Ruimtelijke onderbouwing Willeskop 90a Montfoort 15-12-2025
Tekst van het document
Omgevingsvergunning WILLESKOP 90A, MONTFOORT Gemeente Montfoort
STATUS:
ONTWERP
DATUM:
15 december 2025
IMRO IDN:
NL.IMRO.0335.OVwilleskop90a-ON01
OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl
OPDRACHTGEVER Te-Bi Bestratingsmaterialen B.V. Krekenburg 8 3417 MH Montfoort
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 2 november 2022
VERSIE 2e versie
15 december 2025
7e versie
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
Ruimtelijke onderbouwing
Ruimtelijke onderbouwing
3
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
4
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
Inhoudsopgave Ruimtelijke onderbouwing
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Goede ruimtelijke onderbouwing 1.5 Leeswijzer
7 7 7 8 9 9
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Nieuwe situatie 2.3 Verkeer en parkeren
11 11 12 15
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
19 19 21 24
Hoofdstuk 4 Water 4.1 Inleiding 4.2 Beleid hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden 4.3 Waterhuishouding
27 27 27 28
Hoofdstuk 5 Milieu en omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Archeologie en cultuurhistorie 5.3 Flora en fauna 5.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
31 31 40 42 44
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid en resultaten overleg 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 6.3 Communicatie 6.4 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
45 45 45 45 45
Ruimtelijke onderbouwing
5
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
6
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeenteraad van Montfoort heeft op 5 maart 2018 het bestemmingsplan 'Steenfabriek IJsseloord' vastgesteld. Dit plan bestaat uit de volgende onderdelen: a. realiseren van een landschappelijk park van circa vijf hectare, waarvan delen openbaar toegankelijk zijn; b. restauratie en herbestemming steenovenschuur en bazenwoning; c. uitbreiding bedrijventerrein Jan Snel met 10.150 m², landschappelijk ingepast door een grondwal. De onder a en c. genoemde ontwikkelingen, alsmede onder b. genoemde bazenwoning, zijn inmiddels gerealiseerd. Voor restauratie van de steenovenschuur is een aangepast plan uitgewerkt. Aanvankelijk was het voornemen om in de voormalige steenoven een nieuwe invulling te geven met een steenmuseum, Bed & Breakfast met tien kamers ot ateliers, ondergeschikte ruimten voor ateliers, ambachtelijke bedrijfjes, kantoor, horeca (bijvoorbeeld mini-congressen) en detailhandel in dienst van de primaire functies. Deze plannen zijn bijgesteld om een duurzaam verantwoorde bedrijfsexploitatie mogelijk te maken. In verband hiermede wordt de herontwikkeling in de voormalige steenoveenschuur beperkt tot het oprichten van een steenmuseum en horeca in de vorm van mini-congressen (conferentieruimte), Bed & Breakfast met maximaal vier kamers of ateliers.
Voorts wordt een wooneenheid voorgestaan in plaats van de zes kamers voor de of ateliersvoorziening, omdat een woning een grotere bijdrage levert aan een duurzame exploitatie van het cultuurhistorische pand. Een woning geeft direct waarde in de exploitatie, terwijl andere functies een grote investering vragen in het pand en de verbouwing terwijl ze (met een bedrijfsmatige onzekerheid) zich pas op zeer lange termijn terugverdienen. Het bouwplan is op twee onderdelen in strijd met de bouw- en gebruiksregels van het bestemmingsplan, omdat een inpandige woning niet is toegestaan. De woning is vanuit milieuzonering binnen een milieuafstand tot bedrijven met een aanpassing mogelijk. In paragraaf 5.1.2 wordt dit toegelicht. De overige invulling in de voormalige steenoveenschuur met een steenmuseum en horeca de vorm van mini-congressen is wel toegestaan. Mitsdien is een planologische procedure noodzakelijk om medewerking te verlenen aan het oprichten van een inpandige wooneenheid als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. Een bespreking van de reeds toegestane functies kan achterwege worden gelaten. Daar waar nodig wordt hieraan wel aandacht besteed. Deze nota bevat de ruimtelijke onderbouwing om de gevraagde planontwikkeling juridisch/planologisch mogelijk te maken. Omgevingswet Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden.
Op grond van artikel 4.3 (besluit op aanvraag) van de Invoeringswet Omgevingswet blijft voor de gevallen waarin een aanvraag omgevingsvergunning is ingediend vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet de vergunningprocedure van toepassing op basis van het oude recht tot: het besluit onherroepelijk is, als tegen het besluit beroep openstaat het besluit van kracht is, als tegen het besluit geen beroep openstaat. De aanvraag omgevingsvergunning is in 2023 ingediend, zodat het oude recht van toepassing blijft en het (oude) bevoegd gezag een besluit neemt op basis van de oude regels. De ruimtelijke onderbouwing is opgesteld op basis van de wet- en regelgeving zoals deze gold tot 1 januari 2024.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt ten zuidwesten van de kern Montfoort en wordt begrensd door: in het noorden: de Hollandsche IJssel en bazenwoning op nummer 90; in het oosten: een weidegebied met aangrenzend het bedrijventerrein Krekenburg; in het zuiden: een weidegebied met toegangsweg naar de Willeskop (N228); in het westen: een toegangsweg met aansluitend een paardenhouderij en het bedrijventerrein van Jan Snel B.V. Een situatietekening is opgenomen in figuur 1.
Ruimtelijke onderbouwing
7
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
Figuur 1: Situering plangebied (rood omlijnd) en omgeving.
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan Raadsbesluit “Steenfabriek IJsseloord" 5 maart 2018 "Paraplubestemmingsplan parkeernormen Montfoort" 29 oktober 2018
Raad van State n.v.t. n.v.t.
Het perceel heeft in het bestemmingsplan 'Steenfabriek IJsseloord' de bestemming 'Gemengd' met de functieaanduiding 'cultuurhistorische waarden'. Toegestaan zijn een steenmuseum, galerij, Bed & Breakfast, horeca in de vorm van mini-congressen en ateliers. Een woning is uitgesloten. Het voornemen is om zes (van de tien toegestane) kamers van de Bed & Breakfastvoorziening niet te realiseren. In de plaats hiervan wordt een inpandige woning mogelijk gemaakt. De aanvraag omgevingsvergunning is op dit onderdeel in strijd met het geldende bestemmingsplan.
8
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Steenfabriek IJsseloord'. Plangebied rood omlijnd.
1.4
Goede ruimtelijke onderbouwing
Om medewerking te kunnen verlenen aan het verzoek voor het oprichten van een inpandige woning in de bestemming 'Gemengd' moet een planologische procedure worden doorlopen, omdat dit onderdeel van het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan. Het oprichten van een steenmuseum, horeca in de vorm van mini-congressen (conferentieruimte) en Bed & Breakfast met vier kamers of ateliers is daarentegen toegestaan in het bestemmingsplan, zodat een bespreking van deze functies achterwege kan worden gelaten. Daar waar nodig wordt hieraan wel aandacht besteed. Met ingang van 1 oktober 2010 geldt hiervoor de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (afgekort Wabo). Deze wet geeft de mogelijkheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van een bestemmingsplan. De aanvraag omgevingsvergunning dient te worden voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing als genoemd in artikel 2.12, lid 1 sub a onder 3 van de Wabo. Hierin moet worden aangetoond dat het initiatief niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De ruimtelijke onderbouwing dient te voldoen aan een aantal eisen, zoals deze zijn beschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. In de voorliggende notitie wordt aangegeven wat de invloed is van het onderhavige plan op haar omgeving.
Op deze wijze wordt voldaan aan het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening en wordt de haalbaarheid van onderhavige planontwikkeling aangetoond.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bouwplan relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 5 omvat de milieuaspecten. Hoofdstuk 6 is gewijd aan de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.
Ruimtelijke onderbouwing
9
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
10
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Omgeving planlocatie Het plangebied ligt ten noordoosten van het buurtschap Willeskop. Het buurtschap bestaat hoofdzakelijk uit boerderijen, kleine en grote bedrijven, waaronder fruitteeltbedrijven, en vrijstaande woningen. Het gebied ligt tussen de Hollandsche IJssel en de N228. Willeskop is in het bezit van een groot aantal bouwwerken die volgens het Monumenten Inventarisatie Project (M.I.P.) van cultuurhistorisch belang zijn. Hiertoe behoren onder andere de overblijfselen van de gebouwde steenfabrieken. In het verleden zijn in Willeskop vier steenfabrieken gebouwd, waarvan Steenfabriek IJsseloord de eerste is geweest. Deze werd gebouwd in 1867 en is op de schuur en bazenwoning na gesloopt in 1944. Deze overblijfselen zijn volgens het M.I.P. van nationale waarde. De schuur met bijbehorende bazenwoning heeft in 2008 dan ook de status van gemeentelijk monument gekregen. De overblijfselen van de voormalige steenfabriek IJsseloord staan in het projectgebied van het bestemmingsplan 'Steenfabriek IJsseloord'. Dit projectgebied bestaat uit drie kavels. Aan de noordkant van de middelste kavel staat de bazenwoning en de steenovenschuur. De bazenwoning is inmiddels hersteld. De steenovenschuur is niet meer in gebruik en in verval. Rondom de bazenwoning staan oude bomen. De rest van de kavel en de andere twee kavels zijn ingericht voor agrarisch gebruik en worden door paarden begraasd.
Tussen de kavel aan de westkant en de middelste kavel ligt de weg Krekenburg en tussen de middelste kavel en de kavel aan de oostkant ligt een watergang. Planspecifiek Zoals hiervoor aangehaald is de steenovenschuur niet meer in gebruik. Het geheel maakt een vervallen indruk. Herstel is vanuit cultuurhistorische overwegingen wenselijk. Enkele foto's van de bestaande situatie zijn hieronder opgenomen.
De voormalige steenovenschuur.
Ruimtelijke onderbouwing
De gerestaureerde bazenwoning.
11
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
2.2
Nieuwe situatie
Renovatie steenfabriek De in het plangebied aanwezige steenoven wordt casco gerestaureerd. Na renovatie biedt het gebouw ruimte aan een steenmuseum, horeca in de vorm van mini-congressen (conferentieruimte) en Bed & Breakfast met vier kamers of ateliers. De horecafunctie is ondergeschikt aan het steenmuseum. In het museum wordt de oude stijl (manier) van stenen en/of dakpannen maken getoond. Deze materialen zullen ook in het gebouw zelf verwerkt worden. Verder worden historische materialen/technieken en bijzondere stenen, zoals mineralen, versteende bomen en fossielen tentoongesteld en verkocht en is er ruimte voor andere ambachtelijke bedrijven om zich te vestigen. Daarnaast wordt een woning mogelijk gemaakt in het oostelijke deel van het gebouw. Woning in steenfabriek De woning in het monument van de Oude Steenovenschuur wordt 1150 m³ groot met een bvo van 299 m². Dat is groter dan is toegestaan in het buitengebied van de gemeente Montfoort. Slechts in uitzonderingen kan worden afgeweken van het maximum van 800 m³. Hieronder volgt een toelichting waarom de afwijking noodzakelijk is voor dit pand. Historisch monument De steenovenschuur is een uniek monument, het enige restant van de steenfabriek industrie tussen IJsselstein en Oudewater, waar tenminste 7 steenfabrieken hebben gestaan, waarvan de meeste rond Montfoort.
Het is daarmee een uniek gebouw en de contouren en ruimte van het gebouw vragen om bijzondere architectuur bij de herbestemming. Die is zowel in de ontvangstruimte (west) vormgegeven alsook in de woning. Een vergelijkbaar monument en vergelijkingsmateriaal is bijvoorbeeld het Arsenaal in Woerden. Monumentale architectuur De steenovenschuur is een uniek monument. Het is het enige restant van uitgebreide steenoven industrie langs de Hollandsche IJssel tussen IJsselstein en Oudewater waar tenminste 7 steenfabrieken hebben gestaan, waarvan de meeste rond Montfoort. Het is daarmee een uniek gebouw en de contouren en ruimte van het gebouw vragen om bijzondere architectuur bij de herbestemming. Die is zowel in de ontvangstruimte (westzijde) vormgegeven alsook in de woning. Een vergelijkbaar monument en vergelijkingsmateriaal is bijvoorbeeld het Arsenaal in Woerden. Het monument bestaat uit een grote ruimte met een monumentale dakconstructie (zie ook tekeningen bij aanvraag omgevingsvergunning). Nieuw- en verbouw binnen het pand moeten zoveel mogelijk recht doen aan die grote ruimte. De verbouw aan de westzijde (ontvangstruimte) is zo vormgegeven dat de indrukwekkend grote ruimte van het gebouw zichtbaar is en blijft. Het is de bedoeling dat de woning aan de oostzijde ook die ruimtelijkheid uitstraalt.
Daarom is gekozen voor een zeer grote benedenkamer en ruimte op de 1e verdieping die de ruimte zichtbaar maken. Deze is vooral architectonisch en laat zien dit een bijzonder pand is (geweest). Ook ontstaat er eenheid in ontwerp met het andere deel van het pand. Deze grote ruimte zorgen voor de extra m³ waardoor het onmogelijk wordt binnen de 800 m³ te blijven. De kamers en voorzieningen zijn vervolgens 'verstopt' in de zijkanten, onder de kap, zoals ook is vormgegeven in de ontvangstruimte. De reconstructietekeningen van de steenoven historicus dhr. Vermeulen (2005) laten de grote ruimten dwars door het midden zien (figuur 3).
12
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
Figuur 3: reconstructietekeningen van de steenoven. Precedentwerking De oude Steenovenschuur met kap is een uniek monument in de gemeente en daarom is een 'grotere' woning moeilijk kopieerbaar naar andere projecten. Het is vergelijkbaar met een oude boerderij, daar is bij inwoning geen beperking tot 600m³, omdat de boerderij hiervoor gewoon te groot is. Overleg Er is van tevoren overleg geweest (2021) met de bewoners- en belangengroep toen de eigenaar het plan had om een woning te realiseren in het gebouw. Het huidige ontwerp is zeer vergelijkbaar met de ontwerpen van toen. De invulling en omgang met de (grote) ruimte werd zeer gewaardeerd. Onlangs is afgestemd met Mooisticht of een grotere inhoud dan 800 m³ van de woning mogelijk is. Daarbij is aangegeven dat dit bijzondere monument vraagt om een specifiek ruimtelijk ontwerp, waarbij recht wordt gedaan aan de grote beleving van ruimte in en om het pand. Mooisticht ondersteunt met het huidige ontwerp een afwijking in de grootte van de woning. Overig In de brief van 24 oktober 2023 geeft de gemeente Montfoort dat er nog twee vragen open liggen om de beoordeling te kunnen afronden. Dit zijn de volgende: 1.
Er moet gemotiveerd worden waarom een woonfunctie aan het gebouw moet worden toegevoegd als kostendrager voor de restauratie en het beheer van de steenovenfabriek, en waarom eventuele andere functies daar minder geschikt voor zijn. 2. De woning dient door de eigenaar zelf te worden bewoond en er dient dus geen splitsing van eigendom plaats te vinden. Ad 1. Motivatie woonfunctie Om de oude steenovenschuur te herstellen zijn er en moeten er aanzienlijke kosten worden gemaakt. Er zijn kostendragers nodig om de investering te kunnen terugverdienen. Deze zijn voorzien in een
Ruimtelijke onderbouwing
13
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
ontvangstruimte met ondergeschikt museum en bed en breakfast of eventueel in plaats hiervan ateliers of vergaderkamers. De zoektocht naar een invulling is niet eenvoudig en de investering om het gebouw als totaal te herstellen in meer oorspronkelijke staat is groot. De inbouw van elementen voor verschillende functies vraagt ook grote investeringen. Als ontvangstlocatie is de plek geschikt, maar omdat er geen voortdurende openstelling wordt verwacht is de opbrengst beperkt. Bed en Breakfast of ateliers zijn afhankelijk van de markt en hebben een lange terugverdientijd. Om het risico te spreiden is het inbouwen van een woning een directe opbrengst die een deel van de investering terugbetaalt. Daardoor wordt de verbouw van het historische pand met een hoge kwaliteit mogelijk en kan initiatiefnemer spoedig starten met de totale casco verbouw. Ad 2. Eigen bewoning De eigenaar wil zelf in het pand gaan wonen en kadastrale splitsing zal daardoor niet optreden. Een situatietekening van de nieuwe toestand is opgenomen in figuur 4. Enkele aanzichttekeningen van de nieuwe toestand zijn weergegeven in figuur 5. Voor meer informatie wordt verwezen naar de bij de aanvraag omgevingsvergunning behorende bouwtekeningen.
Figuur 4: Situatietekening (indicatief).
14
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
Figuur 5: Aanzichttekeningen nieuwe situatie.
Artist impression.
2.3
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plangebied wordt ontsloten op de Willeskop. De maximum snelheid is hier 60 km/uur. In westelijke richting is Oudewater bereikbaar. In oostelijke richting ligt aan de overzijde van de N204 de bebouwde kom van Montfoort. Via de N204 is in noordelijke richting de A12 aan te rijden. Het aantal verkeersbewegingen neemt ten opzichte van de bestaande planologische situatie niet toe, omdat zes kamers van de Bed & Breakfastvoorziening worden geschrapt. De Willeskop kan de verkeersbewegingen van dit plan verwerken. Parkeren De gemeenteraad van Montfoort heeft op 29 oktober 2018 het paraplubestemmingsplan 'Parkeernormen Montfoort' vastgesteld. De bepaling verwijst voor de te hanteren parkeernormen naar thans de 'Nota Parkeernormen Montfoort 2020'. Om te voorkomen dat door ruimtelijke ontwikkelingen bestaande parkeerknelpunten vergroot worden
Ruimtelijke onderbouwing
15
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
en/of dat nieuwe parkeerknelpunten ontstaan, worden alle ruimtelijke ontwikkelingen en -plannen getoetst op het onderdeel parkeren. Om een objectieve beoordeling van de parkeereffecten van een ruimtelijke ontwikkeling te kunnen maken bestaat behoefte aan eenduidig toe te passen toetsingskader. Een parkeernormen nota biedt hiervoor uitkomst. De parkeernormen in de Nota parkeernormen 2020 zijn gebaseerd op de landelijke parkeerkencijfers uit de CROW-publicatie 381 (Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, oktober 2012). De functie van steenmuseum en horeca in de vorm van een minicongres maakt in wisselwerking gebruik van dezelfde ruimte. Aangezien de parkeerbelasting van horeca in de vorm van een minicongres zwaarder is dan het steenmuseum, is deze functie in de berekening opgenomen. Voor de berekening van de parkeerbelasting van horeca in de vorm van een minicongres is als uitgangspunt genomen maximaal 200 bezoekers, 2 personen per auto en geen turnover. Voor deze afwijking is gekozen gezien het bijzonder karakter en de locatie in het buitengebied. Op basis van deze uitgangspunten is de volgende berekening gemaakt op basis van de kentallen uit de Nota parkeernormen Montfoort 2020, zoals opgenomen in tabel 3.1.
Tabel 3.1 Parkeerkencijfers (weinig stedelijk in buiten bebouwde kom) Gebruiksfuncties Norm (pp/100 m² BVO) Appartement koop > 100 m² 1,9 per woning Evenementenhal/beursgebouw/ 8,5 congresgebouw Bedrijfsverzamelgebouw (ateliers) 1
Oppervlakte/aantal 1 per wonng 405 m² per atelier
Op basis hiervan kan de volgende parkeerbehoefte worden vastgesteld. Tabel 3.2 Parkeerbehoefte Gebruiksfuncties Appartement koop > 100 m² Evenementenhal/beursgebouw/ congresgebouw Bedrijfsverzamelgebouw (ateliers) Totaal
Berekening 1,9 * 1 8,5 * 4,05
Parkeerbehoefte 1,9 34,4
1*4
4 40,3
Op basis van deze berekening zijn er afgerond 41 parkeerplaatsen benodigd. De parkeerbehoefte kan worden opgevangen in het plangebied, zoals aangeduid in figuur 6.
16
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
Figuur 6: Parkeerplaatsenplan. Conclusie Bij de inrichting van het plangebied wordt ten noorden van de westelijk gelegen paardenhouderij een parkeerterrein aangelegd ten behoeve van de functies in de steenoven. Het parkeerterrein biedt ruimte aan 31 vaste parkeerplaatsen voor museumbezoekers en gasten voor de Bed & Breakfastvoorziening of ateliers. De resterende 10 parkeerplaatsen worden aangelegd langs de oprijlaan.
Ruimtelijke onderbouwing
17
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
18
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld. De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet, welke op 1 januari 2024 in werking is getreden. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities.
Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot bouwplan In de uitwerking van prioriteit 4 'Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Eén van de beleidskeuzes is als volgt: "Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief." Onder unieke landschappen wordt onder andere het Groene Hart benoemd.
Naast de beleidskeuze, is ook het volgende nationaal belang opgenomen: "behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang". Het Rijk is medeverantwoordelijk voor het beschermen van waardevol landschap, zoals het Groene Hart, de
Ruimtelijke onderbouwing
19
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
Waddenzee en de Veluwe. De opgave bij dit nationale belang is om cultureel erfgoed en (inter)nationale unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten te ontwikkelen, te behouden, te versterken en te benutten bij gebiedsontwikkeling en transformatie. Het plangebied ligt in het Groene Hart, dit gebied is aangewezen als Nationaal landschap. Het doel is om de kwaliteit te versterken en te beschermen. De ontwikkeling voorziet in behoud van cultuurhistorisch erfgoed, waarin een wooneenheid wordt toegevoegd in de te verbouwen schuur waar een steenmuseum, horeca in de vorm van mini-congressen en Bed & Breakfast (met vier kamers) of ateliers zijn toegestaan. De cultuurhistorische waarden blijven behouden, terwijl de landschappelijke waarden hierdoor niet worden aangetast. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden.
Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. De planontwikkeling wordt getoetst aan de Ladder zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt.
Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de nieuwe Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Met dit bouwplan wordt een extra woning toegevoegd in een te verbouwen schuur. Het begrip woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Op basis van jurisprudentie blijkt dat ontwikkeling van één of enkele woningen niet gezien worden als een stedelijke ontwikkeling (o.a. Uitspraak ABRvS 18 december 2013, 201302867/1/R4). Vanuit de verstedelijkingsladder levert het bouwplan geen belemmering op. 3.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen.
Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
20
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 vastgesteld. De Omgevingsvisie is op 1 april 2021 in werking getreden. Levend landschap, erfgoed en cultuur Een aantrekkelijke leefomgeving draagt bij aan het welzijn van mensen. Daarom zet de provincie in op het doorontwikkelen van onze aantrekkelijke landschappen, het beschermen en benutten van historisch erfgoed en het ondersteunen van een goed cultureel aanbod. Het Utrechtse landschap is mooi, verrassend en veelzijdig. De landschappelijke kwaliteiten en structuren zijn belangrijk voor het goede woon-, werk- en leefklimaat, het vestigingsklimaat en de recreatieve aantrekkelijkheid van de provincie. Landschappelijke kwaliteit is een belangrijk onderdeel van een gezonde leefomgeving. De provincie kent vijf karakteristieke landschappen. Het plangebied ligt in een kernzone van het landschap Groene Hart met de volgende kernkwaliteiten: 'openheid, (veen)weidekarakter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.), landschappelijke diversiteit en rust & stilte.' Het Groene Hart is door het Rijk in de Nationale Omgevingsvisie aangewezen als bijzonder landschap. Voor elke ontwikkeling in het landelijk gebied moet aansluiting gevonden worden bij de kernkwaliteiten van het landschap.
Voor de open landschappen gelden andere principes dan voor de meer gesloten landschappen. Landschappen vragen om bebouwing die qua maat en schaal passen bij de kernen die in het landelijk gebied gelegen zijn. Vanwege de kwaliteiten en mogelijkheden van de kernrandzones vraagt de provincie aan gemeenten om specifiek beleid gericht op het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Als dit nodig is voor de realisatie van ruimtelijke kwaliteitsversterking kan met dit beleid ook nieuwe verstedelijking mogelijk worden gemaakt. De aard en omvang van deze verstedelijking dient in redelijke verhouding te staan tot deze gewenste kwaliteitsversterking. En de aard en omvang van de gehele ontwikkeling dient in redelijke verhouding te staan tot de kern waaromheen de betreffende kernrandzone gelegen is. Toetsing planinitiatief De planontwikkeling ligt in een kernzone van het Agrarisch cultuurlandschap van het Landschap Groene Hart (figuur 7). Er is sprake van een bestaand bebouwingslint met een cluster van bedrijven en verspreid liggende woningen. Er vindt alleen een verbouwing plaats van een schuur, waarin op grond van het geldende bestemmingsplan al een steenmuseum, horeca in de vorm van mini-congressen zijn toegestaan. In plaats van (een eveneens toegestane) Bed & Breakfast of ateliers wordt er een woning toegevoegd.
De provincie heeft eerder ingestemd met aard en omvang van deze verstedelijking. Het toevoegen van een wooneenheid (in plaats van zes kamers voor een Bed & Breakfastvoorziening) blijft in redelijke verhouding staan tot de gewenste kwaliteitsversterking. Deze ontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. Cultuurhistorisch waardevol erfgoed blijft hierdoor behouden. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Het toevoegen van een wooneenheid in een te verbouwen schuur achter een bebouwingslint langs de Provincialeweg N228 tussen het stedelijk gebied (van twee bedrijfsterreinen) tast de ruimtelijke kwaliteit van het gebied niet aan. Er is geen strijd met de provinciale belangen.
Ruimtelijke onderbouwing
21
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
Figuur 7: Uitsnede kaart 14 'Aantrekkelijke landschappen'. Het plangebied is zwart omlijnd aangeduid. 3.2.2 Interim Omgevingsverordening Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht vastgesteld, (afgekort PRV). Deze verordening is gebaseerd op artikel 4.1, eerste lid, van de Wro. Doel van de verordening is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. De verordening bevat daartoe bepalingen die bij het opstellen van gemeentelijke bestemmingsplannen in acht moeten worden genomen. De verordening heeft alleen betrekking op nieuwe plannen en besluiten. De verordening bevat geen bepalingen die de burger rechtstreeks binden. Normen uit de verordening moeten eerst vertaald worden in een gemeentelijk planologisch besluit. Paragraaf 9.1 (Stedelijke functies in landelijk gebied) Bepalingen over bestaande en nieuwe stedelijke functies in landelijk gebied (voor woningen) zijn vastgelegd in paragraaf 9.1 (Stedelijke functies in landelijk gebied). De regels in deze paragraaf zijn bedoeld om de kwaliteit en vitaliteit van het landelijk gebied te behouden. Als het voor de versterking van de ruimtelijke kwaliteit nodig is om een kostendrager te zoeken, dan is kleinschalige verstedelijking die zorgvuldig wordt ingepast in de omgeving mogelijk.
In artikel 9.4 is vastgelegd dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied bestemmingen en regels kan bevatten die de uitbreiding van bestaande woningen mogelijk maken, zodanig dat de woning landschappelijk goed inpasbaar is. Artikel 9.5 bevat instructieregels voor bebouwingsenclaves en -linten. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten die toestaan dat in bebouwingsenclaves of bebouwingslinten verstedelijking plaatsvindt, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. gelijktijdig met de verstedelijking wordt de ruimtelijke kwaliteit verhoogd; b. bebouwing vindt niet plaats buiten de bestaande bebouwingsenclaves of bebouwingslinten; c. de belangen van bestaande omringende functies worden niet onevenredig aangetast. De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.
22
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
Toetsing planinitiatief Het plangebied ligt in een kernrandzone waar uitbreiding van woningbouw en bedrijventerreinen onder voorwaarden is toegestaan, zoals aangeduid op 'kaart 18: Wonen, werken en recreëren kaart 1' (figuur 8). De planontwikkeling is in overeenstemming met de artikelen 9.4 en 9.5, omdat hier sprake is van een bestaande bestemming. In de te verbouwen schuur is al een steenmuseum, horeca in de vorm van mini-congressen en Bed & Breakfast of ateliers toegestaan. In het gebouw wordt alleen een woning toegevoegd in plaats van zes te vervallen kamers voor de Bed & Breakfastvoorziening of ateliers. In de toelichting op artikel 9.4 is opgenomen dat een woning in het landelijk gebied landschappelijk goed inpasbaar moet zijn. Op 'kaart 15: Cultuurhistorie en landschap kaart 1' is voor het plangebied de 'uitzondering verstedelijkingsverbod Landelijk Gebied' van toepassing. Er is geen strijd met de regels in paragraaf 7 Cultuurhistorie en landschap, temeer daar er geen nieuwe bebouwing wordt toegevoegd. De belangen van omliggende functies worden niet beperkt. Verder is in de toelichting op artikel 9.15 vastgelegd dat de toelichting op het ruimtelijk plan een beschrijving bevat van de wijze waarop rekening is gehouden met energieneutrale, circulaire, klimaatadaptieve woningbouw en efficiënt ruimtegebruik. In paragraaf 5.3.2 wordt hierop ingegaan.
Conclusie Er is sprake van een bestaande stedelijke functie in het landelijk gebied, zoals vastgelegd in het bestemmingsplan 'Steenfabriek IJsseloord', waarmee Gedeputeerde Staten hebben ingestemd. In de bestemming 'Gemengd' wordt alleen een wooneenheid toegevoegd. De woning wordt ingepast in de cultuurhistorisch waardevol te behouden schuur. Het bouwplan is in overeenstemming met de Interim Omgevingsverordening. Eveneens wordt voldaan aan de richtlijnen voor duurzaamheid.
Figuur 8: Uitsnede kaart 18 'Wonen, werken en recreëren kaart 1'. Het plangebied is zwart omlijnd aangeduid.
Ruimtelijke onderbouwing
23
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Montfoort De gemeenteraad van Montfoort heeft op 13 december 2021 de Omgevingsvisie Montfoort 'Vitale kernen in een waardevol landschap' vastgesteld. In deze Omgevingsvisie heeft de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de gemeente voor de lange termijn vastgelegd. Deze omgevingsvisie is opgesteld in de 'geest' van de aankomende Omgevingswet en is de eerste stap van de invoering van de Omgevingswet in Montfoort. Het is een dynamisch document en biedt het raamwerk, waarbinnen gemeente de komende jaren beleid verder zal uitwerken. De visie kent geen maximum geldigheidsduur en zal regelmatig worden bijgesteld. Het vormt dan ook nadrukkelijk een groeimodel, waarmee de komende jaren verder wordt gewerkt aan de integratie van alle onderwerpen die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving in gemeente Montfoort. De koers in 10 keuzes De gemeente beschrijft haar koers, oftewel onze richtinggevende ambities, in 10 strategische keuzen aan de hand van de positionering als "Een toekomstbestendige gemeente met vitale kernen in een waardevol landschap". De 10 strategische keuzen zijn: 1. De leefomgeving moet passen bij onze identiteit, waarbij we onze landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten beschermen en verbeteren. 2. We kiezen voor een vitale, leefbare en inclusieve gemeente. 3. We bieden ruimte aan woningbouw. 4.
We bieden ruimte aan de lokale maakindustrie. 5. Voor mobiliteit volgen we het adagium: "Lokaal vertragen, regionaal versnellen". 6. We bieden (zeer beperkt) ruimte aan energiebronnen in het buitengebied en op bedrijventerreinen.' 7. We bouwen recreatieve en toeristische mogelijkheden uit. 8. We gebruiken klimaatadaptatie om de gemeente groener, gezonder en veiliger te maken. 9. We werken mee aan een toekomstbestendige landbouw met ruimte voor natuur. 10. We sturen ook vanuit de fysieke leefomgeving op een gezonde en veilige samenleving. Cultuurhistorie Het historische karakter van Montfoort vormt de identiteit van de gemeente en monumenten maken de cultuurhistorie van Montfoort zichtbaar, leesbaar en beleefbaar. Het is wettelijk verplicht om bij ruimtelijke plannen rekening te houden met cultuurhistorische waarden. Deze waarden zijn inzichtelijk gemaakt in de Cultuurhistorische waardenkaart. Aan de hand van de kaart kunnen initiatiefnemers van ruimtelijke plannen rekening houden met het cultureel erfgoed. Doelen zijn: De cultuurhistorische kenmerken en waarden van de gemeente worden in stand gehouden en waar mogelijk versterkt. Versterking van de beleving van de diverse cultuurhistorische landschappen en hun onderscheidende elementen (inclusief monumenten). Dit komt ook ten goede van de recreatieve aantrekkingskracht.
Accentueren cultuurhistorische as en versterken cultuurhistorische dorpsrand. Door bijvoorbeeld het aanbrengen van nieuw groen. IJsselzone Kwaliteiten De Hollandsche IJssel vormt een specifiek onderdeel van het landschap van de gemeente. Montfoort is ontstaan aan de zuidoever van de Hollandsche IJssel. Aan de noordzijde is het zicht op de rivier en op Montfoort het meest oorspronkelijk. Er liggen hier goede kansen om recreanten vanuit stedelijk gebied te ontvangen. Naast de Hollandsche IJssel behoren ook de linten nabij de IJssel (Lindeboomseweg, Achthoven-West, Achthoven Oost, Willeskop, Heeswijk, Blokland, Mastwijkerdijk, Heeswijk, Waardsedijk en IJsselveld) en de directe omgeving hiervan tot deze zone. Het vormt een gebied waar wonen, werken, recreatie, groen en water centraal staan, als de aantrekkelijke groenblauwe ader door het open landschap. Gebruik Voor het gebied ten noorden van de Hollandsche IJssel ziet de gemeente een ontwikkeling tot hoogwaardig landschappelijk en recreatief gebied. Dat kan ook de aanleg van bossen betekenen of
24
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
meer open water. Bij ontwikkelingen staat de verbetering van de landschappelijke en ecologische kwaliteit voorop. Bestaande bedrijvigheid binnen deze zone kan behouden blijven. Nieuwvestiging van bedrijven of grootschalige uitbreiding is ongewenst, behalve als deze bedrijven aansluiten bij het gewenste recreatieve karakter van de zone. Ten zuiden van de Hollandsche IJssel wordt wel ruimte gezien voor functieverandering en intensivering van lintbebouwing. Bij Heeswijk-oost bestaat ruimte voor uitbreiding van bedrijvigheid. Toetsing planinitiatief In het bestemmingsplan 'Steenfabriek IJsseloord' heeft het plangebied de bestemming 'Gemengd' waarin een steenmuseum, horeca in de vorm van mini-congressen en Bed & Breakfastvoorziening met tien kamers zijn toegestaan. Er wordt alleen een wooneenheid toegevoegd in plaats van zes kamers voor de Bed & Breakfastvoorziening of ateliers. De cultuurhistorische kenmerken van het plangebied worden in stand gehouden en waar mogelijk versterkt. Dit komt ook ten goede van de recreatieve aantrekkingskracht van het te vestigen steenmuseum. Dit bouwplan past binnen de ambities van de Omgevingsvisie. Conclusie De Omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau waarover geen uitspraken worden gedaan op perceelsniveau. Het planvoornemen betreft het oprichten van een wooneenheid in een bestaand gebouw aan de Willeskop 90a in Montfoort.
De herkenbare historische en ruimtelijke structuren worden hierdoor versterkt. Het bouwplan is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. 3.3.2 Welstandsbeleid Aanvragen omgevingsvergunning dienen te worden getoetst aan eisen van welstand. Deze eisen hebben betrekking op het uiterlijk van bouwwerken en de situering van deze bouwwerken in hun omgeving. Gekeken wordt of het bouwwerk dat men wenst te plaatsen op zichzelf of in verhouding tot de omgeving voldoende passend is. De gemeenteraad van Montfoort heeft in 2011 een welstandsnota vastgesteld. Hierin staan criteria omtrent de redelijke eisen van welstand. Het gaat daarbij om de volgende aspecten: karakteristiek van de bestaande bebouwing; openbare ruimte; landschap; stedenbouwkundige context; massa, structuur, maat en schaal, detaillering, materiaalkeuze en kleurstelling; samenhang in het bouwwerk (de onderlinge relatie tussen samenstellende delen). De criteria kunnen afhankelijk van de specifieke ruimtelijke kwaliteiten en uiterlijke kenmerken van de omgeving per dorp, wijk, buurt of deelgebied verschillen. Daartoe zijn in de welstandsnota specifieke gebiedscriteria opgesteld.
Conclusie Het verbouwen van de schuur naar een steenmuseum, horeca in de vorm van mini-congressen, bed & breakfastvoorziening met maximaal vier kamers of ateliers en wooneenheid zal om advies worden voorgelegd aan de welstandscommissie. De door de commissie gemaakte opmerkingen worden overgenomen. 3.3.3 Duurzaamheidsvisie gemeente Montfoort Duurzaam bouwen is gericht op het beperken van de negatieve milieuaspecten in alle fasen van het bouwproces en het vergroten van de ecologische kwaliteiten van het leefgebied. Concreet betekent dit het terugdringen van verspilling van grondstoffen, het verlengen van de levensduur, een flexibeler gebruik van gebouwen en het bevorderen van hergebruik van bouwmaterialen. Bij duurzaam bouwen wordt o.a. aandacht besteed aan waterhuishoudingsaspecten (bijvoorbeeld afkoppeling hemelwaterafvoer), stedenbouwkundige structuur (bijvoorbeeld oriëntatie van gebouwen op de zon) en bouwkundige maatregelen (isolatie, zonnecollectoren, materiaalgebruik). De Gemeente Montfoort streeft er volgens de Duurzaamheidsvisie gemeente Montfoort 2015 - 2020 (juli 2015) naar de natuurlijke momenten van gebouwonderhoud te benutten om te verduurzamen. Bij gebiedsontwikkeling is het streven om woningen, kantoren en bedrijfspanden duurzaam te bouwen met
Ruimtelijke onderbouwing
25
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
aandacht voor duurzaam ondernemen en duurzame mobiliteit. Planspecifiek Het bouwplan wordt overeenkomstig de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) gebouwd. Zo krijgt de te verbouwen schuur geen gasaansluiting. Bij uitwerking van het bouwplan zal de architect samen met de specialist (duurzaamheid adviseur) de maatregelen nader berekenen en toelichten. Een advies hierover zal vervolgens worden voorgelegd aan de gemeente (ODRU). Conclusie De verbouwing tot steenmuseum, horeca in de vorm van mini-congressen, Bed & Breakfastvoorziening of ateliers en wooneenheid vindt plaats overeenkomstig de eisen van het Bouwbesluit. Bij uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met de door de gemeente gehanteerde beleidsuitgangspunten op het gebied van Duurzaam Bouwen.
26
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
Hoofdstuk 4 4.1
Water
Inleiding
Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een Watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.
4.2
Beleid hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden
Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden. Dit schap is in het gebied verantwoordelijk voor de waterhuishouding: het waterkwaliteitsbeheer, het waterkwantiteitsbeheer en de zorg voor de waterkeringen. Voor elk ruimtelijk plan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de effecten van de bouwmogelijkheden op het waterbeheer. De waterbeheerder voert de Watertoets uit. De Watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. De opmerkingen van de waterbeheerder worden verwerkt in deze waterparagraaf, nadat zij om advies is gevraagd in het kader van het vooroverleg. Waterbeheerprogramma 2022 - 2027: Stroomopwaarts, klimaatbestendig en duurzaam In het op 22 december 2021 vastgestelde waterbeheerprogramma staan de ambities van het waterschap voor de komende zes jaar. Grote maatschappelijke opgaven Nederland staat de komende jaren voor grote maatschappelijke opgaven. De snelheid van klimaatverandering is ongeëvenaard en de effecten (extreme droogte én extreme neerslag) zijn nu al zichtbaar. Ook de afname van biodiversiteit gaat sneller dan ooit in de menselijke geschiedenis.
Om dit tegen te gaan is een energietransitie gaande, moet het hoogheemraadschap een omslag maken naar een klimaatbestendige inrichting, een circulaire economie en meer duurzame landbouw. In al deze uitdagingen speelt water een rol. Daarnaast is er een grote woningbouwopgave. Deze opgaven samen leveren een grote druk op de ruimte op. Stroomopwaarts werken Het hoogheemraadschap wil als waterschap meer aan het roer zitten om water een sturende rol in de ruimtelijke ordening te geven. Zij noemen dat stroomopwaarts werken, gericht op de toekomst. Het hoogheemraadschap investeert zelf - op haar eigen terreinen - in biodiversiteit, circulariteit en duurzaamheid. Zij stimuleert waterbewust gedrag, en vraagt daarmee ook iets van de inwoners. Tegelijk zet zij zich volop in voor een veilige, gezonde en prettige leefomgeving voor iedereen. Toekomstbestendig gebied Om voorbereid te zijn op de toekomst investeert het hoogheemraadschap in het watersysteem. Zij werkt samen met partners aan gezamenlijke maatschappelijke opgaven: De komende jaren versterkt het waterschap de dijk langs de Lek; dit project Sterke Lekdijk biedt kansen voor groen en landschap.
Daarnaast vraagt zij haar partners om de gevolgen van overstromingen tegen te gaan via ruimtelijke inrichting (2e laag waterveiligheid); Voor de zoetwatervoorziening van West-Nederland is tijdens extreem droge periodes de wateraanvoer via het watersysteem van De Stichtse Rijnlanden van essentieel belang. Deze aanvoercapaciteit vergroot zij de komende jaren via het project Capaciteitsuitbreiding Klimaatbestendige Wateraanvoer (KWA+). Zij gaat de inlaat vanuit de Neder-Rijn bij Wijk bij Duurstede ook bij extreem lage rivierwaterstanden zeker stellen door het bouwen van een inlaatgemaal; De afvoer van water gaat voor een groot deel van de regio via het Amsterdam-Rijnkanaal, waarin beperkt ruimte is om extremere buien op te vangen. Het is nodig het watersysteem te optimaliseren en de afhankelijkheid ervan te verkleinen door een meer waterrobuuste inrichting van steden en
Ruimtelijke onderbouwing
27
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
polders; Verbeteren waterkwaliteit en vergroten biodiversiteit. Het hoogheemraadschap streeft overal naar schoon en levendig water: gezond water in de stad, levendige boerensloten en natuurwater vol leven. Dit vraagt de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het is nodig voor een robuuste, gezonde en prettige leefomgeving. Voor elke categorie gaan we de samenwerking aan met de relevante partners; Warmte en grondstoffen uit (afval)water. Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) en afvalwater (TEA) heeft veel potentie én kansen in onze regio vanwege de grote woningbouwopgave langs grote wateren. Het hoogheemraadschap stimuleert het gebruik van warmte en grondstoffen uit (afval)water.
4.3
Waterhuishouding
Ruimtelijke ontwikkeling Elke ruimtelijke ontwikkeling kan invloed hebben op water. Niet alleen bouwen nabij of op een waterkering, maar ook een toename van verhard oppervlak. Een ruimtelijke ontwikkeling moet minimaal voldoen aan de belangrijkste minimale voorwaarde: “het standstill beginsel”. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding mag ontstaan. In het kader van een watertoetsproces moeten de gemeente en het waterschap zoeken naar kansen om het watersysteem te verbeteren en duurzaam in te richten. Voor elke toename van verharding van meer dan 500 m² in stedelijk gebied en 5.000 m² in landelijk gebied is een Watervergunning nodig. Veiligheid en waterkeringen In het plangebied ligt ten noorden van het plangebied een regionale waterkering. De te verbouwen schuur ligt gedeeltelijk binnen de beschermingszone hiervan (figuur 9). In verband hiermede zal tijdig een watervergunning worden aangevraagd bij het hoogheemraadschap. Een vergunning hiervoor kan naar verwachting worden verleend. Met inachtneming hiervan zijn er geen beperkingen voor het plangebied.
Figuur 9: Uitsnede Legger Regionale Waterkeringen 2020. Oppervlaktewater Ten noorden van het plangebied ligt de Hollandsche IJssel, zijnde een primair oppervlaktewater. In
28
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
oostelijke richting ligt een tertiaire watergang (figuur 10). Deze watergangen hebben een beschermingszone van 5 c.q. 2 meter. Binnen deze beschermingszones gelden beperkingen voor bouwen en aanleggen om onderhoud aan de watergangen mogelijk te houden. Bij de herinrichting worden de beschermingszones in acht te genomen, omdat binnen deze zones geen bebouwing wordt gerealiseerd. Er zijn geen beperkingen voor het plangebied.
Figuur 10: Uitsnede Legger oppervlaktewater 2020. Toekomstige situatie Het plangebied is in gebruik als schuur. De bestaande bebouwing wordt verbouwd tot steenmuseum, horeca voor mini-congressen (conferentieruimte) en een woning. Het verhard oppervlak wijzigt hierdoor niet. Op grond van de richtlijnen van het hoogheemraadschap is geen watercompensatie nodig. Waterafvoer Het hemelwater van het dak van de bebouwing wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater. Het afvalwater van de bebouwing zal op het rioolstelsel worden aangesloten overeenkomstig de eisen van de gemeente. Bij bouwactiviteiten zal geen gebruik worden gemaakt van uitloogbare bouwmetalen. Voor vergunningplichtige activiteiten zal tijdig een Waterwetvergunning worden aangevraagd bij het hoogheemraadschap. Conclusie Vanuit waterhuishoudkundige overwegingen heeft dit bouwplan geen nadelige gevolgen. Daarmee voldoet de ruimtelijke ontwikkeling aan het belangrijkste minimale voorwaarde: “het standstill beginsel”. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat.
Ruimtelijke onderbouwing
29
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
30
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
Hoofdstuk 5
M ilieu en omgevingsaspecten
De beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening groeien de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe. Ook op rijksniveau wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de wisselwerking tussen milieu en ruimtelijke ordening. Milieubeleid kan beperkingen opleggen aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen maar is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsaspecten die een rol spelen bij ruimtelijke ontwikkeling binnen dit plan. Deze onderwerpen worden in dit hoofdstuk toegelicht.
5.1
Milieu
De te behandelen thema's die vanuit een oogpunt van milieu van belang zijn voor deze planontwikkeling zijn M.E.R., Milieuzonering, Geluid, Bodem, Luchtkwaliteit en Externe veiligheid. 5.1.1 M.E.R. Wettelijk kader In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling ook uitgevoerd moet worden als een project, dat wordt genoemd in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r., nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Deze beoordeling moet ook plaatsvinden als de omvang onder de drempelwaarde valt. De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU Richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving onder andere geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage 1994. In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de C-lijst) en de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven.
Onderzoek/ beoordeling Dit project valt mogelijk onder categorie D 11.2, stedelijk ontwikkelingsproject uit bijlage D. Dit bouwplan maakt in een bestaande schuur alleen een zelfstandige wooneenheid mogelijk, waarin al bij recht in het geldende bestemmingsplan een steenmuseum, horeca in de vorm van mini-congressen (conferentieruimte) en Bed & Breakfastvoorziening zijn toegestaan. De ontwikkeling op deze plaats is om de volgende redenen niet te beschouwen als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.: fysieke wijziging: deze is beperkt, omdat er alleen sprake is van een functiewijziging van een bestaand gebouw zonder dat de bebouwing toeneemt. lokale context: het bebouwingslint blijft gehandhaafd zonder toename aan bebouwing. planologische mogelijkheden: de gronden zijn in het geldende bestemmingsplan al bestemd voor 'Gemengd' waar een steenmuseum, horeca in de vorm van mini-congressen en Bed & Breakfastvoorziening zijn toegestaan. Er is geen m.e.r. beoordeling nodig, omdat een functie-aanpassing volgens het Besluit m.e.r. niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. De fysieke wijzigingen zijn beperkt, omdat het plangebied al is bestemd voor 'Gemengd' zonder dat de bebouwing toeneemt. Indien een ontwikkeling niet voorkomt op de C en D lijst van het Besluit m.e.r kan een m.e.r. beoordeling achterwege worden gelaten.
Conclusie Op basis van de in Bijlage 1 opgenomen Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling en bovenstaande korte toelichting kan worden geconcludeerd dat de beoogde planontwikkeling geen aanzienlijke milieueffecten zijn te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet noodzakelijk.
Ruimtelijke onderbouwing
31
omgevingsvergunning Willeskop 90a, Montfoort
5.1.2 Milieuzonering Wettelijk kader Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). De richtafstanden in Bedrijven en Milieuzonering gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bedoeld tot de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype gemengd gebied kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. De richtafstanden uit de VNG-publicatie voor de omgevingstypen bij verschillende hindercategorieën zijn in tabel 5.1 vermeld.
Tabel 5.1: Richtafstanden en omgevingstype Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype Richtafstand tot omgevingstype rustig buitengebied gemengd gebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m Onderzoek/ beoordeling Het plangebied ligt in een bebouwingslint met meerdere functies waaronder bedrijventerreinen, agrarische bedrijven, wonen en horeca. Vanwege de ligging van deze diverse functies in de directe omgeving kan het gebied getypeerd worden als 'gemengd gebied'. In het plangebied wordt een steenmuseum, horeca ten behoeve van mini-congressen (conferentieruimte), Bed & Breakfast met vier kamers of ateliers en wooneenheid mogelijk gemaakt in de oude steenfabriek. Voor de nieuw te bouwen wooneenheid zijn het steenmuseum, horeca voor mini-congressen, een vrachtwagenparkeerterrein van Jan Snel en de westelijk gelegen paardenhouderij relevant. Hierover kan het volgende worden gezegd. Steenmuseum, horeca voor mini-congressen en Bed & Breakfast of ateliers Een steenmuseum, horeca voor mini-congressen en Bed & Breakfastvoorziening of ateliers vallen in milieucategorie 1 met een richtafstand van 0 meter in gemengd gebied. Voor de woning kan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Andersom geredeneerd worden de gebruikers van het steenmuseum en de horeca voor mini-congressen (conferentieruimte) niet beperkt in hun bedrijfsvoering.
Vrachtwagenparkeerterrein Dit parkeerterrein valt onder milieucategorie 3.2 (stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties) met een richtafstand van 50 meter. De afstand is circa 28 meter. In verband hiermede heeft Cauberg Huygen B.V. te Rotterdam een akoestisch onderzoek uitgevoerd (notitie van 2 november 2022, referentie 09306-57074-02, Bijlage 2). Hieruit kan het volgende worden afgeleid (overgenomen uit notitie). Het realiseren van een woning in het gebouw is mogelijk wanneer: De woning hoofdzakelijk aan de oost- en noordgevel grenst, in ieder geval niet aan de westgevel. De zuidgevel op de eerste verdieping volledig gesloten wordt uitgevoerd. Ramen zijn permanent gesloten, het toepassen van ventilatieroosters wordt sterk afgeraden. Een binnenniveau van maximaal 35 dB(A) wordt behaald wanneer wordt voldaan aan het Bouwbesluit. Samenvattend is de geluidgevoelige bestemming inpasbaar wanneer bovenstaande aandachtspunten in acht worden genomen. Aan deze voorwaarden kan worden voldaan. Vanuit het milieuaspect geluid is er sprake van een goede ruimtelijke ordening. Resumerend wordt vastgesteld dat aan de geluidvoorschriften van het Activiteitenbesluit in gemengd gebied kan worden voldaan. Voor de woning kan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Andersom geredeneerd wordt de