CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Gecombineerde Commissie Samenleving, Grondgebied en Begroting en Rekening 6 december 2022, gemeente Mook en Middelaar32.342 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Aldus besloten in zijn openbare vergadering d.d. 15 december 2022 De raad voornoemd,

De griffier

mr. M.A.M. van Arensbergen

Pagina 3 van 3

De voorzitter mr. drs. W. Gradisen

1 Bijlage 3 RB Verordening Toeristenbelasting 2023 (versie raad 2022-12-15).docx

Raadsbesluit

Documentnummer Onderwerp

Verordening toeristenbelasting 2023

De raad van de gemeente Mook en Middelaar, gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders d.d. 29 november 2022; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; gelet op het advies van de raadscommissie d.d. 6 december 2022,

besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting Mook en Middelaar 2023. Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 2 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1. Artikel 3 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: 1. van degene die verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders; 2.

van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; 3. van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd; 4. op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is verschuldigd. Artikel 4 Maatstaf van heffing

Pagina 1 van 5

versie raad 2022-12-15

Raadsbesluit De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingtijdvak. Artikel 5 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: a. vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans; b. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn en gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; c. kampeerterrein: een terrein dat bestemd is om te worden gebruikt voor in hoofdzaak verblijfsrecreatie; d. vaste jaarplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een jaar hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen dat gebruikt wordt door één en hetzelfde gezin of echtpaar en, dat doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd; e.

vaste seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een seizoen hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat gebruikt wordt door één en hetzelfde gezin of echtpaar en, dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd en waarin het gedurende de winterperiode niet toegestaan is om te overnachten; f. seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, waar gedurende het seizoen een zelfde mobiel kampeeronderkomen is geplaatst, dat gebruikt wordt door één en hetzelfde gezin of echtpaar en, en dat na afloop van het seizoen van de plaats wordt verwijderd; g. toeristische plaats: een terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een jaar of seizoen plaatsen van steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens; h. arrangement: een reservering op een toeristische plaats voor een gezin, echtpaar of samenreizende personen gedurende een vooraf vastgelegde periode van minimaal vier weken voor een vast huurbedrag; i. voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend aan het eind van de maand juni; j.

verlengd voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend in de eerste helft van de maand juli; k. naseizoenarrangement: een arrangement met een looptijd van ongeveer twee maanden, startend na het hoogseizoen en eindigend bij de afloop van het kampeerseizoen; l. maandarrangement: een arrangement met een looptijd van één maand gedurende de maand juni of september; 2. Voor: a. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen of vaste seizoenplaatsen; b. mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen; c. mobiele kampeeronderkomens en vakantieonderkomens op niet-vaste of seizoenplaatsen in combinatie met een arrangement zoals bedoeld in lid 1, letter h, kan het aantal overnachtingen bedoeld in artikel 4 op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld. Bij de forfaitaire vaststelling wordt het aantal overnachtingen gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten, overeenkomstig het bepaalde in het derde en vierde lid.

Pagina 2 van 5

Raadsbesluit 3. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: a. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen en gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2,3; b. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste seizoenplaatsen en gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2,3; c. mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen en gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2,3; d. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens op niet-vaste of seizoenplaatsen en gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op: i. 2,2, indien sprake is van een voorseizoenarrangement; ii. 2,3, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement; iii. 2,2, indien sprake is van een naseizoenarrangement; iv. 2,1, indien sprake is van een maandarrangement. 4. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht, wordt: a. in geval van het eerste lid, sub a, bepaald op: 55; b. in geval van het eerste lid, sub b, bepaald op: 55; c. in geval van het eerste lid, sub c, bepaald op: 50; d. in geval van het eerste lid, sub d, bepaald op: i. 30, indien sprake is van een voorseizoenarrangement; ii. 39, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement; iii. 18, indien sprake is van een naseizoenarrangement; iv.

12, indien sprake is van een maandarrangement. Artikel 6 Opteren voor niet-forfaitaire heffingsgrondslag In afwijking van het bepaalde in artikel 5 kan op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing worden vastgesteld op het werkelijk aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit lager is dan het op grond van artikel 5 berekende aantal. Artikel 7 Belastingtarief Per overnachting bedraagt het tarief € 1,07. Artikel 8 Belastingtijdvak 1. Voor de belastingen genoemd in artikel 5 is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar. 2. Voor de niet-forfaitaire aanslagen is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderkwartaal. Artikel 9 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 10 Minimum bedrag aanslag 1. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 2. Voor de toepassing van het vorig lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 11 Termijn van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later.

Pagina 3 van 5

Raadsbesluit 2. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in het eerste lid is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen. Artikel 12 Kwijtschelding Bij invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 13. Aanmeldingsplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het dagelijks bestuur van de BsGW aangewezen ambtenaar belast met de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen als bedoeld in artikel 232, vierde lid sub a en b van de Gemeentewet. 2. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de verblijfsbelasting betrokken is. Artikel 14. Registratieplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd en eventueel door de gemeente verstrekt nachtverblijfregister. 2.

Het college van burgemeester en wethouders stelt genoemd nachtverblijfregister kosteloos beschikbaar. 3. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de inrichting en gebruik van het nachtverblijfregister. 4. De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 5. 5. De verplichting als bedoeld in voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige een registratie voert waaruit het nachtverblijf van verblijfhoudenden kan worden vastgesteld. Artikel 15 Elektronische aangifte Het uitnodigen tot het doen van aangifte kan naast de op de in artikel 237, eerste lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze geschieden door het uitreiken, toezenden of elektronisch verzenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van elektronische aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. In dat geval geschiedt, in afwijking van de in artikel 237, tweede lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze, de aangifte langs elektronische weg door het inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden via de digitale voorziening ‘Digitale aangifte toeristenbelasting’ van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen.

Artikel 16. Overgangsrecht De 'Verordening toeristenbelasting Mook en Middelaar 2022’ van 16 december 2021 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 17, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Pagina 4 van 5

Raadsbesluit Artikel 17. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de 1e dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 18. Citeertitel De verordening wordt aangehaald als ‘Verordening toeristenbelasting Mook en Middelaar 2023’.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering d.d. 15 december 2022. De raad voornoemd,

De griffier

mr. M.A.M. van Arensbergen

Pagina 5 van 5

De voorzitter mr. drs. W. Gradisen

1 Bijlage 4 RB Verordening Watertoeristenbelasting 2023 (versie raad 2022-12-15).docx

Raadsbesluit

Documentnummer Onderwerp

Verordening watertoeristenbelasting 2023

De raad van de gemeente Mook en Middelaar, gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders d.d. 29 november 2022; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; gelet op het advies van de raadscommissie d.d. 6 december 2022,

besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting Mook en Middelaar 2023.

Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur; - lengte: de lengte over alles; - maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen; - schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt; - vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie of andere recreatieve doeleinden; - vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling door het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand; - historische schepen: schepen die ten minste vijftig jaar oud zijn, in oorspronkelijke staat verkeren, representatief zijn voor het maritiem erfgoed en ingeschreven staan bij het nationaal register van varende monumenten. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam 'watertoeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 3 Belastingplicht 1.

Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 door het ter beschikking stellen van ligplaatsen of vaartuigen.

Pagina 1 van 4

versie raad 2022-12-15

Raadsbesluit 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijft houdt als bedoeld in artikel 2. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is belastingplichtig - de schipper, - de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig, - degene die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig. Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: 1. door degenen, die verblijf houden aan boord van: a. een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt voor verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; b. kano’s, roei- en volgboten; c. motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 6,5 meter; d. een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt; e. een vaartuig in directe dienst van het Rijk, de provincie Limburg of de gemeente Mook en Middelaar; f. een vaartuig van de Koninklijke Marine of oorlogsvaartuigen van vreemde naties; g. een vaartuig dat in eigendom toebehoort aan de Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij; h. een vaartuig in gebruik voor onderhoud aan de waterwegen, welk onderhoud in opdracht van het Rijk, de provincie Limburg of de gemeente Mook en Middelaar wordt uitgevoerd; i. historische schepen. 2.

van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; 3. waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van landtoeristenbelasting; 4. waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting. Artikel 5 Maatstaf van heffing 1. De belasting wordt geheven naar het aantal verblijven in het belastingtijdvak. Het aantal verblijven wordt gesteld op de som van het aantal etmalen dat elke in artikel 2 bedoelde persoon verblijf heeft gehouden. 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend. Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de heffingsgrondslag Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen: a. het aantal personen, dat verblijf heeft gehouden, bepaald op 2,2; b. het aantal etmalen, dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden, bepaald op 24.

Pagina 2 van 4

Raadsbesluit Artikel 7 Opteren voor niet-forfaitaire heffingsgrondslag In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal etmalen, dat verblijf is gehouden, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op de voet van artikel 6 berekende aantal. Artikel 8 Belastingtarief De belasting bedraagt per persoon per etmaal € 1,07. Artikel 9 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan een kalenderjaar. Artikel 10 Wijze van belastingheffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 11 Minimum bedrag aanslag 1. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 2. Voor de toepassing van het vorig lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 12 Termijn van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later. 2.

Betaling van de termijnen zoals bedoeld in het eerste lid is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen. Artikel 13 Kwijtschelding Bij invordering van watertoeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 14. Aanmeldingsplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijft heeft verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het dagelijks bestuur van de BsGW aangewezen ambtenaar belast met de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen als bedoeld in artikel 232, vierde lid sub a en b van de Gemeentewet. 2. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de verblijfsbelasting betrokken is. Artikel 15. Registratieplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd en eventueel door de gemeente verstrekt verblijfregister. 2.

Het college van burgemeester en wethouders stelt genoemd verblijfregister kosteloos beschikbaar. 3. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de inrichting en gebruik van het verblijfregister.

Pagina 3 van 4

Raadsbesluit 4. De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 6. 5. De verplichting als bedoeld in voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige een registratie voert waaruit het verblijf van verblijfhoudenden kan worden vastgesteld. Artikel 16 Elektronische aangifte Het uitnodigen tot het doen van aangifte kan naast de op de in artikel 237, eerste lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze geschieden door het uitreiken, toezenden of elektronisch verzenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van elektronische aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. In dat geval geschiedt, in afwijking van de in artikel 237, tweede lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze, de aangifte langs elektronische weg door het inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden via de digitale voorziening ‘Digitale aangifte toeristenbelasting’ van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen.

Artikel 17 Overgangsrecht De 'Verordening watertoeristenbelasting gemeente Mook en Middelaar 2022' van 16 december 2021 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 18, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 18 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de 1e dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 19 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: 'Verordening watertoeristenbelasting Mook en Middelaar 2023’.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering d.d. 15 december 2022. De raad voornoemd,

De griffier

mr. M.A.M. van Arensbergen

Pagina 4 van 4

De voorzitter mr. drs. W. Gradisen

1 Bijlage 5 RB Verordening Hondenbelasting 2023 (versie raad 2022-12-15).docx

Raadsbesluit

Documentnummer Onderwerp

Verordening hondenbelasting 2023

De raad van de gemeente Mook en Middelaar, gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders d.d. 22 november 2022, gelet op artikel 226 van de Gemeentewet, gelet op het advies van de raadscommissie d.d. 6 december 2022,

Besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting Mook en Middelaar 2023. Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam 'hondenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel 2 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is de houder van een hond. 2. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. 3. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. Artikel 3 Vrijstellingen 1. In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. 2. De belasting wordt niet geheven voor honden: a. die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; b.

die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; c. die als pup in opleiding zijn tot blindengeleidehond of assistentiehond zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, letters a en b en in eigendom zijn van het opleidingsinstituut; d. waarvan de houder een geldig certificaat kan tonen dat is afgegeven door de Koninklijke Nederlandse Politiehondenvereniging;

Pagina 1 van 3

versie raad 2022-12-15

Raadsbesluit e. die verblijven in een hondenasiel; f. die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; g. die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden. Artikel 4 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. Artikel 5 Belastingtarief 1. De belasting bedraagt per belastingjaar: a. voor een eerste hond € 59,88; b. voor iedere volgende hond € 86,16. 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in een kennel, per belastingjaar, per kennel € 417,72. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder kennel verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen. 3. Het tweede lid blijft buiten toepassing als belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijke aantal honden, als blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag. Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting voor het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel 9 Minimum bedrag aanslag 1. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 2. Voor de toepassing van het vorig lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.

Pagina 2 van 3

Raadsbesluit Artikel 10 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van hondenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Overgangsrecht De 'Verordening hondenbelasting gemeente Mook en Middelaar 2022' van 16 december 2021 en de ‘Eerste wijziging van de Verordening hondenbelasting gemeente Mook en Middelaar 2022’ van 3 februari 2022 worden ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 13 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de 1e dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening hondenbelasting Mook en Middelaar 2023’. Aldus besloten in zijn openbare vergadering d.d. 15 december 2022 De raad voornoemd,

De griffier

mr. M.A.M. van Arensbergen

Pagina 3 van 3

De voorzitter mr. drs. W. Gradisen

1 Bijlage 6 RB Verordening Rioolheffing 2023 (versie raad 2022-12-15).docx

Raadsbesluit

Documentnummer Onderwerp

Verordening rioolheffing 2023

De raad van de gemeente Mook en Middelaar, gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders d.d. 29 november 2022; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; gelet op het advies van de raadscommissie d.d. 6 december 2022,

besluit: de volgende verordening vast te stellen: Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing Mook en Middelaar 2023. Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente. Toelichting begrip gemeentelijke riolering: Het begrip gemeentelijke riolering is veel ruimer dan alleen de riolering op zich. Het gaat om alle voorzieningen die worden getroffen om te voldoen aan de wettelijke zorgplichten. Daaronder vallen onder andere rioleringspijpen en kolken, maar ook bijvoorbeeld voorzieningen tegen grondwateroverlast en individuele behandelingssystemen (iba’s). b. verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; c. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater, oppervlaktewater of afvalwater. Toelichting begrip water: Onder het begrip water vallen alle verschillende soorten water. In de zorgplichten van artikel 228a Gemeentewet worden meerdere waterbegrippen gebruikt die gebaseerd zijn op de herkomst van het water.

De definities van de specifieke waterbegrippen zijn opgenomen in de Wet milieubeheer of Waterwet en behoeven in de verordening rioolheffing geen nadere toelichting Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de

Pagina 1 van 5

versie raad 2022-12-15

Raadsbesluit grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt geheven: a. van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen eigenarendeel; en b. van degene die een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersdeel. 2. Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3. Voor het gebruikersdeel wordt: a. gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; b.

gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door de persoon die dat deel in gebruik heeft gegeven; c. het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. Artikel 4 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, die duurzaam aan een plaats is gebonden; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel 5 Vrijstellingen De belasting is niet verschuldigd ter zake van percelen met een woz-waarde die minder is dan € 25.000. Artikel 6 Maatstaf van heffing 1. De belasting voor het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. 2.

Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 3. Het aantal kubieke meters water dat wordt afgevoerd wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Indien dit aan het begin van het belastingjaar niet bekend is, wordt het aantal kubieke meters water gesteld op het aantal kubieke meters water dat naar het perceel is toegevoerd en/of is opgepompt van de laatst bekende verbruiksperiode. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van 365 dagen, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar een periode van 365 dagen bepaald.

Pagina 2 van 5

Raadsbesluit 4. Als gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enig andere wettelijke bepaling. 5. Als de belastingplichtige aantoont dat meer dan 30% van de berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water niet is afgevoerd, wordt de niet afgevoerde hoeveelheid op de berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water in mindering gebracht. 6. Voor belastingplichtigen die gebruik maken van een gemeenschappelijke watermeter, wordt een leidingwaterverbruik van 130 kubieke meter aangehouden, met dien verstande, dat voor alleenstaanden, die gebruik maken van een gemeenschappelijke watermeter, een leidingwaterverbruik van 40 kubieke meter wordt aangehouden. 7. Van nieuwe gebruikers, niet bedoeld in lid 6, wordt, zolang geen gegevens als bedoeld in het tweede lid van dit artikel bekend zijn, een recht geheven naar een leidingwaterverbruik van 130 kubieke meter, met dien verstande dat voor alleenstaanden een waterverbruik van 40 kubieke meter wordt aangehouden.

Indien er sprake is van een binnengemeentelijke verhuizing, wordt voor het betreffende belastingjaar het leidingwaterverbruik van het oude adres ook geacht het leidingwaterverbruik van het nieuwe adres te zijn. 8. De leden 6 en 7 zijn niet van toepassing voor bedrijven en overige niet natuurlijke personen. Het waterverbruik van bedrijven en van overige niet natuurlijke personen, die gebruik maken van een gemeenschappelijke watermeter, wordt door de gemeente geschat. Zolang geen gegevens als bedoeld in het tweede lid van dit artikel bekend zijn, wordt bij nieuw gevestigde bedrijven of overige niet natuurlijke personen het waterverbruik eveneens door de gemeente geschat. Artikel 7 Belastingtarieven 1. Het tarief van het eigenarendeel bedraagt: € 118,08. 2. Het tarief voor het gebruikersdeel bedraagt: a. voor de eerste volle eenheid van 500 kubieke meters water: € 18,72; b. voor elke volgende volle eenheid van 500 kubieke meters water: € 187,20. maar per perceel bedraagt het gebruikersdeel niet meer dan € 3.000. Artikel 8 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 9 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2. Indien de belastingplicht voor het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht voor het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Pagina 3 van 5

Raadsbesluit 4. Het in het tweede en derde lid bepaalde is niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.

Artikel 11 Minimum bedrag aanslag 1. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 2. Voor de toepassing van het vorig lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 12 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3.

Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 13 Kwijtschelding De regelgeving inzake de kwijtschelding is vastgelegd in de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023. Artikel 14 Overgangsrecht De 'Verordening op rioolheffing gemeente Mook en Middelaar 2022' van 16 december 2021 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 15, tweede, lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 15 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de 1e dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 16 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening rioolheffing Mook en Middelaar 2023’. Aldus besloten in zijn openbare vergadering d.d. 15 december 2022 De raad voornoemd,

Pagina 4 van 5

Raadsbesluit

De griffier

mr. M.A.M. van Arensbergen

Pagina 5 van 5

De voorzitter mr. drs. W. Gradisen

1 Bijlage 8a RB Legesverordening 2023 (versie raad 2022-12-15).docx

Raadsbesluit

Documentnummer Onderwerp

Legesverordening 2023

De raad van de gemeente Mook en Middelaar, gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders d.d. 29 november 2022; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet; gelet op het advies van de raadscommissie d.d. 6 december 2022,

besluit: de volgende verordening vast te stellen: Verordening op de heffing en de invordering van leges Mook en Middelaar 2023.

Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: - dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; - jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; - kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december; - maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; - week: een aaneengesloten periode van zeven dagen. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit; b. het verlenen van een dienst op aanvraag; of c. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Pagina 1 van 4

versie raad 2022-12-15

Raadsbesluit Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan. Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald; b. diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend; c. diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; d. het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover het een activiteit betreft bedoeld in artikel 2.2a van het Besluit omgevingsrecht (omgevingsvergunning beperkte milieutoets); e. het raadplegen van de bij de gemeente berustende registers, leggers en plankaarten van de Dienst van het kadaster en de openbare registers door ambtenaren, in de uitoefening van hun functie; f.

het in behandeling nemen van aanvragen van verklaringen omtrent inkomen en vermogen. g. het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.25, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening (evenementenvergunning), het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet en het in behandeling nemen van een ontheffing als bedoeld in artikel 4.6 van de Algemene Plaatselijke Verordening indien het betreft de dorpskermis en/of niet-commercieel evenement door een stichting of vereniging zonder winstoogmerk dat het behartigen van een lokaal maatschappelijk belang voorop stelt en is gericht op activiteiten met een politiek, godsdienstig, geestelijk, wereldbeschouwelijk, sociaal, weldadig doel, dan wel activiteiten met een sportief, cultureel of recreatief doel. Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet. 3. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of een andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt

Pagina 2 van 4

Raadsbesluit mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving; c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 14 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; d. langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 14 dagen na dagtekening van kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, besluit of handeling in die tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft: - artikel 1.1.9 (verklaring huwelijksbevoegdheid); - hoofdstuk 2 (reisdocumenten); - hoofdstuk 3 (rijbewijzen); - onderdelen hoofdstuk 4 (basisregistratie personen); - onderdelen hoofdstuk 8 (o.a. verklaring omtrent het gedrag en bewijs van in leven zijn); - onderdelen hoofdstuk 11 (kansspelen); - onderdelen hoofdstuk 15 (woo-verzoek); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel 11 Overgangsrecht 1.

De ‘Legesverordening Mook en Middelaar 2022’ van 16 december 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening

Pagina 3 van 4

Raadsbesluit gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt. Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de 1e dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening Mook en Middelaar 2023.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering d.d. 15 december 2022 De raad voornoemd,

De griffier

mr. M.A.M. van Arensbergen

Pagina 4 van 4

De voorzitter mr. drs. W. Gradisen

1 Bijlage 8b Tarieventabel leges 2023 (versie raad 2022-12-15).pdf

Nieuw of inhoudelijk gewijzigd artikel. Doorhaling Vervallen artikel.

Tarieventabel Leges, behorende bij Legesverordening 2023 Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 december 2022. De griffier,

De voorzitter,

mr. M.A.M. Arensbergen

mr. drs. W. Gradisen

tarief #: zie toelichting onderaan tabel

Titel I - Algemene dienstverlening Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand

Tarief

Voltrekking van een huwelijk of geregistreerd partnerschap, alsmede omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, vindt kosteloos plaats in het Gemeentehuis, Raadhuisplein 6 te Mook, als de voltrekking plaats heeft op dinsdag om of na 9.00 uur en voor 10.00 uur, op grond van artikel 4 van de Wet rechten burgerlijke stand.

1.1.1

1.1.1.1

1.1.1.2

1.1.2

€ 0,00

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het voltrekken van een huwelijk of geregistreerd partnerschap in één van de volgende aangewezen locaties voor het voltrekken van huwelijken en geregistreerde partnerschappen, waarbij op verzoek de tijdsduur van de voltrekking maximaal 30 minuten bedraagt: Het Gemeentehuis, Raadhuisplein 6 te Mook a) Op maandag t/m vrijdag tussen 9.00 en 19.00 uur

€ 310,10

b) Op zaterdag tussen 10.00 en 17.00 uur

€ 465,20

c) Op zondag tussen 12.00 en 16.00 uur

€ 542,50

Herberg ’t Zwaantje, Groesbeekseweg 106 te Mook a) Op maandag t/m vrijdag tussen 9.00 en 19.00 uur

€ 466,20

b) Op zaterdag tussen 10.00 en 17.00uur

€ 536,00

c) Op zondag tussen 12.00 en 16.00 uur

€ 606,00

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het voltrekken van een huwelijk of geregistreerd partnerschap in een zelfgekozen locatie a) Op maandag t/m vrijdag tussen 9.00 en 19.00 uur

€ 466,20

b) Op zaterdag tussen 10.00 en 17.00uur

€ 536,00

c) Op zondag tussen 12.00 en 16.00 uur Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek: a) Op maandag t/m vrijdag tussen 9.00 en 19.00 uur

€ 606,00

b) Op zaterdag tussen 10.00 en 17.00 uur

€ 410,10 € 463,60

1.1.7

c) Op zondag tussen 12.00 en 16.00 uur Indien voor het voltrekken van een huwelijk of geregistreerd partnerschap in een van de in 1.1.1 t/m 1.1.3 vermelde locaties, waarbij op verzoek de tijdsduur van de voltrekking meer dan 30 minuten moet bedragen, worden de in 1.1.1, 1.1.2 en 1.1.3 genoemde tarieven verhoogd voor de aan de voltrekking extra te besteden tijd per kwartier of gedeelte daarvan met Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, indien daarbij gebruik gemaakt wordt van de trouwzaal of een van de onder 1.1.1 en 1.1.2 genoemde ruimten het bedrag overeenkomstig de aldaar genoemde tarieven. Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek het bedrag overeenkomstig de in 1.1.3 genoemde tarieven. Het tarief bedraagt voor het verstrekken van:

1.1.7.1

een trouwboekje of partnerschapboekje in een normale uitvoering

€ 43,25

1.1.7.2

een trouwboekje of partnerschapboekje in een luxe uitvoering

€ 59,10

1.1.7.3

een duplicaat van het trouwboekje of partnerschapsboekje het gekalligrafeerd bijschrijven van een geboorte in een trouwboekje of partnerschapsboekje Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het benoemen van een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand (Babs) als bedoeld in artikel 1:16 BW voor het voltrekken van één huwelijk: als de Babs is beëdigd

€ 43,25

als de Babs nog niet is beëdigd Voor elke verklaring van huwelijksbevoegdheid als bedoeld in artikel 49a van boek I van het Burgerlijk wetboek Bij annulering van een huwelijk/geregistreerd partnerschap wordt op verzoek, mits het verzoek is gedaan binnen 6 maanden na annulering, de verschuldigde legeskosten gerestitueerd met

€ 172,30

1.1.3

1.1.4

1.1.5

1.1.6

1.1.7.4 1.1.8 1.1.8.1 1.1.8.2 1.1.9 1.1.10

Opmerkingen

Pagina 1

€ 356,60

25%

€ 9,55

€ 87,10

€ 27,50 # 50%

Wettelijk tarief

Hoofdstuk 2 Reisdocumenten

Tarief

Opmerkingen

1.2.1.1

van een - nationaal paspoort; - zakenpaspoort; - vluchtelingenpaspoort; - vreemdelingenpaspoort; - faciliteitenpaspoort: met een geldigheid van 10 jaar

€ 77,85 #

Wettelijk tarief

1.2.1.2

met een geldigheid van maximaal 5 jaar

€ 58,85 #

Wettelijk tarief

1.2.2

van een Nederlandse identiteitskaart: met een geldigheid van 10 jaar (voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is) met een geldigheid van 5 jaar (voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt) van een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon

€ 70,35 #

Wettelijk tarief

€ 37,95 #

Wettelijk tarief

€ 34,25 #

Wettelijk tarief

€ 53,00 #

Wettelijk tarief

Tarief

Opmerkingen

1.2

1.2.1

1.2.2.1 1.2.2.2 1.2.2.3 1.2.3

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:

voor een spoedlevering van de in de onderdelen 1.2.1 en 1.2.2 genoemde documenten, de in die onderdelen genoemde leges vermeerderd met een bedrag van

Hoofdstuk 3 Rijbewijzen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, 1.3.1 vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs 1.3.2 Het tarief genoemd in onderdeel 1.3.1 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met 1.3.3 1.3.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het verstrekken van een gezondheidsverklaring t.b.v. het CBR, het bedrag zoals op die gezondheidsverklaring door het CBR is vermeld

Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen 1.4.1

1.4.2 1.4.3 1.4.4

1.4.5

1.4.6

1.4.7 1.4.8

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking Voor de toepassing van onderdeel 1.4.4 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van één of meer gegevens omtrent één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking In afwijking van de voorgaande onderdelen bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens met behulp van alternatieve media als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen per verstrekking In afwijking van de voorgaande onderdelen bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen per verstrekking Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van een bewijs van opneming in de gemeentelijke basisregistratie ten behoeve van één persoon Het tarief bedraagt voor het op verzoek doornemen van de basisadministratie, voor ieder daaraan besteed kwartier

Hoofdstuk 5 Verstrekkingen op grond van Algemene Verordening Gegevensbescherming Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het 1.5.1 verstrekken van gegevens op grond van de AVG: als het betreft het verstrekken van de in de artikelen 13 en 14 bedoelde informatie, en 1.5.1.1 het verstrekken van de communicatie en het treffen van de maatregelen bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 en artikel 34: wanneer verzoeken van een betrokkene zoals bedoeld in 1.5.1.1. kennelijk ongegrond 1.5.1.2 of buitensporig zijn bedragen de tarieven: 1.5.1.2.1 bij verstrekking op papier, indien het afschrift bestaat uit:

1.5.1.2.3 1.5.2

Wettelijk tarief Wettelijk tarief

CBR

Tarief

Opmerkingen

€ 7,50 #

Wettelijk tarief

€ 7,50 #

Wettelijk tarief

€ 22,65 #

Wettelijk tarief

€ 7,50 #

Wettelijk tarief

Voor de toepassing van dit hoofdstuk, met uitzondering van de onderdelen 1.4.3 en 1.4.4, wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van één of meer gegevens omtrent één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.

Hoofdstuk 5 Vervallen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken 1.5 van een inlichting betreffende de registratie van de aanvrager als kiezer bedoeld in artikel D4 van de Kieswet

1.5.1.2.2

€ 44,65 # € 34,10 #

€ 11,60 € 98,65

Tarief € 4,40

Tarief

Opmerkingen

gratis

voor één exemplaar

a) ten hoogste 100 pagina’s, per pagina

€ 0,50

b) meer dan 100 pagina’s

€ 50,00

bij verstrekking anders dan op papier dat bestaat uit een afschrift van een, vanwege de aard van de verwerking, moeilijk toegankelijke gegevensverwerking. Indien voor hetzelfde bericht op grond van de onderdelen onder 1.5.1.2 meerdere vergoedingen kunnen worden gevraagd, wordt slechts de hoogste gevraagd.

Pagina 2

Opmerkingen

€ 10,00 € 25,00

Hoofdstuk 6 Bestuursstukken Bestuursstukken zoals agenda’s, voorstellen, besluiten en besluitenlijsten van raad- en raadscommissies, begrotingen, jaarstukken en verordeningen zijn te raadplegen en (gratis) te downloaden van de internetpagina van de gemeenten Mook en Middelaar (www.mookenmiddelaar.nl). Het tarief bedraagt voor van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het 1.6.1 verstrekken van: fotokopieën of een (digitale) scan van begrotingen, jaarstukken (jaarrekeningen en 1.6.1.1 jaarverslagen), verordeningen, raads- en raadscommissiestukken (zoals agenda, voorstellen, besluiten en besluitenlijst) per pagina op papier van A4-formaat: een abonnement voor een kalenderjaar op de raadsagenda, raadsvoorstellen, 1.6.1.2 raadsbesluiten en raadsbesluitenlijst: een abonnement voor een kalenderjaar op de agenda, voorstellen en besluitenlijst van 1.6.1.3 de vergaderingen van één raadscommissie: Hoofdstuk 7 Vastgoedinformatie 1.7.1 1.7.1.1 1.7.1.1.1

1.7.2 1.7.2.1 1.7.2.2 1.7.2.3 1.7.2.4

1.7.2.5

1.7.3 1.7.3.1 1.7.3.2

Tarief

€ 0,50 € 117,90 € 32,30

Tarief

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het verstrekken van een fotokopie of een digitale scan van een plan, zoals bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, streekplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in onderdeel 1.7.2.2, structuurplan of stadsvernieuwingsplan: Het in 1.7.1.1 genoemde tarief wordt verhoogd met de kosten van te maken kopieën of digitale scans, per pagina: in formaat A4 zwart/wit

€ 0,50 € 1,00

in formaat A2 zwart/wit

€ 2,00

in formaat A1 zwart/wit

€ 4,00

in formaat A0 zwart/wit

€ 8,00

in formaat >A0 zwart/wit

€ 16,00

in formaat A4 kleur

€ 1,00

in formaat A3 kleur

€ 2,00

in formaat A2 kleur

€ 4,00

in formaat A1 kleur

€ 8,00

in formaat A0 kleur

€ 16,00

in formaat >A0 kleur Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit:

€ 32,00

€ 26,85

de legger bedoeld in artikel 27 van de Wegenwet een inschrijving in het rijksmonumentenregister die aan de gemeente verzonden is, als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet het gemeentelijk erfgoedregister, bedoeld in artikel 3.16 van de Erfgoedwet, per aangewezen cultureel erfgoed het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie, bedoeld in artikel 9, eerste lid onder a en b, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van kopieën van: het gemeentelijke adressenbestand of delen daarvan, per adres

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=d8c3995f-5297-406e-a0f6-ce4ef7d1d087