CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Willeskop 90a Montfoort 15-12-2025

Commissie Bestuur, Financiën en Samenleving 23 juni 2026, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel v.v.g.b. omgevingsvergunning buitenplans afwijken perceel Willeskop 90A Montfoort14.507 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

32

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort

gebruiker van het vrachtwagenparkeerterrein niet beperkt in haar bedrijfsvoering. Paardenhouderij Ten westen van het plangebied is een hobbymatige paardenhouderij gevestigd waarbij het houden van maximaal 5 paarden is toegestaan. De paarden worden gehouden door de initiatiefnemer van de functiewijziging Willeskop 90A. Omdat het gaat om eigen paarden hoeft niet te worden getoetst aan de regels voor geur in het Activiteitenbesluit (thans de regels in het omgevingsplan). Conclusie Uit inventarisatie is gebleken er geen relevante (agrarische) bedrijven in de nabijheid van de woning zijn gevestigd. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de beoogde woning milieuhygiënische knelpunten naar de omgeving zal opleveren. Een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd, zodat er vanuit milieuzonering geen bezwaren bestaan tegen dit onderdeel van het bouwplan. 5.1.3 Geluid Wettelijk kader wegverkeerslawaai Wegverkeerslawaai kan de leefkwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van wegverkeerslawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen. De Wet geluidhinder (Wgh) verplicht ertoe onderzoek uit te voeren naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen binnen vastgestelde onderzoeksgebieden (zones) langs wegen.

Tevens stellen de Wgh en het Besluit geluidhinder regels aan de maximale geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen. Voor deze bestemmingen zijn voorkeursgrenswaarden opgesteld. Deze voorkeursgrenswaarden worden mede bepaald door de locatie van de gevoelige bestemmingen en het type weg. Bij realisatie van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen dient de geluidsbelasting ten hoogste de voorkeursgrenswaarde te bedragen. Ter bepaling van de geluidsbelasting dient op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) iedere weg in beschouwing te worden genomen, tenzij deze binnen een woonerf gelegen is of voor de weg een maximum rijsnelheid van 30 km/uur geldt. Deze wegen hebben een zone. Dit is een aandachtsgebied waarbinnen een akoestisch onderzoek dient plaats te vinden, voor zover sprake is van gevoelige functies. De grootte van de zones is afhankelijk van het aantal rijstroken en de definitie van het gebied (buitenstedelijk of binnenstedelijk). Buitenstedelijk is het gebied dat buiten de bebouwde kom is gelegen en het gebied binnen de bebouwde kom voor zover liggend langs een autosnelweg. Het overige gebied is binnenstedelijk. Wettelijk kader railverkeerslawaai Op 1 juli 2012 zijn de “spelregels” voor hoofdspoorwegen gewijzigd.

Middels de vaststelling van geluidproductieplafonds (gpp’s) is een grens voor de maximale optredende geluidniveaus voor langs Rijksinfrastructuur vastgelegd. De bij vaststelling gehanteerde gegevens zijn vastgelegd in het bronregister. Voor de beoordeling van een plan blijft de Wgh van toepassing maar dient gebruik te worden gemaakt van de brongegevens uit het register. Wettelijk kader industrielawaai Industrielawaai kan de leefkwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van industrielawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen. De Wet geluidhinder (Wgh) verplicht ertoe een industrieterrein te zoneren, indien het bestemmingsplan de vestiging van zogenaamde grote lawaaimakers (conform art. 2.4, Inrichtingen en Vergunningenbesluit) toestaat (art. 40 Wgh). Dat betekent dat de maximale geluiduitstraling van het industrieterrein wordt vastgelegd middels het opnemen van een 50 dB(A)-contour voorkeursgrenswaarde) in het bestemmingsplan. Onderzoek/ beoordeling Verkeerslawaai De relevante wegen in de directe omgeving van het plangebied zijn de Waardsedijk en Willeskop met een rijsnelheid van 60 km/uur. Deze wegen hebben een zonebreedte van 250 meter. In deze situatie is sprake van een bestaande wegen en een nieuwe woning.

De voorkeursgrenswaarde voor nieuwe woningen bedraagt (inclusief aftrek) 48 (dB) Lden met een maximale ontheffingswaarde van 63 (dB) Lden. Indien de gemeten belasting genoemde waarde overschrijdt, dient in eerste instantie onderzocht

Ruimtelijke onderbouwing

33

omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort

te worden of maatregelen mogelijk zijn die de geluidbelasting verlagen tot de voorkeursgrenswaarde of minder. Ondanks dat de woning binnen de onderzoekszone van bovengenoemde wegen ligt wordt een onderzoek niet noodzakelijk geacht aangezien de woning op relatief grote afstand van deze wegen ligt en de indicatieve geluidbelasting volgens het gemeentelijk rekenmodel verkeerslawaai inclusief aftrek conform artikel 110g Wgh (bron: website Omgevingsdienst regio Utrecht op 10 oktober 2020, figuur 11) ruim lager is dan de voorkeurswaarde van 48 dB voor verkeerslawaai.

Figuur 11: Geluidbelasting Willeskop 90a, Montfoort. Geluidcontouren 2030 wegverkeer incl. aftrek ex art. 110g Wgh. Afkomstig van het Geoloket van de ODRU website (10 oktober 2020). Railverkeerslawaai Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een spoorlijn. Een akoestisch onderzoek op basis van de Wet geluidhinder is niet nodig. Vanuit railverkeerslawaai bestaan er geen belemmeringen tegen deze planontwikkeling. Industrielawaai Bedrijven(terreinen) kunnen beperkingen opleggen aan nieuwe gevoelige functies, waaronder wonen, in verband met een geluidzone. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de richtafstanden uit de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (zie hiervoor paragraaf 5.1.2). Voor gezoneerde bedrijventerreinen geldt dat er binnen de geluidszone in beginsel geen woningbouw is toegestaan op grond van het bepaalde in de Wet geluidhinder. In de nabijheid van het plangebied liggen geen gezoneerde bedrijventerreinen. Dit betekent dat er voor de woning sprake van een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Vanuit de Wet geluidhinder bestaan er geen beperkingen tegen onderhavige planontwikkeling, die dit bouwplan mogelijk maakt.

34

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort

5.1.4 Bodem Wettelijk kader Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. Onderzoek/ beoordeling Bij een bouwplan dient in beginsel een bodemonderzoek te worden uitgevoerd als sprake is van een gevoeligere bestemming óf als de locatie verdacht is op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. In verband hiermede is in het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan 'Steenfabriek IJsseloord' een verkennend bodemonderzoek overeenkomstig NEN 5740 uitgevoerd door Grondslag bodemkwaliteitsbureau te Kamerik (rapport van 19 mei 2014, Bijlage 3). Uit de resultaten kan worden afgeleid dat er in de grond en het grondwater over het algemeen plaatselijk hooguit lichte verhogingen zijn aangetoond.

Als plaatselijke bijzonderheden zijn in grond een kleinschalige olieverontreiniging (boring 35) en in grondwater een matig verhoogd gehalte barium aangetoond (peilbuis 32). Op basis hiervan is geadviseerd om de matige olieverontreiniging op de noordwestelijke hoek van het historische pand (bij boring 35) te verwijderen wanneer er ontwikkeling plaatsvindt. Voor het overige werd geconcludeerd dat de lichte verhogingen in grond en grondwater geen belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling. Conclusie Vanuit milieukundig oogpunt is het bouwplan niet zondermeer geschikt voor het voorgenomen gebruik. Voorafgaand aan het bouwrijp maken van het terrein zal een saneringsplan of BUS-melding worden opgesteld. Het saneringsplan of de BUS-melding zal ter goedkeuring wordt voorgelegd aan het bevoegd gezag. Initiatiefnemer zal voor de bodemsanering een budget reserveren in de exploitatieopzet. Met inachtneming hiervan is het aspect bodem in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voldoende onderzocht. Na afronding van het onderzoek en de eventuele sanering zijn er geen risico's voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig. Wanneer grond van de locatie moet worden afgevoerd of ergens anders zal moeten worden toegepast zal initiatiefnemer de kwaliteit van de vrijkomende grond laten onderzoeken conform de eisen van het Besluit bodemkwaliteit.

5.1.5 Luchtkwaliteit Wettelijk kader Indien mensen met regelmaat luchtverontreinigende stoffen inademen kan dit leiden tot effecten op de lichamelijke gezondheid. Daarom moet bij ruimtelijke planvorming rekening worden gehouden met de effecten van de plannen op de luchtkwaliteit en de luchtkwaliteit ter plaatse. Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna te noemen: Wet luchtkwaliteit), het Besluit niet in betekenende mate (luchtkwaliteitseisen) en het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) stellen grenzen aan de concentraties van luchtverontreinigende stoffen. De meest kritische stoffen ten gevolge van het verkeer zijn stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). De grenzen voor deze stoffen zijn opgenomen in de onderstaande tabel. Vanaf 2011 zijn de grenswaarden (jaargemiddelde en 24-uursgemiddelde concentratie) voor PM10 van kracht. Voor NO2 geldt dat vanaf 2015 moet worden voldaan aan de (jaargemiddelde en uurgemiddelde) grenswaarden.

Ruimtelijke onderbouwing

35

omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort

Tabel 5.2: Grenswaarden Wet luchtkwaliteit stof jaargemiddelde uurgemiddelde 24-uursgemiddelde Opmerkingen NO2 40 µg/m3 200 µg/m3 n.v.t. Uurgemiddelde mag 18x per jaar worden overschreden PM2,5 25 µg/m3 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 3 3 PM10 40 µg/m n.v.t. 50 µg/m 24-uursgemiddelde Mag 35x per jaar worden overschreden Wet luchtkwaliteit De Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16, eerste lid, Wm) stelt dat een ruimtelijk plan of project doorgang kan vinden indien: a. een project niet tot het overschrijden van een grenswaarde leidt; en b. de luchtkwaliteit ten gevolge van het project (per saldo) verbetert of ten minste gelijk blijft; en c. een project “niet in betekenende mate” (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van relevante stoffen in de buitenlucht; (De NIBM bijdrage is gedefinieerd als een toename van de concentraties van zowel fijn stof (PM10, PM2,5) als stikstofdioxide (NO2) met minder dan 3% van de grenswaarde of wel 1,2 µg/m3 PM10 of NO2 jaargemiddeld.) d. een project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL). Het programma bevat een pakket maatregelen dat erop gericht is om grote ruimtelijke projecten (projecten In Betekenende Mate of IBM-projecten) tijdig aan de grenswaarden te laten voldoen. Het Besluit NIBM heeft een aantal NIBM-grenzen vastgesteld, waarvan met zekerheid kan worden gesteld dat de 3%-grens niet zal worden overschreden.

Onder andere voor woningbouw: = 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg en = 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Luchtkwaliteit en goede ruimtelijke ordening Naast de bovenstaande bepalingen wordt in de Wet Luchtkwaliteit een relatie gelegd met de Wet ruimtelijke ordening, in de zin van dat bij een nieuwe ontwikkeling er sprake moet zijn van een “goede ruimtelijke ordening”. Een dergelijke afweging wordt uiteindelijk gemaakt in samenspraak met de andere milieuaspecten. Gekeken naar het aspect luchtkwaliteit kan gesteld worden dat de huidige grenswaarden geen absolute bescherming bieden – ook onder de normen kunnen, vooral bij gevoelige groepen gezondheidseffecten optreden. In het algemeen geldt voor een goede luchtkwaliteit - hoe verder van een drukke weg (de belangrijkste bron van luchtvervuiling) hoe beter. Onderzoek/ beoordeling Het oprichten van een woning gaat niet gepaard met extra verkeersbewegingen, omdat de Bed & Breakfastvoorziening wordt beperkt tot maximaal 4 kamers (in plaats van de toegestane 10 kamers).

Om toch een beeld te krijgen van de luchtkwaliteit in het plangebied is de NSL monitoringstool, die behoort bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, geraadpleegd voor 2020 en het prognosejaar 2030 in de jaargemiddelde achtergrondconcentraties NO2, PM10, PM2,5 en EC-concentratie langs de Waardsedijk en Willeskop. Volgens de NSL monitoringtool is de concentratie NO2, PM10, PM2,5 en EC-concentratie op de rekenpunten ruim onder de grenswaarden. Ook uit het Geoloket van de Odru blijkt dat de grenswaarden voor de huidige en toekomstige concentraties niet worden overschreden. Hieruit blijkt dat de NO2 in 2018 tussen 16-18 µg per m³ bedraagt en 2030 tussen 10-12 µg per m³. Voor PM10 is dat 22-24 µg per m³ in 2018 en 10-12 µg per m³ in 2030. Voor PM2,5 is dit 16-18 µg per m³ (2018) en 10-12 µg per m³ (2030). De WHO en GGD hanteren advieswaarden voor fijn stof (PM10) van 20 microgram per kuub, en 10 microgram per kuub voor PM2,5 wat lager ligt dan de wettelijke grenswaarden. Deze waarden zijn iets lager dan de waarden uit het Geoloket. De te verwachten waarden voldoen nagenoeg aan de door de WHO en GGD gehanteerde grenswaarden. Geconcludeerd wordt dat de Wlk de uitvoering van het project niet in de weg staat. Conclusie In het algemeen kan worden gesteld dat als in de huidige situatie aan de grenswaarden wordt voldaan, ook in toekomstige jaren wordt voldaan.

Dit bouwplan maakt, naast de al toegestane functies, het

36

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort

toevoegen van een woning mogelijk. Ten opzichte van de bestaande situatie zal het aantal verkeersbewegingen niet significant wijzigen. De NSL monitoringtool is geraadpleegd. Hieruit blijkt dat de concentratie NO2, PM10, PM2,5 en EC-concentratie op de rekenpunten ruim onder de grenswaarden blijven. Hoofdstuk 5, Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Luchtkwaliteitseisen) staat deze planontwikkeling dan ook niet in de weg. 5.1.6 Externe veiligheid Wettelijk kader Bij Externe Veiligheid (EV) gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de opslag, productie of het transport van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Binnen de EV worden twee normstellingen gehanteerd: Het Plaatsgebonden risico (PR) richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers. Het Groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Bebouwing is niet toegestaan binnen de zogenaamde 10-6 contour van het PR: rond inrichtingen, waarin opslag/verwerking van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Risico's verbonden aan het transport van gevaarlijke stoffen zijn in kaart gebracht in de diverse risicoatlassen.

In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) is opgenomen dat voor iedere toename van het GR een verantwoordingsplicht geldt, ook als de verandering geen overschrijding van de norm veroorzaakt. Onderzoek/ beoordeling Transport gevaarlijke stoffen Gevaarlijke stoffen worden vervoerd over de modaliteiten binnenwater, spoor, weg en door buisleidingen. Indien een bestemming is gepland binnen het invloedsgebied van de transportas dient de toename van het GR berekend te worden en afhankelijk van de uitkomst van de berekening dient een verantwoording GR te worden opgesteld. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over water, weg en het spoor in werking getreden. Met de invoering van dit Besluit beoogt het Rijk een evenwicht tot stand te brengen tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, ruimtelijke ontwikkelingen en externe veiligheid. Transport over water De noordelijk gelegen Hollandsche IJssel is een groene vaarroute. Er ligt in de omgeving van het plangebied verder geen hoofdvaarweg, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Er is geen beperking voor het plangebied. Transport over spoor Er ligt binnen een zone van 200 meter van het plangebied geen spoorbaan, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Er is geen beperking voor het plangebied.

Wegtransport Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van 200 meter van de N228 waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt (de locatie ligt op 175 meter van de Willeskop). In 2008 zijn tellingen van het aantal transporten gevaarlijke stoffen uitgevoerd. Uit deze tellingen blijkt dat over de N228 (beperkte) hoeveelheden brandbare vloeistoffen (LF1, LF2) en brandbare gassen (GF3) worden vervoerd. Op basis van deze tellingen zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico berekend. De plaatsgebonden risicocontour 10-6 is op de weg zelf gelegen en vormt dus geen belemmering voor het plangebied. Het groepsrisico ter hoogte van het plangebied is kleiner dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Door de vernieuwbouw zal er geen significante toename zijn van het aantal personen die nabij de N228 verblijven. In het Besluit externe veiligheid moet het GR wel worden verantwoord. De verantwoording groepsrisisco is opgenomen in paragraaf 5.1.6.1. Transport per buisleiding Voor zoneringsafstanden van hogedruk gasleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Hierbij dient te worden uitgegaan van de risicoafstanden zoals aangegeven in dit Besluit. Er ligt in de nabijheid van het plangebied geen hoge druk aardgasleiding van de Gasunie. Er zijn voor wat betreft het transport door buisleidingen geen beperkingen voor de ontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing

37

omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort

Inrichtingen Binnen de 10-6 contour van een risicovolle inrichting mogen geen kwetsbare bestemmingen geplaatst worden. Indien een bestemming is gepland binnen het invloedsgebied van de EV relevante inrichtingen dient de toename van het GR berekend te worden en afhankelijk van de uitkomst van de berekening dient een verantwoording GR te worden opgesteld. In de nabijheid van het plangebied zijn geen EV-relevante inrichtingen gevestigd, zodat het GR hier geen belemmering vormt. Risicokaart De Risicokaart geeft inzicht in de risico's in de woon- en werkomgeving. Op de kaart staan meerdere soorten typen rampen, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Deze gegevens zijn afkomstig van gemeenten, waterschappen, provincie en de rijksoverheid. Op de Signaleringskaart EV (figuur 12) zijn er in de directe nabijheid van het plangebied geen risicovolle bedrijven gevestigd, zodat er geen belemmeringen zijn voor deze planontwikkeling.

Figuur 12: Uitsnede Signaleringskaart EV (plangebied zwart aangeduid). Elektromagnetische straling Antennes, hoogspanningslijnen, mobiele telefoons en elektrische apparaten zorgen voor elektromagnetische velden. Sterke elektromagnetische velden kunnen lichamelijke klachten veroorzaken, maar er is weinig wetenschappelijk bewijs wat de risico's precies zijn. De Europese Unie beveelt aan (geen wet) dat het magneetveld bij een hoogspanningslijn niet sterker is dan 100 microtesla. Tesla is de eenheid voor de sterkte van een magnetisch veld. Bij velden onder deze grens treden deze lichamelijke reacties niet op. In Nederland blijven - op locaties bij hoogspanningslijnen waar burgers mogen komen elektromagnetische velden onder deze grens. Bij hoogspanningsleidingen en antennes met een groot bereik wordt uit voorzorg geadviseerd om een veiligheidsafstand aan te houden tot functies waar kinderen langdurig verblijven, zoals woningen, scholen en kinderdagverblijven. Binnen een straal van 3 km zijn geen hoogspanningsleidingen of zendmasten aanwezig. Daarnaast zijn in de directe omgeving van het plangebied geen noemenswaardige stralingsbronnen geregistreerd (bron: www.antenneregister.nl). Er is geen risico op elektromagnetische straling.

38

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort

5.1.6.1 Verantwoording groepsrisico Beperkte verantwoording van het groepsrisico Er dient een verantwoording te worden opgesteld, omdat het plangebied binnen het invloedsgebied ligt van de N228. Een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico is niet aan de orde, omdat het groepsrisico ten gevolge van deze planontwikkeling nagenoeg niet wijzigt. De hoogte van het groepsrisico moet worden onderzocht en bestuurlijk worden verantwoord. Door deze verantwoordingsplicht zijn betrokken partijen gedwongen om een goede ruimtelijke afweging te maken waarin de veiligheid in het plangebied in de omgeving voldoende is gewaarborgd. Plaatsgebonden risico Voor deze risicobronnen is geen sprake van een plaatsgebonden risicocontour PR=10-6 die over het plangebied ligt. Ook ligt het plangebied niet binnen een veiligheidszone en een plasbrandaandachtsgebied. Verantwoordingsplicht groepsrisico De risico's van het transport van gevaarlijke stoffen over de N219 ter hoogte van het plangebied ligt op maximaal 0,01* oriëntatiewaarde voor het groepsrisico (OW). Er is geen sprake van een significante toename van het groepsrisico. Een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico is dan ook niet nodig.

Toetsing plan aan plaatsgebonden risico en verantwoordingsplicht groepsrisico Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Zowel voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De ontvluchting vanuit het plangebied vanaf de risicobronnen is voldoende. Via de voorzijde van het plangebied kan in westelijke richting worden ontvlucht. De bestrijdbaarheid wordt als goed beoordeeld. De Willeskop is goed bereikbaar voor hulpdiensten en de bluswatervoorziening ter plaatse is voldoende om een incident met gevaarlijke stoffen effectief te bestrijden. Er kan vanuit de meerdere aanwezige sloten water worden verkregen voor de bestrijding van een incident. Met inachtneming hiervan zijn er geen beperkingen voor het plangebied. Zelfredzaamheid Er wordt een wonig en een bijeenkomstfunctie mogelijk gemaakt waar zelfredzame personen wonen c.q. gerbuik van maken. Eventueel aanwezige kinderen, ouderen en gehandicapten in de woning worden wel beschouwd als verminderd zelfredzame personen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de ouders/verzorgers de verminderd zelfredzame personen kunnen begeleiden.

Maatregelen Ten behoeve van de bijeenkomstfunctie wordt in de omgevingsvergunning een voorschrift opgenomen, dat voor dit deel van het gebouw een bedrijfsnoodplan moet worden opgesteld, actueel moet worden gehouden en moet worden beoefend voor de ongevalsscenario’s (plas)brand en explosie. Verantwoording Het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van Montfoort hebben kennis genomen van de inhoud van dit hoofdstuk Omgevingsveiligheid en achten het groepsrisico, na het nemen van de voorgestelde maatregelen, aanvaardbaar. Conclusie Bij omgevingsveiligheid gaat het om de gevaren die in de directe omgeving aanwezig zijn in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoeren van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de N228. Met de voorgenomen ontwikkeling is de toename van het groepsrisico verwaarloosbaar. Uit de beknopte verantwoording blijkt daarnaast dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. Het aspect omgevingsveiligheid staat dit bouwplan dan ook niet in de weg.

Ruimtelijke onderbouwing

39

omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort

5.2

Archeologie en cultuurhistorie

Wettelijk kader In 1992 is het Verdrag van Malta tot stand gekomen en in 1998 door Nederland geratificeerd. Doelstelling van het verdrag is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. In het verdrag van Malta wordt gesteld dat archeologie van wezenlijk belang is voor de geschiedschrijving van de mensheid. Het verdrag is erop gericht deze waarden voor de toekomst te behouden. De gehanteerde uitgangspunten zijn: archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren (behoud in situ); in ruimtelijke ordening (planvorming) al rekening houden met archeologische waarden; de bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen. Het verdrag is geïmplementeerd in thans de Erfgoedwet die per 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet is in de plaats gekomen van 6 wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed. De gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van ruimtelijke plannen rekening te houden met eventueel aanwezige archeologische waarden. Onderzoek/ beoordeling Archeologiebeleid gemeente Montfoort (2010) De gemeente Montfoort heeft gemeentelijk archeologiebeleid vastgesteld.

In de beleidsnota geeft de gemeente aan hoe zij invulling geeft aan haar rol van bevoegd gezag, de reikwijdte en ambities van het beleid en de uitvoering daarvan. Naast een beleidsnota is een beleidskaart opgesteld. Deze kaart bestaat uit een samenhangend pakket van kaarten en een toelichting, die tezamen de noodzakelijke informatie bevatten over hoe de gemeente bij besluitvorming over gebruik en inrichting van de ruimte omgaat met "bekende en te verwachten archeologische monumenten". Het plangebied heeft een hoge archeologische verwachting. Hier is sprake van bijzondere archeologische verwachtingen voor bewoningssporen die samenhangen met de ontstaansgeschiedenis van Montfoort uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Een archeologisch onderzoek moet conform het gemeentelijke archeologiebeleid beleid worden uitgevoerd wanneer het plangebied groter is dan 100 m² en de verstoring dieper gaat dan 0,30 cm (zie figuur 13). In verband hiermede is in het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan 'Steenfabriek IJsseloord' een onderzoek naar archeologie uitgevoerd.

40

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort

Figuur 13: Uitsnede archeologische beleidsadvieskaart. 5.2.1 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek archeologie Bureau voor Archeologie B.V. heeft een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek uitgevoerd (rapport van 14 april 2014, Bijlage 4). Op basis van dit onderzoek kunnen de volgende conclusies en aanbevelingen worden getrokken (overgenomen uit het rapport). Het plangebied ligt op de oever van de Hollandsche IJssel. Deze stroom werd actief in de Romeinse tijd en is in de Late Middeleeuwen afgedamd. Op en in deze afzettingen kunnen archeologische resten uit de Romeinse tijd en later aanwezig zijn. Tot nu toe zijn op afzettingen van deze stroom hoofdzakelijk resten uit de Middeleeuwen aangetroffen. In het plangebied was in de 19de en begin 20ste eeuw Steenbakkerij IJsseloord gevestigd. Historische gegevens en hoogtekaarten laten zien dat het plangebied waarschijnlijk is afgegraven tijdens de gebruiksfase. In het plangebied zijn negenentwintig boringen geplaatst tot maximaal vier meter diep. De bodemopbouw bestaat hoofdzakelijk uit oever- op beddingafzettingen van de Hollandsche IJssel.

In de noordelijke zone van het plangebied, ter hoogte van het erf en parallel langs de dijk, is sprake van de restgeul die na de afdamming in de Late Middeleeuwen snel is dichtgeslibd, getuige het wegduiken van het beddingzand en aanwezigheid van duidelijk humeuze lagen binnen het klastische pakket. In de zuidelijke zone van het plangebied, langs de sloot parallel aan de weg Willeskop, zijn komafzettingen aanwezig. In de boringen zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die duiden op archeologische waarden. De 19de-eeuwse steenbakkerij en de sloop ervan in de 20ste eeuw heeft voor verstoring gezorgd in vooral het westelijke deel van het plangebied. Het plangebied kan worden vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is nooit volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van (toekomstig) grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Conclusie Vanuit oogpunt van archeologie zijn er geen bezwaren tegen deze planontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing

41

omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort

5.2.2 Cultuurhistorie en monumenten Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Het voorstel tot wijziging is een uitvloeisel van de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (MoMo) uit 2009. Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a Bro moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Hierbij dient niet alleen de cultuurhistorische waarden binnen het plangebied onderzocht te worden, maar ook de waarden in de directe omgeving van het plangebied. Het initiatief kan namelijk ook van invloed zijn op de cultuurhistorische waarden in de directe omgeving van het plangebied. Het landschap rondom Montfoort is in belangrijke mate gevormd door de Hollandsche IJssel. Langs de Hollandsche IJssel liggen relatief veel smalle, vrij zandige oeverwallen met daarachter het nattere komgebied, dat uit klei- en veengronden bestaat. De eerste bewoning ontstond op de drogere oeverwallen en stroomruggen. Pas nadat gebieden bedijkt werden kon er ook in het komgebied bewoning ontstaan. Ten behoeve van de kleiwinning zijn de oeverwallen plaatselijk afgegraven, waardoor de variatie aan reliëf is vergroot; er zijn glooiende en scherpe (steilranden) overgangen te vinden.

De voormalige steenfabriek en bijbehorende bazenwoning zijn aangewezen als gemeentelijk monument. Deze waarde is in het geldende bestemmingsplan vastgelegd met een aanduiding. Vanaf het begin van de planvorming voor het gebied is gezocht naar een goede balans tussen cultuurhistorie, economie en landschap, waarbij de functie cultuurhistorie betrekking heeft op de restauratie en herbestemming van de steenovenschuur en bazenwoning. Overige cultuur(historische) waarden, zowel landschappelijk als stedenbouwkundig, zijn niet aanwezig binnen het plangebied. De steenfabriek IJsseloord was één van de steenfabrieken langs de Hollandsche IJssel die in de 19e en 20e eeuw zijn gesticht. De steenfabriek is in 1864 opgericht en produceerde de steenformaten rijnformaat, Utrechtse vorm en Utrechtse Waalvorm. Van de gebouwen zijn alleen nog de bazenwoning uit ca. 1864 en de (droog)schuur uit ca. 1905 overgebleven. In het in 2011 uitgevoerde restauratieonderzoek van de Stichting BOEi wordt geconstateerd dat beide gebouwen goed te restaureren zijn. De steenovenschuur is van goede kwaliteit en de spantenconstructie uniek. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling wordt het pand in goed overleg gerenoveerd. Hierbij wordt toegezien op het behoud van de waardevolle elementen.

Deze herontwikkeling doet geen afbreuk aan de cultuurhistorische waarden van het pand, maar zorgt ervoor dat deze behouden blijft. Conclusie Het bouwplan draagt bij aan behoud van de cultuurhistorische waarden van de voormalige steenfabriek. Er zijn vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen tegen deze planontwikkeling.

5.3

Flora en fauna

Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Doelen van de Wet natuurbescherming zijn het beschermen en ontwikkelen van de natuur, het behouden en herstellen van biologische diversiteit en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen. De Wet Natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. In de wet blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden vrijwel hetzelfde. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is komen te vervallen. Wel kunnen provincies ervoor kiezen om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuur Netwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische hoofdstructuur (EHS) of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap. Onderzoek/ beoordeling Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied of beschermd natuurmonument. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied 'Uiterwaarden Lek' ligt ruim 7,2 km zuidelijk van het plangebied. Het Natura2000-gebied 'Broekveld, Vettenbroek & Polder Stein ligt 9 km ten westen van het plangebied.

Het Natura2000-gebied 'Nieuwkoopse Plassen & De Haeck' ligt 13,5 km noordelijk van het plangebied.

42

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort

Deze Natura2000-gebieden worden door realisatie van het bouwplan niet beïnvloed, zoals aangetoond in het ecologisch onderzoek. In paragraaf 5.3.2 wordt hierop ingegaan. Evenmin worden (significante) externe effecten op Natura2000-gebieden verwacht als gevolg van deze functiewijziging. Ten noorden van het plangebied ligt aan de overzijde van de Hollandsche IJssel op circa 60 meter afstand nieuw te ontwikkelen natuur van Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de ecologische hoofdstructuur van de provincie Utrecht (figuur 14). De planontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor NNN zoals toegelicht in het ecologisch onderzoek.

Figuur 14: NNN in de omgeving van het plangebied. (Plangebied met rode stip aangegeven.) 5.3.1 Stikstofdepositie Natura2000-gebieden kunnen gevoelig zijn voor stikstofdepositie. Het natura2000-gebied 'Uiterwaarden Lek' ligt ruim 7,2 km zuidelijk van het plangebied. Dit is een stikstofrelevant habitatrichtlijngebied. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden onder de Wet natuurbescherming (dat ook geldt onder de op 1 januari 2024 ingevoerde Omgevingswet). De Wsn bevat onder andere de resultaatsverplichting om stapsgewijs de stikstofbelasting op stikstofgevoelige habitattypes in de Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde te krijgen. Hiertoe zijn een drietal omgevingswaarden opgenomen in de wet voor 2025, 2030 en 2035. Het bouwplan voor het oprichten van een steenmuseum en horeca in de vorm van mini-congressen met inpandige woning wordt zonder gasaansluiting gebouwd. Voldaan wordt aan de eisen van het BENG. Het plangebied ligt op 4,5 km afstand van de 3 km buffer rondom stikstofgevoelige Naura2000-gebieden (figuur 11). Aangezien op voorhand niet is uit te sluiten of er sprake is van een toename van stikstofdepositie zijn er stikstofberekeningen uitgevoerd door MBH Consult B.V. (rapport van 9 januari 2024, Bijlage 5).

Uit de berekeningen is gebleken dat er in de aanleg- en gebruiksfase geen sprake van toename van stikstofdepositie. Hieruit volgt dat er geen natuurgebieden zijn met rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Er gelden geen aanvullende verplichtingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Het aspect stikstofdepositie vormt voor dit bouwplan geen belemmering. Kort samengevat: Op de planlocatie is géén regelgeving met betrekking tot Natura 2000 van toepassing. Met betrekking tot stikstofdepositie zijn er geen effecten te verwachten.

Ruimtelijke onderbouwing

43

omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort

Het plangebied vormt géén onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. 5.3.2 Verkennend ecologisch onderzoek Bij een nieuwbouwplan moet bekeken worden wat het effect is op de aanwezige flora- en fauna. In verband hiermede heeft EcologieWerkt te Houten Quick Scan Wet natuurbescherming uitgevoerd voor de planlocatie (rapport van 26 mei 2023, Bijlage 6). Op basis van een inventarisatie, literatuuronderzoek en een verkennend onderzoek kan het volgende worden afgeleid (overgenomen uit rapport). Soortbescherming Uit bureaustudie en veldbezoek is naar voren gekomen dat het uit te sluiten is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van in de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Het plangebied biedt geen geschikte biotoop voor beschermde soorten fauna en flora. Een nader onderzoek naar beschermde soorten is niet noodzakelijk om uit te sluiten dan wel aan te tonen dat het plangebied voor deze soorten een functie heeft. Het is niet uit te sluiten dat algemene soorten broedvogels een nest hebben in of nabij het plangebied. Hiervoor geldt de zorgplicht. Indien de werkzaamheden starten tijdens het broedseizoen (maart t/m half augustus) moet door een ecoloog vastgesteld worden of algemene broedvogels een nest hebben binnen het plangebied of de verstorende invloedsfeer.

Indien de geplande bouwperiode aanvangt vóór het broedseizoen en er voortdurend doorgewerkt wordt (met uitzondering van de weekenden) komen algemene soorten niet tot broeden en hoeft er geen broedvogelcheck uitgevoerd te worden. Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De ingreep leidt niet tot verkleining van de habitats van soorten in Natura 2000-gebieden of het NNN en heeft geen significant verstorend effect op deze soorten. Algemene zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Conclusie Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit de Wet natuurbescherming geen beperkingen worden opgelegd aan deze planontwikkeling.

5.4

Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

5.4.1 Kabels en leidingen In het plangebied liggen naast de gebruikelijke kabels en leidingen geen ruimtelijk relevante watertransportleidingen en gastransportleidingen, zodat een beschermende regeling niet nodig is.

44

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid en resultaten overleg

Economische uitvoerbaarheid

De gemeente en initiatiefnemer/exploitant van de planontwikkeling hebben over de economische uitvoerbaarheid van het plan overleg gehad. Het betreft een particulier voornemen waarvan de lasten door initiatiefnemer zullen worden gedragen. De planontwikkeling zal in overeenstemming zijn met provinciale en gemeentelijke uitgangspunten. De afspraken worden vastgelegd in een tussen de gemeente en initiatiefnemer/exploitant te sluiten anterieure exploitatieovereenkomst, waarin ook verhaal van planschade wordt meegenomen. Hiermee is het kostenverhaal voor de ontwikkeling verzekerd en is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan vast te stellen. Er zijn ook geen overige redenen om een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening vast te stellen. Alle eisen en voorwaarden waaraan moet worden voldaan zijn opgenomen in de overeenkomst. De economische uitvoerbaarheid door initiatiefnemer is voorts voldoende aangetoond.

6.2

Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het overleg ingevolge artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt het ontwerpbesluit aan Gedeputeerde Staten van Utrecht en het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden toegezonden.

6.3

Communicatie

De bewoners- en belangengroep Nieuwe Toekomst IJsseloord is sinds 2011 betrokken bij de ontwikkeling van het steenoventerrein IJsseloord. Het doel is het realiseren van een plek waar cultuurhistorie, bedrijvigheid, natuur en landschap goed samengaan, gedragen door bewoners, belangenorganisaties, initiatiefnemers en overheden. Het toevoegen van een wooneenheid in de voormalige steenfabriek is voorgelegd aan de bewoners- en belangengroep. Zij hebben medegedeeld tegen deze aanpassing geen bezwaren te hebben wanneer de overige functies gewaarborgd blijven en het monument goed wordt hersteld.

6.4

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voor onderhavig ontwerpbesluit zal de uniforme voorbereidingsprocedure worden gevolgd als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het ontwerpbesluit met bijbehorende stukken zal daartoe zes weken ter inzage worden gelegd. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn wel/geen mondelinge en/of schriftelijke zienswijzen ingediend.

Ruimtelijke onderbouwing

45

IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=36974aa5-57cf-4d6e-a46e-f5aa04f681f5