CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 GRP - GRP MOOK EN MIDDELAAR 2022-2026

Raadsvergadering 16 december 2021, gemeente Mook en MiddelaarBij agendapunt: Gemeentelijk Rioleringsprogramma Mook en Middelaar 2022-202614.656 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

•

swEco 5 Projectnummer: 369723-006 Referentienummer: concept Datum: 30-08-2021

Gemeentelijk rioleringsprogramma Mook en Middelaar 2022-2026 Stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater

fGemeente Mook en Middelaar

concept

Opdrachtgever: Gemeente Mook en Middelaar

• swEco 5

Verantwoording Titel

Gemeentelijk rioleringsprogramma Mook en Middelaar 2022-2026

Subtitel

Stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater

Projectnummer

369723-006

Referentienummer

GRP MOOK EN MIDDELAAR 2022-2026 C3

Revisie

c3

Datum

30-08-2021

Auteur

Elwin Leusink, Carl Geuljans

E-mailadres

Elwin.leusink@sweco.nl

Gecontroleerd door

Karst Jan van Esch

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Elwin Leusink

Paraaf goedgekeurd

2(17)

•

swEsco 2

Inhoudsopgave Voorwoord

5

Samenvatting

6

1

Inleiding

10

1.1

Nieuw GRP voor Mook en Middelaar

10

1.2

De waterketen

10

1.3

Zorgplichten

10

1.4

Proces

11

1.5

Leeswijzer

12

2

Wat hebben we de afgelopen jaren bereikt

13

2.1

Terugblik op de afgelopen planperiode

13

2.2

Uitgevoerde werkzaamheden

13

3

Wat willen we bereiken

15

3.1

Waarom rioleringszorg

15

3.2

Ontwikkelingen en opgaven

15

3.3

Beleid: stedelijk afvalwater

19

3.4

Beleid: hemelwater

3.5

Beleid: grondwater

21

3.6

Beleid: oppervlaktewater

22

4

Wie doet wat

24

4.1

Gemeentelijke zorgplicht

24

4.2

Samenwerking

24

4.3

Wat verwachten we van inwoners en bedrijven

25

5

Wat hebben we

28

5.1

Totaaloverzicht aanwezige voorzieningen

5.2

Huidige situatie: stedelijk afvalwater en hemelwater

30

5.3

Huidige situatie: grondwater

32

5.4

Huidige situatie: oppervlaktewater.........................................................................32

5.5

Vergunningen, toezicht en handhaving

33

6

Wat gaan we doen

34

6.1

Werkzaamheden: Stedelijk afvalwater en hemelwater

34

6.2

Werkzaamheden: grondwatermaatregelen

39

-

,

20

28

3(17)

• swEco

7

Organisatie en financiën

40

7.1

Personele capaciteit

40

7.2

Kosten en kostendekking

.40

Bijlage 1

Uitgangspunten kostendekkingsberekening

Bijlage 2

Tabellen kostendekkingsberekening

4(17)

•

swEco ?5

Voorwoord

Voor u ligt het Gemeentelijk Rioleringsprogramma Mook en Middelaar 2022-2026. Dit is een wettelijk verplicht plan waarin we voor de periode 2022-2026 aangeven hoe wij onze gemeentelijke watertaken willen invullen. Onze riolering is een belangrijke voorziening, volgens vooraanstaande wetenschappers in Het British Medical Journal de belangrijkste medische doorbraak in 150 jaar, vóór de uitvinding van antibiotica en narcose. Die voorzieningen moeten we goed beheren. Dat is belangrijk voor onze leefomgeving en het milieu. Droge voeten in onze huizen en bedrijven en schoon en helder water zijn de thema's. Ook met de huidige veranderingen in het klimaat. Daar moeten we ons de komende jaren steeds meer op gaan richten. Zodat we in 2050 ook een klimaatrobuust Mook en Middelaar hebben waar het goed wonen en werken is.

Wethouder dhr. G. Wienhoven Ruimtelijke ordening, openbare ruimte, milieu en financiën

5(17)

•

swco ?5

Samenvatting

Waarom een Gemeentelijk Rioleringsprogramma (GRP)? Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Als gemeente hebben we de taak om voor die riolering te zorgen: we hebben de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, voor afvloeiend hemelwater en voor grondwatermaatregelen. Dit GRP geeft aan hoe wij met deze drie zorgplichten omgaan. We werken samen in de Waterketensamenwerking Waterpanel Noord. Samen met vijftien gemeenten in Noord- en Midden-Limburg, het waterschap Limburg (WL), Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) en Waterleidingmaatschappij Limburg (WML) werken we aan verhoging van de kwaliteit, vermindering van de kwetsbaarheid en verlaging van de kosten binnen het samenwerkingsverband.

<a . .-

ar

I

,K__o"~tE'!n_.

I ..=.+

Kwaliteit

-.

J

~

K3

-

_,.

--

-

I /

Elans)

Samen hebben we in 2020 een nieuw Waterketenplan opgezet. In dit beleidsplan staan de visie, de gezamenlijke ambities, de uitgangspunten en een actieprogramma die invulling geven aan het samenwerken. Even terugkijken Tijdens de afgelopen planperiode zijn de gestelde doelen grotendeels behaald. Er zijn geen grote problemen bekend met de inzameling van stedelijk afvalwater en hemelwater, en het transport van afvalwater naar de rioolwaterzuiveringsinrichtingen verloopt goed. De kwaliteit van de riolen is onderzocht door inspecties. Waar nodig zijn maatregelen getroffen. Onze personele capaciteit is onvoldoende. Daardoor blijven werkzaamheden liggen, kunnen we resultaten van onderzoeken niet goed implementeren, onze rol in de samenwerkingsverbanden niet goed oppakken en is de kans op suboptimale oplossingen voor problemen groter. Wat zijn de doelen voor de komende periode? In het Waterketenplan zijn onze ambities opgenomen, die leidend zijn voor dit GRP. De doelen bij de invulling van onze wettelijke zorgplichten zijn niet veranderd: 1. Zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater 2. Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater 3. Zorgen voor inzameling van hemelwater (voor zover niet door de particulier) 4. Zorgen voor verwerking van ingezameld hemelwater 5. Zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert

6(17)

• swEco

Daarnaast hebben we als gemeente ook een zorgplicht in de duurzame veiligstelling van de drinkwatervoorziening. Daar houden we bij onze watertaken nadrukkelijk rekening mee. Wat hebben we nu? In onderstaande tabel staat de hoeveelheid aan objecten die we beheren voor de uitvoering van onze zorgplichten. Tabel 0-1 Hoeveelheid objecten in beheer Onderdeel aantal eenheid Vrijvervalriolering: - Gemengd 41,5 km - Droogweerafvoer (DWA) 14,2 km - Hemelwaterafvoer (HWA) 9,0 km - Duikers 0,3 km Totaal vrijvervalriolering 64,9 km

Onderdeel Bergbezinkleidingen Druk-/persleiding Gemalen Mini-gemalen (pompunits) Infiltratiekolken Wadi's Infiltratiekoffers

aantal 2 17,6 11 86 111 1.700 500

eenheid stuks km stuks stuks stuks m° m°

De rioleringsgegevens zijn opgenomen in ons rioleringsbeheersysteem OBSURV. Ons rioolstelsel functioneert over het algemeen goed. Uit de BRP'n blijkt dat er een beperkt aantal knelpunten aanwezig is. In de praktijk is ook slechts een beperkt aantal overlastlocaties bekend. Er zijn nagenoeg geen klachten over grondwater. Waterlopen en waterbuffers maken onderdeel uit van ons hemelwaterstelsel. We onderhouden ze om de afvoer- en bergingscapaciteit op peil te houden Wat gaan we doen in de komende planperiode? Nieuwe plannen worden op wateraspecten getoetst door de watertoets (onder de omgevingswet wordt dit de 'weging van het waterbelang'). De reeks "vasthouden-bergenafvoeren" is hierbij leidend. Dat betekent dat in nieuwe plannen voldoende ruimte moet worden gereserveerd voor het vasthouden en bergen van water, de zogenaamde "blauwe ruimte". We hanteren hiervoor een processchema voor de watertoets. In het kader van de samenwerking binnen Waterpanel Noord voeren we onderzoeken uit om onze kwetsbaarheid te verminderen, de kwaliteit te verhogen en kosten te besparen. Het overzicht van gezamenlijke onderzoeken staat in het Waterketenplan .. We gaan de komende planperiode onderzoeken doen en maatregelen treffen om ons rioolstelsel te onderhouden, uit te breiden, oude riolering te relinen of te vervangen en waar mogelijk te verbeteren. Risicogestuurd beheer is steeds meer de leidraad.

We gaan door met onze afkoppelstrategie. We maken hierbij werk met werk: we koppelen af in combinatie met andere werkzaamheden aan de riolering. We gaan ons beheersysteem actualiseren, onze overstorten beter meten en monitoren en in 2025 een nieuw Basisrioleringsplan opstellen (Systeemoverzicht Stedelijk Water). In 2026 stellen we weer een nieuw GRP op.

7(17

•

swEco ?

Wat hebben we hiervoor nodig? De huidige personele capaciteit sluit onvoldoende aan op de benodigde personele capaciteit bij de huidige mate van uitbesteding. Er is momenteel voldoende tijd voor het dagelijks beheer, maar te weinig voor beleidsontwikkeling en inspelen op actualiteiten en innovaties. Het voorstel is om deze capaciteit zo structureel mogelijk in te vullen en te bekostigen uit de projecten en werken. De komende planperiode verwachten we ongeveer 900.000 euro per jaar uit te geven aan de rioleringszorg. Dat geld wordt opgebracht door burgers en bedrijven in de vorm van riool heffing. We heffen van de eigenaren een vast tarief per perceel. In dit GRP houden we rekening met groei van het aantal woningen. We gaan uit van een toename met ruim 400 nieuwe heffingseenheden in deze planperiode. In het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) staan regels voor het omgaan met de financiën. Als we in een jaar een exploitatieoverschot hebben omdat bijvoorbeeld werken goedkoper zijn uitgevoerd dan geraamd, komt dit overschot in de bestemmingsreserve riolering terecht. Het geld dat we met de rioolheffing ophalen, valt onder de BBV-noemer "van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden". Dit storten we in een voorziening riolering, waaruit vervolgens de uitgaven worden bekostigd (BBV artikel 44 lid 2).

8(17)

Algemeen

+4

■ 111

I

'

'L

,La4,

3"

" 5$4 vI -]

r-t °

ie -'

I

° !r l

Gt,

"

l"

Y

r-_

- ••.-■

is

lil

I

-

4

+-z l

$«

-

i

'd'

,,r7 •

Ilg.

.) f' .h

,

'ju

' gi

=t··.-~·rd . ..J • - -·-

i i

f

.g.

-

"

4¢

1,

Algemeen

1

sweco

?

Inleiding

1.1 Nieuw GRP voor Mook en Middelaar Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. In dit wettelijk verplichte gemeentelijk rioleringsplan (GRP) beschrijven we hoe we werken in de (afval)waterketen. Daarmee geven we aan hoe wij als gemeente omgaan met de wettelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwatermaatregelen. Ook gaan we in op de nieuwe ontwikkelingen die onze zorgplichten raken; klimaatverandering en de invoering van de Omgevingswet zijn van invloed op onze werkzaamheden. Ons (afval}watersysteem beschermt de volksgezondheid en het milieu door het vuile water af te voeren naar de zuivering. Het is daarmee een belangrijk onderdeel van de leefomgeving, waarmee er een directe relatie ligt met andere vakgebieden. 1.2 De waterketen We zijn onderdeel van Waterpanel Noord. De betrokken partners in de waterketen zijn de gemeenten van Waterpanel Noord, Waterschap Limburg (WL), Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) en Waterleidingmaatschappij Limburg (WML). Samen vertegenwoordigen we alle schakels die nodig zijn om water te winnen en uiteindelijk na gebruik weer te lozen. Drinkwaterbedrijven zorgen voor de waterwinning en drinkwaterdistributie.

Burgers en bedrijven gebruiken het water, gemeenten zamelen het gebruikte drinkwater in (stedelijk afvalwater) en transporteren dat naar een overnamepunt. Ook zamelen ze overtollig afvloeiend hemelwater in, verwerken dat en treffen grondwatermaatregelen als dat nodig is. Waterschappen organiseren de zuivering van het stedelijke afvalwater in rioolwaterzuiveringsinstallaties en beheren het oppervlaktewater. Daarnaast beheren Provincie en waterschap ieder voor hun deel het grondwater. In het waterketenplan (2021-2026) hebben we de regionale beleidskaders voor de waterketen vastgelegd. In dit programma verankeren we deze uitgangspunten. 1.3 Zorg plichten In dit water- en rioleringsprogramma geven we aan hoe we onze wettelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater invullen. Stedelijk afvalwater

Op grond van de Wet milieubeheer artikel 10.33 (straks Omgevingswet artikel 2.16 lid 1a-3) is elke gemeente

10(17)

Algemeen

•

swEco 5

verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt van de in de gemeente gelegen percelen. AIie percelen binnen de bebouwde kom zijn daarom aangesloten op (vrijverval)riolering. Buiten de bebouwde kom zijn alle percelen aangesloten op vrijvervalriolering, drukriolering, IBA of een geoorloofd alternatief. Het waterschap heeft op grond van artikel 2.4 uit de Waterwet de verplichting om het afvalwater te zuiveren (of te laten zuiveren door een andere partij). Hemelwater

Vanuit de Waterwet artikel 3.5 (straks Omgevingswet artikel 2.16 lid 1-a1) zijn gemeenten verplicht om zorg te dragen voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater, maar alleen als degene die zich ervan wil ontdoen niet redelijkerwijs het water zelf kan verwerken op het eigen perceel, door het in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen.

Grondwater

In de Waterwet, artikel 3.6 (straks Omgevingswet artikel 2.16 lid 1-a2), is bepaald dat de gemeente de zorg heeft om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit doet de gemeente door maatregelen te treffen in het openbaar gemeentelijke gebied voor zover deze doelmatig zijn en niet tot de zorg van de (grondwater)beheerder of de provincie behoren.

Daarnaast volgt uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 3.17) dat de gemeente er zorg voor draagt dat een openbaar vuilwaterriool zo wordt ontworpen, gebouwd en onderhouden dat: a) het zoveel mogelijk berekend is op de eigenschappen, samenstelling en hoeveelheid van het afvalwater, b) lekkage zoveel mogelijk wordt voorkomen, en c) het aantal overstortingen zo beperkt is als voor een doelmatig beheer van afvalwater mogelijk is. 1.4 Proces Riolering is samen met de rioolwaterzuiveringsinstallatie onderdeel van de afvalwaterketen en heeft via overstorten en regenwateruitlaten veel relaties met het watersysteem. Dit GRP is daarom ook tot stand gekomen in nauwe samenwerking tussen onze gemeente, het Waterschap Limburg (WL) en ingenieursbureau Sweco. Met de wij-vorm waarin dit rapport is geschreven, wordt bedoeld: vanuit gemeente Mook en Middelaar. Vóór vaststelling door de gemeenteraad is het ontwerp-GRP officieel ter becommentariëring gezonden aan de bij

11 (17)

Algemeen

•

swco 25

wet genoemde instanties (Wet milieubeheer (Wm) 4.23): de waterbeheerder WL en provincie Limburg. 1.5 Leeswijzer Dit GRP sorteert voor op de komst van de Omgevingswet door het onderscheiden van verschillende delen: algemeen, visie, plan, en programma: • We starten met de evaluatie over de huidige planperiode. Wat ging goed, wat Visie kan of moet anders? Dit markeert het startpunt voor het nieuwe GRP 2022-2026. • In het visiedeel beschrijven we de doelen Plan en ambities die er zijn met de gemeentelijke watertaken. Duurzaamheid en klimaatadaptatie spelen hierbij een grote Programma rol. • In het plandeel gaan we in op de verhouding tussen de gemeente, andere overheden, bewoners en bedrijven: wie doet wat? We beschrijven op hoofdlijnen welke lokale wensen en eisen er zijn op het gebied van de gemeentelijke watertaken en de daarvoor benodigde regels. Dit onderdeel is input voor het gemeentelijke omgevingsplan. • In het programmadeel beschrijven we het huidige areaal en de acties voor de planperiode. Hierin komen de onderzoeken, onderhoudsactiviteiten en vervangingsplanningen aan bod. Het levert de input voor de kostendekkingsberekening. In het laatste deel gaan we in op de personele en financiële kant van de gemeentelijke watertaken en beschrijven we de benodigde kostendekkende riool heffingstarieven.

12 (17)

Algemeen

2

• swEco

Wat hebben we de afgelopen jaren bereikt

2.1 Terugblik op de afgelopen planperiode Met het afgelopen GRP waren we tevreden en we willen de uitgezette lijn graag voortzetten. Het vorige GRP besloeg de periode van 2016 tot en met 2021. De opzet van dit GRP was goed, alle relevante beleidszaken waren benoemd. Het bleek een bruikbaar instrument voor de investeringen en praktische zaken. Er waren geen essentiële beleidszaken die ontbraken in het programma. Door voldoende inzet van de gemeente is het gelukt om alle plannen uit te voeren. 2.2 Uitgevoerde werkzaamheden Het merendeel van de projecten die op de planning stonden is uitgevoerd. De enige projecten die niet in de planperiode zijn voltooid zijn het project op de Kerkweg in Mook en het project op de Stationsstraat in Molenhoek. Deze schuiven door naar dit nieuwe GRP. Hieronder staat een lijst met de uitgevoerde projecten. Tabel 2.2 Uitgevoerde werkzaamheden

Project

Uitgevoerd

Milieumaatregelen Aanleg riool Kadeweg Mook Diverse rioolaanpassingen

Ja Ja

Verbeteringen - klimaatbestendig maken Afkoppelen Raadhuisplein Mook Ad hoc afkoppelprojecten Subsidie particulier afkoppelen Begeleiding burgerparticipatie Vergroten waterreservoir Kuilseweg Molenhoek Wateroverlast kruising Middelweg - Hoeveveld Molenhoek Parkeerterreinen Lindeboom Mook Afkoppelen Kerk Stationsstraat en omgeving te Molenhoek Parkeerterrein KoMook Mook Afkoppelen Molenhoek div. Vervanging/ instandhouding/ reconstructies Reparaties riool Middelweg Kon. Julianstraat / Gelrestraat / Gr. Gerardstraat Mook/ Pr. Beatrixstraat Kerkstraat Mook Kerkpad Middelaar Ongeplande reparaties en reliningen Regulier onderhoud/ instandhouding gemeentebreed

Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Komt terug in 2022 Ja Ja

Ja Ja Komt terug in 2023 Ja Ja Ja

13(17)

Visie

•

swEco ?

Visie

3

Wat willen we bereiken

3.1 Waarom rioleringszorg Van oudsher is de bescherming van de volksgezondheid de belangrijkste functie van de riolering. Door verschillende deskundigen in binnen- en buitenland wordt de aanleg van de riolering zelfs gezien als de grootste bijdrage aan de volksgezondheid van de 20° eeuw. Tegenwoordig zijn het verbeteren van de leefbaarheid door ontwatering en afwatering van het stedelijk gebied en de bescherming van het milieu tegen vervuiling ook belangrijke doelen. 3.2 Ontwikkelingen en opgaven Mondiaal, nationaal en regionaal zijn er trends en ontwikkelingen te onderscheiden die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van de beheertaken in de waterketen en het (stedelijk) waterbeheer. In onderstaande figuur zijn deze trends en ontwikkelingen geïllustreerd. Klimaatverandering

Actief burgerschap/ veranderende rol overheid

Digitalisering /

-..

Te]no]one=pr

.7

ontwik

9"°

Lee

roko [ de ruimte

Soiaal-economische ontwikkeling

Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 3. 1 Verwachte trends en ontwikkeling waar we voor de toekomst rekening mee moeten houden

Voor Mook en Middelaar vinden we de energietransitie en klimaatverandering erg belangrijk. Op dit moment werken we daarom aan een Transitievisie Warmte en een uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie (zie 3.2.2). Beiden hebben invloed op de riolering, omdat ze (kunnen) leiden tot extra werkzaamheden (bijvoorbeeld de aanleg van een warmtenet) en een andere manier van omgaan met hemelwater (waar ruimte voor nodig is). Om werkzaamheden af te stemmen is een goed beeld nodig van de gewenste aanpassingen, zeker als er weinig ruimte beschikbaar is (op sommige plekken is het al erg druk in de ondergrond). En door integraal te werken kunnen de werkzaamheden slim op elkaar af worden gestemd.

15(17)

•

Visie

swEco ?5

3.2.1 Klimaatverandering en klimaatadaptatie Het klimaat verandert. Het gaat vaker en harder regenen, het wordt warmer en het wordt droger voor lange aaneengesloten perioden. De droge zomers van 2018 en 2019 maar ook het droge voorjaar van 2020 hadden effect op onze waterhuishouding omdat de grondwaterstanden dalen. Aan de andere kant hebben we ook te maken gehad met zware buien die op sommige plaatsen voor overlast hebben gezorgd. Zo vielen er op 30 mei 2016 flinke hoeveelheden neerslag in onze gemeente. Dit leidde tot wateroverlast op meerdere plekken in Mook. Deze veranderende omstandigheden zorgen ervoor dat we de leefomgeving en het watersysteem moeten aanpassen, oftewel: klimaatadaptatie. Wateroverlast wordt verminderd door het stimuleren van het afkoppelen van hemelwaterafvoer. Bij de inrichting van de openbare ruimte zal mede worden ingezet op het voorkomen van wateroverlast en hittestress. Het ondergrondse rioolstelsel heeft een beperkte capaciteit. Grote hoeveelheden neerslag in een korte periode kunnen niet volledig ondergronds verwerkt worden, daar is ons stelsel niet op ontworpen. Uitbreiding van het stelsel ondergronds is kostbaar en de ruimte in de ondergrond is beperkt. Daarom is ook bovengronds ruimte voor water nodig. De openbare en particuliere ruimte moeten we zo inrichten dat een extreme bui tot zo min mogelijk overlast en schade leidt.

Droogte gaan we tegen door water zo veel mogelijk lokaal te infiltreren. Klimaatstresstesten In 2018 is een klimaatstresstest uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn in te zien op wpn.klimaatatlas_net, De klimaatstresstest was de eerste stap om de gevolgen van extreme weersomstandigheden inzichtelijk te krijgen. De stresstest is opgesplitst in een aantal thema's: wateroverlast door neerslag, hittestress, droogte en overstromingen uit rivieren. Het waterschap heeft in navolging hiervan het initiatief genomen om in 2021 te komen tot een 'Regionale en Lokale uitvoeringsagenda klimaatadaptatie Waterpanel-Noord'. Het werkproces hiervoor moet nog nader worden vormgegeven. In het samenwerkingsverband met Waterpanel Noord hebben we de resultaten van de stresstest uitgewerkt in Sway: Waterpanel Noord (office.com). Hier zijn voor elke gemeente relevante kaarten uit de stresstest weergegeven. Ook staan hier de resultaten van de stakeholdersanalyse en risicodialogen. In Figuur 3.2 staan 2 kaarten uit de stresstest, 1 over wateroverlast en 1 over droogte.

16 (17)

•

Visie

swco 5

\

et nel tee,90et rif# tat0

it

ate itta

Figuur 3. 2

De linkerkaart laat de gevolgen zien van extreme neerslag in de bebouwde kom, gesimuleerd in 3Di,een mode/instrumentarium voor waterberekeningen. De kaarten maken inzichtelijk waar wateroverlast/ocaties in uw gemeente kunnen ontstaan na extreme buien die eens in de 100 jaar (T100 I 60mm/60min) voorkomen. De rechterkaart toont de huidige GLG in een droog jaar. en kan gebruikt worden bij het vaststellen van de impact van droogte op de leefomgeving. Meer informatie: y/atgrpanel_Noord _yoifiçe_çom

3.2.2 Jityoeringsagenda klimaatadaptatie (regionaal & lokaal) De Regionale Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Waterpanel Noord is in de afrondende fase. In de loop van 2021 zullen de dertien Lokale Uitvoeringsagenda's binnen de werkregio Waterpanel Noord gereed komen en worden toegevoegd aan de Regionale Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie voor een totaaloverzicht van klimaatmaatregelen binnen de werkregio. Voor de Lokale Uitvoeringsagenda hebben de gemeenten Gennep en Mook en Middelaar besloten om de krachten te bundelen en een gezamenlijke aanpak voor klimaatadaptatie te hanteren. Hierin wordt ook samengewerkt met gebiedspartners met behulp van klimaat risico- en kansendialogen. Tijdens de dialogen hebben we de knelpunten en kansen besproken die de komende jaren gaan spelen en hoe we deze gezamenlijk kunnen gaan aanpakken. De lokale uitvoeringsagenda klimaatadaptatie beschrijft het ambitieniveau voor klimaatadaptatie. Dit wordt uitgewerkt in opgaves en acties die zijn verdeeld over drie thema's: Landbouw en Natuur (1), Bebouwd gebied (2) en Bedrijven en bedrijventerreinen (3). In gesprekken met de stakeholders (risicodialogen) hebben we de knelpunten en kansen besproken die komende jaren gaan spelen in de gemeenten Gennep en Mook en Middelaar en hoe we deze gezamenlijk gaan aanpakken. 3.2.3 Duurzaamheid We volgen de ontwikkelingen om de (afval)waterketen te verduurzamen.

Bij het toepassen van materialen kunnen we hergebruikte en herbruikbare materialen kiezen. Daarnaast kunnen we uit afvalwater grondstoffen winnen en kunnen we hieruit energie opwekken. We

17 (17)

•

Visie

swEco 5

werken daarin - waar mogelijk - samen met betrokken partijen om te kijken waar we het beste maatregelen kunnen treffen. Waar zinvol en mogelijk implementeren we de duurzaamheidsaspecten. Ook op andere onderdelen wordt gewerkt met duurzaamheid in het achterhoofd: de drukriolering wordt cyclisch preventief onderhouden, waardoor het energieverbruik minimaal is, storingen minder optreden en een langere levensduur wordt bereikt. We gaan de werkelijke restlevensduur van de persleidingen onderzoeken om niet onnodig vroeg te vervangen maar ook om geen onnodige risico's te lopen. Kapotte vrijvervalriolering wordt zo mogelijk duurzaam gerenoveerd in plaats van vervangen. Dat scheelt graafwerk, transport, grondstoffen en overlast en geld. 3.2.4 Invoering van de Qmgevingswet De invoering van de Omgevingswet heeft invloed op de waterketen. Zaken die nu op nationaal niveau geregeld zijn, worden gedecentraliseerd. Dit betekent dat er straks (vermoedelijke inwerkingtreding in 2022) meer keuze is in hoe wij onze gemeentelijke watertaken, ook juridisch gezien, willen inrichten. De gemeentelijke zorgplichten blijven onveranderd gelden en komen terug in de Omgevingswet. 3.2.5 Integrale kijk op de afvalwaterketen De afvalwaterketen is een complex geheel: grondwater en hemelwater spelen een nadrukkelijke rol en ook watergangen werken mee om overtollig hemelwater af te voeren.

Werkzaamheden worden integraal uitgevoerd, in samenhang met weg- en wijkvernieuwing. We overleggen dus regelmatig met andere disciplines binnen de eigen organisatie en binnen de afvalwaterketen. Bestuurlijke samenvatting

Waterketenplan In 2020 hebben we binnen Waterpanel Noord gezamenlijk een Waterketenplan opgesteld 'Ambities voor een water- en klimaatbestendig Noord-Limburg'. Het is een ambitiedocument met bijbehorende beleidsuitgangspunten en een uitvoeringsprogramma op het gebied van duurzaam stedelijk waterbeheer in relatie met watersysteem, drinkwatervoorziening en ruimtelijke ordening voor de komende periode van vijf jaar.

( -

]---~ (

0»

l

Kern van het Waterketenplan zijn vier K's: de drie K's ) van het Bestuursakkoord Water van 2011 (kostenbesparing, kwaliteitsverhoging en klantgerichtheid kwetsbaarheidsvermindering) aangevuld met klantgerichtheid, dat we in Waterpanel Noord hoog in het vaandel hebben staan. -

[

18(17)

Visie

• swco 5

We hebben in 2020 onze richting bepaald met werksessies, rekening houdend met bestaande en in ontwikkeling zijnde beleidsdocumenten van bijvoorbeeld WL/WBL, WML, Provincie. In dit GRP borduren we voort op het Waterketenplan en vullen dat lokaal in. Hieronder onze uitgangspunten voor de omgang met de drie gemeentelijke watertaken: stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwatermaatregelen. 3.3 Beleid: stedelijk afvalwater We beschermen de volksgezondheid en zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving door stedelijk afvalwater in te zamelen en af te voeren. Bij de invulling van de zorgplicht stedelijk afvalwater maken wij onderscheid tussen de bebouwde kom en het buitengebied, en tussen huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater. Bebouwde kom Voor bestaande bouw en (ver)nieuwbouw is het lozers verboden om stedelijk afvalwater in de bodem of op oppervlaktewater te lozen, dit is de facto een aansluitplicht. De gemeente is verplicht stedelijk afvalwater in te zamelen en te transporteren naar een zuiveringtechnisch werk. Dat kan via een traditioneel gemeentelijk rioolstelsel of een andere voorziening (zoals een IBA) die ervoor zorgt dat er geen ongezuiverd afvalwater in het milieu terecht komt. Voor bedrijfsafvalwater geldt dat de gemeente afvalwater dat qua biologische afbreekbaarheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afvalwater inzamelt.

Ook ander bedrijfsafvalwater dat niet lokaal kan worden teruggebracht in het milieu wordt ingezameld, tenzij dit ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering. Het Waterschap geeft hier advies. De gemeente kan nadere voorwaarden verbinden aan nieuwe of bestaande aansluitingen van bedrijven of deze weigeren of beëindigen. Buitengebied Voor het buitengebied geldt dat de gemeente huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, dat daar qua biologische afbreekbaarheid op lijkt, inzamelt en afvoert, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze omstandigheden zijn: • De capaciteit van het bestaande collectieve systeem is niet toereikend. • Het einde van de technische levensduur van het collectieve systeem (leidingen) is aanstaande. • Het leveren van een vergelijkbaar effluent door nieuwe decentrale technieken (nieuwe sanitatie) als bij zuivering op de RWZI. • Doelmatigheid. De gemeente onderhoudt de bestaande infrastructuur (drukriolering en gemalen) tenminste tot het moment dat leidingen moeten worden vervangen. Ook biedt de gemeente ruimte voor initiatieven met nieuwe sanitatie. Op het moment dat de infrastructuur aan het einde van de technische levensduur is, zal de gemeente in overleg met het waterschap een nieuwe afweging maken over het invullen van de zorgplicht voor afvalwater in het buitengebied.

19 (17)

Visie

•

swEco ?5

3.4 Beleid: hemelwater De gemeente is verantwoordelijk voor inzameling van afstromend hemelwater van percelen waarvan de eigenaren niet zelf kunnen voorzien in afvoer naar oppervlaktewater of bodem. De voorkeursvolgorde die we hierbij hanteren is vasthouden, infiltreren en bergen. Als de gemeente hemelwater inzamelt, is ze ook verantwoordelijk voor de verdere omgang, inclusief de lozing op oppervlaktewater of in de bodem. Zij kan het zowel gescheiden van, als gemengd met huishoudelijk afvalwater inzamelen. De gekozen route bepaalt de betrokkenheid van de waterbeheerder. Het waterschap kan betrokken zijn als beheerder van de ontvangende zuivering of van het ontvangende oppervlaktewater, soms van beide. Hemelwater niet inzamelen, tenzij Het algemene uitgangspunt dat de gemeente hanteert, is dat gebouwen en percelen geen hemelwater lozen op de gemeentelijke riolering, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid noodzakelijk is. Dit is de invulling van de voorkeursvolgorde uit de Wet milieubeheer (10.29a). Dat geldt naast de private percelen ook voor gebouwen en percelen van de gemeente zelf. Hieronder wordt per gebiedstypologie (bestaande bouw, nieuwbouw en buitengebied) beschreven hoe de gemeente invulling wil geven aan de zorgplicht hemelwater. Er zal altijd situationeel worden gekeken naar mogelijkheden om het hemelwater doelmatig te verwerken.

Met de zandgronden in onze gemeente kan het soms makkelijk zijn om hemelwater te verwerken, in sterk verharde gebieden is dit lastiger. Hemelwater bij bestaande bouw Voor bestaande gebouwen en percelen geldt dat de gemeente het hemelwater blijft inzamelen en transporteren naar een zuiveringtechnisch werk (RWZI, bij gemengde riolering), het oppervlaktewater of naar de bodem (bij gescheiden riolering). Het gescheiden aanleveren van te lozen regenwater en afvalwater op het gemeentelijk rioolstelsel en het verwerken van overtollig regenwater op het eigen perceel wordt door de gemeente en het waterschap gestimuleerd. Bij knelpunten met betrekking tot wateroverlast en bij rioolvervangingsprojecten waarbij gemengde riolering wordt vervangen door gescheiden riolering, kan de gemeente het lozen van hemelwater op het vuilwater of gemengde riool verbieden op grond van bestemmingsplan, hemel- en grondwaterverordening of omgevingsplan (vanaf 1-1-2022). Vooralsnog houden we de trits 'stimuleren-faciliteren-afdwingen' aan. Er wordt zoveel mogelijk integraal gewerkt. Hiermee zorgen we voor afstemming met andere opgaven: in de planning van werkzaamheden, in de plannen zelf en in de uitvoering van werkzaamheden. Vooral voor de Transitievisie Warmte verwachten we dat afstemming en integraal werken belangrijk is.

Hemelwater bij nieuwbouw Bij nieuwbouwsituaties zamelt de gemeente in principe geen regenwater in. De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt het regenwater zelf binnen de perceelgrens, tenzij dat technisch onmogelijk is of er zwaarwegende maatschappelijke gronden zijn om hiervan af te

20 (170

Visie

sweco

2

wijken (vooral als het gaat om doelmatigheid). Voor extreme neerslaggebeurtenissen wordt voorzien in een overloop naar de openbare ruimte. Bij uitbreiding of vernieuwing van bebouwing zamelt de gemeente geen regenwater in. De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt het regenwater zelf binnen de perceelgrens, tenzij dat technisch onmogelijk is. Voor extreme neerslaggebeurtenissen (bij meer dan 60 mm in een uur) wordt voorzien in een overloop naar de openbare ruimte. Bij herinrichting van het openbaar gebied zal regenwater, zoveel als mogelijk is, worden geïnfiltreerd in de bodem. We hanteren een bergingsnorm van 60 mm in een uur. Hemelwater in het buitengebied In het buitengebied zamelt de gemeente geen regenwater in. Dit geldt zowel voor bestaande bouw als (ver)nieuwbouw. De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt zijn regenwater zelf op het eigen terrein of voert het in overleg met het waterschap af naar het oppervlaktewater of loost het in overleg met de gemeente in de bodem. 3.5 Beleid: grondwater Het algemene uitgangspunt dat de gemeente hanteert, is dat eigenaren van gebouwen en percelen zelf verantwoordelijk zijn voor de verwerking van overtollig grondwater, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid niet haalbaar en niet doelmatig is. Dit geldt specifiek voor de bebouwde omgeving. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt naar gebiedstypen.

De zorgplicht geldt dus ook voor de gemeente zelf als gebouw- en perceeleigenaar. Het lozen van grondwater op het riool is in principe niet toegestaan. De gemeente heeft ook oog voor de kwaliteit van het grondwater en zet zich in om die in ieder geval niet te laten verslechteren. Bij bijvoorbeeld afkoppelen wordt hier ook rekening mee gehouden. De gemeente is verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen in de openbare ruimte om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstanden voor de aan die grond gegeven bestemming zo veel mogelijk te voorkomen (artikel 3.6 Waterwet, artikel 2.16, lid 1a-2 Ow). Althans, voor zover de maatregelen doelmatig zijn en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoren. Dit is vooral kwantitatief gericht. Vaak zal het gaan om het aanbieden van inzamelvoorzieningen voor overtollig grondwater. Als de gemeente inzamelt, is ze ook verantwoordelijk voor de verdere verwerking van het grondwater. Ook is zij aanspreekpunt bij grondwaterproblemen: zij heeft de regie bij het onderzoeken van oorzaken en oplossingen.

Onder structurele gevolgen verstaat de gemeente: • Wederkerende (tenminste jaarlijks) te hoge grondwaterstand (indicatief houden we aan dat de grondwaterstand ongeveer 0, 7 meter onder maaiveld moet zijn) en deze stand gedurende ten minste drie jaar (geen incident); • Én er zijn meldingen over structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand.

21 (17)

Visie

•

swEco ?5

Onder nadelige gevolgen van grondwaterstanden verstaat de gemeente: • Significante belemmering van het normale gebruik van de bestemming zoals vastgelegd in het bestemmingsplan/omgevingsplan; • Óf chronische gezondheidsklachten; • Óf schade aan gebouwen of infrastructuur. Dit kan dus ook gaan over te lage grondwaterstanden. Het gevolg van bovenstaande afwegingen en daarmee invulling van de zorgplicht kan zijn dat de gemeente juridisch bindende regels opneemt in het omgevingsplan over het wel/niet infiltreren van regenwater. Naast de kwantiteit van het grondwater is ook de kwaliteit belangrijk. Vanuit de Drinkwaterwet heeft ook de gemeente hier een rol in. Er bevindt zich een drinkwaterwinning op de Mookerheide ten oosten van Mook. Waterleiding Maatschappij Limburg (WML) heeft hier een vergunning om jaarlijks 1 miljoen m3 water te onttrekken uit het ondiepe watervoerende pakket. Om deze winning heen bevindt zich een grondwaterbeschermingsgebied en een boringsvrije zone. Meer informatie over deze winning is te vinden in het gebiedsdossier van Provincie Limburg. 3.6 Beleid: oppervlaktewater We beheren samen met het Waterschap het watersysteem. We proberen samen wateroverlast, overstromingen en waterschaarste tot een minimum te beperken.

We beschermen en verbeteren de chemische en ecologische kwaliteit van die watersystemen en de vervulling van de aan die watersystemen toegekende maatschappelijke functies. Oppervlaktewateren zijn belangrijk om hemelwater op te vangen en af te voeren. Daarom zien we de door ons beheerde oppervlaktewateren in veel gevallen als onderdeel van onze hemelwater-zorgplicht.

22 (17)

Plan ,mee

• ' r

'I

• I

tu I ■

y I

■I ■

I

I

I

■

•

-

H

II

I

I I

f

r

. .r.

■

I

I

I

,•

.

L

±4 I

"

T

'

II

r

,1•

hr, rul

J

■•

t'

I

II II

■ ■

I I

I

-

'\

L'

II

-

-

..,....

l.4

.-

t ,I

L

'-"

I

"1

1

pp

■

■

;-

j

r I

4

I .__

I

4

I

I ·"

I

lt¢i I

II

.

.%, ■

. , ·r II

■

( I

■

II

I

- J.

1

I

•

I • I I I ◄

I

I I

«,

id

I

y

'II [

I 11•.~ r: • -··•I~ I I'

4:'

• swEco

Plan

4

Wie doet wat

4.1

Gemeentelijke zorgplicht

Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor een goede invulling van onze gemeentelijke watertaken. En omdat riolering niet op zichzelf staat, maar onderdeel is van onze gemeentelijke infrastructuur, stemmen we ons beleid af met andere overheden. Zoals in de Wet milieubeheer is aangegeven, zijn dat in ieder geval de beheerder van de zuiveringen waarop we het door ons ingezamelde (afval)water lozen en de beheerder van de oppervlaktewateren waarop wordt geloosd. Voor onze gemeente is dat Waterschap Limburg.

Zorgplicht waterbeheer: Wie heeft welke verantwoordelijkheid?*

Provincie

wm= wet milieubeheer wtw= waterwet

• Toezichthoudende rol op waterschappen (gw 133) • Bevoegd gezag bij: (1) industriêle onttrekkingen vanaf 150.000 m3 per jaar(2) bodemenergiesystemen en (3) onttrekkingen voor de openbare drinkwater-

voorziening (wlw6.4)

sweco

wonw = woningwet gw=grondwet

Waterschap

Gemeente Burger • Verantwoordelijk voor hemel- en grondwater op eigen terrein (wtw35&36) Verantwoordelijk voor onderhoud eigen pand en terrein tot perceelgrens (wonw la)

-

Zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater (wm 10 33) •

Zorgplicht voor de doelmatige verwerking van hemelwater (wtw 3.5)

•

Zorgplicht voor de doelmatige verwerking van grondwater bij structureel nadelige gevolgen (wtw 3 6)

0 000°

Zuivering stedelijk afvalwater (wtw34) •

Waterkwaliteit en waterkwantiteitbeheer (wtw2.1) Bevoegd gezag bij onttrekkingen tot 150 000 m?per jaar (wtw 6.4)

•

Opstellen en bijhouden legger (vtw5.1)

•

Beheeropperlakte-& grondwaterpeil(wtw 5.2)

0

Figuur 4. 1 Visualisatie zorgplichten waterbeheer per overheidsinstantie

4.2 Samenwerking We werken binnen de gemeentelijke organisatie samen met andere sectoren in de openbare ruimte, bijvoorbeeld de afdelingen wegen en openbaar groen. Met de komst van de Omgevingswet (verwacht per 1 december 2022) wordt die samenwerking alleen maar belangrijker. Integraal werken is het devies en dat betekent ook participatie en afstemming.

24(17)

Plan

• swEco

De waterketen houdt zich niet aan bestuurlijke grenzen. Daarom zoeken we de samenwerking op met omliggende gemeenten. Waterpanel Noord (WPN) is een samenwerkingsverband tussen 15 gemeenten, Waterschap Limburg, Waterschapsbedrijf Limburg en Waterleidingmaatschappij Limburg. Eén van de doelen van deze samenwerking is het verminderen van de kwetsbaarheid. De deelnemende partijen zijn: Gemeente Beesel, Gemeente Bergen, Gemeente Echt-Susteren, Gemeente Gennep, Gemeente Horst aan de Maas, Gemeente Leudal, Gemeente Maasgouw, Gemeente Mook en Middelaar, Gemeente Nederweert, Gemeente Peel en Maas, Gemeente Roerdalen, Gemeente Roermond, Gemeente Venlo, Gemeente Venray, Gemeente Weert, Waterleidingmaatschappij Limburg (WML), Waterschap Limburg en Waterschapsbedrijf Limburg (WBL). Waar mogelijk en zinvol voeren we samen onderzoek uit, wisselen we kennis uit en voeren we operationele werkzaamheden samen uit. In 2020 hebben we het Waterketenplan opgesteld waarin we onze ambities en een uitvoeringsprogramma hebben beschreven. Ook werken we binnen Waterpanel Noord samen aan klimaatadaptatie. 4.3

Wat verwachten we van inwoners en bedrijven

Een groot deel van het gemeentelijke gebied is niet in handen van de overheid. Daarom is klimaatadaptatie, waaronder het tegengaan van wateroverlast, een gezamenlijke verantwoordelijkheid van burgers, bedrijven, gemeente en waterschap. De overheden kunnen niet alles oplossen. Perceeleigenaren hebben een belangrijke rol in de verwerking van hemelwater dat op hun eigen terrein valt. Dat is ook wettelijk onderkend door de eigen verantwoordelijkheid die in de Waterwet (artikel 3.5 en 3.6) is opgenomen. Uitgangspunt is dat de perceeleigenaar de neerslag die op zijn perceel valt, zelf verwerkt. Als dat redelijkerwijs niet kan, zijn wij als gemeente aan zet. Wij kunnen veel regelen en sturen in het functioneren van de riolering, maar we kunnen niet alles zelf uitvoeren. Inwoners en bedrijven hebben ook een belangrijke invloed op het functioneren. Wij willen zo min mogelijk extra regels en verplichtingen aan inwoners en bedrijven opleggen, maar wil wel dat zij bijdragen aan het goed laten functioneren van de riolering. Wij verwachten: 1.

Dat inwoners en bedrijven het riool en IBA's (Individuele Behandeling van Afvalwater) verstandig gebruiken;

2.

Dat rioolaansluitingen zorgvuldig worden aangelegd en onderhouden;

3.

Dat inwoners en bedrijven hemelwater zelf opvangen en bergen als dat redelijkerwijs mogelijk is; Dat hinder (water-op-straat) vaker, binnen marges, wordt geaccepteerd;

4. 5.

Dat inwoners en bedrijven bij grondwateroverlast controleren of hun woning of bedrijf voldoende waterdicht is.

25 (17)

•

Plan

sweco

Zorgplicht lozers (burgers en bedrijven) In het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) en het Activiteitenbesluit zijn zogenaamde zorgplichtbepalingen opgenomen die zich richten op de lozers op riolering. Het Blah bevat een zorgplichtbepaling die is gericht op het voorkomen van nadelige gevolgen voor het milieu door maatregelen te treffen (art. Besluit lozing afvalwater 4). Dit betreft ook de bescherming van de doelmatige huishoudens artikel 4 lid 1: werking van de voorzieningen voor het beheer van Degene die loost en weet of afvalwater (waaronder riolering) en het doelmatig beheer redelijkerwijs had kunnen weten dat van afvalwater (Blah artikel 4 lid 2). door het lozen nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan, die niet of onvoldoende worden voorkomen of beperkt door naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften, voorkomt die gevolgen of beperkt die voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevergd.

Volgens de toelichting op het Blah betekent deze zorgplicht onder meer dat bij een gescheiden rioolstelsel de beide afvalwaterstromen op het goede stelsel moeten aansluiten. Dit met het oog op de doelmatige werking van de stelsels. Ook het doorspoelen van toiletdoekjes of frituurvet is in strijd met de zorgplicht. Toiletdoekjes horen in de vuilnisbak en frituurvet moet worden gerecycled of ook met het vaste afval worden weggegooid. Ook hoort hemelwater niet op mechanische riolering te worden geloosd, dat verstoort de werking. De zorgplichtbepaling geeft de gemeente de mogelijkheid maatwerkvoorschriften vast te stellen voor de te nemen maatregelen of om rechtstreeks handhavend op te treden. Net als het Blah bevat het Activiteitenbesluit een zorgplichtbepaling (art. 2.1). De zorgplichtbepaling voor afvalwaterlozingen op de riolering komt neer op:

• de bescherming van de doelmatige werking van de voorzieningen voor afvalwaterbeheer (zoals de openbare riolering); •

doelmatig afvalwaterbeheer.

In de Omgevingswet komen deze zorgbepalingen terug.

26 (17)

Programma ■ ■ L

f

hu

t.

]

.

■

to hi I

-.

a

I

L

I

.r',

#

r-

r,I I

.

. I

e.

-U-7E

r

I

- 11

9

I

~ i'

4

a

" ' Er-gil s

I

r-I

f

'k

.' /I

' I hi Il,

-·

,4

I

Ml

'-

'I

, d+

r'

5 - .. _. 7;''r s ii

II

dr}

al

e l

f,

Il

1r,

1

I

I

I I

t

k. ,

I

''

I

"

"M

Il

-

,

,·,

Il

I

• swco ?

Programma

5

Wat hebben we

5.1 Totaaloverzicht aanwezige voorzieningen Binnen de gemeente beheren we meerdere voorzieningen met betrekking tot waterbeheer en riolering. De kenmerken per object zijn weergegeven in tabel 5-A. Tabel 5-A Overzicht aanwezige voorzieningen Onderdeel Vrijvervalriolering: -Gemengd - Droogweerafvoer (DWA) - Hemelwaterafvoer (HWA) - Duikers Totaal vrijvervalriolering

aantal 41,5 14,2 9,0 0,3 64,9

eenheid km km km km km

Onderdeel Bergbezinkleidingen Druk-/persleiding Gemalen Mini-gemalen (pompunits) I nfiltratiekolken Wadi's Infiltratiekoffers

aantal 2 17,6 11 86 111 1.700 500

eenheid stuks km stuks stuks stuks m? m?

Vrijvervalriolering is het meest omvangrijke deel van de riolering, ongeveer 73%. De laatste jaren is er steeds minder riolering aangelegd in Mook en Middelaar, Zie Figuur 5.1. Van een aanzienlijk deel van de riolering is het aanlegjaar onbekend. Het merendeel hiervan is waarschijnlijk afkomstig van voor 1970. De rioleringsgegevens zijn opgenomen in beheersysteem OBSURV. Figuur 5.2 toont een kaart waarop is aangegeven wat voor type riolering waar te vinden is.

Aanlegjaren per type vrijvervalriolering 20.000 18.000 16.000

-

14.000

-S, 12.000 9 10.000 0 C

D

..J

8.000 6.000

TE

4.000 2.000

LJ

onbekend 1960-1969 1970-1979 1980-1989 1990-1999 2000-2009 2010-2020 Gemengde riolering

aHWA DWA

Figuur 5. 1 Type riolering aangelegd per decennium

28 (17)

k0

0 O I

3r: v

I

¥

;;:0 4

/

......

u Cl

y

•0

~

I-

I

eg

I

%

£

9

D ¥ O

,

o'<

c

~

[(r't,..

,,o

.

II □■

II

gO ~ g <Il g

~

%,

,",,

",

s. o o o ci O

o o o ó

0O

g

o

o I

o o o ö

DO

o o o ö

Lu

o o o

o t

(uu) a8ua]

o o o ö n

o o o

i et

o o o

....co

o

,

%

zg

,o, e,

{/)

%o

u ó

%, O

,

%

9

+. 3 3

e

Programma

5.2

•

swEco 25

Huidige situatie: stedelijk afvalwater en hemelwater

5.2.1 Technische staat In tabel 5-B is opgenomen hoe de objecten die we beheren nu functioneren. Tabel 5-B Overzicht functioneren van objecten en voorzieningen

Object Vrijvervalriolen

Huidig functioneren De vrijvervalriolen zijn gemiddeld genomen nog van goede kwaliteit. Jaarlijks wordt ongeveer 10% van deze riolen geïnspecteerd met een videocamera, waarna ze volgens de normen worden beoordeeld. Dit levert uiteindelijk een maatregelenpakket op: een overzicht van reparaties en vervangingen die nodig zijn om het rioolstelsel weer in goede staat te krijgen. De afgelopen jaren zijn steeds de benodigde maatregelen uitgevoerd. Gemalen De gemalen functioneren goed. Twee keer per jaar worden ze gereinigd en geïnspecteerd door de eigen dienst (twee gemalen worden door een externe partij onderhouden). Indien nodig worden ze gerepareerd. Bij storingen reageert onze eigen dienst. Minigemalen De drukriolering functioneert goed. Eén keer per jaar wordt elk minigemaal gereinigd en geïnspecteerd door de eigen dienst. Indien nodig worden ze gerepareerd. Bij storingen reageert onze eigen dienst. Pers- en drukleidingen De persleidingen en drukleidingen functioneren goed. We voeren geen inspecties uit, maar gaan enkel af op meldingen en eigen waarnemingen bij gemalen en minigemalen. Als we merken dat de pompen moeite hebben om het vuile water door de leiding te krijgen, dan reinigen we de leiding. Kolken en straten Om te voorkomen dat straatvuil in de kolken en in het riool terechtkomt, worden de straten geveegd. De frequentie waarmee dit gebeurt verschilt per gebied.

Ook worden de kolken gereinigd, zodat ze niet verstopt raken. Dit gebeurt één keer per jaar door een externe partij. Infiltratievoorzieningen We hebben beperkt zicht op de toestand van de infiltratievoorzieningen. De wadi's worden jaarlijks meerdere keren gemaaid, alle overige voorzieningen onderhouden we alleen als er aanleiding toe is. Wij hebben maar weinig oppervlaktewateren in ons eigendom. Oppervlaktewateren Deze worden onderhouden als er aanleiding toe is. De sloot in en greppels de Broekweg wordt geregeld gemaaid en zo nodig schoongemaakt. Het groen in de wadi's wordt geregeld gemaaid (kort gehouden) en zo nodig worden zij gereinigd (uitgediept).

30 (17)

•

Programma

swEco

5.2.2

Werking

Zo'n 80% van de maatregelen uit het vorige BRP zijn uitgevoerd. Met meten & monitoren houden we bij of het goed verloopt en of maatregelen nog nodig zijn. Hydraulisch functioneren In het BRP 2016 is aan de hand van een theoretisch model berekend hoe het rioolstelsel functioneert bij een zware regenbui. Hiervoor zijn bui 08 en bui 10 uit de Kennisbank Stedelijk Water gebruikt, die respectievelijk eens in de twee jaar en eens in de 10 jaar zouden kunnen vallen en dan tot water op straat zouden mogen leiden volgens de huidige maatstaven. Bij bui 08 wordt er op enkele plekken water op straat berekend, bij bui 10 zijn in grote lijnen de plekken hetzelfde maar is het gebied waar het water staat groter. Er is een grote overeenkomst met de al bekende overlastlocaties, zo komen het parkeerterrein aan de Koningin Julianastraat, de wijk Lindeboom, de omgeving Stationsstraat en de omgeving Kuilsestraat terug in de berekening. Voor al deze locaties is een oplossingsrichting gezocht en benoemd in het BRP. Ook is een analyse gedaan van de oppervlakkige afstroming bij een extreme regenbui. Voor alle berekende overlastlocaties is bepaald waar het regenwater naartoe afstroomt, zonder maatregelen te treffen en mét het treffen van maatregelen. Deze analyse is ook nuttig voor ruimtelijke ordening bij (bouw)ontwikkelingen. De gegevens zullen dan ook worden uitgewisseld met dit werkveld .

Systeemoverzicht Stedelijk Water en het Besluit Lozen Buiten Inrichtingen Het SSW (voorheen BRP) bevat het overzicht van lozingswerken (inclusief tekeningen) zoals bedoeld in het Ontwerpbesluit Lozen buiten Inrichtingen (BLBI) van augustus 2009. De Basisrioleringsplannen stellen we samen met de waterbeheerders op. In het Bestuursakkoord Waterketen van juli 2007 is afgesproken dat gemeente en waterbeheerders de afvalwaterketen (riolering en zuivering) beheren als ware het één systeem en als ware zij één verantwoordelijke partij. Dat houdt in dat de lay-out van het stelsel dat is afgesproken in het Basisrioleringsplan alleen wordt gewijzigd als de waterbeheerder het ermee eens is en vice versa. Met dit GRP verankeren we deze gedragsregel.

+tza «d4

Figuur 5-a Omgeving Kuilseweg/Stationsstraat voor en na het treffen van maatregelen

31(17)

•

Programma

swEco 2

Milieutechnisch functioneren In het BRP 2016 is ook gekeken naar het overstortend water. Er is aan de norm van de basisinspanning getoetst of er te veel overstortingen plaatsvinden of niet. Uit de berekeningen blijkt dat niet aan de norm wordt voldaan: de emissie ligt 35% hoger dan de norm. Strikt genomen zou dit betekenen dat er maatregelen nodig zijn om de emissie (verder) te beperken. We meten de overstortdebieten en frequenties op meerdere plekken. Praktijkmetingen die worden uitgevoerd bij alle overstorten, geven echter een ander beeld dan hetgeen in theorie berekend wordt. De overstortfrequenties liggen in de praktijk veel lager dan de theoretische hoeveelheden. We plaatsen geen extra randvoorzieningen de komende tijd. De maatregelen die zijn voorzien en in eerste instantie zijn gericht op de verbetering van het hydraulische functioneren, zullen uiteindelijk ook zorgen voor een vermindering van overstortvolumes en vuilemissie. Hierbij speelt mee dat er geen overstortingen plaatsvinden op kwetsbare wateren en de kaderrichtlijn water (KRW) niet van toepassing is. Op Middelaar na komen alle overstorten uit op de Maas, dan wel op het kanaal van de Mookerplas, en kan de regelgeving van de voormalige basisinspanning als uitgangspunt dienen voor het functioneren.

Om op termijn ook voor deze overstorten tot verbetering te komen, zetten we in op het vergaren van meer informatie door te meten en te monitoren. Door het nemen van kleine maatregelen en het afkoppelen van hemelwater zal het aantal overstortingen en het volume van de overstortingen verminderen. Klachten en meldingen Jaarlijks ontvangen we klachten en meldingen die te maken hebben met riolering. Veel voorkomende meldingen gaan over verstoppingen in het riool (gemiddeld 20 per jaar) en straatkolken waar geen water meer instroomt (gemiddeld 10 meldingen per jaar). AIie meldingen proberen we zo snel mogelijk af te handelen, maar vanwege de aard en omvang vragen sommige meldingen om meer onderzoek en voorbereiding en is er dus ook meer tijd voor nodig. Bij zeer hevige neerslag, zoals op 30 mei 2016, ontvangen we meer en een ander soort meldingen. Het gaat dan om verzoeken tot assistentie bij wateroverlast. Op deze meldingen nemen we actie, zowel in de binnendienst als in de buitendienst. Wegen worden dan afgezet, water weggepompt en (nood)afwateringsgeulen gegraven. Dit gebeurt in samenwerking met de brandweer en met assistentie van aannemersbedrijven. Vanwege het grote aantal meldingen is het vaak niet mogelijk om overal snel in actie te komen. 5.3 Huidige situatie: grondwater Er zijn geen voorziening om het grondwaterpeil te beïnvloeden.

5.4 Huidige situatie: oppervlaktewater Binnen de gemeente bevinden zich op verschillende locaties bermsloten en vijvers. Deze zijn verbonden met duikers, die wij als gemeente beheren. Dit stelsel functioneert over het algemeen goed.

32 (17)

Programma

•

swEco 5

5.5 Vergunningen, toezicht en handhaving Vergunningverlening vindt plaats door de gemeente. Voor riolering belangrijke vergunningen zijn Omgevingsvergunningen bij bouw en verbouw. Toezicht en handhaving vindt plaats door de RUD Limburg-Noord (in opdracht van onze gemeente), Rijkswaterstaat en het Waterschap Limburg. Milieucontroles bij bedrijven vinden plaats volgens een frequentie die is gebaseerd op het type inrichting (zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit). Controles bij nieuwbouw en verbouwing vinden steekproefsgewijs plaats. De milieucontroles en controles bij nieuwbouw en verbouwing worden uitgevoerd door de RUD Limburg-Noord. Rijkswaterstaat en het waterschap voeren controles uit op Waterwet-vergunningen.

33 (17)

Programma

6

Wat gaan we doen

6.1

Werkzaamheden: Stedelijk afvalwater en hemelwater

• swEco

6.1.1 Aansluiten bestaande bebouwing en aanleg bij nieuwbouw Bij nieuwbouwprojecten en rioolvervanging wordt een stelsel aangelegd dat rekening houdt met de toekomst. Samen met het waterschap, projectontwikkelaars en andere vakgebieden binnen de gemeente wordt bepaald hoe er wordt omgegaan met water binnen het gebied. In onder meer het Bouwbesluit, de Keur en gemeentelijke regelgeving is vastgelegd aan welke eisen moet worden voldaan. Om ervoor te zorgen dat riolering/water altijd voldoende aandacht krijgt, vinden wij dat de betrokken medewerkers altijd in een zeer vroeg stadium moeten worden betrokken bij het maken van plannen. Het is voor ons belangrijk dat de openbare ruimte wordt ingericht op het opvangen van grote hoeveelheden hemelwater. Voor de capaciteit van de ondergrondse riolering gaan we uit van bui 08 uit de Kennisbank Stedelijk Water, alle overige benodigde capaciteit moet bovengronds worden gecreëerd. Het heeft onze voorkeur om water zoveel mogelijk vast te houden binnen een gebied, dus waar mogelijk infiltreren we het in de bodem. Als we toch kiezen voor het afvoeren van hemelwater, dan zorgen we voor een buffer zodat het water geleidelijk wordt weggevoerd. In het buitengebied wordt alleen vuilwater aangesloten op drukriolering (dus geen hemelwater).

Bij nieuwbouw (of grondige verbouwing) op particulier terrein moet het hemelwater op eigen terrein worden verwerkt. Pas als dit niet mogelijk blijkt te zijn mag het worden geloosd op een (hemelwater)riool van de gemeente. We geven bij nieuwbouwprojecten een adviesbouwpeil af, zodat er voldoende hoogteverschil is tussen mogelijk water op de weg en de woning en tussen het grondwaterpeil en de woning. Dit is een dienst vanuit de gemeente om de bewoners te waarschuwen voor de gevolgen van te laag bouwen, maar het staat de bewoners vrij om ervan af te wijken (dit heeft mogelijk wel gevolgen voor de kans op wateroverlast). Bij nieuwbouw gelden onder andere de regels van het bouwbesluit. Hierin staat dat alle verblijfsruimtes waterdicht moeten worden gebouwd. Als vloeren goed waterdicht worden aangelegd, dan is overlast door grondwater dat de woning intrekt niet mogelijk. 6.1.2 Onderzoek In het Waterketenplan dat we in 2020 samen met onze waterketenpartners hebben opgesteld, is een uitvoeringsprogramma voor de komende jaren opgenomen. Het overzicht van gezamenlijke onderzoeken staat in het Waterketenplan.

Een aantal onderzoeken lichten we er hier uit: • Meten-data rekenen, om meer inzicht te krijgen in de werking van ons rioolstelsel, ook in relatie met het regionale watersysteem; • Ontwikkelen van een visie en strategie voor het omgaan met afvalwater in het buitengebied (ook iba's), inclusief beslisbomen;

34(17)

•

Programma

• • • •

swEco ?

Ontwikkelen van afspraken over de lozingsroute voor hemelwater, inclusief een beslisboom afkoppelen; Onderzoek naar droogte, kennisontwikkeling en ontwikkelen aanpak; Optimalisatiestudie waterketen-watersysteem, hoe ver zijn we met de KRW 2027? Branchestandaard onderzoek gemeentelijke watertaken, de personele kant van de rioleri ngszorg.

De kosten van deze onderzoeken zijn verwerkt in onze begroting, zie tabel 6-A. Hier staan ook onderzoeken die wij zelf uitvoeren. Onder de tabel staat een korte uitleg bij enkele onderzoeken. Tabel 6-A Onderzoeken 2022-2026 Jaar jaarlijks jaarlijks jaarlijks jaarlijks jaarlijks jaarlijks jaarlijks

2022 2022 2025 2022 2026

Omschrijving 01) Uitvoeringsprogramma Waterpanel Noord 02) Gegevensbeheer 03) Inspectie en reiniging vrijvervalriool 04) Advisering 05) Berekeningen riolering 06) Instandhouding meetnet en verzamelen overstortgegevens 07) Onderhoud beheerpakket riolering 08) Inventarisatie en inspectie randvoorzieningen en 'bijzondere' rioolvoorzieningen (specials) 09) Onderzoek heffingsmaatstaf 010) Uitvoeren Basisrioleringsplan (BRP) 011) Bijwerken gegevensbestand toevoegen jaartallen 012) Actualiseren GRP

Kosten (excl. btw)

€8.000,€3.000,€15.000,€5.000,€ 2.000,€ 6.000,€5.000,€ 15.000,€3.000,€ 20.000,€5.000,€ 20.000,-

O1) Uitvoeringsprogramma Waterpanel Noord Het overzicht van gezamenlijke onderzoeken van WPN staat in het Waterketenplan. In 6.1.2 zijn enkele onderzoeken hiervan uitgelicht. 02) Gegevensbeheer Goede gegevens vormen een basis voor alle keuzes rondom riolering. In verschillende beheerpakketten en bestanden houden we gegevens bij over onze rioleringsobjecten. We besteden veel aandacht aan het actueel houden van deze gegevensbestanden. 03) Inspectie en reiniging vrijvervalriool Jaarlijks wordt ongeveer 10% van alle vrijvervalriolen geïnspecteerd. Voorafgaand aan de inspectie wordt het riool gereinigd. 04) Advisering Voor de beantwoording van complexe vragen huren we af en toe adviseurs in. 05) Berekeningen riolering Om het effect van wijzigingen op het rioolstelsel te bepalen laten we periodiek berekeningen uitvoeren.

35 (17)

Programma

• swEco 25

Voor het waterschap is het belangrijk om een goed overzicht te hebben van de locaties van de overstorten. In elk BRP wordt daarom een lijst gemaakt van de overstorten. Dit BRP wordt met het waterschap gedeeld, zodat zij altijd een actueel overzicht hebben. Wijzigingen op het BRP worden doorgegeven aan het waterschap. 06) Instandhouding meetnet en verzamelen overstortgegevens Om onze overstortmeters goed te laten functioneren moeten ze soms worden gereinigd of worden vernieuwd. Ook huren we iemand in om de overstortgegevens te verzamelen. 07) Onderhoud beheerpakket riolering Jaarlijks moeten we abonnementskosten betalen en soms moeten we een expert inhuren als het beheerpakket niet goed werkt op onze gemeentelijke computersystemen. 08) Inventarisatie en inspectie randvoorzieningen en bijzondere voorzieningen (specials) In het rioolstelsel zijn op verschillende plekken hulpmiddelen opgenomen om het stelsel te verbeteren. Deze worden niet standaard meegenomen in beheersystemen en inspectierondes. In dit onderzoek inventariseren we de ligging en inspecteren we de toestand van deze voorzieningen. 09) Onderzoek heffingsmaatstaf Om bewustwording van watergebruik te vergroten en om afkoppelen te stimuleren onderzoeken we of we met een nieuwe heffingsmaatstaf rekening kunnen houden met afgekoppelde percelen. De afgekoppelde percelen belasten het riool namelijk niet meer met hemelwater.

De haalbaarheid van een dergelijke heffingsmaatstaf moet blijken uit dit onderzoek. 010) Uitvoeren Basisrioleringsplan (BRP) In 2025 wordt er weer een nieuw BRP opgesteld. 011) Bijwerken gegevensbestand toevoegen jaartallen In het gegevensbestand ontbreekt het jaar van aanleg van meerdere objecten. We gaan onderzoeken of we deze gegevens kunnen achterhalen. 012) Actualiseren GRP Vanaf 2022 bestaat er geen verplichting meer om een GRP op te stellen, maar we vinden het een nuttig document en willen het daarom toch behouden. In 2027 is een nieuw GRP nodig, daarom beginnen we in 2026 met het actualiseren van het huidige GRP. 6.1.3

Maatregelen

Onderhoud en reparatie We onderhouden alle rioleringsobjecten om ervoor te zorgen dat ze goed functioneren. Hierbij zijn twee uitersten te onderscheiden: geen enkel risico willen lopen (voordat er iets kapot gaat moet het al zijn vervangen) en enkel handelen naar aanleiding van ontstane

36 (17)

•

swEsco Programma gebreken (pas als iets kapot is gegaan wordt het vervangen). Wij zitten hier tussenin. Door regelmatig te inspecteren hebben we een beeld van de toestand, afhankelijk van de kosten en risico's kiezen we ervoor voortijdig te vervangen of pas als er al een gebrek is ontstaan. De kosten voor het onderhoud zijn gedekt vanuit de rioleringsbegroting. Tabel 6-B onderhoud 2022-2026 Object Vrijvervalriolen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=d546fda6-cd26-41c9-a923-e2c484e2cbad