CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Algemene commissie 24 januari 2024, gemeente Mook en Middelaar35.477 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

kansen van oudere werkzoekenden op de arbeidsmarkt te verbeteren. De kans op langdurige werkloosheid is onder ouderen veel hoger dan voor andere leeftijdsgroepen. En juist die combinatie van leeftijd en een langere werkloosheidsduur maakt arbeidsbemiddeling lastig. ‘Bijblijven’, investeren in vaardigheden en kennis is voor deze groep cruciaal. Digitalisering en robotisering leiden ertoe dat we extra gaan investeren in na-, bijen omscholing. Gemeenten en WerkBedrijf gaan actief met deze groep aan de slag om te analyseren waar de mogelijkheden liggen en op zoek naar passende scholing en werk(-ervarings)plekken. Hoe ziet de gemeente dit voor hoger opgeleiden? Welke onderbouwing uit onderzoeken/analyses heeft de gemeente dat voor de bijblijvende, zich levenslang ontwikkelende 55+, diens kans op de arbeidsmarkt beter is? Een toegenomen levensverwachting betekent niet dat de kwaliteit van de gezondheid van die ouder wordende bevolking ook goed is en is daarom geen maat om de oudere werkloze als onbenut arbeidspotentieel te zien. Onderzoek wijst uit, dat de toename van levensverwachting gepaard gaat met oudere, maar zieke en zorgbehoevende mensen.

En opnieuw mis ik de waardering voor de vrijwillige inzet voor de maatschappij voor de moeilijk aan het werk komende uitkeringsgerechtigde, die vooral met betrekking tot opgeleiden waar in de markt geen vraag naar is (hoger opgeleiden ouderen) een groot werkgeluk kunnen vinden in de beter passende vrijwilligersbaan, met als ‘loon’ de uitkering (en vrijwilligersvergoeding). Vooropgesteld: voor hen, die daar tevreden mee zijn. Vrijwilligerswerk wordt alleen toegestaan als betaalde arbeid niet haalbaar is. De vraag is, wanneer is dat niet haalbaar? Alleen door een handicap, ziekte of is leeftijd en hoger opgeleid zijn geen handicap in deze maatschappij?

Secretariaat: Kraaijenberg 7151 6601 SM Wijchen secretaris@cpw-wijchen.nl 06 – 518 709 68

Gemeente Wijchen T.a.v. het College van Burgemeester en wethouders Kasteellaan 27 6603 DB Wijchen

Wijchen, 18 oktober 2023 Betreft : Advies Arbeidsmarkt en Re-integratiebeleid Geacht College, Naar aanleiding van de bijeenkomst met alle adviesraden participatiewet rijk van Nijmegen brengen de leden van de Cliëntenraad Participatiewet Wijchen hiermee een gevraagd advies uit op het Concept Beleidskader Arbeidsmarkt en Re-integratie 2024. De Cliëntenraad Participatiewet Wijchen vindt het erg belangrijk om het beleidsplan te laten slagen. Het gevraagde advies leggen wij u puntsgewijs voor. Pagina’s 11 en 12, punt 7 Het verhogen van het percentage mensen dat wordt aangenomen uit de Participatiewet is een goede manier om inclusiviteit te bevorderen en kansen te bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Door het percentage van 5% naar minimaal 10% te verhogen, toont de gemeente een positief voorbeeld en draagt zij bij aan een meer inclusieve samenleving. Pagina 12, Missie Het nieuw leven inblazen van sociale werkplaatsen kan een waardevolle tussenstap zijn naar betaald werk voor mensen met verschillende achtergronden en vaardigheden. Sociale werkplaatsen bieden niet alleen werkgelegenheid, maar ook een ondersteunende omgeving waar mensen hun capaciteiten kunnen ontwikkelen, zelfvertrouwen kunnen opbouwen en waar ze worden voorbereid op een soepele overgang naar de reguliere arbeidsmarkt.

Door sociale werkplaatsen actief te ondersteunen en te bevorderen, kan de gemeente een belangrijke rol spelen in het creëren van inclusieve werkgelegenheid. Het biedt niet alleen werkplekken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, maar het draagt ook bij aan het opbouwen van een sterkere gemeenschap waarin iedereen een plek heeft en gewaardeerd wordt.

Kamer van Koophandel 09208388 www.cpw-wijchen.nl Bankrekeningnummer NL07RABO 0107 2724 23

Secretariaat: Kraaijenberg 7151 6601 SM Wijchen secretaris@cpw-wijchen.nl 06 – 518 709 68 Pagina 13, punt 3 Het WerkBedrijf Rijk van Nijmegen zou proactief bedrijven kunnen benaderen om de voordelen van het aannemen van medewerkers uit de Participatiewet te benadrukken. Dit kan onder meer via klantencontacten van consulenten van het WerkBedrijf richting werkgevers en het voorleggen van C.V.’s en het bekend maken bij de mogelijk nieuwe werkgever(s) dat er vanuit het WerkBedrijf mogelijkheden zijn zoals bijvoorbeeld bijscholing, omscholing en/of begeleiding. Het is belangrijk om maatwerkoplossingen te bieden die zijn afgestemd op zowel de behoeften van de werkzoekende als de werkgever. Dit kan inhouden dat consulenten van het WerkBedrijf samen met de werkgever kijken naar geschikte functies, aanpassingen op de werkplek en trainingen die nodig zijn voor de nieuwe medewerker. Pagina 22, kritieke succesfactoren Het doel van de duurzaamheidsuitstroom wordt op een half jaar gezet. Het instellen van een duurzaamheidsdoel van 2 jaar voor de uitstroom van mensen uit de Participatiewet echter, betekent dat het niet alleen gaat om het vinden van een baan voor deze mensen, maar ook om ervoor te zorgen dat ze hun werk behouden op de lange termijn. Door samen te werken met werkgevers, kan het WerkBedrijf de duurzaamheid van de uitstroom verbeteren.

waardoor mensen uit de Participatiewet niet alleen werk vinden, maar ook de kans krijgen om te gedijen en te groeien in hun loopbaan op de lange termijn.

Met vriendelijke groet, Namens de leden van de CPW i/o

Jos van Megen Ruud Dijkman

Kamer van Koophandel 09208388 www.cpw-wijchen.nl Bankrekeningnummer NL07RABO 0107 2724 23

Gemeente Berg en Dal t.a.v. college van Burgemeester en wethouders en gemeenteraad

Datum 20 oktober 2023 Betreft: advies beleidskader Arbeidsmarkt en re-integratie 2024-2027 Regio Rijk van Nijmegen

De Cliëntenraad Werk en Inkomen van de gemeente Berg en Dal heeft met belangstelling gekeken naar het concept beleidskader. Alhoewel er geen gezamenlijk regionaal advies is van de verschillende advies-/cliëntenraden sluiten wij ons wel overwegend aan bij de adviezen zoals gedaan aan de gemeentes Heumen en Beuningen. Over het algemeen is het stuk erg uitgebreid, maar wel redelijk leesbaar. De inhoud is echter belangrijker en is een beduidende stap in de goede richting. De werkzoekende wordt veel meer in het voetlicht gezet. Wat zijn zijn/haar wensen en mogelijkheden en hoe past dit bij de wensen van de werkgevers?! Hierbij wordt ook gekeken naar geestelijke gezondheid, financiën, taalvaardigheid, etc. Tevens is belangrijk, dat de gemeente hierin een soort van spil gaat vormen, zodat er niet meerdere contactpersonen in verschillende richtingen trekken, maar dat via overleg en korte lijntjes een duidelijke strategie bepaalt kan worden voor de individuele persoon in welke vorm dan ook. Hierbij is maatwerk nodig, aangezien wat bij de ene werkt, niet bij de andere hoeft te werken. Ook moet er zorgvuldig gekeken worden, wanneer iemand in staat is om te gaan werken, vooraf zijn wellicht nog andere hobbels, zoals financiële problemen of problemen met taal en/of laaggeletterdheid, aan te pakken.

En wanneer het zover is, dient gekeken te worden of uren bijvoorbeeld opgebouwd moeten worden of dat iemand rechtstreeks aan het werk kan. Ook dient er monitoring plaats te vinden na het vinden van werk, om te voorkomen dat werkzoekenden in de verkeerde baan belanden en na een bepaalde tijd weer uitstromen en een uitkering moeten aanvragen. Dit geeft tevens de mogelijkheid om beleid en uitvoering beter te evalueren via de meningen van de werkzoekenden. Hoe hebben zij de hulp ervaren? Zijn daarbij op/aanmerkingen? Wat kan beter? Etc. Concluderend adviseert de Cliëntenraad Werk en Inkomen het stuk goed te keuren en met enige regelmaat de voortgang te monitoren en te evalueren, opdat opduikende hobbels weggestreken kunnen worden.

Met vriendelijke groet, Cliëntenraad Werk en Inkomen gemeente Berg en Dal JJAJ Wildenberg Jeroen

Openstaande vragen Regionaal arbeidsmarktbeleid Commissie Begroting en Rekening 7 december 2023

1. Wat betekent de Participatiewet in Balans in het kader van dit voorstel concreet voor cliënten? Met de Participatiewet in Balans wil men beogen de menselijke maat terug te brengen. Hierbij dient uitgegaan te worden van het vertrouwen dat bijstandsgerechtigden graag mee willen doen aan de maatschappij, maar hier soms ondersteuning bij nodig hebben. Deze ondersteuning moet duidelijk vindbaar en toegankelijk zijn. Daarnaast moet de ondersteuning aansluiten op de individuele mogelijkheden en behoeften van de bijstandsrechtigde. Concreet binnen het Arbeidsmarktbeleid en voor Mook en Middelaar betekent dit dat er gekeken wordt naar de individuele persoon. Wat zijn de wensen van deze persoon, wat kan deze persoon wel/niet, welke mogelijkheden qua werk, opleiding etc. zijn er binnen die wensen of (als de wens niet haalbaar is) wat ligt daar dichtbij in de buurt wat ook interessant en mogelijk is. In Mook zal dus nog meer dan voorheen gekeken gaan worden naar de individuele persoon en de menselijke maat daarbij. Door in gesprek te gaan en te luisteren willen we vertrouwen opbouwen en mensen stimuleren en motiveren zich te ontwikkelen (binnen ieders mogelijkheden). Daarnaast willen we in de uitvoering gebruik gaan maken van de Participatiecoach (keuze onderdeel Dienstverleningsovereenkomst WerkBedrijf). Daarmee willen we voorkomen dat onze inwoners tussen wal en schip vallen.

Tevens willen we hiermee bereiken dat iedereen mee kan draaien in onze maatschappij, naar ieders kunnen en capaciteit. 2. Aantal 120 bijstandsgerechtigden is correct; er wordt nagegaan waar het aantal van 64 in bijlage 2 vandaan komt. De cijfers in bijlage 2 zijn op enig moment opgehaald om een beeld te krijgen over de ontwikkeling van de bijstandsuitkeringen in het Rijk van Nijmegen. Het klopt dus dat deze cijfers niet overeenstemmen met de cijfers die nu definitief gepubliceerd zijn; voor Mook 120 bijstandsgerechtigde. Dit geldt voor meerdere gemeenten. Het doel was een beeld krijgen van de ontwikkeling en wat de regionale trend hierbij is. Daarnaast kost het veel tijd om alle cijfers tot in detail te analyseren. Hier is/kon geen tijd voor worden genomen, mede omdat het Arbeidsmarktbeleid in roulatie gebracht werd. Daarnaast was dit ook niet relevant. De cijfers in bijlage 2 hebben namelijk geen effect op de budgetten of overige cijfers die weergegeven zijn in het beleidskader. Het is enkel een indicatie voor een algeheel beeld geweest zonder dat daarmee gerekend is. 3. Check op de alle cijfers voor Mook en Middelaar Regionaal zijn de cijfers besproken. Er is geen aanleiding om de cijfers in twijfel te trekken. De cijfers zijn zorgvuldig opgesteld en berekend. Ook zijn de financials van alle gemeenten hierbij betrokken geweest.

Daarnaast, zoals hierboven vermeld, staan de overige cijfers los van bijlage 2 en het beeld/trend die geschetst is voor de ontwikkeling van de bijstandsuitkering in het Rijk van Nijmegen.

4. Totale kosten werkbedrijf 2023 en 2024 in relatie tot de kosten van WB voor Mook en Middelaar in 2023 en 2024 De totale kosten voor het WerkBedrijf en wat dit betekent voor Mook en Middelaar staan onder in de schema’s verwerkt.

Deze kosten in relatie tot Mook en Middelaar betreffen de volgende kosten.

Raadsvoorstel

Documentnummer Onderwerp Datum raadsvergadering Raadscommissie Datum raadscommissie Programma Portefeuillehouder

Misbruik en Oneigenlijk gebruik 1 februari 2024 Algemene Commissie. 24 januari 2024 Algemeen Bestuur mr. drs. W. Gradisen

Misbruik en Oneigenlijk gebruik 2024-2027 Inleiding Voor u ligt het Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O) beleid van de gemeente Mook en Middelaar. Dit beleid betreft een overkoepelend beleid met daarin opgenomen de algemene uitgangspunten voor M&O, de risico’s en ook de maatregelen ter voorkoming en afdoening misbruik en oneigenlijk gebruik. Rechtmatigheid is een van de essentiële pijlers van een goed overheidsbestuur. De gemeente moet publieke gelden rechtmatig verwerven en besteden. Het vertrouwen van de gemeente in een goed gebruik door haar inwoners en instellingen/bedrijven van de diverse gemeentelijke financiële regelingen staat voorop. Vanuit het maatschappelijk perspectief bezien, staat het gemeentelijk optreden dan ook in een proportionele verhouding tot eventuele fouten of een onjuist gebruik. Op grond van artikel 213 Gemeentewet, voert de accountant naast de controle op de getrouwheid van de jaarrekening, een toets uit op de rechtmatigheid van de jaarrekening. Rechtmatigheid houdt in dat wet- en regelgeving wordt nageleefd. Dit betreft niet alleen externe wet- en regelgeving dat door bijvoorbeeld de Europese Unie of Rijk is vastgesteld, maar ook kaders en regelgeving die door de Gemeenteraad zijn vastgesteld. Het gaat hierbij zowel om inkomsten als uitgaven van de gemeente. Bij de rechtmatigheidscontrole c.q.

verantwoording van de jaarrekening wordt nagegaan of de gemeente over interne procedures beschikt die misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies, uitkeringen of bijdragen, etc. zoveel mogelijk ondervangen of voorkomen. Daarvoor moet de gemeente Mook en Middelaar waarborgen en (preventieve) maatregelen treffen, dit M&O beleid biedt hiervoor de nodige handvatten. Een gemeentelijke nota ten aanzien van misbruik en oneigenlijk gebruik van alle gemeentelijke regelingen vormt een onmisbaar onderdeel van het toetsingskader. Voorstel Het Misbruik en Oneigenlijk gebruik beleid 2024-2027 vast te stellen. Beoogd effect Het Misbruik en Oneigenlijk gebruik beleid 2024-2027 is mede bedoeld om op kader stellend niveau richting te geven aan procedures en processen ten aanzien van de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen. Dit komt de uniformiteit en eenduidigheid met betrekking tot dit onderwerp ten goede, hetgeen de uitvoering en handhaving van het beleid onder verantwoordelijkheid van het college vergemakkelijkt.

Pagina 1 van 3

M&O beleid

Raadsvoorstel

Argumenten 1. Er zijn helaas meerdere voorbeelden van misbruik en oneigenlijk gebruik bij zowel private ondernemingen als ook bij de gemeente in Nederland. Een gemeente kan op diverse gebieden gevoelig zijn voor M&O gebruik. Bijvoorbeeld wanneer de aanspraak op bijvoorbeeld een uitkering, de verplichting om een heffing te betalen of de hoogte van een uitkering of subsidie of heffing afhankelijk is van gegevens die door een belanghebbende zelf worden verstrekt. Of facturen die verstuurd worden zonder tegenprestatie. Of informatie die onterecht vergaard wordt. Als gemeente wil je hier dan ook alles aan doen om dit te voorkomen. Daarom is het van belang dat door middel van maatregelen zoveel mogelijk wordt voorkomen dat misbruik en oneigenlijk gebruik plaatsvindt, respectievelijk dat dit tijdig wordt ontdekt. Deze nota is bedoeld om veelal bestaand beleid te formaliseren, maar ook richting te geven aan de activiteiten ten aanzien van bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik. 2. Tot op heden heeft de gemeente Mook en Middelaar geen overkoepelend beleid op dit vlak. Dit wordt wel noodzakelijk geacht, omdat het instellen van één basisdocument op het gebied van M&O zorgt voor bevordering van de eenheid van de te hanteren rechtmatigheidskaders. De accountant heeft erop gewezen dat de gemeente moet beschikken over een dergelijk M&O beleid.

Met ingang van 2023 wordt van het College verwacht dat deze een rechtmatigheidsverklaring gaat opstellen. Om die reden is het initiatief genomen om dit document op te stellen. Dit beleidskader vormt daarmee een paraplu én een kapstok voor de kaders die de gemeente gebruikt om misbruik en oneigenlijk gebruik tegen te gaan. Dit beleidsstuk bevat naast de doelstellingen, uitgangspunten, beheersmaatregelen, risicogebieden en verantwoording. 3. Naast de verantwoordelijkheid van de gemeente om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen (en hierdoor dus ook beleid voor te hebben), vormt het hebben van misbruik en oneigenlijk gebruik beleid ook een belangrijk onderdeel van de rechtmatigheidsverantwoording die het college van b&w moet gaan afgeven vanaf boekjaar 2023.

Kanttekeningen 1. Uit het beleid blijkt wel dat er zoveel mogelijk wordt gedaan om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen / bestrijden of te detecteren. En dit ook breed ingestoken wordt. Dit is echter geen zekerheid dat het niet of nauwelijks zal voorkomen. Er wordt uiteraard getracht om het risico zo klein mogelijk te maken en indien het toch optreed snel te kunnen herstellen en de schade zo gering mogelijk te houden. 2. Vaststelling van een beleidsnotitie zorgt er niet voor dat het M&O beleid ook meteen zo wordt uitgevoerd en de risico’s zijn verlaagd. Er moet uiteraard ook naar gehandeld worden. Dit wordt geborgd bij de verschillende aspecten, van privacy en gegevensbescherming, tot de interne controle, rechtmatigheidsverantwoording en integriteitsbeleid en het afleggen van de ambtseed of -belofte. Voordeel is dat er binnen verschillende beleidsterreinen reeds uitvoering wordt gegeven aan M&O in de diverse verordeningen, specifieke regelingen en processen over dit onderwerp. Monitoring van het M&O beleid en verdere verbeteringen is essentieel voor de verdere doorontwikkeling. Naar verwachting zal er geen extra capaciteit of extra kosten benodigd zijn voor de uitvoering van het M&O beleid.

Pagina 2 van 3

M&O beleid

Raadsvoorstel

Uitvoering Na vaststelling van het beleid door de gemeenteraad wordt dit op de gebruikelijke manier gepubliceerd. Daarna wordt uitvoering gegeven aan het beleid.

Bijlage(n) - Raadsbesluit Misbruik en Oneigenlijk gebruik - Misbruik en Oneigenlijk gebruik beleid

Mook, 12 december 2023 Het college van burgemeester en wethouders van Mook en Middelaar,

De gemeentesecretaris drs. W. Mariman

Pagina 3 van 3

De burgemeester mr. drs. W. Gradisen

M&O beleid

Raadsbesluit

Documentnummer Onderwerp

Misbruik en Oneigenlijk gebruik

De raad van de gemeente Mook en Middelaar, Gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders d.d. 12 december 2023 Gelet op het advies van de raadscommissie d.d. 24 januari 2023

Besluit: 1. Het Misbruik en Oneigenlijk gebruik beleid 2024-2027 vast te stellen.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering d.d. 1 februari 2024 De raad voornoemd,

De griffier

mr. M.A.M. van Arensbergen

Pagina 1 van 1

De voorzitter mr. drs. W. Gradisen

Misbruik en Oneigenlijk gebruik Beleid 2024-2027

Gemeenteraad 1 februari 2024

1

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ............................................................................................................................................ 3

2.

Doelstelling en uitgangspunten ........................................................................................................ 4

3.

2.1

Definities en afbakening M&O beleid ...................................................................................... 4

2.2

Doelstelling M&O beleid .......................................................................................................... 5

2.3

Uitgangspunten........................................................................................................................ 5

2.4

Rollen en verantwoordelijkheden ............................................................................................ 6

Beheersmaatregelen ........................................................................................................................ 7 3.1 3.1.1

Regelgeving ......................................................................................................................... 7

3.1.2

Voorlichting .......................................................................................................................... 7

3.1.3

Controle vooraf .................................................................................................................... 8

3.2

Controle achteraf ................................................................................................................. 8

3.2.2

Maatregelen ......................................................................................................................... 8

Risicovolle processen ............................................................................................................ 10

4.1.1

Verstrekken uitkeringen ..................................................................................................... 10

4.1.2

Verstrekken voorzieningen WMO en Jeugdwet ................................................................ 10

4.1.3

Vergunningverlening en handhaving ................................................................................. 10

4.1.4

Identiteitsbewijzen, reisdocumenten en rijbewijzen ........................................................... 11

4.1.5

Verstrekken van subsidies ................................................................................................. 11

4.1.6

Inkopen en aanbestedingen .............................................................................................. 11

4.1.7

Integriteit van relaties......................................................................................................... 11

4.1.8

Belastinginkomsten............................................................................................................ 11

4.2

Privacy en gegevensbeveiliging ............................................................................................ 11

4.2.1

Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)..................................................... 12

4.2.2

Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) ................................................................. 12

4.3

2

Evaluatie .................................................................................................................................. 9

Risicogebieden ............................................................................................................................... 10 4.1

5.

Repressieve maatregelen ........................................................................................................ 8

3.2.1 3.3 4.

Preventieve maatregelen ......................................................................................................... 7

Bibob ...................................................................................................................................... 12

Verantwoording .............................................................................................................................. 13

1. Inleiding Voor u ligt het M&O beleid van de gemeente Mook en Middelaar. Dit beleid betreft een overkoepelend beleid met daarin opgenomen de algemene uitgangspunten voor M&O, de risico’s en ook de maatregelen ter voorkoming en afdoening misbruik en oneigenlijk gebruik. Rechtmatigheid is een van de essentiële pijlers van een goed overheidsbestuur. De gemeente moet publieke gelden rechtmatig verwerven en besteden. Het vertrouwen van de gemeente in een goed gebruik door haar inwoners en instellingen/bedrijven van de diverse gemeentelijke financiële regelingen staat voorop. Vanuit het maatschappelijk perspectief bezien, staat het gemeentelijk optreden dan ook in een proportionele verhouding tot eventuele fouten of een onjuist gebruik. Op grond van artikel 213 Gemeentewet, voert de accountant naast de controle op de getrouwheid van de jaarrekening, een toets uit op de rechtmatigheid van de jaarrekening. Rechtmatigheid houdt in dat wet- en regelgeving wordt nageleefd. Dit betreft niet alleen externe wet- en regelgeving dat door bijvoorbeeld de Europese Unie of Rijk is vastgesteld, maar ook kaders en regelgeving die door de Gemeenteraad zijn vastgesteld. Het gaat hierbij zowel om inkomsten als uitgaven van de gemeente. Bij de rechtmatigheidscontrole c.q.

verantwoording van de jaarrekening wordt nagegaan of de gemeente over interne procedures beschikt die misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies, uitkeringen of bijdragen, etc. zoveel mogelijk ondervangen of voorkomen. Daarvoor moet de gemeente Mook en Middelaar waarborgen en (preventieve) maatregelen treffen, dit M&O beleid biedt hiervoor de nodige handvatten. Een gemeentelijke nota ten aanzien van misbruik en oneigenlijk gebruik van alle gemeentelijke regelingen vormt daarbij een onmisbaar onderdeel van het toetsingskader. Uitkeringen, subsidies en vergunningen gaan alleen naar inwoners, bedrijven en instellingen die daar recht op hebben. Middelen die worden aangewend worden dan ook getoetst aan vigerende wet- en regelgeving en interne integriteitsregelingen/afspraken. Daarnaast is er sprake van functiescheiding en collegiale toetsing in (financiële) processen, die we in onze gemeente hebben gewaarborgd middels procesbeschrijvingen, werkspraken, bevoegdheden- en mandaatregelement. Deze nota Misbruik en Oneigenlijk gebruik 2024-2027 is mede bedoeld om op kader stellend niveau richting te geven aan de toekomstige activiteiten ten aanzien van de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.

3

2. Doelstelling en uitgangspunten De accountant heeft er op gewezen dat de gemeente moet beschikken over een M&O beleid. Met ingang van 2023 wordt van het college verwacht dat zij een rechtmatigheidsverklaring gaat opstellen. In de Kadernotitie 2023 van de commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) wordt hier een invulling aan gegeven. In de rechtmatigheidsverantwoording toetst het college op drie criteria:   

Het voorwaardencriterium Het begrotingscriterium Het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium

Naar aanleiding van de gewijzigde wetgeving heeft een aanpassing van de Financiële verordening plaatsgevonden. In deze verordening is opgenomen: het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen. Het M&O-criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheerhandelingen. 2.1 Definities en afbakening M&O beleid De commissie BBV heeft in de Kadernota Rechtmatigheid de volgende definities van misbruik en oneigenlijk gebruik opgenomen. Misbruik Het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Het betreft hier een bewuste misleiding om onrechtmatig of onwettig voordeel te behalen. Misbruik kan gelijk worden gesteld met het plegen van fraude om zich onrechtmatig overheidsgelden toe te eigenen. Niet elke misstap (fout) geldt als misbruik. Bij het maken van fouten is er meestal geen sprake van een opzettelijke handeling. Daarnaast is het begrip misleiding van betekenis in deze definitie. Misleiding heeft betrekking op het bewust verborgen houden van het misbruik.

Oneigenlijk gebruik Het door het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving maar in strijd met het doel en de strekking daarvan. Als wet- en regelgeving oneigenlijk gebruik mogelijk maakt (“de mazen van de wet”) is het noodzakelijk dat wet- en regelgeving worden aangepast en/of duidelijker moet worden toegelicht. Rechtmatigheid In de Kadernota Rechtmatigheid 2023 zoals deze is gepubliceerd door de commissie BBV wordt ook op de relatie tussen M&O en rechtmatigheid ingegaan. Onder het begrip rechtmatigheid valt ook het Misbruik en Oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving. Dit wordt het M&O-criterium genoemd Misbruik en oneigenlijk gebruik is één van de drie aspecten van rechtmatigheid. Misbruik van overheidsgelden is een onrechtmatige handeling. Wanneer sprake is van misbruik van overheidsgelden moeten deze gelden door de gemeente worden teruggevorderd. In de jaarrekening wordt de terugvordering verantwoord. Wanneer verantwoording bij terugvordering niet nodig is dan is er sprake van een getrouw beeld. Wanneer misbruik van overheidsgelden is geconstateerd en een terugvordering (met eventueel een boete) is opgelegd blijft staan dat misbruik van overheidsgelden

4

heeft plaatsgevonden. Indien de omvang van dit misbruik samen met andere financiële rechtmatigheidsfouten bij de gemeente de verantwoordingsgrens heeft overschreden - moet dit misbruik van overheidsgelden worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Bij oneigenlijk gebruik wordt feitelijk gehandeld in overeenstemming met wet- en regelgeving. Daarmee zijn dergelijke handelingen niet onrechtmatig. Wel is sprake van handelen in strijd met het doel en de strekking van de wet- en regelgeving. Afbakening De afbakening van het M&O beleid is extern gericht, namelijk op de inwoner, instelling of organisatie die via de gemeente gebruik maakt van overheidsregelingen. Het risico van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen heeft doorgaans te maken met de juistheid en de volledigheid van de door de aanvrager verstrekte gegevens. Op basis van deze gegevens worden bijvoorbeeld subsidies en uitkeringen verstrekt dan wel belastingen en heffingen opgelegd. Interne regelingen (bijvoorbeeld verlof, reiskosten) vallen niet onder de werking van dit beleid. Interne regelingen worden wat betreft eventueel misbruik of oneigenlijk gebruik onder het gemeentelijke integriteitsbeleid geschaard.

Voor vertrouwens- en integriteitskwesties wordt jaarlijks een verslag opgesteld en het aan MT / B&W aangeboden Het M&O beleid ziet verder toe op de publiekrechtelijke taakuitoefening van de gemeente. Privaatrechtelijk handelen, zoals de aan- en verkoop en de huur en verhuur van vastgoed en gronden en het oneigenlijk gebruik van gemeentelijke gronden, vormt geen onderdeel van dit beleid. Privaatrechtelijke aspecten worden geborgd door juridische kwaliteitszorg en/of contractenbeheer. Taken bij derden belegd De gemeente heeft diverse taken uitbesteed of de uitvoering belegd bij verbonden partijen (zoals de GGD, de Veiligheidsregio, de omgevingsdienst). Deze organisaties worden geacht hun eigen M&O beleid vorm te geven. Indien daar aanleiding toe is, dringen we bij hen aan op het treffen van (aanvullende) maatregelen. 2.2 Doelstelling M&O beleid Het M&O beleid heeft tot doel het voorkomen en bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden. Daarmee bestaat het zowel uit preventief beleid als repressief beleid. Bij M&O beleid is het met name van belang om vast te stellen dat in de bedrijfsvoering effectieve maatregelen zijn getroffen om misbruik te voorkomen dan wel tijdig op te sporen en daarnaast dat de wet- en regelgeving duidelijk en te handhaven is. M&O beleid draagt bij aan transparantie en consistentie van gemeentelijk beleid.

Het maakt het ook mogelijk dat afwegingen worden gemaakt welke beheersmaatregelen nodig en doeltreffend zijn, afgezet tegen de inspanning die zij kosten en het financieel nut ervan. 2.3 Uitgangspunten    

5

De gemeente werkt vanuit een basishouding van vertrouwen in een juiste omgang met gemeentelijke regelingen door haar inwoners en instellingen/bedrijven. Maatregelen die worden getroffen ter bevordering van een juist gebruik van gemeentelijke regelingen zijn proportioneel. Dat wil zeggen dat zij in verhouding staan tot de risico’s die worden gelopen. De betrouwbaarheid van aangeleverde informatie, afgezet tegen het mogelijk optreden van risico’s, is bepalend voor de mate van controle en sanctionering. Voorkomen is beter dan genezen. De inzet van beleid en maatregelen is met name gericht op preventie van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen.

  

Na constatering van een overtreding wordt de rechtmatige situatie zo snel mogelijk hersteld en zo nodig en indien mogelijk bestraft (boete). De leidinggevende waar de betreffende regelingen worden uitgevoerd is verantwoordelijk voor het daadwerkelijk treffen van M&O beheersmaatregelen en de naleving ervan. Het M&O beleid wordt periodiek geactualiseerd, op basis van ontwikkelingen in wetgeving en ervaring met de maatregelen en controles. 2.4 Rollen en verantwoordelijkheden

Het in deze nota geformuleerde beleid vormt een kapstok voor de opsomming en inkadering van bestaand beleid en bevat geen nieuwe regels. Rollen en verantwoordelijkheden zijn in lijn met de inrichtingsprincipes van de organisatie. De leidinggevende waar de betreffende regeling wordt uitgevoerd is verantwoordelijk voor het actueel houden van het specifieke M&O beleid en het treffen van passende M&O beheersmaatregelen voor zijn of haar specifieke risicogebied. Ook legt de leidinggevende verantwoording af over de wijze waarop het M&O beleid wordt uitgevoerd en wordt nageleefd, zie hiervoor hoofdstuk vijf. De gemeentesecretaris en controller zien erop toe dat de leidinggevenden / procesverantwoordelijken deze taak oppakken en dat waar nodig risico's tijdig worden besproken.

6

3. Beheersmaatregelen Bepaalde regelingen en processen (of onderdelen daarvan) kunnen het risico van misbruik of oneigenlijk gebruik met zich meedragen. Dat is in het bijzonder het geval als er sprake is van afhankelijkheid van gegevens die derden aan de gemeente verstrekken. Wettelijke eisen en minimumnormen verbinden aan de meeste regelingen de verplichting om maatregelen ter bestrijding van fraude en misbruik te treffen. Dat zijn maatregelen uit landelijke wetgeving en lokale regelgeving die worden ingezet. Daarnaast zijn extra beheersmaatregelen denkbaar die het risico van misbruik en oneigenlijk gebruik verder terugdringen. Extra beheersmaatregelen worden alleen daar ingezet waar het risico dit vraagt in combinatie met een kosten baten afweging. Ook beheersmaatregelen die intern zijn gericht zijn relevant. Het gaat dan om zaken zoals functiescheiding, toegangsrechten tot applicaties, regelmatige controle daarvan, het vastleggen van gebeurtenissen en rapportages over deze maatregelen. In de maatregelen kan een onderscheid worden aangebracht tussen preventieve en repressieve maatregelen, of een combinatie hiervan. 3.1 Preventieve maatregelen Preventieve maatregelen zijn maatregelen die liggen vóór het moment van beschikken, betalen of ontvangen van een voorziening, vergunning of uitkering. Preventieve maatregelen betreffen regelgeving, voorlichting en controle vooraf.

Zij zijn gericht op het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen. 3.1.1 Regelgeving Heldere en eenduidige regelgeving beperkt de ruimte voor misbruik en oneigenlijk gebruik. Onder regelgeving wordt verstaan: verordeningen, beleidsregels, nadere regels en richtlijnen van de gemeente zoals vastgelegd in processen en interne afspraken op het intranet van de gemeente. Adequate en handhaafbare regelgeving is een belangrijke beheersmaatregel in het kade van M&O beleid en voldoet in dat verband aan de volgende eisen:        

Eenvoud, inzichtelijkheid en begrijpelijkheid; Er gelden eenduidige definities; Het doel en de doelgroep van de regeling is nauwkeurig bepaald; Rechten, plichten en voorwaarden zijn opgenomen; Er zijn geen overbodige en/of met elkaar strijdige bepalingen; De afhankelijkheid van gegevens afkomstig van derden is zoveel mogelijk beperkt; Mogelijke maatregelen of sancties bij geconstateerd misbruik en oneigenlijk gebruik zijn in de regeling opgenomen; Ingangsdata en overgangsregels zijn in de regeling opgenomen.

3.1.2 Voorlichting Wet- en regelgeving wordt door middel van voorlichting onder de aandacht gebracht van belanghebbenden (inwoners, bedrijven, instellingen). Er dient informatie te worden verstrekt over het bestaan van een regelen, aard en doel van de regeling, de specifieke doelgroep, geldende voorwaarden en controle- en sanctiebeleid. Voorlichting draagt in preventieve zin bij aan het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van een regeling, zeker als ook duidelijk wordt gecommuniceerd over mogelijke sancties. Voorbeelden (niet limitatief) zijn o.a.: • interne voorlichting aan personeel d.m.v. verplichte sessies en communicatie via intranet; • heldere voorwaarden opnemen in beleid en regelgeving;

7

• informatie in de vorm van brochures of plaatsing op de gemeentelijke website voor externe partijen, met daarin opgenomen wat verwacht de gemeente, wat is het handhavingsbeleid en wat zijn de risico’s inzake fraude en of misbruik 3.1.3 Controle vooraf Controle in de uitvoering is een middel om (de kans op) misbruik of oneigenlijk gebruik te signaleren. Mogelijke M&O gevallen kunnen al in een vroegtijdig stadium worden waargenomen. Controle vooraf van gegevens wordt uitgevoerd tot aan het moment van betaling of beschikkingsverlening en geldt daarmee als preventieve maatregel. Controle vooraf richt zich op de toetsing van de juistheid en volledigheid van gegevens die door derden zijn verstrekt. De ambtenaar gaat na of door de inwoners, bedrijven of instellingen aan de voorwaarden van bijvoorbeeld een subsidie of vergunning wordt voldaan. Door betrokkene(n) aangeleverde gegevens worden risicogericht geverifieerd. Uitgangspunt is dat bij zorgen en onduidelijkheden voordat wordt uitbetaald, een andere medewerker controleert of deze werkzaamheden zichtbaar, volledig en juist zijn uitgevoerd (vier-ogen principe). Controles kunnen variëren van integraal (totale controle) of steekproefsgewijs. Hierbij is van belang hoe misbruikgevoelig een regeling is.

Processen waarbij gevoeligheden spelen moeten voldoende maatregelen bevatten om de tijdigheid, juistheid, volledigheid te toetsen van door belanghebbende(n) verstrekte gegevens en de geleverde prestatie.

3.2 Repressieve maatregelen Repressieve maatregelen zijn maatregelen die na het moment van beschikken, betalen of ontvangen worden genomen. Het gaat om controle achteraf waarbij M&O kan worden vastgesteld en sanctionering kan plaatsvinden. 3.2.1 Controle achteraf Controle van gegevens achteraf kan worden uitgevoerd na het uitkeren/innen van bedragen, dan wel nadat de beschikking is verleend. Daarmee is het een repressieve maatregel. Controles achteraf kunnen (evenals bij controles vooraf) integraal of steekproefsgewijs worden uitgevoerd. Manieren om te controleren kunnen zijn: verzoeken om inlichtingen, inspecties, waarneming, bevestigingen, herberekeningen, cijferanalyses en het opnieuw uitvoeren van controles. Interne controles worden periodiek uitgevoerd om te beoordelen of conform de interne procedures is gewerkt en of transacties getrouw en rechtmatig tot stand zijn gekomen. In de uitvoering van de Verbijzonderde Interne Controles (VIC) is expliciet aandacht voor M&O. vastlegging van de controleresultaten leidt tot analyse en conclusies. De resultaten van de controle kunnen bijvoorbeeld leiden tot aanpassing van het controlebeleid en/of de regelgeving. 3.2.2 Maatregelen Maatregelen worden opgelegd als reactie op een vaststelling van misbruik, alleen misbruik is immers onrechtmatig en moet worden hersteld en/of beboet.

Maatregelen zijn vereist om adequaat te reageren op geconstateerd misbruik en/of oneigenlijk gebruik. Het maatregelenbeleid moet voldoen aan de beginselen van behoorlijk bestuur. Dit houdt onder andere in dat maatregelen en sancties proportioneel moeten zijn in relatie tot het vergrijp. Het uitgangspunt is dat het behaalde voordeel wordt teruggevorderd en er indien nodig een boete wordt opgelegd. Concreet leidt het tot terugvordering van te veel betaalde bedragen, naheffing van ten onrechte gederfde ontvangsten en intrekking van een ten onrechte verstrekte vergunning. In geval van fraude of diefstal wordt na afweging (eventueel) aangifte gedaan bij de politie.

8

Van repressieve maatregelen gaat een afschrikeffect uit en het draagt om die reden eveneens bij aan het voorkomen en beperken van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen. 3.3 Evaluatie Om het M&O-beleid steeds verder te verbeteren, is het van belang dat eenmaal per 4 jaar evaluatie van het beleid plaatsvindt en de nota, waar noodzakelijk, wordt aangepast aan nieuwe regelingen en/of geconstateerde tekortkomingen bij controles. Conform de financiële verordening en gebaseerd op artikel 212 en 213 van de Gemeentewet, draagt het college zorg voor het beleid en de interne regels om misbruik en oneigenlijk gebruik zoveel mogelijk te voorkomen. Daarnaast is bij zeer M&Ogevoelige regelingen frequentere evaluatie raadzaam. Tijdens deze evaluaties dient aandacht te worden besteed aan de regelgeving, voorlichting en (de resultaten van) het controle- en sanctiebeleid. De uitkomsten van deze evaluaties kunnen reden zijn voor het aanpassen van de regeling en/of controle- en sanctiebeleid.

9

4. Risicogebieden M&O beleid wordt toegepast bij regelingen waar een risico bestaat op misbruik en oneigenlijk gebruik. Afhankelijk van de misbruikgevoeligheid van een regeling wordt de intensiteit van de inzet van beheersmaatregelen bepaald. In dit hoofdstuk worden de risicogebieden waarom M&O beleid van toepassing is beschreven. Daarbij wordt de intensiteit van inzet van het M&O beleid benoemd en onderbouwd. 4.1 Risicovolle processen Regelingen waarbij de informatie van andere partijen bepalend is voor het verlenen en vaststellen van de (hoogte van) voorzieningen, subsidies, heffingen, belastingen en vergunningen zijn gevoelig voor misbruik en oneigenlijk gebruik. Ook interne processen kunnen M&O-gevoelig zijn. De volgende processen worden aangemerkt als risicogebieden omdat derden een aanmerkelijk (financieel) belang hebben en de gemeente in grote mate afhankelijk is van door die derden verstrekte gegevens. 4.1.1 Verstrekken uitkeringen Inkomensoverdrachten vinden plaats in het kader van Werk en Inkomen (Participatiewet, Besluit bijstandverlening zelfstandigen, IOAZ, bijzondere bijstand, minima-regelingen en schuld(hulp)verlening). Het betreffen open einderegelingen waarbij een cliënt zijn recht kenbaar kan maken na gegevens-overdracht, gespreksvoering, onderzoek en juridische toetsing, de gevraagde uitkering, vergoeding of dienstverlening verkrijgt.

Het risico van een onbetrouwbare gegevensverstrekking is niet zo hoog vanwege de sterke persoonlijke belangen van iemand bij de uitkering of de dienstverlening. Terwijl de gegevensverstrekking bepalend is voor het vaststellen van het recht op en de hoogte en duur van de inkomenscompensatie. De inlichtingen- en medewerkingsplicht vanuit de Participatiewet is echter streng en vrij strikt. Hier kan dan ook op gehandhaafd worden indien nodig. De rechtmatigheids-onderzoeksformulieren, de signalen vanuit het Inlichtingenbureau en de mogelijkheid van inzet van de Sociale Recherche bij heronderzoeken verkleinen de kans op risico’s. Het college mag gebruik maken van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Suwi), waarbij de gegevens van de aanvrager objectiveerbaar zijn te controleren door het college. Daarnaast kan het college op grond van de Participatiewet ook informatie opvragen bij derden (werkgevers en/of instanties). 4.1.2 Verstrekken voorzieningen WMO en Jeugdwet Individuele voorzieningen worden verstrekt in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) en de Jeugdwet. Ook hier geldt dat sprake is van open einderegelingen. Er bestaat een risico van onbetrouwbare gegevensverstrekking, nu is het feit dat de gegevens (ook mondeling) bepalend zijn voor het toekennen en/of afwijzen van de gevraagde voorziening.

Dit laat onverlet dat er vanuit de gemeente wordt gewerkt vanuit de gedachte dat de cliënt centraal staat en dat in dat verband ook steeds het gesprek met mensen wordt gevoerd. Dit overleg komt een adequate dienstverlening ten goede en is een aanvullende waarborg dat de juiste gegevens op tafel komen. Daarbij wordt het risico kleiner gemaakt door tussentijdse evaluaties op sommige voorzieningen. Maar ook ontvangen we signalen van het Centraal Administratie Kantoor, het Centrum Indicatiestelling Zorg en de Sociale Verzekeringsbank en wordt er een extra waarborg gecreëerd door cliënt waar signalen uit onderzocht worden. Ook wordt het Persoons Gebonden Budget-bestand strikt nagegaan op onduidelijk- en onjuistheden waar direct actie op kan worden ondernomen indien nodig. Tot slot is er een meldpunt Zorgsignalen en fraude waar inwoners en professionals een melding kunnen doen die wordt heronderzocht door de gemeente. 4.1.3 Vergunningverlening en handhaving Vergunningverlening en handhaving hebben betrekking op wezenlijke overheidstaken en er spelen vaak grote publieke belangen met mogelijke (financiële en politiek-bestuurlijke) gevolgen. De aanvrager van een vergunning kan gelet op de grote afhankelijkheid van de gemeente bij het al dan niet verkrijgen van een vergunning baat hebben bij het verstrekken van onjuiste informatie.

In de praktijk vindt (ambtelijk) overleg met aanvragers en overtreders plaats. Dat is niet alleen een waardevol communicatiemoment met inwoners en bedrijven/instellingen, maar ook een belangrijk middel om te waarborgen dat de juiste informatie op tafel komt en onnodige controles en mogelijke

10

sancties worden voorkomen. Niettemin zijn vergunningverlening en handhaving - op grond van ervaring M&O gevoelig. 4.1.4 Identiteitsbewijzen, reisdocumenten en rijbewijzen Bij de verstrekking van identiteitsbewijzen, reisdocumenten en rijbewijzen maakt de gemeente gebruik van de gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP). Deze gegevens in het BRP moeten juist zijn, mede om misbruik en oneigenlijk gebruik van genoemde documenten te voorkomen. 4.1.5 Verstrekken van subsidies Met subsidieverstrekking is een aanmerkelijk financieel belang gemoeid. Ook hier is de gemeente afhankelijk van de betrouwbaarheid van gegevens die door instellingen worden verstrekt. Aanvragen worden eerst getoetst op volledigheid volgens de gestelde criteria in lokale subsidieregelingen. Hierna worden de stukken bekeken en wordt, door beleidsmedewerkers, beoordeeld of de aanvragende partij in aanmerking komt voor de subsidie. In het geval er subsidie wordt toegekend met een bedrag boven de € 5.000,-, wordt na een vooraf vastgestelde periode om verantwoording van de subsidie gevraagd. Voor de verantwoording dient een inhoudelijk verslag en een financieel verslag te worden aangeleverd over hoe de subsidie is besteed. Dit wordt wederom door een beleidsmedewerker of beleidsondersteuner beoordeeld. Hierna wordt het subsidiebedrag, al dan niet ongewijzigd, vastgesteld.

Bij subsidies boven € 30.000,- wordt geëist een accountantsverklaring bij het financieel jaarverslag toe te voegen (artikel 16 Algemene subsidieverordening Mook en Middelaar 2022). 4.1.6 Inkopen en aanbestedingen Met inkoop en aanbesteding kan een aanmerkelijk financieel belang gemoeid zijn. Wet- en regelgeving, alsmede gemeentelijke inkoopbeleid bevatten de nodige waarborgen op het gebied van M&O. Reeds van toepassing zijnde interne controles op inkopen, geleverde prestaties en transacties zijn eveneens een waarborg dat deze juist en volledig zijn. Ook interne budget- en functiescheidingen zijn van toepassing. De beoordeling bij Europese aanbestedingen vindt plaats door meerdere personen. Aanvullende M&O-maatregelen kunnen zich beperken tot enkele extra controles van aangeleverde gegevens. 4.1.7 Integriteit van relaties Integriteit van medewerkers en bestuurders in de omgang met externe relaties vormt een M&O risico. Preventieve maatregelen in de zin van het personeelshandboek waarin het integriteitbeleid is opgenomen en gedragscodes, zoals gepubliceerd op het intranet zijn reeds van kracht. Het M&O beleid kan dan ook beperkt zijn tot het treffen van enkele aanvullende maatregelen.

4.1.8 Belastinginkomsten Heffing en invordering van belastingen vindt plaats op basis van objectieve gegevens die bijvoorbeeld worden verkregen via het bevolkingsregister, kamer van koophandel, het kadaster en taxateurs. Functiescheiding als interne maatregel vormt een waarborg voor M&O. Bepaalde belastingen zijn wel afhankelijk van gegevensverstrekking door belanghebbenden zoals de hondenbelasting en toeristenbelasting. Ook de procedure van kwijtschelding (eventueel op afvalstoffenheffing en rioolheffing) is risicogevoelig, omdat deze bij automatische verlening sterk afhankelijk is van de juistheid van inkomensregelingen1. Het beleid en de verordeningen worden intern opgesteld, echter de uitvoering vindt plaats door de gemeenschappelijke regelingen Wij steunen hieromtrent op het M&O beleid van de BsGW 4.2 Privacy en gegevensbeveiliging Misbruik en oneigenlijk gebruik heeft niet alleen betrekking op misbruik van middelen. Het kan ook gaan om misbruik van data. Dit kan inbreuk op privacy betreffen met identiteitsfraude als meest vergaande vorm. Het kan gaan om het lekken van vertrouwelijke informatie of persoonsgegevens.

1 Dit risico is voor een groot deel gereduceerd door het landelijk werkende Inlichtingenbureau. Dit bureau beschikt over digitale

gegevens van het UWV, de Belastingdienst, DUO en over bepaalde zorginformatie. Op grond van deze gegevens kan worden aangegeven wie voor kwijtschelding in aanmerking komt of niet.

11

4.2.1 Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) Om persoonsgegevens van de inwoners binnen Europa beter te beschermen, is vanaf 25 mei 2018 een nieuwe Europese privacywet van kracht, namelijk de AVG. Voorbeelden van persoonsgegevens zijn: naam, adres, geboortedatum, BSN, medische informatie en geloofsovertuiging. De AVG legt vast dat persoonsgegevens alleen verzameld en bewaard mogen worden als daar een wettelijke grondslag voor is en zo lang dat strikt noodzakelijk is. De gemeente houdt een register bij met een beschrijving van alle processen en de persoonsgegevens die daarin verwerkt worden. Als andere organisaties persoonsgegevens verwerken in opdracht van de gemeente worden hierover afspraken gemaakt en vastgelegd in een verwerkersovereenkomst. In de organisatie hebben we een functionaris gegevensbescherming (FG) en een Chief Information Security Officer (CISO). Deze personen geven advies over vraagstukken rond privacy en informatiebeveiliging. 4.2.2 Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) Informatiebeveiliging is de verzamelnaam voor de processen die ingericht worden om de betrouwbaarheid van gemeentelijke processen, de gebruikte informatiesystemen en de daarin opgeslagen gegevens te beschermen tegen misbruik en oneigenlijk gebruik.

Hierbij is de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) het belangrijkste landelijk kader, gebaseerd op de internationaal erkende en actuele ISO-certificering. Vanaf 1 januari 2020 is deze van kracht. 4.3 Bibob Bibob staat voor ‘Bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur’. Door middel van Wet Bibob kan de gemeente een (gevraagde) beschikking weigeren of intrekken als er een gevaarsconclusie is ten opzichte van de betrokkenen. Hiermee kan de gemeente voorkomen of tegengaan dat een beschikking wordt gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of strafbare feiten te plegen. De toepassing van deze wet is uitgewerkt in de vastgestelde gemeentelijke Bibob-beleidslijn.

12

5. Verantwoording Om inzicht te krijgen in de wijze waarop het M&O beleid wordt uitgevoerd en wordt nageleefd, moet verantwoording worden afgelegd. Dit wordt gerealiseerd door aan te sluiten bij de reguliere planningen control cyclus en de rollen en leidinggevenden. Daarbij inbegrepen de rol van de controller om overall zicht te houden op de effectiviteit van het M&O beleid. In het kader van de verantwoording worden in ieder geval de volgende stappen ondernomen: 

In de jaarrekening wordt verantwoordingsinformatie over het M&O beleid opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering. Per hoofdproces wordt daarbij ingegaan op: o Procesrisico o Maatregelen o Evaluatie op uitvoering

De verantwoording wordt opgesteld door de leidinggevende in samenspraak met de controller. 

Bij het verrichten van interne controles, audits en onderzoeken wordt aandacht besteed aan het M&O beleid.

Bij het opstellen van procesbeschrijvingen, in het kader van de administratieve organisatie, wordt rekening gehouden met M&O gevoelige aspecten.

13

Raadsvoorstel

Documentnummer Onderwerp Datum raadsvergadering Raadscommissie Datum raadscommissie Programma Portefeuillehouder

ZM23.04293 Zienswijze Kaderbrief MGR Rijk van Nijmegen 2025-2028 1 februari 2024 Algemeen 24 januari 2024 Paragraaf Verbonden Partijen F.N. Dillerop

Zienswijze Kaderbrief MGR Rijk van Nijmegen 2025-2028 ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Inleiding De MGR is een gemeenschappelijke regeling in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen en heeft, naast een platformfunctie voor de samenwerking in het Rijk van Nijmegen, twee modules waarin werkzaamheden worden uitgevoerd: het WerkBedrijf (uitvoering Participatiewet) en de IRvN (ICT-samenwerking). De deelnemende gemeenten zijn: Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen. De gemeenteraden in de regio wordt -voordat de ontwerpbegroting wordt opgesteld- de mogelijkheid geboden om uiterlijk 1 februari 2024 een zienswijze in te dienen op de Kaderbrief 2025-2028. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Voorstel 1. Kennis te nemen van de Kaderbrief van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling (MGR) Rijk van Nijmegen 2025-2028 2. Een zienswijze in te dienen op de Kaderbrief van de MGR Rijk van Nijmegen 2025-2028 conform bijgevoegde brief.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Beoogd effect Het DB van de MGR stelt u in de gelegenheid om een zienswijze te geven op de kaders voor de ontwerpbegroting van de MGR 2025-2028 voordat deze wordt opgesteld. Zo bent u als raad in een vroeg stadium betrokken en kunt u sturen op de keuzes en uitgangspunten die de MGR gaat hanteren voor de meerjarenbegroting 2025-2028. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Pagina 1 van 5

Zienswijze Kaderbrief MGR Rijk van Nijmegen 2025-2028

Raadsvoorstel Argumenten

Werkbedrijf WerkBedrijf bemiddelt, ontwikkelt en begeleidt werkzoekenden met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt naar werk. Binnen WerkBedrijf zijn er verschillende onderdelen, waarvoor de budgetten op verschillende manieren tot stand komen. Onderstaand is per onderdeel aangegeven welke uitgangspunten men hanteert bij het opstellen van de komende begroting. • Onderdeel WERK Tot 2023 was in het gemeentefonds het participatiebudget herleidbaar. De afspraak was altijd dat gemeenten het participatiebudget overhevelen voor de taakuitvoering in onderdeel WERK. Daarnaast worden begeleidingsmiddelen beschut werk ingezet in dit onderdeel, dit uitgangspunt blijft van kracht. Vanaf 2023 is het participatiebudget niet meer herleidbaar in het gemeentefonds. Tevens is de systematiek veranderd en wordt er met andere maatstaven gewerkt. Voor de jaren 2023 en 2024 is MGR Rijk van Nijmegen overeen gekomen met de deelnemende gemeenten dat we begroten met het (geïndexeerde) laatst bekende participatiebudget. Vanaf 2025 wordt, afhankelijk van besluitvorming in de raden, gewerkt met de objectieve rekentool die door Berenschot ontwikkeld is. Met deze tool is het mogelijk om te herleiden welk bedrag er beschikbaar is voor cluster participatie.

De tool laat ook zien welk deel van dit bedrag bij WerkBedrijf ingezet kan worden voor de re-integratietaak, en welk deel bij gemeenten ingezet kan worden voor de bijstandsverstrekking en het minimabeleid. • Onderdeel Op Weg Naar Werk (arbeidsmatige dagbesteding) De financiële uitgangspunten voor dit onderdeel wijzigen niet. Net als in eerdere jaren houdt de MGR rekening met een regionaal maximaal budget. Op basis van realisatie en prognose stelt men in de begroting per gemeente de bijdrage voor. Afrekening vindt plaats op basis van de realisatie per gemeente afgezet tegen de gemeentelijke bijdrage. • Onderdeel loonkostensubsidie Gemeenten krijgen via de BUIG-uitkering budget beschikbaar voor de verstrekking van loonkostensubsidies. De budgetten worden beschikbaar gesteld op basis van de realisatie in het voorgaande jaar. De MGR begroot de bijdrage loonkostensubsidie op basis van de voorlopige BUIG-budgetten en prognoses gebaseerd op monitoring in de uitvoering. Per gemeente wordt ingeschat welk bedrag aan loonkostensubsidie verstrekt gaat worden in een jaar. Na afloop van het jaar zal op basis van de realisatie per gemeente een afrekening volgen. Voorgestelde zienswijze Maatschappelijke opgave centraal De trend die omschreven wordt dat het kandidatenbestand de afgelopen jaren is veranderd, herkennen wij.

Om hier goed op in te kunnen spelen onderstrepen we het belang van een verbeterd informatieprotocol. Op die manier kunnen we de ontwikkelingen die gaande zijn goed volgen en er eventueel snel op in spelen.

Pagina 2 van 5

Zienswijze Kaderbrief MGR Rijk van Nijmegen 2025-2028

Raadsvoorstel Nieuw strategisch beleidskader De Kaderbrief sluit goed aan op het Beleidskader Arbeidsmarkt- en re-integratie 2024-2027 Regio Rijk van Nijmegen. Op 1 februari 2024 wordt het Beleidskader Arbeidsmarkt- en re-integratiebeleid behandeld in de gemeenteraad. Een kanttekening daarbij is dat, mocht het Beleidskader Arbeidsmarkt- en re-integratie wijzigen, dat gevolgen zal hebben voor de Kaderbrief. Impact taakstellende bezuiniging Het Beleidskader Arbeidsmarkt- en re-integratie 2024-2027 bevat een taakstellende bezuiniging van € 1.2 miljoen per jaar. In het Beleidskader wordt beschreven welke verdeling we hierbij aanhouden onder de gemeenten in het Rijk van Nijmegen. In de Kaderbrief spreekt men over de impact van deze bezuiniging op de dienstverlening. We begrijpen de impact en zullen de monitoring en de inspanningen daarop volgen. Voorgesteld wordt om te verzoeken ons middels periodieke rapportages op de hoogte te houden. Daarnaast zien we graag dat WerkBedrijf nadenkt over alternatieve manieren om de werkwijze vorm te geven in de veranderende financiële situatie. Samenvattend: 1. We herkennen de verandering van het kandidatenbestand en benadrukken het belang van een verbeterd informatieprotocol. Op die manier kunnen we de ontwikkelingen goed blijven volgen en daar eventueel snel op in spelen; 2.

De Kaderbrief is nog onder voorbehoud vanwege het feit dat het Beleidskader Arbeidsmarkten re-integratie 2024-2027 Rijk van Nijmegen nog vastgesteld moet worden door de raad. Wanneer het Beleidskader wijzigt zal dit ook gevolgen hebben voor de Kaderbrief; 3. We begrijpen de mogelijke impact op de bezuinigingen. We verzoeken het WerkBedrijf daarbij na te denken over alternatieve manieren om de werkwijze vorm te geven in de veranderende financiële situatie.

IRvN lCT Rijk van Nijmegen (iRvN) beheert, exploiteert en ontwikkelt de technische ICT-infrastructuur van en voor de gemeenten in de Regio Rijk van Nijmegen en voor de MGR. Voor WerkBedrijf en de Omgevingsdienst in het Rijk van Nijmegen verzorgt iRvN tevens het functioneel Informatie- en Applicatiebeheer. Dat laatste gebeurt ook voor het overgrote deel van het applicatielandschap van Gemeente Nijmegen en daarnaast verzorgt iRvN daar waar gewenst ook het functioneel Informatie-en Applicatiebeheer voor andere gemeenten in de regio. Ontwikkelingen Waar ICT-inzet eerder wellicht een black box was, is het tegenwoordig een onderwerp dat meer en meer strategische en bestuurlijke belangstelling heeft. Niet in de laatste plaats door de technologische ontwikkelingen, de intrede van kunstmatige intelligentie, de toename van cybercriminaliteit en de overgang van een traditioneel applicatielandschap naar het gebruikmaken van clouddiensten. De afstemming en samenwerking tussen de gemeenten en iRvN zullen in de komende jaren belangrijker worden wanneer de informatievoorziening (waar de gemeenten verantwoordelijk voor zijn) en de ICT-voorzieningen (waar iRvN verantwoordelijk voor is) steeds onlosmakelijker met elkaar verbonden zullen zijn. Dat vraagt een goede governance, iets waar nu, en ook in 2024 verdere regionale afspraken over gemaakt worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=13dbc560-c755-467d-bc06-42a553241d6e