CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bijlage 5 Nota van Zienswijzen OBP Willeskop 77 en 77c

Raadsvergadering 12 februari 2024, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Willeskop 77 en 77c10.716 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Door het aanwijzen van de paddocks als dierenverblijf verandert hier de milieusituatie. Dit zal in de toelichting worden aangepast. De paddocks liggen op een afstand van meer dan 50 meter van omliggende geurgevoelige objecten.

We zijn het eens met reclamant dat de eigenaar van Willeskop 77c bepaalde regels heeft

10.

11.

gemeentelijke regels. Reclamant vindt het onbegrijpelijk dat hier gekozen wordt voor volledige legalisatie en zelfs veel meer wordt toegestaan. Tijdens de handhavingsprocedures heeft de eigenaar van Willeskop 77c veelvuldig ontkend dat hij handelde in paarden etc. Nu echter legalisatie onderzocht wordt, wil hij ‘opeens’ wel graag alle paardenactiviteiten ter plaatse kunnen doen. Hierbij wordt niet alleen de paardenhandel gelegaliseerd, hetgeen het onderwerp was dat in de uitspraak van 1 oktober 2020 genoemd staat. Nee, er wordt veel meer gelijk toegestaan: foken opfokbedrijven, hengstenhouderijen, paardenmelkerijen, africhtingsstallen, trainings- en sportstallen, handelsstallen, stalhouderijen en spermawinstations. Daarnaast wordt ook gebruiksgerichte paardenhouderij toegestaan. Deze wijze van handelen acht reclamant in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Door nu te legaliseren en veel meer toe te staan, wordt in strijd gehandeld met het rechtszekerheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en evenredigheidsbeginsel. Op grond van het rechtszekerheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel mochten omwonenden erop vertrouwen dat er handhavend opgetreden zou worden tegen het illegale gebruik en de illegale (bouw)werken. Burgemeester en wethouders hebben na de uitspraak van de Rechtbank van 1 oktober jl.

aan de externe adviseur opdracht gegeven de locatie Willeskop 77c qua gebruik en aanwezige (bouw)werken te legaliseren. De opdracht was simpel: legaliseren zodat we af zijn van het handhaven. Reclamant vraagt zich af hoe het College wil voorkomen dat er een manege ter plaatse ontstaat. De activiteiten die nu toegestaan worden, zijn vergelijkbaar met een manege. Hierop handhaven zal dus erg lastig zijn. In het ontwerpbestemmingsplan wordt dus een nieuw handhavingsprobleem gecreëerd.

overtreden. Laatstgenoemde heeft namelijk zonder omgevingsvergunning bouwwerken opgericht en hij handelt – ook naar onze mening – in elders gefokte paarden, hetgeen niet mag volgens het nu nog geldende bestemmingsplan. We moeten echter bij besluiten omtrent handhavend optreden als bevoegd gezag onderzoeken of er zicht is op legalisering van het strijdige gebruik. Op basis van een objectieve beoordeling komen we in dit geval inderdaad tot de conclusie dat er reden is om te legaliseren. Het had wel op de weg van de eigenaar van Willeskop 77c gelegen om voor deze activiteiten vooraf toestemming te vragen. We hebben met de eigenaar van Willeskop 77c een anterieure overeenkomst gesloten waarbij we de kosten van het bestemmingsplan en bijbehorende onderzoeken op hem verhalen. De gevolgen van het bestemmingsplan voor omwonenden zijn niet onevenredig zwaar; hun gebruiksmogelijkheden worden niet beperkt. Evenmin zijn er aan omwonenden toezeggingen gedaan die maken dat het vaststellen van dit bestemmingsplan in strijd is met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Dat is niet juist. We hebben opdracht gegeven voor een objectief advies op basis waarvan wij konden kiezen voor legalisering óf handhaving. Burgemeester en wethouders kiezen op basis van de inhoud van het advies voor legaliseren. Het is niet zo dat deze uitkomst al op voorhand vaststond. Het nieuwe bestemmingsplan staat alleen individueel lesgeven toe. Als er groepslessen worden gegeven, kan en zal hiertegen handhavend worden opgetreden. Dit zal ook opgenomen worden in de nieuwe kadernotitie voor de paardenhouderij welke in voorbereiding is. Het lesgeven richt zich op individuele training. Daarom wordt er 1 instructie per paardenbak toegestaan. Dit betekent dat wanneer een locatie over meerdere paardenbakken (buiten en/of binnen) beschikt er meerdere individuele lessen gegeven kunnen worden. Heeft een locatie slechts 1 paardenbak(buiten of binnen) dan mag er dus aan maar 1 ruiter lesgegeven worden. Om duidelijk te maken dat er maar 1 instructie tegelijk per paardenbak wordt toegestaan, zullen de

12. 13.

De eigenaar van Willeskop 77c woont nog altijd illegaal op het perceel. Reclamant weet dat de eigenaar van Willeskop 77c in de stallen en paddocks zeker 30 tot 35 paarden houdt. Alle mest en gier van de paarden wordt niet opgeslagen en op correcte wijze uitgereden. De gier wordt geloosd op de sloot.

planregels worden aangescherpt ten opzichte van het ontwerp. Dit is ons bij recente controles niet gebleken. We nemen kennis van deze opmerking, maar deze is niet direct relevant voor het bestemmingsplan. Er is bij controles niet gebleken van illegale lozing van gier vanaf het perceel Willeskop 77c of van het structureel overschrijden van het toegestane aantal paarden.

Conclusie beantwoording reactie 2 De zienswijze leidt tot aanpassing in de toelichting van het bestemmingsplan: • In paragraaf 2.1.2 stond dat dat er op Willeskop 77 13 paarden (inclusief pony’s en veulens) mogen worden gehouden. Deze informatie is niet juist. Op grond van een melding uit 2007 mogen 28 paarden en pony’s gehouden worden en ook 10 zoogkoeien. De informatie in de plantoelichting is gecorrigeerd. Dit heeft geen inhoudelijke gevolgen voor het bestemmingsplan. • In paragraaf 2.2.4 zijn extra toelichtingen opgenomen over welke bedrijfsactiviteiten op Willeskop 77c plaatsvinden en waarom de verschillende hippische voorzieningen nodig zijn voor de bedrijfsvoering. • Paragrafen 4.9 en 4.11 wordt aangepast in die zin dat de paddocks worden beschouwd als extra dierenverblijven waarvan moet worden beoordeeld of ze qua geurhinder inpasbaar zijn. De paddocks dienen op een afstand van ten minste 25 meter van omliggende woningen (bedrijfs- en/of burgerwoningen) te liggen. Aangezien dit het geval is, vormt het aspect geur geen belemmering. De zienswijze leidt tot aanpassing in de regels van het bestemmingsplan: • Planregel 3.5.5. wordt m.b.t. het individueel lesgeven aangescherpt om duidelijk te maken dat er per paardenbak maximaal 1 instructie tegelijk mag plaatsvinden. 3.

Wettelijk vooroverleg Het ontwerpbestemmingsplan is daarnaast op grond van artikel 3.1.1 Besluit op de ruimtelijke ordening op 1 april 2021 voor overleg toegestuurd aan: • Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden • Veiligheidsregio Utrecht • Provincie Utrecht • Rijkswaterstaat • Vitens We hebben vooroverlegreacties ontvangen van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, de Veiligheidsregio Utrecht en de Provincie Utrecht. Deze reacties worden hieronder samengevat en van een reactie voorzien. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden Inhoud deelreactie Beantwoording 1. Vanuit het watertoetsproces zijn hier geen We nemen hiervan kennis. opmerkingen op. Veiligheidsregio Utrecht Inhoud deelreactie 1. Na bestudering van het ontwerpbestemmingsplan en uit eigen onderzoek stel ik vast dat alle relevante zaken ten aanzien van externe veiligheid zijn meegenomen in het

Beantwoording We nemen hiervan kennis.

ontwerpbestemmingsplan. Binnen het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig waarvoor een verantwoordingsplicht geldt voor het groepsrisico. Daarnaast is de bereikbaarheid goed en zijn de aanwezige (en geplande) bluswatervoorzieningen voldoende. Ik zie dan ook geen aanleiding u te adviseren over het nemen van eventuele maatregelen. Provincie Utrecht Inhoud deelreactie 1. Het voorliggende bestemmingsplan geeft geen aanleiding een zienswijze in te dienen in het kader van het provinciaal belang zoals dat is opgenomen in de Omgevingsvisie provincie Utrecht en de Interim omgevingsverordening.

Beantwoording We nemen hiervan kennis.

Gelet op de reacties geeft het wettelijk vooroverleg geen aanleiding tot aanpassingen. 4. Ambtshalve wijzigingen • In het ontwerpbestemmingsplan was in artikel 3.4.11 van de planregels een regeling opgenomen om te voorzien in tijdelijke woonruimte voor bedrijfsopvolging bij agrarische bedrijven. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft deze bepaling uit het bestemmingsplan ‘1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012’ echter vernietigd in de uitspraak van 24 mei 2017 die ook betrekking had op Willeskop 77c. In het reparatieplan ‘Reparatie 1e herziening bestemmingsplan buitengebied 2012’ wordt de bepaling ingetrokken. De bepaling is ook geschrapt uit het bestemmingsplan voor Willeskop 77 en 77c. • In het ontwerpbestemmingsplan was de instructieregel voor agrarische bedrijven (artikel 8.1) uit de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht niet goed verwerkt. Ter voldoening aan deze instructieregel: o Is aan artikel 3.2.1 het voorschrift toegevoegd (sub h) dat er geen gebouwen mogen worden gerealiseerd voor het stallen van dieren in meer dan één bouwlaag; o Is de afwijkingsbevoegdheid geschrapt (artikel 3.4.5 uit het ontwerpbestemmingsplan) voor het splitsen van een agrarische bedrijfswoning met de aanduiding “cultuurhistorische waarden”.

De Interim Omgevingsverordening van de provincie geeft aan dat er per agrarisch bouwperceel maximaal één bedrijfswoning mag zijn; o Is de afwijkingsbevoegdheid geschrapt (artikel 3.6.4, sub e uit het ontwerpbestemmingsplan) voor het toestaan van nevenactiviteiten buiten het bouwvlak. • Er zijn daarnaast verduidelijkingen aangebracht in de plantoelichting: o In paragraaf 2.2.3 is duidelijker omschreven waarom er aangesloten moet worden bij de begripsomschrijvingen uit de VNG-richtlijn paardenhouderij in het omgevingsrecht. o In paragraaf 2.2.5 is duidelijker omschreven dat op Willeskop 77 enkel een productiegebonden paardenhouderij is toegestaan. o In paragraaf 3.3.5 is beschreven hoe het bestemmingsplan zich verhoudt tot de (concept) kadernotitie “Ruimtelijke kaders voor de hippische sector”; o In paragraaf 4.11 was in de tabel opgenomen dat ten aanzien van de richtafstand van een emissiepunt van een paardenhouderij ten aanzien van een geurgevoelig object, de afstand tussen de paardenhouderij en een burgerwoning 50 meter moet bedragen. Echter op basis van de gemeentelijke geurverordening (vastgesteld 10 oktober 2010) geldt voor burgerwoningen in het buitengebied een vaste afstand van 25 meter. Dit is in de tabel aangepast. De uitkomst van de onderzoeken veranderd hierdoor alleen voor de woning aan de Willeskop 138. Deze voldoet nu aan de richtafstand.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=4da449e6-1121-4010-9c20-3cef717a7b88