Agendabundel
Tekst van het document
82
Jaarstukken 2022
2.1.17. Paragraaf Financiering Portefeuillehouder Wethouder Herings Wettelijk kader Begroting Deze paragraaf bevat op grond van artikel 13 BBV in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. Daarnaast bevat deze paragraaf op grond van artikel 17 ‘Financiële verordening gemeente Mook en Middelaar 2019’ in ieder geval de liquiditeitenplanning en de financieringsbehoefte. Jaarverslag Op grond van artikel 26 BBV bevat deze paragraaf in het jaarverslag de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragraaf in de begroting is opgenomen. Algemeen De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) stelt kaders voor beheersing van de financiële risico's. Deze kaders zijn uitgewerkt in de Financiële verordening Mook en Middelaar 2019. Treasury is het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
Risicobeheer financieringsportefeuille
Lening Op dit moment is er één langlopende lening afgesloten met een vast rentepercentage gedurende de gehele looptijd (tot en met 2025). Hierdoor is er nauwelijks tot geen renterisico. Renterisiconorm (Wet fido) De renterisiconorm geeft een norm voor het renterisico op de vaste schuld. Het heeft als doel het renterisico bij (her)financiering te beheersen. Deze norm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer dan 20% van het begrotingstotaal mogen bedragen. Bedragen x € 1.000 Renterisiconorm 1
Renteherzieningen op leningen o/g
2
2022
2021 0
0
Betaalde aflossingen
182
182
3
Renterisico (1+2)
182
182
4
Renterisiconorm
3.527
3.513
5a = 4 > 3
Ruimte onder renterisiconorm
3.346
3.332
5b = 4< 3
Overschrijding renterisiconorm
-
-
83
2.1. Jaarverslag Renterisiconorm
2022
2021
Berekening 4a
Het bij ministeriële regeling vastgesteld percentage
20%
20%
4b
Begrotingstotaal (lasten prim. begroting)
17.636
17.566
4
Renterisiconorm
3.527
3.513
Uit voorgaande tabel blijkt dat gemeente Mook en Middelaar ruim binnen de gestelde renterisiconorm blijft. Rentebeheer Rentelasten In de jaarrekening is een rentelast opgenomen voor de langlopende lening o/g van de BNG. Dit betreft een lening met een vast rentepercentage van 5,58%. Er wordt geen (administratieve) rente meer over het eigen vermogen berekend. De rentelast over de langlopende lening bedraagt over 2022 € 32k. Renteresultaat en rentetoerekening Het renteresultaat is het saldo van de netto rentekosten en de rente die wordt doorberekend aan de producten.
Bedragen x € 1.000 Toerekening rente a
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
b
De externe rentebaten over de korte en lange financiering
-/-
33
Saldo rentelasten en rentebaten
-/-
1
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
-/-
0
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-/-
0
c1 c2 c3
32
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
-1
d1
Rente over eigen vermogen
0
d2
Rente over voorzieningen
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
-1
e
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-/-
0
f
Renteresultaat op het taakveld Treasury
-/-
1
Er wordt geen rente toegerekend aan de vaste activa. De omslagrente staat standaard op 0%. Een eventueel renteresultaat komt tot uiting bij het taakveld Treasury. Liquide middelen Kasgeldlimiet (Fido) De kasgeldlimiet geeft een maximumbedrag aan dat de gemeente aan kort geld mag aantrekken. De omvang bedraagt een percentage van het totaal van de jaarbegroting. Dit percentage is wettelijk vastgesteld in de ‘Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden’ en bedraagt 8,5%.
84
Jaarstukken 2022
Bedragen x € 1.000 Kasgeldlimiet Omvang primitieve begroting per 1 januari 2022 (= grondslag)
1.
2.
3.
17.636
Toegestane kasgeldlimiet - in procenten van de grondslag
8,50%
- in bedrag van de grondslag
1.499
Omvang vlottende korte schuld - opgenomen gelden korter dan 1 jaar
0
- schuld in rekening-courant
0
- gestorte gelden van derden korter dan 1 jaar
0
- overige geldleningen, niet zijnde vaste schuld
0
Totale omvang van de vlottende schuld
0
Vlottende middelen - contante gelden in kas
3
- tegoeden in rekening-courant (bank)
4.
225
- overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar (SKB)
5.330
Totale omvang van de vlottende middelen
5.557
Toets kasgeldlimiet - totaal netto vlottende schuld (2)-(3)
-5.557
- toegestane kasgeldlimiet (1)
1.499
Ruimte (+)/Overschrijving (-) = (1)-(4)
7.056
Dit betekent dat we nog voor ruim € 7,1 miljoen kort geld mogen aantrekken om binnen de kasgeldlimiet te blijven. Bovenstaand overzicht betreft de stand per 31 december 2022. De kasgeldlimiet wordt per kwartaal gemonitord, waarbij steeds wordt uitgegaan van de gemiddelde netto vlottende schuld van drie maanden.
Bedragen x € 1.000 Liquiditeitspositie
1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
2022
2022
2022
2022
(a) Kasgeldlimiet
1.499
1.499
1.499
1.499
(b) Gemiddelde netto vlottende schuld
-4.027
-4.914
-6.598
-6.676
Ruimte onder de kasgeldlimiet (a)-(b)
5.526
6.414
8.097
8.175
Uit bovenstaand overzicht blijkt onder (b) dat Mook en Middelaar op dit moment over-liquide is (negatieve schuld) en in 2022 geen kort geld aan heeft hoeven trekken. De overtollige liquide middelen worden (verplicht) aangehouden in ’s Rijks Schatkist. Daarnaast kan worden afgeleid dat Mook en Middelaar ruimschoots onder de kasgeldlimiet blijft en er dus ruimte is voor het aantrekken van kort geld.
85
2.1. Jaarverslag Liquiditeitenplanning Raming In de Programmabegroting wordt jaarlijks op begrotingsbasis een meerjarenliquiditeitenplanning opgenomen. De geraamde cijfers over 2022 bedragen:
Bedragen x € 1.000 Primitieve begroting 2022
Inkomsten en uitgaven Beginsaldo liquiditeiten (conform raming begroting)
717
Bij: Inkomsten volgens exploitatie
17.539
Mutatie werkkapitaal
0
Subtotaal
17.539
Af: Uitgaven volgens exploitatie
16.732
Uitgaven voor investeringen
0
Mutaties leningen
182
Aanwending voorzieningen
363
Mutatie werkkapitaal
1
Subtotaal
17.277
Totaal (conform raming)
979
Realisatie In de Jaarstukken wordt op het eind in onderdeel 2.2.5 een kasstroomoverzicht vermeld, waarbij het stelsel van baten en lasten wordt omgezet in een stelsel van inkomsten en uitgaven. Een korte samenvatting van het werkelijke verloop van de liquiditeiten is aangegeven in onderstaand overzicht:
Bedragen x € 1.000 Realisatie 2022
Kasstroomoverzicht Beginsaldo liquiditeiten (inclusief uitzetting in ’s Rijks Schatkist)
4.927
Inkomsten -/- uitgaven op operatiebasis
1.227
Saldo investeringskasstroom
-/-
425
Saldo financieringskasstroom
-/-
171
Saldo 31 december
5.557
Er zijn in 2022 geen extra financieringsmiddelen aangetrokken en er is geen overschrijding geweest van de kredietlimiet. Overtollige financieringsmiddelen zijn ondergebracht bij ’s Rijks Schatkist in verband met het verplicht ‘schatkistbankieren’. Het verschil in liquide middelen tussen raming en realisatie is gelegen in het feit dat bij de raming wordt uitgegaan dat (een deel van) de restantkredieten in het daaropvolgende jaar worden uitgegeven. In de realisatie is dit niet altijd het geval en treedt vertraging op in het bestedingspatroon.
86
Jaarstukken 2022 EMU-Saldo Het EMU-saldo is het verschil van inkomsten en uitgaven van de overheid. Het EMU-saldo van een lokale overheid telt mee voor het EMU-saldo van de totale overheid. De berekening van het EMUsaldo is in de Programmabegroting in deze paragraaf opgenomen. Het EMU-saldo is niet van toepassing op de Jaarstukken.
87
2.1. Jaarverslag
2.1.18. Paragraaf Bedrijfsvoering
Portefeuillehouder Burgemeester Gradisen/ wethouder Herings Wettelijk kader Begroting Deze paragraaf bevat op grond van artikel 14 BBV ten minste het inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. Daarnaast bevat deze paragraaf op grond van artikel 20 ‘Financiële verordening gemeente Mook en Middelaar 2019’: a) de budgetten voor de raad; b) de budgetten voor de griffie; c) de budgetten voor de rekenkamer(commissie); en d) de budgetten voor de accountant. Jaarverslag Op grond van artikel 26 BBV bevat deze paragraaf in het jaarverslag de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragraaf in de begroting is opgenomen. Personeel en organisatiebeleid
De Coronacrisis is tot en met februari 2022 van grote invloed geweest op de organisatie en de prioritering van taken. Deze crisis heeft ook nieuwe inzichten gebracht in taakvolwassenheid en plaats- en tijdonafhankelijk werken. Gaandeweg is een hybride vorm van werken ontwikkeld, die ook heeft geleid tot een thuiswerkbeleid waarbij medewerkers tenminste 50% van hun tijd op kantoor zijn. Het verzuim was afgelopen jaar gemiddeld 8% (langdurig verzuim heeft grote impact op dit percentage). In het afgelopen jaar hebben veel personele wisselingen plaatsgevonden. Door pensionering en doordat medewerkers kozen voor een andere stap in hun loopbaan zijn medewerkers uit dienst gegaan. Ondanks een krappe arbeidsmarkt is het gelukt om onze formatie op orde te krijgen. Dat is inclusief formatieplaatsen die langjarig door externen ingevuld werden omzetten naar vaste eigen medewerkers. Hierbij dient aangetekend te worden dat tijd nodig is voor nieuwe medewerkers om zich in te werken en dat we rekenschap nemen van medewerkers die ons gaan verlaten voor een andere baan of pensionering. Hierbij hebben we waar nodig gebruikt gemaakt van inhuur als flexibele schil.
Strategische personeelsplanning, duurzame inzetbaarheid en goed werkgeverschap blijven cruciaal om onze organisatie formatief op orde te houden en aantrekkelijk te blijven voor onze huidige medewerkers én om toekomstige collega's te kunnen werven. We blijven daarom investeren in onze medewerkers, bijvoorbeeld door scholing, werkplek of secundaire arbeidsvoorwaarden, zodat we de juiste medewerker op de juiste plek krijgen of behouden. De uiterst gespannen arbeidsmarkt maakt dat het, net zoals voor de ons omliggende gemeenten, in sommige domeinen lastig is om vaste gekwalificeerde medewerkers te werven. In 2022 is er een nieuwe gemeentesecretaris aangesteld en hebben we de organisatie heringericht met een drietal afdelingen (Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering). Dit heeft, mede als gevolg van een inmiddels ingevulde vacature afdelingshoofd bedrijfsvoering, geleid tot een grotendeels nieuw MT. Naast deze ontwikkeling zien we dat de komende jaren burgerparticipatie van invloed is op onze organisatie. Daarnaast blijven externe factoren alsmede de invoering van de Omgevingswet vragen om voortdurende aandacht en aanpassing. Ambtelijk is er eveneens aandacht besteed aan de risico’s van ondermijning waarmee lokale overheden te maken hebben of kunnen krijgen. Ook blijven samenwerkingsverbanden cruciaal om de doelstellingen te kunnen realiseren.
88
Jaarstukken 2022 Huisvesting Verbouw/aanpassing gemeentehuis De raad heeft zich uitgesproken voor het verduurzamen van het gemeentehuis. Daarvoor is een bedrag van € 2 miljoen in het investeringsplan opgenomen. Bij de Zomerrapportrage 2021 is bepaald dat de investering op zijn vroegst in 2024 plaatsvindt. De coronaperiode heeft gevolgen voor de manier waarop we kijken naar het huisvesten en faciliteren van onze medewerkers. Dat betreft bijvoorbeeld de werkplek, maar ook de gewenste onderlinge communicatie, ontmoetingsmogelijkheden en de onderlinge verbondenheid. De kennis en ervaring bij andere gemeenten gaan we gebruiken bij het concretiseren van de plannen voor het gemeentehuis. MJOP Het Meerjarig Onderhouds Plan (MJOP) huisvesting 2020-2023 is het toetsingskader voor onderhoudsactiviteiten en mutaties in de voorziening gebouwenbeheer. In 2021 zijn keuringen en werkzaamheden uitgevoerd binnen het vastgestelde kader. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Informatisering / automatisering
Digitalisering / informatievoorziening Digitalisering speelt een cruciale rol in de wijze waarop we inspelen op de behoeften van onze inwoners en de wijze waarop we de dienstverlening aan onze inwoners vormgeven. Daardoor zijn inwoners in staat om steeds meer diensten digitaal aan te vragen en te ontvangen. Ook is de administratie van onder andere de participatiewet-uitkeringen papiervrij gemaakt. Bijna alles hangt met digitalisering samen: processen kunnen efficiënter en effectiever verlopen en informatie kan sneller beschikbaar komen en gemakkelijker toegankelijk worden gemaakt. Daarnaast heeft het indirect effect op de werkdruk, het maakt ons als organisatie flexibeler vanwege de toegankelijkheid van informatie. Digitalisering vraagt dat we intern stappen zetten en dat medewerkers hun werk anders organiseren. Feit is dat de ontwikkelingen om ons heen snel gaan en dat het van het grootste belang is dat we hierin mee gaan. We hebben een aftrap gemaakt met een sessie omtrent digitale vaardigheden voor medewerkers en zien dat we hier continue in moeten investeren. Dat betekent dat we dit verder gaan opzetten maar ook gaan we het informatiebeleid, applicatiebeheer, cybersecurity en privacy beleid verder opzetten en inrichten.
89