CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Begroting en Rekening 9 december 2021, gemeente Mook en Middelaar27.187 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Pagina 2 van 6

Raadsbesluit kan het aantal overnachtingen bedoeld in artikel 4 op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld. Bij de forfaitaire vaststelling wordt het aantal overnachtingen gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten, overeenkomstig het bepaalde in het derde tot en met vijfde lid. 3. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: a. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen en gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2,3; b. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste seizoenplaatsen en gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2,3; c. mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen en gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2,3; d. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens op niet-vaste of seizoenplaatsen en gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op: i. 2,2, indien sprake is van een voorseizoenarrangement; ii. 2,3, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement; iii. 2,2, indien sprake is van een naseizoenarrangement; iv. 2,1, indien sprake is van een maandarrangement. 4. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht, wordt: a. in geval van het eerste lid, sub a, bepaald op: 55; b.

in geval van het eerste lid, sub b, bepaald op: 55; c. in geval van het eerste lid, sub c, bepaald op: 50; d. in geval van het eerste lid, sub d, bepaald op: i. 30, indien sprake is van een voorseizoenarrangement; ii. 39, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement; iii. 18, indien sprake is van een naseizoenarrangement; iv. 12, indien sprake is van een maandarrangement. Artikel 6 Opteren voor niet-forfaitaire heffingsgrondslag In afwijking van het bepaalde in artikel 5 kan op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing worden vastgesteld op het werkelijk aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit lager is dan het op grond van artikel 5 berekende aantal. Artikel 7 Belastingtarief Per overnachting bedraagt het tarief € 1,07. Artikel 8 Belastingtijdvak 1. Voor de belastingen genoemd in artikel 5 is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar. 2. Voor de niet-forfaitaire aanslagen is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderkwartaal. Artikel 9 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 10 Minimum bedrag aanslag 1. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 2. Voor de toepassing van het vorig lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 11 Termijn van betaling

Pagina 3 van 6

Raadsbesluit 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later. 2. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in het eerste lid is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen. Artikel 12 Kwijtschelding Bij invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 13. Aanmeldingsplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het dagelijks bestuur van de BsGW aangewezen ambtenaar belast met de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen als bedoeld in artikel 232, vierde lid sub a en b van de Gemeentewet. 2.

De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de verblijfsbelasting betrokken is. Artikel 14. Registratieplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd en eventueel door de gemeente verstrekt nachtverblijfregister. 2. Het college van burgemeester en wethouders stelt genoemd nachtverblijfregister kosteloos beschikbaar. 3. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de inrichting en gebruik van het nachtverblijfregister. 4. De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 5. 5. De verplichting als bedoeld in voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige een registratie voert waaruit het nachtverblijf van verblijfhoudenden kan worden vastgesteld.

Artikel 15 Elektronische aangifte Het uitnodigen tot het doen van aangifte kan naast de op de in artikel 237, eerste lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze geschieden door het uitreiken, toezenden of elektronisch verzenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van elektronische aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. In dat geval geschiedt, in afwijking van de in artikel 237, tweede lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze, de aangifte langs elektronische weg door het inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden via de digitale voorziening ‘Digitale aangifte toeristenbelasting’ van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen. Artikel 16. Overgangsrecht De 'Verordening toeristenbelasting Mook en Middelaar 2021’ van 16 december 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 17, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Pagina 4 van 6

Raadsbesluit

Artikel 17. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de 1e dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

Pagina 5 van 6

Raadsbesluit

Artikel 18. Citeertitel De verordening wordt aangehaald als ‘Verordening toeristenbelasting gemeente Mook en Middelaar 2022’.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering d.d. 16 december 2021 De raad voornoemd,

De griffier

mr. M.A.M. van Arensbergen

Pagina 6 van 6

De voorzitter mr. drs. W. Gradisen

1 Bijlage 4 RB Verordening Watertoeristenbelasting 2022

Raadsbesluit

Documentnummer Onderwerp

Verordening watertoeristenbelasting 2022

De raad van de gemeente Mook en Middelaar, gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders d.d. 30 november 2021; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; gelet op het advies van de raadscommissie d.d. 9 december 2021,

besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting gemeente Mook en Middelaar 2022.

Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: - etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur; - lengte: de lengte over alles; - maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen; - schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt; - vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie of andere recreatieve doeleinden; - vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling door het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand; - passanten: diegenen die verblijf houden in de gemeente, met of op een vaartuig, zonder het hebben van een vaste ligplaats; - historische schepen: schepen die ten minste vijftig jaar oud zijn, in oorspronkelijke staat verkeren, representatief zijn voor het maritiem erfgoed en ingeschreven staan bij het nationaal register van varende monumenten. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam 'watertoeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.

Pagina 1 van 4

Raadsbesluit Artikel 3 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 door het ter beschikking stellen van ligplaatsen of vaartuigen. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijft houdt als bedoeld in artikel 2. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is belastingplichtig - de schipper, - de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig, - diegene die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig. Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: 1. door degenen, die verblijf houden aan boord van: a. een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt voor verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; b. kano’s, roei- en volgboten; c. motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 6,5 meter; d. een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt; e. een vaartuig in directe dienst van het Rijk, de provincie Limburg of de gemeente Mook en Middelaar; f. een vaartuig van de Koninklijke Marine of oorlogsvaartuigen van vreemde naties; g. een vaartuig dat in eigendom toebehoort aan de Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij; h.

een vaartuig in gebruik voor onderhoud aan de waterwegen, welk onderhoud in opdracht van het Rijk, de provincie Limburg of de gemeente Mook en Middelaar wordt uitgevoerd; i. historische schepen. 2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; 3. waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van landtoeristenbelasting; 4. waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting. Artikel 5 Maatstaf van heffing 1. De belasting wordt geheven naar het aantal verblijven in het belastingtijdvak. Het aantal verblijven wordt gesteld op de som van het aantal etmalen dat elke in artikel 2 bedoelde persoon verblijf heeft gehouden. 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend. Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de heffingsgrondslag Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen: a.

het aantal personen, dat verblijf heeft gehouden, bepaald op 2,2; b. het aantal etmalen, dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden, bepaald op 24.

Pagina 2 van 4

Raadsbesluit Artikel 7 Opteren voor niet-forfaitaire heffingsgrondslag In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal etmalen, dat verblijf is gehouden, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op de voet van artikel 6 berekende aantal. Artikel 8 Belastingtarief De belasting bedraagt per persoon per etmaal € 1,07. Artikel 9 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan een kalenderjaar. Artikel 10 Wijze van belastingheffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 11 Minimum bedrag aanslag 1. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 2. Voor de toepassing van het vorig lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 12 Termijn van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later. 2.

Betaling van de termijnen zoals bedoeld in het eerste lid is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen. Artikel 13 Kwijtschelding Bij invordering van watertoeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 14. Aanmeldingsplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijft heeft verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het dagelijks bestuur van de BsGW aangewezen ambtenaar belast met de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen als bedoeld in artikel 232, vierde lid sub a en b van de Gemeentewet. 2. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de verblijfsbelasting betrokken is. Artikel 15. Registratieplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd en eventueel door de gemeente verstrekt verblijfregister. 2.

Het college van burgemeester en wethouders stelt genoemd verblijfregister kosteloos beschikbaar. 3. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de inrichting en gebruik van het verblijfregister.

Pagina 3 van 4

Raadsbesluit 4. De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 6. 5. De verplichting als bedoeld in voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige een registratie voert waaruit het verblijf van verblijfhoudenden kan worden vastgesteld. Artikel 16 Elektronische aangifte Het uitnodigen tot het doen van aangifte kan naast de op de in artikel 237, eerste lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze geschieden door het uitreiken, toezenden of elektronisch verzenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van elektronische aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. In dat geval geschiedt, in afwijking van de in artikel 237, tweede lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze, de aangifte langs elektronische weg door het inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden via de digitale voorziening ‘Digitale aangifte toeristenbelasting’ van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen.

Artikel 17 Overgangsrecht De 'Verordening watertoeristenbelasting gemeente Mook en Middelaar 2021' van 16 december 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 18, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 18 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de 1e dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. Artikel 19 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: 'Verordening watertoeristenbelasting gemeente Mook en Middelaar 2022’.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering d.d. 16 december 2021 De raad voornoemd,

De griffier

mr. M.A.M. van Arensbergen

Pagina 4 van 4

De voorzitter mr. drs. W. Gradisen

1 Bijlage 5 RB Verordening Hondenbelasting 2022

Raadsbesluit

Documentnummer Onderwerp

Verordening hondenbelasting 2022

De raad van de gemeente Mook en Middelaar, gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders d.d. 30 november 2021; gelet op artikel 226 van de Gemeentewet; gelet op het advies van de raadscommissie d.d. 9 december 2021

besluit: de volgende verordening vast te stellen: Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting gemeente Mook en Middelaar 2022.

Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam 'hondenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel 2 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is de houder van een hond. 2. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. 3. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. Artikel 3 Vrijstellingen 1. In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. 2. De belasting wordt niet geheven voor honden: a. die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; b. die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; c.

die als pup in opleiding zijn tot blindengeleidehond of assistentiehond zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, letters a en b en in eigendom zijn van het opleidingsinstituut; d. waarvan de houder een geldig certificaat kan tonen dat is afgegeven door de Koninklijke Nederlandse Politiehondenvereniging;

Pagina 1 van 3

Raadsbesluit e. die verblijven in een hondenasiel; f. die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; g. die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden. Artikel 4 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. Artikel 5 Belastingtarief 1. De belasting bedraagt per belastingjaar: a. voor een eerste hond € 64,68 b. voor iedere volgende hond € 93,12 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in een kennel, per belastingjaar, per kennel € 452,88 Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder kennel verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen. 3. Het tweede lid blijft buiten toepassing als belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijke aantal honden, als blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag. Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting voor het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel 9 Minimum bedrag aanslag 1. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 2. Voor de toepassing van het vorig lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 10 Termijnen van betaling

Pagina 2 van 3

Raadsbesluit 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van hondenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Overgangsrecht De 'Verordening hondenbelasting 2021' van 16 december 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 13 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de 1e dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening hondenbelasting gemeente Mook en Middelaar 2022’. Aldus besloten in zijn openbare vergadering d.d. 16 december 2021 De raad voornoemd,

De griffier

mr. M.A.M. van Arensbergen

Pagina 3 van 3

De voorzitter mr. drs. W. Gradisen

1 Bijlage 6 RB Verordening Rioolheffing 2022

Raadsbesluit

Documentnummer Onderwerp

Verordening rioolheffing 2022

De raad van de gemeente Mook en Middelaar, gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders d.d. 30 november 2021; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; gelet op het advies van de raadscommissie d.d. 9 december 2021,

besluit: de volgende verordening vast te stellen: Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing gemeente Mook en Middelaar 2022.

Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: - gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente. Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. 2.

Als het perceel een onroerende zaak is, wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Pagina 1 van 3

Raadsbesluit

Artikel 4 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel 5 Vrijstellingen De belasting is niet verschuldigd ter zake van percelen met een woz-waarde die minder is dan € 25.000. Artikel 6 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. Artikel 7 Belastingtarieven Het tarief bedraagt per perceel € 132,78. Artikel 8 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 9 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar.

Artikel 11 Minimum bedrag aanslag 1. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 2. Voor de toepassing van het vorig lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 12 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden

Pagina 2 van 3

Raadsbesluit in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 13 Kwijtschelding Een verzoek om kwijtschelding wordt getoetst aan de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, met dien verstande dat het in artikel 16, lid 1, van die regeling genoemde percentage voor de kosten van bestaan wordt vervangen door 100. Artikel 14 Overgangsrecht De 'Verordening op rioolheffing gemeente Mook en Middelaar 2021' van 16 december 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 15, tweede, lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 15 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de 1e dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. Artikel 16 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening rioolheffing gemeente Mook en Middelaar 2022’.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering d.d. 16 december 2021 De raad voornoemd,

De griffier

mr. M.A.M. van Arensbergen

Pagina 3 van 3

De voorzitter mr. drs. W. Gradisen

1 Bijlage 7 RB Verordening Reinigingsheffingen 2022 (incl. tarieventabel)

Raadsbesluit

Documentnummer Onderwerp

Verordening reinigingsheffingen 2022

De raad van de gemeente Mook en Middelaar, gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders d.d. 30 november 2021; gelet op artikelen 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15:33 van de Wet milieubeheer; gelet op het advies van de raadscommissie d.d. 9 december 2021,

besluit: de volgende verordening vast te stellen: Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten gemeente Mook en Middelaar 2022.

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: a. een afvalstoffenheffing; b. reinigingsrechten. Artikel 2 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: - gebruik maken in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer; - groep van percelen: een groep van meerdere percelen, waarvoor op grond van de Algemene plaatselijke verordening Mook en Middelaar voor de inzameling van restafval en/of groente-, fruiten tuinafval gemeenschappelijk gebruik wordt gemaakt van één of meerdere verzamelcontainers; - bedrijfspand: een gebouwde onroerende zaak, of een zelfstandig gebruikt gedeelte ervan, geen perceel dan wel groep van percelen zijnde; - huishoudelijk afval: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, afvalwater en autowrakken daaronder niet begrepen, behoudens voor zover het afgegeven of ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreffen, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen; - bedrijfsafval: afval, afkomstig van kleine bedrijven, kantoren en winkels dat naar aard, omvang en samenstelling gelijk is te stellen aan huishoudelijk afval; - container: het van gemeentewege voor de inzameling van groente-, fruit- en tuinafval en/of restafval verstrekt inzamelmiddel;

Pagina 1 van 9

Raadsbesluit -

PMD-zak: het van gemeentewege voor de inzameling van plastic, blik en drankkarton verstrekt inzamelmiddel; kalenderweek: een aaneengesloten periode van zeven dagen, beginnende met een maandag en eindigende met een zondag.

HOOFDSTUK II AFVALSTOFFENHEFFING Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 4. Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren. e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

Artikel 5 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel. Artikel 6 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 1 en 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel met inachtneming van de overige leden van dit artikel. 2. Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde volume-eenheid als een volle eenheid aangemerkt. 3. Voor de berekening van de belasting als bedoeld in de onderdelen 1.2 en 1.3 van de tarieventabel wordt uitgegaan van de gewichten die zijn vastgesteld met behulp van de weegapparatuur op de wegende inzamelauto. 4. Het gewicht van het per kalenderweek ingezamelde huishoudelijk afval wordt per perceel dan wel groep van percelen vastgesteld op het verschil van het gewicht van de ter lediging aangeboden container voor en na lediging. 4.1 Het gewicht per perceel dat behoort tot een groep van percelen wordt, voor wat betreft het door middel van een verzamelcontainer ingezamelde restafval, vervolgens vastgesteld op een, naar het

Pagina 2 van 9

Raadsbesluit aantal percelen van de betrokken groep van percelen, evenredig gedeelte van het totale gewicht van de betrokken groep van percelen. 5. De vaststelling van het totaal per belastingjaar ingezamelde gewicht van de afvalstoffen van een perceel vindt plaats door een optelling van de gewichten van het wekelijks ingezamelde groente-, fruit- en tuinafval en/of het restafval van dit perceel in het betreffende belastingjaar, waarbij dit totaal wordt afgerond op gehele kilo's naar beneden. 5.1 De vaststelling van het totaal per belastingjaar ingezamelde gewicht van de afvalstoffen van een perceel behorende tot een groep van percelen vindt plaats door een optelling van de, voor dat perceel, op grond van lid 4.1 vastgestelde gewichten in het betreffende belastingjaar, vermeerderd met het voor dat perceel, op grond van lid 5 vastgestelde gewicht van het wekelijks ingezamelde groente-, fruit- en tuinafval in het betreffende belastingjaar, waarbij dit totaal wordt afgerond op gehele kilo's naar beneden.

6 Indien tijdens een inzamelbeurt door een calamiteit of technische storing aan de wegende inzamelauto, de herkennings-, wegings- of registratieapparatuur of van de middelen waarmee de registratiegegevens van de geledigde containers worden opgeslagen, van een aangeboden container geen of een onjuiste automatische weging, herkenning, registratie of gegevensverwerking plaatsvindt, wordt voor de inzameling van de afvalstoffen per perceel, al dan niet behorende tot een groep van percelen, voor alle betrokken percelen, ongeacht of de bij deze percelen behorende containers worden aangeboden, voor de betreffende inzamelbeurt een forfaitair gewicht vastgesteld overeenkomstig het gestelde in de leden 7 en 8. 7 Het forfaitaire gewicht als bedoeld in lid 6 wordt bepaald op het totaal over het voorafgaande belastingjaar bij de betrokken percelen vastgestelde gewicht van de afvalstoffen gedeeld door het aantal inzamelbeurten gedurende het voorafgaande belastingjaar. 8 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, of indien om andere redenen geen forfaitair gewicht als bedoeld in lid 7 kan worden vastgesteld, wordt het forfaitair gewicht bepaald op 12 kilogram. Artikel 7 Belastingjaar 1 Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2 Het eerste belastingjaar gaat in op de datum van ingang van de heffing.

Artikel 8 Wijze van heffing 1 De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2 De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1 De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2 De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdelen 1.2 en 1.3 van de tarieventabel zijn verschuldigd na afloop van het belastingjaar. 3 Indien de belastingplicht in de loop van een belastingjaar aanvangt, is de belasting, als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.1 van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Pagina 3 van 9

Raadsbesluit 4

5 6

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting, als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.1 van de tarieventabel, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. De belasting als bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

Artikel 10 Minimum bedrag aanslag 1 Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 2 Voor de toepassing van het vorig lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingaanslag. Artikel 11 Kwijtschelding Een verzoek om kwijtschelding wordt getoetst aan de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, met dien verstande dat het in artikel 16, lid 1, van die regeling genoemde percentage voor de kosten van bestaan wordt vervangen door 100. Artikel 12 Termijnen van betaling 1 In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later.

2 In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3 Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4 De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. HOOFDSTUK III REINIGINGSRECHTEN Artikel 13 Belastbaar feit 1 Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten. 2 Het in het eerste lid bedoelde genot van diensten bestaat uit het wekelijks inzamelen van bedrijfsafval van beperkte omvang of hoeveelheid, zulks door middel van een door de gemeente beschikbaar gesteld inzamelmiddel tot een maximum van 240 liter per week.

Artikel 14 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Pagina 4 van 9

Raadsbesluit

Artikel 15 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1 De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel met inachtneming van de overige leden van dit artikel. 2 Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde volume-eenheid als een volle eenheid aangemerkt. 3 Voor de berekening van de rechten als bedoeld in hoofdstuk 3, onderdeel 3.2 van de tarieventabel wordt uitgegaan van de gewichten die zijn vastgesteld met behulp van de weegapparatuur op de wegende inzamelauto. 4 Het gewicht van het per kalenderweek ingezamelde bedrijfsafval wordt per bedrijfspand vastgesteld op het verschil van het gewicht van de ter lediging aangeboden container voor en na lediging. 5 De vaststelling van het totaal per belastingjaar ingezamelde gewicht van het bedrijfsafval van een bedrijfspand vindt plaats door een optelling van de gewichten van het wekelijks ingezamelde bedrijfsafval van dit bedrijfspand in het betreffende belastingjaar, waarbij dit totaal wordt afgerond op gehele kilo's naar beneden.

6 Indien tijdens een inzamelbeurt door een calamiteit of door technische storing aan de wegende inzamelauto, de herkennings-, wegings- of registratieapparatuur of van de middelen waarmee de registratiegegevens van de geledigde containers worden opgeslagen, van een aangeboden container geen of een onjuiste automatische weging, herkenning, registratie of gegevensverwerking plaatsvindt, wordt voor de inzameling van het bedrijfsafval voor alle betrokken bedrijfspanden, ongeacht of de bij deze bedrijfspanden behorende containers worden aangeboden, voor de betreffende inzamelbeurt een forfaitair gewicht per bedrijfspand vastgesteld overeenkomstig het gestelde in de leden 7 en 8. 7 Het forfaitair gewicht als bedoeld in lid 6 wordt bepaald op het totaal over het voorafgaande belastingjaar bij de betrokken bedrijfspanden vastgestelde gewicht van het bedrijfsafval, gedeeld door het aantal inzamelbeurten gedurende het voorafgaande belastingjaar. 8 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, of indien om andere redenen geen forfaitair gewicht als bedoeld in lid 7 kan worden vastgesteld, wordt het forfaitair gewicht bepaald op 12 kilogram. Artikel 16 Belastingjaar 1 Met betrekking tot de rechten die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2 Het eerste belastingjaar gaat in op de datum van ingang van de heffing.

Artikel 17 Wijze van heffing De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. Artikel 18 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang 1 De rechten als bedoeld in hoofdstuk 3, onderdeel 3.1 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2 De rechten als bedoeld in hoofdstuk 3, onderdeel 3.2 van de tarieventabel zijn verschuldigd na afloop van het belastingjaar. 3 Indien de belastingplicht in de loop van een belastingjaar aanvangt zijn de rechten, als bedoeld in hoofdstuk 3, onderdeel 3.1 van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van

Pagina 5 van 9

Raadsbesluit

4

de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van een belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten, als bedoeld in hoofdstuk 3, onderdeel 3.1 van de tarieventabel, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 19 Minimum bedrag aanslag 1 Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 2 Voor de toepassing van het vorig lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingaanslag. Artikel 20 Kwijtschelding Voor reinigingsrechten is geen kwijtschelding mogelijk. Artikel 21 Termijnen van betaling 1 In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2 In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt.

3 Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4 De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. HOOFDSTUK IV AANVULLENDE BEPALINGEN Artikel 22 Overgangsrecht De ‘Verordening reinigingsheffingen Mook en Middelaar 2021’ van 16 december 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 23, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 23 Inwerkingtreding 1 Deze verordening treedt in werking met ingang van de 1e dag na die van de bekendmaking. 2 De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. Artikel 24 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening reinigingsheffingen gemeente Mook en Middelaar 2022’.

Pagina 6 van 9

Raadsbesluit Aldus besloten in zijn openbare vergadering d.d. 16 december 2021 De raad voornoemd,

De griffier

mr. M.A.M. van Arensbergen

Pagina 7 van 9

De voorzitter mr. drs. W. Gradisen

Raadsbesluit TARIEVENTABEL 2022 BEHORENDE BIJ DE VERORDENING REINIGINGSHEFFINGEN 2022

Hoofdstuk 1 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing per belastingjaar. 1.1 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar 1.2 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1 bedraagt de belasting per kilogram restafval welke gedurende het belastingjaar in een container wordt ingezameld 1.3 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1 bedraagt de belasting per kilogram groente-, fruit- en tuinafval welke gedurende het belastingjaar in een container wordt ingezameld 1.4 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1 bedraagt de belasting voor plastic, blik en drankkarton welke gedurende het belastingjaar in een PMD-zak wordt ingezameld

€ 149,76

€

0,31

€

0,11

€

Gratis

Hoofdstuk 2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing. Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats, per kilogram: Hoog tarief 2.1 Bitumen (dakleer) 2.2 Bouw- en sloopafval 2.3 Gips, kalkzandsteen, keramiek 2.4 Grof huishoudelijk afval 2.5 Hout 2.6 Schoon puin

€ € € € € €

0,31 0,31 0,31 0,31 0,31 0,31

Laag tarief 2.7 Grof tuinafval (zoals dikke takken en boomstronken)

€

0,11

Gratis 2.8 2.9 2.10 2.11 2.12 2.13 2.14 2.15 2.16 2.17 2.18

€ € € € € € € € € € €

Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis Gratis

Asbest Elektrische- en elektronische apparatuur Fijn snoeiafval tuin (zoals dunne takken en bladeren) Frituurvet Glas, zijnde verpakkingsglas (glascontainer) Glas overig (zoals vlakglas) (milieustraat) KCA (Klein Chemisch afval) Oud ijzer / metalen Oud papier / karton Piepschuim Textiel / schoenen

Pagina 8 van 9

Raadsbesluit Hoofdstuk 3 Maatstaven en tarieven reinigingsrechten per belastingjaar. 3.1 De rechten bedragen per container per belastingjaar 3.2 De rechten als bepaald in onderdeel 3.1 wordt per kilogram bedrijfsafval welke gedurende het belastingjaar in een container wordt ingezameld vermeerderd met

€

74,88

€

0,31

Omzetbelasting / BTW De tarieven genoemd in hoofdstuk 3 worden verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting (btw).

Behoort bij raadsbesluit van 16 december 2021. De griffier,

De voorzitter,

mr. M.A.M. van Arensbergen

mr. drs. W. Gradisen

Pagina 9 van 9

1 Bijlage 8 RB Legesverordening 2022

Raadsbesluit

Documentnummer Onderwerp

Legesverordening 2022

De raad van de gemeente Mook en Middelaar, gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders d.d. 30 november 2021; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet; gelet op het advies van de raadscommissie d.d. 9 december 2021,

besluit: de volgende verordening vast te stellen: Verordening op de heffing en de invordering van leges gemeente Mook en Middelaar 2022.

Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; - jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; - kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december; - maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand; - week: een aaneengesloten periode van zeven dagen. Artikel 2 Belastbaar feit 1. Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; b. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. 2. Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon

Pagina 1 van 4

Raadsbesluit

Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht. Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald; b. diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend; c. diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; d. het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover het een activiteit betreft bedoeld in artikel 2.2a van het Besluit omgevingsrecht (omgevingsvergunning beperkte milieutoets); e.

het raadplegen van de bij de gemeente berustende registers, leggers en plankaarten van de Dienst van het kadaster en de openbare registers door ambtenaren, in de uitoefening van hun functie; f. het in behandeling nemen van aanvragen van verklaringen omtrent inkomen en vermogen. g. het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.25, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening (evenementenvergunning), het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet en het in behandeling nemen van een ontheffing als bedoeld in artikel 4.6 van de Algemene Plaatselijke Verordening indien het betreft de dorpskermis en/of niet-commercieel evenement door een stichting of vereniging zonder winstoogmerk dat het behartigen van een lokaal maatschappelijk belang voorop stelt en is gericht op activiteiten met een politiek, godsdienstig, geestelijk, wereld¬beschouwelijk, sociaal, weldadig doel, dan wel activiteiten met een sportief, cultureel of recreatief doel. Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet. 3. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur.

Pagina 2 van 4

Raadsbesluit Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b.

een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft: - onderdeel 1.1.5 (akten burgerlijke stand); daar waar ‘Wettelijk tarief’ of ‘Tarief CBR’ is vermeld zoals bij: - hoofdstuk 2 (reisdocumenten); - hoofdstuk 3 (rijbewijzen); - onderdelen hoofdstuk 4 (basisadministratie personen); - onderdelen hoofdstuk 9 (o.a. verklaring omtrent het gedrag en bewijs van in leven zijn); - onderdelen hoofdstuk 13 (kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel 11 Overgangsrecht 1. De ‘Legesverordening Mook en Middelaar 2021’ van 16 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.

Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.

Pagina 3 van 4

Raadsbesluit

Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de 1e dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening gemeente Mook en Middelaar 2022.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering d.d. 16 december 2021 De raad voornoemd,

De griffier

mr. M.A.M. van Arensbergen

Pagina 4 van 4

De voorzitter mr. drs. W. Gradisen

1 Bijlage 8a Tarieventabel leges 2022

Redactioneel gewijzigde tekst (o.a. beperkte tekswijzigingen en artikelverwijzingen) en afwijkend tarief van de indexering. Nieuw of gewijzigd artikel. Doorhaling Vervallen artikel.

Tarieventabel Leges, behorende bij Legesverordening 2022 Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2021. De griffier, De voorzitter,

mr. M.A.M. Arensbergen

mr. drs. W. Gradisen

tarief #: zie toelichting onderaan tabel

Titel I - Algemene dienstverlening Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand

Tarief

Voltrekking van een huwelijk of geregistreerd partnerschap, alsmede omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, vindt kosteloos plaats in het Gemeentehuis, Raadhuisplein 6 te Mook, als de voltrekking plaats heeft op dinsdag om of na 9.00 uur en voor 10.00 uur, op grond van artikel 4 van de Wet rechten burgerlijke stand.

1.1.1

1.1.1.1

1.1.1.2

1.1.2

€ 0,00

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het voltrekken van een huwelijk of geregistreerd partnerschap in één van de volgende aangewezen locaties voor het voltrekken van huwelijken en geregistreerde partnerschappen, waarbij op verzoek de tijdsduur van de voltrekking maximaal 30 minuten bedraagt: Het Gemeentehuis, Raadhuisplein 6 te Mook a) Op maandag t/m vrijdag tussen 9.00 en 19.00 uur

€ 300,80

b) Op zaterdag tussen 10.00 en 17.00 uur

€ 451,20

c) Op zondag tussen 12.00 en 16.00 uur

€ 526,50

Herberg ’t Zwaantje, Groesbeekseweg 106 te Mook a) Op maandag t/m vrijdag tussen 9.00 en 19.00 uur

€ 452,30

b) Op zaterdag tussen 10.00 en 17.00uur

€ 520,00

c) Op zondag tussen 12.00 en 16.00 uur

€ 588,00

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het voltrekken van een huwelijk of geregistreerd partnerschap in een zelfgekozen locatie a) Op maandag t/m vrijdag tussen 9.00 en 19.00 uur

€ 452,30

b) Op zaterdag tussen 10.00 en 17.00uur

€ 520,00

c) Op zondag tussen 12.00 en 16.00 uur Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek: a) Op maandag t/m vrijdag tussen 9.00 en 19.00 uur

€ 588,00

€ 345,90

b) Op zaterdag tussen 10.00 en 17.00 uur

€ 397,80 € 449,70

1.1.7

c) Op zondag tussen 12.00 en 16.00 uur Indien voor het voltrekken van een huwelijk of geregistreerd partnerschap in een van de in 1.1.1 t/m 1.1.3 vermelde locaties, waarbij op verzoek de tijdsduur van de voltrekking meer dan 30 minuten moet bedragen, worden de in 1.1.1, 1.1.2 en 1.1.3 genoemde tarieven verhoogd voor de aan de voltrekking extra te besteden tijd per kwartier of gedeelte daarvan met Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, indien daarbij gebruik gemaakt wordt van de trouwzaal of een van de onder 1.1.1 en 1.1.2 genoemde ruimten het bedrag overeenkomstig de aldaar genoemde tarieven. Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek het bedrag overeenkomstig de in 1.1.3 genoemde tarieven. Het tarief bedraagt voor het verstrekken van:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=58bb4300-8274-46af-8942-5938079a10cb