Toelichting bijlage 5 Nota van Zienswijzen OBP Willeskop 77 en 77c
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en vooroverleg Ontwerpbestemmingsplan “Willeskop 77 en 77c” met IMRO-nr. NL.IMRO.0335.BPWilleskop77en77cON01 1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Willeskop 77 en 77c” betreft een bestemmingsplanherziening voor: • Het toestaan van handel in niet ter plaatse gefokte paarden; • Het toestaan van activiteiten die aansluiten bij een gebruiksgerichte paardenhouderij (niet zijnde een manege) op Willeskop 77c; • Het legaliseren van bestaande bouwwerken voor de paardenhouderij op het perceel Willeskop 77c, die zijn opgericht buiten het bouwvlak; • De landschappelijke inpassing van de bovengenoemde (bouw)activiteiten. Het ontwerpbestemmingsplan, inclusief bijbehorende stukken, heeft ter inzage gelegen van 31 maart tot en met 11 mei 2021. Een ieder is in de gelegenheid gesteld om een zienswijze kenbaar te maken op het ontwerpbestemmingsplan. Binnen de gestelde termijn hebben twee partijen zienswijzen ingediend op het ontwerpbestemmingsplan: 1. Reclamant 1 (Willeskop 77), zienswijze per post ontvangen op 11 mei 2021 (zienswijze gedateerd 8 mei 2021); 2. Reclamant 2 (Willeskop 77a), zienswijze per post ontvangen op 11 mei 2021 (zienswijze gedateerd 8 mei 2021). Van reclamant 1 is ook een schrijven ontvangen op 22 april 2021 (gedateerd 19 april 2021). Gezien de inhoud van het schrijven hebben we dit eveneens als zienswijze aangemerkt.
Dit is namens burgemeester en wethouders bij brief van 27 mei 2021 schriftelijk bevestigd aan reclamant. In deze schriftelijke bevestiging is aan reclamant de gelegenheid geboden om uiterlijk op 10 juni 2021 te laten weten dat de brief d.d. 19 april 2021 niet als zienswijze is bedoeld. Er is van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. De zienswijzennota heeft daarom mede betrekking op de brief d.d. 19 april 2021. Reclamant 2 heeft zijn zienswijze aangevuld bij schrijven gedateerd 31 mei 2021 (per e-mail ontvangen). Het ontwerpbestemmingsplan is daarnaast op grond van artikel 3.1.1 Besluit op de ruimtelijke ordening op 1 april 2021 voor overleg toegestuurd aan: • Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden • Veiligheidsregio Utrecht • Provincie Utrecht • Rijkswaterstaat • Vitens We hebben vooroverlegreacties ontvangen van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, de Veiligheidsregio Utrecht en de Provincie Utrecht. In hoofdstuk 2 van deze Nota worden de zienswijzen samengevat en wordt (per deelreactie) aangegeven in hoeverre dit al dan niet heeft geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. Om te zorgen voor een volledige en overzichtelijke beantwoording hebben alle inhoudelijke punten in onderstaande tabel een eigen nummer gekregen.
Hierbij zijn per reclamant de zienswijzen met aanvullingen samengevoegd en is niet noodzakelijkerwijs dezelfde nummering gehanteerd als in de zienswijzen. In hoofdstuk 3 van deze Nota worden de vooroverlegreacties samengevat en voorzien van een reactie. Hoofdstuk 4 van deze nota beschrijft de ambtelijke wijzigingen die zijn aangebracht in het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerp.
2. Samenvatting zienswijzen Reclamant 1 Inhoud deelreactie 1 Waarom wordt er een postzegelplan voor twee percelen ontwikkeld en vindt er geen integrale herziening plaats van het uit 2012 daterende bestemmingsplan Buitengebied?
Beantwoording De Rechtbank heeft op 1 oktober 2020 een uitspraak gedaan over handhavingsverzoeken van reclamant met betrekking tot de activiteiten en bouwwerken op Willeskop 77c. De Rechtbank vraagt ons niet alleen te onderzoeken of er sprake is van een overtreding van het bestemmingsplan, maar ook om te beoordelen of we bij eventuele overtreding willen handhaven dan wel legaliseren. De uitspraak van de Rechtbank biedt dus de ruimte voor een heroverweging van de huidige planologische regeling. Voor deze heroverweging heeft de Rechtbank tot 1 april jl. de tijd gegeven. We hebben op basis van deze heroverweging uitvoerig onderzoek gedaan naar de legalisatiemogelijkheden. Aan de hand van deze uitkomsten is onderhavig ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Hiermee ontstaat er een basis voor legalisatie van verschillende activiteiten op het perceel Willeskop 77c. Door verruiming van de planregels ontstaat tevens ook een verruiming van de gebruiksmogelijkheden van de productiegerichte paardenhouderij op Willeskop 77.
2
De rechtszekerheid wordt aangetast doordat alles wordt gelegaliseerd wat in strijd met het vigerende bestemmingsplan is gerealiseerd en waartegen diverse colleges van burgemeester en wethouders niets hebben ondernomen. Wat houdt ‘handhaven van de regels’ dan nog in?
Er is gekozen voor een postzegelplan om te voldoen aan de door de Rechtbank gestelde termijn. Binnen deze termijn was een integrale herziening van het bestemmingsplan niet haalbaar. Dit doet niet af aan de zorgvuldigheid. In de afwegingen hebben we niet alleen gekeken naar de specifieke situatie ter plaatse, maar ook naar relevante richtlijnen en kaders op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau. Een bestemmingsplan is een juridisch bindend document voor de gemeente en haar inwoners. De gemeente is echter bevoegd om bestemmingsplannen te herzien. Dit kan zij bijvoorbeeld doen als er fouten in het bestemmingsplan moeten worden hersteld, om een gewenst ruimtelijk initiatief mogelijk te maken, of als het ruimtelijke beleid wijzigt. In een bestemmingsplan wordt het ruimtelijke beleid doorvertaald. Dit ruimtelijke beleid kan door de loop der jaren, het veranderen van inzichten en/of veranderingen op politiek niveau wijzigen. Een bestemmingsplan dat belanghebbenden volledige zekerheid biedt over hoe gronden in de toekomst worden
gebruikt is dan ook zowel juridisch als maatschappelijk onmogelijk. Bij het herzien of afwijken van bestemmingplannen gelden er procedurele regels en waarborgen. Zoals de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Een mogelijkheid die we hier ook bieden. De gemeente heeft gedurende vele jaren geprobeerd om handhavend op te treden tegen overtreding van het bestemmingsplan. We lopen tegen het probleem aan dat het huidige bestemmingsplan op onderdelen niet goed handhaafbaar blijkt en bovendien afwijkt van de Montfoortse beleidsregels en landelijke richtlijnen voor hippische activiteiten. De jarenlange handhavingsprocedures en de uitspraak van de Rechtbank van 1 oktober 2020 hebben ons aanleiding gegeven om ons te beraden op de te volgen koers; hierbij hebben we onafhankelijk advies ingewonnen. We komen o.a. tot de conclusie dat er uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onvoldoende argumenten zijn om handelsactiviteiten te blijven verbieden. Met het ontwerp bestemmingsplan wordt aangesloten bij de landelijke VNG-richtlijn ‘Paardenhouderij in het Omgevingsrecht’. Handelsstallen vallen binnen de landelijke VNG-richtlijn onder productiegerichte paardenhouderijen. De ruimtelijke impact van fokkerijen en andere paardenhouderijen is in essentie vergelijkbaar. Ze hebben dezelfde stal- en buitenruimte en trainingsfaciliteiten nodig.
Ook de milieukundige impact blijft gelijk, daar er voor paardenhouderijen in het algemeen geen geuremissiefactor is vastgesteld, maar wordt gewerkt met vaste richtafstanden. Alleen qua verkeersbewegingen is er enig verschil. Uit het mobiliteitsonderzoek dat is uitgevoerd voor dit ontwerpbestemmingsplan blijkt dat er verkeerskundig geen bezwaar is tegen het toestaan van de handelsactiviteiten op Willeskop 77c. We willen daarom handel in niet zelf gefokte paarden alsnog direct toestaan via herziening van het bestemmingsplan. Met dit nieuwe bestemmingsplan is een duidelijker toetsingskader geformuleerd dat past binnen een goede ruimtelijke ordening, de huidige (landelijke) richtlijnen en de wettelijke kaders. Het voornemen om de hippische voorzieningen buiten het bouwvlak te legaliseren was al geruime tijd kenbaar. De gemeenteraad heeft al op 26 oktober 2015 besloten om de op Willeskop 77c opgerichte paardenbak, longeercirkels en paddocks te legaliseren via het bestemmingsplan ‘1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012’. Door het
opnemen van een specifieke aanduiding werden deze voorzieningen (dus niet de overkapping) positief bestempeld. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit onderdeel van het bestemmingsplan echter vernietigd vanwege een te beperkte onderbouwing. De Afdeling heeft de gemeente opgedragen een nieuw besluit te nemen voor dit vernietigde plandeel.
3
Nu er nog een aantal geschillen en beroepszaken “onder de rechter zijn” en de vonnissen van invloed kunnen zijn op de bedrijfsvoering die op de percelen Willeskop 77 en 77c nu plaatsvindt, vinden wij het ter visie leggen van het voorliggende ontwerpbestemmingsplan meer dan prematuur. Sterker nog, geschillen die nu bij de rechter voorliggen hebben betrekking op de weigerachtigheid van het college van burgemeester en wethouders om bij strijdige situaties met het vigerende bestemmingsplan feitelijk te handhaven.
In het (ontwerp)bestemmingsplan wordt het legaliseren van de buiten het bouwvlak opgerichte bouwwerken alsnog van een inhoudelijke ruimtelijke onderbouwing voorzien. Hiervoor hebben we o.a. een onafhankelijk advies ingewonnen bij MTD landschapsarchitecten. De uitspraak van de Rechtbank van 1 oktober 2020 biedt ruimte voor een heroverweging van de huidige planologische regeling. Voor deze heroverweging heeft de Rechtbank tot 1 april jl. de tijd gegeven. We hebben na de uitspraak van de Rechtbank uitvoerig onderzoek laten doen om een goed onderbouwd besluit te kunnen nemen. Hiervoor hebben we het bureau Mount advies in de arm genomen. Dit bureau is deskundig op het gebied van ruimtelijke ordening en paardenhouderij. Er kan reden zijn om af te zien van handhaving als er concreet zicht op legalisatie bestaat. Voor concreet zicht op legalisatie is volgens jurisprudentie vereist dat er een ontwerp bestemmingplan ter inzage is gelegd waarin de situatie wordt gelegaliseerd. Uit het onderzoek blijkt dat zowel de handelsactiviteiten als de opgerichte bouwwerken planologisch aanvaardbaar zijn. We hebben besloten dit vast te leggen in een ontwerp bestemmingsplan. Hiermee ontstaat er een basis voor legalisatie.
4.
De bedrijfsvoering van reclamant wordt ernstig geschaad. Het terugdringen van het maximaal toegestane aantal paarden kost reclamant geld.
We hebben het ontwerpbestemmingsplan vóór 1 april jl. ter visie gelegd. Hiermee hebben we niet prematuur gehandeld, maar juist voldaan aan de door de rechter gestelde termijn. De gebruiksmogelijkheden van het perceel van reclamant worden met het nieuwe bestemmingsplan niet beperkt. Er wordt zelfs een ruimere bedrijfsvoering mogelijk. Met het ontwerp bestemmingsplan wordt ook op Willeskop 77 handel in niet ter plaatse gefokte paarden mogelijk. We hebben de advocate van reclamant schriftelijk aangeboden om voorstellen te doen voor een passende planologische regeling voor
haar cliënt. Hierop hebben we geen reactie mogen ontvangen.
5.
Met dit bestemmingsplan werkt de gemeente mee aan malafide paardenhandel. De eigenaar van Willeskop 77c is formeel veroordeeld voor het ontbreken van geldige papieren bij verhandelde paarden en het eigenhandig maken van valse papieren voor anders onverkoopbare paarden. Wel eens nagedacht hoeveel geld in deze handel omgaat en dat in den lande bij paardenhandel ondermijning al vaak is aangetoond?
6
Het komt ons voor dat de legalisatie van deze grootschalige paardenhandel op een betrekkelijk klein perceel, ingeklemd tussen twee bestaande bedrijven geen goed besluit is.
7.
Paardenhandel op Willeskop 77c is verkeerskundig niet verantwoord. Het aantal verkeersbewegingen rond grote paardenhandelsbedrijven is in vergelijking met een fokkerij enorm. Dat komt door constante aan- en afvoer van paarden, het bezoek van kopers, afvoer van mest en het brengen van voer etc. De doorloopsnelheid is vaak erg hoog. Vaak worden er in een paar dagen meer dan 40 paarden gebracht en ook weer afzonderlijk afgevoerd. Dit aan- en afrijden naar het perceel Willleskop 77c levert elke dag verkeersgevaarlijke situaties op, die niet zelden tot echte aanrijdingen leiden. De percelen Willeskop 77 en Willleskop 77c liggen veel lager dan het talud van de Provinciale weg en bovendien in een onoverzichtelijke bocht. Het in- en uitvoegen op de Provincialeweg is risicovol en dient in principe zo min mogelijk plaats te vinden. De provincie zal
Het bestemmingsplan heeft geen gevolgen voor het aantal paarden dat reclamant mag houden. Het aantal paarden is geregeld in de melding Activiteitenbesluit die reclamant in 2007 heeft gedaan. Volgens deze melding ma reclamant 28 paarden/pony’s houden. Dit verandert niet door het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan gaat het om de vraag welke gebruiksfuncties en welke bebouwing op de locatie planologisch aanvaardbaar zijn. We moeten hierbij een objectieve en zuiver planologische afweging maken; het gaat dus niet om een beoordeling van de handel en wandel van een individuele eigenaar. Artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht schrijft voor dat een bestuursorgaan zijn taak vervult zonder vooringenomenheid. De eigenaar van Willeskop 77c zal voor het legaliseren van de bouwwerken naast een bestemmingsplanherziening ook een omgevingsvergunning nodig hebben. In het kader van een vergunningaanvraag kan de gemeente een advies vragen bij het Landelijk Bureau BIBOB. Die mogelijkheid bestaat niet bij een bestemmingsplan omdat een bestemmingsplan een besluit is van algemene strekking. Er is naar onze mening, en ook volgens de landelijke VNG-richtlijnen, geen goede reden om handelsstallen te (blijven) verbieden, daar waar productiegerichte paardenhouderijen zijn toegestaan.
In het ontwerpbestemmingsplan is onderbouwd dat er geen planologische relevante bezwaren zijn tegen het legaliseren van de handelsactiviteiten. Het mobiliteitsonderzoek gaat uit van een worst case scenario met een omloopsnelheid van 1 maand per paard. Met 27 boxen zijn dat ca. 6 à 7 paarden per week. In de berekeningen is uitgegaan van 7 paarden per week. Op basis van de kennis en ervaring van onze adviseur Mount advies is dat een (erg) hoge inschatting. Een gemiddelde van 2,8 paarden per week ligt eerder in de lijn der verwachting. Er is ook in het berekende worst case scenario nog sprake van een aanvaardbare verkeersbelasting. Een extra ontsluiting is inderdaad niet aan de orde, maar is volgens het mobiliteitsonderzoek ook niet nodig. Wij verwijzen voor het overige naar het mobiliteitsonderzoek en naar het antwoord op onderdeel 5 van de zienswijze van reclamant 2.
8.
dan ook niet instemmen met een extra ontsluiting op de Provinciale weg en het toestaan van verzwaard gebruik van de ene bestaande in en uitrit, die op Willeskop 77 ligt, is niet te verwachten. In dit kader merken wij nog op dat er ten aanzien van het gebruik van de uitrit notarieel een zakelijk recht is gevestigd op basis waarvan slechts zeer beperkt voor het hobbymatig houden van paarden van het uitpad gebruik mag worden gemaakt. Voor het hobbymatig houden van paarden zou dat maximaal 2 tot 5 x per dag mogen zijn maar de praktijk wijst uit dat door de illegale paardenhandel 14x tot 25x per dag of zelfs meer geen uitzondering is. Grote vrachtwagens met paarden evenals het veelvuldig met auto en paardentrailers af- en aanrijden door potentiële kopers of eigenaren die hun paarden op het perceel clandestien in pension hebben, zijn niet toegestaan. Dit in strijd handelen met het bovengenoemd zakelijk recht heeft al tot een aantal civielrechtelijke geschillen geleid waarbij de eigenaar van Willeskop 77c telkenmale veroordeeld is tot het betalen van een boete en zijn dwangsommen opgelegd. Bij inwerkingtreding van het ontwerpbestemmingsplan wordt de illegale paardenhandel gelegaliseerd. Dat betekent dat nog verdere toename van gevaarlijke verkeersbewegingen niet denkbeeldig maar werkelijkheid wordt.
De eigenaar van Willeskop 77c heeft het deel van het bouwblok, dat feitelijk planologisch bij Willeskop 77 hoort, bebouwd met opstallen zonder dat daarvoor een bouwvergunning is aangevraagd. Dat deel van het bouwblok dat niet bebouwd wordt, wordt ook verhard met tegels, het zelfde geldt voor het deel van het perceel dat tot voor kort grasland was. Voor deze versteningen zijn geen aanlegvergunningen aangevraagd of afgegeven. Verstening in het buitengebied staat haaks op het gemeentelijk beleid. Verstening is ook gelijk aan het substantieel verminderen van het dierenwelzijn. Paarden horen in de weide te lopen en niet op tegels. De mest kan niet in de grond trekken maar loopt na een regenbui regelrecht de sloot in waardoor het oppervlaktewater wordt verontreinigd en de flora en fauna worden bedreigd. Ook alle drainagebuizen van het terrein komen rechtsreeks op de sloten uit. De mest loopt door de drainagebuizen de sloot in. Hierover ontstaan geregeld discussies met het Waterschap en de ODRU.
Het is binnen de geldende bestemming ‘Agrarisch-Rivierzone’ niet verboden om verharding aan te brengen. Wel merken we op dat het ontwerpbestemmingsplan ‘Willeskop 77 en 77c’ een landschappelijk inpassingsplan bevat voor de hippische bouwwerken. In de planvoorschriften is de verplichting opgenomen om binnen 1 jaar na vaststelling van dit bestemmingsplan de landschappelijke inpassing te realiseren. Het gebruiken en (doen) laten gebruiken van Willeskop 77c conform het nieuwe bestemmingsplan is alleen toegestaan wanneer de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in het inpassingsplan, blijvend in stand wordt gehouden. Dit betekent dat het ontwerpbestemmingsplan – anders dan het huidige bestemmingsplan – een handvat biedt om eventuele verstening tegen te gaan. Door een klein stuk van de weilanden in te richten als paddock worden de weilanden in de natte maanden gespaard. Paarden lopen de natte weilanden in deze maanden helemaal kapot. Dat is niet goed voor de weilanden, maar zeker ook niet goed voor de paarden. Om te voorkomen dat paarden in modderige
9.
De ODRU heeft niet aangetoond professioneel te kunnen controleren en te rapporteren waar het gaat om illegaal bouwen, illegaal bewonen van een stal, illegaal verstenen van het bouwblok en het weiland. Illegale lozing van gier op het oppervlakte water is blijkbaar ook niet waarneembaar voor de ODRU. Het bevreemdt ons dat onderzoeken van de ODRU commerciële paardenhandel niet hebben aangetoond. Op internet worden door de eigenaar van Willeskop 77c, zijn vriendin en medehandelaren die ook op Willeskop 77c werken, dagelijks paarden te koop aangeboden. Paarden die wij aangevoerd zien worden en wij met eigen ogen verkocht zien worden op het perceel Willeskop 77c. Tegenover de rechter heeft de eigenaar van Willeskop 77c letterlijk verklaard dat hij een grote paardenhandelaar is. Dat klopt wanneer je per week meerdere grote transporten aangeleverd krijgt met soms meer dan 40 paarden en een groot deel daarvan weer
weilanden staan worden de paddocks voorzien van een speciale bodem met geel zand. Deze bodem is beter waterdoorlatend en daardoor beter voor de paarden. Wanneer paarden langdurig in de modder staan kan dit infecties aan hoeven en benen veroorzaken (zoals bijvoorbeeld mok). Daarnaast kunnen jonge paarden en veulens bij langdurig in de modder staan afwijkingen in de beenstand ontwikkelen doordat zij geen harde ondergrond hebben waardoor pezen en botten sterker worden. Door het realiseren van paddocks worden de weilanden ‘gespaard’. In de zomer is er hierdoor de mogelijkheid om het eigen weiland te hooien. Wanneer paarden het hele jaar rond op de wei lopen is dit niet mogelijk. Daarnaast wordt deze voorziening ook gebruikt om het voermanagement van paarden beter te regulieren. Wanneer paarden hele dagen op de weide staan is er onbeperkt voer (gras). Dit is niet altijd positief voor een paard en kan tot vervelende ziektes leiden met dodelijke afloop zoals spierbevangenheid en hoefbevangenheid. Ook zijn er paarden die kampen met overgewicht. Door de paarden dan slechts enkele uren in de weide te zetten en daarna in de vrije uitloop te plaatsen wordt voorkomen dat er te veel gras gegeten wordt. Op een paddock kan het voerrantsoen aangepast worden door andere vormen van ruwvoer bij te voeren.
Door deze voorzieningen wordt dus voorkomen dat paarden maar enkele uren op de wei staan en vervolgens de rest van 18 de dag in de stal moeten staan. Voor het paardenwelzijn is het belangrijk dat paarden zoveel mogelijk vrij kunnen bewegen. Het staat buiten kijf dat er sprake is van illegaal bouwen buiten het bouwvlak. De eigenaar van Willeskop 77c zal voor het legaliseren van de bouwwerken dan ook na inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning moeten aanvragen. Zoals bij punt 2 is aangegeven heeft de gemeenteraad al eerder besloten om deze voorzieningen (met uitzondering van de overkapping) te legaliseren. Er is bij controles niet gebleken van illegale lozing van gier of illegale verstening. De ODRU heeft illegale bewoning in het verleden wel aangetoond en daar is ook handhavend tegen opgetreden. Bij besluit van 9 augustus 2019 is de eigenaar van Willeskop 77c gelast de woonvoorzieningen te verwijderen. Bij controle op 20 februari 2020 is geconstateerd dat de woonvoorzieningen zijn ontmanteld. Hiermee is deze overtreding ongedaan gemaakt. Ook bij latere hercontrole
die zelfde week weet te verhandelen. Deze transporten naar Willleskop 77c en het uitladen daarvan kunnen wij u desgewenst met fotomateriaal aan tonen. In de bijlage met foto’s ziet u een willekeurige kleine selectie hiervan. Hoe kan het dan dat de ODRU dat niet aan kan tonen?
op 26 februari 2021 is geen bewoning geconstateerd. Handelsactiviteiten die in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan hebben we inderdaad naar het oordeel van de rechter niet afdoende kunnen bewijzen. Dit ondanks veel inzet van ambtelijke capaciteit en vele aanwijzingen dat hiervan sprake is. Probleem is dat zelfs met uitgebreide paspoortcontrole niet met 100% zekerheid is vast te stellen wie de eigenaar van een paard is, wie de fokker is en waar het veulen geboren is. Ieder paard moet verplicht zijn voorzien van een chip met chipnummer en uniek levensnummer waaraan ook een paspoort zit gekoppeld. Het paspoort is echter geen eigendomsbewijs. Het is daarom ook lastig om aan te tonen wie de eigenaar van een paard is. Er verandert wel iets met de invoering van de I&R plicht voor paardachtigen per 21 april 2021. Er wordt een database opgesteld bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) waarin alle paardachtigen ouder dan 6 maanden in geregistreerd komen te staan. Elk paard moet binnen twaalf maanden na de geboorte met uitzondering van wilde paarden in het systeem worden gezet. Van elk paard moeten de volgende gegevens worden doorgegeven in het systeem: • Chipnummer en –type • Paspoortnummer • Geslacht • Geboortedatum en –land • Datum uitgifte paspoort en uitgevende instantie. Hierbij moet de verblijfplaats en de paardenhouder gemeld worden.
Let wel de paardenhouder is niet altijd de eigenaar, maar de beheerder van de stal waar het paard gestald staat en die dus de dagelijkse verantwoording heeft voor de verzorging van te paard. De registratieplicht geld voor zowel hobbymatige als bedrijfsmatige paardenhouders. Wanneer de paardenhouder ook de eigenaar is, wordt dit zichtbaar in de database. Wanneer de paardenhouder niet de eigenaar is blijft het dus nog steeds lastig om te controleren wie de eigenaar is van het paard. Wanneer het paspoort afgegeven wordt door een paard met stamboek wordt de fokker en eigenaar vermeld in het paspoort. Bij paarden zonder stamboek of bij paarden waarvan de afstammeling onbekend is, is dit echter niet (altijd) het geval. Ook voor paarden die uit het buitenland komen en waarvoor een nieuw paspoort is aangevraagd ontbreken deze gegevens en zijn niet verplicht om vermeld te worden in het paspoort. In de meeste gevallen
wordt wel het land van herkomst opgenomen. Het is daarom niet altijd te achterhalen wie de fokker is door het lezen van het paspoort. Daarnaast is het zo dat bij het verkopen van een paard het paspoort meegegeven wordt aan de nieuwe eigenaar. De nieuwe eigenaar kan dan het paspoort op zijn/ haar naam laten zetten. Hier zitten kosten aan verbonden. Daarom komt het in de praktijk zeer vaak voor dat in het paspoort alleen de naam van de fokker en de eerste eigenaar (die ervoor gezorgd heeft dat het paard een paspoort krijgt) is opgenomen ook al is het paard (meerder) keren van eigenaar veranderd. Alleen van eigen gefokte paarden die ingeschreven zijn bij een stamboek kan dus op basis van het paspoort gecontroleerd worden of deze ook door de eigenaar van de stal gefokt zijn. Daarbij dient aangegeven te worden dat in het paspoort het woonadres van de fokker/ eigenaar vermeld staat. Dit adres kan dus afwijken van het adres waar het veulen ook daadwerkelijk geboren is.
10.
11.
Wij vragen ons af of de eigenaar van Willeskop 77c een geldige omgevingsvergunning heeft en aan alle bouw- en milieueisen voldoet. Wij zouden graag vernemen wanneer hij die dan heeft gekregen. Of bent u voornemens die in alle legaliseringsactiviteiten mee te nemen?
Er ligt al een rijbak op het bouwblok Willeskop 77, een tweede is niet toegestaan.
Een waterdicht bewijs van overtreding van het bestemmingsplan zal dus uitermate lastig, zo niet onmogelijk blijven. De eigenaar van Willeskop 77c heeft voor zijn bedrijfsactiviteiten in 2007 een melding Activiteitenbesluit ingediend en deze is akkoord bevonden. Hij heeft daarentegen géén geldige omgevingsvergunning voor de bouw van hippische voorzieningen buiten het bouwvlak. Deze zal hij alsnog moeten aanvragen na inwerkingtreding van het bestemmingsplan Willeskop 77 en 77c. Er blijkt noch uit het geldende bestemmingsplan, noch uit de Beleidsnotitie Hippische Sector 2012, dat er maar één bedrijfsmatige paardenbak per bouwvlak kan worden toegestaan. Deze paardenbak ligt op eigendom van reclamant en niet op grondgebied van Willeskop 77c. Gelet op de verstandhouding tussen reclamant en eigenaar van Willeskop 77c achten wij het niet voorstelbaar dat de functie van deze bak gedeeld wordt. De noodzaak van deze tweede bak is uitgewerkt in de toelichting van het bestemmingsplan. Ook als er zou worden uitgegaan van een fokkerij met uitsluitend eigen gefokte paarden op Willeskop 77c, dan is een buitenbak voorstelbaar, zoals de gemeenteraad ook al eerder heeft besloten bij de vaststelling van het bestemmingsplan ‘1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012’.
12.
Drainagepijpen op het perceel Willeskop 77c liggen niet diep genoeg. Ze zijn om die reden vergunningsplichtig. Buiten het feit dat de drainagepijpen het gier regelrecht de sloot in laten lopen aan beide kanten.
13
Bouwblok en vergunningen staan op naam van reclamant. Reclamant had altijd de intentie om zijn bedrijf te versterken, niet om te verminderen in aantallen.
14.
Reclamant heeft zelfs geen zondagsrust. Aan en af rijden auto's, trailers, paarden gestamp. Kopers, kijkers, pension klanten, mede compagnons, mede handelaren. Toeterende auto's van de provinciale weg i.v.m. vreemde/ nieuwe kijkers, kopers naar beneden/boven rijden in de gevaarlijke bocht. Stof blazen, grasmaaien, buiten verlichting op grasland. Wanneer komt die zondagsrust terug en stoppen die illegale praktijken en activiteiten? Wij hebben hoog drachtige fokmerries, die hebben geen insleep van ziekte of onrust nodig van nieuwe paarden aangevoerd bij Willeskop 77c en bij elkaar gegooid, of paarden die door omheining/sloot breken. Onze paarden behoren in een rustige omgeving zonder angst te leven, zoals iedere volwaardige productiegerichte paardenfokkerij. Maar dat gaat dus niet.
15.
Bij controles van de ODRU (naar aanleiding van klachten van reclamant) op Willeskop 77c is niet geconstateerd dat er sprake is van het lozen van gier. Dit onderdeel van de zienswijze valt overigens buiten het bereik van de bestemmingsplanprocedure . Het bestemmingsplan heeft geen gevolgen voor het aantal dieren dat reclamant mag houden op basis van zijn milieumelding. De openingsdagen van een bedrijf worden niet in een bestemmingsplan geregeld. Het bestemmingsplan sluit twee bedrijven binnen het bouwblok niet uit. De genoemde activiteiten horen bij een bedrijfsmatige paardenhouderij. Wij vinden het conflict tussen reclamant en zijn buurman spijtig, maar we kunnen dit als overheid niet oplossen.
Op beide locaties worden paarden gefokt. Risico’s van het invoeren van nieuwe paarden zijn er altijd bij hoogdrachtige merries. Echter alleen wanneer paarden in contact met elkaar komen of binnen eenzelfde stalgebouw staan met geen juiste luchtventilatie. De paarden van reclamant en eigenaar kunnen niet met elkaar in contact komen, de sloot waar reclamant eerder naar verwees is een natuurlijke barrière. Er zijn geen onderzoeken bekend waaruit blijkt dat paarden die in de buitenlucht staan en niet met elkaar in contact komen toch ziektes kunnen overdragen. Hoe bedrijven omgaan met hun paarden gaat over bedrijfsmanagement. Dit bedrijfsmanagementvraagstuk valt buiten het bestemmingsplan.
Conclusie beantwoording reactie 1 De reactie leidt niet tot aanpassingen. Reclamant 2 Inhoud deelreactie 1. Het plan is in strijd met een goede ruimtelijke ordening om meerdere redenen: a. Er wordt een veel te ruim gebruik aan paardenactiviteiten toegestaan, zonder dat onderzocht is en bekend is of dit noodzakelijk en gewenst is. Ook is niet onderzocht wat hiervan de impact is t.a.v. onderhavige situatie en voor het hele
Beantwoording a. De ruimtelijke impact voor de locatie is zorgvuldig onderzocht en onderbouwd in de plantoelichting. Een eventuele precedentwerking is niet ongewenst. Het vigerende bestemmingsplan voor het buitengebied bevat een aantal onnodige restricties voor paardenhouderijen. We hebben dan ook het voornemen om via
buitengebied van de gemeente. De verruiming die immers in dit plan wordt toegestaan, zal ook in de rest van het buitengebied toegestaan moeten worden. Willeskop 77/77c is geen unieke situatie uitsluitend waarvoor onderhavige verruiming nodig zou zijn. Precedentwerking is direct aan de orde. Onder het vigerende bestemmingsplan is alleen paardenfokkerij – met beperkte nevenfuncties –toegestaan en in het ontwerpplan wordt alles toegestaan met paarden, behalve manegeactiviteiten. Daarnaast wordt ook gebruiksgerichte paardenhouderij toegestaan. Een handelsstal genereert veel meer activiteiten dan een fokkerij. Er wordt in het ontwerpbestemmingsplan enkel een vergelijking gemaakt tussen een fokkerij en een handelsbedrijf. Echter, de bestemming wordt hier niet zodanig begrensd en is veel ruimer: naast een handelsbedrijf wordt in het ontwerpplan toegestaan: a. fok- en opfokbedrijven b. hengstenhouderijen; c. paardenmelkerijen; d. africhtingsstallen; e. trainings- en sportstallen; f. handelsstallen; g. stalhouderijen; i. en spermawinstations. En ook gebruiksgerichte paardenhouderij wordt nu toegestaan op grond van artikel 3.1 onder h nu voor het perceel de specifieke aanduiding ‘paardenhouderij’ is opgenomen. Hierdoor wordt toegestaan: het rijden c.q. mennen met paarden, pony’s en of veulens primair gericht is op de ruiter/amazone/menner (zie de definitie in artikel 1.35).
Ook paarden van derden kunnen hiervoor naar het perceel komen. Verder is het vreemd dat van manegeactiviteiten wel wordt gesteld dat de ruimtelijke impact te groot is en ongewenst is, maar alle bovenstaande activiteiten bij elkaar (nagenoeg) gelijk zijn aan manegeactiviteiten. De eigenaar van Willeskop 77c kan binnen de
een toekomstige algemene bestemmingsplanherziening de begripsomschrijvingen ten aanzien van de paardenhouderij over te nemen uit de VNGrichtlijn “Paardenhouderij in het Omgevingsrecht” zoals we ook doen bij dit bestemmingsplan. De begripsomschrijvingen worden daarnaast aangevuld met toelichting uit de VNG-richtlijn zodat het heel duidelijk toetsbaar en controleerbaar wordt wat er binnen een productiegerichte paardenhouderij, gebruiksgerichte paardenhouderij en een manege valt. Op deze manier willen we in de rest van het buitengebied van de gemeente Montfoort hetzelfde mogelijk maken als we nu in dit bestemmingsplan hebben geformuleerd. Door het volgen van de VNG-richtlijn ontstaat een eenduidige regeling die toetsbaar en handhaafbaar is. Maneges staan we niet toe binnen een agrarische bestemming. In het vigerende bestemmingsplan hebben de maneges binnen Montfoort de bestemming ‘Sport’. We zijn het niet eens met de stelling dat er met het nieuwe bestemmingsplan feitelijk een manege kan worden geëxploiteerd. Paardrijden in groepsverband en andere manegeactiviteiten blijven op deze locatie verboden. b. Zoals gezegd sluiten de definities aan op de VNG-richtlijn “Paardenhouderij in het Omgevingsrecht”. Bedrijfsmatige paardenhouderijen (niet zijnde maneges) passen in een agrarische bestemming. c.
Gezien de omvang van de paardenhouderijen op Willeskop 77 en 77c kan worden gesproken van een kleinschalige ontwikkeling. Zeker ook in vergelijking met het bedrijf van reclamant. In het ontwerpbestemmingsplan is onderbouwd dat de ontwikkeling van een paardenbedrijf op de locatie Willeskop 77c in de ontwikkelingsgeschiedenis van
nu beoogde bestemming alles doen met en rond paarden en feitelijk een manege en meer ter plaatse exploiteren. b. Ook is de gekozen definiëring onlogisch. Onder de agrarische bestemming “Agrarisch – Rivierzone” wordt nu een heel pakket aan functies en activiteiten gebracht als hoofdfuncties die geen agrarische activiteiten zijn en ook een andere ruimtelijke impact hebben. Sport, training, pension en handel zijn geen agrarische activiteiten en dienen onder een bestemming sport, recreatie en/of bedrijf gebracht te worden met alle daarbij behorende voorschriften. Verder vallen onder de productiegerichte paardenhouderij ook vele gebruiksgerichte handelingen. c. De ruimtelijke impact van de vergaande verruiming zal aanzienlijk zijn. De verrommeling van het perceel Willeskop 77c is groot, evenals de overlast van geur, stof, geluid, licht en verkeer, en is aanzienlijk meer dan onder de huidige bestemming. In dit ontwerp wordt de impact op twee manieren ten onrechte gebagatelliseerd: 1. Door te stellen dat een handelsbedrijf een niet veel grotere impact heeft dan een fokkerij; 2. Door hier te wijzen op het feit dat het bouwvlak niet vergroot wordt en het aantal te houden paarden en pony’s beperkt is en niet uitgebreid kan worden o.g.v. de huidige milieuregelgeving. Op het eerste oneigenlijke argument is hiervoor al ingegaan. Het twee argument is feitelijk en juridisch onjuist.
De gestelde begrenzing door de milieuregelgeving wordt onterecht aangevoerd. In het ontwerpbestemmingsplan dient het kader van de ruimtelijke ordening op zichzelf geregeld te worden en daarbij kan niet gesteld worden dat via andere wetgeving de ruimtelijke impact wel afgegrensd wordt. Dit te meer
de Willeskop (zie landschappelijk inpassingsplan opgesteld door MTD landschapsarchitecten) en beleidskaders passend is qua functie en ruimtegebruik. Er is wel een landschappelijke inpassing nodig van de hippische bouwwerken. De vereiste inpassingsmaatregelen zijn beschreven in het landschappelijk inpassingsplan. De uitvoering van deze maatregelen is gewaarborgd in de planregels. In het (ontwerp)bestemmingsplan wordt geconstateerd dat de paardenhouderij aan de Willeskop 77c gelet op de Wet milieubeheer en het activiteitenbesluit ‘op slot’ zit en niet verder kan uitbreiden in dieraantallen. Dit wordt niet als argument gebruikt om mee te werken aan deze planologische regeling, maar alleen om het doel van de regeling te verduidelijken: het gaat om het legaliseren van een feitelijk bestaande situatie en niet om een uitbreiding hiervan. De verschillende hippische bedrijven die volgens de VNGrichtlijn onder een productiegerichte paardenhouderij vallen, hebben een zelfde uitstraling, beschikken over de zelfde hippische voorzieningen en de milieubelasting is identiek. Omdat het bedrijf op Willeskop 77c milieutechnisch gezien op slot zit is het niet mogelijk om het aantal dieren wat binnen het bouwblok wordt gehouden uit te breiden.
De bedrijfsactiviteiten die vallen onder een productiegerichte paardenhouderij zijn gelijkwaardig te noemen: er worden paarden gehouden, getraind en opgeleid al dan niet met het oog op verkoop of het verbeteren van de prestaties van het paard. Een manege heeft hele andere activiteiten zoals meerdere groepslessen per dag, horecagelegenheid, organiseren van wedstrijden en evenementen en ponykampen. Deze
nu die regelgeving kan veranderen. In het ontwerp wordt wel degelijk een uitbreiding met ruimtelijke impact toegestaan: 1. Er wordt buiten het bouwvlak op een aanzienlijk perceelsgedeelte bebouwing toegestaan. 2. Artikel 3.4.1 van de planregels geeft het college de bevoegdheid om het bouwvlak met 10% te vergroten. 3. Er worden bij een paardenbak maximaal 6 lichtmasten toegestaan van maximaal 4 m hoog. Dit zal een aanzienlijke lichtvervuiling opleveren nu deze lichtmasten van 7.00 uur tot 22.00 uur de paardenbak mogen verlichten. 4. De genoemde aantallen dieren beperken de activiteiten ter plaatse geenszins. De genoemde dieraantallen zien alleen op de dieren die gehouden worden binnen de inrichtingen, dus in de stallen. De dieren die in de achtergelegen weilanden gehouden worden, tellen hierbij niet mee. De eigenaar van Willeskop 77c voert met grote regelmaat paarden en pony’s aan die dan in het weiland en de paddocks geplaatst worden. Hij houdt regelmatig meer paarden en pony’s dan de toegestane 27 paarden en pony’s. Ook kunnen paarden van derden ter plaatse komen voor de gebruiksactiviteiten die toegestaan gaan worden. Zo kan een menner met eigen paard en menwagen ter plaatse komen. Een en ander betekent dat er meer drukte en overlast is en er veel meer verkeersbewegingen
activiteiten zijn niet wenselijk op de locatie Willeskop 77 en 77c. Daarom is een manege uitgesloten. De regeling om het bouwvlak te vergroten is een standaard regeling uit het vigerende bestemmingsplan die voor ieder bedrijf geldt binnen de bestemmingen Agrarisch en Agrarisch – Rivierzone (artikel 3.4.1 en 4.4.1 uit vigerend bestemmingsplan). Dit is algemeen ruimtelijk beleid van de gemeente. Een uitbreiding is mogelijk door middel van het aanvragen van een omgevingsvergunning. Deze wordt verleend wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan. Er is ten aanzien van onderhavig plan geen verzoek ingediend om gebruik te maken van deze afwijkingsmogelijkheid. In het vigerende bestemmingsplan is een specifieke gebruiksregel (artikelen 3.5.2 en 4.5) opgenomen voor het toestaan van verlichting bij paardenbakken. Deze regeling is overgenomen in het ontwerpbestemmingsplan en betreft dus bestaand beleid. Ten aanzien van het verkeer is een mobiliteitsonderzoek uitgevoerd, hierin wordt geconcludeerd dat de toename van het verkeer goed af te wikkelen is. De milieuwetgeving in Nederland is zo ingestoken dat voor het houden van paarden meestal kan worden volstaan met een milieumelding in het kader van het activiteiten besluit. Vanaf 50 paarden is een milieumelding incl. OBM nodig, vanaf 100 paarden is een milieuvergunning met OBM en Vormvrije MER noodzakelijk.
Onder de 50 paarden wordt volstaan met een milieumelding. Deze geldt voor de locaties Willeskop 77 en 77c. Beide locaties beschikken over een milieumelding. Een milieumelding richt zich enkel op het houden van dieren binnen de inrichting. De inrichting van een bedrijf wordt op basis van artikel
zullen zijn dan de gestelde wel meevallende verkeersbewegingen die in het ontwerpbestemmingsplan worden verondersteld.
2.
3.
Er wordt gesteld dat op Willeskop 77c 27 paarden en pony’s gehouden mogen worden en 10 schapen en 10 kippen. En op het perceel Willeskop 77 zou sprake zijn van een kleinschalige meer hobbymatige paardenhouderij waar slechts 13 paarden en pony’s gehouden mogen worden. Dit is onjuist: op het perceel Willeskop 77 mogen minimaal 28 paarden en pony’s gehouden worden en ook 10 zoogkoeien. Dit is recent ambtelijk erkend en blijkt uit de melding die in 2007 is gedaan voor de locatie Willeskop 77 en die de ODRU recent – na verzoek hierom – heeft getoond. Volgens reclamant is de noodzaak van de voorzieningen niet aangetoond. In het ontwerpbestemmingsplan wordt gesteld dat de speciale functie reeds bestemd was en de paardenbak, longeercirkel, de drie paddocks en het afdak noodzakelijke voorzieningen zijn voor de paardenhouderij. Ook dit betwist reclamant. Ten eerste is de speciale functie niet eerder positief bestemd, omdat de Afdeling in de voornoemde uitspraak van 24 mei 2017 het bestemmingsplan juist op dit onderdeel heeft vernietigd.
1.1 lid 1 van de Wet milieubeheer als volgt omschreven: "elke door de mens bedrijfsmatige of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht." De inrichting wordt in de meeste gevallen gelijk getrokken met het bouwblok. Dat is op Willeskop 77c ook zo het geval. Op basis van vaste jurisprudentie behoren weilanden niet tot de inrichting. De paarden die permanent in het weiland lopen hoeven dan ook niet meegeteld te worden met de 27 paarden die op de milieumelding staan. Een paddock wordt op basis van vaste jurisprudentie gezien als een dierenverblijf en hoort dan ook bij de inrichting. De paarden die in de paddocks lopen op Willeskop 77c behoren dan ook tot de maximaal 27 paarden die op de milieumelding staan. Wanneer er hierdoor meer dan 27 paarden gehouden worden is dit op basis van de Wet milieubeheer niet toegestaan. In de plantoelichting van het ontwerp bestemmingsplan (paragraaf 2.1.2) is vermeld dat er op basis van de huidige milieusituatie op het perceel Willeskop 77 slechts 13 paarden en pony’s gehouden mogen worden. Uit nader overleg met de ODRU blijkt dat dit onjuist is. Op grond van een melding uit 2007 mogen 28 paarden en pony’s gehouden worden en ook 10 zoogkoeien. De informatie in de plantoelichting wordt gecorrigeerd. Dit heeft geen inhoudelijke gevolgen voor het bestemmingsplan.
De noodzaak voor het trainen van paarden is inherent verbonden aan ieder type paardenhouderij. De VNG-richtlijn stelt dat bij een fokkerij die noodzaak niet algemeen voorkomend is. Echter met dit bestemmingsplan maken we naast de fokkerij meerdere bedrijfsactiviteiten mogelijk conform de begripsomschrijving van een productiegerichte paardenhouderij zoals volgt uit de VNG-richtlijn. Voor deze bedrijfsactiviteiten is een paardenbak noodzakelijk. Op Willeskop 77c worden paarden gefokt en verhandeld (ook niet zelf gefokte paarden) deze paarden worden als rijpaard verkocht. Een
Verder wordt in de toelichting bij het bestemmingsplan gesteld dat de faciliteiten volgens de VNG-richtlijn noodzakelijk (kunnen) zijn. Echter, hier is niet onderzocht en onderbouwd of voor dit perceel deze faciliteiten noodzakelijk zijn. Zoals in het ontwerpplan zelf al staat op pagina 16 is voor een fokkerij een paardenbak niet algemeen voorkomend. De andere faciliteiten worden in het ontwerp met een algemene onderbouwing van een noodzaak onderbouwd. Echter, dit is een algemeen verhaal waarvan voor dit perceel de noodzaak niet is aangetoond te meer nu ter plaatse enkel sprake is van een paardenhandel en daarop de opdracht t.a.v. onderzoek op legalisatie gericht dient te zijn. Voor een paardenhandel is de noodzaak van al deze faciliteiten niet gegeven en niet aangetoond.
4.
5.
Verder wordt er ten onrechte aan voorbij gegaan dat voor Willeskop 77 en Willeskop 77c sprake is van één bouwvlak en bij de beoordeling dienen de aanwezige faciliteiten op beide percelen dus opgeteld en meegewogen te worden. Ten onrechte is dus niet onderkend dat de noodzaak van de faciliteiten ontbreekt omdat binnen het bouwvlak al reeds o.a. een paardenbak aanwezig is. Ook is niet onderkend dat de paardenbak op het perceel Willeskop 77c niet reeds ingepast was, omdat deze niet ter plaatse aanwezig is t.b.v. de hoofdfunctie (productiegerichte paardenhouderij). Het doorzicht de polder in wordt weggenomen en er is sprake van verrommeling. Dit wordt niet opgeheven of opgelost met het plan voor de landschappelijke inpassing. Dit wringt te meer nu het inpassingsplan niet verplicht is gesteld en door de heer Baauw niet uitgevoerd hoeft te worden. Ten onrechte wordt de landschappelijke impact als beperkt gekwalificeerd. Het plan is o.a. in strijd met de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie.
De verkeerstoename zal aanzienlijk zijn. De huidige (illegale) handelsactiviteiten
rijpaard kan alleen verkocht worden als deze ook bereden is. Om de paarden te trainen en te bereiden is een paardenbak noodzakelijk. Er is inderdaad sprake van één bouwvlak. Er blijkt echter noch uit het geldende bestemmingsplan, noch uit de Beleidsnotitie Hippische Sector 2012, dat er maar één bedrijfsmatige paardenbak per bouwvlak kan worden toegestaan. Reclamant verwijst naar de aanwezigheid van een bestaande paardenbak. Deze paardenbak ligt op eigendom van eigenaar van Willeskop 77 en niet op grondgebied van Willeskop 77c. Gelet op de verstandhouding tussen beide eigenaren achten wij het niet voorstelbaar dat de functie van deze bak gedeeld wordt. Door de eigenaar van Willeskop 77c zijn de afgelopen jaren groene elementen aangebracht om het perceel Willeskop 77c te verfraaien. Dit is echter onvoldoende om te spreken over een goede landschappelijke inpassing. De eigenaar van Willeskop 77c zal binnen een jaar extra maatregelen moeten nemen voor de landschappelijke inpassing, zoals deze zijn vermeld in het landschappelijk inpassingsplan wat opgesteld is door MTD landschapsarchitecten.
Uit de landschappelijke analyse welke uitgevoerd is door MTD landschapsarchitecten blijkt dat de functie en de voorzieningen passend zijn op de locatie en dat er met een aantal maatregelen een aanvaardbare landschappelijke inpassing mogelijk is. Deze maatregelen zijn verplicht gesteld via een voorwaardelijke verplichting in de bestemmingsplanregels (artikel 3.5.6). De eigenaar van Willeskop 77c is verplicht om binnen 1 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan de maatregelen voor de landschappelijke inpassing uit te werken. De provincie heeft laten weten dat het voorliggende bestemmingsplan geen aanleiding geeft om een zienswijze in te dienen. Daarmee heeft de provincie ingestemd met het plan zoals dat er nu ligt. 1. Er zijn in totaal 27 paarden en pony’s toegestaan. Dit is inclusief
brengen dagelijks al verkeer met zich mee. Uit de mobiliteitstoets die is uitgevoerd, komt ook een toename van verkeersbewegingen naar voren. Echter, deze toets is nog aan de bescheiden kant, omdat een aantal factoren niet meegewogen zijn: 1. Er wordt uitgegaan van handel in paarden met slechts 27 paarden. Het aantal dat in 2007 is gemeld door de eigenaar van Willeskop 77c. Echter, dit is zonder veulens gerekend. Daarnaast worden paarden die in het weiland staan, niet meegerekend. De praktijk leert dat de eigenaar van Willeskop 77c vaak meer paarden ter plaatse houdt dan de 27 paarden die ‘gemeld’ zijn. 2. De doorstroom (in- en verkoop) van handelspaarden is veel te laag ingeschat en niet gebaseerd op data van bijv. het LEI (WUR) en/of data van de heer Baauw. In de berekening wordt ingeschat dat er slechts twee paarden per week worden verkocht en dat zou in totaal de in- en verkoop van 104 paarden betekenen en dat zou 1248 ritten betekenen, 6 auto’s per verkocht paard. Hierbij wordt echter vergeten dat er naast de puur voor de handel komende bezoekers, voor deze paarden ook voeder aangevoerd moet worden. Daarnaast dient ook de hoefsmid langs te komen etc. De paarden moeten ook aangevoerd worden en dat is berekend – ook weer uitgaande van max. 27 in de inrichting – op 208 ritten omdat alle paarden apart in een trailer worden aangevoerd.
Ook hierbij geldt dat er meer paarden ter plaatse gehouden (kunnen) worden en dit aantal dus te laag is ingeschat. 3. In deze berekening is niet meegenomen dat mogelijkheden die de andere (nieuwe) functies en activiteiten ter plaatse met zich meebrengen ook tot extra verkeersbewegingen zullen leiden. Nu is in de mobiliteitstoets slechts uitgegaan van 2 à 3 voertuigen per dag die dit genereert. Dit is echter niet gestaafd met data en als er serieus gesport, afgericht etc.
de veulens. Alleen de dieren die op de wei staan tellen niet mee. 2. In het worstcase scenario in de mobiliteitstoets wordt uitgegaan van de verkoop van gemiddeld 7 paarden per week het jaar rond, Vanuit het bedrijfsplan (2011) wordt uitgegaan van een gemiddelde verkoop van 2 a 3 paarden per week en in een drukke week van 6 tot 7 paarden. Er zijn niet veel kengetallen over handel in paarden aanwezig. Het meest bruikbare en recente onderzoek naar paardenhandel is opgesteld door Wageningen UR ‘Inventarisatie paardenhouderij’ (2005). Uit onderzoek blijkt dat een gemiddelde handelaar 100 tot 150 paarden verhandelt per jaar. Omgerekend per week worden er op basis van dit onderzoek 2,8 paarden door een handelaar verkocht. In het realistische scenario uit de mobiliteitstoets is gerekend met de verkoop van 3 paarden per week. In het worstcase scenario wordt gerekend met de verkoop van gemiddeld 7 paarden per week. Dit gemiddelde ligt ver boven het gemiddelde uit deze rapporten. Het aantal paarden en paardenbedrijven is tussen 2000 en 2015 met 22% gedaald. Vanaf 2017 is er weer een groei ontstaan. Het gemiddeld aantal paarden per bedrijf is vanaf 2000 we toegenomen. Deze cijfers komen uit het CBS en hieruit is het moeilijk in te schatten hoeveel paarden er daadwerkelijk zijn omdat de cijfers gebaseerd zijn op informatie van landbouwbedrijven.
Ten opzichte van het rapport van WUR uit 2005 is de paardensector (door de economische crisis) flink geslonken en is nu weer gegroeid. De cijfers uit het rapport van WUR uit 2005 geven daarom nog steeds een goed beeld van de cijfers in de paardenhandel. Aanleveren van voer, hooi / stro ophalen van mest is niet anders dan bij een fokkerij waar alleen handel in eigen paarden is
6.
wordt, geeft dit veel meer voertuigen per dag. Een paardrijles geeft al 6 à 10 auto’s. 4. Bijzonder is dat in een bedrijfsplan uit 2011 van de heer Baauw zelf al met een doorloop van 6 à 7 paarden per week wordt gerekend, hetgeen volgens het plan 5096 verkeersbewegingen per jaar geeft. Uitgaande van het gestelde worstcasescenario is er berekend dat er 9 à 10 voertuigen per dag komen en gaan en dat 7 dagen per week. Dat is aanmerkelijk meer dan bij een pure paardenfokkerij, zoals tot nu toe toegestaan is. En op grond van de voorgaande punten stelt Mts. Lekkerkerker dat er minimaal het dubbele aantal auto’s ter plaatse zal komen met alle drukte van dien. 5. Ten onrechte wordt in de toelichting bij het bestemmingsplan gesteld dat deze verkeersbewegingen ook privaatrechtelijk kunnen. Dit is niet het geval: deze substantiële uitbreiding van de gebruiksmogelijkheden van het perceel Willeskop 77c zal een onrechtmatige verzwaring van de gevestigde erfdienstbaarheid van recht van overpad betekenen. Daarnaast wordt niet onderkend dat alle veevoeder en alle andere faciliteiten voor de paarden ook met personenauto en trailer aangevoerd moeten worden en/of tot extra parkeerdrukte en gevaar op de Willeskop zal leiden. Er is sprake van een verkeerskundig gevaarlijke situatie op de Willeskop.
Nu reeds laat de eigenaar van Willeskop 77c met regelmaat vrachtwagens op de Willeskop parkeren voor langere tijd (minimaal een uur) en reclamant heeft al meerdere keren bijna-ongelukken zien gebeuren doordat verkeer de vrachtwagen niet tijdig zag of wil inhalen terwijl er verkeer uit de tegenovergestelde richting komt. Hiervan is reeds melding gedaan bij de gemeente en de Politie. NB: de situatie is extra gevaarzettend omdat er precies in een bocht wordt geparkeerd. Een voorbeeld van deze wijze van parkeren is op bijgevoegde foto’s te zien. In het ontwerp bestemmingsplan wordt dit gevaar
toegestaan bij 27 paarden. Deze verkeersbewegingen zijn buiten beschouwing gelaten. Het gaat alleen om de extra verkeersbewegingen wanneer handel in eigen paarden wordt uitgevoerd komen er ook meerdere bezoekers per paard kijken en worden de paarden ook door een dierenarts gekeurd. Daarin is geen onderscheid tussen handel in eigen gefokte paarden of handel in andere paarden. Echter deze verkeersbewegingen zijn wel als extra verkeersbewegingen opgenomen waardoor er uit is gegaan van een maximale verkeersinzet. 3. Het door reclamant gestelde aantal verkeersbewegingen wordt niet gemotiveerd. We zien hierin dan ook geen aanleiding om de juistheid van het mobiliteitsonderzoek te betwijfelen. 4. Zie beantwoording van punt 3. 5. De erfdienstbaarheid tussen eigenaren van Willeskop 77 en 77c heeft geen juridische relatie met het bestemmingplan. Reclamant 2 is hierin ook geen partij.
Reclamant heeft zijn zorg over gevaar op de Willeskop in eerdere gesprekken aan de orde gesteld. De Willeskop is een provinciale weg in eigendom van de provincie Utrecht. De gemeente Montfoort is geen bevoegd orgaan om te beslissen wat wel en niet mag op deze weg. Dit neemt niet weg dat we de zorg over de verkeersveiligheid serieus nemen. We vinden het niet wenselijk dat er op de weg geparkeerd wordt om paarden en pony’s uit of in te laden. Dit is ook aangegeven aan de eigenaar van Willeskop 77c. Het terrein mag door een auto met trailer gebruikt worden. De eigenaar van Willeskop 77c dient paarden met een trailer aan te voeren. Daarnaast is er de mogelijkheid om op het perceel Willeskop 75 te parkeren. Dit zijn partijen onderling
7.
8.
weggeschreven door te stellen dat de eigenaar van Willeskop 77c een andere oplossing heeft gevonden voor de aanvoer van de paarden. Echter, of dit wel of niet het geval is doet hier niet ter zake, omdat er geen verplichting is waardoor hij verplicht is af te zien van deze wijze van aanvoer van paarden. Reclamant stelt dat middels het positief bestemmen van paardenhandel op het perceel Willeskop 77c deze zeer gevaarlijke situaties door zullen gaan en verwacht dat dit vroeg of laat tot ongevallen zal lijden. Daarvoor is de gemeente Montfoort dan medeverantwoordelijk. Het plan mist een vooraf door de Raad besproken en vastgesteld beleid t.a.v. de paardenhouderij in het buitengebied van Montfoort. In het ontwerpbestemmingsplan wordt een hele nieuwe invulling gegeven aan het hippisch ruimtelijk beleid voor de gemeente Montfoort. Vanuit het College is aangegeven dat dit plan alvast wordt gemaakt om de situatie op Willeskop 77/77c te kunnen legaliseren en dat t.z.t. er ook een nieuw beleidskader gemaakt moet worden voor de hele gemeente. Reclamant acht dit een verkeerde gang van zaken. Eerst zal de Raad zich moeten oriënteren en besluiten over welke paardenactiviteiten er in het buitengebied van Montfoort wel of niet planologisch wenselijk zijn. Dit nieuwe beleid is dan vervolgens de basis voor o.a. het bestemmingsplan.
De vraag die aan de Raad voorligt is of deze grote verruiming van het paardenbeleid gewenst is. Te meer nu juist in de Beleidsnotitie Hippische Sector Gemeente Montfoort een duidelijke begrenzing is opgenomen. In het ontwerpplan wordt veel opgehangen aan de VNG-richtlijn ‘Paardenhouderij in het omgevingsrecht’. Dit is echter een richtlijn uit 2008, die derhalve al is meegewogen in het vastgestelde beleid van de gemeente in 2012. En deze richtlijn is niet ‘heilig’, het is aan iedere gemeente om een eigen beleidskader te stellen. De VNG-richtlijn is geen dwingend voorschrift dat hierbij gevolgd zou moeten worden. Het plan zet de deur wagenwijd open naar een aanzienlijke uitbreiding van alle soorten paardenactiviteiten in het buitengebied zonder dat de impact hiervan is onderzocht. Het plan zal de bedrijfsactiviteiten van reclamant beperken.
overeengekomen. En is schriftelijk bevestigd aan de gemeente.
De VNG richtlijn is in 2014 geheel geactualiseerd. Deze versie heeft als basis gediend voor het opstellen van het bestemmingsplan. Het gemeentelijke beleid uit 2012 komt op hoofdlijnen overeen met dit geactualiseerde bestand. De uitvoering in het vigerende bestemmingsplan van dit beleid is beperkter dan dat het beleid voor ogen had. We stellen voorop dat de gemeente niet wettelijk verplicht is om beleid voor paardenhouderijen vast te stellen. Bestemmingsplannen bevatten de juridisch bindende planologische regels voor paardenhouderijen. De gemeenteraad is bevoegd om zulke regels via een bestemmingsplan vast te stellen voor een specifieke locatie of een groter gebied, ook zonder dat hier een kadernotitie of beleidsnota aan ten grondslag ligt. Ondanks dat er geen wettelijke verplichting is, vinden we een vernieuwd duidelijk kader wel wenselijk. Daarom bereiden we op dit moment een kadernotitie ‘Ruimtelijke kaders voor de hippische sector’ voor die we aan de gemeenteraad zullen voorleggen. De kadernotitie beschrijft de vertrekpunten voor een algemene bestemmingsplanherziening voor het buitengebied. Het bestemmingsplan Willeskop 77/77c loopt qua tijdpad vooruit op de algemene herziening, maar de inhoudelijke koers is hetzelfde: we willen de gemeentelijke regels in lijn brengen met de landelijke VNG-richtlijn ‘Paardenhouderij in het omgevingsrecht’.
Er worden met dit bestemmingsplan geen geurgevoelige functies toegevoegd.
9.
De beoogde verruiming van de bestemming en legalisatie van de (bouw)werken kan geen doorgang vinden omdat hiermee de deur wordt opengezet voor allerlei geurgevoelige objecten ter plaatse binnen de geurcirkel van het bedrijf van reclamant. Bijvoorbeeld de kantine en het kantoor op Willeskop 77c wordt nu ook gelegaliseerd. Dit zijn geurgevoelige objecten in de zin van artikel 1 Wet geurhinder en veehouderij. Dit zal tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden/dieraantallen op het perceel van reclamant gaan leiden. Reclamant voorziet dat hij dan degene zal zijn die extra investeringen moet doen met alle kosten van dien om zijn bedrijf in stand te houden. Deze zorg heeft reclamant omdat bijvoorbeeld in dit ontwerpbestemmingsplan een B&B ter plaatse toegestaan wordt op grond van artikel 3.1 onder p van de planvoorschriften. Ook kunnen sportactiviteiten en bijbehorende voorzieningen aangemerkt worden als geurgevoelige objecten. Daartoe is in het plan geen afbakening o.i.d. opgenomen. Voor het onderhavige plan betekent dit dat er geen sprake is van een goed leefklimaat binnen het plangebied. In het ontwerpbestemmingsplan is hiermee geen rekening gehouden en is qua geur alleen gekeken naar het geureffect van de twee inrichtingen Willeskop 77 en Willeskop 77c op de omgeving en niet andersom.
De omgekeerde werking van de geurcirkel van het bedrijf van reclamant dient ertoe te leiden dat haar bedrijf beschermd wordt en geen nieuwe geurgevoelige objecten binnen deze geurcirkel erbij mogen komen. Dit onderdeel van de zienswijze wordt nader toegelicht bij schrijven van AR Bedrijfsontwikkeling aan reclamant d.d. 27 mei 2021 (bijlage bij aanvullende zienswijze d.d. 31 mei 2021). In dit schrijven staat o.a. dat: • het verplaatsen van een emissiepunt naar een andere plek op het erf fors wordt ingeperkt; het is niet mogelijk om een emissiepunt van een stal binnen 50 meter van deze verblijfsactiviteiten te realiseren. • een eventuele toekomstige uitloop van dieren binnen het bouwvlak van reclamant onmogelijk wordt gemaakt. Het plan faciliteert illegaal gedrag en structureel aan de laars lappen van
Een kantine en kantoor zijn functies die op ieder (agrarisch) bedrijf voorkomen. Deze zijn onderdeel van de bedrijfsvoering en worden niet gezien als geurgevoelige objecten. De regeling voor nevenfuncties in het bestemmingsplan (zoals een bed & breakfast) is overgenomen van het geldende bestemmingsplan ‘1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012’. Het toestaan van nevenfuncties is alleen mogelijk door het aanvragen van een omgevingsvergunning (artikel 3.6.5 uit dit ontwerp bestemmingsplan). Er blijft in dit plan voor nevenfuncties gelden dat deze alleen toelaatbaar zijn als deze functie(s) omliggende (agrarische) bedrijven niet belemmeren in hun bedrijfsvoering. Er is dus op dit punt geen sprake van een planologische verandering. In hoofdstuk 4 van de plantoelichting is op basis van de huidige wetgeving beoordeeld of het planvoornemen ruimtelijk aanvaardbaar is. Er worden geen andere functies dan de bestaande paardenhouderij toegevoegd die een effect hebben op de omgeving en/of het woonklimaat. Momenteel mogen er 27 paarden gehouden worden en dit bestemmingsplan brengt daar geen verandering in. Derhalve vinden er geen nadelige effecten plaats ten aan zien van de huidige situatie. De paddocks die nu positief bestemd worden, worden gezien als een dierenverblijf in het kader van de Wet milieubeheer.