CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Samenleving 25 januari 2022, gemeente Mook en Middelaar32.070 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Momenteel is WerkBedrijf met (een aantal) aanbieders en (een aantal) gemeenten aan het experimenteren met het simpel switchen bij de arbeidsmatige dagbesteding en ontwikkelingsgerichte dagbesteding. De pilot die we uitvoeren is gericht op de zogenoemde stabiele groep deelnemers. Deze deelnemers nemen deel aan dagbesteding naar vermogen en hebben baat bij bestendigen van deze dagbesteding en geen perspectief (meer) op betaald werk. Anderzijds kan het zijn dat binnen de groep deelnemers aan ontwikkelingsgerichte dagbesteding wel potentie is op het vergroten van het arbeidsvermogen. Centrale vraag is op welke wijze kunnen we bereiken dat aanbieders eenvoudig kunnen inzetten wat nodig is, of dit nu ontwikkelingsgericht is, arbeidsmatig of hybride vormen? Per 1januari 2023 lopen de huidige contracten met aanbieders voor de arbeidsmatige dagbesteding af. De pilot levert leerervaringen op die we mee kunnen nemen bij het nieuwe aanbestedingstraject voor (de inkoop van) intensieve begeleiding bij arbeidsmatige dagbesteding dat in 2022 start. Project Doe je mee? In het najaar 2021 zijn we gestart met (de voorbereidingen van) het project Doe je mee?. Dit is een meerjarig project (tot en met 2024) en gericht op alle bijstandsgerechtigden die in de gemeenten Beuningen, Druten, Mook en Middelaar en Nijmegen wonen.

De overige gemeenten hebben gekozen voor versterking van de eigen dienstverlening aan hun bijstandsgerechtigden. De centrale vraag is hoe we een impuls kunnen geven aan brede dienstverlening voor bijstandsgerechtigden in onze regio. De kern is dat we met meer bijstandsgerechtigden in persoonlijk contact komen en beter behoeften van mensen kunnen detecteren op de leefgebieden werk, participatie, activering, financiële situatie en gezondheid. En op basis hiervan een passend vervolg aan (reguliere) dienstverlening kunnen bieden. Kenmerken van het project zijn: bijstandsgerechtigden worden in gezamenlijkheid door Werk en Inkomen gesproken en in beeld gebracht; -

-

-

uitgangspunt is dat alle bijstandsgerechtigden worden gesproken; juist degenen die al langere tijd een uitkering ontvangen en niet (meer) aangemeld zijn bij WerkBedrijf; het in beeld brengen is niet beperkt tot werk. Ook andere leefgebieden worden meegenomen, zoals participatie, activering, financiële situatie en gezondheid.

WerkBedrijf en gemeenten geven zo gezamenlijk een impuls aan de verbetering van de dienstverlening aan individuele bijstandsgerechtigden. Voor WerkBedrijf geldt dat we baat hebben bij een omvangrijker aantal kandidaten, die een stap kunnen zetten naar werk. De verdere ontwikkeling van detacheren (zie hiervoor) biedt ook meer kansen voor kandidaten om stapsgewijs aan het werk te komen. Het project levert daarnaast input op voor de verdere ontwikkeling van de gezamenlijke

MGR Rijk van Nijmegen

dienstverlening en producten voor bijstandsgerechtigden. Ve rantwoording en voortgang van het project nemen we mee in onze rapportages aan (alle) deelnemende gemeenten. Uitgangspunten De uitgangspunten voor het financiële kader wijzigen in 2022 en 2023 niet ten opzichte van voorgaande jaren. Dit betekent dat we: Administratief de financiële resultaten voor sociale werkvoorziening, participatie en arbeidsmatige dagbesteding inzichtelijk blijven maken. In 2023 wijzigt de verdeelsystematiek van rijksbudgetten. We volgen de ontwikkelingen nauwgezet op effecten voor WerkBedrijf en de afspraken over de overheveling van gemeenten naar MGR. We streven ernaar om deze effecten in onze ontwerp-meerjarenbegroting te verwerken. Voor de komende meerjarenbegroting blijft gelden dat we conform de afspraken op de financiële resultaten op de drie onderdelen begroten en verantwoorden. •

Voor onderdeel SW op twee sturingselementen rapporteren: ziekteverzuim en omzet (toegevoegde waarde per SW-medewerker). Net als in eerdere jaren houden we rekening met een kostendekkende bijdrage per gemeente voor het onderdeel SW. Er wordt een kostprijs per SE berekend. Deze prijs vormt de basis voor de bijdrage van iedere gemeenten.

•

Voor onderdeel WERK rapporteren op (minimaal ) het sturingselement: aantallen uitstroom uit de bijstand naar werk en plaatsingen op werk. Gemeenten leggen hun participatiebudget in. De bijdrage voor de loonkostensubsidies wordt bepaald per gemeente op basis van de verwachte te realiseren aantallen. Voor beschut werk houden we hierbij aan wat het rijk van onze regio verwacht. Vanaf 2020 en verder beheert WerkBedrijf rijksmiddelen voor de uitvoering van Perspectief op Werk. WerkBedrijf is één van de uitvoeringspartijen van dat programma.

•

Voor onderdeel Op Weg Naar Werk (arbeidsmatige dagbesteding) rapporteren over (minimaal ) het aantal gerealiseerde plekken.

ICT Rijk van Nijmegen (iRvN) I RvN

lCT Rijk van Nijmegen (iRvN) beheert, exploiteert en ontwikkelt de technische ICT-infrastructuur van en voor de gemeenten in de Regio Rijk van Nijmegen en voor de MGR. Voor WerkBedrijf en de Omgevingsdienst in het Rijk van Nijmegen verzorgt iRvN tevens het functioneel Informatie- en Applicatiebeheer. Dat laatste gebeurt ook voor het overgrote deel van het applicatielandschap van Gemeente Nijmegen en daarnaast verzorgt iRvN daar waar gewenst ook het functioneel Informatieen Applicatiebeheer voor andere gemeenten in de regio. Ontwikkelingen Technologische ontwikkelingen en innovaties De Informatietechnologie staat absoluut niet stil. Voor onze gemeenten zijn de ontwikkelingen en innovaties op het gebied van cloudcomputing (wo. Software as a Service), mobiele (samen)werkomgeving, loT, Datawarehouse en Business Intelligence (datagedreven werken) de komende jaren de belangrijkste. In nauwe samenwerking met de gemeenten wordt een Cloudstrategie opgesteld inclusief de financiële, personele en organisatorische randvoorwaarden voor alle partijen. Dit is noodzakelijk om de voorziene migratie van 'on-premis'-informatiesystemen naar SAASinformatiesystemen (abonnementen) die elders (in de cloud) door leveranciers aangeboden worden,

MGR Rijk van Nijmegen

soepel te laten verlopen. Dit raakt investeringen, onderhoud- en beheerkosten. iRvN zal daar zoveel mogelijk op anticiperen om de innovatie binnen de (lokale) overheidsinformatievoorziening te stimuleren en te faciliteren. Mogelijk dat technologische innovaties in de toekomst een kostenverschuiving kunnen laten zien in de verschillende vormen van beheer. Zelden is er sprake van verlaging van beheerkosten, integendeel. Daarnaast heeft het verleden aangetoond dat de technologisch innovaties binnen de (lokale) overheid minder snel geadopteerd worden dan in de markt. Mobiel tenzij....

De ontwikkeling naar de 100% mobiele werkplekken, werken op afstand, etc. vereisen een flexibele maar vooral ook een (informatie)veilige inrichting van de mobiele devices en van het door alle gemeenten in gebruik zijnde samenwerkingsplatform Microsoft365. Samen met grote gemeenten, VNG en Microsoft streven we continu naar een optimale, flexibele en veilige (AVG-proof) standaard inrichting, -gebruik, -beheer en ondersteuning. Informatieveiligheid

Informatieveiligheid (BIO, AVG, etc) blijft uiteraard veel aandacht vragen. Wij blijven alle landelijke ontwikkelingen, wetgeving, aanbestedingen, etc. volgen en lopen waar mogelijk mee voorop bij implementatietrajecten. Evolautie iRvN

PWC heeft in oktober 2021 haar eindrapport "Evaluatie iRvN en de regionale l&A-organisatie, met het oog op de toekomst" opgeleverd. Dit rapport geeft een beeld over de positie van iRvN en haar rol de komende jaren. Momenteel wordt de besluitvorming m.b.t. de door PWC geadviseerde ontwikkelingen voorbereid door uw colleges. Ontwikkelingen organisatie ICT-Rijk van Nijmegen

De taken van iRvN gaan veranderen, ICT-beheer zal zich van uitvoering geleidelijk in de richting van regie gaan ontwikkelen. De focus zal, naast directe dienstverlening aan de (mobiele) eindgebruikers, steeds meer gericht zijn op data- en informatie(stromen)beheer en vooral op informatiebeveiliging en privacy. I&A-denkkracht (1-beleid en -ontwikkeling) blijft nadrukkelijk de verantwoordelijkheid van gemeenten. Beheerkracht is regionaal belegd bij iRvN, primair lCT-infrastructuur en, daar waar gewenst, applicatiebeheer. Slagkracht (implementatie van nieuwe informatiesystemen) vraagt nadrukkelijk om steeds meer (projectmatige)inzet van iRvN. Het is nog onduidelijk of de totale iRvN-formatieomvang voldoende zal zijn om alle geschetste ontwikkelingen te kunnen gaan ondersteunen. Het zal echter wel verandering van taak- en functieinhoud tot gevolg hebben. Het strategisch iRvN personeels- en organisatieplan (2018) zal aangepast worden met de huidige (externe) ontwikkelingen en de besluitvorming naar aanleiding van het PWCevaluatieonderzoek zowel met betrekking tot opleiding en loopbaanontwikkeling als met betrekking tot mobiliteit en iRvN-organisatie. Bezuiniging

Zoals afgesproken zal de invulling van de derde 1%-korting vanaf 2023 betrokken worden bij de resultaten van het PWC-evaluatieonderzoek. Er heeft nog geen definitieve besluitvorming plaatsgevonden met betrekking tot de conclusies en aanbevelingen. Informatieveiligheid vraagt in toenemende mate aandacht en passende maatregelen en beveiligingsvoorzieningen. Naar verwachting zullen noodzakelijke investeringen en exploitatiekosten voor het borgen van de informatieveiligheid toenemen. Deze kostenontwikkeling is niet meegenomen in de begroting 2022-2023. Terwijl ook de opgelegde bezuinigingsopdracht vanaf 2023 nog niet is meegenomen. Dit alles betekent dat het onwaarschijnlijk is dat de inspanningen voor de informatieveiligheid binnen de huidige financiële kaders gerealiseerd kunnen worden.

MGR Rijk van Nijmegen

Kostenverschuiving: Naast de bezuiniging zullen ook voor gemeenten kostenverschuivingen zichtbaar worden als gevolg van de migratie van informatiesystemen naar de cloud (Software-as-a-Service). De verwerkingskosten verschuiven geleidelijk van iRvN naar externe providers/leveranciers die de informatiesystemen (via internet) als een dienst aanbieden. Deze ontwikkeling gaat gefaseerd en bestrijkt een periode van jaren. Deze "Going-to-the-Cloud" beweging heeft organisatorische en financiële consequenties voor iRvN én voor gemeenten. In december 2021 geeft iRvN een aanzet voor een eenvoudige, transparante en rechtvaardige verrekening die door iRvN en gemeenten in 2022 verder uit gewerkt kan worden tot een voorstel hoe, m . n. de financiële gevolgen opgevangen kunnen worden zodat de ontwikkeling soepel begeleid kan gaan worden. Datagestuurd werken: We zien dat enkele gemeenten plannen maken, en m . n. Gemeente Nijmegen al verdere stappen zet, in datagestuurd werken en Business-Intelligence. Dat vraagt nadrukkelijk andere vormen van data- en informatiebeheer. Conform het iRvN bedrijfsplan (2015) en nogmaals bevestigd door het evaluatieonderzoek PWC is (en blijft) dit de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Uiteraard speelt iRvN hierbij een rol omdat zij vooral in technische zin de data beheren.

In samenspraak met Nijmegen wordt ook deze ontwikkeling, de rol en de consequenties voor iRvN in 2022 uitgewerkt. Common Ground: iRvN blijft aangesloten bij alle ontwikkelingen in het kader van Samen Organiseren en Common Ground zodat het een lCT-infrastructuur aan haar deelnemende gemeenten kan blijven aanbieden die hen in staat stelt optimaal gebruikte maken van de landelijke ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat de regionale iRvN-infrastructuur geen belemmering vormt om het eigen tempo te kunnen bepalen in welke mate zij mee wil ontwikkelen met de technologische innovaties binnen gemeentelijke informatievoorziening. Uitgangspunten • Administratief blijven de financiële resultaten voor de onderdelen Automatisering en Informatie- & applicatiebeheer apart inzichtelijk. •

IRvN levert naast standaardproducten en diensten ook plusproducten en diensten. Deze worden kostenneutraal in rekening gebracht. Als deze plusproducten en diensten een meerjarig karakter hebben, zijn ze nu al in de meerjarenbegroting van 2021 opgenomen. Tussentijds zal de begroting voor het lopende jaar worden bijgesteld op basis van inschatting van de totale omvang van alle plusproducten.

•

Voor onderdeel Automatisering is de generieke korting van 1% in 2022 (bovenop de 1% generieke korting die al in 2021 is doorgevoerd) verwerkt.

•

2022 (bovenop de 1% generieke korting die al in 2021 is doorgevoerd) verwerkt. Voor onderdeel Informatie- & applicatiebeheer is een structurele bezuiniging slechts te realiseren indien de formatie wordt teruggebracht. Dit is alleen mogelijk als Gemeente Nijmegen aangeeft welke applicaties niet meer door iRvN beheerd hoeven te worden (zoals besproken in de begroting, p. 56).

MGR Rijk van Nijmegen

Tot besluit

Op maandag 13 december is door uw raadsgriffies een (online) informatiebijeenkomst georganiseerd waarin de gemeenschappelijke regelingen hun financiële uitgangspunten en beleidsmatige kaders voor 2023 kunnen toelichten. We maken hier graag gebruik van en zullen onze Kaderbrief 2023 tijdens de bijeenkomst vanaf 20:45 uur toelichten.

Hoogachtend, Algemeen Bestuur modulaire gemeenschappelijke regeling Rijk van Nijmegen, De Voorzitter,

De Secretaris,

drs. H.M.F. Bruis

J. Hol

Raadsbesluit

Documentnummer Onderwerp

ZM21.03584 Kaders voor meerjarenbegroting 2023-2026 MGR

De raad van de gemeente Mook en Middelaar, Gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders d.d. 11 januari 2022 Gelet op het advies van de raadscommissie d.d. 25 januari 2022

Besluit: 1. Kennis te nemen van de kaders voor de meerjarenbegroting 2023-2026 MGR 2. Zienswijze op kaders 2023-2026 in te dienen conform bijgaande brief (bijlage 3).

Aldus besloten in zijn openbare vergadering d.d. 3 februari 2022 De raad voornoemd,

De griffier

mr. M.A.M. van Arensbergen

Pagina 1 van 1

De voorzitter mr. drs. W. Gradisen

Postadres: Bezoekadres: Telefoon: Fax: E-mail: Internet:

Postbus 200, 6585 ZK MOOK Raadhuisplein 6 Mook (024) 696 91 11 (024) 696 19 39 gemeente@mookenmiddelaar.nl www.mookenmiddelaar.nl

Dagelijks Bestuur van de MGR Rijk van Nijmegen Postbus 38165 6503 AD Nijmegen

Uw brief van: Ons kenmerk: Inlichtingen: Telefoon: Afdeling: Datum: Onderwerp:

26 november 2021 ZM21.03584 L.W.A.M. Berben 06-50007332 Staf 3 februari 2022 Kaders voor meerjarenbegroting 2023-2026 MGR

Geachte leden van het dagelijks Bestuur, U heeft ons op 26 november 2021 de jaarlijkse Kaderbrief met daarin de beleidsmatige en financiële uitgangspunten voor de meerjarenbegroting van de MGR 2023-2026 toegezonden. Zoals gebruikelijk wordt verzocht aan uw Dagelijks Bestuur een zienswijze uit te brengen op de kaders. Allereerst spreken wij onze waardering uit voor de wijze waarop in regionaal verband samengewerkt wordt tussen gemeenten, WerkBedrijf en ICT Rijk van Nijmegen. Wij ervaren dat de organisaties professioneel werken, gericht zijn op de vraag vanuit de regio en deskundigheid hebben ontwikkeld én blijven ontwikkelen. Platformfunctie

In september 2021 heeft in het kader van de regionale samenwerking een bijeenkomst plaats gevonden van alle colleges van B&W van het Rijk van Nijmegen. Deze bijeenkomst stond in het teken van ontmoeting en verbinding, zeker na de Corona-periode. Bij die gelegenheid is ook gesproken over kansen en verbetermogelijkheden op het gebied van de samenwerking in de regio. De MGR vervult voor de regio tot op heden het platform voor samenwerking en afstemming in de regio. In de zijlijn van de evaluaties WerkBedrijf en iRvN verzoeken wij u tevens te bezien of deze platformfunctie, die de samenwerking in de regio moet ondersteunen, voldoende uit de verf komt en nog passend is of toch aanpassing behoeft. WerkBedrijf - Wij onderschrijven de algemene ambities van WerkBedrijf en we gaan er vanuit dat u deze nader uitwerkt in de begroting voor 2023. - Conform het addendum bij de dienstverleningsovereenkomst verwachten wij dat u in de loop van 2022 bijdraagt aan de regionale evaluatie van de Wet inburgering 2021. Eventuele financiële gevolgen voor WerkBedrijf zien wij graag terug in uw begroting voor het jaar 2023.

Pagina 1 van 2

- Het heeft onze voorkeur om een meerjarige dienstverleningsovereenkomst af te sluiten voor de jaren 2023 e.v. - Wij verwachten dat u de evaluatie van WerkBedrijf met de gemeenten in het Rijk van Nijmegen (ambtelijk en bestuurlijk) bespreekt en de uitkomsten zo veel mogelijk al betrekt bij het opstellen van de begroting voor 2023. iRvN

1. Third Party Memorandum (TPM) Wij verzoeken u om als prestatieafspraak toe te voegen dat iRvN werkt aan een structurele periodieke verantwoordingscyclus om door een Third Party Memorandum (TPM), een verklaring die wordt afgegeven door een onafhankelijke auditpartij, verantwoording af te leggen aan de deelnemende gemeenten. Met een TPM krijgen wij namelijk een onafhankelijke bevestiging dat de informatiebeveiliging van iRvN voldoet aan de wet- en regelgeving. Dit is belangrijk voor ons als opdrachtgever en eindverantwoordelijke, maar ook voor verantwoording naar externen zoals de accountant en de ENSIA. 2. Mogelijke extra kosten i.v.m. Informatieveiligheid en formatieomvang U geeft aan dat informatieveiligheid in toenemende mate om aandacht vraagt en tevens het nemen van passende maatregelen en beveiligingsvoorzieningen. Naar verwachting zullen noodzakelijke investeringen en exploitatiekosten voor het borgen van de informatieveiligheid toenemen. Deze kostenontwikkeling is niet meegenomen in de begroting 2022-2023. Terwijl ook de opgelegde bezuinigingsopdracht vanaf 2023 nog niet is meegenomen. Dit alles betekent dat het onwaarschijnlijk is dat de inspanningen voor de informatieveiligheid binnen de huidige financiële kaders gerealiseerd kunnen worden. Dit is ook een van de conclusies uit het PWCevaluatieonderzoek.

Ook is nog onduidelijk of de totale iRvN-formatieomvang voldoende zal zijn om alle geschetste ontwikkelingen te kunnen gaan ondersteunen. Wij stellen vast dat de IRvN zich samen met de gemeente(n) inspant op het punt van voldoende maatregelen treffen rond informatieveiligheid en voor zover die de werkzaamheden van de iRvN treffen t.a.v. privacy. Ook het feit dat alle geschetste ontwikkelingen mogelijkerwijs impact hebben op de formatie-omvang achten wij niet onrealistisch.

Wij willen daarom graag via de begroting concrete voorstellen ontvangen, welke financiële impact deze ontwikkelingen individueel en per saldo hebben op de begroting iRvN 2023. Tevens willen wij graag een meerjarig perspectief ontvangen.

Hoogachtend

De griffier, mr. M.A.M. van Arensbergen

De voorzitter, mr. drs. W. Gradisen

Pagina 2 van 2

Raadsvoorstel

Documentnummer Onderwerp Datum raadsvergadering Raadscommissie Datum raadscommissie Programma Portefeuillehouder

MM Verordening bekostiging leerlingenvervoer 3 februari 2022 Samenleving 25 januari 2022 Onderwijs P. Baneke

Verordening bekostiging leerlingenvervoer Inleiding De gemeenteraad heeft de wettelijke plicht een regeling vast te stellen voor de bekostiging van het leerlingenvervoer. De geldende verordening dateert van 2014 en is gebaseerd op het model van de VNG. De VNG heeft in 2020 een herziene versie hiervan gepubliceerd. Het is gewenst om ook de lokale verordening hierop aan te passen. Voorstel Wij stellen u voor om: - De Verordening leerlingenvervoer 2014 gemeente Mook en Middelaar in te trekken; - De Verordening bekostiging leerlingenvervoer 2022 gemeente Mook en Middelaar vast te stellen Beoogd effect Met het vaststellen van deze nieuwe verordening beschikt de gemeente over een verordening die in de pas loopt met de actuele wetgeving en de huidige praktijk (jurisprudentie)

Pagina 1 van 3

Verordening bekostiging leerlingenvervoer

Raadsvoorstel

Argumenten 1. De Verordening bekostiging leerlingenvervoer geeft uitvoering aan de wettelijke taakstelling van de gemeente. De verordening bevat voorschriften voor de wijze waarop ouders de aanvraag om een vervoerskostenvergoeding kunnen indienen. Daarnaast geeft zij criteria aan de hand waarvan ouders aanspraak kunnen maken op een vervoersvoorziening. De verantwoordelijkheid voor het schoolbezoek van de leerling blijft onder alle omstandigheden de verantwoordelijkheid van de ouders. De bedoeling van de verordening is uitsluitend ouders en verzorgers financieel te ondersteunen in de kosten die zij moeten maken voor het vervoer van hun kind naar de (passende) school. In de praktijk betekent dit voor een deel ook, dat de gemeente het vervoer (taxi) zelf regelt omdat dit ook het meest efficiënt en voordelig is. Dat is echter geen verplichting die uit de verordening voortvloeit. 2. De VNG heeft in 2020 een nieuwe versie van de model-verordening leerlingenvervoer gepubliceerd.Vanuit de wetgeving was er geen expliciete aanleiding voor een aanpassing van de model-verordening, maar de ontwikkelingen in het sociaal domein en specifiek in het passend onderwijs waren voor de VNG toch reden om de model-verordening onder handen te nemen. Daarbij is wel rekening gehouden met recente jurisprudentie. Ook is de structuur van de verordening aangepast.

De VNG heeft hierover overleg gepleegd met de klankbordgroep, maar ook een raadpleging gehouden onder alle gemeenten en samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs in Nederland. De wijzigingen zijn niet heel ingrijpend. In ieder geval is geborgd dat de bekostiging geen belemmering vormt voor het vervoer van de leerling naar de voor hem of haar passende school. Niet alle bepalingen respectievelijk wijzigingen uit de nieuwe model-verordening zijn door ons overgenomen. In bijlage 1 treft u een overzicht aan van de nieuwe bepalingen in de model-verordening en een toelichting of en waarom deze wel of niet in het voorliggende concept voor onze eigen gemeente zijn overgenomen.

Kanttekeningen Op 1 augustus 2014 werd de Wet passend onderwijs van kracht. Doel van deze wet is dat alle leerlingen, dus ook leerlingen die extra ondersteuning in de klas nodig hebben, een passend onderwijsplek zo dicht mogelijk bij huis krijgen. Dit behoort tot de zorgplicht van de schoolbesturen. In het leerlingenvervoer wordt in beginsel uitgegaan van een vervoerskostenvergoeding naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Dat kan tegenstrijdigheid opleveren met de verwijzing van de leerling naar de best passende school door het samenwerkingsverband. Gelet op de Wet passend onderwijs is in de verordening het vervoer naar de best passende school geborgd ook al is die verderaf gelegen dan een andere soortgelijke school. Overigens is dat in onze gemeente al praktijk. De lokale situatie brengt bovendien met zich mee dat het vervoer naar de dichtstbijzijnde school ook niet altijd het goedkoopste vervoer hoeft te zijn. Wij hebben te maken met een scholenaanbod zowel ten noorden (inclusief Groesbeek) als ten zuiden. Er zijn geen scholen die eenduidig het dichtstbij gelegen zijn voor de leerlingen uit alle drie de kernen, afgezien van de vraag welke school het meest passend zijn. Dat brengt dus verschillende vervoersstromen en taxi’s met zich mee, waarbij naar maximale efficiëntie wordt gestreefd.

Pagina 2 van 3

Verordening bekostiging leerlingenvervoer

Raadsvoorstel

Duurzaamheid De duurzaamheid van het vervoer wordt in het kader van de aanbesteding van het vervoer meegenomen en speelt bij het vaststellen van de verordening geen rol.

Participatie Gelet op de hogere wetgeving waarop deze verordening is gebaseerd is inspraak bij de vaststelling van deze verordening niet verplicht. Ook onze eigen inspraakverordening maakt het niet noodzakelijk om voor het kunnen vaststellen van deze verordening deze eerst voor inspraak open te stellen. De nieuwe verordening leidt namelijk niet tot een verruiming of verslechtering van de aanspraken op een tegemoetkoming in de vervoerskosten.

Financiën De nieuwe verordening leidt niet tot aanwijsbare financiële consequenties

Communicatie De verordening wordt na vaststelling op de gebruikelijke wijze gepubliceerd en op onze eigen website geplaatst (link). De ouders van leerlingen die op dit moment een tegemoetkoming in de vervoerskosten krijgen zullen na vaststelling schriftelijk (per mail of brief) over de nieuwe verordening geïnformeerd worden.

Bijlage(n)  Concept-raadsbesluit (tekst verordening)  Exemplaar van de concept-verordening met de bijgehouden wijzigingen  Toelichting op de belangrijkste wijziging in de VNG model-verordening (bijlage 1)

Mook, 14 december 2021 Het college van burgemeester en wethouders van Mook en Middelaar,

De gemeentesecretaris J.M.G. Smits- de Kinkelder

Pagina 3 van 3

De burgemeester mr. drs. W. Gradisen

Verordening bekostiging leerlingenvervoer

Besluit van de raad van de gemeente Mook en Middelaar tot vaststelling van de Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Mook en Middelaar 2022 (Verordening bekostiging leerlingenvervoer) De raad van de gemeente Mook en Middelaar; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 december 2021; gelet op de artikelen 4 van de Wet op het primair onderwijs, 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs; gezien het advies van de Commissie Samenleving van 25 januari 2022; besluit vast te stellen de volgende verordening

Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: -

aangepast vervoer: vervoer per besloten (school)busvervoer, taxi, taxibus of bustaxi of touringcar;

-

afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg;

-

begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden;

-

deskundige: onafhankelijk medisch of pedagogisch deskundige, de school of de in het OOGO bepaalde onafhankelijke deskundige;

-

eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of fiets;

-

gehandicapte leerling: een leerling als bedoeld in dit artikel, die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken;

-

inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs;

-

leerling: de leerling die is ingeschreven aan een school als bedoeld in dit artikel;

-

ontwikkelingsperspectief: een voor de leerling van het primair onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs dan wel voortgezet onderwijs vastgesteld plan als bedoeld in artikel 40a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 41a van de Wet op de expertisecentra of artikel 26 van de Wet op het voortgezet onderwijs, dat door het bevoegd gezag en na op overeenstemming gericht overleg met de ouders is opgesteld. Ingeval van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs adviseert hierin de commissie voor de begeleiding dan wel de commissie van onderzoek;

-

openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer; opstapplaats: plaats aangewezen door burgemeester en wethouders, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer. De opstapplaats bevindt zich op een veilige en beschutte locatie en op een redelijke loopafstand van de woning van de leerling en biedt voldoende ruimte voor een eventuele begeleider;

-

ouders: ouders, voogden of verzorgers van de leerling; reistijd: totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal 10 minuten, als en voor zover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal 10 minuten bij gebruikmaking van aangepast vervoer; samenwerkingsverband: 1°. voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede en vijftiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; 2e voor het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de expertisecentra; of 3°. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a, tweede en zestiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

-

school: de schoollocatie waar de leerling onderwijs volgt. Dit is: 1° het primair onderwijs: basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; 2° het speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs of het speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; 3° het voortgezet speciaal onderewijs: school voor voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of

4e het voortgezet onderwijs: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs. -

toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school;

-

vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt;

-

vervoersvoorziening: 1°. bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider; 2°. aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen; of 3°. gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door burgemeester en wethouders noodzakelijk geachte vervoerkosten van de leerling en zo nodig diens begeleider;

-

woning: plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft.

Artikel 2. Deze verordening heeft tot doel op basis van een beoordeling op grond van in de verordening bepaalde criteria en op basis van een onderzoek naar de individuele situatie van de leerling een gehele of gedeeltelijke bekostiging toe te kennen aan de ouders voor het goedkoopst passend vervoer van de leerling van de woning dan wel de opstapplaats naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor de leerling en terug met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.

Paragraaf 2. Aanvraag van de vervoersvoorziening Artikel 3. Aanvraagprocedure 1.

Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan in de gemeente waar de leerling zijn woning heeft, door indiening bij burgemeester en wethouders van een volledig ingevuld en door de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling ondertekend papieren of digitaal formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens.

2.

Als dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders de ouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken.

3.

De gegevens voortvloeiend uit de aanvraag voor een vervoersvoorziening worden slechts gebruikt om de aanvraag te kunnen beoordelen en uitvoering te kunnen geven aan de vervoersvoorziening voor de leerling.

4.

Burgemeester en wethouders besluiten binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag voor een vervoersvoorziening.

5.

Burgemeester en wethouders kunnen het in het vorige lid bedoelde besluitvormingstermijn met ten hoogste vier weken verdagen. Burgemeester en wethouders stellen de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.

6.

Als een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze: a. wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag; b. wanneer het aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum.

Artikel 4. Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij de aanvraag 1.

Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, wordt rekening gehouden met de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin.

2.

Burgemeester en wethouders kunnen bij een eerste aanvraag in een gesprek, met de ouders, desgewenst de leerling en een deskundige, de noodzakelijk te achten vervoersvoorziening onderzoeken als bedoeld in de onderzoeksfase

3.

Bij gewijzigde omstandigheden kan het gesprek als bedoeld in het tweede lid opnieuw plaatsvinden.

4.

Burgemeester en wethouders betrekken in het gesprek tenminste de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en de dichtstbijzijnde toegankelijke school als bedoeld in artikel 7.

5.

Wanneer de leerling de leeftijd van negen jaar bereikt, kunnen burgemeester en wethouders in overleg met de ouders, desgewenst de leerling en in samenhang met het ontwikkelingsperspectief een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen, waarin de weg naar zelfstandig reizen naar school wordt beschreven alsmede de mogelijkheden van de leerling. Dit plan maakt onderdeel uit van het besluit.

6.

In het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kunnen burgemeester en wethouders ondersteuning bieden om de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling te bevorderen.

Artikel 5: Algemene voorwaarden voor toekenning van de vervoersvoorziening 1.

Ten behoeve van het schoolbezoek kennen burgemeester en wethouders aan de ouders van in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.

2.

Als burgemeester en wethouders toepassing geven aan het eerste lid, verlangen zij van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste het bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op de vervoersvoorziening vervallen.

3.

De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen.

4.

Als de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de vervoersvoorziening op aanvraag verstrekt aan de leerling.

5.

Burgemeester en wethouders bepalen bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening.

6.

Burgemeester en wethouders kunnen aan de toekenning van een vervoersvoorziening nadere voorwaarden verbinden.

7.

Burgemeester en wethouders verstrekken een vervoersvoorziening voor het vervoer van de leerling van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school en terug.

8.

Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de uitvoering van deze verordening nadere regels stellen.

Artikel 6. Herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening 1.

De ouders of de meerderjarige en handelsbekwame leerling zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, direct schriftelijk mede te delen aan burgemeester en wethouders.

2.

Als sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop en kennen burgemeester en wethouders al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe.

3.

Als de ouders of de meerderjarige en handelsbekwame leerling niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en burgemeester en wethouders een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststellen, waardoor blijkt dat ten onrechte een vervoersvoorziening is verstrekt, vervalt de aanspraak op de vervoersvoorziening terstond en kennen burgemeester en wethouders al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. Burgemeester en wethouders delen het besluit schriftelijk mee aan de ouders of de meerderjarige en handelsbekwame leerling.

4.

Burgemeester en wethouders kunnen een besluit als bedoeld in deze verordening herzien, opschorten dan wel intrekken, als burgemeester en wethouders vaststellen dat: a. niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening; b. beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen; c. de verstrekte vervoersvoorziening niet meer de meest passende vervoersvoorziening is; d. sprake is van onaanvaardbaar wangedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer; of e. het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie in het aangepast vervoer.

5.

De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de minderjarige leerling gedurende het verblijf van de leerling in het aangepaste vervoer berust bij de ouders.

6.

Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders of de meerderjarige en handelsbekwame leerling worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening.

Paragraaf 3. Beoordelingsfase: beoordeling van de aanspraak op vervoersvoorziening Artikel 7. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 1.

Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen.

2.

Met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid wordt eveneens een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning of de opstapplaats en: a. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is; of b. een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs als bedoeld onder a.

3.

Als de ouders vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. aan burgemeester en wethouders is door de ouders genoegzaam aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte van de leerling is; b. aan burgemeester en wethouders is door de ouders genoegzaam aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod;

Artikel 8. Afstandsgrens 1.

Een vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor: a. basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; b. speciaal basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; of

c. speciaal onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer. 2.

In afwijking van het eerste lid wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aan burgemeester en wethouders genoegzaam is aangetoond dat het een gehandicapte leerling betreft. Zo nodig kunnen burgemeester en wethouders hierover advies vragen aan een onafhankelijk medisch deskundige. De deskundige betrekt in zijn advies de mogelijkheden van de gehandicapte leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen.

Artikel 9. Aanwijzing opstapplaats 1.

Burgemeester en wethouders kunnen bij het verstrekken van aangepast vervoer een opstapplaats aanwijzen van waaruit de leerling gebruik maakt van de vervoersvoorziening.

2.

De ouders dragen er zorg voor dat de leerling naar en op de opstapplaats wordt begeleid als dit noodzakelijk is.

3.

Burgemeester en wethouders wijzen geen opstapplaats aan als door de ouders wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is.

4.

Burgemeester en wethouders wijzen geen opstapplaats aan als het gebruik van een opstapplaats leidt tot hogere kosten dan aangepast vervoer vanaf de woning van de leerling.

Artikel 10. Peildatum leeftijd leerling Voor het verstrekken van een vervoersvoorziening op basis van artikel 17 is de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft bepalend.

Artikel 11. Andere vergoedingen De aanspraak op een toelage, voor zover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op de reiskosten, wordt op een bekostiging in mindering gebracht, dan wel als eigen bijdrage in rekening gebracht.

Artikel 12. Schooltijden en wachttijden 1.

Bekostiging van het aangepast vervoer vindt plaats op standaard schooldagen en schooltijden, zoals deze zijn opgenomen in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt.

2.

Ingeval er binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden, kunnen burgemeester en wethouders besluiten met de inzet van het aangepaste vervoer een wachttijd aan te houden van één of meerdere lesuren, om zodoende aan te sluiten op het reguliere leerlingenvervoer.

3.

Het aangepast vervoer op schooldagen en schooltijden die afwijken van de in de schoolgids genoemde dagen en tijden wordt niet bekostigd, tenzij de ouders bewijs overleggen waaruit blijkt dat de structurele handicap van een leerplichtige leerling de aansluiting op de standaard schooltijden onmogelijk maakt.

Artikel 13. Tijdelijk verblijf buiten de gemeente 1.

Burgemeester en wethouders kunnen een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de leerling blijft zijn eigen school bezoeken; b. in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en c. de intentie bestaat dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente.

2.

Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van tijdelijk verblijf buiten de gemeente en herleeft weer zodra de leerling terugkeert in de gemeente, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken.

Artikel 14. Vervoersvoorziening naar stageadres 1.

Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres. Hiervoor wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend.

2.

In afwijking van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, kan een aanvraag voor stagevervoer bovendien door de school voor voortgezet speciaal onderwijs of de school voor voortgezet onderwijs gedaan worden.

3.

De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de stage is onderdeel van het onderwijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract; b. de stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden; c. de stage vindt plaats op één stageadres; en d. het stageadres is gelegen op de route van de woning dan wel de opstapplaats naar de school. Als wordt aangetoond dat dit niet mogelijk is, dan kan het stageadres gelegen zijn binnen een door burgemeester en wethouders te bepalen maximale straal van de woning of de school.

4.

Een vervoersvoorziening wordt slechts toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en het dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke stageadres.

5.

Burgemeester en wethouders kunnen het stagecontract opvragen.

Paragraaf 4. Onderzoeksfase: verstrekking aard en omvang van de vervoersvoorziening

Artikel 15. Verstrekking van de vervoersvoorziening 1.

Burgemeester en wethouders betrekken bij de verstrekking van de vervoersvoorziening het eventuele persoonlijk vervoersontwikkelingsplan of vervoersadviezen van deskundigen die voor de onderzoekfase van belang zijn.

2.

Als begeleiding in het vervoer vereist is, vergoeden burgemeester en wethouders geen andere kosten dan de vervoerskosten die verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het vervoer.

Artikel 16. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets 1.

Als voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 8, eerste lid, verstrekken burgemeester en wethouders aan de ouders van de leerling die een school voor primair onderwijs of speciaal onderwijs bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer.

2.

Als aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van burgemeester en wethouders, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekken burgemeester en wethouders de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets.

3.

De kilometervergoeding voor de fiets bedraagt € 0,09.

Artikel 17. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider 1.

Burgemeester en wethouders verstrekken aan de ouders van de leerling, die een school bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer per fiets van de leerling en een begeleider van de leerling als: a. voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 8, eerste lid, de leerling jonger dan negen jaar is en door de ouders ten behoeve van burgemeester en wethouders genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken; of b. de gehandicapte leerling.

2.

De kilometervergoeding voor de fiets bedraagt € 0,09.

3.

Als een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.

Artikel 18. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer 1.

1Burgemeester en wethouders verstrekken een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school bezoekt, als: a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 16 of 17 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht;

b. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 16 of 17 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van burgemeester en wethouders al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets; c. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 17 en door de ouders ten behoeve van burgemeester en wethouders genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of d. de leerling, naar het oordeel van burgemeester en wethouders ook niet onder begeleiding in staat is van het openbaar vervoer gebruik te maken.

Artikel 19. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer 1.

Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kunnen burgemeester en wethouders de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren.

2.

Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigen burgemeester en wethouders aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren: a. een bedrag op basis van de kosten van het vervoer per fiets voor de leerling zonder begeleiding, als aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets al dan niet met begeleiding. De kilometervergoeding voor de fiets bedraagt € 0,09. b. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer voor de leerling zonder begeleiding, als aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer al dan niet met begeleiding, of c.. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, als aanspraak zou bestaan op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer, Deze vergoeding bedraagt het belastingvrije kilometerbedrag per kilometer.

3.

Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigen burgemeester en wethouders aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, behoudens het bepaalde in het vierde lid.

4.

Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders voor het vervoer van één of meer leerlingen bekostiging ontvangen wordt door burgemeester en wethouders geen bekostiging verstrekt.

Artikel 20. Bekostiging andere passende vervoersvoorziening Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kunnen burgemeester en wethouders na overleg met de ouders een bekostiging verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer.

Artikel 21. Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie

1.

Met inachtneming van artikel 7 kennen burgemeester en wethouders desgewenst een vervoersvoorziening voor het weekeinde en vakantie toe aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem passend speciaal onderwijs of voorgezet speciaal onderwijs in een internaat of het pleeggezin verblijft.

2.

Burgemeester en wethouders kennen aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het weekeindevervoer van de leerling voor de, eenmaal per weekeinde gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de weekeinden niet vallen binnen de in het tweede lid bedoelde schoolvakanties.

3.

Burgemeester en wethouders kennen aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het vakantievervoer van de leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer, gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de vakantie voorkomt in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt.

4.

Artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing.

Artikel 22. Eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag 1.

Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dan € 27.450 wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 8 bepaalde afstand te boven gaan.

2.

In geval burgemeester en wethouders in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgen dan wel doen verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 9 bepaalde afstand, als het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 27.000, tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer..

3.

De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 8 bepaalde afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden.

4.

Het bedrag van € 27.450 genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2022 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 27.450.

5.

Het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing op gehandicapte leerlingen.

Artikel 23. Eigen bijdrage in de vorm van een draagkrachtafhankelijke bijdrage

1.

Als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 km bedraagt, wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag.

2.

In geval burgemeester en wethouders in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgen dan wel doen verzorgen, en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 km bedraagt, betalen de ouders een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer.

3.

De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de bijdrage als bedoeld in het tweede lid worden berekend per gezin en zijn afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders. Zij bedragen: Inkomen in euro’s vanaf

4.

tot

Eigen bijdragen in euro’s

0-

36.000

Nihil

36.000

42.500

150

42.500

49.000

645

49.000

55.500

1.200

55.500

63.000

1.760

63.000

69.500

2.360

69.500

en voor elke 5.000 erbij

565

De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2022 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500,-.

5.

De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2022 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,-.

6.

Dit artikel is niet van toepassing op gehandicapte kinderen.

Paragraaf 5. Slotbepalingen Artikel 24. Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin de regeling niet voorziet In gevallen, de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders.

Artikel 25. Hardheidsclausule

Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen, het vervoer voor onderwijs aangaande, ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in deze verordening, zo nodig na advies te hebben gevraagd aan deskundigen.

Artikel 26. Intrekking oude regeling De ‘Verordening leerlingenvervoer gemeente Mook en Middelaar 2014’ wordt ingetrokken.

Artikel 27. Inwerkingtreding en citeertitel 1.

Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2022

2.

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening leerlingenvervoer gemeente Mook en Middelaar 2022.

Artikel 28. Overgangsregeling Op aanvragen die na deze datum worden gedaan maar betrekking hebben op het schooljaar 2021-2022 blijft de verordening leerlingenvervoer gemeente Mook & Middelaar 2014 van toepassing.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 3 februari 2022

De griffier, Mr. M.A.M. van Arensbergen

De voorzitter, Mr. Drs. W. Gradisen

Toelichting bij de Verordening leerlingenvervoer gemeente Mook en Middelaar 2021 Algemeen Ieder kind heeft recht op passend onderwijs. In sommige gevallen is de afstand naar de school groot, of kan het kind wegens zijn structurele handicap niet zelfstandig naar school. Ouders kunnen dan een beroep doen op de Verordening bekostiging leerlingenvervoer.

Wettelijke plicht De raad heeft de wettelijke plicht een regeling vast te stellen voor het leerlingenvervoer. In artikel 4, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (hierna: WPO), artikel 4, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs (hierna: WVO) en artikel 4, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra (hierna: WEC), heet het ‘de bekostiging van de door het college noodzakelijk te achten vervoerskosten ten behoeve van het

schoolbezoek’. Het gaat hierbij zowel om scholen voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en regulier voortgezet onderwijs die zijn aangesloten bij

samenwerkingsverbanden primair of voortgezet onderwijs, als om instellingen voor cluster 1 en cluster 2. De Verordening bekostiging leerlingenvervoer geeft uitvoering aan de taakstelling van de gemeentebesturen. Naast voorschriften voor de wijze waarop ouders de aanvraag kunnen indienen, bevat deze verordening criteria aan de hand waarvan ouders aanspraak kunnen maken op een vervoersvoorziening. Uitgangspunt daarbij is dat de verantwoordelijkheid voor het schoolbezoek van de leerling bij de ouders blijft. De Verordening bekostiging leerlingenvervoer is zodanig opgebouwd, dat eerst het recht op een vergoeding wordt vastgesteld, waarna onderzocht wordt welke vergoeding wordt verstrekt.

Vervoersvoorziening In de Verordening bekostiging leerlingenvervoer wordt het begrip ‘vervoersvoorziening’ gehanteerd. Dat houdt in dat er niet altijd sprake is van een kostendekkende betaling. Zo is ook een voorziening mogelijk in de vorm aangepast vervoer, dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen. Het college van burgemeester en wethouder (hierna: het college) bepaalt in welke vorm de voorziening wordt verstrekt. Het vervoer dient echter te allen tijde passend te zijn. Uitgangspunt van de regeling is bekostiging van het openbaar vervoer. Wanneer de leerling door zijn structurele handicap geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer, zelfs niet met begeleiding, komt hij in aanmerking voor aangepast vervoer.

Als ouders aangeven hun kind zelf te willen vervoeren dienen ze hiervoor toestemming te vragen aan het college. De bekostiging van het vervoer is vervolgens gebaseerd op de vervoersvoorziening waar de ouders voor in aanmerking komen. Het college kan toestemming weigeren op grond van de kosten.

Drempelbedrag en draagkrachtafhankelijke bijdrage De gemeente kan ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt een drempelbedrag in rekening brengen. De ouderlijke bijdrage is hierbij gekoppeld aan de door de gemeente vastgestelde kilometergrens, dat wil zeggen de afstand van de woning tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school waarboven aanspraak kan bestaan op leerlingenvervoer. In de Verordening bekostiging leerlingenvervoer is deze grens vastgesteld op zes kilometer (zie artikel 8). De ouderlijke bijdrage is dan gelijk aan de kosten van het openbaar vervoer over deze afstand. Het drempelbedrag wordt per leerling in rekening gebracht. Daarnaast kan de gemeente een bijdrage vragen aan ouders van leerlingen die een school voor basisonderwijs bezoeken die meer dan twintig kilometer van de woning is gelegen. Deze bijdrage is afhankelijk van de financiële draagkracht en wordt per gezin geheven (zie verder de artikelen 22 en 23).

Zelfstandigheid en zelfredzaamheid De Verordening bekostiging leerlingenvervoer gaat uit van een voorziening voor het zo zelfstandig mogelijk reizen door de leerling. Om dit te monitoren en te stimuleren wordt de aanvraag met ouders besproken en wordt vanaf een bepaalde leeftijd in overleg met ouders een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan voor de leerling opgesteld (zie artikel 4).

Voorwaarden toekenning leerlingenvervoer Zie voor voorwaarden toekenning leerlingenvervoer het ‘Schema voorwaarden toekenning leerlingenvervoer’.

Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader behandeld.

Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities Afstand De afstand dient consequent te worden gemeten. Er wordt voor elke afstand eenzelfde, professionele routeplanner gehanteerd. Het verdient aanbeveling de ouders bij de aanvraag te informeren over de wijze waarop de afstand wordt gemeten. De route hoeft overigens niet in alle gevallen toegankelijk te zijn voor gemotoriseerd verkeer, volgens een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State ((hierna: Afdeling) ABRvS 12 juni 1995, nr. R03.93.5575). Ook kan de route – en daarmee de afstand – op de heenweg verschillen van die van de terugweg (zie ABRvS 27 december 1989, nr. R03.88.7309).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=029c2d65-dc0d-4aeb-b4f8-9cfd783ed53b