Agendabundel
Tekst van het document
Wat gaan we daarvoor doen?
Toerisme en Recreatie zijn belangrijke economische pijlers voor de Gemeente Mook en Middelaar. Vanwege de rijke natuur en cultuur(geschiedenis), maar ook vanwege het aanbod aan wandel-, fietsen paardrijd routes, waterrecreatie, horeca en het aanbod aan verblijfsaccommodaties. De centrale ligging van de gemeente draagt bij aan de ontwikkeling van het toerisme en het verwelkomen van dagrecreanten die vanuit Duitsland, Land van Cuijk, Limburg en het Rijk van Nijmegen komen. Daarnaast is de gemeente ook zeer geliefd bij de eigen inwoners en is het belangrijk dat deze trots waargemaakt kan blijven worden. De gemeente kijkt zelf naar actieve samenwerkingsmogelijkheden met de genoemde regio’s en ook ondernemers weten elkaar te vinden in de uitwisseling van kennis en samenwerking met buurgemeenten. Het percentage horeca en recreatiebedrijven in de gemeente is dan ook groot. Deze ondernemers zijn mede bepalend in de uitstraling en aantrekkingskracht van de gemeente voor toerisme en dagrecreatie. Intensiveren samenwerking gemeente en ondernemers Het college gaat in 2023 door met het voornemen om het contact met de ondernemers in de gemeente op een hoger niveau te brengen. Hiervoor gaan we, in overleg met ondernemers, wederzijds noodzakelijke overleggen inrichten conform de overlegstructuur, zoals beschreven in de economische agenda 2021-2026.
Plasmolen aantrekkelijker maken Plasmolen en directe omgeving heeft een sterke aantrekkingskracht op toeristen en recreanten en kent seizoensgebonden dan ook vele bezoekers. Deze kern van de gemeente Mook en Middelaar is met alle toeristisch-recreatieve ondernemers een belangrijke pijler voor de lokale economie. Om Plasmolen aantrekkelijker te maken voor toeristen, ondernemers en inwoners is jaren geleden een masterplan opgesteld. Het masterplan was te veelomvattend waarover geen overeenstemming kon worden bereikt. Onderdelen uit het masterplan zijn wel opgepakt om een verbetering te bewerkstelligen zoals de herinrichting van de N271 en gesprekken met de werkgroep Proef Plasmolen.
22
Programmabegroting 2023-2026 Via een participatietraject samen met het Platform Proef Plasmolen, wordt gekeken naar de invulling. Om een concrete volgende stap in het proces te maken, wordt met externe deskundigheid in de vorm van een landschapsarchitect een projectplan gemaakt dat dient als onderdeel voor subsidieaanvraag bij de provincie. Uiterlijk 2023 gaat de landschapsarchitect aan de slag. Realisatie van het project is in 2024 voorzien. Realiseren Toeristisch Overstap Punt (TOP) De bereikbaarheid, het parkeren van auto’s en het stallen van fietsen zijn belangrijke aandachtspunten op het gebied van mobiliteit en gastvrijheid. We ervaren dat steeds meer mensen onze gemeente weten te vinden met het openbaar vervoer of met de auto en daarna willen genieten van een fiets- of wandeltocht, gaan paardrijden of varen. Deze “dag parkeerders” willen we graag een goede parkeerplaats aanbieden die de kort verblijf bezoekers niet in de weg staan. Op deze manier kunnen winkeliers en horeca hun gasten ook welkom heten en rijdt men niet door naar andere gemeenten. Voor het langer parkeren biedt de bestaande parkeerplaats aan de Witteweg (zijde Middelaar) mogelijkheden. Tevens zijn we de mogelijkheden aan het onderzoeken of een TOP aan de Maaskade en/of bij het Van der Valk Hotel de Molenhoek kan komen.
Hierdoor spreid je drukte en is de aansluiting met wandel- en fietsroutes en aangelegen horeca optimaal. Het upgraden en het beter positioneren van deze parkeerplaatsen is hierbij wel noodzakelijk. Zo mogelijk naar het niveau van een TOP. Hierbij is het voor Plasmolen essentieel om de ontwikkelingen rondom het parkeerterrein aan de Muldershofweg en de herinrichting van de Witteweg te betrekken. De viering van 450 jaar Slag op de Mookerheide voorbereiden Op 14 april 2024 is het precies 450 jaar geleden dat de Slag op de Mookerheide in onze gemeente plaatsvond. Diverse ondernemers en verenigingen hebben belangstelling getoond om met elkaar na te denken over een herdenking van deze belangrijke gebeurtenis. In 2022 beraden wij ons op de rol van de gemeente en de bijdrage die geleverd kan worden om het initiatief vorm te geven. Als besloten wordt om hier aan mee te werken zullen de voorbereidingen in 2023 starten. Kunst en cultuur ondersteunen Voor 2023 staan nog andere projecten in samenwerking met Bergen en Gennep op de planning. Zo zijn we, met financiële steun van de rijksoverheid, bezig met een kerkenvisie, voor het behoud van monumentale kerkgebouwen. Tevens werken we met lokale partijen aan de ontwikkeling van een Kunstroute. Doel is in eerste instantie de bestaande kunst een podium te geven en aan elkaar te verbinden met een route op basis van het Fietsknooppuntensysteem.
Daarnaast zullen we lokale initiatieven op gebied van kunst en cultuur waar mogelijk ondersteunen. Herstel van iconische Maasheggen Samen met Bergen en Gennep werken we aan het behoud, herstel en de ontwikkeling van de Limburgse Maasheggen. Hiervoor is een gezamenlijke projectleider aangesteld en zijn subsidiegelden in het kader van de Regionale investeringsagenda Noord-Limburg verkregen. Tevens wordt vanuit het project Lob van Gennep een bijdrage aan het herstel van de Maasheggen geleverd als compensatie van te kappen bomen. In 2023 bereiden we de realisatie voor. Effectief werken aan duurzaamheid Het afgelopen jaar zijn er drie belangrijke kaders voor duurzaamheid door de raad vastgesteld: de RES (Regionale Energie Strategie), de TVW (Transitievisie Warmte) en de kaders voor duurzame opwek. Daarmee hebben wij regionaal en lokaal belangrijke stappen gezet. De huidige Energievisie van de gemeente Mook en Middelaar is gedateerd en te beperkt op het gebied van duurzaamheid. Samen met lokale partners gaan we komend jaar aan de slag om voor onze eigen gemeente een overkoepelend duurzaamheidsprogramma op te zetten met heldere en meetbare doelen. Naast duurzame elektriciteit,
23
Programmabegroting 2023-2026 krijgen ook onderdelen als warmte, klimaatadaptatie/groen, biodiversiteit en circulariteit hier een rol in. Dit traject start in het najaar van 2022 en loopt door in 2023. Het uitvoeringsprogramma zal daarna tot 2030 een concreet beeld geven van de jaarlijkse investeringen. Ondertussen krijgt de TVW een uitwerkingsplan waarin we aangeven hoe we de komende vijf jaar zoveel mogelijk woningen gaan isoleren om de warmtevraag terug te dringen. Ook wordt er onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van alternatieve warmtebronnen en collectieve oplossingen. Naast deze ‘lopende’ zaken, wordt ook het dilemma van energiearmoede steeds groter en urgenter. In samenwerking met het sociaal domein en de buurgemeenten zoeken we de beste aanpak. Andere zaken die spelen de komende periode zijn deelname aan Wells Meer, de oplevering van de eerste project(en) van de Energiecoöperatie, verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed en een aantal regionale projecten. De ambities zijn er, in 2030 energieneutraal zijn, de financiën en uitvoeringskracht ontbreken. We zijn op dit moment afhankelijk van de financiering vanuit het Rijk om iets extra’s te kunnen doen. Ook projecten als RRE (Regeling Reductie Energiegebruik) en RREW (Regeling Reductie Energiegebruik Woningen) zijn door projectsubsidies van het Rijk gefinancierd.
Om effectiever te kunnen werken en slagkracht te creëren, werken we samen met het Energiecafé Mook en Middelaar en de gemeenten Gennep en Bergen. Nieuw systeem voor afvalinzameling (uitvoering grondstoffenplan) Ongeveer 94% van ons huishoudelijk afval is nog bruikbaar. Goed scheiden helpt mens, dier en milieu. Het Rijk heeft bepaald dat we in 2050 een samenleving zonder afval moeten zijn. Samen met inwoners wil de gemeente hier stap voor stap naar toe werken. Eerste doel: in 2030 nog maar 30 kg afval per persoon per jaar produceren. We produceren nu gemiddeld meer dan 100 kg per persoon per jaar. Een eerste succesvolle stap is in 2022 gemaakt met het plaatsen van containers voor luiers. Voor 2023 betekent dit een aantal veranderingen. Rondom het Grondstoffenplan loopt een intensief communicatie- en participatietraject dat medio 2022 is gestart. Dit traject wordt dit jaar nog afgerond. Voor het einde van dit jaar informeren wij uw raad over de uitkomsten hiervan en de veranderingen die mede op grond van dit traject plaatsvinden. In 2023 wordt ook later in het jaar, middels een campagne, extra aandacht besteed aan GFT-afval. De campagne richt zich op betere afvalscheiding waardoor er meer GFT-afval wordt ingezameld, maar ook op de kwaliteit van het GFT-afval.
De bedragen die in de afgelopen jaren voor afval zijn begroot, bleken de afgelopen twee à drie jaar te laag, terwijl de kosten voor inzameling en verwerking van afval enorm gestegen zijn. Voor 2023 worden er dan ook extra middelen ingezet. Uw gemeenteraad heeft voor de uitvoering van het grondstoffenplan € 365k aan incidentele middelen (krediet) beschikbaar gesteld voor 2023. Vanaf 2024 gaat ook de volgende fase lopen, hetgeen extra invloed heeft op de inkomsten en uitgaven in de begroting.
24
Programmabegroting 2023-2026
Wat mag het kosten?
Bedragen x € 1.000
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Totaal lasten
1.531
1.986
1.748
1.748
1.748
1.748
Totaal baten
-1.089
-904
-1.094
-1.094
-1.094
-1.094
442
1.083
653
653
653
653
Toevoegingen aan reserves
0
0
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
-245
-274
0
0
0
0
Geraamd resultaat
196
809
653
653
653
653
Saldo baten en lasten
Een cijferanalyse tussen de diverse jaren vindt u terug in de Financiële begroting bij onderdeel '2.2. Financieel overzicht'.
25
Programmabegroting 2023-2026
1.5. Programma Bestuur en organisatie
Doelstelling / beoogd maatschappelijk effect
Door verschillende probleemsituaties (energie, corona, ontheemden, arbeidsmarkt enzovoorts) is de druk op de gemeentelijke organisatie erg hoog. Het ZBB-traject (Zero based budgeting) uit 2021 leerde dat er nauwelijks vlees op de botten van de organisatie zit en dat we keuzes moeten maken. Bovendien hebben we te maken met een krappe arbeidsmarkt. Desondanks staat de verbetering van de dienstverlening niet stil. We investeren in medewerkers om de inwoners van Mook en Middelaar zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn. Om inwoners beter te betrekken bij (veranderingen in) hun leefomgeving gaan we inwonerparticipatie een belangrijkere plek geven. Hierbij horen heldere kaders, ook voor burgerinitiatieven.
Wat gaan we daarvoor doen?
Uitgangspunten We hebben in toenemende mate te maken met krapte in beschikbaarheid van mensen en materiaal. Dit dwingt ons om afgewogen keuzes te maken in prioriteit en volgorde van uitvoering. We zullen investeren in het behoud van mensen, het aantrekken van nieuwe mensen en het realiseren van voldoende kwaliteit in werkzaamheden. Met daarbij een meerjarig sluitende begroting, waarbij structurele uitgaven met structurele middelen gedekt zijn. Belastingtarieven stijgen met maximaal de inflatiecorrectie. Dit geldt niet voor de onroerende zaakbelastingen, die als gevolg van een besluit van de gemeenteraad tot en met 2024 wordt bevroren. Uitvoeren aanpak inwonerparticipatie In 2023 gaan we werken met de nieuwe aanpak inwonerparticipatie. We zien steeds meer mondige burgers, hoge verwachtingen, laag vertrouwen, polarisatie en meer communicatie die online plaatsvindt. Voor onze gemeente ligt daarbij een taak om in deze snel veranderende tijden onze inwoners en ondernemers goed te betrekken bij beleids- en besluitvorming. Met communicatie en participatie kunnen we een brug slaan naar onze inwoners. Niet alleen naar diegene die ontevreden is over gemeentelijk beleid, maar juist ook naar allen die niet of minder van zich laten horen.
De zwijgende meerderheid en specifieke doelgroepen die we nauwelijks terugzien bij participatietrajecten willen we in de komende jaren steeds beter betrekken bij waar we als gemeente mee bezig zijn. Dat geldt zeker ook voor de participatiefunctie binnen de omgevingswet, waar we goed vorm aan willen geven. Door onze inwoners beter te betrekken creëren we uiteindelijk ook meer draagvlak en krijgen we betere oplossingen voor de uitdagingen en opgaven waar we voor staan. We doen dit aan de hand van een nieuw beleidskader participatie dat in 2022 aan de gemeenteraad wordt aangeboden. Om hieraan uitvoering te kunnen geven is training van onze organisatie en versterking van de functie adviseur communicatie/participatie nodig. Hiervoor is een structureel bedrag van € 60k per jaar opgenomen.
26
Programmabegroting 2023-2026 Samenwerking De gemeente Mook en Middelaar is de afgelopen jaren verschillende samenwerkingsverbanden aangegaan en is bij een aantal overlegtafels dan wel structuren aangesloten. De dubbele oriëntatie op Noord-Limburg en Rijk van Nijmegen trekt een grote wissel op het bestuur en de ambtelijke organisatie. Voor het sociale domein en ICT hebben we een duidelijke keuze gemaakt voor het Rijk van Nijmegen. Als Limburgse gemeente zijn wij voor het fysieke domein aangewezen op samenwerking op regionaal niveau in de provincie Limburg. In Noord-Limburg participeren we in een regiodeal en in een investeringsagenda. We sluiten aan bij verkenningen in de regio Arnhem-Nijmegen om ook daar te komen tot een regiodeal. In 2023 bereiden we ons met andere gemeenten voor op wijzigingen die de nieuwe Wet op de Gemeenschappelijke Regelingen van ons vragen, onder meer ten aanzien van versterking van de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen. Gemeenteraad We willen samen bouwen om het vertrouwen van onze inwoners waar te maken. Samen bouwen op grond van bereikte resultaten, participatie, integriteit en een samenwerking tussen bestuur en inwoners die is gebaseerd op ieders verantwoordelijkheden en mogelijkheden.
Mooks vergadermodel Voortkomend uit de afspraken in het coalitieakkoord en op basis van de evaluatie van het vergadermodel en de vergadercultuur van de oude raad, gaat de raad aan de slag met een nieuw ‘Mooks vergadermodel’. Doel hiervan is om in het besluitvormingsproces van de raad de inwoners meer te betrekken, de kwaliteit van het debat te verbeteren en het raadswerk beheersbaar te houden. Verplichte onafhankelijke rekenkamer Alle gemeenten worden verplicht in 2023 een onafhankelijke rekenkamer te hebben (of in te stellen) om de controlerende en kaderstellende taken van de gemeenteraad te ondersteunen. Dankzij de adviezen van die rekenkamers kunnen raden controleren of het gevoerde beleid en het bestuur kostenefficiënt, effectief en volgens de regels gebeurt. Gemeenten mogen ervoor kiezen om alléén een rekenkamer in te richten of om deze op te richten samen met andere gemeenten. In 2023 onderzoeken we het instellen van een onafhankelijke rekenkamer, waarbij een raadsvoorstel aan uw raad wordt voorgelegd. Gelet op deze wettelijke verplichting wordt het raadsbudget met € 15k verhoogd.
Wat mag het kosten?
Bedragen x € 1.000
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Totaal lasten
1.108
1.169
1.392
1.238
1.234
1.238
Totaal baten
-170
-120
-70
-53
-53
-53
Saldo baten en lasten
938
1.049
1.322
1.185
1.181
1.185
Toevoegingen aan reserves
1.437
0
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
-1.603
-42
-5
-5
-5
-5
772
1.007
1.317
1.180
1.176
1.180
Geraamd resultaat
Een cijferanalyse tussen de diverse jaren vindt u terug in de Financiële begroting bij onderdeel '2.2. Financieel overzicht'.
27
Programmabegroting 2023-2026
1.6. Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen
Wettelijk kader Artikel 8, lid 1 letter b jo. artikel 8, lid 5 BBV. Algemeen In de begroting worden specifieke en algemene dekkingsmiddelen onderscheiden. Specifieke dekkingsmiddelen Specifieke dekkingsmiddelen hangen samen met concrete beleidsvelden. Deze zijn opgenomen in de baten bij de desbetreffende programma’s. Voorbeelden van specifieke dekkingsmiddelen zijn bepaalde inkomsten van het rijk (bijvoorbeeld een rijksbijdrage in verband met uitvoering van de Wet werk en bijstand), de inkomsten voor concrete gemeentelijke diensten (bijvoorbeeld afvalstoffenheffing voor het ophalen van afval of leges voor het in behandeling nemen van verzoeken tot het verstrekken van vergunningen of het afgeven van reisdocumenten). Algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen zijn vrij aanwendbaar. De besteding van deze inkomsten is niet aan een bepaald programma(-doel) gebonden. De algemene dekkingsmiddelen vormen een financiële dekking van de (nadelige) saldi van de programma’s omdat daar met name de kosten zijn geraamd. Algemene dekkingsmiddelen Voor 2023 bedragen de algemene dekkingsmiddelen, (afgerond) € 15,5 miljoen. Bedragen x € 1.000 Overzicht algemene dekkingsmiddelen (baten)
R2021
B2022
B2023
B2024
B2025
B2026
Uitkeringen gemeentefonds (inclusief DU/IU)
10.980
12.190
12.800
12.650
12.830
12.070
Belastingen*), waarvan
2.340
2.267
2.340
2.365
2.365
2.365
- Onroerende zaakbelastingen*)
2.169
2.127
2.199
2.224
2.224
2.224
- Toeristenbelasting **)
109
79
79
79
79
79
- Hondenbelasting **)
39
39
41
41
41
41
- Forensenbelasting
22
22
22
22
22
22
Dividend
288
288
346
288
288
288
Saldo van de financieringsfunctie (rentebaten -/- rentelasten)
51
22
27
-1
-1
-41
Overige algemene dekkingsmiddelen
0
0
0
0
0
0
Totaal Algemene dekkingsmiddelen
13.659
14.767
15.514
15.303
15.483
14.683
28
Programmabegroting 2023-2026
Wat mag het kosten?
Bedragen x € 1.000
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Totaal lasten
42
32
12
40
40
80
Totaal baten
-13.701
-14.799
-15.526
-15.343
-15.523
-14.763
Saldo baten en lasten
-13.659
-14.767
-15.514
-15.303
-15.483
-14.683
Toevoegingen aan reserves
0
0
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
0
0
0
0
0
0
-13.659
-14.767
-15.514
-15.303
-15.483
-14.683
Geraamd resultaat
Een cijferanalyse tussen de diverse jaren vindt u terug in de Financiële begroting bij onderdeel '2.2. Financieel overzicht'.
29
Programmabegroting 2023-2026
1.7. Overzicht van de kosten van overhead
Wettelijk kader Artikel 8, lid 1, letter c BBV Kosten van overhead Om de raad meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie en om hierover ook meer zeggenschap te geven, is in het BBV voorgeschreven dat in het programmaplan een apart overzicht opgenomen moet worden van de kosten van de overhead. Overhead betreft alle kosten die niet direct toegewezen kunnen worden aan een programma. In de praktijk wordt overhead meestal aangeduid met pijofach (of een variant hierop). Deze letters staan veelal voor Personeel, Informatisering (ICT) / Inkoop, Juridische zaken, Organisatie, Financiën / Facilitaire zaken, Automatisering (ICT), Communicatie en Huisvesting. De kosten die betrekking hebben op het primaire proces, zoals salariskosten, moeten worden opgenomen in lasten bij de diverse programma's. Salariskosten die niet direct toewijsbaar zijn aan programma's, zoals kosten van het MT, Financiën en Juridische zaken, blijven staan op overhead. In onderstaande tabel vindt u de kosten van de overhead.
Bedragen x € 1.000 Overhead Personeel en Organisatie (excl. direct verantwoord bij programma's)
R2021
B2022
B2023
B2024
B2025
B2026
2.620
2.873
3.735
3.711
3.686
3.686
Huisvesting en Facilitaire zaken
179
229
250
250
300
300
ICT
731
755
762
764
766
766
Financiën, Juridische zaken en Communicatie
111
64
62
62
62
62
Huisvesting buitendienst (werf)
531
187
224
224
224
224
4.172
4.108
5.033
5.011
5.038
5.038
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Totaal Overhead
Wat mag het kosten?
Bedragen x € 1.000
Rekening 2021
Totaal lasten
4.724
4.733
5.067
5.045
5.072
5.072
Totaal baten
-15
0
0
0
0
0
4.709
4.733
5.067
5.045
5.072
5.072
Toevoegingen aan reserves
0
0
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
-538
-625
-34
-34
-34
-34
Geraamd resultaat
4.172
4.108
5.033
5.011
5.038
5.038
Saldo baten en lasten
30
Programmabegroting 2023-2026 Een cijferanalyse tussen de diverse jaren vindt u terug in de Financiële begroting bij onderdeel '2.2. Financieel overzicht'.
31
Programmabegroting 2023-2026
1.8. Bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting
Wettelijk kader Artikel 8, lid 1 letter d BBV. Algemeen Vennootschapsbelasting (Vpb) is verschuldigd over fiscale winsten van ondernemersactiviteiten. Omdat de resultaten op fiscaal belaste activiteiten onderling worden verrekend en aangifte zal worden gedaan over het totale (gesaldeerde) fiscale resultaat, moet de Vpb-heffing worden begroot en verantwoord als één centrale post in de begroting (en in de jaarrekening). De raming van het te betalen bedrag aan Vpb wordt als last geboekt. Het gaat om het geraamde bedrag van de aanslag Vpb voor het betreffende begrotingsjaar. Dit bedrag is verschuldigd vanwege een eventuele fiscale winst die per saldo verwacht wordt op ondernemingsactiviteiten in het betreffende begrotingsjaar. Ook in de jaarrekening zal het veelal nog gaan om een raming van het bedrag van de aanslag, omdat de definitieve aanslag dan nog niet is ontvangen. Vennootschapsbelastingplichtige activiteiten De gemeente Mook en Middelaar heeft nauwelijks Vpb-plichtige activiteiten. De fiscus heeft landelijk het standpunt ingenomen dat de opbrengsten van afvalstromen Vpb-plichtig zijn. Mook en Middelaar heeft zeer beperkte opbrengsten van afvalstromen. De verschuldigde belasting is over het algemeen maximaal een paar honderd euro. Vennootschapsbelasting begrotingsjaar 2023 Voor 2023 hanteren wij dezelfde fiscale uitgangspunten als in de voorgaande jaren.
Wij voorzien momenteel ook geen of nauwelijks fiscale winsten over 2023 (alleen eventueel de opbrengst van afvalstromen). Het geraamde bedrag voor de heffing voor de Vennootschapsbelasting over 2023 stellen wij vooralsnog op (afgerond) € 0k. Bedragen x € 1.000 Vennootschapsbelasting
R2021
B2022
B2023
B2024
B2025
B2026
Geraamde Vpb
0
0
0
0
0
0
Betaalde Vpb
0
0
0
0
0
0
32
Programmabegroting 2023-2026
Wat mag het kosten?
Bedragen x € 1.000
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Totaal lasten
0
0
0
0
0
0
Totaal baten
0
0
0
0
0
0
Saldo baten en lasten
0
0
0
0
0
0
Toevoegingen aan reserves
0
0
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
0
0
0
0
0
0
Geraamd resultaat
0
0
0
0
0
0
Een cijferanalyse tussen de diverse jaren vindt u terug in de Financiële begroting bij onderdeel '2.2. Financieel overzicht'.
33
Programmabegroting 2023-2026
1.9. Bedrag voor onvoorzien Wettelijk kader Artikel 8, lid 1 letter e jo. artikel 8, lid 6 BBV. Onvoorzien Vanaf begrotingsjaar 2016 wordt een (relatief klein) bedrag van € 5k voor onvoorzien in de begroting opgenomen voor alle programma's samen. Dit bedraagt ongeveer 0,03% van de totale lasten. Vanaf 2023 is dit bedrag verhoogd tot € 20k en bedraagt dan ongeveer 0,1% van de totale lasten. Incidenteel Naast een structureel budget van € 20k, is een post 'Incidenteel budget' aanwezig. Eventuele incidentele voordelen gedurende 2023 worden toegevoegd aan dit budget om hiermee incidentele nadelen gedurende 2023 te kunnen dekken. Dit voorkomt het onnodig aanwenden van de Vrij Besteedbare Reserve. Daarnaast kan sneller ingespeeld worden op dekking voor projectmatige kosten (niet zijnde kredieten).
Bedragen x € 1.000 Onvoorzien en incidenteel
R2021
B2022
B2023
B2024
B2025
B2026
Bedrag voor onvoorzien
0
5
20
20
20
20
Budget voor incidentele posten
0
0
58
0
0
0
Totaal
0
5
78
20
20
20
Wat mag het kosten?
Bedragen x € 1.000
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Totaal lasten
0
5
20
20
20
20
Totaal baten
0
0
0
0
0
0
Saldo baten en lasten
0
5
20
20
20
20
Toevoegingen aan reserves
0
0
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
0
0
0
0
0
0
Geraamd resultaat
0
5
20
20
20
20
Een cijferanalyse tussen de diverse jaren vindt u terug in de Financiële begroting bij onderdeel '2.2. Financieel overzicht'.
34
Programmabegroting 2023-2026
Paragrafen
35
Programmabegroting 2023-2026
1.10. Paragraaf Lokale heffingen
Wettelijk kader Artikel 10 BBV. Algemeen De paragraaf 'Lokale heffingen' heeft betrekking op zowel de heffingen waarvan de besteding is gebonden (en dus gerelateerd aan uitgaven), als op die waarvan de besteding ongebonden is (vrij aanwendbaar). Door in één paragraaf aandacht te besteden aan het beleid met betrekking tot de belastingheffing, wordt u als raad in staat gesteld te sturen op de hoofdlijnen van het beleid. Het vaststellen van de diverse belastingtarieven gebeurt niet met het vaststellen van de begroting, maar met het vaststellen van de desbetreffende belastingverordeningen in de openbare raadsvergadering van 15 december 2022. De geraamde inkomsten art. 10, letter a BBV De belastingopbrengsten zijn (als initieel uitgangspunt) gebaseerd op een inflatiecorrectie van 3,08% en, indien van toepassing, een uitbreiding van het areaal, echter nog exclusief de areaaluitbreiding van Molenhoek-Zuid. Opbrengsten belastingen
W2021
B2022
B2023
B2024
B2025
B2026
Niet-bestedingsgebonden lokale heffingen: Onroerende zaakbelastingen: Ozb eigenaren woningen
1.773
1.677
1.738
1.763
1.763
1.763
Ozb eigenaren niet-woningen
247
267
273
273
273
273
Ozb gebruikers niet-woningen
149
183
188
188
188
188
Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (n.v.t.)
0
0
0
0
0
0
Forensenbelasting
22
22
22
22
22
22
Toeristenbelasting (land en water) *)
109
79
79
79
79
79
Parkeerbelasting (n.v.t.)
0
0
0
0
0
0
Hondenbelasting *)
39
39
41
41
41
41
Reclamebelasting (n.v.t.)
0
0
0
0
0
0
Precariobelasting (n.v.t.)
0
0
0
0
0
0
2.340
2.267
2.340
2.365
2.365
2.365
Baatbelasting (t/m 2023)
17
17
17
0
0
0
Rioolheffing woningen en niet-woningen
641
518
545
545
545
545
Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht
818
819
933
933
933
933
Totaal bestedingsgebonden
1.476
1.353
1.495
1.478
1.478
1.478
Totaal lokale heffingen
3.816
3.620
3.835
3.843
3.843
3.843
Totaal niet-bestedingsgebonden
Bestedingsgebonden lokale heffingen:
*) De toeristenbelasting en de hondenbelasting zijn wettelijk gezien niet-bestedingsgebonden heffingen. In Mook en Middelaar worden deze opbrengsten wel min of meer gelabeld voor de dekking van de kosten daarvan. Een
36
Programmabegroting 2023-2026 eventuele toename van de toeristenbelasting is mede afhankelijk van investeringen op het gebied van recreatie en toerisme.
Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen art. 10, letter b BBV Mede overeenkomstig de Kaderbrief 2023 zijn in deze Programmabegroting 2023 de volgende beleidsmatige uitgangspunten gehanteerd: a) Een inflatiecorrectie van 3,08% op de niet-bestedingsgebonden heffingen. Dit betekent dat de belastingopbrengsten in beginsel met 3,08% verhoogd worden; b) De tarieven voor rioolheffing zijn gebaseerd op het (huidige) GRP (Gemeentelijk rioleringsplan) en mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. De opbrengst is bestemd voor het onderhoud en de vervanging van de bestaande riolering; c) De afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. De tarieven voor de afvalstoffenheffing mogen maximaal 100% kostendekkend zijn; d) De opbrengst van de ozb blijft t/m 2024 gelijk, behoudens areaaluitbreiding. Er vindt t/m 2024 geen indexatie plaats op grond van het door de raad aangenomen ozb-amendement. De ozb wordt geheven op basis van de woz-waarde. Jaarlijks vindt een hertaxatie plaats. De daaruit voortvloeiende waardestijging of waardedaling wordt verdisconteerd in het definitieve tarief. In de begroting wordt nog rekening gehouden met een gelijke woz-waarde. De definitieve waardeontwikkeling vermelden we in het raadsvoorstel met betrekking tot het vaststellen van de ozb-tarieven.
Dit gebeurt in de raadsvergadering van 15 december 2022; e) In de meerjarenraming (2024 t/m 2026) worden de belastingopbrengsten gelijk gesteld aan de opbrengsten zoals geraamd in 2023 (behoudens areaalwijzigingen bij de ozb); f) Een toename van de toeristenbelasting is gekoppeld aan investeringen op het gebied van recreatie en toerisme; g) De tarieven van de niet-bestedingsgebonden heffingen bepalen door de geraamde opbrengst te delen door de meest recente grondslag zoals aangegeven door de BsGW; h) De gemeentelijke leges worden berekend voor de door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. De leges worden geïndexeerd met 3,08%; i) De belastingtarieven voor leges naar beneden afronden op veelvouden van € 0,05 (uit praktisch oogpunt bij het KlantContactCentrum); j) De BsGW (Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen) voert, met uitzondering van de leges, de heffing en invorderingsactiviteiten van de belastingen uit; k) De gemeente Mook en Middelaar voert de heffing en invorderingsactiviteiten van de leges uit.
37
Programmabegroting 2023-2026
Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen
art. 10, letter c BBV
De mogelijkheid tot belastingheffing ligt vast in de Gemeentewet (Gw). De gemeenteraad bepaalt of een belasting wel of niet geheven wordt. Van de belastingen die geheven worden, worden uiterlijk in december 2022 de belastingverordeningen vastgesteld ten behoeve van het begrotingsjaar 2023. De volgende belastingen worden wel of niet geheven: Belasting Onroerende zaakbelastingen Baatbelasting (t/m 2023) Forensenbelasting Toeristenbelasting Watertoeristenbelasting Hondenbelasting Rioolheffing Afvalstoffenheffing / reinigingsrecht Leges (voor diensten) Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten Parkeerbelasting Reclamebelasting Precariobelasting
Wel geheven
Niet geheven
Onroerende-zaakbelastingen (art. 220 Gw) De onroerende zaakbelastingen (ozb) zijn de belangrijkste belastingen die de gemeente aan haar burgers oplegt. Wanneer iemand een woning, gebouw of perceel grond in bezit heeft of huurt, binnen de gemeentegrenzen, dan wordt onroerende zaakbelasting (ozb) geheven. Er zijn drie onroerende zaakbelastingen: 1. ozb eigenaren woningen; 2. ozb eigenaren niet-woningen; 3. ozb gebruikers niet-woningen. Macronorm/benchmark woonlasten Om de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijk te maken, wordt een landelijke 'benchmark lokale woonlasten' toegepast. Hierbij worden naast de ozb ook de rioolheffing en de afvalstoffenheffing betrokken. Artikel 12 norm Gemeenten die in ernstige financiële problemen verkeren, kunnen op grond van artikel 12 van de Financiële verhoudingswet een aanvullende uitkering aanvragen. Dit kan als de algemene middelen van de gemeente aanmerkelijk en structureel tekortschieten om in de noodzakelijke behoeften te voorzien, terwijl de eigen inkomsten zich op een redelijk peil bevinden. Dit laatste betekent concreet dat afvalstoffenheffing en rioolheffing kostendekkend moeten zijn en dat het gewogen gemiddelde ozb-tarief ten minste 0,1800 procent van de woz-waarde moet bedragen (peiljaar 2022).
Niet-kostendekkende tarieven voor riool en reiniging zijn alleen toegestaan voor zover deze door een hoger ozb-tarief worden gecompenseerd. Artikel 12-gemeenten zijn dus genoodzaakt hoge tarieven te hanteren. Of dit ook altijd tot hoge lasten voor hun inwoners leidt, hangt af van de waarde van de onroerende zaken binnen deze gemeenten.
38
Programmabegroting 2023-2026 Inflatiecorrectie/tarief Voor 2023 wordt geen inflatiecorrectie toegepast. De onroerende zaakbelastingen (opbrengst) blijven voor de jaren 2021 t/m 2024 gelijk (behoudens areaaluitbreidingen) als gevolg van een door de raad aangenomen amendement bij de behandeling van de programmabegroting 2022. Er vindt ook geen indexatie plaats voor de jaren 2022 t/m 2024. De uiteindelijke tarieven zijn afhankelijk van de grondslag (opbrengst gedeeld door grondslag is tarief). Areaaluitbreidingen (meer woningen in enig jaar) verhogen de opbrengst voor het daaropvolgende jaar. Wet woz De grondslag voor de ozb is de ozb-waarde van de onroerende zaak. De Waarderingskamer ziet erop toe dat de uitvoering van de Wet woz juist wordt uitgevoerd. De meest actuele waardegegevens als gevolg van de hertaxatie worden verwerkt in de definitieve ozb-tarieven. Deze hebben effect op het tarief, echter niet op de opbrengst. Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (221 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft deze belasting niet. Baatbelasting (art. 222 Gw) Bij onroerende zaken in het Korendal wordt baatbelasting geheven. Dit betreft onroerende zaken die gebaat waren bij de aangelegde riolering in het Korendal. De belastingverordening hoeft niet jaarlijks herzien te worden, omdat deze in april 1993 is vastgesteld en nadien niet meer wijzigt.
De belasting wordt geheven gedurende de belastingjaren 1994 t/m 2023. Het begrotingsjaar 2023 is dus het laatste jaar waarin deze belasting wordt opgelegd. Forensenbelasting (art. 223 Gw) De forensenbelasting wordt geheven van niet-inwoners die in een (tweede) woning hebben in Mook en Middelaar. De opbrengst voor de forensenbelasting wordt voor 2023 geïndexeerd met 3,08%. Het tarief is afhankelijk van de woz-waarde. Toeristen- en Watertoeristenbelasting (art. 224 Gw) Naast de ozb heft onze gemeente als vrij aanwendbare belasting de toeristenbelasting. De baten worden gebruikt voor dekking van kosten op het gebied van recreatie en toerisme. Investeringen in 2023 leiden tot kapitaallasten en een hogere toeristenbelasting vanaf 2024. De uiteindelijke tarieven zijn mede afhankelijk van de geraamde grondslag (het aantal overnachtingen). In december 2022 wordt het definitieve voorstel voorgelegd met de tarieven over 2023. Parkeerbelasting (art. 225 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft geen parkeerbelasting, maar hanteert 'blauwe zones' voor parkeerregulering waarbij op bepaalde plaatsen een beperkte tijd geparkeerd mag worden. Hondenbelasting (art. 226 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft hondenbelasting. De opbrengst van de hondenbelasting valt formeel onder de algemene dekkingsmiddelen. Dit betekent dat de hondenbelasting de inkomsten van de gemeente verhoogt.
In Mook en Middelaar worden hier echter ook de kosten mee gedekt voor het voorkomen dan wel beperken van overlast door hondenpoep, zoals het aanleggen en onderhouden van hondenuitlaatplaatsen. De opbrengst wordt voor 2023 geïndexeerd met een inflatiepercentage van 3,08%. De hoogte van het uiteindelijke tarief is afhankelijk van enerzijds de geraamde opbrengst en anderzijds het (geraamde) aantal honden. Voor kennelhouders geldt een afzonderlijk tarief. Reclamebelasting (art. 227 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft geen reclamebelasting. Precariobelasting (art. 228 Gw) 39