CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente Mook en Middelaar27.115 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dit ook in verband met de kosten voor het instellen van de adviescommissie, in verhouding tot het uit te betalen bedrag (zie bijvoorbeeld paragraaf 7.4.5 van de Handleiding nadeelcompensatie bij infrastructurele maatregelen). Het uitgangspunt dat bij het opstellen van deze modelverordening is gehanteerd is dan ook dat in het ambtelijk apparaat van burgemeester en wethouders deskundigheid aanwezig is om aanvragen om schadevergoeding te kunnen beoordelen. Als die deskundigheid niet, of onvoldoende aanwezig is, is het ook goed denkbaar om op dit onderwerp regionaal expertise te bundelen, bijvoorbeeld in een regionale adviesorganisatie. Aanvragen om schadevergoeding worden door de gemeente afgehandeld. De gemeente beschikt, al dan niet op basis van inhuur of regionale bundeling (bijvoorbeeld via een regionaal servicepunt), over voldoende capaciteit en expertise om de aanvragen af te handelen. Bij inhuur kan eventueel gebruik worden gemaakt van een raamcontract. Per opdracht kan dan een ‘randomizer’ worden toegepast, waarmee uiteindelijk de deskundige wordt gekozen die de adviesopdracht op zich zal nemen. Zo kan na binnenkomst van een aanvraag snel worden gehandeld. De beslistermijn is in dit scenario acht weken. Die termijn kan eenmaal met ten hoogste acht weken worden verdaagd (artikel 4:130 van de Awb).

In de modelverordening wordt er daarom van uitgegaan dat alleen extra deskundigheid wordt ingeschakeld voor zover dat naar het oordeel van het bestuursorgaan noodzakelijk is om op de aanvraag te beslissen. Dan wordt via een adviseur deskundigheid betrokken bij de behandeling van een aanvraag. De manier waarop die deskundigheid bij de afhandeling van de aanvraag wordt betrokken kan afhankelijk zijn van het type aanvraag om schadevergoeding. In het huidig recht wordt de planschadedeskundige automatisch gevraagd over de hele aanvraag te adviseren, terwijl de specifieke deskundigheid met name ligt bij de taxatiemethode bij planschade (taxatie op basis van planologische vergelijking). In het nieuwe recht wordt voornamelijk getaxeerd op basis van feitelijke effecten. In die zin is in het nieuwe recht minder specifieke deskundigheid vereist voor het afhandelen van aanvragen om schadevergoeding. Het ligt niet voor de hand dat de adviseur automatisch wordt gevraagd over de hele aanvraag te adviseren. Het is logischer om de adviseur uitsluitend te betrekken op de onderdelen waarvoor het gemeentelijk apparaat deskundigheid te kort komt. De gemeente blijft verantwoordelijk voor de integrale advisering over de aanvraag.

De modelverordening biedt de mogelijkheid om aanvullend de bij de gemeente beschikbare deskundigheid naar aanleiding van een ingekomen aanvraag om schadevergoeding aan te vullen met extra deskundigheid door middel van het aanwijzen van adviseurs. Bij complexere aanvragen kan op die manier zo nodig extra Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

deskundigheid worden betrokken (bijvoorbeeld bij directe schade). Daarbij kan worden gedacht aan deskundigheid op het gebied van accountancy of financieel economische bedrijfsvoering bij zaken die betrekking hebben op inkomensderving. Of aan extra deskundigheid op het gebied van taxaties bij zaken die betrekking hebben op waardevermindering van een onroerende zaak. Het deskundigenadvies kan worden gebruikt bij het motiveren van het besluit op de aanvraag. De adviseurs zijn adviseurs als bedoeld in artikel 3:5 van de Awb. Dat betekent dat de adviseurs niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. Het bestuursorgaan waaraan advies wordt uitgebracht stelt, al dan niet op verzoek, de gegevens ter beschikking die nodig zijn voor een goede vervulling van diens taak. Het bestuursorgaan dient zich ervan te vergewissen dat het onderzoek dat door de adviseur wordt verricht op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. De Model Verordening nadeelcompensatie bevat twee opties voor het benoemen van de adviescommissie, namelijk: a. benoeming voor een termijn van maximaal vier jaar waarna mogelijkheid bestaat tot herbenoeming (vaste commissie), of b. benomen van een adviescommissie voor advisering met betrekking tot een of meerdere specifieke aanvragen. In beide gevallen vormen de adviseurs een adviescommissie als bedoeld in artikel 4:130 van de Awb.

Dat betekent dat de beslistermijn voor zover advies wordt ingewonnen bij de behandeling van een aanvraag zes maanden is. Die termijn kan eenmaal met ten hoogste zes maanden worden verdaagd (artikel 4:130 van de Awb). Ontslag De leden kunnen op elk moment ontslag nemen en blijven hun functie vervullen totdat in hun opvolging is voorzien. De leden kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. Benoeming Bij het benoemen van een vaste commissie wordt het aanstellingsbesluit door burgemeester en wethouders genomen. Bij benoeming van een adviescommissie voor een specifieke aanvraag wordt de commissie bij het in behandeling nemen van die aanvraag aangesteld. 4.3 Procedure In de Model Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade waren de stappen in het gemeentelijk besluitvormingsproces relatief gedetailleerd uitgewerkt. In de Model Verordening nadeelcompensatie is dat niet gedaan. De procedure en bijbehorende beslistermijnen zijn uitputtend geregeld in de Awb.

Om houvast te bieden in het proces voor het afhandelen van aanvragen om schadevergoeding is in onderstaand schema opgenomen uit welke stappen het gemeentelijke besluitvormingsproces grofweg bestaat (de grijs gearceerde cellen worden alleen doorlopen als een adviescommissie wordt ingeschakeld; de genoemde termijnen zijn willekeurig, maar ze moeten wel optellen tot maximaal 2 x 8 weken zonder adviescommissie of maximaal 2 x 6 maanden met adviescommissie volgens artikel 4:130 van de Awb):

Nr.

Processtap

Termijn

1 2

Toets ontvankelijkheid (gegevens en bescheiden en heffing) In behandeling nemen aanvraag

1 week

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

3 4

5 6 7

8 9 10 11 12

Opdrachtverlening voor advisering Adviseur stelt aanvrager, het bestuursorgaan en in voorkomend geval de derde belanghebbende voor zover hij dat nodig acht in de gelegenheid om een toelichting, of reactie te geven op de aanvraag Adviseur maakt, voor zover bovenstaande toelichting mondeling is gegeven, een verslag van die toelichting Adviseur beoordeelt of de situatie ter plaatse zal worden opgenomen. Datum en tijdstip worden afgestemd met de aanvrager en belanghebbenden. De adviseur kan verzoeken om aanvullende gegevens en bescheiden. De beslistermijn wordt aangehouden totdat deze gegevens en bescheiden zijn ontvangen (artikel 4:5 van de Awb). Advies wordt verwerkt in conceptadvies en conceptbesluit Toezenden conceptadvies en conceptbesluit aan aanvrager en belanghebbenden Reactietermijn aanvrager en belanghebbende Verwerken zienswijzen aanvrager en belanghebbenden Bespreken met portefeuillehouder Besluitvorming door het college van burgemeester en wethouders Besluit versturen Totaal

1 weken

4 weken 1 weken 2 weken 4 weken

weken

Na het versturen van het besluit kan binnen zes weken bezwaar worden gemaakt (artikel 7:1 van de Awb). Daarop volgt een beslissing op bezwaar. De indiener van het bezwaarschrift kan het bestuursorgaan verzoeken in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter (artikel 7:1a van de Awb). Daartegen kan desgewenst beroep worden ingesteld bij de rechtbank en vervolgens hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het is gebruikelijk om met initiatiefnemers1 een schadevergoedingsovereenkomst te sluiten. Op grond daarvan komt de door het bestuursorgaan toe te kennen schadevergoeding en de daarmee samenhangende kosten geheel of gedeeltelijk voor rekening van de initiatiefnemer. Als dat het geval is, wordt de initiatiefnemer als belanghebbende betrokken bij de hierboven geschetste stappen in het besluitvormingsproces. Dat is geregeld in artikel 13.3c van de Ow. 4.4 Normaal maatschappelijk risico Veel bestaande nadeelcompensatieverordeningen bevatten regels over de aftrek voor het nmr. Die kunnen als decentraal wettelijk voorschrift niet blijven bestaan, omdat ze in strijd zijn met een hogere regeling. Het is denkbaar dat in een beleidsregel wordt vastgelegd wat onder nmr wordt verstaan. Het nmr bij indirecte schade2 als gevolg van een besluit als opgenomen in artikel 15.1 van de Ow bedraagt 4 %.

In overige gevallen (directe schade) is het aan het bestuursorgaan om, op grond van artikel 4:126 van de Awb, in het specifieke geval invulling te geven aan het nmr. Op diverse plekken wordt in het huidig recht invulling gegeven aan nmr. Zo zijn hier in de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2019 drempelpercentages voor opgenomen (zie bijvoorbeeld artikel 3a van de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2019). Er zijn gemeentelijke verordeningen waarin is opgenomen dat een omzetdaling die niet uitkomt boven de drempelwaarde van 8 % op jaarbasis van de gemiddelde jaaromzet bij winst- of inkomensderving niet wordt vergoed. Het is denkbaar dat hier door de gemeente beleidsregels voor worden vastgesteld en een rekentool voor wordt opgesteld. Bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: I&W) wordt bijvoorbeeld zo’n rekentool gehanteerd om de omzetderving van ondernemingen te toetsen aan de

1 Degene die de activiteit verricht (zie artikel 13.3c van de Ow). 2 Schade die bestaat uit waardevermindering van een onroerende zaak die wordt veroorzaakt door een besluit

op grond waarvan één of meer activiteiten is of zijn toegestaan buiten de locatie waar de onroerende zaak is gelegen of door een maatregel die buiten die locatie wordt getroffen. Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

drempel voor het nmr. Daardoor is ook daarvoor het inschakelen van een deskundige vaak niet nodig. Wel zijn dan de jaarrekeningen nodig om de gegevens uit te halen. Dit is bij I&W dan ook standaard een vereiste bij de aanvraag. Bij kostenstijgingen ligt dit wat ingewikkelder. Die cijfers kunnen niet een op een uit de jaarrekening worden gehaald. In die gevallen wordt door I&W wel een externe deskundige ingeschakeld. 4.5 Rekenregels Het is denkbaar dat in de praktijk behoefte bestaat aan het vastleggen van rekenregels. Zo kan worden vastgelegd hoe de schade bij winst- of inkomensderving, of bij huurderving wordt berekend. In de Handleiding nadeelcompensatie bij infrastructurele maatregelen zijn hier voorbeelden van te vinden. Er kunnen door de gemeente beleidsregels voor worden vastgesteld.

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

1 Bijlage 5 Nadeelcompensatieverordening.pdf

Bijlage 4 - Implementatiehandleiding bij Model Verordening nadeelcompensatie (nieuw model, mei 2021) In de implementatiehandleiding wordt ingegaan op de keuzes die gemeenten kunnen maken en bijbehorende afwegingen. Ook wordt de intentie van de wetgever kort toegelicht. Algemeen De Model Verordening nadeelcompensatie kent een aantal artikelen waar het aan individuele gemeenten is om een keuze te maken. Naast de leeswijzer bovenaan de modelverordening is deze implementatiehandleiding opgesteld om te helpen bij het maken van die keuzes. Het kan gaan om invulbepalingen, varianten, keuzemogelijkheden en bepalingen die als facultatief zijn aangemerkt (deze laatste zijn te herkennen aan de cursieve tekst). Uiteraard is het gehele model in zekere zin facultatief, in die zin dat het verordeningsinstrument enkel gebruikt moet worden voor zover dat in een individuele gemeente wenselijk is én dat het gemeenten vrij staat om een andere invulling te geven dan waarvoor in de modelverordening is gekozen. Gemeenten die ervoor kiezen om de bepalingen uit de modelverordening niet of in gewijzigde vorm over te nemen of deze aan te vullen, zullen er zelf scherp op moeten zijn dat deze keuzes zowel in lijn zijn met de toepasselijke wetgeving als met de systematiek van de bepalingen uit de modelverordening die wel overgenomen worden. Artikelen of artikelleden moeten mogelijk vernummerd worden.

De modeltoelichting is voorts zo opgesteld dat gemeenten deze kunnen overnemen als ze ook het bijbehorende artikel overnemen. In de modeltoelichting zijn de facultatieve bepalingen dus eveneens als facultatief (cursief) aangemerkt. Aanvullende werking van de modelverordening De Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), in combinatie met de Omgevingswet (hierna: Ow), bevat regels voor de afwikkeling van aanvragen om schadevergoeding (titel 4.5 Awb). Zo bevat de regeling in de Awb procedureregels voor het afhandelen van die aanvragen (zoals beslistermijnen). Ook zijn regels opgenomen over de maximale hoogte van het te heffen recht voor het in behandeling nemen van aanvragen. Deze regelingen zijn grotendeels uitputtend bedoeld. Slechts over enkele onderwerpen is het tot op zekere hoogte mogelijk om aanvullend regels op te nemen in een gemeentelijke verordening. Die onderwerpen zijn uitgewerkt in de Model Verordening nadeelcompensatie. De modelverordening kan zowel worden gebruikt voor het implementeren van de Awb-regeling als voor het implementeren van de nadeelcompensatieregeling uit de Ow. Het onderwerp nadeelcompensatie maakt ook onderdeel uit van de door de VNG geformuleerde ‘Minimale acties Omgevingswet’ (zie minimumeis 24).

Hoofdkeuzes De hoofdkeuzes bij het opstellen van de gemeentelijke verordening betreffen de vragen of het wenselijk is om: • een recht te heffen voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding (heffing), en zo ja, wat de hoogte daarvan is; en • een adviescommissie in te stellen en zo ja, in welke gevallen en welke vorm die adviescommissie wordt betrokken bij de afhandeling van aanvragen om schadevergoeding. Artikel 1. Toepassingsbereik Bijlage 4/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

Het is een keuze de verordening te betrekken op aanvragen om schadevergoeding waarop een bijzondere regeling van toepassing is (zie bijlage 1, paragraaf 4.1, van de VNG-ledenbrief voor een nadere toelichting). Indien deze verordening naast een bijzondere regeling van toepassing moet zijn, dan dient alleen het eerste lid te worden opgenomen, zonder vermelding van 1. Indien deze verordening niet van toepassing is naast dergelijke bijzondere regelingen, dan dienen beide leden te worden opgenomen. Artikel 2. Heffen recht In de Model Verordening nadeelcompensatie is het heffen van een recht (met een maximum van € 500,- per aanvraag) voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding opgenomen (zie artikel 4:128 van de Awb). Hoe hoog het recht voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding is, is op grond van artikel 4:128 van de Awb een lokale keuze. Het recht kan ten hoogste € 500,- bedragen. Voor dit bedrag is gekozen, omdat het goed aansluit bij de regeling voor planschade van artikel 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro). Artikel 6.4, derde lid, van de Wro bepaalt dat burgemeester en wethouders van de aanvrager een recht heffen ten bedrage van € 300,- welk bedrag bij verordening van de gemeenteraad met ten hoogste twee derde deel kan worden verhoogd of verlaagd. Het daaruit voortvloeiende maximale recht bedraagt dus ook € 500,-.

Gemeenten dienen het bedrag in te vullen. Artikel 3. Aanvraag In de Awb zijn al verschillende aanvraagvereisten genoemd, waardoor het niet strikt noodzakelijk is om dit artikel op te nemen. Artikel 3 is daarom facultatief. Gemeenten kunnen ervoor kiezen dit artikel op te nemen, omdat het kan helpen om de aanvrager duidelijk te maken welke stukken nodig zijn voor de aanvraag. In het eerste lid is geregeld dat de aanvrager van schadevergoeding gebruik maakt van een door het bestuursorgaan vastgesteld formulier. Naar keuze kan dit een elektronisch formulier zijn. Het is denkbaar dat gebruik wordt gemaakt van bijvoorbeeld de STTR-standaard (Standaard toepasbare regels) voor het samenstellen van een elektronisch formulier dat in het omgevingsloket beschikbaar kan worden gesteld. De onderdelen in het tweede lid kunnen worden aangepast en gericht ingevuld. Desgewenst kan daarbij nog onderscheid worden gemaakt tussen verzoeken wegens winst- of inkomstenderving, gederfde huurinkomsten, of de lagere opbrengst bij de verkoop van een bedrijf of een onroerende zaak.

Daarbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld de volgende gegevens en bescheiden: • een door een accountant gewaarmerkte jaarrekening over het jaar waarin schade is geleden, alsmede de door een accountant gewaarmerkte jaarrekeningen over een periode van drie jaar voorafgaande aan het jaar waarin het besluit of de feitelijke handeling waarop de aanvraag betrekking heeft, genomen is respectievelijk een aanvang genomen heeft (bij een aanvraag wegens winst- of inkomstensderving); • een afschrift van de huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst en een eigendomsakte (bij een aanvraag wegens gederfde huurinkomsten); • een kopie van de eigendomsakte van de onroerende zaak, dan wel – als het de verkoop van een bedrijf betreft – van een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel (bij een aanvraag wegens de lagere opbrengst bij de verkoop van een bedrijf of een onroerende zaak).

Artikel 4. Adviescommissie In het tweede lid, onder d, dienen gemeenten een bedrag in te vullen dat als bagateldrempel kan fungeren. Met een dergelijke drempel hoeft geen advies te worden ingewonnen bij aanvragen tot Bijlage 4/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

vergoeding van heel kleine schadebedragen. Dat wil zeggen dat schade beneden deze bagateldrempel niet voor vergoeding in aanmerking komt. De aanvragen hoeven dus niet in behandeling te worden genomen en de betreffende claims kunnen direct worden afgewezen. Ter inspiratie kan gekeken worden naar de bagateldrempel van Rijkswaterstaat: € 500,- voor particulieren en € 1000,- voor bedrijven. Artikel 7. Aanvraag voorschot Dit facultatieve artikel kan naar behoefte in alle gevallen worden ingezet, of alleen als sprake is van bijzondere omstandigheden. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn als de aanvrager als gevolg van het rechtmatige overheidsbesluit in een faillissementssituatie terecht is gekomen. Het uitkeren van een voorschot kan in sommige gevallen schadebeperkend werken (zie hiervoor ook de betreffende passages uit de Handleiding nadeelcompensatie bij infrastructurele maatregelen). Als gekozen wordt voor de tweede variant, kan in de verordening een specifiek percentage worden opgenomen. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen verzoeken wegens winst- of inkomstenderving, gederfde huurinkomsten, of de lagere opbrengst bij de verkoop van een bedrijf of een onroerende zaak. Zo is het denkbaar de voorschotten te beperken tot verzoeken wegens winst- of inkomstenderving en gederfde huurinkomsten.

In die gevallen kan, afhankelijk van de doorlooptijd van de aanvraag, worden gedacht aan 25% van het uit te keren bedrag. Artikel 8. Intrekking oude regeling In dit artikel wordt het intrekken van de oude regelingen geregeld. Daarbij is van belang dat het overgangsrecht op wetsniveau is geregeld. Daar hoeft de gemeente in de basis – afhankelijk van de huidige verordeningen – geen aanvullende voorzieningen voor te treffen. De Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade wordt ingetrokken. Dat geldt ook voor de gemeentelijke verordening nadeelcompensatie, voor zover de gemeente daarover beschikt. In dat geval dienen beide leden te worden opgenomen. Als de gemeente alleen de Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade heeft, dan dient het eerste lid te worden opgenomen, zonder vermelding van 1. De verordeningen kunnen vanwege het overgangsrecht nog wel relevant zijn voor het afhandelen van planschadeverzoeken en aanvragen om schadevergoeding. Overgangsrecht bij planschade In artikel 22.12 van de Ow is vastgelegd dat een omgevingsvergunning die wordt verleend op grond van een regel in het tijdelijk deel van het omgevingsplan – voor zover sprake is van een oud ruimtelijk plan – niet als schadeveroorzakend besluit geldt.

Onder het huidig recht is het mogelijk om binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van bijvoorbeeld een bestemmingsplan een verzoek om planschade in te dienen. Uiteraard kunnen bestemmingsplannen tot vlak voor de inwerkingtreding van de Ow worden vastgesteld. Daarnaast is het zo dat lopende bestemmingsplanprocedures op grond van het voorheen geldende recht worden afgerond. Dat kan ertoe leiden dat tot ongeveer 2025 bestemmingsplannen kunnen worden vastgesteld. Vervolgens kan binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van dat vaststellingsbesluit nog een planschadeverzoek worden ingediend. Op die verzoeken is het oude recht nog van toepassing. In die zin kan de Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade nog tot ongeveer 2030 relevant blijven voor het afhandelen van verzoeken. Overgangsrecht bij nadeelcompensatie De overgangsbepalingen voor de toepassing van titel 4.5 van de Awb zijn opgenomen in artikel IV van Bijlage 4/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten. Daar is vastgelegd dat het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing blijft: • op schade, veroorzaakt door een besluit dat werd bekendgemaakt of een handeling die werd verricht voor het tijdstip waarop die wet voor dat besluit of die handeling in werking is getreden; • op schade, veroorzaakt door een handeling ter uitvoering van een besluit dat werd bekendgemaakt voor het tijdstip waarop die wet voor dat besluit in werking is getreden, en • op schade, veroorzaakt door latere besluiten of andere handelingen ter uitvoering van diezelfde activiteit, als het eerste besluit tot uitvoering van een activiteit is genomen voor het tijdstip waarop deze wet voor dat besluit in werking is getreden. De overgangsbepalingen voor nadeelcompensatie in het omgevingsrecht zijn vastgelegd in paragraaf 4.2.7 van de Invoeringswet Omgevingswet (hierna: Iw). In artikel 4.17 van de Iw is vastgelegd op welke schadeveroorzakende besluiten of handelingen het oude recht van toepassing blijft bij een aanvraag om schadevergoeding die wordt ingediend binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Ow.

Voor aanvragen om schadevergoeding als gevolg van specifiek genoemde schadeveroorzakende besluiten op basis van de Wro (bestemmingsplan, beheersverordening, inpassingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan, nadere eis, provinciale verordening, algemene maatregel van bestuur (onder voorwaarden), of een exploitatieplan (onder voorwaarden)) is in artikel 4.19 van de Iw een specifieke regeling opgenomen. In die gevallen geldt dat de termijn van vijf jaar start bij het van kracht worden van het besluit als de procedure voor het besluit is gestart voor de inwerkingtreding, en is afgerond na inwerkingtreding van de Ow. Het oude recht blijft in die gevallen van toepassing op aanvraag om schadevergoeding tot het besluit onherroepelijk wordt en, bij toewijzing van het verzoek, de toegewezen schadevergoeding volledig is betaald (artikel 4.19 van de Iw).

Bijlage 4/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

10.2 Toelaten raadslid de heer Scheltinga 1 Raadsvoorstel toelaten raadslid de heer Scheltinga_ondertekend.pdf

Raadsvoorstel

Documentnummer Onderwerp Datum raadsvergadering Raadscommissie Datum raadscommissie Programma Portefeuillehouder

Toelaten raadslid de heer Scheltinga 30 september 2021 N.v.t. N.v.t. Algemeen Bestuur mr. drs. W. Gradisen

Toelaten raadslid de heer Scheltinga Inleiding Als gevolg van de beëindiging van het raadslidmaatschap van de heer Tonnaer per 14 september jl. is een vacature ontstaan. Op grond van de lijstvolgorde die na de verkiezingen in 2018 is bepaald, komt de heer Scheltinga in aanmerking voor deze raadszetel. De voorzitter van het centraal stembureau heeft hem op 16 september jl. benoemd als raadslid en hij heeft zijn benoeming aangenomen. Voorstel De heer Scheltinga toe te laten als raadslid en hem te verzoeken de eed/belofte af te leggen Beoogd effect Het toelaten van de heer Scheltinga als raadslid.

Pagina 1 van 3 Toelaten raadslid de heer Scheltinga

Raadsvoorstel

Argumenten De opvolging en toelating als lid van de gemeenteraad is geregeld in de Gemeentewet, Kieswet en Reglement van Orde gemeenteraad en raadscommissies gemeente Mook en Middelaar 2017. Om de heer Scheltinga toe te laten als raadslid worden zijn geloofsbrieven onderzocht en wordt bekeken of hij voldoet aan de vereisten voor benoeming als raadslid (zoals genoemd in de Gemeentewet). Hiertoe stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van het nieuw benoemde lid en het proces-verbaal van het centraal stembureau. De commissie brengt van zijn bevindingen schriftelijk verslag uit aan de raad. Bij een positief advies van de commissie onderzoek geloofsbrieven besluit de raad tot toelating van het nieuwe raadslid. Vervolgens moet het nieuw benoemde lid de eed of de belofte afleggen om het ambt van raadslid daadwerkelijk te kunnen uitoefenen. De heer Scheltinga heeft aangegeven de belofte te willen afleggen.

Kanttekeningen n.v.t.

Duurzaamheid n.v.t.

Participatie n.v.t.

Financiën n.v.t.

Communicatie Het raadsbesluit wordt op de reguliere wijze bekendgemaakt via de website en de heer Scheltinga wordt een afschrift toegezonden.

Pagina 2 van 3 Toelaten raadslid de heer Scheltinga

Raadsvoorstel

Uitvoering Na het afleggen van de belofte kan de heer Scheltinga het ambt van raadslid uitoefenen. Hij kan dan direct deelnemen aan de beraadslagingen van de raad.

Bijlage(n) 1. -

Mook, 28 september 2021

De griffier mr. M.A.M. van Arensbergen

De burgemeester mr. drs. W. Gradisen

Pagina 3 van 3 Toelaten raadslid de heer Scheltinga

1 Raadsbesluit toelaten raadslid de heer Scheltinga.docx

Raadsbesluit

Documentnummer Onderwerp

Toelaten raadslid de heer Scheltinga

De raad van de gemeente Mook en Middelaar, Gelezen het voorstel van de griffier en de voorzitter d.d. 28 september 2021; Gelezen het rapport van de commissie betreffende de geloofsbrief van de heer Scheltinga op 16 september 2021 tot lid van de raad van de gemeente Mook en Middelaar benoemd; Overwegende, dat deze commissie de stukken heeft onderzocht en in orde bevonden; Gelet op artikel V4 en V12 van de Kieswet;

Besluit: De heer Scheltinga toe te laten als raadslid en hem te verzoeken de eed/belofte af te leggen. Aldus besloten in zijn openbare vergadering d.d. 30 september 2021 De raad voornoemd,

De griffier

mr. M.A.M. van Arensbergen

De voorzitter mr. drs. W. Gradisen

10.3 Opties grondstoffenplan 1 Dossier 1621 voorblad.pdf

Raadsvergadering Dossiernummer

1621

Extern Zaak ID

ZM19.01818

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

30 september 2021

Agendapunt

10.3

Omschrijving

Opties grondstoffenplan

Geagendeerd

Vergaderdatum

Raadsvergadering

30 september 2021

1 Raadsvoorstel Opties grondstoffenplan ondertekend.pdf

Raadsvoorstel

Documentnummer Onderwerp Datum raadsvergadering Raadscommissie Datum raadscommissie Programma Portefeuillehouder

1 Opties uitvoering grondstoffenplan 30 september 2021 Grondgebied 22 september 2021 Volksgezondheid G. Wienhoven

Opties voor uitwerking van het grondstoffenplan Inleiding Uw raad heeft op 30 januari 2020 besloten om in te stemmen met het Grondstoffenplan 2021 met uitzondering van hoofdstuk 5. U heeft destijds gevraagd om het omgekeerd inzamelen verder uit te werken en het aangepaste hoofdstuk 5 opnieuw voor te leggen aan uw gemeenteraad. Dit voorstel is op 8 april 2021 aangeboden en voorts aangehouden. Naar aanleiding daarvan is in een extra raadsvergadering op 12 mei 2021 bij amendement gevraagd om met een nieuw voorstel te komen. Met dit voorstel legt het college 3 opties en een gecombineerde optie aan u voor. Feitelijk liggen hiermee 4 opties voor. (verkorte) Inhoud amendement Bij uw opdracht om met een nieuw voorstel te komen heeft u een aantal inhoudelijke kaders en randvoorwaarden meegegeven zijnde: De VANG-doelstelling (reductie tot 30 kg restafval per inwoner in 2030) zoals door de raad besloten d.d. 30 januari 2020 om te komen tot minder restafval blijft onverkort hoofddoelstelling. Deze doelstelling dient uitdrukkelijk een onderdeel te zijn van het burgerparticipatietraject. Na-scheiding gaat binnenkort tot de technische mogelijkheden behoren. Onderzoek naar deze optie, zoals die loopt bij de MARN, dient zeker aan de orde te komen. Alhoewel de focus op bronscheiding ligt, geeft het college voor onze gemeente de mogelijkheden aan voor na-scheiding.

Het nieuw te formuleren voorstel dient uit twee onderdelen te bestaan: 1) uitwerking van 3 opties 2) plan van aanpak voor het burgerparticipatietraject over de 3 opties Vooraleerst wordt opgemerkt dat het amendement, voorzover het ziet op verzoek om uitwerking van 3 opties en een burgerparticipatietraject, geen gewijzigd besluit inhoudt, maar het college opdracht geeft om iets uit te voeren. Het lag derhalve meer voor de hand om te spreken van een motie. Een motie is in tegenstelling tot een amendement niet gericht op rechtsgevolg. Pagina 1 van 7

kaders grondstoffenplan: naar omgekeerd inzamelen

Raadsvoorstel

Het college was dan in de gelegenheid gesteld om te bezien in hoeverre m.n. burgerparticipatie mogelijk c.q. wenselijk is. Er is echter gekozen voor de vorm van een amendement. Over de wijze waarop participatie wordt toegepast word hieronder nader ingegaan. Uitwerking amendement De 3 opties voor de afvalinzameling waaraan u refereert zijn opties gericht op de fractie restafval. In de bijlage zijn 3 mogelijke opties én een gecombineerde optie kort uitgewerkt. De door uw gemeenteraad omarmde landelijke doelstelling van het nieuwe grondstoffenplan is gericht op het verlagen van de fractie restafval tot 30 kg per inwoner. Ieder optie is bijgaand kort toegelicht en uitgewerkt. Vooralsnog is het doel van 30 kg restafval per inwoner nog ver uit zicht, dit doel lijkt alleen bij de tariefzak-inzameling en bij omgekeerd inzamelen op termijn, met toevoeging van alle andere maatregelen, realiseerbaar. Een burgerparticipatietraject gericht op de voorbereiding van de besluitvorming op de 3 opties achten wij niet wenselijk en niet uitvoerbaar. Bij alle optie’s geldt dat de kaders voor het nieuwe beleid, de te behalen doelen en de uitgangspunten vastliggen. Hiertoe is door uw raad al besloten in 2020. Mogelijkheden tot burgerparticipatie liggen dan ook niet meer in de planvormingsfase (co-productie) maar in de uitvoeringsroute.

Het grondstoffenplan is erop gericht om de gescheiden inzameling van grondstoffen zoveel mogelijk (gratis) te faciliteren en restafval te ontmoedigen. Door inwoners te laten participeren op de 3 opties voor het ontmoedigen van restafval; leggen we feitelijk de moeilijke keuze uit dit plan voor aan inwoners. De stap gericht op het ontmoedigen van restafval. Dit is echter wél een noodzakelijke stap om te komen tot 30 kg restafval per inwoner. Deze maatregel wordt gecompenseerd door het scheiden van grondstoffen zoveel mogelijk te faciliteren en te stimuleren, maar het blijft in de beleving van inwoners een achteruitgang in service. Wij achten het ondoenlijk om inwoners in welke vorm van participatie dan ook te laten kiezen voor een achteruitgang in service. Het is in onze ogen terecht dat de raad vasthoudt aan de VANGdoelstelling van 30 kg restafval per inwoner. Dit impliceert een ontmoediging van de hoeveelheid restafval en dat kan niet anders dan met een teruggang in service. Wij verzoeken de gemeenteraad om deze keuze te maken, waarna het college met een uitwerkingsplan komt om de achteruitgang in service op restafval te compenseren met het stimuleren en faciliteren van grondstoffen scheiden. De voorkeur gaat uit naar de weg der geleidelijkheid, waarin we stap-voor-stap inwoners meenemen.

We willen graag starten met een consultatietraject van mensen die zich de afgelopen periode gemeld hebben (onder andere vanuit de internet-petitie). Deze inwoners willen wij graag consulteren. Hoe staan zij ten opzichte van het samen inkleuren van de uitvoeringsroute? Een uitvoeringsroute waarbij we ons richten op het scheiden van grondstoffen en kaders grondstoffenplan: naar omgekeerd inzamelen

Raadsvoorstel

het minimaliseren van de hoeveelheid restafval (doel: 30 kg in 2030). Laten we samen kijken hóe we dit gaan realiseren. Daarnaast denken we aan het oprichten van een internet-platform over dit onderwerp en/of een inwonerpanel. Graag zetten we de expertise van een gespecialiseerd bureau in op dit gebied. De keuze uit de 4 voorliggende opties verwerken wij met inzet van participatie, zoals genoemd in de bijlage, in een concreet uitwerkingsplan. NB: De voorgestelde opties zijn in samenwerking met Dar opgesteld. Voorstel 1. Wij verzoeken u een keuze te maken uit onderstaande 4 opties voor de fractie restafval: 1.1 Invoering van een tariefzak. De invoering van een tariefzak betekent voor inwoners dat men van een bak naar een zak gaat. Dit wordt veelal als een achteruitgang in service ervaren. De ervaringen in de voormalige gemeente Ubbergen laten zien dat dit wel positieve effecten kan hebben op het afvalscheidingsgedrag. Na de herindeling met de gemeenten Groesbeek en Millingen aan de Rijn is die gehele gemeente overgegaan op de tariefzak. De hoeveelheid restafval neemt door deze keuze af. Het is voor ons nu niet in te schatten op welk niveau dit uitkomt, maar dit zal gezien ervaringen in de regio zeker onder de 100 kg per inwoner uitkomen.

Deze inzameling voegt jaarlijks ruim 41 duizend euro toe aan extra kosten voor de inzameling en de te produceren en te distribueren zakken voor deze inzameling. Daar staan lagere verwerkingskosten van restafval tegenover. Het is tot slot een inzamelmethode die qua arbeidsomstandigheden niet de voorkeur geniet op de langere termijn. 1.2 Invoering van laagfrequent restafval inzamelen. Het invoeren van laagfrequent inzamelen is voor inwoners met een mini-container, zoals de inwoners van Mook en Middelaar, een relatief kleine aanpassing. De meeste inwoners bieden deze container nu al vol aan en zetten de container niet iedere twee weken aan de weg. Voor inwoners die nog geen grondstoffen scheiden ontstaat er echter een noodzaak om te gaan scheiden. Uit ervaringen in andere gemeenten weten we dat voor gezinnen vanaf 6 personen er een probleem kan ontstaan met deze inzamelfrequentie. Door deze gezinnen óf een extra restafvalcontainer óf een pasje voor een ondergrondse aan te bieden is dit veelal makkelijk op te lossen. Ook voor mensen met een medische indicatie, kunnen maatwerk-maatregelen getroffen worden. 1.3 Invoering van omgekeerd inzamelen. kaders grondstoffenplan: naar omgekeerd inzamelen

Raadsvoorstel

De directe invoering van omgekeerd inzamelen, uiteraard aangevuld met alle andere te nemen maatregelen, levert milieutechnisch een goed resultaat op. Bij omgekeerd inzamelen zien we dat inwoners ingesleten patronen, zoals de afvoer van keukenafval via het restafval, gaan heroverwegen. De fysieke barrière van een restafvalzak moeten wegbrengen, zet mensen aan het denken. We doorbreken hiermee het standaard patroon. Dit levert qua resultaten ook een trendbreuk op ten opzichte van de huidige cijfers en levert daarmee ook een besparing op door een afname in kosten. 1.4 Gefaseerde, gecombineerde invoering van laagfrequent- en omgekeerd inzamelen. Door te kiezen voor een gecombineerd en gefaseerde invoering van laagfrequent en omgekeerd inzamelen kiezen we éérst voor het terugbrengen van de huidige inzamelfrequentie van restafval naar eenmaal per 4 weken (in de huidige restafvalcontainer). Deze inzameling kan Dar vanaf 2023 zelf ter hand nemen, waarbij we dan per keer dat mensen de container aan straat zetten gaan afrekenen. Inwoners kunnen wennen aan het beter scheiden van grondstoffen en zien dat het restafval afneemt. Inwoners die al minder restafval hebben mogen vrijwillig overstappen op omgekeerd inzamelen. Ook gaan we pilots houden met omgekeerd inzamelen; we starten daarbij bijvoorbeeld bij de nieuwbouw of in een wijk/kern.

We gaan pas volledig om naar omgekeerd inzamelen als inwoners gewend zijn aan de (veel) lagere hoeveelheid restafval en de pilots op dit gebied positief uitvallen. Dit scenario levert in het eerste jaar een besparing op van 39 duizend euro door de afname van de inzamelfrequentie van restafval (structureel), maar vraagt wel om een eenmalige investering van 50 duizend euro in extra ondergrondse restafvalcontainers. Bij de volledige overgang naar omgekeerd inzamelen nemen de besparingen per jaar aan inzamel- en verwerkingskosten toe, maar neemt ook de eenmalige investering in ondergrondse containers toe (zie bijlage). 2. Wij verzoeken u krediet beschikbaar te stellen voor extra (onderzoeks)kosten Na het vertrek van de huidige beleidsambtenaar is er wat vertraging opgelopen in het verder oppakken van de uitwerking van het grondstoffenplan. Wij willen dit weer vlottrekken door te kiezen voor (tijdelijke) personele inhuur. Het gaat dan om het inhuren van een vakspecialist op dit terrein voor een periode van maximaal 6 maanden ad 8 uur per week tegen een tarief van €99,- per uur. Hiermee kan dit traject weer vlotgetrokken worden en de vakspecialist kan de nieuwe ambtenaar kaders grondstoffenplan: naar omgekeerd inzamelen

Raadsvoorstel

op dit terrein inwerken. Het hiervoor geraamde budget bedraagt ruim 22 duizend euro (realisatie is op nacalculatiebasis). Daarnaast willen wij een budget aanvragen voor het inhuren van een gespecialiseerd bureau op het gebied van inwoner-participatie. Hiervoor vragen wij een budget van 20 duizend euro. Beoogd effect De afvalscheiding – waarbij de hoeveelheid restafval wordt verlaagd en de inzameling van grondstoffen groter wordt – te vergroten met als streven het behalen van de VANG-doelstelling van maximaal 30 kg restafval per inwoner per jaar.

Argumenten 1.1 Een basis-keuze voor de fractie restafval is belangrijk voor de voortgang Door een basis-keuze te maken gericht op de fractie restafval, kunnen ook de overige maatregelen uit het grondstoffenplan verder verwerkt worden in een uitvoeringsplan. Deze basis-keuze is leidend van hoe de verdere uitwerking eruit kan komen te zien. De keuze voor een tariefzak-inzameling van restafval betekent bijvoorbeeld dat inwoners van een restafval-bak naar een restafval-zak gaan. De restafvalcontainer zou je dan kunnen herbestemmen voor bijvoorbeeld de PMDinzameling. 1.2 Een basis-keuze op restafval is nodig om te komen tot het VANG-doel De basis-keuze is gericht op het ontmoedigen van de stroom restafval. Dit is lastig voor inwoners, aangezien het systeem waar men aan gewend is dan verandert. Deze keuze is echter wel noodzakelijk om te komen tot 30 kg restafval. Deze basis-keuze is feitelijk het zuur, dat we met de overige maatregelen gericht op het stimuleren van het scheiden van grondstoffen compenseren. 1.3 Na de basiskeuze kleuren we de uitvoeringsroute in sámen met de inwoners We starten na deze basiskeuze direct met het opstellen van een uitwerkingsplan. We nemen de inwoners zoveel mogelijk mee in het inkleuren van het uitwerkingsplan gericht op het scheiden van grondstoffen. Het uitwerkingsplan voorziet dan ook in een communicatie-en participatieplan.

1.4 Inwoners willen zelf ook bijdragen aan het klimaat en grondstoffen schaarste Het recente IPCC-rapport (Intergovernmental Panel on Climate Change) geeft aan dat ons klimaat sneller opwarmt dan verwacht werd. Het circulair maken van grondstoffen is direct verbonden aan het verminderen van uitstoot van CO2. Hieraan willen inwoners ook vast een bijdrage leveren! Tegelijkertijd zal in verband met de schaarste van grondstoffen ook vanuit economisch perspectief het hergebruik van grondstoffen steeds belangrijker worden. kaders grondstoffenplan: naar omgekeerd inzamelen

Raadsvoorstel

Kanttekeningen De basis-keuze is de meest ingewikkelde keuze De in dit voorstel gepresenteerde basiskeuze op de (ongewenste) stroom restafval is de meest ingewikkelde keuze. We willen mínder restafval en gaan deze stroom ontmoedigen door de service hierop terug te brengen. Bij de uitvoering van deze keuze zullen we deze neergang in service zoveel mogelijk compenseren met het vergroten van de service op de gewenste grondstofstromen.

Financiën De meer- of minderkosten van de voorliggende opties, zijn in de bijlage bij de betreffende opties weergegeven. Deze kunnen verwerkt worden in de nieuwe begroting voor 2023. Samenvattend zien de opties vanaf het jaar 2023 er als volgt uit: Maatregelen planperiode 20222025

Milieu

Service

1.1 Tariefzak

+

-

1.2 Inzameling 1x p/4 weken

+

+/-

1.3 Omgekeerd Inzamelen

+/+

-

1.

+Kosten/Besparing jaarlijks

Investering eenmalig*

Draagvlak

Restafval

1.4 Gefaseerd en gecombineerd laagfrequent en omgekeerd inzamelen

+/+

+/-

+ €41.222,nvt inzameling - €39.041,Optioneel: inzameling en +€50.000,verwerking overloopcontainer +€365.000,- €100.306,zonder inzameling en weegsysteem verwerking - €39.041 tot €100.306,inzameling en verwerking

+€365.000,zonder weegsysteem

+/-

-/-

+/-

Naast de meer- of minderkosten vanaf 2023 voor de te kiezen optie vragen wij om een voorschot voor extra kosten in 2021 en 2022 van 42 duizend euro. Dit is enerzijds bestemd voor extra personele inhuur en anderzijds voor extra onderzoek naar participatiemogelijkheden. De personele inhuur wordt gedekt door de onderuitputting van de salariskosten. De inhuur van een bureau gericht op participatie wordt meegenomen in de begroting voor 2022. Dit bureau zal vermoedelijk ook niet eerder starten dan in 2022.

Duurzaamheid Zie kopje ‘argumenten’

kaders grondstoffenplan: naar omgekeerd inzamelen

Raadsvoorstel

Participatie Zie voorstel onderdeel 2.

Communicatie Van uw besluit wordt melding gemaakt in Ter Sprake, onze website en social media.

Bijlage(n) 1. Uitgewerkte opties 2. Concept raadsbesluit

Mook, 7 september 2021 Het college van burgemeester en wethouders van Mook en Middelaar,

De gemeentesecretaris J.M.G. Smits- de Kinkelder

De burgemeester mr. drs. W. Gradisen

kaders grondstoffenplan: naar omgekeerd inzamelen

1 Raadsbesluit opties grondstoffenplan.docx (ZIE AMENDEMENT 2)

Raadsbesluit

Documentnummer Onderwerp

Opties grondstoffenplan 2022-2024

De raad van de gemeente Mook en Middelaar, Gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders d.d. 7 september 2021 Gelet op het advies van de raadscommissie d.d. 22 september 2021

Besluit: 1. Te kiezen voor de volgende optie voor de fractie restafval : (optie 1,2,3 of 4) welke is genoemd in bijgaand raadsvoorstel. De gekozen optie per 2023 in te voeren en op te nemen in de begroting van 2023. 2. Een krediet beschikbaar te stellen voor extra inhuurkosten in 2021 ad 22k euro. De extra kosten op het gebied van inwonerparticipatie (20k euro) op te nemen in de begroting.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering d.d. 30 september 2021 De raad voornoemd,

De griffier

mr. M.A.M. van Arensbergen

De voorzitter mr. drs. W. Gradisen

1 Bijlage 1 uitgewerkte opties grondstoffenplan.docx

Plan van aanpak per optie Uitgangspunten plan van aanpak: De voorliggende optie’s worden getoetst aan de beoogde doelen en de uitgangspunten van het grondstoffenplan. Deze kaders zijn immers al vastgesteld door de raad. Vervolgens worden de optie’s in het kort beschreven en afgewogen in het landelijk te doen gebruikelijke afwegingskader MilieuService-Kosten. Tot slot geven we ook de consequenties voor de uitvoering weer. Doelen grondstoffenplan 2021 Met het vaststellen van het Grondstoffenplan 2021 heeft de Raad zich geconfirmeerd aan de volgende doelen: - Korte termijn De gemeente realiseert zo spoedig mogelijk de VANG-doelstelling voor 2020: er wordt niet meer dan 100 kilogram restafval per inwoner ingezameld en het percentage afvalscheiding is 75% of meer. Op dit moment komt er 127 kg restafval vrij, zijnde 107 kg fijn restafval en 20 kg grof restafval, (CBS 2020) en is het afvalscheidingspercentage 72,5%. - Middellange termijn In 2030 streeft de gemeente Mook en Middelaar naar maximaal 30 kilogram restafval per inwoner. NB: De VANG-doelstelling is 30 kg restafval per inwoner in 2025. De speerpunten van het beleid zijn als volgt vastgelegd:  De focus ligt op bronscheiding om zoveel mogelijk kwalitatief hoogwaardige grondstoffen in te zamelen.  Wij richten ons op alle herbruikbare stromen, waarbij de grootste stromen zijn: gft, Plastic+ en papier en karton.

 Grondstoffen zijn zoveel mogelijk gratis.  De afvalstoffenheffing blijft beheersbaar.  Inwoners zijn zich bewust van het belang van het scheiden van grondstoffen en handelen daarnaar.  Luiers en incontinentiemateriaal worden gescheiden ingezameld.  De communicatie met bewoners is gericht op gedragsverandering.  Inzamel- en recyclingactiviteiten geven een impuls aan sociale werkgelegenheid.  De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld. Met inachtneming van deze kaders beoordelen wij de opties voor het aanpassen van de restafvalinzameling op milieu, service en kosten. Optie 1.1: Invoering tariefzak Algemeen Bij de invoering van een tariefzak kunnen inwoners het restafval afvoeren via een tariefzak voor restafval. Deze zakken worden betaald beschikbaar gesteld via bijvoorbeeld de lokale supermarkten. Inwoners kopen de rollen met inzamelzakken en betalen daarmee de kosten van het afvoeren van het restafval. Een volle zak wordt op een zakkenroute aan huis aangeboden ter inzameling. Voor inwoners betekent dit dat zij hun restafvalcontainer inleveren en daarvoor een zakkenroute terugkrijgen. Milieu Een tariefzak-inzameling draagt bij aan een vermindering van de hoeveelheid restafval. Gemeenten die een dergelijke inzameling hebben zoals Berg en Dal, Heumen en Land van Cuijk hebben minder restafval dan de gemeente Mook en Middelaar.

De doelstelling van 100 kg kan hiermee gehaald worden. De stap naar 30 kg restafval in 2025 is hiermee op termijn wellicht haalbaar als ook alle andere maatregelen opgepakt en uitgevoerd worden.

Service Inwoners ervaren een overgang van een restafvalcontainer naar een restafvalzak veelal als achteruitgang in service. Zakken zijn lastiger te verplaatsen, zijn moeilijker te hanteren, kunnen scheuren en kunnen aangevreten worden door katten en vogels als deze aan de weg liggen. De ervaring in de voormalige gemeente Ubbergen leert echter dat dit een kwestie van gewenning is. Kosten Deze overgang naar een zakinzameling voegt ruim 40 duizend euro per jaar toe aan de huidige kosten. Hierbij is geen rekening gehouden met een afname van de hoeveelheid restafval en het optuigen van een distributiesysteem voor zakken. Uitvoerend Een zak-inzameling is voor Dar op de langere termijn arbotechnisch minder wenselijk. Samenvattend:

Maatregelen planperiode 20222025 Tariefzak

Milieu

Service

+Kosten/-Besparing jaarlijks

Investering eenmalig*

Uitvoerend

+

-

+ €41.222,inzameling +zakken

nvt

-/-

Optie 1.2: Invoering van een laagfrequente restafvalinzameling Algemeen Bij de invoering van het laagfrequent inzamelen van restafval behouden inwoners van de laagbouw hun restafvalcontainer, maar wordt deze minder vaak ingezameld. Wij stellen hierbij een inzamelfrequentie voor van eenmaal per 4 weken. Door het minder vaak inzamelen van het restafval in een mini-container nemen de inzamelkosten af én moeten inwoners die nu nog niet meedoen aan het scheiden van grondstoffen deze keuze heroverwegen. Het restafval wordt immers nog maar één keer per 4 weken ingezameld, dus het beschikbare volume is beperkt. Milieu Het terugbrengen van de inzamelfrequentie van restafval levert naar verwachting een afname op van de hoeveelheid restafval van ongeveer 25%, alias 20-40 kg per inwoner1, ten opzichte van de huidige inzameling. Service Inwoners in een diftar-gemeente zijn veelal gewend om alleen maar volle containers aan te bieden en niet iedere ronde de restafvalcontainer aan te bieden. Deze service sluit daarom prima aan bij het aanbiedgedrag van inwoners. Kosten Door over te stappen op laagfrequent restafval inzamelen met een inzamelfrequentie van eenmaal per 4 weken wordt ruim 39 duizend euro bespaard ten opzichte van de huidige restafvalinzameling. Dit wordt veroorzaakt door een afname in de hoeveelheid restafval en een afname van de inzamelkosten.

Uitvoerend Deze inzameling is door Dar prima uit te voeren.

1 Conform de Handreiking voor raadsleden over het Afvalbeleid van gemeenten van de NVRD van augustus

2021.

Samenvattend:

Maatregelen planperiode 20222025 Inzameling 1x p/4 weken

Milieu

Service

+Kosten/-Besparing jaarlijks

Investering eenmalig*

+

+/-

- €39.041,-

1.3 Inzameling 1x p/4 weken

Uitvoerend +

Optie 1.3: Invoering van omgekeerd inzamelen Algemeen Bij omgekeerd inzamelen faciliteren en stimuleren we het scheiden van grondstoffen aan huis en brengen we het restafval op afstand. Waarom zou je een ongewenste stroom aan huis blijven ophalen en daar dus een hoge service op geven? Inwoners kunnen het restafval in een ondergrondse container deponeren. Deze worden geplaatst op logische plekken in de wijk of buurt. Denk daarbij ook aan uitvalsroutes de wijk in of uit. Milieu Met omgekeerd inzamelen wordt de hoeveelheid restafval met 30-50 kg teruggebracht (zie ook de voetnoot). Vergelijkbare gemeenten in de regio zoals Beuningen en Druten komen hiermee onder de 50 kg per inwoner uit. In de ROVA-gemeenten (Overijssel eo), die als eerste gestart zijn met laagfrequent en omgekeerd inzamelen, zien we ook dat de koplopers van omgekeerd inzamelen nog ongeveer 50 kg restafval per inwoner overhouden. Ook hierbij geldt dat deze gemeenten ook alle overige maatregelen ter bevorderen van het grondstoffen scheiden doorgevoerd hebben. Service Inwoners moeten wennen aan omgekeerd inzamelen. Inwoners ervaren dit in eerste instantie dan ook veelal als een achteruitgang in service. Dit terwijl er ook alleenstaanden zijn die blij zijn dat ze het restafval zelf mogen wegbrengen, in plaats van 3 maanden restafval opsparen totdat de restafvalcontainer vol is.

We vragen in dit systeem écht iets anders aan de inwoners. Dit roept veelal vragen en zorgen op, want wat nu als je slecht ter been bent of extra afval hebt. Deze mensen kunnen dan overigens ook geen afvalcontainer meer aan de straat zetten, dus hiervoor leveren we maatwerk. Met inwoneravonden en de inzet van een afvalcoach kijken we wat deze mensen nodig hebben en faciliteren hierr dan ook in. Qua maatwerk kan je denken aan een serviceroute waarbij we bij minder valide inwoners het afval aan huis ophalen of maatwerk waardoor men makkelijk bij de lokale ondergrondse kan komen (rolstoel-opgang, afrit etc). Kosten Omgekeerd inzamelen levert een grote besparing op in de hoeveelheid restafval en navenant ook in de inzamelkosten. Voor omgekeerd inzamelen moeten echter ook grote investeringen gedaan worden in ondergrondse containers. Het verdient daarbij aanbeveling om deze containers te kapitaliseren (wellicht via Dar) en dus te gaan afschrijven. Daarmee kan de investering verdisconteerd worden in jaarlijkse rente en afschrijvingskosten. Uitvoerend Deze dienstverlening is voor Dar uitvoerbaar.

Samenvattend:

Maatregelen planperiode 20222025

Milieu

Service

+Kosten/-Besparing jaarlijks

Investering eenmalig*

Uitvoerend

Volledig Omgekeerd Inzamelen

+/+

-

- €100.306,inzameling en verwerking

+€365.000,zonder weegsysteem

+/+

Optie 1.4: Gefaseerd invoeren van omgekeerd inzamelen Algemeen Het gefaseerd invoeren van omgekeerd inzamelen betekent dat we inwoners mee gaan nemen op de route naar omgekeerd inzamelen. We laten via communicatie eerst zien hoeveel grondstoffen er nog te scheiden zijn uit het restafval, startend met de stromen luiers en etensresten. Daarna gaan we de restafvalcontainer minder vaak inzamelen; denk hierbij aan een inzamelfrequentie van eenmaal per 4 weken. Ook gaan we inwoners aanbieden om vrijwillig over te stappen op omgekeerd inzamelen, wie wil kan een pasje voor een ondergrondse restafvalcontainer krijgen en de restafvalcontainer inleveren. Tot slot, is het mogelijk om de overgebleven adressen dan ook over te laten stappen naar omgekeerd inzamelen. Dit proces neemt tussen de 1-3 jaar in beslag en gaat gepaard met stimulerende pilots. Milieu De (gefaseerde) overgang naar omgekeerd inzamelen brengt de doelstelling van 30 kg restafval in 2025 fors dichterbij. Vergelijkbare gemeenten in de regio zoals Beuningen en Druten komen hiermee onder de 50 kg per inwoner uit. Service Ook de gefaseerde route naar omgekeerd Inzamelen is best een spannende stap voor inwoners. De weg der geleidelijkheid naar omgekeerd inzamelen geeft inwoners die een drempel ervaren de tijd om hiervoor hulp te vragen.

Door het actief inzetten van grondstoffenscheiding, pilots en een afvalcoach kan je deze mensen helpen om over de drempels heen te komen. Let wel: ieder systeem heeft tegenstanders dus ook hiermee is niet iedereen content. Ook in de gemeenten Beuningen en Druten was dat het geval. Na invoering en gewenning is uit onafhankelijke tevredenheidsonderzoeken te constateren dat de afvalinzameling een ruime voldoende scoort. Belangrijk is dat er net zoals in Beuningen en Druten een vangnet wordt gecreëerd voor minder valide en ouderen. Dat heeft in die gemeenten prima gewerkt. Kosten Gefaseerd invoeren van omgekeerd inzamelen betekent dat de restafvalinzameling zo snel mogelijk terug gaat naar eenmaal per 4 weken. Dit wordt gecompenseerd door meer en extra service op het scheiden van grondstoffen. Met deze stap wordt al in het eerste jaar een jaarlijkse besparing van ruim 39 duizend euro gerealiseerd. Door volledig over te stappen naar omgekeerd inzamelen wordt een besparing van ruim 1 ton gerealiseerd op jaarbasis. Hiervoor moeten echter ook extra ondergrondse container geplaats worden. Dit vergt een eenmalige investering van ruim 365 duizend euro. Deze investering kan echter ook gekapitaliseerd worden waarmee dit verdisconteerd wordt in jaarlasten. Uitvoerend Omgekeerd inzamelen is door Dar prima uit te voeren.

Samenvattend:

Maatregelen planperiode 20222025 Inzameling 1x p/4 weken

Volledig Omgekeerd Inzamelen

Milieu

Service

+Kosten/-Besparing jaarlijks

Investering eenmalig*

+

+/-

- €39.041,-

1.3 Inzameling 1x p/4 weken

+/+

-

- €100.306,inzameling en verwerking

+€365.000,zonder weegsysteem

Uitvoerend +

+/+

Burgerparticipatie Het inzetten van burgerparticipatie is het inzetten van inwoners op de juiste wijze, op het juiste moment. Er is voor inwoners niets zo vervelend als dat je denkt dat je in co-productie bent en dan louter geïnformeerd wordt over wat er gebeuren gaat. De participatieladder, zie hieronder, geeft dit goed weer. Als je sámen een notitie wil opleveren, dan ga je sámen met de inwoners een notitie coproduceren.

Bij de start van het grondstoffenplan is ervoor gekozen om inwoners te raadplegen en ze te laten meedenken. Dit betekent dat er niet gekozen is voor een co-productieproces. De kaders voor het nieuwe beleid, de te behalen doelen en de uitgangspunten van het nieuwe grondstoffenbeleid liggen vast. Hiertoe is door de raad besloten in 2020. Mogelijkheden tot burgerparticipatie liggen nu niet meer in de co-productie of in het ‘zich laten adviseren’. Deze fases zijn geweest. Het advies en de keuze-mogelijkheden zijn bekend. Om dan nu de opties voor te leggen aan inwoners is niet reëel. Zij zijn hierin niet meegenomen dus kunnen hier geen oordeel over vellen. We willen na de keuze over de 4 voorliggende opties dan ook een consultatietraject gericht op de uitvoering opstarten. Een traject waarbij we ons richten op de mensen die zich de afgelopen periode gemeld hebben (bijvoorbeeld vanuit de internet-petitie). Deze inwoners willen wij graag raadplegen. Hoe kunnen wij samen de uitvoeringsroute inkleuren? Een uitvoeringsroute waarbij we ons richten op het scheiden van grondstoffen en het minimaliseren van de hoeveelheid restafval (doel: 30 kg in 2030). Daarnaast denken we aan het oprichten van een internet-platform over dit onderwerp en/of een inwonerpanel. En willen wij inwoners ook informeren over de te nemen uitvoeringsmaatregelen (Waarom doen we dit en wat willen we ermee bereiken?).

Graag zetten we hiervoor de expertise van een gespecialiseerd bureau in. Het voorgestelde consultatie- en informatie-traject geldt voor iedere optie. Het plan is klaar, de te behalen doelen zijn bekend, de keuzemogelijkheden voor de uitvoering liggen voor dus we kunnen via deze gekozen route van het opstellen van het grondstoffenplan inwoners alleen nog laten participeren op de uitvoeringsroute van de te maken keuze. Als we inwoners willen laten co-produceren dan vergt dit aan de voorkant een ándere route, een route waarbij de doelen, uitgangspunten en de keuze-mogelijkheden nog niet vastliggen maar door burgerparticipatie in te kleuren zijn. Daar is in het huidige traject niet voor gekozen.

1 20092021_Presentatie_Mook en Middelaar_pdf.pdf

Afval- en grondstoffenplan 2021 Gemeente Mook en Middelaar

Agenda 1. Opening en korte terugblik 1.1 Nederland circulair in 2050 2. De wereld van afval- en grondstoffen 2.1 In het nieuws 2.2 Verloop afvalstoffenheffing 2.3 Serviceniveau 2.4 Bron- en nascheiding 3. Grondstoffenplan 2021 Mook en Middelaar

4. Verkenning van de drie knoppen 5. Huidige prestaties 6. Wat is er nodig? 7. Hoe verder?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=69c86f86-ea00-4888-bf38-1a484f768b37