Bijlage 1. Samen sterk voor duurzaaMM - Duurzaamheidsbeleid gemeente Mook en Middelaar
Tekst van het document
Herstel Maasheggenlandschap De Maasheggen vormen het oudste cultuurlandschap van Nederland. Dit heggenlandschap bestaande uit meidoorn- en sleedoornheggen met daarbij weilanden, drinkpoelen en oude knotbomen vormt een bron van biodiversiteit. In samenwerking met de buurgemeenten gaan we daarom het Maasheggenlandschap herstellen en daardoor nieuwe nestgelegenheid bieden voor holtebroeders. Evenementen en toerisme Evenementen en toerisme zijn van invloed op de natuurlijke omgeving waarin zij plaatsvinden. Ook zijn zij van invloed op de planten en dieren op en om de locatie van evenementen. We willen organisatoren van evenementen helpen met het natuurvriendelijker maken hiervan door een checklist voor natuurvriendelijke(re) evenementen op te stellen.
Plannen voor klimaatadaptie Alle gemeenten moeten in 2050 klimaatadaptief zijn. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is afgesproken dat gemeenten daarom plannen moeten hebben die beschrijven hoe er omgegaan wordt met hitte-, droogte- en wateroverlast. Deze worden de komende tijd geïnventariseerd en bij de eerstvolgende herijking wordt gekeken of de hiergenoemde uitgangspunten voldoen of dat er aparte plannen nodig zijn. Samenwerken met natuurorganisaties Samen met de verschillende natuurorganisaties in onze gemeente onderzoeken we hoe we door daar waar gewenst betere samenwerking de biodiversiteit kunnen verbeteren. Omdat ecologische onderzoeken veel tijd, geld en capaciteit kosten, inventariseren we ook of we met natuurorganisaties en hun vrijwilligers hier samen in op kunnen trekken en wat daar dan voor nodig is. Maaibeleid Het gemeentelijke maaibeleid wordt daar waar mogelijk steeds natuurvriendelijker (biodivers maaien). Die lijn zetten we indien financieel mogelijk voort, uiteraard met aandacht voor het borgen van de verkeersveiligheid.
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
23
Circulariteit Als gemeente maken we nog niet altijd de meest duurzame keuzes. We vervangen iets als het nodig is, soms zonder na te denken of het duurzamer kan. Intern vragen we daarom aandacht voor de R-ladder, waarin een aantal stappen staan om tot een meer circulaire keuze te komen. Repair-cafés, kringloopwinkels en ruilmarkten Momenteel is er geen kringloopwinkel in onze gemeente. Via de Dar wordt gekeken naar de mogelijkheden om met kringloopwinkels samen te werken. We ondersteunen circulaire initiatieven zoals repair-cafés en ruil/rommelmarkten.
1: INLEIDING
De R-ladder De R-ladder is een stappenplan dat kan worden gehanteerd bij het nemen van beslissingen met het oog op circulariteit. Dit is geen strikte regel, maar wel een denkwijze die de gemeente kan helpen bij het nemen van beslissingen bij inkoop of aanbestedingen. De R-ladder bevat verschillende strategieën binnen circulariteit. De stappen zijn als volgt: •
Zwerfafval Zwerfafval blijft helaas een probleem binnen de gemeente. Zo vinden er dumpingen plaats op diverse plekken. Hier vindt al handhaving op plaats, maar dit blijft een lastig probleem. Daarom actualiseren we het zwerfafvalplan en nemen daarin mee dat we gaan testen met symbolen of borden bij afvalbakken en doneerringen. Op dit moment zijn er al diverse lokale organisaties die zich inzetten tegen zwerfafval. Dit wordt uiteraard omarmd. Het project “Wijkhelden” van de Dar zetten we voort.
•
Circulair en duurzaam (inkoop)beleid Ons inkoopbeleid zal stap voor stap circulairder moeten worden. We starten met het onder de aandacht brengen van de R-ladder. Later kijken we wat er mogelijk is om dit verder aan te scherpen in het inkoopbeleid. Ook bij aanbestedingen zal op circulariteit van de tegenpartij worden gelet. Ook kiezen we bij inkoop bij voorkeur voor producten die minder milieubelastend zijn dan het reguliere product.
•
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
• •
•
R1. Refuse & Rethink (Weigeren en heroverwegen). Het afzien van producten of het intensiever gebruiken van producten. R2. Reduce (verminderen). Producten efficiënter fabriceren of efficiënter maken in het gebruik R3. Reuse (hergebruiken). Hergebruik van een product R4. Repair, refurbish, remanufacturing en repurpose (repareren, opnieuw assembleren, opnieuw produceren en opnieuw voorzien van een doel). Reparatie en hergebruik R5. Recycling (verwerken). Verwerken en hergebruiken van de materialen. R6. Recover (herstellen). Energie uit materialen terugwinnen.
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
24
D. Scholen en organisaties Scholen en organisaties zoals verenigingen zijn het hart van onze samenleving. Hier ontmoeten mensen elkaar, spelen en sporten mensen samen en draagt men gezamenlijk een steentje bij aan een mooiere samenleving. Alhoewel het energieverbruik van scholen en organisaties ten opzichte van het totale verbruik meevalt, hebben deze organisaties wel een voorbeeldfunctie. Elektriciteit/warmte Overleg schoolbesturen We gaan in overleg met schoolbesturen om te kijken welke verdere verduurzamings- en besparingsstappen gezet kunnen worden. Het inzetten van een energiecoach is daarbij een van de opties. Ver- en nieuwbouw Net zoals bij woningen en bedrijven, moeten scholen en organisaties op termijn energieneutraal worden in het gebruik. Bij nieuwbouw of grootschalige verbouwing (vernieuwbouw) worden gebouwen conform de wettelijke normen opgeleverd. We dagen initiatiefnemers uit om de (ver)bouw(ing) volledig energieneutraal uit te voeren, om te voorkomen dat er later nogmaals aanpassingen gedaan moeten worden.
We gaan daarover met schoolbesturen in gesprek. Daar waar schoolpleinen ook na schooltijd dienst doen als openbaar speelterrein, wordt bezien welke extra inzet van de gemeente mogelijk is. Circulariteit Afvalscheiding door middel van collectieve inzameling De gemeente en haar inwoners zijn voor de afvalinzameling aangesloten bij de Dar. Scholen en bedrijven zijn nu aangesloten op het systeem van bedrijfsafval. We gaan er bij alle scholen op aandringen dat zij beter hun afval scheiden door te kijken of zij wellicht kunnen worden meegenomen in de inzameling door de Dar. Hetzelfde geldt voor de toegang tot de milieustraat. Afvalscheiding als voorwaarde voor vergunning We ondersteunen organisatoren van evenementen met advies over goede afvalscheiding en we onderzoeken of afvalscheiding bij grote evenementen onderdeel kan worden van de evenementenvergunning.
Voorlichting Het educatieve belang van scholen mag duidelijk zijn. Scholen bepalen zelf hoe het lesprogramma er (binnen de wettelijke eisen) uitziet, maar doen vaak nog meer om leerlingen ook bekend te laten worden met maatschappelijke thema’s. Duurzaamheid is zo’n thema. We nodigen scholen uit en faciliteren hen om mee te doen met projecten, zoals het programma “Junior Energiecoach”. Klimaatadaptatie en biodiversiteit Scholen nemen een bijzondere plek in. Zowel in het leven van een kind als fysiek in de gemeente. Door kinderen vroegtijdig in aanraking te laten komen met natuur, groene speelterreinen en verschillende dieren zullen zij op latere leeftijd hier verantwoordelijker mee omgaan. Daarnaast neemt een school een relatief groot kavel in binnen de omgeving. Daarom is het belangrijk dat schoolterreinen een groene inrichting hebben (ook de parkeeroplossing). Ook scholen hebben die wens. We nemen ook de mogelijkheden voor diervriendelijke maatregelen aan het gebouw mee.
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
25
E. Openbare ruimte Elektriciteit en warmte Zonnepanelen in de openbare ruimte Omdat het onwenselijk is om zonnepanelen op agrarisch grondgebied te leggen en we toch een energieneutrale gemeente moeten worden, kijken we naar andere mogelijkheden op de tweede trede van de Zonneladder: zonnepanelen boven open plekken in de gebouwde omgeving. In het geval van parkeerplaatsen heeft dat een driedubbele functie: elektriciteit opwekken, voorkomen dat auto’s in de zon staan en het bieden van de mogelijkheid tot het opladen van elektrische auto’s. Daarom kijken we ook of we op onorthodoxe plaatsen zonnepanelen kunnen leggen, bijvoorbeeld drijvende zonnevelden. Uiteraard is het belangrijk om daarbij de juiste balans te vinden met openbaar groen en de uitstraling van de openbare ruimte. Verlichting Sinds 2008 is gestart met het planmatig moderniseren en energiezuiniger maken van de openbare verlichting. Dit gebeurt nog steeds, waardoor het energieverbruik hiervan al flink gedaald is. De verdere verduurzaming van openbare verlichting wordt nog wel onderzocht. Daarin nemen we ook de mogelijkheden voor moderne systemen mee, waardoor er bijvoorbeeld alleen verlichting aangaat als er iemand in de buurt komt, of het uitvoeren verlichting in een andere kleur in bepaalde gebieden (bescherming biodiversiteit).
Daarbij houden we oog op voldoende verlichting in het kader van verkeersveiligheid en het veiligheidsgevoel. Voorkomen opwarmen van de buitenlucht De opwarming van de buitenruimte is uiteraard grotendeels onderdeel van het thema klimaatadaptatie. Maar er zijn ook vormen van het actief opwarmen van de buitenruimte. Dit kan bewust of onbewust plaatsvinden door middel van het gebruik van apparatuur. Klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit Toekomstbestendig groen Bij het aanplanten van nieuwe groene gebieden of bij het herstel van groen, houden we rekening met de toekomstbestendigheid van het groen. We weten dat bepaalde plantsoorten het moeilijk gaan krijgen met de
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
opwarming van de aarde. Die kun je dus beter niet plaatsen. Ook een teveel van dezelfde soorten bij elkaar maakt het groen kwetsbaar voor eventuele problemen (zoals plantenziekten) in de toekomst. Monitoring hittegebieden Door middel van een uitgevoerde “stresstest” zijn de hittegebieden, de droogtegebieden en de meest gevoelige gebieden voor wateroverlast in de gemeente bekend. Hitte en droogte hangen in dit geval nauw met elkaar samen. In het reguliere onderhoud en bij grootschalige werkzaamheden in de openbare ruimte zetten we concrete stappen voor meer klimaatrobuustheid door bijvoorbeeld vergroening en infiltratie van water. Daar waar logische koppelkansen zijn, gaan we aan de slag. Anders worden eerst de hittegebieden aangepakt. Gemeente aan zet? De gemeente is verantwoordelijk voor het inrichten en onderhouden van de openbare ruimte. In onderdeel C. Gemeente is uitgelegd welke acties de gemeente wil doen op het gebied van vergroenen en het onderhoud van groen en de openbare ruimte. Circulariteit krijgt meer aandacht in het onderhoud.
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
26
F. Mobiliteit Elektriciteit Elektrisch vervoer Dat het gebruik van elektrisch vervoer toeneemt, staat min of meer vast. De verwachting is dat het aantal elektrische auto’s tussen 2023 en 2030 zal vervijfvoudigen. De gemeente volgt deze ontwikkelingen. De komende jaren zal nog worden deelgenomen aan een collectieve aanbesteding voor laadpalen welke loopt tot 2028. Vermoedelijk zal na het einde van deze aanbesteding het local4local-principe verder zijn uitgewerkt. Bij de volgende aanbesteding (na 2028) onderzoeken we of het local4localprincipe kan worden meegenomen. Auto’s als home-battery Bezitters van elektrische auto’s hebben veelal een eigen oplaadpunt aan huis. Met dit oplaadpunt kan de auto zelf worden opgeladen, maar het is ook mogelijk om dit punt te ontladen. In dat geval kan er stroom worden opgeslagen en deze stroom kan op een later tijdstip worden gebruikt voor bijvoorbeeld het huishouden. Daarmee kan belasting van het net voorkomen worden. Echter, niet alle elektrische auto’s zijn hier geschikt voor. Bij adviesgesprekken voor verduurzaming van woningen zal de optie wel benoemd worden.
wordt meegenomen in de Green Deal tussen bedrijven en de gemeente. Klimaatadaptatie en biodiversiteit Vergroening van infrastructuur Parkeerplaatsen zijn vaak volledig betegeld. Groene parkeerplaatsen werken net zo goed, maar laten wel water door, zijn minder heet en zien er vriendelijker uit. Het is daarbij belangrijk om vooral die delen te vergroenen waar auto’s niet een hele dag staan. Dat kan namelijk zorgen voor te weinig zon om het ook echt groen te houden. Zo zijn er voorbeelden waarbij de parkeerplaatsen zelf versteend zijn, maar de weg ertussen vergroend. Er kan ook gedacht worden aan het plaatsen van bomen tussen de parkeervakken. Per locatie zal een andere oplossing de beste oplossing zijn. Bij herinrichting of nieuwe bestrating worden parkeerplaatsen zo effectief mogelijk klimaatadaptief uitgevoerd. Bij herinrichting zorgen we voor een ontwerp dat zorgt voor een zo klimaatadaptief mogelijk profiel, dat ook de verkeersveiligheid bevordert. Zo kunnen bermen vergroend worden (wat ook wateroverlast kan beperken) en smallere straten geven meer ruimte voor een groene inrichting. In het onderhoud van deze groene bermen kiezen we voor
Elektrificeren openbaar vervoer Het elektrificeren van het openbaar vervoer is een logische stap in de verduurzaming van de gemeente, aangezien een groot deel van het openbaar vervoer nog “loopt” op fossiele brandstoffen, al staat elektrificatie van de Maaslijn natuurlijk al wel op de agenda. De invloed van de gemeente op het openbaar vervoer is beperkt (de verantwoordelijkheid ligt bij de provincie). We zullen lobby-initiatieven voor het verduurzamen van openbaar vervoer echter wel ondersteunen. Elektrificeren van de (water)sport (Water)sport en recreatie maken een groot deel uit van de gemeente. De boten en hiervoor gebruikte materialen lopen nog (grotendeels) op fossiele brandstoffen. Ook hier is de landelijke verwachting dat uitstoot op termijn naar nul moet gaan en daarom is het goed om als recreatieve gemeente voorbereid te zijn op de elektrificatie van de (water)sport. Deze transitie
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
27
bevordering van de biodiversiteit, waar dit de verkeersveiligheid niet in de weg staat. Circulariteit Deelmobiliteit Er is op verschillende momenten vanuit de regio Noord-Limburg geprobeerd om deelmobiliteit in onze gemeente onder de aandacht te brengen. Tot nu toe heeft dat geen succes opgeleverd. Op dit moment ontwikkelen we dan ook geen projecten omtrent deelvervoer. Bij nieuwe (bouw)ontwikkelingen of signalen vanuit de samenleving staan we open voor de mogelijkheden van (alle vormen van) deelvervoer. Langzaam verkeer voorop Mook en Middelaar heeft een hoog autobezit ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Gezien de ligging is dat wellicht ook logisch. En met een auto voor de deur, is de kans dat die vaak gebruikt wordt ook groot, terwijl dat vaak helemaal niet nodig is. Voor veel inwoners zijn de afstanden (vooral binnen onze gemeente) prima met ander vervoer te doen. We kiezen er daarom voor schoner verkeer en verkeer dat minder materiaal vraagt (voetgangers, fietsers, OV) een belangrijkere rol te geven in onze inrichting en plannen. Het moet comfortabeler worden om voor de fiets te kiezen, terwijl het gebruik van de auto, vooral voor mensen die er afhankelijk van zijn, gewoon mogelijk moet blijven.
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
28
Deel 4: praktische uitvoering In de delen 2 en 3 is uitgelegd hoe wij inhoudelijk naar onze opgave kijken en welke uitwerking we daar aan willen geven. Maar daar moet praktisch uitvoering aan gegeven worden. Dat doen we in deel 4, door in te gaan op de werkwijze en de financiën.
A. Werkwijze We geloven er in dat inwoners en bedrijven met de juiste informatie en begeleiding heel veel zelf willen én kunnen. Het is daarom belangrijk om informatievoorziening meer te stroomlijnen en via één punt te laten lopen. Zo zorgen we voor uniforme informatie en ondersteuning. Aan de andere kant zal het her en der nodig zijn om duurzame keuzes meer af te dwingen of de standaard te maken. Dat doen we door bepaalde regels te stellen. Maar daar slaan we niet in door: de gemeente heeft bijvoorbeeld verregaande bevoegdheden om bijvoorbeeld wijken van het gas af te sluiten. Zo ver willen we nu zeker nog niet gaan, maar daar waar een strikter beleid kleinere individuele gevolgen heeft, zullen we kansen benutten. In onze ambitie nemen we de verantwoordelijkheid om ons deel bij te dragen aan de landelijke doelstellingen. Dat betekent ook dat we als gemeente de doelstellingen actiever na moeten streven en initiatief durven nemen. De urgentie van klimaatproblematiek vraagt daar ook om. De regie ligt bij de gemeente en die laten we niet over aan (markt)partijen die vooral vanuit commerciële doeleinden handelen. Wij voelen ons verantwoordelijk voor de integrale sturing, en daar gaan we dan ook als gemeente mee aan de slag. Dat doen we uiteraard niet alleen. In de afgelopen jaren heeft de gemeente Mook en Middelaar veel ervaring opgedaan met participatietrajecten.
Alhoewel de gemeente(raad) het beleid uitzet en de kaders bepaalt, willen juist dat we met inwoners, bedrijven en organisaties daar samen invulling aan geven. We kiezen er binnen het duurzaamheidsbeleid voor iedereen de kans te geven om vroeg in het
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
4: UITVOERING
proces van een project mee te kunnen praten. Waar mogelijk zullen we ook samen de uitvoering oppakken. De plannen die in dit document genoemd worden zijn uiteraard nog geen uitgewerkte plannen. De exacte invulling volgt later. Daar waar nodig, zal dat plan uiteraard aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Die plannen worden verder vormgegeven in tweejaarlijkse agenda’s. Elke twee jaar monitoren we stand van zaken, kijken we wat wel en niet effectief is geweest en maken we nieuwe keuzes voor de komende twee jaar.
B. Financiën Om de haalbaarheid en de betaalbaarheid van de opgestelde plannen in kaart te brengen, is een financiële afbakening noodzakelijk. Daarnaast spelen investeringen een belangrijke rol in het mogelijk maken van duurzame projecten. Zo hebben bijvoorbeeld bepaalde inwoners een steuntje in de rug nodig met betrekking tot de verduurzaming van hun leven en werken financiële prikkels vaak ook om gedragsveranderingen te kunnen stimuleren. We presenteren een beleid met doelen op lange(re) termijn. Daarbij is het goed om te weten wat er nog aankomt, zodat er voor investeringen middelen gereserveerd kunnen worden en er langjarig consistent financieel beleid gevoerd kan worden. Isoleren, lokaal eigendom, vergroening, het bereiken van onze doelstellingen kost geld. Dat is niet erg, als we het maar gericht en effectief besteden. Er zijn verschillende opties om het beleid te realiseren, waarbij we van alle financiële mogelijkheden gebruik moeten maken. Zo zijn er best een aantal landelijke en Europese subsidies (zie bijlage D). Onze projecten worden voornamelijk gefinancierd door deze subsidies. Die hebben wel als nadeel dat er strikte eisen en strikte deadlines voor zijn, zodat de uitwerking niet altijd optimaal afgestemd kan worden op de lokale situatie.
Ook mogen er een aantal dingen niet met de landelijke subsidies, terwijl juist op die punten (bijvoorbeeld subsidiëren van serieuze
5: BIJLAGEN
29
verduurzaming, projecten met langere looptijd) kansen liggen. Kortom: de landelijke subsidies zijn onzeker, beperkend en incidenteel van aard. Het is aan de Rijksoverheid om gemeenten te voorzien van meer structurele middelen. We kijken als gemeente hoe we landelijke subsidies toch in kunnen zetten ter ondersteuning van ons beleid en we pakken alle kansen die er zijn om deze aan te vragen. We kennen ook financiële onzekerheid binnen de gemeente. We hanteren daarom de volgende financiële uitgangspunten: 1. We zetten in op optimaal gebruik van landelijke subsidies, maar we maken daar wel keuzes in. Die bepalen dan ook primair de inhoudelijke keuzes die we maakten. We proberen landelijke bijdragen wel zo in te zetten, dat we er zoveel mogelijk gebruik van kunnen maken. Dit zal dan ook de hoofdmoot van onze financiering zijn. 2. We doen mee aan of starten duurzame projecten die naast een duurzaamheids-, ook een financieel rendement opleveren. Een belangrijk project daarbij is natuurlijk Wells Meer. Het financieel rendement (de initiële investering vloeit terug naar de algemene reserve) kan worden ingezet ter financiering van nieuw duurzaamheidsbeleid. 3. In de tweejaarlijkse agenda geven we aan welke extra middelen er nodig zijn om de agenda uit te kunnen voeren. Bij een akkoord van de gemeenteraad, zal dit ook in de conceptbegroting opgenomen moeten worden.
Het is mogelijk dat financiën reden zijn om met verschillende maatregelen en projecten te schuiven in de tijd. 4. Er blijven zich altijd nieuwe kansen, mogelijkheden en uitdagingen voordoen. Daar waar het niet lukt die te financieren uit de al genoemde middelen, zal de gemeenteraad moeten afwegen of het toewijzen van extra budget wenselijk is. Om er voor te zorgen dat we nu al aan de slag kunnen met uitvoering van het beleid, kiezen we er voor de eerste jaren voor om de voorziening klimaatbeleid in te zetten.
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
30
Deel 5: bijlagen A. Planning 2030 Zie losse bijlage
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
31
B. Begrippenlijst BENG-norm De norm die bij nieuwbouw wordt gehanteerd rondom duurzaamheid. Deze afkorting staat voor Bijna Energieneutrale Gebouwen. Deze norm houdt onder andere in dat nieuwbouw zoveel mogelijk energiebesparend gebouwd wordt. Daarnaast worden fossiele bronnen hierbij zo min mogelijk benut. Tot slot wordt er een focus gelegd op hernieuwbare energiebronnen in of bij de nieuwbouw. Circulair Het fenomeen waarbij het consumeren van een product of dienst niet tot afval leidt en waarbij afval tot grondstoffen leidt voor een nieuw proces (geen restafval). Een economie waarbij circulair wordt gewerkt, wordt een circulaire economie genoemd. Circulaire ladder (R-ladder) Dit is een model vanuit de circulaire economie dat verschillende onderdelen van de levensfase van een product beschrijft. Het doel hiervan is bewustwording. Dit model wordt ook wel de R-ladder genoemd. Energieneutraal De situatie waarin de zelf opgewekte energie gelijk is aan de zelf verbruikte energie Energietransitie De energietransitie is de overgang van het gebruik van fossiele brandstoffen naar het gebruik en het opwekken van hernieuwbare energiebronnen. Denk aan wind-, water- en zonne-energie.
Hierbij hoort ook het onderwerp energie-efficiëntie voor het verminderen van de energiebehoefte Groen gas Groen gas, ook wel opgewaardeerd biogas genoemd, wordt hoofdzakelijk gewonnen uit biogene restromen zoals GFT afval, agrarische reststromen, dierlijke mest, maar ook uit rioolslib van RZWI (rioolwaterzuiveringsinstallaties). De Rijksoverheid heeft aanvankelijk als doel gesteld om 2030 2 bcm (2 miljard m3) groen gas te produceren waar d.m.v. een 20% bijmengverplichting (in het aardgasnetwerk) in eerste lijn de gebouwde omgeving van moeten worden verduurzaamd. In een kamerbrief van 14 juli 2023 is aangegeven dat de productieverplichting zal worden omgerekend naar een CO2reductiedoelstelling.
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
4: UITVOERING
Klimaatadaptief Aangepast op extreme weersomstandigheden als gevolg van klimaatverandering. Denk aan extreme regenval of juist extreme droogte. Klimaatneutraal De situatie waarbij de uitgestoten CO2 gecompenseerd wordt door CO2-opnemende maatregelen, bijvoorbeeld het aanplanten van groen Kostprijs plus Energie uit lokaal eigendom wordt tegen kostendekkende prijzen verkocht aan de lokale bewoners. Dit is dus een ander model dan het huidige marktmodel waar energie overal in het land wordt geleverd met een winstopslag. Dit kan worden bereikt door een gemeentelijk energiebedrijf op te richten met diverse gemeenten. Wat nu nog vaak gebeurt, is dat er zonneparken of windmolenparken worden opgezet in bepaalde gemeenten en dat de daar opgewekte energie niet ten goede komt aan de lokale samenleving. In zo’n geval wordt dus ruimte beschikbaar gesteld en gaan de opbrengsten naar grote (buitenlandse) bedrijven en investeringsmaatschappijen. Bij het kostprijs plus model, blijven de voordelen lokaal. Lokaal eigendom Het eigendom van duurzame opwekbronnen in handen laten van lokale bewoners van de gemeente of regio. Dit betekent dat de gemeente, provincie en/of groep inwoners het opwekgebied in beheer heeft en dus de leverancier is van de opgewekte energie. Natuurinclusief bouwen Het bouwen met respect en oog voor dier- en plantensoorten en dus conform de geldende milieu- en natuurwetgeving.
Tevens moet er worden gebouwd en verbouwd met het oog voor veranderende klimaatomstandigheden. Zo moeten de bouwwerken dus voldoende waterbestendig zijn en tevens bescherming bieden voor hitte en droogte. RES In een RES (Regionale Energie Strategie) werken gemeenten amen met provincie en waterschappen aan regionaal gedragen keuzes voor de opwekking van duurzame energie. Mook en Middelaar is onderdeel van de RES Noord- en Midden Limburg.
5: BIJLAGEN
32
Restafval Het afval dat (na scheiding van alle hernieuwbare grondstoffen) niet meer hernieuwbaar is. Dit wordt veelal verbrand of gestort. De verbranding zorgt voor opwekking van energie. Restwarmte De warmte die vrijkomt bij het verbruiken van energie. Deze gaat veelal verloren. (Denk bijvoorbeeld aan de warmte die vrijkomt bij het aanzetten van een gloeilamp) Verharding Niet of beperkt waterdoorlatende (grond)oppervlakken. Denk aan steen, asfalt, beton, etc. Waterstof Waterstof is een energiedrager. Energie wordt omgezet in waterstof waardoor het makkelijker opgeslagen en getransporteerd kan worden. Dit is mogelijk een alternatief voor het gebruik van aardgas.
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
33
C. Resultaten participatie Zie losse bijlage
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
34
D. Bronnen en literatuur Afbeeldingen: Enexis. (2023). Open data -Dataset decentrale opwek kleinverbruiksgegevens 01-01-2023. Geraadpleegd van: Open Data | Enexis Netbeheer | Enexis Netbeheer Enexis. (2023). Open data -Dataset decentrale opwek grootverbruiksgegevens 01-01-2023. Geraadpleegd van: Open Data | Enexis Netbeheer | Enexis Netbeheer. Europees Parlement. (2020). Het verlies aan biodiversiteit: waarom is dit een probleem en wat zijn de oorzaken? Geraadpleegd van: Verlies aan biodiversiteit: waarom is dit een’ probleem en wat zijn de oorzaken? | Nieuws | Europees Parlement (europa.eu) Gemeente Mook en Middelaar. Hittestress en wateroverlast. Geraadpleegd van: Hittestress en wateroverlast | Gemeente Mook en Middelaar
Alle in dit document getoonde afbeeldingen zijn gepubliceerd met toestemming van de rechtmatige eigenaar. Voor zover in de lijst hieronder geen alternatieve bron is genoemd, zijn de afbeeldingen in eigendom van de gemeente Mook en Middelaar. P8
Solarpark de Kwekerij, fotograaf Jonny Lawson
P11
Klimaatatlas Water in Limburg, Waterpanel Noord, Droogte Klimaatatlas (klimaatmonitor.net)
P12
Klimaatatlas Water in Limburg, Waterpanel Noord, Hitte Klimaatatlas (klimaatmonitor.net)
P13
Jurjen Drenth
Ministerie van Buitenlandse Zaken. Europese Green Deal. Geraadpleegd van: Europese Green Deal | Expertisecentrum Europees Recht (minbuza.nl) RVO. (2020). BENG-eisen treden van 1 januari 2021 in werking. Geraadpleegd van: BENG-eisen treden van 1 januari 2021 in werking | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl RVO. (2020). R-ladder – strategieën van circulariteit. Geraadpleegd van: R-ladder - Strategieën van circulariteit (rvo.nl) Eco-logisch (2023). Bio-based bouwen. Is het iets voor jou? Geraadpleegd van: Alles over biobased bouwen (eco-logisch.nl)
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN