Agendabundel
Tekst van het document
Indicatoren
Onderstaande wettelijk verplichte beleidsindicatoren zijn vermeld op grond van de 'Regeling beleidsindicatoren gemeenten'. De waarden zijn vermeld zoals aangegeven door de wettelijke bronhouders. Zie ook de 'Leeswijzer' voor meer informatie. Nr. Omschrijving
Bron
2020
2021
2022
2022
*)
Waarde
Waarde (landelijk)
Waarde (landelijk)
Gemeente
1
Omvang huishoudelijk restafval: Kg per inwoner
1
105
N/b (169)
N/b (N/b)
75*)
2
Hernieuwbare elektriciteit: %
2
14,3
N/b (N/b)
N/b (N/b)
N/b
*) wettelijke bronhouder 1 CBS 2 RWS N/b = Gegevens niet beschikbaar / nog niet beschikbaar gesteld.
*) 160 kg per huishouden x 3.717 huishoudens / 7.989 inwoners (aantal 1-1 conform Uitkering gemeentefonds)
50
Jaarstukken 2022
Wat heeft het gekost?
Bedragen x € 1.000
Baten / Lasten
Realisatie 2021
BegrotingBegroting na primitief wijziging
Realisatie 2022
Verschil
Programma Gezond leven Totaal lasten
1.627
1.439
1.483
1.819
-335 N
Totaal baten
-1.739
-1.409
-1.431
-1.604
173 V
-112
30
52
214
-162 N
0
0
300
288
12 V
Onttrekking uit reserves
-245
0
-199
-199
0
Totaal Programma
-357
30
153
303
-151 N
Totaal baten en lasten Toevoeging aan reserves
V
Rechtmatigheidsanalyse
De werkelijke kosten zijn hoger dan de begrote kosten. Hiermee voldoet dit programma in eerste instantie niet aan de financiële rechtmatigheid. De overschrijding wordt veroorzaakt door niet geraamde kosten van € 122k met betrekking tot een SiSa-regeling en meerkosten van € 171k met betrekking tot afvalinzameling. Zonder deze verschillen zou er een overschot op het programma zijn bij de lasten. In de ‘Kadernota Rechtmatigheid 2018’ (ook geldig voor 2022) van de commissie BBV worden zeven soorten begrotingsafwijkingen genoemd. De overschrijding van de lasten van programma Gezond leven valt voor het de onderdelen met betrekking tot de SiSa-regeling en de afvalstoffenheffing in de categorie ‘budgetoverschrijdingen die geheel of grotendeels worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten'. Deze budgetoverschrijding is formeel onrechtmatig omdat er meer kosten zijn gerealiseerd dan geraamd, maar telt niet mee voor het accountantsoordeel omdat deze extra kosten worden gedekt door direct gerelateerde opbrengsten van € 122k. Voor wat betreft de meerkosten met betrekking tot de afvalinzameling is deze hoger uitgevallen dan de oorspronkelijke raming omdat er bij de berekening van de tarieven diverse aannames zijn gedaan. Normaliter wordt deze post geëgaliseerd, maar voor 100% egalisatie zijn onvoldoende middelen beschikbaar.
Tegenover de meerkosten staan ook extra baten, hetzij in beperkte mate, omdat tijdens een belastingjaar de tarieven niet verhoogd mogen worden. Het grootste verschil betreft een toename van de inzamel- en verwerkingskosten van huishoudelijk afval ten opzichte van de vooraf geraamde bedragen. Op begrotingsbasis was een 100% kostendekkendheid voorzien. De afgelopen jaren zijn de kosten verder gestegen en ligt de werkelijke kostendekkendheid beneden de 100% (zie paragraaf Lokale heffingen). Voor 2023 zijn de kosten ook weer verder bijgeraamd op basis van de meest recente prognoses ten tijde van het opstellen van de Programmabegroting 2023. Voor een totale analyse van het programmaresultaat verwijzen wij u naar het onderdeel 2.2.5 in de Jaarrekening ('Analyse op programmaniveau').
51
2.1. Jaarverslag
2.1.9. Programma Wonen Alternatieve naam
: Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing (VHROSV)
Portefeuillehouder
: Wethouders Herings en Rodoe
Visie 2018 - 2022 In onze gemeente is er veel vraag naar betaalbare woningen voor verschillende doelgroepen. Naast de opgave om onze woningvoorraad te verduurzamen en de Omgevingswet te implementeren, vormt het realiseren van betaalbare woningen een speerpunt van beleid. We willen hiervoor de juiste conditie creëren en ons voor lopende en komende ontwikkelingen hard maken dit aspect mee te nemen in de realisatie van woningbouw.
Wat wilden we bereiken en wat hebben we daarvoor gedaan?
1. Het realiseren van betaalbare woningen Het realiseren van betaalbare woningen is belangrijk voor tal van doelgroepen. Niet alleen voor jongeren of ouderen, maar ook voor onze inwoners met een lager inkomen. In onze gemeente is er ruimte voor nieuwe initiatieven voor woningbouw. Bij het maken van afspraken over het woningbouwprogramma van nieuwe initiatieven zullen wij ons hard maken voor een gedifferentieerd woningbouwprogramma met betaalbare woningen. Reguliere en lopende activiteiten op basis van het bestaand beleid worden voortgezet in 2022. Gezien de woningbouwbehoefte in onze gemeente wordt er gewerkt aan een uitbreiding van het woningbouwprogramma. De locatie Molenhoek Zuid is nadrukkelijk in beeld als ontwikkellocatie voor woningbouw. Wij hebben de ambitie om hier een gedifferentieerd woningbouwprogramma te realiseren. Realisatie Jaarstukken In 2022 is de gebiedsvisie Molenhoek Zuid vastgesteld. Daarbij is als voorwaarde voor de ontwikkeling opgenomen dat van de 250 woningen ten minste 20 % sociale huurwoningen worden gebouwd en ten minste 50% van de woningen betaalbaar zijn. In Molenhoek is de start gemaakt met de bouw van een complex waarbij 16 sociale huurappartementen worden gerealiseerd (oplevering voorjaar 2023). Tevens zijn er aan het Raadhuisplein en aan de Rijksweg in Molenhoek betaalbare huurappartementen gerealiseerd.
2. De gebouwen in de gemeente verduurzamen Dit is een lopend proces. Reguliere en lopende activiteiten op basis van het bestaand beleid worden voortgezet in 2022. Op basis van het collegeprogramma 2018-2022 zijn er voor het begrotingsjaar 2022 geen aanvullende activiteiten gepland. Realisatie Jaarstukken In 2022 is gestart met het vormgeven van het proces van het vernieuwen van het duurzaamheidsbeleid. Daar is het nieuwe participatiebeleid bij gekomen. Met de RES (Regionale Energie Strategie), de TVW (TransitieVisie Warmte) en inmiddels ook de visie op grootschalig duurzaam opwek, zal hier in 2023 verder aan gewerkt worden.
52
Jaarstukken 2022
3. De Omgevingswet invoeren Op het gebied van het ruimtelijk domein staat een ingrijpende operatie voor de deur. Een operatie met een nog grotere impact dan de decentralisatie in het sociaal domein. De invoering van de Omgevingswet. Een nieuwe wet waarin talloze verschillende wetten worden ondergebracht onder één wet. Deze Omgevingswet moet het makkelijker maken om veranderingen in de fysieke leefomgeving mogelijk te maken. Deze wet moet ook in onze gemeente worden geïmplementeerd. Niet alleen in technische zin dat er talloze plannen en beleidsdocumenten moeten worden aangepast, maar ook in de manier waarop wij met ruimtelijke ordening omgaan. Niet meer de vraag of een ontwikkeling mogelijk is, maar meer de vraag of een ontwikkeling wenselijk is, zal leidend worden. Deze andere manier van werken zal van gemeenteraad tot organisatie moeten worden omarmd. De beoogde inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet wordt met een half jaar verplaatst naar 1 juli 2022. Experimenten met verschillende woonvormen mogelijk maken Met het oog op de Omgevingswet zijn er mogelijkheden om te experimenteren met afwijkende of bijzondere woonvormen. Wij staan open voor plannen die afwijken van het gangbare en wij zullen deze plannen zo goed mogelijk faciliteren door bijvoorbeeld het normenkader aan te passen of gebruik maken van onze afwijkingsbevoegdheden.
Realisatie Jaarstukken In 2022 hebben wij de benodigde DSO software aangeschaft en de daaraan gekoppelde software voor het opstellen van toepasbare regels. In de tussentijd is de invoeringsdatum wederom uitgesteld, in eerste instantie naar 1-1-2023, maar inmiddels is de invoeringsdatum naar 1-1-2024 verplaatst.
4. Gemeentelijke woonvisie Dit onderwerp is niet vermeld in de Programmabegroting 2022, maar vloeit voort uit het collegeprogramma 2018-2022. De huidige Woonvisie 2017-2021 gemeente Mook en Middelaar 'kwaliteit van Wonen en Leven', is medio 2017 vastgesteld en heeft een looptijd van vier jaar. De afgelopen vier jaar is er veel veranderd op de woningmarkt. Het is daarom wenselijk dat de woonvisie wordt herzien in 2021. Realisatie Jaarstukken Het voornemen was om de woonvisie te integreren in de omgevingsvisie. Vanwege uitstel van de inwerkingtreding van de omgevingswet (1 januari 2024) is er nog geen start gemaakt met het opstellen van de omgevingsvisie en dus ook niet met het actualiseren van de woonvisie. Aangezien er voor 2024 ook een woonzorgvisie moet komen zal de woonvisie inclusief de woonzorgvisie, vooruitlopend op het opstellen van de omgevingsvisie, in 2023 worden opgestart.
53
2.1. Jaarverslag
Relatie met verbonden partijen
De volgende verbonden partij of partijen hebben een relatie met dit programma: - Groene Metropoolregio. Naast deze verbonden partij werken we ook samen in het samenwerkingsverband Noord-Limburg en met Regiodeal. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de paragraaf Verbonden partijen.
Indicatoren
Onderstaande wettelijk verplichte beleidsindicatoren zijn vermeld op grond van de 'Regeling beleidsindicatoren gemeenten'. De waarden zijn vermeld zoals aangegeven door de wettelijke bronhouders. Zie ook de 'Leeswijzer' voor meer informatie. Nr. Omschrijving
Bron *)
2021
2022
2022
Waarde
Waarde (landelijk)
Waarde Gemeente (landelijk)
1
Gemiddelde WOZ-waarde: x € 1.000
1
310
325 (290)
349 (317)
-
2
Nieuw gebouwde woningen: Aantal per 1.000 woningen
2
10,9
4,4 (8,9)
N/b (9,3)
N/b
3
Demografische druk: %
1
86,1
84,7 (70,1)
84,6 (70,3)
-
Gemeentelijke woonlasten 4 eenpersoonshuishouden: x€1
3
785
869 (733)
904 (823)
-
Gemeentelijke woonlasten 5 meerpersoonshuishouden: x€1
3
834
923 (810)
959 (905)
-
*) wettelijke bronhouder 1 CBS 2 Basisregistratie adressen en gebouwen 3 COELO N/b
2020
= Gegevens niet beschikbaar / nog niet beschikbaar gesteld.
54
Jaarstukken 2022
Wat heeft het gekost?
Bedragen x € 1.000
Baten / Lasten
Realisatie 2021
BegrotingBegroting na primitief wijziging
Realisatie 2022
Verschil
Programma Wonen Totaal lasten
523
642
478
473
5
V
Totaal baten
-234
-114
-114
-134
20 V
Totaal baten en lasten
289
528
364
339
25 V
Toevoeging aan reserves
0
0
0
0
0
Onttrekking uit reserves
-77
-127
-147
-70
-76 N
Totaal Programma
212
402
217
268
-51 N
V
Rechtmatigheidsanalyse
De gerealiseerde kosten zijn lager dan de geraamde kosten. Hiermee voldoet dit programma aan de financiële rechtmatigheid. Voor een totale analyse van het programmaresultaat verwijzen wij u naar het onderdeel 2.2.5 in de Jaarrekening ('Analyse op programmaniveau').
55
2.1. Jaarverslag
2.1.10. Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen Algemeen
Algemene dekkingsmiddelen zijn middelen (baten) die niet specifiek aan één of meerdere programma's gekoppeld worden, maar dienen als dekkingsmiddel voor de lasten van alle programma's tezamen. Dit betreft de volgende onderdelen:
Overzicht algemene dekkingsmiddelen
Realisatie 2021
Algemene Uitkering (incl. DU/IU)
Begroting Begroting primitief na wijziging
Bedragen x € 1.000 Realisatie Verschil 2022
10.980
11.465
12.190
12.830
640
2.169
2.013
2.174
2.175
1
- Toeristenbelasting
109
79
79
109
31
- Forensenbelasting
22
29
22
26
5
- Hondenbelasting
39
44
39
39
-1
Dividend
288
288
288
384
96
Saldo van de financieringsfunctie *)
-32
22
22
1
-21
Overige algemene dekkingsmiddelen
0
0
0
0
0
Totaal Algemene dekkingsmiddelen
13.577
13.941
14.814
15.564
751
Belastingen: - Onroerende zaakbelastingen
*) Betreft saldo van werkelijke rentebaten en rentelasten. Voor een analyse van het verschil verwijzen wij u naar onderdeel 2.2.5 Toelichting op het overzicht van baten en lasten. Toelichting uitkeringen uit het gemeentefonds
Miljoenen
Algemene uitkering / decentralisatie- en integratie-uitkeringen De algemene uitkering voor het jaar 2022 bedraagt € 11.479k. Naast de algemene uitkering ontvingen we in 2022 ook € 1.367k aan decentralisatie- en integratie-uitkeringen. In totaal hebben we over 2022 € 12.846k ontvangen. Over voorgaande jaren is € 16k verrekend (minder ontvangen). In 2022 hebben we per saldo € 12.830k ontvangen. 14 13 12 11 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 Realisatie 2021
Begroting primitief
Begroting na wijziging
56
Realisatie 2022
Jaarstukken 2022 Toelichting belastingen Vanaf 1 januari 2021 is de belastingheffing en -invordering uitbesteed aan de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). In 2022 zijn in Mook en Middelaar de navolgende gemeentelijke belastingen geheven, als onderdeel van de algemene dekkingsmiddelen:
Onroerende zaakbelastingen van eigenaren van woningen en van niet-woningen; Onroerende zaakbelastingen van gebruikers van niet-woningen (gebruikers van woningen zijn wettelijk vrijgesteld van ozb); Toeristenbelasting; Forensenbelasting; Hondenbelasting.
Daarnaast worden in onze gemeente ook leges, afvalstoffenheffing en rioolrechten geheven. Deze vallen echter niet onder de categorie van algemene dekkingsmiddelen omdat dit in feite vergoedingen zijn voor voorzieningen die de gemeente levert. Te denken valt aan het verzamelen en verwerken van huishoudelijk afval en de aanleg en onderhoud van riolering. Voor meer informatie over de lokale heffingen en de opbrengsten daarvan, verwijzen wij u naar de 'Paragraaf lokale heffingen' verderop in deze jaarstukken.
57
2.1. Jaarverslag
2.1.11. Overzicht van de kosten van overhead Wettelijk kader Artikel 8, lid 1 letter c BBV. Overhead De kosten die betrekking hebben op het primaire proces, zoals salariskosten, moeten, indien mogelijk, worden opgenomen in de programma's. Salariskosten die niet direct toewijsbaar zijn aan programma's, zoals kosten van het MT, financiën en juridische zaken, blijven staan op overhead. Overhead bestaat onder andere uit kosten van leidinggevenden primair proces, financiën, personeel en organisatie, inkoop, communicatie, juridische zaken, bestuurszaken, ICT, huisvesting en facilitaire zaken, DIV en managementondersteuning. In onderstaande tabel vindt u de kosten van de overhead voor 2022.
Bedragen x € 1.000 Overhead
Realisatie 2021
Begroting Begroting primitief na wijziging
Realisatie 2022
Verschil
Personeel en Organisatie (excl. functioneel verantwoord)
2.620
2.722
3.221
3.015
206
Huisvesting en Facilitaire zaken
179
233
229
224
6
ICT en DIV
731
757
755
746
9
Financiën, Juridische zaken en Communicatie
111
53
64
88
-24
Huisvesting buitendienst (werf)
531
186
187
191
-5
4.172
3.952
4.456
4.264
192
Totaal Overhead
De Flexibele Schil maakt onderdeel uit van de rubriek Personeel en Organisatie. De Flexibele Schil heeft in 2022 een overschot van € 260k, waarvan € 250k reeds bij de Eindejaarsrapportage zijn overgeheveld naar 2023. De resterende € 10k komt ten gunste van het rekeningresultaat van 2022. De kosten van inhuur voor 2022 konden opgevangen worden door onderuitputting salariskosten, vergoedingen ziektekosten en de budgetoverheveling uit 2021. Voor een analyse van het verschil verwijzen wij u naar onderdeel 2.2.5 Toelichting op het overzicht van baten en lasten.
58
Jaarstukken 2022
2.1.12. Bedrag voor de heffing van de vennootschapsbelasting Met ingang van 2016 zijn gemeenten Vennootschapsbelastingplichtig geworden. Vennootschapsbelasting (Vpb) is verschuldigd over fiscale winsten van ondernemersactiviteiten. Omdat de resultaten op fiscaal belaste activiteiten onderling worden verrekend en aangifte wordt gedaan over het totale (gesaldeerde) resultaat, moet de Vpb-heffing worden begroot en verantwoord als een centrale post in de begroting en in de jaarrekening. Jaarlijks worden de eventuele Vpb-plichtige ondernemersactiviteiten gemonitord en gekwantificeerd. Een aangifte over jaar t moet standaard in jaar t+1 worden ingediend. Omdat wij gebruik maken van de uitstelregeling van het fiscale adviesbureau, hoeven de Vpb-aangiften pas in jaar t+2 te worden ingediend. Tot nu toe vallen alleen enkele inkomsten van reststromen restafval onder de fiscale winsten van ondernemersactiviteiten. De verschuldigde Vpb is altijd onder de € 0,5k gebleven. Over 2022 verwachten we een (nagenoeg) nihil-aangifte.
bedragen x € 1.000 Vennootschapsbelasting
Realisatie 2021
Begroting Begroting primitief na wijziging
Realisatie 2022
Verschil
Te betalen Vennootschapsbelasting 2019 (in 2023)
0
0
0
0
0
Te betalen Vennootschapsbelasting 2020 (in 2023)
0
0
0
0
0
Verwachting te betalen Vennootschapsbelasting 2021 (in 2023)
0
0
0
0
0
59
2.1. Jaarverslag
2.1.13. Bedrag voor onvoorzien Onvoorzien
Jaarlijks wordt in de begroting een klein bedrag voor onvoorzien opgenomen. Voor 2022 betreft dit € 5k en dat betreft 0,03% van het begrotingstotaal. In 2022 is deze post niet benut.
60
Jaarstukken 2022
Paragrafen Wettelijk kader Art. 24, lid 2, letter b en art. 26 jo. art. 9 BBV. Toelichting In de paragrafen worden in de begroting de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten, alsmede tot de lokale heffingen. In dit jaarverslag vindt u de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragrafen in de begroting is opgenomen. De volgende paragrafen zijn wettelijk verplicht: Paragraaf lokale heffingen; Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing; Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen; Paragraaf financiering; Paragraaf bedrijfsvoering; Paragraaf verbonden partijen; Paragraaf grondbeleid. Naast de verplichte paragrafen op grond van het BBV zijn er twee aanvullende paragrafen in deze jaarstukken opgenomen. Deze facultatieve paragrafen betreffen: Paragraaf Informatieveiligheid; Paragraaf Verduurzamen.
61
2.1. Jaarverslag
2.1.14. Paragraaf Lokale heffingen Portefeuillehouder Wethouder Herings Beleidskader Begroting Deze paragraaf bevat op grond van artikel 10 BBV (in de begroting) ten minste: de geraamde inkomsten; het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd; een aanduiding van de lokale lastendruk; een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. Op grond van artikel 16 ‘Financiële verordening gemeente Mook en Middelaar 2019’ bevat deze paragraaf geen andere verplichte gegevens. Jaarverslag Op grond van artikel 26 BBV bevat deze paragraaf in het jaarverslag de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragraaf in de begroting is opgenomen. Algemeen De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op zowel de heffingen waarvan de besteding is gebonden (en dus gerelateerd aan uitgaven), als op die waarvan de besteding ongebonden is (vrij aanwendbaar).
In deze paragraaf wordt ingegaan op de realisatie van hetgeen in de Programmabegroting 2022 aan onderwerpen is verwoord. Het gecombineerde aanslagbiljet is eind februari 2022 opgelegd. Hierna zijn periodiek aanvullende kohieren opgelegd. De waardering, heffing en invordering van belastingen is uitbesteed aan BsGW, met uitzondering van de baatbelasting en de leges. De woz-beschikking, onroerende-zaakbelastingen, rioolrechten, het vastrecht van de reinigingsheffingen en de hondenbelasting zijn op één aanslagbiljet verzameld. De baatbelasting en toeristenbelasting worden afzonderlijk opgelegd. De variabele deel van de reinigingsheffingen en de toeristenbelastingen worden na afloop van het belastingjaar opgelegd.
Geraamde en gerealiseerde opbrengsten belastingheffing
In onderstaand overzicht treft u de opbrengsten van de belastingen over de jaren 2021 en 2022 aan:
Bedragen x € 1.000 Opbrengsten belastingen
W2021
B2022
W2022
%
1.773
1.713
1.793
49%
-ozb eigenaren niet-woningen
247
273
241
7%
-ozb gebruikers niet-woningen
149
188
140
4%
Niet-bestedingsgebonden lokale heffingen: Onroerende zaakbelastingen: -ozb eigenaren woningen
62
Jaarstukken 2022 Opbrengsten belastingen
W2021
B2022
W2022
Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (n.v.t.)
0
0
0
0%
Forensenbelasting
22
22
26
1%
Toeristenbelasting
109
79
109
3%
Parkeerbelasting (n.v.t.)
0
0
0
0%
Hondenbelasting
39
39
39
1%
Reclamebelasting (n.v.t.)
0
0
0
0%
Precariobelasting (n.v.t.)
0
0
0
0%
2.340
2.314
2.349
64%
Baatbelasting (t/m 2023)
17
17
17
0%
Rioolheffing woningen en niet-woningen
641
518
509
14%
Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht
820
819
801
22%
Totaal bestedingsgebonden
1.478
1.353
1.328
36%
Totaal lokale heffingen
3.818
3.667
3.676
100%
-21
-13
-20
-1%
3.797
3.654
3.656
99%
Totaal niet-bestedingsgebonden
%
Bestedingsgebonden lokale heffingen:
Af: Kwijtscheldingen Totaal netto opbrengst belastingen
De belangrijkste belastingen voor de gemeente, met een aandeel van 60% zijn de onroerende zaakbelastingen (ozb). Het rioolrecht en de afvalstoffenheffing worden kostendekkend belast. De opbrengst voor de toeristenbelasting, de forensenbelasting, de hondenbelasting en de baatbelasting bedraagt per belasting ongeveer 1% tot 3% van de totale belastingopbrengst, in totaliteit ongeveer 5%.
63
2.1. Jaarverslag
Gerealiseerd beleid ten aanzien van de lokale heffingen
Mede overeenkomstig de kaderbrief, de programmabegroting en de herziening van de belastingverordeningen zijn de volgende beleidsmatige uitgangspunten gehanteerd: a) Er is in 2022 een indexering toegepast van 1,50% (2021: 2,05%) op de tarieven van de algemene belastingen/heffingen (met uitzondering van de ozb). Dit percentage is gebaseerd op de loon- en prijsstijgingen zoals vermeld in de meicirculaire 2021; b) De ozb is geheven op basis van de woz-waarde. Jaarlijks vindt een hertaxatie plaats. De daaruit voortvloeiende waardestijging of waardedaling wordt verdisconteerd in het definitieve tarief. Het tarief wordt bepaald door de geraamde opbrengst te delen door de geraamde grondslag op basis van de woz-waarde. Hierbij is rekening gehouden met een areaaluitbreiding van € 25k aan extra opbrengsten; c) Het rioolheffing is geheven ter dekking van de kosten voor onderhoud en vervanging van de bestaande riolering; d) De afvalstoffenheffing is geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval; e) De tarieven voor de Toeristenbelasting en de watertoeristenbelasting zijn in 2022 gelijk gebleven; f) De gemeentelijke leges zijn berekend voor de door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. De leges zijn voor 2022 geïndexeerd met 1,50%.
Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen
De mogelijkheid tot belastingheffing is verankerd in de Gemeentewet (Gw). Hieronder vindt u een opsomming van alle belastingen die geheven mogen worden, onderverdeeld in belastingen die in 2022 daadwerkelijk geheven zijn en belastingen die niet door Mook en Middelaar opgelegd worden. Van belastingen die geheven worden, is door de raad een belastingverordening vastgesteld. Een meer uitgebreide toelichting op de diverse belastingen vindt u terug in de Programmabegroting 2022. Belastingen/heffingen in Mook en Middelaar Onroerende-zaakbelastingen (art. 220 Gw); ozb eigenaren woningen; ozb eigenaren niet-woningen; ozb gebruikers niet-woningen; Baatbelasting (t/m 2023) (art. 222 Gw); Forensenbelasting (art. 223 Gw); Toeristenbelasting (art. 224 Gw); Landtoeristenbelasting; Watertoeristenbelasting; Hondenbelasting (art. 226 Gw); Precariobelasting (art. 228 Gw); Rioolheffing (art. 228a Gw); Leges (art. 229 Gw). Reinigingsrecht bedrijven (art. 229 Gw); Afvalstoffenheffing (art. 15.33 Wet Milieubeheer) Belastingen/heffingen die niet geheven worden Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (zoals woonboten) (art. 221 Gw) Parkeerbelasting (art. 225 Gw) Reclamebelasting (art. 227 Gw)
64
Jaarstukken 2022 Benchmark lokale lasten De benchmark lokale lasten vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting. Volgens de Coelo Atlas van de lokale gemeenten 2022 bedragen de gemiddelde woonlasten in Limburg voor een meerpersoonshuishouden en eigen woning € 947. De woonlasten voor Mook en Middelaar zitten boven het gemiddelde met een bedrag van € 959. Voor huurders zitten we echter onder het gemiddelde (zie verder hieronder). Kostendekkendheid Sinds het begrotingsjaar 2017 moet er in de paragraaf lokale heffingen bij de Programmabegroting inzicht worden gegeven in de mate van kostendekkendheid per heffing. Hierbij mogen op begrotingsbasis de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden voor wat betreft heffingen en rechten. Dit geldt voor de rioolheffing, de afvalstoffenheffing/reinigingsrecht en de leges. Vanaf de Jaarstukken 2022 wordt dit overzicht ook verstrekt op basis van realisatiecijfers, met uitzondering van de leges. De kostendekkendheid van de leges wordt vermeld vanaf 2023. Een eventuele over- of onderdekking heeft geen invloed op de tarieven.
De tarieven zijn en worden gebaseerd op de geraamde grondslagen en de geraamde belastingopbrengsten conform een begroting. De realisatie dient alleen als aanvullende informatie en in de toekomst voor een trendlijn.
Bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid rioolheffing
Raming €
Realisatie €
382
446
Inkomsten taakveld
-3
-77
Netto kosten taakveld
379
370
Toe te rekenen kosten
379
370
Overhead
86
86
Btw in het kader van het Btw-compensatiefonds
53
53
Totale kosten
518
509
Opbrengst heffingen
518
509
Dekkingspercentage
100%
100%
Kosten taakveld
Bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid reinigingsheffingen
Raming €
Realisatie €
Kosten taakveld
605
754
Inkomsten taakveld
-82
-82
Netto kosten taakveld
523
671
Toe te rekenen kosten
523
671
Overhead
163
163
Btw in het kader van het Btw-compensatiefonds
119
119
65
2.1. Jaarverslag Totale kosten
806
954
Opbrengst heffingen
806
801
Dekkingspercentage
100%
84%
De kosten van afvalinzameling zijn fors gestegen, waardoor het dekkingspercentage daalt. Voor 2023 is de raming aangepast naar de meest actuele stand. Bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid leges (vanaf 2023)
Raming €
Realisatie €
Kosten taakveld
p.m.
p.m.
Inkomsten taakveld
p.m.
p.m.
Netto kosten taakveld
p.m.
p.m.
Toe te rekenen kosten
p.m.
p.m.
Overhead
p.m.
p.m.
Btw in het kader van het Btw-compensatiefonds
p.m.
p.m.
Totale kosten
p.m.
p.m.
Opbrengst heffingen
p.m.
p.m.
Dekkingspercentage (maximaal)
100%
p.m.
Het dekkingspercentage van de leges wordt vermeld vanaf 2023.
Aanduiding van de lokale belastingdruk
a. Tarieven In onderstaand overzicht treft u de tarieven aan inzake de belastingen over de jaren 2020 t/m 2022. De tarieven over 2022 zijn op 16 december 2021 door de raad vastgesteld. Belastingtarieven
2020
2021
2022
Algemene inflatiecorrectie
1,53%
2,05%
1,50%
- tarief woningen eigenaren
0,1409%
0,1500%
0,1413%
- tarief niet-woningen eigenaren
0,2476%
0,3140%
0,3115%
- tarief niet-woningen gebruikers
0,1980%
0,2511%
0,2397%
-
0,2727%
0,3769%
143,00
-
-
Onroerende zaakbelastingen:
Forensenbelasting: - tarief van de woz-waarde (vanaf 2021) - klasse I (van € 0 tot € 50k)
66
Jaarstukken 2022 Belastingtarieven
2020
2021
2022
- klasse II (van € 50k tot € 150k)
269,00
-
-
- klasse III (van € 150k tot € 250k)
539,00
-
-
- klasse IV (van € 250k tot € 350k)
811,00
-
-
- klasse V (van € 350k tot € 450k)
1.082,00
-
-
- klasse VI (vanaf € 450k)
1.353,00
-
-
1,05
1,07
1,07
- 1e hond
55,56
56,64
64,68
- extra honden per hond
79,92
81,48
93,12
- tarief kennel
387,60
395,04
452,88
Rioolheffing
162,00
164,68
132,78
- afvalstoffenheffing (vastrecht woningen)
143,00
148,80
149,76
- reinigingsrecht (vastrecht niet-woningen)
71,50
74,40
74,88
- variabel tarief pmd
0,00
0,00
0,00
- variabel tarief gft
0,09
0,11
0,11
- variabel tarief restafval
0,28
0,31
0,31
Toeristenbelasting
Hondenbelasting:
Reinigingsheffingen:
Belastingdruk Mook en Middelaar Lastendruk De belastingaanslagen voor onroerende-zaakbelastingen (ozb), rioolrechten en afvalstoffenheffing, vormen de lastendruk vanwege gemeentelijke heffingen. De gehanteerde kengetallen zijn:
Een gemiddelde woningwaarde van € 324k ten behoeve van de ozb (bron CBS); Een gemiddeld voorlopig ingezameld/gestort gewicht van 147 kg GFT en 231 kg restafval per huishouding per jaar (totaal 378 kg) (bron CBS); Eén rioolaansluiting.
De gemiddelde lastendruk over de jaren 2019-2022 bedroeg (bedragen in euro’s). Bedragen in € Lastendruk Gemiddelde woningwaarde
2019
2020
2021
2022
293.000
310.000
325.000
349.000
373 kg (142 kg gft en 231 kg rest)
379 kg (147 kg gft en 232 kg rest)
385 kg (161 kg gft en 224 kg rest)
383 kg (160 kg gft en 223 kg rest)
- Ozb
368
434
488
493
- Rioolheffing
237
162
165
133
Afval per huishouden
Eigenaar woning:
67
2.1. Jaarverslag Lastendruk
2019
2020
2021
2022
- Afvalstoffenheffing
218
221
236
236
Totaal
823
817
889
862
114%
113%
123%
120%
Afvalstoffenheffing
218
221
236
236
Totaal
218
221
236
236
110%
113%
119%
119%
Index (2011 = € 720 = 100%)
Huurder:
Index (2011 = € 198 = 100%)
Gemiddelde stijging per jaar tussen 2011 en 2022: 1,8% per jaar voor eigenaren en 1,7% voor huurders. Belastingdruk andere gemeenten COELO onderzoekt jaarlijks de woonlasten per huishouden. Naast de drie belastingen ozb, afvalstoffenheffing en rioolheffing houdt Coelo ook rekening met een eventuele heffingskorting. In onderstaande tabel zijn van een aantal buurgemeenten de woonlasten 2022 per gemeente weergegeven.
Bedragen x € 1 Mook en Middelaar
Gennep
Heumen
Cuijk
Gemidd. Limburg
Eenpersoonshuishouden
904
793
880
759
881
Meerpersoonshuishouden
959
855
948
828
947
Rangnummer *)
233e
101e
220e
72e
Eenpersoonshuishouden
205
256
157
288
330
Meerpersoonshuishouden
261
318
225
356
394
Rangnummer *)
29e
72e
9e
103e
Lastendruk 2022 Eigenaar-bewoner
Huurder
*) voor huurders alleen afvalstoffenheffing
Bron: Coelo (www.coelo.nl)
Kwijtscheldingsbeleid
Voor belastingplichtigen met lage inkomens bestaat de mogelijkheid van een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de geheven belasting. Kwijtschelding is mogelijk voor afvalstoffenheffing en rioolheffing. In 2022 is voor € 20k kwijtschelding verleend.
68
Jaarstukken 2022
2.1.15. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Portefeuillehouder Wethouder Herings Wettelijk kader Begroting Deze paragraaf bevat op grond van artikel 11 BBV ten minste: een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico's; het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; een kengetal voor de: - netto schuldquote; - netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; - solvabiliteitsratio; - grondexploitatie; - structurele exploitatieruimte; - belastingcapaciteit. Op grond van artikel 18 ‘Financiële verordening gemeente Mook en Middelaar 2019’ hoeven er, naast de wettelijk verplichte onderdelen, geen aanvullende gegevens vermeld te worden in deze paragraaf. Jaarverslag Op grond van artikel 26 BBV bevat deze paragraaf in het jaarverslag de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragraaf in de begroting is opgenomen.
Weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit is de hoeveelheid aan middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om onvoorziene kosten te dekken. In de gemeente Mook en Middelaar wordt de weerstandscapaciteit bepaald door de hoogte van de 'geblokkeerde' algemene reserve. De onvoorziene uitgaven, de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves worden buiten beschouwing gelaten. Algemene reserve De algemene reserve, zoals bedoeld in artikel 43, lid 1, letter a BBV, is onderverdeeld in twee afzonderlijke reserves: de (geblokkeerde) Algemene reserve en de Vrij Besteedbare Reserve. De (geblokkeerde) Algemene reserve wordt volledig aangemerkt voor het opvangen van financiële risico's; daarom wordt het volledig tot het weerstandsvermogen gerekend. De (geblokkeerde) Algemene reserve bedraagt sinds 2017 € 2 miljoen.
Risico's
Tegenover de weerstandscapaciteit staan risico’s, die niet of niet geheel gedekt zijn en van substantieel belang (kunnen) zijn. De risico's betreffen risico's waarvoor geen (andere) maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Als een risico zich voordoet komen de financiële gevolgen niet ten laste van het rekeningresultaat, maar worden ze gecompenseerd door de Algemene reserve. De waarschijnlijkheid dat een risico zich voordoet wordt onderverdeeld in een van vijf categorieën: Zeer laag (10%), Laag (25%),
69
2.1. Jaarverslag
Midden (50%), Hoog (75%), Zeer hoog (90%).
De risico's worden op chronologische volgorde weergegeven in de p&c-boekwerken. De Jaarstukken 2022 worden behandeld ná de Programmabegroting 2023. De risico's in de Jaarstukken 2022 worden afgeleid van de meest recente risico's zoals vermeld in de Programmabegroting 2023 en zijn daar waar nodig aangepast aan de stand per eind 2022. De maatregelen kunnen zijn: accepteren, reduceren, elimineren of overdragen/verzekeren. Nr STR/INC
Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico
1
Verbonden partijen
INC
2
Accepteren
Verbonden partijen
INC 3
Accepteren Juridische zaken
INC
Accepteren
Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting
Berekende omvang risico
MGR MGR Uitgangspunt is dat de MGR zelf geen Het ingeschatte weerstandsvermogen van weerstandsvermogen opbouwt, maar dat de MGR wordt 'doorgeschoven' naar de deelnemende gemeenten hiermee deelnemende gemeenten. rekening houden. Voor de MGR bedraagt ons aandeel voor 2022 € 65k. € 65k Midden 50% € 32,5k
Aandelenkapitaal NV's en BV's Het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders is beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal in de vennootschappen (art. 2:81 BW). € 439k
Periodiek wordt beoordeeld of we blijven deelnemen in het aandelenkapitaal van de diverse vennootschappen.
Laag
Proceskosten Proceskosten zijn kosten voor juridische bijstand en griffierechten die de gemeente moet betalen aan de wederpartij als de gemeente een rechtszaak verliest en ze komen incidenteel voor. € 200k
70
25%
€ 109,75k
Door intern de juiste procedures te doorlopen en onze besluiten goed te motiveren, wordt de kans op het verliezen van rechtszaken verminderd, maar nooit helemaal weggenomen.
Zeer laag
10%
€ 20k
Jaarstukken 2022 Nr STR/INC
Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico
4
Archief
INC 5
Accepteren Onderwijs
INC
Reduceren
Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting
Berekende omvang risico
Archief / Informatiebeheer Archief / Informatiebeheer Het te bewaren (papieren) archief is op De ontwikkelingen worden blijvend huurbasis ondergebracht bij het Regionaal gemonitord en daar waar nodig financieel Archief Nijmegen. vertaald. De archieffunctie krijgt een nieuwe plaats in de digitale samenleving. Centraal staat wat er nodig is om digitale overheidsinformatie beter duurzaam toegankelijk te houden voor de samenleving en de overheden zelf. Ook raken de doelen en ambities van de archiefsector steeds meer verbonden met die van de I- en ICT-ontwikkelingen. We zijn bijvoorbeeld verplicht aan te sluiten op het e-depot (digitaal te bewaren archieven). Het koppelen van systemen en centraal beheren van informatie is de basis om informatie op een juiste manier te kunnen ontsluiten. Voor onze inwoners komt dit bijvoorbeeld tot uiting in de digitale dienstverlening via de website. De toekomst vraagt dat we ons informatielandschap weloverwogen inrichten mede in relatie tot informatiebeveiliging. Deze ontwikkelingen hebben budgettaire consequenties. € 150k Zeer hoog 90% € 135k Het Kandinsky-college in Molenhoek is een permanente nevenvestiging onder bestuur van de Scholengroep Nijmegen. De gemeente is op grond van de Wet Voortgezet Onderwijs verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw, herstel van constructiefouten, herstel van schade.
Voor dit laatste is een opstal- en inboedelverzekering afgesloten.
€ 120k
71
De huisvesting van onderwijsgebouwen behoort tot de gemeentelijke zorgplicht. Er is nieuwe regelgeving op komst die gemeenten daarin een nog bredere verantwoordelijkheid zal geven. Uit kwalitatieve onderzoeken is gebleken dat het Kandinsky-college slecht scoort. De komende jaren zal een besluit genomen moeten worden over renovatie of vervangende nieuwbouw. Het daarvoor In het investeringsplan 20202023 opgenomen krediet is in de zomerrapportage 2021 opgeschoven naar 2025. Naar verwachting zal in de tussenliggende tijd een wetswijziging van kracht worden die nadere inzichten gaat geven in de verantwoordelijkheden van schoolbesturen en gemeenten en de financiële middelen hiervoor. Midden 50% € 60k
2.1. Jaarverslag Nr STR/INC
Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico
6
Dividend
INC 7
Accepteren Dividend
INC
8
Accepteren
Haven
INC 9
Accepteren Haven (bouwkundig)
INC
Reductie
Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting
BNG Van de BNG ontvangen wij o.b.v. ons aandelenbezit jaarlijks dividend over het afgelopen jaar. Het beleid van de BNG is om 25% van de nettowinst uit te keren aan de aandeelhouders. De verwachte dividenduitkering à € 157k (conform begrotingsbrief provincie) is structureel opgenomen in de begroting, echter het is een risico of het geraamde bedrag aan inkomsten ook daadwerkelijk wordt ontvangen. € 157k
Berekende omvang risico
Het te ramen bedrag voor de dividendopbrengst van de BNG wordt bepaald op hetgeen de Provincie in haar jaarlijkse begrotingsbrief vermeldt. Als hiervan wordt afgeweken, moet hiervoor een goede verklaring zijn. Het is altijd mogelijk dat (een deel van) de geraamde dividendbaten niet gerealiseerd worden. Dit risico wordt laag ingeschat en acceptabel bevonden.
Laag
25%
€ 39,25k
Wij zijn aandeelhouder van Enexis, dat de infrastructuur van de energievoorziening in bezit heeft. Daarnaast zijn wij aandeelhouder in enkele kleinere vennootschappen die zijn opgericht bij de verkoop van Essent. In de begroting is rekening gehouden met een dividendopbrengst van € 90k. € 90k
Het te ramen bedrag voor de dividendopbrengst van Enexis wordt bepaald op hetgeen de Provincie in haar jaarlijkse begrotingsbrief vermeldt. Als hiervan wordt afgeweken, moet hiervoor een goede verklaring zijn. Het is altijd mogelijk dat (een deel van) de geraamde dividendbaten niet gerealiseerd worden. Dit risico wordt laag ingeschat en acceptabel bevonden. Laag 25% € 22,5k
Dichtslibben haven mede als gevolg van Wij hebben geen invloed op externe extreme hoogwaterstanden. Geschatte factoren, zoals waterstanden, kosten herstel €125k. De exacte kosten stroomsnelheden en mate van eventueel voor het opslaan van het slib worden dichtslibben. Dit risico valt hierdoor onder bepaald door het tijdstip van baggeren en de categorie ‘Accepteren’. de opslagcapaciteit. € 125k Midden 50% € 62,5k Er is momenteel geen onderhoudsplan Het op te stellen onderhoudsplan aan de voor de bouwkundige staat van de haven. passantenhaven kan worden gekoppeld Er zijn ook geen middelen beschikbaar om aan de integrale visie voor de ontwikkeling eventueel onderhoud te plegen aan de en inrichting van het gebied Maasbouwkundige staat van de haven. Zie ook oever(zone), die naar verwachting de de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. komende jaren op het programma zal De kosten worden als stelpost geraamd op staan. Hierna kan het risico afgebouwd of € 500k. Nadat er een onderhoudsplan is verwijderd worden. opgesteld en de dotatie aan de voorziening voor groot onderhoud structureel in de begroting is opgenomen, kan dit risico verwijderd worden. Naar verwachting gebeurt dit in 2024 of 2025. € 500k Laag 25% € 125k
72
Jaarstukken 2022 Nr STR/INC
Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico
10
Sociale woningbouw
INC
11
Accepteren
Starterslening
INC
12
Accepteren
UPW
INC
Accepteren
Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting
Berekende omvang risico
Woningbouwcorporaties sluiten voor het Per 31 december 2022 staat er voor de uitvoeren van hun taak veelal leningen af sociale woningbouw een bedrag aan waarbij de gemeente gevraagd wordt om leningen uit van ongeveer € 10,7 miljoen als achtervang te dienen. Hiermede wordt (restant schuld) op een hoofdsom van bereikt dat de geldgever met een lagere € 17,4 miljoen. Wij kwantificeren het risico rentevergoeding genoegen neemt omdat op 10% van de omvang van de leningen. de gemeente als achtervang een zekere Het risico dat er daadwerkelijk een beroep debiteur is. Sinds een aantal jaren is het gedaan wordt op de gemeente is Waarborgfonds Sociale Woningbouw minimaal. (WSW) in het leven geroepen, dat de functie van de gemeente overneemt en waardoor de woningbouwcorporaties met slechts één instituut te maken hebben en de zekerheid voor de gemeenten groter is. Bestaande leningen blijven tot aan het einde van de looptijd nog gewoon bij de gemeenten als achtervang-instituut. Door het WSW is de veiligheid nu nog beter geborgd. € 1.070k Zeer laag 10% € 107k
In de raad van april 2010 is de De gemeente dient in dit fonds maximaal Verordening starterslening vastgesteld. € 130.000 te storten. De provincie Limburg Hierbij is tevens een fonds in het leven stort vervolgens maximaal een drievoudig geroepen waarop starters op de bedrag in het fonds (dus aandeel woningmarkt een beroep kunnen doen gemeente 25%, aandeel provincie 75%). voor het aantrekken van een lening. Deze De lener dient vervolgens de lening lening wordt verstrekt onder bepaalde volgens de bepalingen uit de verordening voorwaarden en tot een maximum bedrag af te lossen aan de kredietverstrekkers. tegen gunstige condities. Bij het Startersleningen lopen via de SVn. vaststellen van de Jaarstukken 2014 is door de raad besloten om het plafond van de starterslening te verhogen naar € 130k. € 130k Laag 25% € 32,5k
Om in aanmerking te komen voor de Uitgangspunt is 100% kosten t.o.v. de vangnetregeling moet aan enkele ontvangen bijdragen van het Rijk. Het voorwaarden worden voldaan. Het tekort eigen risico onder de vangnetuitkering moet meer bedragen dan 7,5% van de wordt geaccepteerd als risico. Jaarlijks definitief toegekende uitkering en het wordt de stand van zaken m.b.t. het eigen tekort over de voorgaande drie jaren risico / mogelijke aanvraag voor de (inclusief het jaar van de definitieve vangnetuitkering, voorgelegd aan de raad. beschikking) moet gecumuleerd ook meer bedragen dan 7,5%%. Het eigen risico bedraagt 7,5% van het rijksbudget ad (gemiddeld) € 1,4 miljoen. € 105k Midden 50% € 52,5k
73
2.1. Jaarverslag Nr STR/INC
Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico
13
ICT / Cybersecurity
INC 14
Accepteren Inflatie / kostenstijging
INC
Accepteren
Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting
Berekende omvang risico
Cyberrisico's zijn een voortdurend ICT is in beheer bij iRvN die al veel evoluerend risico geworden voor zaken geregeld hebben om organisaties en samenlevingen die cyberrisico's zo veel mogelijk te actief moeten worden beheerd. Met voorkomen/te verminderen. Het is een toename in werken op afstand, lastig om hier een inschatting van te onderlinge connectiviteit van de maken. De (financiële) impact kan toeleveringsketen, digitaliseringsdruk heel groot zijn. Vooralsnog ramen we en kwetsbaarheden in de kritieke een gemiddeld risico in. infrastructuur, worden organisaties meer blootgesteld dan ooit. Om succesvol te zijn, moeten ze niet alleen bescherming maar ook veerkracht bieden. € 1.000k Midden 50% € 500k In de Programmabegroting wordt Omdat de uitkering gemeentefonds meerjarig de nullijn gehanteerd. reeds tegen constante prijzen wordt Hiertegenover staat dat ook de gewaardeerd, is er hierdoor al een uitkering gemeentefonds tegen beperkte buffer voor loon- en constante prijzen wordt gewaardeerd. prijsstijgingen. Als risico wordt 1% van In 2022 zijn prijzen fors gestegen. Het het begrotingstotaal ingecalculeerd, is mogelijk dat budgetten incidenteel zijnde 1% van € 20 miljoen. onvoldoende zijn. Als er structureel onvoldoende is, worden budgetten bijgeraamd. € 200k Laag 25% € 50k
Bedragen x € 1.000 Incidenteel
Risico
Kwantificering
Structureel
Berekend bedrag
Kwantificering
Berekend bedrag
Zeer laag
(10%)
1.270
127
0
0
Laag
(25%)
1.516
379
0
0
Midden
(50%)
1.415
708
0
0
Hoog
(75%)
0
0
0
0
Zeer hoog
(90%)
150
135
0
0
4.351
1.349
0
0
Totaal
Het totaal van het berekende risicobedrag komt daarmee uit op € 1.349k.
Beleid omtrent weerstandscapaciteit en risico's
Relatie weerstandsvermogen en risico's De ratio tussen de weerstandscapaciteit en de risico's is het weerstandsvermogen. De weerstandscapaciteit is de hoeveelheid aan middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. De risico's betreffen risico's waarvoor
74
Jaarstukken 2022 geen (andere) maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om mogelijke tegenvallers op te vangen zonder dat dit onmiddellijk invloed heeft op het beleid. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de gemeente. In Mook en Middelaar wordt de weerstandscapaciteit bepaald door de hoogte van een 'geblokkeerde' algemene reserve. De onvoorziene uitgaven, de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves worden buiten beschouwing gelaten. Weerstandsvermogen De weerstandscapaciteit bedraagt eind 2022 (afgerond) € 2 miljoen. Als de risico’s zoals deze hiervoor benoemd zijn, worden afgezet tegen de weerstandscapaciteit, kan worden geconcludeerd dat de gemeente Mook en Middelaar op dit moment meer dan voldoende capaciteit heeft om eventuele risico’s op te vangen. Soort risico
Berekende omvang
Huidige weerstands-
risico's
vermogen
Huidig weerstandsvermogen dekking in %
overdekking
Incidentele risico's
1.349
2.000
148%
652
Structurele risico's
0
5
n.v.t.
5
1.349
2.005
149%
657
Totaal
De ratio van het weerstandsvermogen bedraagt 1,5. Dit valt in de klasse 'Ruim voldoende'. Beoordelingstabel weerstandsvermogen Categorie
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
vanaf
tot
A
2
∞
Goed / Uitstekend
B
1,4
2
Ruim voldoende
C
1
1,4
Voldoende
D
0,8
1
Matig
E
0,6
0,8
Onvoldoende
F
-∞
0,6
Ruim onvoldoende
Kengetallen
Kengetallen
R2021
B2022 *)
R2022
1a)
netto schuldquote
-15%
12%
-22%
1b)
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-18%
10%
-26%
2)
solvabiliteitsratio
38%
31%
46%
3)
structurele exploitatieruimte
4%
1%
9%
4)
grondexploitatie (n.v.t.)
0%
0%
0%
5)
belastingcapaciteit
114%
98%
104%
*) betreft primitieve begroting
75
2.1. Jaarverslag 1a Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast (vaste schuld en vlottende passiva) ten opzichte van de eigen middelen (vlottende activa). Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een negatieve schuldquote betekent dat er geen netto-schuld is, maar dat er een overschot is aan liquide middelen en vorderingen. 1b Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit betreft hetzelfde kengetal als de netto schuldquote, maar nu wordt bij de eigen middelen niet alleen de vlottende activa meegenomen, maar ook de uitgezette leningen. Dit kengetal is altijd gelijk of lager dan de netto schuldquote. 2 Solvabiliteitsratio Het solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate wij in staat zijn om op de lange termijn aan de financiële verplichtingen te voldoen. Zoals uit de balans valt op te maken, bedraagt het eigen vermogen € 8,8 miljoen en het totaal vermogen € 19,9 miljoen. Dit betekent dat de verhouding eigen vermogen/totaal vermogen 0,44 is. De gangbare minimumnorm voor deze solvabiliteitsratio ligt bij niet-financiële ondernemingen tussen de 0,25 en 0,40. Hoe hoger de ratio hoe solvabeler de organisatie is. Met een ratio van 0,44 voldoet de gemeente Mook en Middelaar meer dan voldoende aan de gangbare minimumnorm.
3 Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. De structurele exploitatieruimte is gebaseerd op de structurele baten en lasten op grond van de gerealiseerde cijfers in 2022. Op basis hiervan is dit kengetal positief; er is dus sprake van een structureel overschot in de Jaarstukken 2022. Dit laat echter ook een realisatie zien die ingehaald is of wordt door de meer recente Programmabegroting 2023 en de nieuw op te stellen Programmabegroting 2024. Een programmabegroting geeft een zuiverder beeld over de structurele begrotingssaldi voor de komende jaren. 4 Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De gemeente Mook en Middelaar heeft geen actieve grondexploitaties (aankopen, bouw- en woonrijp maken en weer verkopen). Het kengetal bedraagt 0%. 5 Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit wordt berekend op basis van de woonlasten van een belastingplichtige (meerpersoonshuishouden met eigen woning) in Mook en Middelaar ten opzichte van het landelijk gemiddelde van het laatst bekende begrotingsjaar. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2022 is dat 2021. Bij de Jaarstukken 2022 is dat 2022.
Onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie
De diverse kengetallen zijn onderling redelijk consistent en bevestigen het beeld van een relatief gezonde financiële positie (sec op basis van deze kengetallen). Mook en Middelaar heeft slechts één uitstaande geldlening van € 0,5 miljoen (per 31-12-2022 die jaarlijks met zo’n € 181,5k wordt afgelost. Aan de andere kant is er ruim € 5,3 miljoen aanwezig in ’s Rijks schatkist. Op basis van de categoriale indeling zit de gemeente Mook en Middelaar overwegend in categorie A (niet of minst risicovol) en categorie B. Kengetal
Waarde M&M
Categorie A
Categorie B
Categorie C
1a)
Netto schuldquote zonder correctie
-22%
< 90%
90 - 130%
> 130%
1b)
Netto schuldquote met correctie)
-26%
< 90%
90 - 130%
> 130%
2)
Solvabiliteitsratio
44%
> 50%
20 - 50%
< 20%
3)
Structurele exploitatieruimte
9%
positief
neutraal
negatief
76
Jaarstukken 2022 Kengetal
Waarde M&M
Categorie A
Categorie B
Categorie C
4)
Grondexploitatie
0%
< 20%
20-35%
> 35%
5)
Belastingcapaciteit
104%
< 95%
95 - 105%
> 105%
77
2.1. Jaarverslag
2.1.16. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Portefeuillehouder Wethouders Rodoe en Herings Wettelijk kader Begroting Deze paragraaf bevat op grond van artikel 12, lid 1 BBV ten minste de volgende kapitaalgoederen: wegen; riolering; water; groen; gebouwen. Van deze kapitaalgoederen wordt op grond van artikel 12, lid 2 BBV aangegeven: het beleidskader; de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; de vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Daarnaast bevat deze paragraaf op grond van artikel 19 ‘Financiële verordening gemeente Mook en Middelaar 2019’: a) de voortgang van het geplande onderhoud; b) de omvang van het eventueel achterstallige onderhoud. Jaarverslag Op grond van artikel 26 BBV bevat deze paragraaf in het jaarverslag de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragraaf in de begroting is opgenomen. Algemeen Per voorziening zijn visiedocumenten en afzonderlijke beheers- en onderhoudsplannen beschikbaar. Bij de raadsvoorstellen en -besluiten tot vaststelling van de diverse plannen zijn er uitspraken gedaan over de mate van het gewenste onderhouds- c.q. voorzieningenniveau. Bij de behandeling van de diverse onderdelen in deze paragraaf zullen wij hierop terugkomen.
Wegen
1.
Wegen
Beleid In de raadsvergadering van 12 december 2019 is door uw raad het Wegenbeheerplan 2020-2024 vastgesteld. Door de vaststelling is het wegonderhoud voor de komende jaren gewaarborgd. Op basis van dit plan worden binnen de gemeente het beheer en onderhoud van wegverhardingen structureel en planmatig uitgevoerd. Tevens is het uitvoeren van het niet planmatig ‘klein onderhoud’ als financieel onderdeel opgenomen in het plan. Voor het structurele onderhoud wordt jaarlijks een onderhoudsprogramma opgesteld. De onderhoudsmaatregelen worden vertaald in een bestek of werkbeschrijving en in concurrentie aanbesteed. Voor de bekostiging van het in stand houden en het onderhoud is al sinds jaren de voorziening Rationeel Wegbeheer in het leven geroepen. In 2022 is er conform het beheerplan 2020-2024 onderhoud uitgevoerd aan de wegen (verhardingen) binnen de gemeente. Dit in de vorm van plaatselijk herstel en structureel onderhoud. De enige plaats waar dit nog niet is gebeurd, is de Generaal Gavinstraat. De uitvoering hiervan zal in 2023 opgepakt worden. Financiële consequenties De geraamde uitgaven bedroegen € 115k, de werkelijke uitgaven in 2022 bedroegen € 144k. Kosten kunnen gedurende de periode van het beheerplan (2020 t/m 2024) verschuiven in de tijd. Zo was er in
78
Jaarstukken 2022 2021 een orderuitputting van de uitgaven conform het Wegenbeheersplan van € 203k. Dit heeft er mede toe geleid dat in 2022 een overschrijding heeft plaatsgevonden. Voortgang onderhoud In 2022 zijn er plaatselijke herstelwerkzaamheden uitgevoerd en het structurele, planmatige onderhoud aan de verhardingen. Bij de werkzaamheden aan de komingang van de Groesbeekseweg is groot onderhoud meegenomen aan de Groesbeekseweg, omdat deze weg , na een visuele inspectie door onze civiele medewerkers, wat grotere slijtage vertoonde. Eind 2022 is een geplande weginspectie in de gehele gemeente uitgevoerd, welke in 2023 meegenomen zal worden in de herziene planning. Omvang achterstallig onderhoud Bij wegen is geen sprake van achterstallig onderhoud. 2. Kunstwerken (bruggen) Beleid In de raadsvergadering van 15 september 2016 is door uw raad het Meerjarenonderhoudsplan bruggen vastgesteld. Hierbij gaat het om de (verkeers)bruggen Witteweg in Plasmolen en Cuijksesteeg in Mook. Het plan is een doorkijk naar de onderhoudsbehoefte van 2017 tot 2067. Dit alles gebaseerd op een 'bundeling' van gedane onderzoeken en inspecties. In navolging van de vaststelling van het plan, is de voorziening Groot Onderhoud Bruggen ingesteld. Financiële consequenties Er zijn in 2022 geen kosten voor groot onderhoud bruggen geweest.
Wel is er een oriëntering geweest om de leuningen van de brug in de Cuijksesteeg te conserveren. Bij vorige conserveringen is Chroom 6 gebruikt, wat de uitvoering van deze werkzaamheden lastig maakt. Voortgang onderhoud Het Meerjarenonderhoudsplan bruggen wordt gevolgd, waaruit blijkt dat in 2022 geen bijzonderheden te melden zijn. Omvang achterstallig onderhoud Bij kunstwerken (bruggen) is geen sprake van achterstallig onderhoud. 3. Openbare verlichting Beleid Het dagelijks onderhoud aan de openbare verlichting is ondergebracht in een onderhoudsbestek dat gezamenlijk met de gemeenten Gennep en Bergen is aanbesteed. Er zijn in 2022 geen vervangingen gedaan, maar er ligt een bestek klaar om begin 2023 uit te laten voeren. Financiële consequenties Het onderhoud voor de openbare verlichting loopt niet via een onderhoudsvoorziening, maar via kredieten voor masten en armaturen. In 2022 zijn hiervoor geen uitgaven gedaan. Voortgang onderhoud Onderhoud overeenkomstig het onderhoudsbestek wordt uitgevoerd, zoals ieder jaar, middels groepsremplace van lampen en het verhelpen van storingen. Omvang achterstallig onderhoud Bij openbare verlichting is geen sprake van achterstallig onderhoud.
79
2.1. Jaarverslag
Riolering
Beleid De gemeente heeft watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater. Deze taken hebben het karakter van zorgplichten. De gemeentelijke watertaken zijn verankerd in de Wet milieubeheer (afvalwater) en de Waterwet (hemelwater en grondwater). Om inzicht te krijgen in en sturing te geven aan deze taken is er een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) opgesteld. Naast de technische en beleidsmatige aspecten maakt een financiële paragraaf onderdeel uit van het GRP. In de raadsvergadering van 16 december 2021 is door de gemeenteraad een nieuw Gemeentelijk Rioleringsplan vastgesteld met de planperiode 2022-2026. Naast het in stand houden en verbeteren van het rioolstelsel, wordt er in het plan nadrukkelijk rekening gehouden met het terugdringen van de kans op wateroverlast door hevige neerslag. Een van de maatregelen hierbij is het afkoppelen van verhardingen die op de riolering zijn aangesloten. Hierbij wordt ook ingezet op het informeren en betrekken van particulieren (inwoners, bedrijven en Destion). Dit om te komen tot bewustwording van de gevolgen van klimaatverandering en een gezamenlijke aanpak van de problematiek. In 2016 zijn hiervoor de 'eerste stappen' gezet in de vorm van bewonersbijeenkomsten. In samenwerking met het Waterschap Limburg is er een subsidie ingesteld voor afkoppelen van verhardingen voor particulieren.
Ook in 2022 is er gebruik gemaakt van deze afkoppelregeling. Dit heeft geresulteerd in negen afkoppelingen. Ook in 2023 kunnen we de afkoppelingen voortzetten door het inzetten van de hiervoor beschikbaar gestelde gelden. In 2021 is een begin gemaakt met de voorbereidingen voor het afkoppelen van het gebied rond de Stationsstraat (kerk) in Molenhoek. Deze voorbereidingen zijn medio 2022 afgerond en begin 2023 wordt met de bewoners om tafel gegaan om de plannen toe te lichten. In 2021 en eind 2022 zijn inspecties van gedeelten van het riool uitgevoerd. Hieruit komt een maatregelenplan wat gecombineerd uitgevoerd wordt begin 2023. Financiële consequenties De financiële consequenties van de riolering lopen via kapitaallasten van investeringen. In 2022 is voor € 32k geïnvesteerd. Het restant krediet eind 2022 bedraagt € 899k en loopt door naar 2023. Voortgang onderhoud Het dagelijkse en planmatig onderhoud aan de riolering is inzichtelijk en uitgevoerd, zo ook zijn de mogelijkheden benut voor het afkoppelen van verhardingen die zijn aangesloten op de riolering. Omvang achterstallig onderhoud In de riolering is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Water
1. (Oppervlakte)water Beleid De Maashaven in Mook is in beheer en onderhoud van de gemeente. Ook het op diepte houden van de haven maakt hier deel van uit. Hiervoor wordt periodiek de diepgang in de haven gemeten. Op basis van de resultaten hiervan zijn er tot op heden geen maatregelen nodig geweest om de haven bereikbaar en bevaarbaar te houden. Financiële consequenties In 2022 is € 1k aan havengelden ontvangen.
80
Jaarstukken 2022 Voortgang onderhoud De diepte van de haven wordt geregeld gemeten, geen bijzonderheden. Omvang achterstallig onderhoud Bij (oppervlakte)water is geen sprake van achterstallig onderhoud. 2. Watergangen Beleid Het onderhouden van de watergangen waardoor de door- en afvoer van water is gewaarborgd. Financiële consequenties Er zijn in 2022 geen uitgaven gedaan ten behoeve van de watergangen. Voortgang onderhoud Het onderhoud van de watergangen verloopt conform een jaarlijks onderhoudsschema. In 2022 zijn de watergangen conform het onderhoudsschema onderhouden. Verder zijn geen bijzonderheden te melden. Omvang achterstallig onderhoud Bij watergangen is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Groen (parken, plantsoenen, bomen en sportvelden)
Beleid De gemeente draagt zorg voor het beheer en onderhoud van het openbaar groen en de sportvelden op het sportpark in Middelaar. Financiële consequenties De uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden zijn binnen de beschikbare budgetten uitgevoerd. Voortgang onderhoud Het reguliere onderhoud van het openbaar groen is uitgevoerd conform het Groenbeheerplan. In 2022 is hiertoe een nieuwe onderhoudsovereenkomst gesloten met INTOS/Buitenwerk. In 2022 zijn geen groenrenovaties uitgevoerd. Het onderhoud van de sportvelden, het snoeien van de bomen, de bestrijding van de eikenprocessierups en de onkruidbestrijding op verhardingen is volgens het reguliere jaarlijkse onderhoud uitgevoerd. Omvang achterstallig onderhoud Bij groen is nog geen sprake van achterstallig onderhoud. Daarentegen wordt wel opgemerkt dat er meerdere bomen zijn die mogelijk in de toekomst extra inspanningen nodig hebben om achterstallig onderhoud te voorkomen.
81
2.1. Jaarverslag
Gebouwen
Beleid De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en het bouwkundig en technisch onderhoud van de in haar bezit zijnde gebouwen. Voor dienstgebouwen en sportaccommodaties is het Meerjarig onderhoudsplan (MJOP) 2020-2023 van toepassing. Dit betekent dat onderhoudskosten ten laste van de voorziening gebouwenbeheer komen. Het gebouwenbeheer is op dit moment veelal reactief van aard. Financiële consequenties In 2022 zijn binnen de vastgestelde kaders van het MJOP onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitgevoerd. De uitname uit de voorziening gebouwenbeheer is geraamd op € 154k. De werkelijke uitname bedroeg € 50k. Hiervan is 25k uitgegeven aan regulier onderhoud en kleine werkzaamheden aan het gemeentehuis. Er is 10k uitgegeven ten behoeve van regulier onderhoud voor de gemeentewerf/brandweerkazerne en 2k voor sportaccommodatie De Heikant (Astrantia). De resterende 13k betrof uitgaven voor sportaccommodatie De MaasVallei (Eendracht) en met name betrof dit de renovatie van de bestuurskamer en regulier onderhoud. Daarnaast is een krediet van 25k verstrekt (was namelijk niet opgenomen in MJOP) ter vervanging van de veldverlichting van het korfbalveld op de sportaccommodatie De Heikant (Astrantia), Omvang achterstallig onderhoud Er is op dit moment geen achterstallig onderhoud bekend dat direct noopt tot actie anders dan het MJOP.