Agendabundel
Tekst van het document
De VRLN heeft de afgelopen tijd geïnvesteerd in hard- en software om informatiesystemen veiliger te maken. De komende jaren worden er aanvullend diverse maatregelen ondernomen, zoals het implementeren van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). De BIO geldt als basisnormenkader voor de overheid op informatiebeveiliging. De VRLN wil de maatregelen binnen twee jaar volledig implementeren. Daarnaast wil de VRLN samenwerken met andere veiligheidsregio’s en GGD-en om de kwetsbaarheid van onze organisatie te verminderen. De VRLN zou graag zien dat software voor cruciale processen op een landelijke infrastructuur draait in plaats van dat veiligheidsregio’s en GGD-en hier eigenstandig in opereren. Tot slot is de VRLN van mening dat op landelijk niveau een Security Operation Center
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 32 -
14 april 2022
moet worden ingericht om individuele veiligheidsregio’s en GGD-en bij te staan in het monitoren van dreigingen en de kwalificatie van incidenten. Hoog specialistische kennis moet worden ingezet als cyberincident onverhoopt optreedt. De gevolgschade van een cyberincident is niet te kwantificeren. Financiële rechtmatigheid dienstverlening coronabestrijding In 2020 heeft de VRLN net als alle andere GGD-en omwille van de snelheid rechtstreeks en zonder aanbestedingsprocedure overeenkomsten gegund in het kader van de bestrijding van de coronapandemie. In de Aanbestedingswet is in artikel 2.32 lid 1 sub c de mogelijkheid gecreëerd om in geval van “dwingende spoed” de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toe te passen. De rechtmatigheid van de opdrachten die de VRLN heeft verleend in 2021 dient mede beoordeeld te worden in het licht van de uitzonderlijk omstandigheden van het geval. De aard en omvang van de te verlenen opdrachten waren amper voorspelbaar en kwamen - vanwege het grillige verloop van de pandemie - ook via instructies van het ministerie van VWS op zeer korte termijn. Er was een noodzaak contracten te verlengen en er was geen tijd en capaciteit om eerst aanbestedingen te houden. Voor de eerste helft van 2021 is dwingende spoed de basis voor de verlenging van de reeds in 2020 gegunde overeenkomsten.
Voor de tweede helft van 2021 geschiedt de opdrachtverlening bij wijze van overbrugging tot de ingangsdatum van de nieuwe overeenkomsten. Ook dat heeft een rechtmatige en door de rechter toegestane grondslag. Deeltijdregeling brandweervrijwilligers In Nederland bestaat een hybride stelsel van beroeps- en vrijwillige brandweermensen. De Europese Deeltijdrichtlijn dreigt de vrijwilligheid onder druk te zetten. De Minister van Justitie en Veiligheid heeft aangegeven dat vrijwilligheid echt vrijwillig moet zijn en dat sluit niet aan bij kazernering van vrijwilligers. Daarnaast moet een onderscheid worden gemaakt in het takenpakket tussen vrijwilligers en beroepsbrandweermensen. VRLN kiest er voor hoog specialistisch taken te beleggen bij beroepsbrandweermensen. Door materiële voorzieningen te verminderen is financiële ruimte gevonden om de beroepscapaciteit uit te breiden. Er zijn met het Rijk nog geen afspraken gemaakt over de vergoeding van meerkosten die voortvloeien uit de stelselwijziging. Een extern bureau heeft uitgerekend dat deze wijziging in onze regio € 1,2 mln. kosten met zich meebrengt. De bestuurlijke lijn is dat wijzigingen als gevolg Europese wetgeving door het Rijk moeten worden vergoed. Krappe arbeidsmarkt De krappere arbeidsmarkt maakt het moeilijk medewerkers te vinden.
Het risico bestaat dat de bezetting niet op orde is en afgesproken prestaties om die reden niet kunnen worden gerealiseerd. Daarnaast nemen kosten om leemtes in de planning te ondervangen met tijdelijke inhuur van medewerkers toe en is de inspanning die geleverd wordt om verloop van medewerkers op te vangen groot. Het personeelsplan 2022-2030 wordt in juli 2022 aan het bestuur voorgelegd.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 33 -
14 april 2022
Ondernemersrisico Er bestaan onzekerheden ten aanzien van aanvullende inkomsten door (mogelijke) veranderingen in wet- en regelgeving en overige (externe) ontwikkelingen. In 2021 was als gevolg van de coronapandemie sprake van een forse omzetderving bij reizigersvaccinaties. Bij VWS is het verlies (omzet minus kosten) van € 625.000 gedeclareerd. Voorwaardelijk pensioen medewerkers Zorggroep Op 1 januari 2012 is de jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarige overgedragen van de Zorggroep naar VRLN. Met de overgang van de medewerkers van de Zorggroep naar VRLN is het deelnemerschap van de collega’s overgekomen van de Zorggroep bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PfZW) beëindigd. Op basis van artikel 18 lid 4 van het sociaal plan garandeert VRLN dat het voorwaardelijk pensioen na overdracht van pensioenrechten naar het ABP bij dat pensioenfonds ten minste gelijk is aan dat bij het PfZW. Om dit te bewerkstelligen is met het ABP in 2011 ‘Behoud Voorwaardelijke Inkoop’ overeengekomen. Dat is de financiële techniek waarmee overdracht van rechten plaats kan vinden. In 2020 heeft het ABP de voorwaardelijke pensioenrechten opgenomen. Over de hoogte van de rechten van individuele medewerkers staan nog vragen open. Als gevolg daarvan is dit dossier nog niet definitief afgesloten. Mocht compensatie nodig zijn dan gaat dat om een bedrag van maximaal € 135.000.
3.1.2. Financiële kengetallen Netto schuldquote Het kengetal netto schuldquote, ook wel bekend als de netto-schuld als aandeel van de inkomsten, zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeenschappelijke regeling. De netto schuldquote geeft aan of de gemeenschappelijke regeling investeringsruimte heeft of juist op zijn tellen moet passen. Daarnaast geeft het kengetal inzicht in de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. In de uitgave ‘Houdbare Gemeentefinanciën’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is aangegeven dat wanneer de schuld lager is dan de jaaromzet (100%) dit als voldoende kan worden bestempeld. Voor veiligheidsregio’s wordt 80% als norm aangehouden. VRLN blijft onder de norm. Solvabiliteit De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe financieel gezonder de gemeenschappelijke regeling. De solvabiliteitsratio is relatief hoog in deze jaarrekening. Dit hangt samen met de vrijval van de onderhoudsvoorzieningen.
Hierdoor is vreemd vermogen verschoven naar het eigen vermogen. Dit is een tijdelijke situatie, op het moment dat de onderhoudsplannen geactualiseerd zijn, verschuiven deze middelen weer naar een voorziening en daalt de solvabiliteitsratio. VRLN is in staat haar kortlopende en langlopende schulden te voldoen. De lage rentestand is behulpzaam, want de duurdere leningen met een hoger rentepercentage worden indien mogelijk vervangen door goedkopere leningen met een lager rentepercentage.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 34 -
14 april 2022
Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn voornamelijk de gemeentelijke bijdragen en de rijksbijdrage. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Het percentage voor VRLN ligt ultimo 2021 op -0,4%. Financiële kengetallen (exclusief Corona)
(in percentages) 050221
Realisatie 2020
Begroting 2021
Realisatie 2021
Netto schuldquote
53,4%
66,5%
57,8%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
53,4%
66,5%
57,8%
Solvabiliteitsratio
13,0%
4,7%
11,6%
Structurele exploitatieruimte
0,9%
-1,7%
-0,4%
3.2
Bedrijfsvoeringsparagraaf: In Control Statement
In deze jaarverantwoording geeft de directeur voor het jaar 2021 een In Control Statement (ICS) af. De VRLN hanteert de werkdefinitie dat een ICS een verantwoording is van de bestuurder om aan te geven wat de mate van interne beheersing is in relatie tot de realisatie van (organisatie) doelstellingen. Met een ICS geeft de directeur antwoord op de vraag in hoeverre het management voldoende grip heeft op de processen die leiden tot het realiseren van (strategische) doelstellingen. De ICS tekst is tot stand gekomen door het gebruik van een speciaal voor de politie ontwikkelde methodiek maar in onze ogen ook bruikbaar voor de veiligheidsregio en de GGD. Deze methodiek gaat uit van 3 verschillende perspectieven: de eigen bevindingen (assessment), de interne bevindingen en de externe bevindingen. Elke van deze perspectieven wordt gehouden tegen een (intern) referentiemodel. Het referentiemodel sluit aan bij de algemene benaming van volwassenheidniveaus voor interne beheersing zijnde: initieel, handelingsbewust, gedefinieerd, beheerst en geoptimaliseerd. De verklaring is een kwalitatieve weergave van de mate van beheersing in het geconstateerde volwassenheidsniveau. De directeur verklaart dat de beheersing van de bedrijfsvoering van de veiligheidsregio in 2021 zich bevindt in het volwassenheidsniveau “handelingsbewust”.
Het stelsel van interne beheersing is bij de VRLN in ontwikkeling. Regels en controle dragen bij aan beheersing van risico’s die zich nu eenmaal voordoen in de bedrijfsvoering. Normen met betrekking tot rechtmatigheid kunnen leiden tot spanning ten opzichte van het streven processen kostenefficiënt in te richten. De directeur heeft aandacht voor een bij de eigenheid van de VRLN passend optimum tussen enerzijds de mate van het treffen van (aanvullende) beheersmaatregelen en het nog aanvaardbare niveau van risico’s in de bedrijfsvoering anderzijds.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 35 -
14 april 2022
De reikwijdte van deze verklaring betreft de organisatie als geheel. De bevindingen over de mate van interne beheersing zijn afgezet tegen het ontwikkelde referentiemodel voor de vereisten van een management control systeem. Het referentiemodel kent zes aspecten: strategie, procesbeheersing, normbeheersing, rapportagebeheersing, risicomanagement en cultuur.
De gewenste ontwikkeling op de afzonderlijke aspecten laat zich op hoofdlijnen en in kwalitatieve termen als volgt schetsen: • Strategie: In het beleidsplan 2019-2023 ligt de strategie van de organisatie vast en deze wordt door de organisatie herkend. In 2021 is onder regie van een bestuurlijke werkgroep een kerntakendiscussie gevoerd. In de analyse is geconstateerd dat de VRLN voornamelijk wettelijke taken uitvoert en slecht in beperkte mate niet wettelijke taken. De keuze in het vaststellen van de kerntaken draait als gevolg daarvan om ‘de hoe vraag’ in plaats van de ‘wat vraag’. De VRLN zal een visie op de uitvoeringsopdracht en het organisatieplan schrijven voor de periode 2022-2030 om daarmee de beleidslijn voor twee gemeentelijke collegeperiodes vast te leggen. In het perspectief naar 2030 is het werven en vasthouden van gekwalificeerd personeel de meest essentiële pregnante opgave voor een succesvolle uitvoering van beleid. • Procesbeheersing: Het merendeel van de operationele werkprocessen zijn vormgegeven aan de hand van professionele standaards en protocollen. De borging van de vakbekwaamheid richt zich daar op. De inspectiediensten toetsen de uitvoering. De processen in de bedrijfsvoering zijn op verschillende abstractieniveaus beschreven; veelal globaal en soms gedetailleerd.
De verdere standaardisering en digitalisering van bedrijfsvoeringprocessen moet de interne beheersing versterken. • Normbeheersing: Voor operationele processen gelden de extern opgelegde normen en daarover wordt verantwoording richting de toezichthouders afgelegd. De kwaliteit van de uitvoering is niet altijd in normen te vatten. De VRLN streeft er naar de kwalitatieve aspecten van de uitvoering zichtbaar te maken. In- en externe evaluaties dragen daar aan bij en de leerpunten stimuleren de doorontwikkeling van de organisatie. In de bedrijfsvoering zijn externe normen vertaald naar interne spelregels en richtlijnen. Ook hier moet de kwaliteit toetsbaar zijn. Het instrument van interne audits bevindt zich nog in de kinderschoenen. In 2022 wordt met behulp van KPMG een audit naar informatieveiligheid uitgevoerd.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 36 -
14 april 2022
Voor de beoordeling van de financiële rechtmatigheid wordt de methodiek van de externe accountant gevolgd en de conclusie is dat de VRLN binnen de tolerantiegrenzen blijft. • Rapportagebeheersing: De P&C cyclus is ontwikkeld, geïmplementeerd en wordt nageleefd. De P&C cyclus wordt -naast financiële verantwoording- in toenemende mate ook ingezet voor de beleidsinhoudelijke verantwoording. De belangrijkste financiële uitdagingen voor de periode 2030 zijn stijgende personeelslasten door krapte op de arbeidsmarkt en stijgende kapitaallasten. De VRLN wil een informatie-gestuurde organisatie zijn en ontwikkelt in samenspraak met andere veiligheidsregio’s en GGD-en stuurinstrumenten. • Risicomanagement: Het kader voor risicomanagement ligt vast. Het risicobewustzijn in de organisatie is groot. Risicomanagement maakt echter nog niet altijd onderdeel uit van de besluitvormingsprocessen. In de bedrijfsvoering komt informatieveiligheid als belangrijkste risico naar boven. Daar moeten nog grote stappen worden gezet. • Cultuur die in lijn is met de kernwaarden van de organisatie wordt zichtbaar in de vorm van gedrag. Op het stimuleren van gewenst gedrag wordt via managementontwikkeling en teamvorming geïnvesteerd. De volgende stap is gericht investeren in het detecteren en interveniëren op ongewenst gedrag. Het uitgangspunt daarbij is High Trust – High Penalty.
3.3
Overzicht bezetting
Omvang personeel 31-12-2020 Aantal
31-12-2021 %
Aantal
%
Werknemers
634
619
Fte
521
512
Fulltime
288
45,4
292
47,2
Parttime
346
54,6
327
52,8
3.4
Onderhoud kapitaalgoederen
De belangrijkste kapitaalgoederen die de veiligheidsregio in eigendom heeft betreffen gebouwen, vervoermiddelen (brandweervoertuigen) en ander brandweermaterieel. a. Het beleidskader Het beleidskader voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is in 2016 geactualiseerd. Het bestuur heeft in 2016 de financiële verordening en de afschrijvingstermijnen opnieuw vastgesteld. b. Materieel Ten aanzien van vervanging van materieel zijn soberheid, doelmatigheid en regionale uniformiteit belangrijke uitgangspunten.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 37 -
14 april 2022
In het kader van risicogerichtheid en focus wordt de standaardisering op onderdelen minder. Op dit moment worden ingewikkelde branden (denk aan zeer grote brandcompartimenten) bestreden met middelen die geschikt zijn voor reguliere gebouwbranden maar niet voor brandcompartimenten tot wel 25.000 m2. De brandweer moet dan ook investeren in nieuwe innovatieve technische middelen. Ook wordt er bij aanschaf van nieuwe voertuigen gekeken naar duurzame initiatieven waarbij de primaire inzetfunctie van het voertuig in kwaliteit gelijk moet blijven aan de gestelde eisen. De fasering van duurzame voertuigen wordt waarschijnlijk het eerste zichtbaar bij de piket voertuigen. Aandacht is hierbij wel nodig voor de gevolgen voor de infrastructuur, zoals laadfaciliteiten op de locaties van de veiligheidsregio en bij piket functionarissen. c. Harmonisatie huisvestingslasten brandweerlocaties Het Algemeen Bestuur heeft op 27 oktober 2015 besloten de huisvestingslasten van de brandweergebouwen integraal onderdeel te laten zijn van de begroting van de veiligheidsregio. Dit betekent dat met ingang van 2017 de niet in eigendom zijnde gebouwen gehuurd worden tegen gelijke voorwaarden, conform een uniform huurcontract. Met ingang van 2017 zijn de exploitatielasten integraal onderdeel van de begroting van de veiligheidsregio.
De lasten van groot onderhoud worden in rekening gebracht bij de gemeenten en het onderhoud wordt in opdracht van de gemeenten door de VRLN uitgevoerd. De veiligheidsregio heeft een aantal gebouwen in beheer en eigendom. Een aantal brandweerposten die van de gemeenten gehuurd werd, zijn de afgelopen twee jaar vervangen door nieuwbouw die in eigendom is van de VRLN. Dit betreft de brandweerposten Horst, Ittervoort, Nederweert en Stramproy. De veiligheidsregio heeft de volgende gebouwen in eigendom: Locatie
Adres
Plaats
Hoofdvestiging VRLN
Nijmeegsew eg 42
Venlo
Oude brandw eerkazerne Venlo
Nijmeegsew eg 40
Venlo
Hoofdvestiging GGD (Venlo)
Drie Decembersingel
Venlo
Hoofdvestiging GGD (Roermond)
Oranjelaan
Roermond
Brandw eerkazerne Echt
Bandertlaan
Echt
Brandw eerkazerne Gennep
Paesplasw es
Gennep
Brandw eerkazerne Horst
Westsingel
Horst
Brandw eerkazerne Ittervoort
Aziëstraat
Ittervoort
Brandw eerkazerne Nederw eert
Smisserstraat
Nederw eert
Brandw eerkazerne Stramproy
Bergerothw eg
Stramproy
Brandw eerkazerne Venlo
Ariënsstraat
Venlo
Brandw eerkazerne Weert
De Savorin Lohmanstraat
Weert
d. De financiële consequenties Bij vaststelling van de jaarverantwoording 2020 is de voorziening groot onderhoud, vanwege het niet aanwezig zijn van actuele onderhoudsplannen, omgezet in een reserve. Het Algemeen Bestuur heeft in december 2021 de geactualiseerde meerjarige onderhoudsplannen niet vastgesteld omdat de dekking van de meerkosten nadere uitwerking behoeft. De reserve blijft bij vaststelling van de jaarrekening 2021 op de balans staan.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 38 -
14 april 2022
3.5
Financiering
Het beleid van de veiligheidsregio inzake de financiering is vastgelegd in het treasurystatuut. Aan het Dagelijks Bestuur wordt op 11 maart 2022 een nieuw treasurystatuut voorgelegd. Risicobeheer (kasgeldlimiet en renterisiconorm) De kasgeldlimiet laat zien welk risico er bestaat ten aanzien van vlottende schulden. De renterisiconorm is een maatstaf om te bepalen welke kredietrisico’s de veiligheidsregio loopt op de vaste schulden. Dit zijn de schulden met een looptijd langer dan 1 jaar. Kasgeldlimiet (vlottende schuld) Onderstaande tabel geeft het renterisico van de vlottende schuld voor het jaar 2021. Berekening kasgeldlimiet
(bedragen in duizenden euro's) 000100
1e kwartaal
2e kwartaal
1. Vlottende schuld
333
0
0
0
2. Vlottende middelen
410
317
387
371
3. Netto vlottend schuld (+) of overschot (-) (1-2)
-77
-317
-387
-371
(4) Gemiddelde van (3)
-77
-317
-387
-371
4. Toegestane kasgeldlimiet In geld In percentage
9.869 8,20%
9.869 8,20%
9.869 8,20%
9.869 8,20%
Ruimte (4 groter dan 3)
9.946
10.186
10.256
10.239
Overschrijding (3 groter dan 4)
-
-
-
-
Berekening kasgeldlimiet (5) (7) Rekeningtotaal 2021 (8) Percentage regeling
120.350 8,20%
120.350 8,20%
120.350 8,20%
120.350 8,20%
(5)=(7)*(8) kasgeldlimiet 2021
9.869
9.869
9.869
9.869
(Jaar t = 2021)
3e 4e kwartaal kwartaal
In 2021 is op het einde van het boekjaar voldaan aan de norm voor de kasgeldlimiet (plafond voor korte financiering < 1 jaar) op grond van de Wet Financiering Decentrale Overheden (wet Fido).
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 39 -
14 april 2022
Renterisiconorm (vaste schuld) Onderstaande tabel geeft het renterisico van de vaste schuld. Renterisiconorm (bedragen in duizenden euro's)
2021 omvang begroting
70.847
1 renteherzieningen
0
2 aflossingen
11.512
3 renterisico (1)+(2)
11.512
(4) renterisiconorm
14.169
(5a)= (4>3) ruimte onder renterisiconorm
2.657
(5b)= (3>4) overschrijding van de renterisiconorm Berekening renterisiconorm (4) (4a) begrotingstotaal jaar t (4b percentage regeling (4)=(4a)*(4b)/100 renterisiconorm jaar T
70.847 20 % 14.169
De renterisiconorm is het bedrag ter grootte van 20% van het begrotingstotaal van 2021. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overschrijden. Dit is niet het geval. Liquiditeitsplanning en financieringspositie De bestaande vaste geldleningen in combinatie met kortlopende geldleningen, reserves en voorzieningen en het betalingsritme van de gemeenten zijn voldoende gebleken om de lopende uitgaven inclusief investeringen te bekostigen. Rentekosten en renteopbrengsten In 2021 zijn de volgende rentekosten en renteopbrengsten gerealiseerd: Rentekosten: Rente vaste geldleningen
€ 433.771
Rente eigen financieringsmiddelen
€ 18.939
Rente kortlopende geldleningen/rekening courant
€
5.043
€
0
Renteopbrengsten: Rente rekening-courant/spaarrekeningen
3.6
Verbonden partijen
De veiligheidsregio kent geen verbonden partijen.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 40 -
14 april 2022
Deel C 4
Jaarrekening
Balans per 31 december
Balans per 31 december 2021
(bedragen in duizenden euro's) 280122
ACTIVA
31 december 2021
31 december 2020
0
0
49.711
49.995
VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa
Materiële vaste activa -
Investeringen met een economisch nut
49.711
49.995
Financiële vaste activa
0
0
TOTAAL VASTE ACTIVA
49.711
49.995
31
31
VLOTTENDE ACTIVA Voorraden -
Gereed product en handelsgoederen
31
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar -
Vorderingen op openbare lichamen
-
Rekening-courantverhouding met het Rijk
-
Overige vorderingen
31
4.973
1.819
392
238
4.435
1.527
146
54
Liquide middelen
481
416
-
Kassaldi
10
6
-
Banksaldi
471
411
Overlopende activa -
-
11.199
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
5.886
0
0
11.199
5.886
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA
16.684
8.153
TOTAAL ACTIVA
66.395
58.148
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 41 -
14 april 2022
Balans per 31 december 2021
(bedragen in duizenden euro's) 280122
PASSIVA
31 december 2021
31 december 2020
7.683
7.540
VASTE PASSIVA Eigen vermogen -
Algemene reserve
-
Bestemmingsreserves
-
Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
533
533
6.741
3.935
409
3.072
Voorzieningen
722
-
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
-
Voorzieningen ter egalisering van kosten
-
Voorzieningen voor middelen van derden w aarvan de bestemming gebonden is
0
0
722
294
0
0
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van een jaar of langer -
Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen
294
36.763 36.763
TOTAAL VASTE PASSIVA
34.275 34.275
45.167
42.109
1.257
5.805
VLOTTENDE PASSIVA Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan een jaar -
Kasgeldleningen
0
4.000
-
Banksaldi
0
0
-
Overige schulden
1.257
1.805
19.971
Overlopende passiva -
-
-
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouw d en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen (met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume) De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van overige Nederlandse overheidslichamen Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
10.233
18.745
9.315
4
245
1.222
673
TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA
21.228
16.039
TOTAAL PASSIVA
66.395
58.148
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 42 -
14 april 2022
5
Het overzicht van baten en lasten
Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over het begrotingsjaar 2021 (bedragen in duizenden euro's)
Realisatie 2020
Prim aire begroting 2021
Begroting 2021 na w ijziging
Realisatie 2021
Publieke Gezondheid
24.203
17.770
18.599
65.074
Brandw eerzorg
31.551
31.298
32.235
32.432
Crisisbeheersing
4.917
5.179
5.223
5.053
Overhead
14.619
14.480
14.790
17.791
Totaal lasten
75.290
68.727
70.847
120.350
Publieke Gezondheid
12.578
3.826
4.260
52.529
Brandw eerzorg overig
6.648
4.482
5.592
6.303
Lasten (excl. toevoegingen aan reserves)
Baten (excl. onttrekkingen aan reserves)
Brandw eerzorg vrijval onderhoudsvoorziening
817
Crisisbeheersing
704
314
543
736
Overhead overig
1.524
1.805
1.395
3.011
23.264
10.427
11.789
62.579
Publieke Gezondheid
13.308
13.948
14.053
14.053
Brandw eerzorg
25.381
26.257
26.242
26.242
Overhead vrijval onderhoudsvoorziening
993
Totaal baten program m a's Baten gem eentelijke bijdragen
Crisisbeheersing
4.561
4.744
4.304
4.304
Overhead
12.482
12.848
13.315
13.315
Totaal baten gem eentelijke bijdragen
55.732
57.798
57.914
57.914
Totaal baten
78.996
68.225
69.703
120.493
Saldo (excl. m utaties reserves) Publieke Gezondheid
1.683
4
-286
1.508
Brandw eerzorg
1.296
-559
-401
113
Crisisbeheersing
348
-120
-376
-12
Overhead
380
173
-80
-1.466
Totaal program m a's
3.707
-502
-1.144
143
Saldo van baten en lasten
3.707
-502
-1.144
143
Toevoegingen aan reserves
1.036
233
484
950
Onttrekkingen aan reserves
400
735
1.627
1.216
Gerealiseerde resultaat
3.071
0
0
409
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 43 -
14 april 2022
6
Toelichtingen
6.1
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
De veiligheidsregio dient als gemeenschappelijke regeling te voldoen aan de verslaggevingsvoorschriften zoals deze ook voor gemeenten gelden. Deze voorschriften zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). De waarderingsgrondslagen zijn bepaald aan de hand van het BBV dan wel aan de hand van algemeen in het maatschappelijk verkeer aanvaarde normen. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva worden opgenomen tegen nominale waarde, tenzij anders vermeld.
6.1.1. Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten-gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten-gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden.
6.1.2. Vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met eventuele bijdragen van derden, onttrekkingen aan de reserves en/of voorzieningen en de afschrijvingen. De activa met een relatief geringe betekenis worden in het jaar van aanschaf direct ten laste van de rekening van baten en lasten gebracht. Afschrijving van de activa (lineair of annuïtair (enkel bij de gebouwen Nijmeegseweg en Drie Decembersingel bij aanschaf in 2003/2004)) vindt plaats met inachtneming van de verwachte gebruiksduur of nuttigheidsduur. In voorkomende gevallen wordt de afschrijving aangepast aan de herziene verwachte gebruiksduur. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het verslagjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 44 -
14 april 2022
Het bestuur heeft in 2016 de afschrijvingstermijnen opnieuw vastgesteld. Deze termijnen worden gehanteerd voor nieuwe investeringen. De investeringen uit eerdere jaren worden afgeschreven op basis van de gebruiksduur die op het moment van de investering werd gehanteerd. De gehanteerde afschrijvingstermijnen per categorie zijn opgenomen in onderstaande tabel. Gronden en terreinen
n.v.t.
Woonruimten
n.v.t.
Bedrijfsgebouwen
5 tot 44 jaar
Vervoermiddelen
5 tot 20 jaar
Machines, apparaten en installaties
3 tot 40 jaar
Overige materiële vaste activa
3 tot 30 jaar
6.1.3. Vlottende activa -
Voorraden
Gerede producten worden gewaardeerd tegen de kostprijs of tegen de marktwaarde indien de marktwaarde lager is dan de kostprijs. Dat laatste doet zich vooral voor indien voorraden incourant worden. De kostprijs bestaat uit de betaalde inkoopprijs. -
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar
De vorderingen op openbare lichamen, rekening-courant verhouding met het Rijk en de overige vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Indien noodzakelijk wordt een voorziening in mindering gebracht voor verwachte oninbaarheid. -
Liquide middelen en overlopende posten
Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.
6.1.4. Vaste passiva -
Eigen vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit een algemene reserve en bestemmingsreserves. Binnen de bestemmingsreserves is een onderscheid gemaakt tussen reserves met een specifiek bestedingsdoel en bestemmingsreserves die zijn gevormd ter dekking van eerder gedane investeringen. -
Voorzieningen
Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. In de paragraaf kapitaalgoederen is het beleid nader uiteengezet. -
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van een jaar of langer
Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen.
6.1.5. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 45 -
14 april 2022
6.2
Toelichting op de balans
6.2.1. Vaste activa -
Immateriële vaste activa
De veiligheidsregio kent geen immateriële vaste activa. -
Materiële vaste activa
De veiligheidsregio kent slechts investeringen met een economisch nut. De investeringen met economisch nut worden, inclusief het verloop van de boekwaarde, als volgt onderverdeeld: Verloopoverzicht materiële vaste activa
(bedragen in duizenden euro's) #VERW!
Boekwaarde 31-12-2020
Investeringen
Desinves- Afschrijteringen vingen
Bijdragen Afwaar- Boekwaarde van derden deringen 31-12-2021
Gronden en terreinen
2.047
0
0
0
0
0
2.047
Bedrijfsgebouwen
26.771
1.818
0
1.215
0
0
27.374
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
32
0
0
2
0
0
30
Vervoermiddelen
12.923
370
0
1.945
0
0
11.348
Machines, apparaten en installaties
1.689
352
0
415
0
0
1.626
Overige materiële vaste activa
6.533
1.960
0
1.207
0
0
7.286
Totaal
49.995
4.501
0
4.784
0
0
49.711
De belangrijkste in het boekjaar gedane investeringen staan in het hierna opgenomen overzicht vermeld. Materiële vaste activa
(bedragen in duizenden euro's) #V E RW!
Werkelijk besteed in 2021
Cumulatief besteed t/m 2021
Voorbereidingskrediet nieuwbouw kazerne Horst
1.345
1.904
23.5162 DPH Roermond (wordt Ittervoort) - Dompelpompunit haakarmuitvoering (Investering; 2020)
426
432
23.1462 DPH Venray - Dompelpompunit haakarmuitvoering (Investering; 2020)
425
427
23.4463 Slangenhaakarmbak Weert (wordt Ittervoort) (Investering; 2020)
333
334
Gasdetectieapparatuur (55 stuks) (Investering; 2018)
172
205
23.4461 Waterhaarkarmbak (WTH) Weert
142
142
23.1361 Waterhaakarmbak (WTH) Bergen
128
128
2.973
3.573
Totaal
Financiële vaste activa De veiligheidsregio heeft geen financiële vaste activa.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 46 -
14 april 2022
6.2.2. Vlottende activa -
Voorraden
De in de balans opgenomen voorraden bestaan uit de volgende categorie: Voorraden
(bedragen in duizenden euro's) 280122
Boekwaarde per 31 december 2021
Boekwaarde per 31 december 2020
Gereed product en handelsgoederen
31
31
Totaal
31
31
Deze voorraden gereed product betreffen vaccins. -
Uitzettingen kleiner dan 1 jaar
De in de balans opgenomen uitzettingen met een rentetypische looptijd van een jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden: Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar
(bedragen in duizenden euro's) 280122
Boekwaarde per 31 december 2021
Boekwaarde per 31 december 2020
392
238
4.435
1.527
146
54
4.973
1.819
Vorderingen op openbare lichamen Rekening-courant verhouding met het rijk Overige vorderingen Totaal
In 2021 is het niet noodzakelijk gebleken om een voorziening voor oninbare vorderingen in te stellen. Voor de rekening-courantverhouding met het Rijk worden hieronder weergegeven het drempelbedrag voor het begrotingsjaar 2021 en voor ieder kwartaal het bedrag aan middelen, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet financiering decentrale overheden, dat in het kader van het drempelbedrag door de veiligheidsregio buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden. Wet financiering decentrale overheden
(bedragen in duizenden euro's)
250216
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Op dagbasis buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen
410
317
387
372
Drempelbedrag
531
531
531
531
Ruimte onder drempelbedrag
121
215
144
159
Overschrijding van het drempelbedrag
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 47 -
14 april 2022
-
Liquide middelen
Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: Liquide middelen
(bedragen in duizenden euro's) 280122
Boekwaarde per 31 december 2021
Boekwaarde per 31 december 2020
Kassaldi
10
6
Banksaldi
471
411
Totaal
481
416
-
Overlopende activa
De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden: Overlopende activa
(bedragen in duizenden euro's) 280122
Boekwaarde per 31 december 2021 De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel
Boekwaarde per 31 december 2020
0
0
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
11.199
5.886
Totaal
11.199
5.886
De grootste post in het saldo overlopende activa zijn de nog te ontvangen baten COVID-19 uit de declaratie van kosten bij VWS over december 2021. Ook de stijging ten opzichte van vorig jaar wordt met name hierdoor veroorzaakt.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 48 -
14 april 2022
6.2.3.
-
Vaste passiva Eigen vermogen
Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten: Eigen vermogen
(bedragen in duizenden euro's) 280122
Boekwaarde per 31 december 2021
Boekwaarde per 31 december 2020
533
533
6.741
3.935
409
3.072
7.683
7.540
Algemene reserve Bestemmingsreserves Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Totaal
Het verloop in 2021 wordt in volgend overzicht per reserve weergegeven: Verloopoverzicht reserves
(bedragen in duizenden euro's) Boekw aarde per 31 decem ber 2020
Toevoeging
Bestem m ing resultaat vorig boekjaar
Onttrekking
Verm indering ter dekking van afschrijvingen
Boekw aarde per 31 decem ber 2021
Algemene reserve
533
0
0
0
0
533
Algem ene reserve
533
0
0
0
0
533
Reserve kapitaallasten huisvesting Nijmeegsew eg, Venlo
256
12
0
0
28
240
Reserve kapitaallasten huisvesting Drie Decembersingel, Venlo
98
4
0
0
13
90
Reserve kapitaallasten huisvesting Oranjelaan, Roermond
66
3
0
0
15
54
Subtotaal reserves t.b.v. dekking kapitaallasten
421
19
0
0
56
384
Bestem m ingsreserves t.b.v. dekking van kapitaallasten
Overige bestem m ingsreserves Reserve transformatie meldkamer
1.078
11
0
0
0
1.089
Reserve CMA (Centraal Meld- en Actiepunt)
138
0
0
0
0
138
Reserve assurantie eigen risico
502
120
21
0
0
600
Reserve taakherschikking en ouderportaal
568
0
196
0
0
372
Reserve inhalen w erk
0
0
344
694
0
350
Reserve uitgestelde transitie
0
0
353
442
0
90
Reserve onderhoud gebouw en in eigendom
0
367
121
1.810
0
2.056
Egalisatiereserve Kapitaallasten Brandw eerzorg
1.229
433
0
0
0
1.663
Subtotaal overige bestem m ingsreserves
3.514
931
1.034
2.946
0
6.357
Bestem m ingsreserves
3.935
950
1.034
2.946
56
6.741
Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
3.072
409
0
-3.072
0
409
Gerealiseerd resultaat
3.072
409
0
-3.072
0
409
Totaal
7.540
1.359
1.034
-126
56
7.683
Onder ‘bestemming resultaat’ staan de toevoegingen of onttrekkingen vermeld uit hoofde van de bestemming van het resultaat van het voorgaande boekjaar. Onder ‘afschrijvingen’ staan de verminderingen vermeld in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd. De aard en de reden van iedere reserve wordt hieronder toegelicht evenals de mutaties die dit boekjaar hebben plaatsgevonden.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 49 -
14 april 2022
Algemene reserve De omvang van de algemene reserve is in 2021 ongewijzigd. In de vergadering van 17 april 2015 heeft het Algemeen Bestuur de nota risicomanagement vastgesteld. Het niveau van de algemene reserve is vastgesteld op maximaal € 1.250.000. Uitgaande van een algemene reserve van € 533.000 en een vrij beschikbare reserve van € 1.089.000 is het weerstandsvermogen € 1.622.000. Verloopoverzicht vermogenspositie
(bedragen in duizenden euro's) Stand per 31 decem ber 2021
Stand eigen vermogen per 31 december 2021
7.683
af: reserves niet vrij beschikbaar
-3.212
af: kapitaalreserves
-384
af: bedrag gereserveerd voor onderhoud gebouw en
-2.056
Resultaat 2021 + w eerstandsverm ogen
2.031
Overzicht resultaat 2021 + weerstandsvermogen
(bedragen in duizenden euro's) Stand per 31 decem ber 2021
Algemene reserve
533
Reserve transformatie meldkamer
1.089
Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
409
Resultaat 2021 + w eerstandsverm ogen
2.031
Reserve kapitaallasten gebouw Nijmeegseweg te Venlo Deze reserve wordt ingezet om een deel van de kapitaallasten op te vangen samenhangend met de aankoop/inrichting van het gebouw Nijmeegseweg 42 te Venlo. Hiervoor wordt jaarlijks een bedrag onttrokken aan deze reserve en wordt jaarlijks rente toegevoegd. Reserve kapitaallasten gebouw Drie Decembersingel te Venlo Deze reserve wordt ingezet om een deel van de kapitaallasten op te vangen samenhangend met de aankoop/inrichting van het gebouw Drie Decembersingel te Venlo. Hiervoor wordt jaarlijks een bedrag onttrokken aan deze reserve en wordt jaarlijks rente toegevoegd. Reserve kapitaallasten gebouw Oranjelaan Roermond Deze reserve wordt ingezet om een deel van de kapitaallasten op te vangen samenhangend met de aankoop/inrichting van het gebouw Quadrivium aan de Oranjelaan in Roermond. Hiervoor wordt jaarlijks een bedrag onttrokken aan deze reserve en wordt jaarlijks rente toegevoegd.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 50 -
14 april 2022
Reserve transformatie meldkamer Op 21 december 2012 heeft het Algemeen Bestuur besloten tot het vormen van een reserve ten behoeve van de schaalvergroting meldkamer brandweer. De meldkamer van Limburg-Noord is samengevoegd met de meldkamer van Zuid-Limburg en in 2016 heeft de verhuizing naar Maastricht plaatsgevonden. De reserve is bestemd voor de transformatie die binnen het meldkamerdomein plaats moet vinden. We geven samen met andere regio’s vorm aan het Veiligheid Informatie Knooppunt. De storting in 2021 bestaat uit het resultaat van de meldkamer van € 11.000. Reserve CMA (Centraal Meld- en Actiepunt) De reserve CMA is gevormd in het kader van de vereffening van resultaten op het specifiek ten laste van de centrumgemeente Venlo uitgevoerde CMA. Bij eventuele beëindiging van deze activiteit wordt het bedrag aangewend ter dekking van eventuele frictiekosten. Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat de activiteiten voor het CMA ingaande 2018 worden beëindigd. De eventuele frictiekosten komen ten laste van deze reserve. In 2021 is hier geen beroep op gedaan. Met de gemeente Venlo is afgesproken dat het restant saldo wordt aangewend voor een door de gemeente aan te wijzen bestemming.
Reserve assurantie eigen risico Bij de aanbesteding van de verzekeringen is ervoor gekozen een deel van de verzekeringen met betrekking tot het materieel stop te zetten en dit risico zelf te dragen. In 2015 is voor dit doel de bestemmingsreserve assurantie eigen risico gevormd. De gewenste omvang van deze reserve bedraagt € 600.000. De bestemmingsreserve wordt ingezet om het eigen risico van schades op te vangen. Met een omvang van € 600.000 is de VRLN in staat om gedurende twee jaar het maximaal verwachte risico op te vangen. Reserve taakherschikking en ouderportaal Vanwege de coronapandemie is in 2020 de implementatie van het ouderportaal stopgezet, deze is in 2021 hervat. Ook de taakherschikking binnen de jeugdgezondheidszorg (JGZ) die vanwege corona stopgezet was in 2020 is weer hervat. In 2021 is voor deze activiteiten een bedrag van € 196.000 onttrokken. Voor deze projecten is eind 2021 nog een bedrag beschikbaar van € 372.000. Reserve groot onderhoud gebouwen Het Algemeen Bestuur heeft bij de vaststelling van de jaarrekening 2020 de voorziening omgezet naar een bestemmingsreserve voor het groot onderhoud aan alle gebouwen. Dit in afwachting van een nieuw vastgesteld onderhoudsplan. In 2021 zijn de geactualiseerde onderhoudsplannen aan het Algemeen Bestuur voorgelegd. Deze nieuwe plannen zijn nog niet vastgesteld. Besluitvorming wordt in 2022 verwacht.
Egalisatiereserve kapitaallasten brandweerzorg In 2017 is deze bestemmingsreserve gevormd vanuit de onderuitputting van de kapitaallasten. Deze reserve wordt ingezet om de verwachte overschrijding van de kapitaallasten als in de lijn van het investeringsprogramma in de komende jaren op te vangen. In 2018, 2019 en 2020 is respectievelijk € 106.000, € 260.000 en € 218.000 toegevoegd aan deze reserve. In 2021 is € 433.000 gestort in de reserve. In deze storting zijn ook de verkoopopbrengsten uit materieel meegenomen.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 51 -
14 april 2022
Reserve inhalen werk Door de coronacrisis is sprake van uitgestelde werkzaamheden die ingehaald moeten worden. Bij de jaarrekening 2020 is hiervoor een bedrag gereserveerd van € 694.000. Afgelopen jaar is een deel van de inhaalslag uitgevoerd. Hiervoor is € 344.000 onttrokken in 2021. Het restant wordt ingezet voor het afronden van de inhaalslag. Reserve uitgestelde transitie Vanwege de coronacrisis was het niet mogelijk om de in 2020 geplande transitie van de organisatie op te starten. Bij de jaarrekening 2020 is daarom een bedrag gereserveerd van € 442.000. In 2021 is een start gemaakt met de transitie, hiervoor is € 353.000 onttrokken aan de reserve. Het restant wordt de komende periode ingezet voor het afronden van deze transitie. Toevoegingen en onttrekkingen reserves, onderverdeeld naar incidenteel en structureel Toevoeging incidenteel
Algem ene reserve
(bedragen in duizenden euro's)
Toevoeging structureel
0
Bestem m ing resultaat vorig boekjaar (incidenteel)
Onttrekking incidenteel
0
0
Onttrekking structureel
0
0 56
0
19
0
0
Overige bestemmingsreserves
493
438
1.034
2.946
0
Bestem m ingsreserves
493
457
1.034
2.946
56
Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
409
0
0
-3.072
0
Gerealiseerd resultaat
409
0
0
-3.072
0
Totaal
902
457
1.034
-126
56
Reserves t.b.v. dekking kapitaallasten
-
Voorzieningen
Verloopoverzicht voorzieningen
(bedragen in duizenden euro's) Boekw aarde per 31 decem ber 2020
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
Toevoeging
Vrijval
Aanw ending
Boekw aarde per 31 decem ber 2021
0
0
0
0
0
287
385
0
0
672
7
43
0
0
50
294
428
0
0
722
0
0
0
0
0
294
428
0
0
722
Overige egalisatievoorzieningen Voorziening aan jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen met een niet vergelijkbaar volume Voorziening ouderen-, volw assenen- en jongerenmonitor Totaal (onderhouds)egalisatievoorzieningen Totaal voorzieningen voor m iddelen van derden Totaal
In de kolom ‘vrijval’ zijn de bedragen opgenomen die ten gunste van de rekening van baten en lasten zijn vrijgevallen. Alle aanwendingen van de voorziening zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht. Voorziening aan jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen met een niet vergelijkbaar volume In 2020 is deze voorziening gevormd, in 2021 is een bedrag van € 385.000 gedoteerd ten behoeve van de spreiding van de jaarlijks terugkerende arbeidskosten met een niet vergelijkbaar volume.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 52 -
14 april 2022
Voorziening ouderen-, volwassenen- en jongerenmonitor In de Wpg is de gemeenten opgedragen om elke 4 jaar een nota ‘Lokaal gezondheidsbeleid’ op te stellen die is gebaseerd op een analyse van de gezondheidssituatie van de bevolking. Om aan deze wettelijke verplichting te voldoen is deze voorziening opgevoerd waaraan jaarlijks een bedrag gedoteerd wordt en waar eens in de 4 jaar een beroep op gedaan wordt voor de uitvoering van de volwassenen en ouderenmonitor en de jongerenmonitor. In 2021 is er € 43.000 gedoteerd aan deze voorziening.
-
Vaste schulden met een looptijd langer dan een jaar
De onderverdeling van de in de balans opgenomen vaste schulden met een looptijd langer dan een jaar is als volgt: Vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar
(bedragen in duizenden euro's) 280122
Boekwaarde per 31 december 2021
Boekwaarde per 31 december 2020
36.763
34.275
0
0
36.763
34.275
Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Overige schulden Totaal
In onderstaand overzicht wordt het verloop weergegeven van de vaste schulden met een looptijd langer dan een jaar. Verloop vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar
(bedragen in duizenden euro's) 280122
Saldo 31 december 2020
Vermeerderingen
34.275
14.000
11.512
36.763
34.275
14.000
11.512
36.763
Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen
Aflossingen
Saldo 31 december 2021
De rentelast over de opgenomen geldleningen bedraagt € 433.771. De aflossingen op de langlopende leningen in 2021 bedragen € 11.512.197. In 2021 zijn twee nieuwe leningen afgesloten.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 53 -
14 april 2022
6.2.4.
Vlottende passiva
Onder de vlottende passiva zijn opgenomen: Vlottende passiva
(bedragen in duizenden euro's) 280122
Boekwaarde per 31 december 2021
Boekwaarde per 31 december 2020
Netto-vlottende schulden met een rentetyptische looptijd korter dan een jaar
1.257
5.805
Overlopende passiva
19.951
10.233
Totaal
21.208
16.039
-
Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan een jaar
De in de balans opgenomen kortlopende schulden kunnen als volgt gespecificeerd worden: Specificatie netto-vlottende schulden met een rentetyptische looptijd korter dan een jaar
(bedragen in duizenden euro's) 280122
Boekwaarde per 31 december 2021
Boekwaarde per 31 december 2020
Overige kasgeldleningen
0
4.000
Banksaldi
0
0
Overige schulden
1.257
1.805
Totaal
1.257
5.805
De post overige schulden bestaat met name uit het saldo van de crediteuren.
-
Overlopende passiva
De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt: Specificatie overlopende passiva
(bedragen in duizenden euro's) 280122
Boekwaarde per 31 december 2021
Boekwaarde per 31 december 2020
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouw d en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen (met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume)
18.745
9.315
De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van overige Nederlandse overheidslichamen
4
245
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
1.222
673
Totaal
19.971
10.233
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 54 -
14 april 2022
De verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen (ofwel de nog te betalen bedragen) bestaan voornamelijk uit af te dragen sociale lasten en pensioenpremies en kosten samenhangend met COVID-19 die in december gemaakt zijn en in januari betaald worden en het voorschot voor coronakosten dat van het Rijk ontvangen is. Ook zit hier een post in van nog te betalen kosten boostervaccinatie ad € 550k. Dit betreft een inschatting gelijk aan het ontvangen bedrag en is daarmee een onzekerheid. De in de balans opgenomen van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren kunnen als volgt worden gespecificeerd: De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
(bedragen in duizenden euro's) 280122
Saldo 31 december 2020
Vermeerderingen
Scholing brandweerpersoneel /VWS
245
0
241
4
Totaal
245
0
241
4
Saldo 31 december 2021
Aflossingen
Overige Nederlandse overheidslichamen:
De post scholing brandweerpersoneel/VWS bestaat uit: -
middelen uit een ESF-subsidie van Brandweer Nederland, welke worden ingezet ten behoeve van de versterking van het brandweeronderwijs en
-
uit vooruit ontvangen middelen Bonusregeling zorgmedewerkers 2020 van het Ministerie van VWS, welke in 2021 zijn uitbetaald.
Langlopende financiële verplichtingen De veiligheidsregio is voor een aantal jaren verbonden aan, niet uit de balans blijkende, financiële verplichtingen. Hieronder volgen de belangrijkste van deze verplichtingen: -
Huurovereenkomsten
In het kader van de huur van GGD-panden is voor ongeveer € 710.000 (huur- en servicekosten) aan verplichtingen aangegaan. Voor de brandweerkazernes bedraagt de jaarlijkse huur circa € 983.000. -
Investeringsverplichtingen
Voor balansdatum zijn investeringsverplichtingen aangegaan. Deze hangen samen met investeringen die worden uitgevoerd over een periode die over het boekjaar heen loopt. -
Overige langlopende verplichtingen
Voor de toelichting op de langlopende verplichtingen wordt verwezen naar de bijlage. -
Verlofuren
Conform BBV wordt geen voorziening gevormd voor het openstaand verlof met een jaarlijks vergelijkbaar volume. In 2020 is dit volume echter sterk toegenomen, zodat in 2020 een voorziening gevormd is voor de verlofuren met een niet vergelijkbaar volume. Ook in 2021 is het stuwmeer aan verlofuren verder gestegen. Het niet corona gerelateerde deel van deze stijging in 2021 vertegenwoordigt een waarde van € 384.920 en wordt toegevoegd aan de voorziening. Zie hierover de opmerking onder punt 6.3.6.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 55 -
14 april 2022
Gebeurtenissen na de afsluitingsdatum van het boekjaar In januari 2022 heeft een cyberincident op de infrastructuur van de VRLN plaatsgehad. Het externe bedrijf Schippers IT heeft met spoed een incident response uitgevoerd. Tijdens hun inzet is NFIR ingehuurd voor het forensische onderzoek. De rapportage is bij opmaken van het jaarverslag nog niet gereed.
6.3
Toelichting op het overzicht van baten en lasten
De belangrijkste verschillen tussen de realisatie en de begroting na wijziging worden hieronder toegelicht. De baten en lasten zijn opgenomen per programma en worden nader verklaard.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 56 -
14 april 2022
6.3.1. Programma Publieke Gezondheid Totaal Programma Publieke Gezondheid
(bedragen in duizenden euro's) 130219
Begroting 2021 na w ijziging
Realisatie 2021
Verschil begroting realisatie
Jeugdgezondheidszorg 0-18
10.533
10.300
233
Uitvoerende taken gezondheidsbescherming
4.032
4.071
-39
164
46.701
-46.537
Lasten (excl. toevoegingen aan reserves)
Bew aken publieke gezondheid bij incidenten, rampen en crisis Toezicht houden
443
610
-167
Onderzoek, kennis en advies
1.471
1.374
97
Bedrijfsvoering GGD
1.956
2.018
-61
Totaal lasten
18.599
65.074
-46.475
811
719
-92
Baten (excl. onttrekkingen aan reserves) Jeugdgezondheidszorg 0-18 Uitvoerende taken gezondheidsbescherming
2.453
1.709
-745
0
48.952
48.952
Toezicht houden
711
476
-235
Onderzoek, kennis en advies
161
325
164
Bedrijfsvoering GGD
123
139
16
4.260
52.320
48.061
Jeugdgezondheidszorg 0-18
9.435
9.435
-0
Uitvoerende taken gezondheidsbescherming
1.579
1.579
0
164
164
0
Bew aken publieke gezondheid bij incidenten, rampen en crisis
Totaal baten program m a Baten (gem eentelijke bijdragen)
Bew aken publieke gezondheid bij incidenten, rampen en crisis Toezicht houden
-269
-269
0
Onderzoek, kennis en advies
1.310
1.310
0
Bedrijfsvoering GGD
1.834
1.834
0
Totaal baten gem eentelijke bijdragen
14.053
14.053
-0
Totaal baten
18.313
66.373
48.061
-286
1.299
1.586 V
Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves
4
29
-25
Onttrekkingen aan reserves
290
211
-79
Gerealiseerde resultaat
0
1.481
1.481 V
Gerealiseerde resultaat excl Corona
0
221
221 V
De vergoeding van VWS voor de kosten van de coronabestrijding wordt zichtbaar in het programma publieke gezondheid. In het programma Bedrijfsvoering/Overhead worden ook lasten van de coronabestrijding verantwoord. Denk hierbij aan ICT lasten en huisvestingslasten.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 57 -
14 april 2022
Als we de kosten van coronabestrijding buiten beschouwing laten, is er sprake van een positief saldo van € 221.000. Dit is met name toe te schrijven uit baten uit het detacheren van personeel en UWVuitkeringen. Verder leiden meer forensische verrichtingen voor de politie tot hogere baten. Ook specifieke projecten voor gemeenten vertalen zich in hogere baten.
6.3.2. Programma Brandweerzorg Totaal Programma Brandweerzorg
(bedragen in duizenden euro's) 130219
Begroting 2021 na w ijziging
Realisatie 2021
Verschil begroting realisatie
Lasten (excl. toevoegingen aan reserves) Risicobeheersing
3.248
3.257
-9
Incidentbestrijding en preparatie
28.987
29.175
-188
Totaal lasten
32.235
32.432
-198
Baten (excl. onttrekkingen aan reserves) Risicobeheersing
476
604
128
Incidentbestrijding en preparatie
5.116
5.699
584
Totaal baten program m a
5.592
6.303
712
Risicobeheersing
2.716
2.716
0
Incidentbestrijding en preparatie
23.526
23.526
0
Totaal baten gem eentelijke bijdragen
26.242
26.242
0
Totaal baten
31.834
32.545
712
Saldo van baten en lasten
-401
113
514 V
Toevoegingen aan reserves
210
570
-360
Onttrekkingen aan reserves
611
444
-167
Gerealiseerde resultaat
-0
-13
-13 N
Gerealiseerde resultaat excl. Corona
-0
62
62 V
Baten (gem eentelijke bijdragen)
Ook de brandweer heeft bijgedragen aan de bestrijding van de coronacrisis maar deze werkzaamheden zijn slechts in beperkte mate gedeclareerd bij VWS en de baten zijn zichtbaar in het programma Publieke Gezondheid. Zonder de corona kosten is het resultaat € 62k voordelig. Corona heeft wel grote invloed gehad op de brandweerorganisatie. Als gevolg van coronamaatregelen en lockdown is in 2021 veel minder geoefend en opgeleid. Dit zien we terug in incidentele financiële voordelen, te weten: lagere kosten vrijwilligers (€ 556k V), lagere kosten inzet materieel 416k V en lagere kosten opleiden en oefenen (€ 263k V). Hier tegenover staat een incidentele last (€ 1.333k N) door een verandering in de financieringssystematiek van het Functioneel Leeftijdsontslag Brandweer. Door de wetgever is de
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 58 -
14 april 2022
levensloopregeling stopgezet en is voor financiering van de FLO een netto pensioen spaarvariant geïntroduceerd. In de afgelopen tien jaar zijn er door de rijksoverheid allerlei maatregelen genomen om Nederlanders langer te laten doorwerken en dus vervroegd uittreden te ontmoedigen. Dat maakt de FLO-kosten veel hoger dan in 2012 bij de regionalisering van de brandweer was voorzien. Op de omvang van de spaarvariant en de storting in 2021 heeft de VRLN geen invloed want daar zijn op landelijk niveau afspraken over gemaakt met de vakbonden. De vier gemeenten die in onze regio de FLO-kosten dragen konden niet op deze incidentele kostenstijging anticiperen. Dit is het argument om de incidentele kosten die voortvloeiend uit het versneld sparen niet neer te leggen bij deze gemeenten. De reguliere FLO-lasten worden gedragen door de vier gemeenten en de gemiddelde kosten per jaar van de FLO in de periode 2022 tot 2042 sluiten aan bij de budgettaire ruimte voor deze lasten bij deze gemeenten. De in 2021 ontvangen subsidie voor dekking van de meerkosten in de bestrijding van de brand op de Meinweg ter grootte van € 230k is verwerkt in het resultaat. In de lijn van de afspraken met het Rijk wordt bij resultaatsbestemming voorgesteld dit bedrag te reserveren voor natuurbrandbestrijding.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 59 -
14 april 2022
6.3.3. Programma Crisisbeheersing Totaal Programma Crisisbeheersing
(bedragen in duizenden euro's) 130219
Begroting 2021 na w ijziging
Realisatie 2021
Verschil begroting realisatie
3.196
3.046
150
Lasten (excl. toevoegingen aan reserves) Crisisbeheersing en multidisciplinaire samenw erking (incl. GHOR) Gemeentelijke processen
750
877
-127
Meldkamer
1.277
1.130
147
Totaal lasten
5.223
5.053
170
Crisisbeheersing en multidisciplinaire samenw erking (incl. GHOR)
452
615
163
Gemeentelijke processen
91
137
46
Meldkamer
0
-16
-16
543
736
193
2.488
2.488
0
658
658
0
Meldkamer
1.157
1.157
0
Totaal baten gem eentelijke bijdragen
4.304
4.304
0
Totaal baten
4.847
5.040
193
Saldo van baten en lasten
-376
-12
363 V
Baten (excl. onttrekkingen aan reserves)
Totaal baten program m a Baten (gem eentelijke bijdragen) Crisisbeheersing en multidisciplinaire samenw erking (incl. GHOR) Gemeentelijke processen
Toevoegingen aan reserves
40
11
29
Onttrekkingen aan reserves
416
160
-256
Gerealiseerde resultaat
0
137
137 V
Gerealiseerde resultaat excl. Corona
0
143
143 V
De coronabestrijding is een kerntaak van Crisisbeheersing. De medewerkers zijn er druk mee en daarom blijven andere prioriteiten liggen. Dat zien we terug in lagere kosten voor opleidingen, trainingen en oefenen. Ook heeft er minder externe inhuur plaats gevonden. Enerzijds per saldo onder-uitputting salariskosten en externe inhuur van € 195k voordelig en € 107k lagere materiële kosten, met name lasten opleiden, trainen en oefenen. Daarnaast baten van € 140k subsidie Veiligheid Informatie Knooppunt ter compensatie van de personele lasten. Anderzijds extra lasten in verband met bovenmatige verlofuren van € 193k. Er is € 96k minder onttrokken aan de reserve in te halen werk. Gemeentelijke processen: Nadeel van € 105k lasten Hoogwater. Ten tijde van het opstellen van de jaarrekening is nog onduidelijk in hoeverre VRLN wordt gecompenseerd door het Rijk. Daarnaast extra baten externe detachering van € 41k voordelig.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 60 -
14 april 2022
Meldkamer: Doordat er sprake is van een voordelig saldo van de Meldkamer hoeft er geen onttrekking plaats te vinden en wordt er conform afspraak een bedrag gestort in de reserve transitie schaalvergroting Meldkamer.
6.3.4. Bedrijfsvoering/Overhead Totaal Overhead
(bedragen in duizenden euro's) 130219
Begroting 2021 na w ijziging
Realisatie 2021
Verschil begroting realisatie
Overhead
14.790
17.791
-3.001
Totaal lasten
14.790
17.791
-3.001
Overhead
1.395
3.219
1.825
Totaal baten overhead
1.395
3.219
1.825
Overhead
13.315
13.315
-0
Totaal baten gem eentelijke bijdragen
13.315
13.315
-0
Totaal baten
14.709
16.534
1.825
Saldo van baten en lasten
-80
-1.257
-1.177 N
Toevoegingen aan reserves
230
340
-110
Onttrekkingen aan reserves
310
401
91
Gerealiseerde resultaat
-0
-1.195
-1.195 N
Gerealiseerde resultaat excl. Corona
-0
-17
-17 N
Lasten (excl. toevoegingen aan reserves)
Baten (excl. onttrekkingen aan reserves)
Baten (gem eentelijke bijdragen)
De vergoeding van VWS voor de kosten van de coronabestrijding wordt zichtbaar in het programma Publieke Gezondheid. In het programma Bedrijfsvoering/Overhead worden wel lasten van de coronabestrijding verantwoord. Denk hierbij aan ICT lasten, huisvestingslasten en de specifieke inzet van medewerkers. De totale lasten overhead, exclusief toevoegingen aan reserves, worden met € 3,0 miljoen overschreden. Hiervan heeft € 1,2 miljoen betrekking op corona-kosten. Daarnaast zijn de baten en lasten Coronatoegangsbewijzen van € 1,4 miljoen onder dit programma verantwoord. Zonder corona bedraagt het nadeel € 17k. De grotere mutaties die per saldo leiden tot dit nadeel zijn: -
Hogere lasten automatisering als gevolg van extra inhuur en overschrijding van hard- en software, dataverkeer en telefonie van in totaal € 345k nadelig. Dit nadeel wordt deels gecompenseerd door onderschrijding van kapitaallasten van € 176k voordelig.
-
Een lagere onttrekking aan reserves in te halen werk van € 58k en tevens per saldo hogere personele lasten als gevolg van extra inhuur van € 242k nadelig.
-
Lagere lasten door specifieke vacatures van € 175k voordelig en lagere rentelasten van € 363k voordelig.
Jaarverantwoording 2021 VRLN
- 61 -
14 april 2022
6.3.5. Overzicht incidentele baten en lasten In de hierna volgende overzicht staat een samenvatting van de incidentele afwijkingen ten opzichte van de begroting. Incidentele baten
(bedragen in duizenden euro's) ####
Om schrijving Corona
48.941 V
Publieke Gezondheid: Subsidies/detacheringen
124 V
Baten projecten Voorzorg / Nu niet Zw anger / inloopspreekuur/SHE
655 V
UWV-uitkeringen JGZ
63 V
Uitkering levensloop ASR/ Loyalis
982 V
Overige subsidies
230 V
Incidentele baten verkoop materieel brandw eer
322 V
Crisisbeheersing:
Overige baten / bijdragen