Bijlage 1. Samen sterk voor duurzaaMM - Duurzaamheidsbeleid gemeente Mook en Middelaar
Tekst van het document
Samen sterk voor duurzaaMM Route naar een duurzaam Mook en Middelaar 20-08-2024, Duurzaamheidsbeleid gemeente Mook en Middelaar
Postbus 200, 6585 ZK Raadhuisplein 6, Mook Tel. (024) 696 91 11 gemeente@mookenmiddelaar.nl www.mookenmiddelaar.nl
Inhoud Voorwoord................................................................................................................................... 3 Deel 1: samen sterk voor duurzaaMM........................................................................................... 4 Deel 2: ambitie en visie ................................................................................................................ 5 Deel 3: uitwerking ...................................................................................................................... 14 Deel 4: praktische uitvoering ...................................................................................................... 28 Deel 5: bijlagen .......................................................................................................................... 30
3
Voorwoord In Mook en Middelaar is duurzaamheid onderdeel van ons kompas. Dat wil zeggen dat we in onze keuzes rekening houden met de gevolgen voor later en dat we er voor proberen te zorgen dat die keuzes in de toekomst zo min mogelijk negatieve gevolgen zullen hebben. Op die manier werken we samen aan een duurzame gemeente. En dat doen we ook al: zo vergroenen we bijvoorbeeld in projecten de openbare ruimte, helpen we met verschillende initiatieven al veel huishoudens met het besparen van energie, neemt de hoeveelheid restafval af en werken we regionaal samen aan duurzame opwek van elektriciteit en bereiden we een isolatieprogramma voor. Allemaal acties om onze gemeente, van inwoners tot bedrijven en van verenigingen tot gemeentelijke organisatie, voor te bereiden op de toekomst. Met dit nieuwe beleid zetten we de volgende stap. We formaliseren werkwijzen die we al doen en we breiden onze aanpak uit. In plaats van onhaalbare vergezichten, kijken we vooruit tot 2050 om aan de landelijke doelstellingen te voldoen, zoals ook in ons coalitieakkoord is afgesproken. Maar, niets ligt voor eeuwig vast. De ontwikkelingen binnen duurzaamheid en technologie gaan hard. Daarom is het belangrijk dat we regelmatig controleren of het nog klopt wat we opgeschreven hebben en of er nieuwe ontwikkelingen zijn waar we rekening mee moeten houden.
Dat geldt natuurlijk ook voor de beperkte financiële mogelijkheden voor de gemeente om zelf verder te investeren. We laten ons leiden door dit uitgangspunt. En ik heb er alle vertrouwen in dat we hiermee de juiste stappen zetten naar een duurzaam Mook en Middelaar. Wij als gemeente, maar natuurlijk ook onze inwoners, ondernemers en organisaties. Samen sterk voor duurzaaMM! Holger Rodoe – wethouder Duurzaamheid
4
Deel 1: samen sterk voor duurzaaMM samenwerking met partners in de gemeente en de regio kunnen we ervoor zorgen dat Mook en Middelaar klaar is voor de toekomst.
A. Aanleiding De wereld om ons heen is in beweging, het klimaat verandert. Dit biedt echter ook nieuwe kansen en mogelijkheden voor de toekomst. Een toekomst waarin anders wordt omgegaan met grondstoffen, waarin energie duurzaam wordt opgewekt en onze leefomgeving klaar wordt gemaakt voor de klimaatverandering. Die omslag kost tijd en inzet, maar dat is het waard om de kwaliteit van leven te kunnen behouden. Er zijn kansen voor Mook en Middelaar. We zijn een natuur- en waterrijke gemeente en juist die twee aspecten worden door klimaatverandering bedreigd. Terwijl op wereldschaal wordt gewerkt om de opwarming van de aarde te beperken, moeten we in Mook en Middelaar leren omgaan met de gevolgen en onze eigen bijdrage aan het opwarmen van de aarde beperken. Door er voor te zorgen dat we zelf ook klaar zijn voor de toekomst, dragen we ons steentje bij aan de opgave die voor ons ligt. En dat doen we uiteraard ook al een flinke tijd. In 2018 is er een Energievisie vastgesteld. Zoals de titel doet vermoeden, was dat gericht op elektriciteit en warmte. Daar is de ambitie neergelegd om in 2030 een energieneutrale gebouwde omgeving te hebben. Een mooie ambitie, maar zonder plannen om die ambitie daadwerkelijk te kunnen realiseren. Ook het beleid vanuit de Regionale Energie Strategie en de Transitievisie Warmte focussen op energie, terwijl wij juist breder willen kijken.
Daarom vliegen we het nu integraler aan. Behalve de thema’s van de energietransitie, elektriciteit en warmte nemen we in dit document ook klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit mee. Daarbij komen we met plannen om op deze thema’s onze gemeente duurzamer in te richten en zorgen we voor een regelmatige evaluatie en herijking van die plannen om te controleren of wat we doen effectief is en of we op koers blijven.
B. Totstandkoming Om tot nieuw beleid te komen is er een traject opgestart waarin zowel de gemeenteraad als de inwoners van Mook en Middelaar inbreng hebben gehad. Na een eerste sessie met de gemeenteraad is het participatietraject gestart. Na een algemene startsessie zijn op verschillende avonden de verschillende thema’s aan bod gekomen. Samen met inwoners is er gebrainstormd over doelen die we als gemeente zouden moeten hebben en over plannen die eraan bijdragen dat de doelen ook bereikt kunnen worden.
Er liggen grote uitdagingen voor de gemeente Mook en Middelaar. Maar door in te zetten op effectief beleid, ondersteuning van inwoners en
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
5
Deel 2: ambitie en visie In dit deel beschrijven we onze ambitie op duurzaamheid in het algemeen en onze visie op de thema’s elektriciteit, warmte, klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit in het bijzonder. Daarnaast geven we aan met welke uitgangspunten we aan de slag zijn gegaan.
A. Duurzame ambitie De gemeente Mook en Middelaar is een verantwoordelijke gemeente. We zorgen voor elkaar en voor onze omgeving, zowel nu als in de toekomst. We kiezen ervoor om ons deel bij te dragen aan de verschillende Europese, landelijke en regionale doelstellingen Uiterlijk in 2050 is de gemeente Mook en Middelaar een duurzame gemeente. We zijn dan dus energieneutraal, klimaatneutraal, klimaatadaptief, circulair en biodivers. Met de keuze voor uiterlijk 2050 sluiten we aan bij de landelijke doelstellingen. Ook qua tussendoelstellingen zullen we landelijk beleid en regionale afspraken naleven. We gaan daar actief mee aan de slag, passend bij de capaciteit en middelen die wij hebben. En toch leggen we op bepaalde punten net een specifieke focus. Zo onderzoeken we of rondom lokaal eigendom een extra stap gezet kan worden. Wat wil deze ambitie precies zeggen? Energieneutraal: Mook en Middelaar wordt in 2050 een energieneutrale gemeente. Dit betekent dat het totale energieverbruik binnen de gemeente ook binnen de eigen grenzen of namens de gemeente in de regio (onze gemeente kent te veel ruimtelijke beperkingen om echt alles binnen de eigen grenzen op te wekken) wordt opgewekt. Ons netto energiegebruik is in dat geval nul. We zijn zelf verantwoordelijk voor het opwekken van de energie die we gebruiken. Dat kan door opwek te verhogen en verbruik te verlagen.
Klimaatneutraal: Klimaatneutraal in 2050 wil zeggen dat de handelingen door en in de gemeente niet bijdragen aan de klimaatverandering. Alle
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
uitgestoten broeikasgassen worden dan ook weer uit de lucht onttrokken. Als klimaatneutrale gemeente wordt er dan geen CO2 meer uitgestoten of eventueel uitgestoten CO2 wordt waar mogelijk binnen de gemeente gecompenseerd. Dit wordt onder andere bereikt door energiebesparing en duurzame opwek van energie. Klimaatadaptief: Klimaatadaptief wil zeggen dat de gemeente in 2050 is aangepast op het huidige en waar mogelijk het veranderende klimaat, op het gebied van hitte, droogte en wateroverlast. Een klimaatadaptief landschap bevat genoeg ruimte voor het water indien het waterpeil stijgt. Daarnaast heeft droogte in dit landschap niet de overhand en bevat het landschap voldoende verkoelende en schaduwrijke plekken, wat ook goed is voor de volksgezondheid. Circulair: Circulair zijn houdt in dat er in 2050 wordt gehandeld met aandacht voor een zo lang mogelijke gebruiksduur van een product. Dit kan door middel van reparatie, hergebruik of tweedehands kopen. Dit om maar zo min mogelijk grondstoffen te verbruiken. Restproducten moeten weer kunnen worden gebruikt voor een nieuw product of proces. In een circulaire gemeente worden grondstoffen en materialen steeds opnieuw gebruikt. We voorkomen verspilling, doen meer met minder en behouden de waarde van grondstoffen zo veel als mogelijk.
3: UITWERKING
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
6
Biodivers: In een biodiverse gemeente komen veel verschillende plant- en diersoorten voor. Zo ontstaat er een geschikte leefomgeving voor mens, plant en dier. In 2050 is de biodiversiteit op orde. Dat wil zeggen dat er een dusdanige soortenrijkheid is, dat we als gemeente in de toekomst eventuele tegenslagen op kunnen vangen zonder dat de leefomgeving er onder leidt. Zowel in het bebouwd gebied, als in de natuur en op landbouwgronden.
B. Uitgangspunten Bij het opstellen van dit beleid, en vooral ook bij de uitvoering ervan, werken we met een aantal uitgangspunten. Het gaat over de volgende uitgangspunten: Iedereen kan meedoen Duurzaamheid is voor iedereen even belangrijk en moet daarom ook voor iedereen toegankelijk zijn. Arm of rijk, jong of oud, het moet voor iedereen mogelijk zijn om duurzame(re) maatregelen te kunnen nemen en duurzaam te leven. Wij vinden het als gemeente belangrijk dat het belang van duurzaamheid duidelijk is binnen de gemeente en dat mensen hierin niet achterblijven. We informeren, adviseren en enthousiasmeren de inwoners hierbij, maar vooral ook het samen uitvoeren van duurzame plannen is belangrijk, want iedereen heeft recht op een gezonde leefomgeving. Haalbaar en betaalbaar We volgen de landelijke en regionale ambities, we kiezen er niet voor om ambitieuzer te zijn. De plannen steunen waar mogelijk op (regionale) samenwerkingen en meekoppelkansen. Daarmee zien we dit als realistisch en haalbaar om uit te voeren. Ook de betaalbaarheid van plannen is niet altijd vanzelfsprekend. Met het oog op de beperkte financiële ruimte van onze gemeente is het moeilijk om extra te investeren. We werken vooral met landelijke uitkeringen. Per tweejaarlijks plan wordt aan de raad eventueel om aanvullend budget gevraagd. De dan actuele financiële situatie is dan van invloed op de plannen.
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
Evalueren, herijken en vooruit kijken Elke twee jaar kijken we even achteruit om te evalueren of de genomen maatregelen en de uitgevoerde projecten effectief zijn geweest. We schetsen dan hoe ver we zijn in het bereiken van onze ambities, of er zich nieuwe (technologische) kansen voordoen en of er bijsturing nodig is. Er zal zeker aangepast moeten worden om de uitwerking van diverse onderzoeken te verwerken in het beleid en in de planning. Ook maken we dan een agenda voor de komende jaren. Daarbij beschrijven we de plannen en projecten en zullen we in een begroting de financiële gevolgen in kaart brengen.
C. Visie In deze visie wordt van alle onderdelen van dit document (elektriciteit, warmte, biodiversiteit, klimaatadaptatie en circulariteit) uitgelegd waarom we dit belangrijk vinden en hoe we dit meenemen in het beleid. We benoemen welke ontwikkelingen we om ons heen zien en hoe we zelf tegen het vraagstuk aankijken. Daarbij kijken we soms ver vooruit en staan er denkrichtingen die niet van het ene op het andere moment gerealiseerd kunnen worden. Dat is hoe we er op dit moment tegenaan kijken. Dat kan in de toekomst anders zijn. Daarom blijven we de actualiteit volgen. Het is goed om te beseffen dat het een visie is: waar willen we naartoe? In deel 3 wordt concreter hoe we dat vorm willen geven. Elektriciteit Waarom vinden we dit belangrijk? Elektriciteit heeft de toekomst. Er wordt steeds meer geëlektrificeerd. Het gebruik van groene elektriciteit in plaats van fossiele energiebronnen is schoon en stoot op het moment van verbruik geen schadelijke stoffen uit. Naast het gebruik van apparaten en verlichting, wordt ook mobiliteit en verwarming steeds meer elektrisch. In Mook en Middelaar, waar er weinig mogelijkheden zijn voor warmtenetten en restwarmte, is dat een ontwikkeling waar we ook op moeten inspelen.
3: UITWERKING
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
7
Wat zien we om ons heen? We volgen in Mook en Middelaar de landelijke doelstellingen. Voor elektriciteit wil dat zeggen dat er in 2030 70% van de opgewekte elektriciteit hernieuwbaar moet zijn. Van de totale energieproductie moet in dat jaar 32% hernieuwbaar zijn. Volgens cijfers uit 2021 wordt Mook en Middelaar 18% van de totale elektriciteit duurzaam opgewekt. Van het totale energieverbruik (dus breder dan alleen elektriciteit) is 8% hernieuwbaar. Uit de Transitievisie Warmte blijkt dat de warmtetransitie voor een groot deel elektrisch zal uitpakken in onze gemeente, dus zal dat percentage dalen als er niet meer opwek komt. De verwachting is dat we in 2050 ongeveer 406 TJ (113 miljoen kWh) aan elektriciteit nodig hebben, waar dat nu 61 TJ is. Wel zien we dat er in Mook en Middelaar al veel woningen staan met zonnepanelen op het dak. We kiezen er in lijn met landelijke en provinciale beleidskaders voor het gebruik van agrarische gronden voor grootschalige opwek uit te sluiten of zeer moeilijk te maken. Daarbij staan we open voor overige vormen van opwek, waarmee de opwek op een kleiner gebied gerealiseerd kan worden. Hoe kijken wij hier tegenaan? Onze visie op elektriciteit bestaat uit drie onderdelen. Besparen “Energie die je niet nodig hebt, hoef je ook niet op te wekken.” Het is een bekend citaat, maar uiteraard van toepassing.
Door in te zetten op voorlichting, advies en het laten uitvoeren van maatregelen helpen we inwoners, bedrijven en organisaties met het besparen van elektriciteit. We maken het hen zo makkelijk mogelijk door via één loket ondersteuning te bieden op het gehele proces van besparing. Hoe makkelijker we het maken, hoe eerder we een ieder kunnen verleiden om maatregelen door te voeren en te investeren in besparing. Opwek We moeten in 2050 een klimaatneutrale gemeente worden. Uitgaande van huidige inzichten moet er in dat jaar 113 miljoen kWh elektriciteit door of namens de gemeente Mook en Middelaar duurzaam opgewekt worden om
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
dat landelijke doel te bereiken. Opwek van energie is voor ons duurzaam als het voortkomt uit schone bronnen. Congestie en opslag Netcongestie is de overbelasting van de transportcapaciteit van het elektriciteitsnetwerk. Er wordt dan op bepaalde momenten (de zogenoemde piekmomenten) meer elektriciteit aangeboden of gevraagd dan via het net geleverd kan worden, terwijl er op andere momenten juist weer meer vraag is dan dat er geleverd kan worden. Dat blijft de komende jaren nog een issue in Limburg. Daarom is opslag van elektriciteit van belang bij opwekprojecten. Bij opslag kun je denken aan opslag voor korte duur, door middel van batterijen, maar ook voor de lange duur, door bijvoorbeeld de productie van groene waterstof. Bij opwek van zonne-energie werken we via de Zonneladder. De eerste trede gaat over het realiseren van zonnepanelen op daken en gevels. Momenteel heeft zo’n 44,4% van de woningen (kleinverbruik aansluitingen) in Mook en Middelaar zonnepanelen op het dak. Dat is ver boven het Nederlands gemiddelde en daar mogen we dan ook erg trots op zijn. Het liefst willen we dat alle geschikte daken voorzien zijn, ook die van bedrijven. Helaas zien we dat veel bedrijfsdaken (nog) niet geschikt zijn. Als we alle geschikte woningen gebruiken en alle (grotere) bedrijfsdaken geschikt maken, is de totale opwekcapaciteit ongeveer 73 TJ (10 miljoen kWh).
Op de tweede trede van de Zonneladder wordt binnen de gebouwde omgeving gekeken naar open gebieden waar zonnepanelen geplaatst zouden kunnen worden, zoals parkeerplaatsen of ongebruikte kavels. Kavels die nu nog ongebruikt zijn, maar ook geschikt kunnen zijn voor woningbouw, zien we als minder geschikt. Er ligt immers ook een woningbouwopgave en op die woningen kunnen ook zonnepanelen komen. Wij zien dan ook weinig ruimte om op deze trede veel winst te boeken. Hooguit biedt het realiseren van overdekte parkeerplaatsen nog kansen. Op de derde trede staan plekken in het landelijke gebied, niet zijnde landbouwgronden. Denk daarbij aan bermen langs wegen, dijken en
3: UITWERKING
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
8
spoor- en stortplaatsen. Deze trede heeft weinig potentieel in Mook en Middelaar. Een voorstel voor een zonnepark op de stortplaats is eerder door de gemeenteraad afgewezen en daar is nu het bikepark gevestigd. Aan opwek op het talud langs de N271 werkt de provincie niet mee. Voorlopig levert deze trede dus weinig mogelijkheden op. De vierde trede gaat over opwek op landbouwgrond. In november 2023 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen die zonneweides op landbouwgrond in beginsel onmogelijk maakt. Deze trede blijft daarom ook buiten beschouwing. De vijfde trede bestaat uit Natura2000- en waterwingebieden. Die sluiten we uit voor grootschalige opwek. De mogelijke opwek van 73 TJ uit trede 1 is nog geen 20% van de totale elektriciteitsbehoefte in 2050. Om toch te kunnen streven naar een energie- en klimaatneutrale gemeente in 2050, zijn we dus ook afhankelijk van andere vormen van duurzame opwek. Eerlijke energieprijs voor iedereen Elektriciteit is een basisbehoefte in het leven van inwoners. De afgelopen jaren hebben we kunnen constateren dat marktwerking in de energiemarkt negatieve effecten heeft gehad op het leven van mensen. Dit is zover gegaan dat overheden hebben moeten bijspringen met toeslagen aan huishoudens, bedrijven en organisaties.
Willen we dat onze inwoners, bedrijven en organisaties kunnen profiteren van duurzame elektriciteit tegen een eerlijke prijs, dan moeten we kijken naar lokaal profijt van energieopwek. We onderzoeken daarom verschillende mogelijkheden waarbij local4local, kostprijs plus en zeggenschap over de bron de uitgangspunten zijn.
Warmte Waarom vinden we dit belangrijk? Nederland heeft als doelstelling om in 2050 aardgasvrij te zijn. Dat geldt dus ook voor de gemeente Mook en Middelaar. Het verwarmen van gebouwen zal dus op een andere manier moeten gebeuren.
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
Mogelijke opties om als overheid regie te pakken op elektriciteitsopwek Publiek energiebedrijf In een publiek energiebedrijf zijn enkele gemeenten gezamenlijk aandeelhouder van een bedrijf dat lokaal energie opwekt en verkoopt. Daarmee komt de lokaal opgewekte energie ook lokaal terecht. Daarbij kiezen de aandeelhouders voor een eerlijke prijs om de kosten en risico’s te dekken, maar niet voor de grootste winst. Energiegemeenschap In een energiegemeenschap maken inwoners, bedrijven en gemeenten samen afspraken over het opwekken en afnemen van energie. Coöperatie Door een coöperatie een opweksysteem te laten ontwikkelen en beheren, kunnen inwoners, bedrijven en de overheid optreden als leden en/of financiers. Er kunnen langdurige leverafspraken gemaakt worden met lokale partijen, wat zekerheid biedt aan alle partijen. Tevens kunnen er afspraken gemaakt worden over besteding van eventuele winst. Wat zien we om ons heen? Volgens de landelijke doelstellingen is Nederland aardgasvrij in 2050. In 2030 moeten 1,5 miljoen van de 8 miljoen gebouwen aardgasvrij zijn. Omgerekend naar Mook en Middelaar zou dat betekenen dat we in 2030 800 aardgasvrije woningen zouden moeten hebben. Er zijn verschillende landelijke subsidiestromen die gemeenten ondersteunen in het aardgasvrij maken van woningen en wijken. Bij aardgasvrij maken wordt vaak gekeken naar collectieve warmtebronnen.
Uit de Transitievisie Warmte en aanvullend onderzoek naar collectieve mogelijkheden is gebleken dat collectieve oplossingen maar op 2 kleinschalige plekken mogelijk zijn. Het grootste deel van de gebouwen zal dus naar een individuele oplossing moeten. Ondertussen werken we via de RES wel aan het vergroenen van het gas, door aan een samenwerking rond groen gas deel te nemen.
3: UITWERKING
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
9
Om met een warmtepomp aardgasvrij te kunnen worden, is over het algemeen minimaal een label B vereist. Binnen het huidige woningbestand heeft ongeveer 55% van de woningen een te laag label om met een warmtepomp verwarmd te kunnen worden. Hoe kijken wij hier tegenaan? We kiezen voor een aanpak in twee delen. Als eerste een isolatieaanpak en daarna de stap naar aardgasvrij. Dat neemt niet weg dat we inwoners de vrijheid laten om zelf al eerder de stap naar aardgasvrij te maken en dat we daar waar het dus wel haalbaar is kijken naar de collectieve oplossingen. Ondertussen moeten we ook werk gaan maken van de Transitievisie Warmte 2.0, zodat we beter zicht hebben op hoe we die stap naar aardgasvrij vorm kunnen geven. Isolatieaanpak Vergaande ontzorging is de sleutel om zoveel mogelijk pandeigenaren mee te krijgen in deze aanpak. Van eerste onderzoek, tot offertes beoordelen, subsidieaanvragen doen en het werk controleren. We nemen mensen zoveel mogelijk werk uit handen. Daarbij is het van belang dat iedereen mee kan doen. De incidentele kosten die gemaakt worden voor isolatie moeten zich dus altijd terugverdienen door de structureel lagere energielasten. We kiezen altijd voor een financiering die hierbij past. Een grootschalige isolatieaanpak is voor ons als gemeente nieuw. Dat geldt voor meerdere gemeenten.
We werken daarom zoveel mogelijk samen om aan de slag te gaan met de isolatieaanpak. Op dit moment heeft het Rijk geld beschikbaar gesteld om de laagste energielabels (D, E, F en G) aan te pakken. Dat pakken we waar mogelijk in regionaal verband op. Hier willen we ervaring opdoen met een ontzorgingsaanpak. De samenwerking is goed om ervaring op te doen, maar een aanpak gericht op labels lijkt minder efficiënt dan een aanpak gericht op buurten. Bij projectbouw zijn er meer vergelijkbare maatregelen mogelijk. Daarnaast is het makkelijker om mee te doen als de buren het ook doen. Waar mogelijk werken we in het vervolg met een gebiedsgerichte aanpak. De isolatieaanpak moet natuurlijk zo duurzaam mogelijk, maar vooral ook voor iedereen betaalbaar uitgevoerd worden. Daarom informeren we
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
KANTTEKENING Voor woningisolatie is het verplicht dat er rekening wordt gehouden met beschermde dier- en plantensoorten die in of bij de betreffende panden leven. Op grond van de Wet Natuurbescherming (Wnb) moet in zo’n geval een faunacheck per woning gedaan worden óf een soortenmanagementplan worden opgesteld. De Provincie is bevoegd gezag voor de Wnb. Een van de mogelijkheden om hier mee om te gaan is het opstellen van een SoortenManagementPlan (SMP), waarin voor de hele gemeente een soorteninventarisatie wordt gemaakt met de daarbij behorende beschermende maatregelen. De provincie werkt momenteel een regeling uit. inwoners over natuurlijke isolatiematerialen, maar sluiten we vanuit het oogpunt van betaalbaarheid ook minerale of fossiele isolatiematerialen niet uit. Aardgasvrij Uiteindelijk geldt de landelijke verplichting van het aardgasvrij maken van de gebouwen in onze gemeente, maar de komende jaren hebben we onze handen nog vol aan de isolatieaanpak. Naar verwachting zal de stap naar aardgasvrij pas over vele jaren gemaakt worden. Dan hebben we hopelijk meer inzichten in nieuwe technieken en mogelijkheden. In de tussentijd nemen we geen maatregelen die onomkeerbaar zijn voor individuele aansluitingen. We gaan dus nog geen aardgasleidingen of -aansluitingen weghalen, als we nog niet weten of bijvoorbeeld groen gas of waterstof een reëel alternatief zal zijn.
Eerder aan de slag? We ondersteunen! Naast onze gebiedsgerichte aanpak nodigen we inwoners uit om zelf projecten op te pakken. Bijvoorbeeld wanneer zij zelf een natuurlijk moment zien voor verduurzaming, zoals bij een verbouwing. Uiteraard ondersteunen we, waar mogelijk, deze inwoners en proberen we daar weer verder van te leren. Ook voor de collectieve oplossingen geldt dat we al eerder zullen starten met het voeren van gesprekken om samen de mogelijkheden te inventariseren, omdat hier een coördinatie vanuit de gemeente wenselijk is.
3: UITWERKING
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
10
Klimaatadaptatie Waarom vinden we dit belangrijk? Klimaatverandering ondervinden we nu al, dus zullen we moeten leren omgaan met de gevolgen. En dat is waar klimaatadaptatie over gaat: het aanpassen van de gemeente aan de veranderende weersomstandigheden als gevolg van klimaatverandering. Het wordt namelijk warmer, er komen meer pieken van droogte, maar ook pieken van wateroverlast. We zullen ons als gemeente dus in moeten richten op de nieuwe situatie. Wat zien we om ons heen? Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) is een nationaal plan dat zich richt op klimaatadaptatie. Het plan houdt in dat gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk in 2050 klimaatadaptief moeten zijn. Voor het thema waterveiligheid wordt vooral naar de waterschappen gekeken. Voor droogte, hitte en wateroverlast door extreme buien moeten gemeenten een plan maken. De gemeente Mook en Middelaar is een natuurrijke gemeente. Vooral als we kijken naar ons buitengebied zien we hoe uniek het hier is. Maar ook de gebouwde omgeving is van redelijk wat groen voorzien. Dat helpt mee tegen opwarming en met het afvoeren van water. Toch zijn er ook de nodige donkeroranje vlekken op de hittekaart. Dat zijn plekken waar het aanzienlijk warmer is dan gemiddeld. Door vergroening van versteende pleintjes, verwachten we bij een volgend onderzoek wel een betere score.
De verwachting van het KNMI is echter dat het aantal warme nachten, vooral in de kernen Mook en Molenhoek, van nu één per jaar, naar 14 per jaar zal stijgen in 2050. Het droogterisico bevindt zich voornamelijk op de stuwwal en het risico op wateroverlast voornamelijk in Mook. Als gemeente houden we al lange tijd rekening met klimaatproblematiek. Bij herinrichting van de openbare ruimte wordt gekeken waar er op welke wijze vergroend kan worden en wordt er rekening gehouden met afwatering en wateropvang. Hittekaart Mook en Middelaar
Hoe kijken wij hier tegenaan? Alhoewel onze gemeente momenteel om kan gaan met de huidige weersomstandigheden, weten we ook dat dat op lange termijn niet zo is. In nationaal en provinciaal verband werken we aan een veilige Maas. Lokaal
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
willen we zorgen voor een goed leefklimaat voor onze inwoners. We willen minder hitteplekken, zodat het altijd en voor iedereen prettig is. We willen
3: UITWERKING
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
11
wateroverlast door extreme regenval zoveel mogelijk voorkomen door water op te vangen en rustig in de bodem te laten trekken. De grootste risico’s rondom hitte en wateroverlast bevinden zich in de gebouwde omgeving. Verdere vergroening zien we al als goede manier om met deze problematiek om te gaan. Een groene(re) inrichting zorgt voor schaduw, koeling en waterdoorlatend oppervlak. Daarmee kan een teveel aan water makkelijker afgevoerd worden in de bodem, die daardoor ook beter bestand is tegen droogte. Juist onze natuur is gevoelig voor droogte, en daarmee ook voor natuurbranden. Deze natuur is één van de belangrijke kenmerken van onze gemeente en daarom willen we er ook in de toekomst van kunnen blijven genieten. Samen met natuurbeheerders zullen we moeten onderzoeken hoe we het droogterisico het best tegen kunnen gaan. De kaarten (op deze en de vorige pagina) uit de Klimaatatlas van Water in Limburg (opgesteld in opdracht van het Waterpanel Noord) vatten deze knelpunten goed samen. Deze kennis zetten we in om niet alleen nu, maar ook in 2050, om te kunnen gaan met de gevolgen van klimaatverandering. We doen al veel, maar gaan het planmatiger oppakken.
Droogtekaart Mook en Middelaar, gemiddeld laagste grondwaterstand
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
12
Biodiversiteit Waarom vinden we dit belangrijk? Biodiversiteit is van belang voor het voortbestaan van het ecosysteem, maar ook vice versa. Hoe groter de biodiversiteit is, hoe beter een ecosysteem bestand is tegen allerlei invloeden. Het is een soort immuunsysteem van de aarde. Hoe minder verscheidenheid in plant- en diersoorten in ons landschap, hoe groter de kans op ziektes en uitsterving van onderdelen van het ecosysteem.
Hoe kijken wij hier tegenaan? Natuur, groen en water worden door iedereen als kwaliteiten van onze gemeente gezien. Die kwaliteiten zijn afhankelijk van een goede biodiversiteit. Maar als de biodiversiteit onder druk staat, dan staan onze kwaliteiten dat dus ook. In Mook en Middelaar werken we aan bevordering van biodiversiteit, waarbij we onze groene omgeving koesteren en versterken.
Maar de biodiversiteit staat in Nederland onder druk. In Nederland is er nog maar 15% over van de inheemse planten- en diersoorten die in 1900 in ons land voorkwamen. Dat maakt onze ecosystemen vatbaarder voor klimaatverandering en voor ziektes.
Daarbij zetten we in op drie thema’s: 1. Inzet op bewustwording over het belang van biodiversiteit en samenwerking; We informeren inwoners over het belang van biodiversiteit en laten zien wat men zelf kan doen om bij te dragen aan het verbeteren van biodiversiteit. We zoeken verdere samenwerking op met de beheerders van de natuur in onze gemeente en komen samen tot actieplannen voor herstel van biodiversiteit.
Biodiversiteit en schone lucht, fris water, een goede bodemkwaliteit en de bestuiving van gewassen zijn op elkaar van invloed. Alles wat we nodig hebben om te kunnen blijven genieten van onze prachtige gemeente. Mook en Middelaar moet een gezonde leefomgeving zijn voor mens, plant en dier. Zowel nu als in de toekomst. Wat zien we om ons heen? Het Rijk heeft de verantwoordelijkheid voor natuurbeleid voornamelijk bij de provincies neergelegd. De provincie Limburg heeft zich ten doel gesteld dat de biodiversiteit behouden en versterkt moet worden en zet in op meer groen in dorpen en steden. Deze lijn volgen wij lokaal. In Mook en Middelaar kijken we al hoe we onze dorpen kunnen vergroenen. Zo hebben we in het maaibeleid al wat aanpassingen gedaan (we maaien minder vaak en smallere stroken), om biodiverser te kunnen maaien en er is door de provincie een stuk landbouwgrond in onze gemeente omgezet naar kruidenrijk grasland met fruitbomen. De exacte stand van zaken rondom biodiversiteit in onze gemeente is niet inzichtelijk.
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
2. Aandacht voor biodiversiteit in (ruimtelijke) ontwikkelingen; Nieuwe ontwikkelingen moeten de biodiversiteit versterken en zeker niet verslechteren. Dat wordt vanaf het begin van de planvorming meegenomen. Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheden om netwerken te herstellen en/of uit te breiden. 3. Het verbeteren van de huidige situatie We zoeken specifieke plekken waar ingegrepen moet worden om biodiversiteit te herstellen en verbeteren. Daarbij kijken we naar zowel de bebouwde omgeving, als naar natuurgebieden en agrarische landschappen. Zijn er plekken met veel dezelfde soorten of een monocultuur? Dan zoeken we koppelkansen om hier aan de slag te gaan. Daarmee vergroenen we de gebouwde omgeving en kijken naar kansen die natuurinclusieve landbouw biedt. Uiteraard zorgen we dat we (als dat nog niet het geval is) voldoen aan wet- en regelgeving, zoals de vogelhabitatrichtlijn.
3: UITWERKING
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
13
Circulariteit Waarom vinden we dit belangrijk? Om te kunnen leven, eten en bouwen gebruiken we allerlei grondstoffen die de aarde ons biedt. De voorraad daarvan is echter beperkt en het gebruik en de winning van sommige van deze grondstoffen is vervuilend. Circulariteit richt zich op het beperken van de hoeveelheid te winnen grondstoffen. Door onderdelen opnieuw te gebruiken of weer in te zetten als grondstof, hoeven er geen nieuwe grondstoffen gewonnen te worden. Wat zien we om ons heen? In het landelijke Grondstoffenakkoord hebben verschillende partners (waaronder de VNG) met het Rijk afgesproken dat de Nederlandse economie op herbruikbare grondstoffen moet gaan draaien. In 2030 moet het gebruik van primaire grondstoffen gehalveerd zijn ten opzichte van 2014 en in 2050 moet Nederland circulair zijn. Voor allerlei verschillende grondstoffen worden verschillende tussendoelen genoemd. Ook het programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) is van invloed op ons als gemeente. Voor de komende jaren ligt landelijk de focus op het nog beter scheiden van restafval en het verbeteren van de kwaliteit van deelstromen..
Hoe kijken wij hier tegenaan? Er lopen meerdere landelijke programma’s om werk te maken van een volledig circulair Nederland in 2050. Onze invloed daarop is beperkt. We kijken daarom naar waar we wel invloed op hebben: ons afvalbeleid, onze gemeentelijke inkoop en de inrichting van de fysieke ruimte. We zien het dan ook als taak om zelf, binnen de overige gestelde eisen, zo min mogelijk nieuw gedolven grondstoffen in te kopen en anderen te stimuleren datzelfde te doen. We onderschrijven de VANG-doelstellingen maar blijven ook inzetten op beperking van de totale hoeveelheid van alle afvalstromen. Ook grondstoffen die opnieuw gebruikt kunnen worden moeten immers een eerste keer geproduceerd worden. Daarnaast willen we in onze fysieke ruimte meer eisen stellen aan circulariteit. We kijken daarbij welke samenwerkingen interessant kunnen zijn
In Mook en Middelaar zijn we nu vooral bezig met VANG. Sinds kort zijn er nieuwe VANG-doelstellingen die zich met name richten op recycling. Deze houden in dat er in 2030 minimaal 60% van het huishoudelijke afval gerecycled wordt en in 2035 65%. Van vandaag op morgen voldoen we, door de nieuwe doelstellingen, aan de VANG-criteria. Recycling is echter een onvoldoende indicator voor complete circulariteit. Op weg naar een circulaire gemeente in 2050 willen we daarom werken aan een bredere kijk op circulariteit in ons beleid. Wel worden er al goede resultaten bereikt als gevolg van de laagfrequente inzameling van restafval. We zien ook dat er al verschillende waarschuwingen zijn geuit over de beschikbaarheid van ons drinkwater. Volgens huidige rapporten dreigt er in 2030 een tekort te zijn aan kwalitatief drinkwater als we doorgaan met het verspillen van water.
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
14
Deel 3: uitwerking Dit deel staat in het teken van een concretisering van de visie. Wat willen we allemaal gaan doen om onze ambitie te bereiken? De verschillende projecten en acties die in dit deel genoemd staan hebben betrekking op de periode tot 2030. In bijlage A is de planning opgenomen zoals we dat nu zien. Het is dus niet zo dat alle acties direct opgepakt zullen worden. Door elke twee jaar te evalueren en herijken kunnen de acties ook veranderen.
A. Woningen De woningen in onze gemeente, verbruiken ongeveer de helft van de totale energie. Dat is nu al zo, en zal naar verwachting in de toekomst niet erg veranderen. Het soort energie gaat wel veranderen. Waar er nu vooral veel aardgas gebruikt wordt, zal dat in de toekomst veel meer elektriciteit zijn. Elektriciteit Voorlichting Energiebesparing is de eerste stap van de verduurzaming. Veel inwoners zijn bezig met het besparen van elektriciteit. De gemeente zal energiebesparing met behulp van voorlichting onder de aandacht brengen. Op deze manier kunnen inwoners op een laagdrempelige manier informatie inwinnen over het belang van en maatregelen omtrent verduurzaming en besparing. Om dat te realiseren willen we een uitgebreider duurzaamheidsloket. Eén punt waar iedereen terecht kan met alle vragen over duurzaamheid en van waaruit verschillende campagnes opgezet zullen worden. Dit loket heeft ook een schakel met energiecoaches, die we meer structureel willen gaan inzetten. Op die manier kan er niet alleen algemene informatie gegeven worden, maar ook meteen een afspraak met een energiecoach gemaakt worden. Het loket helpt ook met het aanvragen van offertes, subsidies en financiering van maatregelen.
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
Zonnepanelen In Mook en Middelaar doen we het goed wat zonnepanelen op woningen betreft. Zo heeft op dit moment 44,4% van de huishoudens zonnepanelen op het dak, waar dat landelijk ongeveer 32% is. Dat is een aantal waar we enorm trots op mogen zijn. Zonnepanelen op daken is een makkelijke en goed inpasbare manier om in een deel van de energiebehoefte te voorzien. Het is niet voor niets de eerste trede van de Zonneladder. Daarom willen we hier optimaal gebruik van maken. Daarom streven we ernaar om alle geschikte daken in de gemeente te voorzien van zonnepanelen. Zo’n 70% van de woningen in de gemeente lijkt geschikt te zijn voor zonnepanelen. Inwoners zijn niet te dwingen, maar we streven er naar om in 2030 alle bewoners van geschikte daken verleid te hebben om zonnepanelen te leggen. Dat doen we door gezamenlijke inkoopacties te stimuleren en te onderzoeken of we regelgeving voor welstand willen versoepelen, bijvoorbeeld door gekleurde zonnepanelen wel toe te staan op monumentale panden. All-electric Alhoewel we eerst nadruk zullen leggen op isoleren (zie kopje Warmte), komt er een tijd dat woningen zonder aardgas verwarmd moeten worden. Voor de meeste woningen zal dat een warmtepomp zijn, die draait op elektriciteit. Warmtepompen verbruiken veel elektriciteit en daardoor zal het elektriciteitsnet verder belast raken.
Enexis houdt in haar doorrekeningen rekening met deze ontwikkeling. De gemeente heeft zeer regelmatig overleg met Enexis. We zetten in deze gesprekken in om juist de capaciteit uit te breiden op plekken waar geen alternatieve warmtebron beschikbaar is. Nieuwbouw Bestaande woningen aanpassen en verduurzamen is een enorme klus. Het is efficiënter om bij nieuwbouw duurzame en energie-neutrale woningen te bouwen. Hierbij zal worden gewerkt met de normen die nu geldend zijn, zoals de BENG-norm (Bijna Energie Neutraal Gebouw). Uiteraard stimuleren we ontwikkelaars om volledig duurzaam te bouwen. Om bouwprojecten niet in gevaar te brengen stellen we echter
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
15
geen strengere eisen dan de landelijke normen. Daarbij accepteren we dat op langere termijn extra aanpassingen noodzakelijk zijn. Destion De grootste verhuurder van sociale huurwoningen in onze gemeente is Destion. Juist voor de doelgroep die in een sociale huurwoning woont, hebben (stijgende) energielasten een flinke impact op het huishoudboekje. Destion is een voorbeeld voor andere corporaties wat betreft het verduurzamen van woningen. Destion is jaren geleden al begonnen met het isoleren van woningen en alle geschikte woningen krijgen zonder meerkosten zes zonnepanelen. Elk jaar maken we prestatieafspraken met Destion. Daarin zullen we vanaf nu meer in gaan zetten op het verder vooruit kijken in het verduurzamen van sociale huurwoningen, waarbij we onze waardering uitspreken voor de structurele inzet van Destion op het gebied van duurzaam bouwen. Betaalbare elektriciteit voor iedereen Woningen gaan steeds meer elektriciteit gebruiken (zie All-electric), net zoals het vervoer. Dat zorgt voor minder uitstoot en dus een duurzamere leefomgeving, mits de elektriciteit duurzaam opgewekt is. Zoals in de visie omschreven, onderzoeken we de mogelijkheden om als maatschappij via het concept local4local het heft in eigen hand te nemen om iedereen (en dus ook onze inwoners) van betaalbare, duurzame elektriciteit te kunnen voorzien.
Warmte Met ongeveer 3750 woningen zijn er net zoveel uitdagingen in Mook en Middelaar. Voor elke woning is opnieuw maatwerk nodig, al zijn er natuurlijk wel overeenkomsten te vinden. Bij projectbouw zullen die overeenkomsten ook in dezelfde buurt te vinden zijn. We gaan daarom waar mogelijk gebiedsgericht aan de slag om tot aardgasvrije woningen te komen. Daarbij kijken we zowel naar het terugdringen van de warmtevraag als naar het aardgasvrij worden. Alhoewel isolatie en een aardgasvrije woning veel met elkaar te maken hebben en samen kansen bieden, zullen we als gemeente in eerste instantie de nadruk leggen op isoleren. We vinden dat besparen de hoogste prioriteit heeft en relatief het makkelijkst te bereiken is op korte
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
termijn. Wel kijken we alvast vooruit naar de tweede stap: het aardgasvrij maken van woningen.
Stap 1: Isolatie-aanpak Een goede isolatie (in combinatie met goede ventilatie) zorgt er voor dat woningen in de winter minder snel afkoelen en in de zomer minder snel opwarmen. De vraag naar warmte of verkoeling wordt dus teruggedrongen. Daarom volgen we de inzet van het Nationaal Isolatieprogramma waarbij de komende jaren alle woningen met energielabel D, E, F en G (waar mogelijk) worden aangepakt. Wij onderzoeken de mogelijkheden om in regionaal verband een ontzorgingsprogramma voor de desbetreffende woningen te starten. Als dat ontzorgingsprogramma werkt, zetten we het daarna gebiedsgericht in voor de overige gebouwen.
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
16
De financiering van deze maatregelen vraagt speciale aandacht. We kijken daarbij specifiek naar het Warmtefonds waarbij inwoners tot een bepaald inkomen renteloos kunnen lenen. De provincie ziet erop toe dat een isolatieprogramma conform de Wet natuurbescherming uitgevoerd wordt. We houden de ontwikkelingen rondom het SoortenManagementPlan (SMP) in de gaten en we onderzoeken de gemeentelijke rol bij het opstellen van een SMP. Een gemeentelijke aanpak zou kunnen helpen om de individuele woningeigenaren bij isolatie te ontlasten, maar kan financieel een grote impact hebben voor de gemeente. Stap 2: aardgasvrij Alhoewel isoleren de grootste prioriteit heeft, laten we het niet na om kansen te benutten die zich voordoen om volledig aardgasvrij te worden. Hieronder stellen we enkele voorbeelden van we graag wel en niet zouden willen. De stap naar aardgasvrij moet wel voorbereid worden en dat vergt nog het nodige onderzoek. Daarom starten we de voorbereidingen voor de Transitievisie Warmte 2.0 (TVW 2.0), die uiterlijk begin 2027 vastgesteld zal moeten worden (5 jaar na de eerste TVW). Collectieve oplossingen Het woningbestand van Mook en Middelaar biedt weinig mogelijkheden voor collectieve warmteoplossingen.
Dit komt met name doordat er relatief veel sprake is van zogenoemd “gespikkeld eigendom” (veel onderlinge verschillen tussen koop- en huurwoningen per wijk), maar ook een lage concentratie van woningen (veel vrijstaand). In 2023 is een onderzoek uitgevoerd naar de plekken waar wel mogelijkheden zijn. De gemeente zal het initiatief nemen om met de inwoners van deze gebieden in gesprek te gaan over deze mogelijkheden. Uit dit onderzoek blijkt ook dat aquathermie geen realistische optie is in onze gemeente. Inwoners aan zet De isolatie-aanpak wordt door de gemeente opgepakt, maar dat wil niet zeggen dat we niet meewerken als inwoners zelf al aan de slag willen gaan. Inwoners die zelf aan de slag willen met isolatie of het aardgasvrij maken van hun woning of straat ondersteunen we van harte. Het vernieuwde duurzaamheidsloket zal hier een belangrijke rol in gaan spelen.
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
Destion Zowel bij isolatie alsook bij aardgasvrije woningen speelt Destion een belangrijke rol. Destion heeft al haar woningen geïsoleerd. Sommige daarvan al lang geleden. We vragen Destion inzichtelijk te maken of al haar woningen al klaar zijn voor een alternatieve warmtebron of dat er naisolatie noodzakelijk is. Daarnaast vragen we aan Destion welke stappen er gezet zullen worden om in 2050 volledig aardgasvrij te zijn. Zowel over eventuele na-isolatie als over alternatieve warmtebronnen maken we afspraken in de prestatieafspraken, waarbij het uitgangspunt is dat de totale woonlasten niet stijgen door maatregelen. Klimaatadaptatie Onze woningen staan in een gebouwde omgeving, waar verharding en verstening deels noodzakelijk is. Dat levert echter ook de nodige problemen op qua hitte, droogte en wateroverlast. Een groot deel van deze verharding vindt ook plaats op woonpercelen. Daar kunnen we verandering in brengen. Nieuwbouw Nieuwbouw wordt klimaatadaptief gebouwd. Daarom volgen we bij nieuwbouwplannen zoveel mogelijk de Landelijke Maatlat Klimaatadaptatief Bouwen, waarin de volgorde van maatregelen aangegeven is. Voor hitte is dat bijvoorbeeld: eerst een koele omgeving, dan zonwering, passief koelen en pas als laatste actief koelen. Dat betekent dus ook iets voor de manier waarop we de omgeving van nieuwbouw inrichten. Nieuwbouw moet dus niet tot nieuwe hittestress leiden.
Bij nieuwbouw moedigen we groene daken aan voor platte en licht hellende daken. Groene daken zorgen er namelijk ook voor dat er warmte wordt opgenomen, waardoor airco’s minder snel nodig zullen zijn. Er kan een dubbelslag geslagen worden als groene daken gecombineerd worden met zonnepanelen.
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
17
Tuinen die vooral bestaan uit verharding dragen ook bij aan overlast qua hitte en water. We onderzoeken op welke manier we er voor kunnen zorgen dat tuinen bij nieuwbouw niet meer volledig verhard worden. Hierbij moet wel worden gezegd dat er binnen de gemeente maar beperkte ruimte bestaat voor nieuwbouwprojecten. Daarom is dus ook de keuze gemaakt om de plannen met name te richten op de bestaande bouw. We nemen daarbij ook maatregelen mee om water op het perceel vast te houden om later te kunnen gebruiken. Bestaande bouw Bij de bestaande bouw ligt de focus op het stimuleren van kansen en het verbeteren van tuinen. Groene en waterdoorlatende tuinen zorgen voor verkoeling (ook in de omgeving) en een goede verdeling van hemelwaterafvoer. Waar dit nu nog goed te doen lijkt, is het belangrijk om rekening te houden met verdergaande klimaatverandering en dus om verder te vergoenen. We bieden inwoners advies over klimaatadaptieve en biodiverse tuinen. Om bestaande bouw te verkoelen, zijn er verschillende mogelijkheden, zoals groene daken, isolatie, zonwering en groen in de tuin. Om inwoners te ondersteunen starten we een subsidieregeling voor klimaatadaptieve maatregelen in en om het huis. De huidige subsidie voor het afkoppelen van de hemelwaterafvoer wordt hier onderdeel van. Biodiversiteit De gebouwde omgeving en woningen kunnen een eiland vormen binnen een biodiverse gemeente.
Door vergroening is het mogelijk de biodiversiteit te bevorderen.
Puntensysteem natuurinclusieve nieuwbouw Natuurinclusief bouwen houdt in dat er wordt gebouwd met het idee de natuur in de gebouwde omgeving te versterken. Dat verhoogt de biodiversiteit, verkoeling en isolatie en is daarmee toekomstbestendig bouwen. In een puntensysteem staan een aantal maatregelen in verschillende categorieën. Een ontwikkelaar dient uit elke categorie een (aantal) maatregel(en) te treffen om zo tot een minimum puntenaantal te komen. Omdat dit op voorhand bekend is, zijn er beperkte gevolgen voor de doorlooptijd van bouwprojecten. Circulariteit Huishoudelijk afval Inwoners worden al via het reguliere afvalbeleid gestimuleerd tot het scheiden van afval. Sinds 1 januari 2023 wordt er binnen de gemeente het restafval in minicontainers (180 liter) laagfrequent ingezameld. Inwoners kunnen hun restafvalzakken daarnaast te allen tijde aanbieden bij een ondergrondse container, maar dat betekent wel dat zij hiervoor apart moeten betalen. Er wordt betaald per klepopening en/of per aanbieding van de minicontainer. Dit stimuleert inwoners op een financiële manier om afval te scheiden, maar de afvalscheiding moet verder verbeteren om bij te kunnen dragen aan de VANG-doelstellingen. Daarom geven we uitvoering aan het door de gemeenteraad vastgestelde Grondstoffenplan.
Om de kwaliteit van het afval te toetsen, blijven we periodiek sorteerproeven op de verschillende afvalstromen uitvoeren.
Natuurinclusieve nieuwbouw Nieuwbouw dient - naast het feit dat het primair moet gaan om passende en betaalbare woningen - natuurinclusief uitgevoerd te worden. Daarvoor zal een puntensysteem voor natuurinclusief bouwen opgezet worden, zoals in een aantal gemeenten al gebruikelijk is. Daarbij maken we uiteraard gebruik van de expertise die elders is opgedaan.
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
18
In Mook en Middelaar is al jaren sprake van een gedifferentieerd afvaltarief: hoe meer afval je produceert, hoe meer je moet betalen. We blijven binnen dit systeem werken aan verbeteringen. Circulair (ver)bouwen Voor het (ver)bouwen van een huis zijn grondstoffen nodig. Daarom willen wij inzetten op voorlichting aan inwoners over zuinig zijn met grondstoffen. Op die manier worden inwoners geïnformeerd over hoe zij hun huizen zo duurzaam mogelijk kunnen bouwen of verbouwen. Daarnaast wordt in de bouw nog veel gebruik gemaakt van beton, bakstenen en metaal. Er zou ook meer gebruik kunnen worden gemaakt van organische materialen, zoals hout en klei. Uiteraard moet hier wel de brandveiligheid bij in acht worden genomen. Compleet circulair bouwen is natuurlijk een ander uiterste, maar het gebruik van organische materialen willen wij in ieder geval stimuleren (bio based bouwen).
Bio based bouwen Bij bio based bouwen wordt er gebruik gemaakt van natuurlijke materialen die op termijn weer terug groeien. Dit komt tot uiting door een houten constructie, isolatie van vlas of hennep en een natuurlijke gevelbekleding. Minerale grondstoffen als steen en olie hebben duizenden jaren nodig om te ontstaan en zijn daarmee dus niet toekomstgericht. Bio based gebouwen: -
-
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
zijn van nature vocht- en temperatuurregulerend, wat een comfortabeler en gezonder binnenklimaat geeft. Slaan langdurig CO2 op in het gebruikte hout Hebben de natuur als fabriek en geen vervuilende (olie)bedrijven Zijn lichter om te bouwen en besparen daarmee uitstoot in het transport. Dat betekent ook dat stikstof een minder groot probleem is bij bio based bouwen. Zijn na hun levensduur volledig te recyclen of zelfs te composteren, waarmee ze weer grondstof worden voor nieuwe bio based bouwmaterialen
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
19
B. Bedrijven De bedrijven in onze gemeente zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor ongeveer 20% van het totale energieverbruik. Het gaat daarbij dan zowel om de gebouwen als de bedrijfsprocessen. De regelgeving voor bedrijven en ondernemers is anders dan die voor woningen en voor de gemeente zelf. Door de verplichting tot maatregelen die zichzelf terugverdienen wordt verduurzaming gestimuleerd, maar door een veel lagere energiebelasting is die stimulans weer kleiner. Afhankelijk van de grootte van het bedrijf zitten daar ook weer verschillen in. Net als bij woningen zijn sommige bedrijven al veel duurzamer dan anderen. Al met al is hier veel meer maatwerk noodzakelijk. We stellen daarom voor om met een Green Deal-aanpak te gaan werken. Dat houdt in dat we samen met bedrijven en ondernemers doelen gaan stellen en projecten gaan opzetten om het bedrijfsleven te verduurzamen. We ondertekenen daarvoor gezamenlijk een Green Deal. Uiteraard is daarbij het uitgangspunt om in 2050 duurzaam te zijn. De exacte invulling van die Green Deal is natuurlijk onderwerp van gesprek, waarbij verschillende onderdelen wellicht ook niet op alle bedrijven van toepassing zijn. Maar we zorgen er wel voor dat de verschillende onderdelen van dit beleid onderdeel worden van de Green Deal. We maken gebruik van de aanwezige creativiteit en ondernemerschap om daar invulling aan te geven.
We willen als gemeente de volgende thema’s en mogelijke projecten/maatregelen aan de orde laten komen. Elektriciteit Besparen van elektriciteit Een gemiddeld bedrijf verbruikt meer elektriciteit dan een gemiddeld huis. Als we bij een bedrijf 10% elektriciteit kunnen besparen, is het effect dus groter dan als dat bij een huis lukt. We gaan met bedrijven in gesprek om elektriciteit te besparen. We zien mogelijkheden met het inzetten van energiecoaches die gespecialiseerd zijn in bedrijfsmatig vastgoed en bedrijfsprocessen. Partijen die hier ervaring mee hebben geven aan dat er gemiddeld een besparing van 30% kan optreden. Zonnepanelen en energieneutraal Door het volgen van de Zonneladder moeten we optimaal inzetten op zonnepanelen op daken. Vooral (grote) bedrijfsdaken hebben het oppervlak om enig effect te hebben. We weten echter dat veel grote
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
bedrijfsdaken niet geschikt zijn voor deze installaties. Vaak zijn ze niet sterk genoeg of is het recht van opstal bij een hypotheekverstrekker een probleem. Het is daarom goed om er bij (ver)nieuwbouw of grootschalige verbouwing voor te zorgen dat daken sterk genoeg zijn om vol te leggen met zonnepanelen. Daarmee kunnen veel bedrijven qua elektriciteit energieneutraal worden, maar ook bijdragen aan het realiseren van postcoderoosprojecten of onderdeel worden van een energiegemeenschap. We nodigen bedrijven actief uit om deel te nemen aan de eventuele local4local-uitrol. Warmte Isolatie en besparing De locatie en de grootte van het bedrijf, maken uit hoe er het best ingezet kan worden op isolatie. Kleine bedrijven die zich in een woonwijk bevinden, kunnen wellicht goed mee in de gebiedsgerichte isolatie-aanpak van woningen. Op een bedrijventerrein zijn andere afspraken wellicht beter. In de Green Deal onderzoeken we samen met ondernemers de beste opties voor isolatie. Maar ook in bedrijfsprocessen wordt er veel aardgas gebruikt. Daarom is er in de Green Deal ook aandacht voor het terugdringen en op termijn afkoppelen van aardgas voor bedrijfsprocessen. Labelplicht kantoren Voor (een deel van de) kantoorgebouwen geldt dat label C verplicht is. Vanaf 2023 zijn gemeenten en omgevingsdiensten verantwoordelijk om deze verplichting te handhaven.
Alle bedrijven zijn reeds aangeschreven. We houden de ontwikkelingen in de gaten en proberen eigenaren van kantoorpanden zover te krijgen dat handhaving niet nodig is. Klimaatadaptatie De Landelijke Maatlat Klimaatadaptief Bouwen zou ook voor bedrijven het uitgangspunt moeten zijn. Daarnaast overleggen we over het vergroenen van terreinen. Parkeerplaatsen en bedrijfsterreinen zijn vaak relatief versteend. Vanwege bedrijfsprocessen is dat soms een logische keuze. Toch gaan we met bedrijven in gesprek over de mogelijkheden om het terrein of parkeerplaatsen te vergroenen. Een groenere inrichting zorgt voor een prettigere omgeving, een hogere productiviteit en het voorkomt versteende hitteplekken.
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
20
Biodiversiteit Bedrijven hebben vaak grotere oppervlakten en weinig groen. Op dat soort hitteplekken is het moeilijker voor soorten om zich te vestigen. We bekijken daarom samen hoe de biodiversiteit (in combinatie met klimaatadaptatie) verhoogd kan worden voor planten en dieren. Naast vergroenen kan er ook gedacht worden aan natuurinclusief bouwen. Circulariteit Bedrijven, en vooral producerende bedrijven, hebben een grote invloed op wat er qua materialen op de markt komt. Samen met bedrijven onderzoeken we welke mogelijkheden er zijn om inkoop van primaire grondstoffen terug te dringen, om zelf minder materiaal te produceren en om het wel geproduceerde goed herbruikbaar te maken. Ook wat betreft de gebouwen kijken we hoe deze circulair gebouwd kunnen worden. Oftewel: we onderzoeken hoe onze bedrijven circulair kunnen worden. Afvalverwerking is voor bedrijven anders geregeld dan voor particulieren. Zij moeten zelf met een (commerciële) verwerker een contract afsluiten. In de Green Deal onderzoeken we de mogelijkheden van gezamenlijke, gescheiden afvalinzameling. We gaan ook met ARN in gesprek over de mogelijkheden.
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
21
C. Gemeente De gemeente Mook en Middelaar is als organisatie op veel punten al goed bezig stappen te zetten naar een duurzame gemeente. Maar de rol van de gemeente is zoveel groter dan dat. Naast de verschillende individuele belangen, is de gemeente er ook om het algemeen belang te verdedigen en daar een leidende rol in te pakken. Dat wil zeggen dat de gemeente op alle aspecten van het duurzaamheidsbeleid aan zet is om zichzelf te verbeteren, anderen te stimuleren en ondersteunen, projecten op te zetten en waar nodig regels op te stellen. Alles om er op te sturen dat de gehele gemeente Mook en Middelaar in 2050 een duurzame gemeente is. Door dit hele document heen zijn acties te vinden voor de gemeente. In dit deel ligt de nadruk dan ook op de acties voor de gemeentelijke (interne) organisatie. We vragen van iedereen in onze gemeente om samen aan een duurzame toekomst te werken. Dan zullen we zelf het goede voorbeeld moeten geven en mogen we best ambitieus zijn om onze eigen zaken snel op orde te hebben. Groene leges Op alle aspecten van dit duurzaamheidsbeleid kan het zo zijn dat er bij de gemeente een vergunning aangevraagd moet worden. Daar zitten kosten (leges) aan verbonden. In verschillende gemeenten wordt er al gewerkt met ‘groene leges’. De kosten voor de vergunning worden dan lager of gratis als de activiteit bijdraagt aan de verduurzaming.
Er zijn verschillende mogelijkheden om dit in te richten. We onderzoeken of en hoe groene leges voor Mook en Middelaar werkbaar zijn, om zo duurzame keuzes te stimuleren. In de basis blijft de kostendekkendheid het uitgangspunt. Daardoor kunnen andere leges juist duurder worden. Elektriciteit en warmte Duurzaam vastgoed Het vastgoed dat in bezit van de gemeente is, is beperkt. Maar ook die beperkte hoeveelheid zal op termijn energieneutraal en aardgasvrij moeten zijn. In 2023 is er een onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om dit vastgoed te verduurzamen. Daar komen behoorlijke kosten bij kijken die we niet in een keer kunnen betalen. We kiezen er daarom voor om bij de eerstvolgende herziening van de onderhoudsprogramma’s een route naar duurzaam vastgoed op te nemen. In de tussentijd kijken we welke maatregelen zichzelf relatief snel terugverdienen en alleen voorfinanciering
1: INLEIDING
2: AMBITIE EN VISIE
3: UITWERKING
vragen. Deze geen-spijt-maatregelen voeren we uit. Denk daarbij aan het leggen van zonnepanelen, isolatie en het vervangen van oude apparatuur en onzuinige installaties. Bij vervanging van Cv-ketels kijken we meteen naar een aardgasvrij alternatief. Grootschalige opwek De ‘visie op grootschalige, duurzame energieopwek’ is in 2021 vastgesteld. In die visie staat welke (ruimtelijke) aspecten goed beargumenteerd moeten zijn voordat de gemeente mee wil werken aan een project. Een van die aspecten is de eis van minimaal 50% lokaal eigendom. De recente energiecrisis heeft ons doen inzien dat we als overheid meer regie moeten nemen en daarom passen we de ambitie aan in ‘streven naar 100% lokaal eigendom’. De gemeente gaat dan ook aan de slag als aanjager van het local4local-principe. Daarbij kijken we uiteraard met welke gemeenten we samen kunnen werken, omdat er meerdere initiatieven bestaan in de regio. Daarbij is het belangrijk om te constateren dat er al wel plannen gemaakt kunnen worden, maar dat netcongestieproblematiek er voor zorgt dat deze nog niet uitgevoerd kunnen worden. We zijn daarbij afhankelijk van netverzwaring. Naar verwachting ontstaan die mogelijkheden er wel rond 2027/2028. Monitoring energiebehoefte De verwachte energiebehoefte zal steeds worden gemonitord.
Ook moet in kaart worden gebracht wat de gevolgen zijn van de elektrificering voor het totale energieverbruik. Op deze manier kan ook proactief worden overlegd met Enexis. Er moeten met Enexis concrete afspraken worden gemaakt om met netcongestie om te kunnen gaan, bijvoorbeeld door het toepassen van flexibelere contracten. Klimaatadaptatie en biodiversiteit Beschermen en versterken van groene openbare ruimte De gemeente stelt voorwaarden aan de vergroening binnen nieuwe projecten. Bij nieuwbouwprojecten streven we naar minimaal 30% groenoppervlak. Aanvullend streven we bij nieuwbouw vanaf 10 woningen naar de 3-30-300-norm. Vanuit elke woning zie je 3 bomen, in de wijk valt 30% van de ruimte in de schaduw van bomen en vanuit elke
4: UITVOERING
5: BIJLAGEN
22
woning is er binnen 300 meter afstand en verkoelend parkje of natuurgebied. Binnen de bestaande gebouwde omgeving onderzoeken we welke aanpassingen er nodig zijn om aan deze norm te voldoen. De uitkomst nemen we mee in de klimaatadaptatieplannen. Vergroening van buurten zorgt niet alleen voor een verbeterde infiltratie van de bodem, ook bij aan het verbeteren van de sociale cohesie in de buurt. In Molenhoek zijn goede ervaringen opgedaan met het vergroenen van versteende pleintjes. Met inwoners organiseren we groenebuurtgesprekken om samen te kijken hoe en waar het openbaar gebied verder vergroend kan worden. In november 2023 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen die natuur en mogelijk woningbouw in een groene omgeving als uitgangspunt voor het gebied spoorzone ziet. In 2024 wordt dit uitgangspunt conform besluit van de gemeenteraad opgenomen in de omgevingsvisie.