’er was naar boven naar de hooizolder gegaan en heeft toen met zijn bajonet overal in het hooi geprikt; niks gevonden, terwijl mijn vader en ik daar de uniformen van de Poolse deserteurs verCEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
13
Vooronderzoek CE N271 Milsbeek-Plasmolen-Mook CA/VO-CE/018-10
stopt hadden. De sukkel had niets gevonden, maar nog diezelfde nacht heeft ons fornuis gebrand. De militaire uniformen van die twee Poolse mannen hebben we op laten smeulen en het metaal, de knopen gespen en zo meer zijn de volgende dag in de grond verstopt. Wij zijn goed weggekomen en de Polen ook. Moeder en kinderen in doodsangst om wat er met vader en mij zou gebeuren. Later vertelde moeder dat ze met z’n allen hardop hadden liggen en zitten te bidden tot Maria. Ook heeft mijn zus Marie een keer een jongeman, gekleed in een soutane (pastoorstoog), naar Ottersum gebracht. Het moet iemand zijn geweest die zich in de Milsbeekse kerk had schuil gehouden maar Vader en moeder wilden er niets over vertellen en mijn zus kan ik er niets meer over vragen omdat zij in 2000 overleden is. Met z’n allen waren we al redelijk goed afgericht. Luchtalarm, vliegtuiggeronk in de lucht en hups meteen richting schuilkelder. Afweergeschut over en weer. Vooral als er vliegtuigen in de lucht waren en beschoten werden door de Duitsers door Flach-geschut, dan moesten we bijzonder vlug in dekking gaan anders was het te laat. Twee dagen voor de 6e verjaardag van mijn zus Martha kwamen de Duitsers aanzeggen dat we ons gereed moesten maken om te vertrekken. Waarheen werd ons niet gezegd.
De volgende dag kwamen de soldaten overal het vee vorderen, vooral de koeien en de paarden en natuurlijk ook de kalveren.
Hoofdstuk 43 - Boek "Oorlogsherinneringen"Persoonlijke verhalen van soldaten en veteranen Door : Frank van Duin en Kevin Lemmens ‘In documentaires, films, boeken en op talloze websites wordt de militaire historie en het strijdverloop van de Tweede Wereldoorlog uiteengezet. Over veel lokale en regionale gebeurtenissen is echter weinig te vinden. Persoonlijke belevenissen van soldaten en in inwoners tijdens de oorlog worden vaak alleen van generatie op generatie doorgegeven en slechts af en toe gepubliceerd in lokale boeken en tijdschriften. De bewoners van Milsbeek waren tijdens de daadwerkelijke strijd om Milsbeek geëvacueerd. Alleen de soldaten die toen hebben deelgenomen aan de strijd kunnen ons iets vertellen over wat er zich toen heeft afgespeeld in Milsbeek. Slechts enkele van hun verhalen van de strijd in en om Milsbeek zijn bewaard gebleven. Voordat we een impressie geven van een aantal belevenissen van soldaten geven we kort een overzicht van de strijd in en om Milsbeek om de verhalen van de soldaten beter te kunnen plaatsen’. Op 8 februari 1945 begon Operatie Veritable. Dit was het grote offensief om het Rijnland te veroveren, waardoor de geallieerden een weg konden banen naar de laatste grote natuurlijke verdedigingslinie van Duitsland; de Rijn. De weg van Nijmegen naar Kleef was de belangrijkste weg op de linkerflank van de aanval.
De Rijksweg van Mook naar Gennep was essentieel op de rechterflank van Operatie Veritable. De uitvoering van het veiligstellen van deze toevoerweg door Milsbeek was toebedeeld aan de 51ste Highland Divisie. Deze Schotse divisie bestond onder meer uit soldaten van de 5de Black Watch en de 1ste Gordon Highlanders. Deze bataljons hadden de opdracht zo snel mogelijk Milsbeek te bevrijden. Het plan was om een frontale aanval op de Duitse verdediging bij het front in Plasmolen te vermijden en met een omtrekkende beweging via Breedeweg aan te vallen. Op 8 februari, de eerste dag van de aanval veroverde de 5de Black Watch het kerkdorp Breedeweg. In de nacht van 8 op 9 februari volgde het 1ste bataljon van de Gordon Highlanders, onder leiding van Luitenant-kolonel Martin Lindsay, de Black Watch naar het punt ‘Pyramid Hill’ (de zuidwesthoek van het Reichswald nabij de Diepen). Vanuit dit punt trokken de 1ste Gordon Highlanders door de Kiekberger bossen en veroverden de Rijksweg tussen Milsbeek en Plasmolen. In de middag startte de 5de Black Watch vanaf ‘Pyramid Hill’ de aanval op Milsbeek via het Koningsven in de richting van de Kanonskamp en de Drie Kronen. We hebben voor Milsbeek enkele verhalen bijeengebracht om een indruk te geven van hoe soldaten in 1945 in Milsbeek de strijd beleefden.
Deze drie verhalen kunt u hieronder lezen en zijn een selectie uit onze studie naar operatie Veritable, waarover wij in de toekomst meer hopen te schrijven.
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
14
Vooronderzoek CE N271 Milsbeek-Plasmolen-Mook CA/VO-CE/018-10
Martin Lindsay over de strijd via de Sint Jansberg naar de Geuldert: ‘Na verschillende gevechtsacties op 9 februari 1945 in de Kiekberger bossen, bevindt Martin Lindsay zich in het bos ter hoogte van de villa van Baron van Verschuer op de Sint Jansberg.’ De volgende zet van de 1ste Gordons Highlanders was een gelijktijdige aanval van de Ccompagnie en de D-compagnie vanaf het hoger gelegen terrein naar het lagergelegen vlakke terrein. Het doel van de aanval van de D-compagnie was het veroveren van de beboste heuvel ten oosten daarvan. Dit is de heuvel waar vroeger Van Hasselt woonde en nu de witte villa van de familie Benthum staat. Zijn relaas: ‘Ik aanschouwde deze aanval vanaf een geweldige observatiepost op de heuvel ter hoogte van de aanvangspositie van de D-compagnie. Danny Reid commandant van de D-compagnie, rapporteerde dat hij naast de al aanwezige Duitsers in de villa, nog eens zestig Duitsers de villa als toevluchtsoort had zien kiezen, en dat deze druk bezig waren zich in te graven. Samen met een aantal anderen was ik getuige van de grote verliezen die een deel van deze Duitsers opliepen als gevolg van een barrage van onze 25-ponders en 4.2 mortieren, voorafgaand aan de aanval. Het was overweldigend om te zien hoe de mannen van D-compagnie over het open veld richting het bosje sprintten met inkomend vijandig mortiervuur dat steeds net achter hen insloeg.
Vanuit de observatiepost konden we zien hoe de Duitsers in kleine groepjes hun toevlucht namen in een achterliggend bos. Dit was een artillerist zijn droom, maar helaas konden we onze artillerie niet bereiken omdat het radioverkeer te druk was. Na het zien van het behalen van de doelen van de D-Compagnie, keerde ik terug naar de commandopost waar ik een briefje vond van de brigadecommandant waarop nog eens werd benadrukt hoe belangrijk het was dat de weg Mook-Gennep tegen de avond open was zodat de ‘Sappers’ zo gauw het donker werd aan het herstel van de weg konden beginnen, waarna het korps de weg kon gebruiken voor de bevoorrading. Ondertussen was ik ongerust over de C-compagnie (zij had als doel het veroveren van ‘De Hel’), omdat ik veel vuurgevechten vanuit die richting hoorde en een aantal gewonden van dat front zag terugkomen welke aangaven dat het daar niet zo goed ging. Ik wilde net bergafwaarts lopen richting de C-Compagnie, toen zojuist Alec Lumsden via de radio liet weten dat ‘De Hel’ was veroverd, maar dat de tegenstand er taai was geweest en er slachtoffers waren gevallen.’ Na deze twee aanvallen stond het aantal Duitse gevangenen op driehonderd voor de 1ste Gordon Highlanders. Voordat de C-compagnie en de D-compagnie aan de aanval begonnen, was de A-compagnie al begonnen aan een omtrekkende beweging om via de rechterflank aan te vallen.
Het doel van de A-compagnie was om de versterkte Duitse posities rondom de rijksweg voor de Canadese frontlinie uit te schakelen.‘Na het oversteken van de Rijksweg ter hoogte van ‘De Hel’, bereikte de B-compagnie bebossing, waar ze echter werden verwelkomd door Duits mortiervuur. Hier werd op gereageerd door met luid geschreeuw een bajonetcharge uit te voeren onder leiding van George Morrison. Bijna direct daarna nam de A-compagnie contact met mij op. Ik had drie uur niks meer van hen gehoord en hoopte het nieuws te ontvangen dat ze de versterkte Duitse posities hadden veroverd en dat ze nu in hun positie aan de Middelaarse kant van de Rijksweg waren. ‘Je kunt je mijn ontzetting voorstellen wanneer ik te horen kreeg dat ze er niet in waren geslaagd de Rijksweg over te steken, omdat ze op felle tegenstand stuitten van de Duitsers. Er lagen flink wat mijnen welke tot slachtoffers hadden geleid en uiteindelijk werden ze tegengehouden door op zijn minst drie strategisch gepositioneerde Spandau machinegeweren. Ik vertelde dat ik zo gauw het donker was vanuit het oosten de versterkte posities zou aanvallen. Toen viel de verbinding weg... Ik had er geen goed gevoel over, maar die positie moest simpelweg veroverd worden. “Vanwege het grote belang van het slagen van deze aanval, besloot Martin Lindsay de aanval zelf te leiden.
Onder leiding van Lindsay arriveerde de D-company bij het startpunt van de aanval: “Zo gauw we de startlijn bereikten, bleken we in een hinderlaag te zijn gelopen. Van voor ontvingen we Schmeisser geweervuur en achter ons ontploften een aantal handgranaten. Direct daarna doken vijf of zes Duitsers op aan beide zijden van het pad. Zij moeten hebben geslapen CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
15
Vooronderzoek CE N271 Milsbeek-Plasmolen-Mook CA/VO-CE/018-10
omdat een derde deel van onze groep hen al was gepasseerd. Er ontstond een vuurgevecht van automatisch geweervuur waarmee alle Duitsers neergingen. Het duurde slechts twee seconden en het was een uiterst efficiënt resultaat, want wij hadden slechts één licht gewonde. Maar het enige waar ik op dat moment aan kon denken was: In een valstrik geraakt nog voordat we zijn gestart, dit wordt de bloedigste strijd welke zich ooit heeft voorgedaan.’ De aanval werd voortgezet, maar de structuur van de aanval vervaagde naarmate ze vorderde door de duisternis in de moeilijk begaanbare ‘jungle’: ‘Elke honderd meter kostte ons vijftien minuten, en de verwarring was erg groot. Ik bevond mezelf naast Porter, en beiden zochten we klauterend een weg naar voren; Porter met zijn automatische pistool en ik met mijn kompas. Ik had geen controle meer over de aanval en ik dacht bij mezelf dat het allemaal een afschuwelijke mislukking zou worden. Toen hoorde ik geweervuur en al gauw kwam het nieuws dat we een eerste positie hadden veroverd.’ Na nog een stuk verder te zijn opgerukt kwamen ze onder Spandau mitrailleurvuur en licht mortiervuur te liggen vanuit de loopgraven rondom de huizen. Ondanks de vele ‘flares’ (dit zijn door middel van mortieren afgeschoten lichtfakkels hangend aan een parachute) achter de Canadese linies, was het angstaanjagend donker in het bos.
Vervolgens verplaatste het geweervuur van de automatische wapens zich naar de onderverdieping van het dichtstbijzijnde huis. Lindsay besloot een frontale aanval uit te voeren met veel kabaal en een overweldigende vuurkracht: ‘Ik zei tegen Danny Reid dat hij alle brenguns op een rij moest stellen om vervolgens een minuut snelvuur te geven en daarna onder luid gebrul en al vurend vanuit stenguns en geweren aan te vallen. Leunend tegen een boom hoorde ik Danny vervolgens de aanval organiseren. Iedereen was wat angstig met uitzondering van Danny. Ik hoorde hem rennen van peloton naar peloton welke hij in positie bracht en orders gaf. De D-compagnie was gereed voor de aanval. Na een korte schotenwisseling gaven eenenzeventig Duitsers zich over. Met de handen omhoog liepen ze naar de Gordons met het nieuws dat er nu geen Duitsers meer tussen de Gordons en de Canadese linie inzaten. Nog eens tweehonderd Duitse soldaten gaven zich over aan de Canadezen. ”Om te voorkomen dat een ‘te fanatieke’ Canadees de Gordons zou beschieten, terwijl ze de Canadese linies zouden naderen, riep ik twee doedelzakspelers naar voren om het regimentslied te spelen, Cock of the North. De Canadezen beantwoordden dit met het bespelen van hun doedelzakken, zij speelden The March Past. De Canadese linie was niet ver meer. Maar plots was daar een knal, we waren terechtgekomen in een mijnenveld.
Het was een open stuk niemandsland van zo’n vijftig meter breed dat tussen de Canadese en de voormalige Duitse linie in lag. Ondanks de helpende hand van de Canadezen die ons met prikstokken door het mijnenveld heen loodsten vielen er aan onze en aan Canadese zijde nog slachtoffers. Onder de slachtoffers was ook Danny Reid, hij was gewond geraakt en werd samen met de andere gewonden geëvacueerd. De D-compagnie verloor op deze tweede dag alle vier haar officieren. Later stelde ik de compagnie in het gelid en marcheerden we terug. Ik was doodmoe en er was geen sprake van een opgewekte stemming toen ik aan de brigade rapporteerde dat de weg Mook-Gennep weg veilig was gesteld.’ Tom Renouf over de verovering van Milsbeek: ‘Op woensdag 7 februari wachtten de mannen van het 5de Bataljon van de Black Watch gespannen af, nadat zij waren ingelicht door de bevelhebbers over het naderende offensief. Onder hen was ook Tom Renouf, een twintigjarige jongeman uit de buurt van Edinburgh, Schotland.’ In de nacht van 7 op 8 februari kwam het bevel om zich met zijn compagnie lopend te begeven naar de aanvalsposities in de bossen bij Groesbeek. Via Breedeweg en Grafwegen trok hij ‘s middags samen met het 5de Battalion Black Watch en het 1ste bataljon Gordon Highlanders, beiden van de 153ste brigade, op richting ‘Pyramid Hill’, het hoogste punt op de stuwwal bij de Diepen in Milsbeek.
Tom vertelt hierover: ‘We hadden moeite de beboste helling op te komen, wadend door modder, takken en struikgewas. Ik moest iedere CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
16
Vooronderzoek CE N271 Milsbeek-Plasmolen-Mook CA/VO-CE/018-10
honderd meter dekking zoeken vanwege Duits tegenvuur van Schmeisser en Spandau pistolen en geweren. We schakelden ze uit met handgranaten en Brenguns. De Duitsers waren met minder maar boden desondanks behoorlijke weerstand. Het was bijna avond en inmiddels donker toen we de top bereikten, we groeven ons onmiddellijk in in verdedigingsposities. Het was een verschrikkelijke nacht, we moesten ons uiterst stil houden, mijn maat en ik bleven om de beurt wakker. Hoewel ik erg bang was, had ik problemen om wakker te blijven wanneer het mijn beurt was. Maar bij ieder klein kraakje, ieder brekend takje schrok ik wakker en was ik uiterst op mijn hoede. We hadden het bevel gekregen om niet te vuren als de vijand op ons af zou komen, omdat dat onze positie zou verraden. Vuren mocht alleen als het absoluut nodig was en enkel op het allerlaatste moment. Gedurende de nacht dacht ik overal Duitsers op ons af te zien sluipen en het was niet altijd alleen mijn verbeelding. Af en toe kon ik ze van dichtbij horen praten, dit werd beantwoord met vuur vanuit onze troepen, het geluid dat overbleef was het roepen om hulp. Gelukkig kwam ons bataljon de nacht door zonder slachtoffers...’ De volgende ochtend moest de weg Nijmegen - Gennep, de huidige Rijksweg door Milsbeek, worden veiliggesteld. De Gordon Highlanders vertrokken al vroeg over de Sint Jansberg richting Plasmolen en De Hel.
Tom bereidde zich op dat moment voor op de aanval richting de kern van Milsbeek, die ‘s middags zou worden ingezet via de Zwarteweg. Tot 15:00 uur lagen zij in posities aan de voet van het bos in het Koningsven. Tom Renouf vertelt hierover: ‘We zijn blij om dat akelige bos uit te zijn en blijven hier tot vanmiddag. Maar er gaat een nieuwe verschrikking volgen, we moeten zij-aan-zij door het open veld oprukken. Normaal volgen we elkaar op de voet en zoeken we de bescherming van bomen of een greppel.’ Door de geallieerde artillerie troepen werd een rookgordijn neergelegd over de gehele breedte van het front, hierdoor werd de infanterie aanval onzichtbaar gemaakt voor de vijand. Toen de oprukkende mannen van de 5de Black Watch de eerste boerderijen en huizen naderden, kwamen ze echter onder hevig vijandig mitrailleur vuur te liggen. ‘De kogels vlogen ons om de oren en overal om ons heen spatte de modder op van de grond. Mijn natuurlijke reactie was om zo snel mogelijk te gaan liggen, maar we moesten doorrennen. We bleven schieten en waren daardoor in staat om de eerste huizen te bereiken. We kropen dichterbij en ik gooide handgranaten door de ramen.’ Tom en zijn kameraden konden op deze manier de Duitsers in deze boerderij uitschakelen en gevangen nemen. Tijd om op adem te komen was er nauwelijks, want op dezelfde manier moesten ze weer naar de volgende boerderijen oprukken.
Ook de huizen in het centrum konden later op de avond worden veiliggesteld en zo werd Milsbeek huis na huis bevrijd. De nacht van 9 op 10 Februari werd door het bataljon van Tom doorgebracht in de huizen van Milsbeek, en hier werden ook de plannen gemaakt voor de aanval op Gennep. Jeffrey Haward over de tegenstand van de Duitsers op weg naar Kanonskamp in Milsbeek; Jeffrey Haward was officier van een peloton binnen het 1/7 de bataljon van het Middlesex regiment. Hij gaf als sergeant leiding aan zevenentwintig man die samen de taak hadden om met vier zware machinegeweren van het type Vickers, ondersteuning te bieden aan de 5de Black Watch. Met behulp van kleine rupsvoertuigen, zogenaamde ‘Bren Carriers’, konden zij zichzelf en het materieel verplaatsen. Op 8 februari verzamelden ze zich samen met hun kameraden van andere bataljons in onze regio. Een eerste taak was het ondersteunen van de grote artillerie beschieting die in de ochtend plaats vond. Later die dag bereikten de mannen van de 1/7de Middlesex de huizen in Breedeweg en Grafwegen waar zij de nacht doorgebrachten. De volgende dag zou Jeffrey als een van de eerste soldaten vanaf de Holleweg richting Milsbeek trekken. Hij vertelt hierover het volgende: ‘Er werden drie vrijwilligers gevraagd van onze groep, het 10de peleton, om de 5de Black Watch te assisteren tijdens een patrouille.
Met in totaal negen man van ons regiment gingen we met mannen van de C-compagnie van de 5de Black Watch vanuit het Reichswald op verkenning. We hadden onder meer twee machinegeweren en twee carriers meegenomen. We reden over een bospad naar beneden, maar de voertuigen trokken al snel vijandig mortiervuur aan, en daarom vervolgden we onze weg verder te voet. CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
17
Vooronderzoek CE N271 Milsbeek-Plasmolen-Mook CA/VO-CE/018-10
We droegen het machinegeweer mee op onze rug, terwijl de anderen ons rugdekking gaven. De vijandige weerstand was hier erg hevig en uiteindelijk vroegen we versterking aan van tanks. Vier tanks schoten te hulp maar konden helaas niet verder het bos door trekken. De Duitsers beschoten de tanks met Panzerfaust raketwerpers en we waren met te weinig mannen om ze te kunnen beschermen.’De tanks die te hulp schoten werden direct uitgeschakeld. Jeffrey Haward en zijn mannen bevonden zich op dat moment in een penibele situatie; ze waren ver voor de eigen linies uitgetrokken en naderden de vijand in en om Milsbeek. Maar ook de terugweg zou gevaarlijk zijn vanwege de nog altijd aanwezige felle tegenstand van de Duitsers in het Reichswald. Jeffrey vertelt verder: ’Samen met Sergeant Frank Dollin bemande ik het ene Vickers machinegeweer, terwijl korporaal Sleath met het andere geweer de vijand op ongeveer tweehonderd meter afstand onder schot hield. Onze groep probeerde de vijand van opzij te benaderen, ik liep nu op ongeveer honderd meter afstand van bebouwing in de richting van de vijand. Op dit punt werd Sergeant Dollin in het hoofd geraakt en viel op de grond Ik probeerde hem nog te helpen maar hij was op slag dood.
Een Duits Spandau (MG 42) machinegeweer opende op dit moment het vuur op onze hele groep, ook ik werd geraakt...’ Jeffrey Haward is tijdens deze actie in Milsbeek door de Duitsers beschoten, zijn jack was op meerdere plekken doorboord en verscheurd door kogels, wonder boven wonder was hij niet gewond. Wanneer het vijandelijk vuren tijdelijk stopte, wist hij zelfs het machinegeweer weer te vinden en mee te nemen, samen met zijn mannen, naar een veiliger positie een stuk terug. Er werd gewacht op versterkingen en toen deze arriveerden vervolgden ze hun weg. De echte aanval op Milsbeek startte in de middag, waar ook Jeffrey aan deelnam. Er zouden helaas nog meer slachtoffers vallen, maar het doel van de verkenning en de aanval, het bereiken en veroveren van de weg Gennep-Mook, werd die avond bereikt. Jeffrey Haward verdiende met zijn dappere acties in en om Milsbeek de ‘Military Medal’, een hoge Britse militaire onderscheiding. Resultaat: In de geraadpleegde voorgaande literatuur zijn aanwijzingen aangetroffen welke duiden op oorlogshandelingen en mogelijk CE binnen een deel van het onderzoeksgebied. -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
18
Vooronderzoek CE N271 Milsbeek-Plasmolen-Mook CA/VO-CE/018-10
Market Garden en de St. Jansberg Bron: Een korte geschiedenis en de nu nog zichtbare sporen uit die periode 17 - 24 september 1944 Paul Klinkenberg, februari 2012 pklinkenberg@sprekendlandschap.nl The Hill Aan de zuidkant van het luchtlandinggebied rondom Groesbeek landt op 17 september 1944 het 505e Parachute Infantery Regiment (PIR) van de 82ste Airborne divisie. De strategische weg Mook-Gennep moet worden afgesloten om te voorkomen dat Duitse troepen vanuit het oosten naar Nijmegen kunnen optrekken. De heuvel aan die weg, tegenover Plasmolen (met daarop de molen van dokter Daan) wordt bezet en veranderd in een stelling. Een wegversperring wordt aangelegd. Op de 20ste wordt de wegversperring doorbroken door de Duitsers die Mook bezetten. De heuvel met de Ben C- Compagnie van het 505e PIR raken geïsoleerd. Op die dag wordt de Plasmolen zwaar beschoten: “De molen, die in de eerste dagen nog als uitkijkpost diende voor de Amerikaanse artillerie, gaat als eerste in brand en het hotel volgt al gauw” Op donderdag de 21ste kijkt Huub Cox uit het raam vanuit een van de huizen aan de Molenweg: ʻde molen is verdwenen.ʼ Wat anno nu nog te zien is zijn de restanten van de voet van de molen met daarnaast een waterpomp en drie (water)keldergaten. De vlak daarbij gelegen betonnen watertank vertoont vele inslagen.
De smalle hevelrug, door de Amerikanen “the Hill” genoemd, is nog steeds bezaaid met schuttersputjes.
De hoofdaanval op de Kiekberg door werd ingezet vanuit het noorden
24 - 29 september 1944 De eerste aanvallen op de “Kiekberg Woods” De Amerikanen spraken over de “Kiekberg woods”, niet over de St. Jansberg. Op 24 september landen gliders van het 325ste Glider Infantry Regiment (GIR) in Overasselt. Onderdelen daarvan, het 2e bataljon krijgt de opdracht om het 505e PIR af te lossen bij Plasmolen, op ʻthe Hillʼ, en de opdracht om de bossen op de Kiekberg te zuiveren van Duitsers. De aanval start op de 25 september, maar mislukt. De dag daarna mislukken eveneens twee aanvallen die tot doel hadden om een ʻstrong pointʼ te vestigen op de top van de Kiekberg (Hill 77.2). Generaal Gavin, commandant van de 82e Airborne divisie, CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
19
Vooronderzoek CE N271 Milsbeek-Plasmolen-Mook CA/VO-CE/018-10
besluit die dag om de bossen de 27ste aan te vallen met alle beschikbare troepen, vijf peletons. De tegenstand is zwaar. Ver komen ze niet, ongeveer een kwart van de Kiekberg wordt bezet en 37 Duitsers worden krijgsgevangen gemaakt. De daarop volgende aanval, de 28ste, levert een terreinwinst op van driekwart van de Kiekberg. De belangrijkste bevoorradingsweg naar het bos, de Kiekbergsebaan, was in hun handen en ook het hoogste punt met daarop de uitkijktoren was veroverd. Een peloton maakte bedroevend weinig terreinwinst. De verovering van de ʻKiekberg Woodsʼ vergde de inzet van veel meer troepen. De hoofdaanval op de Kiekberg werd ingezet vanuit het noorden. Het bos met zijn dichte onderbegroeiing en steile hellingen leverden veel problemen op. In verslagen van de strijd om de ʻKiekberg woodsʼ wordt geproken van een ʻjungleʼ. De Duitsers hebben zich goed ingegraven en gecamoufleerd. Langs paden, kruispunten en andere strategische punten staan machinegeweren opgesteld. De mannen van het 325ee kunnen niet in contact met elkaar blijven tijdens een aanval en raken verspreid. Niemand weet hoe ver zijn buurman is gevorderd. Het resultaat is vele gewonden en slachtoffers. De moraal is slecht en er zijn vermisten (MIAs=missing in action). Vrijdag 29 september zijn er weinig militaire activiteiten.
Die dag worden er plannen gemaakt om de vijand definitief uit de ʻKiekberg Woodsʼ te verdrijven. 30 sept. - 1 okt. 1944 De tweede grote aanval op de “Kiekberg Woods” Aan de aanval op de 30ste ging een 7 minuten durende artillerie beschieting vooraf. Er volgen felle gevechten. In de nabijheid van de top van de Kiekberg treffen Amerikaanse en Duitse soldaten elkaar op korte afstand zonder op elkaar te vuren. Elke partij zegt tegen de andere dat ze omsingeld zijn en zich moeten overgeven en dat ze omsingeld zijn. Uiteindelijk besluiten beide partijen tot een 1 uurs staakt-het-vuren. De Duitsers salueren en vertrekken. Een uur later barst het geweld weer los. Verder optrekken is onmogelijk. De aanval wordt afgebroken, er worden schuttersputten gegraven en wordt een verdedigingslinie gevormd. Gemaakte vorderingen: 400-700 meter. De volgende dag, rond middernacht, starten de Duitsers een tegenaanval in de bossen op en rond de Kiekberg. De aanval wordt afgeslagen met vele slachtoffers aan beide kanten. Het 325e GIR krijgt te horen dat ze afgelost zullen worden door het 505e PIR. Frontlinies worden rechtgetrokken. Engelse troepen lossen naderhand de Amerikanen af. Op 8 november worden zij afgelost door Canadese troepen, de Cameron Highlanders. Frontlijnen Kiekberg 17 - 16 oktober 1944 Gesneuveld Gesneuveld op of vlakbij de St.
Jansberg en op ʻthe Hillʼ in de periode van 17 september 2 oktober: 505e, 325e (inclusief het 401e dat toegevoegd was aan het 325e): in totaal ca. 90 man Op het landgoed De Plasmolen Aan het eind van de middag op 17 september krijgt de molenaarsfamilie Verouden ʻbezoekʼ van Amerikaanse parachutisten. Ze vragen om water. De familie krijgt chocolade en sigaretten van de Amerikanen. Er ontstaat een gevecht tussen de Amerikanen en Duitse militairen die zich later overgeven. De familie vertrekt naar de buren om in hun kelder te slapen. Dhr. Verouden blijft in zijn huis, maar zet de volgende dag toch maar zijn bed in de molen. De 20e krijgt de Plasmolen bezoek van vier Duitsers. Baron van Verschuer kijkt even door het keldergat en zegt: ʻWe zijn verloren, de moffen zijn er weerʼ. In de gevelmuur van de molen zijn nog altijd de vele beschadigingen te zien ten gevolge van de gevechten.